CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Militaire Wijk ontwerp-Toelichting met bijlagen

Raadscommissie Ruimte 27 september 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling bestemmingsplan Militaire Wijk Rijen-Zuid30.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dit kan consequenties hebben voor concrete vervolgbesluiten die in potentie kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie en daardoor mogelijk significant negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben. Wet stikstofreductie en natuurverbetering Op 9 maart j.l. is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering door de 1e kamer aangenomen. Met dit wetsvoorstel wordt voorzien in de wettelijke verankering van de door het kabinet aangekondigde structurele aanpak van de stikstofproblematiek. Het voorstel voorziet onder meer in: een resultaatsverplichting tot reductie van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door het bij wet vaststellen van drie omgevingswaarden (voor 2025, 2030 en 2035) een verplichting voor de Minister van LNV om een programma stikstofreductie en natuurverbetering vast te stellen een verplichting voor gedeputeerde staten om provinciale gebiedsplannen op te stellen ter uitwerking van de landelijk vereiste depositiereductie een verplichting voor de Minister van LNV om een aanvullend programma vast te stellen voor het legaliseren van voorheen vergunningvrije projecten met geringe depositie monitoring en bijsturing een partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor de bouwsector.

blad 54 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

Deze wet, die op 1 juli 2021 van kracht is geworden, voorziet in een vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector, zoals slopen en bouwen. De bij deze activiteiten vrijkomende emissies die zorgen voor stikstofdepositie mogen dan bij de beoordeling buiten beschouwing worden gelaten. Daarom is ten behoeve van dit project voor wat betreft stikstofdepositie de realisatiefase niet nader onderzocht.

4.11.2

Toetsing Gebruiksfade De bouw van 58 nieuwe woningen in de militaire wijk is voor de gebruiksfase onderzocht. Hoewel er in de huidige situatie ook sprake is van stikstofemissies ten behoeve van de bestaande functies wordt in dit stikstofdepositie niet intern gesaldeerd met de bestaande situatie. Daardoor is sprake van een worst case berekening, omdat de verdwijnende emissies van stikstofdepositie buiten beschouwing worden gelaten. De voorgenomen ontwikkeling ligt op circa 7.500 meter afstand van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied (Ulvenhoutsebos) waar stikstofgevoelige habitats in een overspannen situatie verkeren. Daarnaast zijn er drie Natura 2000-gebieden die zich op grotere afstand van de ontwikkeling bevinden: Regte Heide & Riels Laag op circa 9,6 kilometer, Langstraat op circa. 11,1 kilometer en Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen op circa 11,1 kilometer. De 58 woningen in Rijen-Zuid worden gasloos uitgevoerd. De enige emissies die vrijkomen in de gebruiksfase zijn emissies afkomstig van verkeer (verkeersbewegingen). Voor de totstandkoming van de invoergegevens van verkeersgeneratie zijn cijfers van het CROW gebruikt. Daarbij is uitgegaan van 'weinig stedelijk', 'rest bebouwde kom' en 'sociale huurwoningen'. De rapportage en rekenresultaten zijn als Bijlage 7 opgenomen bij dit bestemmingsplan.

Realisatiefase Door de Wet stikstofreductie en natuurverbetering, die per 1 juli 2021 van kracht is geworden, voorziet in een vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector, zoals slopen en bouwen. De bij deze activiteiten vrijkomende emissies die zorgen voor stikstofdepositie mogen dan bij de beoordeling buiten beschouwing worden gelaten. Daarom is ten behoeve van dit project voor wat betreft stikstofdepositie de realisatiefase niet nader onderzocht.

4.11.3

Conclusie De hoogst berekende bijdrage aan de stikstofdepositie die AERIUS Calculator voor de gebruiksfase weergeeft, bedraagt 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige natuur en op geprojecteerde rekenpunten. Op de toegevoegde rekenpunten wordt een bijdrage aan de stikstofdepositie berekend van 0,00 mol/ha/jaar. Doordat op elk van deze rekenpunten de stikstofdepositiebijdrage niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie, kan logischerwijs geconcludeerd worden dat er op een afstand van meer dan 5 kilometer vanaf een wegbron ook geen sprake zal zijn van een toename van stikstofdepositie. Op basis van bovenstaande resultaten kunnen significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat nadere besluitvorming niet in de weg.

blad 55 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

4.12

Trillingen

4.12.1

Toetsingskader Voor trillingen in de omgeving van spoorlijnen vanwege treinpassages is er geen specifieke wetgeving. Door de Stichting Bouwresearch (SBR) zijn in 1993 richtlijnen uitgegeven voor trillingen in bouwwerken. Dit zijn de zogenoemde SBR-richtlijnen. Ze zijn herzien in 2002. De richtlijnen zijn onderverdeeld in drie onderwerpen: het voorkomen van bouwkundige schade (SBR Trillingsrichtlijn A: schade aan bouwwerken, 2017); het voorkomen van hinder (SBR Trillingsrichtlijn B: hinder voor personen in gebouwen, 2002); het voorkomen van verstoring van apparatuur (SBR Trillingsrichtlijn C: verstoring van apparatuur, 2002). De richtlijnen zijn herzien in 2002 en richtlijn A daarna nog in 2017. Specifiek voor het aspect hinder vanwege spoorverkeertrillingen bestaat sinds 2013 de Beleidsregel trillinghinder spoor (Bts). Deze is ontstaan vanuit de praktijk voor de toepassing van de Tracéwet op spoorse projecten en is vastgesteld door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze beleidsregel is in 2014 aangepast en dient ter aanvulling en verduidelijking van de SBR richtlijn B. De Bts gaat verder dan de SBR richtlijn B in die zin dat de Bts invult hoe met de beoordeling van een situatie moet worden omgegaan, c.q. hoe deze moet worden opgevolgd. De SBR richtlijn is puur een 'meet- en beoordelingsrichtlijn'.

Deze beschrijft hoe trillingsmetingen moeten worden uitgevoerd en uitgewerkt tot twee beoordelingsmaten en hoe deze – afhankelijk van de omstandigheden – moeten worden beoordeeld. De Bts werkt de beoordeling van een gewijzigde situatie verder uit en werkt uit hoe het vervolg (na de beoordeling) moet zijn. Dit heeft tot gevolg dat in de praktijk toepassing van de Bts vaker leidt tot daadwerkelijke uitvoering van maatregelen. Voor zowel de SBR-richtlijn als de Bts geldt dat deze geen kracht van wet hebben. Uit jurisprudentie volgt dat de bestuursrechter beide richtlijnen accepteert als onderliggend kader bij de beoordeling van trillinghinder in ruimtelijke procedures in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening'. Omdat de Bts in de praktijk vaker leidt tot daadwerkelijke uitvoering van maatregelen en dit bijdraagt aan een goed woon- en leefklimaat is de Bts als toetsingskader gehanteerd voor het aspect hinder. Voor het aspect schade wordt de SBR-A gehanteerd.

4.12.2

Toetsing Voor de beoogde ontwikkeling rondom de spoorzone in Rijen is een eerste “start” onderzoek gedaan naar de gevolgen van de trillingen op gebouwen in de omgeving, in de situatie dat de huidige spoorovergang wordt vervangen door een onderdoorgang. Dit betreft een kwalitatieve risicoanalyse. Hierbij is een zogenaamde ' worst case' benadering gehanteerd, waarbij de effecten van de onderdoorgang inschat zijn. Deze uitgevoerde berekeningen zijn gekalibreerd met de reeds beschikbare meetdata in de bestaande situatie. In Rijen zijn meerdere trillingsmetingen uitgevoerd langs het spoor, onder andere door Movares en de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. De berekeningen zijn specifiek uitgevoerd voor de definitieve fase. Bestaande bouw Zoals in het toetsingskader reeds benoemd is worden de trillingen in de bestaande

blad 56 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

bebouwing getoetst aan de Bts voor wat betreft het aspect hinder. Voor wat betreft het aspect schade wordt aan de SBR getoetst. Volgens de Bts dienen maatregelen te worden overwogen indien één of meerdere van het volgende geldt: Vmax,straks > 0,2 en toename Vmax > 30% Vper,straks > 0,1 en toename Vper > 0% Doel van de maatregelen is: Vmax <= 0,4 en toename Vmax < 30% Toename Vper <= 0% Het overwegen van maatregelen betekent dat maatregelen worden ontworpen en afgewogen en dat vervolgens een doelmatigheidsafweging plaatsvindt om te bepalen of een maatregel daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Hoe de doelmatigheidsafweging dient plaats te vinden is niet in detail voorgeschreven in de Bts. Geadviseerd wordt een eigen doelmatigheidscriterium op te stellen als onderdeel van de planvorming. Nieuwbouw van woningen Voor de te ontwikkelingen nieuwe woningen in het plangebied is een quickscan uitgevoerd (zie Bijlage 3) aan de hand van de eerdere berekeningen door Movares rondom de ontwikkeling van de Spoorzone in Rijen.

4.12.3

Conclusie De dichtstbijzijnde nieuw te bouwen woningen, waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld liggen op een afstand van circa 150 meter van de spoorlijn Breda-Tilburg. In de omgeving hebben, n.a.v. een aantal klachten, metingen plaatsgevonden. Deze metingen, uitgevoerd door Movaris, hebben gediend als brongegevens voor deze Quick-Scan trillingen.

Figuur 4.9: stroomschema beoordeling trillinghinder Uit het uitgevoerde indicatieve onderzoek volgt dat voor de bouwblokken I., II. en VI. niet zondermeer wordt voldaan aan de streefwaarde A1 die volgt uit de SBR-richtlijn deel B, wel geldt voor alle bouwvlakken dat het trillingsniveau naar verwachting kleiner is dan de grenswaarde A2. Als gevolg daarvan is de Vper berekend, deze blijft onder de grenswaarde A3. Hieruit mag gesteld worden dat een verhoogde kans op trillingshinder in voldoende mate is uit te sluiten.

blad 57 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

4.13

Water

4.13.1

Wettelijk kader Op grond van artikel 3.1.1 Bro is de watertoets verplicht voor bestemmingsplannen. In een hierover op te nemen paragraaf dient te worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer-waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio.

Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren.

De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Het waterschap hanteert zogenaamde gevoeligheidsfactoren voor de compensatie van verhard oppervlak. Het tracé is gelegen in een gebied met gevoeligheidsfactor 1 (hoog). Een gevoeligheidsfactor hoog wordt gegeven aan de onderstaande gebieden: Natte gebieden, GHG kleiner dan 40 cm-mv; Gebieden met kans op inundatie in T100-situatie;

blad 58 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

Bij lozing in of in de nabijheid van natuurgebieden of waterlopen met aquatische natuurwaarde of doelstellingen; Bij lozing in of in de nabijheid van bebouwde kommen. In de Brabant Keur artikel 3.6.1 is het volgende opgenomen ten aanzien van de toename van verhard oppervlak: "Het is verboden zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen." Gemeentelijk rioleringsplan De Gemeente Gilze en Rijen stelt dat alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten waterneutraal uitgevoerd moeten worden. Verhard oppervlak wordt afgekoppeld en wordt bij voorkeur bovengronds geborgen. Als eis van de gemeente dient bij nieuwbouw 60 mm geborgen te worden in een infiltratievoorziening of oppervlaktewater in het plangebied. Voor de renovatie van de bestaande woningen wordt een infiltratievoorziening geëist van 7 mm. Situatie

Retentie / Infiltratie

Bestaande situaties

geen aanvullende retentie van hemelwater

Verbouwing zonder vergroting van verhard oppervlak

retentie van 7mm hemelwater, van toepassing op het gehele perceel

Verbouwing met vergroting van verhard oppervlak

retentie van 60 mm hemelwater, enkel van toepassing op het extra verhard oppervlak

Nieuwbouw

retentie van 60 mm hemelwater, van toepassing op het gehele perceel

4.13.2

Toetsing In de huidige situatie is het plangebied grotendeels verhard gebied door aanwezige bebouwing en bijbehorende openbare ruimte en parkeervoorzieningen. In de nieuwe situatie wordt het bestaand gebied in Rijen-Zuid herontwikkelt en wijzigt de openbare ruimte en bebouwing. Balans verhard oppervlak Voor de huidige en toekomstige situatie van het plangebied is een waterbalans overzicht opgesteld dat in onderstaande tabel is samengevat. Huidige situatie Toekomstige situatie Bebouwd oppervlak

2.892,3 m2

3.046,4 m2

Verhard terrein

7.077,9 m2

7.497,5 m2

Tuinen bij woningen (50% verhard)

2.344,5 m2

1.560 m2

Subtotaal verharding

12.314,7 m2

12.103,9 m2

Onverhard/ groen

4.963,8 m2

5.959,1 m2

Tuinen bij woningen (50% onverhard)

2.344,5 m2

1.560 m2

Subtotaal onverhard

7.308,3 m2

7.519,1 m2

Totaal plangebied

19.623 m2

19.623 m2

Uit de tabel blijkt dat het bebouwd en verhard terrein afneemt van 12.313,7 m2 naar 12.103,9 m2 . Dit volgt met name uit het feit dat door het appartementengebouw het aantal woningen toeneemt maar het bebouwd oppervlak door de gestapelde bebouwing afneemt. Het nieuwe hart van de wijk met de openbare ruimte en groen draagt bij aan een betere infiltratie van hemelwater. blad 59 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

Door de herinrichting van het openbaar gebied neemt het oppervlak aan groen toe van 7.308,3 m2 naar 7.519,1 m2 . Hierbij is in de nieuwe situatie ruim gerekend met verhard oppervlak voor de mogelijk nog aan te leggen extra parkeerplaatsen. De onverharde groenstroken die op termijn wellicht verhard kunnen worden zijn als 'Verkeer' bestemd en berekend als verharding. De toename aan groen c.q. onverhard oppervlak zal na realisatie van het plan groter zijn dan nu berekend. De algemene beleidsregel bij tuinen is dat deze voor 50% worden verhard, zowel in de bestaande als in de nieuwe situatie. Als met deze regel rekening wordt gehouden betekent dit dat de ontwikkeling van het plan resulteert in een afname aan verhard oppervlak van 210,8 m2 . Het plan voldoet daarmee aan de Keur van waterschap Brabantse Delta nu het verhard oppervlak afneemt door de nieuwe ontwikkeling. Afvalwater Afvalwater wordt als volgt afgevoerd: Afvalwater wordt gescheiden van de hemelwaterafvoer aangeleverd en afgevoerd naar gemengd rioolstelsel. Waterkwaliteit: hemelwater De gemeente Gilze en Rijen stelt als eis dat bij voorkeur hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld. Het verdiend hierbij de voorkeur om het schone hemelwater ter plaatse te bergen en langzaam te laten infiltreren. Het initiatief betreft bestaand stedelijk gebied waardoor het realiseren van (oppervlakte) berging moeilijk te realiseren is.

Het schone hemelwater wordt daarom gescheiden van het vuilwater afgevoerd (hemelwaterafvoer; HWA) via de bestaande hemelwaterriolering. Het vuilwater wordt aangesloten op de bestaande riolering (droogweerafvoer; DWA). Het afvalwater wordt van daaruit afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Door de scheiding van het vuilwater van het hemelwater wordt de riolering veel minder belast. Om verdere invulling te geven aan en duurzaam waterbeheer, kan bij eventuele bouwwerkzaamheden rekening gehouden worden met duurzaam bouwen. In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij bouwwerkzaamheden wordt geadviseerd gebruik te maken van niet-uitloogbare bouwmaterialen in verband met de waterkwaliteit. Dit houdt in dat toepassing van materialen voor daken, dakgoten en hemelafvoeren zoals zink, koper, lood etc. wordt afgeraden, tenzij de materialen zijn voorzien van een coating. Waterkwaliteit: Oppervlaktewater Binnen de planlocatie is geen oppervlaktewater aanwezig waarop het afgekoppelde hemelwater afgevoerd kan worden.

Op basis van het voorliggende plan neemt het oppervlak verhard gebied af en is geen watercompensatie in de vorm van extra oppervlaktewater noodzakelijk. Wel biedt het plangebied mogelijkheden tot het aanleggen van een infiltratiesysteem voor het afstromende hemelwater. Een mogelijkheid is om een ondergrondse infiltratievoorziening te realiseren onder de parkeerplaatsen. Ook kan door bijvoorbeeld gebruik te maken van zoveel mogelijk halfopen verharding op het parkeerterrein worden bijdragen aan een goede waterhuishoudkundige situatie. Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het bouwen zal aangegeven worden op welke manier al het binnen het plangebied vrijkomende hemelwater wordt geïnfiltreerd c.q. afgevoerd. Veiligheid Het plangebied is niet gelegen in een beschermingszone van een waterkering. Natte natuur / verdroging blad 60 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

Het plangebied is niet gelegen in (nat) natuurgebied en er zijn geen (natte) ecologische verbindingszones aanwezig. Verdroging zal niet optreden door de voorgestane ontwikkelingen, omdat het (grond)waterpeil niet zal worden aangepast. Conclusie voor bestemmingsplan De ruimtelijke ontwikkeling heeft weinig tot geen gevolgen voor het watersysteem. In het kort gaat het om: Het verhard oppervlak neemt bij de ontwikkeling af met 210,8 m2 . Deze afname past binnen het beleid van de Keur van het Waterschap Brabantse Delta waardoor er geen maatregelen noodzakelijk zijn voor het opvangen van hemelwater in het plangebied. Er vindt geen lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater. Het plangebied ligt niet op of nabij een waterkering of belangrijke watergang. Het realiseren van de nieuwbouw, na sloop van de bestaande woningen, heeft geen (negatieve) invloed op de waterkwaliteit. Bij de herontwikkeling van het gebied dient rekening te worden gehouden met de eisen uit het gemeentelijk rioleringsplan. Uitwerking gemeentelijk rioleringsplan In het stedenbouwkundig plan is de eerste aanzet gegeven voor de opvang van hemelwater bij hevige neerslag. “De openbare ruimte rondom het hart van de wijk wordt gekenmerkt door veel bestaande bomen. Er worden nieuwe groenvoorzieningen toegevoegd die meer biodiversiteit in de wijk zullen brengen.

Daarnaast zal het regenwater zoveel als mogelijk in deze parkzones geborgen worden. De parkruimtes zijn onderling verbonden, vooral voor voetgangers. Hierdoor zijn er betere verbindingen mogelijk tussen de Militaire wijk en de te vernieuwde stationsomgeving (ten noordoosten van de wijk), maar ook met de naastgelegen woonbuurt Atlanta. Routes en speelvoorzieningen kunnen door alle bewoners, in en rondom de militaire wijk, beter gebruikt worden. De inrichting van de openbare ruimte wordt in samenspraak met de gemeente (als eigenaar en beheerder) later nader uitgewerkt in nauwe samenwerking met Leystromen en de bewoners van de Militaire wijk.” Met behulp van de gemeentelijke toetsingstabel en het bestemmingsplan waarin de sloop/ nieuwbouw wordt geregeld inclusief de renovatie van de bestaande woningen is voor het gehele project een berekening opgesteld: 1. 2.

Verhard oppervlak bestaande woningen x 0,007 (meters) in geval van renovatie op basis van het gehele perceel Verhard oppervlak nieuwe woningen x 0,06 (in meters) bij nieuwbouw.

Ad.1. Voor de bestaande te renoveren woningen is de retentie eis voor de percelen dan ca. 22.770 m2 x 0,007 = 159,39 m3 waterberging. Ad.2. Voor de sloop/ herbouw is de retentie eis aan de hand van de opgestelde watertoetstabel de optelling van de nieuwe (woon)bebouwing 3.046,40 m2 en de bijbehorende tuinen 3.120,00 m2 x 0,06 = 370,2 m3 waterberging. In onderstaande figuur 4.10 is de waterberging uitgewerkt rondom het hart van de wijk. De verwachting is dat de K-waarde van het plangebied vrij hoog is waardoor water niet lang zichtbaar zal zijn in de openbare ruimte. Dat maakt het mogelijk om op veel plaatsen in de buitenruimte greppels, holtes en laagtes te maken die tevens goed kunnen werken als spelaanleiding en anti-parkeer oplossing. blad 61 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

In onderstaand kaartbeeld is een inschatting gemaakt van de m2/m3 berging in het groen van het ontwikkeldeel. Je zou dan al zo'n 300 m3 in de wadi's kunnen bergen, met behoud van de bestaande bomen (30 cm berging). De parkeerplaatsen in het centrumgebied van de wijk kunnen uitgevoerd worden als grasparkeerplaatsen in puinfundering. Hier kan ook zo'n 10 cm/m2 kunnen worden geborgen, wat nog eens 85 m3 oplevert. Daarmee is de opgave voor het bestemmingsplan geregeld.

Figuur 4.10: mogelijkheden waterberging Bij de inrichting van het openbaar gebied in de militaire wijk wordt de waterberging verder uitgewerkt een aangelegd. De gemeentelijke normen worden daarbij gebruikt.

4.14

MER-beoordeling Per 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarde in onderdeel D. Dit betekent dat voor activiteiten die genoemd staan in het Besluit m.e.r. (bijvoorbeeld woningbouw, kantoren, bedrijven, recreatie, etc.) maar onder de gestelde indicatieve drempelwaarden zitten toch een beoordeling of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Inhoudelijk is deze beoordeling gelijk aan een m.e.r.-beoordeling (die uitgevoerd moet worden bij activiteiten uit onderdeel D die wel boven de drempelwaarden zitten), maar er gelden geen procedurele verplichtingen aan, behalve dat het opgenomen moet worden in de toelichting van het betreffende besluit. De sloop van 47 woningen en de bouw van 56 nieuwe woningen levert per saldo de toevoeging van 9 nieuwe woningen op. De realisatie van 9 grondgebonden sociale sector huurwoningen is terug te vinden in een stedelijk ontwikkelingsproject uit lijst D 11.2 van het Besluit m.e.r. Het aantal van 9 woningen ligt ruim onder de drempelwaarde van 2.000 of meer woningen. Voor de realisatie voornemen in het plangebied zijn diverse onderzoeken uitgevoerd en samengevat in dit bestemmingsplan waarin is aangetoond dat de ontwikkeling voldoet aan de gestelde milieueisen.

blad 62 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

Afbeelding 4.10: Uitsnede lijst D van het Besluit m.e.r. Conclusie voor bestemmingsplan Op basis van de beschikbare informatie die in de toelichting van dit bestemmingsplan is samengevat blijkt dat de voorgenomen activiteit niet leidt tot mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Het is dus niet noodzakelijk om een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Voor het project is een separate aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld die door de gemeente Gilze en Rijen wordt betrokken in de besluitvorming. Deze is als Bijlage 10 toegevoegd bij dit bestemmingsplan.

blad 63 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

blad 64 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische regelgeving

Inleiding Het doel van dit bestemmingsplan is het planologisch vastleggen van de herontwikkeling van Rijen-Zuid. De sloop van 47 woningen en de bouw van 55 nieuwe woningen wordt hierdoor mogelijk gemaakt. Het vigerende bestemmingsplan Woongebied Rijen voorziet niet in grootschalige veranderingen van de ruimtelijke en functionele structuur. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de daarop betrekking hebbende regels, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden.

5.2

Systematiek van de regels De gemeente Gilze en Rijen hanteert een bestek waar een bestemmingsplan aan dient te voldoen. Een hulpmiddel wat de gemeente daarbij gebruikt is een standaard opzet voor het maken van regels bij bestemmingsplannen. Elk bestemmingsplan blijft echter maatwerk. De opzet van de regels is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen en het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 2 bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels voor gebouwen; Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen; Bouwregels voor bouwwerken, niet zijnde gebouwen; Eventuele afwijkingen van de bouwregels; Gebruiksregels; Eventuele afwijkingen van de gebruiksregels. In dit hoofdstuk worden de bestemmingen van gronden als eerste beschreven en daarna gevolgd door de eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen, waarden en waterstaatsdoelen.

Hoofdstuk 3: Algemene regels Het derde hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: Anti-dubbeltelregel: met deze bepaling wordt beoogd misbruik van de regels door middel van (privaatrechtelijke) wijzigingen in de eigendomsverhoudingen van gronden te voorkomen; Algemene bouwregels: dit artikel bevat de bouwregels van algemene bouwwerken die binnen het gehele plangebied kunnen worden opgericht; Algemene aanduidingsregels: dit artikel bevat aanduidingen die betrekking hebben op meerdere bestemmingen en heeft betrekking op de monumentale bomen; Algemene afwijkingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in de

blad 65 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

regels gegeven maten en percentages met betrekking tot het bouwen, het oprichten van gebouwen van openbaar nut en het in beperkte mate verschuiven van bestemmingsgrenzen; Algemene gebruiksregels; dit artikel regelt in algemene zin welk gebruik niet is toegestaan. Handhaving vindt plaats op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); Algemene wijzigingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingsgrenzen; Algemene procedureregels. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: Overgangsrecht: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven; Slotregel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.

5.3

Bestemmmingsplanregeling plangebied In het bestemmingsplan Militaire Wijk te Rijen zijn de volgende bestemmingen opgenomen. Artikel 3 Groen De hoofdgroenstructuur binnen het stedenbouwkundig plan van de Militaire Wijk is als Groen bestemd. Binnen deze bestemming zijn ook andere voorzieningen mogelijk. Artikel 4 Verkeer De nieuwe wegenstructuur in de militaire wijk is bestemd als Verkeer. Ook de nieuwe parkeervoorzieningen zijn in deze bestemming opgenomen. Aanvullend op het stedenbouwkundig plan zijn ook enkele gebieden bestemd als Verkeer waar in de toekomst extra parkeervoorzieningen kunnen worden aangelegd. Artikel 5 Wonen De woonpercelen, inclusief achterpaden naar de percelen toe, hebben de bestemming 'Wonen' gekregen. Binnen deze bestemming bepaalt het bouwvlak het gebied waarbinnen het hoofdgebouw (de woning) moet worden gebouwd. De hoogte van de woningen wordt geregeld door de maximale goothoogte en bouwhoogte per bouwvlak op te nemen. Deze maatvoering is gebaseerd op het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitplan. Artikel 6 Waarde - Archeologie - 6 Het gehele plangebied, heeft conform het archeologisch beleid en het bestemmingsplan Woongebied Rijen, de dubbelbestemming “Waarde - Archeologie - 6” vanwege de archeologische verwachtingswaarden ter plaatse.

Op de verbeelding is daarnaast ook de gebiedsaanduiding 'overige zone - IHCS - 1' en 'vrijwaringszone ils-9' opgenomen. Het plangebied ligt binnen het horizontale obstakelvrije vlak van vliegbasis Gilze-Rijen (onderdeel van de Inner Horizontal en Conical Surface: IHCS) van + 56 meter NAP en de luchtvaartverkeerzone (maximale bouwhoogte +NAP). Gevolg daarvan is dat binnen het plangebied niet hoger dan tussen 30,6 en 32,6 +NAP meter mag worden gebouwd.

blad 66 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid De herontwikkeling van het woongebied Militaire Wijk in Rijen-Zuid is een project van Woonstichting Leystromen. Voor de herontwikkeling van de wijk is tussen woonstichting Leystromen en de gemeente Gilze-Rijen een overeenkomst gesloten. De gemeente Gilze en Rijen heeft geen financiële risico's bij de ontwikkeling van dit plan. In de overeenkomst zijn de procedurele kosten voor het bestemmingsplan en eventuele planschade zijn gedekt. Het plan is hiermee financieel uitvoerbaar en er hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Gilze en Rijen.

blad 67 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

blad 68 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Militaire Wijk Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 460276

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Woonstichting Leystromen heeft samen met de gemeente een omgevingsdialoog georganiseerd over het voornemen tot sloop/nieuwbouw en renovatie en het daarbij behorende stedenbouwkunde plan. Ook via informatie/ nieuwsberichten zijn de bewoners geïnformeerd. Het concept-ontwerp bestemmingsplan is conform artikel 3.1.1. Bro voorgelegd aan de bevoegde instanties. Gelet op de voorgenomen ontwikkelingen heeft de gemeente Gilze en Rijen ervoor gekozen om tijdens het ter inzage leggen van het concept-ontwerp bestemmingsplan een informatieavond te organiseren.

7.1 Bro

Resultaten omgevingsdialoog en vooroverleg ex artikel 3.1.1

Omgevingsdialoog Op 25 Januari 2020 zijn de huurders van de 160 huurwoningen van Leystromen geïnformeerd over de plannen voor de militaire wijk. Op 2 Maart 2020 heeft Leystromen de plannen aan de gemeenteraad gepresenteerd. Op 11 Maart 2020 heeft Leystromen de omwonenden van de Militaire wijk door middel van een inloopavond op de hoogte van de plannen gebracht. Aan de hand van de opmerkingen uit de omgevingsdialoog is het stedenbouwkundig plan geoptimaliseerd. De geplande appartementen op de hoek van de Karel Doormanstraat en het Willem I plein zijn vervallen, hier worden nu grondgebonden woningen gerealiseerd. Ook zijn er werkgroepen met bewoners gevormd waarin de plannen verder worden uitgewerkt. Vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) De gemeente Gilze en Rijen heeft in het kader van het wettelijke vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening het bestemmingsplan toegezonden voor een reactie aan haar overlegpartners waaronder het Rijk (Rijkswaterstaat), de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta. Naar aanleiding van het vooroverleg hebben de (semi)overheidsinstellingen die om een reactie zijn gevraagd aangegeven zich te kunnen vinden in het bestemmingsplan.

7.2

Tervisielegging ontwerp-bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor een ieder gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kunnen zienswijzen gegeven worden.

7.3

Vaststelling bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan Militaire Wijk te Rijen-Zuid zal met eventuele zienswijzen, ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. Het besluit zal als bijlage worden toegevoegd aan dit bestemmingsplan.

blad 69 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid Toetsing Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland

projectnummer 0460276.100 definitief revisie 01 4 mei 2020

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid Toetsing Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland projectnummer 0460276.100 definitief revisie 01 4 mei 2020

Auteurs R.T. Vermoolen

Opdrachtgever Stichting Leystromen Julianastraat 51 5121 LN RIJEN

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 4 mei 2020

beschrijving revisie 01 definitief

goedkeuring ing. R.H. van Trigt

vrijgave P.F.G.M. Kennes

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

5 6 7 8

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

9

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Brabant en Groenblauwe mantel

9 9 10 10 10

3

Methodiek

12

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

12 12 13 13

4

Resultaten

14

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Brabant en Groenblauwe mantel

14 16 16 17 19 20 20 20

5

Toetsing

22

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2

Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Uitvoerbaarheid/Ontheffing aanvragen Toetsing effect op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Groenblauwe mantel

22 22 22 23 25 26 26 26

6

Bronnen

27

Bijlagen

1

Blad 1 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Bijlage 1: Wettelijk kader

2

Rijen

Figuur 0.1. Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: Street Smart, 2020.

Figuur 0.2. Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: Pdokviewer (Top25), 2020.

Blad 2 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Conclusies en advies Leystromen is voornemens om in Rijen-Zuid ‘de militaire wijk’ te vernieuwen door middel van verkoop, renovatie en sloop. Dit voornemen is echter niet geheel in het huidige bestemmingplan toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het NNB en de Groenblauwe mantel. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.

Conclusies: Beschermde gebieden In het plangebied is geen Natura 2000-gebied, NNB-gebied of Groenblauwe mantel aanwezig. Van directe aantasting van beschermde gebieden is dan ook geen sprake. Van indirecte aantasting van NNB-gebied grenzend aan het plangebied is ook geen sprake. De renovatie en sloop van de woningen brengt geen extra, wezenlijke verstoring met zich mee ten opzichte van het dagelijkse gebruik. Significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB als gevolg van het plan kunnen worden uitgesloten. Indirecte aantasting voor omringend Natura 2000-gebied is niet op voorhand uitgesloten als gevolg van een verhoogde stikstofemissie veroorzaakt door het planvoornemen. Dit effect dient te worden getoetst middels een stikstofberekening (AERIUS). Indien negatieve effecten aan de orde zijn, dienen noodzakelijke vervolgstappen te worden genomen. Tabel 0.1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000

NNB & Groenblauwe mantel

Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Ja

Ja

Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Mogelijk Ja, AERIUS berekening

Nee Nee

Mogelijk

Ja

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen); Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten – huismus (mogelijk verblijfplaatsen); Vleermuizen – mogelijk verblijfplaatsen gebouw- en boombewonende soorten en mogelijk (essentiële) vliegroutes en foerageergebied; (land)Zoogdieren (steenmarter) – mogelijk verblijfplaatsen. In Tabel 02 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

Blad 3 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Tabel 0.2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Nader Essentieel onder Is er sprake van een Soort leefgebied in zoek overtreding plangebied? nodig ?

Algemene broedvogels

Mogelijk

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten [huismus]

Mogelijk verblijfplaatsen huismus

Vleermuizen

Mogelijk, te slopen woningen en bomen in openbare ruimte kunnen dienen als geschikte verblijfplaats. Daarnaast kan beplanting als (essentiële) vliegroute en foerageergebied worden gebruikt.

(land) Zoogdieren [steenmarter]

Mogelijk verblijfplaats steenmarter

Vervolgstappen Ontheffing noodzakelijk

Nee

Nee, mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt, het plangebied ongeschikt is gemaakt voor het broedseizoen of een ecoloog de werkzaamheden controleert.

Nee

Ja

Mogelijk, het gebruik van het plangebied dient te worden bepaald door nader onderzoek.

Mogelijk

Werkzaamheden uitvoeren buiten het broedseizoen, plangebied ongeschikt maken voor het broedseizoen of uitvoeren werkzaamheden in de aanwezigheid van een ecoloog. Uitvoeren van nader onderzoek begin april-half mei. Indien verblijfplaats aanwezig ontheffing Wnb aanvragen

Ja

Mogelijk, indien te slopen woningen en te kappen bomen daadwerkelijk als verblijfplaats wordt gebruikt en de vliegroute en/of foerageergebied essentieel is.

Mogelijk

Uitvoeren onderzoek tussen half mei en half oktober naar gebruik verblijfplaatsen vliegroutes en foerageergebied in het plangebied. Indien verblijfplaatsen en/of een essentiële vliegroute/foerageergebied aanwezig zijn ontheffing Wnb aanvragen

Mogelijk

Mogelijk, indien daadwerkelijk verblijfplaatsen aanwezig zijn en gesloopt worden

Nee, mits gekozen wordt om te werken volgens een goedgekeurde gedragscode

Werken volgens goedgekeurde gedragscode

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage 1 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Blad 4 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Leystromen is voornemens om in Rijen-Zuid ‘de militaire wijk’ te vernieuwen door middel van verkoop, renovatie en sloop. Dit voornemen is echter niet geheel in het huidige bestemmingplan toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Street Smart 2018.

Blad 5 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

1.2

Planvoornemen In het plangebied wordt ‘de militaire wijk’ herontwikkelt. Hiervoor worden enkele woonblokken gesloopt aan de Karel Doormanstraat, Frederikplein en Willem I plein. De overige woningen worden gerenoveerd of verkocht. Daarnaast zal de openbare ruimte tussen de woonblokken vernieuwd worden, waarbij mogelijk een deel van het aanwezige groen wordt verwijderd. Zie Figuur 1.2 voor de ligging van de te verkopen, renoveren en te slopen woningen. Figuur 1.3 geeft een impressie van de toekomstige inrichting.

6

Figuur 1.2. Planvoornemen wijkvernieuwing ‘de militaire wijk’ Rijen-Zuid. Bron Leystromen.

Blad 6 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Figuur 1.3. Impressie van de toekomstige inrichting. Bron Leystromen.

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met Wet natuurbescherming en het beschermingsregime van het Natuurnetwerk Brabant (NNB en de Groenblauwe mantel). De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.

Blad 7 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNB, Groenblauwe mantel en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming, het NNB en de Groenblauwe mantel.

Blad 8 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de voorliggende Natuurtoets wordt niet ingegaan op de bescherming van houtopstanden. De enkele bomen in het plangebied vallen namelijk niet onder de bescherming van houtopstanden in het kader van de Wnb. Een toetsing is daarom niet aan de orde. De toets aan de hand van de plaatselijke verordening of een omgevingsvergunning voor het kappen nodig is, valt buiten de scope van deze natuurtoets bij het bestemmingsplan. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’, in Noord-Brabant Natuurnetwerk Brabant genoemd (hierna NNB). De bescherming van het NNB verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen).

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting.

Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).

Blad 9 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, en ook beschreven in Bijlage 1 tabel B en C van voorliggende rapportage. Voor de diersoorten in bijlage A Wnb geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor de plantensoorten in bijlage B Wnb geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten.

In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Provincies zijn niet altijd het bevoegd gezag voor ontheffing verlening. In bepaalde gevallen1 is dit het rijk (via RVO). Bij voorliggend project dat mogelijk gemaakt wordt door het bestemmingsplan is de provincie bevoegd gezag.

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden, dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

2.3.2

Natuurnetwerk Brabant en Groenblauwe mantel Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Brabant is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, voor de provincie NoordBrabant is dit het Natuurnetwerk Brabant. 1

https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wetnatuurbescherming/taken-en-rolverdeling-bevoegdheden

Blad 10 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

De natuurgebieden die behoren tot het NNB en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNB. De Provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking. Dit houdt in dat ook voor ontwikkelingen buiten NNB-gebied rekening gehouden dient te worden met mogelijke effecten op (aangrenzend) NNB-gebied. Ontwikkelingen die buiten NNB gebieden plaatsvinden, kunnen negatief effect hebben op waarden van dergelijke gebieden, bijvoorbeeld vanwege geluid, licht of betreding. Voor verspreiding van stoffen in de lucht (waaronder stikstofdepositie) wordt geen externe werking gehanteerd. Groenblauwe mantel De Provincie Noord-Brabant kent daarnaast de Groenblauwe mantel. Dit vormt het gebied tussen NNB-gebied (ook wel groenblauw kerngebied genoemd) en het omliggende agrarische en stedelijk gebied. De groenblauwe mantel heeft als doel om de natuurgebieden te versterken en verbinden. Een bestemmingsplan gelegen in de groenblauwe mantel stelt regels ter bescherming van deze gebieden (Verordening ruimte Noord-Brabant, geconsolideerde versie januari 2019).

Blad 11 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2015-2020 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Daarnaast is gebruik gemaakt van gegevens in een eerder opgestelde rapportage voor een soortenmanagementplan (SMP) voor het gehele huizenbezit van Leystromen (Arcadis, 2017) alsook de hiervoor in 2018 verkregen generieke ontheffing van de provincie NoordBrabant. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van LNV of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNB is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 12 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 17 februari 2020 is vanaf circa 11:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij licht bewolkt weer met een temperatuur van circa 9 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet belopen. De aanwezige bebouwing en bomen zijn bekeken met een verrekijker (10x42).

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 13 van 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11802478/1