CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Handreiking zonne-energie gemeente Gilze en Rijen

Raadscommissie Ruimte 21 september 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststellen handreiking zonne-energie11.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

-

c n o c

t p e

Handreiking zonne-energie | Gilze en Rijen

Inhoudsopgave

2

Laats gewijzigd: 19/08/2021 LOS stadomland B.V. Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl

1

Inleiding

5

2

Doelen

9

3

Leidende principes

15

4

Zonnepanelen: ja, graag

23

5

Ja, mits

25

6

Nee, tenzij

37

7

Nee, nooit

49

8

Analyse

51

9

Toetsingscriteria

61

1 Inleiding 1.1 Doel Als gemeente Gilze en Rijen hebben we de ambitie om een bijdrage te leveren aan de energietransitie en specifiek aan het behalen van onze regionale CO2reductie doelstelling. We hebben daarvoor eigen duurzaamheidsbeleid1 en we doen mee in de REKS Hart van Brabant. Als gemeente kiezen we voor maximaal opwekken van zonne-energie door de ruimte op daken te benutten. Maar zelfs met deze maximale inzet op dak kunnen we een groot gedeelte van de energievraag in de gemeente niet invullen. Daarnaast hebben we als gemeente beleid nodig over hoe wij wensen om te gaan met initiatieven voor zonne-energie anders dan op daken.

4

Met deze handreiking willen we 4 zaken bereiken: 1. We willen onze eigen ambities wat betreft opwek van zonne-energie nogmaals neerzetten. 2. We willen laten zien op welke wijze opwekken van zonne-energie in bepaalde gebieden wél voorstelbaar is. Dat doen we niet door strakke regels maar

Foto: fietsers in het buitengebied

1 Met het Koersdocument duurzaam Gilze en Rijen geven wij aan hoe wij een Duurzaam Gilze en Rijen voor ons zien. Het Koersdocument is via de website www.gilzerijen.nl/duurzaamheid in te zien.

door het schetsen van principes. Bij die principes zijn we vooral op zoek naar hoe meerwaarde gerealiseerd kan worden. Met deze principes willen we initiatiefnemers een handreiking geven hoe zij met deze materie kunnen omgaan en willen we ze uitnodigen tot een gesprek om het algemeen belang voldoende onder de aandacht te brengen. 3. We geven regels over hoe we plannen en initiatieven zullen toetsen. 4. Ook willen we aangegeven waar we zonne-energie niet vinden passen vanwege specifieke gebiedswaarden en gebiedsdoelen.

1.2 Proces Deze handreiking is opgesteld in het proces waarin we samen hebben gewerkt met onze buurgemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau. We werken op meerdere thema’s samen binnen de ABG-organisatie. In het proces zijn diverse stakeholders betrokken in een interview ronde (september/oktober 2020) en in een brede sessie (4 november 2020) waarin bij de stakeholders hun inzichten zijn opgehaald. Ook heeft een ophaalbijeenkomst plaatsgevonden met bewoners op 16 februari 2021 waarbij zo’n 100 inwoners aanwezig waren.

5

We hebben met inwoners nog niet over de concepthandreiking gesproken, maar diverse onderwerpen die uiteindelijk een plek hebben gekregen in deze handreiking zijn tijdens de ophaalbijeenkomst aan bod gekomen. Ook is de gemeenteraad betrokken in een brede meedenkronde op 17 december 2020. Op 13 april 2021 is een eerste concept handreiking besproken in de Commissie Ruimte. Deze inbreng is samen met de ambtelijke inbreng meegenomen in de concept handreiking die voor u ligt. Met het opleveren van deze concept handreiking is het proces nog niet afgerond. De inwoners en stakeholders kunnen nu, tijdens de inzageperiode, reageren op deze handreiking. De reacties bundelen we in een eindverslag. Hierin staan de zienswijzen, maar ook of en hoe deze zijn verwerkt in de definitieve handreiking zonne-energie. Tot slot gaat de definitieve handreiking naar de commissie Ruimte en de gemeenteraad ter besluitvorming.

6

1.3 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk zetten wij eerst onze doelen op een rijtje. Daarbij leggen we een link met de REKS en onze eigen duurzaamheidsambitie. Vervolgens in hoofdstuk 3 geven we enkele algemene principes voor opwek van zonne-energie. Die werken we daarna in drie achtereenvolgende hoofdstukken (hoofdstuk 4,5 en 6) uit door aan te geven op welke wijze en in welke gebiedstypen wij opwek van zonneenergie voorstelbaar vinden. Dat doen we in 3 niveaus van de zogenaamde zonne-ladder: ‘Ja, graag’, ‘Ja, mits’ en ‘Nee, tenzij’. Initiatieven in de ‘Nee, tenzij’categorie staan in navolging van de REKS Hart van Meerleseweg passeert Groote of Roode Beek

Brabant tot 2023 on hold (zie hoofdstuk 6). Ten slotte geven we in hoofdstuk 7 ook aan in welke gebieden we opwek van zonne-energie absoluut niet willen. Dat is trede ‘Nee, nooit’ van de zonne-ladder. In het hoofdstuk daarna (hoofdstuk 8) kunt u de gebiedsanalyse lezen, waarmee helder wordt waarom en waar we, via inzicht in de gebiedskwaliteiten, zijn gekomen tot uitsluiting. We sluiten af (hoofdstuk 9) met concrete regels voor de inpassing van zonne-energie.

1.4 Status van deze versie Zoals gezegd bij 1.2 Proces betreft dit de conceptversie, die we volgens de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage leggen. Met deze conceptversie doen we een voorstel voor algemene (ontwerp) principes voor de opwek van zonne-energie in de gemeente Gilze en Rijen. De handreiking zonne-energie wordt pas definitief, nadat de zienswijzen goed zijn verwerkt en de commissie Ruimte en de gemeenteraad de definitieve handreiking zonne-energie vaststellen. In 2023 wordt zowel de REKS Hart van Brabant als deze handreiking herzien. Er wordt op dat moment opnieuw gekeken of het openstellen van de tranche ‘Nee, tenzij’ wenselijk is.

7

2 Doelen Met het Koersdocument duurzaam Gilze en Rijen geven wij aan hoe wij een duurzaam Gilze en Rijen voor ons zien en beschrijven we onze duurzaamheidsambities. Ook voor het thema energie is in het Koersdocument voor 2030 en 2040 een stip op de horizon gezet waar we naartoe werken. Voor 2030 luidt de doelstelling als volgt: We hebben onze CO2-uitstoot verminderd met minstens 49% ten opzichte van 1990. Dit doen we door energiebesparing, schone (duurzame) energieopwekking, duurzame mobiliteit en zuinig gebruik van grondstoffen. Dat pakken we zowel lokaal als regionaal op.

8

Richting 2040 leggen we de lat nog hoger, we streven er dan naar om een CO2-neutrale gemeente te zijn. Dat betekent dat alle energie die op ons grondgebied wordt gebruikt, duurzaam is opgewekt. Deze duurzame opwek vindt bij voorkeur plaats op ons eigen grondgebied of in de Regio Hart van Brabant.

2.1 Waar staan we nu?

Foto: zonnepanelen op dak

De afgelopen jaren hebben we het opwekken van schone energie via zon op dak gestimuleerd, o.a. via de duurzaamheidslening, via het project “zon op bedrijfsdaken” en via regelingen zoals de RRE. Ook in regionaal verband hebben we ons verbonden aan de doelstelling om gezamenlijk in de Regio Hart van

Brabant in 2030 300 hectare zon op bedrijfsdaken te realiseren. Met deze inzet streven we ernaar om 25% van de bedrijfsdaken en 25% van de particuliere daken in de gemeente belegd te hebben met zonnepanelen in 20301. Dat levert ongeveer 40.500 MWh aan duurzame elektriciteit op. Ter vergelijking, de totale elektriciteitsbehoefte van Gilze en Rijen in 2019 was ongeveer 144.000 MWh (Klimaatmonitor, 2019). Met volle inzet op zon op dak zijn we in Gilze en Rijen in 2030 voor 28% energieneutraal (warmte buiten beschouwing gelaten)2.

1 Meer dan 25% van de daken benutten voor zonne-energie voor 2030 is niet realistisch. Niet alle daken zijn geschikt voor het opwekken van zonne-energie en niet elke dakeigenaar is in de positie om zonnepanelen op het dak te leggen. Het percentage van 25% volgt ook uit (de vooronderzoeken voor) de REKS als reële doelstelling voor zon op dak. 2 In deze aanname is het verwachte elektriciteitsgebruik in 2030 gelijkgezet aan dat van 2019. Naar verwachting hebben energiebesparende maatregelen en zuinigere processen invloed op ons elektriciteitsgebruik in 2030, evenals verdere elektrificatie van onze auto’s en van het verwarmen van woningen. Over het algemeen is de (landelijke) aanname dat onze elektriciteitsgebruik richting 2030 zal toenemen, exacte cijfers daarvoor hebben we echter nog niet.

9

2.2 Wat is onze opgave voor zon op land? Binnen de gemeente kan er geen duurzame energie worden opgewekt met windmolens vanwege de (hoogte)beperkingen rondom de vliegbasis. De zon is de enige energiebron waar we tot 2030 aanspraak op kunnen maken om duurzame energie mee op te wekken. Als we onze doelstellingen richting 2030 en 2040 willen realiseren met duurzame energie uit Gilze en Rijen, dan zullen we naast zon op dak ook moeten kijken naar zon op land. Om in 2030 49% energieneutraal te zijn (excl. warmte) zal er nog ruim 30.000 MWh aan duurzame energie extra moeten worden opgewekt. Uitgaande van een opwekcapaciteit van 900.000 KWh per hectare per jaar, komt dat overeen met ongeveer 35 hectare zonneveld. 10

Hierin is echter nog een keuze te maken. In de Regio Hart van Brabant wordt via de REKS in hubs grootschalige duurzame energie opgewekt. Deze regionale opwek kan ook bijdragen aan onze doelstellingen. Via de bijgevoegde discussiememo willen we in gesprek met de Commissie Ruimte om gezamenlijk invulling te geven aan de opgave en de begrenzing van de beleidsruimte in deze handreiking. Aan de hand van de kaart hiernaast krijgt u een beter beeld hoeveel 35 hectare nu is binnen de gemeentegrenzen van Gilze en Rijen. Met rood zijn de vierkanten van 25 hectare aangegeven. In het zwart zijn op een aantal plekken vierkantjes van 1 ha. aangegeven. < Topografische kaart met hierop een raster met vierkanten van 25 ha.

11

Wat is een zonnepark? Een zonnepark is een energiecentrale waarmee uit zonlicht elektriciteit wordt opgewekt. De energie in een zonnepark wordt opgewekt met zonnepanelen, fotovoltaïsche panelen (pv-panelen), die aaneengeschakeld zijn en meestal en in rijen staan opgesteld. De panelen staan op zogenaamde ‘tafels’ (frames). Dit is het zonneveld, het functionele deel van het zonnepark.

12

Wat speelt er bij de opstelling en wat zijn de effecten? Oriëntatie panelen; effect op opbrengst en spreiding Zuidgerichte panelen leveren meer opbrengst dan oost-westgerichte panelen. Een zuidgerichte opstelling heeft in het algemeen wel een ruimere opzet om te voorkomen dat de panelen schaduw werpen op volgende rijen. Oost-westgerichte opstellingen hebben, hoewel de opbrengst per paneel lager is, een hogere totaalopbrengst; het aantal panelen per hectare kan groter zijn en vanwege de verschillende oriëntatie kan per dag langer energie opgewekt worden.

Zonnepanelen worden vaak zuid gericht, maar ook oost-westgericht geplaatst. De paneelopstellingen kent verschillende hoogtes tussen 1 en 3 m. Naast de panelen zelf bestaat een zonnepark in het algemeen uit verschillende andere technische voorzieningen: • Omvormers (om de stroom om te zetten van gelijkstroom naar wisselstroom); • Transformatoren (om laagspanning om te zetten naar midden- of hoogspanning); • Een hekwerk; • Camera’s.

Hoogte van de panelen; effect op zicht, beleving en kwaliteit onder de panelen De hoogte heeft een belangrijk effect op de beleving. Opstellingen tot 1,5 m hebben minder effect op de openheid van het landschap omdat je er overheen kunt kijken. De hoogte van de panelen heeft in samenhang met de dichtheid ook effect op de bodemkwaliteit (waterhuishouding, lichtinval, bodemleven) en dus op de mogelijkheden voor ecologisch of agrarisch dubbelgebruik. Hogere opstellingen maken ondergroei en bijvoorbeeld begrazing mogelijk. Doordat weer en wind bij hoge en ruim opgezette panelen meer invloed hebben en regenwater onder de panelen waait, zijn de effecten op waterhuishouding en bodemleven minder negatief.

Op een zonneveld kan op dit moment ca 1 MWh/jaar per hectare worden opgewekt, afhankelijk van het type opstelling (tussen de 0,8 en 1,25). Een hectare zonneveld levert elektriciteit op voor zo’n 200 huishoudens. De energie die wordt opgewekt kan geleverd worden aan het net of direct worden gebruikt in de omgeving. Bij grootschalige zonneparken wordt de opgewekte stroom in de regel geleverd aan het net.

Dichtheid van de panelen; effect op onbedekte ruimte en kwaliteit onder de panelen

Illustratieve schets zonnepark

De dichtheid heeft effect op de licht- en regeninval en is daarmee van belang voor de biologische bodemkwaliteit en de mogelijkheden voor ecologisch en

agrarisch dubbelgebruik. De dichtheid van de panelen is medebepalend voor de elektriciteitsopbrengst van een opstelling. De dichtheid hangt samen met de oriëntatie van de opstellingen. Bij zuidgerichte opstellingen is de ruimte tussen de paneelrijen groter dan bij oostwestgerichte opstellingen, in verband met onderlinge schaduwwerking. De opstelling van de panelen heeft dus effect op de volgende aspecten: • landschapsbeeld en sfeer: zichtbaarheid in het landschap, effect op openheid en sfeer, maar ook de maat van een park in relatie tot zijn omgeving. • Ecologische bodemkwaliteit: licht- en waterinval op de bodem, met gevolgen voor vochthuishouding en leven in de bodem; • Mogelijkheden voor ecologisch en agrarisch dubbelgebruik: afhankelijk van het type opstelling en de hoogte groeit er onder de panelen meer of minder gras en/of andere vegetaties of teelten of veeteelt. De bodemkwaliteit, de waterhuishouding en het ecologisch en agrarisch dubbelgebruik zijn in het algemeen gebaat bij hoge opstellingen en een lage dichtheid. Hoge opstellingen hebben in het algemeen echter meer effect op de openheid en het landschap.

13

3 Leidende principes In dit hoofdstuk geven we een advies – vanuit het perspectief van het landschap – aan de hand van leidende principes. In de REKS Hart van Brabant zijn al diverse principes benoemd voor de landschappelijke kant van het omgaan met de energieopgave. In deze handreiking zonne-energie voor Gilze en Rijen hebben we de principes vanuit het landschap concreter en gebiedsgerichter gemaakt. Hieraan ligt een landschappelijke analyse ten grondslag.

14

Leidende principes zijn algemene richtinggevende uitgangspunten, die helpen om de opwek van zonneenergie op een landschappelijk gewenste en verantwoorde manier vorm te geven. We onderscheiden algemeen leidende principes, leidende principes specifiek voor zonne-energie en de zonneladder.

Foto: Koeien in het weiland

3.1 Algemeen leidende principes Energietransitie als ontwerpopgave Zonnepanelen plaatsen kan op vele manieren. Het is echter altijd maatwerk. Tegelijk zijn er bouwstenen en inpassings- en vormgevingsprincipes die, mits ze goed worden toegepast, kunnen helpen bij het maken van nieuwe kwaliteit. Het alleen maar ‘inpassen’ in het huidige landschap is landschappelijk vaak een achteruitgang. Een aanvullende en/of nieuwe landschappelijke laag kan wel leiden tot een verbetering. Het bestaande landschap (beeld en sfeer) is altijd het vertrekpunt. Hierbij geldt dat een kwaliteitsimpuls m.b.v. zonne-energie in een lager gewaardeerd landschap makkelijker te bereiken is dan in een hooggewaardeerd landschap. Ontwerpkracht maakt kansen inzichtelijk en creëert meerwaarde.

15

De passende ontwikkelstrategie Er zijn drie ontwikkelstrategieën: inpassing, ontwikkeling en transformatie.

16

Inpassing is de meest minimale ontwikkelstrategie. De landschappelijke inpassing beperkt zich meestal tot een brede, groene rand rondom het zonneveld. De inpassing sluit aan bij de bestaande identiteit, sfeer en structuur van het landschap. De invloed op het landschap en de beleving daarvan is gering. Ontwikkeling zorgt voor een substantiële versterking van het landschap. Hierbij wordt eveneens aangesloten bij de bestaande identiteit, sfeer en structuur van het landschap. Transformatie gaat uit van een nieuwe gebiedsidentiteit, gebaseerd op nieuwe kwaliteiten, structuren en/ of kenmerken. Uiteraard met een substantiële versterking van de het landschap.

Sluit aan op gebied specifieke kenmerken Het landschap roept verschillende sferen en gevoelens op bij de mensen die dit beleven. Bij de ontwerpopgave voor zonnevelden is het steeds zoeken naar de aansluiting op de aanwezige/gewenste sferen. Op deze manier komen we tot specifieke oplossingen per plek die geen afbreuk doen aan de landschappelijke, cultuurhistorische en maatschappelijke waarden in een gebied. Om kleinschalige zonnevelden in te passen, is het van belang dat de oppervlaktemaat goed aansluit bij de gemiddelde kavelmaat en de landschapselementen van een gebied. Voorbeelden van landschapselementen zijn houtsingels, bosschages, watergangen, etc.

Uitsluiting en terughoudendheid Uit de landschapsanalyse komen natuurwaarden naar voren die leiden tot uitsluiting van zonnepanelen in deze gebieden. De ecologische waarden staan centraal. Natuurgebieden die tot de NNB behoren zijn uitgesloten, net als de bestaande bosgebieden. De beekdalen zijn ruimtelijk, ecologisch en vanuit het watersysteem belangrijke dragers van het Brabantse zandlandschap. Daarom worden beekdalen in beginsel uitgesloten van zonne-energie. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk als zonne-energie als motor dient om een ontwikkeling met een aanzienlijke landschappelijke verbetering te realiseren. In Gilze en Rijen zijn verschillende cultuurhistorische waarden aanwezig. Denk hierbij aan historische groenstructuren en cultuurhistorische stedenbouw en complexen. Voorbeelden zijn Prinsenbosch, Landgoed Valkenberg en de oude steenfabriek ten zuiden van Gilze. Deze elementen en structuren vertellen het verhaal van het gebied, zijn onderdeel van de identiteit en verbonden met de cultuur van de mensen die er leven. We respecteren de aanwezige cultuurhistorie zoveel mogelijk. Soms kan de cultuurhistorie ook inspiratie geven voor het ontwerpen met zonne-energie. Het principe is dan dat door toepassing van zonne-energie de beleving van de cultuurhistorie versterkt wordt. Dit vraagt om ontwerpkracht én een goede afweging.

Energietransitie als onderdeel van gebiedsontwikkeling Het landschap verandert voortdurend en de energietransitie staat niet op zichzelf. Energietransitie en verschillende andere opgaven zoals klimaatadaptatie, landbouwtransitie, bos-en natuurontwikkeling, woningbouwopgave vinden gelijktijdig plaats. Al deze ontwikkelingen vragen om ruimte. Bij het zoeken naar ruimte voor zonne-energie is het altijd cruciaal om vanuit efficiënt gebruik van ruimte en middelen te redeneren. Werk met werk maken: een integrale gebiedsgerichte opgave. Ruimte is schaars. Daarom zoeken we naar meervoudig ruimtegebruik en benutten we koppelkansen.

17

3.2 Leidende principes zonne-energie Voorkeur vanuit landschappelijk oogpunt Vanuit landschappelijk perspectief is er een voorkeur voor waar zonne-energie opgewekt kan worden en waar (liever) niet. Dit is uitgewerkt in verschillende zonneladders. Grofweg komt het erop neer dat we zonnepanelen het liefst op daken en gevels zien, daarna in stedelijk gebied en bij stedelijke functies. Tot slot in het landelijk gebied. Het landelijk gebied is niet homogeen. Gebieden met beschermde natuurwaarden sluiten we uit. Dit levert een zonneladder op: 1. Ja, 2. Ja, mits, 3. Nee, tenzij en 4. Nee. In 3.3 gaan we dieper op de zonneladders in.

18

Voorkom versnippering Om versnippering van het landschap te voorkomen is het in algemene zin vanuit landschappelijk oogpunt gewenst zonnepanelen te concentreren. 1 zonneveld van 10 ha. heeft minder randlengte dan 2 zonnevelden van 5 ha. Door concentratie wordt de randlengte minder. Een groter veld heeft ter plekke weliswaar meer impact, maar beperkt de beïnvloeding van andere gebieden. Dit is echter niet mogelijk/wenselijk in ieder landschap. In kleinschalige landschappen en dorpsranden zijn kleinere zonnevelden juist goed voorstelbaar. Kies de juiste ontwikkelstrategie De grootschaligere landschapstypen zijn over het algemeen het meest geschikt voor ontwikkelen en transformeren. Clustering is hier vaak ook mogelijk. De kleinschalige landschappen lenen zich over het algemeen beter voor inpassing en ontwikkeling. Het landschap geeft aanknopingspunten en inpassing kan de kleinschalige landschapsstructuur versterken door bijvoorbeeld nieuwe houtwallen of bosjes aan te leggen. Daarbij zijn de zonnepanelen in principe tijdelijk (wel voor een lange periode) en de landschappelijke inpassingen/ontwikkeling permanent.

Zonnevelden nabij kernen als onderdeel van de overgangszone stad-land Zonnevelden passen niet in alle dorpsranden. Zonnevelden die dicht bij dorpen liggen, dienen onderdeel te zijn (of worden) van een goede overgangszone tussen het dorp en het buitengebied. Waardevolle uitzichten en mooie zichten op het dorp beschermen we. Via zonnevelden kunnen ook juist kansen benut worden. Denk bijvoorbeeld aan het versterken van de recreatieve relatie tussen dorp en buitengebied en de bijbehorende landschappelijke beleving. Nieuwe natuur en nieuwe mantels rondom natuurgebieden In natuurgebieden (NNB) zijn zonnevelden uitgesloten. Wel kunnen er rondom natuurgebieden stevige mantels gerealiseerd worden d.m.v. nieuwe zonnevelden in combinatie met natuurontwikkeling. Zonnevelden en VAB’s Ook in de gemeente Gilze en Rijen stoppen veel boeren. Er liggen kansen om de VAB’s te benutten voor zonne-energie. Ook bij de VAB’s blijft het maatwerk en dient het zonneveld te passen in de landschappelijke karakteristiek. Inpassen: zonnevelden passend bij het landschap De maat en schaal van zonnevelden dient in verhouding te zijn met die van het landschap. Sommige landschappen, zoals jonge heideontginningen, kunnen daarom grotere zonnevelden aan, dan de kleinschaligere oude ontginningslandschappen.

Leidraad voor kleinschalige zonnevelden is de gemiddelde kavelmaat zoals die aanwezig is in het betreffende landschap. Naast het aansluiten op de maat, is een inpassing die aansluit bij het landschapstype en sfeer belangrijk. Streef hierbij naar identiteitsversterking van het landschap. Als een zonneweide goed is ingepast, laat deze bij ontmanteling geen negatieve sporen na in het landschap. Sterker nog, de inpassingsmaatregelen zijn zodanig dat de landschappelijke structuur versterkt is t.o.v. de oorspronkelijke situatie.

19

3.3 Zonneladder Er zijn meerdere zonneladders in omloop. Elke regio en ook veel gemeentes hebben hun eigen zonneladder. U ziet hier twee zonneladders. De oranje zonneladder wordt gehanteerd door de Provincie NoordBrabant en die met het zonnetje is van de REKS Hart van Brabant. Voor de zonneladder van Gilze en Rijen hebben we goed naar beide zonneladders gekeken. Voor Gilze en Rijen passen we de volgende zonneladder toe: • Ja, graag: op daken, op infrastructuur • Ja, mits: stedelijk gebied en stedelijke functies (bv. RWZI, langs grote wegen, bedrijventerrein) • Nee, tenzij: agrarisch landschap • Nee, nooit: beschermde natuurwaarden (NNB) en beken Dit hebben we in de volgende hoofdstukken verder uitgewerkt.

20

21

De Zonneladder, natuurenmilieufederaties

De Zonneladder, REKS

4 Zonnepanelen: ja, graag Trede ‘Ja, graag’: Zonnepanelen zijn in principe altijd gewenst op daken/gevels. 4.1 Daken en gevels Zonnepanelen op daken en gevels worden toegejuicht: JA GRAAG. Het streven is op alle nieuwe gebouwen zonnepanelen te plaatsen. Dit geldt voor nieuwe huizen, bedrijven, stallen, sporthallen, scholen, etc. Ook voor de bestaande gebouwen geldt, daar waar mogelijk zonnepanelen op de daken plaatsen. Op deze manier worden alle daken optimaal benut en is er sprake van meervoudig ruimtegebruik. Bij plaatsing van de zonnepanelen is het creëren van een rustig beeld uitgangspunt (indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte). Dit betekent over het algemeen een rechthoekig of vierkant patroon met geen of weinig onderbrekingen.

22

Met name bedrijven, maar ook agrarische stallen, hebben grote daken. Het streven is dat alle nieuwe bedrijven en stallen zonnepanelen op het dak krijgen. Op dit moment is dit nog niet verplicht. Gemeenten mogen vanaf 2022 zonnepanelen op daken verplichten.

Tekening: Zonnepanelen op daken en gevels

Gemeenten krijgen vanaf 1 januari 2022 de mogelijkheid om gebouweigenaren, zowel burgers als bedrijven, te verplichten hun dak te gebruiken voor het plaatsen van zonnepanelen, om zo de energietransitie te stimuleren. Het ministerie van Binnenlandse Zaken past daarvoor het ‘Besluit bouwwerken leefomgeving’ aan. Zo wil de minister de groep eigenaren van nieuwe gebouwen, die niet onder de BENG-regeling vallen, toch verplichten om hun daken te gebruiken voor zonnepanelen of klimaatadaptatie. Op lokaal niveau wordt gekeken of zonnepanelen ook reëel zijn. Wellicht is er geen vraag naar duurzame energie, omdat er een andere bron is. Of is het dak ongeschikt door de ligging. Zij kunnen het dak ook aan een derde partij ter beschikking stellen. Er worden steeds meer technologieën ontwikkeld om zonnepanelen op een fraaie manier te verwerken in gevels van gebouwen. De verwachting is dat binnen afzienbare tijd zonne-energie opwekkende zonnepanelen in gevels in kostprijs kunnen concurreren met de meest gangbare materialen in de bouw.

23

5 Ja, mits Trede ‘Ja, mits’: Grondgebonden zonnepanelen kunnen in stedelijk gebied en bij stedelijke functies, mits ze goed ingepast zijn en bijdragen aan de klimaatdoelstellingen en gebiedsopgaven. In de gemeente Gilze en Rijen zien we de volgende mogelijkheden: • Op en bij bedrijventerreinen; • Langs infrastructuur; • Op verzorgingsplaats langs A58; • Op en nabij vliegveld Gilze-Rijen; • Op de RWZI

24

Foto: Boomkwekerij aan de Rimpelaar

25

5.1 Op en bij bedrijventerreinen Er bevinden zich binnen de gemeente een tweetal bedrijventerreinen: De Haansberg bij Rijen (en Hulten) en De Broekakkers aan de noordoostkant van Gilze. In de oksel van de A58 en de N260 ontwikkelt Tilburg het bedrijventerrein Wijkevoort. Dit is meteen ook de zonne-energie hub vanuit de REKS Hart van Brabant. Hier zitten we dus direct bij de netwerkaansluiting. Optie 1, tijdelijke zonnevelden op bedrijfslocaties die (nog) niet uitgegeven zijn.

Optie 2, het overkappen van grote parkeerplaatsen en andere grote vlakken verharding .

26

Zonne-energie opwekken op en bij bedrijventerrein vindt over het algemeen iedereen wenselijk. Het zijn niet de aantrekkelijkste gebieden en zonnepanelen tasten weinig of geen waarden aan. Er zijn verschillende manieren om zonnepanelen toe te passen op en bij bedrijventerreinen. De eerste is uiteraard op de daken en gevels van bedrijfspanden (zie trede 1: Ja, graag). We behandelen hier nog een viertal opties: • Tijdelijke zonnevelden • Overkappen met zonnepanelen • Zonnebermen • Mantel met waterberging en vergroening De eerste optie zijn tijdelijke zonnevelden op bedrijfslocaties die (nog) niet uitgegeven zijn. Dit is dus vooral interessant bij nieuwe bedrijventerreinen en bedrijventerreinen die nog ontwikkeling zijn. De gronden zijn qua bestemming al gereserveerd voor bedrijven, maar er zijn nog geen concrete bedrijven die er ook daadwerkelijk willen gaan bouwen. In plaats van braakliggende gronden komen er dan tijdelijke zonnevelden. Het mooiste is natuurlijk als de nieuwe bedrijven daarna de zonnepanelen op het dak leggen.

Optie 3, zonne-energie opwekken op bedrijventerreinen middels zonnebermen

Optie 4, zonne-energie opwekken i.c.m. waterberging/infiltratie en vergroening.

De tweede optie betreft het overkappen van grote parkeerplaatsen en andere grote vlakken verharding. Afhankelijk van het type bedrijf kan er veel verharding aanwezig zijn voor opslag en/of parkeren. Transportbedrijven en autobedrijven hebben bijvoorbeeld vaak veel verharding. Met meervoudig ruimtegebruik kan de opslag- en parkeerfunctie gecombineerd worden met de opwek van zonne-energie. De derde optie om zonne-energie op te wekken op bedrijventerreinen is middels zonnebermen. Afhankelijk van hoe ruim een bedrijventerrein opgezet is, is dit een optie. Dit is interessant als een bedrijventerrein brede wegen met brede bermen heeft. De bestaande bedrijventerreinen in Gilze en Rijen lijken weinig ruimte te hebben voor deze optie. Misschien zijn er nog wel mogelijkheden bij De Broekakkers bij het deel ten oosten van de N260 (en bij Wijkevoort). Als vierde optie zien we mogelijkheden om zonneenergie op te wekken in combinatie met waterberging/infiltratie en vergroening rondom de bedrijventerreinen. Over het algemeen zijn bedrijventerreinen enigszins groen ingepakt. Deze groen-blauwe zoom rondom de bedrijventerreinen kan kwantitatief en zeker ook kwalitatief versterkt worden met zonnepanelen als motor voor de ontwikkeling.

27

5.2 Langs infrastructuur De snelweg A58 is een duidelijke lijn door het landschap. Deze snelweg heeft overal binnen de gemeente Gilze en Rijen minimaal 2 x 2 rijbanen met vluchtstroken en bermen. Tussen de beide richtingen in ligt een brede groene middenberm met aan beide zijden vangrails. Een groot deel van de A58 is breder door op- en afritten. Ook zijn er langs grote delen van de snelweg aan één of twee kanten parallelwegen.

Optie 1, het plaatsen van zonnepanelen op geluidsschermen, geluidswallen en voorzieningen.

Optie 2, het plaatsen van zonnepanelen in de bermen langs de snelweg.

28

Er zijn meerdere manieren waarop zonnepanelen langs de grote wegen geplaatst kunnen worden. We behandelen hier een viertal opties: • Op geluidsschermen/geluidswallen en voorzieningen • Zonnebermen • Zichtlijnen kavelgrenzen • Energielandschap De eerste optie is het plaatsen van zonnepanelen op geluidsschermen, geluidswallen en voorzieningen. Dit is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. De energiewinning wordt gekoppeld aan het voorkomen van geluidsoverlast. Hier zijn al voorbeelden van. Langs de A58 bij Etten-Leur zijn bijvoorbeeld redelijk recent zonnepanelen op de geluidswal aangebracht. Bij deze manier van zonnepanelen plaatsen maken de zonnepanelen onderdeel uit van het snelweglandschap. Nadeel van geluidsschermen en geluidswallen is dat ze de automobilist het zicht op het omliggende landschap ontnemen. Daar staat wel een permanent prettigere leefomgeving voor de bewoners tegenover.

Optie 3, rijen zonnepanelen met de kavelrichting en/of zichtlijnen mee leggen.

Optie 3, het aangrenzende landschap langs de snelweg transformeren naar een energielandschap.

De tweede optie is het plaatsen van zonnepanelen in de bermen langs de snelweg. Ook de middenberm kan hiervoor interessant zijn. De totale middenberm is circa 12 meter en tussen de vangrails circa 4 meter. De bermen worden door de meeste mensen als on-

benutte ruimte gezien. Afhankelijk van de inrichting en het beheer kunnen bermen een goede bijdragen leveren aan de biodiversiteit. Het zijn immers lange verbindingen. Bij het ontwerpen van zonnebermen is het verbeteren van de biodiversiteit een koppelkans, die benut moet worden. Andere zaken waar op gelet moet worden zijn: de beleving vanuit het landschap naar de snelweg en andersom, de eisen rondom kabels en leidingen en de veiligheid. Vanuit beleving zijn lage zonnepanelen gewenst. Bij deze twee opties maken de zonnepanelen deel uit van het snelweglandschap. Rijkswaterstaat is eigenaar van de gronden en gaat ook over de veiligheid. Vanuit het perspectief van het landschap zijn behoren beide opties volledig tot de Ja, mits. De volgende twee opties betrekken ook het aan het snelweg grenzende landschap erbij. Daardoor komen deze opties op trede 2 (ja, mits) en trede 3 (nee, tenzij) uit. De derde optie is om rijen zonnepanelen met de kavelrichting en/of zichtlijnen mee te leggen. Op deze manier benadrukken we het zicht op het landschap vanaf de snelweg. Ook hier zijn lage zonnepanelen waar overheen gekeken wordt gewenst. Deze manier van zonnepanelen plaatsen is te combineren met landbouw (wel extensiever) en natuur. De vierde optie is om het aangrenzende landschap langs de snelweg te transformeren naar een energielandschap.

Het bestaande landschap wordt vervangen door een nieuw landschap. Dit biedt enorme kansen voor een optimale functiecombinatie van zonneenergie, natuurontwikkeling en invulling geven aan de wateropgave die speelt op de Brabantse zandgronden (water vasthouden en infiltreren).

29

5.3 Verzorgingsplaats langs A58 Langs de snelweg A58 liggen een drietal verzorgingsplaatsen. De Hoge Aard en Lage Aard zijn beperkte parkeerplaatsen die elk, versprongen t.o.v. elkaar, aan één zijde van de snelweg liggen. Beide parkeerplaatsen zijn omgeven door bomen. De verzorgingsplaats Raakeind/Molenheide is een grote verzorgingsplaats aan weerzijden van de snelweg. Beide zijden hebben een tankstation en heel grote parkeerplaatsen. Aan de noordzijde bevinden zich verschillende wegrestaurants. De verzorgingsplaatsen vallen onder de stedelijke functies.

5.4 Vliegveld Gilze-Rijen bijvoorbeeld ook met zonnepanelen. Dit levert meteen zonne-energie op voor de elektrische (vracht)auto’s, die hier op kunnen laden. Uiteraard is het logisch om ook meteen zoveel mogelijk zonnepanelen op de daken van de tankstations en wegrestaurants te leggen. De verzorgingsplaatsen liggen vanuit het landschap uit het zicht door de bomen die er omheen staan.

We zien hier kansen om de functie parkeren te combineren met het opwekken van zonne-energie. De grote parkeerplaatsen kunnen gecombineerd worden met overkappingen met zonnepanelen. Dit is geen nieuwe toepassing. De Efteling overkapt zijn parkeerplaatsen Luchtfoto verzorgingsplaats (Google Earth)

30

Bijzonder in de gemeente Gilze en Rijen is de aanwezigheid van het militair vliegveld. Rondom de twee landingsbanen is veel open grasland aanwezig. Daar omheen liggen bossen met daarin de verschillende gebouwen (o.a. hangaars). De enorm ruime graslanden rondom de landingsbanen lijken deels zogenaamde onbenutte terreinen. Natuurlijk is er ruimte voor veiligheid nodig. Maar is het ook mogelijk om een deel van de ruimte te benutten voor de opwek van zonne-energie? Bijvoorbeeld met een brede strook zonnepanelen langs de bosrand. Vanzelfsprekend zien wij ook kansen voor zon op dak op de vliegbasis. Misschien dat er via de landingsbanen wel warmte-energie is op te wekken. Het zou mooi zijn als Defensie ook zou bijdragen aan de energietransitie. En als de bewoners van Gilze en Rijen behalve overlast, ook profijt middels duurzame energie hebben van het vliegveld. De gemeente is en gaat hierover in gesprek met Defensie. Er zijn overigens wel voorbeelden van zonnepanelen op vliegvelden. Bijvoorbeeld op vliegveld Eelde ligt een zonnepark.

Luchtfoto vliegveld Gilze-Rijen (Google Earth)

31

Over het vliegveld zelf heeft de gemeente niets te zeggen. Daar gaat Defensie over. De gronden aansluitend op de vliegbasis, vallen wel onder verantwoordelijkheid van de gemeente. We zien kansen om zonnevelden aansluitend op het bosgebied te realiseren. Deze zonnevelden liggen uit het zicht door een ruime, nieuwe bosrand te ontwikkelen. Natuurontwikkeling en opwek van zonne-energie gaan dan hand in hand. Tekening: zonnepanelen op en rond het vliegveld

Tekening: zonnepanelen op verzorgingsplaats langs A58

5.5 RWZI Ten noorden van Rijen aan de Hannie Schaftlaan ligt de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Deze RWZI is van het Waterschap Brabantse Delta. Het terrein is circa 12 hectare groot en heeft een groene rand bestaande uit bomen en struiken. Ruim de helft van dit terrein bestaat uit grasland.

Zonnevelden op RWZI’s gebeurt al op andere locaties in Nederland. Het Waterschap Vallei en Veluwe is bezig met het plaatsen van zo’n 7 ha zonnepanelen op daken en velden. Dit is verdeeld over 13 RWZI’s van het waterschap. Een potentie van ruim 6 ha. zonneveld op één RWZI is dus hoog.

Wij zien mogelijkheden om zonnevelden aan te leggen op de RWZI in Rijen. Het huidige grasland kan een zonneveld worden. De huidige groene rand is al behoorlijk robuust. Qua natuurontwikkeling zijn er vooral kansen met betrekking tot het grasland. De biodiversiteit kan hier nog flink omhoog met bloemrijk grasland.

32

33

Tekening: zonnepanelen op terrein rioolwaterzuiveringsinstallatie in Rijen

Luchtfoto rioolwaterzuiveringsinstallatie in Rijen (Google Earth)

6 Nee, tenzij Trede ‘Nee, tenzij’: grondgebonden zonnepanelen mogen niet in het agrarisch buitengebied, tenzij goed ingepast en bijdragend aan klimaatdoelstellingen en gebiedsopgaven. In de gemeente Gilze en Rijen zien we de volgende mogelijkheden, hoe het plaatsen van zonnepanelen toch zou kunnen in het agrarisch landschap: • Op en bij golfbanen • Bij agrarische bedrijven en VAB’s • Bij boomkwekerijen en kassen • Bij behoud landbouwgrond • Bij natuur- en landschapsontwikkeling • In de dorpsranden

34

Deze mogelijkheden voor zonnevelden op agrarische grond komen alleen in beeld als de grondeigenaar erachter staat en zelf initiatief neemt of bij het initiatief betrokken is. Tekening: zonnepanelen bij golfbaan In navolging van de REKS Hart van Brabant zet de gemeente Gilze en Rijen initiatieven voor zonnevelden in de Nee, tenzij-categorie on hold tot 2023. De regio wil voorrang geven aan zonnepanelen op bedrijfsdaken en windenergie. En daar ook voldoende capaciteit op het stroomnetwerk voor hebben. Ook is er behoefte aan meer regie om zo te voorkomen dat de zonnevelden zich over het buitengebied spreiden als confetti. Tot 2023 maakt Gilze en Rijen een pas op de plaats m.b.t. de Nee, tenzij-categorie, ook voor kleinere initiatieven onder de 2 ha.

6.1 Golfbanen In de gemeente Gilze en Rijen liggen meerdere golfbanen. Deze golfbanen hebben allemaal een groen karakter door het gebruik van landschappelijke kamers. Aan de noordzijde van Rijen ligt een Golfbaan in de dorpsrand grenzend aan het bos en het agrarisch buitengebied. Net ten noorden van Molenschot ligt een grote golfbaan, die eveneens aan het bos en het agrarisch buitengebied grenst. Ten zuiden van Gilze ligt een golfbaan op een oude vuilstort. Aan de noordrand van de Chaamse Bossen op de overgang naar het agrarisch buitengebied ligt nog een grote golfbaan. Aansluitend op de golfbaanstrategie van landschapskamers is het ook goed mogelijk om voor zonnevelden landschapskamers te maken. Dit is vooral interessant als er een ‘restgebied’ is of als bijvoorbeeld een agrariër in de buurt van een golfbaan wil stoppen. De verlichting van de golfbaan en het clubhuis kunnen dan van duurzame stroom worden voorzien. Daarnaast zijn de zonnevelden een goede motor voor natuurontwikkeling. Het landschappelijk raamwerk moet versterkt worden door de komst van één of meerdere zonnevelden.

35

6.2 Bij agrarische bedrijven en VAB’s Ook in Gilze en Rijen zijn de afgelopen jaren veel agrariërs gestopt. De verwachting is dat ook in de toekomst nog veel boeren zullen stoppen. De agrariërs die wel doorgaan willen over het algemeen graag de beschikbaar komende grond kopen. Het bouwblok met daarop de agrarische bebouwing blijft dan over met kans op verloedering.

Zonnevelden bij agrarische erven

Luchtfoto agrarisch lint (Google Earth)

36

Luchtfoto kleinschalig landschap (Google Earth)

Luchtfoto grootschalig landschap (Google Earth)

Kleinschalig landschap • Veel landschapselementen • Makkelijk uit het zicht te onttrekken • Inpassen • Zeer gewaardeerd landschap • Recreatie, wonen, landbouw • Moeilijk te verbeteren

Grootschalig landschap: • Open landschap • In het zicht • Ontwikkelen/transformatie • Minder gewaardeerd landschap • Puur landbouwgebied • Kans voor verbetering

Wij zien kansen om op deze bouwblokken zonnevelden te laten ontwikkelen. (Het merendeel van) de vrijkomende agrarische bebouwing wordt als tegenprestatie afgebroken. De stoppende boer kan er blijven wonen en heeft een inkomen dat kan worden gebruikt als pensioen. Zonnevelden bieden ook kansen voor agrariërs die wel doorgaan. De door het Rijk en Provincie gewenste transitie naar kringlooplandbouw kost meer ruimte. Per koe is meer grond nodig. Een agrariër kan dus grond bijkopen of minder koeien houden. In beide gevallen zijn extra inkomsten door zonne-energie erg welkom. Vanuit het landschap gezien, is het niet gewenst als zonnevelden willekeurig in het landschap verschijnen. Tegelijkertijd kunnen zonnevelden een verbetering van het landschap teweegbrengen. We maken onderscheid tussen zonnevelden op het bouwblok en zonnevelden op (voormalige) landbouwgrond. Daarbij hebben we een voorkeursvolgorde: 1. Zonneveld op bouwblok, inclusief afbraak vrijkomende agrarische bebouwing 2. Zonneveld op bouwblok, met behoud bebouwing, maar met zeer stevige landschapsinvestering 3. Zonneveld op (voormalige) landbouwgrond

Bij agrarische bedrijven en VAB’s zijn dus verschillende mogelijkheden. Het is altijd maatwerk. Als voorbeeld hebben we een agrarisch lint genomen. Allereerst zijn de daken van de stallen en de woningen zo optimaal mogelijk benut met zonnepanelen. Een stoppende agrariër heeft zijn stallen afgebroken en zonnepanelen op zijn bouwblok geplaatst. Een andere boer heeft aanvullend op zijn agrarisch bedrijf een klein zonneveld geplaatst op zijn bouwblok. Dit als aanvullende inkomsten. Nog een andere agrariër heeft buiten zijn bouwblok een zonneveld geplaatst. Hieraan zitten strenge voorwaarden (zie hoofdstuk toetsingscriteria). De gemeente realiseert met dit fonds de ecologische verbindingszones en andere natuurprojecten binnen de gemeente. In alle gevallen is het belangrijk dat de waarden, zoals doorzichten en sfeer, behouden blijven. De landschapsstructuur en de biodiversiteit moeten verbeterd worden. Zoals in hoofdstuk bij de leidende principes voor zonne-energie aangegeven, maakt het uit of de zonnevelden in kleinschalige of grootschalige landschappen komen. Jonge heideontginningen kunnen grotere zonnevelden aan dan de kleinschaligere oude ontginningslandschappen. Leidraad voor kleinschalige zonnevelden is de gemiddelde kavelmaat zoals die aanwezig is in het betreffende landschap. Hieronder zijn twee luchtfoto’s te zien. Links is kleinschalig landschap ten westen van Gilze.

Rechts is grootschalig landschap ten oosten van Gilze. Een zonnepark in het kleinschalige landschap past tot maximaal 5 ha. In het grootschalige landschap is het maximum 20 ha.

37

6.3 Bij boomkwekerijen en kassen Ten zuiden van de A58 aan de Rimpelaar en bij Molenschot bevinden zich verschillende boom- en tuinplantenkwekerijen. Deze bedrijven kweken planten in potten op folie en in kassen. Deze manier van werken is zeer productief en behoort ook zeker tot de agrarische sector. Omdat het agrarisch landschap is, behoren deze gronden tot trede 3: nee, tenzij. Voor boom- en tuinplantkwekerijen zijn interessante mogelijkheden om zonnepanelen toe te passen. Door de potten met tuinplanten te overkappen met zonnepanelen ontstaat er een win-win situatie. De planten worden beschermd tegen storm, hagel en te veel zon. Verschillende planten en gewassen hebben baat bij schaduw/koelte bij warm weer. Door met beweegbare panelen te werken, kan afgestemd worden op het weer. Schaduw in warme zomers en zonlicht wanneer het koel is. Ook als de zonnepanelen niet kunnen bewegen is de temperatuur constanter onder de overkappingen. De combinatie van tuinplanten kweken en zonne-energie opwekken is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. Deze wijze van overkappen wordt al toegepast door enkele zacht fruittelers.

38

Tekening: Mogelijkheden voor de kwekerijen aan de Rimpelaar

We zien mogelijkheden voor de kwekerijen aan de Rimpelaar om te gaan werken met zonne-overkappingen. De zonnepanelen moeten dan wel zodanig geplaatst worden dat er nog gewerkt kan worden. Dit betekent in ieder geval hogere stellages. De ligging tussen de A58 en de kassen maakt dat dit vanuit landschappelijk oogpunt minder hinderlijk is. Het plaatsen van deze zonne-overkappingen (en eventueel

enkele kleine zonnevelden) vormt een kans om hier aan landschapsverbetering te doen. We versterken de landschapsstructuur door deze fijnmaziger te maken door nieuwe landschapselementen als poelen, bloemrijk grasland, bloemrijke randen, houtsingels, etc. toe te passen. Ook bij kassen zijn mogelijkheden om met zonnepanelen te werken.

Tekening: (potten met tuin)planten overkappen

Foto: Kassen met zonnepanelen (bron: solarkassen - gakon)

39

6.4 Bij behoud landbouwgrond Op het moment dat de landbouwgrond behouden blijft voor agrarisch gebruik zien wij mogelijkheden voor zonnepanelen. Het gaat dan om meervoudig ruimtegebruik. Een voorbeeld daarvan zijn de eerdergenoemde zonne-overkappingen boven de frambozenteelt. Een andere optie zijn verrijdbare zonnepanelen, waaronder bijvoorbeeld asperges en zoete aardappels groeien. Ook het grazen van schapen of ander vee is een vorm van meervoudig ruimtegebruik, waarbij de landbouwgrond behouden blijft.

40

41

< Foto: schapen onder zonnepanelen (bron: https://hofstreek.nl/ schapen-grazen-onder-zonnepanelen/

< Foto: frambozen kweken onder zonnepanelen (bron: https://www.trouw. nl/nieuws/fruit-kweken-onder-een-dak-van-zonnepanelen-lukt-dat~be6c0686/)

Krantenartikelen over innovatief opwekken van zonne-energie

6.5 Bij natuur- en landschapsontwikkeling

42

Zonnevelden in het Natuurnetwerk Brabant (NNB) sluiten we volledig uit (zie trede 4: nee, nooit). Aanvullend en nabij de natuurgebieden zien we wel mogelijkheden voor zonnevelden. Het opwekken van zonne-energie combineren met het ontwikkelen van nieuwe natuur is een win-win kans, die landschappelijke inpassing ruimschoots overstijgt. Het creëren van meer biodiversiteit is het makkelijkst als er in de uitgangssituatie een lage biodiversiteit is. Het ontwikkelen van nieuwe natuur aansluitend op bestaande natuur zorgt voor nieuwe robuuste natuur, die onderdeel uitmaakt van het lokale en eventueel regionale natuurnetwerk. Bij het onderzoek van nieuwe potentiele locaties voor zonne-energie is het belangrijk ook de ecologische waarden goed te inventariseren. Niet alleen zodat je weet waar je zuinig op moet zijn, maar ook om de al aanwezige ecologische waarden te kunnen versterken. Een betere biodiversiteit bereik je door te investeren in de habitat van verschillende diersoorten. Een goede habitat heeft voldoende voedsel, mogelijkheden voor voortplanting en schuilgelegenheid. De nieuwe beplanting is inheemse beplanting die van nature daar voorkomt.

Zonnepanelen hebben een negatief effect op de ecologie doordat er minder licht en water op de bodem komt. Dit leidt tot minder bloemrijke vegetaties, minder biomassa, minder bodemleven en minder organische stof in de bodem. Hierdoor houdt de bodem minder water vast en is de bodemreiniging minder sterk. Het negatieve effect van zonnepanelen kan op twee manieren worden verminderd. De eerste manier is door de zonnepanelen verder uit elkaar te zetten. Hierdoor is er ruimte tussen de panelen voor beplanting. De tweede manier is door te concentreren, waardoor er ruimte aan de randen is voor beplanting. Daarnaast maakt ook de opstelling nog uit. Een zuid opstelling zorgt voor meer licht en water op de bodem, dan een oost-westopstelling (dakopstelling). Een verticale opstelling laat ook meer ruimte voor biodiversiteit dan een platte opstelling. Zonnepanelen zorgen ook voor een verdienmodel waardoor een gebied ontwikkeld (of getransformeerd) kan worden naar een landschap met een hogere biodiversiteit.

De eerste mogelijkheid om natuurontwikkeling te realiseren met behulp van zonne-energie is bosrandontwikkeling. Dit kan op meerdere manieren: • Door zonnepanelen aan te leggen langs een bosrand met een abrupte overgang is het mogelijk een geleidelijke overgang te creëren. Door de ontwikkeling van de mantel-zoomvegetatie neemt de biodiversiteit toe. De nieuwe zonnepanelen kunnen ook de motor zijn om nog een rand extra bos aan te leggen. Omdat de zonnepanelen in rijen voor de bosrand worden geplaatst, is een regelmatige/rechte bosrand het meest geschikt. Dit levert ruimtelijk het rustigst beeld op.

• Door een nieuwe bosrand te ontwikkelen met daarin opgenomen de nieuwe, tijdelijke zonnevelden. In dit geval wordt landbouwgrond omgevormd naar natuur en zonne-energie. De tijdelijke zonnevelden zijn de motor (het verdienmodel) om de natuurontwikkeling mogelijk te maken. • Door monotoon productiebos om te vormen naar een gevarieerd bos met een hoge biodiversiteit. De ruim opgezette, tijdelijke zonnevelden zijn in eerste instantie kamers in het nieuw te ontwikkelen bos. Als de zonnevelden na bewezen diensten opgeruimd worden, is het bos er omheen al behoorlijk gegroeid en zijn er mooie mantel-zoomvegetaties aanwezig. De zonne-energie is dan de motor om de bosomvorming mogelijk te maken. 43

We beschrijven een aantal mogelijkheden: • Bosrandontwikkeling • Heide ontwikkeling • Kamers vullen en kamers maken • Nieuw landgoed, nieuwe bossen

Tekening: Bosrandontwikkeling in combinatie met zonnepanelen

De tweede mogelijkheid is met behulp van (tijdelijke) zonnepanelen heide creëren. Als de tijdelijke zonnepanelen of de afgeschreven zonnepanelen verdwijnen, blijft de nieuwe heide over. Dit principe is vooral interessant aansluitend of in de buurt van bestaande heidevelden of op locaties waar vroeger heide voorkwam. De opstelling van de zonnepanelen wordt aangepast aan de beoogde heideontwikkeling. De verticale opstelling laat voldoende licht en water op de bodem komen. Nadeel is wel dat de verticale opstelling een hoge opstelling is, waardoor de zonnepanelen goed zichtbaar zijn in het open heideveld. Een zuidopstelling van zonnepanelen laat ook voldoende licht en water door. De schapen, die de heide begrazen, kunnen dan onder de zonnepanelen schuilen.

Het maken en vullen van landschappelijke kamers is een derde mogelijkheid om natuurontwikkeling en de opwek van zonne-energie te combineren. De zonnepanelen worden geplaatst in bestaande en/of nieuwe groene kamers. Het maken van nieuwe kamers is een vorm van landschapsbouw. Het nieuwe landschap leent zich voor recreatief gebruik en eventueel een beperkte nieuwe wooncapaciteit. De grootte van de kamers hangt af van de schaal en de maat van het landschap. Houtwallen, houtsingels, bosschages, bosranden en lanen bakenen de kamers af. Naast zonnevelden kunnen in deze kamers ook andere functies ingepast worden, zoals landbouw en natuur. De oude ontginningen lenen zich goed voor dit principe.

Een vierde manier om natuur te ontwikkelen met behulp van zonnevelden is het creëren van een nieuw energielandgoed. Een landgoed is een aantrekkelijk vormgegeven landschap met lanen, houtwallen, houtsingels, bosschages (vaak met rododendrons), graslanden en dit geval dus ook zonnevelden. Voor deze zonnevelden worden landschappelijk kamers gecreëerd. Een landgoed heeft over het algemeen ook een in het oog springend, aantrekkelijk gebouw van enig formaat. Er moet dus ook beperkt ruimte zijn voor nieuwe woningen. De beste locatie voor dit principe is aansluitend bij de bosgebieden.

44

45

Foto: Grote Leij

Heideontwikkeling

Kamers vullen en kamers maken

Nieuw landgoed, nieuwe bossen

6.6 Dorpsranden

Waarden beschermen

46

Overgangszone

Kaart Natuurwaarden

De gemeente Gilze en Rijen kent vier dorpen: Gilze, Rijen, Molenschot en Hulten. Rijen en Gilze zijn grote dorpen en Molenschot en Hulten zijn kleine dorpen. De kleine dorpen liggen echt in het landschap. Na de laatste woning begint het platteland meteen. Enkele grote (agrarische) bedrijven vormen hierop de uitzondering. Bij de grote dorpen is meer een overgangszone (dorpsrand) aanwezig. Hierin bevinden zich functies als een golfbaan, hockeyvelden, tennisbanen, een rondweg, moestuintjes, sporthal en zwembad, etc. Ook de bedrijventerreinen liggen aan de rand van de grote dorpen. Kortom een dorpsrand is een zeer gevarieerd gebied. In sommige delen liggen de woningen direct tegen het buitengebied en in andere delen is juist een brede overgangszone tussen dorp en buitengebied aanwezig. Daarom is het belangrijk om te kijken wat voor soort karakter de dorpsrand heeft en of zonnepanelen daar in te passen zijn. Een voordeel van zonnevelden in de dorpsrand is dat aanbod en vraag gekoppeld kunnen worden.

We onderscheiden een aantal verschillende typen dorpsrand: • Waarden beschermen, bijvoorbeeld mooie uitzichten en/of doorzichten, cultuurhistorische waarden, natuurgebied • Overgangszone, bijvoorbeeld een brede overgangszone met veel verschillende functies • Integreren in uitbreidingen, bijvoorbeeld in toekomstig uitbreidingsgebied woningen • Tijdelijk zonnepanelen, bijvoorbeeld als opmaat naar een nieuwe woonwijk Zonnevelden in dorpsranden vallen in de categorie “nee tenzij”. Hierna geven we aan welke afwegingen we maken en kansen we zien in deze dorpsranden.

Kaart Uitsluitingen

Integreren in uitbreidingen

47

48

Waarden beschermen (Nee, nooit / Nee, tenzij) Natuurwaarden beschermen we. Als het dorp tegen een natuurgebied (NNB) of beek ligt plaatsen we hier geen zonnevelden. Denk bijvoorbeeld aan de bossen van Boswachterij Dorst bij Rijen en het Water aan de Warande bij Gilze. Dit is dus de trede: ‘Nee, nooit’. Maar ook met andere waarden, zoals cultuurhistorische waarden en mooie uitzichten gaan we zorgvuldig om. Zo hebben dorpsranden met een harde overgang van de woningen naar het buitengebied vaak mooie uitzichten en/of doorzichten vanuit de wijk naar het buitengebied. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de noordelijke dorpsrand van Hulten. Ook hier komen in principe geen zonnevelden. Dit is de trede: ‘Nee, tenzij’.

mogelijkheid heeft om ook daadwerkelijk om te schakelen naar natuurinclusieve/kringloop landbouw.

Overgangszone (Nee, tenzij) In een brede overgangszone met een variëteit aan functies (zoals sport, recreatie, moestuinen, horeca, etc.) zijn koppelkansen met zonne-energie mogelijk. De zonnevelden moeten qua maat en schaal passen in de dorpsrand en altijd minimaal 50 meter van woonhuizen vandaan zijn (zie hoofdstuk 9). Door de optelsom van verschillende functies is de overgangszone meestal relatief kleinschalig van aard. Dit betekent dat het over het algemeen over kleine(re) zonnevelden zal gaan. In ieder geval onder de 2 ha. Door zonnevelden in de dorpsrand te plaatsen is het mogelijk om vraag en aanbod aan elkaar te koppelen. De kleinschalige zonnevelden wekken energie op voor woningen en sportlocaties. Ook de in of nabij de dorpsrand gepositioneerde boerderijen kunnen de lokaal opgewekte stroom gebruiken. Een mooie koppelkans is om de nieuwe zonnevelden te gebruiken als motor om het landschap in de dorpsrand toegankelijker, aantrekkelijker en groener te maken. De zonnevelden zorgen zo voor een kwaliteitsimpuls in de dorpsrand. Denk bijvoorbeeld ook aan een boer in de dorpsrand die door een kleinschalig zonneveld te plaatsen, financieel de

Tijdelijke zonnepanelen (Nee, tenzij) Als opmaat naar een nieuwe woonwijk worden één of meerdere tijdelijke zonnevelden aangelegd in het later te ontwikkelen gebied. Er ligt een enorme kans om met behulp van deze zonnevelden alvast te investeren in groene en blauwe structuren, die later belangrijke waarden en dragers voor de nieuwe wijk zullen zijn. De tijdelijke zonnevelden reserveren de gronden voor de toekomstige uitbreidingen. Andersom worden gereserveerde gronden goed benut met zonnevelden in de periode dat nog niet gebouwd wordt. De zonnevelden zijn de motor om vooruitlopend op de toekomstige ontwikkeling alvast de groen- en waterstructuur stevig neer te zetten. Jonge aanplant krijgt de tijd om tot volwassenheid te komen. Daarnaast zijn er interessante koppelkansen met recreatiemogelijkheden. Een deel van de zonnevelden kan in de tweede fase blijven staan om de nieuwe woningen van duurzame energie te voorzien.

Tijdelijke zonnepanelen >

Integreren in uitbreidingen (Nee, tenzij) Ook in de gemeente Gilze en Rijen worden nu en in de toekomst nog nieuwe woonwijken ontwikkeld. In Rijen komt het nieuwe woongebied ‘Tussen de Leijen’ eraan. Bij de bouw van zo’n nieuwe wijk is een integraal ontwerp van de woninguitbreiding met de duurzame energieopgave uitgangspunt. Denk hierbij aan nieuwe parken/uitloopgebieden met zonnevelden. Dit is een kans om meteen een aantrekkelijk, multifunctioneel, groen en duurzaam uitloopgebied voor de wijk (en dorp) te maken.

7 Nee, nooit Trede ‘Nee,nooit’ : Geen grondgebonden zonnepanelen in het Natuurnetwerk Brabant en de verbrede beekdalen. Uitgesloten voor zonnevelden zijn in ieder geval: • Het Natuurnetwerk Brabant (NNB); • Verbrede beekdalen; Het Natuurnetwerk Brabant en de verbrede beekdalen zijn noodzakelijk voor de klimaatdoelstellingen en biodiversiteit.

49

Concreet betekent dit voor de gemeente Gilze en Rijen dat er in ieder geval geen zonnevelden komen in de Chaamse Bossen, Boswachterij Dorst en in de beekdalen van de Gilzewouwerbeek, de Groote en de Kleine Lei. Ook kleinere beekdalen die aansluiten op het beekdalsysteem van de Leije en de Mark worden vrijgehouden van zonnepanelen.

Foto: Rijksweg (N282)

8 Analyse < TOP kaart De gemeente Gilze en Rijen is cira 6.600 hectare groot en heeft circa 16.000 inwoners. In de gemeente liggen vier dorpen: Gilze, Rijen, Hulten en Molenschot. Kenmerkend voor het landschap zijn: de oude agrarische bouwlanden, de jonge agrarische ontginningen, de Chaamse Bossen en Boswachterij Dorst, het bekensysteem van Mark en Leije. 50

Door het landschap lopen een aantal grote infrastructurele lijnen: snelweg A58, N282 (Oude Rijksweg), de spoorlijn BredaTilburg en de N260. Daarnaast is het militaire vliegveld een belangrijke functie.

< Topografische kaart

Historische kaart 1900 > Op de historische kaart van 1900 is goed te zien welke gronden van oudsher het meest vruchtbaar zijn en toen al landbouwkundig in gebruik waren. De witte vlakken zijn de hoger gelegen akkers en in groen zijn lager gelegen natte gronden weergegeven, die voor het weiden van het vee werden gebruikt. De vier dorpen zijn ontstaan op de oude enkeerdgronden. Deze gronden zijn van oudsher de beste (meest vruchtbare) landbouwgronden. In 1900 zijn grote delen van de gemeente nog woeste grond, oftewel heide. Deze gronden bestonden uit klapzand en waren niet interessant voor de landbouw. Pas later, na de uitvinding van de kunstmest, zijn de grote heidegebieden ontgonnen ten behoeve het agrarisch gebruik. Op een aanzienlijk deel is ook productiebos aangelegd. Historische kaart 1900 >

51

< Deelgebieden / sferen Op basis van de huidige verschijningsvorm en de landschapsgeschiedenis is het grondgebied van de gemeente Gilze en Rijen te verdelen in de volgende deelgebieden:

52

De oude ontginningen bevinden zich rondom de dorpen. Dit zijn van oudsher de meest vruchtbare gronden en deze gronden zijn dus al vroeg ontgonnen voor het landbouwkundige gebruik. Het landschap is hier kleinschalig en onregelmatig en heeft kromme wegen en een verscheidenheid aan landschapselementen zoals houtsingels en bosschages. De jonge ontginningen zijn pas laat in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw. Dit zijn van oudsher slechte gronden (klapzand). Door de uitvinding van kunstmest werd landbouwkundig gebruik interessant. Het zijn open gebieden met ruim opgezette percelen. De verkaveling is efficiënt en de erven liggen langs rechte wegen.

Er liggen twee grote bosgebieden in de gemeente Gilze en rijen, namelijk Boswachterij Dorst en de Chaamse Bossen. De bossen zijn van oudsher productiebossen (houtteelt). De bossen zijn geplant op de voormalige woeste gronden (heidegebied). Het is vooral redelijk dicht bos met af en toe vennen en heidevelden.

Foto: open landschap ten noorden van Hulten

Het Rijens Broek / De Lange Rekken is een oud broeklandschap. Hier stromen de Grote en Kleine Leij doorheen. Het is een vochtig, open en rationeel verkaveld agrarisch gebied met verspreide bebouwing en wegen. Er zijn hier twee beekdalsystemen. De Oude Leij stroomt van aan de oostzijde van de gemeente van zuid naar noord (naar Tilburg). De Mark stroomt ten westen van de gemeente van zuid naar noord (naar Breda). Alle zijbeken van de Mark stromen van zuidoost naar noordwest. Een van de zijbeken van de Mark is de Gilzewouwerbeek. De Kleine en Groote Leij behoren tot het beeksysteem van de Oude Leij.

53

foto: weiland met koeien

< Kaart deelgebieden/sferen Foto: akker met mais

< Natuurwaarden Bossen: -Chaamse Bossen -Boswachterij Dorst -Rond vliegveld Beeksystemen: -Van zuid naar noord: Leij -Van oost naar west: Mark (Gilzewouwerbeek)

Cultuurhistorische waarden > Cultuurhistorische landschappen: Landgoederen ten zuiden van Breda Complexen van -Cultuurhistorisch belang-Steenfabriek Hendrikx (Gilze)---Landgoed Valkenberg

Ecologische verbindingen: Lei

Historisch geografische vlakken: -Chaamse Bossen -Boswachterij Dorst -Heideontginning Het Blok

Natte natuurparel: Sint Annabos

Historisch Groen: Toxandria

Weidevogelgebied: Rielsche Heide

Historische stedenbouw: -Militair complex Prinsenbosch

54

55

< Kaart natuurwaarden

Kaart cultuurhistorische waarden >

Koppelkansen > Op deze kaart staan de ontwikkelingen aangegeven. Daar waar veranderingen in de toekomst optreden of daar waar ontwikkelingen gewenst zijn, ontstaan koppelkansen. Je kunt dan werk met werk maken.

56

< Sfeer & uitsluitingen Op deze kaart staan de uitsluitingen in grijs aangegeven. Het betreft de beekdalen en de bossen (Natuur Netwerk Brabant).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10490148/1