GLR Programmabegroting 2023 definitief
Tekst van het document
2024
2025
2026
44.799.000 45.428.000 47.633.000 46.547.000 1.152.000 690.000 334.000 2.989.000 2.929.000 2.885.000 2.840.000 47.788.000 49.509.000 51.208.000 49.721.000
Naar aanleiding van het tekort aan middelen voor jeugdtaken heeft het huidige kabinet al eerder incidentele extra middelen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd. In de meicirculaire is een toezegging gedaan voor 2023. Vanaf 2024 is er, in overeenstemming met de toezichthouder, een aanname gedaan op basis van een indicatie van het Rijk. Het jaar 2026 lijkt een ‘ravijnjaar’ te worden als gevolg van een, eenzijdige, aanpassing van de financieringssystematiek van het gemeentefonds. De groei van gemeenten wordt niet langer vergoed en ook de trap-op-trap-af systematiek is buiten werking gesteld. Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is De gemeentelijke belastingen is de tweede grootste inkomstenbron van de gemeente. Het saldo van de lokale heffingen (waarvan de besteding niet gebonden is) is exclusief de leges en rechten zoals de riool- en afvalstoffenheffing. Het tarief van deze heffing mag niet hoger zijn dan de begrote kosten. De baten en lasten van de bestedingsgebonden heffingen verantwoorden we onder het betreffende programma. Bijvoorbeeld de riool- en afvalstoffenheffing valt onder het programma volksgezondheid en milieu.
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
73
Overhead Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces worden gerekend tot de overhead. Overhead bestaat in elk geval uit: 1. Leidinggevenden in het primaire proces; 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; 3. P&O/HRM; 4. Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement); 5. Interne en externe communicatie met uitzondering van communicatie met de klant; 6. Juridische zaken; 7. Bestuurszaken en bestuursondersteuning; 8. Informatievoorziening en automatisering (ICT); 9. Facilitaire zaken en huisvesting; 10. Documentaire Informatie Voorziening (DIV); 11. Managementondersteuning in het primair proces. Voor de digitalisering van persoonskaarten is voor onze gemeente éénmalig een bedrag nodig van € 26.000 in 2023. Dit is verwerkt in deze begroting. We verwijzen hiervoor het financieel perspectief van deze begroting, dat in de inleiding staat gepresenteerd. De totale overheadkosten van de gemeente Gilze en Rijen worden in 2023 geraamd op een bedrag van € 8.280.635. Een groot deel van deze kosten wordt gemaakt en verantwoord in de ABGorganisatie. Op basis van een in het verleden vastgestelde verdeelsleutel wordt 53,8% van de kosten door de ABG-organisatie in rekening gebracht bij de gemeente Gilze en Rijen.
74
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
Vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 zijn publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals Gemeenschappelijke Regelingen en Gemeenten, Vennootschapsbelasting (VpB) plichtig indien, en voor zover, zij een onderneming drijven. Er is sprake van een onderneming indien cumulatief voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: • • •
Een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid; die deelneemt aan het economische verkeer; met het oogmerk om winst te behalen.
Wanneer aan alle bovenstaande voorwaarden wordt voldaan dan wordt de betreffende activiteit aangemerkt als een onderneming. Het gevolg daarvan is dat de onderneming (lees: gemeente) een aangifte VpB moet indienen bij de belastingdienst. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat van alle activiteiten 'slechts’ het grondbedrijf aangemerkt wordt als winstgevende onderneming. Om te kunnen bepalen wat de daadwerkelijke belastingdruk op het grondbedrijf wordt, dient het BBV resultaat gecorrigeerd te worden naar het fiscale resultaat. In het oog springende verschillen tussen beide winstbepalingen zijn: • • • •
Slechts de werkelijk betaalde rente mag als kosten opgevoerd worden; grondbedrijf vreemde activiteiten moeten geëlimineerd worden; toekomstige prijsstijgingen mogen niet opgevoerd worden als kosten/baten; kapitaalstortingen en onttrekkingen moeten geëlimineerd worden.
Het belastingtarief van de VpB is als volgt: Belastbaar bedrag 2022
Tarief 2022
Belastbaar bedrag (voornemen 2023)
Tarief (voornemen 2023)
t/m € 395.000
15%
t/m € 200.000
19%
meer dan € 395.000
25,8%
meer dan € 200.000
25,8%
Onderstaande tabel laat de geprognosticeerde fiscale resultaten en de bijbehorende belastingbedragen zien. Voor de te betalen belasting vanaf fiscaal jaar 2023 wordt gebruik gemaakt van de tarieven en schijfgrens van 2022. Fiscaal jaar Fiscaal resultaat 2021 -/- € 2.654.000 2022 € 510.000 2023 € 988.000 2024 € 446.000 2025 € 1.326.000 2026 € 1.035.000
Belasting €0 €0 €0 €0 €0 €0
Vanwege verrekenbare verliezen uit het verleden zal er de komende jaren naar verwachting geen sprake zijn van betaling van vennootschapsbelasting. Wij hebben de begroting hierop aangepast. We verwijzen hiervoor het financieel perspectief van deze begroting, dat in de inleiding staat gepresenteerd.
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
75
Onvoorzien Wettelijk is voorgeschreven dat in de programmabegroting een post voor onvoorziene uitgaven is geraamd. Er zijn geen voorschriften of normen voor de omvang van deze post. Het is aan de raad om aan te geven welke omvang zij nodig acht. De raming voor 2023 bedraagt € 26.000. Dit is het totaalbedrag dat beschikbaar is voor alle programma's tezamen. Bij aanwending moet worden voldaan aan de volgende criteria (de drie O’s): Onvoorzien, Onontkoombaar en Onuitstelbaar.
Wat gaat het kosten? Bedragen X € 1.000 Rekening Begroting Begroting
Meerjarenbegroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
L
327
1.511
3.347
5.488
7.601
7.044
B
50.562
55.793
57.611
59.481
61.341
59.997
L
7.557
8.251
8.811
8.617
8.916
9.064
B
589
599
530
517
490
440
L
0
0
0
0
0
0
B
0
0
0
0
0
0
L
0
1
26
26
26
26
B
0
0
0
0
0
0
Totaal lasten programma 9 Algemeen
7.884
9.763
12.184
14.131
16.542
16.134
Totaal baten programma 9 Algemeen
51.151
56.392
58.141
59.998
61.831
60.437
Saldo lasten en baten programma 9 Algemeen
43.267
46.629
45.958
45.868
45.288
44.303
9A
9B
9C
9D
76
Algemene dekkingsmiddelen
Overhead
Vennootschapsbelasting
Onvoorzien
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
Toelichting budgetverschillen De belangrijkste verschillen tussen de ramingen in begroting 2023 en begroting 2022 zijn: Bedragen x € 1.000 1.
2.
3. 4. 5. 6. 7. 8 9 10.
Omschrijving De baten vanuit de onroerende zaakbelasting zijn in 2023 € 814.000 hoger dan in 2022. Voor € 391.000 komt dit door de 4,8% boven trendmatige stijging. Voor het resterende deel komt dit door de reguliere trendmatige indexering. De algemene uitkering 2023 is hoger dan in 2022. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door indexering. Deze hoge indexering hebben we geraamd op een stelpost ter dekking van de hogere kosten in 2023. In 2022 is de opbrengst toeristenbelasting hoger. Dit wordt veroorzaakt door een nagekomen opbrengst over 2021. In de begroting 2023 hebben we middelen opgenomen voor de verdere uitvoering van het eind 2021 vastgestelde coronaherstelplan. Aan de hand van de vastgestelde begroting 2023 van de ABG, wordt in 2023 een hoger bedrag doorbelast aan het taakveld overhead dan in 2022. In 2023 is een voorbereidingskrediet opgenomen voor toekomst huisvesting. We hebben in 2022 hogere inhuurkosten als gevolg van de vacature van de gemeentesecretaris. We hebben lagere kosten tractie, maar hierdoor hebben we ook een lagere huuropbrengst. In de begroting is budget opgenomen om de archieven te digitaliseren en te bewerken. Overige afwijkingen. Totaal
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
L/B B
Bedrag 814
V/N V
L B
1.520 1.071
N V
B
78
N
L
266
N
L
468
N
L L
100 85
N V
L B L
68 68 143
V N N
L B
77 11 671
N V N
77
Subsidies Subsidiebeleid Met subsidies maken we activiteiten van inwoners, verenigingen en organisaties mogelijk, omdat die activiteiten een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van onze beleidsdoelen in het sociaal domein. Het gaat dan bijvoorbeeld om activiteiten gericht op meedoen van alle inwoners (jong tot oud), op het gebied van sport en bewegen of kunst, cultuur en educatie. Jaarlijks nemen we in de begroting een overzicht op met daarin vermeld het subsidieplafond voor activiteitensubsidies en de begrote bedragen voor basisvoorzieningen (per onderdeel). Dit overzicht treft u hieronder aan voor de begroting 2023. In het subsidieregister zijn na afloop van het kalenderjaar de subsidietoekenningen terug te vinden. Subsidies basisvoorzieningen De onderstaande subsidies aan basisvoorzieningen zijn opgenomen in de begroting 2023. De opgenomen bedragen zijn exclusief indexering. Subsidies voor basisvoorzieningen Mantelzorgondersteuning € 118.500 Lokaal Steunpunt Mantelzorg i.s.m.
Thebe thuiszorg € 118.500 Basisondersteuning (dorpsteam) € 1.637.241 ContourdeTwern € 1.637.241 Preventief aanbod jeugdhulp € 27.000 Waygroup € 27.000 Armoedebestrijding € 30.000 Voedselbank € 30.000 Cultureel erfgoed (inclusief harmonieën) € 33.505 Stichting Dorpsbelang Molenschot € 2.000 Heemkring Molenheide € 8.355 Stichting Sint Nicolaas Comité Gilze € 1.500 Sint Nicolaas Comité Rijen Ntb Koninklijke Harmonie St. Cecilia € 10.350 Harmonie Vlijt en Eendracht € 10.200 Stichting Cultuurplaats € 254.388 Marktplaats cultuur en cultuureducatie € 124.730 Cultuurcoach € 55.000 Cultuurplaats coördinatie € 37.850 Brede school coördinatie € 36.808 Bibliotheekvoorziening € 441.455 Theek 5 € 441.455 Speel-o-theek voorziening € 2.100 Stichting Kind en Spel € 2.100 Maatschappelijke accommodaties Gemeenschapshuis Hulten (The Chump) € 23.110 Gemeenschapshuis Molenschot De Molenwiek € 87.684 Stichting Culturele Centra Gilze en Rijen (CCGR) € 614.100 Gillesa Groep - Scouting Gilze € 7.200 Stichting Scouting Bonifaas - Scouting Rijen € 5.250 Anti-discriminatievoorziening (Advies- en meldpunt) RADAR € 20.972 Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
79
Subsidies voor basisvoorzieningen Ontwikkelingsstimulering 2 tot 4 jarigen (voor- en vroegschoolse educatie) Ntb o.b.v. werkelijk bezette kindplaatsen Ntb o.b.v. werkelijk bezette kindplaatsen Ntb o.b.v. werkelijk bezette kindplaatsen
Kindcentrum Rijen B.V. / De Vliegwereld Humankind / POV Speeldoos Stichting Muzerij EHBO verenigingen E.H.B.O. - vereniging Sint Christoffel Preventie, informatie en advies en ondersteuning in het kader van de aanpak van seksueel geweld Stichting Blauwe Maan (via gemeente Tilburg) Collectieve preventie GGZ en Verslavingszorg GGZ Breburg Novadic-Kentron Slachtofferhulp Stichting Slachtofferhulp Nederland Sport- en beweegvoorzieningen Sport'sCool
€ 1.950 € 10.000 € 10.000 € 14.453 € 7.300 € 7.153 € 7.882 € 7.882 € 1.391 € 1.391
Activiteitensubsidies Het subsidieplafond voor activiteitensubsidies bedraagt in 2023 € 324.352. Innovatiesubsidies Bij de perspectiefnota 2021 is besloten om de innovatiesubsidies af te bouwen naar € 0 in 2023.
80
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
Paragrafen
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
81
A: Lokale heffingen
A: Lokale heffingen Inleiding De gemeentelijke heffingen zijn na de doeluitkeringen en de algemene uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste bron van inkomsten. In de paragraaf Lokale heffingen doen wij verslag van: • De geraamde inkomsten; • Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; • De berekeningswijze van de gemeentelijke tarieven en welke beleidsuitgangspunten hieraan ten grondslag liggen; • De ontwikkeling van de lokale lastendruk; • Het kwijtscheldingsbeleid.
Lokale heffingen De lokale heffingen zijn met € 14,1 miljoen goed voor 17% van de gemeentelijke inkomsten in Gilze en Rijen. In onderstaand overzicht zijn de inkomsten voor de jaren 2021 tot en met 2023 weergegeven. Hierbij is een onderverdeling gemaakt in gebonden heffingen (aan te wenden voor doel) en vrij besteedbare heffingen. De inkomsten uit lokale heffingen nemen in 2023 naar verwachting met € 126.000 toe ten opzichte van 2022. Het verschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de hogere OZB opbrengst in 2023.
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
83
Realisatie 2021
Begroot 2022
Begroting 2023
Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing
2.011.594
2.066.000
2.066.000
Leges Markten en kermissen
1.960.778 43.593
1.977.186 52.654
1.341.894 54.740
Rioolheffing
1.332.383
1.331.899
1.347.796
Totaal Gebonden heffingen
5.348.348
5.427.739
4.810.430
Hondenbelasting OZB Niet-woningen eigenaren
111.416 2.279.397
118.633 2.462.614
125.395 2.753.241
OZB Niet-woningen gebruikers OZB Woningen eigenaren
1.677.759 3.565.002
1.710.137 3.745.368
1.959.993 4.019.485
410.392
552.308
474.556
Totaal Vrij besteedbare heffingen
8.043.966
8.589.060
9.332.670
Totaal opbrengsten
13.392.314
14.016.799
14.143.100
Heffingen
Vrij besteedbare heffingen
Toeristenbelasting
Gebonden heffingen Bij de gebonden heffingen is kostendekkendheid het uitgangspunt. De gebruiker betaalt in principe de integrale kosten van de geleverde producten en diensten. Een meer dan kostendekkende heffing is niet toegestaan; daarentegen kunnen bestuurlijke overwegingen aanleiding zijn tot het vaststellen van lagere tarieven. Het BBV schrijft voor dat gemeenten in de paragraaf lokale heffingen inzicht verschaffen in de berekeningswijze van de gemeentelijke tarieven. Naast de kosten op de betreffende taakvelden wordt namelijk nog een aantal posten extracomptabel toegerekend aan de tarieven, zoals overhead, rente en BTW. Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op de tariefberekeningen van de afvalstoffen-, de rioolheffing en de gemeentelijke leges (retributies).
84
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht om huishoudelijk afval op te halen. Van de opbrengst betaalt de gemeente de kosten voor het inzamelen en verwerken van restafval, gft-afval, plastic afval, klein chemisch afval, oud papier, glas en de exploitatie van de milieustraat. Inwoners van Gilze en Rijen betalen een vast tarief en een tarief per inworp van een zak restafval. Inwoners uit het buitengebied betalen per lediging van de restafvalcontainer. De afvalstoffenheffing wordt geïncasseerd door Brabant Water. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing, dit houdt in dat de geïnde gelden aangewend moeten worden voor het doel. Uitgangspunt in Gilze en Rijen is een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing: de tarieven bewegen mee met de ontwikkeling van de toerekenbare kosten. De voorziening afvalstoffenheffing vormt de sluitpost van de exploitatie. De voorziening heeft een egaliserende functie. Ze kan worden gebruikt om via het tarief te sparen voor grote uitgaven in de toekomst (onderhoud, vervanging) of om ongewenste schommelingen van het tarief op te vangen. In onderstaande tabel is de exploitatieopzet van de afvalstoffenheffing 2023 afgezet tegen die van 2022. 2022
2023
€ 1.183.106 808.603 -/- € 565.983 1.425.726
€ 1.143.926 842.581 -/- € 565.983 1.420.524
Toe te rekenen kosten: Overhead ABG (40%) BTW Totale kosten
539.068 € 252.212 2.217.006
561.720 € 257.462 2.239.706
Opbrengst heffingen Opbrengst milieustraat
€ 2.049.000 € 90.000
€ 2.049.000 € 90.000
96% -/- 78.006
96% -/- € 100.706
Kosten taakvelden Begroting gemeente Begroting ABG (60%) Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld Afval
Dekking Mutatie voorziening (positief = toevoegen, negatief = onttrekken)
Uit de tabel valt af te lezen dat afvalstoffenheffing in 2023 nagenoeg kostendekkend is. De afgelopen jaren is de voorziening afvalstoffen volledig ingezet om de tarieven laag te houden en onvoorziene kosten op te vangen. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2023 afgezet tegen het tarief 2022.
vastrecht 140 liter restafval 240 liter restafval 60 liter inworp verzamelcontainer 30 liter inworp verzamelcontainer
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
2022 € 138,00 € 9,33 € 16,00 € 4,00 € 2,00
2023 € 138,00 € 9,33 € 16,00 € 4,00 € 2,00
wijziging n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
85
Rioolheffing Voor de afvoer van afvalwater en de zuivering daarvan, heeft de gemeente de plicht om voor een goed werkend rioleringsstelsel te zorgen. Ook heeft de gemeente de zorgplicht om de grondwaterstand en de afvoer van hemelwater (regenwater) te beheren. Om al deze watertaken te bekostigen wordt er één belasting geheven, de rioolheffing. De gemeentelijke watertaken gaan gepaard met relatief grote uitgaven en hebben een langjarige planning. In het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) 2021-2025 is het onderhoud aan het rioleringsstelsel voor de lange termijn in kaart gebracht. Binnen de rioolheffing wordt onderscheid gemaakt tussen een vast basistarief (tot en met 500 m3 jaarlijks waterverbruik) en een variabel grootverbruik tarief (vanaf 500 m3 jaarlijks waterverbruik). De rioolheffing is, evenals de afvalstoffenheffing, een bestemmingsheffing. Ook hier is een 100% kostendekkende heffing het uitgangspunt in Gilze en Rijen. In onderstaande tabel is de exploitatieopzet van de rioolheffing 2023 afgezet tegen die van 2022. 2022
2023
Kosten taakvelden Begroting gemeente Begroting ABG (60%) Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld riool
878.237 306.284 -/- 54.584 1.129.937
770.887 310.946 -/- 54.584 1.027.249
Toe te rekenen kosten: Overhead ABG (40%) incl. (omslag)rente BTW Totale kosten
204.189 140.520 1.474.646
207.297 139.745 1.374.291
Opbrengst heffingen
1.331.899
1.347.796
Dekking Mutatie voorziening (positief = toevoegen, negatief = onttrekken)
90% -/- 142.747
98% -/- 26.495
Uit de tabel valt af te lezen dat het huidige tarief van de rioolheffing in 2023 beneden kostendekkend is, waardoor we een aanspraak doen op de voorziening riolering. Daarnaast wordt er in 2022 € 558.000 onttrokken aan de voorziening als bijdrage in de reconstructie van Rijen-Noord. Hiermee komt de totale onttrekking in 2022 uit op € 700.747. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2023 afgezet tegen het tarief 2022.
Basistarief: tot en met 500 m3 waterverbruik Grootverbruik: per (deel van) 500 m3 extra waterverbruik
2022 € 105,98 € 66,24
2023 € 105,98 € 66,24
wijziging n.v.t. n.v.t.
Retributies Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent aan een individu of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. Voorbeelden van retributies zijn leges, markt- en standplaatsgelden en lijkbezorgingsrechten (grafrechten).
86
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
In 2017 zijn de werkprocessen achter titel 1 (algemene dienstverlening) en titel 2 (dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning) van de legesverordening geharmoniseerd tussen de drie ABG gemeenten. Dit heeft ertoe geleid dat vanaf 2018 in alle drie de gemeenten dezelfde tarieven worden geheven voor de gemeentelijke dienstverlening op het gebied van burgerzaken en omgevingsvergunningen, enkele uitzonderingen daargelaten (met name het tarief bouwleges). Om te voorkomen dat de tarieven weer uit elkaar gaan groeien wordt aan alle drie de ABG gemeenten voorgesteld om de geharmoniseerde tarieven met hetzelfde percentage te indexeren. Dit percentage is gekoppeld aan het inflatiecijfer van het gemeentefonds (3% in 2023). Voor de overige tarieven geldt de reguliere index zoals deze is opgenomen in de begroting (5,7%). In 2019 zijn stappen gezet om de berekening van de kostendekkendheid van de leges structureel in te bedden in de Planning & Control cyclus. Jaarlijks bij het opstellen van de begroting wordt een kostendekkendheidsanalyse gemaakt van de legesverordening. De lasten worden berekend aan de hand van de normatieve tijdsbesteding en de toerekenbare uurtarieven. De baten worden berekend op basis van de verwachte productie en de geïndexeerde legestarieven. De legesverordening telt zo’n 35 hoofdstukken met in totaal ongeveer 200 tarieven.
Het voert te ver om in deze paragraaf van elk hoofdstuk een overzicht op te nemen zoals we dat voor de afvalstoffenen rioolheffing hebben gedaan. Bij de legesverordening kan worden volstaan met een samenvatting van de totalen (baten en lasten) per hoofdstuk in één overzicht. Vooraf wordt nog opgemerkt dat de financiële gevolgen van de nieuwe Omgevingswet niet zijn verwerkt in onderstaand overzicht. De wetsbehandeling in de Eerste Kamer staat gepland in oktober, waarna duidelijk wordt of deze wet daadwerkelijk per 1 januari 2023 in werking treedt. De Omgevingswet leidt tot een aantal wijzigingen in titel 2 van de legesverordening. Deze wijzigingen en de financiële gevolgen daarvan worden meegenomen in het raadsvoorstel voor de nieuwe belastingverordeningen 2023.
Kostendekkendheid gemeentelijke leges 2023 Baten
Lasten
Titel 1 Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Hoofdstuk 3 Rijbewijzen Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken Hoofdstuk 10 Gemeentearchief Hoofdstuk 16 Kansspelen Hoofdstuk 17 Telecommunicatie Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer Hoofdstuk 19 Diversen Totaal titel 1
€ € € € € € € € € € €
30.025 64.265 60.486 5.016 10.324 2.445 7.933 20.431 14.277 3 215.206
€ € € € € € € € € € €
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking Totaal titel 2
€ € € € €
32.756 953.222 283 71 986.331
€ 58.535 € 1.002.229 € 455 € 114 € 1.061.333
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2 Hoofdstuk 1 Horeca € Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten € Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen € Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € Totaal titel 3 €
5.074 627 796 383 6.880
Totaal legesverordening
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
€ 1.208.418
€ € € € €
57.839 72.450 71.200 8.466 12.252 3.716 1.703 27.416 31.308 16 286.365
4.101 13.385 1.459 646 19.591
€ 1.367.289
87
Uit de tabel valt af te lezen dat de kostendekkendheid van de leges binnen de marge van 100% kostendekkendheid valt. Wij zullen de kostendekkendheid jaarlijks blijven monitoren en de resultaten hiervan opnemen in deze paragraaf. Vrij besteedbare heffingen De ongebonden heffingen zijn een belangrijk politiek instrument en maken integraal onderdeel uit van het gemeentelijk (belasting-)beleid. De heffingsinkomsten zijn in principe vrij besteedbaar. Onroerende zaakbelasting Inwoners betalen onroerendezaakbelasting (OZB) als zij op 1 januari van een belastingjaar eigenaar zijn van een woning of gebruiker en/of eigenaar van een niet-woning. De OZB is gebaseerd op de WOZ-waarde op 1 januari van het voorgaande jaar. De gemeente bepaalt de OZB-aanslag op basis van de getaxeerde waarde van de onroerende zaak (de WOZ-waarde). Deze waarderingsgrondslag wordt jaarlijks middels hertaxatie, volgens de regels in de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ), vastgesteld. Het beleid tot nu toe is altijd geweest dat de OZB-opbrengst niet beïnvloed wordt door de hertaxaties van het onroerend goed. Met andere woorden: als de totale waarde van het onroerend goed daalt, als gevolg van lagere taxatiewaarden, zullen de OZB-tarieven extra stijgen zodat de totale opbrengst gelijk blijft (het omgekeerde geldt uiteraard ook). Net als in voorgaande jaren is ook voor 2023 dit beleidsuitgangspunt gehanteerd.
In de begroting is rekening gehouden met een indexering van de OZB opbrengsten met 10% in 2023, hiervan is 5,7% trendmatig en 4,3% boven trendmatig. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2023 afgezet tegen het tarief 2022. 2022 2023 Woningen eigenaren 0,1040% n.t.b. Niet-woningen eigenaren 0,2815% n.t.b. Niet-woningen gebruikers 0,2294% n.t.b. De WOZ waardering is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend, waardoor de tarieven nog niet berekend kunnen worden. Toeristenbelasting Voor personen die niet staan ingeschreven in de gemeente heffen wij een toeristenbelasting als zij blijven overnachten in een hotel, een pension of een ander vakantieonderkomen. Voor de toeristenbelasting zijn de houders van de hotels, pensions en campings belastingplichtig. Zij kunnen het tarief aan de toerist doorberekenen. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2023 afgezet tegen het tarief 2022. 2022 2023 wijziging € 1,50 Tarief per overnachting € 1,59 € 0,09 (+5,7%) € 265,50 € 281,43 € 15,93 (+5,7%) Forfaitair tarief vaste standplaats
88
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
Hondenbelasting De hondenbelasting wordt berekend aan de houder van een of meer honden. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2023 afgezet tegen het tarief 2022. 2022 Voor een eerste hond Voor een tweede hond Voor iedere hond boven het aantal van twee Voor een kennel
2023
wijziging
€ 52,68 € 55,68 € 105,36 € 111,36 € 158,04 € 167,04 € 474,12 € 501,12
€ 3,00 (+ 5,7%) € 6,00 (+ 5,7%) € 9,00 (+ 5,7%) € 27,00 (+ 5,7%)
Ontwikkeling van de lokale lastendruk Jaarlijks brengt het COELO (het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) een Atlas van de lokale lasten uit. Daarin is op het vlak van de lokale lastendruk een vergelijking van alle Nederlandse gemeenten gemaakt. Uitgangspunt voor de berekening van de lokale lastendruk zijn de lasten OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden. De volgende tabel geeft de meerjarige ontwikkeling van de lokale woonlasten weer voor de jaren 20212023: Woonlasten Onroerende zaakbelasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten
2021 € 319 € 196 € 106 € 621
2022 € 380 € 196 € 106 € 683
2023 € 418 € 196 € 106 € 721
Stijging (Absoluut) Stijging (Relatief)
+ € 23 + 3,8%
+ € 62 + 10,0%
+ € 38 + 5,6%
Uitgangspunten berekening Gilze en Rijen: OZB: gemiddelde woningwaarde (koopwoning) op waarde peildatum (2022 = € 365.730); Afvalstoffenheffing: het COELO gaat voor een meerpersoonshuishouden uit van 14 inworpen van 60 liter in de restafvalcontainer; Rioolheffing: basistarief, tot en met 500 m3 waterverbruik.
Met bovenstaande woonlasten neemt onze gemeente in 2022 de 5e positie (2021 was 4e positie) in van de totaal 344 gemeenten per 01-01-2022. Op de lijst van het Coelo heeft de nummer 1gemeente de laagste woonlasten (bij meerpersoonshuishoudens). Nummer 344 is de gemeente met de hoogste woonlasten. Gemiddelde woonlasten (COELO) Provincie Noord-Brabant Gemeenten 25.000 - 50.000 inwoners Gemeente Alphen-Chaam Gemeente Baarle-Nassau Gemeente Dongen Gemeente Goirle Gemeente Oisterwijk
€ 776 € 862 € 961 € 740 € 882 € 857 € 874
€ 841 n.t.b. € 1.054 € 810 € 959 € 938 € 964
n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.
Kwijtscheldingen Zoals binnen onze gemeente gebruikelijk bestaat de mogelijkheid om voor de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffingen jaarlijks een verzoek om kwijtschelding in te dienen. Personen die aan de voorwaarden voldoen (betrokkenen hebben geen vermogen en de betalingscapaciteit is te laag om Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
89
de aanslag te betalen), kunnen door het indienen van een dergelijk verzoek voor één of beide heffingen kwijtschelding ontvangen. In de tariefberekeningen voor de afvalstoffen- en rioolheffing is rekening gehouden met de inkomstenderving door kwijtschelding. In de begroting 2023 is rekening gehouden met een totaalbedrag van € 100.000 aan kwijtscheldingen.
90
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
B: Weerstandsvermogen en risicobeheersing
B: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat gemeenten hun beleid voor de risicobeheersing moeten vastleggen en op basis van een risicoprofiel hun financiële weerstandsvermogen bepalen. In februari 2021 is de nieuwe beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2021” vastgesteld. Deze nieuwe beleidsnota is van kracht per 01-01-2021. In deze paragraaf proberen we een antwoord te geven op de vraag hoe groot het “weerstandsvermogen” (weerstandscapaciteit minus totaal van alle risico’s) van onze gemeente is. Hiervoor geldt een drietal invalshoeken: 1. Identificeren en beoordelen van de risico’s die de gemeente loopt; 2. Bepalen wat de weerstandscapaciteit is (risicodekking van punt 1); 3. Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen (resultaat van punt 1 en 2). Daarnaast gaan we in op enkele financiële indicatoren die conform de BBV-voorschriften met ingang van de begroting 2016 moeten worden opgenomen.
Risico’s identificeren en beoordelen Bij de samenstelling van de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2021” heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de mogelijke risico’s die de gemeente in algemene zin kan lopen. De risico’s worden meerdere malen per jaar geactualiseerd. Hieronder leest u welke risico’s (gesorteerd op programma) zijn geïdentificeerd: Programma 0 Bestuur en ondersteuning Binnen dit programma hebben we de risico’s die betrekking hebben op de bedrijfsvoering (ABG) apart in beeld gebracht. Dit sluit aan bij het risicoprofiel genoemd in de P&C documenten van de ABG. Ook is er een risico meegenomen voor extra kosten op het gebied van externe advisering en juridische aangelegenheden. Daarnaast staan op dit programma de bestuurlijke risico’s verantwoord (Raad en College van B&W), welke vooral van politiek, juridische en rechtspositionele aard zijn. Tot slot is het risico voor hypothecaire geldleningen verwerkt in dit programma. Programma 1 Veiligheid Hier zijn risico’s opgenomen in de sfeer van mogelijke calamiteiten (waarbij aansluiting is gezocht bij het rampenplan).
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
91
Programma 2 Verkeer en vervoer Belangrijke risico’s binnen dit programma hebben te maken met het dagelijks en geprogrammeerd onderhoud en grote werken op het gebied van bestratingen, asfalt en zandwegen. Het kan hier gaan om bovenmatige kosten, faillissementen van bedrijven of onvoorziene kosten als gevolg van de werkzaamheden, zoals verzakkingen, schades en dergelijke. Programma 3 Economie Hier worden de risico’s van recessie en mogelijke bedrijfssluitingen benoemd. Programma 4 Onderwijs Belangrijkste risico is bovenmatige kosten voor leerlingenvervoer, mede omdat dit in principe een openeindregeling is. Programma 5 Sport, cultuur en recreatie Bij dit programma is er voor diverse instellingen en verenigingen rekening gehouden met het risico van aanvullende subsidies, liquidaties en faillissementen en/of privatiseringen. Programma 6 Sociaal domein Risico’s in de sfeer van de bijstandsuitkeringen zijn opgenomen binnen dit programma. Fluctuaties zijn mogelijk in aantallen bijstandsgerechtigden met daarnaast consequenties voor de Wet Werk en Bijstand (WWB). Tot slot is ook voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), een openeindregeling, de bovenmatige kostenontwikkeling onvoorspelbaar en dus opgenomen als risico. Programma 7 Volksgezondheid en milieu Opruimingskosten voor oliesporen, asbestverwijdering en drugsdumpingen zij verantwoord binnen dit programma.
Ook is bodemverontreiniging meegenomen als belangrijk risico, inclusief de vondst van eventuele explosieven. Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing (VHROSV) De risico’s binnen dit programma zijn hoofdzakelijk gelegen in de sfeer van mogelijk lagere opbrengst vanuit bouwleges. Daarnaast zijn er risico’s opgenomen voor aansprakelijkheidstellingen in ruimtelijke procedures (o.a. planschades). Grondexploitatie (als aanvulling op programma’s 3 en 8) Voor de grondexploitatie zijn de risico’s eveneens in beeld gebracht. Per complex is beoordeeld welke mogelijke risico’s er zijn met bovenmatige kosten of minder opbrengsten tot gevolg. Hierbij kan men denken aan tegenvallende kosten in de eindfase van een complex, subsidies, stagnerende verkopen, renteverliezen, afwikkeling van planschades, tegenvallende aanbestedingen, langere doorlooptijden, afwaarderingen, etc.
Nu de risico’s geïdentificeerd zijn, moeten we deze beoordelen. Ook dit doen we meerdere malen per jaar, waarbij actief risicomanagement moet leiden tot het reduceren van deze risico’s. Om risico’s te kunnen beoordelen worden de kans en het (financiële) gevolg van elk risico bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van zogenaamde referentiebeelden die een richtlijn bieden om risico’s in te kunnen schatten. Daarna wordt per risico het financiële gevolg ingeschat in het geval het risico zich daadwerkelijk zou voordoen. Het is de bedoeling dat de financiële gevolgen zoveel mogelijk worden onderbouwd met kwantitatieve gegevens en prijzen.
92
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
Voor de beoordeling van de kans dat een risico daadwerkelijk optreedt hanteren we 5 klassen met de volgende referentiebeelden: Klasse 1 2 3 4 5
Referentiebeelden < of 1 keer per 10 jaar 1 keer per 5-10 jaar 1 keer per 2-5 jaar 1 keer per 1-2 jaar 1 keer per jaar of >
gemiddelde kans per klasse (10%) (30%) (50%) (70%) (90%)
Per individueel risico bepalen we wat de mogelijke financiële effecten zijn voor de gemeente. We vermenigvuldigen daarbij de kans dat het risico zich voordoet conform bovenstaande indeling met het ingeschatte financiële gevolg. Wanneer we dit doen voor alle geïdentificeerde risico’s, dan ontstaat onderstaand beeld: Risico's Begroting 2023 Max. risico Kans % Uitkomst Programma 0 Bestuur en ondersteuning 1.558.580 10,38% 161.858 Programma 1 Veiligheid 2.550.000 11,18% 285.000 Programma 2 Verkeer en vervoer 550.000 13,64% 75.000 Programma 3 Economie 500.000 10,00% 50.000 Programma 4 Onderwijs 130.000 45,38% 59.000 Programma 5 Sport, cultuur en recreatie 550.000 22,73% 125.000 Programma 6 Sociaal domein 600.000 20,00% 120.000 Programma 7 Volksgezondheid en milieu 50.000 50,00% 25.000 Programma 8 Volkshuisv., ruimtelijke ord. en stadsvern. 550.000 30,00% 165.000 Programma 9A Algemene dekkingsmiddelen 1.764.214 12,83% 226.421 Programma 9B Overhead 2.313.400 14,65% 338.940 Grondexploitatie (als aanvulling op programma's 3 en 8) 8.525.020 32,73% 2.790.010 Corona 402.000 30,00% 120.600 Totaal programma's (incl. GREX) 20.043.215 22,66% 4.541.829 Ten opzichte van de risico’s zoals ingeschat bij de perspectiefnota 2023 (€ 4.406.500) is de totale uitkomst van geschatte risico’s toegenomen met ca. € 0,1 miljoen. Gezien de geringe afwijking lichten we dit niet verder toe.
Bepalen van de weerstandscapaciteit (risicodekking) Risicodekking richt zich op het afdekken (financieren) van de financiële gevolgen van opgetreden risico’s. Er zijn verschillende dekkingsmogelijkheden. Zoals uitgelegd in de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2021” bestaat de weerstandscapaciteit voor de gemeente uit de algemene reserve, de algemene reserve grondexploitatie, de stille reserve en de onbenutte belastingcapaciteit. Hieronder treft u de berekening aan: Berekening weerstandscapaciteit Begroting 2023 Algemene reserve € 3.467.790 Algemene reserve grondexploitatie € 45.676 Stille reserves (marktwaarden > boekwaarden) € 1.370.431 Onbenutte belastingcapaciteit (t.o.v. art 12 status) € 1.033.779 Totale weerstandscapaciteit
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
€ 5.917.676
93
Berekening van het weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat nodig is om alle risico’s op te kunnen vangen. Dat bedrag wordt bepaald door een kansberekening uit te voeren op alle in kaart gebrachte risico’s (risicoprofiel aan de hand van risicoklassen). De beschikbare weerstandscapaciteit omvat de financiële middelen die de gemeente heeft om risico’s op te kunnen vangen. In het vorige hoofdstuk hebben we aangegeven waar de weerstandscapaciteit voor Gilze en Rijen uit bestaat. Het weerstandsvermogen is een ratio die berekend wordt door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij maken we een onderscheid tussen de “harde buffer” van het weerstandsvermogen en de “zachte buffer” van het weerstandsvermogen. De algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie worden gerekend tot vrije reserves. Samen vormen zij de “harde buffer” van de weerstandscapaciteit. Hier zetten we de risico’s met een grote kans tegen af (risicoklassen 3, 4 en 5). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “harde buffer”. De stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit vormen de “zachte buffer”. Hier zetten we de risico’s met een klein kans tegen af (risicoklassen 1 en 2). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “zachte buffer”. Hieronder treft u de berekening aan: Berekening weerstandsvermogen
Begroting 2023
Algemene reserve Algemene reserve grondexploitatie Totale weerstandscapaciteit harde buffer
€ 3.467.790 € 45.676 € 3.513.466
Risico's algemene dienst klassen 3 + 4 + 5 Risico's grondexploitatie Totale risico's harde buffer
€ 205.000 € 2.790.010 € 2.995.010
Totale weerstandsvermogen harde buffer
€ 518.456
Stille reserves (marktwaarden > boekwaarden) Onbenutte belastingcapaciteit (t.o.v. art 12 status) Totale weerstandscapaciteit zachte buffer
€ 1.370.431 € 1.033.779 € 2.404.210
Risico's algemene dienst klassen 1 + 2 Totale weerstandsvermogen zachte buffer
€ 1.546.819 € 857.390
TOTALE WEERSTANDSVERMOGEN ABSOLUUT TOTALE WEERSTANDSVERMOGEN RELATIEF
€ 1.375.846 1,30
94
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
Beoordeling van het weerstandsvermogen In de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2021” is afgesproken om te streven naar de volgende criteria voor het relatieve weerstandsvermogen: •
Criterium 1: minimaal waarderingscijfer C (1,0 ≤ x < 1,4), maar bij voorkeur naar B (1,4 ≤ x < 2,0), als het gaat om het totale weerstandsvermogen.
•
Criterium 2: minimaal waarderingscijfer C (1,0 ≤ x < 1,4) als het gaat om de harde buffer van het weerstandsvermogen.
Wij gebruiken hiervoor onderstaande tabel. Deze wordt ook door de Provincie gebruikt in het kader van financieel toezicht. Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen ≥ 2,0 1,4 ≤ x < 2,0 1,0 ≤ x < 1,4 0,8 ≤ x < 1,0 0,6 ≤ x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Situatie perspectiefnota 2023 Bij de perspectiefnota 2023 liet het weerstandsvermogen onderstaand verloop zien: Bedragen in € miljoen Actuele doorkijk weerstandsvermogen
2021
2022
2023
2024
2025
Algemene reserve
1,9
3,1
3,1
3,1
3,1
2026 3,1
Risico's algemene dienst met klassen 3-4-5
-0,8
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
-0,4
Subtotaal
1,1
2,6
2,6
2,6
2,6
2,7
Algemene reserve GREX
4,3
0,1
2,3
3,6
4,3
5,0
Risico's GREX
-2,3
-2,3
-2,2
-2,2
-2,1
-2,1
Subtotaal
2,0
-2,2
0,1
1,4
2,2
2,9
Totale weerstandsvermogen harde buffer absoluut
3,1
0,4
2,7
4,0
4,8
5,6
Totale weerstandsvermogen harde buffer relatief
2,0
1,1
2,0
2,5
2,9
3,2
Stille reserves
1,3
1,3
1,3
1,3
1,3
1,3
Onbenutte belastingcapaciteit
1,2
1,6
1,4
1,3
1,7
1,6
Risico's algemene dienst met klassen 1-2
-1,6
-1,6
-1,6
-1,6
-1,5
-1,5
Totale weerstandsvermogen zachte buffer absoluut
0,9
1,3
1,2
1,1
1,4
1,4
Totale weerstandsvermogen zachte buffer relatief
1,5
1,8
1,7
1,7
1,9
1,9
Totaal weerstandsvermogen absoluut
4,0
1,7
3,8
5,1
6,3
7,0
Totaal weerstandsvermogen relatief
1,86
1,37
1,89
2,22
2,52
2,75
De conclusies bij deze perspectiefnota 2023 waren: •
Het totale relatieve weerstandsvermogen zat alle jaren (2022 t/m 2026) tussen de 1,37 en 2,75. Voor het jaar 2022 was sprake van waarderingscijfer C (Voldoende), voor het jaar 2023
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
95
B (ruim voldoende) en voor de jaren 2024 t/m 2026 A (uitstekend). We voldeden hiermee aan criterium 1; •
Het totale relatieve weerstandsvermogen "harde buffer" zat alle jaren (2022 t/m 2026) tussen 1,1 en 3,2. Voor het jaar 2022 was sprake van waarderingscijfer C (Voldoende). Voor de jaren 2023 t/m 2026 was sprake van waarderingscijfer A (uitstekend). We voldeden hiermee aan criterium 2.
Situatie begroting 2023 Wanneer we dit meerjarig verloop van het weerstandsvermogen actualiseren, dan ontstaat onderstaand beeld: Bedragen in € miljoen Actuele doorkijk weerstandsvermogen
2022
2023
2024
2025
2026
Algemene reserve
3,5
3,1
3,2
3,4
2,8
2,8
Risico's algemene dienst met klassen 3-4-5
-0,2
-0,2
-0,2
-0,1
-0,1
-0,1
Subtotaal
3,3
2,9
3,0
3,3
2,7
2,7
2027
Algemene reserve GREX
0,0
2,2
3,5
4,2
4,9
5,4
Risico's GREX
-2,8
-2,7
-2,7
-2,6
-2,6
-2,5
Subtotaal
-2,8
-0,5
0,8
1,6
2,3
2,9
Totale weerstandsvermogen harde buffer absoluut
0,5
2,4
3,9
4,8
5,0
5,6
Totale weerstandsvermogen harde buffer relatief
1,2
1,8
2,4
2,7
2,9
3,1
Stille reserves
1,4
1,4
1,4
1,4
1,4
1,4
Onbenutte belastingcapaciteit
1,0
0,2
0,2
0,2
0,2
0,3
Risico's algemene dienst met klassen 1-2
-1,5
-1,5
-1,5
-1,5
-1,4
-1,4
Totale weerstandsvermogen zachte buffer absoluut
0,9
0,1
0,1
0,1
0,1
0,3
Totale weerstandsvermogen zachte buffer relatief
1,6
1,0
1,1
1,1
1,1
1,2
Totaal weerstandsvermogen absoluut
1,4
2,5
3,9
4,9
5,1
5,8
Totaal weerstandsvermogen relatief
1,30
1,55
1,91
2,16
2,23
2,44
De nieuwe conclusies bij deze begroting 2023 zijn: •
Het totale relatieve weerstandsvermogen zit alle jaren (2022 t/m 2027) tussen de 1,30 en 2,44. Voor het jaar 2022 is sprake van waarderingscijfer C (Voldoende), voor de jaren 2023 en 2024 B (ruim voldoende) en voor de jaren 2025 t/m 2027 A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 1;
•
Het totale relatieve weerstandsvermogen "harde buffer" zit alle jaren (2022 t/m 2027) tussen 1,2 en 3,1. Voor het jaar 2022 is sprake van waarderingscijfer C (Voldoende), voor het jaar 2023 B (ruim voldoende) en voor de jaren 2024 t/m 2027 A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 2;
We kunnen stellen dat, kijkend naar het einde van de planhorizon, het weerstandsvermogen nu (begroting 2023) minder is geworden dan ten tijde van de perspectiefnota 2023. Kijkend naar het einde van de planhorizon was bij de perspectiefnota 2023 sprake van een absoluut weerstandsvermogen van € 7,0 miljoen (2,75 relatief), waar dit nu bij de begroting 2023 € 5,8 miljoen (2,44 relatief) is. Het absolute weerstandsvermogen is hiermee gedaald met -/- € 1,2 miljoen (0,31 relatief). Hieronder wordt dit op hoofdlijnen verklaard:
96
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
•
Bij de totstandkoming van de overeenkomst omtrent de verplaatsing van de supermarkt van de locatie Nieuwstraat 109-111 in Gilze naar het centrum van Gilze (grondexploitatie ‘Centrumplan Gilze - centrumdeel’) is in 2017 door het college het besluit genomen om het potentiële verlies van € 1.469.342 mee te nemen als risico binnen de grondexploitatie en op deze manier te verwerken in de jaarstukken 2017. De daadwerkelijke uitvoering van dit onderdeel van het collegebesluit heeft echter abusievelijk nooit plaatsgevonden. Om deze reden moet een nieuwe verliesvoorziening worden getroffen voor de locatie Nieuwstraat 109-111. In het verleden hebben wij deze locatie aangekocht voor € 1.575.000. Op basis van actuele berekeningen is de potentiële opbrengst € 850.000. Dit betekent dat we een verliesvoorziening moeten vormen van € 725.000 (nadeel voor weerstandsvermogen van € 0,7 miljoen);
•
Ook hebben wij reeds bestaande verliesvoorzieningen geactualiseerd. Per saldo leidt dit tot een totaal lagere verliesvoorziening van € 707.000. Het gaat om de volgende projecten (voordeel voor weerstandsvermogen van € 0,7 miljoen): o o
Centrumplan Rijen (€ 815.000 lager door recente afspraken met een ontwikkelaar); Midden Brabant Poort fase 2 (€ 108.000 hoger door langere doorlooptijd.
•
De onbenutte belastingcapaciteit is gedaald. Dit wordt veroorzaakt doordat de onroerende zaakbelasting met 10% is verhoogd. Hierdoor is de onbenutte belastingcapaciteit kleiner geworden (nadeel voor weerstandsvermogen van € 1,3 miljoen);
•
Overige € 0,1 miljoen voordeel.
Bij het beoordelen van het weerstandsvermogen blijven wij steeds oog houden voor het evenwicht tussen een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting en een gezond weerstandsvermogen.
Financiële kengetallen BBV In het gewijzigde BBV is een basisset van vijf kengetallen verplicht gesteld. Deze kengetallen geven in samenhang informatie over de financiële positie van de gemeente. Het BBV geeft geen landelijke normering voor de kengetallen. De kengetallen zijn een weerspiegeling van het gevoerde beleid binnen een gemeente. De kengetallen moeten zodoende in samenhang worden beoordeeld, wat ook de onderlinge vergelijkbaarheid met andere gemeenten bemoeilijkt. Verloop kengetallen Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen solvabiliteitsrisico grondexploitatie structurele exploitatieruimte belastingcapaciteit
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
Verloop kengetallen 2021 2022 2023 2024 2025 2026 realisatie begroot begroot begroot begroot begroot 44%
35%
31%
29%
24%
20%
41% 26% 19% 4% 77%
32% 33% 19% 2% 75%
28% 32% 23% 1% 80%
26% 29% 23% 0% 80%
21% 28% 23% -/- 1% 80%
17% 28% 25% -/- 3% 80%
97
Nadere toelichting Legenda: Voldoende
Attentie
Kwetsbaar
Kengetal: Netto schuldquote De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het nabije verleden. Bij een score tussen de 100% en 130% is voorzichtigheid geboden. Bij een netto schuldquote hoger dan 130% doet een gemeente er goed aan om schulden af te bouwen. Op basis van de cijfers uit de begroting 2023 bedraagt de netto schuldquote 31% (jaarstukken 2021 44%), ruim onder de 100%. Kengetal: Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote wordt tevens berekend met een correctie voor verstrekte leningen (uitgaand geld). Het verschil met de netto schuldquote (zonder correctie) vertegenwoordigt het mogelijke risico dat de gemeente loopt als alle verstrekte leningen niet terug betaald zouden worden. Bij de begroting 2023 is de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 28% (jaarstukken 2021 41%). Dit blijft ruimschoots onder de kritische norm (135%). Kengetal: Solvabiliteitsratio/schuldratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin bezit op de balans is afbetaald. Hoe hoger de uitkomst hoe gunstiger. We financieren dan immers meer met eigen vermogen. Op basis van de begrotingscijfers 2023 scoort Gilze en Rijen een solvabiliteitsratio van 32% (jaarstukken 2021 26%).
In het algemeen wordt een percentage groter of gelijk aan 25% als voldoende beschouwd. Kengetal: Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat de grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde nog moet worden terugverdiend door middel van verkopen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Volgens de begroting 2023 bedraagt de boekwaarde van de 'bouwgrond in exploitatie' 23% van de totale baten (voor bestemming). Bij de jaarstukken 2021 was dit 19%. Kengetal: Structurele exploitatieruimte Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder rente en aflossing van leningen) te dekken. We zien dat de structurele lasten en structurele baten voor 2023 met elkaar in evenwicht zijn, wat duidt op een duurzaam evenwichtige begroting. Op basis van de begroting 2023 bedraagt het cijfer 1% (jaarstukken 2021 4%). Voor de jaren 2025-2026 is de meerjarenbegroting niet structureel sluitend en dus punt van aandacht.
98
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
Kengetal: Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit is gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden (kosten van rioolheffing, afvalstoffenheffing en OZB). In het Coalitieprogramma 2022-2026 is afgesproken dat we bij de 20% goedkoopste gemeenten van Nederland blijven behoren. In 2022 zijn de gemiddelde woonlasten € 683 voor een meerpersoonshuishouden. Met deze woonlasten staat onze gemeente in de top-5 van goedkoopste gemeenten in 2022 (5e positie). Landelijk bedragen de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in 2022 € 904. Hiermee bedraagt de belastingcapaciteit 75%. De woonlasten op basis van de begroting 2023 zijn € 721. Omdat de woonlasten van andere gemeenten nog niet beschikbaar zijn, kunnen we op dit moment niet bepalen op welke positie onze gemeente zou staan in de ranglijst van goedkoopste gemeenten 2023. Echter, op basis van de ranglijst 2022 zou onze gemeente met woonlasten ad. € 721 uitkomen in de top-10 van goedkoopste gemeenten (9e positie). We blijven hiermee voldoen aan de ambitie vanuit het Coalitieprogramma.
Programmabegroting 2023 Gilze en Rijen
99