CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

GLR Programmabegroting 2022 definitief

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake het vaststellen van de programmabegroting 2022 + behandeling van de ingediende amendementen m.b.t. de programmabegroting 2022 + behandeling van de ingediende moties m.b.t. de programmabegroting 2022.26.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Subsidies basisvoorzieningen De onderstaande subsidies aan basisvoorzieningen zijn opgenomen in de begroting 2022. De opgenomen bedragen zijn exclusief indexering. Vrijwilligersondersteuning VIP voor Elkaar Mantelzorgondersteuning Lokaal Steunpunt Mantelzorg i.s.m. Thebe thuiszorg ContourdeTwern (jonge mantelzorgers) Basisondersteuning (dorpsteam) MEE West-Brabant ContourdeTwern IMW Tilburg Cultureel erfgoed (inclusief harmonieën) Stichting Dorpsbelang Molenschot Heemkring Molenheide Stichting Sint Nicolaas Comité Gilze Sint Nicolaas Comité Rijen Koninklijke Harmonie St. Cecilia Harmonie Vlijt en Eendracht Marktplaats cultuur en cultuureducatie Stichting Cultuurplaats Bibliotheekvoorziening Theek 5 Speel-o-theek voorziening Stichting Kind en Spel Maatschappelijke accommodaties Gemeenschapshuis Hulten (The Chump) Gemeenschapshuis Molenschot De Molenwiek

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

€ 137.305 € 156.538 € 100.043 € 56.495 € 1.308.394 N.t.b. op basis van uitvoeringsplan dorpsteam 2022 € 33.137 € 2.000 € 8.333 € 1.500 € 1.100 € 10.177 € 10.027 € 170.027 € 429.731 € 2.100 € 640.155 € 22.701 € 83.310 € 521.694

73

Stichting Culturele Centra Gilze en Rijen (CCGR) Gillesa Groep - Scouting Gilze Stichting Scouting bonifaas - Scouting Rijen Anti-discriminatievoorziening (Advies- en meldpunt) RADAR Informatiepunt nieuwkomers Nader te bepalen i.v.m. nieuwe Wet inburgering Ontwikkelingsstimulering voor 2 tot 4 jarigen (voor- en vroegschoolse educatie) Kindcentrum Rijen B.V. / De Vliegwereld Humankind / POV Speeldoos Stichting Muzerij EHBO verenigingen E.H.B.O. - vereniging Sint Christoffel Preventie, informatie en advies en ondersteuning in het kader van de aanpak van seksueel geweld Stichting Blauwe Maan (via gemeente Tilburg) Slachtofferhulp Stichting Slachtofferhulp Nederland

€ 7.200 € 5.250

€ 10.097

€ 5.000

€ 620.000 N.t.b. op basis van werkelijk bezette kindplaatsen € 5.250 € 10.000

€ 7.882

Activiteitensubsidies Het subsidieplafond voor activiteitensubsidies bedraagt in 2022 € 324.352. Innovatiesubsidies Bij de perspectiefnota 2021 is besloten om de innovatiesubsidies af te bouwen naar € 0 in 2023. In 2022 reserveren we nog een bedrag van € 22.400 ten behoeve van de inzet van een POH GGZ Jeugd bij huisartsen in Gilze. Hiermee komt het subsidieplafond voor 2022 uit op € 22.400.

74

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

Paragrafen

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

75

A: Lokale heffingen

A: Lokale heffingen Inleiding De gemeentelijke heffingen zijn na de doeluitkeringen en de algemene uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste bron van inkomsten. In de paragraaf Lokale heffingen doen wij verslag van: • De geraamde inkomsten; • Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; • De berekeningswijze van de gemeentelijke tarieven en welke beleidsuitgangspunten hieraan ten grondslag liggen; • De ontwikkeling van de lokale lastendruk; • Het kwijtscheldingsbeleid.

Lokale heffingen De lokale heffingen zijn met € 12,9 miljoen goed voor 16% van de gemeentelijke inkomsten in Gilze en Rijen. In onderstaand overzicht zijn de inkomsten voor de jaren 2020 tot en met 2022 weergegeven. Hierbij is een onderverdeling gemaakt in gebonden heffingen (aan te wenden voor doel) en ongebonden heffingen (vrij besteedbaar). De inkomsten uit lokale heffingen nemen in 2022 naar verwachting met € 380.000 af ten opzichte van 2021. Het verschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de hogere opbrengst bouwleges in 2021.

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

77

Realisatie 2020

Begroot 2021

Begroting 2022

Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing

2.066.668

2.208.000

2.166.000

Leges Markten en kermissen

938.896 21.885

1.501.526 51.402

987.986 52.654

Rioolheffing

1.345.753

1.300.105

1.331.899

Totaal Gebonden heffingen

4.373.202

5.061.033

4.538.539

Hondenbelasting OZB Niet-woningen eigenaren

114.625 2.293.476

116.079 2.409.603

118.633 2.462.614

OZB Niet-woningen gebruikers OZB Woningen eigenaren

1.715.385 3.326.936

1.715.398 3.505.473

1.753.137 3.595.368

287.370

431.906

390.308

Totaal Vrij besteedbare heffingen

7.737.792

8.178.459

8.320.060

Totaal opbrengsten

12.110.994

13.239.492

12.858.599

Heffingen

Vrij besteedbare heffingen

Toeristenbelasting

Retributies Bij de gebonden heffingen is kostendekkendheid het uitgangspunt. De gebruiker betaalt in principe de integrale kosten van de geleverde producten en diensten. Een meer dan kostendekkende heffing is niet toegestaan; daarentegen kunnen bestuurlijke overwegingen aanleiding zijn tot het vaststellen van lagere tarieven. Het BBV schrijft voor dat gemeenten in de paragraaf lokale heffingen inzicht verschaffen in de berekeningswijze van de gemeentelijke tarieven. Naast de kosten op de betreffende taakvelden wordt namelijk nog een aantal posten extracomptabel toegerekend aan de tarieven, zoals overhead, rente en BTW. Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op de tariefberekeningen van de afvalstoffen-, de rioolheffing en de gemeentelijke leges.

78

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht om huishoudelijk afval op te halen. Van de opbrengst betaalt de gemeente de kosten voor het inzamelen en verwerken van restafval, gft-afval, plastic afval, klein chemisch afval, oud papier, glas en de exploitatie van de milieustraat. Inwoners van Gilze en Rijen betalen een vast tarief en een tarief per inworp van een zak restafval. Inwoners uit het buitengebied betalen per lediging van de restafvalcontainer. De afvalstoffenheffing wordt geïncasseerd door Brabant Water. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing, dit houdt in dat de geïnde gelden aangewend moeten worden voor het doel. Uitgangspunt in Gilze en Rijen is een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing: de tarieven bewegen mee met de ontwikkeling van de toerekenbare kosten. De voorziening afvalstoffenheffing vormt de sluitpost van de exploitatie. De voorziening heeft een egaliserende functie. Ze kan worden gebruikt om via het tarief te sparen voor grote uitgaven in de toekomst (onderhoud, vervanging) of om ongewenste schommelingen van het tarief op te vangen. In onderstaande tabel is de exploitatieopzet van de afvalstoffenheffing 2022 afgezet tegen die van 2021. 2021

2022

Kosten taakvelden Begroting gemeente Begroting ABG (60%) Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld Afval

€ 1.051.443 € 756.853 -/- € 592.983 € 1.215.313

€ 1.310.273 € 756.853 -/- € 548.983 € 1.518.143

Toe te rekenen kosten: Overhead ABG (40%) BTW Totale kosten

€ 504.568 € 207.238 € 1.927.119

€ 504.568 € 233.767 € 2.256.478

Opbrengst heffingen Opbrengst milieustraat

€ 2.208.000 € 90.000

€ 2.166.000 € 90.000

119% € 370.881

100% -/- € 478

Dekking Mutatie voorziening (positief = toevoegen, negatief = onttrekken)

Uit de tabel valt af te lezen dat afvalstoffenheffing in 2022 100% kostendekkend is. De afgelopen jaren is de voorziening afvalstoffen volledig ingezet om de tarieven laag te houden en onvoorziene kosten op te vangen. Om in de toekomst weer een buffer te hebben voor onvoorziene kosten begroten we een storting in de voorziening. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2022 afgezet tegen het tarief 2021.

vastrecht 140 liter restafval 240 liter restafval 60 liter inworp verzamelcontainer 30 liter inworp verzamelcontainer

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

2021 € 145,08 € 8,75 € 15,00 € 3,75 € 1,88

2022 € 138,00 € 9,33 € 16,00 € 4,00 € 2,00

wijziging -/- € 7,08 (-5%) € 0,58 (+7%) € 1,00 (+7%) € 0,25 (+7%) € 0,12 (+6%)

79

Rioolheffing Voor de afvoer van afvalwater en de zuivering daarvan, heeft de gemeente de plicht om voor een goed werkend rioleringsstelsel te zorgen. Ook heeft de gemeente de zorgplicht om de grondwaterstand en de afvoer van hemelwater (regenwater) te beheren. Om al deze watertaken te bekostigen wordt er één belasting geheven, de rioolheffing. De gemeentelijke watertaken gaan gepaard met relatief grote uitgaven en hebben een langjarige planning. In het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) 2021-2025 is het onderhoud aan het rioleringsstelsel voor de lange termijn in kaart gebracht. Binnen de rioolheffing wordt onderscheid gemaakt tussen een vast basistarief (tot en met 500 m3 jaarlijks waterverbruik) en een variabel grootverbruik tarief (vanaf 500 m3 jaarlijks waterverbruik). De rioolheffing is, evenals de afvalstoffenheffing, een bestemmingsheffing. Ook hier is een 100% kostendekkende heffing het uitgangspunt in Gilze en Rijen. In onderstaande tabel is de exploitatieopzet van de rioolheffing 2022 afgezet tegen die van 2021. 2021

2022

Kosten taakvelden Begroting gemeente Begroting ABG (60%) Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld riool

€ 860.330 € 289.313 -/- € 54.584 € 1.095.059

€ 771.696 € 306.284 -/- € 54.584 € 1.023.396

Toe te rekenen kosten: Overhead ABG (40%) incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

€ 192.875 € 166.487 € 1.454.421

€ 204.189 € 130.822 € 1.358.407

Opbrengst heffingen

€ 1.300.105

€ 1.331.899

Dekking Mutatie voorziening (positief = toevoegen, negatief = onttrekken)

89% -/- € 154.316

98% -/- € 26.508

Uit de tabel valt af te lezen dat het huidige tarief van de rioolheffing in 2022 beneden kostendekkend is, waardoor we een aanspraak doen op de voorziening riolering. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2022 afgezet tegen het tarief 2021.

Basistarief: tot en met 500 m3 waterverbruik Grootverbruik: per (deel van) 500 m3 extra waterverbruik

2021 € 105,98 € 66,24

2022 € 105,98 € 66,24

wijziging € 0,00 (0%) € 0,00 (0%)

Retributies Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent aan een individu of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. Voorbeelden van retributies zijn leges, markt- en standplaatsgelden en lijkbezorgingsrechten (grafrechten).

80

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

In 2017 zijn de werkprocessen achter titel 1 (algemene dienstverlening) en titel 2 (dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning) van de legesverordening geharmoniseerd tussen de drie ABG gemeenten. Dit heeft ertoe geleid dat vanaf 2018 in alle drie de gemeenten dezelfde tarieven worden geheven voor de gemeentelijke dienstverlening op het gebied van burgerzaken en omgevingsvergunningen, enkele uitzonderingen daargelaten (met name het tarief bouwleges). Om te voorkomen dat de tarieven weer uit elkaar gaan groeien wordt aan alle drie de ABG gemeenten voorgesteld om de geharmoniseerde tarieven met hetzelfde percentage te indexeren. Dit percentage is gekoppeld aan het inflatiecijfer van het gemeentefonds (1,6% in 2022). Voor de overige tarieven geldt de reguliere index zoals deze is opgenomen in de begroting (2,2%). In 2019 zijn stappen gezet om de berekening van de kostendekkendheid van de leges structureel in te bedden in de Planning & Control cyclus. Jaarlijks bij het opstellen van de begroting wordt een kostendekkendheidsanalyse gemaakt van de legesverordening. De lasten worden berekend aan de hand van de normatieve tijdsbesteding en de toerekenbare uurtarieven. De baten worden berekend op basis van de verwachte productie en de geïndexeerde legestarieven. De legesverordening telt zo’n 35 hoofdstukken met in totaal ongeveer 200 tarieven.

Het voert te ver om in deze paragraaf van elk hoofdstuk een overzicht op te nemen zoals we dat voor de afvalstoffenen rioolheffing hebben gedaan. Bij de legesverordening kan worden volstaan met een samenvatting van de totalen (baten en lasten) per hoofdstuk in één overzicht. Kostendekkendheid gemeentelijke leges 2022 Baten

Lasten

Titel 1 Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Hoofdstuk 3 Rijbewijzen Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken Hoofdstuk 10 Gemeentearchief Hoofdstuk 16 Kansspelen Hoofdstuk 17 Telecommunicatie Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer Hoofdstuk 19 Diversen Totaal titel 1

€ € € € € € € € € € €

33.070 62.600 59.461 3.979 14.392 1.873 7.379 19.329 14.277 2.486 218.847

€ € € € € € € € € € €

46.020 66.250 60.177 6.358 15.856 2.354 2.206 23.917 59.466 3.164 285.767

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking Totaal titel 2

€ € € € €

33.186 615.504 324 54 649.068

€ € € € €

56.001 641.791 443 74 698.309

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2 Hoofdstuk 1 Horeca € 1.219 Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten € 966 Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen € 862 Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € 186 Totaal titel 3 € 3.233

€ € € € €

1.877 39.617 1.352 280 43.126

Totaal legesverordening

€ 1.027.202

€

871.148

Uit de tabel valt af te lezen dat de kostendekkendheid van de leges binnen de marge van 100% kostendekkendheid valt. Wij zullen de kostendekkendheid jaarlijks blijven monitoren en de resultaten hiervan opnemen in deze paragraaf.

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

81

Ongebonden heffingen De ongebonden heffingen zijn een belangrijk politiek instrument en maken integraal onderdeel uit van het gemeentelijk (belasting-)beleid. De heffingsinkomsten zijn in principe vrij besteedbaar. Onroerende zaakbelasting Inwoners betalen onroerendezaakbelasting (OZB) als zij op 1 januari van een belastingjaar eigenaar zijn van een woning of gebruiker en/of eigenaar van een niet-woning. De OZB is gebaseerd op de WOZ-waarde op 1 januari van het voorgaande jaar. De gemeente bepaalt de OZB-aanslag op basis van de getaxeerde waarde van de onroerende zaak (de WOZ-waarde). Deze waarderingsgrondslag wordt jaarlijks middels hertaxatie, volgens de regels in de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ), vastgesteld. Het beleid tot nu toe is altijd geweest dat de OZB-opbrengst niet beïnvloed wordt door de hertaxaties van het onroerend goed. Met andere woorden: als de totale waarde van het onroerend goed daalt, als gevolg van lagere taxatiewaarden, zullen de OZB-tarieven extra stijgen zodat de totale opbrengst gelijk blijft (het omgekeerde geldt uiteraard ook). Net als in voorgaande jaren is ook voor 2022 dit beleidsuitgangspunt gehanteerd. In de begroting is rekening gehouden met een indexering van de OZB opbrengsten met 2,2% in 2022. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2022 afgezet tegen het tarief 2021.

Woningen eigenaren Niet-woningen eigenaren Niet-woningen gebruikers

2021 0,1119% 0,2667% 0,2244%

2022 n.t.b. n.t.b. n.t.b.

De WOZ waardering is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend, waardoor de tarieven nog niet berekend kunnen worden. Toeristenbelasting Voor personen die niet staan ingeschreven in de gemeente heffen wij een toeristenbelasting als zij blijven overnachten in een hotel, een pension of een ander vakantieonderkomen. Voor de toeristenbelasting zijn de houders van de hotels, pensions en campings belastingplichtig. Zij kunnen het tarief aan de toerist doorberekenen. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2022 afgezet tegen het tarief 2021.

Tarief per overnachting Forfaitair tarief vaste standplaats

2021 2022 € 1,47 € 1,50 € 260,19 € 265,50

wijziging € 0,03 (+2,2%) € 5,31 (+2,2%)

Hondenbelasting De hondenbelasting wordt berekend aan de houder van een of meer honden. In onderstaande tabel wordt het tariefvoorstel 2022 afgezet tegen het tarief 2021.

Voor een eerste hond Voor een tweede hond Voor iedere hond boven het aantal van twee Voor een kennel 82

2021 2022 € 51,60 € 52,68 € 103,20 € 105,36 € 154,80 € 158,04 € 464,40 € 474,12

wijziging € 1,08 (+ 2,2%) € 2,16 (+ 2,2%) € 3,24 (+ 2,2%) € 9,72 (+ 2,2%)

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

Ontwikkeling van de lokale lastendruk Jaarlijks brengt het COELO (het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) een Atlas van de lokale lasten uit. Daarin is op het vlak van de lokale lastendruk een vergelijking van alle Nederlandse gemeenten gemaakt. Uitgangspunt voor de berekening van de lokale lastendruk zijn de lasten OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden. De volgende tabel geeft de meerjarige ontwikkeling van de lokale woonlasten weer voor de jaren 20202022: Woonlasten Onroerende zaakbelasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal woonlasten Stijging (Absoluut) Stijging (Relatief)

2020 € 298 € 194 € 106 € 598

2021 € 319 € 196 € 106 € 621

2022 € 326 € 194 € 106 € 626

+ € 87 + 17,0%

+ € 23 + 3,8%

+€5 + 0,8%

Uitgangspunten berekening Gilze en Rijen: OZB: gemiddelde woningwaarde op waarde peildatum (2021 = € 285.156); Afvalstoffenheffing: het COELO gaat voor een meerpersoonshuishouden uit van 14 inworpen van 60 liter in de restafvalcontainer; Rioolheffing: basistarief, tot en met 500 m3 waterverbruik.

Met bovenstaande woonlasten neemt onze gemeente in 2021 de 4e positie (2020 was 5e positie) in van de totaal 352 gemeenten per 01-01-2021. Op de lijst van het Coelo heeft de nummer 1gemeente de laagste woonlasten (bij meerpersoonshuishoudens). Nummer 352 is de gemeente met de hoogste woonlasten. Gemiddelde woonlasten (COELO) Provincie Noord-Brabant Gemeenten 25.000 - 50.000 inwoners Gemeente Alphen-Chaam Gemeente Baarle-Nassau Gemeente Dongen Gemeente Goirle Gemeente Oisterwijk

€ 751 € 793 € 941 € 665 € 818 € 831 € 878

€ 776 n.t.b. € 961 € 740 € 882 € 857 € 874

n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.

Kwijtscheldingen Zoals binnen onze gemeente gebruikelijk bestaat de mogelijkheid om voor de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffingen jaarlijks een verzoek om kwijtschelding in te dienen. Personen die aan de voorwaarden voldoen (betrokkenen hebben geen vermogen en de betalingscapaciteit is te laag om de aanslag te betalen), kunnen door het indienen van een dergelijk verzoek voor één of beide heffingen kwijtschelding ontvangen. In de tariefberekeningen voor de afvalstoffen- en rioolheffing is rekening gehouden met de inkomstenderving door kwijtschelding.

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

83

B: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

B: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat gemeenten hun beleid voor de risicobeheersing moeten vastleggen en op basis van een risicoprofiel hun financiële weerstandsvermogen bepalen. In februari 2021 is de nieuwe beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2021” vastgesteld. Deze nieuwe beleidsnota is van kracht per 01-01-2021. In deze paragraaf proberen we een antwoord te geven op de vraag hoe groot het “weerstandsvermogen” (weerstandscapaciteit minus totaal van alle risico’s) van onze gemeente is. Hiervoor geldt een drietal invalshoeken: 1. Identificeren en beoordelen van de risico’s die de gemeente loopt; 2. Bepalen wat de weerstandscapaciteit is (risicodekking van punt 1); 3. Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen (resultaat van punt 1 en 2). Daarnaast gaan we in op enkele financiële indicatoren die conform de BBV-voorschriften met ingang van de begroting 2016 moeten worden opgenomen.

Risico’s identificeren en beoordelen Bij de samenstelling van de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2021” heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de mogelijke risico’s die de gemeente in algemene zin kan lopen. De risico’s worden meerdere malen per jaar geactualiseerd. Hieronder leest u welke risico’s (gesorteerd op programma) zijn geïdentificeerd: Programma 0 Bestuur en ondersteuning Binnen dit programma hebben we de risico’s die betrekking hebben op de bedrijfsvoering (ABG) apart in beeld gebracht. Dit sluit aan bij het risicoprofiel genoemd in de P&C documenten van de ABG. Ook is er een risico meegenomen voor extra kosten op het gebied van externe advisering en juridische aangelegenheden. Daarnaast staan op dit programma de bestuurlijke risico’s verantwoord (Raad en College van B&W), welke vooral van politiek, juridische en rechtspositionele aard zijn. Tot slot is het risico voor hypothecaire geldleningen verwerkt in dit programma. Programma 1 Veiligheid Hier zijn risico’s opgenomen in de sfeer van mogelijke calamiteiten (waarbij aansluiting is gezocht bij het rampenplan).

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

85

Programma 2 Verkeer en vervoer Belangrijke risico’s binnen dit programma hebben te maken met het dagelijks en geprogrammeerd onderhoud en grote werken op het gebied van bestratingen, asfalt en zandwegen. Het kan hier gaan om bovenmatige kosten, faillissementen van bedrijven of onvoorziene kosten als gevolg van de werkzaamheden, zoals verzakkingen, schades en dergelijke. Programma 3 Economie Hier worden de risico’s van recessie en mogelijke bedrijfssluitingen benoemd. Programma 4 Onderwijs Belangrijkste risico is bovenmatige kosten voor leerlingenvervoer, mede omdat dit in principe een openeindregeling is. Programma 5 Sport, cultuur en recreatie Bij dit programma is er voor diverse instellingen en verenigingen rekening gehouden met het risico van aanvullende subsidies, liquidaties en faillissementen en/of privatiseringen. Programma 6 Sociaal domein Risico’s in de sfeer van de bijstandsuitkeringen zijn opgenomen binnen dit programma. Fluctuaties zijn mogelijk in aantallen bijstandsgerechtigden met daarnaast consequenties voor de Wet Werk en Bijstand (WWB). Tot slot is ook voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), een openeindregeling, de bovenmatige kostenontwikkeling onvoorspelbaar en dus opgenomen als risico. Programma 7 Volksgezondheid en milieu Opruimingskosten voor oliesporen, asbestverwijdering en drugsdumpingen zij verantwoord binnen dit programma.

Ook is bodemverontreiniging meegenomen als belangrijk risico, inclusief de vondst van eventuele explosieven. Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing (VHROSV) De risico’s binnen dit programma zijn hoofdzakelijk gelegen in de sfeer van mogelijk lagere opbrengst vanuit bouwleges. Daarnaast zijn er risico’s opgenomen voor aansprakelijkheidstellingen in ruimtelijke procedures (o.a. planschades). Grondexploitatie (als aanvulling op programma’s 3 en 8) Voor de grondexploitatie zijn de risico’s eveneens in beeld gebracht. Per complex is beoordeeld welke mogelijke risico’s er zijn met bovenmatige kosten of minder opbrengsten tot gevolg. Hierbij kan men denken aan tegenvallende kosten in de eindfase van een complex, subsidies, stagnerende verkopen, renteverliezen, afwikkeling van planschades, tegenvallende aanbestedingen, langere doorlooptijden, afwaarderingen, etc.

Nu de risico’s geïdentificeerd zijn, moeten we deze beoordelen. Ook dit doen we meerdere malen per jaar, waarbij actief risicomanagement moet leiden tot het reduceren van deze risico’s. Om risico’s te kunnen beoordelen worden de kans en het (financiële) gevolg van elk risico bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van zogenaamde referentiebeelden die een richtlijn bieden om risico’s in te kunnen schatten. Daarna wordt per risico het financiële gevolg ingeschat in het geval het risico zich daadwerkelijk zou voordoen. Het is de bedoeling dat de financiële gevolgen zoveel mogelijk worden onderbouwd met kwantitatieve gegevens en prijzen.

86

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

Voor de beoordeling van de kans dat een risico daadwerkelijk optreedt hanteren we 5 klassen met de volgende referentiebeelden: Klasse 1 2 3 4 5

Referentiebeelden < of 1 keer per 10 jaar 1 keer per 5-10 jaar 1 keer per 2-5 jaar 1 keer per 1-2 jaar 1 keer per jaar of >

gemiddelde kans per klasse (10%) (30%) (50%) (70%) (90%)

Per individueel risico bepalen we wat de mogelijke financiële effecten zijn voor de gemeente. We vermenigvuldigen daarbij de kans dat het risico zich voordoet conform bovenstaande indeling met het ingeschatte financiële gevolg. Wanneer we dit doen voor alle geïdentificeerde risico’s, dan ontstaat onderstaand beeld: Begroting 2022 Max. risico Programma 0 Bestuur en ondersteuning 2.609.580 Programma 1 Veiligheid 5.050.000 Programma 2 Verkeer en vervoer 550.000 Programma 3 Economie 500.000 Programma 4 Onderwijs 130.000 Programma 5 Sport, cultuur en recreatie 550.000 Programma 6 Sociaal domein 600.000 Programma 7 Volksgezondheid en milieu 50.000 Programma 8 Volkshuisv., ruimtelijke ord. en stadsvern. (VHROSV) 550.000 Programma 9A Algemene dekkingsmiddelen 2.668.465 Programma 9B Overhead 1.963.700 Grondexploitatie (als aanvulling op programma's 3 en 8) 7.277.139 Totaal programma's (incl. GREX) 22.900.884

Kans % Uitkomst 19,44% 507.358 10,59% 535.000 13,64% 75.000 10,00% 50.000 45,38% 59.000 22,73% 125.000 20,00% 120.000 50,00% 25.000 30,00% 165.000 11,87% 316.846 13,70% 269.000 48,89% 3.557.945 25,88% 5.925.750

Ten opzichte van de risico’s zoals ingeschat bij de perspectiefnota (€ 5.983.907) is de totale uitkomst van geschatte risico’s afgenomen met ca. € 63.000. Gezien de geringe afwijking lichten we dit niet verder toe.

Bepalen van de weerstandscapaciteit (risicodekking) Risicodekking richt zich op het afdekken (financieren) van de financiële gevolgen van opgetreden risico’s. Er zijn verschillende dekkingsmogelijkheden. Zoals uitgelegd in de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2021” bestaat de weerstandscapaciteit voor de gemeente uit de algemene reserve, de algemene reserve grondexploitatie, de stille reserve en de onbenutte belastingcapaciteit. Hieronder treft u de berekening aan: Berekening weerstandscapaciteit Begroting 2022 Algemene reserve € 411.582 Algemene reserve grondexploitatie € 5.129.910 Stille reserves (marktwaarden > boekwaarden) € 1.309.898 Onbenutte belastingcapaciteit (t.o.v. art 12 status) € 1.163.426 Totale weerstandscapaciteit

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

€ 8.014.816

87

Berekening van het weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat nodig is om alle risico’s op te kunnen vangen. Dat bedrag wordt bepaald door een kansberekening uit te voeren op alle in kaart gebrachte risico’s (risicoprofiel aan de hand van risicoklassen). De beschikbare weerstandscapaciteit omvat de financiële middelen die de gemeente heeft om risico’s op te kunnen vangen. In het vorige hoofdstuk hebben we aangegeven waar de weerstandscapaciteit voor Gilze en Rijen uit bestaat. Het weerstandsvermogen is een ratio die berekend wordt door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij maken we een onderscheid tussen de “harde buffer” van het weerstandsvermogen en de “zachte buffer” van het weerstandsvermogen. De algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie worden gerekend tot vrije reserves. Samen vormen zij de “harde buffer” van de weerstandscapaciteit. Hier zetten we de risico’s met een grote kans tegen af (risicoklassen 3 en 4). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “harde buffer”. De stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit vormen de “zachte buffer”. Hier zetten we de risico’s met een klein kans tegen af (risicoklassen 1 en 2). Daarmee krijgen we het weerstandsvermogen van de “zachte buffer”. Hieronder treft u de berekening aan: Berekening weerstandsvermogen

Begroting 2022

Algemene reserve Algemene reserve grondexploitatie Totale weerstandscapaciteit harde buffer

€ 411.582 € 5.129.910 € 5.541.492

Risico's algemene dienst klassen 3 + 4 + 5 Risico's grondexploitatie Totale risico's harde buffer

€ 724.500 € 3.557.945 € 4.282.445

Totale weerstandsvermogen harde buffer

€ 1.259.047

Stille reserves (marktwaarden > boekwaarden) Onbenutte belastingcapaciteit (t.o.v. art 12 status) Totale weerstandscapaciteit zachte buffer

€ 1.309.898 € 1.163.426 € 2.473.324

Risico's algemene dienst klassen 1 + 2 Totale weerstandsvermogen zachte buffer

€ 1.643.305 € 830.019

TOTALE WEERSTANDSVERMOGEN ABSOLUUT TOTALE WEERSTANDSVERMOGEN RELATIEF

€ 2.089.067 1,35

88

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

Beoordeling van het weerstandsvermogen In de beleidsnota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2021” is afgesproken om te streven naar de volgende criteria voor het relatieve weerstandsvermogen: •

Criterium 1: minimaal waarderingscijfer C (1,0 ≤ x < 1,4), maar bij voorkeur naar B (1,4 ≤ x < 2,0), als het gaat om het totale weerstandsvermogen.

•

Criterium 2: minimaal waarderingscijfer C (1,0 ≤ x < 1,4) als het gaat om de harde buffer van het weerstandsvermogen.

Wij gebruiken hiervoor onderstaande tabel. Deze wordt ook door de Provincie gebruikt in het kader van financieel toezicht. Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen ≥ 2,0 1,4 ≤ x < 2,0 1,0 ≤ x < 1,4 0,8 ≤ x < 1,0 0,6 ≤ x < 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Situatie perspectiefnota 2022 Bij de perspectiefnota 2022 liet het weerstandsvermogen onderstaand verloop zien: Perspectiefnota 2022

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Algemene reserve *

0,8

0,6

0,9

0,5

1,0

0,7

0,7

Risico's algemene dienst met klassen 3-4-5

0,6

0,8

0,8

0,7

0,7

0,7

0,7

Subtotaal

0,2

-0,2

0,2

-0,2

0,3

0,0

0,0

Algemene reserve GREX *

4,0

4,6

6,3

6,7

5,7

6,2

6,6

Risico's GREX

3,7

3,7

3,6

3,6

3,5

3,5

3,4

Subtotaal

0,3

0,9

2,7

3,1

2,2

2,7

3,2

Totaal weerstandsvermogen "Harde" buffer absoluut

0,5

0,7

2,8

2,9

2,5

2,7

3,2

Stille reserves

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

Onbenutte belastingcapaciteit

1,2

1,2

1,2

1,2

1,3

1,3

1,3

Risico's algemene dienst met klassen 1-2

1,3

1,5

1,5

1,5

1,5

1,4

1,4

Totaal weerstandsvermogen "Zachte" buffer absoluut

1,4

1,2

1,2

1,3

1,3

1,3

1,4

Totaal weerstandsvermogen absoluut

1,9

1,9

4,0

4,2

3,8

4,1

4,6

Totaal weerstandsvermogen relatief

1,34

1,32

1,69

1,72

1,67

1,73

1,84

* Doordat de algemene reserve negatief loopt met ingang van 2024, houden wij er in de begroting rekening mee deze aan te vullen vanuit de algemene reserve grondexploitatie. Het gaat om een bedrag van € 1.400.000.

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

89

De conclusies bij deze perspectiefnota 2022 waren: • •

•

Het totale relatieve weerstandsvermogen zat alle jaren tussen de 1,34 en 1,84. Voor het jaar 2021 was sprake van waarderingscijfer C (voldoende). Voor de jaren erna was dit B (ruim voldoende). We voldeden hiermee aan criterium 1; Het totale relatieve weerstandsvermogen "harde buffer" zat alle jaren tussen 0,7 en 3,2. Voor het jaar 2021 was sprake van waarderingscijfer E (onvoldoende). Voor de jaren erna was dit A (uitstekend). We voldeden hiermee aan criterium 2, met uitzondering van het jaar 2021, dat een punt van aandacht was; Op termijn (2024) moest de algemene reserve worden aangevuld vanuit de algemene reserve grondexploitatie om niet negatief uit te komen (€ 1.400.000).

Situatie begroting 2022 Wanneer we dit meerjarig verloop van het weerstandsvermogen actualiseren, dan ontstaat onderstaand beeld: Begroting 2022

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Algemene reserve

0,4

1,7

1,7

1,7

1,7

1,7

Risico's algemene dienst met klassen 3-4-5

0,7

0,7

0,7

0,6

0,6

0,6

Subtotaal

-0,3

1,0

1,0

1,1

1,1

1,1

Algemene reserve GREX

5,1

6,8

6,8

7,3

7,7

8,0

Risico's GREX

3,6

3,5

3,5

3,4

3,4

3,3

Subtotaal

1,5

3,3

3,3

3,9

4,3

4,7

Totale weerstandsvermogen harde buffer absoluut

1,2

4,3

4,4

4,9

5,4

5,8

Stille reserves

1,3

1,3

1,3

1,3

1,3

1,3

Onbenutte belastingcapaciteit

1,2

1,6

1,4

1,3

1,7

1,6

Risico's algemene dienst met klassen 1-2

1,6

1,6

1,6

1,6

1,5

1,5

Totale weerstandsvermogen zachte buffer absoluut

0,8

1,2

1,2

1,1

1,4

1,4

Totaal weerstandsvermogen absoluut *

2,0

5,5

5,5

6,0

6,8

7,2

Totaal weerstandsvermogen relatief *

1,35

1,95

1,97

2,07

2,24

2,33

* Verschillen worden veroorzaakt door afrondingsverschillen

De nieuwe conclusies bij deze begroting 2022 zijn: • • •

Het totale relatieve weerstandsvermogen zit alle jaren tussen de 1,35 en 2,33. Voor het jaar 2021 is sprake van waarderingscijfer C (voldoende), voor de jaren 2022 en 2023 B (ruim voldoende) en voor de jaren 2024 t/m 2026 A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 1; Het totale relatieve weerstandsvermogen "harde buffer" zit alle jaren tussen 1,2 en 5,8. Voor het jaar 2021 is sprake van waarderingscijfer C (voldoende). Voor de jaren erna is dit A (uitstekend). We voldoen hiermee aan criterium 2; Met de huidige inzichten hoeft de algemene reserve niet meer aangevuld worden vanuit de algemene reserve grondexploitatie. Het verloop van de algemene reserve is namelijk alle jaren positief.

We kunnen stellen dat het weerstandsvermogen nu (begroting 2022) beter is geworden dan ten tijde van de perspectiefnota 2022. Dit komt met name doordat we extra sparen in de algemene reserve

90

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

(zie punt 9 van het financieel meerjarenperspectief van deze begroting). Daarnaast zijn de begrotingssaldi 2021-2025 positiever geworden, dan bij de perspectiefnota 2022 het geval was. Dit werkt door in het weerstandsvermogen en heeft een positief effect. Bij het beoordelen van het weerstandsvermogen blijven wij steeds oog houden voor het evenwicht tussen een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting en een gezond

Financiële kengetallen In het gewijzigde BBV is een basisset van vijf kengetallen verplicht gesteld. Deze kengetallen geven in samenhang informatie over de financiële positie van de gemeente. Het BBV geeft geen landelijke normering voor de kengetallen. De kengetallen zijn een weerspiegeling van het gevoerde beleid binnen een gemeente. De kengetallen moeten zodoende in samenhang worden beoordeeld, wat ook de onderlinge vergelijkbaarheid met andere gemeenten bemoeilijkt. Verloop kengetallen 2020 2021 2022 2023 2024 2025 realisatie begroot begroot begroot begroot begroot

Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen solvabiliteitsrisico grondexploitatie structurele exploitatieruimte belastingcapaciteit

51%

45%

39%

36%

32%

26%

46% 23% 20% 3% 77%

40% 21% 17% 3% 80%

34% 24% 14% 3% 78%

31% 25% 13% 1% 78%

26% 26% 16% 0% 78%

21% 28% 14% 1% 78%

Nadere toelichting Legenda: Voldoende

Attentie

Kwetsbaar

Kengetal: Netto schuldquote De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het nabije verleden. Bij een score tussen de 100% en 130% is voorzichtigheid geboden. Bij een netto schuldquote hoger dan 130% doet een gemeente er goed aan om schulden af te bouwen. Op basis van de begrotingscijfers 2022 bedraagt de netto schuldquote 39% (jaarrekening 2020 51%), ruim onder de 100%.

Kengetal: Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote wordt tevens berekend met een correctie voor verstrekte leningen (uitgaand geld). Het verschil met de netto schuldquote (zonder correctie) vertegenwoordigt het mogelijke risico dat de gemeente loopt als alle verstrekte leningen niet terug betaald zouden worden. Bij de begroting 2022 is de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 34% (jaarrekening 2020 46%). Dit blijft ruimschoots onder de kritische norm (135%). In verhouding tot andere gemeenten hebben wij wel een relatief hoge netto schuld. Dit wordt veroorzaakt door aangetrokken externe financiering voor de grondexploitaties, maar ook door de ambtenarenhypotheken. Kengetal: Solvabiliteitsratio/schuldratio

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

91

De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin bezit op de balans is afbetaald. Hoe hoger de uitkomst hoe gunstiger. We financieren dan immers meer met eigen vermogen. Op basis van de begrotingscijfers 2022 scoort Gilze en Rijen een solvabiliteitsratio van 24% (jaarrekening 2020 23%). In het algemeen wordt een percentage groter of gelijk aan 25% als voldoende beschouwd. De situatie van de gemeente Gilze en Rijen verdiend dat ook extra aandacht om ervoor te zorgen dat we naar of boven de 25% groeien. Kengetal: Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat de grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang omdat deze waarde nog moet worden terugverdiend door middel van verkopen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht. Ultimo 2022 verwachten we een boekwaarde van de 'bouwgrond in exploitatie' 14% van de totale baten (voor bestemming). Ultimo 2020 was dit 20%. De grondexploitatie blijft een speciaal punt van aandacht.

Kengetal: Structurele exploitatieruimte Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder rente en aflossing van leningen) te dekken. We zien dat de structurele baten in 2022, 2023 en 2025 hoger zijn dan de structurele lasten, wat duidt op een duurzaam evenwichtige begroting. Het jaar 2024 is een aandachtspunt. Zie ook het overzicht incidentele baten en lasten van de financiële begroting.

Kengetal: Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit is gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden (kosten van rioolheffing, afvalstoffenheffing en OZB). Een percentage van minder dan 100% geeft aan dat de woonlasten onder de landelijk gemiddelde tarieven liggen. In het Coalitieakkoord 2019-2022 is afgesproken dat we bij de 20% goedkoopste gemeenten van Nederland blijven behoren. De woonlasten bedragen in begroting 2022 € 626. Het landelijk gemiddelde over 2021 aan gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden was € 800. De belastingcapaciteit 2022 komt dan ook uit op 78% en is hiermee ruim voldoende.

92

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

C: Onderhoud kapitaalgoederen

C: Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Wij zijn inrichter, beheerder en voor een groot deel ook eigenaar van de openbare ruimte in Gilze en Rijen. Bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte ontstaan kapitaalgoederen zoals wegen, riolering, water en groen. Kapitaalgoederen zijn van directe invloed op een goed, veilig en efficiënt leef-, werk- en woonmilieu voor de inwoners. Daarnaast is het financieel belang van goed beheer en onderhoud van kapitaalgoederen groot, omdat we de waarde ervan dienen te behouden en het een aanzienlijk beslag op onze begroting legt. Naast producent en beheerder van die kapitaalgoederen zijn we er zelf ook gebruiker van. Bij het uitvoeren van onze taken maken we bijvoorbeeld gebruik van het gemeentehuis en de gemeentewerf.

Wegen Beleidskader Wegbeheer is een wezenlijk onderdeel van het beheer van de openbare ruimte. Om deze openbare ruimte, welke voor een belangrijk gedeelte het leefgenot en de veiligheid voor onze inwoners bepaalt, op een verantwoorde wijze te kunnen beheren zijn middelen nodig. Om deze middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten is, voor wat betreft het wegonderhoud, gekozen voor de methode van de CROW (Stichting voor Regelgeving en Onderzoek in de grond- weg- en waterbouw en de verkeerstechniek). In 2018 is het wegbeheerplan 2018-2022 opgesteld. In het wegbeheerplan is opgenomen de minimale technische kwaliteit van de verharding conform de CROW-richtlijn te houden (minimaal niveau B). In het najaar van 2020 is voor het laatst een weginspectie uitgevoerd. Uit de inspectie blijkt dat er geen sprake meer is van achterstallig onderhoud. Voor 2022 staat weer een globale visuele weginspectie gepland. Op basis van deze inspectie actualiseren we het uitvoeringsprogramma. Indien nodig passen we dan ook de jaarlijks in de begroting opgenomen bedragen aan. Financiële consequenties Uit het wegbeheerplan blijkt dat voor groot onderhoud gedurende de periode 2018-2022 een bedrag van € 4,06 mln. benodigd is.

Op basis van de beschikbare uitvoeringscapaciteit en de integrale afstemming met andere projecten, worden betreffende onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd gedurende de periode 2018 tot en met 2022.

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

93

Financiële consequenties in de begroting De afgelopen jaren is gebleken dat de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden vaak afwijken ten opzichte van de planning uit het wegbeheerplan. Dit wordt met name veroorzaakt door het feit dat projecten integraal aangepakt worden. Daarbij wordt niet alleen naar de onderhoudstoestand van de weg gekeken maar ook naar eventueel noodzakelijke maatregelen op het gebied van verkeer, groen, riolering en openbare verlichting. Omdat het bedrag voor onderhoud (groot en klein) in de praktijk van jaar tot jaar niet erg veel afwijkt, wordt jaarlijks in de begroting een bedrag voor uit te voeren onderhoudswerkzaamheden opgenomen. Voor de periode 2022 tot en met 2025 zijn de volgende bedragen opgenomen voor groot onderhoud; 2022 € 569.000, 2023 € 576.000, 2024 € 600.000 en 2025 € 540.000.

Riolering en water Beleidskader In het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) zijn de beleidsuitgangspunten opgenomen op basis waarvan de gemeente invulling geeft aan de drie wettelijke zorgplichten op het gebied van stedelijk waterbeheer. De raad heeft op 14 december 2020 het VGRP vastgesteld dat geldt voor de periode 2021-2025. Het beleid, zoals opgenomen in het VGRP, is gericht op: • • • • • •

Het inzamelen van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater; Het inzamelen van hemelwater; Het transporteren van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt; Het voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater; Het zoveel mogelijk beperken van overlast voor de woonomgeving (in de breedste zin van het woord); Het doelmatig beheren van de riolering, het oppervlaktewater en grondwater tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.

Financiële consequenties Op basis van het VGRP 2021-2025 bedragen de jaarlijkse kosten voor onderhoud aan de riolering € 328.000. Financiële consequenties in de begroting De jaarlijkse kosten voor groot onderhoud worden verantwoord binnen de gesloten exploitatie riolering. Het saldo tussen de totale lasten en baten binnen de exploitatie riolering wordt toegevoegd of onttrokken aan de voorziening riolering.

Gebouwen Beleidskader In 2018 is de meerjaren-onderhoudsplanning 2019-2028 voor de gemeentelijke gebouwen opgesteld. Jaarlijks wordt bekeken of er tussentijdse aanpassingen nodig zijn. De onderhoudsplanning geeft inzicht in het geplande groot en klein onderhoud voor 2022 en een doorkijk voor de komende jaren. Voor al het in 2022 geplande onderhoud geldt, dat telkens wordt bekeken of het onderhoud noodzakelijk is of dat bepaalde werkzaamheden doorgeschoven kunnen worden. Daarnaast worden de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk afgestemd met de gebruikers van de gebouwen. Verder is op 29 april 2021 de beleidsnotitie “Verduurzaming en onderhoud gemeentelijk maatschappelijk vastgoed” vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin is de koers uitgezet voor het verduurzamen en onderhoud van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed.

94

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

Financiële consequenties Op basis van de meerjaren-onderhoudsplanning is gedurende de periode 2019-2028 voor klein en groot onderhoud een totaalbedrag benodigd van € 4.095.000. Financiële consequenties in de begroting De afgelopen jaren is gebleken dat de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden vaak afwijken ten opzichte van de onderhoudsplanningen. Dit wordt met name veroorzaakt door onderhoudswerkzaamheden pas uit te voeren wanneer deze noodzakelijk zijn en niet wanneer deze gepland zijn. Voor de periode 2022 tot en met 2025 zijn de volgende bedragen opgenomen voor onderhoud; 2022 € 413.000, 2023 € 437.000, 2024 € 393.000 en 2025 € 419.000.

Openbaar groen Beleidskader De raad heeft in 2005 het kwaliteitsplan voor de openbare ruimte, waarvan het openbaar groen onderdeel uitmaakt, vastgesteld. In dit kwaliteitsplan zijn ook de kwaliteitsniveaus (o.b.v. richtlijnen CROW) vastgesteld met betrekking tot het onderhoud van het openbaar groen (bomen, grassen, beplantingen, hagen en parkverhardingen). Voor centrumgebieden geldt kwaliteitsniveau A, voor hoofdwegen, woongebieden, bedrijventerreinen en groengebieden geldt kwaliteitsniveau B en voor het buitengebied geldt kwaliteitsniveau C. In 2019 is een nieuw 'kwaliteitsplan openbare ruimte' opgesteld. Daarnaast is het rapport 'basis in beeld' opgesteld. Beide documenten zijn door de raad behandeld in de raadsvergadering van 6 mei 2019. Een van de conclusies luidde dat, op basis van de huidige beschikbare middelen, de in 2005 vastgestelde kwaliteitsniveaus voor het groen niet gerealiseerd kunnen worden. Ten opzichte van de gewenste kwaliteitsniveaus realiseren we bij de centrumgebieden kwaliteitsniveau B in plaats van A en bij de bedrijventerreinen C in plaats van B. In het coalitieakkoord uit 2018 zijn ook ambities opgenomen met betrekking tot de gewenste kwaliteitsniveaus voor het openbaar groen. Deze wijken enigszins af van de in 2005 vastgestelde kwaliteitsniveaus. Dit geldt met name voor grassen en beplantingen buiten de centrumgebieden.

Hiervoor geldt de ambitie deze in de toekomst ecologisch te onderhouden. In een later stadium zal de raad nog gevraagd worden nieuwe kwaliteitsniveaus, gebaseerd op de ambities uit het coalitieakkoord, vast te stellen. Het streven is om hiervoor eerst de basis van het openbaar groen op orde te brengen. Het betreft hier met name de aanpak van wortelopdruk en groeiplaatsen van bomen. Financiële consequenties Op basis van de in 2005 vastgestelde kwaliteitsniveaus bedraagt het benodigde budget voor groenonderhoud € 1.231.000 per jaar. Financiële consequenties in de begroting Voor het onderhoud aan sloten, waterlopen, bermen, plantsoenen en parken is in de begroting 2022 een bedrag van € 1.301.000 beschikbaar. Daarnaast is voor renovatie en vervanging jaarlijks een bedrag beschikbaar van € 161.000. Dit laatste bedrag wordt in 2021 en 2022 ingezet voor de aanpak van wortelopdruk en groeiplaatsen van bomen (zie Meerjareninvesteringsplan).

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

95

D: Financiering

D: Financiering Inleiding Regelgeving met betrekking tot de uitvoering van taken op het gebied van treasury is opgenomen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, prudente en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente middels een statuut te regelen.

Treasurystatuut Het beleid op dit onderdeel is voor onze gemeente vastgelegd in het Treasurystatuut 2019 gemeente Gilze en Rijen (raad 11 november 2019). De belangrijkste punten uit dit statuut zijn: • • • •

Het verzekeren van duurzame toegang tot de financiële markten tegen acceptabele condities; Het beschermen van gemeentelijke vermogens – en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s (zoals rente -, koers -, krediet - en liquiditeitsrisico’s); Het minimaliseren van kosten bij het beheer van de geldstromen en financiële posities; Het optimaliseren van renteresultaten binnen de aangegeven kaders.

Voor het risicobeheer wordt in het statuut nader ingegaan op de algemene uitgangspunten (leningen en garanties), renterisicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm), koersrisicobeheer, kredietrisicobeheer, intern liquiditeitsbeheer, en valutarisicobeheer.

Wet Fido De uitvoering van treasury is geregeld in de wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, prudente en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente middels een statuut te regelen.

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

97

Renteschema a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebaten (idem)

€ -/- €

168.056 124.740

€

43.316

Saldo rentelasten en rentebaten c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-/- €

63.614

-/- €

153.893

c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend +/+ € Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€ (174.192)

d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen

+/+ € +/+ €

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€ (174.192)

e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld Treasury

-/- € Voordelig

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft betrekking op financieringsvormen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat maximaal met kort geld mag worden gefinancierd en wordt berekend op basis van een vast percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. Op basis van de begroting 2022 is de kasgeldlimiet voor de gemeente Gilze en Rijen voor 2022 geraamd op € 6,1 miljoen.

Renterisiconorm De renterisiconorm is ingesteld als instrument om de renterisico’s voor de vaste schuld te beheersen en wordt gebruikt in relatie tot het aangaan van vaste geldleningen. Het betreft de norm die het feitelijk renterisico op de vaste schuld met een looptijd van langer dan één jaar bepaalt. Jaarlijks mogen de renterisico’s door renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Op basis van de nu bekende gegevens (vaste schulden, renteherziening, aflossingen en nieuwe geldleningen) stellen wij het renterisico in 2022 op nihil.

Leningsbehoefte en leningenportefeuille De gemeente Gilze en Rijen heeft eind 2021 een leningportefeuille van ongeveer € 45 miljoen. In 2019 zijn de leningen met de -voor dit moment- hoge rentetarieven geherfinancierd naar leningen met een lage rentestand.

98

-

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

(174.192)

Houdbare overheidsfinanciën Rijk en decentrale overheden De Rijksoverheid en de decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) zijn samen verantwoordelijk voor het begrotingstekort. In Europa zijn regels afgesproken over de overheidsfinanciën. Deze Europese begrotingsregels staan in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Zij bepalen de normen voor het begrotingstekort (EMU-saldo) en de overheidsschuld (EMU-schuld). De regels gelden voor de gehele collectieve sector. Dus ook voor de decentrale overheden, zoals gemeenten en provincies. De Europese regeringsleiders hebben afgesproken de eisen uit het SGP te verankeren in nationale wetgeving. Nederland doet dat met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF). Deze wet is op 1 januari 2014 in werking getreden. De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF) bevat het benodigde wettelijke instrumentarium voor het bereiken en in stand houden van houdbare overheidsfinanciën. De kern van de wet is verankering van de Europese begrotingsafspraken en de bepaling dat het Rijk en de decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) een gelijkwaardige inspanning moeten leveren om aan deze afspraken te voldoen. De meest in het oog springende daarvan is het bereiken van begrotingsevenwicht op middellange termijn.

Met deze afspraak wordt uitdrukking gegeven aan de noodzaak van structurele reductie van het EMU-tekort en het garanderen van een houdbare EMU-schuld. De beheersing van het EMU-saldo is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het Rijk en de decentrale overheden. Immers, de inkomsten en uitgaven van de gehele collectieve sector zijn relevant voor de bepaling van het EMU-saldo. De gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de beheersing van het EMU-saldo komt tot uitdrukking in de Wet HOF door de bepaling dat Rijk en decentrale overheden gehouden zijn een gelijkwaardige inspanning te leveren aan het voldoen aan de Europese begrotingsafspraken. De eindverantwoordelijkheid voor de overheidsfinanciën als geheel ligt bij het Rijk. Gemeenten dienen hun tekort te houden onder de af te spreken percentages. Het Rijk wil gemeenten een boete opleggen via een korting op het Gemeentefonds wanneer zij de aan hen toegewezen EMU-norm overschrijden.

Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Schatkistbankieren is ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen, en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de EMU-schuld. Depositotarieven en inleentarieven worden geharmoniseerd. Decentrale overheden, waaronder gemeenten, krijgen op de deposito’s een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat.

Programmabegroting 2022 Gilze en Rijen

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10639110/1