GGD Noord-Brabant Eindrapport Luchtkwaliteit in Brabant
Tekst van het document
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant
Sabine Denissen, PhD, Milieugezondheidskundige en epidemioloog GGD West-Brabant / GGD Hart voor Brabant / GGD Brabant-Zuidoost Mei 2022
Colofon Erkenning De auteur wil haar dank uitspreken naar alle betrokken inhoudelijke experts in het bijzonder Renske Nijdam, Monique Scholtes en Rob van Aalsburg voor het geven van feedback en het aanscherpen van de analyses. De auteur bedankt ook de klankbordgroep (bestaande uit beleidsmedewerkers van de provincie Noord-Brabant, wethouders uit de drie regio’s en Aireas) voor hun opmerkingen en aanvullingen op het rapport. Opdracht Het Team GMV van de 3 GGD'en in Brabant deed dit onderzoek in opdracht van de drie directeuren publieke gezondheid van de GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant en GGD Brabant-Zuidoost. Het adviesbureau Lichtverkeer heeft in opdracht van de drie GGD’en blootstellingsberekeningen uitgevoerd. De GGD heeft de blootstelling verder geanalyseerd en de gezondheidseffecten doorgerekend. Er is hierbij gebruik gemaakt van de ‘Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid’ die recent is vernieuwd door de GGD, Universiteit Utrecht en het RIVM. Auteur Sabine Denissen is Milieugezondheidskundige bij het Team gezondheid, milieu en veiligheid (GMV) en daarnaast ook epidemioloog, PhD. Team GMV adviseert gemeenten, Brabanders en andere organisaties over gezondheid, milieu en veiligheid. Wij werken voor de drie GGD regio’s in Brabant. Telefoon:
088 368 7800 (kies optie 1)
Email:
contact@ggdhvb.nl
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
1
Samenvatting Introductie Schone lucht is van levensbelang voor de gezondheid. Luchtverontreiniging heeft een negatieve invloed op de gezondheid en is de voornaamste oorzaak van gezondheidsklachten door milieuinvloeden. Ondanks dat de lucht de laatste jaren schoner is geworden, veroorzaken de huidige concentraties luchtverontreiniging nog steeds veel gezondheidsschade. Op dit moment overlijden er jaarlijks 12.000 mensen vroegtijdig door de uitstoot van schadelijke stoffen als fijn stof en stikstofdioxide via deze bronnen. Doel van het onderzoek De hoofdvraag die we in dit rapport beantwoorden luidt: “Wat is de impact van luchtverontreiniging op ziektelast en vroegtijdige sterfte van inwoners in Noord-Brabant?” Daarbij zijn de volgende deelvragen te onderscheiden: 1. Wat is de blootstelling van inwoners van Noord-Brabant aan fijn stof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide (NO2)? 2. Hoe groot is de emissie van luchtverontreinigende stoffen door diverse bronnen in NoordBrabant? Op basis van de conclusies die uit deze onderzoeksvragen getrokken kunnen worden, volgen vervolgens adviezen aan gemeenten en provincie hoe zij kunnen bijdragen aan schonere en daarmee gezondere lucht. Methode De analyses in dit rapport zijn gebaseerd op de beschikbare representatieve gegevens uit het jaar 2019.
Hierbij is de concentratie voor PM10, PM2,5 en NO2 omgerekend naar de bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentraties ofwel de blootstelling aan deze stoffen. Het verschil tussen blootstelling en concentratie is dat er bij blootstelling ook rekening gehouden wordt met hoeveel mensen ergens wonen. Hierdoor is blootstelling een betere maat voor gezondheidsimpact dan de concentratie. De GGD rekentool en de meerookmethode zijn gebruikt om deze blootstellingsgegevens door te rekenen naar de omvang van de ziektelast in Noord Brabant (op regionaal en gemeentelijk niveau). Dit draagt bij aan het onderbouwen van de ernst van het probleem en de noodzaak tot verbetering van de luchtkwaliteit. Tot slot zijn gegevens van de Emissieregistratie over emissies van verschillende bronnen in 2019 inzichtelijk gemaakt. Blootstelling van Noord-Brabanders aan luchtverontreiniging De blootstelling van Noord-Brabanders aan luchtverontreiniging voldeed in 2019 niet aan de huidige, in 2021 aangescherpte, gezondheidskundige WHO advieswaarden (PM2,5: 5 µg/m3, PM10: 15 µg/m3 en NO2: 10 µg/m3). Dit betekent dat op geen enkel woonadres in Noord-Brabant aan de gezondheidskundige WHO advieswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan. Dit heeft nadelige consequenties voor de gezondheid van de gemiddelde Brabander.
De variatie in blootstelling aan NO2, PM10 en PM2,5 tussen de Brabantse gemeenten en buurten is groot. De gemiddelde blootstelling aan NO2 is het hoogst in de vier grootste steden, en het laagst in de zuidelijke grensgemeenten. De hoogste gemiddelde blootstelling aan PM10 is terug te zien in
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
2
de gemeenten in het midden van Oost-Brabant en Zuidoost-Brabant, en de blootstelling is het laagst in de meest westelijke gemeenten van de provincie. De hoogste jaargemiddelde blootstelling aan PM2,5 is in het midden van Oost-Brabant zien, de laagste in West-Brabant. Verder blijkt dat de variatie tussen de buurten, ook binnen dezelfde gemeente, groot is. Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging De mate van luchtverontreiniging leidt tot aanzienlijke gezondheidsschade. De gezondheidseffecten gemiddeld over heel Noord-Brabant zijn als volgt: ➢
Bij 1 op de 5 (20,2%) kinderen met astma, is de astma toe te schrijven aan luchtverontreiniging.
➢
Bij bijna 1 op de 4 (22,9%) volwassenen met een hartvaatziekte, is de ziekte toe te schrijven aan luchtverontreiniging.
➢
Bij ruim 1 op de 7 (15,1%) longkankerpatiënten, is de longkanker toe te schrijven aan luchtverontreiniging.
➢
De gemiddelde vroegtijdige sterfte door blootstelling aan PM10 en NO2 is in Noord-Brabant 358 dagen. Brabanders verliezen dus gemiddeld bijna een jaar door vervuilde lucht.
➢
De gezondheidsschade door de blootstelling aan luchtverontreiniging is in Noord-Brabant vergelijkbaar met het meeroken van 4,9 sigaretten per dag. De lucht die bewoners in NoordBrabant inademen is dus vergelijkbaar met de lucht die iemand zou inademen als een huisgenoot elke dag bijna 5 sigaretten binnenshuis rookt.
Doordat er een grote variatie is in blootstelling aan NO2, PM10 en PM2,5 tussen gemeenten, spreekt het voor zich dat ook de mate van gezondheidseffecten door luchtverontreiniging verschilt tussen gemeenten (dit geldt vervolgens ook voor buurten). Bronnen van luchtverontreiniging Wegverkeer is de belangrijkste bron van uitstoot van NO2, gevolgd door industrie, landbouw, mobiele werktuigen en scheepvaart. De belangrijkste bronnen van PM10 zijn landbouw, industrie, houtstook en wegverkeer. De belangrijkste bron van PM2,5 uitstoot is houtstook, gevolgd door industrie en wegverkeer. Het is belangrijk om te vermelden dat secundair gevormd fijn stof niet meegenomen kan worden in de bronbijdragen, terwijl landbouw via secundair fijn stof wel een belangrijke bijdrage levert aan PM2,5. Er is sprake van verschillen tussen de regio’s waarin bepaalde bronnen bijdragen aan de mate van luchtverontreiniging: -
In alle regio’s is wegverkeer de belangrijkste bron van uitstoot van NO 2. Na wegverkeer is in West-Brabant industrie ook een grote bron, en in Noordoost- en Zuidoost-Brabant is dit landbouw. In Midden-Brabant zijn de bijdragen van industrie en landbouw ongeveer gelijk. Mobiele werktuigen en scheepvaart (met name in West-Brabant) hebben ook een aanzienlijk aandeel in de totale NO2 uitstoot.
-
Wat betreft PM10 geldt dat in West Brabant de industrie het grootste aandeel heeft in de PM10 uitstoot en in Noordoost- en Zuidoost-Brabant landbouw.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
3
Adviezen voor beleid Om schone lucht te realiseren, zijn er beleidsmaatregelen nodig om de luchtkwaliteit te verbeteren. De GGD adviseert om allereerst in te zetten op bronmaatregelen die de uitstoot verminderen. Daarnaast kan gevoelige bestemmingenbeleid, ondanks dat de uitstoot daarbij niet verandert, bijdragen aan het beschermen van de meest gevoelige groepen. In een gezonde leefomgeving gaat om meer dan alleen het terugdringen van (blootstelling aan) milieufactoren zoals luchtverontreiniging en geluid. Het gaat naast het beschermen van de gezondheid namelijk ook om het bevorderen daarvan via verschillende domeinen. Denk daarbij aan voldoende en veilige fiets- en wandelpaden en aan een groene omgeving die uitnodigt tot ontmoeten, spelen, sporten en ontspannen. Tot slot is schone lucht een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De GGD adviseert gemeenten om mee te doen met het Schone Lucht Akkoord om op nationaal niveau samen aan schone lucht te werken.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
4
Inhoud 1. Inleiding ....................................................................................................................... 6 1.1 Luchtverontreiniging ...................................................................................................... 6 1.2 Grens- en advieswaarden ............................................................................................... 8 1.3 Gezondheidseffecten ...................................................................................................... 9 1.4 Doel ............................................................................................................................. 9 2. Methode ..................................................................................................................... 10 2.1 Blootstelling van Noord-Brabantse inwoners aan luchtverontreiniging .................................. 10 2.2 Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging .................................................................. 11 2.3 Bronnen van luchtverontreiniging ................................................................................... 12 3. Blootstelling van Noord-Brabanders aan luchtverontreiniging ................................... 14 3.1 Blootstelling per gemeente .............................................................................................
14 3.2 Blootstelling per buurt ................................................................................................... 18 3.3 Noord-Brabant vergeleken met Nederland........................................................................ 20 4. Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging ........................................................... 22 4.1 Toelichting blootstellingsindicatoren gezondheidseffecten ................................................... 22 4.2 Gezondheidseffecten op provinciaal en regionaal niveau .................................................... 23 4.3 Verschillen in gezondheidseffecten tussen gemeenten ....................................................... 25 4.4 Potentiële gezondheidswinst ........................................................................................... 27 5. Bronnen van luchtverontreiniging .............................................................................. 28 5.1 Bronnen per regio ......................................................................................................... 28 5.2 Nationale trends in emissies ........................................................................................... 30 6. Adviezen voor beleid ..................................................................................................
33 6.1 Bronbeleid ................................................................................................................... 34 6.2 Gevoelige bestemmingenbeleid ...................................................................................... 36 6.3 Gezondheid in beleid ..................................................................................................... 38 6.4 Schone Lucht Akkoord ................................................................................................... 39 Bijlagen .......................................................................................................................... 40 I. Belangrijkste componenten van luchtverontreiniging ........................................................... 41 II. Gehanteerde bestuurlijke regio indeling, 2019 ................................................................... 43 III. Jaargemiddelde blootstelling per gemeente in 2019 .......................................................... 44 IV. Gezondheidseffecten door gemiddelde blootstelling aan luchtverontreiniging in de vier bestuurlijke Brabantse regio’s in 2019 .................................................................................. 46 V. Bijdrage van luchtverontreiniging aan gezondheidseffecten per gemeente in 2019 .................. 50 VI.
Emissies per regio ......................................................................................................... 52
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
5
1. Inleiding Goede luchtkwaliteit is van groot belang voor de gezondheid van burgers. Luchtverontreiniging heeft een grote negatieve invloed op de gezondheid en is de voornaamste oorzaak van gezondheidsklachten door milieu-invloeden. In 2018 veroorzaakten ongunstige milieu-invloeden 4% van de totale ziektelast in Nederland. Het grootste deel hiervan (3,5% van totale ziektelast) is toe te schrijven aan het buitenmilieu, met luchtverontreiniging (fijn stof, stikstofdioxide) als belangrijkste oorzaak. Luchtverontreiniging draagt daarmee ongeveer evenveel bij aan de totale ziektelast als overgewicht (buitenmilieu 3,5% vs. overgewicht 3,7%). De belangrijkste risicofactor die het meeste gezondheidsverlies veroorzaakt blijft roken (9,4%).1 In dit hoofdstuk beschrijven we wat luchtverontreiniging is, wat de grens- en advieswaarden zijn, wat de gezondheidseffecten van blootstelling aan luchtverontreiniging zijn en wat dit rapport beoogt te bereiken.
1.1 Luchtverontreiniging Luchtverontreiniging bestaat uit verschillende componenten en vormt een complex mengsel van gassen en deeltjes. Er is een veelvoud aan verontreinigende stoffen die in de atmosfeer terecht kunnen komen. Een deel hiervan komt van nature in de lucht voor, maar het grootste deel is afkomstig van menselijke activiteiten. Daarnaast is deze mix van luchtverontreinigende stoffen ook zeer dynamisch. Vooral weersomstandigheden zijn van grote invloed op de hoeveelheid luchtverontreiniging. Zo beïnvloeden zoninstraling en regen meerdere processen in de atmosfeer en zorgt de mate van wind ervoor hoe luchtverontreiniging zich verspreid en verdund. Dit zorgt ervoor dat de luchtkwaliteit van dag tot dag of zelfs van uur tot uur enorm kan verschillen. De meest onderzochte stoffen in het mengsel zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof deeltjes (o.a. PM10 en PM2,5). Van deze stoffen is de relatie met gezondheidseffecten het meest bekend.2 NO2 is een gasvormige stof en is een vorm van stikstofoxiden. NOx ontstaat bij verbrandingsprocessen door oxidatie van stikstof uit de lucht. NO2 is een belangrijke indicator voor uitstoot van wegverkeer. NO2 kan als gas makkelijk ingeademd worden en daardoor effect hebben op de gezondheid. Daarnaast kan stikstof neerslaan in het milieu, wat natuurschade oplevert.
Op dit moment is er veel aandacht voor de stikstofproblematiek en liggen bijvoorbeeld bouwplannen stil. Fijn stof (PM = particulate matter) is een deeltjesvormige component van luchtverontreiniging en komt voor in verschillende groottes. Deze deeltjes kunnen ingeademd worden door mensen en daardoor gezondheidsschade aanrichten. Daarbij geldt hoe kleiner de deeltjes zijn, hoe verder ze in het lichaam kunnen doordringen (zie Figuur 1). PM10 deeltjes zijn alle deeltjes met een diameter kleiner dan 10 µm. De deeltjes variëren sterk in herkomst. Een deel ontstaat ten gevolge van menselijk handelen, zoals verbrandingsprocessen in de industrie en het verkeer, het overslaan van bulkgoederen, in de veehouderij en door houtkachels en sigarettenrook. Een ander deel ontstaat van nature; denk hierbij aan opwaaiend (zand)stof en zeezout. De chemische samenstelling kan sterk variëren en is afhankelijk van de aanwezige bronnen.
1 Hilderink, H.B.M., Verschuuren, M. (2018). Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018: Een gezond vooruitzicht.
Synthese. RIVM rapport 2018-0030. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven. 2 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), GGD-richtlijn medische milieukunde: luchtkwaliteit en gezondheid, 2018 (RIVM Rapport 2018-0016).
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
6
Figuur 1: Fijn stofdeeltjes dringen het lichaam verder binnen naarmate ze kleiner zijn3
PM2,5 omvat alle deeltjes die in diameter kleiner zijn dan 2,5 µm. PM2,5 is dus een fractie van PM10, aangezien PM10 alle deeltjes kleiner dan 10 µm meeneemt. Primair PM2,5 is vooral afkomstig van verbrandingsprocessen. Het verschil tussen primair fijn stof en secundair fijn stof is dat primair fijn stof rechtstreeks als stofdeeltjes in de lucht terecht komen. Secundair fijn stof ontstaat in de lucht wanneer meerdere gassen met elkaar reageren (bijvoorbeeld als moleculen van verzurende stoffen in de lucht binden tot zouten en hierdoor een chemische reactie met elkaar aangaan) (zie Figuur 2). De gassen die reageren zijn met name afkomstig van wegverkeer, landbouw, industrie en het buitenland. Hierbij ontstaan deeltjes die bijdragen aan de fijn stof concentratie in de lucht. Het secundair fijn stof bedraagt in Nederland gemiddeld 35-40% van de totale concentratie van PM10 en 45-50% van PM2,5.4 Ultrafijn stofdeeltjes zijn het allerkleinst; kleiner dan 0,1 µm in doorsnede. Ultrafijn stof komt vrij bij verbrandingsprocessen, zoals bij het stoken van hout, afvalverbranding, uitstoot van auto’s of het opstijgen en landen van vliegtuigen. Het kan ook worden gevormd door chemische reacties uit gassen. In bijlage I is een gedetailleerder overzicht van de meest voorkomende luchtverontreinigende stoffen opgenomen.
3 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), GGD-richtlijn medische milieukunde: luchtkwaliteit en
gezondheid, 2018 (RIVM Rapport 2018-0016). 4 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Dossier ‘Fijn Stof’, 2013.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
7
Figuur 1. Vorming van secundair fijn stof uit gasvormige uitstoot van verkeer en landbouw 5
1.2 Grens- en advieswaarden Luchtverontreiniging heeft schadelijke effecten op de gezondheid. De lucht is het afgelopen decennium een stuk schoner geworden, maar er is nog steeds aanzienlijke gezondheidswinst te behalen.6 In Nederland gelden de wettelijke grenswaarden van de Europese Unie voor de verschillende componenten van luchtverontreiniging. Echter treedt er ook onder deze wettelijke normen gezondheidsverlies op doordat er geen drempelwaarde is waaronder geen gezondheidseffecten optreden. De wettelijke grenswaarden beschermen daardoor niet voldoende tegen schadelijke gezondheidseffecten. Daarom heeft de World Health Organisation (WHO) gezondheidskundige advieswaardes opgesteld die beduidend lager liggen dan de huidige wettelijke grenswaardes. In het rapport beschrijven we gezondheidseffecten die zowel onder als boven de wettelijke normen optreden. Voor de componenten die in dit rapport aan de orde komen, zijn de Europese normen en WHOadvieswaardes weergegeven in Tabel 1. Tabel 1. Grens- en advieswaardes van de Europese Unie en het WHO7
Norm
Status
PM10
PM2,5
(µg/m3)
(µg/m3)
NO2 (µg/m3)
Jaargemiddelde
EU-grenswaarde
40
25
40
Jaargemiddelde
WHO-advieswaarde
15
5
10
5 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), GGD-richtlijn medische milieukunde: luchtkwaliteit en
gezondheid, 2018 (RIVM Rapport 2018-0016). 6 Gezondheidsraad (2018). Gezondheidswinst door schonere lucht. Gezondheidsraad Nr. 018/01. 7 Infomil. Grenswaarden en andere luchtkwaliteitsnormen. Te raadplegen via: https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wetmilieubeheer/beoordelen/grenswaarden/
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
8
1.3 Gezondheidseffecten Gezondheidsklachten die worden gerelateerd aan luchtverontreiniging zijn met name luchtwegaandoeningen zoals astma en hart- en vaatziekten. Deze kunnen leiden tot vroegtijdig overlijden. Langdurige blootstelling aan luchtverontreiniging verhoogt het risico op gezondheidseffecten. Ouderen, kinderen, mensen met aandoeningen aan hart, bloedvaten of luchtwegen zijn extra kwetsbaar. Ook kortdurende blootstelling kan gezondheidsklachten veroorzaken zoals droge ogen, een droge keel of veel hoesten en kortademigheid. Bronnen van luchtverontreiniging die gezondheidseffecten kunnen geven zijn onder andere wegverkeer, houtrook, industrie, veehouderijen, en ander verkeer (zoals lucht- en scheepvaart). Afstand tot de weg en intensiteit van het wegverkeer zijn belangrijke factoren voor het risico op het ontwikkelen van gezondheidseffecten; hoe groter de afstand en hoe lager de verkeersintensiteit, des te kleiner is de kans op gezondheidseffecten.8 Het is bekend dat een verbeterde luchtkwaliteit bijdraagt aan een betere gezondheid van de bevolking. Iedere verbetering in luchtkwaliteit levert gezondheidswinst op.
1.4 Doel In dit rapport wordt de luchtkwaliteit in de provincie Noord-Brabant in kaart gebracht en worden de gevolgen van luchtverontreiniging op de gezondheid van de burgers inzichtelijk gemaakt. Dit inzicht in de mate van luchtverontreiniging en de lokale gezondheidseffecten die samenhangen met luchtverontreinigende stoffen kan bijdragen aan het maken van een passend gezondheids-, milieuen ruimtelijke ordeningsbeleid. Het is duidelijk dat luchtverontreiniging op meerdere manieren schadelijk is voor de gezondheid. Het Schone Lucht akkoord (SLA) heeft als doel om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Het akkoord is door meerdere gemeenten in Noord-Brabant ondertekend. Het inzichtelijk maken van de gezondheidsschade samenhangend met een slechte luchtkwaliteit kan bijdragen aan de onderbouwing van maatregelen voortkomend uit dit akkoord. Daarnaast kan dit rapport ook de gemeenten die het SLA nog niet hebben ondertekend, stimuleren alsnog aan te sluiten. Door de huidige luchtverontreiniging en gezondheidsschade goed in beeld te brengen, kunnen gemeenten beter geïnformeerd worden en gerichter beleid voeren Om deze impact van luchtverontreiniging in Noord-Brabant in beeld te krijgen, worden in dit rapport de volgende hoofdvraag en bijbehorende deelvragen beantwoord.
Hoofdvraag: “Wat is de impact van luchtverontreiniging op ziektelast en vroegtijdige sterfte van inwoners in Noord-Brabant?” Deelvragen: 1. Wat is de blootstelling van inwoners van Noord-Brabant aan fijn stof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide (NO2)? 2. Hoe groot is de emissie van luchtverontreinigende stoffen door diverse bronnen in NoordBrabant? Op basis van de conclusies die uit deze onderzoeksvragen getrokken kunnen worden, volgen vervolgens adviezen voor beleid in Noord-Brabant. 8 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), GGD-richtlijn medische milieukunde: luchtkwaliteit en
gezondheid, 2018 (RIVM Rapport 2018-0016).
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
9
2. Methode De analyses in dit rapport zijn gebaseerd op de beschikbare luchtkwaliteitsgegevens uit het jaar 2019. De drie verschillende onderdelen van dit rapport, blootstelling, gezondheid en emissies, worden hieronder per onderdeel beschreven. In het kort, de berekende blootstelling aan luchtverontreiniging in Noord-Brabant in 2019 is met het programma QGIS (V3.16.16) op kaarten in beeld gebracht. Vervolgens zijn de GGD rekentool en de meerookmethode gebruikt om deze blootstellingsgegevens door te rekenen naar gezondheidseffecten voor de inwoners van NoordBrabant. Tot slot zijn gegevens van de Emissieregistratie over emissies van verschillende bronnen in 2019 op kaarten inzichtelijk gemaakt met het programma QGIS (V3.16.16).
2.1 Blootstelling van Noord-Brabantse inwoners aan luchtverontreiniging Emissie en immissie Twee belangrijke begrippen binnen het thema luchtverontreiniging en gezondheid zijn emissie en immissie. Emissie is de daadwerkelijk uitstoot van een bron. De emissie van bijvoorbeeld de uitlaatpijp van een auto is dus de hoeveelheid stoffen die direct uit de pijp komen. Eenmaal in de lucht kunnen er nog reacties plaatsvinden die het mengsel van stoffen doen veranderen. Bovendien treedt er door weersinvloeden verdunning van de luchtverontreinigende stoffen op. De concentraties van luchtverontreinigende stoffen op leefniveau kunnen daardoor verschillen van de emissie. De concentratie op leefniveau (op anderhalve meter hoog vanaf de grond gemeten) wordt de immissie genoemd. De immissieconcentratie wordt niet door één bron bepaald, maar door meerdere bronnen. Een immissiemeting vindt op ongeveer 1,5 meter hoogte plaats; op deze hoogte wordt lucht gemiddeld ingeademd.9 Blootstelling De blootstelling aan luchtverontreiniging wordt in dit rapport in kaart gebracht met behulp van de berekende concentratie luchtverontreiniging op pandniveau. Blootstelling van inwoners aan luchtverontreiniging is niet helemaal gelijk aan de concentratie op leefniveau (immissie).
Het verschil tussen blootstelling en immissie is dat bij blootstelling de concentraties op alle woonlocaties gekoppeld worden aan het aantal mensen dat op die plekken woont. Daarmee is blootstelling een bevolkingsgewogen concentratie. Hierdoor is blootstelling een betere maat voor gezondheidsimpact dan de concentratie. In opdracht van de 3 Brabantse GGD’en heeft het bureau Lichtverkeer met behulp van de AERIUS Rekentool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL) berekeningen gemaakt van de jaargemiddelde blootstelling van de bevolking van de provincie Noord-Brabant voor het jaar 2019. Hiervoor zijn de concentraties van PM10, PM2,5 en NO2 per pand gekoppeld aan het aantal personen dat op het adres woont. Voor fijn stof geldt dat zowel primair als secundair fijn stof hierin meegenomen zijn. De informatie over de panden (ID-pand, bouwjaar, gebruiksfunctie en aantal wooneenheden per pand) is afkomstig van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Tot slot is met de blootstellingen per woonadres voor verschillende schaalniveaus (provincie, regio, gemeente, buurt; op basis van CBS code zoals geldig op 1 januari 2020; zie bijlage II voor
9 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), GGD-richtlijn medische milieukunde: luchtkwaliteit en
gezondheid, 2018 (RIVM Rapport 2018-0016).
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
10
bestuurlijke regio indeling) de jaargemiddelde blootstelling berekend. Deze berekende blootstelling aan luchtverontreiniging in Noord-Brabant heeft de GGD met het programma QGIS (V3.16.16) op kaarten in beeld gebracht.
2.2 Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging Met de GGD Rekentool Luchtverontreiniging & Gezondheid (L&G) is het mogelijk om de gezondheidseffecten door blootstelling aan PM10, PM2,5 en NO2 te kwantificeren.10 De ziektelast kan worden berekend voor gezondheidseffecten waarvan de blootstelling-respons relatie bekend is. Voor de gezondheidseffecten in de rekentool (hart- en vaatziekten, luchtwegaandoeningen en vroegtijdige sterfte) is in meerdere studies aangetoond dat deze effecten voldoende zeker geassocieerd zijn met luchtverontreiniging. Deze gezondheidseffecten hebben een causale of waarschijnlijk causale relatie met de blootstellingsindicatoren PM10, PM2,5 en/of NO2. De bijdrage van de blootstellingsindicatoren aan gezondheidseffecten wordt berekend door de effectschattingen te combineren met de incidentie van het gezondheidseffect in de Nederlandse populatie. De effectschattingen geven de sterkte van de relatie tussen de blootstellingsindicator en gezondheidseffect weer en de incidentie betreft het voorkomen van het gezondheidseffect in de populatie. Door deze twee factoren te combineren kan per verandering in concentratie van een luchtverontreinigende stof het effect op de gezondheid berekend worden.
Deze effecten zijn beschreven als het aantal cases dat toegeschreven kan worden aan de blootstelling aan luchtverontreiniging (attributieve cases) op basis van inwonersaantallen en als percentage van de blootstelling aan de totale ziektelast. In Tabel 2 zijn de gezondheidseffecten met de bijbehorende blootstellingsindicatoren weergegeven die in de GGD Rekentool L&G opgenomen zijn. Tabel 2 geeft een overzicht van de gezondheidseffecten die met de GGD Rekentool L&G te kwantificeren zijn. Andere gezondheidseffecten zoals neurologische aandoeningen, stofwisselingsziekten en effecten op het ongeboren kind zijn (nog) niet goed te kwantificeren. Verder zijn er (naast PM10, PM2,5 en NO2) meerdere schadelijke luchtverontreinigende componenten die ook invloed hebben op de gezondheid, maar die zijn in dit onderzoek niet meegenomen. Bij industrie kunnen bijvoorbeeld zogenaamde ‘zeer zorgwekkende stoffen’ (‘ZZS’) vrijkomen. Bij veehouderij spelen naast fijn stof ook micro-organismen en endotoxinen een rol in gezondheidsrisico’s. Dit rapport gaat hier niet op in. Alleen voor stikstofdioxide en fijn stof zijn betrouwbare berekeningen mogelijk van de blootstelling en kan de blootstelling doorgerekend worden naar gezondheidseffecten. Een aantal gezondheidseffecten zijn naast weergave in tabelvorm ook weergegeven per gemeente op een kaart van Noord-Brabant met het programma QGIS (V3.16.16).
10 GGD rekentool luchtverontreiniging en gezondheid (update), 2021:
GGD_Rekentool_Luchtkwaliteit_en_Gezondheid_3dec2021.pdf (awgezondeleefomgeving.nl)
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
11
Tabel 2. Overzicht van de gezondheidseffecten met bijbehorende leeftijdscategorie en blootstellingsindicator
Gezondheidseffect
Leeftijdscategorie (jaren)
Blootstellingsindicator
Vroegtijdige sterfte
30+
PM10, PM2,5, NO2
Laag geboortegewicht*
0-1
PM2,5
Incidentie astma kinderen
0-18
NO2
Afname longfunctie
0-18
NO2, PM2,5
Incidentie hartvaatziekten (totaal)
40+
NO2, PM2,5
Ziekenhuisopnames astma
Alle leeftijden
NO2, PM2,5
Ziekenhuisopnames COPD
Alle leeftijden
PM2,5
Ziekenhuisopnames ischemische hartziekten
Alle leeftijden
NO2
Longkanker
50+
PM2,5
* Laag geboorte gewicht is gedefinieerd als een gewicht bij geboorte <2500g bij een zwangerschapsduur van ≥37weken NB: De tabel geeft een overzicht van de gezondheidseffecten die met de GGD Rekentool L&G te kwantificeren zijn en is dus geen compleet overzicht van alle mogelijke gezondheidseffecten door luchtverontreiniging
De GGD Rekentool L&G bevat naast bovenstaand beschreven kwantificering van gezondheidseffecten tevens de zogenaamde ‘meerookmethode’.11 Omdat concentraties, blootstelling en attributieve cases wellicht wat abstract zijn in de risicocommunicatie, is de meerookmethode ontwikkeld om de ziektelast in perspectief te plaatsen. De meerookmethode bepaalt het equivalent van de blootstelling aan luchtverontreiniging, uitgedrukt als een aantal meegerookte sigaretten in huis. Hiermee wordt de mate van verontreiniging in de buitenlucht uitgedrukt in een bekende risicofactor, namelijk het aantal passief gerookte sigaretten per dag. Deze meerookmethode is gebaseerd op blootstelling aan PM2,5 en NO2.
2.3 Bronnen van luchtverontreiniging Gegevens over emissies van verschillende bronnen in 2019 zijn op kaarten inzichtelijk gemaakt met het programma QGIS (V3.16.16). De emissiedata, afkomstig van de Nederlandse EmissieRegistratie (publicatie september 2021, www.emissieregistratie.nl)), zijn aangeleverd door het bureau Lichtverkeer. Op de website www.emissieregistratie.nl staat beschreven welke gegevens gebruikt worden voor het inschatten van de bijdrage per bron. Emissies van de stoffen NO2, PM10 en PM2,5 (ER stofcode resp. 305, 995 en 998) zijn per gemeente en emissieoorzaak verzameld. De EmissieRegistratie maakt onderscheid in ruim 550 emissieoorzaken. De GGD heeft deze emissieoorzaken geaggregeerd tot 9 samenhangende groepen. De groepering van de emissieoorzaken wordt getoond in Tabel 3. De emissies zijn weergegeven in kilogrammen per jaar (kg/jaar) voor de vier regio’s in Noord-Brabant (West-Brabant, Midden-Brabant, Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant).
11 van der Zee SC, Fischer PH, Hoek G (2016). Air pollution in perspective: Health risks of air pollution expressed in
equivalent numbers of passively smoked cigarettes. Environ Res 148:475-483.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
12
Tabel 3. De door de GGD geaggregeerde emissie categorieën
Emissiecategorie nummer
Emissieoorzaak
29
Totaal emissie wegverkeer
31
Mobiele werktuigen
33
Luchtvaartverkeer
34
Scheepvaartverkeer
51
Hoofdverwarming consumenten
52
Sfeerverwarming consumenten
81
Landbouw
91
Industrie
999
Totaal emissie alle categorieën
In de legenda van de emissiekaarten in dit rapport is de categorie ‘sfeerverwarming consumenten’ (emissiecategorie 52) gelabeld als ‘houtstook’. Deze emissiecategorie bevat emissies van kaarsen, houtkachels en barbecues, maar houtstook vormt het grootste aandeel in deze emissie. Secundair gevormd fijn stof kan helaas niet meegenomen worden in de bronnen van luchtverontreiniging, terwijl landbouw via secundair fijn stof wel een belangrijke bijdrage levert aan de fijn stofconcentraties. Secundair fijn stof wordt niet direct vanuit een bron geëmitteerd, maar vormt zich pas na reacties met andere stoffen in de lucht. De trend van de bronbijdrage van een aantal emissiecategorieën voor Nederland is ontleend aan de Emissie Registratie (januari 2022) en het GGD-rapport Luchtkwaliteit in Gelderland van de Gelderse collega’s.12
12 GGD Gelderland-Midden, GGD Noord- en Oost-Gelderland, GGD Gelderland-Zuid (2022). Luchtkwaliteit en
Gezondheid in Gelderland – Rapportage februari 2022 over de luchtkwaliteit in 2019.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
13
3. Blootstelling van Noord-Brabanders aan luchtverontreiniging De blootstelling van de populatie aan luchtverontreiniging wordt in dit hoofdstuk in kaart gebracht op gemeente- en buurtniveau. Het betreft de blootstelling aan NO2, PM10 en PM2,5 in het jaar 2019. Blootstelling, in tegenstelling tot concentratie, neemt ook mee hoeveel mensen waar wonen. Verschillen binnen gemeenten en buurten zijn op de kaarten niet zichtbaar. Het is echter mogelijk dat er binnen gemeenten en buurten wel verschillen zijn in blootstelling aan luchtverontreiniging, bijvoorbeeld wanneer inwoners dichtbij een bron van luchtverontreiniging wonen. Daarnaast wordt in de kaarten de jaargemiddelde blootstelling weergegeven waarin incidentele piekconcentraties niet goed zichtbaar zijn. De kaarten geven wel een goed beeld van hoe de situatie gemiddeld is in de provincie.
3.1 Blootstelling per gemeente Kaart 1 geeft de jaargemiddelde blootstelling aan NO2 weer. De variatie tussen de gemeenten is groot. De gemiddelde blootstelling is het hoogst in de gemeenten met de vier grootste steden: Eindhoven (21,9 µg/m3), Breda (20,89 µg/m3), ’s-Hertogenbosch (20,7 µg/m3) en Tilburg (20,63 µg/m3). In de zuidelijke grensgemeenten Bergeijk, Cranendonck en Baarle-Nassau is de jaargemiddelde blootstelling aanzienlijk lager: <15 µg/m3. Kaart 1. Jaargemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) per gemeente in Noord-Brabant in 2019
Kaart 2 geeft inzicht in de jaargemiddelde blootstelling aan PM10. De hoogste gemiddelde blootstelling is terug te zien in de gemeenten in het midden van Oost-Brabant en ZuidoostBrabant. In ’s-Hertogenbosch, Someren, Eindhoven, Asten, Best, Bernheze, Meierijstad, Uden en Son en Breugel is de jaargemiddelde blootstelling >19 µg/m3. De blootstelling is met ongeveer 16 µg/m3 het laagst in de meest westelijke gemeenten.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
14
Kaart 2. Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM10) per gemeente in Noord-Brabant in 2019
Kaart 3 laat zien dat de hoogste jaargemiddelde blootstelling aan primair en secundair PM2,5 wederom in het midden van Oost-Brabant wordt gevonden: ’s-Hertogenbosch, Best, Eindhoven en Meierijstad kennen een gemiddelde PM2,5 blootstelling van tussen 11,5 en 12 µg/m3. Ook de blootstelling aan PM2,5 is wederom het laagst in West-Brabant: tussen 9-10 µg/m3. Zie bijlage III voor een compleet overzicht van de jaargemiddelde blootstelling aan NO2, PM10 en PM2,5 per gemeente in 2019. Kaart 3. Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM2,5) per gemeente in Noord-Brabant in 2019
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
15
Op de kaarten 1, 2 en 3 is in de legenda ook de WHO advieswaarde weergegeven voor de betreffende componenten. Figuren 1, 2 en 3 gaan hier in meer detail op in. Voor alle drie de componenten, NO2, PM10 en PM2,5, geldt dat de jaargemiddelde blootstelling, maar ook de werkelijke minimale en maximale concentratie op een woning per gemeente onder de EU grenswaarde blijft. Echter geldt voor alle componenten dat zowel de jaargemiddelde blootstelling, als de laagste (en daarmee ook de hoogste) werkelijke concentratie op een woning niet voldoet aan de WHO advieswaarden. Dit betekent dat op geen enkel woonadres in Noord-Brabant aan de gezondheidskundige WHO advieswaarden voldaan wordt. Tot slot laten figuren 3, 4 en 5 ook zien dat de variatie van blootstelling binnen een gemeente groot is. In paragraaf 3.2 wordt dit uitgebreider weergegeven.
Figuur 3. Jaargemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) per gemeente in Noord-Brabant in 2019: gemiddelde (oranje punt), minimale en maximale waarden. De wettelijke EU grenswaarde (40 µg/m3) voor NO2 is aangegeven met een rode lijn en de WHO advieswaarde (10 µg/m3) met een groene lijn.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
16
Figuur 4. Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM10) per gemeente in Noord-Brabant in 2019: gemiddelde (groene punt), minimale en maximale waarden. De wettelijke EU grenswaarde (40 µg/m3) voor PM10 is aangegeven met een rode lijn en de WHO advieswaarde (15 µg/m3) met een groene lijn.
Figuur 5. Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM2,5) per gemeente in Noord-Brabant in 2019: gemiddelde (blauwe punt), minimale en maximale waarden. De wettelijke EU grenswaarde (25 µg/m3) voor PM2,5 is aangegeven met een rode lijn en de WHO advieswaarde (5 µg/m3) met een groene lijn.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
17
3.2 Blootstelling per buurt Verschillen binnen een gemeente worden beter zichtbaar op de kaarten met de jaargemiddelde blootstelling op buurtniveau. Deze verschillen worden veroorzaakt doordat binnen een gemeente de afstand tussen luchtverontreinigende bronnen en woningen behoorlijk kan verschillen voor de Noord-Brabantse inwoners. Door niet alleen te kijken naar bronnen en hun emissies (zoals het klassieke VTH-systeem is ingericht), maar óók naar de blootstelling van inwoners, wordt beter zichtbaar waar de nood voor maatregelen voor gezonde lucht het hoogst is. Op basis hiervan kan (lokaal) beleid gevormd worden. Kaarten 4, 5 en 6 geven de jaargemiddelde blootstelling aan respectievelijk NO2, PM10 en PM2,5 per buurt weer. De variatie tussen de buurten, ook binnen dezelfde gemeente, is groot. Ook voor de buurten geldt voor alle componenten dat de jaargemiddelde blootstelling in geen enkele buurt voldoet aan de gezondheidskundige WHO advieswaarden. Kaart 4. Jaargemiddelde blootstelling aan stikstofdioxide (NO2) per buurt in Noord-Brabant in 2019
NB. Er is geen data beschikbaar van de buurten die witgekleurd zijn.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
18
Kaart 5. Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM10) per buurt in Noord-Brabant in 2019
NB. Er is geen data beschikbaar van de buurten die witgekleurd zijn. Kaart 6. Jaargemiddelde blootstelling aan fijn stof (PM2,5) per buurt in Noord-Brabant in 2019
NB. Er is geen data beschikbaar van de buurten die witgekleurd zijn.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
19
3.3 Noord-Brabant vergeleken met Nederland Er is een dalende trend te zien in de mate van luchtverontreiniging in Nederland als geheel in de afgelopen decennia. Dit heeft al veel gezondheidswinst opgeleverd: Nederlanders leven door de genomen maatregelen ongeveer zes jaar langer, in vergelijking met 1990.13 Figuur 614 geeft de trend in concentraties ammoniak (NH3), PM10 en NOx in heel Nederland weer: voor PM10 en NOx (in de bebouwde kom) daalt de concentratie aanzienlijk over de jaren, terwijl de concentratie ammoniak vrij constant is gebleven. Ammoniak draagt in belangrijke mate bij aan de concentraties fijn stof door de vorming van secundair fijn stof. Kaart 7 toont de situatie in Noord-Brabant in 2019 ten opzichte van de rest van Nederland van NO2 en PM10 per gemeente. Deze kaarten zijn afkomstig uit de NSL-Monitoringsrapportage over 2019.15 Op de NO2 kaart is te zien dat de Brabantse gemeenten met de grote steden vergelijkbaar zijn met andere stedelijke gemeenten in het land (met uitzondering van het noorden). Op de PM10 kaart is te zien dat de luchtkwaliteit in Oost-Brabant vergelijkbaar is met de luchtkwaliteit in veedichte gebieden in de Gelderse Vallei.
Figuur 6. Ontwikkeling concentraties ammoniak, fijn stof (PM10) en NOx (NOx: concentraties in de bebouwde kom) 1990-201714
13 Velders, G. et al (2020). Effects of European emission reduction on air quality in the Netherlands and the associated
health effects. Atmospheric Environment. 14 GGD Gelderland-Midden, GGD Noord- en Oost-Gelderland, GGD Gelderland-Zuid (2022). Luchtkwaliteit en Gezondheid in Gelderland – Rapportage februari 2022 over de luchtkwaliteit in 2019. 15 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Monitoringsrapportage NSL 2020 Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, 2020.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
20
Kaart 7. Blootstelling van NO2 (links) en PM10 (rechts) per gemeente16
16 RIVM, Monitoringsrapportage NSL 2020 Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, 2020.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
21
4. Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging Schone lucht is van groot belang voor de gezondheid van inwoners. In het vorige hoofdstuk werd duidelijk dat de jaargemiddelde blootstelling per gemeente in alle Brabantse gemeenten boven de gezondheidskundige WHO advieswaarden ligt. De gezondheidseffecten die als gevolg hiervan te verwachten zijn, worden in dit hoofdstuk beschreven. De resultaten van het doorrekenen van de gezondheidseffecten met de GGD Rekentool L&G worden in dit hoofdstuk weergegeven voor de provincie Noord-Brabant, de vier bestuurlijke regio’s van Noord-Brabant en een aantal gezondheidseffecten worden op kaarten op gemeenteniveau gevisualiseerd.
4.1 Toelichting blootstellingsindicatoren gezondheidseffecten De ziektelast en vroegtijdige sterfte door blootstelling aan PM10, PM2,5 en NO2 in het jaar 2019 is in de volgende paragrafen in tabellen weergegeven. De tabellen tonen per gezondheidseffect de blootstellingsindicator waarop de berekening gebaseerd is. Enkele gezondheidseffecten (incidentie hartvaatziekten, ziekenhuisopnamen door astma, verminderde longfunctie bij kinderen en vroegtijdige sterfte) kunnen met zowel PM10 of PM2,5 als NO2 gegevens berekend worden. Dit komt doordat studies naar de effectschattingen vaak het effect van één component op het gezondheidseffect berekenen, waarbij de onderzoekers corrigeren voor blootstelling aan andere componenten. De bijdrage van NO2 is vooral bruikbaar voor het berekenen van gezondheidseffecten in een stedelijk gebied met veel wegverkeer, de bijdrage van PM2,5 in een grootschalig gebied (bv. Nederland, provincie, gemeente) en de bijdrage van PM10 in een buitengebied met veehouderijen. De gezondheidseffecten die berekend zijn voor de afzonderlijke componenten zijn niet bij elkaar op te tellen. Dit komt doordat er correlatie is tussen de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Om die reden zijn de berekeningen voor de verschillende componenten afzonderlijk weergegeven.
Wat betreft sterfte is er in dit rapport voor gekozen om de vroegtijdige sterfte als gevolg van de gecombineerde blootstelling aan PM10 en NO2 weer te geven. Het is ook mogelijk om de vroegtijdige sterfte van de afzonderlijke indicatoren te berekenen. Met het rapporteren van het effect van gecombineerde blootstelling aan PM10 en NO2 op sterfte volgen we het voorbeeld van de Gezondheidsraad.17 Daarnaast rekent ook de Schone Lucht Akkoord Gezondheidsindicator van het RIVM met deze twee gecombineerde componenten. Voor de aandoeningen is de ziektelast weergegeven in enerzijds het absolute aantal ziektegevallen in het gebied, en anderzijds het percentage van het totale aantal ziektegevallen (voorbeeld uit Tabel 4: er worden in Noord-Brabant 117 kinderen geboren met een laag geboortegewicht door blootstelling aan PM2,5; dit is 8,2% van het totale aantal geboren kinderen met een laag geboortegewicht). Vroegtijdige sterfte wordt weergegeven in dagen. Naast de berekening van de ziektelast en vroegtijdige sterfte is de blootstelling aan luchtverontreiniging ook uitgedrukt in het aantal meegerookte sigaretten per dag (oftewel passief roken). De meerookmethode zet de mate van buitenluchtverontreiniging om in een begrijpelijke risicofactor; het betreft dus niet het daadwerkelijke aantal meegerookte sigaretten door mensen in de omgeving.
17 Gezondheidsraad (2018). Gezondheidswinst door schonere lucht. Gezondheidsraad Nr. 018/01.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
22
De getoonde gezondheidseffecten zijn gebaseerd op de jaargemiddelde blootstelling waarin incidentele piekconcentraties niet goed zichtbaar zijn. Piekconcentraties kunnen echter wel klachten geven zoals droge ogen, een droge keel of veel hoesten, kortademigheid of hoofdpijn (bv. bij smog). Deze mogelijke gezondheidsklachten door piekconcentraties blijven in dit rapport buiten beschouwing.
4.2 Gezondheidseffecten op provinciaal en regionaal niveau Tabel 4 geeft een overzicht van de gezondheidseffecten van de gemiddelde blootstelling aan luchtverontreiniging in de provincie Noord-Brabant in 2019. De tabel laat duidelijk zien dat luchtverontreiniging aanzienlijke gezondheidsschade veroorzaakt. Met name de incidentie van astma bij kinderen (20,2% door NO2), de incidentie van hartvaatziekten bij 40-plussers (22,9% door NO2 en 9% door PM2,5) en longkanker bij 50-plussers (15,1% door PM2,5) wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door luchtverontreiniging. Van de kinderen die in Noord-Brabant geboren worden met een laag geboortegewicht, wordt 8,2% daarvan veroorzaakt door blootstelling aan PM2,5. De longfunctie van kinderen (gebaseerd op de FEV1) laat een afname zien van 1,8% bij Tabel 4. Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging in de provincie Noord-Brabant in 2019 (aantal inwoners 2.562.882)
Absoluut Gezondheidseffect (leeftijdscategorie in jaren)
Indicator
aantal toe te schrijven aan indicator
Aandeel totale ziektelast van desbetreffend gezondheidseffect (%)
Aandoeningen Laag geboortegewicht (0-1)
PM2,5
117
8,2
Incidentie astma kinderen (0-18)
NO2
898
20,2
Incidentie hartvaatziekten (totaal) (40+)
PM2,5
6.478
9
NO2
16.396
22,9
Longkanker (50+)
PM2,5
264
15,1
Ziekenhuisopnames astma (alle leeftijden)
PM2,5
27
2,5
NO2
28
2,6
Ziekenhuisopnames COPD (alle leeftijden)
PM2,5
132
2,7
Ziekenhuisopnames ischemische hartziekten
NO2
210
2,2
PM2,5
1,8
n.v.t.
NO2
1,3
n.v.t.
PM10 + NO2
358
n.v.t.
PM2,5 + NO2
4,9
n.v.t.
(40+) Afname in functie Daling longcapaciteit kinderen (FEV1) in % (0-18)
Vroegtijdige sterfte Vroegtijdige sterfte in dagen (30+) Meeroken Aantal meegerookte sigaretten per dag (alle leeftijden) COPD = Chronic Obstructive Pulmonary Disease, FEV = Forced Expiratory Volume
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
23
de huidige gemiddelde PM2,5 blootstelling en 1,3% bij de huidige gemiddelde NO 2 blootstelling. Deze afname in longfunctie lijkt procentueel weinig. Echter is dit een gemiddelde afname voor álle kinderen tussen 0 en 18 jaar. Dit betekent dat er ook kinderen zullen zijn waarbij de afname in longfunctie hoger is dan dit gemiddelde percentage en waarbij het individuele (lange termijn) effect dus groter is. De gemiddelde vroegtijdige sterfte door blootstelling aan PM10 + NO2 is in NoordBrabant 358 dagen. Brabanders verliezen dus gemiddeld bijna een jaar door vervuilde lucht. Ter vergelijking, in Gelderland is dit 339 dagen in 2019.18 De gezondheidsschade door de blootstelling aan luchtverontreiniging is in Noord-Brabant vergelijkbaar met het meeroken van 4,9 sigaretten per dag. De lucht die bewoners in NoordBrabant inademen is dus vergelijkbaar met de lucht die iemand zou inademen als een huisgenoot elke dag bijna 5 sigaretten binnenshuis rookt. Tabel 5 toont de gezondheidseffecten van de gemiddelde blootstelling aan luchtverontreiniging in de vier bestuurlijke Brabantse regio’s in 2019.
De inwonersaantallen van de regio’s komen niet met elkaar overeen, daarom is alleen het aandeel van het door luchtverontreiniging veroorzaakte gezondheidseffect in de totale ziektelast getoond in plaats van ook de absolute aantallen (zie bijlage IV voor de complete tabellen per regio inclusief absolute aantallen). Het gezondheidsbeeld volgt het blootstellingsbeeld dat in Hoofdstuk 3 geschetst is: -
De gezondheidseffecten die op blootstelling aan fijn stof (PM10 en PM2,5) gebaseerd zijn, hebben een iets hoger aandeel in de totale ziektelast in het oostelijke deel van NoordBrabant waar de fijn stof blootstelling hoger is dan in het westelijke deel.
-
De gezondheidseffecten gebaseerd op blootstelling aan NO2 is procentueel vergelijkbaar tussen de regio’s.
Tabel 5. Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging in de vier bestuurlijke Brabantse regio’s in 2019 Aandeel totale ziektelast van desbetreffend gezondheidseffect (%) Gezondheidseffect
Indicator
(leeftijdscategorie in jaren)
West-
Midden-
Noordoost-
Zuidoost-
Brabant
Brabant
Brabant
Brabant
Laag geboortegewicht (0-1)
PM2,5
7,7
8,3
8,5
8,4
Incidentie astma kinderen
NO2
20,3
20,6
19,6
20,3
Incidentie hartvaatziekten (totaal)
PM2,5
8,5
9,1
9,4
9,3
(40+)
NO2
23
23,3
22,2
23
Longkanker (50+)
PM2,5
14,2
15,2
15,6
15,4
Ziekenhuisopnames astma (alle
PM2,5
2,3
2,5
2,6
2,5
leeftijden)
NO2
2,6
2,6
2,5
2,6
Ziekenhuisopnames COPD (alle
PM2,5
2,5
2,7
2,8
2,8
NO2
2,2
2,2
2,1
2,2
(0-18)
leeftijden) Ziekenhuisopnames ischemische hartziekten (40+) COPD = Chronic Obstructive Pulmonary Disease
18 GGD Gelderland-Midden, GGD Noord- en Oost-Gelderland, GGD Gelderland-Zuid (2022). Luchtkwaliteit en
Gezondheid in Gelderland – Rapportage februari 2022 over de luchtkwaliteit in 2019.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
24
4.3 Verschillen in gezondheidseffecten tussen gemeenten Doordat er een grote variatie is in blootstelling aan NO2, PM10 en PM2,5 tussen gemeenten, spreekt het voor zich dat ook de mate van gezondheidseffecten door luchtverontreiniging verschilt tussen gemeenten (dit geldt vervolgens ook voor buurten). Met name de incidentie van astma bij kinderen, de incidentie van hartvaatziekten bij 40-plussers en longkanker bij 50-plussers wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door luchtverontreiniging. Deze gezondheidseffecten, alsook vroegtijdige sterfte, worden in deze paragraaf per gemeente getoond. Kaart 8 toont de bijdrage van luchtverontreiniging (PM10 + NO2) aan vroegtijdige sterfte (in dagen) bij 30-plussers per gemeente in Noord-Brabant in 2019. De gemiddelde vroegtijdige sterfte per gemeente varieert tussen de 319 en 387 dagen. De donkerste gebieden op de kaart, waar de bijdrage aan vroegtijdige sterfte het hoogst is, zijn de gemeenten waar de gecombineerde blootstelling aan PM10 en NO2 het hoogst is. Kaart 8. Bijdrage van luchtverontreiniging (PM10 + NO2) aan vroegtijdige sterfte (in dagen) bij 30-plussers per gemeente in Noord-Brabant in 2019
Op Kaart 9 is de bijdrage van luchtverontreiniging (NO2) aan de totale incidentie van astma bij kinderen tussen 0-18 jaar per gemeente in Noord-Brabant in 2019 te zien. Op deze kaart zijn duidelijk de gemeenten met grote steden terug te zien zoals ook op Kaart 1 het geval was. Het laagste aandeel in de totale ziektelast bedraagt 15,9% en het hoogste aandeel 23,3%. Dit betekent dat tussen de 15,9% en 23,3% van het totaal aantal astmapatiënten in Noord-Brabant deze ziekte heeft ontwikkeld als gevolg van luchtverontreiniging.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
25
Kaart 9. Bijdrage van luchtverontreiniging (NO2) aan de totale incidentie van astma (%) bij kinderen tussen 018 jaar per gemeente in Noord-Brabant in 2019
Kaart 10 toont de bijdrage van luchtverontreiniging (NO2) aan de totale incidentie van hart- en vaatziekten (%) bij 40-plussers per gemeente in Noord-Brabant in 2019. Ook hier is de variatie tussen gemeenten duidelijk terug te zien. Tussen de 18,1% en 26,4% van het totale aantal harten vaatziektepatiënten is toe te schrijven aan luchtverontreiniging door NO 2. Kaart 10. Bijdrage van luchtverontreiniging (NO2) aan de totale incidentie van hart- en vaatziekten (%) bij 40plussers per gemeente in Noord-Brabant in 2019
Tot slot toont Kaart 11 de bijdrage van luchtverontreiniging (PM2,5) aan de totale incidentie van longkanker bij 50-plussers per gemeente in Noord-Brabant in 2019. De variatie hier is minder groot dan bij de andere gezondheidseffecten; 12,9% tot 15,9%. Hierdoor is ook de range van de
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
26
legenda kleiner dan in voorgaande kaarten en zijn de verschillen tussen de gemeenten minder groot, ondanks dat de kleuren op de kaart wel duidelijke verschillen laten zien. Kaart 11. Bijdrage van luchtverontreiniging (PM2,5) aan de totale incidentie van longkanker (%) bij 50plussers per gemeente in Noord-Brabant in 2019
Zie bijlage V voor een compleet overzicht van de bijdrage van luchtverontreiniging aan vroegtijdige sterfte, astma, hart- en vaatziekten en longkanker per gemeente in 2019.
4.4 Potentiële gezondheidswinst Een lagere blootstelling aan luchtverontreiniging levert altijd gezondheidswinst op. Wanneer de blootstelling met 50% zou verminderen, nemen de gezondheidseffecten ten gevolge van die parameter ook met ongeveer 50% af. Dit betekent een gezondheidswinst van 50%. Een emissiereductie van 50% betekent echter niet per definitie ook een afname in blootstelling van 50%. In Hoofdstuk 6 wordt er nader ingegaan op mogelijke maatregelen om emissies en blootstelling te reduceren. Hoofdstuk 5 laat eerst een overzicht zien van de verschillende bronnen van luchtverontreiniging in de Brabantse regio’s.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
27
5. Bronnen van luchtverontreiniging Verontreinigde lucht is afkomstig van allerlei verschillende bronnen. In dit hoofdstuk wordt een overzicht geschetst van de bronnen van luchtverontreiniging in de Brabantse regio’s. Gegevens afkomstig van de Nederlandse EmissieRegistratie over emissies van verschillende bronnen in 2019 zijn op kaarten inzichtelijk gemaakt. Emissies kunnen ook op gemeenteniveau getoond worden. Hiervoor wordt momenteel vanuit het Schone Lucht Akkoord een tool ontwikkeld waarmee de bijdrage van bronnen aan emissies en concentratie per gemeente inzichtelijk wordt.
5.1 Bronnen per regio Op Kaart 12 zijn de NO2 emissies weergegeven in kilogrammen per jaar (kg/jaar) voor de vier regio’s in Noord-Brabant. In alle regio’s is wegverkeer de belangrijkste bron van uitstoot van NO2. Na wegverkeer is in West-Brabant industrie ook een grote bron, en in Noordoost- en ZuidoostBrabant is dit landbouw. In Midden-Brabant zijn de bijdragen van industrie en landbouw ongeveer gelijk. Mobiele werktuigen en scheepvaart (met name in West-Brabant) hebben ook een aanzienlijk aandeel in de totale NO2 uitstoot. Kaart 12. NO2 emissies in kilogrammen per jaar (kg/jaar) van verschillende bronnen voor de vier regio’s in Noord-Brabant in 2019
NB: Het bereik van de hoogste emissie (grootste staaf) is ruim 4 miljoen kg/jaar Op Kaart 13 is de bijdrage van de verschillende bronnen aan de PM10 uitstoot weergegeven. De belangrijkste bronnen van PM10 zijn landbouw, industrie, houtstook en wegverkeer. In West- en Midden-Brabant heeft industrie het grootste aandeel in de PM10 uitstoot, en in Noordoost- en Zuidoost-Brabant landbouw.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
28
Kaart 13. PM10 emissies in kilogrammen per jaar (kg/jaar) van verschillende bronnen voor de vier regio’s in Noord-Brabant in 2019
NB: Het bereik van de hoogste emissie (grootste staaf) is ruim 500.000 kg/jaar
Kaart 14 toont de belangrijkste bronnen van PM2,5 uitstoot in de provincie. De belangrijkste bron in alle regio’s is houtstook, gevolgd door industrie en wegverkeer. Het is belangrijk om te vermelden dat secundair gevormd fijn stof niet meegenomen is in deze kaart, terwijl landbouw via secundair fijn stof wel een belangrijke bijdrage levert aan PM2,5. Secundair fijn stof wordt namelijk niet direct vanuit een bron geëmitteerd, maar vormt zich pas na reacties met andere stoffen in de lucht. In de voorgaande hoofdstukken is de impact van secundair fijn stof wel getoond. Bijlage VI bevat een tabel met de precieze emissies per regio.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
29
Kaart 14. PM2,5 emissies in kilogrammen per jaar (kg/jaar) van verschillende bronnen voor de vier regio’s in Noord-Brabant in 2019
NB: Het bereik van de hoogste emissie (grootste staaf) is ruim 200.000 kg/jaar
5.2 Nationale trends in emissies De Gelderse GGD-collega’s beschrijven in hun rapportage over de luchtkwaliteit in Gelderland in het jaar 2019 de trend van de bronbijdrage van een aantal emissiecategorieën in Nederland op basis van de Emissie Registratie (januari 2022).19 Met toestemming tonen we in deze paragraaf dezelfde gegevens. Een aantal bronnen van luchtverontreiniging is de laatste jaren flink minder gaan uitstoten. Andere bronnen blijven daarbij achter en worden daarmee relatief grotere bronnen van luchtverontreiniging. We gebruiken hiertoe de overzichten uit de nationale emissieregistratie met de uitstoot per sector. Deze sectoren zijn vergelijkbaar met de eerder in dit hoofdstuk genoemde bronnen, de sector consumenten komt grofweg overeen met huishoudens (inclusief houtstook), de sector HDO (handel, diensten en overheid) en Bouw is eerder in dit hoofdstuk onder ‘overig’ geschaard). De bijdragen van industrie en verkeer aan de emissie van stikstofoxiden (NOx) zijn gedaald in de afgelopen decennia, zie Figuur 7. Op landelijk niveau is verkeer (wegverkeer en scheepvaart) nog steeds de grootste bron van NOx, daarna landbouw en industrie. De helft van de nationale bijdrage van verkeer is afkomstig van zeescheepvaart. Deze bijdrage is de laatste jaren nauwelijks gedaald, de bijdrage van ander verkeer (met name wegverkeer) wel.
19 GGD Gelderland-Midden, GGD Noord- en Oost-Gelderland, GGD Gelderland-Zuid (2022). Luchtkwaliteit en
Gezondheid in Gelderland – Rapportage februari 2022 over de luchtkwaliteit in 2019.
Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant | mei 2022
30
800
kton
700 600 Industrie, Energie en Raffinaderijen
500
Verkeer 400
Consumenten HDO en Bouw
300
Landbouw 200 100 0 1990
1995
2000
2005
2010
2015
2019
Figuur 7. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) door verschillende bronnen in Nederland in de afgelopen 30 jaar20,21
De bijdragen van verkeer en industrie aan PM2,5 emissies zijn de afgelopen jaren flink gedaald (Figuur 8). De bijdrage van houtstook is gelijk gebleven. Houtstook is nu een belangrijke bron van de overgebleven luchtverontreiniging. Belangrijk om te vermelden bij Figuur 8 is dat het secundair gevormde PM2,5 hierin niet is opgenomen. Als je de vorming van secundair PM2,5 wel meeneemt, is de bijdrage van de landbouw aanzienlijk hoger. Het secundair fijn stof draagt in Nederland gemiddeld 35-40% bij aan de concentratie van PM10 en 45-50% van PM2,5. Secundair fijn stof wordt gevormd uit NO2 en ammoniak (NH3). In Figuur 9 is te zien dat de emissie van ammoniak in Nederland de afgelopen jaren niet meer is gedaald en dat landbouw verreweg de belangrijkste bron is van ammoniak uitstoot. En daarmee is landbouw dus een belangrijke bron van secundair PM2,5.
Figuur 8. De uitstoot van PM2,5 door verschillende bronnen in Nederland in de afgelopen 30 jaar 20,21
20 Emissieregistratie.nl.
21 GGD Gelderland-Midden, GGD Noord- en Oost-Gelderland, GGD Gelderland-Zuid (2022). Luchtkwaliteit en