Geredigeerd 2025-12-04 Definitieve onderbouwing BOPA Anne Frankplein 12 Rijen
Tekst van het document
beschermen. Onder archeologisch erfgoed wordt verstaan: alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De gemeentes zijn verantwoordelijk voor hun eigen bodemarchief, zij zijn het bevoegd gezag.
Ten aanzien van het project
Het projectgebied wordt aangemerkt als beleidscategorie 3. In deze zone moet bij ontwikkelingen die groter zijn dan 500 m2 én dieper reiken dan 40 cm -mv rekening gehouden worden met archeologische waarden. Door Transect B.V. is, naar aanleiding van eerdere plannen om op de projectlocatie woningbouw te
realiseren, in juli 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een projectgebied aan het Anne Frankplein 12 in Rijen. Dit onderzoek is in augustus 2024 geactualiseerd voor onderhavige ontwikkeling. Het
volledige onderzoek is bijgevoegd als bijlage 10. Navolgend worden de belangrijkste bevindingen uit het
onderzoeksrapport toegelicht. Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is gericht op het specificeren van de archeologische verwachting van het projectgebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld. Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het projectgebied in een gebied ligt met terraswelvingen
afgedekt met dekzand en hoge enkeerdgronden. Door deze landschappelijke ligging was het projectgebied
aantrekkelijk voor bewoning vanaf het Laat-Paleolithicum. Op basis hiervan geldt in het projectgebied een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot
en met de Nieuwe tijd. Op basis van de historische kaarten is het projectgebied nooit bebouwd geweest, pas
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 60 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
in 1999 kwam de huidige bebouwing in het projectgebied. Vanwege dit gegeven geldt dat het projectgebied een lage verwachting heeft op het aantreffen van resten uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe
tijd. Uit deze periode kunnen nog wel sporen van landgebruik worden verwacht. Voor een deel van het
projectgebied geldt dat dit bebouwd is en dat ter hoogte van deze bebouwing de bodem geroerd is tot minimaal 120-130 cm -Mv.
Deze verstoring heeft er voor gezorgd dat in dit deel van het projectgebied waarschijnlijk geen intacte top
van het dekzand aanwezig is. De hierboven genoemde verwachting op resten uit het Laat-Paleolithicum tot
en met de Vroege Middeleeuwen geldt voor het onbebouwde deel van het projectgebied. Op basis van het veldonderzoek is vast te stellen dat vanaf maaiveld tot een diepte van 130-160 cm Mv (7,57,8 m +NAP) sprake is van een modern pakket humeus ophoogzand, dat op basis van de aanwezigheid van
puin, glas en steenkool geenszins aan te merken is als oud bouwlanddek. De moderne ophooglaag ligt op de
C-horizont, die tot een zodanig grote diepte geroerd is geraakt dat geen sprake meer is van een intact relevant niveau. Daarom is de middelhoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen naar een lage verwachting bij te stellen.
Advies
In het projectgebied is vastgesteld dat sprake is van een lage verwachting op de aanwezigheid van
archeologische resten. Voor het projectgebied zijn in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het projectgebied voor wat betreft archeologie vrij
te geven.
Conclusie Het bevoegd gezag heeft op basis van het onderzoek uit juli 2022 al een selectiebesluit genomen. Het selectiebesluit d.d. 14 september 2022 is opgenomen als bijlage 11. Het advies aan de gemeente Gilze en
Rijen is om in te stemmen met het advies van Transect om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Uit het
onderzoek blijkt dat sprake is van een lage verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten. Geadviseerd wordt het projectgebied voor wat betreft archeologie vrij te geven.
Als men tijdens bouw- of andere werkzaamheden ondanks vooronderzoek toch op archeologische resten stuit, dan moet dit volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet en afdeling 19.2 Omgevingswet zo spoedig mogelijk gemeld worden bij de Minister van OC&W en bij de gemeente.
7.4.2 Cultuurhistorie
Cultuurhistorische waarden worden vaak in één adem genoemd met archeologische waarden. Deze waarden verschillen echter van archeologische waarden. Cultuurhistorische waarden zijn waarden die zichtbaar zijn in het landschap en aanwezige (bebouwings-) structuur en 'iets vertellen' over het (cultuurhistorische) verleden van het gebied.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 61 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Het is belangrijk om te beschouwen hoe rekening wordt gehouden met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden. De facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie zijn in deze
belangenafweging mede van belang.
Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet-formeel beschermde objecten en structuren. Op provinciaal niveau heeft de provincie Noord-Brabant een Cultuurhistorische waardenkaart opgesteld, welke in 2024 is
herzien. Op deze kaart zijn cultuurhistorische waarden van provinciaal belang aangegeven. Ten aanzien van het project
Hieronder is een uitsnede van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart opgenomen. De projectlocatie is aangegeven met een blauwe pijl.
Cultuurhistorische Waarden
Rijen
Zuid
I
Oost
□
/
--onetae; Haansberg
Afbeelding: cultuurhistorische waarden projectgebied en omgeving (bron: provincie Noord-Brabant)
Op de afbeelding is zichtbaar dat op de projectlocatie geen sprake is van een complex van cultuurhistorisch belang dan wel een cultuurhistorisch waardevol gebied, vanuit provinciaal belang.
Navolgend is een afbeelding opgenomen uit de welstandsnota Gemeente Gilze en Rijen.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 62 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Ml Rijksmonument
I
■—> Spoorzone CD Pleinruimte
Aaeg.
^"^Plei, 'n
•••• Gebiedsbegrenzing
O
Afbeelding: Stationsgebied Rijen (Bron: Gemeente Gilze en Rijen) Het stationsgebied is vanwege de bijdrage aan het collectieve beeld van de kern Rijen en door potenties met betrekking tot de ontwikkeling van een aansprekende en samenhangende stationsomgeving aangewezen als
bijzonder welstandsgebied. Daarnaast is te zien is dat het projectgebied binnen de gebiedsbegrenzing ligt
van waar vroeger het fabrieksterrein van de lederfabriek de Adelaar lag. Momenteel staat er een
rijksmonument in de vorm van een villa met kantoor uit 1929 aan het Stationsplein 6, die deel uitmaakte van
de voormalige leerfabriek.
Het stationsgebied is door de entreefunctie van het spoor en de ligging aan de kruising van de spoorlijn met
de (hoofd)ontsluitingsroute door de kern een beeldbepalend gebied in de stedenbouwkundige structuur van
Rijen. Door recentelijke ontwikkelingen met betrekking tot Stationsomgeving en Vliegende Vennen is het stationsgebied nadrukkelijk centraal in de kern komen te liggen en daarmee is de ruimtelijke impact ervan
vergroot. Door de open ongestructureerde karakteristiek en hoofdzakelijk individuele bebouwing liggen in het stationsgebied kansen met betrekking tot de ontwikkeling van een aansprekend en samenhangend
stationsgebied. Het welstandsbeleid is erop gericht samenhang binnen het stationsgebied te versterken,
waarbij gebruik dient te worden gemaakt van cultuurhistorische karakteristieken binnen het gebied maar met de mogelijkheid om gericht nieuwe elementen toe te voegen die afwijken van de bestaande context voor wat betreft massa en vormgeving, kleur- en materiaalgebruik. Ten behoeve van het project worden de positionering in de voorgevelrooilijn alsook de oriëntatie van de
bebouwing op de spoorzone niet gewijzigd. Zichtlijnen worden verbeterd, aangezien de vleugels worden
gesloopt. Door het project wordt bijgedragen aan de waardebepaling van het gebied, aangezien het Anne Frankplein nog steeds zal worden afgerond door drie forse gesloten gevelwanden van 2 en 3 bouwlagen met een strakke vormgeving.
7.5
Boom Effect Analyse
Door Boomadvies Nederland B.V. is een Boom Efefct Analyse (BEA) opgesteld. De volledige analyse met
bijlagen zijn opgenomen als bijlagen 12, 12a, 12b en 12c. Navolgend zijn de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen weergegeven.
3% AROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 63 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Aanleiding voor de BEA zijn de voorgenomen projecten voor sloop en nieuwbouw aan het Anne Frankplein
12 in Rijen.
Hierbij wordt het huidige kantoorgebouw gesloopt om plaats te maken voor een
ambtenarenkantoor voor de ABG gemeenten. Ook het buitenterrein rondom het gebouw wordt volledig
heringericht. De werkzaamheden hebben mogelijk een negatief effect op de aanwezige bomen. De BEA dient inzicht te geven in de vraag of de betreffende bomen binnen het project in de huidige
verschijningsvorm en op de huidige standplaats duurzaam
kunnen worden behouden en welke
projectaanpassingen, gerichte (beschermings-)maatregelen en randvoorwaarden hiervoor noodzakelijk zijn. Binnen het plangebied zijn 38 bomen geïnventariseerd. Tijdens de inventarisatie zijn onder andere de
volgende
boomgegevens
opgenomen:
soort,
stamdiameter.
conditie,
toekomstverwachting
en
noemenswaardige aantastingen en gebreken. De conditie is verdeeld in de klassen goed, redelijk, matig en slecht: • Bomen met een goede conditie vertonen een voor de soort en leeftijd optimale ontwikkeling, zoals
scheutlengte ontwikkeling, knopbezetting, etc. • Bomen met een redelijke conditie vertonen een geremde scheutlengte ontwikkeling en verminderde
knopbezetting, maar er is nog geen sprake van aftakeling. • Bomen met een matige conditie vertonen beginnende aftakeling. Dit uit zich in een sterk
gereduceerde scheutlengte ontwikkeling en lichte scheutsterfte in de buitenkroon van de boom. • Bomen met een slechte conditie vertonen sterke aftakeling. Dit uit zich in aanzienlijke sterfte van zwaardere takken in de buitenkroon. Op basis van de geplande werkzaamheden is een analyse gemaakt van de te verwachten impact op de
aanwezige bomen. Van elke boom is aangegeven welke knelpunten naar verwachting een negatieve impact hebben op de duurzame instandhouding van de betreffende boom. De mate van de (te verwachten) impact
is nader gemotiveerd en onderverdeeld in 5 categorieën.
Mate van impact
Beschrijving
Bomen
Geen (groen)
De geplande werkzaamheden hebben geen negatieve impact op de boom/bomen
6,8
Beperkt (blauw)
De geplande werkzaamheden hebben een beperkte impact op de boom/bomen
i, 24, 27, 28, 32, 33
Aanzienlijk (oranje)
De geplande werkzaamheden hebben een aanzienlijke impact op de boom/bomen
34135
Ernstig (paars)
De geplande werkzaamheden hebben ernstige gevolgen voor de boom/bomen
36
Fataal (rood)
De geplande werkzaamheden hebben fatale impact op de boom/bomen
2, 141 5,7, 9, 10, 11, 121 13, 14, 15,16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 25, 26, 29,
30, 31, 37, 38
Tabel: De verwachte impact van de werkzaamheden op de bomen.
3% AROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 64 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat boom 2 t/m 5, 7, 9 t/m 23, 25, 26, 30, 31, 37 en 38 niet te
handhaven zijn. Van deze bomen zijn de bolesdoorns (boom 12,13,14 en 15) in potentie goed te verplanten. Verder zijn de haagbeuken met boomnummer 2, 5, 9 en 10 mogelijk te verplanten. Nader onderzoek naar de
bodemopbouw en wortelspreiding moet uitwijzen wat de benodigde voorbereidingstijd en werkwijze is. Op
basis van het huidige ontwerp kan ook de coniferenhaag nummer 29 niet worden gehandhaafd. Omdat het een beeldbepalende haag van een particuliere eigenaar betreft worden onder alinea 5.2 ontwerpwijzigingen
voorgesteld. Ook is hier een alternatieve maatregel opgenomen voor vervanging van de haag indien ontwerpwijzigingen niet mogelijk blijken.
Om fatale schade aan haag 29 te voorkomen worden onderstaande maatregelen voorgesteld.
•
Het is niet mogelijk om een verhoogde opbouw binnen de kroon van de coniferenhaag te realiseren
oftewel op de grens van het plangebied;
•
Op dit moment zijn schuinparkeerplaatsen binnen de kroon aanwezig, de kroon van de coniferen
groeit over de parkeerplaatsen en de schuine ligging van de parkeerplaatsen staat in de huidige situatie
toe dat dit weinig conflicten met parkerende auto's oplevert. Het realiseren van haaksparkeren op maaiveld zou betekenen dat de kroon ingenomen moet worden. Dit is mogelijk tot beperkte hoogte, tot maximaal 3 meter boven maaiveld. De haag kan op deze manier worden behouden, wel verandert het
aanzicht hierdoor sterk. De onderste 3 meter van de haag zullen permanent zonder blad zijn waardoor dus een doorkijk ontstaat naar het erf van het aangrenzend terrein;
•
Het heeft de sterke voorkeur om de parkeervoorziening op te schuiven tot buiten de kroonprojectie
van de haag. Voordat dit gebeurt mag de haag een reguliere snoeibeurt ondergaan, uit te voeren door
een gediplomeerd European Tree Worker (ETW). Hierbij worden de uitgeschoten kroondelen van de haag teruggesnoeid met maximaal 50 cm. Er mag niet tot op de bruine delen van de kroon worden gesnoeid. Deze (nieuwe) grens van de kroon kan worden aangehouden als grens voor de parkeervoorziening.
•
Alternatieve maatregel: wanneer opschuiven van de parkeervoorziening niet mogelijk is, moet de
haag worden verwijderd. In overleg met de eigenaar kan een plan voor vervanging van de haag worden overeengekomen.
Uitvoeringsmaatregelen Om de impact op de bomen te beperken zijn enkele adviezen/randvoorwaarden opgesteld.
Boom 1 Om schade aan boom 1 te voorkomen worden onderstaande maatregelen voorgesteld.
•
Verharding binnen de groeiplaats moet oppervlakkig worden verwijderd;
•
Handmatig voorsteken langs het huidige cunet af om eventuele wortels haaks op de groeirichting
door te steken. Op deze afstand van een boom van beperkte grootte worden geen zware wortels verwacht maar dit voorkomt uittrekken van wortels;
•
Verwijdering cunetzand en afvullen met teelaarde.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 65 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Boom 24 Voor boom 24 is voornamelijk een invloed tijdens de aanlegfase, met de volgende maatregelen wordt schade voorkomen.
•
Afzetten van plantsoen waarin boom 24 staat met hekwerk zodat dit gedeelte niet wordt betreden.
Na afronding van werkzaamheden hekwerk verwijderen.
Haag 27 en boom 28 Om schade aan haag 27 en boom 28 te voorkomen worden onderstaande maatregelen voorgesteld.
•
Verharding binnen de groeiplaats moet oppervlakkig worden verwijderd;
•
Bij terugbrengen nieuwe verharding gebruik maken van bestaand cunet;
•
Realiseer fietsenstalling als lichte constructie op paalfundering zodat geen sleufontgraving voor
fundering nodig is; •
Tijdens werkzaamheden moet, indien hoog materieel wordt ingezet, kroonschade worden
voorkomen; •
Voor het realiseren van de afvalinzamelingsplaats zijn in principe geen extra randvoorwaarden van
toepassing.
Boom 32 t/m 36 Om schade aan boom 32 t/m 36 te voorkomen worden onderstaande maatregelen voorgesteld.
•
De huidige fietsenstalling moet handmatig worden gedemonteerd en afgevoerd. Machinale sloop is
niet wenselijk vanwege het risico op kroon en wortelschade. Lokale ontgraving rondom paalfunderingen, om deze te verwijderen, is toegestaan;
•
De elementverharding die in de huidige fietsenstalling ligt moet oppervlakkig worden verwijderd. Het
cunetzand hieronder dient te worden hergebruikt onder de nieuwe fietsenstalling; •
Op locaties waar plantsoen wordt ontwikkeld ter plaatse van huidige fietsenstalling: handmatig
voorsteken langs de grens van het cunet tot een diepte van 40 cm om de fijne wortels haaks op de
groeirichting af te zetten. Hierna cunetzandlaag verwijderen (40 cm) en afvullen met teelaarde; •
Heesters mogen niet worden uitgetrokken om wortelschade aan bomen te voorkomen. Heesters
moeten onderaan maaiveld worden afgezaagd en stobbes moeten worden uitgefreesd; •
Realiseer fietsenstalling met beperkte constructiehoogte: max. 2,5 meter aan zijde bomen. Deze
ruimte mag worden vrijgemaakt door middel van snoei door een gediplomeerd ETW-er;
•
Realiseer fietsenstalling als lichte constructie op paalfundering zodat geen sleufontgraving voor
fundering nodig is; •
Paalfunderingen moeten zich op een afstand van ten minste 1 meter uit het hart van de bomen
bevinden. Dit is in het bijzonder van belang bij boom 36.
Boombeschermende maatregelen Onderstaande boombeschermende maatregelen gelden in principe voor alle bomen binnen het plangebied. De maatregelen zijn gebaseerd op de normen en randvoorwaarden opgenomen op de poster "Werken rond bomen" van Stadswerk. De poster hanteert algemene verboden binnen de kwetsbare boomzone (= 1,5 meter
buiten kroonprojectie).
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
Blad 66 van 92
4 december 2025
Boomtechnische begeleiding
Het is van belang dat er tijdens de werkzaamheden regelmatig controle wordt uitgevoerd door een boomtechnisch adviseur (ETT gecertificeerd). De adviseur kan de werkzaamheden op de kritische locaties
begeleiden en de aanwezige boomverzorger (ETW) aansturen. Groeiplaatsbescherming Om de groeiplaats van de bomen te beschermen tegen onwenselijke verstoringen is het raadzaam om deze
voor aanvang van de werkzaamheden af te zetten met (bouw)hekken. Het betreffen hier de onverharde groeiplaatsen. De hekken moeten voorkomen dat met machines over de groeiplaats wordt gereden, of dat
er grond of andere materialen worden opgeslagen. Dit om verdichting van de groeiplaats, het afsterven van
beworteling en schade aan de bomen te voorkomen. Mogelijk kan niet op alle plekken hekwerk worden
geplaatst. In dat geval dient de groeiplaats te worden beschermd met rijplaten. Stambescherming
Wanneer er onvoldoende ruimte is voor het plaatsen van een fysieke afscherming (of voor bomen in de
verharding) dienen de stam, stamvoet en wortelaanlopen beschermd te worden door een stamommanteling. De ommanteling dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: •
Verticaal geplaatste planken van 3 meter hoog;
•
Planken dienen een dikte te hebben van ten minste 22 mm en een breedte van ca. 75 mm;
•
Tussen de stam en de ommanteling een afstand van 80 tot 100 mm waarborgen. Dit kan gerealiseerd
worden door het aanbrengen van drainbuis aan de onder- en bovenzijde van de ommanteling. Wortelsnoei Wortels dikker dan 3 cm moeten bij bodembewerking of graafwerkzaamheden altijd haaks op de
groeirichting worden doorgezaagd of doorgeknipt. Dit voorkomt onnodige, extra omvangrijke wortelschade door 'rafelen' en 'kapot trekken'. Wortels dikker dan 5 cm mogen niet of alleen onder toezicht en met
toestemming worden doorgezaagd of verwijderd. Afhankelijk van het wortelverlies zijn
mogelijk
compenserende maatregelen noodzakelijk.
Conclusie Het project aan het Anne Frankplein behoudt de bestaande kantoorfunctie en versterkt de ruimtelijke kwaliteit binnen het stationsgebied door duurzame nieuwbouw en hergebruik van materialen. Archeologisch
onderzoek toont lage verwachtingswaarden, en cultuurhistorisch zijn er geen belemmeringen. Bij de realisatie van het project zullen uitvoerings- en boom beschermende maatregelen, zoals voorgesteld in de
BEA, worden genomen. Er zal voldaan worden aan een herplantplicht van 26 bomen. Deze zullen voor het grootste gedeelte terug
geplant worden op eigen terrein. Een gedeelte zal in elders in de nabije omgeving compenseert worden.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 67 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
8
NATUURBESCHERMING
8.1
Natuur
In Nederland is een groot aantal gebieden aangewezen als beschermd natuurgebied. Het gaat hierbij om Natura
2000-gebieden,
Natuurnetwerk
Nederland-gebieden
en
bijzondere
natuurgebieden
en
landschappen. Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en
worden aangewezen door de minister voor Natuur en Stikstof. Natuurnetwerk Nederland-gebieden (NNN-
gebieden) worden aangewezen door de provincie in de omgevingsverordening. Deze gebieden zijn gericht op de bescherming, de instandhouding en zo nodig het herstel van een gunstige
staat van instandhouding van: aanwezige dier- en plantsoorten, typen natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten die van nature in Nederland voorkomen. De minister van Natuur en Stikstof kan daarnaast ook
bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen. Evenals de provincie in haar omgevingsverordening bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen kan aanwijzen. Dit alles is geregeld in de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving.
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient beoordeeld te worden of er belemmeringen aanwezig zijn voor het project in het kader van natuur. Meer specifiek vanuit soorten- en/of
gebiedsbescherming.
Ten aanzien van het project Soortenbescherming
Door Geofoxx is d.d. 17 oktober 2024 een ecologische QuickScan uitgevoerd. Het volledige onderzoek is
bijgevoegd als bijlage 13. Navolgend zijn de belangrijkste conclusies en adviezen van het rapport toegelicht.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Blad 68 van 92
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Onderwerp
Gebiedsbescherming
Natura-
2000
Resultaat en interpretatie
Schadelijke handelingen
Conclusie
De stikstof uitstoot kan een effect hebben op de nabijgelegen natuurgebieden.
Mogelijke N-depositie in Natura 2000gebieden
Laat een stikstofdepositie berekening uitvoeren
Werkzaamheden niet van invloed.
Geen maatregelen noodzakelijk.
Flora
Geen beschermde flora aanwezig op de locatie.
Geen nader onderzoek nodig.
Amfibieën
Voor algemene soorten geschikt. Beschermde soorten worden hier niet verwacht.
Geen nader onderzoek nodig.
Ongewervelden
Locatie niet geschikt als standplaats voor beschermde ongewervelden.______________
Geen nader onderzoek nodig.
Reptielen
Locatie niet geschikt voor reptielen.
Geen nader onderzoek nodig.
Vissen
Geen water aanwezig.
Geen nader onderzoek nodig.
Vogels
Op de locatie zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Locatie potentieel wel geschikt voor broedvogels (plat dak).______________________
Zoogdieren (grondgebonden)
Niet geschikt voor beschermde soorten. Mogelijkheden voor vrijgestelde soorten (egel en muizen) in de begroeiing rondom de bebouwing_________
Zoogdieren (vleermuizen)
Bebouwing mogelijk geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen als rust- en verblijfplaats. Locatie geschikt als foerageergebied voor meerdere soorten. Geen essentieel foerageergebied of vliegroute gaat verloren op locatie.
NNN
Mogelijke verstoring van broedende vogels als in het broedseizoen wordt gewerkt (11.34
Geen nader onderzoek nodig. Aanbevolen wordt om buiten het broedseizoen te werken.
Bal) Geen nader onderzoek nodig. Denk aan de specifieke zorgplicht.
Mogelijke verstoring en aantasting vaste rust en verblijfplaatsen (11.46 Bal)
Nader onderzoek nodig naar gebouwbewonende soorten.
Afbeelding: Tabel conclusies diersoorten quickscan flora en fauna
Broedseizoen
Overtreding van de verbodsbepalingen ten aanzien van broedvogels wordt grotendeels voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (van 15 maart tot 15 juli) uit te voeren. Indien de werkzaamheden
uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn (en geen jaarrond beschermde nesten), is overtreding van de omgevingswet niet aan de orde. Als de werkzaamheden toch
tijdens deze periode uitgevoerd moeten worden, dan kan een ecoloog (kort van tevoren) een broedvogelinspectie uitvoeren. Indien er geen nesten waargenomen worden tijdens deze inspectie kunnen
de werkzaamheden daarna uitgevoerd worden. Indien er wel nesten worden aangetroffen, dienen de werkzaamheden te worden uitgesteld tot de jongen zijn uitgevlogen en het nest niet meer in gebruik is. Vleermuizen
Op basis van de quickscan kan niet worden uitgesloten dat de locatie in gebruik is als vaste rust- en/of verblijfplaats voor vleermuizen. Hiermee bestaat de noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek
naar het voorkomen van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis).
Een
nader onderzoek naar vleermuizen dient conform
het geldend
vleermuisprotocol 2021 uitgevoerd te worden met behulp van een batdetector in twee rondes: twee
nachtbezoeken en een ochtendbezoek (in de periode van 15 mei tot 15 juli) én twee nachtbezoeken in de
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 69 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
periode van 15 augustus tot 15 oktober). Mogelijk dient aanvullend hierop een mitigatieplan opgesteld te worden en een vergunning te worden aangevraagd.
Specifieke zorgplicht Voor alle soorten, beschermd of niet, geldt ten allen tijde de specifieke zorgplicht. In de nieuwe
Omgevingswet wordt gevraagd de zorgplicht concreet uit te werken (Bal art. 11.27). Onderstaand wordt een
aantal maatregelen beschreven om aan de specifieke zorgplicht te voldoen:
•
De werkzaamheden worden bij voorkeur alleen overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang
uitgevoerd. Veel algemene en beschermde diersoorten zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht;
•
Na zonsondergang wordt het gebruik van kunstlicht zoveel mogelijk beperkt en wordt uitstraling van licht naar de omgeving voorkomen;
•
Als er nabij vegetatie of watergangen gewerkt moet worden, wordt er één richting op gewerkt, zodat
kleine dieren van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten. Houd hierbij rekening met vluchtwegen (werk dus niet richting een doodlopende hoek) en zorg dat de dieren voldoende vrije ruimte hebben om te vluchten;
•
Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt alleen gebruik gemaakt van de ruimte die
noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Zo wordt onnodige verstoring van dieren
en planten en beschadiging van hun leefgebied voorkomen;
•
Indien de werkzaamheden gedurende langere tijd stil liggen, dan dient het terrein vóór herstart van de werkzaamheden (opnieuw) geïnspecteerd te worden door een erkend ecoloog.
Door Geofoxx is d.d. 17 oktober 2024 een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. Het volledige
onderzoek is bijgevoegd als bijlage 14. Navolgend zijn de belangrijkste conclusies en adviezen van het rapport toegelicht.
Er wordt uitgegaan van vier zomerverblijfsplaatsen en één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis
in het projectgebouw. Eén van de zomerverblijfplaatsen wordt ook als paarverblijfplaats gebruikt.
De voorgenomen werkzaamheden hebben negatieve gevolgen voor vleermuizen in het gebouw doordat
verblijfplaatsen worden verstoord en vernield. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn strikt beschermd en mogen niet zonder vergunning worden aangetast. De geplande werkzaamheden kunnen enkel doorgang vinden als voor de start van de werkzaamheden een vergunning in het kader van de Omgevingswet is verkregen.
Doorlopen vergunningstraject
Een voorwaarde voor het verkrijgen van deze vergunning is dat er een activiteitenplan met ecologisch werkprotocol wordt aangeleverd ter beoordeling. Hierin wordt o.a. het plaatsen van vleermuiskasten en het
ongeschikt maken van het projectgebouw onder ecologische begeleiding beschreven.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 70 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Onderwerp Vleermuizen - Verblijfplaats Vleermuizen - Vliegroute
Algemene broedvogels
Resultaat en interpretatie Meerdere zomerverblijfplaatsen en één paarverblijfplaats aangetroffen.______ Er gaan geen essentiële vliegroutes of foerageergebied verloren.___________ Mogelijk algemene soorten aanwezig
Conclusie Maatregelen zijn noodzakelijk.__________ Geen maatregelen noodzakelijk.__________ Werken buiten broedseizoen of voer een broedvogelcheck uit.
Afbeelding: Tabel samenvatting conclusies nader onderzoek vleermuizen Activiteitenplan
Naar aanleiding van de bovenstaande onderzoeksresultaten is door Geofoxx B.V. is d.d. 19 augustus 2025 het 'Activiteitenplan: gewone dwergvleermuis' opgesteld. Het volledige document is opgenomen als bijlage 15.
De belangrijkste conclusies en bevindingen worden navolgend weergegeven. De gewone dwergvleermuis betreft een algemene soort, waarvan de landelijke staat van instandhouding
onbekend is met betrekking tot de populatieomvang. Als Rode Lijst wordt de status aangegeven als 'Thans
niet bedreigd'. Het is te verwachting dat door het treffen van passende mitigerende en compenserende
maatregelen de lokale staat van instandhouding niet wordt aangetast. Voor de aanwezige gewone dwergvleermuis wordt gemitigeerd en gecompenseerd, waardoor op geen enkel moment de gunstige staat
van instandhouding van de lokale populatie gewone dwergvleermuizen in het geding is. Geconcludeerd wordt dat de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis op zowel landelijk, regionaal
en lokaal niveau op geen enkel moment in het geding komt door de voorgenomen werkzaamheden. Op basis van het nader onderzoek blijkt dat, mits de voorgestelde maatregelen uit het mitigatieplan
aangehouden worden, geen sprake is van negatieve invloed op de gunstige staat van instandhouding voor gewone dwergvleermuis. Negatieve effecten op gewone dwergvleermuizen (als gevolg van de voorgenomen
renovatiewerkzaamheden) dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. Aanvullend moet ook schade aan
de functionele leefomgeving van de gewone dwergvleermuis voorkomen worden. In dit kader worden
mitigatiemaatregelen
voorgeschreven.
Ook
dienen
de
maatregelen
na
verkrijgen
van
de
omgevingsvergunning vast te worden gelegd in een ecologisch werkprotocol. Dit protocol dient op de locatie
aanwezig te zijn en de inhoud bekend bij de betrokken uitvoerende partijen. Hierdoor weet de uitvoerende partij op welke wijze de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, om te voldoen aan zorgvuldig
handelen. De in de vergunning voorgeschreven maatregelen worden in het ecologisch werkprotocol
opgenomen, evenals de maatregelen in het kader van de zorgplicht en die ter voorkoming van effecten op algemene broedvogels en overige fauna.
Wettelijk belang en alternatieve afweging
De gewone dwergvleermuis valt onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. Voor de volgende
schadelijke handelingen als beschreven in de het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Artikel 11.46 lid 1 en lid 5 wordt een vergunning aangevraagd: Het opzettelijk verstoren van dieren; Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
Blad 71 van 92
4 december 2025
Het volgende wettelijk belang is van toepassing: "In het belang van de volksgezondheid, de openbare
veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang" is het noodzakelijk dat de ambtenaren van de drie gemeentes in het gebouw worden gecentraliseerd. Hiervoor is het noodzakelijk dat het gebouw wordt gerenoveerd, uitgebreid en verduurzaamd.
Verbeteren samenwerking tussen ABG- gemeentes Met de renovatie van de projectlocatie wordt ingezet op het versterken van de samenwerking tussen de drie
gemeenten door de ambtelijke huisvesting te centraliseren in het bestaande gebouw. Momenteel zijn de verschillende kantoren versnipperd in de regio wat de samenwerking vermoeilijkt. Het vernieuwde kantoor
moet niet alleen de onderlinge samenwerking verbeteren, maar ook inspelen op de groeiende behoefte aan gedeelde werkruimtes. Op dit moment schiet de capaciteit van het bestaande gebouw op de locatie Anne Frankplein 12 te Rijen te kort om alle medewerkers van de betrokken gemeenten te kunnen huisvesten.
Naast de bestaande medewerkers moet ook rekening gehouden worden met capaciteitsuitbreiding en wordt het gebouw ook op andere punten aangepast om te voldoen aan de eisen van deze tijd. Zo blijft het gebouw
geschikt voor langdurig gebruik als utiliteitsgebouw binnen het samenwerkingsverband.
Verduurzamen gebouw Het bestaande gebouw is sterk verouderd en voldoet niet meer aan de huidige eisen voor duurzaamheid en kwaliteit. Momenteel verliest het gebouw veel warmte via het dak en de gevels, wat leidt tot onnodig energieverbruik en hogere exploitatiekosten. Door het gebouw beter te isoleren wordt gezorgd voor een
lager energieverbruik en wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de Europese ambities om CO2-uitstoot te verminderen en daarmee de klimaatdoestellingen van 2050 te behalen. Door te kiezen voor renovatie en
uitbreiding in plaats van volledige sloop en nieuwbouw, wordt een aanzienlijke milieubelasting voorkomen. In het volledige rapport is een memo/rapport toegevoegd waaruit blijkt dat het gebouw uit 1988 niet meer
aan de technische eisen voldoet en qua indeling niet meer aansluit op de huidige bouwkundige eisen.
Het project is locatie gebonden. De werkzaamheden vinden immers plaats aan een bestaand gebouw. In de directe omgeving zijn geen andere geschikte gebouwen beschikbaar om de AGB-gemeenten naartoe te
verhuizen. Hierdoor is renovatie van het bestaande pand de enige haalbare optie. Voor de verduurzaming van het pand is het niet mogelijk om dit op een andere manier uit te voeren. Tijdens
de voorgenomen werkzaamheden worden onder andere het dak en de muren vervangen en geïsoleerd. De verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis bevinden zich in de spouwmuur die via stootvoegen in de buitengevels en kieren achter de dakrand worden bereikt. Het is onmogelijk om de verstoring en vernieling
van de verblijfplaatsen te voorkomen door op een andere manier het dak en muren van het gebouw te
renoveren. De planning van het werk wordt afgestemd op de kwetsbare perioden van aanwezige beschermde fauna. Door te starten met de werkzaamheden buiten de meest kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis, worden negatieve effecten op de soort zoveel mogelijk voorkomen. Wanneer de
werkzaamheden eenmaal begonnen zijn, zijn vleermuizen goed in staat om verstoringen te ontwijken. Daarnaast wordt met de werkwijze rekening gehouden met de fauna door vooraf tijdelijke alternatieven te
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 72 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
bieden en in de eindsituatie weer nieuwe mogelijkheden aan te brengen voor de gewone dwergvleermuis.
Een alternatieve werkwijze, met minder negatieve effecten op beschermde soorten, is niet mogelijk.
Mitigatiemaatregelen 1.
Werk buiten de kwetsbare periode: De aanwezige zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de paarverblijfplaats zijn in gebruik van april tot oktober. Gedurende deze
periode kunnen er geen werkzaamheden aan het gebouw uitgevoerd worden, tenzij het gebouw natuurvrij/ ongeschikt gemaakt is. Het ongeschikt maken van het bestaande gebouw voor de gewone
dwergvleermuis mag alleen buiten de meest kwetsbare periode van deze soort plaatsvinden. Wanneer er ongeschikt gemaakt wordt, dienen de nieuwe zomer- en paarverblijfplaatsen minstens
3 maanden aanwezig te zijn in de actieve periode (15 april t/m 15 oktober). Na het ongeschikt maken van het projectgebouw kunnen de werkzaamheden jaarrond plaatsvinden. 2.
Tijdelijke voorzieningen: Als mitigatie voor de verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis
dienen per verblijfplaats minimaal vier tijdelijke alternatieven te worden gerealiseerd. Hoewel het onderzoek conform de richtlijnen van het vleermuisprotocol is uitgevoerd, ontstond bij de
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (hierna: OMWB) het vermoeden dat mogelijk een verblijfplaats over het hoofd is gezien. In overleg met de OMWB (d.d. 24 april 2025) is daarom
besloten het aantal te compenseren verblijfplaatsen te verdubbelen, uitgaande van acht
verblijfplaatsen. Dit betekent dat in totaal 32 (8 x 4) tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen zullen worden gerealiseerd. In 2022 zijn in de omgeving al meerdere vleermuiskasten opgehangen als compensatie voor dit toekomstige project. Vijf van deze kasten voldoen aan de eisen: vier tijdelijke
kasten aan de gevel van het naastgelegen appartementencomplex 'Grand Are' en één paalkast ten zuiden van het projectgebouw (zie afbeeldingen 5.1 en 5.2, navolgende pagina). Aanvullend moeten er dus 27 tijdelijke kasten worden gerealiseerd die voldoen als zomer- en/of paarverblijfplaats voor
de gewone dwergvleermuis. Tijdens de actieve periode van de gewone dwergvleermuizen (15 april
tot en met 15 oktober) moeten de tijdelijke verblijfplaatsen minimaal drie maanden voor het moment van natuurvrij maken aanwezig zijn. De tijdelijke kasten worden op 29 augustus 2025
opgehangen. De tijdelijke vleermuiskasten worden geplaatst conform het 'Kennisdocument van BIJ 12, 2024' voor de gewone dwergvleermuis. Enkele uitgangspunten hiervan zijn:
Gewenningsperiode van minimaal drie maanden tijdens de actieve periode (15 april t/m 15 oktober) van de vleermuizen;
Geplaatst buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden; Geplaatst binnen 200 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats; De invliegopening is niet verlicht en is vrij van obstakels; De invliegopening is passend voor de gewone dwergvleermuis; Minimale vrije uitvlieghoogte van 4 meter.
In totaal worden er 27 tijdelijke kasten gerealiseerd aan de oost, noord en westgevel van het naastgelegen appartementencomplex 'Grand Cru'.
3.
Ongeschikt maken verblijfplaatsen: Het is van groot belang dat de vleermuizen het gebouw op elk moment kunnen verlaten. Hiervoor worden alle invliegopeningen van de verblijfplaatsen voorzien van 'exclusion flaps'. Dit zorgt ervoor dat vleermuizen het gebouw kunnen verlaten, maar niet meer
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 73 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
kunnen betreden. Er wordt vulschuim onder de kieren aangebracht van de dakranden om te
voorkomen dat vleermuizen de spouwmuur kunnen bereiken. Ter plaatse van de overige kieren en gaten wordt ook vulschuim toegepast om het ontstaan van nieuwe verblijfplaatsen te voorkomen. Zodoende wordt de locatie ongeschikt voor vleermuizen zonder dat de individuen gewond of gedood
worden. Het ongeschikt maken is énkel toegestaan na het ontvangen van de vergunning en buiten
de meest kwetsbare periode van de soort (in dit geval de gewone dwergvleermuis). Het ongeschikt maken vindt plaats in de minst kritische periode. Exclusion flaps voor de gewone dwergvleermuis
worden geïnstalleerd tussen 15 april en 15 mei, of van 1 augustus tot en met 15 oktober, onder begeleiding van een ecologisch deskundige. In deze periodes is de kans het grootst dat de vleermuizen hun verblijfplaatsen verlaten. Hierbij dienen de werkzaamheden alleen overdag, tussen
zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd te worden. Het gebruik van kunstlicht moet zoveel
mogelijk beperkt worden om uitstraling van licht naar de omgeving te voorkomen. 4.
Natuurvrij verklaren: Er dient een controlebezoek plaats te vinden na het ongeschikt maken en vóór
de uitvoer van de renovatie/sloop werkzaamheden. Hierbij zal worden onderzocht of vleermuizen
gebruik maken van het gebouw. Hierbij zal een kort verslag worden gemaakt en een aantekening in het ecologisch logboek behorende bij het ecologisch werkprotocol. De maatregelen, waaronder
'exclusion flaps', waarmee de bebouwing ongeschikt is gemaakt, dienen gedurende minimaal vijf dagen met gunstige weersomstandigheden (minimaal 10 graden, een windkracht van minder dan 5 Bft en droog) te worden ingezet. Als er geen verblijfplaatsen van vleermuizen (of binding met het
pand) worden waargenomen, verklaart een ecoloog het projectgebouw 'natuurvrij'. Wanneer dit niet het geval is zullen aanvullende werkzaamheden worden uitgevoerd om het projectgebouw alsnog
ongeschikt te maken. Nadien wordt er een nieuwe controle uitgevoerd door een erkend ecoloog. 5.
Realiseren permanente verblijfplaatsen Ter compensatie van de verloren gegane verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, dienen er na afronding van de werkzaamheden minimaal 32
permanente verblijfplaatsen te worden gerealiseerd in de directe omgeving van het projectgebouw. Deze permanente verblijfplaatsen worden geïntegreerd als inbouwkasten in de noordoost-, oost- en westgevel van het toekomstige kantoor. Na voltooiing van de renovatie worden de kasten in groepen
van vier samengebracht en als aaneengeschakelde clusters geplaatst. Aangezien de buitengevels van het toekomstige kantoor uit hout zullen bestaan, wordt voorgesteld om hetzelfde type kast uit te
voeren in kurk. Dit materiaal is lichter dan de hieronder voorgestelde betonnen variant, terwijl het type kast ongewijzigd blijft.
Door de Omgevingsdienst Noord-Brabant is d.d. 1 oktober 2025 de vergunning voor een flora- en fauna-
activiteit verleend. Daarnaast loopt er momenteel een aanvraag voor een afwijking van deze verleende
vergunning. Ambtelijk overleg heeft plaatsgevonden, waaruit akkoord is gegeven op de afwijkingsaanvraag. Het officiële akkoord hierop volgt.
Gebiedsbescherming Door De Roever is d.d. 2 december 2025 een stikstofdepositie onderzoek opgesteld. Het volledige onderzoek
is te vinden in bijlage 16.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
Blad 74 van 92
4 december 2025
In het stikstofdepositie onderzoek is voor de aanlegfase en gebruiksfase van het project aan Anne Frankplein
12 te Rijen de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000-gebieden berekend. Uit de
berekening blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000- gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar.
Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden dus geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Het project is daarmee in het kader van
stikstofdepositie niet aan te merken als een Natura 2000-activiteit.
Houtopstanden
Het project voorziet niet in het kappen van bomen. Hierdoor is de afdeling omtrent houtopstanden in het
Bkl, het bomenbeleidsplan Gilze en Rijen en/of omgevingsvergunningplicht op grond van het omgevingsplan voor het rooien van vegetatie/houtgewas niet van toepassing.
Conclusie Het project voldoet aan de voorwaarden uit de Omgevingswet met betrekking tot soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden. Door het uitvoeren van aanvullend vleermuisonderzoek, het treffen van passende mitigerende en compenserende maatregelen (zoals tijdelijke en permanente verblijfplaatsen),
en het opstellen van een ecologisch werkprotocol, wordt de instandhouding van de gewone dwergvleermuis geborgd. De stikstofdepositie blijft onder de drempelwaarde, waardoor Natura 2000-gebieden niet worden aangetast. Er vindt geen bomenkap plaats, waardoor ook geen vergunning voor houtopstanden nodig is.
Het aspect 'natuurbescherming' vormt geen belemmering voor het project.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 75 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
9
BEHOUDEN
VAN
DE
STAAT
EN
WERKING
VAN
INFRASTRUCTUUR
EN
VOORZIENINGEN
9.1
Mobiliteit
In het kader van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving is het van belang om het aspect 'mobiliteit'
mee te wegen. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot conflicten op de omliggende wegen en andere voorzieningen. Daarbij kan gedacht worden aan een gebrek aan parkeerplaatsen.
In dit licht is door de gemeente Gilze en Rijen de 'Nota Parkeernomen Gilze en Rijen 2017' vastgesteld. Bij het formuleren van de parkeernormen is aansluiting gezocht bij de parkeernormen en parkeerkencijfers van het CROW. Deze cijfers worden landelijk gezien als betrouwbare kencijfers en vormen ook het
referentiekader bij juridische vraagstukken in Nederland. De projectlocatie is gelegen in een gebied dat getypeerd wordt als 'matig stedelijk' (1.000 - 1.500 adressen
per km2). In de nota parkeernormen onderscheidt de gemeente het grondgebied in twee gebiedstypen: het
centrum en overig. Het projectgebied is gelegen in het gebied dat is aangemerkt als 'overig'. Hetgeen kan worden aangemerkt als rest bebouwde kom.
In de nota parkeernormen 2017 van de gemeente Gilze Rijen wordt voor de parkeernormen werk onderscheidt gemaakt het type bedrijf wat wordt gevestigd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:
kantoor (zonder baliefunctie), commerciële dienstverlening, bedrijf arbeidsintensief en bezoekersextensief,
bedrijf arbeidsextensief en bezoekersextensief, en bedrijfsverzamelgebouw. Ten aanzien van het project
Onderhavig project voorziet in de realisatie van een ambtenarenkantoor van de ABG-organisatie. Het type bedrijf wat hier het beste bij past is de categorie 'kantoor (zonder baliefunctie)', aangezien de baliefuncties blijven bestaan in de bestaande bestuurszetels.
Verkeer De projectlocatie wordt ontsloten door de Mary Zeldenrustlaan, het Stationsplein, de Constance Gerlingsstraat en de Venneweg. De bruto vloeroppervlakte van het te realiseren kantoor bedraagt ca. 4.642
m2. Conform de cijfers van het CROW, zoals te zien in de onderstaande tabel, bedragen de maximale verkeersbewegingen van een kantoor (zonder baliefunctie), matig stedelijk gebied in de rest bebouwde kom, maximaal 46,42 x 8,1 = 376 verkeersbewegingen per etmaal. De Mary Zeldenrustlaan, het Stationsplein, de
Constance Gerlingsstraat en de Venneweg zijn dusdanig ingericht dat ze de extra verkeersbewegingen als
gevolg van voorgestane ontwikkeling eenvoudig kunnen verwerken.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Blad 76 van 92
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
4 december 2025 Gemeente Gilze en Rijen
Verkeersgeneratie (per 100 m2 bvo)
Centrum
Rest bebouwde kom
Schil centrum
Buitengebied
min.
max.
min.
max.
min.
max.
min.
max.
Zeer sterk stede lijk
2,1
3,8
3,0
4,7
3,2
4,9
7,9
9,6
Sterk stedelijk
3,2
4,9
4,4
6,2
4,7
6,5
Matig stedelijk
4,3
6,1
5,9
7,7
6,3
N iet stedelijk
5,5
7,2
7,4
9,2
7,9
Weinig
5,5
7,2
7,4
9,2
7,9
[
7,9
9,6
7,9
9,6
9,6
7,9
9,6
9,6
7,9
9,6
8,1
]
stede lijk Opmerking Aandeel bezoekers: 5%
Afbeelding: Verkeersgeneratie per 100 m2 bvo, kantoor zonder baliefunctie, (CROW)
De locatie is daarnaast goed bereikbaar per fiets. Direct aan het projectgebied zijn geen fietspaden gelegen.
Het projectgebied wordt echter omringd door een 30 km/uur zone, waarbij deze lage maximum snelheid
bijdraagt aan een veilige fietsomgeving. Ook sluit de Venneweg, een snelfietsroute, aan op het Anne Frankplein. Ook ligt de locatie direct nabij het station Gilze-Rijen, waardoor de locatie goed bereikbaar is per openbaar vervoer.
Verkeersveiligheid De projectlocatie wordt ontsloten via meerdere wegen: de Mary Zeldenrustlaan, het Stationsplein, de Constance Gerlingsstraat en de Venneweg. Deze wegen vormen gezamenlijk een goede ontsluiting rond de
locatie, waarmee een goede spreiding van het verkeer wordt geborgd. De inrichting van deze wegen is geschikt om
de extra verkeersbewegingen
die voortkomen
uit de kantoorontwikkeling (ca. 376
motorvoertuigbewegingen per etmaal, conform CROW) veilig en zonder knelpunten af te wikkelen.
Ter bevordering van de verkeersveiligheid en doorstroming op het terrein wordt gebruikgemaakt van slagbomen in combinatie met stoplichten bij de inrit van de parkeerplaats. Deze voorziening voorkomt onnodig zoekverkeer en het ophopen van voertuigen bij een volle parkeerplaats. Wanneer de parkeerplaats
haar maximale capaciteit heeft bereikt, geeft het stoplicht een rood signaal, waarmee automobilisten direct worden doorverwezen naar een alternatieve parkeermogelijkheid. Dit voorkomt onnodige manoeuvres of wachtrijen op de openbare weg en draagt daarmee bij aan een veilige verkeerssituatie rondom de entree.
Bovendien is de verkeersomgeving zodanig ingericht dat langzaam verkeer, zoals fietsers en voetgangers,
veilig kan deelnemen aan het verkeer. Voetgangers kunnen zich veilig verplaatsen via troittoirs, welke
aanwezig zijn rondom de gehele locatie. Voor het fietsverkeer wordt voorzien in fietspaden langs de Mary Zeldenrustlaan. De locatie ligt in een 30 km/uur zone, waardoor gemotoriseerd verkeer met lage snelheid rijdt, wat de kans op ongevallen verkleint. In combinatie met de nabijgelegen snelfietsroute langs de
Venneweg en de directe ligging naast station Gilze-Rijen wordt een veilige en multimodale bereikbaarheid van de locatie gewaarborgd.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 77 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Parkeren Autoparkeerplaatsen Bij ruimtelijke ontwikkelingen is volgens de 'Nota Parkeernomen Gilze en Rijen 2017' parkeren op eigen
terrein het uitgangspunt. De parkeereis is het totaal aan parkeerplaatsen dat de aanvrager moet realiseren,
waarbij rekening is gehouden met: de parkeernormen van het betreffende gebiedstype, dubbelgebruik, salderen, omrekenfactoren voor parkeren bij woningen. Bij het bepalen van de parkeereis mag, bij openbaar toegankelijke parkeerplaatsen, rekening worden gehouden met de aanwezigheidspercentages uit tabel 2 van
de Nota. In de navolgende tabel zijn de parkeernormen van de gemeente Gilze en Rijen weergegeven. Werk (per 100 m2 bvo)
Centrum
Overig
Aandeel bezoekers
Kantoor (zonder
1,6
2,1
5%
2,1
2,9
20%
1,6
2,4
5%
0,7
1,1
5%
1,3
1,9
baliefunctie)
Commerciële
dienstverlening Bedrijf arbeidsintenstief.
bezoekers extensief (industrie, laboratorium, werkplaats)
Bedrijf arbeidsextensief.
bezoekersextensief (loods, opslag transport bedrijf)
Be drijf sverzame I-gebouw
Tabel: Uitsnede 'Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017'
Het kantoor heeft geen baliefunctie en heeft een bruto vloer oppervlakte van 4.642 m2. Dat betekent dat voor onderhavig project (4.642 * 2,1 / 100 =) afgerond 98 parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden op eigen terrein op basis van de Nota Parkeernormen 2017.
De parkeerplaatsen op het terrein zullen bereikbaar zijn via de Mary Zeldenrustlaan en het Anne Frankplein. Om verkeersdrukte voorkomen zullen de parkeergelegenheden verdeeld aangelegd worden. Er kunnen 41
parkeerplaatsen bereikt worden middels een inrit aan de Mary Zeldenrustlaan en 42 via een inrit aan het
Anne Frankplein. Daarnaast zullen er 12 reguliere - en twee invalideparkeerplaatsen direct aan het Anne
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 78 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Frankplein gerealiseerd worden. Parkeerhoven noord en zuid zullen worden voorzien van een automatische
slagboom met telsysteem bij toerit.
Navolgend is een schets van de beoogde ontwikkeling weergegeven waarin de gewenste parkeerbalans is verwerkt.
AUtO'S:
J --
3
•AM
E
#
>
97 pp Totaal
/-t
I! 3
R
Au N
#
8.94 w!
7
—\ j
Fietsen:
50 (25)fp Fietsenstalling zuid
X e> *3k0h
50 fp X
\ \
\X
3
Ny
Be
\\
2
#
71
T
I
< vy
NN ‘
3
W\
Totaal
8 <
/
%
Parkeerhof noord (incl 2 pp met laadpunt) 40 pp Parkeerhof zuid 2 pp Parkeerhof zuid 12 pp Anne Frankplein 2 pp Anne Frankplein (incl. 2 pp mindervalide) 41 pp
3
L-
1 '
X
B
8
L
\
1!
ff
I
3
•/
©
‘a h
N
W i
Afbeelding: Parkeerplaatsen ABG (bron: Studio REDD)
Te zien is dat op eigen terrein zal worden voorzien in 95 parkeerplaatsen en twee mindervalide
parkeerplaatsen.
In
de
Nota
Parkeernormen
Gilze
en
Rijen
2017
wordt
gesteld
dat
gehandicaptenparkeerplaatsen onderdeel uitmaken van de parkeereis. Het Parkeerhof Noord is daarnaast
voorzien van twee parkeeplaatsen met een laadstation voor (gedeeltelijk) elektrische voertuigen. Ten aanzien van de resterende behoefte van één parkeerplaats is door Goudappel B.V. d.d. 26 juni 2024 een
parkeeronderbouwing opgesteld. Het gehele rapport is opgenomen als bijlage 17. Navolgend zullen de
belangrijkste bevindingen en conclusies worden vermeld. Op de onderstaande tabel is te zien te zien dat de restcapaciteit op een doordeweekse dag minimaal 94 parkeerplaatsen bedraagt. Bij het bepalen van het aantal parkeerplaatsen is een loopafstand aangehouden
van 150 meter. Het tekort van één parkeerplaats kan dus middels beschikbare parkeerruimte in het openbaar
Gs AROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 79 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
gebied worden opgelost. Dit is passend binnen de Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017 (specifiek paragraaf 3.2). In deze paragraaf wordt vermeld dat voor ontwikkelingen met een resterende parkeereis groter of gelijk dan 1,5 parkeerplaats, de ontwikkelaar onderbouwd aan dient te geven waarom deze niet op
eigen terrein gerealiseerd kan worden. In dat geval kan vervangende parkeerruimte gerealiseerd worden in
de openbare ruimte.
Uitgevoerd op
Weekmoment
Parkeer-
Parkeer-
capaciteit
bezetting
Donderdag 5 september
Werkdagnacht
om 23.00 uur; Donderdag 5 september
Werkdagochtend
om 11.00 uur;
Doordeweekse
Donderdag 5 september
middag
om 14.00 uur; Vrijdag 6 september om
Koopavond
19.00 uur;
Zaterdag 7 september
Zaterdagmiddag
om 14.00 uur.
Rest-
capaciteit
144
50
94
144
39
105
144
46
98
144
54
90
144
48
96
Tabel: Restcapaciteit omgeving per weekmoment.
Navolgend is een afbeelding opgenomen van het noordelijk gelegen parkeerhof. Te zien is dat er twee parkeerplaatsen worden gerealiseerd met een laadstation. Daarnaast worden er vijf loze leidingen gerealiseerd ten behoeve van toekomstige oplaadpunten.
lp
L
0
m
te?
WAA li ü0se
& N
HMA/u
33
n
3 55
*,
•y
L
o
A"
a“ N
m
A N
m---E
tl N
Afbeelding: Parkeerhaf Noord gewenste situatie Anne Frankplein 12 (Bron: Studio REDD)
3% AROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Blad 80 van 92
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Fietsparkeerplaatsen
Kantoor (zonder baliefunctie)
Parkeerkencijfers (per 100m bvo)
Schil centrum
Centrum
max.
min.
Rest bebouwde kom
min.
min.
max.
Zeer sterk stedelijk
L9
3,2
1,9
Sterk stedelijk
1,4
2,0
Matig stedelijk
1,3
1,6
Weinig stedelijk
1,0
1,3
Niet stedelijk
0,9
1,2
Buitengebied
max.
min.
max.
2,5
1,8
2,4
1,4
1,8
1,0
1,3
0,9
V
0,7
0,9
1,0
1,3
0,9
V
0,7
0,9
0,8
1.0
0,7
0,9
0,6
0,8
0,7
0,9
0,7
0,9
0,5
0,7
Afbeelding: Fietsparkeerkencijfers hoofdgroep werken, Kantoor zonder baliefunctie (CROW)
Conform de cijfers van het CROW, zoals te zien in de bovenstaande tabel, bedraagt de fietsparkeerbehoefte van een kantoor (zonder baliefunctie), matig stedelijk gebied in de rest bebouwde kom, minimaal 46,5 x 0,9
= 42 fietsparkeerplaatsen. Op de onderstaande afbeelding is te zien dat er op eigen terrein 50 fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de fietsparkeerbehoefte.
I
I
2
dubbellaags 50fp
& ë
_ es
2000
i
1
b
10000
25fp-HOH 400m
8
5 8
Afbeelding: Locatie fietsenberging in zuidelijk parkeerhaf (Bron: Studio Redd)
3% AROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
Blad 81 van 92
4 december 2025
Conclusie Het aspect mobiliteit vormt geen belemmering voor onderhavig project. De situatie met betrekking tot de
ontsluitingswegen en de goede bereikbaarheid per openbaar vervoer zullen de extra verkeersbewegingen als gevolg van het project kunnen verwerken. Op eigen terrein worden 95 autoparkeerplaatsen, twee invalideparkeerplaatsen en 50 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Twee van de autoparkeerplaatsen zijn
voorzien van een laadstation voor elektrische voertuigen. De resterende behoefte van één autoparkeerplaats kan worden opgevangen door de parkeerruimte in openbaar gebied. Tevens zijn er voorzieningen
opgenomen om op termijn twintig parkeerplaatsen te voorzien van elektrische oplaadpunten. Dit als de netcongestie is opgelost.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
Blad 82 van 92
4 december 2025
10 MILIEUEFFECTRAPPORTAGE 10.1 M.e.r.-beoordeling Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r.
is gebaseerd op Europese Regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in het Omgevingsbesluit. Hierin is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld.
Of een m.e.r.-procedure of een m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, hangt af van het feit of de ontwikkeling
(activiteit) is opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Wanneer de voorgenomen ontwikkeling (activiteit) is opgenomen kolom 2 van bijlage V van het Omgevingsbesluit dan is er een project-mer-plicht.
Als de voorgenomen ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in kolom 3 van bijlage V van het Omgevingsbesluit dan geldt een m.e.r-beoordelingsplicht.
Ten aanzien van het project Voor onderhavig project is een m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld. Deze is terug te vinden in bijlage 18.
Hierna volgende de belangrijkste conclusies. Voor de volledige motivering wordt verwezen naar de bijlagen. De geplande activiteiten van het slopen van de vleugels van de bestaande bebouwing aan het Anne
Frankplein 12 te Rijen en het plegen van nieuwbouw ten behoeve van een kantoor zijn te beschouwen als de
'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' als bedoeld onder nummer J11, bijlage V van het Omgevingsbesluit. Gelet
op artikel 11.6 lid 2 van het Omgevingsbesluit dient voor voorgenomen ontwikkeling beoordeeld te worden
of zij aanzienlijke milieueffecten kan hebben en, als dat het geval is, een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
Bij elk project is sprake van invloed op het milieu. Na de toetsing blijkt echter dat deze invloed voor
voorgenomen ontwikkeling niet zodanig is dat normen worden overschreden. De kenmerken van het project, in relatie tot de plaats en de potentiële effecten van het project, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure
noodzakelijk maken.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 83 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
11 UITVOERBAARHEID
11.1 Financiële uitvoerbaarheid De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar
evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen.
Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag
heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning
voor
een
buitenplanse
omgevingsplanactiviteit.
Kostenverhaal
geldt
voor
kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn:
•
aangewezen bouwactiviteiten
•
Aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen
Het overzicht van kostenverhaalplichtige activiteiten staat in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. De bruto vloeroppervlakte van het te realiseren kantoor neemt toe met meer dan 1.000 m2. Daarmee is op
basis van artikel 8.13 onder c Omgevingsbesluit sprake van een bouwactiviteit waarvan kosten worden verhaald als bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, aanhef, van de wet. Derhalve wordt een overeenkomst gesloten ten aanzien van kostenverhaal.
11.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de omgevingsdialoog zijn de omwonenden uitgenodigd voor een gesprek inzake de beoogde ontwikkeling van het nieuwe kantoorgebouw aan het Anne Frankplein te Rijen. In totaal zijn er 250
uitnodigingen verzonden voor de betrokken omwonenden. De volledige omgevingsdialoog is opgenomen als
bijlage 19.
Doel van de omgevingsdialoog is om de omwonenden te informeren over de voorgenomen planontwikkeling
op de locatie Anne Frankplein 12 te Rijen en hen hierbij de gelegenheid te geven om op het conceptplan te
reageren en hierover vragen te stellen. ABG-organisatie heeft de schetsen van de huidige planvorming ten voorstelling gelegd en geeft daar een
toelichting op. De eigenaren/bewoners konden tijdens dit overleg reageren op de tekeningen en vragen
stellen. Een korte samenvatting/conclusie van de gesprekken met omwonenden in het kader van het omgevingsdialoog is navolgend opgenomen.
Verslag inloop7informatieavond voor omwonenden 21 mei 2024 De grootste algemene delers van de opmerkingen van de direct omwonenden hadden betrekking op:
- wordt er voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd;
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen