CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage- Motivering BOPA Boomhutsuites Klein Zwitserland dd 29-01-2025

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: BOPA Bindend advies Raad Boomhutten Klein Zwitserland27.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

MOTIVERING BOPA BOOMHUTSUITES, KLEIN ZWITSERLAND

ORDITO.NL

MOTIVERING BOPA BOOMHUTSUITES KLEIN ZWITSERLAND GEMEENTE GILZE-RIJEN Datum

29- 01- 2025

Plan identificatie Auteur(s)

Ordito BV

Ordito b.v.

E

info@ordito.nl

Postbus 94

T

0161 801 022

5126 ZH

I

www.ordito.nl

Gilze

KVK

54811554

TOELICHTING

1

Inhoud 1.

Inleiding ................................................................................................................................................................... 3

1.1

Aanleiding ........................................................................................................................................................... 3

1.2

Ligging van de planlocatie .................................................................................................................................. 3

1.3

Omgevingsplan .................................................................................................................................................... 4

1.4

Leeswijzer ........................................................................................................................................................... 5

2.

Wijziging van de fysieke leefomgeving ................................................................................................................... 6 2.1

Bestaande situatie .............................................................................................................................................. 6

2.2

Toekomstige situatie .......................................................................................................................................... 9

2.3 Afwijking omgevingsplan .......................................................................................................................................... 12 3.

Beleidskader ......................................................................................................................................................... 13 3.1

Rijksbeleid ........................................................................................................................................................ 13

3.2

Provinciaal beleid ............................................................................................................................................. 14

3.3

Gemeentelijk beleid ......................................................................................................................................... 17

4.

Bescherming van gezondheid en milieu ............................................................................................................... 21 4.1

Geluid ............................................................................................................................................................... 21

4.2

Bodemkwaliteit ................................................................................................................................................ 22

4.3

Luchtkwaliteit ................................................................................................................................................... 23

4.4

Geur .................................................................................................................................................................. 24

4.5

Trillingen ........................................................................................................................................................... 25

5.

Bescherming van de waterbelangen .................................................................................................................... 26

6.

Waarborgen van de veiligheid .............................................................................................................................. 29

7.

Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed ............................... 31 7.1

Cultureel erfgoed.............................................................................................................................................. 31

7.2

Archeologische waarden .................................................................................................................................. 34

7.3

Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................................................................................. 35

7.4

Ruimtelijke kwaliteit en welstand .................................................................................................................... 35

8.

Natuurbescherming .............................................................................................................................................. 37 8.1

Gebiedsbescherming ........................................................................................................................................ 37

8.2

Soortenbescherming ........................................................................................................................................ 37

8.3

NNN .................................................................................................................................................................. 38

9.

Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen ............................................................ 44 9.1

Beperkingengebieden....................................................................................................................................... 44

9.2

Kabels en leidingen ........................................................................................................................................... 44

10.

Vliegbasis Gilze-Rijen ............................................................................................................................................. 45

11.

Milieueffectrapportage......................................................................................................................................... 47

12.

Uitvoerbaarheid .................................................................................................................................................... 48

12.1

Economische uitvoerbaarheid .......................................................................................................................... 48

12.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid................................................................................................................... 48

13.

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties ................................................................................................ 49

2

Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

STILA normering landschappelijke inpassing QuickScan Natuur NNB Toets Stikstofdepositie Bodemonderzoek QuickScan externe veiligheid Bouwtekeningen

3

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Resort Van der Valk Gilze heeft het voornemen om 5 boomhutsuites te realiseren op haar eigen terrein aan Klein Zwitserland 8 in Gilze. De locatie voor de 5 boomhutsuites aan de rand van het resort, op een open plek tussen bestaande bomen, ligt binnen de functie Horeca. Echter valt de voorgenomen bouwactiviteit buiten het bouwvlak, waardoor de realisatie op basis van het geldende omgevingsplan niet direct mogelijk is. Om de bouwactiviteit toch mogelijk te maken, wordt via een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) afgeweken van het geldende omgevingsplan. Voorliggende motivering onderbouwd dat er met de voorgenomen bouwactiviteit van 5 boomhutsuites nog steeds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie. Deze BOPA maakt de beoogde activiteit juridisch-planologisch mogelijk waardoor er 5 boomhutsuites kunnen worden gerealiseerd. In een vooraanvraag heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen op 25 januari 2022 besloten in principe medewerking te verlenen aan de realisatie van 5 boomhutsuites.

1.2

Ligging van de planlocatie

De planlocatie ligt op het terrein van resort Van der Valk in de gemeente Gilze en Rijen, ten noorden van de kern Gilze aan de weg Klein Zwitserland. Aan de zuidzijde wordt de planlocatie begrensd door de weg Klein Zwitserland, welke parallel loopt aan de snelweg A58 (Tilburg-Breda). De planlocatie grenst aan de noord- en westzijde aan een recreatiegebied Klein Zwitserland met een waterplas en het speelbos Gilze. Aan de oostzijde grenst de planlocatie aan de bestaande gebouwen en het parkeerterrein van het resort.

Figuur 1 ligging resorthotel Van der Valk binnen Gilze

4

Locatie boomsuites

Figuur 2 ligging en begrenzing planlocatie (planlocatie geel omlijnd)

1.3

Omgevingsplan

Voor het planvoornemen, de realisatie van 5 boomhutsuites op het Van der Valk terrein te Gilze, geldt het Omgevingsplan Gilze en Rijen, zoals in werking getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat. Voor de planlocatie zijn regels voor de activiteiten van de leefomgeving van toepassing. Voor de planlocatie gelden de ruimtelijke regels uit het bestemmingsplan “Buitengebied” van de gemeente Gilze en Rijen, vastgesteld op 1 juli 2013.

Figuur 3 Uitsnede: Regels op de kaart (bestemmingsplan) (planlocatie geel omlijnd)

5 Enkelbestemming Voor het perceel geldt de enkelbestemming ‘Horeca’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca-hotel restaurant zalencentrum wellnesscentrum en speelvoorzieningen’. Het bebouwd oppervlak mag maximaal 13.109 m2 bedragen. Voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen, geldt dat ze uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Voor bedrijfsgebouwen geldt een maximale goothoogte van 5 meter en een maximale bouwhoogte van 11 meter. Dubbelbestemming Over de gehele planlocatie ligt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’. Deze gronden zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is vereist bij het bouwen van bouwwerken groter dan 100 m² en dieper dan 40 cm. Gebiedsaanduidingen De planlocatie ligt gedeeltelijk binnen de gebiedsaanduiding ‘IHCS – 1’. In het verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen is het verboden gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte hoger dan 56 meter boven NAP te realiseren. De gebiedsaanduiding ‘Overig- agrarisch verbredingsgebied’ is enkel van toepassing op een agrarische bestemming en derhalve voor de planlocatie niet relevant.

Daarnaast geldt voor de planlocatie de gebiedsaanduiding ‘Veiligheidszone- munitie-3, wat betekent dat het niet is toegestaan om gebouwen te bouwen met vlies- of gordijngevelconstructies, en /of gebouwen met zeer grote glasoppervlakten waarin zich als regel een groot aantal personen bevindt. Tot slot heeft de planlocatie de gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone – ILS – 9’. In verband met de bescherming van het verstoringsgebied rondom de start en landingsbaan mag de bouwhoogte van een bouwwerk verkregen door lineaire interpolatie in geen enkel opzicht meer bedragen dan 30,6 meter boven NAP.

1.4

Leeswijzer

De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de wijziging van de fysieke leefomgeving en worden de bestaande en toekomstige situatie beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het beleidskader op nationaal-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt de bescherming van gezondheid en milieu getoetst. Vervolgens komt in hoofdstuk 5 de bescherming van de waterbelangen aan de orde. Hoofdstuk 6 gaat in op het waarborgen van de veiligheid. Hoofdstuk 7 geeft een beschrijving en toetsing van de bescherming van de landschappelijke- en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. In hoofdstuk 8 komt natuurbescherming aan bod. Hoofdstuk 9 gaat in op het behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen. In hoofdstuk 10 wordt het plan getoetst aan de vliegbasis Gilze-Rijen. Hoofdstuk 11 gaat in op de milieueffectrapportage. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 12 beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 13 een algemene conclusie beschreven op basis van een evenwichtige toedeling van functie en locaties.

6

2.

WIJZIGING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke structuur De gemeente Gilze en Rijen omvat de kernen Gilze, Rijen, Molenschot en Hulten. De gemeente ligt tussen Breda en Tilburg. Hemelsbreed liggen Gilze en Rijen vier kilometer van elkaar vandaan, gescheiden door de A58 en de vliegbasis Gilze-Rijen. Door de ligging aan de A58, de N282 en de N631 heeft de gemeente Gilze en Rijen een goede bereikbaarheid. Het resort van der Valk ligt bij het historische gehucht Nerhoven ten noorden van de kern Gilze aan de andere zijde van de A58. De weg Klein Zwitserland waaraan het terrein van resort Van der Valk is gelegen loopt parallel aan de A58. Deze weg was voorheen een zandweg en kwam tot stand na de aanleg van de A58. Later werd deze in westelijke richting doorgetrokken naar de Molenschotsedijk. Aan de weg Klein Zwitserland ligt eveneens het natuurgebied Klein Zwitserland. Dit natuurgebied bestaat uit bos, heuvelachtige zandverstuivingen en een waterplas (vroeger in gebruik als zwemplas). In oostelijk richting sluit de weg Klein Zwitserland aan op de weg Nerhoven. De weg Nerhoven verbindt het buitengebied ten noorden van de A58 met de bebouwde kom van Gilze ten zuiden van de A58. Aan de noord- en westzijde wordt het Van der Valk terrein begrensd door bos- en natuurgebied waarin een speelbos en scouting zijn gelegen. Aansluitend aan het bos- en natuurgebied bevindt zich het terrein van de vliegbasis Gilze-Rijen.

De locatie voor de boomhutsuites bevindt zich aan de westzijde van het Van der Valk terrein, aan de rand van natuurgebied Klein Zwitserland. Het natuurgebied is grotendeels Natuurnetwerk Noord-Brabant. De locatie voor de boomhutsuites maakt eveneens deel uit van Natuurnetwerk Noord- Brabant. Planlocatie Het resorthotel Gilze is in 1974 geopend en betreft een vestiging van het concern Van der Valk Hotels en Restaurants. Het terrein van resorthotel Van der Valk aan Klein Zwitserland 8 in Gilze is ruim 7 hectare groot en bestaat uit diverse gebouwen met 200 hotelkamers, 21 hotelappartementen, 18 multifunctionele zalen, een restaurant, een wellnesscenter, een paardenhotel, een casino, sportfaciliteiten en overige hotelfaciliteiten. Daarnaast zijn er op het terrein een parkeergarage, parkeerplaatsen en wegen aanwezig, afgewisseld met groenvoorzieningen en bomen. Het terrein van resorthotel Van der Valk in Gilze heeft een totale oppervlakte van ca. 73.371 m2 en wordt aan de zuidzijde begrensd door de weg Klein Zwitserland, welke parallel loopt met de snelweg A58 Tilburg- Breda. Aan de noord- en westzijde ligt een bos -en natuurgebied Klein Zwitserland met de waterplas en het speelbos Gilze. Ten oosten wordt de planlocatie begrensd door de weg Nerhoven met aan de overzijde enkele vrijstaande woningen en woonboerderijen.

Ten zuidoosten eindigt de weg Nerhoven in een verkeersplein, hier bevindt zich de inrit naar het terrein van het resorthotel. Op het zuidelijk deel van het terrein ligt het hoofdgebouw, tevens het grootste gebouw met een totale oppervlakte van circa 6.100 m2. In het hoofdgebouw zijn het casino, restaurant, receptie, zalen en de healthclub gevestigd. Onder dit gebouw is een parkeergarage aanwezig en aan de voorzijde bevindt zich een groot parkeerterrein. Ten oosten van dit parkeerterrein bevindt zich de inrit van het terrein. Ten noorden van het hoofdgebouw staat een gebouw met hotelkamers. Dit gebouw heeft een totale oppervlakte van circa 1.300 m2 en is met een corridor verbonden aan het hoofdgebouw. Aan de noordzijde van het gebouw met hotelkamers bevindt zich een gebouw van circa 600 m2 met wellnesssuites en een buitenzwembad dat in 2023 in gebruik is genomen. Aan de oostzijde van het hoofdgebouw bevindt zich een L-vormig gebouw van circa 1.700 m2 met hotelkamers en aan de noordzijde een paardenhotel. Aan de zuidoostzijde van het terrein bevindt zich een gebouw van circa 1.150 m2 met hotelappartementen. De totale bebouwing bedraagt gezamenlijk circa 10.850 m2. Aan de westzijde van het terrein bevindt zich de planlocatie waar de 5 boomhutsuites zijn voorzien.

Het betreft een open plek tussen enkele bomen deels gelegen op een talud en grenzend aan de lagergelegen waterplas, waar aan deze zijde een soort strand aanwezig is. Aan de oostzijde van de planlocatie bevindt zich een bestaand parkeerterrein en het hoofdgebouw met hotelkamers van het resort.

7

Paardenhotel hotelkamers

Planlocatie hotelkamers

appartementen Wellnesssuites

Hoofdgebouw

Inrit terrein parkeerterrein

Figuur 4: bestaande situatie (planlocatie geel omcirkeld)

Figuur 5: luchtfoto bestaande situatie (planlocatie geel omcirkeld)

8

Figuur 6: bestaande situatie planlocatie

Figuur 7: bestaande situatie planlocatie

9

2.2

Toekomstige situatie

Het planvoornemen betreft een bouwactiviteit, waarmee resort Van der Valk Gilze wordt uitgebreid met 5 boomhutsuites. De planlocatie betreft een open plek met enkele bomen ten westen van het Van der Valk terrein. In de nabijheid bevindt zich het natuurgebied Klein Zwitserland met een waterplas en een soort strandje dat door resorthotel Van der Valk wordt gehuurd. De planlocatie heeft een totale oppervlakte van circa 945 m2 waarvan circa 300 m2 benodigd is voor de bouw van de boomhutsuites. De 5 boomhutsuites van elk circa 60 m2 worden vrijstaand geplaatst op palen, op de verschillende open plekken tussen de bomen. De boomhutsuites worden gebouwd van duurzame materialen en voorzien van een vegetatiedak, houten gevels en HSB wanden. De zijdelingse afstand tussen de verschillende boomhutsuites varieert van 2 tot maximaal 3 meter. De boomhutsuites hebben een hoogte van maximaal 6,4 meter (vloer tot nok). Voor de palen geldt vanwege de glooiende ondergrond een variabele hoogte tot maximaal 3,6 meter. De maximale hoogte van een boomhutsuites, gemeten vanaf de grond bedraagt zodoende maximaal 10 meter. De boomhutsuites bestaan uit twee verdiepingen en zijn aan één zijde verbonden met een loopbrug. Deze loopbrug staat tevens in verbinding met het oostelijk gelegen hotelgebouw waar bestaande parkeergelegenheid aanwezig is.

Vanwege de bouw op palen en de ligging op een talud bieden de suites uitzicht op de waterplas en de bomen.

Figuur 8: locatie boomhutsuites

10

Figuur 9: bouwtekening boomhutsuites

Figuur 10: schets en illustratie boomhutsuites De boomhutsuites worden landschappelijk ingepast. Enerzijds vindt dit plaats door het toepassen van natuurinclusieve materialen. De groene boomhutsuites worden voorzien van vegetatiedaken, houten gevels en HSB wanden. Daarnaast is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat aansluit bij de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden van het gebied (externe bijlage “Landschappelijke inrichting boomhutten, Kruit Kok Landschapsarchitecten, 16 09 2021”en “STILA normering landschappelijke inpassing boomsuites van der Valk”, Kruit Kok Landschapsarchitecten, 10 05 2023/03 09 2024). Beoogd wordt om met het landschappelijke inpassingsplan de ecologische waarden van het gebied te versterken. Het landschappelijk inpassingsplan omvat een omvorming en samenvoeging van een padenstructuur zodat er grotere eenheden van vegetatie kunnen ontstaan. De boomhutsuites zijn voorzien op een open plek waardoor de bestaande

11 bomen blijven behouden. De vegetatietypen die in het landschappelijk inpassingsplan zijn opgenomen zijn gekozen op de doelsoorten die in het aangrenzend natuurgebied voorkomen. Elke boomsuite staat in een eigen omgeving: de zuidelijke boomhutsuites in een heidevegetatie, de middelste op de rand van een zoom en mantel. De twee noordelijkste in een open plek in het bos omgeven door hoger struweel en enkele nieuw aan te planten loofbomen.

Figuur 11 Schets Landschappelijk inpassingsplan

12

Figuur 12 Beplantingsconcept Landschappelijk inpassingsplan

2.3 Afwijking omgevingsplan Het terrein van resort Van der Valk Gilze heeft de functie Horeca, zo ook de planlocatie waar de 5 boomhutsuites zijn voorzien. Op circa 95% van het horecaterrein ligt een bouwvlak met een maximum aan toegestane bebouwing van 13.109 m2. In de bestaande situatie is er binnen het bouwvlak circa 10.850 m2 aan bebouwing aanwezig. Dit betekent dat er nog 2.259 m2 aan bebouwing mag worden toegevoegd. Nieuwe bebouwing mag alleen worden toegevoegd binnen het bouwvlak. Met de realisatie van 5 boomhutsuites wordt circa 300 m2 aan bebouwing toegevoegd. Echter valt de planlocatie buiten het bouwvlak wat inhoudt dat de voorgenomen bouwactiviteit voor 5 boomhutsuites strijdig is met het omgevingsplan. Wel zijn er vanwege de functie Horeca op de planlocatie activiteiten ten behoeve van de Horeca toegestaan. Dit betreft de aanleg van o.a. nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en (ontsluitings)wegen, evenals erf- en terreinafscheidingen.

13

3.

BELEIDSKADER

3.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) heeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstellen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan.

Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toetsing Met voorliggend planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels voor een omgevingsplan. Het grootste deel heeft betrekking op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (afdeling 5.1 Bkl). Deze instructieregels zijn van toepassing op het stellen van regels in het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet.

Aan deze regels mogen geen economische motieven ten grondslag liggen, die leiden tot strijd met de dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl). Het Bkl bevat instructieregels voor de volgende hoofdonderwerpen: • Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2);Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3);Beschermen van gezondheid en milieu (5.1.4);Waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;Het behoud van ruimte toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën;Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.

In heel bijzondere gevallen kan het college van burgemeester en wethouders de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.

14 Instructieregels van afdeling 5.1 Bkl gelden, zoals gezegd, alleen voor de omgevingsplanregels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het grootste deel van de Bkl-instructieregels is dus niet van toepassing op omgevingsplanregels met een ander oogmerk. Over de onderwerpen waarvoor het Bkl geen instructieregels heeft opgenomen is de gemeente vrij om regels te stellen, mits deze past binnen de andere kaders natuurlijk. Het Rijk hanteert verschillende typen instructieregels, die meer of minder afwegingsruimte bieden: 1. Betrekken bij: de gemeente moet aandacht schenken aan feiten of verwachtingen over geiten, maar heeft daarbij veel keuzeruimte; 2. Rekening houden met: deze formulering stuurt inhoudelijk de belangenafweging; als de gemeente daar goede redenen voor heeft, is afwijken gemotiveerd toegestaan; 3. In acht nemen of een vergelijkbare dwingende formulering: de gemeente moet zich bij de uitoefening van de bevoegdheid aan de achterliggende norm houden. Een belangrijke verbeterdoelstelling van de Omgevingswet is dat decentrale overheden meer bestuurlijke afwegingsruimte krijgen. Deze afwegingsruimte is in de instructieregels van het Bkl vormgegeven door voor een aantal thema’s (geluid, geur en trillingen) standaardwaarden en grenswaarden op te nemen.

Overname van de standaardwaarde kan in beginsel zonder aanvullende motivering. Gebruikmaking van de ruimte tussen standaard- en grenswaarde vergt wel een aanvullende motivering. Samenvattend is de afwegings- of beslisruimte afhankelijk van: 1. Het type instructieregel; 2. De aarde van de norm (open of gesloten); en 3. Flexibiliteitsopties die binnen de instructieregels worden geboden. Toetsing In de planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Het Bkl heeft geen consequenties voor het planvoornemen.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Noord- Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving' vastgesteld. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: • • • •

Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie.

Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Omgevingsverordening De beleidsmatige uitgangspunten van de Omgevingsvisie Noord-Brabant zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in het geding is, uitgewerkt in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. de planlocatie is gelegen in de volgende gebieden: • Beperkingen veehouderij (kaart 1+6+9) • Diep grondwaterlichaam (kaart 1+9) • Aardkundige waarden (kaart 2+9) • Attentiezone waterhuishouding (kaart 2+9) • Natuur Netwerk Brabant (kaart 3 +5+9) • Beperking grootschalige logistiek (kaart 5+9) • Stalderingsgebied (kaart 6+9) • Normvrij gebied (kaart 7+9)

15

De planlocatie ligt in Natuur Netwerk Brabant. Hiervoor zijn in de Omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant instructie- en rechtstreeks werkende regels opgenomen. De toetsing aan de regels voor het Natuur Netwerk Brabant worden getoetst in hoofdstuk 8 (Natuurbescherming) onder paragraaf 8.3 NNN. De overige regels behorende bij de gebieden waar de planlocatie onder valt zijn niet direct van toepassing op de planlocatie en/of op het planvoornemen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling gelden de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 5.1.2) Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (art. 5.7) Een omgevingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Voor het realiseren van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan: o zorgvuldig ruimtegebruik (art. 5.8) o de lagenbenadering (art. 5.9) o meerwaardecreatie (art. 5.10) Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 5.8) Conform artikel 5.8 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. De bouwactiviteit vindt plaats binnen het bestaande bestemmingsvlak Horeca, het perceel en bestemmingsvlak van het resort terrein neemt niet toe in oppervlakte.

Hierdoor is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik op het bestaande resort perceel. Toepassing van de lagenbenadering (art. 5.9) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: • de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; • de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; • de bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in deze toelichting. Meerwaardecreatie (art.

5.10) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: • de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; • de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De ontwikkeling van de 5 boomhutsuites draagt bij aan een uitgebreider hotelaanbod bij resort Van der Valk Gilze waardoor het bedrijf kan inspringen op actuele marktontwikkelingen. Werkgelegenheid wordt behouden en uitgebreid. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

16 Kwaliteitsverbetering landschap (art. 5.11) Vanwege de bouwactiviteit is het plan een ruimtelijke ontwikkeling. Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Op grond van de Omgevingsverordening NoordBrabant geldt een verplichte landschappelijk inpassing en een verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Landschappelijk inpassingsplan De beoogde locatie voor de 5 boomhutsuites heeft een totale oppervlakte van 945 m2 en is volledig bestemd als ‘Horeca’. In nieuwe situatie behouden de boomhutsuites de bestemming ‘Horeca’ en krijgen een bouwvlak. Het overige deel van de locatie wordt in de nieuwe situatie bestemd als Natuur. Dit betekent dat in de nieuwe situatie de oppervlakte bestemd als ‘Horeca’ in totaal 300 m2 bedraagt. De overige 645 m2 van de locatie wordt in de toekomstige situatie bestemd als ‘Natuur’. Voor de ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (externe bijlage, Landschappelijke inrichting boomhutten, Kruit Kok Landschapsarchitecten, 16 09 2021”). Het doel van dit landschappelijk inpassingsplan is om in de planlocatie een meer biodiverse vegetatie te ontwikkelen die recht doet aan de natuurpotentie van de locatie en die de gradiënten van de locatie versterkt.

Met een omvorming en samenvoeging van de padenstructuur kunnen grotere eenheden van vegetatie ontstaan en ontstaat een duidelijke inrichting in de gradiënten op basis van hoogteligging, bodemopbouw en expositie ten opzichte van de zon. De diverse vegetatietypen zijn gekozen op de doelsoorten (Bonte vliegenvanger, Levendbarende hagedis,Kleine parelmoervlinder) die in het aangrenzend natuurgebied voorkomen, zodat ook een versterking van deze biotopen ontstaat. Voor de Oeverzwaluwen wordt een extra wand voor nestgelegenheid toegevoegd. De situering van de boomhutten is zodanig dat er geen bestaande bomen gekapt hoeven te worden. Het landschappelijk inpassingsplan is door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels juridisch geborgd. Kwaliteitsverbetering landschap Waardevermeerdering Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord-Brabant in haar beleidstukken het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd. Dit is voor de gemeente Gilze en Rijen nader uitgewerkt in het regionale kwaliteitskader Hart van Brabant. De gewenste bouwactiviteit wordt volgens het regionale kwaliteitskader gezien als een categorie 3 ontwikkeling. Dit betekent dat er een investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap gedaan moet worden die gelijk is aan 20% van de waardestijging van de gronden.

Voor het planvoornemen is onderstaande berekening gemaakt. Huidige situatie Waarde per m2 in € Oppervlakte 2 Horeca zonder € 15/m 945 m2 bebouwing totaal Toekomstige situatie Horeca met bebouwing Landschappelijke inpassing totaal Waardevermeerdering Bijdrage 20%

Totaal € 14.175 € 14.175

Waarde per m2 in € € 65/m2

Oppervlakte 300 m2

Totaal € 19.500

€ 1/m2

645 m2

€ 645 € 20.145 € 5.970 €1.194

Investering landschappelijke inpassing Door Kruit&Kok landschapsarchitecten is een landschappelijk inpassingsplan en een berekening van de benodigde investering opgesteld ((externe bijlage “Landschappelijke inrichting boomhutten, Kruit Kok Landschapsarchitecten, 16 09 2021”en “STILA normering landschappelijke inpassing boomsuites van der Valk”, Kruit Kok Landschapsarchitecten, 10 05 2023/03 09 2024). In paragraaf 3.2. is het landschappelijk inpassingsplan nader toegelicht. Uit de berekening van de investering volgens de STILA-methode blijkt dat voor de aanleg een investering wordt gedaan van € 12.149,86. Voor het beheer gedurende een periode van 6 jaar is een bedrag van € 4.563,99 berekend. De totale investering komt neer op € 16.713,85, waardoor ruimschoots aan de vereiste investering van € 1.194,0 wordt voldaan.

17

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen De gemeente Gilze en Rijen heeft de Structuurvisie Stedelijk Gebied vastgesteld op 21 december 2015. De basis voor de structuurvisie wordt gevormd door zowel de toekomstvisie ‘Wij zijn Gilze en Rijen’ als het ambitiedocument ‘Ambities Gilze en Rijen – Nieuwe kansen!’. De hoofdambities zijn bepaald en hierin vastgelegd. Met het opstellen van de structuurvisie zet de gemeente een belangrijke stap in de concretisering van de ruimtelijke ambities. De structuurvisie is daarmee een uitvoeringsdocument dat als onderlegger dient om aan de slag te gaan met de ambities en de hoofdkeuzes, bij toekomstige projecten en bestemmingsplannen. De rol van de structuurvisie is veelzijdig: • De structuurvisie concretiseert de toekomstvisie en het ambitiedocument, voor het ruimtelijke domein. De structuurvisie draagt daardoor bij aan het vormgeven van de lokale en regionale ambities; • Met de structuurvisie laat de gemeente zien hoe zij aansluiten bij de lokale en regionale kracht en hoe de gemeente zich onderscheidt. Zo kan de gemeente de structuurvisie strategisch inzetten tijdens overleg met bovengemeentelijke partners; • De structuurvisie zorgt vanuit de integraliteit ook voor overzicht.

Het is het instrument bij uitstek om dwarsverbanden te leggen tussen de verschillende lokale en regionale beleidsvelden; • Ook geeft de structuurvisie de mogelijkheid om projecten voor de komende jaren te prioriteren. In samenspraak met burgers en belanghebbenden heeft de gemeente Gilze en Rijen vier ruimtelijke hoofdkeuzes geformuleerd: 1. Nieuwe Noodzakelijkheid “Een nieuwe manier van denken over wonen” Dit betekent dat de gemeente kiest voor: o Het verbinden van architectuur, duurzaamheid en landschap o Het verbinden van duurzame woonkwaliteit en sociale betrokkenheid 2. Sterke Schakels “Bereikbaar voor iedereen” Dit betekent dat de gemeente kiest voor: o Goede bereikbaarheid voor alle doelgroepen (snel- en langzaamverkeer) van de kernen en hun specifieke functies o Onderdeel zijn van een stedelijk netwerk 3. Levendige Centra “Sterke en vitale dorpsharten” Dit betekent dat de gemeente kiest voor: o Herkenbare en levendige dorpsharten o Goed functionerende winkelconcentratiegebieden 4. Karakteristieke Bedrijvigheid “Bedrijventerreinen met een duidelijk profiel” Dit betekent dat de gemeente kiest voor: o Een meer herkenbaar profiel voor (nieuwe) bedrijvigheid o Duurzame investeringen voor (bestaande) karakteristieke bedrijvigheid Toetsing De ontwikkeling heeft een functionele noodzaak voor het Van der Valk resort in Gilze.

Met de toevoeging van 5 unieke boomhutsuites kan ingesprongen worden op een onderscheidend- en bijzonder aanbod in de hotelsector. Van der Valk verwacht van dit bijzondere aanbod een commercieel succes en positieve bedrijfsontwikkeling wat noodzakelijk is voor het voortbestaan van het hotelresort in Gilze. Voor de gemeente Gilze-Rijen kan de ontwikkeling positief bijdragen aan de lokale economie en het lokale toeristisch aanbod. De aanwezigheid van het van der Valk resort Gilze draagt daarnaast bij aan (het behoudt van) de werkgelegenheid. Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende bestemmingsplan aansluit op de Structuurvisie. 3.3.2 Verkeer en parkeren Parkeren De ‘Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017’ biedt houvast voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen. Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen is afhankelijk van de voorzieningen en de parkeernorm die bij de betreffende ontwikkeling hoort. In de ‘Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017’ wordt onderscheid gemaakt tussen normen voor

18 de zones ‘centrum’ en ‘overig’. de planlocatie ligt conform de nota parkeernormen in de zone ‘overig’. Als gevolg van de ontwikkeling wijzigt de parkeerbehoefte. In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte voor de 5 boomhutsuites weergegeven. Parkeerbehoefte 5 boomhutsuites Hotel 4 sterren 7,2 pp/10 kamers

5 boomhutsuites

3,6 parkeerplaatsen

Met het planvoornemen worden er 5 boomhutsuites toegevoegd aan het Van der Valk resorthotel. Door deze ontwikkeling neemt de parkeerbehoefte met 4 parkeerplaatsen toe. In de nabijheid van boomhutsuites worden 4 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeereis. Verkeer Verkeer maakt onderdeel uit van de evenwichtige functietoedeling aan de fysieke leefomgeving. Naast de verkeersgeneratie moet aandacht besteed worden aan parkeren, auto en fiets, ov-bereikbaarheid. Toetsing Met de ontwikkeling van 5 nieuwe boomhutsuites worden de gevolgen op basis van de verkeersaantrekkende werking op het verkeer bepaald. Bij het in kaart brengen van de verkeersaantrekkende werking is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Voor de berekening is op basis van CROW-kengetallen uitgegaan van een ‘Hotel 4 sterren’ liggend in ‘rest bebouwde kom’. Het gemiddelde van de verkeersgeneratie bedraagt 20,85 mvt/etmaal per 10 kamers. In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie voor de 5 boomhutsuites weergegeven. Hotel 4 sterren

Verkeersgeneratie 5 boomhutsuites 20,85 Per 10 5 boomhutsuites mvt/etmaal/ kamers

10,43 mvt/etmaal

In totaal neemt het aantal verkeersbewegingen toe met 10,43 mvt/etmaal. Het verkeer wordt ontsloten via de rotonde bij de entree van Van der Valk aan de weg Klein Zwitserland en Nerhoven. Verwacht wordt dat deze weg voldoende capaciteit heeft om de beperkte toename op te vangen. 3.3.3 Groen De gemeente Gilze en Rijen staat bekend als een open en groen gemeente tussen de steden Tilburg en Breda. Op de eerste plaats bepaalt het aantrekkelijke buitengebied, bestaande uit bosgebieden en open (broek-)ontginningen met beekdalen, het groene karakter. Ten tweede draagt het groen in en direct grenzend aan de kernen bij aan de groene uitstraling. Bosgebieden verweven met de kern en historische structuren, begeleid door boomstructuren, dragen sterk bij aan de uitstraling van de kern. Groenstructuurplan 2011 Het groenstructuurplan biedt kaders voor ontwikkeling van de groenstructuren binnen de kernen, met aandacht voor de kwaliteiten die het groen in de gemeente Gilze en Rijen heeft. Iedere kern heeft hierbij een andere ontstaansgeschiedenis en karakteristiek die belangrijke kaders bieden voor de ontwikkeling van de huidige groenstructuur. Groen binnen de kernen is echter niet vanzelfsprekend. Functies als woningbouw en parkeren vragen binnen de bebouwde kommen om ruimte, waardoor de structuren steeds verder verdicht raken.

Door vast te leggen welk groen van belang is voor de uitstraling van de gemeente, wordt voorkomen dat groen een ander functie krijgt en zo verloren gaat. De doelstelling van het groenstructuurplan is: Het beschrijven van de lange termijn visie van de gemeente Gilze en Rijen ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen, om een waardevolle, karakteristieke, gebruiksvriendelijke en duurzame groenstructuur te behouden, ontwikkelen en versterken, binnen de bebouwde kommen.

19

Figuur 13 Uitsnede Groenstructuurkaart (planlocatie geel omlijnd)

Het groenstructuurplan heeft geen juridische status, maar met het vaststellen van de inhoud van het plan legt het gemeentebestuur zijn visie met betrekking tot het openbaar groen in de kernen voor een periode van 10 jaar vast. Het groenstructuurplan is daarmee een uitgangspunt in de discussie over het groen in de kern en bij het dagelijks werk in de gemeente. Daarnaast biedt dit plan uitgangspunten voor het opstellen en toetsen van andere ruimtelijke plannen. Ruimtelijke ontwikkeling Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een beperkte ruimte (met name bij inbreidingen), is de realisatie van een eigen sfeer met groenvoorzieningen van hoge kwaliteit het uitgangspunt. Deze groenvoorzieningen worden zoveel mogelijk gebundeld gerealiseerd en niet versnipperd door de wijk. Behoud van bestaande elementen is in alle gevallen een meerwaarde. De bijbehorende beleidsdoelen zijn: • Uitbreidingen kernen verbinden met het landschap door landschappelijk groen in de kern in te laten dringen; • Groenvoorzieningen van hoge kwaliteit bundelen bij in- en uitbreidingen, groen en rood zijn hierbij in balans; • Behoud bestaande waardevolle groenelementen waar mogelijk; Toetsing Het planvoornemen voorziet in een landschappelijke inpassing waarbij de boomhutsuites de ecologische waarden van het gebied versterken. Er worden geen bomen gekapt, en de boomhutten worden van duurzame materialen gebouwd met o.a.

vegetatiedaken, houten gevels en HSB wanden. Dit zorgt dat er een nieuwe habitat ontstaat voor diverse planten en dieren. 3.4.4 Duurzaamheid Duurzaam bouwen Gemeente Gilze en Rijen heeft specifieke ambities voor duurzaam bouwen. Hiervoor heeft de gemeente de Duurzaam Beeldkwaliteitsgids. Deze biedt de architecten en ontwerpers een duidelijk handvat om hun product te toetsen aan de optimale verhouding tussen de schoonheids-, sociale-, milieukundige- en economische dimensies. De Duurzaam Beeldkwaliteitsgids daagt uit een goede balans te vinden, waarbij de beschikbare ruimtelijke en vormgevende middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. De doelstelling van de Duurzaam Beeldkwaliteitsgids is: • Duurzame functionaliteit als uitgangspunt voor de vorm, constructie, gebruik, beheer en schoonheid van het bouwwerk in zijn omgeving. Uitgangspunten om de doelstelling te bewerkstelligen zijn: • Duurzame en functionele cohesie tussen bouwwerk, private ruimte, openbare ruimte en omgeving; • Het bevorderen van sociale en culturele cohesie in de wijk; • Het duurzaam en functioneel ordenen van ruimten in en rondom bouwwerken in relatie tot openbare ruimte en omgevingsfactoren; • Duurzaam en functioneel bouwen in vorm, gebruik, constructie, beheer en schoonheid;

20 •

Helderheid in complexiteit door duurzame en functionele balans tussen maat, schaal, materiaal, kleur en duurzame omgevingsfactoren.

Toetsing De boomhutsuites worden van duurzame materialen gebouwd (houtskeletbouw) en voorzien van onder andere vegetatiedaken, houten gevels en HSB wanden. Onder de boomhutsuites ontstaat een nieuwe habitat voor planten en diersoorten. Op deze wijze worden de boomhutsuites onderdeel van de natuur. Met het planvoornemen is zodoende rekening gehouden met het functioneel ordenen van ruimten in en rondom bouwwerken in relatie tot openbare ruimte.

Figuur 14 Uitsnede klimaatkaart (planlocatie geel omlijnd)

De planlocatie is gelegen in een groen blauw robuust natuurlijk landschap waar de volgende aandachtspunten gelden: • Ruimtelijke relatie buitengebied behouden bij verstedelijking, niet afsluiten • Luchtkwaliteit en geluidsoverlast provinciale weg De concrete klimaat maatregelen voor dit planvoornemen zitten vooral in de ruimtelijke relatie met het buitengebied behouden. De natuurlijke uitstraling van de boomhutsuites en het gebruik van natuurlijk materialen dragen bij aan een versterking van de ecologische structuur.

21

4.

BESCHERMING VAN GEZONDHEID EN MILIEU

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met de bescherming van gezondheid en milieu. Bij een activiteit moet rekening worden gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: • het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?) • het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet, bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem.

4.1

Geluid

Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 Bruidsschat waar waarden gelden). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: • Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); • Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); • Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Het rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels. Deze instructieregels van het Bkl voor geluid zijn gericht op aangewezen geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl). In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Toetsing De instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) hebben uitsluitend betrekking op geluidgevoelige gebouwen. Geluidgevoelige gebouwen zijn gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie of kinderopvang met bedgebied (Bkl artikel 3.21).

Een Boomhutsuite kan niet worden ingedeeld in een van (valt niet onder) deze functies, zodoende kan geconcludeerd worden dat een boomhutsuite geen geluidgevoelig gebouw betreft. Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

22

4.2

Bodemkwaliteit

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door: • Het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen en aantastingen; • Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • Het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art.

5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: • Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); • Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); • Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) • Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5). Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Bij een bouwactiviteit is voorafgaand onderzoek verplicht. Onderzoek Voor de planlocatie is een vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek verricht(externe bijlage: Aeres Milieu, Verkennend bodemonderzoek Klein Zwitserland 8 te Gilze, projectnr. AM22305, 11 augustus 2022).

Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit het bodemonderzoek komen de volgende conclusies en aanbevelingen: Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de bovengrond als in de ondergrond geen gehalten zijn gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met enkele zware metalen en xylenen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.

Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Handelingskader PFAS van toepassing.

23

Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater Conclusie Vanuit het aspect bodemkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.

4.3

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). • Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Onderzoek Luchtkwaliteit ter plaatse De luchtkwaliteit ter plaatse van de planlocatie dient getoetst te worden aan de grenswaarde voor stikstofdioxide en fijnstof.

De waardes zijn bepaald aan de hand van de Atlas leefomgeving (gegevens 2023). Stof

Toetsing

Grenswaarde 40 μg/m3

WHO advieswaarde 40 μg/m3

Waarde planlocatie 10-15 μg/m3

Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)

Jaargemiddelde Jaargemiddelde Jaargemiddelde

20 μg/m3 10 μg/m3

20 μg/m3 10 μg/m3

16-17 μg/m 10-12 μg/m3

De huidige concentraties vallen onder de grenswaardes. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de GGD hanteren voor PM10 en voor PM 2.5 lagere waarden, namelijk 20 μg/m3 en 10 μg/m3. De fijnstofwaardes van zowel PM2,5 als PM10 liggen onder de grens van de advieswaarde van de WHO. NIBM Het planvoornemen betreft een bouwactiviteit van het resort hotel Van der Valk Gilze centrum waarbij circa 300 m2 extra bebouwing wordt gerealiseerd. Om het effect van het extra verkeer op de luchtkwaliteit te bepalen, is een worstcase berekening uitgevoerd. Bij de berekening is uitgegaan van het aantal extra motorvoertuigen per etmaal op basis van de berekende verkeersgeneratie in paragraaf 3.1. De berekende extra voertuigbewegingen bedraagt in het worst case scenario 10,43 mvt/etmaal.

24

De realisatie draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.

4.4

Geur

In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 van Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Rekening houden met geur werkt twee kanten op: • Bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; • Bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven. Er moet dus overwogen worden wat de beste locatie is voor een geurveroorzakende activiteit. Of de beste locatie voor een geurgevoelig gebouw. De geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat beoordeeld moet worden of waarden, afstanden en gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente heeft beleidsvrijheid om te bepalen welke mate van geurhinder aanvaardbaar is. Voor een aantal activiteiten moet de gemeente geurregels opnemen in het omgevingsplan. Hiervoor staan instructieregels in het Bkl. Dit geldt voor rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s), het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten. Zolang het tijdelijk omgevingsplan geldt, zijn voor ‘geur’ de regels uit de Bruidsschat (BS) van toepassing.

De bruidsschat bevat regels over: • Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); • Geur door het houden van fokteven en nertsen (par. 22.3.6.3 BS); • Geur door andere agrarische activiteiten, zoals opslaan van mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); • Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS). Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In afdeling 8.5 ‘Omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten’ van het Bkl staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur (par. 8.5.1).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15690714/1