Bijlage bij technische vragen - Rapport Woonzorganalyse Hart van Brabant 09-03-2022
Tekst van het document
Eindrapport Woonzorganalyse Hart van Brabant Regionale rapportage – versie 09-03-2022
Eindrapport
Woonzorganalyse Hart van Brabant Regionale rapportage
Opdrachtgevers Regio Hart van Brabant, met bijdragen van Provincie Brabant Contactpersoon Emmy van den Heuvel
Datum 09-03-2022
Auteurs Johan van Iersel, In.Fact.Research Marlies van der Vlugt, In.Fact.Research Lennart Homan, bureau HHM Lieset Jenneboer, bureau HHM
Inhoudsopgave
Samenvatting .............................................................................................................................. 1 1
Inleiding ............................................................................................................................. 11
2
De inwoners van Hart van Brabant ............................................................................... 14
3
4
5
6
7
2.1
Sociaal economische samenstelling ....................................................................... 14
2.2
Omvang en samenstelling van de zorggroepen .................................................. 19
2.3
Samenvattend ........................................................................................................... 24
Behoeften op het vlak van wonen, zorg en welzijn ..................................................... 26 3.1
Beperkingen en ondersteuningsbehoefte .............................................................. 26
3.2
Behoefte aan wonen met zorg ................................................................................ 28
Woonvormen met zorg.................................................................................................... 31 4.1
Intramuraal aanbod ................................................................................................. 31
4.2
Extramurale woonvormen ...................................................................................... 32
4.1
Tijdelijke woonvormen ............................................................................................ 32
Regulier wonen ................................................................................................................. 34 5.1
Samenstelling corporatiebezit ................................................................................ 34
5.2
Geschiktheid van de woningvoorraad .................................................................. 37
5.3
Woonsituatie van ouderen ...................................................................................... 40
5.4
Woonwensen van ouderen ..................................................................................... 41
5.5
Toekomstige woonsituatie van ouderen ............................................................... 43
Voorzieningen en omgevingskenmerken ..................................................................... 45 6.1
Het netwerk van zorg en ondersteuning .............................................................. 45
6.2
Algemene voorzieningen ........................................................................................ 46
6.3
Omgevingskenmerken ............................................................................................ 47
Kwalitatieve opgaven ...................................................................................................... 52 7.1
Zelfstandig wonen voor ouderen........................................................................... 52
7.2
Zelfstandig wonen voor andere doelgroepen ...................................................... 53
7.3
Doorstroming ............................................................................................................ 53
7.4
Innovatie en vernieuwing van wonen én zorg .................................................... 54
7.5
Samenwerking .......................................................................................................... 55
7.6
Overige opgaven/aandachtspunten....................................................................... 55
7.7
Perspectief van de woningcorporaties .................................................................. 55
Bijlage 1 Definities voorzieningen ......................................................................................... 57 Bijlage 2 Procesomschrijving, inclusief uitvraag.................................................................. 60 Bijlage 3 Geïnventariseerde voorzieningen .......................................................................... 62 Bijlage 4 Samenvatting reflectiesessie (18 januari 2022) ..................................................... 71
Samenvatting De regio Hart van Brabant De situatie in Hart van Brabant is op het terrein van wonen met zorg op hoofdlijnen vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Het industriële verleden en de studentenpopulatie zorgen ervoor dat (vooral in Tilburg) de arbeidersklasse wat oververtegenwoordigd is en de gemiddelde inkomens wat lager liggen dan landelijk. Over het algemeen geldt echter dat de landelijke trends en nieuwsberichten ook op de regio Hart van Brabant van toepassing zijn. De vergrijzing is ingezet en zal de komende periode versterkt doorzetten, met alle consequenties van dien. De woningmarkt is krap en vooral de kwetsbaren hebben daardoor moeite om passende woonruimte te vinden. De zorg- en ondersteuningsbehoefte neemt toe, maar het wordt door bezuinigingen en de krapte op de arbeidsmarkt steeds lastiger om de juiste ondersteuning te bieden. Kortom, de uitdagingen zijn groot. Hetzelfde geldt voor de wil en het enthousiasme om deze uitdagingen in samenwerking aan te gaan. Achter de landelijke gemiddelden gaat een grote variatie schuil. Dit geldt ook voor het regionaal gemiddelde in Hart van Brabant. De verschillen tussen de regiogemeenten zijn groot, zowel waar het gaat om het aantal inwoners in een kwetsbare posi tie als om het aanwezige aanbod. Elke gemeente kent eigen uitdagingen, maar ook het belang van het regionale perspectief is evident.
Omvang zorggroepen Bij de uitgevoerde inventarisatie van de verschillende zorggroepen is een onderscheid gemaakt tussen de groep met een indicatie Wlz (Wet langdurige zorg) en de groep die zelfstandig/extramuraal woont. Binnen de groep met een Wlz-indicatie is de groep ouderen het grootst. In totaal hebben 5.090 inwoners in de regio een indicatie voor verpleging en verzorging. Deze groep woont momenteel veelal in een verpleeghuis. Het aantal afgegeven Wlz-indicaties per 1-1-2021 in de regio Hart van Brabant en het aandeel ten opzichte van het totaal aantal inwoners in de regio, Noord-Brabant en Nederland
Hart van Brabant- Hart van Brabantplus, aantal plus, aandeel Verpleging en verzorging (VV) 5.090 1,06% Verstandelijk gehandicapt (VG) 4.225 0,88% Licht verstandelijk gehandicapt (LVG) 30 0,01% Zintuiglijk auditief (ZGAUD) 30 0,01% Zintuiglijk visueel (ZGVIS) 25 0,01% Lichamelijk gehandicapt (LG) 500 0,10% Geestelijke gezondheidszorg (GGZ-B) 50 0,01% GGZ-Wonen 325 0,07% Bron: Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)
1
Noord- Nederland Brabant 1,03% 0,98% 0,69% 0,66% 0,01% 0,01% 0,01% 0,01% 0,01% 0,01% 0,09% 0,09% 0,03% 0,02% 0,05% 0,06%
De tweede omvangrijke groep is de groep met een indicatie voor verstandelijk gehandicapt (VG). In Hart van Brabant zijn er in totaal 4.225 inwoners met een dergelijke indicatie. Het gaat hier naar landelijke begrippen om een hoog aantal, hetgeen verklaard kan worden door de aanwezigheid van Amarant, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking, autisme of hersenletsel . Deze instelling vervult een bovenregionale functie. Voor de overige doelgroepen (zoals mensen met een indicatie voor licht verstandelijk gehandicapt, een zintuiglijke aandoening, lichamelijke handicap of geestelijke gezondheidszorg) geldt dat de aantallen veel kleiner zijn. De groep met een lichamelijke handicap is met 500 inwoners het grootst. Voor deze doelgroepen geldt dat de special istische zorg niet in elke gemeente geleverd kan worden. In gemeenten waar geen specialistische instelling aanwezig is, zien we deze groepen dan ook niet terug. Het aantal mensen dat met uiteenlopende aandoeningen zelfstandig woont, is vele malen groter dan de groep die intramuraal woont. De omvangrijkste groep is de groep met LVB-problematiek (licht verstandelijk beperkt; de groep inwoners met een IQ tussen de 50 en 85). Het gaat hier in totaal om bijna 60.000 inwoners. Belangrijk is te vermelden dat deze groep lang niet altijd zorg of ondersteuning nodig heeft. Wel is men relatief kwetsbaar.
De tweede omvangrijke groep zijn de inwoners met somatische problemen (ruim 30.000), gevolgd door de groep met angst- en stemmingsproblematiek (bijna 18.000 inwoners). In bijgaande figuur staat de omvang van de onderscheiden groepen weergegeven. Het aandeel inwoners van 19 jaar of ouder dat zelfstandig woont met een bepaalde aandoening in de regio Hart van Brabant, Noord-Brabant en Nederland, 2020
0% 2% 4% 6% 8% 10% 12% 14% 16% 18% niet-aangeboren hersenletsel (2610) psychiatrische problematiek (4060) angst- en stemmingsproblematiek (17690) zintuiglijke aandoeningen (1690) somatische problematiek (32350) matig of ernstig verstandelijk beperkt (2050) licht verstandelijk beperkt/laaggeletterden (58730) dementie (extramuraal) (5470) 0% 2% 4% 6% 8% 10% 12% 14% 16% 18% Noord-Brabant
Nederland
Hart van Brabant-plus
Bron: WoonZorgwijzer 3.0
2
De verschillen in de omvang en samenstelling van zorggroepen tussen de regiogemeenten zijn groot. Daarbij speelt het aanbod in de gemeenten een belangrijke rol. Ook voor zorggroepen die zelfstandig wonen is de nabijheid van een instelling/zorgpost va ak van groot belang. Daarnaast spelen bijvoorbeeld ook de verschillen in de sociaaleconomische opbouw van de bevolking een belangrijke rol. Ondersteuningsbehoefte Aandoeningen kunnen zorgen voor beperkingen in het alledaagse leven en in sommige gevallen ook voor een specifieke woningbehoefte. In Hart van Brabant zijn er met name veel inwoners die beperkt zijn bij het vinden van een zinvolle dag invulling (zie onderstaande figuur). Dat betekent dat bijvoorbeeld het verenigingsleven van groot belang is. Het aandeel inwoners van 19 jaar of ouder dat zelfstandig woont en naar verwachting beperkt is op een bepaald levensdomein in de regio Hart van Brabant, Noord-Brabant en Nederland, 2020
Bron: WoonZorgwijzer 3.0
Ook komen stemmingen en angsten (deels voortk omend uit eenzaamheid) in de regio vaak voor. Ten slotte heeft een groot deel problemen met het onderhouden en aangaan van sociale contacten, het huishouden doen, cognitief functioneren en het voeren van de administratie en financiën. Dit laatste hangt dee ls samen met het hoge aandeel dat
3
kampt met LVB-problematiek en betekent bijvoorbeeld dat lokale stakeholders veel aandacht moeten besteden aan de communicatie rondom en eenvoud van lokale regelingen. Voor de op te stellen woonzorgvisies is vooral het bes ef van belang dat een ‘passende woonruimte’ belangrijk is, maar dat het complete arrangement moet kloppen. Dat arrangement wordt ook bepaald door zaken als de locatie, de aanwezige voorzieningen, de geboden ondersteuning etc. Woonzorgarrangementen Veel zorggroepen kunnen in verschillende woningen/woonvormen prima wonen, zolang aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Alleen bij de groep met de zwaarste aandoeningen geldt dat er vaak maar één oplossing is: verblijf in een instelling. Voor de meeste doelgroepen – ouderen uitgezonderd – geldt dat de behoefte aan intramurale woonvormen naar de toekomst tamelijk constant is. De behoefte neemt vaak wel toe, maar niet harder dan de bevolking in totaliteit. Wel liggen er kwalitatieve opgaven en worden er in verschillen de segmenten op dit moment tekorten ervaren. Het is echter lastig vast te stellen in welke mate het hier gaat om feitelijke tekorten of gebrek aan doorstroommogelijkheden. Door de krapte op de woningmarkt stokt de uitstroom uit instellingen, waardoor nieuw e groepen niet tijdig kunnen worden opgevangen.
Daarnaast geldt dat de uitbreidingsopgaven weliswaar beperkt zijn, maar dat er wel kwalitatieve slagen te maken zijn. Het bestaande aanbod past niet altijd bij de huidige kwaliteitseisen (en woonwensen) en sl uit niet altijd aan bij het streven deze groepen zo veel mogelijk deel uit te laten maken van de reguliere maatschappij. Er worden ook bij deze groepen tekorten ervaren aan tussenvormen/ geclusterde woonvormen. De groep ouderen met een intensieve zorgbehoefte neemt de komende jaren wel sterk in omvang toe. In 2021 gaat het om 5.100 ouderen, in 2040 zijn dit er naar schatting 9.600. Nu woont deze groep nog voornamelijk in een verpleeghuis, maar het is de verwachting dat de verpleeghuiscapaciteit niet met gelijke tred zal worden uitgebreid. Dat maakt dat deze groep in de toekomst vaker in een reguliere woning zal moeten (blijven) wonen. Ook op dit moment is er al een groep ouderen die dit doet, waarbij men de zorg en ondersteuning zelf regelt via een modulair of volledig pakket thuis (MPT / VPT) of via een persoonsgebonden budget (PGB). In de toekomst zal deze situatie vermoedelijk vaker voorkomen. Een deel van de ouderen zal hierbij in de huidige vertrouwde woning kunnen blijven wonen. Een ander deel zal een (noodzakelijke) behoefte hebben aan een ‘geclusterde woonvorm’. Geclusterde woonvormen kennen verschillende vormen/gedaanten en naamgevingen.
In de kern gaat het erom dat door de clustering een gevoel van geborgenheid/veiligheid ontstaat én dat er draagvlak ontstaat voor gedeelde voorzieningen. De behoefte aan geclusterde woonvormen zal sterk gaan toenemen. Hoe groot deze toename exact zal zijn, is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de verpleeghuiscapaciteit. Hoeveel er nieuw moeten worden toegevoegd, is mede afhankelijk van de mogelijkheden in de bestaande woningvoorraad. Bij de realisatie van nieuwe geclusterde woonvormen speelt de locatie een belangrijke rol. 4
Regulier wonen De meeste zorggroepen kunnen en willen zelfstandig wonen. Daarbij geldt dat v eel groepen mede door hun aandoeningen een relatief laag inkomen hebben. Dat maakt dat ze aangewezen zijn op de sociale huurwoningvoorraad. De druk op de sociale huursector is momenteel erg groot. Voor doorstromers is het daardoor lastig om een volgende stap te maken in de wooncarrière. Voor groepen die nog geen woning hebben, zoals starters, statushouders én de groepen die uit kunnen en willen stromen uit zorginstellingen is de situatie nog nijpender. Dit geldt voor elk van de regiogemeenten. Uiteraard ge ldt daarbij wel dat in gemeenten met een kleine sociale huurwoningvoorraad er nóg minder aanbod beschikbaar komt. Er zijn wat dit betreft grote verschillen tussen de gemeenten: in Tilburg is 32% van de woningen in het bezit van een woningcorporatie; in Baarle-Nassau ligt dit aandeel op slechts 11%. Alle partijen in de regio geven aan dat de beperkte beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen een probleem vormt. Het is dus van belang dat nieuw aanbod wordt toegevoegd en dat er meer doorstroming (ook naar de koopsector) wordt gecreëerd. Voor de groep met mobiliteitsproblemen binnenshuis – met name ouderen – is het van belang dat de woning toe- en doorgankelijk is (zodat men geen trappen hoeft te belopen).
Deze groep is minder groot dan vaak verondersteld, in totaal wonen er in Hart van Brabant nog geen 13.000 inwoners met mobiliteitsproblemen binnenshuis. Daar tegenover staan ruim 38.000 geschikte/gelijkvloerse woningen en bijna 150.000 woningen die met wat aanpassingen (bijvoorbeeld het plaatsen van een trapl ift) toe- en doorgankelijk te maken zijn. De bestaande voorraad biedt daarmee in fysieke zin veel mogelijkheden voor ouderen om ook met beperkingen zelfstandig te blijven wonen. Er ontbreekt voor veel ouderen een noodzaak om te verhuizen en dat is een van de redenen waarom ouderen honkvast zijn. Andere redenen zijn de gehechtheid aan de huidige woning, de buurt(genoten), de woonkern/buurt etc. Wil men ouderen verleiden tot een verhuizing (bijvoorbeeld om woningen voor startende gezinnen vrij te maken), dan is gebiedsgericht maatwerk vereist. Gebiedsgericht maatwerk Op dit moment wonen ouderen nog vrij geconcentreerd in bepaalde complexen, straten of buurten. In de toekomst verandert dit, de huidige inwoners worden ouder en hierdoor wonen ouderen meer verspreid over de hele regio. Dit betekent dat ook de zorgen ondersteuningsbehoefte én de behoefte aan specifieke woonvormen meer verspreid zal ontstaan. De meeste ouderen willen blijven wonen in de huidige woning en als men wil verhuizen, dan het liefst naar een woning in de nabije omgeving.
De mogelijkheden om zelfstandig te kunnen blijven wonen, verschillen van gebied tot gebied. Dat geldt voor ou-
5
deren, maar ook voor de andere kwetsbare groepen. Om deze reden zijn in dit onderzoek ook verschillende omgevingskenmerken opgenomen die van belang zijn bij de gebiedsgerichte uitwerking van beleid. Het gaat hier onder meer om zaken als: • Waar zijn de voor de diverse zorggroepen belangrijke voorzieningen gelegen? Hoe staat het met de bereikbaarheid? • Hoeveel kwetsbare inwoners wonen er op dit moment? Te grote concentraties moeten immers voorkomen worden. • Hoe ziet het zorgnetwerk eruit? Welke instellingen zijn in de verschillende gebieden aanwezig? • In welke mate zijn de woningen in een gebied geschikt om met mobiliteitsbe perkingen in te wonen? • Waar staan de (goedkope) corporatiewoningen? Welke corporatie is waar actief? Dit soort omgevingskenmerken verschillen sterk van gebied tot gebied, ook binnen gemeenten. Vandaar dat met dit rapport een GIS-applicatie (hvb.wzwkaart.nl) is opgeleverd waarin dit soort omgevingskenmerken op een zo laag mogelijk schaalniveau worden getoond. Daarmee wordt concrete houvast geboden bij de gebiedsgerichte uitwerking van de opgaven. Dat is van groot belang, want wat in de ene situatie de ideale oplossing is, kan in de andere situatie totaal niet werken. De krappe arbeidsmarkt Bij het realiseren van nieuwe (woon)voorzieningen staat men voor de keuze om deze op centrale locaties te realiseren of meer gespreid.
Dat laatste sluit in veel gevallen b eter aan op de wensen (zeker bij ouderen), maar het kan voor logistieke problemen zorgen. Een zorgverlener kan op een dag meer mensen helpen als deze dicht bij elkaar wonen. De keuzen die op dit terrein worden gemaakt hebben dan ook een directe link met de (problemen op de) arbeidsmarkt. Nu al is het voor veel instellingen zeer lastig om vacatures te vullen. Het is de verwachting dat dit probleem in de toekomst alleen nog maar verder zal gaan toenemen. Dit vraagt om een regionale aanpak, als gemeente alleen los je dit niet op. Er gebeurt op dit terrein overigens al veel (ook vanuit Transvorm, de regionale werkgeversorganisatie voor zorg en welzijn), maar het thema moet nadrukkelijk op de regionale agenda blijven staan. Ook (nieuwe) mogelijkheden van innovatie en domotica moeten optimaal worden benut. Daarmee kan men in de toekomst mogelijk met minder mensen meer mensen ondersteunen. Bij het gebruik van domotica gelden wel enkele kanttekeningen. Ten eerste geldt dat deze nooit het noodzakelijke menselijke con tact kunnen vervangen. Ten tweede geldt dat voor wat betreft technische toepassingen niet te veel mag worden geleund op de zelfredzaamheid van ouderen en andere kwetsbare groepen. Lang niet iedereen weet zijn weg te vinden in de digitale wereld.
6
De menselijke maat Het streven naar zo lang en zo veel mogelijk zelfstandig wonen wordt nog altijd breed gedeeld, waarbij mensen zoveel mogelijk regie over hun eigen leven blijven houden. Wel maken velen de kanttekening dat daarbij soms wordt uitgegaan van een te ho ge zelf- en samenredzaamheid. Er wordt bijvoorbeeld van uitgegaan dat elke zorgbehoevende zelf het juiste loket weet te vinden en daar ook aan de bel trekt. De praktijk blijkt echter weerbarstig. De toegankelijkheid van zorg en ondersteuning verdient aanda cht en er moet meer outreachend worden gewerkt. Voor dit outreachend en preventieve beleid is het van groot belang te weten waar mensen met bepaalde aandoeningen wonen, onafhankelijk van de vraag of men zorg ontvangt. De WoonZorgwijzer (www.woonzorgwijzer.info) is een instrument dat juist dit inzichtelijk maakt. De provincie Noord-Brabant heeft onlangs besloten dit instrument provinciaal beschikbaar te stellen. Daardoor kunnen binnenkort de verschillende zorggroepen in de GIS-applicatie op kaarten worden getoond. Ten behoeve van dit onderzoeksrapport zijn door Stichting In.Fact al wel de aantallen op gemeentelijk niveau ter beschikking gesteld. Het informele netwerk rondom de zorgbehoevenden is ook van groot bel ang. Vaak ontvangen kwetsbare inwoners steun van familie en buurtgenoten.
De mogelijkheden om te leunen op informele netwerken nemen door demografische ontwikkelingen echter af. Als men hier op wil blijven leunen, vergt dat vermoedelijk specifieke onderste uning, ook van de mantelzorgers. Noodzaak en wens tot samenwerking Volgens veel stakeholders is er ook nog winst te behalen in een betere samenwerking. Deze samenwerking/afstemming wordt ook noodzakelijk geacht, om de verschillende groepen (soms met complexe meervoudige problematiek) goed te kunnen ondersteunen. Vrijwel alle instellingen geven aan dat de onderlinge samenwerking en die met gemeenten en corporaties de afgelopen jaren is verbeterd. Maar men geeft tegelijkertijd aan dat er nog een flinke weg te gaan is. De beleidsmatige afstemming moet breder zijn dan alleen het thema wonen met zorg. Het bredere woonbeleid, maar bijvoorbeeld ook het beleid inzake vervoer en infrastructuur en de economie en arbeidsmarkt heeft directe invloed op de voorliggende op gaven. Niet iedereen heeft het gevoel dat dit bij beleidsmakers goed genoeg tussen de oren zit. Het is dus zaak om de integraliteit van de problematiek continue te blijven benadrukken. Beschermd Wonen, Maatschappelijk Opvang en Jeugdzorg Bovengenoemde doelgroepen krijgen in dit onderzoeksrapport maar beperkt aandacht.
Dit niet omdat ze minder belangrijk zouden zijn, maar omdat er vorig jaar een specifiek onderzoek naar deze groepen is verricht (zie daarvoor de rapportage ‘Uitstroommonitor Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Jeugdzorg’). Uiteraard is het straks bij de beleidsvorming van belang om beide studies bij elkaar te brengen. Er liggen immers
7
kansen voor intersectorale samenwerking. Overigens komen de conclusies voor een belangrijk deel overeen. Ook bij deze groepen zijn er kwalitatieve opgaven bij het intramurale verblijf, maar grotere problemen spelen bij de doorstroommogelijkheden naar regulier wonen en de daarbij (soms) benodigde tussenvormen. Belangrijkste bevindingen In het kader van dit onderzoek is een veelheid aan informatie verzameld, dat voor vele doeleinden kan worden benut. Onderstaande lijst is derhalve niet limitatief: • Er wonen de regio veel kwetsbare inwoners, die vaak nog onder de radar blijven, maar waarbij het risico op problemen wel groot is. Voorkomen is beter dan genezen, dus het is zaak om in te zetten op preventief en outreachend beleid en veel oog te hebben voor de toegankelijkheid. • Er is een flinke vergrijzing in aantocht, waardoor ook het aantal ouderen met een intensieve zorgbehoefte sterk toeneemt. Deze kan/zal niet worden opgevangen in verpleeghuizen, er ontstaat daardoor een forse behoefte aan intensieve zorg in de vertrouwde woonsituatie en aan extra geclusterde woonvormen voor ouderen. • Er wordt – deels gedwongen door bezuinigen en de krappe arbeidsmarkt – een groot beroep gedaan op de zelf- en samenredzaamheid van inwoners. Tegelijkertijd geldt dat het aanbod aan tijdelijk verblijf en logeer- en respijtvoorzieningen maar zeer beperkt is.
Dat is een belangrijk aandachtspunt voor het beleid. • Het intramurale aanbod lijkt qua aantallen op dit moment redelijk op orde, maar er zijn nog maar weinig extramurale vormen van wonen met zorg (geclusterde woonvormen/ tussenvormen). Juist daar zijn er tekorten en deze kunnen in de t oekomst verder toenemen. Dit geldt voor alle doelgroepen. • Er zijn in de regio veel betrokken organisaties/stakeholders. De onderlinge samenwerking kan nog beter. Een betere samenwerking vergroot de kwaliteit van zorg voor de inwoners, maar kan wellicht ook leiden tot een grotere efficiëntie waardoor met een gelijk aantal handen meer ondersteuning kan worden geboden. • Voor kleinere zorggroepen kan specialistische zorg nodig zijn, die niet in elke gemeente beschikbaar is. Zeker bij deze groepen is regionale sa menwerking van belang, zodat de inwoners van alle gemeenten op een goede wijze geholpen/ondersteund kunnen worden. • Het streven is erop gericht om mensen zo veel mogelijk zelfstandig in de vertrouwde woonsituatie te kunnen laten wonen. De condities voor zel fstandig wonen verschillen sterk, van kern tot kern en van buurt tot buurt. Het is van belang oog te hebben voor deze verschillen en de inwoners te betrekken bij het beantwoorden van de vraag wat voor hen de beste oplossing is. • Naast passende woonvormen is ook een passend voorzieningenaanbod in wijken en buurten belangrijk.
Veel van de voorzieningen voor ontmoeting, dagactiviteiten en welzijn richten zich op een brede doelgroep of op ouderen in het bijzonder. Een passend voorzieningenaanbod voor andere kwetsbare groepen inwoners, waaronder 8
mensen met een verstandelijke beperking of een psychische kwetsbaarheid is op dit moment niet in alle gemeenten beschikbaar. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor beleid. Regionale opgaven Wonen en zorg is een thema dat in elk van de gemeenten in Hart van Brabant hoog op de agenda staat. Deze studie maakt duidelijk dat het bij de beleidsvorming van groot belang is dat gekomen wordt tot een concrete aanpak op een laag geografisch schaalniveau. Daarnaast is ook het hogere schaalniveau van de regio van groot belang. Op het terrein van de jeugdzorg en de uitstroom uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn al regionale afspraken gemaakt. Daarbij wordt ingezet op een betere matching en meer spreiding over de regio. In aanvulling daarop kan op basis van deze studie gedacht worden aan de volgende punten: 1. Het ontwikkelen van een regionaal afwegingskader voor woonzorginitiatieven en bijbehorende procesafspraken. Zeker bij woonzorginitiatieven die een regionale (bovengemeentelijke) betekenis hebben, moet regionaal worden afgestemd om ongewenste concurrentie te voorkomen. Ook kan een regionaal afwegingskader shopgedrag van ‘aanbieders’ bij verschillende gemeenten tegengaan. 2. Een regionaal afwegingskader kan ook helpen de we derzijdse afhankelijkheid tussen gemeenten bij het opvangen van de verschillende doelgroepen inzichtelijk te maken.
Als deze wederzijdse afhankelijkheid duidelijk wordt, kan ook het gesprek worden gevoerd over de financiële consequenties daarvan. 3. Gezamenlijk afspraken maken met de zorgkantoren over de realisatie van voldoende verpleeghuisplekken in de regio en/of verpleeghuis-vervangende zorg door middel van de inzet van VPT/MPT constructies. Zeker bij de woonvormen/woningen waarin met de VPT/MPT constructies zorg wordt verleend, verdient de afstemming met de voorliggende zorg vanuit de Wmo en Zvw aandacht. 4. Naast de zorgkantoren werken ook veel instellingen en corporaties regionaal. Voor hen én voor de inwoners is het wenselijk om zo veel mogelijk uniformit eit in regelgeving na te streven. 5. Vooral voor in aantal kleinere zorggroepen (zoals mensen met een zintuiglijke handicap, niet aangeboren hersenletsel of met een lichamelijke handicap) geldt dat het niet mogelijk is om in elke gemeente afzonderlijk voldoende expertise op te bouwen en/of specifieke woonvormen te realiseren. De instellingen die zich specifiek op dit soort groepen richten zijn al regionaal georganiseerd en ook de gemeenten zouden hierin samen op moeten trekken. 6. De arbeidsmarkt vraagt per definitie om een regionale aanpak. Er gebeurt op dit vlak al veel in de regio, ook vanuit Transvorm (de regionale werkgeverorganisatie voor zorg en welzijn), maar geborgd moet worden dat het thema op de agenda blijft staan . 7.
Ook het thema vervoer en bereikbaarheid heeft een sterke regionale component. Gestreefd kan worden naar een regionale aanpak en oplossingen voor de bereikbaarheid in ruraal gebied/van kleine kernen. 9
8. Kennisontwikkeling en monitoring is een ander belangrijk thema om regionaal aan te pakken. Dit onderzoek en de bijbehorende gemeentelijke factsheets en GIS -applicatie zijn een goed voorbeeld hoe in regionale samenwerking met beperkte middelen veel resultaat kan worden geboekt. De GIS-applicatie uitwerken tot een structurele monitor, is te overwegen. Daarnaast is het simpelweg zaak om elkaar op de hoogte te houden van geboekte successen en ervaringen met nieuwe woonvormen en domotica. Het zou jammer zijn als het wiel meerdere malen opnieuw wordt uitgevonden.
10
1
Inleiding
Aanleiding Wonen en zorg is een thema dat in elk van de gemeenten in Hart van Brabant hoog op de agenda staat. Bij de beleidsvorming heeft elke gemeente baat bij een gedegen onderzoeksmatige onderlegger. Besloten is om bij het opstellen van deze onderlegger gezamenlijk op te trekken. Dat is efficiënter dan ieder voor zich. Daarnaast komt via een gezamenlijke analyse de regionale dimensie van de opgaven beter naar voren en wordt gezorgd voor een eenduidig begrippenkader. Dit laatste is in de eerste plaats handig voor de regionaal opererende instellingen en corporaties en in de tweede plaats wordt de samenwerking op regionaal niveau vereenvoudigd. Men praat immers over hetzelfde. De regio Hart van Brabant is het samenwerkingsverband van de negen gemeenten in Midden-Brabant en de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau. Deze laatste twee gemeenten zijn begin 2022 bij het samenwerkingsverband aangesloten. 1 In een aantal figuren die eind 2021 zijn opgesteld wordt nog gesproken over Hart van Brabant -plus (de oude regio plus de twee nieuwe gemeenten). Doelstelling, methoden en bronnen De centrale doelstelling van deze woonzorganalyse is het in beeld brengen van de (toekomstige) behoefte aan wonen, zorg en welzijn van diverse doelgroepen in de regio en de afzonderlijke gemeenten, net als het beschikbare (en geplande) aanbod.
Dat betekent ten eerste dat zo veel mogelijk relevante informatie geïnventariseerd moest worden en ten tweede dat de vergaarde informatie op een heldere wijze moest worden gepresenteerd en geanalyseerd. Voor wat betreft de inventarisatie geldt dat geput is uit de volgende bronnen: • Er is gebruik gemaakt van cijfers van CBS statline, CBS microdata en de databank van het CIZ. • Er is aangesloten op de provinciale bevolkingsprognose van de provincie Noord-Brabant en (waar mogelijk en relevant) aangesloten bij het begrippenkader van de provincie. • De demografische ontwikkeling van de bevolking op gebiedsniveau is in beeld gebracht met het micro-prognosemodel van In.Fact.Research. • De sociaal economische samenstelling van de bevolking is in beeld gebracht a an de hand van de indeling van sociaal economische klassen van het SCP. De methode staat in het document ‘sociaal-economische gebiedstypering’ toegelicht.
1
Op het vlak van het woonbeleid werken de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau (nog) samen met de regio Breda. 11
• Het aantal ouderen met beperkingen die leiden tot een al dan niet intensieve zorgbehoefte, is geraamd op basis van het ‘ramingsmodel wonen met zorg’ van In.Fact.Research. • Met de WoonZorgwijzer (www.woonzorgwijzer.info) is inzicht geboden in de mate waarin inwoners te maken hebben met beperkingen en aandoeningen. • Voor wat betreft de actuele en toekomstige woonsituatie van ouderen op de woningmarkt is gebruik gemaakt van het ‘LokaalCombinatiemodel’ van In.Fact.Research. • De (on)geschiktheid van de woningvoorraad is in beeld gebracht met het ramingsmodel van In.Fact.Research, op basis van de BAG. De methode staat toege licht in het document ‘Geschiktheid woningvoorraad’. • De leefbaarheid van wijken en buurten is in beeld gebracht op basis van de Leefbaarometer. Voor het inzicht in de omvang van kwetsbare groepen is geput uit de studie ‘Veerkracht in het corporatiebezit’. • Tenslotte is het aanbod aan woonvormen met zorg vergaard via een uitvraag bij diverse stakeholders. Deze lokale uitvraag heeft een breder doel gehad dan alleen het cijfermatig in beeld brengen van het aanbod. Hij zorgt er ook voor dat contacten worden gelegd en dat men van elkaar weet wie er in bepaalde wijken actief is. Daarnaast zijn aan alle stakeholders meer kwalitatieve vragen gesteld over de kansen en opgaven die zij zien en de rol die zij kunnen vervullen bij een mogelijke oplossing.
Met bovenstaande aanpak is niet alles in beeld gekregen. Gedurende de lokale visiet rajecten kunnen nadere verdiepingsvragen naar voren komen. Wel ligt er door deze aanpak een stevig pakket aan informatie om de visies te onderbouwen en het proces daar naartoe te faciliteren. Eindproducten Om de visietrajecten optimaal te faciliteren, is d e vergaarde informatie gepresenteerd in drie eindproducten: 1. De voorliggende regionale rapportage bevat een integrale analyse op regionaal niveau. Er wordt een beeld geschetst van de belangrijkste opgaven die er liggen en de onzekerheden die daarbij gelden. Er wordt ingegaan op de verschillen die er zijn binnen de regio en waar regionale samenwerking voor de hand ligt. 2. Daarnaast zijn er per gemeente factsheets opgesteld waarin de belangrijkste uitkomsten zijn weergegeven, voorzien van een beknopte analyse en een opsomming van de belangrijkste opgaven. De elf factsheets zijn separaat bij deze regionale rapportage opgeleverd. 3. Naast de rapportage en de factsheets is er een GIS-applicatie beschikbaar met een flink aantal relevante kaarten op een laag geografisc h schaalniveau. Deze applicatie kan door de gemeenten en de stakeholders worden benut bij de nadere uitwerking van het (gebiedsgerichte) beleid. De applicatie is te raadplegen via de website hvb.wzwkaart.nl. In deze regionale rapportage zijn enkele uitsneden uit de applicatie 12
opgenomen. De applicatie is in samenspraak met In.Fact.Research ontwikkeld door bureau Object Vision. Naast deze drie eindproducten is een PowerPointpresentatie opgesteld. Deze is benut om de bestuurders te informeren over de uitkomsten, maar kan uiteraard voor meerdere doeleinden worden gebruikt. Leeswijzer De snelle lezer wordt doorverwezen naar de samenvatting aan het begin van dit rapport. Het gaat hier niet om een klassieke samenvatting, in die zin dat er ook passages in zijn opgenomen die niet direct te herleiden zijn tot de inhoudelijke hoofdstukken in dit rapport. In deze hoofdstukken zijn vooral alle achterliggende feiten en cijfers weergegeven. Deze cijfers hebben ook als input gediend voor een proces met stakeholders, dat nader staat uitgeschreven in bijlage 2. Ook de relevante noties uit dit proces zijn in de samenvatting verwerkt. Het vervolg van deze rapportage kent de volgende opzet: • In hoofdstuk 2 wordt aangegeven hoe de bevolking is samengesteld, naar leeftijd en sociaal economische klassen. Ook wordt de omvang van zorggroepen besproken. • In hoofdstuk 3 worden de behoeften van de inwoners op het vlak van wonen, zorg en welzijn belicht. • In hoofdstuk 4 wordt op basis van de uitvraag aan stakeholders de aanbodzijde belicht en wordt ingegaan op intramurale en extramurale woonvormen met zorg. • In hoofdstuk 5 staat regulier wonen centraal.
Er wordt ingegaan op de omvang en samenstelling van het corporatiebezit, de geschiktheid van de woningvoorraad en de woonsituatie van ouderen. • In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op voorzieningen en omgevingskenmerken, zoals de aanwezigheid van concentraties van ‘kwetsbare inwoners’. • In hoofdstuk 7 worden meer kwalitatieve noties over de (fricties tu ssen) vraag en aanbod weergegeven.
13
2
De inwoners van Hart van Brabant
In dit hoofdstuk staan de inwoners centraal. Wat is kenmerkend voor de bevolkingssamenstelling? Hoeveel mensen kampen er met welke aandoeningen? Voor de regio als geheel geldt dat deze in veel opzichten een afspiegeling is van het landelijke beeld. De verschillen tussen gemeenten zijn echter groot.
2.1
Sociaal economische samenstelling
Demografische opbouw In totaal stonden er begin 2021 481.660 inwoners ingeschreven in de regio Hart van Brabant. Ongeveer 8.250 personen verbleven in een institutioneel huishouden (verpleeghuizen en dergelijke), de andere personen vormden in totaal 222.030 particuliere huishoudens. In figuur 2-1 staat de leeftijdsopbouw van de inwoners van de regio Hart van Brabant afgezet tegen het landelijk en provinciaal gemiddelde. Er wonen in de regio veel inwoners tussen 20 en 30 jaar, vooral in Tilburg. De regio is anno 2021 ongeveer even sterk vergrijsd als de rest van het land. Het aandeel inwoners van 75 jaar of ouder bedraagt 8,6%; landelijk gaat het om 8,5%. De gemeente BaarleNassau is het sterkst vergrijsd, met 12% van de inwoners ouder dan 75 -jaar. In Tilburg ligt het aandeel 75+ met 7,3% onder het regionaal en landelijk gemiddelde (tabel 2-1). figuur 2-1
De leeftijdsopbouw van de bevolking in Nederland, Noord-Brabant en Hart van Brabant per 1-1-2021
1,8%
Nederland
1,6%
Noord-Brabant (PV)
1,4%
Hart van Brabant-plus
1,2% 1,0%
0,8% 0,6% 0,4% 0,2%
100 jaar
90 jaar
80 jaar
70 jaar
60 jaar
50 jaar
40 jaar
30 jaar
20 jaar
10 jaar
0 jaar
0,0%
Bron: CBS, bewerking In.Fact.Research
Toekomstverwachtingen De vergrijzing is anno 2021 nog lang niet op zijn top, er is een grote groep 50 tot 75 jarigen die de komende jaren de grens van 75 jaar gaat passeren. Het aantal inwoners van 75 jaar of ouder in de regio neemt toe met bijna 16.0 00 inwoners in de periode 2021 tot 2030 en met ruim 30.000 in de periode 2021 tot 2040 (zie ook tabel 2-2 tabel 2-3). Het 14
aandeel inwoners van 75 jaar of ouder neemt toe van 8,6% in 2021, naar 11,2% in 2030 en 13,4% in 2040. tabel 2-1
De leeftijdsopbouw van de bevolking in de gemeenten in de regio Hart van Brabant per 11-2021 Alphen- BaarleGilze en Hilvaren Loon op Hart van Chaam Nassau Dongen Rijen Goirle Heusden beek Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk Brabant-plus
0 - 25 jaar 25 - 55 jaar 55 - 65 jaar 65 - 75 jaar 75 - 85 jaar 85+ totaal 75+
26% 35% 16% 13% 8% 3% 100% 10,0%
23% 34% 16% 15% 9% 3% 100% 12,0%
26% 38% 15% 12% 7% 2% 100% 9,3%
27% 37% 15% 12% 7% 2% 100% 9,1%
27% 35% 15% 14% 7% 2% 100% 9,3%
26% 37% 15% 12% 7% 2% 100% 8,9%
26% 35% 16% 13% 8% 2% 100% 10,3%
25% 36% 15% 13% 8% 3% 100% 10,0%
25% 35% 15% 13% 8% 3% 100% 11,4%
30% 41% 12% 10% 5% 2% 100% 7,3%
26% 39% 14% 12% 7% 2% 100% 9,3%
28% 39% 14% 11% 7% 2% 100% 8,6%
Bron: CBS, bewerking In.Fact.Research
In elke gemeente neemt het aantal inwoners van 75 jaar of ouder toe. In tabel 2-3 staan de aantallen weergegeven. In absolute zin neemt het aantal 75-plussers vooral sterk toe in de gemeenten Tilburg, gevolgd door Heusden en Wa alwijk. In relatieve zin neemt het aantal 75-plussers vooral sterk toe in de gemeenten Goirle (+46%), Heusden (+44%) en Alphen-Chaam (+43%). tabel 2-2
Ontwikkeling aantal inwoners naar leeftijd in de regio Hart van Brabant in 2021 tot 2030 en 2040 2021 133.170 186.185 66.150 54.795 31.340 10.015 481.655
0 - 25 jaar 25 - 55 jaar 55 - 65 jaar 65 - 75 jaar 75 - 85 jaar 85+ totaal
2030 135.000 190.305 67.210 60.520 43.100 14.035 510.165
2040 142.185 198.660 57.505 62.800 50.210 21.450 532.810
2021-2030 1.830 4.120 1.060 5.725 11.760 4.020 28.510
2021-2040 9.015 12.475 -8.645 8.005 18.870 11.435 51.155
Bron: CBS, Prognose Provincie Noord-Brabant (2020), bewerking In.Fact.Research
tabel 2-3
Ontwikkeling aantal inwoners naar leeftijd in de gemeenten in de regio Hart van Brabant in 2021 tot 2030, en aandeel 75+ in 2021 en 2030
2021-2030 0 - 25 jaar 25 - 55 jaar 55 - 65 jaar 65 - 75 jaar 75 - 85 jaar 85+ totaal % 75+ in 2021 % 75+ in 2030 relatieve ontw.
Alphen- BaarleGilze en Hilvaren Loon op Hart van Chaam Nassau Dongen Rijen Goirle Heusden beek Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk Brabant-plus -70 -145 -180 170 325 125 220 10% 14% 43%
-90 -90 -170 -30 115 180 -85 12% 17% 36%
-150 -235 -20 315 740 255 900 9% 13% 41%
130 75 -155 235 695 295 1.285 9% 12% 41%
-40 -165 -80 -155 735 280 575 9% 13% 46%
290 -85 -80 795 1.385 380 2.680 9% 12% 44%
-420 -395 -115 315 335 290 0 10% 14% 39%
Bron: CBS, Prognose Provincie Noord-Brabant (2020), bewerking In.Fact.Research
15
-60 5 -150 215 580 270 860 10% 13% 36%
-205 1.635 -935 5.890 -195 1.870 480 3.125 1.055 4.595 220 1.275 410 18.385 11% 7% 15% 9% 35% 36%
820 200 335 260 1.205 440 3.270 9% 12% 36%
1.830 4.120 1.060 5.725 11.760 4.020 28.510 9% 11% 38%
Spreiding van de vergrijzing Niet alleen de verschillen tussen gemeenten zijn groot, hetzelfde geldt voor de versc hillen binnen gemeenten. In figuur 2-2 staat voor gemeente Goirle het aandeel 75-plussers in 2020 en 2040 weergegeven. Deze figuur laat zien dat anno 2020 ouderen nog vrij geconcentreerd wonen, in enkele buurten, straten of complex en. In de toekomst zal dat deels veranderen en wonen ouderen meer verspreid over de gemeenten. Met dit gegeven zal in het beleid rekening moeten worden gehouden. Dit geldt ook voor het gegeven dat niet elke buurt of kern in gelijke mate vergrijsd, waarmee het belang van een gebiedsgerichte uitwerking nog eens wordt onderstreept. figuur 2-2
Aandeel 75-plussers in 2021 en 2040 in de gemeente Goirle
Bron: https://hvb.wzwkaart.nl/, op basis van CBS microdata en micro-prognose model In.Fact.Research 16
Sociaal economische status Naast verschillen in leeftijd zijn ook verschillen in sociaal economische status van de bevolking van belang. De relaties met gezondheid en wonen met zorg lopen via verschillende lijnen: een hoger inkomen gaat vaak samen met een hogere zelfredzaamheid, met bepaalde aandoeningen is het lastiger carrière te maken, etc. In tabel 2-4 staan enkele indicatoren weergegeven per gemeente die mede de sociaal economische status van de inwoners bepalen. Met name in Waalwijk wonen relatief veel mensen met een laag opleidingsniveau, een laag inkomen en personen met een bijstandsuitkering. Ook in Tilburg liggen de inkomens laag en doen relatief veel personen een beroep op een bijstandsuitkering, maar vanwege de studentenpopulatie ligt het opleidingsniveau hoger dan gemiddeld in de regio. In Hilvarenbeek, Alphen-Chaam en Oisterwijk wonen relatief veel mensen met een hoog opleidingsniveaus en veel huishoudens met een hoog inkomen. tabel 2-4
Opleidingsniveau en personen met een bijstandsuitkering (2020) en huishoudensinkomen2 (2019) in de gemeenten in de regio Hart van Brabant
Alphen-Chaam Baarle-Nassau Dongen Gilze en Rijen Goirle Heusden Hilvarenbeek Loon op Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk Hart van Brabant-plus
opleidingsniveau laag
opleidingsniveau hoog
23% 34% 29% 28% 26% 30% 23% 30% 26% 28% 33% 28%
31% 21% 26% 27% 33% 27% 32% 23% 32% 32% 22% 29%
40% huishoudens met 20% huishoudens met laagste inkomen hoogste inkomen 27% 37% 32% 34% 29% 32% 28% 33% 31% 49% 38% 41%
30% 23% 23% 22% 25% 24% 30% 22% 28% 15% 19% 19%
personen met bijstanduitkering 1,2% 1,2% 1,7% 2,2% 1,6% 1,6% 1,1% 1,4% 1,3% 4,1% 2,0% 2,8%
Bron: CBS, bewerking In.Fact.Research
Wat voor vergrijzing geldt, geldt ook voor andere sociaal economische kenmerken, de verschillen binnen gemeenten zijn groot. Bij het uitwerken van het gebiedsgerichte beleid zal daar ook oog voor moeten zijn. Vandaar dat in de GIS-applicatie de dominante sociaal economische status is opgenomen. Daarbij is aangesloten bij de groepen die het SCP onderscheidt in de studie: Verschil in Nederland, Sociaal cultureel rapport 2014 . Het gaat om: • Gevestigde bovenklasse: de hoogste inkomens en vermogens, oververtegenwoordiging zelfstandigen en gepensioneerden, groot aandeel eigenaar -bewoners, veel mensen van middelbare leeftijd, weinig jongeren.
40% huishoudens met laagste inkomen: het aandeel particuliere huishoudens tot de inkomensgrens van de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen. 2
17
• Jong en kansrijk: hoog opgeleid, niet veel inkomen en vermogen, groot aandeel huurders, veel jongeren, veel alleenstaanden en studenten. • Werkende middengroep: bovengemiddeld inkomen en vermogen, groot aandeel eigenaar-bewoners, beperkte overwaarde, overwegend in loondienst, jonger dan 65 jaar, veel gezinnen met kinderen. • Comfortabel gepensioneerd: 65-plus, vaak lager opgeleid, redelijk inkomen, behoorlijk vermogen, vaak een koophuis, veel overwaarde, inkomen uit pensioen of vermogen. • Onzekere werkende: gemiddeld opleidingsniveau, veel inkomens in onderste segment, geen vrij vermogen, inkomen uit loon of onderneming, veel huur, middelbare tot net wat jongere leeftijdsgroep. • Achterblijvers: laagst opgeleid, laagste inkomens, geen vermogen, vaak uitkering of pensioen, vaak huurwoning, weinig jongeren, veel alleenstaande ouderen. • Gemengd hogere inkomens: geen duidelijke dominante groep, wel een combinatie van de groepen: gevestigde bovenlaag, comfortabel gepensioneerd en werkende middengroep. • Gemengd middeninkomens: geen duidelijke dominante groep, wel een combinatie van de groepen: werkende middengroep en gevestigde bovenlaag. • Gemengd lagere inkomens: geen duidelijke dominante groep, wel een combinatie van de groepen: achterblijvers, onzekere werkenden en jong en kansrijk. figuur 2-3
Dominante sociaal economische klasse in de gemeente Waalwijk
Bron: https://hvb.wzwkaart.nl/, op basis van SCP, CBS microdata, spreidingsmodel In.Fact.Research
18
Met name in enkele gebieden in Tilburg, en in mindere mate in gebieden in Gilze en Rijen en Waalwijk (figuur 2-3) zijn achterblijvers de dominante groep. Vooral in de kleinere kernen overheersen de groepen gemengde middeninkomens en comfortabel gepensioneerden.
2.2
Omvang en samenstelling van de zorggroepen
Intramuraal wonen Voor een deel van de zorggroepen geldt dat de zorg (en vaak ook het verblijf) gefinancierd wordt via de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze groepen wonen relatief vaak intramuraal. Een indicatie van de omvang van deze groepen kan worden herleid uit de afgegeven Wlz-indicaties, zoals geregistreerd door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Uit tabel 2-5 blijkt dat er totaal in de regio Hart van Brabant 5.090 indicaties zijn afgegeven voor verpleging en verzorging. Als aandeel van de totale bevolking gaat het om 1,06%, wat relatief veel is (landelijk 0,98%). Met name in Loon op Zand (1,43%) en Oisterwijk (1,48%) zijn er relatief veel inwoners met een indicatie verpleging en verzorging (tabel 2-6). Ook als rekening wordt gehouden met de vergrijzing is het regionale aandeel van 1,06% aan de hoge kant. Daarvoor zijn twee voor de hand liggende verklaringen. De eerste is dat ouderen er mogelijk minder vaak in slagen zelfstandig te blijven wonen, bijvoorbeeld vanwege een lagere zelfredzaamheid. De tweede is dat een aantal gemeenten in de regio mogelijk een opvangfunctie vervullen voor de groep ouderen met zwaardere beperkingen in de wijdere omgeving. Er zijn in de regio Hart van Brabant 4.225 indicaties afgegeven voor verstandelijk gehandicapten (0,88%). Dit is relatief meer dan in de rest van de provincie en in Nederland.
De aanwezigheid van Amarant speelt hierbij een belangrijke rol, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking, autisme of hersenletsel . Deze instelling vangt ook cliënten van buiten de regio op. Voor wat betreft de andere doelgroepen liggen de percentages in de regio Hart van Brabant dichtbij het landelijk en provinciaal gemiddelde. tabel 2-5
Het aantal afgegeven WLZ-indicaties per 1-1-2021 in de regio Hart van Brabant en het aandeel ten opzichte van het totaal aantal inwoners in de regio, Noord-Brabant en Nederland
Hart van Brabant- Hart van Brabantplus, aantal plus, aandeel Verpleging en verzorging (VV) 5.090 1,06% Verstandelijk gehandicapt (VG) 4.225 0,88% Licht verstandelijk gehandicapt (LVG) 30 0,01% Zintuiglijk auditief (ZGAUD) 30 0,01% Zintuiglijk visueel (ZGVIS) 25 0,01% Lichamelijk gehandicapt (LG) 500 0,10% Geestelijke gezondheidszorg (GGZ-B) 50 0,01% GGZ-Wonen 325 0,07% Bron: CIZ
19
Noord- Nederland Brabant 1,03% 0,98% 0,69% 0,66% 0,01% 0,01% 0,01% 0,01% 0,01% 0,01% 0,09% 0,09% 0,03% 0,02% 0,05% 0,06%
tabel 2-6
Het aandeel afgegeven Wlz-indicaties per 1-1-2021 in de gemeenten in de regio Hart van Brabant ten opzichte van het totaal aantal inwoners in de gemeenten Alphen- BaarleGilze en Hilvaren Loon op Chaam Nassau Dongen Rijen Goirle Heusden beek Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk
Verpleging en verzorging (VV) Verstandelijk gehandicapt (VG) Licht verstandelijk gehandicapt (LVG) Zintuiglijk auditief (ZGAUD) Zintuiglijk visueel (ZGVIS) Lichamelijk gehandicapt (LG) Geestelijke gezondheidszorg (GGZ-B) GGZ-Wonen
0,96% 0,48% 0,00% 0,00% 0,00% 0,10% 0,00% 0,05%
1,09% 0,51% 0,00% 0,00% 0,00% 0,14% 0,00% 0,43%
1,21% 0,64% 0,00% 0,02% 0,00% 0,09% 0,11% 0,17%
0,92% 0,60% 0,00% 0,00% 0,00% 0,09% 0,00% 0,02%
0,79% 0,61% 0,02% 0,02% 0,02% 0,29% 0,00% 0,00%
0,91% 0,56% 0,00% 0,01% 0,01% 0,08% 0,00% 0,08%
0,99% 0,76% 0,00% 0,00% 0,00% 0,13% 0,00% 0,00%
1,43% 0,70% 0,02% 0,00% 0,00% 0,11% 0,00% 0,02%
1,48% 1,00% 0,02% 0,00% 0,00% 0,11% 0,00% 0,08%
1,00% 1,14% 0,01% 0,00% 0,00% 0,09% 0,01% 0,07%
Bron: CIZ
In de tabellen staat ook de categorie GGZ-wonen weergegeven. Deze groep woont veelal in een beschermde woonvorm, maar sinds vorig jaar wordt de zorg voor deze groep niet langer gefinancierd vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) maar vanuit de Wlz. In de rapportage over de uitstroommonitor ‘Weer thuis’ wordt nader ingegaan op de doelgroep beschermd wonen, maatschappelijke opvang en jeugdzorg. Deze groepen krijgen in de voorliggende studie minder aand acht (in de samenvatting wordt wel de verbinding naar deze studie over de uitstroommonitor gemaakt) . figuur 2-4
Clusters van Wlz-indicaties van zorggroepen in de regio Hart van Brabant
Bron: https://hvb.wzwkaart.nl/, op basis van CBS microdata
Het aantal inwoners met een Wlz-indicatie wordt deels bepaald door de kenmerken van de inwoners (de vraag), maar deels ook door de aanwezigheid van instellingen. In dit onderzoek is het aanbod van de instellingen aan de hand van een uitvraag onder gemeenten en stakeholders in beeld gebracht (meer hierover in hoofdstuk 4). Ook uit de spreiding van de indicaties is op dit vlak al veel af te leiden. In figuur 2-4 staan locaties 20
1,18% 0,55% 0,00% 0,01% 0,00% 0,09% 0,00% 0,06%
weergegeven waar meer dan 10 indicaties van een bepaalde soort zijn afgegeven. Op deze locaties is vermoedelijk een instelling aanwezig. De kaart maakt direct duidelijk hoe breed, omvangrijk en wijd verspreid het regionale netwerk is. Zelfstandig wonen De WoonZorgwijzer is door de onderzoekers van In.Fact.Research samen met Platform31 ontwikkeld in opdracht van het ministerie van BZK. Het instrument beoogt gemeenten en andere lokale stakeholders inzicht te bieden in de omvang van bepaalde zorggroepen en hun beperkingen/behoeften. Het instrument focust op die groepen waar gemeenten verantwoordelijkheid voor hebben. Dit zijn – beschermd wonen uitgezonderd – vooral de mensen die met beperkingen zelfstandig wonen. De groepen die institutioneel wonen zijn in het instrument niet meegenomen. Het aandeel inwoners met een bepaalde aandoening binnen een gemeente hangt samen met verschillende factoren. Naast de sociaaleconomische samenstelling van de b evolking speelt bijvoorbeeld ook de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen een rol. De groep met LVB-problematiek (licht verstandelijk beperkt) is zowel landelijk, provinciaal, als in de regio de grootste groep. Daarbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat de groep inwoners – met een IQ tussen de 50 en 85 – lang niet altijd een behoefte heeft aan zorg en ondersteuning.
Het gaat echter wel om een kwetsbare groep , bij verlies van een baan of bij een scheiding kan men wel in de problemen raken. Ook hee ft deze groep vaak moeite met aansluiting houden bij de moderne (digitale) maatschappij. 3 De omvang van de groep onderstreept dus met name ook het belang van een goede toegankelijkheid van zorg en ondersteuning en een heldere eenvoudige communicatie. Het aandeel zelfstandig wonende inwoners met LVB-problematiek is in Hart van Brabant ongeveer gelijk aan het landelijk gemiddelde (rond de 16%, figuur 2-5). De verschillen tussen gemeenten zijn echter groot. In Tilburg ligt het aandeel hoger (19%), in de andere gemeenten lager (tot 6% in Hilvarenbeek en 7% in Alphen-Chaam, tabel 2-7). In Baarle-Nassau en Alphen-Chaam komen door de vergrijzing ouderdom gerelateerde aandoeningen vaker voor (dementie en somatiek). Het geschetste beeld van de aandoeningen onder de bevolking verandert niet van de ene op de andere dag. Wel moet er voor de komende jaren rekening worden gehouden met een sterke toename van het aantal mensen met somatische problematiek ( zie ook tabel 2-8). Met name in Tilburg neemt de groep licht verstandelijk beperkt toe . Bij de andere zorggroepen nemen de aantallen beperkt toe. Ook bij deze groepen kunnen er kwalitatieve woonopgaven zijn, maar de kwantitatieve uitbr eidingsopgaven zijn beperkt.
3
Zie bijvoorbeeld het artikel ‘steeds minder mensen met een beperking ervaren dat zij meetellen in de maatschappij ‘in het NRC van 07-12-2021. 21
figuur 2-5
Het aandeel inwoners van 19 jaar of ouder dat zelfstandig woont met een bepaalde aandoening in de regio Hart van Brabant, Noord-Brabant en Nederland, 2020 0% 2% 4% 6% 8% 10% 12% 14% 16% 18%
niet-aangeboren hersenletsel (2610) psychiatrische problematiek (4060) angst- en stemmingsproblematiek (17690) zintuiglijke aandoeningen (1690) somatische problematiek (32350) matig of ernstig verstandelijk beperkt (2050) licht verstandelijk beperkt/laaggeletterden (58730) dementie (extramuraal) (5470) 0% 2% 4% 6% 8% 10% 12% 14% 16% 18% Noord-Brabant
Hart van Brabant-plus
Nederland
Bron: WoonZorgwijzer 3.0
tabel 2-7
Het aandeel inwoners van 19 jaar of ouder dat zelfstandig woont met een bepaalde aandoening in de gemeenten in de regio Hart van Brabant, 2020 AlphenChaam
dementie (extramuraal) licht verstandelijk beperkt/laaggeletterd matig of ernstig verstandelijk beperkt somatische problematiek zintuiglijke aandoeningen angst- en stemmingsproblematiek psychiatrische problematiek niet-aangeboren hersenletsel
1,1% 6,9% 0,1% 13,1% 1,1% 2,0% 0,2% 1,3%
BaarleGilze en Nassau Dongen Rijen
Goirle
Heusden
1,4% 11,0% 0,3% 15,9% 1,3% 3,1% 0,5% 1,7%
1,5% 12,0% 0,4% 8,3% 0,4% 3,2% 0,6% 0,7%
1,3% 13,5% 0,4% 7,8% 0,4% 3,2% 0,5% 0,7%
1,3% 13,8% 0,4% 8,4% 0,4% 3,7% 0,6% 0,7%
1,3% 14,7% 0,4% 9,3% 0,5% 4,1% 0,7% 0,8%
Hilvaren Loon op Hart van beek Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk Brabant-plus 1,3% 6,3% 0,2% 10,6% 0,8% 2,0% 0,3% 1,1%
1,4% 13,4% 0,5% 9,4% 0,5% 3,5% 0,7% 0,8%
1,6% 10,3% 0,4% 9,5% 0,6% 2,8% 0,6% 0,9%
1,1% 19,1% 0,7% 8,1% 0,4% 6,3% 1,6% 0,6%
Bron: WoonZorgwijzer 3.0
In tabel 2-8 staat de verwachte ontwikkeling voor de periode 2020 tot 2025 weergegeven. Voor de periode 2025 tot 2030 wordt verwacht dat de trends doorzetten. Opgemerkt moet worden dat de aantallen weliswaar groot zijn/lijken, maar dat in dezelfde periode ook het totaal aantal inwoners toeneemt. Zo neemt de LVB-groep in Tilburg naar verwachting met 2% toe in 2020 tot 2025, maar hetzelfde geldt voor het totaal aantal inwoners van ouder dan 18 jaar (in de WoonZorgwijzer wordt ger ekend met de Pearlprognose van het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Bureau voor de Statistiek, de provinciale prognose ligt hoger). Het aandeel inwoners met LVB -problematiek blijft dus nagenoeg gelijk. Alleen voor de ouderdom gerelateerde aandoeningen (dementie, somatiek, zintuiglijk) geldt dat de toename wezenlijk boven de totale bevolkingsgroei ligt. 22
1,3% 16,8% 0,5% 9,6% 0,5% 4,6% 0,9% 0,8%
1,2% 15,9% 0,5% 8,8% 0,5% 4,8% 1,1% 0,7%
tabel 2-8
Aantal inwoners van 19 jaar of ouder dat zelfstandig woont met een bepaalde aandoening in de gemeenten in de regio Hart van Brabant in 2020, en ontwikkeling aantal inwoners met een aandoening in 2020 tot 2025
2020 dementie (extramuraal) licht verstandelijk beperkt/laaggeletterd matig of ernstig verstandelijk beperkt somatische problematiek zintuiglijke aandoeningen angst- en stemmingsproblematiek psychiatrische problematiek niet-aangeboren hersenletsel ontwikkeling 2020 tot 2025 dementie (extramuraal) licht verstandelijk beperkt/laaggeletterd matig of ernstig verstandelijk beperkt somatische problematiek zintuiglijke aandoeningen angst- en stemmingsproblematiek psychiatrische problematiek niet-aangeboren hersenletsel
AlphenChaam 100 550 10 1.050 80 160 20 100 20 10 0 180 20 0 0 20
BaarleGilze en Hilvaren Loon op Nassau Dongen Rijen Goirle Heusden beek Zand Oisterwijk 90 320 330 330 550 190 330 370 580 2.780 3.000 2.200 4.720 750 2.460 2.060 20 80 90 70 120 30 90 90 850 1.690 1.900 1.520 2.710 1.280 1.710 1.910 70 90 100 80 150 100 90 120 170 750 830 580 1.120 240 640 560 30 120 140 110 180 30 120 130 90 140 160 130 250 130 140 180 0 40 0 90 10 0 0 0
60 10 -10 330 20 0 0 20
90 40 -10 330 20 -10 -10 30
60 40 0 300 20 10 0 30
80 30 0 390 30 -10 0 40
30 0 -10 190 10 0 0 10
60 50 0 280 20 10 10 20
40 -10 -10 240 20 -10 0 10
Hart van Tilburg Waalwijk Brabant-plus 2.260 600 5.470 33.180 6.450 58.730 1.250 200 2.050 14.060 3.670 32.350 630 180 1.690 10.890 1.750 17.690 2.840 340 4.060 1.000 290 2.610 350 540 50 1.650 100 210 250 120
80 90 0 520 40 0 -10 30
Bron: WoonZorgwijzer 3.0
Jeugd In de rapportage over de uitstroommonitor wordt uitgebreid stilgestaan bij de jeugdzorg met verblijf. Op het moment dat deze jongeren 18 worden zal een deel van hen zelfstandig moeten/willen gaan wonen en dat is geen eenvoudige opgave. Jeugdzorg is uiteraard breder dan zorg met verblijf. Vandaar dat we ook in dit onderzoek stilstaan bij de jeugdproblematiek. Via de jeugdmonitor van het CBS is bekend hoeveel kinderen er gebruik maken van jeugdzorg (tabel 2-9). In het jaar 2020 ontvingen in de regio Hart van Brabant 12.765 jongeren van 0 tot 23 jaar één of meerdere vormen van je ugdhulp. Het gaat hier om 10,7%, wat hoger is dan het landelijk gemiddelde van 9,8%. In 8 van de 11 gemeenten ligt het aandeel boven het landelijk gemiddelde (Waalwijk 12,4%). De groep die nu jeugdzorg met verblijf ontvangt (ruim 1.100 jongeren), zal zoals gezegd vanaf de 18 de verjaardag een nieuwe verblijfplek moeten vinden. Soms zal dit in een andere instelling zijn, soms zal men zelfstandig moeten/kunnen gaan wonen. Het vinden van een passende woonruimte is niet eenvoudig. Dit geldt niet alleen voor deze groep jongeren, maar voor alle jongeren. Kwetsbare jongeren zijn vaak minder goed opgeleid en hebben een laag inkomen. Als de jongeren in deze levensfase niet goed word en geholpen/bijgestaan, kan dat tot langdurige problemen leiden.
Het CBS houdt ook indicatoren bij die een beeld geven van de kans (het risico) dat jongeren problemen krijgen en een beroep moeten doen op de jeugdzorg. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de schoolprestaties, criminaliteitscijfers en het aantal kinderen in bijstandsgezinnen. In tabel 2-10 staan enkele van deze indicatoren weergegeven. Tilburg scoort hoog op deze indicatoren, de meeste andere gemeenten scoren laag. In Waalwijk is het aantal geregistreerde verdachten tot 25 jaar relatief hoog.
23
870 840 10 4.500 310 200 240 330
Puur op basis van demografische ontwikkelingen mag worden verwacht dat de doelgroep van de jeugdhulpverlening in Hart van Brabant in de periode 2020 tot 2025 met zo’n 2,7% gaat afnemen. De kwalitatieve opgaven bij deze groep zijn groot en mogelijkheden voor zelfstandig wonen erg beperkt, maar de omvang van de doelgroep neemt de komende jaren niet toe. tabel 2-9
Het aantal en aandeel jongeren in jeugdzorg in de gemeenten in de regio Hart van Brabant en in Nederland, 2020 JZ Totaal jeugdzorg JZ Totaal jeugdzorg JH Jeugdhulp JH Totaal jeugdhulp JB Jeugd-bescherming JR Jeugd-reclassering (0-23 jaar) in natura (0-23 jaar) (0-23 jaar) met verblijf (0-23 jaar) (0-18 jaar) (12-23 jaar)
Alphen-Chaam Baarle-Nassau Dongen Gilze en Rijen Goirle Heusden Hilvarenbeek Loon op Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk Hart van Brabant-plus Nederland
7,8% 6,5% 12,0% 10,6% 10,9% 11,4% 9,3% 10,9% 10,6% 10,5% 12,4% 10,7% 9,8%
7,4% 6,5% 11,8% 10,3% 10,2% 11,3% 8,6% 10,3% 10,0% 10,0% 12,1% 10,2% 9,7%
7,8% 6,5% 11,8% 10,4% 10,7% 11,2% 9,1% 10,8% 10,4% 10,2% 12,2% 10,4% 9,5%
0,4% 0,7% 0,8% 0,7% 0,8% 0,6% 0,7% 0,9% 0,9% 1,1% 0,9% 0,9% 1,0%
0,5% 0,0% 1,1% 1,1% 0,9% 1,0% 0,7% 0,9% 0,9% 1,4% 0,9% 1,1% 1,2%
Bron: CBS
tabel 2-10
Het aantal kinderen in bijstandsgezinnen en het aantal geregistreerde verdachten tot 25 jaar in de gemeenten in de regio Hart van Brabant en in Nederland, 2020 kinderen (0 tot 18) in bijstandsgezinnen