CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A- Ruimtelijke onderbouwing

Raadscommissie Ruimte 23 april 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Aangepaste/ aanvullende beantwoording technische vragen31.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Landschappelijke inpassing betekent een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestaande dan wel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. Landschappelijke inpassing vindt plaats op of direct aansluitend aan het bouwblok/bestemmingsvlak. Aan deze vorm van kwaliteitsverbetering worden geen kwantitatieve normen gekoppeld waaraan voldaan moet worden, maar worden enkele kwalitatieve eisen gesteld. De landschappelijke inpassing van het bestemmingsvlak/bouwvlak wordt gerealiseerd op basis van een door een deskundige instantie (hovenier, tuin-/landschapsarchitect, bureau voor ontwerp en aanleg van groenvoorzieningen) opgesteld erfbeplantingplan/ landschapinpassingsplan, waaruit duidelijk blijkt hoe en met welke (natuur- en landschap)elementen de landschappelijke inrichting wordt vormgegeven. Middels een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer kan de realisatie van het inpassingplan financieel, juridisch en feitelijk verzekerd worden. Duurzame instandhouding, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing vormen ook aspecten die in elk geval in de regels en op de verbeelding worden opgenomen en desgewenst in een overeenkomst kunnen worden vastgelegd.

Bij de vormgeving en invulling van landschappelijke inpassing wordt gekeken naar de algehele situering van het bouwvlak/bestemmingsvlak en niet

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

27

((Stamlijn u S===milieu advies

>__

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschap

alleen naar wat er door de desbetreffende ruimtelijke ontwikkeling wordt toegevoegd of veranderd.

In par. 3.2 is de landschappelijke inpassing concreet uitgewerkt. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Regionale ruimtelijke visie Relevant is de regionale Ruimtelijke Visie Hart van Brabant 2025, Dynamiek in een aangenaam landschap. Economische dynamiek in een Bourgondisch landschap, dat is de kracht van het Hart van Brabant, een samenspel tussen verschillende schakel en snelheden. De ruimtelijke kwaliteit moet versterkt worden, er moet sprake zijn van zuinig ruimtegebruik, aandacht voor bereikbaarheid. De beoogde ontwikkelingen door Gronddepot Klein Zwitserland BV passen binnen de beleidskaders van de Visie.

4.3 Gemeentelijk beleid Toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 'Wijzijn Gilze en Rijen!' In toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 uit 2012 heeft de gemeente Gilze en Rijen een beeld gegeven van de gewenste ontwikkeling van de gemeente tot 2025. De gemeente heeft haar inwoners veel te bieden. Het is goed wonen, werken en leven in Gilze en Rijen. Er is volop bedrijvigheid, er is ruimte om te wonen en te leven en er zijn veel voorzieningen voor sport en cultuur. De voordelen van het wonen in dorpen in het groen zijn goed te combineren met de bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen in Tilburg en Breda. Het is belangrijk om die kwaliteit te behouden en ze verder te versterken. Ook wil de gemeente nieuwe kwaliteiten ontwikkelen. Het is nodig dat de gemeente verbindingen legt met inwoners bedrijven en maatschappelijke organisaties en met de omringende gemeenten. Voor 2025 heeft de gemeente de volgende ambities: •

versterken van onze positie als woongemeente in het groen tussen twee steden;

•

benutten van de strategische ligging aan belangrijke vervoersassen in Midden-Brabant en versterken van de positie als werkgelegenheidsgemeente met economisch duurzame en beeldbepalende bedrijven;

•

versterken van de vitaliteit van kernen met goede voorzieningen op het vlak van sport en cultuur die optimaal worden gebruikt; versterken van de economische draagkracht belevingswaarde van dat buitengebied.

van

het

buitengebied

en

van

de

De ontwikkeling, de dóórontwikkeling van het bedrijf, past binnen het kader van de toekomstvisie Gilze en Rijen 2025. De gemeente wil economische bedrijvigheid immers stimuleren en kansen creëren voor ondernemen in een groen decor. Ambitiedocument 'Ambitie Gilze en Rijen - nieuwe kansen' In het ambitiedocument 'Ambitie Gilze en Rijen - nieuwe kansen' uit 2015 worden op basis van de toekomstvisie de ruimtelijke ambities bepaald voor de komende jaren. Voor de vier dorpen wordt de denkrichting gegeven en worden de belangrijkste plannen beknopt beschreven, vooral gericht op stedelijk gebied, dus niet relevant voor deze ruimtelijke onderbouwing.

De structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen De basis voor de structuurvisie wordt gevormd door zowel de toekomstvisie 'Wij zijn Gilze en Rijen' als het ambitiedocument 'Ambities Gilze en Rijen - Nieuwe kansen!'. De hoofdambities en koers zijn bepaald en hierin vastgelegd. Met het opstellen van een structuurvisie zetten we een belangrijke

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

28

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

stap in de concretisering van de ruimtelijke ambities. De structuurvisie is daarmee een uitvoeringsdocument dat als onderlegger dient om aan de slag te gaan met de ambities en de hoofdkeuzes, bij toekomstige projecten en bestemmingsplannen. De rol van de structuurvisie is veelzijdig: •

de structuurvisie concretiseert de toekomstvisie en het ambitiedocument, voor het ruimtelijke domein. De structuurvisie draagt daardoor bij aan het vormgeven van onze lokale en regionale ambities;

•

met de structuurvisie laten we zien hoe we aansluiten bij de lokale en regionale kracht en hoe we ons onderscheiden. Zo kan de gemeente de structuurvisie strategisch inzetten tijdens overleg met bovengemeentelijke partners;

•

de structuurvisie zorgt vanuit de integraliteit ook voor overzicht. Het is het instrument bij uitstek om dwarsverbanden te leggen tussen de verschillende lokale en regionale beleidsvelden;

ook geeft de structuurvisie de mogelijkheid om projecten voor de komende jaren te prioriteren. De ontwikkeling grenst slechts aan het werkingsgebied van de visie.

•

Bestemmingsplan Buitengebied Het plangebied valt onder de werking van het bestemmingsplan Buitengebied van 1 juli 2013. Op de percelen waar de nieuwe toegangs-/ontsluitingsweg beoogd is, rust de bestemming 'Agrarisch' met de dubbelbestemmingen 'Waarde-Archeologie', ' en 'Leiding-Gas-1'. Het plangebied raakt de bestemming 'Verkeer' met de dubbelbestemming 'Leiding-Brandstof' alsmede grenst aan de bestemming 'Bedrijf' met een specifieke aanduiding vanwege het gronddepot. In par. 1.3 is al op dit bestemmingsplan ingegaan. In par. 5.7 vindt nadere toetsing plaats vanwege de dubbelbestemming voor de leidingen.

De aangrenzende vliegbasis Gilze-Rijen is conform de huidige situatie specifiek bestemd. Bijzondere aandacht verdienen de natuurwaarden die op het terrein van de vliegbasis voorkomen. In de bestemmingsregeling zijn deze kwaliteiten benoemd en beschermd. Daarnaast zijn de beperkingen die samenhangen met de KE-contouren, geluidscontour. proefdraai-installatie. munitiebeschermingszone, invliegfunnel, Inner Horizontal Conical Surface en Instrument Landing System, in het vigerende bestemmingsplan opgenomen. Voor de onderbouwing van de nieuwe contour wordt verwezen naar het TNO rapport van maart 2013 "Geluidcontouren rond vliegbasis Gilze-Rijen situatie 2013 - 2023". De geldende bestemmingen zijn passend voor de nieuwe ontwikkelingen, de bouw- en gebruiksregels zijn dat echter niet. Zo moet, aldus het principebesluit, vastgelegd worden hoeveel m2 er voor de droogloodsen moeten komen, tot welke hoogte en waar. Alsmede een bouwvlak voor de positie van de zeefinstallatie. En moet de hoogte van de keerwanden worden vastgelegd. Binnen de keerwanden is buitenopslag mogelijk. Ook het waterbassin, als buffer-gesloten circuit, wordt vastgelegd. Vastgelegd wordt dat er sprake is van zand-/grond gerelateerde opslag.

4.4 Conclusie Het onderhavige project is niet in strijd met gemeentelijk beleid of beleid van hogere overheden. De enige strijdigheid die bestaat is dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden worden verruimd, hetgeen nu bestemmingsplanmatig nog niet toelaatbaar is.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

29

((Stamlijn u URBAN JAZZ S===milieu advies

>___

stedenbouw

ft landschep

5. Milieuhygiënische aspecten en waarden 5.1 Inleiding Diverse wetten en beleidsregels schrijven voor dat er nader onderzoek gedaan moet worden naar de effecten van een voorgestelde ruimtelijke ingreep. Onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn archeologie en cultuur, waterhuishouding, bodem, flora en fauna, verkeer, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid en milieuzonering. Op de locatie Gronddepot worden diverse activiteiten verricht met zand, infill materiaal, grond, bouwstoffen. Hiervoor is in november 2016 een Omgevingsvergunning milieu verleend. Niet alle ontwikkelde activiteiten worden gedekt door de Omgevingsvergunning milieu. Ten dele

zijn deze strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Dit heeft betrekking op de aard van een deel van de activiteiten, bouwhoogten en bebouwd oppervlak.

5.2 Bedrijven en milieuzonering Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies wonen noodzakelijk. Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. In de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) zijn aan de bedrijven dan wel bedrijfsactiviteiten milieucategorieën en richtafstanden toegekend. De genoemde afstanden zijn adviserend en indicatief, de situatie ter plaatse kan reden zijn om hiervan af te wijken. Bedrijven worden beoordeeld op gevaar, stof, geur en geluid. Deze brochure is als hulpmiddel (niet als blauwdruk) opgesteld om toe te passen bij plannen en toetsmomenten van ruimtelijke ontwikkeling, aldus ook de ondertitel van de brochure. De brochure is niet bedoeld om bij de beoordeling van een aanvraag milieuvergunning te worden geraadpleegd. Er bestaat geen plicht om de brochure te hanteren. Wel is dit een algemeen aanvaarde methode in Nederland gebleken.

De afstanden zijn de afstanden tussen de bedrijvigheid/voorzieningen en de milieugevoelige bestemming; dus in beginsel de afstand van het bedrijfsperceel (bestemmingsvlak danwel het bouwvlak) tot de gevel van de woning of gevoelige bestemming. De VNG-publicatie geeft richtafstanden tot het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Dit geldt ook voor lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarisch en andere bedrijvigheid. Het omgevingstype van Gronddepot is aan te duiden als "gemengd gebied". Er zijn diverse functies dicht bijeen gelegen in een klein gebied. Binnen een straal van 1 km rondom Gronddepot zijn achtereenvolgens gelegen: een Rijksweg, militair vliegveld, bos, agrarisch bouwland, hotel, dorp. De ligging ingeklemd tussen de drukke Rijksweg A58 en het militair vliegveld, rechtvaardigen een hogere milieubelasting.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

30

((Stamlijn u URBAN JAZZ S===milieu advies

>__

stedenbouw

ft landschep

De activiteiten 10.2.e Gronddepot sluit voor wat betreft indeling het beste aan bij SBI 46735 "Groothandel Zand en Grind". Dit is milieucategorie 3.2. Het natzeven van infill materiaal kan het beste worden gekwalificeerd als "afvalscheidingsinstallatie", SBI 383202. Dit is een milieucategorie 4.2 activiteit. De grootste gewenste richtafstand is 300 m voor het aspect geluid. In het akoestisch rapport is beoordeeld dat geen akoestische hinder naar de omgeving ontstaat, op gevoelige objecten binnen de richtafstand. Voor de aspecten geur, stof, gevaar zijn de richtafstanden respectievelijk 200 m, 200 m, 50 m. Binnen deze afstanden zijn geen gevoelige objecten gelegen voor deze aspecten. Vanzelfsprekend wordt door initiatiefnemer een milieuaanvraag ingediend, zodat een milieuvergunning kan worden verleend, toegesneden op de nieuwe situatie. Zonering is verder niet relevant, aangezien het niet gaan om verruiming van het bestaande bedrijfsperceel. Met name de bouwmogelijkheden worden verruimd, hetgeen niet van invloed is de 'zwaarte' van het bedrijf. Het bedrijf op zich is al bestemmingsplanmatig toelaatbaar.

5.3 Geluid Geluid vanwege de inrichting Door initiatiefnemer wordt een aanvraag voor wijziging van de bestaande omgevingsvergunning ingediend, zodat een vergunning kan worden verleend, toegesneden op de nieuwe situatie. In de aan te vragen wijziging van de Omgevingsvergunning zal verzocht worden de activiteiten met de natzeef-installatie expliciet te vergunnen. Alsmede de opslag en overslag van grond, zand, bouwstoffen. Er wordt bebouwing toegevoegd op het perceel, rijroutes van voertuigen wijzigen ten dele. Al deze nieuwe activiteiten hebben invloed op de akoestische uitstraling van het bedrijf. Over het algemeen kan worden gesteld dat de akoestische uitstraling af zal nemen, als gevolg van de afschermende werking van gebouwen en keerwanden. De natzeef-installatie en hieraan gekoppelde activiteiten zijn akoestisch reeds opgenomen in de Omgevingsvergunning milieu van november 2016.

Dagelijks zullen circa 21 vrachtwagens en/of tractoren met aanhanger de inrichting aandoen. Deze aantallen zijn verwaarloosbaar ten opzichte van de aangrenzende Rijksweg A58 aan de zuidzijde, waar dagelijks circa 110.000 voertuigen passeren (% deel vrachtverkeer). En ook verwaarloosbaar vanwege de luchtmachtbasis aan de noordzijde, waar dagelijks tientallen bewegingen van zwaar luchtverkeer plaatsvinden. De landingsplaats van Chinook transport­ helikopters is gesitueerd direct naast het gronddepot. Uit akoestisch onderzoek van 24 maart 2020, inclusief aanvullingen (bijlage 4) blijkt dat de activiteiten van Gronddepot akoestisch inpasbaar zijn in de omgeving, wanneer getoetst wordt. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voldoet aan de richtwaarde voor een landelijke omgeving3. Het maximale geluidsniveau voldoet aan de grenswaarde. Het is praktisch niet mogelijk om aan de richtwaarde te voldoen.

Vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van de Rijksweg A58 alsmede de vliegbasis Gilze-Rijen is binnen het plangebied reeds sprake van verhoogde geluids(achtergrond)waarden. Het geluidsaspect van de verkeersbewegingen (zwaar verkeer) en overige geluidsbronnen (waaronder shovels/installaties) in relatie tot het opslagterrein leiden, op voorhand, niet tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat voor de omgeving.

3

Het akoestisch bureau heeft gekozen voor "landelijke omgeving" als toetsingskader. Gezien de ligging van Gronddepot tussen een vliegbasis en een Rijksweg, had ten minste gekozen kunnen worden voor "gemengd gebied"

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

31

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Het achtergrondniveau geluid van de omgeving (Rijksweg A58 + Luchtmachtbasis) is dusdanig hoog dat de activiteiten op de inrichting en verkeersbewegingen van en naar de inrichting hiertegen weg vallen. Op de inrichting is een aantal uren per dag een loader of kraan en/of grondzeef in werking. Het aantal uren per dag varieert, doch zal gemiddeld 5 tot 6 uur per dag in de dagperiode bedragen. Incidenteel, maximaal 12x/jaar, wordt overgewerkt in de avondperiode. Dagelijks doen maximaal 20 vrachtwagens of tractoren met kipkar de inrichting aan. Gelijkelijk verdeeld over de dagperiode. Incidenteel kunnen tussen 06.00 en 07.00 uur voertuigen vertrekken of tussen 19.00 en 23.00 voertuigen aankomen. De akoestische uitstraling van voertuigen over de nieuwe ontsluitingsweg zal niet leiden tot overschrijding van het heersende referentieniveau. In overleg met de bewoner van Klein Zwitserland 20 is in 2016 een aarden wal langs de toegangsweg naar het Gronddepot aangelegd. Deze wal vormt een akoestische afscherming. De te verwachten akoestische belasting van de locatie is in beeld gebracht middels een akoestisch onderzoek, wat deel uitmaakt van de aanvraag om Omgevingsvergunning. Wet geluidhinder Sinds 1 januari 2007 de nieuwe Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Geluidsgevoelige ontwikkelingen moeten aan deze wet worden getoetst.

In de Wgh is bepaald dat de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en/of industrielawaai op de gevels van (andere) geluidsgevoelige gebouwen getoetst moet worden aan de in de Wgh opgenomen (voorkeurs)grenswaarden. Er is feitelijk geen sprake van een geluidsgevoelige bestemming, waarvoor een akoestisch onderzoek voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai of industrielawaai vanwege de Wet geluidhinder moet worden uitgevoerd. Wegverkeerslawaai Ingevolge artikel 74 Wgh zijn in principe alle wegen gezoneerd. Uitzondering op deze regel zijn wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 kilometer per uur geldt en woonerven. Voor gezoneerde wegen geldt een grenswaarde van 48 dB. Deze waarde wordt berekend op basis van Lden. Als een geluidzone geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied valt, moet zoals aangegeven in artikel 77 Wgh, bij de voorbereiding van een bestemmingsplan of een ruimtelijke onderbouwing bij een afwijkingsbesluit akoestisch onderzoek worden verricht naar de geluidsbelasting op nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen die geluidszone. Voor een rijksweg met 4 rijstroken (zoals de A58) is de zone, volgens artikel 74 Wgh, bepaald tot 400 meter aan weerzijden van de weg. Bij 5 of meer rijstroken is deze zone 600 meter. In het bestemmingsplan Buitengebied is berekend dat de 48 dB contour is gelegen op 614 meter.

De 53 dB contour ligt op 314 meter en de 58 dB contour op 158 meter.

L uch tverkeersla waai Voor de binnen het plangebied gelegen vliegbasis Gilze-Rijen zijn geluidscontouren vastgesteld, die hieronder volledigheidshalve nog worden beschreven. In het vigerende bestemmingsplan zijn de relevante contouren in artikel 42.4 en artikel 42.5 (Milieuzone-geluidsgevoelige functie - 1 en 2) aan regels gebonden. Binnen deze contouren worden geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Er wordt gesproken over Ke-lijnen. De term Kosteneenheid, afgekort Ke, is een eenheid om de geluidsbelasting rond vliegvelden te meten. De Kosteneenheid is de optelsom van een aantal factoren die bepalend zijn voor de geluidsbelasting, berekend over de periode van een jaar (bijvoorbeeld de 35 Ke-lijn). Het gaat hierbij om de geluidsproductie van vliegtuigen, de aantallen starts en landingen en de tijdstippen van aankomst en vertrek. In deze optelsom telt de

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

32

((Stamlijn u S===milieu advies

>__

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

geluidsbelasting in de nacht zwaarder mee dan de geluidsbelasting overdag (zo staan voor één nachtvlucht tien vluchten overdag.)

In opdracht van het Ministerie van Defensie, Dienst Vastgoed Defensie Directie Zuid (DVD-Z) heeft TNO een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting in de omgeving van de vliegbasis Gilze-Rijen ten gevolge van het grondgebonden geluid op de basis. In dit onderzoek, opgenomen in de bijlagen bij het bestemmingsplan Buitengebied van 1 juli 2013 worden de activiteiten betrokken zoals die in 2013 worden verwacht voor de periode 2013 - 2023. De geluidbelasting in de omgeving, ten gevolge van de op de vliegbasis gelegen 25 meter en 100 meter schermenschietbaan, valt onder de Wet Milieubeheer en maakt geen deel uit van deze rapportage. Handelingen die plaatsvinden voorafgaand aan en ter afsluiting van een vlucht vallen onder de Wet Luchtvaart en worden in dit onderzoek niet behandeld.

BS

.2 Zonegrens 1992

a

1N

Zonegrens 1992 I

X

8"

■

> 7

Inrichtingsgrens

—

2,

ru

23ueg

50 dB(A)

etmaalwaarde

contour 2013

I

<

s

—

50 dB(A)

etmaalwaarde contour 2013

E#

1H

ne,

ë

N —N

-en v

N rT

ï! I

Li ।

“4

>

Tl

a-7N

2

Figuur 21: Weergave geluidscontouren vliegbasis

Was tijdens de uitvoering van fase 1 van het zoneringsonderzoek in 1992 nog sprake van een "main operating base" (MOB) voor één squadron F-16 gevechtsvliegtuigen en een "collocated operating base" (COB) voor bondgenootschappelijke vliegtuigen, inmiddels is vliegbasis Gilze-Rijen in 2013 een volledig ingerichte vliegbasis waar verschillende typen helikopters zijn gestationeerd en er ook sprake is van bezoekende civiele en militaire helikopters. Verder vervult de vliegbasis voor een squadron F-16 gevechtsvliegtuigen de functie van reservebasis en Deployment Operating Base. De 50 dB(A) etmaalwaarde contour ten gevolge van de representatieve bedrijfssituatie 2013 - 2023 ligt in z'n geheel binnen de geluidzone zoals vastgelegd in 1992. De 50 dB(A) etmaalwaarde contour 2013 -2023 wordt voor het grootste deel bepaald door de bedrijfssituatie gedurende de dagperiode. Slechts een klein deel wordt bepaald door het proefdraaien van Apache helikopters op het 301 platform in de avondperiode. In het vigerende bestemmingsplan is deze 50 dB(A) contour uiteindelijk in de regels vertaald in artikel 42.6 'Milieuzone - geluidsgevoelige functie - 3' én ligt deze contour, ter plaatse van het plangebied exact op de scheidslijn tussen de vliegbasis en de (agrarische) bedrijfspercelen. De contour (figuur 21) is daarmee voor de ruimtelijke onderbouwing niet relevant.

Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling, temeer nu er geen sprake is van een geluidsgevoelige bestemming.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

33

((Stamlijn u URBAN JAZZ S===milieu advies

>___

stedenbouw

ft landschep

5.4 Bodemkwaliteit Op het terrein van het gronddepot is in december 1999 in opdracht van gemeente Gilze en Rijen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Witteveen+Bos. Het onderzoek richtte zich globaal op de noordelijke helft van het gronddepot. Het doel was het vaststellen van de bodemkwaliteit voorafgaand aan de aanleg van een gemeentelijk gronddepot. Rapport Gz21.1, 11 januari 2000. In de grond zijn (zeer) licht verhoogde gehalten van enkele zware metalen, PAK, eox en minerale olie aangetroffen. In het grondwater licht verhoogde gehalten aan enkele individuele zware metalen. In mei 2012 is door Rasenberg milieutechniek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het gehele terrein, in het kader van de mogelijke verkoop van het terrein. De resultaten van dit onderzoek komen globaal overeen met de onderzoeksresultaten van 2000. De kwaliteit van de grond welke in de jaren 2000 - 2010/2011 door de gemeente Gilze en Rijen in depot op de locatie werd opgeslagen is niet bekend. Het depot diende met name voor de opslag en overslag van grond uit gemeentelijke werken, waarbij veelal zonder partijkeuringen gewerkt werd. In het voorjaar van 2016, vóór ingebruikname van het Gronddepot, is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het gehele terrein. Uit dit onderzoek blijkt dat verdeeld over het terrein lokaal verhoogde achtergrondwaarden aanwezig zijn.

Doch dat over het algemeen gesproken er geen sprake is van bodemverontreiniging. Het gehele terrein is van gelijkwaardige bodemkwaliteit. Op basis van het bodemonderzoek is het terrein verdeeld in zones, met als kwalificatie AW of W. Aangezien er niet voortdurende mensen op het terrein verblijven, is de bodemrapportage geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, temeer daar de ontwikkeling vooral toeziet op verruimde bouwmogelijkheden. Vanuit de OMWB is 24 januari 2020 bevestigd dat geen bodemonderzoek meer nodig is.

5.5 Waterhuishouding Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor de komende jaren en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelf bindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd-watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende vijf ambities centraal: • Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; • Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; • Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; • Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; • Nederlanders leven waterbewust.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

34

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. In de Waterwet zijn alle vergunningen betreffende 'water' opgenomen. Met de Waterwet zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Wa terstructuurplan Het provinciale beleid richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Vijf hoofdthema's vormen de kern van het beleid: • het realiseren van een duurzame watervoorziening; • het verbeteren van de waterhuishoudkundige situatie; • het verbeteren van de waterkwaliteit; • het inrichten van waterlopen met het oog op de versterking van natuurwaarden; • het anders omgaan met water in bebouwd gebied. Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022 - 2027 Op 22 december 2021 is het Regionaal Water en Bodem Programma vastgesteld.

Het RWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie.

Waterbeheerplan 2022-2027 Waterschap Brabantse Delta werkt 24 uur per dag aan waterveiligheid, droge voeten, voldoende en schoon water ingevolgd het Waterbeheerplan. Hierin staan doelen en maatregelen voor de periode van 2022 tot en met 2027. Ook beschrijft het waterschap hoe ze inspelen op de veranderende omstandigheden, zoals het klimaat. In vijf jaartijd kan er veel veranderen. Daarom controleert het waterschap tijdens de planperiode regelmatig of doelen en maatregelen nog steeds goed gekozen zijn of dat aanpassing nodig is. Het Waterbeheerplan geeft de basis voor dit continue proces van plannen. Het waterschap wil de samenwerking met burgers, ondernemers en organisaties actief betrekken bij het waterbeheer in Midden- en West-Brabant. Goede initiatieven die bijdragen aan droge voeten, voldoende en schoon water worden gestimuleerd. Het Waterbeheerplan is samen met gemeenten, industriële en agrarische ondernemers, Natuurverenigingen, de provincie en het rijk opgesteld. Het algemeen bestuur heeft het waterbeheerplan definitief vastgesteld op 9 december 2021. Waterschap Brabantse Delta blijft de verbinding zoeken met inwoners en partners bij de uitvoering van het plan en blijft voortdurend kijken naar de mogelijkheden voor duurzame maatregelen en efficiënter uitvoeren van werkzaamheden.

Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en - kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft in een toetsingskader RO "De ruimte blauw geordend" aangegeven wat de ruimtelijke consequenties zijn van het waterbeleid. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

35

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

verordening: De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Keur Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterbeheer (waterkwaliteit en -kwaliteit) binnen het plangebied. Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de Keur van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. In april 2021 is het beleid van het waterschap gewijzigd en is de ondergrens vanaf wanneer het waterschap retentie eist bij een toename aan verhard oppervlak veranderd van 2000 m2 naar 500m2.

Voorbeelden van situaties waarbij een watervergunning nodig is: • het dempen of wijzigen van een watergang; • het aanleggen van een kabel of leidingen; • het planten van bomen en struiken; • het brengen van water in een watergang. Nieuwe ontwikkelingen moeten waterneutraal worden uitgevoerd, waarbij zoveel mogelijk moet worden gestreefd naar behoud of herstel van de natuurlijke waterhuishoudkundige situatie. Het toekomstige watersysteem moet hierbij voldoen aan de 'Beleidsregel hydraulische randvoorwaarden van het waterschap', vastgesteld op 1 mei 2009. Met betrekking tot hydrologisch neutraal ontwikkelen hebben de drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hierna hun keuren geharmoniseerd tot 'Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. De Keur van 1 maart 2015 is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Hergebruik gaat boven infiltreren, boven bergen en afvoeren (kwantiteitsrits). Voor nieuwbouw geldt dat het 'schone' regenwater van het 'vuile' huishoudelijke afvalwater gescheiden opgevangen en verwerkt dient te worden. De kwaliteitsrits houdt in schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Toets Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging te voorkomen. Volgens het Bro is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

36

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Waterstromen Op het terrein en bij de processen van Gronddepot komen verschillende waterstromen vrij. 1. hemelwater van schone terreindelen, halfverharding 2. hemelwater van daken 3. hemelwater van overige verhardingen 4. hemelwater van vloeistofdichte vloeren 5. spoelwater van de natzeef-installatie Vrijkomende waterstromen kennen verschillende manieren van afvoer of toepassing. Hierbij is het uitgangspunt steeds dat water in processen wordt hergebruikt. Ad. 1 Hemelwater wat neerslaat op terreindelen met halfverharding (puingranulaat), zal ter plaatse de bodem indringen. Ad. 2 Op het noordoostelijk terreindeel worden loodsen geplaatst. Afstromend schoon hemelwater van deze daken wordt naar de buffervoorziening (spirotank) ten behoeve van de natzeef-installatie geleid. Bij een teveel aan water in de buffervoorziening, wordt dit dakhemelwater naar een retentievijver in de noordoostelijke punt van het terrein geleid. Hier infiltreert het in de bodem. Overigens is het niet de verwachting dat er een overschot aan schoon hemelwater ontstaat. Ad. 3 Delen van het terrein zijn verhard met klinkers, stelcon of zeskanttegels. Dit zijn rijwegen en opslagvakken voor stoffen met een niet-bodembedreigend karakter. Het hemelwater van verharde rijwegen loopt in ondiepe greppels langs de berm, waar het wegzakt in de bodem.

Bij verharde terreindelen waar grond, zand of bouwstoffen (allen schoon) worden opgeslagen, zal hemelwater grotendeels in het materiaal worden opgenomen (80%). Het overige hemelwater stroomt via de rijweg naar de berm en infiltreert in de bodem, of infiltreert in bodem door de halfverharding van het terrein. Ad. 4 Hemelwater van vloeistofdichte vloeren wordt via een centrale goot naar een bufferput geleid. Op de vloeistofdichte vloeren ligt infill materiaal opgeslagen. Tevens is hier de natzeefinstallatie opgesteld. Het water uit de bufferput wordt gebruikt als waswater in de natzeefinstallatie. Tevens kan dit water in droge perioden gebruikt worden voor besproeien van het opgeslagen infill materiaal, teneinde verwaaiing en stofvorming tegen te gaan. Ad. 5 De natzeef-installatie scheidt infill materiaal in de fracties zand, rubber korrels, kunststof grassprietjes en overige fysische verontreinigingen. Hiervoor is veel water nodig. Dit water wordt betrokken uit de bufferputten en steeds rondgepompt. Er treedt verdamping op, en met de zeeffracties zal water uit het systeem afgevoerd worden. Dit wordt aangevuld met hemelwater. Naar verwachting is tevens aanvulling met grondwater noodzakelijk.

Watertoets Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

37

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Beschrijving huidige situatie •

Verhard en onverhard oppervlak Het bedrijfsterrein + toegangswegen zijn op dit moment globaal 50/50 verdeeld in verhard en deels onverhard oppervlak.

•

Bodemkundige gesteldheid (o.a. infiltratiecapaciteit) De bodem bestaat plaatselijk uit matig fijn zand. Het waterbergend vermogen van dergelijke bodem is prima geschikt voor infiltratie van afstromend hemelwater. K-waarde > 3.

•

Oppervlaktewaterlichamen In de directe nabijheid van het gronddepot zijn geen oppervlaktewater lichamen gelegen, behoudens een natuurlijk water (ven) in het nabijgelegen bosgebied.

•

Grondwater Het grondwater is plaatselijk relatief diep gelegen. De grondwaterstand varieert tussen de 2.0 en 3.0 m-mv (GHG en GLG). Dit blijkt uit de uitgevoerde bodemonderzoeken ter plaatse.

•

Rioleringsysteem/Zuiveringstechnisch werk/afvalwatertransportleidingen Langs het gronddepot aan de oostzijde, globaal vanaf halverwege het terrein, is VWA aangelegd, welke is aangesloten op het bestaande gemengd rioleringsstelsel in de openbare weg Klein Zwitserland. Niet rechtstreeks op het nabij gelegen rioolgemaal. Op deze riolering is tevens het sanitair van het weegkantoor aangesloten.

•

Natuur/KRW De omgeving ten westen en zuiden van het gronddepot bestaat uit een agrarisch cultuurlandschap (weilanden). Noordelijk ligt de militaire luchtmachtbasis. Dit heeft geen bijzondere natuurlijke waarde. Oostelijk ligt een klein bosgebied, aangeduid als "speelbos". Zuidelijk ligt Rijksweg A58.

•

en onderhoud Er is in de huidige situatie geen sprake van waterwegen. Onderhoud van het terrein vindt plaats door private bezitters. 10.2.e

Beschrijving toekomstige situatie •

Verhard en onverhard oppervlak Momenteel is circa 1,3 ha van het totale perceel van 2,4 ha verhard. Met name het terreindeel ten noorden van de natzeef-installatie is onverhard. Het gronddepot is voornemens dit terrein geleidelijk aan verder te verharden met halfverharding in de vorm van verdicht puingranulaat. Hemelwater infiltreert door de halfverharding rechtstreeks in de bodem, of wordt opgenomen in de opslagdepots voor zand, grond, puin en bouwstoffen.

•

Bodemkundige gesteldheid (o.a. infiltratiecapaciteit) De bodem bestaat plaatselijk uit matig fijn zand. Het waterbergend vermogen van dergelijke bodem is prima geschikt voor infiltratie van afstromend hemelwater. K-waarde > 3 (ruim).

•

Oppervlaktewaterlichamen Er zijn/worden twee nieuwe oppervlaktewaterlichamen gecreëerd. Te weten een al gerealiseerde retentiesloot langs de nieuwe toegangsweg (bovenbreedte 2 m, bodembreedte 0,5 m, diepte 0,6 m, lengte 470 m). En een retentievijver van 75 m2 en een minimale inhoud van 135 m3 De retentiesloot en retentievijver zullen naar verwachting een groot deel van het jaar droog staan. Aangezien veel hemelwater door de open structuur van de verharding in de bodem zal infiltreren.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

38

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschap

Tevens is de bodem van sloot en vijver gelegen boven de GHG. Door de goede waterbergende capaciteit van de bodem zal hemelwater naar verwachting snel in de bodem infiltreren. De weergegeven afmetingen volstaan om regenwater in voldoende mate te kunnen infiltreren.

Grondwater Het grondwater is plaatselijk relatief diep gelegen. De grondwaterstand varieert tussen de 2.0 en 3.0 m-mv (GHG en GLG). De grondwaterstand zal niet noemenswaardig worden beïnvloed door de infiltratie van hemelwater. Natuur/KRW Het gronddepot is door plaatsen van beplantingen deels al geïntegreerd in het omliggende landschap. Bezijden de doorgangsweg westelijk langs het gronddepot -naar de luchtmachtbasis- wordt nog een groene singel geplaatst. Door de aanleg van retentievoorzieningen en infiltratie van water in de bodem wordt mogelijk op microniveau een plaatselijke impuls gegeven aan natuurontwikkeling. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van de toegangsweg, het gronddepot, de retentiesloot en retentievijver en alle bijbehorende voorzieningen (talud, begroeiing, hekwerk, et cetera) komt volledig voor verantwoordelijkheid en kosten van Gronddepot Klein Zwitserland BV (firma Hendrickx). Gevolgen voor water De infiltratie van schoon hemelwater in de bodem heeft geen invloed op het regionale watersysteem. Het afspoelend hemelwater van terreinen komt niet in open oppervlaktewateren. Door water te infiltreren in de bodem wordt voldaan aan de voorkeursvolgorde voor afvoer van (hemel)water, welke de waterschappen voorstaan. Ontgronding Een ontgrondingsvergunning is benodigd onder de volgende condities: •

ontgraving > 15.000 m3, of

•

diepte ontgraving > 3 m, of

• oppervlakte ontgraving > 2.000 m2 Een melding inzake ontgronding moet gedaan worden indien •

ontgraving < 15.000 m3, of

•

diepte ontgraving < 3 m, of

•

oppervlakte ontgraving > 2.000 m2

Er wordt een retentievijver aangelegd. 75 m2, maximaal 1,5 m diep en een inhoud van maximaal 135 m3. Voor een dergelijke ontgraving behoeft geen vergunning en geen melding ontgrondingen gedaan te worden. Dit is afgestemd met Provincie Noord-Brabant.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

39

((Stamlijn u S===milieu advies

>__

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Beleid gemeente Bij het operationeel zijn van de natzeefinstallatie zal gewerkt worden met een gesloten waterbalans. Hemelwater afkomstig van het dak van de nieuw te bouwen loodsen, zal worden opgevangen en wordt ingezet als proceswater. Evenals hemelwater van vloeistofdichte voorzieningen. Hemelwater van terreinen infiltreert in de bodem. Er zal derhalve geen extra belasting van proces- of hemelwater naar de openbare riolering van gemeente Gilze en Rijen plaatsvinden. In het VGRP stelt Gilze en Rijen als beleidsdoelstelling: Afkoppelen van het verharde oppervlak bij renovaties is een ambitie van de gemeente, zoals al in de Waternotitie is vastgelegd. De reden hiervoor is dat afkoppelen bijdraagt aan een duurzamere inrichting van het watersysteem doordat de vuilemissie van gemengde rioolstelsels en de RWZI beperkt en de verdroging tegengaat. Door afstromend hemelwater zoveel als mogelijk te hergebruiken of te infiltreren4 in de bodem wordt invulling gegeven aan de beleidsdoelen uit het VGRP. Berging van 40 mm regenval kan plaatsvinden.

Conclusie Het onderhavige project is niet in strijd met gemeentelijk beleid of beleid van hogere overheden. Er zijn gevolgen voor de afvoer van hemelwater, de riolering, grondwater en oppervlaktewater. De OMWB adviseerde overigens op 24 januari 2020 het volgende: "Het lozen van afvalwater (gezuiverd van verhoogde concentraties zink) afkomstig van de natte zeefinstallatie voor infill materiaal in de bodem wordt niet toegestaan. Pas wanneer kan worden gemotiveerd waarom het lozen van dit water in het vuilwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is kunnen voorschriften om de bodemlozing onder voorwaarden toe te staan worden overwogen." Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt nogmaals aangegeven dat geen lozing plaatsvindt van water van de natzeef-installatie. Niet naar de bodem, niet naar de riolering.

5.6 Archeologie en cultuurhistorie Wettelijk toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, (bestemmings)plannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet voldoen.

Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten

4

Enkel schoon hemelwater infiltreren in de bodem

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

40

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van een ruimtelijk plan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het plan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water.

Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2024 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. De kaart is vastgesteld in 2010, met herziening in 2016. De CHW bestaat uit de volgende onderdelen: •

historische bouwkunst: dit zijn de 'monumenten' uit het dagelijks taalgebruik;

•

historische stedenbouw: het kan gaan om een gehucht, dorp, stad, woonwijk of industrieel complex;

•

historische geografie: aanpassingen die de mens in de loop der eeuwen heeft gedaan aan de natuurlijke omgeving;

•

historisch groen: de groenelementen en structuren die door ingrepen van de mens ontstaan;

•

historische zichtrelaties: hieronder vallen: molenbiotopen, schootsvelden, eendenkooien en

•

archeologische monumenten: deze kaartlaag bestaat uit de AMK Noord-Brabant en

zichtrelaties; indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW): naast de hierboven genoemde archeologische monumenten zijn op de cultuurhistorische waardenkaart indicatieve archeologische waarden af te lezen. Deze waarden zijn belangrijk en moeten in beginsel beschermd worden. De kaart bevat de overige cultuurhistorische informatie uit de CHW2006, vooralsnog als aanvulling op de themakaart Cultuurhistorie uit de inmiddels vervallen provinciale Verordening ruimte. Het meest noordelijk deel van de nieuwe ontsluiting ligt over het oude tracé en is op de CHW (figuur 22) geduid als lijn van redelijk hoge waarde. Dit was de oude verbinding tussen de kernen Rijen en Gilze. Reeds in het verleden is deze verbinding vervallen en de lijn aangetast. En in 2016 is dit in de afwijkingsprocedure af beoordeeld. •

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

41

((Stamlijn u S===milieu advies

>__

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschap

F

T,

/ [' y B

9

F

I 1&

$ pot

1i Figuur 22: Uitsnede CHW2010

i4

/ / An’

r

■I -l•4/(, ■I ’ AlD

Aardkundige Waardenkaart Aardkundige waarden zijn onderdelen van het landschap die iets vertellen over de oorsprong van het gebied. Het landschap in Noord-Brabant is honderden tot honderdduizenden of zelfs miljoenen jaren terug ontstaan. Deze dekzandruggen, stuifduinen en meanderende beeklopen zijn gezichtsbepalend voor het Brabants landschap. De provincie wil deze onvervangbare gebieden behouden vanwege de ecologische en cultuurhistorische betekenis. Daarom nam de provincie gebieden van provinciale of nationale betekenis op in haar structuurvisie ruimtelijke ordening. In de Verordening ruimte is extra ruimtelijke bescherming voor het beheer en behoud van die gebieden geregeld. De Provincie heeft de 'Aardkundig waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant' ontwikkeld, welke is opgenomen in de verbeelding van de Verordening Ruimte. De kaart geeft aan op welke gebieden de bestaande beleidsregels betrekking hebben en welke regels gelden. Het plangebied is niet gelegen in een aardkundig waardevol gebied, zie figuur 23. De provincie geeft op deze manier een impuls aan behoud en ontwikkeling van aardkundige waarden, in én buiten de veertig gebieden. Op 3 augustus 2005 is de Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart Brabant bekendgemaakt. In tegenstelling tot de Cultuurhistorische Waardenkaart is de Aardkundige Waardenkaart geen dynamische kaart die regelmatig wijzigt.

Ter plaatse zijn dus geen aardkundige waarden bekend.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

42

((Stamlijn u S===milieu advies

Teteringen

>__

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

A27

7

Doxst

Rijen

B vel

ƒ A58

T

kout

Gilze

Riel II

Figuur 23: uitsnede provinciale kaart aardkundig waardevol gebied

N

W

Wet op de archeologische monumentenzorg Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.

Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Op deze wijze is de zorg voor archeologische monumenten geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is onder andere bepaald dat gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

43

((Stamlijn u S===milieu advies

>___

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Om archeologie te laten meewegen wordt, naast de in ontwikkeling zijnde regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, in casu de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald. In wetgeving is de omgang met archeologisch erfgoed geregeld en zijn enkele uitgangspunten en doelstellingen gesteld. Zo kan iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem verstoord wordt, verplicht worden gesteld om een rapport over te leggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist. Dit bestaat in de eerste plaats uit vooronderzoek: het bureauonderzoek en/of het inventariserend veldonderzoek, elk met bijbehorende standaardrapportages. Tijdens het bureauonderzoek wordt gekeken naar wat er in historisch, archeologisch en aardwetenschappelijk opzicht al bekend is over het plangebied. De volgende fase bestaat in veel gevallen uit een veldonderzoek. Dergelijk onderzoek heeft als doel kansrijke en kansarme zones te karteren. Hierbij kan booronderzoek plaatsvinden alsmede proefsleuvenonderzoek. De resultaten dienen vervolgens te worden gewaardeerd.

Tijdens de waarderende fase wordt van de aangetroffen vindplaatsen, ook wel site genoemd, de omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit vastgesteld om zo tot een oordeel over de behoudenswaardigheid te komen. Op basis van dit oordeel neemt de betrokken overheid een besluit (het selectiebesluit) hoe met eventueel aanwezige vindplaatsen dient te worden omgegaan. Archeologisch beleid gemeente Derhalve heeft de raad van de gemeente Gilze en Rijen op 26 april 2011 het 'Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, gemeente Gilze en Rijen' vastgesteld. In het beleidsplan onderscheidt de gemeente een 7-tal verwachtingen, variërend van een zeer hoge tot een verwaarloosbare archeologische verwachting. Per verwachtingswaarde heeft de gemeente bepaald wat de vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek. In figuur 25 is een uitsnede van deze archeologische beleidskaart te zien, waarop de projectlocatie is weergegeven.

De archeologische beleidskaart vertaalt de archeologische waarden- en verwachting naar concrete maatregelen. Op basis van de beleidskaart wordt de gemeente onderverdeeld in verschillende categorieën met de daaraan gekoppelde voorschriften. De gemeentelijke beleidskaart is gebaseerd op een grote hoeveelheid (veld-)gegevens die toegespitst zijn op de lokale situatie. Hierdoor ontstaat een goed onderbouwd beleidsdocument en kunnen verantwoorde keuzes gemaakt worden over het al dan niet hoeven uitvoeren van archeologisch onderzoek. Door de verwachtingswaarden in categorieën onder te verdelen, wordt tevens onderscheid gemaakt in de omvang van de ingreep. Met andere woorden; hoe lager de verwachtingswaarde, hoe groter een ingreep mag worden uitgevoerd zonder voorafgaand archeologisch onderzoek. In de praktijk betekent dit dat aanvragers slechts dan een archeologisch onderzoek moeten uitvoeren, als er sprake is van een gefundeerde en goed beargumenteerde verwachtingswaarde. Dus minder vaak onderzoek verplicht voor de burgers/bedrijven en pas onderzoek verplicht bij activiteiten van grotere omvang. Anderzijds worden de locaties met hoge(re) verwachtingswaarden nog steeds goed beschermd.

Juist doordat de beleidskaart een zeer getrouw beeld geeft van de verwachtingswaarden, opgesteld aan de hand van feitelijke bodemgegevens over het grondgebied, mag dit beleid dan ook op groot draagkracht rekenen. Het beleid zorgt dus voor lastenverlichting voor de aanvragers en doet tegelijkertijd geen enkele afbreuk aan de bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed. De gemeente wil met dit nieuwe beleid meer maatwerk leveren door te beschermen waar nodig en vrij te laten waar de kans op archeologische vondsten kleiner is. In zijn algemeenheid heeft de gemeente meer activiteiten vrijgesteld van archeologisch onderzoek.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

44

((Stamlijn u Bmilieu advies

URBAN JAZZ stedenbouw

ft landschep

Toets Op de percelen rust reeds op grond van het bestemmingsplan Buitengebied, afgestemd op eerder omschreven archeologie-beleid, de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie' (artikel 32), waarbij het zonder aanlegvergunning (omgevingsvergunning Wabo) niet toegestaan is om diverse werkzaamheden, buiten het bouwvlak, uit te voeren. Dit geldt onder andere bij: egaliseren, ophogen, afgraven, grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm (diepploegen) en ontginnen alsmede bij het aanleggen van verhardingen > 100 m2. Op dit moment is over het gehele bedrijf een bouwvlak gelegd, zodat feitelijk de archeologieregelgeving zelfs niet relevant noch van toepassing is.

Op het terrein kunnen vijvers of bassins worden gegraven; voor de aanleg van halfverharding, plaatsen van verharding onder de droogloodsen en andere grondwerkzaamheden. De beoordeling archeologische waarden moet hiermee uitgevoerd worden. De gronden zijn al in gebruik voor het gronddepot. De voormalige landbouwgronden werden jaarlijks meerdere malen bewerkt (teeltlaag), waaronder ploegen en overige grondbewerkingen. Tijdens het voormalige gebruik als gemeentelijk gronddepot is de ondergrond veelvuldig vergraven. Zeker op het noordelijk deel van het terrein lijkt er in het verleden ontgronding plaatsgevonden te hebben. Dit deel ligt circa 1 m lager dan omliggende percelen. De kans i.c. aanwezigheid van archeologische waarden is hiermede komen te vervallen.

Op de gemeentelijke verwachtingskaart (figuur 24) is de locatie nog geduid met een lage indicatieve archeologische verwachtingswaarde.

Archeologische verwachting Hoog, Historische kem

Hoog,

Middelhoog,

Laag,

)1

Verstoord,

Water

Mogelijk verstoord

1 Figuur 24: Uitsnede Archeologische Verwachtingskaart,

Het plangebied is op grond van de archeologische beleidskaart (figuur 25) aangemerkt als verwachtingswaarde 'laag'/categorie 6.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

45

((Stamlijn u URBAN JAZZ S===milieu advies

>___

stedenbouw

ft landschep

'ir

Oategorls 1:Hwcherrd arthelogich monument

Categorë2Gebldvan archeniogioche wasrdë

88-338

Oategorls 3e Gebled met een hoge archeologiche vereachting. historische heren

Categorlë 4: Geblëd meteen hoge arcmeologeche veraachting

xF

Categorlë £ Geblëd met een middemoge archeologieche verwachting

Categorie 5: Gebled met een lage ancheologinche verwachting

H HëAHIR

Categorlë 7:0 eblëd zonder archeclogeche verwacming

888888

Mogsl Uk verstoorde ondergrond

Figuur 25: Uitsnede beleidskaart

Het plangebied valt daarmee in de categorie met een lage verwachtingswaarde in combinatie met de mogelijkheid dat de grond verstoord is. Omdat de omvang van de voorgenomen verstoring bovendien niet groter is dan de vrijstellingsgrens van 25.000 m2 en niet dieper dan 40 cm er waarschijnlijk ook nog sprake is van verstoring hoeft voor het plangebied geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Er geldt wel een wettelijke zorgplicht.

5.7 Externe Veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, gebruikt, bewaard, verstrekt en/of bewerkt en transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en buisleidingen. Op de planlocatie zullen, zoals eerder in deze ruimtelijke onderbouwing is beschreven, beperkt en kortstondig werknemers aanwezig zijn, zodat dit voor de externe veiligheid ondergeschikt is. Het feitelijke bedrijfskantoor is elders gevestigd. De locatie is daarmee geen kwetsbaar object.

Bevi De risiconormen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi). In dit besluit zijn milieukwaliteitseisen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. De bij het besluit behorende ministeriële regeling " 10.2.e externe veiligheid inrichtingen" (Revi) werkt de afstanden, de referentiepunten en de wijze van berekenen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico verder uit ter uitvoering van het Bevi. Op 3 april 2007 is de Regeling tot wijziging van de Revi gepubliceerd. De wijziging is op 1 juli 2007 in werking getreden en heeft onder andere betrekking op de gewijzigde afstanden voor bestaande LPG tankstations. Daarnaast zijn de Handreiking Verantwoording Groepsrisico van VROM en de Handleiding externe veiligheid inrichtingen hulpmiddelen voor de wijze waarop volgens het Bevi met externe veiligheidsrisico's moet worden omgegaan relevant. Het Bevi verplicht het bevoegd gezag op basis van de Wet milieubeheer om veiligheidsafstanden aan te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. In het besluit zijn gevoelige objecten gedefinieerd als kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14056004/1