Bijlage 4 Schoolstraat 49-51 Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
In de achtergevel bevinden zich drie deuren waarvan een grote deur welke gebruikt werd om met een tractor en wagen de koeien te voeren. De muren zijn volledig dicht en zonder stootvoegen. Het dak is van golfplaten die niet geïsoleerd zijn en de nok is geheel open. Er zijn geen nesten of sporen van dieren waargenomen. ● Een rundveestal van ongeveer 485m2 met een stenen muur en golfplaten als dak. De randen onder het dak zijn afgedicht, er zijn geen grote kieren of spleten zichtbaar. Over de gehele lengte van de zijwand van de stal, onder de dakrand, is een opening van ongeveer 30 centimeter, welke is afgedicht met fijn gaas. ● Een halfopen loods van 336m2 met een grotendeels stenen muur en golfplaten als dak. De draagbalken zijn gemaakt van staal en van hout. De loods bevat drie ingebouwde garageboxen. ● Drie sleufsilo’s van in totaal 600m2 met 3 kuilplaten van in totaal 880m2. De sleufsilo’s hebben een betonvloer en betonnen muren van 30 centimeter breed en 70 centimeter hoog. De erfverharding bestaat uit betonklinkers. De vegetatie aan de voorzijde van het plangebied bestaat voornamelijk uit grassen en een beukenhaag. Achter de stallen zijn verwilderde planten te vinden; onder andere reigersbek en paardenbloem zijn hier waargenomen. Aan de linkerzijde van het bedrijfsgebouw ligt een (paarden)weide (Schoolstraat 49) war bestaat uit Engels raaigras.
Achter de weide zijn verwilderde planten te vinden, waaronder schijfkamille, reigersbek en kromhals. Deze groeien op een talud net buiten het plangebied bij de buren.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 14
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
4.5 Impressie plangebied
vooraanzicht bedrijfswoning
voorkant grote rundveestal
achterkant grote rundveestal
binnenkant grote rundveestal
Kleine rundveestal
halfopen loods
Aangesmeerde dakrand
Luchtinlaat
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 15
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in de onderstaande tekst beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Effectbeoordeling Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Effectbeoordeling In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNB-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 16
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
5.2 Soortenbescherming 5.2.1 Flora Volgens de gegevens van de NDFF zijn er geen waarnemingen van beschermde plantensoorten binnen een straal van een kilometer rond het plangebied. Binnen een straal van vijf kilometer zijn de planten Drijvende Waterweegbree, Kartuizer anjer, Ruw parelzaad en Knolspirea waargenomen. Drijvende waterweegbree is een plant van helder, voedselarm tot matig voedselrijk (fosfaatarm), zwak zuur water. Ze komt voor in laaglandbeken, vennen, kanalen en poelen. Het is een vrij zeldzame soort met een uitgebreide verspreiding in de hoge delen van Nederland. De Kartuizer anjer groeit op zonnige plaatsen op droge, matig voedselarme, vaak kalkhoudende grond (zand, mergel en stenige plaatsen). Deze plant is te vinden op grasland, in bermen en op rotsachtige plaatsen. Ruw parelzaad staat op open, zonnige, matig vochtige, matig voedselrijke, basische en kalkrijke mergel, leem, zand en zavel. Ze groeit in akkers, op omgewerkte en braakliggende grond, in bermen en op spoorwegterreinen, op oeverwallen en stroomruggen langs rivieren. De Knolspirea groeit op zonnige plaatsen, op vrij droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet bemeste, neutrale, vaak kalkhoudende grond (leem, löss en mergel). Deze plant is te vinden op grasland (kalkgrasland), in bermen en bosranden en is zeer zeldzaam in Nederland.
Het plangebied bestaat voornamelijk uit bebouwing en erfverharding. De kleine vegetatie strook in het plangebied biedt geen geschikt habitat voor deze beschermde plantensoorten. Ondanks gericht zoeken zijn er tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten waargenomen. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten. Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied uit te sluiten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.
5.2.2 Zoogdieren Algemeen beschermde soorten Uit gegevens van de NDFF blijkt dat binnen één kilometer afstand van het plangebied het konijn en de steenmarter zijn waargenomen. Op een afstand tot vijf kilometer zijn er waarnemingen van de boommarter, bunzing, das, eekhoorn, egel, ondergrondse woelmuis, rosse woelmuis en wezel. Het is zeer aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor boommarter, bunzing, das, eekhoorn, wezel en steenmarter.
Vleermuizen De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied?
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 17
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Volgens de gegevens van de NDFF zijn er geen waarnemingen van beschermde vleermuissoorten binnen één kilometer van het plangebied. Binnen een straal van vijf kilometer kunnen de volgende soorten voorkomen: Baardvleermuis, Brandts vleermuis, Franjestaart, Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Kleine dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis. Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben.
Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in de omgeving van het projectgebied zouden voor kunnen komen. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bebouwing is uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen en potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia. De bedrijfswoning in het plangebied beschikt over een spouw, maar de stootvoegen, die als potentiële invliegopeningen kunnen dienen zitten op 0,30 meter van de grond en daarmee te laag om door vleermuizen gebruikt te worden. Er zijn ook geen geschikte invliegopeningen voor vleermuizen aanwezig in het dak van de bedrijfswoning, de leien onder de eerste rij dakpannen zijn te glad om gebruikt te kunnen worden als verblijfplaats. Verder zijn er geen andere potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen, zoals een holle ruimte achter een vensterluik, dakpan, windveer of boeiboord, in het plangebied waargenomen.
De stallen en loods bevatten geen geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen vanwege het ontbreken van tussenruimtes onder het dak. De muren zijn volledig afgesloten met een muurplaat. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken. Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effect op foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied en directe omgeving komen geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied . Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 18
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Tijdens het veldonderzoek werden twee vogelsoorten in het plangebied gezien, de boerenzwaluw en de huismus.
Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in gebouwen Uit deze zwaarste beschermingscategorie zijn in het plangebied mogelijk een aantal soorten aanwezig die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk zijn van bebouwing. Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF gegevens waarnemingen van de kerkuil en de huismus. Binnen een straal van vijf kilometer komen ook de gierzwaluw, steenuil en slechtvalk voor. Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Er zijn geen sporen van gierzwaluwen waargenomen tijdens het veldbezoek. Er worden geen nestplaatsen van gierzwaluwen in het plangebied verwacht. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving wel noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. In de rundveestallen ontbreekt het aan geschikte ingangen voor uilen om nestplaatsen te vinden. In de half open loods zijn wel potentieel geschikte nestlocaties voor uilen aanwezig.
Er is uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil, zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren, maar deze sporen zijn niet aangetroffen. Voor de slechtvalk, die bij voorkeur broedt in hoge gebouwen zijn zijn er geen geschikte nestlocaties aanwezig in het plangebied. Huismus Er zijn tijdens het veldbezoek huismussen gezien rond het plangebied. In de woning tegenover het plangebied (huisnummer 62) zijn minimaal twee nesten van huismussen waargenomen onder de eerste rij dakpannen. Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Geschikt leefgebied van de huismus bevat een combinatie met voldoende voedsel- en schuilplaatsen. Voor het voedselaanbod is het van belang dat er voldoende ruigte en overhoekjes aanwezig zijn, waar zowel zaadplanten als voldoende insectentrekkers aanwezig zijn. Beschutting is zeer belangrijk voor de huismus ter bescherming, maar ook om vanuit te foerageren. Daarom moeten er schuilplaatsen aanwezig zijn in de vorm van heggen en hagen, waarbij de voorkeur uitgaat naar streekeigen soorten (bijv.
Haagbeuk, meidoorn en Gelderse roos).
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 19
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komen op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie de grote gele kwikstaart, ooievaar, roek, buizerd, ransuil, sperwer en wespendief voor. Iets verderop zijn de boomvalk en havik waargenomen volgens NDFF. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor genoemde vogels met jaarrond beschermde nesten door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Ook voor de ransuil, die broedt in oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen onderhoud in naaldbomen, ontbreekt geschikte nestgelegenheid. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 aanwezig, en worden ook niet verwacht. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd.
Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lager gelegen water en aan de kust. Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Categorie 5 Categorie 5-soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn er meerder boerenzwaluwen aangetroffen in de rundveestal. Er zijn echter geen nesten van deze vogels gevonden.
Boerenzwaluw Boven het plangebied zijn meerdere foeragerende en overvliegende boerenzwaluwen aangetroffen. Er is in de open stallen gezocht naar nesten van boerenzwaluwen, maar er zijn geen nesten aangetroffen. Naar waarschijnlijkheid hebben de waargenomen boerenzwaluwen hun nestlocaties in de omgeving van het plangebied. De te behouden halfopen loods zou een geschikte plaats zijn voor zwaluwen om nestgelegenheid te maken. De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn jaarrond beschermd. Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie, al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied geen geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid zouden kunnen vinden. Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende landschappelijke inpassing zullen nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin- en struweelvogels toenemen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 20
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Tijdens het veldbezoek zijn vijf huismussen waargenomen. Er zijn geen nesten waargenomen in of nabij de te slopen gebouwen. Het voorkomen van nestplaatsen in de te slopen stallen kan worden uitgesloten. Onder het dak van de tegenover het plangebied gelegen woning zijn minimaal 2 nesten van huismussen waargenomen. De huismussen zullen naast de tuin ook van de omgeving van de stallen gebruik maken om te foerageren. Indien de huismussen gebruik zouden maken van het plangebied dan zou in een eventueel op te zetten mitigatieplan maatregelen voorgesteld worden ter voorkoming van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en behoud van de functionele leefomgeving. Met opdrachtgever is tijdens het veldbezoek besproken dat hij ter ondersteuning van de huismussen in het algemeen twee (Vivara Pro mus 34) nestkasten zal plaatsen aan te verbouwen loods. Deze nestkasten worden geleverd op 27 mei.
Deze nestkasten zullen bevestigd gaan worden tegen de zijgevel van de te behouden loods. Ongeveer op 10 meter afstand van de nestgelegenheden in de nabije omgeving en op 5 meter afstand van de te slopen gebouwen. Er gaan geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen verloren en worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een nader onderzoek naar het voorkomen van rust- en verblijfplaatsen van huismussen of een ontheffingsaanvraag is niet nodig. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen Het plangebied is niet geschikt als broed- en foerageergebied voor algemene vogelsoorten. De voorgenomen plannen hebben geen negatieve effecten op het broed- en foerageergebied. In de omgeving van het plangebied blijft voldoende geschikt broed- en foerageergebied behouden. Overige Vogelrichtlijnsoorten Alle vogels en hun actief in gebruik zijnde nesten zijn beschermd maar er zullen geen broedplaatsen direct verstoort worden door de werkzaamheden. Door de sloop van de gebouwen zal het habitat van de vogels waar mogelijk verbeterd worden doordat er in de voorgenomen ontwikkelingen meer vegetatie wordt aangeplant en daardoor de foerageermogelijkheden worden vergroot.
De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als vink en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.
5.2.4 Amfibieën, vissen, reptielen , vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Uit gegevens van RAVON en de NDFF blijkt dat er binnen een straal van één kilometer van het plangebied geen beschermde amfibieën, reptielen en vissen voorkomen. Ondanks dat er volgens het NDFF in een straal van vijf kilometer wel verschillende beschermde soorten voor kunnen komen, is de aanwezigheid van deze beschermde soorten uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemene amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan ze vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Dit is hier van toepassing. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 21
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens het NDFF komen er in een straal van één kilometer geen beschermde vlinder en libellensoorten voor. In een straal van vijf kilometer rond het plangebied zijn er wel waarnemingen van de Bosbeekjuffer, Beekrombout, Gevlekte witsnuitlibel, Sierlijke witsnuitlibel, Grote vos en de Teunisbloempijlstaart. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Er zouden wel algemene vlindersoorten in het plangebied voor kunnen komen zoals klein koolwitje, boomblauwtje en citroenvlinder. Overige soorten Overige beschermde soorten insecten, zoals verschillende kevers zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden.
Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken van oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 22
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie
6.1 Voorkomende diersoorten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er algemeen beschermde broedvogels in het plangebied voorkomen. Voor de overige soortgroepen, waaronder vleermuizen uilen, huismus en gierzwaluw zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De soorten worden niet verstoord. De biotopen blijven behouden.
6.2 Resultaten De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie Schoolstraat 51 in de huidige situatie weinig biodiversiteit bevat, maar dit aanzienlijk verhoogd kan worden door de voorgenomen ontwikkeling. Door de agrarische bestemming te vervangen voor een agrarisch-verwante bestemming, een hoveniersbedrijf, zijn er veel mogelijkheden om de fauna diversiteit te vergroten. De voorgenomen plannen om een grote voortuin en een showtuin aan te leggen zullen, mits geschikte planten worden geplaatst, veel insecten aan kunnen trekken wat de foerageermogelijkheden voor verschillende vogelsoorten bevorderd. Door het ophangen van nestkasten voor huismussen kan de instandhouding van deze beschermde soort bevorderd worden.
6.3 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren.
o
o o
o
o
Wet natuurbescherming De ingreep zal naar verwachting leiden tot een zeer beperkt en tijdelijk verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. De voorgenomen ontwikkeling zal dit verlies ruimschoots compenseren. Een ontheffing Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Ook effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn er niet. Een nadere toetsing is dus niet aan de orde. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. Er zijn geen nesten van (beschermde) vogelsoorten waargenomen tijdens de veldronde. In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Deze maatregelen dienen ervoor om negatieve gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen of te verzachten. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten.
Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 23
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevorderd de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied aan de Schoolstraat 49-51 raden wij de volgende natuurinclusieve maatregelen aan: ● Op plaatsen waar wegen niet intensief gebruikt worden, zoals parkeerplaatsen kan er halfbestrating worden gebruikt. De openingen tussen de stenen biedt ruimte aan planten die tolerant zijn voor betreding. De vegetatie ontwikkelt zich vanzelf, maar kan met inzaaien worden bevorderd. De planten zorgen voor zaden en insecten die weer dienen als voedsel voor vogels. ● Veel vleermuissoorten zijn afhankelijk van bebouwing als nestgelegenheid, maar onze huizen en verdere bebouwing worden steeds dichter. Vleermuizen kunnen zelf geen nest bouwen, maar maken gebruik van al bestaande holtes, zoals spleten en spouwen.
Ze verblijven op verschillende plekken, afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats). Door het plaatsen van inmetselstenen worden vleermuizen enorm geholpen bij het bieden van een verblijfplaats. Naast het plaatsen van vleermuisvoorzieningen kunt u ook ruimtes in het gebouw vrijlaten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen om de spouw toegankelijk te maken, ruimte achter de gevelbetimmering te laten of ruimte maken in (dubbele) daklijsten. ● In de directe omgeving van het plangebied zijn huismussen aanwezig. Om de populatie huismussen in de omgeving uit te breiden kunnen er speciale dakpannen of inbouwstenen worden gebruikt om te dienen als nestgelegenheid in de nieuw te bouwen woningen. Het aanbrengen van houten nestkasten is ook mogelijk, maar is minder duurzaam. In de te renoveren loods komt een betimmerde topgevel. Hierin kunnen nagenoeg kosteloos vaste voorzieningen voor huismussen gemaakt kunnen worden met een gering bedrag aan kosten. Op deze manier kan de in de directe omgeving aanwezige populatie zich naar de planlocatie uitbreiden en wordt de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd. ● Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant.
Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerder genoemde insecteneters. ● Om de biodiversiteit van het begin van de kringloop te verhogen is het plaatsen van een insectenhotel aan te bevelen. Daarnaast is het wenselijk om een (kleine) bloementuin aan te leggen met speciale bijen/vlindermengsels of met planten die van nature in een berm kunnen voorkomen, zoals margriet, rode klaver, kleine pimpernel, wilde peen, duizendblad en gewoon knoopkruid.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 24
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
LIJST VAN BRONNEN
www.atlasleefomgeving.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.NDFF.nl www.verspreidingsatlas.nl Limpens et al., 2014, 2017 Dietz et al., 2011 Baijens et al. 2005 www.rijksoverheid.nl www.brabant.nl kaartbank.brabant.nl www.natuurmonumenten.nl www.vivarapro.nl www.ivn.nl www.natura2000.nl netwerk groene bureaus www.ravon.nl www.floron.nl www.sovon.nl www.wikipedia.nl www.vogelbescherming.nl checklist vleermuisprotocol
o o o
Als bijlage 1 is toegevoegd de verspreidingslijst van de NDFF Als bijlage 2 is toegevoegd de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Als bijlage 3 is toegevoegd de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 25
Project
: Schoolstraat
Referentie : BE-0896 Datum
: 06 mei 2021
Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 06 mei 2021' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333
Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 06 mei 2021'
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Buizerd
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Grote Gele Kwikstaart
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Huismus
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Kerkuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Konijn
Zoogdieren
Ooievaar
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Ransuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Roek
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Sperwer
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Steenmarter
Zoogdieren
Wespendief
Vogels
0 - 1 km
0 - 1 km wnb-vrl
0 - 1 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Alpenwatersalamander
Amfibieën
Baardvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Bastaardkikker
Amfibieën
1 - 5 km
Beekrombout
Libellen
1 - 5 km
Boomkikker
Amfibieën
Boommarter
Zoogdieren
Boomvalk
Vogels
Bosbeekjuffer
Libellen
1 - 5 km
Bunzing
Zoogdieren
1 - 5 km
Das
Zoogdieren
1 - 5 km
Drijvende waterweegbree
Vaatplanten
Eekhoorn
Zoogdieren
1 - 5 km
Egel
Zoogdieren
1 - 5 km
Franjestaart
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gierzwaluw
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
grote vos
Dagvlinders
1 - 5 km
Haas
Zoogdieren
1 - 5 km
Havik
Vogels
Hazelworm
Reptielen
Kamsalamander
Amfibieën
Kartuizer anjer
Vaatplanten
1 - 5 km
Knolspirea
Vaatplanten
1 - 5 km
Laatvlieger
Zoogdieren
Levendbarende hagedis
Reptielen
1 - 5 km
Ondergrondse woelmuis
Zoogdieren
1 - 5 km
Poelkikker
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Rosse vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
1 - 5 km
wnb-hrl
1 - 5 km 1 - 5 km
wnb-vrl
wnb-hrl
wnb-vrl
1 - 5 km
1 - 5 km
1 - 5 km 1 - 5 km
wnb-hrl
wnb-hrl
1 - 5 km
1 - 5 km
1 - 5 km wnb-hrl
1 - 5 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Ruw parelzaad
Vaatplanten
Sierlijke witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
1 - 5 km
Slechtvalk
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Steenuil
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
teunisbloempijlstaart
Nachtvlinders
wnb-hrl
1 - 5 km
Vinpootsalamander
Amfibieën
Watervleermuis
Zoogdieren
Wezel
Zoogdieren
1 - 5 km
Berggamander
Vaatplanten
5 - 10 km
Bever
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
bruine eikenpage
Dagvlinders
5 - 10 km
Damhert
Zoogdieren
5 - 10 km
Dennenorchis
Vaatplanten
5 - 10 km
Dreps
Vaatplanten
5 - 10 km
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
grote parelmoervlinder
Dagvlinders
5 - 10 km
grote weerschijnvlinder
Dagvlinders
5 - 10 km
Heikikker
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
kleine ijsvogelvlinder
Dagvlinders
Knoflookpad
Amfibieën
Knollathyrus
Vaatplanten
myoot (soort onbekend)
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Rugstreeppad
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Vermiljoenkever
Geleedpotigen
wnb-hrl
5 - 10 km
Wilde ridderspoor
Vaatplanten
5 - 10 km
Wild zwijn
Zoogdieren
5 - 10 km
Wolfskers
Vaatplanten
5 - 10 km
Zwarte Wouw
Vogels
Akkerboterbloem
Vaatplanten
10 - 25 km
Akkerogentroost
Vaatplanten
10 - 25 km
Beekprik
Vissen
10 - 25 km
Blaasvaren
Vaatplanten
10 - 25 km
Brede wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
1 - 5 km
1 - 5 km wnb-hrl
wnb-hrl
1 - 5 km
5 - 10 km
5 - 10 km wnb-hrl
5 - 10 km 5 - 10 km
wnb-vrl
5 - 10 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Edelhert
Zoogdieren
10 - 25 km
gentiaanblauwtje
Dagvlinders
10 - 25 km
Gestreepte waterroofkever
Kevers
Getande veldsla
Vaatplanten
10 - 25 km
Gevlekte glanslibel
Libellen
10 - 25 km
Gewone/Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
Gewone zeehond
Zoogdieren
10 - 25 km
Glad biggenkruid
Vaatplanten
10 - 25 km
Gladde slang
Reptielen
wnb-hrl
10 - 25 km
Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Groenknolorchis
Vaatplanten
wnb-hrl
10 - 25 km
Groot spiegelklokje
Vaatplanten
10 - 25 km
Grote modderkruiper
Vissen
10 - 25 km
Hermelijn
Zoogdieren
10 - 25 km
Hoogveenglanslibel
Libellen
10 - 25 km
iepenpage
Dagvlinders
10 - 25 km
Karwijselie
Vaatplanten
10 - 25 km
Kempense heidelibel
Libellen
10 - 25 km
Kleine wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Kluwenklokje
Vaatplanten
10 - 25 km
Korensla
Vaatplanten
10 - 25 km
Kruipend moerasscherm
Vaatplanten
wnb-hrl
10 - 25 km
Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Muurbloem
Vaatplanten
Muurhagedis
Reptielen
Naakte lathyrus
Vaatplanten
10 - 25 km
Naaldenkervel
Vaatplanten
10 - 25 km
Oehoe
Vogels
wnb-vrl
10 - 25 km
Oostelijke witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Otter
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Platte schijfhoren
Weekdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Ringslang
Reptielen
Rivierrombout
Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Rosse / Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Smalle raai
Vaatplanten
wnb-hrl
wnb-hrl
Afstand
10 - 25 km
10 - 25 km
10 - 25 km wnb-hrl
10 - 25 km
10 - 25 km
10 - 25 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Speerwaterjuffer
Libellen
10 - 25 km
Stijve wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Vroedmeesterpad
Amfibieën
wnb-hrl
10 - 25 km
Waterspitsmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
Wezel/Hermelijn
Zoogdieren
10 - 25 km
Wilde weit
Vaatplanten
10 - 25 km
Akkerdoornzaad
Vaatplanten
25 - 50 km
Bokkenorchis
Vaatplanten
25 - 50 km
Bruinvis
Zoogdieren
Eikelmuis
Zoogdieren
Gaffellibel
Libellen
Gewone bronlibel
Libellen
25 - 50 km
Grijze zeehond
Zoogdieren
25 - 50 km
Groene glazenmaker
Libellen
Grote leeuwenklauw
Vaatplanten
grote vuurvlinder
Dagvlinders
Kranskarwij
Vaatplanten
25 - 50 km
Kruiptijm
Vaatplanten
25 - 50 km
Kwabaal
Vissen
25 - 50 km
Noordse woelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Noordzeehouting
Vissen
wnb-hrl
25 - 50 km
pimpernelblauwtje
Dagvlinders
wnb-hrl
25 - 50 km
Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Schubvaren
Vaatplanten
25 - 50 km
Schubzegge
Vaatplanten
25 - 50 km
spiegeldikkopje
Dagvlinders
25 - 50 km
veldparelmoervlinder
Dagvlinders
25 - 50 km
Water-/Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Wolf
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
aardbeivlinder
Dagvlinders
50 - 100 km
Adder
Reptielen
50 - 100 km
Bechsteins vleermuis
Zoogdieren
Beekdonderpad
Vissen
wnb-hrl
Afstand
25 - 50 km 25 - 50 km
wnb-hrl
wnb-hrl
25 - 50 km
25 - 50 km 25 - 50 km
wnb-hrl
wnb-hrl
25 - 50 km
50 - 100 km 50 - 100 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Bergnachtorchis
Vaatplanten
50 - 100 km
Blauw guichelheil
Vaatplanten
50 - 100 km
Bosdravik
Vaatplanten
50 - 100 km
bosparelmoervlinder
Dagvlinders
50 - 100 km
Brandts vleermuis
Zoogdieren
Brave hendrik
Vaatplanten
50 - 100 km
bruin dikkopje
Dagvlinders
50 - 100 km
Bruinrode wespenorchis
Vaatplanten
50 - 100 km
Bultrug
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Butskop
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Dikkopschildpad
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
donker pimpernelblauwtje
Dagvlinders
wnb-hrl
50 - 100 km
duinparelmoervlinder
Dagvlinders
Dwergvinvis
Zoogdieren
Elrits
Vissen
50 - 100 km
Europese rivierkreeft
Geleedpotigen
50 - 100 km
Geelbuikvuurpad
Amfibieën
wnb-hrl
50 - 100 km
Geel schorpioenmos
Mossen
wnb-hrl
50 - 100 km
Gestippelde alver
Vissen
Gestreepte dolfijn
Zoogdieren
Gevlekt zonneroosje
Vaatplanten
Gewone dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gewone spitssnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gewone vinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gladde zegge
Vaatplanten
50 - 100 km
Groensteel
Vaatplanten
50 - 100 km
Grote bosaardbei
Vaatplanten
50 - 100 km
Grote bosmuis
Zoogdieren
50 - 100 km
Hamster
Zoogdieren
Honingorchis
Vaatplanten
Ingekorven vleermuis
Zoogdieren
Kalketrip
Vaatplanten
50 - 100 km
Kleine ereprijs
Vaatplanten
50 - 100 km
kleine heivlinder
Dagvlinders
50 - 100 km
Kleine schorseneer
Vaatplanten
50 - 100 km
wnb-hrl
Afstand
50 - 100 km
50 - 100 km wnb-hrl
50 - 100 km
50 - 100 km wnb-hrl
50 - 100 km 50 - 100 km
wnb-hrl
50 - 100 km 50 - 100 km
wnb-hrl
50 - 100 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
kommavlinder
Dagvlinders
Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Lederschildpad
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
Moerasgamander
Vaatplanten
Mopsvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Narwal
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Pijlscheefkelk
Vaatplanten
Potvis
Zoogdieren
Roggelelie
Vaatplanten
50 - 100 km
Rood peperboompje
Vaatplanten
50 - 100 km
Rozenkransje
Vaatplanten
50 - 100 km
sleedoornpage
Dagvlinders
50 - 100 km
Spits havikskruid
Vaatplanten
50 - 100 km
Stofzaad
Vaatplanten
50 - 100 km
Tengere distel
Vaatplanten
50 - 100 km
Tengere veldmuur
Vaatplanten
50 - 100 km
Tonghaarmuts
Mossen
Trosgamander
Vaatplanten
Tuimelaar
Zoogdieren
Tweekleurige bosspitsmuis
Zoogdieren
Vale vleermuis
Zoogdieren
Veldspitsmuis
Zoogdieren
50 - 100 km
Vliegend hert
Kevers
50 - 100 km
Vuursalamander
Amfibieën
50 - 100 km
Wilde averuit
Vaatplanten
50 - 100 km
Witsnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Zandhagedis
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
Zandwolfsmelk
Vaatplanten
50 - 100 km
zilveren maan
Dagvlinders
50 - 100 km
Bosboterbloem
Vaatplanten
100 - 250 km
Brede geelgerande waterroofkever
Geleedpotigen
Breed wollegras
Vaatplanten
50 - 100 km
50 - 100 km
50 - 100 km wnb-hrl
wnb-hrl
50 - 100 km
50 - 100 km 50 - 100 km
wnb-hrl
50 - 100 km 50 - 100 km
wnb-hrl
wnb-hrl
50 - 100 km
100 - 250 km 100 - 250 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Donkere waterjuffer
Libellen
100 - 250 km
Franjegentiaan
Vaatplanten
100 - 250 km
Geelgroene wespenorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Geplooide vrouwenmantel
Vaatplanten
100 - 250 km
Griend
Zoogdieren
Groene nachtorchis
Vaatplanten
Hazelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Juchtleerkever
Kevers
wnb-hrl
100 - 250 km
Kalkboterbloem
Vaatplanten
Kleine vlotvaren
Vaatplanten
Lange zonnedauw
Vaatplanten
100 - 250 km
Liggende ereprijs
Vaatplanten
100 - 250 km
Noordse winterjuffer
Libellen
Scherpkruid
Vaatplanten
100 - 250 km
Steenbraam
Vaatplanten
100 - 250 km
veenbesblauwtje
Dagvlinders
100 - 250 km
veenbesparelmoervlinder
Dagvlinders
100 - 250 km
Veenbloembies
Vaatplanten
100 - 250 km
veenhooibeestje
Dagvlinders
100 - 250 km
Vliegenorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Vroege ereprijs
Vaatplanten
100 - 250 km
Wilde kat
Zoogdieren
wnb-hrl
Afstand
100 - 250 km 100 - 250 km
100 - 250 km wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
100 - 250 km
100 - 250 km
100 - 250 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Zinkviooltje
Vaatplanten
100 - 250 km
Zweedse kornoelje
Vaatplanten
100 - 250 km
bestemmingsplan Schoolstraat 49-51
Bijlage 7 Bodemonderzoek
70
bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51" (ontwerp)
Rapport:
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Schoolstraat 51 Molenschot
Opdrachtgever:
Vero JES VOF Lijndonk 4 5124 RK Molenschot
Rapportnummer:
2000421
Rapportdatum: Status:
30 maart 2020 Definitief
Auteur:
ing. T.M.C. van der Meeren
Kwaliteitscontrole:
Ing. W.J.H. van den Heuvel
Lankelma Geotechniek Zuid BV – afdeling milieu Putstraat 9A Middelbeers KvK. nr.: 17131641
Versie: 1
Tel. 0499-782642 Website: www.lankelma-zuid.nl E-mail: info@lankelma-zuid.nl
IBAN: NL98ABNA0590577670 BIC ABNANL2A BTW: NL 8105.11.654.B.01
verkennend bodemonderzoek, Schoolstraat 51 Molenschot rapport: 2000421 versie 1, 30 maart 2020
Inhoudsopgave 1
Inleiding ...........................................................................................................................................1 1.1 Opdrachtvorming ......................................................................................................................1 1.2 Doelstelling ...............................................................................................................................1 1.3 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage .............................................................................1 2 Vooronderzoek ................................................................................................................................3 2.1 Locatiegegevens ......................................................................................................................3 2.2 Historische informatie ...............................................................................................................3 2.3 Bevindingen bodemonderzoeken en/of archief onderzoek ......................................................4 2.4 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................4 2.5 Resumé ....................................................................................................................................4 3 Hypothese en
Onderzoeksstrategie ..............................................................................................5 3.1 Hypothese ................................................................................................................................5 3.2 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................5 4 Veldwerkzaamheden .......................................................................................................................6 4.1 Grond ........................................................................................................................................6 4.2 Grondwater ...............................................................................................................................6 4.3 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002 ...........................................................7 5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek ..........................................................................8 5.1 Samenstelling en analyseparameters ......................................................................................8 5.2 Toetsingscriteria .......................................................................................................................8 5.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming
(Wbb)...............................................8 5.2.2 Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) .........................................8 5.3 Toetsingen ................................................................................................................................9 5.3.1 Grond ................................................................................................................................9 5.3.2 Grondwater .......................................................................................................................9 6 Conclusie en aanbeveling ........................................................................................................... 10 6.1 Conclusie ............................................................................................................................... 10 6.2 Resumé en aanbeveling ........................................................................................................ 11
Bijlagen Bijlage 1: Regionale ligging locatie Bijlage 2: Situatietekening met boorlocaties Bijlage 3: Profielbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten grond en grondwater Bijlage 5: Toetsingstabellen grond en grondwater Bijlage 6: Fotorapportage Bijlage 7: Verklaring van onafhankelijkheid
verkennend bodemonderzoek, Schoolstraat 51 Molenschot rapport: 2000421 versie 1, 30 maart 2020
1 Inleiding 1.1
Opdrachtvorming
In opdracht van Vero JES VOF heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Schoolstraat 51 te Molenschot, gemeente Gilze en Rijen. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen transactie ter plaatse van de onderzoekslocatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering die erop is gericht om te kunnen beoordelen of (mogelijke) bodemverontreinigingen aanwezig zijn, evenals het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NEN5740. Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000.
Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Lankelma Geotechniek Zuid B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Verder is zij gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en de BRL-SIKB 2000 “veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. 1.2
Doelstelling
De doelstelling van het onderzoek wordt onderstaand puntsgewijs benoemd: historisch onderzoek naar bodembedreigende activiteiten/situaties binnen de locatie middels welke een inschatting wordt gemaakt of en waar op de locatie bodemverontreiniging te verwachten is; bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie; op basis van de resultaten vaststellen of in het kader van de Wbb sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. 1.3
Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage
De werkzaamheden zijn door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. onder certificaat uitgevoerd, te weten conform BRL-SIKB 2000 en de daaraan gekoppelde protocollen: 2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”; 2002: “Het nemen van grondwatermonsters”. In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen voor bodemonderzoek die eveneens bepalend zijn voor de uitvoering van het bodemonderzoek. De belangrijkste en meest bepalende normeringen zijn de NEN5725:2017 “Bodem-landbodem-strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek” en de NEN5740/A1: 2016 “Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek”.
1
verkennend bodemonderzoek, Schoolstraat 51 Molenschot rapport: 2000421 versie 1, 30 maart 2020
Voorliggend rapport presenteert de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoekshypothese en –strategie (hoofdstuk 3) en de resultaten van het veldwerk (hoofdstuk 4) en analytisch onderzoek en de aan het onderzoek te verbinden interpretatie van de onderzoeksresultaten (hoofdstuk 5) en conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).
2
verkennend bodemonderzoek, Schoolstraat 51 Molenschot rapport: 2000421 versie 1, 30 maart 2020
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.3 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: terreininspectie; het archief van Lankelma Geotechniek Zuid B.V.; archiefonderzoek door een ambtenaar van de gemeente Gilze en Rijen; omgevingsrapportage van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord-Brabant; informatie opdrachtgever; TNO (Regis); website www.topotijdreis.nl; website www.bodemloket.nl. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek worden beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens alsmede de bij de terreininspectie geconstateerde situatie. Aanleiding en aspecten van het vooronderzoek De aanleiding voor het opstellen van onderhavig vooronderzoek sluit aan bij A ‘opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’, uit de NEN5725. 2.1
Locatiegegevens
Algemeen De onderzochte locatie is gelegen aan de Schoolstraat 51 te Molenschot, gemeente Gilze en Rijen. Kadastraal is de locatie bekend onder kadastrale gemeente Gilze en Rijen, sectie P, nr. 336, ged. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn x = 120,2 en y = 397,9. Het oppervlak van de onderzoekslocatie bedraagt maximaal 8.000 m². Ten tijde van de uitvoering van het onderzoek was onderhavige onderzoekslocatie deels bebouwd met een boerderij. Het overige deel van de locatie was in gebruik als weiland of verhard met klinkers. In bijlage 2 is voornoemde situatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Onderhavige locatie is zuidelijk gelegen ten opzichte van het centrum van Molenschot. Terreininspectie Door een gecertificeerd medewerker van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is een terreininspectie uitgevoerd voorafgaande aan de veldwerkzaamheden. Foto’s van de locatie zijn in bijlage 6 toegevoegd. De locatie is daadwerkelijk in gebruik zoals in voorgaande alinea omschreven. Tijdens de terreininspectie zijn een olie-benzineafscheider en een bovengrondse tank aangetroffen. 2.2
Historische informatie
Gebruik locatie: heden en verleden Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat er eind 19e eeuw sprake was van een gebied met een agrarische bestemming. Deze bestemming is tot op heden niet veranderd. De locatie is gesitueerd in het buitengebied van Molenschot. De locatie grenst aan de westzijde aan de beklinkerde weg ‘Schoolstraat’. De overige zijden grenzen aan akkers en weilanden. Voormalige stortlocatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is voor zover bekend geen sprake van een (voormalige) stortlocatie. Explosieven De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. De 3
verkennend bodemonderzoek, Schoolstraat 51 Molenschot rapport: 2000421 versie 1, 30 maart 2020
onderzoekslocatie is gesitueerd in de zone ‘Overige gebieden’. Binnen deze zone kunnen resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. 2.3
Bevindingen bodemonderzoeken en/of archief onderzoek
Bij de gemeente Gilze en Rijen en via de omgevingsrapportage zijn gegevens bekend van bodemonderzoeken en/of potentieel bodembedreigende activiteiten ter plaatse van en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. In onderstaande tekst zijn de bevindingen hiervan in het kort omschreven. Op de locatie ‘Schoolstraat 51’ is melding gedaan van een bovengrondse gasolietank met een inhoud van 2 m3. Dit blijkt ook uit vergunningsstukken uit 1990. De tank is in maart 2008 verwijderd en afgevoerd ter vernietiging. De tank is ongereinigd afgevoerd. Bij de omgevingsrapportage van de omgevingsdienst Midden- en West-Brabant zijn meerdere bodemonderzoeken bekend in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Bij de gemeente Gilze en Rijen zijn de onderzoeksrapporten niet beschikbaar. Op een locatie aan de Schoolstraat 62 zijn bij de omgevingsdienst een bovengrondse dieseltank en een bovengrondse hbo-tank bekend. 2.4
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
De op basis van de geraadpleegde bronnen verwachte ondiepe geologie op de locatie is weergegeven in tabel 2.1. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het de geologische bodemopbouw betreft die door TNO is geïnterpoleerd op basis van onderzoek in de omgeving. De werkelijke laagopbouw en –samenstelling kunnen hiervan afwijken. tabel 2.1 Geohydrologische bodemopbouw*
*
Diepte [m-mv]
Formatienaam
Lithologie
0 – 2,5
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
2,5 – 6,0
Formatie van Stramproy
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool
6,0 – 11,3
Formatie van Stramproy
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, weinig klei en zandige klei en een spoor veen, bruinkool en grind
Bron: Landelijk DGM model V1.3 – 2009, NITG-TNO, de werkelijke diepte en formatienaam kan afwijken (met name nabij geologische breukzones)
De grondwaterstand van het freatisch pakket bedraagt circa 1,7 m-mv. Het grondwater in het ondiepe (freatische) grondwater stroomt regionaal gezien in overwegend noordwestelijke richting. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning c.q. een grondwaterbeschermingsgebied. 2.5
Resumé
Op basis van de resultaten van dit bodemonderzoek, meerdere tanks in de directe omgeving, is de locatie als zijnde “verdacht” gekwalificeerd ten aanzien van grondverontreiniging. Hierbij zijn geen specifieke puntbronnen bekend.
4
verkennend bodemonderzoek, Schoolstraat 51 Molenschot rapport: 2000421 versie 1, 30 maart 2020
3 Hypothese en Onderzoeksstrategie 3.1
Hypothese
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie ten aanzien van de grond en het grondwater als een ‘heterogeen diffuus verontreinigd gebied’ gekwalificeerd. Hierbij zijn geen specifieke puntbronnen bekend. 3.2
Onderzoeksstrategie
Grond en grondwater Bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie is de boor-, bemonsterings- en analysestrategie gehanteerd zoals beschreven in de NEN5740/A1 ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL, tabel 9.1)’. In het kader van onderhavig bodemonderzoek is géén onderzoek naar asbest in de bodem verricht. Tijdens de veldwerkzaamheden zal het maaiveld en de uitkomende grond wel indicatief visueel beoordeeld worden op het voorkomen van asbestverdacht materialen en/of bijmengingen. In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de uit te voeren veldwerkzaamheden en laboratoriumwerkzaamheden. tabel 3.1 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden bodemonderzoek Oppervlak (m2)