Bijlage 4 Schoolstraat 49-51 Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Schoolstraat 49-51
bestemmingsplan Schoolstraat 49-51
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
4
Bijlage 2
Kwaliteitsberekening
6
Bijlage 3
Invoergegevens AERIUS-berekeningen
8
Bijlage 4
AERIUS-berekening aanlegfase
18
Bijlage 5
AERIUS-berekening gebruikersfase
25
Bijlage 6
Quickscan Flora-Fauna
32
Bijlage 7
Bodemonderzoek
70
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek
127
Bijlage 9
Omgevingsdialoog
153
Bijlage 10
Archeologisch onderzoek
170
Bijlage 11
Nota vooroverlegreacties
229
2
bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51" (ontwerp)
bestemmingsplan Schoolstraat 49-51
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51" (ontwerp)
3
bestemmingsplan Schoolstraat 49-51
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
4
bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51" (ontwerp)
Plantsortiment: Aan te planten knip- en scheerheg (73 en 69 m¹) Plantafstand 20 cm (bij beukenhaag) m¹ st / m¹ aantal Hoogte 80-100 cm: 142 5 710 Meidoorn, hazelaar, beukenhaag, veldesdoorn, hulst, liguster en/of vergelijkbaar inheems Aan te planten bomen Stamomtrek 10-12 cm, h.o.h. = ca. 8 m
aantal 4
Eik (quercus) en linde (Tilia)
Aan te planten houtsingel (1) (afmetingen ± 28 x 2 = 56 m² in totaal) Struweel: 80-100 cm, 1,5 m driehoeksverband: m² st / m² aantal Max. 3 soorten boom en 5 soorten struweel toepassen 56 0,45 25 Struweel: Hazelaar, gelderse roos, krent, veldesdoorn, rode/gele kornoelje, sleedoorn, gewone vlier, bosroos en/of vergelijkbaar inheems Bomen: Zomereik, zwarte els, es, ruwe berk, gewone beuk, hollandse linde en/of vergelijkbaar inheems Aan te planten houtsingel (2) (afmetingen ± 110 x 2 = 220 m² in totaal) Struweel: 80-100 cm, 1,5 m driehoeksverband: m² st / m² aantal Max. 3 soorten boom en 5 soorten struweel toepassen 220 0,45 99 Struweel: Hazelaar, gelderse roos, krent, veldesdoorn, rode/gele kornoelje, sleedoorn, gewone vlier, bosroos en/of vergelijkbaar inheems
Aan te planten bomen
Bomen: Zomereik, zwarte els, es, ruwe berk, gewone beuk, hollandse linde en/of vergelijkbaar inheems
Aan te planten houtsingel (1)
Te behouden knip- en scheerheg (bij slechte staat opnieuw aanplanten) Plantafstand 20 cm m¹ st / m¹ Hoogte 80-100 cm: 15 5 Beukenhaag
Aan te planten knip- en scheerheg
Aan te planten haagplanten aan de voorzijde Struweel: 80-100 cm, 1,5 m driehoeksverband: Hulst (Ilex) en taxus
aantal 75
stuks ca. 30
De landschappelijke inpassing van het initiatief aan de Schoolstraat is afgestemd op de kwaliteiten en kenmerken van het ter plaatse aanwezige landschap en op de Structuurvisie Buitengebied van de gemeente Gilze en Rijen. Huidige situatie De locatie is gelegen ter plaatse van een oude zandontginningslandschap. Landschappelijke kenmerken van deze locatie en de omgeving zijn het relatief open en rationeel verkavelde landschap met grote percelen en linten met laan- en singelbeplanting. Erfbeplanting is rond het erf, ‘cultuurlijk’ (knip- en scheerheggen) aan de voorzijde en meer ‘landschappelijk’ (robuuster met struweel- en boomvormers) naar achter toe. In de oude besloten zandontginningen is met name de kleinschaligheid bepalend voor de kwaliteit en belevingswaarde. Op de betreffende percelen zijn weinig landschapselementen te vinden, enkel bij Schoolstraat 51 zijn enkele beu8 7 6 kenhagen gelegen. 70
sblo
Gra
ouw te b ing uw Nie erwon g bur
p cha
n p
end
8
s and
el
kke
igg terl
h
r ac
eer
ark
en
Beoogde situatie F De perceelsgrenzen van het beoogde agrarisch verwant bedrijf zullen worden begeleid met bestaande en nieuwe knip- en scheerhagen en 1500 m² houtsingels. Hierbij zal ruimte open gelaten E worden om een zichtlijn naar het achterligende landschap te creëren vanaf de Schoolstraat. aan de voorzijde van het perceel van nummer 51 worden wolken van haagplanten beoogd die het hele jaar groen blijven. Tevens wordt er een retentievoorziening gerealiseerd in 2387 hetm²zuiden D waarin het niet-verontreinigd hemelwater kan A worden opgevangen en kan infilteren. Hiermee wordt geborgd dat bij regenbuien met een hoge piekbelasting geen waterschade ontstaat.1809.87 Deze m² nieuwe groenstructuren in het landschap versterC ken het eigen karakter van het gebied en verkleinen de ruimtelijke schaal. Kleinschalige elementen zoals houtsingels, haagplanten en knip- en scheerhagen op erf- en perceelsgrenzen versterm² ken deze kleinschaligheid. Gezien5695,92 voorgaand B worden diverse landschapselementen aangeplant welke zorgen voor een versterking van het landschapsbeeld en een kwaliteitsverbetering van het landschap tot gevolg heeft. Door deze landschapsversterkende maatregelen wordt de A ruimtelijke vormgeving van de gebouwen verzacht en gedeeltelijk8 aan het zicht7 onttrokken.
6 Het landschappelijk inpassingsplan sluit aan op de landschappelijke kenmerken van de omgeving en het sluit aan op de Structuurvisie Buitengebied.
aa ijn n
tl
10 4 10
Grasblokken opslagvak ve e diverse
ouw
4
60
te b
Grasblokken parkeervak
5
ds
loo
en
20
WADI
46
d loo s
32
Showtuin
Aan te planten houtsingel (2)
od 1 Loods Bestaand st 6 m2 336
Kantoor
3
n
Woonhuis
8,6
Te behouden knip- en scheerheg (bij slechte staat revitaliseren /inboet middels plantsortiment)
12
10,5
Aan te leggen retentievoorziening
5
16
6
50
T.M.C. van Hooijdonk 04-07-2022 1:750 20144.006 Deze tekening bevat tevens informatie die geen betrekking heeft op de verplichte landschappelijke inpassing als gevolg van bijbehorende procedure, hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN
|
SCHOOLSTRAAT 49 EN 51 MOLENSCHOT
9,5
13,5
8
en
ouw te b
erb
Te v
slag
Op
Grasblokken opslagvak plantgoed
4
uw
uw
ds
loo
e ouw te b g in uw Nie rkapp ove
en ouw
rd
rha
n ve
ke vak
10
Nie
Nie
Aan te planten wolken van haagplanten
Opgesteld door: Datum: Schaal: Project:
8
Opslagvvakkken verhard verrharrd Opslagvakken
k
en ouw te b ning uw o Nie rijfsw d be
vla
Zich
10
bestemmingsplan Schoolstraat 49-51
Bijlage 2 Kwaliteitsberekening
6
bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51" (ontwerp)
Berekening kwaliteitsverbetering Locatie: Schoolstraat 49 en 51 Molenschot Project: 20144 Datum: 21-09-2023 Waardevermeerdering gronden Huidige situatie Agrarisch (bouwvlak) Agrarisch (stedelijk gebied) Agrarisch (geen bouwvlak) Wonen (stedelijk gebied)
Oppervlak m² Waarde/m² 5317 € 25,00 2215 € 124 € 7,00 1165 € 8821
Totaal Beoogde situatie Wonen (stedelijk gebied) Bedrijf (stedelijk gebied) Bedrijf (bouwvlak)
€ € € € €
Totaal 132.925,00 868,00 133.793,00
€ € € € €
281.580,00 748,00 282.328,00
€ €
148.535,00 29.707,00
Eenheid Prijs per eenheid stuk € 2,25 €
Totaalprijs 753,75
Groen Totaal
1090 2290 4693 748 8821
Waardevermeerdering Bijdrage LIR
20%
€ € € €
60,00 1,00
Kwaliteitsverbetering landschap Aanplant knip- en scheerheg
Aantal 335
Beheerskosten knip- en scheerheg (6 jr.)
71
m1 €
5,76 €
408,96
Houtsingels: Aanplant bomen (circa) Aanplant struweelhaag Beheerskosten bomen (3x in 6 jr.)
40 144 40
stuk € stuk € stuk €
76,77 € 1,85 € 45,30 €
3.070,80 266,40 1.812,00
Beheerskosten struweelhaag (6 jr.)
159
m1 €
6,48 €
1.030,32
Aanplant struweelvormers
26
stuk €
1,85 €
48,10
Beheerskosten struweelvormers (6 jr.)
38
m1 €
6,48 €
246,24
Te behouden knip- en scheerheg (ervan uitgaande dat in 10 jr. alles wordt herplant)
335
stuk €
2,25 €
753,75
Beheerskosten knip- en scheerheg (6 jr.)
71
m1 €
5,76 €
408,96
Aanleg wadi Beheer wadi
80 1
m³ € Stuk €
5,51 € 1.685,85 €
440,80 1.685,85
€ €
10.925,93 2.185,19
Totaal Plankosten (20% van totale uitvoeringskosten) Totaal investering landschap
€ 13.111,12
Waarde éxtra kwaliteitsverbetering van het landschap
-€ 16.595,88
bestemmingsplan Schoolstraat 49-51
Bijlage 3 Invoergegevens AERIUS-berekeningen
8
bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51" (ontwerp)
Notitie:
Invoergegevens AERIUS-berekening
Kenmerk: 20144.005 / TvW Datum:
30-06-2021
Deze notitie behoort bij de partiële herziening van het bestemmingsplan voor de locatie Schoolstraat 49-51. In deze notitie wordt een toelichting gegeven op de gebruikte gegevens voor het berekenen van de stikstofdepositie met het rekenprogramma AERIUS Calculator 2020. In de notitie wordt een toelichting gegeven op de invoergegevens van de gebruikersfase en de aanlegfase. Deze notite bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Gebouwinvloed ................................................................................................ 2 2. Toelichting invoergegevens verkeersbewegingen ........................................... 2 3. Invoergegevens uitgangssituatie:.................................................................... 3 3.1.
Toelichting verkeersbewegingen uitgangssituatie: ............................................... 3
3.1.1. 3.1.2. 3.1.3. 3.1.4.
Aan/afvoer bedrijfsactiviteiten: ................................................................... 3 Diversen: .................................................................................................. 4 Bezoek bedrijfswoning Schoolstraat 51:....................................................... 4 Bezoek burgerwoning Schoolstraat 49: ........................................................ 4
3.2.
Toelichting mobiele bronnen binnen de inrichting: .............................................. 4
3.3.
Toelichting stookinstallaties .............................................................................. 5
4. Toelichting aanleg/bouwfase ........................................................................... 6 4.1.
Verkeersbewegingen ........................................................................................ 6
4.2.
Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage ........................... 6
1 van 9
1. Gebouwinvloed In de nieuwste versie van AERIUS calculator kan het effect van een gebouw op de depositie meegenomen worden. Wanneer een emissiebron op een gebouw staat, of dichtbij een gebouw ligt, kan dit gebouw de verspreiding van de emissies beïnvloeden. Er dient in concentratie- en depositieberekeningen rekening te worden gehouden met gebouwinvloed wanneer aan alle onderstaande vier criteria wordt voldaan: ▪ De bron is een stationaire puntbron. Emissiepunten van stallen (stalemissies) en (industriële) schoorstenen voldoen aan dit criterium. Bij niet-stationaire bronnen zoals wegverkeer, railverkeer, scheepvaart en mobiele werktuigen wordt gebouwinvloed niet meegenomen. Ook bij oppervlaktebronnen (terreinen van waaruit diffuse emissies plaatsvinden, bijvoorbeeld bij bemesten en beweiden) wordt gebouwinvloed niet meegenomen in de berekeningen. ▪ De puntbron staat op een dominant gebouw of dichtbij één of meerdere dominante gebouwen. Een dominant gebouw is een gebouw dat een relatief groot obstakel vormt in zijn omgeving. Meer uitleg is te vinden in paragraaf 2.1. ▪ De hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw. Meer uitleg is te vinden in paragraaf 2.2. ▪ De afstand van de emissiebron tot de meest nabije stikstofgevoelige natuur is minder dan 3 kilometer.
Het gaat hier dus om de afstand tussen de bron met gebouwinvloed en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000-gebieden (dit zijn de locaties waarop AERIUS de bijdrage aan de stikstofdepositie berekent). Na 3 km kan worden verwacht dat er geen, of slechts zeer bepekt, sprake is van gebouweffecten. Na 3 km mag gebouwinvloed voor aanvragen worden verwaarloosd. Wordt aan al deze criteria voldaan, dan moet gebouwinvloed meegenomen worden in de berekening. Wordt aan een of meerdere criteria niet voldaan dan hoeft geen rekening te worden gehouden met gebouwinvloed. Voor deze situatie geldt dat de bronnen op een afstand van meer dan 3 kilometer van een stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000-gebieden liggen. Hierdoor is in deze berekening geen rekening gehouden met de gebouwinvloeden.
2. Toelichting invoergegevens verkeersbewegingen In de berekening van de vervoersbewegingen zijn alle tractoren en vrachtwagens als zware motorvoertuigen geclassificeerd. Het is immers op voorhand niet bekend of een ‘kleine’ of ‘grote’ vrachtwagen het bedrijf bezoekt. Ook is niet expliciet benoemd of tractoren middelzware of zware motorvoertuigen zijn. Om een worst-case-situatie te hanteren zijn al deze vervoersbewegingen als zware motorvoertuigen in de berekening opgenomen. Alle vervoersbewegingen zijn ingevoerd tot het moment dat deze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. Om deze reden is een afstand van 200 m1 op de openbare weg opgenomen in de berekening of tot een kruising met een doorgaande weg. In deze afstand kan het verkeer afremmen of optrekken tot deze de normale snelheid heeft. De rijrichtingen op de openbare weg zijn niet evenredig verdeeld. De Schoolstraat is een weg die in noordelijke richting, via de bebouwde kom van Molenschot, aansluit op de N282. Wanneer men de Schoolstraat in zuidelijke richting afrijd is de A58 goed te bereiken. Omdat de hoofdwegen in zowel noordelijke als zuidelijke richting goed te bereiken is, is gekozen voor een evenredige verdeling van de vervoersbewegingen.
2 van 9
3. Invoergegevens beoogde situatie: Bron 1: Emissiepunt: Materiaal: Aantal: Bron 2: Emissiepunt: Materiaal: Aantal: Bron 3: Emissiepunt: Aantal:
Lijnbron wegverkeer (Noordelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 6.059 lichte voertuigbewegingen per jaar, zie tabel 1 en toelichting 2.972 zware voertuigbewegingen per jaar, zie tabel 1 en toelichting Lijnbron wegverkeer (Zuidelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 6.059 lichte voertuigbewegingen per jaar, zie tabel 1 en toelichting 2.972 zware voertuigbewegingen per jaar, zie tabel 1 en toelichting Mobiele bronnen binnen inrichting Meerdere werktuigen t.b.v. hoveniersbedrijf, zie toelichting mobiele bronnen
3.1. Toelichting verkeersbewegingen beoogde situatie:
Tabel 1: overzichtstabel vervoersbewegingen Auto Tractor Vrachtwagen
Vrachtwagen Auto Auto Auto Vrachtwagen
Bedrijfsactiviteiten Bedrijfsactiviteiten Bedrijfswoning Burgerwoning Afvoer diverse
16 16 1 1 1
12118 0 5944
Hoeveelheid vrachtwagenbewegingen per dag Autobewegingen per dag aantal woningen aantal woningen per week
365 365 8,6 8,6 52
Kengetal dagen/jaar dagen/jaar verkeersgeneratie per dag per woning verkeersgeneratie per dag per woning weken/jaar
aantal bewegingen 1 1 1 1 2
aantal vervoersbewegingen per jaar 5840 5840 3139 3139 104
Een toelichting op de rijrichting van de vervoersbewegingen is reeds eerder opgenomen in deze notitie. Onderstaand worden de gebruikte hoeveelheden nader toegelicht.
3.1.1. Aan/afvoer bedrijfsactiviteiten:
Binnen het plangebied is in de beoogde situatie sprake van een hoveniersbedrijf, bewoning in een bedrijfswoning en bewoning in een burgerwoning. Voor het aantal vervoersbewegingen dat benodigd is voor het hoveniersbedrijf is uitgegaan van de kerncijfers zoals deze zijn opgenomen in de CROW-publicatie 381. Voor een dergelijk bedrijf is uitgegaan van de categorie ‘Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief’. Dit omdat de bedrijfsactiviteiten het beste aansluiten in deze categorie. Er is uitgegaan van een verkeersintensiteit behorende bij ‘Schil Centrum’. Dit omdat het bedrijf tegen de bebouwde kom van Molenschot is gelegen. Voor een dergelijk bedrijf gelegen in ‘Schil centrum’ geldt een verkeersintensiteit van 5,0 bewegingen per 100 m2 bedrijfsgebouwen. In de beoogde situatie zijn circa 1.700 m2 aan bedrijfsgebouwen aanwezig. Dit zou neer komen op 85 (17 * 5) bewegingen per dag. Dit aantal wordt niet als representatief geacht omdat een hoveniersbedrijf juist veelal op locatie aan het werk is. Gebruikelijk is om in de ochtend naar de klant te rijden waarna het werk wordt verricht en aan het einde van de dag terug te rijden naar de zaak.
Omdat het bedrijf maximaal 8 werknemers in dienst heeft, wordt in de Worst-case situatie uitgegaan dat iedereen beschikt over een vervoersmiddel, welke ieder 4 bewegingen per dag maken (2 bewegingen van en naar het bedrijf, 2 bewegingen voor onvoorziene zaken). Dit komt neer op 32 bewegingen per dag. Omdat het bedrijf ook beschikt over ‘zware’ vervoersmaterialen zoals een tractor, containerwagen, vervoersmiddelen voor het vervoeren van kranen, etc. is gekozen dat ongeveer 50% van alle bewegingen bestaan uit ‘zwaar’ materiaal.
3 van 9
3.1.2. Diversen:
Naast de specifieke vervoersbewegingen zijn er ook verschillende diverse bewegingen die enkele keren per jaar plaatsvinden. Op het bedrijf is dit het ophalen van afval, afleveren van goederen, afleveren materiaal/materieel etc. aangenomen wordt dat 1x per week een vrachtwagen het bedrijf bezoekt voor een van bovenstaande handelingen.
3.1.3. Bezoek bedrijfswoning Schoolstraat 51:
Conform de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren is de verkeersgeneratie van een woning in het buitengebied 8,6 voertuigen per dag. Op het bedrijf is één woning aanwezig.
3.1.4. Bezoek burgerwoning Schoolstraat 49:
Conform de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren is de verkeersgeneratie van een woning in het buitengebied 8,6 voertuigen per dag. Er is één burgerwoning aanwezig 3.2. Toelichting mobiele bronnen binnen de inrichting: Op het bedrijf zijn verschillende mobiele bronnen aanwezig. Hieronder is een overzicht van alle mobiele bronnen die initiatiefnemer in zijn bezit heeft; − Graafmachine 10 ton; − Graafmachine 2 ton; − Graafmachine 1 ton; − Tractor met container aanhanger; − Shovel 8 ton; − Shovel 5 ton; − Shovel 3 ton; − 3 Werkbussen; − 3 Triplaten − Trilplaat groot; − 2 Container auto’s voor kleine containers; − 5 Aanhangwagens / machine transporteurs; De bovenstaande mobiele bronnen zijn veelal op externe locatie aanwezig en aan het werk. Op het hoveniersbedrijf zelf vinden wel ‘voorbereidende’ werkzaamheden plaats, waarvoor één of meerdere van de bovenstaande machines voor worden gebruikt. Denk hierbij aan het verzetten, laden of lossen van grond/zand, shovel op een aanhangwagen zetten, een zware trilplaat op de aanhanger zetten, etc. Deze werkzaamheden zullen niet veel tijd in beslag nemen maar, als men alle kleine werkzaamheden optelt, een relevante stikstofbron zijn. Omdat het gebruik per machine verschilt en met name afhankelijk is van wat er benodigd is, is gekozen om één algemene bron (Stage-Klasse) in te voeren waarin alle bovenstaande machines in zijn opgenomen.
Omdat het bedrijf niet beschikt over de grootste en zwaarste machines die op de markt zijn, is gekozen voor stage-klasse; STAGE lllb, 56 <= kW <75, bouwjaar 2012. In een Worst-Case scenario wordt er vanuit gegaan dat zowel in de ochtend als in de avond 1 uur voorbereidend werk benodigd is. Dit betekent dat in totaal 2 uur voorbereidend werk per dag nodig is, 730 uur per jaar (365 * 2 = 730 uur). Er wordt vanuit gegaan dat voor iedere draaiuur 10 liter brandstof noodzakelijk is. Dit betekent dat op jaarbasis 7.300 liter (730 * 10) brandstof nodig is. Onderstaand is een uitsnede van de invoergegevens weergegeven.
4 van 9
Afbeelding 1: Invoergegevens mobiele bronnen
3.3. Toelichting stookinstallaties Binnen het plangebied zijn twee woningen aanwezig. Deze woningen worden beide nieuw gebouwd, waardoor deze niet meer op het gas aangesloten mogen worden. Derhalve zal voor deze woningen gekozen moeten worden voor een alternatieve energiebron welke geen stikstofdepositie opleverd. Ook overige stookinstallaties zullen op zowel de Schoolstraat 49 als het hoveniersbedrijf aan de Schoolstraat 51 niet aanwezig zijn. Derhalve zijn geen stikstofrelevante stookinstallaties ingevoerd.
5 van 9
4. Toelichting aanleg/bouwfase Om te bepalen of de nieuw te realiseren bedrijfsgebouwen, bedrijfswoning en burgerwoning mogelijke negatieve gevolgen heeft voor omliggende Natura 2000-gebieden is middels een AERIUS-berekening bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/ jaar is en dat de bouw daarom geen negatieve gevolgen voor omliggende Natura 2000-gebieden heeft. De bouw genereert een toename in verkeersbewegingen, onder andere door bouwbedrijven en de aanvoer van bouwmaterialen. De aanlegfase heeft betrekking op het bouwrijp maken van de grond ter plaatse en de nieuwbouw van de gebouwen in combinatie met de verkeersaantrekkende werking van bouwverkeer. De totale emissie van de aanleg-/bouwfase is opgebouwd uit twee te onderscheiden onderdelen: 1. Verkeersbewegingen van al het personeel en bouwbenodigdheden; 2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage. 4.1. Verkeersbewegingen Bij de verkeersbewegingen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: Lichtverkeer: 6 voertuigen per etmaal (2.190 per jaar) Middelzwaar verkeer: N.v.t.
Zwaar verkeer: 4 voertuigen per etmaal (1.460 per jaar) In realiteit zal het aandeel zwaar vrachtverkeer veel lager uitvallen (er zal niet dagelijks zwaar verkeer van en naar de locatie komen ten behoeve van de bouw van de stal). De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen op de verschillende wegvakken. Het betreft buitenwegen. Er is vanuit gegaan dat de verkeersbewegingen vanuit dezelfde richting komen als in de gebruikersfase is gemodelleerd. De ontsluitingsroute is meegerekend tot het moment dat het verkeer kan worden geacht opgenomen te zijn in het heersende verkeersbeeld (zie eerdere toelichting). De stikstofdepositie van bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis. In het rekenmodel worden de bronnen die per etmaal worden ingevoerd vermenigvuldigd met 365 om deze depositie te berekenen (lichte vervoersbewegingen). Dit betekent dat het mogelijk is dat er dagen meerdere vervoersbewegingen zijn en andere dagen weer minder. Bovenstaande aantallen zijn dan ook gemiddelden tijdens de bouwfase. 4.2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage Bij de bouw zal sprake zijn van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de bouwwerkzaamheden. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron op de bouwplaats: de locatie van de nieuw te realiseren stal en omliggend terrein.
De mobiele werktuigen zijn geselecteerd uit de subcategorie ‘bouw en industrie’. Via de eigen specificatie zijn de draaiuren zoals hieronder beschreven ingevuld. De emissies van de mobiele werktuigen worden met deze gegevens automatisch berekend. Er is uitgegaan van mobiele werktuigen met het bouwjaar vanaf 2011/2012. De werkelijke mobiele werktuigen die zullen worden ingezet zullen naar waarschijnlijkheid van een recenter bouwjaar zijn. Voor de inzet van de mobiele werktuigen/materieel zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: 1. Graafmachine Er is vanuit gegaan dat één graafmachine circa 60 draaiuren bezig is voor het grondwerk van de nieuw te realiseren gebouwen. De graafmachine wordt ingezet voor het ontgraven van de fundering, kelders, kabels, leidingen etc. Ook zal deze tijdens sloopwerkzaamheden worden ingezet.
6 van 9
Afbeelding 2: Invoergegevens graafmachine
2. Mobiele bouwkraan De hijskraan is ondersteunend bij het plaatsen van zware materialen zoals sandwichpanelen, dakpannen, ramen, deuren, roosters, hekwerken etc. Er is van uitgegaan dat deze bouwkraan circa 60 draaiuren in gebruik zal zijn.
Afbeelding 3: Invoergegevens hijskraan
3. Betonpomp Het beton wordt via een betonpomp gestort in de bekisting. Ook deze betonpomp draagt bij aan de emissie van stikstof. Tijdens het verpompen van het beton wordt de motor gebruikt. Voor het verpompen van beton is circa 30 uur een betonpomp operationeel. Met gebruik van de betonstorter wordt de fundering en dergelijke aangebracht.
Afbeelding 4: Invoergegevens betonstorter
7 van 9
4. Wals Er zal een wals ingezet worden om het gehele terrein aan te rijden en vlak te maken. Doordat het egaal maken van de grond enkel plaatsvindt voorafgaand aan de daadwerkelijke ruwbouw/aanleggen van verharding, is uitgegaan van een gebruiksduur van één werkdag (8 uur).
Afbeelding 5: Invoergegevens wals
5. Trilplaat Er zullen trilplaten in gezet worden ter ondersteuning van de wals. Doordat er meerdere trilplaten aanwezig zullen zijn en omdat er vaak nabewerking met een trilplaat noodzakelijk is, is gerekend met een bedrijfsduur van 16 uur.
Afbeelding 6: Invoergegevens trilplaat
6. Sleuvenfrees Er zal een sleuvenfrees worden ingezet voor het aanbrengen van sleuven in de grond t.b.v. ondergrondse leidingen etc. Er is uitgegaan van 8 uur gebruik.
Afbeelding 7: Invoergegevens sleuvenfrees
8 van 9
7. Shovel Er zal een shovel aanwezig zijn ter ondersteuning van de aanlegfase. Hiermee zal grond worden verzet, groot materiaal worden verplaatst, etc. Er is uitgegaan dat de shovel 60 uur in bedrijf zal zijn.
Afbeelding 8: Invoergegevens shovel
8. Hoogwerker Tot slot zal een hoogwerker aanwezig zijn zodat klein materiaal naar boven gebracht kan worden en personeel op hoogte kunnen werken. Er wordt vanuit gegaan dat deze circa 40 uur in bedrijf zal zijn.
Afbeelding 9: Invoergegevens hoogwerker
9 van 9
bestemmingsplan Schoolstraat 49-51
Bijlage 4 AERIUS-berekening aanlegfase
18
bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51" (ontwerp)
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Gebruikersfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RVo7mHZNwbDr (02 juni 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Van Dun Advies
Schoolstraat 49-51, 5124RN Molenschot
Omschrijving
AERIUS kenmerk
20144-005
RVo7mHZNwbDr
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
02 juni 2021, 12:13
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
86,54 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanlegfase
Gebruikersfase
RVo7mHZNwbDr (02 juni 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Gebruikersfase
Emissie Gebruikersfase
Resultaten
Bron Sector
Gebruikersfase
Emissie NH3
Emissie NOx
Vervoersbewegingen (noordelijke richting) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
2,24 kg/j
Vervoersbewegingen (zuidelijke richting) Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
1,22 kg/j
Mobiele bronnen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
83,08 kg/j
RVo7mHZNwbDr (02 juni 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam
Gebruikersfase
Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
1.095,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
730,0 / jaar NOx NH3
2,02 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Vervoersbewegingen (noordelijke richting) 120080, 398063 2,24 kg/j < 1 kg/j
Vervoersbewegingen (zuidelijke richting) 120204, 397721 1,22 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
1.095,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
730,0 / jaar NOx NH3
1,11 kg/j < 1 kg/j
Gebruikersfase
RVo7mHZNwbDr (02 juni 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
AFW
Mobiele bronnen 120230, 397848 83,08 kg/j < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
Graafmachine
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
18,22 kg/j < 1 kg/j
AFW
Hijskraan
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
22,77 kg/j < 1 kg/j
AFW
Betonpomp
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
12,42 kg/j < 1 kg/j
AFW
Wals
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
2,18 kg/j < 1 kg/j
AFW
Trilplaat
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
AFW
Sleuvenfrees
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
1,53 kg/j < 1 kg/j
AFW
Shovel
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
17,16 kg/j < 1 kg/j
AFW
Hoogwerker
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
8,45 kg/j < 1 kg/j
Gebruikersfase
RVo7mHZNwbDr (02 juni 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Gebruikersfase
RVo7mHZNwbDr (02 juni 2021) pagina 6/6
bestemmingsplan Schoolstraat 49-51
Bijlage 5 AERIUS-berekening gebruikersfase
bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51" (ontwerp)
25
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Gebruikersfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RmRcauNmm2NT (02 juni 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Van Dun Advies
Schoolstraat 49-51, 5124RN Molenschot
Omschrijving
AERIUS kenmerk
20144-005
RmRcauNmm2NT
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
02 juni 2021, 10:27
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Situatie 1
NOx
118,97 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Gebruikersfase
Resultaten
Gebruikersfase
RmRcauNmm2NT (02 juni 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Gebruikersfase
Emissie Gebruikersfase
Resultaten
Bron Sector
Gebruikersfase
Emissie NH3
Emissie NOx
Vervoersbewegingen (noordelijke richting) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
9,45 kg/j
Vervoersbewegingen (zuidelijke richting) Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
5,14 kg/j
Mobiele bronnen hoveniersbedrijf Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
104,38 kg/j
RmRcauNmm2NT (02 juni 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam
Gebruikersfase
Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
6.059,0 / jaar NOx NH3
1,25 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
2.972,0 / jaar NOx NH3
8,20 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Vervoersbewegingen (noordelijke richting) 120080, 398063 9,45 kg/j < 1 kg/j
Vervoersbewegingen (zuidelijke richting) 120204, 397721 5,14 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
6.059,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
2.972,0 / jaar NOx NH3
4,50 kg/j < 1 kg/j
Gebruikersfase
RmRcauNmm2NT (02 juni 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
STAGE IIIb, 56 <= kW < 75, bouwjaar 2012 (Diesel)
Mobiele bronnen t.b.v. hoveniersbedrijf
Gebruikersfase
Mobiele bronnen hoveniersbedrijf 120236, 397844 104,38 kg/j < 1 kg/j
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
7.300
730
3,5 NOx NH3
104,38 kg/j < 1 kg/j
RmRcauNmm2NT (02 juni 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Gebruikersfase
RmRcauNmm2NT (02 juni 2021) pagina 6/6
bestemmingsplan Schoolstraat 49-51
Bijlage 6 Quickscan Flora-Fauna
32
bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51" (ontwerp)
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
LOCATIE: SCHOOLSTRAAT 49-51, MOLENSCHOT RAPPORTNUMMER: 2021-BE-0896 In opdracht van: Van Dun Advies b.v. Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze
Brabant Eco Ecologische dienstverlening
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
Colofon Rapportage Brabant Eco
Rapportnummer 2021-BE-0896
Opdrachtgever van Dun Advies b.v.
Contactpersoon De heer M. Gerards
Locatie Schoolstraat 49-51, Molenschot
Auteur Susanne Overdijk
Collegiale controle Frenk van de Wal
Opleverdatum 25 mei 2021
Uitvoerder
Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
Pagina | 1
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
Inhoudsopgave
1.
Inleiding en onderzoek ……………………………………………………….... 4
2.
Beleidskader …...……………………………………………………………….. 5 Gebiedsbescherming Soortenbescherming Bescherming van houtopstanden Zorgplicht
3.
Plangebiedsbeschrijving …………………………………………………..….. 8 Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling
4.
Praktijk ecologische quickscan ………………………………..…..……….... 11 Bureaustudie Gebiedsbescherming Soortenbescherming Veldonderzoek Impressie plangebied
5.
Beschermde natuurwaarden ………………………………………..….….... 16 Gebiedsbescherming Soortenbescherming
6.
Resultaten en advies ………………………………………………………….. 23
7.
Lijst van bronnen …………………………………………………….………... 25
8.
Bijlagen …………………………………………………………………..…….. 26
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 2
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
Samenvatting
Initiatiefnemer heeft concrete plannen voor de sloop van de bedrijfswoning en twee voormalige rundveestallen stallen aan de Schoolstraat 51, te Molenschot. Het voornemen is om de huidige woning en stallen te slopen om vervolgens een nieuwe woning en twee nieuwe loodsen in het plangebied te bouwen. Daarnaast wordt de huidige halfopen loods gerenoveerd. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden Inhoudsopgave als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied.
Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Susanne Overdijk en Frenk van de Wal Brabant Eco Mei 2021
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 3
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding Brabant Eco heeft in opdracht van Van Dun Advies een ecologische quickscan uitgevoerd voor Schoolstraat 49-51 te Molenschot. Volgens de opdrachtgever zullen de bedrijfswoning en twee stallen in het plangebied worden gesloopt om daarna een nieuwe woning en twee loodsen te bouwen. Daarnaast zal de huidige halfopen loods worden verbouwd om deze geschikt te maken als kantoor en ontvangstruimte. In het plangebied zullen tevens (show)tuinen worden aangelegd. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl) o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 4
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
2. BELEIDSKADER
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn als de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast een 20 Nationale parken, meren, rivieren, kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 5
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot o
o
Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De Eu-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 6
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekend dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 7
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Schoolstraat 51 ten zuiden van de kern van Molenschot in de gemeente Gilze en Rijen. Gilze en Rijen is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 65,69 km2. De gemeente telt 26.742 inwoners (1 januari 2021). De gemeente bestaat uit de plaatsen, Gilze, Rijen, Hulten en Molenschot. Molenschot ligt ten zuidwesten van Rijen en ten noordwesten van Gilze. Het plangebied ligt in de overgangszone van het dorp naar het buitengebied. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen, andere bedrijfsbestemmingen en burgerwoningen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding. De globale grenzen van het plangebied in de daaropvolgende afbeelding.
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google maps.
Het plangebied bestaat uit bebouwing, in de vorm van een bedrijfsgebouw, twee rundveestallen, een half open loods en uit drie sleufsilo’s met drie kuilplaten. In het plangebied bevindt zich ook een tuin welke voornamelijk bestaat uit grassen. Op onderstaande foto wordt het plangebied globaal aangegeven met in detail de te slopen bedrijfswoning, stallen, sleufsilo’s en de te verbouwen loods.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 8
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
Globaal omlijnd de totale planlocatie in blauw, te slopen (bedrijfs)gebouwen in rood en te verbouwen loods in geel. Bron: google maps.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Initiatiefnemer heeft het plan om de huidige bedrijfswoning en rundveestal direct achter het huis te slopen om vervolgens een woning te bouwen die op grotere afstand van de weg staat. Hierdoor komt er meer plaats beschikbaar voor een ruimere voortuin. De rundveestal aan de rechterzijde van het plangebied wordt gesloopt om plaats te maken voor twee kleiner opslagloodsen. De half open loods aan de rechterzijde van de bedrijfswoning zal worden verbouwd om een nieuwe functie als kantoor/kantine/ontvangstruimte te dienen. Aan de achterzijde zal haaks aan de loods een overkapping worden gerealiseerd. De bestemming van het plangebied zal worden gewijzigd van een agrarische bestemming naar een agrarisch-verwante bestemming.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 9
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
Indicatief 3d-model beoogde situatie. Bron: van Dun Advies b.v.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 10
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora en fauna potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1) aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere ravon, sovon, floron en waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met de quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF).
Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 11
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
4.2 Gebiedsbescherming 4.2.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 4,6 kilometer afstand van gronden die tot Natura 2000 gebied Ulvenhoutse Bos behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in geel aangegeven.
Atlasleefomgeving. Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een met pijl aangegeven.
4.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt op minimaal 800 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN gebieden in de kleuren groen, roze en bruin.
Kaartbank Brabant. De afstand tussen het plangebied en Natuurnetwerk Nederland is met een pijl aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 12
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
4.3 soortenbescherming 4.3.1 Flora Volgens gegevens uit het NDFF (Project: Schoolstraat, Referentie: BE0896, d.d. 6 mei 2021) komen binnen een straal van één kilometer geen beschermde soorten flora voor (zie bijlage 1). Van één tot vijf kilometer afstand van het plangebied zou volgens de NDFF Drijvende waterweegbree voor kunnen komen. Deze plant staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen en is sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Daarnaast zouden volgens de NDFF Knolspirea en Stijve Wolfsmelk voor kunnen komen. Deze planten staan beide op de Nederlandse Rode Lijst van planten als kwetsbaar en achteruitgegaan. De laatste plant die volgens het NDFF binnen een straal van vijf kilometer is waargenomen is ruw parelzaad. Deze plant is bedreigd en zeer sterk achteruitgegaan. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied. Het voorkomen van beschermde plantensoorten is zodoende uit te sluiten.
4.3.2 Fauna Vogels Volgens de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna zijn er binnen een straal van één kilometer in de omgeving waarnemingen van drie roofvogelsoorten (Buizerd, Sperwer en Wespendief) en twee uilensoorten (Kerkuil en Ransuil). Daarnaast zijn er in een straal van vijf kilometer ook waarnemingen van de boomvalk, havik, slechtvalk en de steenuil. Andere vogels die binnen een straal van één kilometer van het plangebied zijn waargenomen zijn de Huismus, Grote gele kwikstaart, Ooievaar en Roek. Binnen een straal van vijf kilometer zijn er ook waarnemingen van de Gierzwaluw. Zoogdieren De gegevens van het NDFF geven aan dat er geen vleermuissoorten zijn waargenomen in een straal van één kilometer van het plangebied. Binnen een straal van vijf kilometer zijn wel tien verschillende vleermuissoorten waargenomen (Baardvleermuis, Brandts vleermuis, Franjestaart, Gewone dwergvleermuis, Gewone dwergvleermuis, Kleine dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis). Daarnaast zijn er in een straal van één kilometer om het plangebied twee andere zoogdiersoorten waargenomen (Konijn en steenmarter) en binnen een straal van vijf kilometer zijn ook de soorten Boommarter, Bunzing, Das, Eekhoorn, Egel, Ondergrondse woelmuis, Rosse woelmuis aanwezig (zie bijlage 1).
Amfibieën, Reptielen en Vissen Het voorkomen van amfibieën, reptielen en vissen wordt op basis van literatuur en voorstudie uitgesloten binnen de afstand van 1000 meter omdat op de planlocatie de geschikte biotopen ontbreken en de locatie niet in verbinding staat met leefgebieden van deze beschermde soorten. Soortgroep Flora Vogels zoogdieren Amfibieën Reptielen Insecten Vissen
Mogelijke aanwezigheid Nee Ja Ja Nee Nee Nee Nee
Samenvattende tabel: soorten na literatuuronderzoek
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina | 13
Ecologische quickscan Schoolstraat 49-51, Molenschot
4.4 Veldonderzoek Op dinsdag 18 mei in de middag hebben ecologen Susanne Overdijk en Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig, onbewolkt met een noordwestenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 17 graden Celsius. Het onderzoek vond onder lenteachtige omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden actief zijn. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.
Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht. Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 7.000m2 en bestaat uit bebouwing, erfverharding en vegetatie. De bebouwing bestaat uit: ● Een bedrijfswoning van ongeveer 105m2. Dit gebouw heeft een stenen muur met spouw en heeft leien en pannen als dakbedekking op het dak met een mansarde dakvorm. De leien en ook de pannen liggen goed aansluitend op het dak. De bedrijfswoning heeft geen (rol)luiken. De muren van de woning zijn volledig dicht en zonder stootvoegen. Alle kozijnen zijn afsluitend afgewerkt en afgekit. • Een rundveestal van ongeveer 1200m2 met een stenen muur en houten gordingen op stalen spanten en golfplaten als dak. Deze stal is een voormalige ligboxenstal. De inrichting is inmiddels verwijderd en de stal wordt bezemschoon gehouden. De vloer bestaat uit beton en bevat een mestput. De stal bestaat uit een spouwmuur van 1,60 hoog waarboven een muurplaat ligt om de spouw af te sluiten en daarboven is de luchtinlaat van circa 0,3 meter hoog. De voor- en achtergevels zijn gemetseld met rode bakstenen en spouw met witte kalkzandstenen aan de binnenzijde.