Bijlage 3 - Toelichting bestemmingsplan 'Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot'
Tekst van het document
Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Om versnippering van in betekenende mate (IBM) projecten in meerdere NIBM-projecten te voorkomen is in het Besluit NIBM een anti-cumulatieartikel opgenomen. In de Handreiking NIBM is de toepassing van het Besluit NIBM en de Regeling NIBM toegelicht en uitgewerkt. De bijdrage van NIBM-projecten aan de luchtverontreiniging wordt binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) gecompenseerd met algemene maatregelen. NIBM-tool Voor kleinere ruimtelijke plannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil een specifieke rekentool ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekende mate bijdraagt (NIBM) aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Het doel van deze tool is: • Eenvoudig en snel bepalen of een plan in betekende mate bijdraagt aan de concentratie van een • stof in de buitenlucht. • Het beperken van de onderzoekslast bij kleinere projecten.
• Het vaststellen van grenzen voor het aantal extra voertuigbewegingen, dat niet zal leiden tot een concentratietoename die groter is dan de grens voor niet in betekende mate. Zoals in paragraaf 4.2 wordt beschreven wordt verwacht dat in de toekomstige situatie het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het plan met circa 24 per dag zal toenemen. Geconcludeerd kan worden dat met circa 24 extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) die van en naar de locatie plaats zullen vinden, de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is, zie figuur 5.9.
Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023
45
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2023
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
24
Aandeel vrachtverkeer
10,0%
NO2 in μg/m3
0,04
PM10 in μg/m3
0,01
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m Conclusie 3
1,2
De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
Figuur 5.9: NIBM berekening
Conclusie Het plan is dermate beperkt van aard dat het niet in betekenende mate bijdraagt aan verandering van de luchtkwaliteit. Ten aanzien van luchtkwaliteit zijn er derhalve geen bezwaren ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. 5.4 Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico’s voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimumbeschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet in relevante situaties de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (het groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord binnen het invloedsgebied. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het “Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor de omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in het “Besluit externe veiligheid transportroutes” en het “Besluit externe veiligheid buisleidingen”(Bevb).
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een onbeschermd individu overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit plaatsgebonden risico wordt vertaald naar een risicocontour rondom een risicobron (bijvoorbeeld een inrichting of een weg). De maatgevende grens is de 10-6 contour, dit is de kans van 1 op 1 miljoen dat een onbeschermd persoon omkomt per jaar. Groepsrisico Het groepsrisico is de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is bedoeld om een inschatting te maken ten aanzien van de maatschappelijke ontwrichting in het geval van een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt een oriëntatiewaarde in de verantwoording (dit betekent dat er gemotiveerd van mag worden afgeweken). Elke verandering van het groepsrisico in het invloedsgebied van een risicobron moet verantwoord worden. Hierbij moet ingegaan worden op de wijze waarop deze verandering in het groepsrisico is betrokken bij de besluitvorming. Tevens moeten kwalitatieve aspecten beoordeeld worden, zoals zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. In het kader van de verantwoording van het groepsrisico moet advies gevraagd worden aan de regionale brandweer.
Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023
46
Figuur 5.10: Uitsnede Risicokaart, locatie rood omcirkeld
Conclusie Uit de risicokaart, eindrapporten over het basisnet en actuele informatie over relevante risicobronnen binnen de gemeente blijkt dat het plangebied niet ligt binnen: • het invloedsgebied van een Bevi-inrichting; • de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen; • het invloedsgebied van een basisnet; • een toekomstig plasbrandaandachtsgebied en; • het invloedsgebied van een relevante buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen. De dichtstbijzijnde transportroute voor gevaarlijke stoffen, de A58, ligt op een afstand van ca. 1,2 kilometer ten zuiden van het plangebied. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Militair vliegveld Gilze-Rijen Op de risicokaart worden alleen die defensie-inrichtingen getoond waar buiten het hek beperking gelden aan het ruimtegebruik. Deze beperking gelden binnen bepaalde veiligheidszones: er mogen daarbinnen bijvoorbeeld geen woningen gebouwd of wegen aangelegd worden. Om elke terrein zijn drie zones (A, B en C) vastgesteld; hoe dichter bij het militair terrein, hoe strenger de regels. Het plangebied is niet gelegen in één van deze zones. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.6 Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen kabels of leidingen die vanuit planologisch opzicht van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling. 5.7 Vormvrije MER beoordeling Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte (SVIR).
Onderhavig bestemmingsplan betreft een ontwikkelingsplan. Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023
47
De activiteiten die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt behoren niet tot de C-en D-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is. In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is de activiteit ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (D 11.2) opgenomen. Uit vaste rechtspraak volgt dat het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ ruimte voor interpretatie laat. Of sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ wordt bepaald door de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen de aard en omvang van de voorziene aanleg, wijziging of uitbreiding van de stedelijke ontwikkeling een rol. In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is relevant dat uit rechtspraak inmiddels volgt dat projecten met min of meer gelijke omstandigheden van het geval niet classificeren als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. Doorslaggevend voor dit oordeel is de geringe omvang en het beperkte ruimtebeslag van de voorziene bebouwing. Het voorliggende plan maakt ook slechts een activiteit van geringe omvang (3 woningen) en met een klein ruimtebeslag voor bebouwing mogelijk. Tevens is van belang of een project in bestaand bebouwd gebied is gelegen.
Het plan voor de bouw van 3 woningen is niet gelegen in het bestaand bebouwd gebied van Molenschot, omdat ter plaatse nu een agrarische functie is toegestaan. Echter ligt het plangebied direct grenzend aan het bestaand bebouwd gebied van Molenschot en wordt het ook aan de zuidzijde ingesloten door reeds bestaande bebouwing. Nu het plan niet voorziet in een activiteit als genoemd in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., behoeft geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Conclusie Gelet op de geringe omvang van het project, het beperkte ruimtebeslag van de voorziene bebouwing, de in het kader van dit bestemmingsplan uitgevoerde analyses en onderzoeken (zie ook de voorgaande paragrafen) én het verschil tussen de daadwerkelijke activiteit in relatie tot de drempelwaarden waaruit een m.e.r.-beoordelingsplicht voortvloeit (vanaf 75 ha.), kan geconcludeerd worden dat bij de vaststelling van dit bestemmingsplan geen onevenredige nadelige milieueffecten voortkomen die het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling dan wel het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.
Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023
48
6
Juridische aspecten
6.1. Het juridische plan Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het gebied van deze herziening. Bij de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan is de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) gehanteerd. Zo zijn de bestemmingen qua benaming en volgorde afgestemd op de SVBP 2012. Het bestemmingsplan is afgestemd op de Wro en het Bro. Daarnaast zijn de op grond van de Bro verplicht gestelde regels voor het overgangsrecht en de anti-dubbeltelregel conform de daarvoor gestelde standaarden in de regels opgenomen. Ook de Wro biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot uit te werken. Het onderhavige bestemmingsplan is niet zeer gedetailleerd, maar wel gebaseerd op het stedenbouwkundig plan. Het bestemmingsplan biedt nog enige flexibiliteit. Voor het plangebied is de planopzet primair gericht op ontwikkeling. Één en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen binnen het onderhavige bestemmingsplan. 6.2.
Beschrijving van de bestemmingen
6.2.1 Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 van de regels bevat bepalingen die, net als de in hoofdstuk 3 opgenomen “Algemene regels”, algemeen gelden voor alle bestemmingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en het artikel betreffende de wijze waarop bijvoorbeeld hoogtematen en oppervlaktematen moeten worden gemeten en berekend. In Hoofdstuk 3 zijn onder andere procedureregels, algemene gebruiksregels en flexibiliteitsbepalingen opgenomen. In Hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en de slotregel opgenomen. 6.2.2
Bestemmingen
Wonen Op de gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn maximaal drie grondgebonden woningen toegestaan. Met betrekking tot het bouwen is aangesloten bij de maximale mogelijkheden die het vergunningvrij bouwen biedt. Op het perceel is een bouwvlak opgenomen. Hierin mogen hoofdgebouwen worden gebouwd met een minimale goothoogte van 3 meter en een minimale bouwhoogte van 6 meter en een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter. Er zijn zones aangewezen waar bijgebouwen mogen worden opgericht. Daarnaast zijn regels opgenomen over bouwwerken geen gebouwen zijnde en parkeren. overige zone - beschermingswaardige bomen Op de gronden gelegen binnen de aanduiding ‘overige zone - beschermingswaardige bomen’ mag, in afwijking van het bepaalde in de daar voorkomende bestemming(en), niet worden gebouwd of werken en werkzaamheden worden verricht. 6.2.3
Algemene regels en slotbepaling
Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene gebruiksregels In dit artikel staat opgenomen wat op basis van artikel 2.1 lid 1 van de Wabo in ieder geval onder verboden gebruik wordt verstaan.
Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023
49
Algemene aanduidingsregels luchtvaartverkeerszone - 8 Ter plaatse van de aanduiding ‘luchtvaartverkeerszone - 8’ geldt dat ten behoeve van het obstakelvrij (start- en landings)vlak met zijkanten, de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan de hoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van de hoogtematen van 45 m en 50 m boven NAP, in verband met het beschermingsgebied van de in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen. luchtvaartverkeerszone - 9 Ter plaatse van de aanduiding ‘luchtvaartverkeerszone - 9’ geldt dat ten behoeve van het obstakelvrij (start- en landings)vlak met zijkanten, de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan de hoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van de hoogtematen van 50 m en 55 m boven NAP, in verband met het beschermingsgebied van de in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen. milieuzone - geluidsgevoelige functie - 2 (35-45 Ke-lijn) Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - geluidsgevoelige functie -2’ is het niet toegestaan woningen toe te voegen. Burgemeester en wethouders kunnen hier van afwijken met dien verstande dat uitsluitend woningbouw kan worden toegestaan indien er sprake is van een grondgebonden karakter van de woning.
overige zone - ihcs -1 Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone- ihcs- 1’ geldt ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings) vlak met zijkanten, een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hogere bouwhoogte dan 56 m boven NAP. vrijwaringszone - ils - 5 Ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - ils -5’ geldt ten behoeve van het verstoringsgebied rondom de start- en landingsbaan dat de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan de hoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van de hoogtemate van 32,6 m en 42, 6 m boven NAP. Algemene afwijkingsregels Het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten en percentages met betrekking tot het bouwen, het oprichten van gebouwen van openbaar nut en het in beperkte mate verschuiven van bestemmingsgrenzen Algemene wijzigingsregels Het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingsgrenzen. Overgangs en slotregels Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind.
Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan . Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot”.
50
Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023
7
Uitvoerbaarheid
7.1. Economische uitvoerbaarheid Naast de planologische haalbaarheid van het project zoals getoetst in voorgaande paragrafen, zal ook inzicht moeten worden gegeven in de financiële uitvoerbaarheid van het project (artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)). Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening vormt de mogelijkheid om bij de ontwikkeling van bouwlocaties een eerlijke verdeling van kosten en opbrengsten voor publieke voorzieningen af te dwingen. Dit vindt plaats door een exploitatieplan, waarin deze verdeelsleutel vast ligt. In de toelichting op elk bestemmingsplan moet aandacht worden besteed aan het exploitatieplan. In het Bro (artikel 6.2.1) is voorgeschreven voor welk type bouwplannen een exploitatieplan moet worden opgesteld, indien het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd. Het gaat om onder andere nieuwbouwplannen, zoals thans aan de orde. Uiteraard moet sprake zijn van kosten, die verhaalbaar zijn. Van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het verhaal van kosten op een andere wijze verzekerd is en/of het instellen van inrichtingseisen via een exploitatieplan niet nodig is. De verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan vervalt hierdoor.
De gemeente zal, om haar kosten te dekken, een anterieure overeenkomst afsluiten met de initiatiefnemers en hierin haar afspraken omtrent de gronden die in eigendom bij de gemeente zijn vast te leggen. 7.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog De initiatiefnemer heeft met omwonenden op 15 juli 2021 een omgevingsdialoog gevoerd. Ter bevestiging hebben de omwonenden via e-mail aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de beoogde ontwikkeling. Het verslag van deze omgevingsdialoog is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Ontwerp Het ontwerp bestemmingsplan heeft in de periode van 4 oktober tot en met 14 november 2022 voor iedereen ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend op het bestemmingsplan. Het plan zal verder de procedure van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening doorlopen.
Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023
51
Spijksedijk 8 4207 GN Gorinchem t 0183 - 821 497 w welmersburgstedenbouw.nl e info@welmersburg.nl