CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Toelichting bestemmingsplan 'Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot'

Raadscommissie Ruimte 23 maart 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot20.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Gilze en Rijen

Bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” Vastgesteld

Gorinchem, 3 april 2023 NL.IMRO.0784.bpSchoolstraat2935-VG01

            Spijksedijk 8 4207 GN Gorinchem t 0183 - 821 497 w welmersburgstedenbouw.nl e info@welmersburg.nl

Gemeente Gilze Rijen

Bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” Vastgesteld

Toelichting

Gorinchem, 3 april 2023 NL.IMRO.0784.bpSchoolstraat2935-VG01

4

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

Inhoud 1

Inleiding 9 1.1 Aanleiding en doelstelling 9 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 9 1.3 Vigerend bestemmingsplan 10 1.4 Bij het plan behorende stukken 10 1.5 Leeswijzer 10 2 Beleidsaspecten 11 2.1 Rijksbeleid 11 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) 11 2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 11 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 12 2.1.4 Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving 12 2.2 Provinciaal beleid 13 2.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant 13 2.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’ 14 2.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 15 2.3 Regionaal beleid 16 2.3.1 Ruimtelijke visie West Brabant 2030 (2011) 16 2.4 Gemeentelijk beleid 16 2.4.1 Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen 16 2.4.2 Toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 17 2.4.3 Welstandsnota Gilze Rijen 18 2.4.4 Duurzaam bouwen 19 2.4.5 Groenstructuurplan 2011 20 2.4.6 Duurzaamheid en milieu 21 2.5 Conclusie 22 3

Analyse van de bestaande situatie 23 3.1 Historische ontwikkeling 23 3.2 Ruimtelijke en functionele structuur 24

4

Planontwikkeling 25 4.1 Planontwikkeling 25 4.2 Verkeer en parkeren 26 4.3 Beeldkwaliteit 26

5

Onderzoek en verantwoording 28 5.1 Cultuurhistorie en Archeologie 28 5.1.1 Cultuurhistorie 28 5.1.2 Archeologie 30 5.2 Bodem 31 5.3 Milieu 31 5.3.1 Flora en Fauna 31 5.3.2 Stikstofdepositie 34 5.3.3 Waterparagraaf 34 5.3.4 Wegverkeerslawaai 38 5.3.5 Vliegverkeer 38 5.3.6 Explosieven opsporing 39 5.3.7 Bedrijven en Milieuzonering 41 5.3.8 Luchtkwaliteit 44

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

5

6

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

5.4 5.6 5.7

Externe Veiligheid Kabels en leidingen Vormvrije MER beoordeling

46 47 47

6 6.1

Juridische aspecten Het juridisch plan 6.2 Beschrijving van de bestemmingen 6.2.1 Inleidende bepalingen 6.2.2 Bestemmingen 6.2.3 Algemene regels en slotbepalingen

49 49 49 49 49 49

7

Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51 51 51

Bijlagen bij de toelichting: 1. Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase, Transect Advies b.v., Rapportnummer 3616, projectnummer 20030086, versie 1.1, 27 augustus 2021 2. Verkennend bodemonderzoek Schoolstraat ong. Molenschot, Tritium Advies b.v., documentkenmerk 2003/238/BST, versie 0, 6 juli 2021 3. Quickscan flora en fauna Schoolstraat ong. te Molenschot, Tritium Advies b.v., documentkenmerk 2003/218/ JOW-01, versie 0, 14 september 2020 4. Berekening stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase Schoolstraat Molenschot, Tritium Advies b.v., Documentkenmerk: 2212/013/EH-01, 30 januari 2023 5. Maatwerkadvies Niet Gesprongen Explosieven Molenschot Schoolstraat, REASeuro, kenmerk 73955/ RO-200262, versie 0.1, 19 augustus 2020 6. Projectplan Niet Gesprongen Explosieven Molenschot Schoolstraat, REASeuro, kenmerk 73955/RO-200285, versie 1.0, 21 september 2020 7. Maatwerkadvies Niet Gesprongen Explosieven Molenschot Schoolstraat, REASeuro, kenmerk 73955/ RO-200262, versie 1.0, 23 september 2020 8. Bijlage detectierapport Opsporen Conventionele Explosieven 73955 Schoolstraat, Molenschot, REASeuro, tek no: 73955-01-001, 23 september 2020 9. Detectierapport Niet Gesprongen Explosieven Molenschot Schoolstraat, REASeuro, kenmerk 73955 / RO-210025 versie 1.0, 10 februari 2021 10.

Proces-verbaal van oplevering, OOO Molenschot Schoolstraat, Bodac B.V., documentnummer: 210518_1047_ PvO_01, 18 mei 2021 11. Verslag omgevingsdialoog, 15 juli 2021 12. Verslag vooroverleg Schoolstraat 29 te Molenschot, Gemeente Gilze en Rijen, 14-09-2022

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

7

8

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doelstelling Voorliggend bestemmingsplan betreft het perceel 2294 sectie H aan de Schoolstraat te Molenschot. De Schoolstraat is gelegen aan de zuidzijde van de kern van het Brabantse dorp Molenschot, één van de vier kernen in de gemeente Gilze en Rijen. De aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” is de voorgenomen ontwikkeling van de eigenaar/initiatiefnemer om hier maximaal drie woningen te realiseren. Het betreft een vrijstaande woning en twee twee-onder-een-kapwoningen. Binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’ geldt hier de bestemming ‘Agrarisch’ en mogen op deze locatie geen (nieuwe) woningen gerealiseerd worden. Het doel van voorliggend bestemmingsplan is het opstellen van een eenduidige en uniforme juridische regeling voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied. Middels de regels behorend bij dit bestemmingsplan wordt de voorgenomen ontwikkeling van de bouw van drie woningen mogelijk gemaakt. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied De locatie aan de Schoolstraat is gelegen aan de zuidzijde van de kern Molenschot (zie figuur 1.1). Het perceel heeft een oppervlakte van ca. 1870m2. Rondom het perceel zijn bestaande woningen gelegen (zie figuur 1.2). Aan de overkant van de Schoolstraat, ten noord-westen van de planlocatie is een autobedrijf gesitueerd.

Figuur 1.1: Ligging plangebied, locatie rood omcirkeld

aat olstr Scho Figuur 1.2: Ligging plangebied, locatie wit omlijnd Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

9

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan voor het plangebied is bestemmingsplan “Buitengebied” (vastgesteld op 1 juli 2013) In het vigerend bestemmingsplan “Buitengebied” heeft het plangebied de bestemming “agrarisch”. Om de nieuwe woningen juridisch mogelijk te maken is een wijziging van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Naast de vigerende agrarisch bestemming is ter plaatse eveneens een dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie’ van toepassing. Deze dubbelbestemming is gericht op het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende hoge archeologische waarden. In de bouwregels van deze dubbelbestemming is vastgelegd dat op gronden met deze dubbelbestemming geen bouwwerken gebouwd mogen worden waarbij de bodem dieper dan 0,4 meter wordt geroerd. Hierbij gelden als uitzondering bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken en bouwwerken met een oppervlakte van minder dan 100 m² ten behoeve van andere daar voorkomende bestemming(en). Als algemene gebiedsaanduidingen zijn de ‘luchtvaartverkeerzone – 8’, ‘luchtvaartverkeerzone – 9’, ‘milieuzone geluidgevoelige functie – 1 (35-45 Ke-lijn)’, ‘overige – IHCS – 1’ en ‘vrijwaringzone ils – 5’ opgenomen. Deze zones beschermen de belangen van de aanwezige luchtmachtbasis ‘Vliegbasis Gilze-Rijen’.

Figuur 1.3: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en ‘Kern Molenschot’, locatie in rood omlijnd

1.4 Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, regels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerende beleid inhoudt. 1.5 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een zevental hoofdstukken en enkele bijlagen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het relevante nationale, provinciale en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de historische en huidige ruimtelijke structuur en functionele structuur van het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt de planontwikkeling toegelicht. In hoofdstuk 5 worden de milieuhygiënische en planologische randvoorwaarden uiteengezet. De juridische opzet van het plan wordt toegelicht in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

10

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

2

Beleidsaspecten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het ruimtelijk beleid. Het betreft onder andere rijksbeleid, dat dient door te werken in dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens wordt een beschrijving van de belangrijkste beleidsdocumenten op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau voor zover relevant voor het plangebied gegeven. Als relevante ruimtelijke bovenlokale plannen moeten worden bezien: • Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (13 maart 2012) • Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (30 december 2011) • Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (2014) • Omgevingsvisie Noord-Brabant (14 december 2018) • Omgevingsverordening Noord-Brabant (23 maart 2021) 2.1

Rijksbeleid

2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Een van de centrale uitgangspunten is de scheiding tussen beleid en normstelling. Het beleid wordt in eerste aanzet vormgegeven in een structuurvisie en is juridisch alleen nog bindend voor de rijksoverheid. Naast integraal planologisch beleid, kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur regels worden gesteld omtrent onder andere bestemmingsplannen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Dit betekent dat respectievelijk provinciale inpassingplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen daarop moeten worden afgestemd. De kaders van het nieuwe rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. In een brief van 9 juli 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu bij de Eerste Kamercommissie aangegeven uitvoering aan de SVIR te willen geven. De SVIR vervangt de Nota Ruimte en heeft als streven “Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig” te maken.

In de SVIR zijn 13 nationale belangen gedefinieerd, waaronder het versterken van de mainportfuncties en het verbeteren van de rijksinfrastructuur, het behoud van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora en fauna. Doorwerking in het bestemmingsplan Een voor de planlocatie relevant nationaal belang is het belang van “ruimte voor militaire activiteiten”. Het plangebied ligt op circa 1,8 kilometer afstand van vliegbasis Gilze Rijen. Rondom deze en andere militaire locaties zijn door het Rijk beperkingenzones aangewezen. Het gaat dan bijvoorbeeld om externe veiligheidscontouren, geluidscontouren en gebieden met bouwhoogtebeperkingen. Deze zones zijn opgenomen als gebiedsaanduidingen in dit bestemmingsplan (zie paragraaf 6.2.3). Bij de ontwikkelingen die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt wordt met het opnemen van gebiedsaanduidingen rekening gehouden met het nationaal belang ‘ruimte voor militaire activiteiten’. 2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is tevens de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt.

De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder in werking getreden, waar in de tekst van artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro wordt terug gebracht naar de essentie: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De Laddertoets dient te worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsend aan deze ladder dient allereerst te worden bepaald of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, wordt in het Bro en de daarop berustende bepalingen onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het begrip ‘woningbouwlocatie’, is niet nader gedefinieerd in het Bro.

Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

11

Raad van State (ABRvS) van 28 juni 2017 de hoofdlijnen van haar jurisprudentie uiteengezet. De Afdeling werkt gestructureerd een aantal thema’s uit en doet dat aan de hand van jurisprudentie. Zo benadrukt de Afdeling dat een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel moet zijn om aangemerkt te kunnen worden als een stedelijke ontwikkeling. Als het plan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie kunnen worden aangemerkt, is die ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling aan te merken. Het plan betreft een ontwikkeling van drie woningen. Doorwerking in het bestemmingsplan Met onderhavig bestemmingsplan worden maximaal drie woningen mogelijk gemaakt in bestaand stedelijk gebied. Gelet hierop voorziet het onderhavige plan niet in een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de genoemde bepaling, en is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Gesteld kan worden dat de ‘ladder duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is op het onderhavige plan. 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd.

Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in het Natuurnetwerk Brabant (NNB, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur, EHS), of met het vrijwaren van functies. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met onderdelen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Doorwerking in het bestemmingsplan Vanwege de ligging nabij vliegbasis Gilze-Rijen is voor dit bestemmingsplan het artikel met betrekking tot het nationale belang ‘ruimte voor militaire activiteiten’ relevant.

In dit bestemmingsplan wordt geregeld dat voor gronden die liggen in een beperkingengebied van een militair luchtvaartterrein, zoals het plangebied, de geluidszones en beperkingen op grond van de Luchtvaartwet, de Wet geluidhinder en het Besluit militaire luchthavens in acht moeten worden genomen. 2.1.4 Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving De Omgevingswet treedt naar verwachting in 2024 in werking en veel gemeenten en provincies bereiden zich voor op dit nieuwe proces van integrale belangenafweging. Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. In dit kader heeft de Raad van Directeuren Publieke Gezondheid en de directie van GGD GHOR Nederland het document ‘Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving’ vastgesteld. Naast het kernwaardendocument zijn ook aparte documenten opgesteld (Woonomgeving, Mobiliteit, Gebouwen) met daarin de context en verantwoording, uitwerkingen van principes en maatregelen die bijdragen aan het realiseren van de kernwaarden en dienen als inspiratiebron. Het kernwaardendocument en de bijbehorende uitwerkingen bieden handvatten aan iedereen die betrokken is bij de inrichting van de leefomgeving en publieke gezondheid een warm hart toedraagt.

De stukken zijn tevens bruikbaar bij het uitwerken van ander beleid met betrekking tot de leefomgeving en/of gezondheid. Aspecten die in de kernwaarden documenten worden besproken gaan onder ander in op: 1. Woonomgeving: • Kinderen groeien op in een rookvrije omgeving; • Voor iedereen zijn er- dichtbij en toegankelijk - aantrekkelijke plekken; • De leefomgeving draagt bij aan een gezond gewicht; • Wonen en druk verkeer zijn gescheiden; • Functies (wonen, werken, voorzieningen) zijn goed gemengd, overlast gevende bedrijven staan op afstand. 2. Mobiliteit • Actief vervoer (lopen en fietsen is in beleid, ontwerp en gebruik de standaard); • Tussen kernen zijn goed (e-)fiets- en OV-verbindingen. 12

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

3. Gebouwen • Het binnenklimaat is prettig en gezond; • Minimaal één zijde (gevel) van een woning is aangenaam; • Er zijn voldoende betaalbare levensloopgeschikte woningen. De Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving zijn niet compleet, allesomvattend of vaststaand, en zijn zo ook niet bedoeld. De meest effectieve advisering wordt namelijk behaald door mee te denken, samen te werken met andere disciplines en organisaties en bovenal maatwerk te leveren. Dit kan ook betekenen dat de kernwaarden worden aangepast in een specifieke situatie, bijvoorbeeld in landelijk of stedelijk gebied. De verschillende kernwaarden hebben daarnaast onderlinge verwantschap, het wordt aangeraden deze verwantschap ook bij de uitwerking in concrete maatregelen te onderkennen. Verder kunnen maatregelen in de fysieke ruimte en meer sociale initiatieven (organisatie van activiteiten, educatie, etc.) elkaar vaak versterken. Doorwerking in het bestemmingsplan Geconcludeerd kan worden dat in algemene zin wordt voldaan aan de gestelde kernwaarden. De woningen liggen op een rustige plek in een kleinschalig, groene woonbuurt. De woningen zullen wat betreft klimaat en duurzaamheid aansluiten op de meest recente eisen. 2.2

Provinciaal beleid

2.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant De Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (SVRO), waarin het beleid van de Interimstructuurvisie is doorvertaald, is vastgesteld op 1 oktober 2010 en op 1 januari 2011 in werking getreden. In 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant herzien en vervolgens in maart 2014 vastgesteld. De SVRO bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Één van deze instrumenten is de Provinciale verordening. In de Omgevingsverordening zijn de kader stellende elementen uit de SVRO vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De SVRO gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennis innovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant.

Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de Structuurvisie de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt.

Figuur 2.1: Uitsnede structuurvisie Noord-Brabant. Locatie in rood aangeduid Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

13

De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. De provincie wil haar woningbouwopgave zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied opvangen. Doorwerking in het bestemmingsplan De structuurvisie ruimtelijke ordening spreekt zich niet specifiek uit over de locatie. De locatie is gelegen in de kern van Molenschot en voorziet in algemene zin in zorgvuldig ruimtegebruik en in een bescheiden intensivering van het bestaand stedelijk gebied. Hiermee sluit de ontwikkeling aan op het beleid van de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant. 2.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’ De Omgevingswet, die in 2024 in werking treedt, bundelt de regels voor de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie Noord-Brabant alvast een provinciale Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ is vastgesteld op 14 december 2018. De visie spreekt over een ‘diepe’ manier van kijken, een ‘ronde’ manier van kijken en een ‘brede’ manier van kijken, om zodoende aan de voorkant alle belangen te betrekken om uiteindelijk meer snelheid en kwaliteit te leveren.

Dit houdt in dat men kijkt naar wat het initiatief voor ‘people’ in de gemeenschap betekent, wat het voor de ‘planet’ ofwel leefomgeving betekent en wat het oplevert in economisch opzicht of wel ‘profit’. Bij afwegingen die moeten worden gemaakt over het behoud van levenskwaliteit in het hier en nu, in sociaal, economisch en ecologisch opzicht, moet rekening worden gehouden dat dit niet ten koste mag gaan van de levenskwaliteit elders en later. De visie geeft ook expliciet aan dat de verantwoordelijkheid voor het fysieke domein veel meer verschuift naar de gemeenten. De provincie stuurt alleen nog op hoofdlijnen, stimuleert beweging en maakt (wenselijke) ontwikkelingen mogelijk. Er is één basisopgave (werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit) met als één van de vier hoofdopgaven voor 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”. Ook wil de provincie in 2050 energieneutraal zijn, en klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.

De provincie wil tevens dat het stedelijk netwerk van Brabant in 2050 functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noord-West Europese metropool. Tot slot is één van de vier hoofdopgaven dat Brabant in 2050 top kennis- en innovatieregio in Europa is. Visie op duurzame energie De provincie koppelt haar beleid aan het Rijksbeleid en nationale doelen. Nederland heeft voor 2030 een tussendoel gesteld van 49% CO2-reductie. In Noord-Brabant is deze ambitie voor 2030 overgenomen als nieuwe, minimaal te realiseren ambitie van 50%. Dit uitgangspunt is vertaald naar een eigen ambitie voor duurzame energieopwekking, besparing en beperking van CO2-uitstoot. Het doel voor 2060 is om 100% duurzame energie te gebruiken, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. De doelstelling is een grote uitdaging die vraagt om een actief en gericht tweesporenbeleid van de provincie: • Verminderen van energieverbruik in de gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit en; • Verduurzaming van energie, door grootschalig gebruik van energie via wind, zon, water en duurzame warmte. Een duurzame energieproductie biedt kansen voor de economische motor, sociale samenhang en het maatschappelijk rendement. Nieuwe digitale toepassingen helpen om energieopwekking en -gebruik zo efficiënt mogelijk te doen.

De provincie sluit aan op de vijf nationale transitiepaden: elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik. Gebouwde omgeving De provincie zet zich in voor een energieneutrale gebouwde omgeving. De provincie zet zich in voor de transitie van onze woningvoorraad en andere gebouwen naar energie-neutraal, te beginnen met energiebesparing.

14

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

Doorwerking in het bestemmingsplan Onderhavige ontwikkeling is aan verschillende omgevingsapecten getoetst. De conclusie is dat de planontwikkeling aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening met respect voor de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur. 2.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. Denk bijvoorbeeld aan het beschermen van belangrijke waarden als het drinkwater of de natuurgebieden. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening diverse provinciale verordeningen. De omgevingsverordening vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. Op 15 april 2022 is de aangepaste Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant in werking getreden, waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. De omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter.

Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de Interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in 2024 vastgesteld en treedt deze samen met de Omgevingswet in 2024 in. Noord-Brabant heeft de ambitie tot de top van Europese kennis- en innovatie regio’s te blijven behoren. Een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat is hiervoor een essentiële voorwaarde. Dit zorgt ervoor dat bedrijven de weg naar Brabant weten te vinden, werknemers hier prettig wonen en innovaties sneller plaatsvinden. Daarom wordt gestreefd naar duurzame verstedelijking. Gebaseerd op de Brabantse omgevingsvisie wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie en een concurrerende, duurzame economie. In de Omgevingsverordening is de kern Molenschot, inlusief de planlocatie, aangegeven als ‘concentratiegebied’.

Het provinciale beleid is al jaren gericht op het bundelen van een duurzame verstedelijking. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in het concentratiegebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente.

Figuur 2.2: Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, ligging in concentratiegebied. Locatie zwart omlijnd.

Doorwerking in het bestemmingsplan Het plangebied bevindt zich binnen de kern Molenschot in het plangebied dat in het provinciaal beleid is aangemerkt als ‘‘concentratiegebied’’. Met deze ontwikkeling wordt aangesloten op het beleid uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, dat gericht is op het bundelen van nieuwe ontwikkelingen binnen stedelijke concentratiegebieden. Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

15

2.3

Regionaal beleid

2.3.1 Ruimtelijke visie West Brabant 2030 (2011) De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 beschrijft – met een doorkijk naar 2040 - de koers van de regio in een ruimtelijk casco. Uitgangspunt van het gemeenschappelijk optrekken binnen deze koers is, dat autonomie van de deelnemende samenwerkingspartners gerespecteerd wordt. Alleen als opgaven daarom vragen, wordt al dan niet in wisselende allianties samengewerkt om de gestelde doelen te bereiken. De volgende doelen zijn daarbij van belang: • Centraal wat moet, decentraal wat kan. • West-Brabant als zelfbewuste regio in een veranderend krachtenveld. • Versterken van de regionale identiteit met gebiedsgerichte ontwikkelingsstrategieën. • Ruimtelijke ontwikkeling volgt vanuit een visie op duurzaamheid. • Water, natuur en landschapsambities zijn de basis voor een goed gefundeerde toekomst. • Nieuwe verbindingen en het oplossen van knelpunten voor personen- en goederenvervoer. • De economische structuur van West-Brabant wordt versterkt door regionale specialisaties. • Een aantrekkelijke woonregio door het profiel als tuin van de delta. • Spreiding van voorzieningen, betere bereikbaarheid en de leefbaarheid op peil. • Toeristisch recreatieve identiteit en meerwaarde van routes en nieuwe ontwikkelingen. Doorwerking in het bestemmingsplan De doelen uit de ruimtelijke visie West-Brabant zijn globaal van karakter.

Doordat de onderhavige ontwikkeling plaatsvindt binnen het bestaande stedelijk gebied sluit de woonontwikkeling in algemene zin aan op de gestelde doelen uit de Ruimtelijke Visie West Brabant 2030. 2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1 Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen De gemeente Gilze en Rijen heeft de Structuurvisie Stedelijk Gebied vastgesteld op 21 december 2015. De basis voor de structuurvisie wordt gevormd door zowel de toekomstvisie ‘Wij zijn Gilze en Rijen’ als het ambitiedocumenten ‘Ambities Gilze en Rijen – Nieuwe Kansen!’. De hoofdambities en koers zijn bepaald en in de structuurvisie vastgelegd. Met het opstellen van een structuurvisie zet de gemeente een belangrijke stap in de concretisering van de ruimtelijke ambities. De structuurvisie is daarmee een uitvoeringsdocument dat als onderlegger dient om aan de slag te gaan met de ambities en de hoofdkeuzes bij toekomstige projecten en bestemmingsplannen. Daarbij heeft de gemeente de volgende hoofdkeuzes gemaakt: 1. Nieuwe hoofdzakelijkheid: ‘Een nieuwe manier van denken over wonen.’ Dit betekent dat de gemeente kiest voor: - Het verbinden van architectuur, duurzaamheid en landschap; - Het verbinden van duurzame woonkwaliteit en sociale betrokkenheid. 2. Sterke schakels: ‘Bereikbaar voor iedereen.’ Dit betekent dat de gemeente kiest voor: - Goede bereikbaarheid voor alle doelgroepen (snel- en langzaam verkeer) van de kernen en hun specifieke functies; - Onderdeel zijn van een stedelijk netwerk. 3.

Levendige centra: ‘Sterke en vitale dorpsharten.’ Dit betekent dat de gemeente kiest voor: - Herkenbare en levendige dorpsharten; - Goede functionerende winkelconcentratiegebieden. 4. Karakteristieke bedrijvigheid: ‘Bedrijventerreinen met een duidelijk profiel.’ Dit betekent dat de gemeente kiest voor: - Een meer herkenbaar profiel voor (nieuwe) bedrijvigheid; - Duurzame investeringen voor (bestaande) karakteristieke bedrijvigheid. Beleidsuitgangspunten Molenschot Voor Molenschot bevat de Structuurvisie de volgende uitgangspunten: Door de ligging nabij vliegbasis Gilze-Rijen is de groeiruimte van Molenschot altijd zeer beperkt geweest. Wellicht komt hier in de toekomst enige verandering in, omdat de bouwbeperkingen mogelijk verzacht worden. 16

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

Figuur 2.3: Structuurvisie Stedelijk gebied, locatie rood omcirkeld

Daarom kiest de gemeente er voor, om de zone ten noorden van de Veenstraat en Kapelstraat aan te wijzen als zoekzone voor de dorpsuitbreiding van Molenschot. De gemeente kiest voor een geleidelijk groei, zodat de Molenschot jaarlijks enkele woningen kan toevoegen. Op deze manier hoopt de gemeente voor een lange tijd in de (lokale) woningvraag te kunnen voorzien. Tevens is een uitgangspunt dat de directe zichtlijnen, vanaf de oude radialen naar het buitengebied toe, ook bij mogelijke nieuwbouw behouden blijven. De voorkeur voor concentrische groei is ook ingegeven vanuit de wens om de ligging van Molenschot middenin het buitengebied te bewaken. De gemeente wil voorkomen dat Molenschot, door het verdichten van de lintbebouwing, vastgroeit aan de recreatie- en campinggebieden rondom het dorp. De gebieden rondom Molenschot moeten landschappelijk en/of natuurlijk blijven. Daarom kiest de gemeente ervoor om een duidelijke grens te trekken tussen dorp en buitengebied, zodat het contrast tussen dorp en buitengebied behouden blijft. Dit houdt in, dat het landschappelijke karakter van de linten dat buiten het dorp ligt, behouden moet worden. Doorwerking in het bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling betreft een kleinschalige woonontwikkeling van maximaal 3 woningen. Het uitgangspunt voor woningbouw is dat inbreiding voor uitbreiding gaat.

Het voorgenomen initiatief gaat uit van inbreiding binnen het bestaand concentratiegebied. De inbreiding betreft lintbebouwing aan de oostzijde van het historisch lint van de Schoolstraat. Bij het ontwerp is rekening gehouden met het landschappelijke karakter van de linten door het behoud van bomen en het toepassen van groene erfafscheidingen. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling passend is binnen het beleid zoals beschreven in de Structuurvisie. 2.4.2 Toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 De toekomstvisie ‘Samen werken aan ontwikkeling: Wij zijn Gilze en Rijen!’ geeft een beeld van de gewenste ontwikkeling van de gemeente tussen nu en 2025. De gemeente schrijft het volgende in de toekomstvisie: “Onze gemeente heeft haar inwoners veel te bieden. Het is goed wonen, werken en leven in Gilze en Rijen. Er is volop bedrijvigheid, er is ruimte om te wonen en te leven en er zijn veel voorzieningen voor sport en cultuur. De voordelen van het wonen in dorpen in het groen zijn goed te combineren met de bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen in Tilburg en Breda. Het is belangrijk om die kwaliteiten te behouden en ze verder te versterken. Ook willen we nieuwe kwaliteiten ontwikkelen. Dat kan alleen maar als we er met z’n allen aan werken.

Het is nodig dat wij als gemeente verbindingen leggen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties en met de ons omringende gemeenten.”

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

17

Voor 2025 heeft de gemeente de volgende ambities opgesteld: • Versterken van onze positie als woongemeente in het groen tussen twee steden; • Benutten van onze strategische ligging aan belangrijke vervoersassen in Midden-Brabant en versterken van de positie als werkgelegenheidsgemeente met economisch duurzame en beeldbepalende bedrijven; • Versterken van de vitaliteit van de kernen met goede voorzieningen op het vlak van sport en cultuur die optimaal worden gebruikt; • Versterken van de economische draagkracht van het buitengebied en van de belevingswaarde van dat buitengebied. Doorwerking in het bestemmingsplan Door de beoogde ontwikkeling van maximaal drie woningen zal de positie als woongemeente in het groen versterkt worden. Het toevoegen van drie woningen zal tevens de vitaliteit van de kern Molenschot versterken. Door het toevoegen van woningen ontstaan er verhuisbewegingen binnen de kern. Hierdoor zullen andere woningen vrij komen en ontstaat er doorstroming op de woningmarkt. Dit kan ook gunstig zijn voor starters. Geconcludeerd kan worden dat wordt ingespeeld op de ambities uit de Toekomstvisie. 2.4.3 Welstandsnota Gilze Rijen Het welstandstoezicht is bedoeld om in alle openheid een bijdrage te leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van de gemeente Gilze en Rijen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving.

Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Het gemeentelijk welstandsbeleid bevat de welstandsaspecten en de criteria waaraan bouwplannen in de gemeente worden getoetst. Het gaat daarbij om algemene welstandscriteria, gebiedsgerichte welstandscriteria, welstandscriteria voor specifieke objecten en welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken. De algemene welstandscriteria richten zich op: • De relatie tussen vorm, gebruik en constructie; • De relatie tussen bouwwerk en omgeving; • De betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context; • Het evenwicht tussen helderheid en complexiteit; • Schaal en maatverhoudingen; • Materiaal, textuur, kleur en licht. De planlocatie valt onder het bijzondere welstandsgebied ‘8, kleinschalige dorpslinten’. Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden zoals opgenomen in de Welstandsnota gemeente Gilze en Rijen.

Situering • Behouden van de aanwezige waardevolle zichtlijnen naar open landschap; • Interpreteren van vrijstaande bebouwing in verschillende dichtheden met een overwegende open karakteristiek in de straatwanden; • Interpreteren van een positionering verspringend ten opzichte van de voorgevellijn. Massa en vorm • Behouden van de maat en schaal van bebouwing gerelateerd aan de bebouwde omgeving (m.a.w. maat en schaal binnen de marges van bestaande bebouwing); • Interpreteren van dakvorm en –richting van de bebouwing in de directe omgeving. Gevarieerde dakvorm en richting is wenselijk; • Interpreteren van kleinschaligheid, diversiteit en beslotenheid in het gevelbeeld. Gevelkarakteristiek • Interpreteren van diversiteit in straatbeeld door individuele vormgeving en architectonische verschil met de belendende woning. • Geen dichte gevels (muren) op voetgangersniveau. Visuele toegankelijkheid door transparante vormgeving is wenselijk. • Respecteren van authentieke detailleringen en ornamenten. 18

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

• Gevarieerde gevelindeling is wenselijk. Kleur en materiaal • Interpreteren van aardkleurig metselwerk en dakbedekking van rode of donkere dakpannen. Wit stucwerk is mogelijk. • Met de omgeving harmoniërende kleuren is wenselijk. Overige • Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar de welstandscriteria voor reclame-uitingen onder specifieke objecten in hoofdstuk 6 van de welstandsnota. • Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder de zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken in hoofdstuk 7 van de welstandsnota.

Figuur 2.4:Welstandskaart Molenschot, locatie zwart omcirkeld

Doorwerking in het bestemmingsplan In de Welstandsnota van de gemeente Gilze en Rijen valt de planlocatie onder het ‘Bijzonder welstandsgebied 8, kleinschalige dorpslinten’. Onder dit niveau vallen de gebieden die om een zorgvuldige afstemming vragen van nieuwe bouwkundige ingrepen. Deze bijzondere welstandsgebieden zijn cultuurhistorisch, landschappelijk, stedenbouwkundig en/of architectonisch gezien beeldbepalend voor de kernen of het landschap binnen de gemeente. Het welstandsbeleid in deze gebieden is gericht op behoud of herstel van waardevolle elementen en structuren, met de mogelijkheid om gericht nieuwe elementen toe te voegen ter versterking van de karakteristiek. Nieuwe ingrepen dienen daarbij extra zorgvuldig binnen de bestaande context te worden beoordeeld. Bouwplannen zullen worden getoetst aan de uitgangspunten in de welstandsnota door de welstandscommissie. 2.4.4 Duurzaam bouwen Gemeente Gilze en Rijen heeft een specifieke ambitie voor duurzaam bouwen. Hiervoor heeft de gemeente de Duurzaam Beeldkwaliteitgids. Deze biedt de architecten en ontwerpers een duidelijk handvat om hun product te toetsen aan de optimale verhouding tussen de schoonheid-, sociale, milieukundige en economische dimensies. De Duurzaam Beeldkwaliteitgids daagt uit een goede balans te vinden, waarbij de beschikbare ruimtelijke en vormgevende middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet.

De doelstelling van de kwaliteitgids is dan ook: “Duurzame functionaliteit als uitgangspunt voor de vorm, constructie, gebruik, beheer en schoonheid van het bouwwerk en zijn omgeving.” Uitgangspunten om de doelstelling te bewerkstelligen zijn: • Duurzame en functionele cohesie tussen bouwwerk, private ruimte, openbare ruimte en omgeving; • Het bevorderen van sociale en culturele cohesie in de wijk; • Het duurzaam en functioneel ordenen van ruimten in en rondom bouwwerken in relatie tot openbare ruimte en omgevingsfactoren; • Duurzaam en functioneel bouwen in vorm, gebruik, constructie, beheer en schoonheid; 19

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

• •

Helderheid in complexiteit door duurzame en functionele balans tussen maat, schaal, materiaal, kleur en duurzame omgevingsfactoren; De drie woningen zullen gasloos worden uitgevoerd en zo veel mogelijk energie neutraal.

2.4.5 Groenstructuurplan 2011 De gemeente Gilze en Rijen staat bekend als een open en groene gemeente tussen de steden Tilburg en Breda. Op de eerste plaats bepaalt het aantrekkelijke buitengebied, bestaande uit bosgebieden en open (broek-) ontginningen met beekdalen, het groene karakter. Ten tweede draagt het groen in en direct grenzend aan de kernen bij aan de groene uitstraling. Bosgebieden verweven met de kern en historische structuren, begeleid door boomstructuren, dragen sterk bij aan de uitstraling van de kern. Het groenstructuurplan biedt kaders voor ontwikkeling van de groenstructuren binnen de kernen, met aandacht voor de kwaliteiten die het groen in de gemeente Gilze en Rijen heeft. Iedere kern heeft hierbij een andere ontstaansgeschiedenis en karakteristiek die belangrijke kaders bieden voor de ontwikkeling van de huidige groenstructuur. De doelstelling van het groenstructuurplan is: Het beschrijven van de lange termijn visie van de gemeente Gilze en Rijen ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen, om een waardevolle, karakteristieke, gebruiksvriendelijke en duurzame groenstructuur te behouden, ontwikkelen en versterken, binnen de bebouwde kommen. Ruimtelijke ontwikkeling Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een beperkte ruimte (met name bij inbreidingen), is de realisatie van een eigen sfeer met groenvoorzieningen van hoge kwaliteit het uitgangspunt.

Deze groenvoorzieningen worden zoveel mogelijk gebundeld gerealiseerd en niet versnipperd door de wijk. Behoud van bestaande elementen is in alle gevallen een meerwaarde. De bijbehorende beleidsdoelen zijn: • Uitbreidingen kernen verbinden met het landschap door landschappelijk groen in de kern in te laten dringen; • Groenvoorzieningen van hoge kwaliteit bundelen bij in- en uitbreidingen, groen en rood zijn hierbij in balans; • Behoud bestaande waardevolle groenelementen waar mogelijk; Huidige groenstructuur Molenschot Zowel het gemeentelijke als particuliere groen draagt bij aan de groene uitstraling van het centrum en de dorpse uitstraling van de ontsluitingswegen. In het centrum betreft dit met name bomen en beukenhagen. Langs de linten gaat het om boomstructuren en divers particulier groen waaronder structuren van lindes. Zowel in de kern als daarbuiten worden deze ontsluitingswegen veelal begeleid door een boomstructuur. Hierdoor verbinden de laanstructuren de kern met het landschap. De kwaliteit van de boomstructuren is wisselend. Langs de ontsluitingswegen is buiten de boomstructuren beperkt ander groen aanwezig (richting buitengebied enkele ruige bermen). Het particuliere groen compenseert deze afwezigheid en draagt bij aan de kenmerkende uitstraling van de wegen.

Gewenste groenstructuur Molenschot Behoud van de karakteristieke groenstructuur die aansluit bij het historische, dorpse karakter van de kern is het uitgangspunt voor de ontwikkeling van de groenstructuur in Molenschot. Laanbeplantingen langs de ontsluitingswegen, beukenhagen en privégroen bepalen dit beeld. Bij de ontwikkeling van de groenstructuur en het verbeteren van (recreatieve) verbinding tussen kern en landschap sluit de gemeente aan op de huidige karakteristiek. De beukenhagen rondom de belangrijkste gebouwen zijn kenmerkend voor het dorpse karakter. Door deze haagstructuur te versterken wordt het historische karakter van het dorp benadrukt. Naast het particuliere groen dienen de gemeentelijke boomstructuren beeldbepalend te zijn langs de ontsluitingswegen. Langs de Broekstraat en in mindere mate de Schoolstraat is het versterken van deze structuren gewenst. Dit kan door nieuwe bomen in de bestaande structuur in te passen of de structuur (gedeeltelijk) te vervangen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn beperkt mogelijk. Bij verdichting van de linten is het zowel van belang het groene beeld van het lint als de landschappelijke uitstraling aan de achterzijde te behouden. Dit kan door met name aan de achterkanten landschappelijk groen in te passen. Dit is van belang voor het realiseren van een zachte rand waardoor het beeld van boerenerven ontstaat. 20

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

Doorwerking in het bestemmingsplan Ter hoogte van de planlocatie heeft de Schoolstraat aan de oostzijde een eenzijdige laanstructuur van lindebomen. Deze lindes maken onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur van Molenschot. De lindes worden in de nieuwe situatie gehandhaafd. De nieuwe woningen krijgen circa 10 meter diepe voortuinen. Vanwege deze ruime voortuinen en de extensieve bebouwing blijft het open en groene karakter aan dit deel van de Schoolstraat behouden. Voor de erfafscheidingen wordt aan de voorzijde van de woningen uitgegaan van lage, groene erfafscheidingen in de vorm van een circa 1 meter hoge beukenhaag. Voor erfafscheidingen aan de achterzijde van de woningen, wordt uitgegaan van erfafscheidingen in de vorm van een beukenhaag, of gemengde hagen met een maximale hoogte van 2 meter. Door het toepassen van hagen als erfafscheidingen wordt het groene beeld binnen de kern versterkt. Het planvoornemen draagt daarmee bij aan het versterken van de groenstructuur langs de Schoolstraat. 2.4.6 Duurzaamheid en milieu De gemeente Gilze en Rijen wil tijdig inspelen op klimaatverandering om elke wijk, buurt en straat aantrekkelijk, leefbaar en klimaatbestendig te maken voor onze inwoners en bezoekers. Om dit te bereiken is een klimaatkaart gemaakt.

Op deze kaart is te zien waar de gevolgen van klimaatverandering plaatsvinden zodat per locatie de juiste maatregelen genomen kunnen worden. Een van de belangrijkste ambities is om kansen om de klimaatadaptiviteit van locaties te verbeteren te koppelen aan andere opgaven. Voorbeelden zijn recreatie of ondernemen in het groen of het vergroenen van de leefomgeving. Op de klimaatkaart staan verschillende klimaateenheden aangegeven. De planlocatie maakt onderdeel uit van de klimaateenheid ‘klimaatnetwerk knooperven en buurtschappen’. Voor dit deelgebied zijn de volgende specificaties opgenomen: Eigenschappen: • Lemig relatief vruchtbare zandgrond. • Goede vochthuishouding. • Fijnmazig netwerk van groen, erven en buurtschappen. Aandachtspunten: • Toenemende verdroging. • Geluid van luchtverkeer. Kansen: • Gezond groen en landelijk woongebied. • Versterken van ecologisch netwerk.

Figuur 2.5 Uitsnede klimaatkaart Gilze en Rijen, planlocatie zwart omcirceld.

Doorwerking in het bestemmingsplan Met de ontwikkeling van maximaal drie woningen aan het lint draagt het planvoornemen bij aan de verdere ontwikkeling van Molenschot als een gezond, groen en landelijk woongebied. Gezien de ruime opzet van de kavels ligt er de kans om overtollig hemelwater op eigen terrein af te wikkelen. 21

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

Daarnaast worden de bestaande bomen aan de Schoolstraat gehandhaafd en wordt er gewerkt met groene erfafscheidingen. Dit draagt bij aan het versterken van de fijnmazige groenstructuur van het dorp. Daarmee speelt het planvoornemen in op de kansen en de eigenschappen van Molenschot zoals aangegeven op de klimaatkaart van de gemeente Gilze en Rijen. Het is de ambitie om de woningen zoveel mogelijk met duurzame materialen en energie-neutraal te realiseren. Alle woningen zullen worden gebouwd zonder gasaansluiting. 2.5 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de relevante beleidskaders van zowel het Rijk, als de provincie Noord-Brabant en de gemeente Gilze en Rijen.

22

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

3

Analyse van de bestaande situatie

3.1 Historische ontwikkeling Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van het dorp Molenschot. Molenschot bestaat al sinds 1299 als vestigingsplaats. Door de gunstige ligging op de overgang van hoog naar laag wordt het landschap rondom Molenschot al van oudsher agrarisch gebruikt. De hoge gronden waren geschikt voor akkerbouw, terwijl de lager gelegen gronden gebruikt werden als hooiland. Al vroeg in de middeleeuwen ontstond dan ook de eerste nederzetting, die later uitgroeide tot het dorp Molenschot. De bebouwde kom van Molenschot is gelegen ten noorden van het plangebied. De uitvalswegen die vanuit het centrum het dorp uitlopen, worden begeleid door afwisselende lintbebouwing en door imposante bomenrijen. Ook aan de Schoolstraat heeft zich door de jaren heen lintbebouwing ontwikkeld. Aan het lint komt een mengeling voor van agrarische bedrijven, woningen en een enkel bedrijf. De woningen bestaan veelal uit één of twee bouwlagen met een kap. Molenschot ligt midden in het buitengebied. Grote, uitgestrekte kavels en lange vergezichten bepalen het landelijke karkater van het dorp.

Figuur 3.1: Historische kaart 1900

Figuur 3.2: Historische kaart 1950

Figuur 3.3: Historische kaart 1980

Figuur 3.4: Topografische kaart heden

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

23

3.2 Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied ligt aan het zuidelijke historische lint van de kern Molenschot. Aan de westzijde grenst de locatie direct aan de Schoolstraat, aan de oostzijde aan het landelijk gebied. Het gebied heeft een dorpse sfeer en bestaat voornamelijk uit vrijstaande en twee-onder-een-kap woningen die bestaan uit één of twee bouwlagen met kap. Ten noorden van het plangebied is een Bed & Breakfast gevestigd, ten noordwesten van het plangebied is een autobedrijf gevestigd. Ten zuiden van het plangebied is een reguliere woning gelegen, met ten zuiden daarvan een grootschalig kassencomplex die in wordt gebruikt als camperstalling. De meeste omliggende woningen zijn voorzien van een diepe voortuin, wat zorgt voor een groen straatbeeld. Het plangebied maakt onderdeel uit van de agrarische gronden.

Figuur 3.5: plangebied vanaf de noordzijde Schoolstraat

Figuur 3.6: plangebied vanaf de zuidzijde Schoolstraat

Figuur 3.7: Schoolstraat vanaf de zuidzijde

Figuur 3.8: Schoolstraat vanaf de noordzijde

24

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

4

Planontwikkeling

4.1 Planontwikkeling Het voornemen voorziet in het planologisch mogelijk maken van een opzet met drie bouwkavels voor één enkele vrijstaande woning en twee twee-onder-één-kap woningen. In figuur 4.1 is de opzet van de beoogde ontwikkeling weergegeven. De hoofdopzet van het plan gaat uit van het aanvullen van het bestaande dorpslint. De woningen worden georiënteerd op de Schoolstraat. Vrijstaande woningen en twee-onder-één-kap woningen zijn typologieen die goed aansluiten op de bestaande bebouwing aan de Schoolstraat. Woningen kunnen in de breedte of lengte worden ontwikkeld. Zo ontstaat een gevarieerd straatbeeld met dwarskappen en langskappen. De achterzijde van de kavels grenzen aan het buitengebied. Het bestemmingsplan gaat uit van de realisatie van drie woningen met een maximale bouwhoogte van twee bouwlagen met kap. Langs de Schoolstraat staan, ter hoogte van de planlocatie, vijf lindebomen die in de nieuwe situatie worden gehandhaafd. In de regels van dit bestemmingsplan zijn voorwaarden opgenomen betreft de maatvoering en situering van het hoofd- en de bijgebouwen. Daarbij is aansluiting gezocht op het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Molenschot’. De goot- en nokhoogte van het hoofdgebouw mogen respectievelijk maximaal 6 en 10 meter bedragen.

De diepte van het hoofdgebouw mag niet meer dan 12 meter bedragen en de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens dient minimaal 3 meter te bedragen.

Figuur 4.1: Indicatieve verkavelingsschets (schaalloos), locatie rood omstippeld Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

25

4.2

Verkeer en parkeren

Verkeer De ontsluiting van de percelen vindt plaats vanaf de Schoolstraat. De kavels zijn van voldoende omvang om te voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein. Bij het berekenen van de verkeersgeneratie is uitgegaan van de Nota Parkeernormen 2017 van de gemeente Gilze en Rijen. Daarbij geldt dat de planlocatie valt onder het gebiedstype ‘Overig’. In onderstaande tabellen is het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woonontwikkeling berekend. Type woningen

Verkeersgeneratie aantal woningen Verkeersgeneratie per woning totaal

Koop, vrijstaand

8,2

1

8,2

Koop, huis, twee-onder-een-kap

7,8

2

15,6

3

23,8 (=24)

Totaal aantal verkeersbewegingen als gevolg van 3 woningen

Het aantal verkeersbewegingen per etmaal zal dus met circa 24 toenemen bij een ontwikkeling van drie woningen. Dit aantal is beperkt en kan via de bestaande straten goed worden afgewikkeld. Parkeren In onderstaande tabellen is weergegeven met welke parkeeraantallen er voor de nieuwe woningen rekening gehouden dient te worden. Bij het berekenen van de aantallen parkeerplaatsen wordt uitgegaan van parkeernormen wonen uit de Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017. Daarbij geldt dat de planlocatie valt onder het gebiedstype ‘Overig’. Type woningen

Parkeernorm incl. 0,3 pp bezoekers

aantal woningen pp benodigd

Woningen met opp. > 90m2

2

3

6

In de regels van dit bestemmingsplan is vastgelegd dat er dient te worden voldaan aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de ‘Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017’. Hieruit valt te concluderen dat er 2 parkeerplaatsen naast elkaar per woning moeten worden gerealiseerd. Vanwege de ruime opzet van de kavels is er op eigen terrein voldoende ruimte om per woning 2 parkeerplaatsen naast elkaar te realiseren. Zowel het parkeren voor bewoners als voor bezoekers kan op eigen terrein opgevangen worden. Daarmee kan worden geconcludeerd dat er aan de parkeerbehoefte wordt voldaan. 4.3 Beeldkwaliteit Het plan kent een landelijke/dorpse sfeer en beleving van wonen. Hierdoor dient het plan zich als vanzelfsprekend te voegen in de ruimtelijke karakteristiek van Molenschot, met een dorpse schaal. Om de beeldkwaliteit, mede in relatie tot de dorpse schaal, vast te leggen zijn beknopte uitgangspunten voor de beeldkwaliteit en architectuur opgesteld: • • • • • • •

Voorkanten van woningen worden gericht naar de Schoolstraat; De woningen hebben een kap, uitgangspunt is een zadeldak (evenwijdig aan- of haaks op de Schoolstraat); De woningen kennen een dorpse ingetogen architectuur. De uitstraling kan traditioneel zijn maar er kan ook worden gekozen voor een meer hedendaagse vertaling van het traditionele type; De materialisatie dient een dorpse uitstraling te hebben die past bij het karakter van Molenschot. Uitgangspunt is toepassing van rood-bruine baksteen; Andere materialen kunnen worden toegepast als de architectuur daarom vraagt. Aandacht dient uit te gaan naar de erfafscheidingen gericht naar het openbaar gebied. Voor de erfafscheidingen voor de gevellijn, en in het verlengde hiervan, wordt uitgegaan van lage, groene erfafscheidingen in de vorm van een circa 1 meter hoge haag. Voor erfafscheidingen aan de achterzijde van de woningen, wordt uitgegaan van erfafscheidingen in de vorm van een maximaal 2 meter hoge haag.

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

26

Referenties

Figuur 4.2: Dorpse, ingetogen architectuur

Figuur 4.3: Toepassing zadeldaken met nok evenwijdig of haaks op de straat

Figuur 4.4: Lage haag als erfafscheiding voortuinen

Figuur 4.5: Toepassing zadeldak

Figuur 4.6: Gebruik van rood-bruine baksteen

Vastgesteld bestemmingsplan “Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot” - 3 april 2023

27

5

Onderzoek en verantwoording

Ten behoeve van de ontwikkeling van het plan Schoolstraat tussen 29 en 35 te Molenschot is onderzoek verricht naar diverse ruimtelijk relevante aspecten. De onderzoeken zijn verwoord in een aantal deelrapporten die als losse bijlagen bij dit bestemmingsplan zijn gevoegd. In dit hoofdstuk worden de betreffende rapporten beknopt samengevat en hun relevantie met deze herziening weerlegd. 5.1

Cultuurhistorie en Archeologie

5.1.1 Cultuurhistorie Landelijk beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken en om de aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren te halen. Men is hiermee verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet.

Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Op de CHW van de provincie Noord Brabant is de locatie aangewezen als Baronie. De Baronie is onderdeel van het dekzandplateau dat doorsneden wordt door beken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12465331/1