Bijlage 3- Jaarverslag OMWB 2022
Tekst van het document
Steeds vaker wordt duidelijk dat samenwerking met de ketenpartners belangrijker wordt. De regelgeving rondom grondverzet (Bbk) is complex en aan verandering onderhevig met de komst van de Omgevingswet. Er zal meer samenwerking moeten worden gezocht met ketenpartners maar ook tussen de Brabantse omgevingsdiensten onderling. In 2022 zijn twee overleggen geweest met vertegenwoordigers van de drie Brabantse diensten. Hier zijn afspraken gemaakt over de aanpak. Afgesproken is om in 2023 meer samen te werken op het gebied van: Informatiedeling en verbeteren informatie deling; Training; Gezamenlijke Controles; Aanpassen / verbeteren barrièremodel grondstromen; Beoordelen Bbk meldingen, hoe doen we dat? Gebruik maken van innovatieve hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een drone; Smoelenboek (wie zit waar en hoe kan ik die persoon bereiken) . Een verdere toelichting is te vinden in het “Plan van Aanpak; Versterken informatie positie bodemtoezicht omgevingsdiensten Brabant”. Project 5. Onderzoek toepassen bouwstoffen (immobilisaat). Het immobiliseren van afvalstoffen tot in een vormgegeven bouwstof kent diverse zwakke plekken in de keten en gelegenheden tot illegaliteit. Op twee manieren is getracht hierin verbeteringen aan te brengen. Spoor 1: Onderzoek naar de beheerfase. Aan de hand van een steekproef is in beeld gebracht in hoeverre er in de beheerfase risico’s te verwachten zijn.
Dit is gebeurd door een selectie van adressen te benaderen en aan de hand van een enquête na te gaan in hoeverre er bij eigenaar of huurder bekendheid is met de aanwezigheid van het immobilisaat en of hiermee rekening wordt gehouden bij gebruik of grondtransactie van het perceel. Tevens is voorlichting gegeven over de aandachtpunten en verplichting van het in bezit hebben van immobilisaat. Spoor 2: Opstellen van een verwerkingsrichtlijn ten behoeve van toezicht op toepassingen. Hierbij is aan de hand van de verwerkingsvoorschriften van bij de OMWB bekende producenten van immobilisaat een verwerkingsrichtlijn opgesteld die verspreid is/gaat worden en die gehanteerd gaat worden bij het toezicht. Beoogd effect is dat toepassers nog bewuster zijn van waaraan toepassingen moeten voldoen en op voorhand zijn geïnformeerd dat de OMWB hierop toeziet bij toepassing. Daarnaast is beoogd resultaat dat toezicht bij toepassingen gerichter plaats kan vinden en handhavingsinstrumenten effectief kunnen worden ingezet.
<<
3 Rapportage | Gilze en Rijen
38
>>
Project 6. Integrale aanpak keten sloop-asbest-mobiel breken-toepassen secundaire bouwstoffen (4 ketens). Dit project richt zich op de locaties in de provincie Noord-Brabant waar herontwikkeling van een gebied plaats vindt in combinatie met de bedrijven die werkzaamheden in de gehele keten beheersen. Hierbij moet men denken aan asbestsaneringen, bodemsaneringen, het slopen van gebouwen, het grondverzet, transport en het hergebruiken van bouwstoffen. Het onderzoek is afgeperkt tot de taakvelden Bodem, Bouwen, Natuur en Asbest. Het onderzoek is uitgevoerd met de toezichthouders uit de teams Bodem en Asbest binnen de OMWB. De toezichthouders van de ODBN zijn geïnformeerd over dit project. In 2022 is een infographic gemaakt, hiermee is de complexiteit weergegeven. In 2022 zijn geen werkzaamheden in nieuwe ontwikkellocaties gestart. Het project is daarom nog niet in uitvoering gegaan. AFVAL Project 1. Kunstgrasvelden. Geven van een beleidsadvies aan gemeenten met betrekking tot de renovatie van kunstgrasvelden. Bij de recycling van oude kunstgrasmatten zijn in het verleden grote overtredingen geconstateerd bij verschillende verwerkers in het land.
Verwerkingsmogelijkheden van het oude kunstgras en andere vrijkomende afvalstoffen (zoals matten, infill, onderlaag) bij renovatie waren er tot voor kort niet of nauwelijks in Nederland, met als gevolg dat er op verschillende locaties in Nederland grote hoeveelheden onverwerkt kunstgras en infill werden opgeslagen. In 2021 is naar aanleiding van vorenstaande door een aantal omgevingsdiensten (ODBN, ODZOB, DCMR, OZHZ en OMWB) gezamenlijk een Barrièremodel Kunstgras opgesteld. Een zeer waardevolle uitkomst van het opstellen van het barrièremodel is dat veel problemen die kunnen ontstaan bij het onderhoud, de renovatie en de verwerking van de vrijkomende afvalstromen kunnen worden voorkomen. Namelijk door deze zaken goed te organiseren aan de voorkant als eigenaar van de velden, en dat zijn in hoofdzaak de gemeenten. Door zaken als eigenaar vast te leggen in het “sportbeleid” dan wel in een aanbestedingsprocedure wordt voorkomen dat bij aanleg, onderhoud en renovatie ongewenste verspreiding van infill en kunststoffen plaatsvindt, ook wordt geborgd dat de matten en andere afvalstoffen die vrijkomen bij renovatie op een juiste manier verwerkt worden. Om gemeenten handvatten te bieden is onder de regie van de OMWB door verschillende omgevingsdiensten een beleidsadvies opgesteld en gedeeld in december 2022. Project 2. E-waste.
Onderzoek naar de aard van lekstromen met een eventueel advies voor een vervolgaanpak. Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) is een van de snelst groeiende huishoudelijke afvalstromen wereldwijd. Vanaf 2019 is de wettelijke inzameldoelstelling verhoogd naar 65%. Ondanks een toename van de inzameling is het 65% doel in 2020 niet gehaald door de EEA-keten. Als zonnepanelen worden meegenomen is 44% bereikt en exclusief zonnepanelen is 57% behaald. De gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze wettelijke inzameldoelstelling te bereiken ligt bij alle ketenpartijen. Bij de aanvang van dit project, dat gezamenlijk met de ODBN en ODZOB is uitgevoerd, was het onduidelijk waar de lekverliezen AEEA binnen de Brabantse inzamel- en verwerkingsketen (kunnen) ontstaan. Dit is middels dit project beter in kaart gebracht door het uitvoeren van gerichte inspecties bij bepaalde soorten bedrijven en door deskresearch. De verkregen inzichten worden gedeeld met ketenpartners zoals de inspectie Leefomgeving en Transport. Het project is op dit moment nog niet geheel afgerond. De tot nu toe verkregen inzichten hebben geleid tot een aantal voorstellen voor vervolgaanpak die met name liggen in het controleren en stimuleren van bedrijven die in het reguliere controleprogramma worden bezocht.
<<
3 Rapportage | Gilze en Rijen
39
>>
Project 3. Co-vergisting. Onderzoek naar het naleefgedrag van intermediairs en hun rol in de keten met een advies voor vervolgaanpak. In 2022 is, in aanvulling op het project co-vergisting van 2021 een project gedraaid waarbij aan de hand van data van co-vergistingsinstallaties is geprobeerd in beeld te krijgen of en welke tussenhandelaren producten leveren aan de co-vergisters in onze werkgebieden en of er tussenhandelaren zijn waarbij een verhoogd risico wordt vastgesteld voor het leveren van producten met afvalstoffen die niet mogen worden verwerkt in een covergistingsinstallate. Een uitgebreid data-onderzoek heeft geen risicovolle locaties van tussenhandelaren of afvalstromen opgeleverd in het werkgebied van de OMWB. Wel is er informatie over diverse stromen die aan de toezichthouders wordt doorgespeeld om verder uit te diepen (vervolgvragen). Mogelijk komen hiermee nog (lichte) overtredingen aan het licht: verkeerd toegewezen codes uit de bijlage Aa die geen milieurisico’s vormen voor de toepassing van het digestaat. Voor deze overtreding is de NVWA het bevoegd gezag. Project 4. Schredderafval. Onderzoek naar het voorkomen van de illegale verwerking van schredderafval In 2021 is een illegale opslaglocatie/stort van schredderafval geconstateerd in de gemeente Moerdijk. Er is bepaald of dit een incident zou zijn of een mogelijk fenomeen.
Uit onder andere het strafrechtelijk onderzoek dat hierop volgde en de inzichten van de OMWB is bepaald dat een onderzoek naar het vaker voorkomen van dergelijke illegaliteit zinnig is. De belangrijkste onderzoeksvraag is of het “dumpen van shredderafval” is aan te merken als een fenomeen of een incident. In totaal zijn 5 bedrijven in Midden-West Brabant, 5 in Zuid-Oost Brabant en 1 in Brabant Noord onderzocht. Bij nagenoeg ieder bedrijf waar gecontroleerd is op in- en uitgaande afvalstromen blijkt dat onregelmatigheden worden aangetroffen die bedoeld dan wel onbedoeld plaatsvinden. Door ”anders“ te registreren ontbreekt een goed inzicht/beeld of de afvalstromen op juiste wijze zijn verwerkt en daarmee ook of partijen afvalstoffen niet zijn verdwenen. Wij kunnen met grote waarschijnlijkheid concluderen dat geen sprake is van een fenomeen. Echter, bevestigt dit project dat het “anders” registeren van in- en uitgaande afvalstromen een interessant verdienmodel kan zijn waardoor de mogelijkheid kan worden gecreëerd om alsnog op illegale wijze afvalstoffen af te zetten. Wel hebben we gedurende het project meer inzicht gekregen in het administreren en registreren van in- en uitgaande afvalstromen. In de bedrijfsadministraties en de LMA/Amice-gegevens zijn vaak onregelmatigheden aangetroffen.
Zo kloppen afvalstroomnummers, euralcodes, verwerkingsmethodes, massabalansen, etc niet in alle gevallen dan wel komen diverse documenten als weegbonnen, vrachtbrieven, facturen, begeleidingsformulieren en EVOA-beschikkingen niet met elkaar overeen. Met deze constateringen en verkregen inzichten wordt een vervolgaanpak in 2023 voorgesteld. Project 5. Onderzoek naar bedrijven die vetvangputten en oliewaterafscheiders leeghalen. Door middel van deskreseach, uitvraag bij collega’s, uitvraag bij de waterschappen en contacten met IL&T is onderzoek gedaan naar bedrijven die in OMWB-werkgebied werkzaam zijn in de branche rioolreinigers en bedrijven die vetvangputten en olie-waterafscheiders ledigen. Hierbij kwamen naast de al bij ons bekende bedrijven enkele onbekende bedrijven naar voren. Naar deze onbekende bedrijven is verder onderzoek gedaan. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat het hier vooral bedrijven betreffen die geen inrichting zijn in de zin van de Wet milieubeheer. Het betreffen bedrijven die zijn ingeschreven bij de KVK, een website hebben maar alleen werken op locatie van de opdrachtgever. Zij ledigen dus afscheiders en brengen het afval meteen naar een verwerker. Het bedrijfsadres is vaak een woonadres.
Deze bedrijven hebben naast eerdergenoemde activiteiten vaak een breed pallet aan activiteiten, hierbij kun je denken aan het opruimen van milieu-incidenten, het ruimen van drugsdumpingen, het reinigen van wegdekken, etc. Het risico bij deze bedrijven is dat men allerlei verschillende soorten vloeibaar afval innemen in dezelfde vrachtwagen en dit als mengstroom aanleveren bij de
<<
3 Rapportage | Gilze en Rijen
40
>>
eindverwerker. De OMWB heeft hierin echter geen bevoegdheid, omdat de bedrijven geen inrichting zijn en het werk op locatie wordt uitgevoerd. Alle bedrijven bezitten over een VIHB registratie. Deze taak, de controle op juiste vervoersdocumenten, juist gebruik van VIHB, ligt bij IL&T. Met IL&T is deze mogelijke problematiek besproken. IL&T beaamt dat er een risico zit bij deze bedrijven, maar geeft tegelijkertijd ook aan dat het voor hen op dit moment geen prioriteit heeft. Er waren dit jaar ook enkele bedrijven in het werkprogramma ingebracht die RKG-slib innemen. Bij deze bedrijven is, naast een reguliere controle, ook een BAT (basis administratief toezicht) uitgevoerd. Bij deze BAT’s kwamen geen onregelmatigheden naar voren. Aanbevelingen: Geconstateerd is dat de bedrijven die een inrichting zijn goede nalevers zijn. Hierbij zijn geen grote overtredingen geconstateerd. Het risico zit vooral bij de bedrijven die geen inrichting zijn. Dit is besproken met en teruggekoppeld aan IL&T.
<<
3 Rapportage | Gilze en Rijen
41
>>
Bijlage 4 Begrippenlijst
<<
AEEA
Afgedankte elektrische en elektronische apparaten
AIM
Activiteitenbesluit Internet Module
Aw-grond
Achtergrondwaarde grond
BAT
Basis Administratie Toezicht
Bbk
Besluit Bodemkwaliteit
BIS
Bodem Informatiesysteem
BGM
Bevoegd Gezag Module
BOA
Buitengewoon OpsporingsAmbtenaar
BOD
Brabants Omgevings Datalab
BLBI
Besluit Lozen Buiten Inrichtingen
BRL
Beoordelingsrichtlijn
BSV
Bureau Sanering Verkeerslawaai
BUS
Besluit Uniforme Saneringen
Cat. F2 / F3
Categorie vuurwerk
CO2
Koolstofdioxide
COVID-19
Coronavirus disease (coronavirusziekte), plus het jaartal van ontdekking
DC
Digitale Checklist
DCMR
Milieudienst Rijnmond
gBes
Gesloten bodemenergiesystemen
GGD
Gemeentelijke Gezondheidsdiensten
GUK
Gemeentelijk UitvoeringsKader
IB
Inrichtingenbestand
IGW
Informatie Gestuurd Werken
ITV
Intensivering Toezicht Veehouderij
IL&T
Inspectie Leefomgeving en Transport
ISZW
Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid
IOV
Programma Impuls Omgevingsveiligheid
ITV
Intensivering toezicht veehouderij
LGR
Landelijk Grondwater Register
LHS
Landelijke Handhavingsstrategie
LMA
Landelijk Meldpunt Afvalstoffen
LPF
Level playingfield
LPG
Liquefied Petroleum Gas
MBA
Milieubelastende activiteit
NIG
Niet Inrichting Gebonden
NSL
Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit
NVWA
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
ODBN
Omgevingsdienst Brabant Noord
ODZOB
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant
OMWB
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
3 Rapportage | Gilze en Rijen
42
>>
<<
OZHZ
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
P1
Programma 1 (onderdeel van werkprogramma)
P2
Programma 2 (onderdeel van werkprogramma)
PAK
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen
PGS
Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen
Power BI
Visualisatieprogramma van data van de OMWB voor de deelnemers
Q1
Eerste kwartaal
RDW
Rijksdienst voor het Wegverkeer
REV
Register Externe Veiligheid
RRB
Risico Relevante Bedrijven
RRGS
Register risicosituaties gevaarlijke stoffen
RVO
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
T1
Eerste termijnrapportage
T2
Tweede termijnrapportage
T3
Derde termijnrapportage
UPD
Uitgangspunten document
VROM
Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
VUE
Versterkte Uitvoering Energiebesparingsplicht
Wbb
Wet bodembescherming
WOB
Wet openbaarheid van bestuur
WOO
Wet Open Overheid
WP
Werkprogramma
3 Rapportage | Gilze en Rijen
43
>>