CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Bijlagen Toelichting ontwerp bestemmingsplan

Gemeenteraad 2 oktober 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel herontwikkeling Mgr. Schaepmanstraat 32, Rijen21.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Monstercode 13581587-001 13581587-002 13581587-003

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

2.8 2.8 2.8 2.8 2.8 2.8 2.8 19.6

<5 14 78 312 26 104 5 20 110 440

<=AW ----IN

-

0.05

BT

BC

Ja 90.0 90 <1 Geen

-

BI

BT

BC

Ja 89.4 89.4 <1 Geen

-

BI

<20 51.1 -<0.2 0.239 <=AW-0.03 <1.5 3.5 <=AW-0.07 <5 7.12 <=AW-0.22 <0.050.0499<=AW0.00 <10 10.9 <=AW-0.08 <0.5 0.35 <=AW-0.01 4.1 11.5 <=AW-0.36 <20 32.4 <=AW-0.19

<20 54.2 -<0.2 0.241 <=AW-0.03 <1.5 3.69 <=AW-0.06 <5 7.24 <=AW-0.22 <0.050.0503<=AW0.00 <10 11 <=AW-0.08 <0.5 0.35 <=AW-0.01 3.8 11.1 <=AW-0.37 <20 33.2 <=AW-0.18

<0.010.007 0.01 0.01 <0.010.007 0.03 0.03 0.02 0.02 0.02 0.02 0.02 0.02 0.02 0.02 0.03 0.03 0.02 0.02

<0.010.007 0.02 0.02 <0.010.007 0.03 0.03 0.02 0.02 0.02 0.02 0.01 0.01 0.02 0.02 0.02 0.02 0.01 0.01

-

0.1840.184 <=AW-0.03 <1 <1 <1 <1 <1 1.0 1.4 5.9

3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 5 7 29.5

<5 17.5 <5 17.5 7 35 6 30 <20 70

-

0.1640.164 <=AW-0.03

0.01

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9

3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 24.5

<=AW

----<=AW-0.02

<5 <5 12 12 20

17.5 17.5 60 60 100

----<=AW-0.02

WO

-

Monsteromschrijving MM01BG 001 (0-50) 002 (0-50) 003 (0-40) 004 (0-50) 005 (0-50) 006 (0-20) 006 (20-50) 007 (0-50) MM02BG 008 (0-50) 009 (0-20) 009 (20-50) 010 (0-50) 011 (0-50) 012 (0-50) 013 (0-50) 014 (0-50) MM03BG 015 (0-30) 016 (0-50) 017 (0-50) 018 (0-50) 019 (0-50) 020 (0-50) 021 (0-50)

Toetsing volgens BoToVa, module T.1-Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem (Toetsversie 3.0.0, toetskader BBK, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 10-12-2021 - 09:14)

Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie

MA210889 Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen MM04OG 003 (40-70) Grond (AS3000) Niet Toepasbaar > industrie

Analyse

Eenheid SR

BT

BC

monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)

% g %

Ja 94.9 94.9 <1 Geen 1.2 1.2

-

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)

% vd DS 3.6

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

BI

3.6

MA210889 Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen MM05OG 015 (30-80) Grond (AS3000) Altijd toepasbaar SR

BT

BC

Ja 90.4 90.4 <1 Geen 1.3 1.3

-

3.1

BI

3.1

<20 45.2 -<0.2 0.235<=AW-0.03 <1.5 3.14 <=AW-0.07 <5 6.86 <=AW-0.22 <0.050.049<=AW0.00 <10 10.7 <=AW-0.08 <0.5 0.35 <=AW-0.01 4.7 12.1 <=AW-0.35 <20 30.7 <=AW-0.19

<20 47.7 -<0.2 0.237 <=AW-0.03 <1.5 3.29 <=AW-0.07 <5 6.98 <=AW-0.22 <0.050.0494<=AW0.00 <10 10.8 <=AW-0.08 <0.5 0.35 <=AW-0.01 5.0 13.4 <=AW-0.33 <20 31.5 <=AW-0.19

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kg <0.010.007 fenantreen mg/kg <0.010.007 antraceen mg/kg <0.010.007 fluoranteen mg/kg <0.010.007 benzo(a)antraceen mg/kg <0.010.007 chryseen mg/kg 0.03 0.03 benzo(k)fluoranteen mg/kg <0.010.007 benzo(a)pyreen mg/kg <0.010.007 benzo(ghi)peryleen mg/kg <0.010.007 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg <0.010.007 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor)mg/kg 0.0930.093<=AW-0.04

<0.010.007 <0.010.007 <0.010.007 0.02 0.02 0.01 0.01 <0.010.007 <0.010.007 <0.010.007 0.02 0.02 <0.010.007 0.0990.099 <=AW-0.04

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)

ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9

3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 24.5 <=AW

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

<5 98 34 8 140

17.5 -490 -170 -40 -700 NT

Monstercode 13581587-004 13581587-005

-

0.11

3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 24.5

<5 17.5 <5 17.5 8 40 7 35 <20 70

<=AW

-

----<=AW-0.02

Monsteromschrijving MM04OG 003 (40-70) 003 (120-170) 004 (50-70) 004 (70-120) 004 (120-170) MM05OG 015 (30-80) 015 (100-150) 016 (50-100) 016 (100-150) 017 (50-100) 017 (100-150)

Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel BI SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) ) Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat + De normen voor barium zijn ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s (waterbodem) en de interventiewaarde voor landbodem van 920 mg/kg (landbodem). ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd.

<=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde WO Wonen IN Industrie ,zp Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing. >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden somIW>1 Interventiewaarde wordt overschreden door som fractie interventiewaarde > 1 (interventie factor) ^ Enkele parameters ontbreken in de som NT>I Niet toepasbaar > interventiewaarde NT Niet toepasbaar BT/BC gemiddelde op basis van standaard bodemtype (humus 10% en lutum 25%) gem Kleur informatie Rood overschrijding klasse B / Interventiewaarde, nooit toepasbaar Oranje >= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1) of groter dan de B waarde (component niveau) Klasse wonen of klasse industrie (monsterniveau) Blauw >= Achtergrond waarde, industrie of wonen op component niveau

Normenblad Toetskeuze: T.1: Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem

Analyse

Eenheid AW Wo Ind

METALEN cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

I

0.6 1.2 4.3 13 15 35 190 190 40 54 190 190 0.15 0.83 4.8 36 50 210 530 530 1.5 88 190 190 35 39 100 100 140 200 720 720

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 mg/kg 1.5 6.8 40 40 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor) ug/kg

20

MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40

190 190 500 5000

mg/kg

40 500 1000

* Indicatief niveau voor ernstige verontreiniging Legenda normenblad AW = Achtergrondwaarden WO = Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen IND = Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie I = Interventiewaarden Normen en definities http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/downloads

Bijlage 7 Overzicht bronnen vooronderzoek

MA210889.R01.V1.0

Bronvermelding Voor de uitvoering van een vooronderzoek kunnen verschillende aanleidingen van toepassing zijn: A.

Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek;

B.

Opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nulsituatie- en eindsituatie-onderzoek;

C.

Opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie;

D.

Opstellen hypothese over de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van partijkeuring;

E.

Opstellen of actualiseren bodemkwaliteitskaart;

F.

Toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond;

G.

Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico's.

De verplichte te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in onderstaande tabel. Tabel: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten

1. Locatiegegevens

Aanleidingen tot vooronderzoek A

B

O

O

Bodemopbouw

Antropogene lagen in de bodem

Geohydrologie

Geval van ernstige bodemverontreiniging?

Kwaliteit o.b.v. Bkk

Kwaliteit o.b.v. uitgevoerde

Eigendomssituatie

C

D

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

E

F

G

 

O

bodemonderzoeken 4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie,

Voormalig

O

verdachte situatie, activiteiten, ongewoon

Huidig

voorval

Toekomst Asbestverdacht?

O

 

5. Terreinverkenning 

Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden

O

Optioneel

vermeld en gemotiveerd

MA210889.R01.V1.0

Afhankelijk van de aanleiding zijn ten behoeve van het vooronderzoek diverse bronnen geraadpleegd. Tabel: geraadpleegde bronnen voor aanleiding A ''Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'' Informatie

Geraadpleegd?

Bron

Opmerkingen

Onderzoeksvraag: wat is de afbakening van het onderzoeksgebied? Eigendomssituatie

Nee

Kadaster

Hoogteligging

Ja

Dinoloket

Oppervlakte en afbakening onderzoeksgebied

Ja

Kadaster

Onderzoeksvraag: wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is sprake van verschillende fysische kwaliteiten/bodemvreemde lagen? Bodemtype

Ja

Dinoloket

Antropogene lagen in de bodem

Ja

Dinoloket

Ja

Dinoloket

(dempingen/ophogingen) Geohydrologie (grondwaterstand/drainage/bemaling/ onttrekking/infiltratie)

Onderzoeksvraag: vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging? Geval van ernstige bodemverontreiniging?

Ja

www.bodemloket.nl

Onderzoeksvraag: is sprake van beïnvloeding vanuit omgeving op de kwaliteit bodem of grondwater? Bodem- en grondwaterkwaliteit nabij de locatie

Ja

www.bodemloket.nl

Onderzoeksvraag: wat is de te verwachten bodemkwaliteit? Kwaliteitsklasse

Ja

Milieudienst

(o.b.v. gemeentelijke nota bodembeheer/Bkk/ uitgevoerde bodemonderzoeken)

Onderzoeksvraag: is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging en is sprake van verdachte parameters? Hinderwet-, Wm- of Wabo-vergunningen

Ja

Milieudienst

Archief BOOT

Ja

Milieudienst

Aanvullende eisen standaard stoffenpakket

Ja

Milieudienst

Voormalig/huidig gebruik

Ja

www.topotijdreis.nl/opdrachtgever

Terreininspectie

Ja

Geonius

Hinderwet-, Wm- of Wabo vergunningen

Ja

Milieudienst

Historisch/Huidig gebruik

Ja

www.topotijdreis.nl

Ja

Geonius

(b.v. bebouwing/infrastructuur/verharding/ dammen/brandplekken)

Onderzoeksvraag: is de bodem asbestverdacht?

(ophogingen, dempingen) Terreininspectie (b.v. aanwezigheid bebouwing/ beschoeiingen/ glastuinbouw/dammen/halfverhardingen/ funderingslagen/opslagdepots)

MA210889.R01.V1.0

Bijlage 8 Situatietekening

MA210889.R01.V1.0

Bebouwing Perceel Onderzoekslocatie

Boringen

Project

Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen

Onderdeel

Situatietekening

tot 0,5 meter tot 2 meter

Geonius Milieu +31 (0) 88 1300 600

tot 5 meter

Fotolocaties Richting fotolocatie

Projectnr

MA210889

Projectleider

M. van Seeters

Bijlagenr

T8

Getekend

N. van den Boom

Datum

16-12-2021

Formaat

A3

Schaal

De Asselen Kuil 10

6161 RD Geleen www.geonius.nl

29

MELDING GEACCEPTEERD Zaaknummer: 21ZK00749 Poststuknummer: 21ink08015 Besluit d.d. 3 mei 2021

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen

COLOFON Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen OPDRACHTNEMER

idverde Advies Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T 073 205 11 00 E advies@idverde.nl

OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR OPDRACHTGEVER

Matthias Koster (Adviseur Ecologie) Arjan Schoenmakers (Teamleider Ecologie) ABG Gemeenten t.a.v. Dhr. Bras Raadhuisplein 1 5121 JX Rijen

PROJECTNUMMER KENMERK

722210210 Actualisatie QuickScan soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen

STATUS VERSIE DATUM

Definitief 1.0 11 maart 2020

Idverde advies bv is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van idverde Advies bv. De opdrachtgever vrijwaart idverde Advies bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Idverde Advies bv is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus. Hierdoor zijn wij goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij daarnaast onze onderzoekskwaliteit. Omdat ecologisch (veld)onderzoek een momentopname is, kan aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. Copyright 2021 idverde. Alle rechten voorbehouden.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen – ABG Gemeenten

2

INHOUDSOPGAVE COLOFON

2

1.

INLEIDING

4

1.1 Aanleiding 1.2 Afbakening

4 5

2.

3.

WERKWIJZE

6

2.1 Bronnenonderzoek 2.2 Veldbezoek 2.3 Effectenbeoordeling

6 6 6

ONDERZOEKSRESULTATEN 3.1 Algemene beschrijving plangebied Vaatplanten 3.2 Zoogdieren 3.2.1 Grondgebonden zoogdiersoorten 3.2.2 Vleermuizen 3.3 Vogels 3.3.1 Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen 3.3.2 Overige broedvogels 3.4 Amfibieën en reptielen 3.5 Overige beschermde soorten 3.6 Invasieve exoten

4.

TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 4.1 Grondgebonden zoogdiersoorten 4.2 Vleermuizen 4.3 Broedvogels 4.3.1 Overige broedvogels (houtduif, roodborst, goudhaan etc.) 4.4 Amfibieën

5.

CONCLUSIE 5.1 Soortenbescherming Wet natuurbescherming 5.2 Natura 2000-gebied 5.3 Kansen voor het vergroten van de biodiversiteit

6.

3

LITERATUURLIJST

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical

7 7 12 12 12 12 13 13 14 14 15 15

16 16 16 16 16 17

18 18 19 19

20

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Gilze en Rijen is voornemens om de panden behorend bij zwembad Tropical te Rijen te slopen. Eveneens worden verschillende bomen rondom de sporthal gekapt. Het voornemen is om de werkzaamheden vanaf juli 2021 op te starten. In het kader van de Wet natuurbescherming moet rekening worden gehouden met beschermde flora, fauna en natuurgebieden. In 2019 is een QuickScan flora en fauna uitgevoerd door IJzerman Advies. omdat deze inmiddels is verouderd, moet een nieuwe ecologische QuickScan worden uitgevoerd om te onderzoeken welke beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in en rondom het plangebied en of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk negatieve effecten heeft op de aanwezige soorten en natuurgebieden. Bij deze QuickScan worden ook de bevinden van een veldbezoek uit 2019 uitgevoerd door IJzerman Advies betrokken. Ruimtelijke ingrepen, zoals sloop- en kapwerkzaamheden, kunnen (negatieve) effecten hebben op beschermde flora en fauna. Indien dergelijke soorten aanwezig zijn, worden door de voorgenomen ingreep mogelijk verbodsbepalingen van het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming overtreden. Door middel van een effectenanalyse moet worden onderzocht op welke wijze sprake is van negatieve effecten en hoe deze kunnen worden voorkomen.

Om na te gaan of dit voor het voorgenomen plan het geval is, is door idverde Advies op verzoek van ABG Gemeenten een QuickScan in het kader van de Wet natuurbescherming ten behoeve van het onderdeel soortenbescherming uitgevoerd.

Afbeelding 1.1. Het plangebied, Zwembad Tropical te Rijen (Bron: GoogleMaps).

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen – ABG Gemeenten

4

1.2 Afbakening De Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) beschermt naast soorten, onder andere ook gebieden. Uit de eerder opgestelde rapportage blijkt dat de voorgenomen werkzaamheden geen effect hebben op de aangrenzende natuurgebieden (behorend tot Natura2000-gebieden en/of NatuurNetwerk Nederland). Echter, met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) weggevallen. Met het wegvallen van het PAS dient elke ontwikkeling waarbij sprake is van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden getoetst te worden op significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen en aantasting van natuurlijke kenmerken van het gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Ulvenhoutse Bos) ligt op ±7,5 km afstand van het plangebied. Verkennend zal worden gekeken of aanvullende toetsing mogelijk toch noodzakelijk is. Een stikstofberekening is bijvoorbeeld mogelijk nodig omdat de effecten hiervan op grotere afstand kunnen optreden. De te kappen bomen vallen binnen de bebouwde kom en valt waardoor deze niet binnen het onderdeel houtopstanden.

Onderzoeksvragen ten aanzien van de soort- en planologische gebiedsbescherming Voorliggende rapportage geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen: • Zijn in het plangebied en de directe omgeving daarvan beschermde plant- of diersoorten en/of verblijfplaatsen van deze soorten aanwezig of te verwachten? • Ondervinden de aanwezige beschermde plant- of diersoorten negatieve effecten van de voorgenomen sloop- en kapwerkzaamheden? • Zo ja, is het mogelijk om optredende negatieve effecten te voorkomen of te mitigeren? En op welke wijze dient dit te geschieden? • Is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen voor het overtreden van de verbodsbepalingen binnen het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming? • Is een aanvullende toetsing mogelijk toch noodzakelijk binnen het onderdeel Natura 2000-gebieden van de Wet natuurbescherming?

5

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical

2. Werkwijze De actualisatie van de QuickScan uit 2019 is een verkennend onderzoek dat bestaat uit een bronnenonderzoek en toetsing aan het onderdeel soorten van de Wet natuurbescherming. Op basis van de uitkomsten van deze actualisatie, wordt een inschatting gemaakt van de aanwezige natuurwaarden en wordt beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben op beschermde soorten (effectenanalyse). Hieronder is per onderdeel onze werkwijze toegelicht. 2.1 Bronnenonderzoek Voor het bronnen- en literatuuronderzoek zijn de bevindingen van de uitgevoerde QuickScan en opgestelde rapportage uit 2019 leidend. Voor de actualisatie zijn gegevens opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). In de NDFF is rondom het plangebied een polygoon ingetekend. Het polygoon is ruimer ingetekend dan het plangebied, namelijk in een straal van ca. 1 km rondom het plangebied. Binnen dit polygoon zijn alle verspreidingsgegevens van beschermde soorten opgevraagd van de afgelopen vijf jaar. Door het polygoon ruimer in te tekenen dan het plangebied is de verkregen dataset voldoende groot om te kunnen benutten voor dit onderzoek. De uit de NDFF aangeleverde dataset bestaat in totaal uit 2555 ‘records’. Op basis van de beschikbare gegevens is een inschatting gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten binnen het plangebied.

Aanvullend zijn de Atlas van de Nederlandse zoogdieren en de Atlas van de amfibieën en reptielen van Nederland geraadpleegd.

2.2 Veldbezoek Een aanvullend veldbezoek is in 2021 uitgevoerd, aangezien de fysieke kenmerken door achterstallig onderhoud van de sporthal veranderd zijn. Het veldbezoek bestaat uit een biotooptoets met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenonderzoek van 2019 als van 2021 zijn hierbij in het veld getoetst en waar nodig aangevuld. Op 10 maart 2021 is een aanvullend veldbezoek uitgevoerd door Matthias Koster, ecoloog van Idverde Advies, ter plaatse van het plangebied, Sporthal Tropical te Rijen. De weersomstandigheden waren op dat moment bewolkt, droog, 10 ⁰C en 1-2 Bft. Op het moment van het veldbezoek zijn nooit alle mogelijk voorkomende soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefgebied stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratieroutes vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Het plangebied kan o.a. voor vogels en vleermuizen een geschikte locatie zijn omdat deze de abelen kunnen gebruiken als broedlocatie of verblijfplaats.

2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de uitkomsten van het bronnen- en veldonderzoek is beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben. Hierbij is de uitvoeringsperiode meegewogen, en wordt waar mogelijk onderscheid gemaakt in effecten op korte en lange termijn. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectanalyse te maken is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning. Wanneer aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt kan pas na afloop van het benodigde onderzoek de effectanalyse worden afgerond. Indien sprake is van een conflictsituatie tussen de aanwezigheid van strikt beschermde soorten en de geplande ruimtelijke ingreep, is in onderhavige rapportage aangegeven welke voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Indien negatieve effecten door het nemen van voorzorgsmaatregelen niet te voorkomen zijn, is aangegeven dat mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn en/of een ontheffing aangevraagd dient te worden.

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen – ABG Gemeenten

6

3. Onderzoeksresultaten De basis voor de QuickScan wordt gevormd door gegevens over het (mogelijk) voorkomen van beschermde planten- en diersoorten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Onderstaand is eerst een algemene beschrijving van het plangebied gegeven. Daarna zijn per soortgroep de resultaten van het bronnen- en veldonderzoek beschreven. 3.1 Algemene beschrijving plangebied Het plangebied bevindt zich in de gemeente Gilze en Rijen (behorend tot de ABG Gemeenten) en bevindt zich in de bebouwde kom van Rijen. Het plangebied Margriethal en zwembad Tropical is gelegen in de bebouwde kern van Rijen. De locatie wordt omsloten door de Van Oldenbarneveldtlaan in het noorden, de Colijnstraat in het oosten, de Monseigneur Schaepmanstraat in het zuiden en de Monseigneur Nolensstraat in het westen. De sporthal heeft een eerste bouwlaag bestaande uit baksteen. Daarboven is de buitenzijde opgebouwd uit metaalplaten. Achter deze platen zit isolatie met steenwol. Aan de binnenzijde is deze betimmerd met houten latten. Alle spouwopeningen zijn afgezet met roosters. Naast een zaal met tribune zijn er opbergruimtes en een kantine. De sporthal was ten tijde van de inspectie nog in gebruik. Het zwembad was ten tijde van de inspectie deels leegstaand, deels tijdelijk bewoond. Het zwembad is lager van opbouw en heeft bakstenen muren, waarvan de bovenkant deels met trespa is afgezet.

Het zwembad omvat een ontvangstruimte, kleedkamers, kantoorruimtes, zwemhal, buitenbad, sauna en overige ruimtes. Bij de ingang van de sporthal staan verschillende lantaarnpalen en aanvullende verlichting die allen op de muren van de laagbouw van het complex gericht zijn. De laagbouw bevat aluminium dakstrippen die de overgang van het dak naar de buitenmuur afdekken. Ruimtes tussen deze overgangen met de buitenmuur zijn niet aanwezig. Eveneens bevinden zich verschillende gevelplaten bij de laagbouw. De overgang van deze gevelplaten naar het kozijn bevatten ruimtes. Echter zijn deze oppervlakkig doordat achter de gevelbeplating zeil aanwezig is. Op 2 plekken zich ronde gaten aanwezig die toegang bieden tot de spouwmuur. Deze gaten bevinden zich op 1,5 meter en 3,5 meter hoogte. Zowel op 20 cm hoogte als op 3 meter hoogte bevinden zich open stootvoegen. Het overgrote deel van open stootvoegen bevatten, op een enkele open stootvoeg na, geen bijenbekjes of roosters. Daarentegen bevatten deze open stootvoegen wel veel spinnenrag. De groenstructuren rondom het zwembad zijn dicht qua aanplant en bestaat onder meer uit: kornoelje, hazelaar, vogelkers, lijsterbes, laurierkers, Gelderse roos en braam. De aanplant rondom de sporthal heeft een meer open structuur en bestaat uit zomereik en grove den, zeeden of zwarte den.

En diverse struiken in de ondergroei zoals gewone vlier en vogelkers. Zowel het zwembad als de sporthal heeft een plat dak.

7

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical

Afbeelding 3.1. Impressie plangebied gezien vanaf de entree van de hal.

Afbeelding 3.2. Impressie plangebied gezien vanaf voorzijde van de sporthal kijkend richting het westen.

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen – ABG Gemeenten

8

Afbeelding 3.3. Impressie hoogbouw binnen het plangebied dat bestaat uit metalen gevelplaten. .

Afbeelding 3.4. Impressie aanwezige open stootvoegen die veelal spinnenrag bevatten.

Afbeelding 3.5. Impressie aanwezige open gaten die toegang bieden tot de spouwmuur (deel 1).

9

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical

Afbeelding 3.6. Impressie aanwezige open gaten die toegang bieden tot de spouwmuur (deel 2).

Afbeelding 3.7. Impressie afgesloten ventilatieroosters.

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen – ABG Gemeenten

10

Afbeelding 3.8. Impressie plangebied kijkend richting het oosten (links), Aanwezige dilatatievoegen met spinnenrag (rechts)

Afbeelding 3.9. Impressie aanwezige spleten en kieren bij kozijnen.

11

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical

Vaatplanten Tijdens het veldbezoek in 2016 werden geen beschermde planten in het plangebied aangetroffen. Uit het aanvullende bronnen- en veldonderzoek in 2021 blijken uit de gegevens van de NDFF geen beschermde vaatplanten bekend te zijn. Deze zijn op grond van de aanwezige biotopen ook niet te verwachten.

3.2 Zoogdieren Doordat vleermuizen andere eisen stellen aan hun plangebied dan andere (grondgebonden) zoogdieren, worden beide soortgroep apart besproken.

3.2.1

Grondgebonden zoogdiersoorten

Uit de rapportage uit 2019 blijken tijdens het veldbezoek geen sporen en/of exemplaren van (kleine) marterachtigen zijn aangetroffen. Wel kan het plangebied in gebruik zijn door soorten als egel, mol, konijn, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Uit het aanvullende bronnenonderzoek in 2021 blijken meerdere meldingen bekend te zijn van de bunzing, eekhoorn, egel, wezel, steenmarter, konijn en vos. Alle meldingen bevinden zich buiten het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, prooiresten en exemplaren van (kleine) marterachtigen zoals hermelijn, wezel, bunzing en/of steenmarter aangetroffen In het plangebied. Voor deze dieren zouden de aanwezige grote gaten in de buitenmuur die toegang bieden tot de spouwmuur een opening kunnen zijn naar een verblijfplaats in de spouwmuur (afbeelding 3.5). Echter zijn op de muren rondom de openingen geen krabsporen van deze soorten aangetroffen. Hierdoor kan het voorkomen van marterachtigen in de spouwmuur worden uitgesloten. In de bomen rondom de sporthal zijn geen nesten van de eekhoorn aangetroffen. Incidenteel kan door de aanwezigheid van bosgebieden in de directe omgeving van het plangebied, het plangebied wel bezocht worden door een eekhoorn.

Daarnaast kan zowel het plangebied als de grondstructuren rondom het plangebied fungeren als leefgebied voor verschillende algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren als muizen, vos, mol en egel. Voorkomen grondgebonden zoogdieren: • Voorkomen (kleine) marterachtigen (steenmarter, wezel, hermelijn, bunzing), in het plangebied en de invloedssfeer ervan kan worden uitgesloten. • Voorkomen eekhoorn in de groenstructuren rondom het plangebied kan niet worden uitgesloten. • Het plangebied is geschikt als leefgebied voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren (egel, mol en verschillende muissoorten).

3.2.2

Vleermuizen

Bij het gebruik van het landschap door vleermuizen kan onderscheid gemaakt worden in vaste verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Uit de rapportage uit 2019 blijken tijdens het veldbezoek geen sporen en/of exemplaren van vleermuizen zijn aangetroffen. In de NDFF zijn geen meldingen van vleermuizen in en rondom het plangebied bekend. Daarentegen blijkt uit de Atlas van Nederlandse Zoogdieren dat de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis en ruige dwergvleermuis voorkomen in de omgeving van het plangebied. Onderstaand is per gebruiksfunctie (verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute) beschreven wat de bevindingen in het veld zijn. Verblijfplaatsen Tijdens het aanvullende veldbezoek in 2021 zijn de aanwezige bomen in de groenstructuur rondom de sporthal gecontroleerd op aanwezige holtes en loszittende bast. Deze zijn niet aangetroffen. Hierdoor kunnen verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen en incidenteel van gebouwbewonende vleermuizen die in bomen verblijven worden uitgesloten. Doordat de open stootvoegen spinnenrag bevatten, kunnen deze openingen naar een eventuele verblijfplaats van gebouwbewonende vleermuizen in de sporthal op deze locaties worden uitgesloten (zie afbeelding 3.4).

Ter hoogte van de ingang van de sporthal bevinden meerdere open stootvoegen die niet voorzien zijn van bijenbekjes en eveneens geen spinnenrag bevatten. In potentie zouden deze geschikt kunnen zijn als opening naar een verblijfplaats

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen – ABG Gemeenten

12

in de spouwmuur. Echter doordat op deze locatie diverse verlichtingsbronnen op zeer korte afstand staan van de buitenmuur en ook nog richting de buitenmuur schijnen, kunnen ook hier verblijfplaatsen van vleermuizen worden uitgesloten (afbeelding 3.1). Vleermuizen zijn namelijk lichtgevoelig. Doordat de openingen tussen de gevelbeplating oppervlakkig (zowel bij de laag- als hoogbouw) zijn en openingen op de overgang van de aluminium dakstrippen en de buitenmuren ontbreken, kunnen ook hier verblijfplaatsen van vleermuizen worden uitgesloten. De grote openingen in de muren kunnen potentieel in gebruik zijn als opening naar een verblijfplaats in de spouwmuur (zie afbeelding 3.5-3.6). Echter de gaten zijn dermate groot (diameter minimaal 15 cm) zorgen deze grote gaten voor tocht in de spouwmuur, met als gevolg dat een stabiel klimaat in de spouwmuur niet aan de orde is. Hierdoor kunnen ook verblijfplaatsen van vleermuizen worden uitgesloten. Aan de hand van de hierboven opgesomde fysieke kenmerken van de sporthal kunnen winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen worden uitgesloten. Vliegroutes en foerageergebied De aanwezige groenstructuren in en rondom het plangebied (gevormd door groenstructuren) kunnen fungeren als onderdeel van het foerageergebied en/of vliegroute voor vleermuizen.

Voorkomen vleermuizen: • Winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van zowel gebouw als boombewonende vleermuizen in het plangebied kunnen worden uitgesloten. • Binnen en direct grenzend aan het plangebied bevindt zich geschikt foerageergebied. • Het plangebied en directe omgeving ervan kunnen gebruikt worden als vliegroute.

3.3 Vogels De bescherming van vogelnesten en/of verblijfplaatsen is niet voor alle soorten gelijk. Daarom is hieronder een onderscheid gemaakt.

3.3.1

Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen

Bronnenstudie In de omgeving van het plangebied zijn meldingen bekend van exemplaren van de buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, ransuil en sperwer. Geen meldingen is afkomstig uit het plangebied. Deze eerdergenoemde soorten vallen binnen categorie 1 t/m 4, wat betekent dat dat de verblijfplaatsen van deze soorten ten alle tijde jaarrond beschermd zijn, dus ook buiten de periode dat de verblijfplaatsen door de soorten in gebruik zijn. Veldbezoek Uit de rapportage uit 2019 blijken tijdens het veldbezoek geen nesten aangetroffen te zijn van de hierboven genoemde soorten. Ook tijdens het aanvullende veldbezoek in 2021 geen nesten aangetroffen van deze soorten. Ook heeft de sporthal zelf geen potentie als nestlocatie voor gebouwbewonende vogels met jaarrond beschermde nesten. Dit vanwege de gesloten structuur van het gebouw (zowel de laagbouw als hoogbouw), de hoge bomen rond de sporthal (geen vrije in en uitvliegmogelijkheden) en het stedelijke karakter van de directe omgeving. Door het stedelijke karakter, dichte structuur van de groenstructuur maakt het plangebied eveneens geen onderdeel uit van het functionele leefgebied van de hierboven genoemde soorten. Tijdens het aanvullend veldbezoek in 2021 zijn geen holtes in de bomen aangetroffen die in gebruik kunnen zijn als nestlocatie door vogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 5).

Hierdoor kunnen deze soorten als broedvogel in het plangebied worden uitgesloten. Voorkomen vogels met jaarrond beschermde nesten: • Voorkomen van de buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, ransuil en sperwer als broedvogel kan worden uitgesloten binnen het plangebied en de invloedsfeer ervan. • Voorkomen buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, ransuil en sperwer (foerageergebied) binnen het plangebied en de invloedsfeer ervan kan worden uitgesloten. • Voorkomen soorten als grote bonte specht, pimpel- en koolmees als broedvogel (cat. 5) kan worden uitgesloten binnen de invloedsfeer van het plangebied.

13

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical

3.3.2

Overige broedvogels

Bronnenstudie Uit het aanvullende bronnenonderzoek in 2021 blijken in de NDFF een hoog aantal meldingen van algemene vogels bekend te zijn die afkomstig zijn uit de omgeving van het plangebied. Het gaat hierbij om soorten als merel, goudhaan, roodborst, houtduif en tjiftjaf.

Afbeelding 3.10. Aangetroffen nest (binnen rode cirkel) in het plangebied Veldbezoek Uit de rapportage uit 2019 nestlocatie van overige broedvogels in het plangebied (zowel sporthal als groenstructuren) niet uitgesloten kunnen worden. Tijdens het aanvullende veldbezoek in 2021 zijn meerdere overige (broed-)vogelsoorten in en rondom het plangebied aangetroffen. Het gaat hierbij om soorten als goudhaan, houtduif en merel. In een ruimte tussen een steunpilaar en de buitenmuur van de sporthal is een oud vervallen nest aangetroffen. Het nest bevond zich in een dermate vervallen staat dat het niet meer mogelijk was om dit terug te leiden tot de vogelsoort. Voorkomen overige broedvogels: • Het plangebied en het gebied binnen de invloedsfeer van het plangebied is geschikt als broedbiotoop voor struweel- en boombroeders.

3.4 Amfibieën en reptielen Bronnenstudie Tijdens het bronnenonderzoek in 2021 blijkt in de NDFF meerdere meldingen bekend te zijn van amfibieën. Het gaat hierbij om meldingen van amfibieën als alpenwatersalamander, kamsalamander, poelkikker, bruine kikker en gewone pad. In de NDFF zijn geen meldingen bekend van reptielen. Uit de rapportage van 2019 blijkt dat potentiële geschikte water- en oeverstructuren voor beschermde soorten in de planlocatie zelf ontbreken. Hiermee is het plangebied ongeschikt als voortplantingsgebied voor beschermde amfibieën als alpenwatersalamander, kamsalamander en poelkikker In theorie is het mogelijk dat in het plangebied enkele algemene amfibieënsoorten, zoals bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen.

Veldbezoek Tijdens het aanvullend veldbezoek in 2021 blijkt voortplantingswateren voor amfibieën in het plangebied inderdaad niet aanwezig. Eveneens bevinden geschikte voortplantingswateren van amfibieën met een aanvullend beschermingsregime als alpenwatersalamander, kamsalamander, poelkikker buiten een straal van 500 meter te bevinden (migratieafstand van deze soorten) waardoor het plangebied ook in de landfase niet in gebruik is door deze soorten. Hierdoor kunnen deze soorten in het plangebied worden uitgesloten. Daarentegen kunnen door de aanwezigheid van eventuele tuinvijvers soorten als bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen – ABG Gemeenten

14

bastaardkikker niet worden uitgesloten. Deze soorten kunnen het plangebied gebruiken als land/overwinteringsbiotoop. Het voorkomen van reptielen kan worden uitgesloten in en rondom plangebied vanwege het feit dat in en rondom het plangebied geen geschikt biotoop (heischraal milieu, bosranden met structuurrijke vegetatie) van reptielen aanwezig is. Voorkomen beschermde reptielen en amfibieën: • Voorkomen van de alpenwatersalamander, kamsalamander, poelkikker kan binnen het plangebied en de invloedsfeer ervan worden uitgesloten. • Voorkomen van algemeen voorkomende amfibieën (groene kikker, bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad) binnen het plangebied en gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan niet worden uitgesloten. • Voorkomen van reptielen in het plangebied en gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan worden uitgesloten.

3.5 Overige beschermde soorten Bronnenstudie In de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde ongewervelde diersoorten. Veldbezoek Beschermde ongewervelde diersoorten worden ook op basis van het huidige biotoop niet in het plangebied of het gebied binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden verwacht, vanwege het ontbreken van geschikt biotoop. Voorkomen beschermde ongewervelde diersoorten: • Beschermde ongewervelde diersoorten zijn niet te verwachten binnen het plangebied.

3.6 Invasieve exoten In de NDFF zijn geen meldingen van invasieve exoten bekend. Voorkomen invasieve exoten: • Binnen de invloedsfeer van het plangebied zijn geen groeiplaatsen/verblijfplaatsen van invasieve exoten aanwezig.

15

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical

4. Toetsing aan de wet natuurbescherming In dit hoofdstuk is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten op de soorten die aanwezig zijn of verwacht mogen worden. Op basis van de gegevens uit het bronnen- en veldonderzoek van zowel 2019 als 2021 is het voorkomen van beschermde vaatplanten, vissen, reptielen en ongewervelde diersoorten uitgesloten. Hierdoor is het optreden van negatieve effecten op deze soorten of soortgroepen uitgesloten en worden zij onderstaand niet verder behandeld. 4.1 Grondgebonden zoogdiersoorten Voor de te verwachten algemene grondgebonden zoogdiersoorten (§3.3, o.a. vos, egel, mol en diverse muizensoorten) binnen het plangebied geldt in de Provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling. D.w.z. dat in gevallen waar de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Ondanks de vrijstelling die geldt voor algemeen voorkomende soorten, blijft te allen tijde de algemene zorgplicht van kracht. Deze houdt in dat de ingreep en werkzaamheden zorgvuldig en met zo min mogelijk schade aan de aanwezige flora en fauna uitgevoerd moeten worden. Dit houdt o.a. in dat wanneer dieren worden aangetroffen, deze de gelegenheid moeten krijgen om te kunnen vluchten of (indien mogelijk) worden verplaatst buiten het plangebied.

4.2 Vleermuizen Uit de rapportage uit 2019 blijkt dat bij eventuele kap van de bomen in en rondom het plangebied aanvullend onderzoek noodzakelijk is voor vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Aan de hand van het aanvullend veldbezoek en de nieuwe toetsing aan de Wet natuurbescherming blijkt dit onderzoek niet aan de orde te zijn. Het gehele plangebied beslaat een dermate klein oppervlak dat van een essentiële verbinding/lijnstructuur geen sprake is. In de directe omgeving bevinden zich tal van groenstructuren en bebouwing. Al deze structuren staan in verbinding met het bosgebied ten noorden en westen van het plangebied. De voorgenomen werkzaamheden leiden niet tot afbreuk van een groene lijnstructuur die mogelijk in gebruik is als vliegroute/foerageergebied voor vleermuizen. De voorgenomen werkzaamheden leiden dan ook niet tot overtredingen van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming.

4.3 Broedvogels 4.3.1

Overige broedvogels (houtduif, roodborst, goudhaan etc.)

De meeste vogelsoorten maken elk jaar een nieuw nest. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Door de voorgenomen werkzaamheden in de periode eind oktober tot en met medio maart uit te voeren, worden de werkzaamheden voor de start van het broedseizoen van algemene broedvogels uitgevoerd. Doordat de voorgenomen sloopwerkzaamheden vanaf juli worden uitgevoerd, kan niet worden uitgesloten dat in gebruik zijnde nesten worden verstoord dan wel vernietigd en hiermee kunnen overtredingen van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming niet worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn noodzakelijk. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 5.

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen – ABG Gemeenten

16

4.4 Amfibieën Voor de te verwachten algemene amfibieën (§3.6, o.a. gewone pad, kleine watersalamander en bruine kikker) binnen het plangebied geldt in de Provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling. D.w.z. dat in gevallen waar de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Ondanks de vrijstelling die geldt voor algemeen voorkomende soorten, te allen tijde de algemene zorgplicht. Deze houdt in dat de ingreep en werkzaamheden zorgvuldig en met zo min mogelijk schade aan de aanwezige flora en fauna uitgevoerd moeten worden. Dit houdt o.a. in dat wanneer dieren worden aangetroffen, deze de gelegenheid moeten krijgen om te kunnen vluchten of (indien mogelijk) worden verplaatst buiten het plangebied.

17

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical

5. Conclusie In dit hoofdstuk zijn de conclusie en het advies opgenomen. Er is aangegeven of sprake kan zijn van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, er voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om overtreding te voorkomen, of dat aanvullend onderzoek en/of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Indien een ontheffing noodzakelijk is, wordt dit aangegeven. 5.1

Soortenbescherming Wet natuurbescherming

De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Voor de volgende soortgroepen zijn vervolgstappen vereist. Hierbij is rekening gehouden met de overlap van de meest gewenste werkperiode en dus minst kwetsbare periode: Grondgebonden zoogdieren: • Voldoen aan zorgplicht vrijgestelde soorten: o Indien tijdens de uitvoering van het werk dieren worden waargenomen, dan moeten zij de gelegenheid krijgen om te kunnen vluchten. Dit kan door vanuit 1 richting te werken. Minder mobiele dieren kunnen eventueel worden verplaatst tot buiten de werkgrens. Broedvogels • Kap bomen en daadwerkelijke sloop sporthal uitvoeren in de periode september-half maart. • Inpandige sloop kan al opgestart worden vanaf juli 2021. • Indien werkzaamheden opgestart worden in het broedseizoen: o Broedvogelcheck maximaal 3 dagen voorafgaand aan werkzaamheden door een ecoloog laten uitvoeren. Indien nesten aanwezig zijn dienen werkzaamheden uitgesteld te worden totdat de nestjongen het nest hebben verlaten. Overige amfibieën • Voldoen aan zorgplicht vrijgestelde soorten: o Indien tijdens de uitvoering van het werk dieren worden waargenomen, dan moeten zij de gelegenheid krijgen om te kunnen vluchten. Dit kan door vanuit 1 richting te werken.

Minder mobiele dieren kunnen eventueel worden verplaatst tot buiten de werkgrens. Tabel 5.1. Werkbare perioden ten opzichte niet werkbare/kwetsbare perioden van aanwezige natuurwaarden. Groen: minst kwetsbare periode, werkbare periode; Oranje: kwetsbare periode, maar werkbare periode mits ecologische begeleiding /vrijgave ecoloog idverde; Rood: kwetsbare periode, werkzaamheden niet mogelijk. Soort

jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

Broedvogels

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen – ABG Gemeenten

18

5.2

Natura 2000-gebied

Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen voor specifieke soorten flora en fauna en habitattypen aangewezen. Een voorgenomen ontwikkeling is vergunning plichtig indien deze negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. De voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied valt buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied “Ulvenhoutse bos”. Daarom zijn effecten als versnippering of oppervlakteverlies op voorhand uit te sluiten. Andere effecten kunnen echter ook op afstand optreden zoals het optreden van stikstofdepositie of verstoring (trillingen, licht, geluid, optisch) door de voorgenomen werkzaamheden. Doordat het plangebied op een vrij grote afstand van het Natura 2000-gebied ligt zijn verstoring door trillingen, licht, geluid of optisch ook al op voorhand uit te sluiten. Stikstofdepositie daarentegen kan ook op grotere afstand een negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Stikstofgevoelige habitattypen zijn in het Ulvenhoutse bos aanwezig. Hierdoor zijn negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten. Wanneer, ten tijde van de sloop, bekend is met welke machines gewerkt gaat worden, kan met een AERIUS-berekening bekeken worden of een zogenaamde Voortoets nodig is.

Hierin wordt onderzocht of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen of dat negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.

5.3 Kansen voor het vergroten van de biodiversiteit Ten behoeve van het vergroten van de biodiversiteit en de huidige natuurwaarden liggen in en rondom het gehele plangebied meerdere mogelijkheden. Deze mogelijkheden hebben betrekking op kleinschalige maatregelen en het stimuleren av de biodiversiteit. In de huidige plannen wordt het plangebied al met veel groen ingericht. Zo komt er een groen dak, worden bomen aangeplant en worden voorzieningen voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen geïntegreerd in de nieuwbouw. Om de biodiversiteit te verhogen, wordt geadviseerd om inheemse soorten te gebruiken. Dit heeft betrekking op zowel de bomen als de ondergroei. Voor de ondergroei kan gebruikgemaakt worden van verschillende waardplanten die essentieel zijn voor solitaire bijen (deze bijen steken niet, dus geen gevaar voor kinderen). Hetzelfde geldt voor het aanleggen van het groen dak en de integratie van de permanente voorzieningen voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Binnen idverde advies zijn verschillende experts aanwezig op het gebied van aanleggen van een groen dak, realiseren van permanente voorzieningen voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen en biodiversiteit. Graag houden wij dan ook graag contact met u om samen tot een mooi plan te komen.

19

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical

6. Literatuurlijst Geraadpleegde literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center. P. 236-264. Dietz, C., Helversen von, O., Nill, D., Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Utrecht 2011. NDFF. (2020). https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul. IJzerman Advies (2019) Quickscan flora en fauna locatie Margriethal en zwembad Tropical, Rijen

Actualisatie QuickScan Soortenbescherming Sporthal Tropical, Rijen – ABG Gemeenten

20

Memo stikstof Datum

:

16 maart 2023

Bestemd voor

:

Aannemersbedrijf J.A. Van Gisbergen B.V.

Van

:

Stantec B.V.

Projectnummer

:

327200295

Betreft

:

Stikstofdepositie ten gevolge van de bouw- en gebruiksfase van een appartementengebouw aan de Mgr. Schaepmanstraat te Rijen

1

INLEIDING

In opdracht van aannemersbedrijf J.A. Van Gisbergen B.V. is door Stantec een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd ten gevolge van de bouw en het gebruik van een appartementengebouw aan de Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen. Het bouwplan betreft 19 dure koopappartementen verdeeld over 3 bouwlagen. In figuur 1 is de globale ligging van het plangebied rood omlijnd weergegeven.

Figuur 1: Globale ligging bouwplan aan de Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen

Het onderdeel stikstofdepositie is een belangrijk aandachtspunt voor het plan. Op basis hiervan is een berekening stikstofdepositie uitgevoerd, om in een vroegtijdig stadium te toetsen of en in welke vorm het plan in overeenstemming is met de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming mag de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staan. Bezoekadres Hoevestein 20b 4903 SC OOSTERHOUT www.stantec.com/nl Pagina 1 van 7

KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 022 77 40 432 IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd

16 maart 2023 Memo stikstofdepositie Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen

2

327200295 blad 2

WET NATUURBESCHERMING

De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. De Wnb geeft uitvoering aan de verplichtingen van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De gebiedsbescherming in de Wnb richt zich uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen. Het gaat hier om verbindingen van het chemische element stikstof (N) die een verzurende of vermestende werking hebben. In 118 van de Nederlandse Natura 2000-gebieden bevinden zich stikstofgevoelige habitattypen. In deze gebieden wordt de Kritische Depositie Waarde (KDW) overschreden.

Op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wnb is vastgelegd dat het verboden is zonder vergunning van gedeputeerde staten van de provincie een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Indien uit onderzoek (de voortoets) blijkt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, dan moet een vervolgonderzoek worden uitgevoerd (de ‘passende beoordeling’). Indien op basis van objectieve gegevens blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie, kan in ieder geval worden geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van het betrokken Natura 2000-gebied. 3

NATURA 2000-GEBIEDEN

In de wijde omgeving van Rijen liggen verschillende Natura 2000-gebieden waarvan ‘Ulvenhoutse Bos’ het meest dichtbij gelegen is. In figuur 2 zijn de Natura 2000-gebieden weergegeven ten opzichte van het plan aan de Mgr. Schaepmanstraat (blauwe cirkel).

Pagina 2 van 7

16 maart 2023 Memo stikstofdepositie Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen

327200295 blad 3

Figuur 2: Ligging Natura 2000-gebieden t.o.v. het plangebied (screenshot AERIUS-calculator)

4

UITGANGSPUNTEN

Het onderzoek richt zich op alle bronnen van stikstofemissie en betreft de bouw- en gebruiksfase. Omschrijving bouwfase Door aannemersbedrijf J.A. Van Gisbergen B.V. is in overleg met ons bureau een reële prognose opgesteld van de verwachtte inzet van mobiele werktuigen en voertuigen, het mechanisch vermogen, de aantallen, het aantal werkdagen, de effectieve uren per werkdag, het brandstofverbruik per uur en het bouwjaar. De aannemer heeft aangegeven dat er geen gebruik wordt gemaakt van een torenkraan gezien de beperkte bouwhoogte. Voor de stageklasse van de werktuigen wordt uitgegaan van klasse IV. Voor deze werktuigen met een vermogen van 56 kW en groter is een SCR installatie (selectieve catalytische reductie) ten behoeve van de toevoeging van Adblue (normaliter) van toepassing. De maximale toevoeging bedraagt 7% van het aantal liter diesel. Gebruik van Adblue is in dit geval niet noodzakelijk maar wordt wel geadviseerd in het kader van de zorgplicht. Sinds versie 2021 van de Aerius calculator wordt stationair draaien niet langer apart berekend. Stationair bedrijf van de mobiele werktuigen is verdisconteerd in het brandstofverbruik en aantal draaiuren. De invoer betreft het totaal aantal draaiuren van stationair + belast. De uitgangspunten zijn uitgebreid gegeven in bijlage 1 waarnaar kortheidshalve verwezen wordt.

De verwachting is dat de bouwactiviteiten aan zullen vangen in het najaar van 2023 en circa 1 jaar zullen duren. De totale inzet van mobiele werktuigen is derhalve over 1 jaar verdeeld. Het jaar 2023 is

Pagina 3 van 7

16 maart 2023 Memo stikstofdepositie Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen

327200295 blad 4

beschouwd als zichtjaar (worst-case), waarbij de emissie en derhalve de depositiewaarde het hoogst is. Het wegverkeer is gemodelleerd vanaf de Mgr. Schaepmanstraat tot aan de Oosterhoutseweg via de Mgr. Nolensstraat en de Nassaulaan. Vanaf de Oosterhoutseweg is het bouwverkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Op de bouwplaats is rekening gehouden met het manoeuvreren en op toeren draaien van de vrachtwagens door 100% stagnatie te modelleren en het manoeuvreren van de lichte voertuigen door (worst case) 100% stagnatie te modelleren. In figuur 3 is de modellering in de Aerius calculator weergegeven.

Figuur 3: Modellering bouwfase (screenshot Aerius-calculator)

Omschrijving gebruiksfase De stikstofemissie als gevolg van het gebruik van de ontwikkeling wordt uitsluitend bepaald door de verkeersaantrekkende werking van gemotoriseerd verkeer. Het uitgangspunt is namelijk dat de appartementen ‘gasloos’ functioneren, waardoor emissies als gevolg van verbrandingstoestellen buiten beschouwing kunnen blijven. De verkeersgeneratie van het plan kan worden afgeleid uit het aantal te realiseren appartementen op basis van de kentallen van het CROW 1. In de berekeningen is uitgegaan van dure koopappartementen. Hieruit blijkt dat in een worst-case situatie 149 lichte motorvoertuigen per etmaal gegenereerd kunnen worden voor het gebruik van de appartementen op basis van de stedelijkheidsgraad “weinig stedelijk” en stedelijke zone “rest bebouwde kom”. Ten opzichte van het plangebied is 80% van het aantal voertuigen naar het oosten gemodelleerd tot aan de Hoofdstraat en 20% naar het westen tot aan de Oosterhoutseweg. De voertuigbewegingen op de openbare wegen zijn vanaf daar geacht opgenomen te zijn in het heersende verkeersbeeld. 1

CROW 381: Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen.

Pagina 4 van 7

16 maart 2023 Memo stikstofdepositie Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen

327200295 blad 5

Op de parkeerplaatsen is gerekend met een verkeersstagnatie van 100% in verband met manoeuvreren ten behoeve van parkeerhandelingen. Op de openbare wegen is niet gerekend met een verkeersstagnatie. Als zichtjaar is 2024 gehanteerd voor de gebruiksfase. De uitgangspunten voor de gebruiksfase zijn uitgebreid gegeven in bijlage 2. In figuur 4 is de modellering in de Aerius calculator weergegeven.

Figuur 4: Modellering gebruiksfase (screenshot Aerius-calculator)

Algemeen De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd op de direct omliggende openbare wegen. De voertuigbewegingen op de openbare wegen worden beschouwd totdat deze zijn geacht opgenomen te zijn in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De afkapgrens van de modellering houdt ruim voldoende rekening met beide aspecten. De emissie van het wegverkeer is standaard opgenomen in Aerius waarbij de wegtypering “binnen bebouwde kom” is gehanteerd voor de verkeersbewegingen. De emissies hebben betrekking op een gemiddelde weekdag conform de systematiek van de Aerius calculator. 5

RESULTATEN VAN BEREKENINGEN

Het onderzoek betreft het bepalen van de stikstofdepositie als gevolg van alle stikstof emitterende activiteiten in de bouw- en gebruiksfase. De berekeningen van de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn uitgevoerd met de Aerius Calculator, versie 2022 (releasedatum 21 februari 2023). In bijlage 1 is het berekeningsjournaal gegeven voor de bouwfase.

Pagina 5 van 7

16 maart 2023 Memo stikstofdepositie Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen

327200295 blad 6

Uit de berekeningen voor alle Natura 2000-gebieden blijkt voor de toekomstige bouwfase voor het zichtjaar 2023 het volgende:

Figuur 5: Rekenresultaten Aerius calculator bouwfase

De totale emissie bedraagt circa 206,2 kg/jaar bestaande uit circa 204,7 kg NOx/jaar en circa 1,5 kg NH3/jaar. In bijlage 2 is het berekeningsjournaal gegeven voor de gebruiksfase. Uit de berekeningen voor alle Natura 2000-gebieden blijkt voor de toekomstige gebruiksfase voor het zichtjaar 2024 het volgende:

Figuur 6: Rekenresultaten Aerius calculator gebruiksfase

Pagina 6 van 7

16 maart 2023 Memo stikstofdepositie Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen

327200295 blad 7

De totale emissie bedraagt circa 19,7 kg/jaar bestaande uit circa 18,6 kg NOx/jaar en circa 1,1 kg NH3/jaar. Dit houdt in dat, met betrekking tot stikstofdepositie, negatieve effecten op stikstofgevoelige habitat- en leefgebieden zijn uit te sluiten. De natuurlijke kenmerken van de stikstofgevoelige gebieden blijven onaangetast. 6

CONCLUSIE

In opdracht van aannemersbedrijf J.A. Van Gisbergen B.V. is door Stantec een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd ten gevolge van de bouw en het gebruik van een appartementengebouw aan de Mgr. Schaepmanstraat 32 te Rijen. Het bouwplan betreft 19 dure koopappartementen verdeeld over 3 bouwlagen. Uit onderhavige voortoets blijkt dat op basis van objectieve gegevens er geen sprake is van stikstofdepositie; de depositie bedraagt 0,00 N mol/ha/jr. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van de betrokken Natura 2000-gebieden. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd Adblue te gebruiken om de stikstofemissie te reduceren. Aangezien er geen depositie is berekend is dit echter niet verplicht.

Bijlagen 1 2

Uitgangspunten en Aerius berekeningsjournaal voor de bouwfase Uitgangspunten en Aerius berekeningsjournaal voor de gebruiksfase

Pagina 7 van 7

BIJLAGE 1 UITGANGSPUNTEN EN AERIUS BEREKENINGSJOURNAAL VOOR DE BOUWFASE

327200295 Specificatie Aerius invoergegevens tbv bouwplan Mgr. Schaepmanstraat te Rijen

Zichtjaar: 2023

Bijlage 1 Stantec

Schatting aantal draaiuren mobiele werktuigen voor de bouwfase van de appartementen Werktuig Mobiele graafmachine Mobiele wielkraan Minigraver Shovel

Mechanisch vermogen (kW) 200 120 85 140

Stageklasse IV IV IV IV

Aantal werkdagen 20 25 15 10

Aantal uren per werkdag 8 8 8 8

Totaal aantal draaiuren (per jaar) 160 200 120 80

Literverbruik (l/uur) 15 10 7 10

Aantal werkdagen 5 4 6 100 200

Verdeeld over aantal jaren 1 1 1 1 1

Voertuigbewegingen per jaar 80 32 48 400 2400

Stagnatie openbare weg 0% 0% 0% 0% 0%

Stagnatie bouwplaats 100% 100% 100% 100% 100%

Verdeeld over aantal jaren Totaal aantal liter (per jaar) 1 2400 1 2000 1 840 1 800

Percentage AdBlue (0%-7%) 0% 0% 0% 0%

Schatting aantal voertuigbewegingen voor de bouwfase van de appartementen Verkeer Vrachtwagens afvoer grond Vrachtwagens aanvoer grond Vrachtwagens aanvoer beton Vrachtwagens aan/afvoer materialen Lichte voertuigen Invoer Aerius

Voertuigbewegingen per dag 16 8 8 4 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13169976/1