Bijlage 2 -Nota van zienswijzen geanonimiseerd
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Ontwerp omgevingsvisie Gilze en Rijen nr
Naam 1 Cumela
Samenvatting zienswijze Reactie zienswijze Wij verzoeken u om het bestaansrecht van cumelabedrijven in het De omgevingsvisie verandert niets aan de bestaande rechtspositie buitengebied te erkennen en dit expliciet te benoemen in de van bedrijven in het buitengebied. omgevingsvisie. Cumela is de brancheorganisatie voor ondernemers in groen, grond en infra. Wij vragen u om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities.
Bedrijven in de sectoren groen, grond en infra zijn vaak gevestigd in het buitengebied. Deze bedrijven worden gezien als verwant aan agrarische bedrijven en hebben als zodanig in de provinciale omgevingsverordening en het gemeentelijk omgevingsplan grote bouwvlakken met bijbehorende bouw- en gebruiksmogelijkheden. Uitbreiding van bedrijven in het buitengebied is gebonden aan voorwaarden. Deze voorwaarden staan in de provinciale omgevingsverordening en het gemeentelijk omgevingsplan. Uitbreidingsmogelijkheden bestaan, maar zijn niet onbegrensd. De omgevingsvisie geeft kaders en aanwijzingen waar ruimtelijke ontwikkelingen zoals de uitbreiding van bedrijven dienen te voldoen.
Wij verzoeken u om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van cumelabedrijven.
Aanleg, verandering of onderhoud van wegen staat los van deze omgevingsvisie. De gemeente zal aan bepaalde regels en uitgangspunten dienen te voldoen als het om openbare wegen gaat. Waar het kan houden we rekening met bedrijven. Waar het anders moet overleggen we met belangenbehartigers over passende maatregelen.
Circulaire economie: Wij verzoeken u om bij de bedrijfslocaties van cumelabedrijven voldoende (buiten)opslagmogelijkheden toe te staan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie.
Het is een algemeen geldend uitgangspunt dat bestaande rechten van bestaande bedrijven niet worden aangetast door nieuwe ontwikkelingen. Buitenopslag is echter wel een bedrijfsactiviteit die grote invloed kan hebben op de ruimtelijke kwaliteit. Als sprake is van nieuwe ontwikkelingen op bedrijfslocaties of maatwerk, kunnen voorwaarden worden gesteld aan buitenopslag.
2 Vereniging Toerisme de Baronie
3
Stichting Dorpsbelang Molenschot
Wij verzoeken u om bij de bedrijfslocatie van cumelabedrijven voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie.
Het opwekken van energie op bedrijfslocaties in het buitengebied is vaak maatwerk. De omgevingsvisie geeft beleidsuitgangspunten op het gebied van duurzaamheid. We werken samen in de regio aan de REKS (Regionale Energie- en klimaatstrategie). Eén van de afspraken uit de REKS is dat in 2030 er zonnepanelen liggen op 25% van de grote daken. Het plaatsen van zonnepanelen op daken is zonder vergunning mogelijk. Andere vormen van energieopwekking kunnen ruimtelijke gevolgen hebben en daarom aan ruimtelijke regels gebonden zijn. Daarom is vaak sprake van maatwerk. In de omgevingsvisie kan dit niet zonder meer worden vrijgegeven.
Toerisme De Baronie zet zich, als dé ondernemersvereniging voor de toeristisch-recreatieve sector in het ABG-gebied, graag in om samen met de gemeente Gilze-Rijen verdere invulling te geven aan de uitgewerkte visie m.b.t. onze sector. Over de ontwerpomgevingsvisie heeft de vereniging enkele opmerkingen die gaan over de realisatie en uitvoering van de ambities die in thema 3 zijn opgenomen. Een goed openbaar vervoer vanaf het station in Rijen is een voorwaarde om als toegangspoort te fungeren. Wandelen tussen de Reeshof en Rijen zou gestimuleerd moeten worden door het aanpassen van het wandelrouteknooppuntennetwerk. Als de gemeente nieuw recreatief aanbod in de gemeente wil, is er een pro-actieve en positieve nodig.
We waarderen de zienswijze en de inspanningen van de vereniging om toerisme en recreatie te stimuleren in Gilze en Rijen en het gehele ABG-gebied. De vereniging en de gemeenten hebben ook periodiek overleg om hierover samen te werken. De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen de ambities over onder andere de vrijetijdseconomie. De realisatie van deze ambities staat of valt met de uitvoering. Wij delen de mening van de vereniging. De omgevingsvisie gaat echter niet over de manier waarop de ambities en doelstellingen worden gerealiseerd. Het in voorbereiding zijn de programma Vrijetijdseconomie is daar onder andere het instrument voor. In ons periodiek overleg zullen wij de punten in de zienswijze met de vereniging bespreken.
De stichting onderschrijft de belangrijke uitgangspunten dat het dorpse karakter van Molenschot behouden moet blijven en dat Molenschot niet moet vastgroeien aan recreatie en campinggebieden.
Voor een dorp als Molenschot is het essentieel dat er sprake is We begrijpen het verzoek om de tekst aan te passen. We van een groei van het aantal woningen. De omgevingsvisie geeft vervangen de geciteerde zin door de zin: We streven ernaar om aan dat op dit moment er voldoende woningbouwplannen voor voor Molenschot te blijven voorzien in de woonbehoefte en Molenschot zijn. Het maken van plannen duurt echter lang, dus hiermee de toekomstige leefbaarheid te borgen. verzocht wordt om voor de langere termijn naar ontwikkeling te blijven kijken. Er is vooral behoefte aan starterswoningen. Concreet wordt verzocht om de zin "Daarmee hopen we voor langere tijd genoeg woningen te hebben voor mensen uit het dorp zelf" te vervangen door "Ondanks deze huidige uitbreiding aan woningen willen we binnen 5 tot 10 jaar weer nieuwe betaalbare woningen realiseren voor de toekomstige leefbaarheid van het dorp". De teksten op pagina's 50 en 64 wijzen erop dat de indruk In het dorp zelf zijn er inderdaad amper open plekken in de bestaat dat er nog open plekken in de lintbebouwing in het dorp lintbebouwing. De Kapelstraat en Broekstraat hebben weer is. In de praktijk zijn de linten al volgebouwd. Verzocht wordt om redelijke duidelijke grenzen tussen bebouwde kom en in de omgevingsvisie op te nemen dat de oorspronkelijke buitengebied.
Met name aan de Schoolstraat en de Veenstraat zichtlijnen in het dorp op weinig plekken nog zichtbaar zijn, omdat zijn er wat meer open plekken en doorzichten. Hoe verder van de de linten op veel plekken al volgebouwd zijn. Verdichting van de bebouwde kom, hoe meer. We hebben in de omgevingsvisie willen linten net buiten het dorp moet mogelijk zijn om woningbouw te aangeven dat deze structuur voor Molenschot belangrijk is. kunnen realiseren. Ontwikkelingen dienen hiermee rekening te houden. In Molenschot is een beperkt bedrijventerrein. In de omgevingsvisie wordt hierover niets vermeld. Bedrijven in Molenschot zijn echter betrokken bij het sociale leven. Wij verzoeken u hier rekening mee te houden als er gedacht wordt aan verplaatsing van bedrijven uit de dorpskern.
Wij houden hier rekening mee. Vaak is het wel zo dat een initiatief van het bedrijf zelf komt. Wij kunnen bedrijven niet dwingen om op de bestaande locatie te blijven zitten.
In de eerste alinea van paragraaf 3.4 op pagina 50 staat in de De tekst passen we hierop aan. laatste regel "Later werd deze vervangen door de grote SintAnnekerk". Onze kapel is nooit vervangen door de Sint-Annakerk; de kapel staat er immers nog. Mogelijk wordt bedoeld dat de kapel qua kerkelijke functie is vervangen door de Sint-Annakerk.
Op pagina 80 wordt nog gesproken over twee glastuinbouwbedrijven in de Schoolstraat. Daarvan is inmiddels één glastuinbouwbedrijf afgebroken waarbij de plannen voor de herbestemming in een vergevorderd stadium zijn.
De tekst passen we hierop aan.
4
Inwoner
In paragraaf 3.2 Gebiedsgerichte uitwerking kern Rijen staat bij In de tekst staat "oostzijde van de Hannie Schaftlaan". Dat is een de uitgangspunten Rijen Oost vermeld dat “aan de oostzijde van fout, want de woonwijk waarover wordt gesproken, betreft Tussen de Hannie Schaftlaan wordt gestreefd naar een groene wijk met de Leijen. Die woonwijk ligt ten westen van de Hannie Schaftlaan. een eigen uitstraling." Oostzijde moet dus westzijde zijn. De tekst wordt hierop Die oostzijde van de Hannie Schaftlaan is het gebied Rijensbroek aangepast. waarover wordt gesproken in paragraaf 4.4.3. Woningbouw in dat gebied is niet mogelijk, omdat het onder de start- en landingsbaan van de vliegbasis ligt. Het is tevens tegenstrijdig met de ambities voor het gebied Rijens Broek.
5
Provincie Noord-Brabant
Er worden veel goede onderwerpen aangehaald, maar er worden nog (te) weinig duidelijke of concrete keuzes gemaakt. Omdat de beschikbare ruimte beperkt is en grond maar een keer kan worden uitgegeven, is het maken van keuzes wel noodzakelijk, zeker bij tegenstrijdige belangen. Veel nog te maken keuzes worden uitgesteld naar programma's, maar het zou goed zijn om juist op visieniveau tot keuzes of concrete afwegingskaders te komen.
De geformuleerde doelen en ambities in de omgevingsvisie is algemeen en op hoofdlijnen geformuleerd. De omgevingsvisie is bedoeld om de visie op de fysieke leefomgeving te geven voor de lange termijn. In het stelsel van de Omgevingswet is het echter belangrijk om beleidsontwikkeling, beleidsuitvoering en evaluatie als een continue proces te beschouwen. Ook kunnen in programma's keuzen worden gemaakt als een doorontwikkeling van het in de omgevingsvisie opgenomen beleid. Er is voor gekozen om in deze omgevingsvisie de ambities en doelstellingen op hoofdlijnen op te nemen. Dat betekent ook dat er in de omgevingsvisie niet op elk onderwerp concreet toe te passen keuzes worden gemaakt.
De meeste onderwerpen in de zienswijze zijn gedetailleerd en niet van het niveau dat we willen behandelen in de omgevingsvisie. Alleen de strategische beleidsuitgangspunten van vastgesteld beleid, waaronder enkele programma's, en ambities en doelstellingen voor toekomstig vast te stellen beleid, in de vorm van programma's, hebben we opgenomen. In de omgevingsvisie gaan we ook geen herhalingen opnemen van provinciaal beleid, alleen als dat op gemeentelijk niveau van nut is. De normale uitgangspunten bij ontwikkelingen zoals die in de provinciale omgevingsverordening zijn opgenomen, zullen wij toepassen. Bijvoorbeeld de lagenbenadering en het nader uitwerken van ontwikkelingsrichtingen. Bij de meeste onderwerpen zullen we daarom verwijzen naar deze algemene reactie en niet ingaan op de betreffende zienswijze.
De samenwerking met de Stedelijke Regio Breda Tilburg (SRBT) wordt wel benoemd, maar we missen nog een visie die voldoet aan de ontwikkelprincipes zoals ze zijn vastgesteld in NOVEX Stedelijk Brabant. De visie lijkt op sommige punten wat summier, zeker op het gebied van woningbeleid. Er wordt qua doelgroepen in algemene zin gesproken over jongeren en senioren, maar er ontbreekt een visie welke woonvormen bij welke doelgroep passen. Ook aandachtsgroepen ontbreken. Kortom: versterk de volkshuisvestelijke onderbouwing: voor wie bouwen we, waar en met welk doel?
De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen de strategische beleidsuitgangspunten. In het programma wonen worden deze doorontwikkeld. De benoemde zaken vinden wij ook van belang, maar horen thuis in het programma wonen. Dit programma is onderhevig aan de beleidscyclus en daarom een dynamisch document.
De spoorzone wordt als een belangrijke zone aangemerkt. Dit mag In SRBT verband zal worden gestart met de uitwerking van echter nog nader uitgewerkt worden, zeker gezien de hoogstedelijke ontwikkelingen, net als met de na-oorlogse wijken. ontwikkelingen op SRBT niveau en de ontwikkelprincipes die op Een visie op de spoorzone in Rijen dient nog ontwikkeld te SRBT schaal zijn uitgewerkt. We kunnen ons hier een worden. Hierbij zal rekening worden gehouden met de hoogstedelijke ontwikkeling voorstellen, terwijl de gemeente hier strategische beleidsuitgangspunten die in de omgevingsvisie zijn niet op lijkt aan te sturen. opgenomen.
We missen een nadere uitwerking van het thema "Beter benutten De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen de strategische van de bestaande voorraad". Waar wil de gemeente zich op gaan beleidsuitgangspunten. In het programma wonen worden deze richten? Splitsen, optoppen, woningdelen, friendscontracten? doorontwikkeld. De benoemde zaken vinden wij ook van belang, maar horen thuis in het programma wonen. Dit programma is onderhevig aan de beleidscyclus en daarom een dynamisch document. Inwoners worden gestimuleerd tijdig hun huis aan te passen. Wordt dit nog nader uitgewerkt? Is dit al onderdeel van de woonzorgvisie?
Op dit moment passen we voornamelijk communicatiemiddelen toe om mensen te wijzen op het toekomstbestendig maken van hun woning. De regionale woon-zorgvisie wordt in 2026 vertaald naar de lokale praktijk.
Bij wonen wordt gesproken over uitbreiding, maar er wordt niet aangegeven hoe wordt omgegaan met de bestaande woningvoorraad.
De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen de strategische beleidsuitgangspunten. In het programma wonen worden deze doorontwikkeld. De benoemde zaken vinden wij ook van belang, maar horen thuis in het programma wonen. Dit programma is onderhevig aan de beleidscyclus en daarom een dynamisch document.
Bij wonen wordt de mogelijkheid van boerenerven genoemd. Boerenerven is een fenomeen dat maar beperkt als woonvorm in Brabant voorkwam en komt. Dus hiervoor is een historisch onderzoek/onderbouwing noodzakelijk. Boerenerven is namelijk over het algemeen gebiedsvreemd en vraagt ook echt iets in stedenbouw en landschap.
Ontwikkelingen in het buitengebied dienen te voldoen aan de omgevingsverordening. Niet-stedelijke woningbouw kan alleen via de maatwerkregeling. De mogelijkheid van boerenerven is genoemd, omdat het een optie kan zijn om tot verbetering van omgevingskwaliteit te komen in combinatie met woningbouw voor specifieke doelgroepen.
In de gebiedsgerichte uitwerking valt het op dat men in de kern Gilze zich wil focussen op uitbreiding, de potentiële inbreidingslocaties ontbreken. Klopt dat?
We gaan uit van inbreiding voor uitbreiding, maar we weten ook dat inbreiding niet altijd voldoende is om aan de behoefte aan woningen te kunnen voldoen. Tevens willen we in de bebouwde kom ook de omgevingskwaliteit op peil houden. Voor de bebouwde kom van Gilze is reeds bekend dat er weinig inbreidingsmogelijkheden meer zijn, zodat aan uitbreiding wordt gedacht. Concrete ontwikkelingen zullen dienen te voldoen aan de omgevingsverordening, zodat gemotiveerd dient te worden dat binnen stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is.
Bij alle kernen ontbreekt het thema 'beter benutten van de bestaande voorraad'.
De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen de strategische beleidsuitgangspunten. In het programma wonen worden deze doorontwikkeld. De benoemde zaken vinden wij ook van belang, maar horen thuis in het programma wonen. Dit programma is onderhevig aan de beleidscyclus en daarom een dynamisch document.
In de visie wordt gezondheid als leidend gezien bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wordt daarbij ook rekening gehouden met spuitzones, geurcirkels en afstand tot geitenhouderijen? Zo ja, worden toekomstige woningbouwlocaties daar nu al aan getoetst?
Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen dienen de genoemde onderwerpen onderzocht en afgewogen moeten worden.
De aanwezigheid van het aardkundig waardevol gebied Dit is correct, de omgevingsvisie zal hierop worden aangepast. Peelrandbreuksysteem ontbreekt. De breuk is ook niet opgenomen op de kaarten in de visie. In de visie staat dat de Gilze-Rijenbreuk voorkomt bij de kern Hulten maar de breuk is niet bij Hulten aanwezig maar ter hoogte van Rijen en Gilze: de breuk loopt van zuidoost naar noord-noordwest door de hele gemeente (in Rijen ter hoogte van de onderdoorgang bij het spoor in de Julianastraat). Er wordt niet ingegaan op de invloed van de breuk voor bv het landschap en de grondwaterstanden en wat dit betekent voor toekomstige ontwikkelingen. Bij ontwikkelingen dient aantasting van de breuk voorkomen te worden.
Er is in de omgevingsvisie Gilze-Rijen volop aandacht voor Het motiveringsbeginsel is van toepassing op alle gemeentelijke duurzaamheid (paragraaf 2.6) en er wordt verwezen naar een besluiten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is er vaak sprake van strategie 'samen duurzaam doen' en bijbehorende maatwerk. In de motivatie van een besluit is terug te vinden hoe uitvoeringsagenda. Genoemd worden o.a. klimaatbestendig, verschillende belangen zijn afgewogen. energieneutraal, CO2-neutraal, circulair. In stap 1 van de spelregels voor initiatieven staat dat de gemeente de bijdrage aan de doelen uit de visie beoordeelt. Onduidelijk is hoe integrale afweging plaatsvindt tussen de verschillende doelen. Aanbevolen wordt transparant te zijn over zowel de positieve als de negatieve impact en daarbij ook te verkennen of eventuele minpunten gereduceerd of gecompenseerd kunnen worden en/of pluspunten nog versterkt kunnen worden. In de Omgevingsvisie wordt slechts globaal ingegaan op het Zie de algemene reactie. aspect geluid. Oplossingen als 'werken aan' en 'aandacht voor' geven niet aan waar de gemeente naar toe wil. In de gemeente is een stiltegebied aanwezig. In de teksten wordt dit niet benoemd. Dit stiltegebied is belangrijk voor natuurontwikkeling en zou moeten worden toegevoegd.
Ten aanzien van natuur vragen we aan te geven wat de gemeente concreet voor ogen heeft ten aanzien van natuurontwikkeling inclusief het afronden van het Natuur Netwerk Brabant.
De bebouwingsconcentraties zijn vooral tekstueel en globaal Zie de algemene reactie. opgenomen, zonder duidelijk kaartmateriaal en zonder een analyse van het landschap op basis van de diep-, rond- en breed benadering zoals we hebben benoemd in de provinciale Omgevingsverordening. Ook is er geen aandacht voor draagkracht van het 'rood' en ontbreken zichtlijnen en een inventarisatie van waarden in deze bebouwingsconcentraties. Daarnaast wordt er veel beschreven en opengelaten zonder dat duidelijke keuzes worden gemaakt. Daardoor worden bijna alle functies mogelijk gemaakt in het buitengebied zonder duidelijk iets te zeggen over de waarden van het gebied, de ontwikkelingsrichting maar ook de maximale omvang en welke typen functies. Een degelijke analyse naar de waarden in het gebied ontbreekt. De omgevingsvisie kan op deze manier niet worden gebruikt om nieuwe woningen in bebouwingsconcentraties op basis van de provinciale maatwerkregeling te kunnen onderbouwen.
Voor het onderdeel 'recreatie' wordt een duidelijke keuze gevraagd waar wat en hoe. De visie zou daar op aangevuld moeten worden.
Een programma vrijetijdseconomie is voor Gilze en Rijen in vastgesteld. In deze omgevingsvisie zijn de strategische beleidsuitgangspunten opgenomen die uit dat proces zijn gekomen. In het programma zijn keuzes meer gedetailleerd uitgewerkt.
Onduidelijk kaartmateriaal Voor wat betreft de kaarten valt op dat niet alles in de legenda staat of wel op de legenda en niet op de kaart.
Dat klopt. Overbodige informatie op de kaarten wordt verwijderd en wat wel op de kaarten blijft, zal in de teksten als term gebruikt worden.
Bij het landgoed wordt gesproken over een duurzame Dat klopt. Bij ontwikkelingen zal daaraan getoetst worden. instandhouding, maar het betreft een cultuurhistorisch complex en dit vraagt een andere afweging. Ontwikkelingen kunnen alleen als het positief bijdraagt aan het behoud en herstel van het complex. Over cultuurhistorie wordt amper iets gezegd, terwijl in de inleiding van de visie wordt aangehaald dat juist de historie belangrijk is.
In het programma erfgoed wordt het thema cultuurhistorie verder uitgewerkt.
De omgevingsvisie is erg op hoofdlijnen als het gaat om Zie de algemene reactie. De thema's en plannen komen aan bod mobiliteit. Er wordt uitsluitend in termen van 'goed' en 'beter' in het gemeentelijk Programma Mobiliteit dat wij momenteel aan gesproken. Dus alles moet goed bereikbaar zijn. Er wordt zeer het opstellen zijn. Dit proces loopt parallel aan de voorbereiding beperkt keuzes gemaakt ten aanzien van prioritering in van de omgevingsvisie. De laatste inzichten en strategische modaliteiten. Ook wordt geen link gelegd met de inrichting van de beleidsuitgangspunten uit het proces van het programma openbare ruimte (lokaal) én de relatie met regionale en nationale Mobiliteit, nemen we over in de omgevingsvisie. mobiliteitsnetwerken. De focus ontbreekt daarmee. Ook zorgt het dat het geen handvatten biedt voor afwegingen in de uitvoeringsprogramma's. Wellicht dat dit in het nog op te stellen mobiliteitsbeleid (zie https://www.gilzerijen.nl/programmamobiliteit) wel gebeurt, maar als er geen kapstok is in de omgevingsvisie dan wordt het mobiliteitsbeleid ook meer van hetzelfde. Op blz. 25 schrijft de gemeente in het kader van gezonde en Dat is bekend. sociale samenleving dat men wandel- en fietspaden wil hebben die goed verlicht zijn.
Wellicht van te hoog uitvoeringsniveau, maar wij vermoeden dat de gemeente zich net als vele andere overheidsorganisaties geconformeerd heeft aan het Energieakkoord. Graag geven we mee dat afwegingen in dit verband niet alleen het aspect veiligheid/gezondheid raakt, maar ook verkeersveiligheid en energie/duurzaamheid. We verzoeken u een koppeling op te nemen met het Meerjarig De thema's en plannen komen aan bod in het gemeentelijk Multimodaal Mobiliteitsbeleid en het Regionaal Programma Mobiliteit dat wij momenteel aan het opstellen zijn. Mobiliteitsprogramma. Ook openbaar vervoer en hubs zouden meer aandacht mogen krijgen, net zoals de mobiliteitsimpact van ruimtelijke groei. Deze punten bieden kansen voor verdieping en samenwerking tussen provincie en gemeente. Het aspect water en bodem en Klimaatadaptatie is nog weinig Zie de algemene reactie. uitgewerkt. Water en bodem wordt nagenoeg niet genoemd bij de gebiedsuitwerkingen. En het onderwerp klimaatadaptatie wordt alleen abstract benoemd.
De lagenbenadering (diep, rond, breed kijken) wordt niet Zie de algemene reactie. toegepast. Water en bodemsturend wordt op twee plaatsen in de visie genoemd, maar zonder invulling te geven wat hiermee wordt bedoeld. Het enige wat is aangegeven dat de principes van water en bodem sturend worden gevolgd bij het ruimtelijk beleid en bij het inrichten van een gebied. Hoe rekening wordt gehouden met het natuurlijke water- en bodemsysteem wordt nergens beschreven. Ook de verschillende aspecten van water en bodem sturend komen niet of vrijwel niet aan bod: denk aan afwentelen, minder verharden, grondverzet, verontreinigingen etc. Ook de ondergrond wordt alleen genoemd ivm kabels en leidingen, boomwortels en waterberging e.d., niet in het kader van gebruik van de ondergrond voor bv bodemenergie. Welke keuzes maakt de gemeente hierin?
Bij het thema wonen is opgenomen dat rekening wordt gehouden met het water- en bodemsysteem. Rekening houden met is iets anders dan sturend. Vanuit het provinciaal beleid dient water- en bodem sturend te zijn.
Zie de algemene reactie. In aanvulling daarop is in regionaal verband een advies uitgebracht door het college van Rijksadviseurs en werkt de gemeente samen met het Waterschap Brabantse Delta. Er is volop aandacht voor water en bodem, maar we zullen samen nog veel moeten ontdekken om theorie en praktijk bij elkaar te brengen.
Graag verwijzen wij u naar de watersignaleringskaart, de maatlat Zie voorgaande reactie. en de Handreiking Water en Bodem in gemeentelijke visies en programma's om de uitwerking van het principe 'water en bodem sturend' concreter te maken. Daarbij verzoeken we u ook een connectie te leggen met 'vitale bodem'.
Blz. 14: Groen wordt genoemd om water op te vangen bij veel regen. Dat doet het alleen als het overstroombaar is of infiltratie verbetert. Groen geeft niet per definitie een oplossing voor veel regen het doel kan beter verankerd worden. Blz. 32: "Het waterbergend vermogen mag niet afnemen door nieuwe ontwikkelingen" Nieuwe ontwikkelingen vragen waarschijnlijk meer waterbergend vermogen dan de huidige gebruiksvorm. Is geen achteruitgang voldoende?
Zie algemene reactie. Er staat bovendien een programma Stedelijk water op de planning, waarin nadere keuzes gemaakt worden. Het uitgangspunt is dat we geen wateroverlast willen.
In Gilze en Rijen liggen maar liefst 4 Zie algemene reactie. grondwaterbeschermingsgebieden, al dan niet grotendeels of maar voor een klein deel binnen de gemeentegrenzen. In deze omgevingsvisie lezen we daar niets over terug terwijl dit een belangrijk aspect is. De Handreiking water en bodem in gemeentelijke visies en programma's kan hierbij een goed hulpmiddel zijn. Het onderwerp 'Bodem' wordt alleen in algemene stukken vermeld en het is niet duidelijk wat er belangrijk is op het gebied van bodem. Bij het oostelijk gedeelte van Nerhoven is een grondwaterbeschermingsgebied gelegen. Onduidelijk hoe hier rekening mee wordt gehouden, aangezien niet benoemd wordt.
Zie algemene reactie.
In hoofdlijnen kunnen we ons vinden in het onderdeel landbouw (hoofdstuk 2.3 van de visie). Er staat op pag 21 een onduidelijke passage: Op de zandgronden in stand. Bedrijven zonder eigen grond kunnen zich vestigen op hoger gelegen zandgronden. Wat wordt hiermee bedoeld?
Deze zinnen zijn blijven staan na tekstcorrecties en werkt verwarrend. Deze 2 zinnen dienen verwijderd te worden.
In de visie wordt gesproken over nevenactiviteiten en verbrede landbouw als mogelijkheid, maar niet tot welke omvang en welk type functies, maar ook in welke gebieden. Bij leegstand voor agrarische gebouwen wordt gezegd dat gekeken wordt naar de vraag. Maar dat is nog geen visie. Afhankelijk van de gebiedswaarden en ontwikkelingsrichting zal blijken welke functies passend zijn. Nu wordt geen keuze gemaakt en een vrijbrief gegeven.
Zie algemene reactie. Een programma buitengebied staat op de planning waarin een doorontwikkeling moet worden opgenomen van de kaders in de omgevingsvisie.
Op pagina 59 wordt gesproken over Ruimte voor Ruimte, maar dat kan niet meer (alle beschikbare titels zijn uitgegeven).
Dat klopt. Ruimte voor ruimte moet worden vervangen door Maatwerk.
Er wordt meermaals verwezen naar de campus (Gate 2) in Gilze Rijen. Hiervoor heeft de gemeente een aparte visie op laten stellen en hier moeten we met de gemeente nog over in gesprek. Als provincie zien we dit terrein namelijk niet als campus en we zijn benieuwd welke ontwikkelingsrichting beoogd wordt.
Op Gate2 wordt momenteel samengewerkt tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs op het gebied van luchtvaart (Aerospace), onderhoud (Maintenance) en slimme technologie (Smart Industry). Het is een campus, welke nog verder kan worden doorontwikkeld op bedrijventerrein Aeroparc. Hierop zal de tekst in de Omgevingsvisie worden aangepast in:
P. 17 ‘De aanwezigheid van de vliegbasis heeft aan de basis gestaan van de ontwikkeling van de campus Aeroparc. Naast innovatie op het gebied van luchtvaart wordt hier ook gewerkt aan innovaties en implementatie daarvan op het gebied van duurzame productie. Deze samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en overheid is iets wat wij graag stimuleren en ondersteunen.’ wordt ‘De aanwezigheid van de vliegbasis heeft aan de basis gestaan van de ontwikkeling van bedrijventerrein Aeroparc. Naast innovatie op het gebied van luchtvaart wordt hier ook gewerkt aan innovaties en implementatie daarvan op het gebied van duurzame productie onder de vlag van Gate2. Deze samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en overheid is iets wat wij graag stimuleren en ondersteunen op bedrijventerrein Aeroparc, waardoor het gebied doorontwikkeld kan worden als campus.’
P. 44 ‘We verbeteren de routes voor voetgangers en fietsers tussen het Aeroparc, Campus Gate2, het station en het centrum van Rijen.’ wordt ‘We verbeteren de routes voor voetgangers en fietsers tussen het Aeroparc, het station en het centrum van Rijen.’
P. 54 ‘Aeroparc is een speciaal bedrijventerrein bij Rijen. Het ligt naast bedrijventerrein Haansberg. Vroeger zat hier het bedrijf Ericsson. Hier werken bedrijven, scholen en de overheid samen. Dat maakt het terrein uniek. De campus is in de loop der jaren gegroeid op drie gebieden: luchtvaart (Aerospace), onderhoud (Maintenance) en slimme technologie (Smart Industry).’ wordt ‘Aeroparc is een speciaal bedrijventerrein bij Rijen. Het ligt naast bedrijventerrein Haansberg. Vroeger zat hier het bedrijf Ericsson. Momenteel werken op Gate2 bedrijven, scholen en de overheid samen. Dat maakt het terrein uniek. Gate2 is in de loop der jaren gegroeid op drie gebieden: luchtvaart (Aerospace), onderhoud (Maintenance) en slimme technologie (Smart Industry). Dit profiel willen wij graag verder ontwikkelen op bedrijventerrein Aeroparc en de mogelijkheden verkennen voor de doorgroei van het campusprofiel.’
P. 54 ‘Sommige gebouwen zijn oud en de kavels zijn niet efficiënt gebruikt. Daarom willen we, samen met de ondernemers, het terrein vernieuwen. We richten ons op vernieuwing die past bij de toekomst van de campus.’ wordt ‘Sommige gebouwen zijn oud en de kavels zijn niet efficiënt gebruikt. Daarom willen we, samen met de ondernemers, het terrein vernieuwen. We richten ons op vernieuwing die past bij de toekomstige ontwikkeling van de campus.’
P. 55 ‘De rand van bedrijventerrein Haansberg, richting het station, is een kansrijke plek voor vernieuwing. De omgeving van het station en het zuidelijke deel van de Spoorzone verbeteren we, zodat deze beter aansluit op de Aeroparc-campus.’ wordt ‘De rand van bedrijventerrein Haansberg, richting het station, is een kansrijke plek voor vernieuwing. De omgeving van het station en het zuidelijke deel van de Spoorzone verbeteren we, zodat deze beter aansluit op de ambities voor bedrijventerrein Aeroparc.’
P. 55 ‘Op Aeroparc werken we aan vernieuwing, samen met de campusontwikkeling en implementatie. Het terrein moet beter worden benut.’ wordt ‘Op Aeroparc werken we aan vernieuwing, samen met de campusontwikkeling. Het terrein moet beter worden benut.’ Er wordt een paar keer ingegaan op bedrijvigheid in het buitengebied (o.a. blz 18). Daarbij is van belang dat niet teveel wordt ingezet op bedrijvigheid in het buitengebied. In de visie wordt over maatwerk gesproken, maar daarbij ontbreken ruimtelijke afwegingsprincipes die zijn opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
Zie algemene reactie. Een programma buitengebied staat op de planning waarin een doorontwikkeling moet worden opgenomen van de kaders in de omgevingsvisie.
Er wordt gesproken over transformatie van bedrijventerreinen en het zoeken naar nieuwe locaties voor woon/werkgebieden (blz 53). Of dit aanvaardbaar is ligt aan het type bedrijvigheid dat wordt getransformeerd. Als het gaat om het transformeren van hoge milieucategorieën, dan is een werkmilieu waar lagere categorieën mogelijk zijn minder wenselijk.
Hier houden we rekening mee.
Er wordt gesproken over verder bouwen van fase 2 en 3 van Het gaat om bedrijventerrein Midden-Brabant Poort fase 2 én 3. midden Brabantpoort. In het regionale afsprakenkader staan deze In het regionale afsprakenkader bedrijventerreinen is afgesproken plannen nog op zacht. dat alle gemeenten zich inspannen voor de realisatie van zowel Op het kaartje op pagina 10 is een uitbreiding geplot; het is ons de harde – als zachte plancapaciteit. Daarnaast is er veel vraag niet geheel duidelijk om welke uitbreiding het hier gaat. naar bedrijfskavels. Daarom is gekozen om fase 2 en 3 tot ontwikkeling te brengen. Conform het regionale afsprakenkader zal de ontwikkeling als geheel regionaal worden afgestemd. Bedrijvigheid in het buitengebied wordt algemeen mogelijk gemaakt, terwijl dit ook gebiedsafhankelijk is en omvang hierbij bepalend kan zijn. Dit is nu te vrijblijvend en algemeen geformuleerd.
Het wordt niet algemeen mogelijk gemaakt. Het is altijd afhankelijk van de situatie. Als we het hebben over bedrijvigheid in het buitengebied, hebben we het over bestaande bouwkavels en voornamelijk over locaties van voormalige agrarische bedrijven. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen bovendien aan de omgevingsverordening te voldoen, dus het is in het geheel niet te vrijblijvend. Bovendien staat een programma buitengebied op de planning waarin een doorontwikkeling moet worden opgenomen van de kaders in de omgevingsvisie.
Voor wat betreft werken wordt opgemerkt dat 'grote winkels' niet Grote winkels' is gemakkelijke taal voor 'grootschalige in het buitengebied horen, maar vanuit provinciaal beleid horen detailhandel'. Hiermee worden o.a. supermarkten bedoeld. Het is ook kleine winkels in beginsel niet in het buitengebied bekend dat detailhandel geen gewenste zelfstandige functie in het (uitgezonderd de verkoop van streekeigen producten). Bovendien: buitengebied is. wat vindt de gemeente groot als het om winkels gaat?
Pagina's 14,17, 32: Voor het toekomstig energiesysteem is het We werken proactief mee aan het verzwaren van het net en goed om te kijken naar het mogelijk verweven van de vraag en houden hierbij rekening met boven- en ondergronds het aanbod van elektriciteit, warmte en andere energievormen. Er ruimtegebruik. wordt in de omgevingsvisie gesproken over energieneutraal wonen waar mogelijk (p14), het verduurzamen van bedrijventerreinen (p17) en het gebruik van duurzame warmtebronnen (p32). Een toekomstbestendig energiesysteem vraagt om een stapsgewijze schaalvergroting, waarbij keuzes in infrastructuur en bronnen meebewegen met de ontwikkeling van woon- en werklocaties. Bijvoorbeeld laadinfra op centrale plekken, (bovengrondse) ruimte reserveren voor trafohuisjes in de wijk of batterijen en de rol van een warmtenet bij woningbouwplannen. Is het mogelijk dit nog wat verder toe te lichten in de omgevingsvisie?
De weg naar CO2-neutraal is erg hoog over weergegeven zonder veel concrete plannen of visies, zo ook op het gebied van Energieopslag. kan dit verder toegelicht worden?
We hebben een Strategie Duurzaamheid vastgesteld en hebben een concreet uitvoeringsagenda dat uitgevoerd wordt. Ook werken we momenteel aan een energiesysteemverkenning en zijn we bezig met het opstellen van een nieuw Warmteprogramma. Nieuwe bevindingen zullen later in de omgevingsvisie worden meegenomen als het strategische beleidsuitgangspunten betreft.
Pag. 32: "U schrijft dat de netcongestie opgave in eerste instantie De opgave ligt in eerste instantie bij de netbeheerder maar ook bij de netbeheerders ligt. Wij adviseren een minder afwachtende als gemeente hebben we een proactieve houding en werken we houding aan te nemen. Aanpak netcongestie is op alle vlakken veel samen met de netbeheerder op zoek naar passende hard nodig, de netbeheerder alleen kan het niet oplossen. Zo oplossingen. schrijft u 22,75 hectare aan zonnepanelen op daken te willen leggen. De invoeding van al die zonnestroom levert extra congestie op waarbij u als gemeente er goed aan doet dit te combineren met batterijen, verplaatsen van zonnepanelen van het dak naar de gevels (oost en west oriëntatie) en andere maatregelen om invoeding op het net te voorkomen om zodoende extra congestie te voorkomen. Wij adviseren een pro-actief congestieplan vanuit de gemeente zelf waarbij de kansen en rollen van alle energieverbruikers worden meegenomen. Zo is congestie de verantwoordelijkheid van ons allen en niet enkel de netbeheerder.
Pag. 55: U geeft aan duidelijke keuzes te maken voor welke soort Bij het maken van de keuze voor het soort bedrijven op een bedrijven passend zijn op de bedrijventerreinen. Advies is om bedrijventerreinen hoort de energiebehoefte ook als afweging te hierin ook de energiebehoefte (en langetermijn ontwikkeling) worden meegenomen. Momenteel werken wij aan een verkenning daarin mee te nemen. Er is veel waarde in het combineren van om de energieopgave op bedrijventerreinen in beeld te brengen. bedrijven met een op elkaar aanvullend energieprofiel zodat niet elk bedrijf op hetzelfde moment vol vermogen van het net vraagt. Zo is er in tijd van netcongestie nog veel ruimte te vinden op het net, en zwaardere congestie te voorkomen.
Er wordt aangegeven dat logistiek een relatief grote aandeel op de bedrijventerrein inneemt, ik mis nog de toekomstige energievraag vanuit de logistiek (gaat het zware transport naar elektrisch of naar waterstof?) Gezien er geen energie zware industrie aanwezig is verwachten we dat de verduurzaming van de logistieke sector de grootste druk op het energiesysteem zal leggen. De keuze tussen waterstof / elektriciteit / groengas zal mede afhangen van de beschikbaarheid van de betreffende energievorm. De gemeente heeft hier een strategische rol in.
Zoals bij de voorgaande reactie aangegeven is de energieopgave integraal onderdeel voor toekomstige bedrijventerreinontwikkelingen. Momenteel werken wij aan een verkenning om deze energieopgave op bedrijventerreinen in beeld te brengen, ook voor de relatief grote logistieke sector in onze gemeente.
Hoe speelt het vliegveld een rol in de energievoorzieningen van de Op dit moment ligt er nog geen concrete rol bij het vliegveld. omgeving? Pag. 33: Definieer het begrip circulaire economie uitgebreider Het begrip circulaire economie is verder uitgewerkt in het (met voorbeelden), zodat het voor de lezer (en verschillende Programma Strategie Duurzaamheid, waarin wordt toegelicht dat doelgroepen) duidelijk is wat de gemeente onder dit begrip het gaat om de transitie van een lineaire naar een circulaire verstaat. Benoem daarbij dat het gaat om de transitie van de economie. Dit geeft duidelijkheid over wat de gemeente onder lineaire economie (de huidige economie) naar de circulaire circulaire en biobased economie verstaat en ondersteunt de economie. Dit helpt in de tekst omdat hierin veelvuldig wordt koppeling naar concrete doelstellingen. verwezen naar het begrip duurzaamheid (containerbegrip) bij de thema's wonen economie en landbouw. Bijvoorbeeld duurzaam bouwen kan van alles zijn maar circulaire/ biobased bouwen is specifieker en gekoppeld aan doelstelling. Pag. 16 en 22: Bedrijventerrein zijn gebieden waar veel grondstoffen en Co2 kunnen worden bespaard. Zet daarop in en leg daarbij het verband met toekomstbestendigheid van ondernemers.
Het belang van bedrijventerreinen voor besparing van grondstoffen en CO₂ wordt onderkend. In de omgevingsvisie is opgenomen dat bestaande en nieuwe bedrijventerreinen worden vernieuwd en gemoderniseerd, met aandacht voor duurzame inrichting, zuinig energieverbruik, klimaatadaptieve maatregelen en afvalminimalisatie. Deze maatregelen dragen bij aan de toekomstbestendigheid van ondernemers en versterken tegelijkertijd het vestigingsklimaat en de kwaliteit van de omgeving.
Pag. 19: Benoem bij stimuleren van duurzame en innovatieve landbouw, het telen van biobased gewassen. Dit is een kansrijk wenkend perspectief als nieuw verdienmodel voor agrarische bedrijven.
Het telen van gewassen voor biobased materialen is een van de mogelijke onderdelen binnen het stimuleren van duurzame en innovatieve landbouw.
Het is goed om te lezen dat het belang van laadpalen in de Specifieke uitwerkingen van de doelen en ambities worden gemeente om toe te werken naar een duurzame toekomst wordt opgenomen in de laadagenda die wij in 2026 gaan opstellen. beschreven. Eventueel kan meer expliciet worden gemaakt welke verschijningsvormen dit betreft. Zo zullen er snellaadvoorzieningen nodig zijn voor logistiek, mede vanwege de ingevoerde zero emissie zone in buurgemeente Tilburg en met de A58 als logistieke corridor. Pag. 32: Er is geen specifiek warmtebedrijf voor Gilze-Rijen, maar Het warmtenet dat aangesloten is op de Amercentrale loopt niet via het warmtenet van de regio Hart van Brabant, dat restwarmte door Gilze en Rijen en uitbreiding van het huidige amernet is niet van de Amercentrale gebruikt, worden woningen in de omgeving kansrijk. Verwijzing naar de amercentrale is daarom niet van verwarmd. In het kader van duurzaam warmte missen we enige belang. We zijn bezig met het opstellen van een verwijzing naar de Amercentrale. warmteprogramma waarin we een duidelijke en gestructureerde aanpak voor de transitie naar duurzame warmtebronnen uitwerken.
In de visie staat minder expliciet uitgewerkt wat de kansen zijn Kwaliteitsverbetering, landschappelijke inpassing en de om energieprojecten te combineren met landschapsverbetering en omgevingskwaliteit in het algemeen zijn basisonderdelen van biodiversiteit. ruimtelijke besluiten, met name in het buitengebied. Ontwikkelingen, dus ook ten behoeve van de energietransitie dienen daarmee rekening te houden
De gemeente wil de stap maken naar duurzame We werken momenteel aan een nieuw Warmteprogramma waar warmte/aardgasvrije verwarming en heeft een transitievisie dit voor onderzocht wordt. Waar nodig voegen we nieuwe Warmte in 2021 vastgesteld. Daarbij horen ook de uitwerking van bevindingen later toe aan de Omgevingsvisie. alternatieve warmtebronnen (zoals geothermie, aquathermie, warmtenetten of restwarmte) bij. Innovatieve oplossingen zijn onderbelicht in het stuk in relatie tot energie. Wij vragen meer aandacht hiervoor. Er wordt verwezen naar een pilot met smart energy systems, maar de innovatie als het Zeer Laag Temperatuurnetwerk (ZLT-netwerk) op het bedrijventerrein Midden Brabant Poort in Gilze en Rijen dat warmte en koude aan 13 bedrijven levert missen we bijvoorbeeld. Het is een uniek systeem vanwege de onderlinge uitwisseling van energie tussen bedrijven met verschillende warmte- en koudebehoefte.
Inwoners worden genoemd in algemene zin ("samen met inwoners, bedrijven en organisaties"), maar er is geen expliciet beleid/ambitie te vinden over lokaal eigendom of participatie in energieprojecten, dat kan helpen in het vergroten van draagvlak, bevordering van betrokkenheid en bijdraagt aan een toekomstbestendig en maatschappelijk breed gedragen energiesysteem.
We sluiten hierbij aan bij de ambities van de REKS.
In aansluiting op de eerdere opmerkingen over netcongestie en de De gemeente gaat nieuwbouw expliciet meenemen in het nieuwe noodzaak om in te spelen op een toekomstbestendig Warmteprogramma, waarbij we ook extra aandacht geven aan energiesysteem en effectief congestiemanagement, is het efficiente warmte en elektriciteitsoplossingen van wenselijk vast te leggen dat flexibiliteitsopties - zoals nieuwbouwwoningen. Hierbij wordt gekeken naar de eventuele energieopslag, vraagsturing, slim laden en ontladen van kansen van de bestaande woningen. We onderschrijven dus dit elektrische voertuigen - integraal onderdeel vormen van nieuwe belang, maar dit wordt uitgewerkt in het Warmteprogramma. ruimtelijke en energieontwikkelingen. Door dergelijke opties te verankeren in beleid en gebiedsontwikkeling kan de energievraag en -aanvoer zich flexibel aanpassen aan de actuele omstandigheden, in plaats van dat het elektriciteitsnet voortdurend piekbelast wordt. Dit sluit ook aan bij de provinciale ambitie om meer aandacht te geven aan netbewust nieuwbouw, waar bij het manier van bouwen en ontwerpen rekening wordt gehouden met de beschikbare capaciteit en belasting van het lokale energienet. Hierdoor kan de gemeente voorkomt dat de energietransitie wordt afgeremd door netcongestie.
Tegelijkertijd waarborgt dit dat nieuwbouw toekomstbestendig, betaalbaar en duurzaam kan functioneren binnen een betrouwbaar energiesysteem. Vooral bij nieuwbouw zou de gemeente in haar visie een ambitie kunnen opnemen voor netbewuste energiesystemen, energieneutrale of zelfs energieleverende woningen.
Onder 'op weg naar CO2 neutraal' wordt netcongestie genoemd. Onder de aanpak valt ook een pilot met smart energy systems. Deze term kan op meerdere manieren worden geïnterpreteerd. Wat is het doel van deze pilot? Is dit een energiehub?
We onderzoeken nog wat hier de mogelijkheden voor zijn.
Bij toekomstige omgevingsvergunningen of wijzigingen van het De omgevingsverordening geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen. omgevingsplan zal, met name voor wat betreft het buitengebied, Daarvoor hoeven we geen verwijzing in de gemeentelijke moeten worden voldaan aan de provinciale omgevingsvisie voor op te nemen. Omgevingsverordening. Het zou goed zijn een verwijzing naar het provinciale beleid op te nemen.
6
Waterschap Brabantse Delta
Wij begrijpen dat de omgevingsvisie op een hoog abstractieniveau Wij sluiten ons hierbij aan. is ingestoken. Dat biedt ruimte voor interpretatie, maar vraagt tegelijkertijd om verdere concretisering op een aantal belangrijke thema’s. Juist daar zien wij kansen om samen met de gemeente op te trekken in de nadere uitwerking hiervan. Binnen de thema’s ontbreekt aandacht voor waterkwaliteit. Om Het uiteindelijke doel van de KRW is om de kwaliteit van al het de Kaderrichtlijn Water (KRW) doelstellingen te halen is ook via oppervlaktewater en grondwater te verbeteren, zodat het de omgevingsvisie aandacht voor waterkwaliteit nodig. Daarnaast ecologisch gezond is en een goed leefgebied vormt voor planten is de wateropgave richting 2050 voor het gebied van gemeente en dieren. De gemeente draagt bij aan dit doel door haar taken Gilze en Rijen groter dan alleen het behoud van waterbergend binnen de fysieke leefomgeving uit te voeren en samen te werken vermogen. Het vergroten van infiltratiecapaciteit is in dit gebied met andere partijen. Het waterschap en de Omgevingsdienst zijn essentieel voor het herstel van het watersysteem. daarbij belangrijke partijen. We werken aan een definitief omgevingsplan waar regels in zullen komen die invloed kunnen uitoefenen op de waterkwaliteit. Hierbij zullen we beperkt zijn tot de wettelijke mogelijkheden.
In de thema's duurzaamheid en natuur, landbouw en recreatie zullen we het doel van de KRW toevoegen. De visie biedt kansen om invulling te geven aan de ambities uit de gebiedsprocessen rondom de Natura 2000 gebieden (GGA Ulvenhoutse Bos en GGA Regte Heide & Riels Laag) en aan de Bossenstrategie, maar legt deze koppeling niet expliciet. Wij adviseren dit alsnog te doen.
Wij zijn van mening dat de visie's die in het kader van de gebiedsgerichte aanpak zijn gemaakt voor de Natura-2000 gebieden passen binnen de ambities en doelstellingen van deze omgevingsvisie. Hiervoor hoeft niet een koppeling te worden gelegd.
Opvallend is de afwezigheid van Defensie in de visie, terwijl deze een prominente rol speelt binnen de gemeente. De visie geeft geen duidelijkheid over hoe ruimtevragen vanuit Defensie worden gefaciliteerd of afgewogen. Gezien de ruimtelijke impact, milieueffecten en mogelijke gezondheidsrisico’s van militaire activiteiten verdient dit onderwerp een expliciete plaats in de visie.
Op het gebied van defensie speelt veel in heel het land en de wereld. De in de gemeente gevestigde vliegbasis is groot en heeft ook duidelijk een ruimtelijke impact. Wij hebben een beperkte invloed op ontwikkelingen. In de omgevingsvisie geven wij echter wel aan dat wij een onder andere een goed woon- en leefklimaat, goede omgevingskwaliteit en gezondheid belangrijk vinden. De in de omgevingsvisie opgenomen thema's, ambities en doelstellingen hebben ook betrekking op de vliegbasis en de activiteiten van defensie, zonder dat we die expliciet hoeven te benoemen.
Zoals in het begin gesteld zien we dat bepaalde thema’s in het Dat is correct en wij blijven op deze punten ook graag vervolg proces nog nadere uitwerking nodig hebben, wij denken in samenwerken met het waterschap. beginsel aan: • Concretisering van het water en bodem sturend principe • Kaders voor alternatieve teelten incl. hoe om te gaan met teelt ondersteunende voorzieningen • Aanpak van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) in combinatie met grondmobiliteit en de vitaliteit van de landbouwsector. • Concretisering van de regionale afspraken o.a. vanuit de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT) 7
Inwoner
De gemeente wil dat er voldoende woningen zijn, maar zelf doet Er zijn in Gilze en Rijen vastgestelde plannen voor 638 woningen de gemeente te weinig terwijl er een woningtekort is. Er is ruimte, en nog niet vastgestelde plannen voor 515 woningen. Er is wil om maar geen wil om te bouwen. te bouwen en de gemeente Gilze en Rijen krijgt ook de gelegenheid. Er spelen echter nog vele factoren mee waardoor het bouwen zelf niet altijd even snel kan gaan en die hebben we als gemeente lang niet altijd zelf in de hand. Inwoners zijn onvoldoende betrokken. Op de bewonersavond kwamen maar 18 mensen, waarvan de helft beroepsmatig.
We hebben inwonersavonden in elk dorp gehad. De opkomst was wisselend, maar iedereen heeft de gelegendheid gehad om meet denken en mee te praten.
We willen veel groen, maar er is nu al discussie over berm- en slotbeheer.
In de omgevingsvisie zijn de ambities en doelstellingen opgenomen, ook over het thema groen. Groen heeft verschillende functies en daarom kan er ook verschil zitten in het beheer. We weten ook dat we niet iedereen tevreden kunnen stellen, maar groen is wel belangrijk voor het woon- en leefgenot.
Betrek agrarische bedrijven bij het geven van nieuwe functies aan (Voormalige) bedrijven en eigenaren zelf hebben de meeste leegstaande gebouwen. In de visie staat niets over de verandering invloed op functieveranderingen. In de omgevingsvisie hebben we van de ruimte voor ruimte regels. opgenomen dat we kansen zien voor nieuwe functies. Die zijn wel afhankelijk van de locatie en de omgeving. In de provinciale omgevingsverordening staan de regels waar functieverandering aan moeten voldoen en daar moeten we ons als gemeente ook aan houden. Ruimte voor ruimte bestaat niet meer. Daarvoor in de plaats is de maatwerkregeling opgenomen. Dat komt erop neer dat er mogelijkheden zijn voor nieuwe ontwikkelingen als daar voldoende kwaliteitsverbetering tegenover staat.
De gemeente heeft een voorbeeldfunctie over duurzaamheid. De gemeente stimuleert duurzaamheid waar mogelijk via eigen Waar blijven de initiatieven. Maak een duurzame wijk waar alleen projecten en faciliteert initiatieven van bewoners als met duurzame materialen gebouwd mag worden. Dit initiatief van pilotprojecten, waarbij per initiatief wordt bekeken wat binnen bewoners wordt niet beantwoord terwijl ze er wel om vragen. wet- en regelgeving, financiële haalbaarheid en marktwerking mogelijk is. Er wordt genoemd geen tweedelijnsbebouwing. Waarom niet, volgens mij hebben we woningtekort en hebben we een maatschappelijke taak. Je kunt er de mensen mee helpen.
Onbebouwde ruimte in de bebouwde kom is ook belangrijk. Bijvoorbeeld om regenwater de grond in te laten trekken, maar ook als groene ruimte voor het woon- en leefklimaat. Het is ook niet altijd gewenst om achterop percelen nieuwe woningen te laten ontstaan die ook weer ontsloten moeten worden en invloed kunnen hebben op het woongenot van anderen.
Het hoevelandschap is er niet meer. Er zijn geen bolle akkers, Deze passages gaan over de ontwikkelingen aan de zuidkant van greppels, haagafscheidingenen meer. Geen omliggende Gilze. In de omgevingsvisie is het beleid uit de voorgaande gehuchten. Hoeves zijn allemaal burgerwoningen geworden. structuurvisie uit 2021 overgenomen. Hierin is aangegeven dat er Waarom zouden buurtschappen niet aan het dorp mogen groeien, zorguldig omgegaan moet worden met de overgang naar het is dat een vrijwaring voor de mensen die daar wonen om er een buitengebied en de buurtschappen daarin. Het is niet zo dat er vrij uitzicht op na te willen houden? Niemand heeft recht op vrij daardoor niets kan. uitzicht. De overgang van dorp naar buitengebied bij uitbreiding is geen probleem, de overgang schuift dan gewoon op.
8
ZLTO ABG
Op pagina 21 van de omgevingsvisie lezen wij dat voor De nuance zit in het deel "anders dan binnen bestaande uitbreiding van de intensieve veehouderij, anders dan binnen beleidskaders". Uitbreiding van intensieve veehouderij is in het bestaande beleidskaders, er geen ruimte is. Hiermee wordt het de algemeen mogelijk, mits aan de voorwaarden wordt voldaan die sector in de toekomst onmogelijk gemaakt om de slag naar de provinciale omgevingsverordening geeft. Met name voor verduurzaming door te zetten. We vinden dit onbegrijpelijk. In de innovaties die de omgevingskwaliteit verbeteren en het omgevingsvisie lezen we immers ook dat de gemeente inzet op verbeteren van dierenwelzijn zullen wij een positieve innovatieve landbouw. Juist de intensieve veehouderij heeft de grondhouding aannemen. mogelijkheid om via het spoor van innovatie emissies naar de omgeving vergaand terug to brengen. Daarnaast zal uit oogpunt van dierenwelzijn verdere ontwikkelruimte nodig blijven om aan strengere dierwelzijnseisen te voldoen. Wij vragen u daarom deze bepaling uit de omgevingsvisie te halen.
Wat betreft het deelgebied Rimpelaar lezen wij het volgende: Voor het gebied de Rimpelaar loopt nog een gebiedsproces. De "We zetten in op zorgvuldig, meervoudig ruimtegebruik door het sectoren boomteelt, plantenteelt en sierteelt hebben inderdaad stimuleren van vertical farming, samenwerking (circulaire een prominente plek in het gebied en zijn (evenals de economie), verbreding, klimaatadaptieve en/of melkveehouderij en behoud van weilanden) uitvoerig aan de orde natuuradaptieve/inclusieve landbouw en lokale verwerking van gekomen tijdens de participatie. reststromen. We zien kansen voor biobased teelten in combinatie We stellen voor de tekst over het deelgebied Rimpelaar te met lokale verwerking, als intermediair tussen de boer en de wijzigen in: “We zetten in op zorgvuldig, meervoudig bouwer." ruimtegebruik door het stimuleren van vertical farming, Hiermee wordt een breed scala aan mogelijkheden geboden wat samenwerking (circulaire economie), verbreding, ruimte biedt voor de meeste agrarische ondernemers in dit klimaatadaptieve en/of natuuradaptieve/inclusieve landbouw en gebied. In dit overzicht missen wij echter mogelijkheden voor lokale verwerking van reststromen. We zien kansen voor boomteelt, plantenteelt en sierteelt, terwijl deze sectoren een doorontwikkeling van boomteelt, plantenteelt en sierteelt op prominente plek in het gebied hebben.
Het traject voor Rimpelaar duurzame wijze, voor verduurzaming en verbreding van de is een eigenstandig traject geweest waar veel ruimte is geweest melkveehouderij en voor biobased teelten (in combinatie met voor participatie. Het verbaast ons daarom dat hier met geen lokale verwerking, als intermediair tussen de boer en de woord wordt geschreven over deze sectoren en zien op dat punt bouwer).” graag een aanvulling die recht doet aan het stevige belang van Deze teksten kunnen nog wijzigen als er wijzigen worden deze sectoren in het deelgebied, zoals dat ook in het eerder in het vastgesteld op het ontwerp van de gebiedsvisie Rimpelaar. Die gezamenlijk gelopen traject met elkaar gedeeld is. wordt bij vaststelling onderdeel van de omgevingsvisie.
We stellen voor om bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied (anders dan agrarische ontwikkelingen) voortaan ook te toetsen op de effecten van dergelijke initiatieven op de agrarische structuur. Het uitgangspunt daarbij dient te zijn, inbreiden waar mogelijk. Wanneer hier geen ruimte voor is, eerst functies combineren met behoud van de agrarische bestemming, mits dit past bij een (financieel) duurzame agrarische bedrijfsvoering. Wanneer aanpassen van de landbouwkundige functie onontkoombaar is, toets dan zorgvuldig op de gevolgen voor de agrarische structuur. Wij hebben hiervoor een afwegingskader ontwikkeld wat hierbij behulpzaam kan zijn en lichten dit graag toe en vragen u dit uitgangspunt over te nemen bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied.
Wij zijn geïnteresseerd in het afwegingskader en willen hier graag met de ZLTO ABG in gesprek. Als er sprake is van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied op agrarische gronden, zullen wij altijd een goede motivatie moeten hebben. Onder de Omgevingswet wordt dit de toets op een Evenwichtige Toedeling van Funties Aan Locaties (ETFAL) genoemd. Het onderzoeken en afwegen van effecten van een ontwikkeling op de agrarische structuur hoort daar ook bij.
Om als agrarische sector duurzaam te kunnen ondernemen dient het ook mogelijk te blijven om economisch haalbaar te ondernemen. Dit is een essentiele randvoorwaarde om zo naast de zorg voor onze dieren en planten en het maken van gezond voedsel ook een bijdrage te blijven leveren aan belangrijke maatschappelijke thema's zoals bijvoorbeeld de energietransitie, klimaatadaptatie (bijvoorbeeld door het vastleggen van koolstof in de bodem) en het beheer van natuur en landschap. Door diverse voorbeelden die in de omgevingsvisie staan opgenomen hebben wij de indruk dat de gemeente voor wat betreft de agrarische sector met name inzet op natuur-inclusieve vormen van landbouw en op multifunctionele landbouw. Dit geeft ons het gevoel dat de gemeente onze primaire rol als voedselproducent uit het oog verliest, dit terwijl steeds meer partijen vanwege de huidige geopolitieke spanningen het belang van lokale voedselvoorziening benoemen.
Onze ambitie is een aantrekkelijk en gevarieerd landschap. Daarin heeft een duurzame landbouw een belangrijke rol. Er hoeft niet overal natuurinclusieve landbouw te ontstaan. Wel vinden we deze vorm passender in de beekdalen en nabij natuurgebieden. We willen landbouw behouden, want het is goed voor het landschap, de economie en de leefbaarheid. Voedselzekerheid wordt niet expliciet benoemd, maar is wel belangrijk. We zullen dit aan de betreffende zin toevoegen.
Wij vragen met klem om ook voor de gangbare agrarische Wij kunnen bevestigen dat we agrarische bedrijven ontwikkelruimte op te nemen, zodat het mogelijk blijft ontwikkelingsmogelijkheden niet op slot zetten. Wij passen hier deze bedrijven te continueren en verder te verduurzamen. Daarbij altijd maatwerk toe en nemen een positieve grondhouding aan. zal de ondernemer zelf zijn (transitie)pad bepalen. Vertrouw daarbij op de intentie, kwaliteit, kennis en kunde van de lokale ondernemers. Zij hebben net als u het beste voor met de gemeente, haar bewoners en het prachtige buitengebied. 9 Leystromen
De concept Omgevingsvisie is een hoog over strategische visie. Er wordt echter niets vermeld over differentiatie (in relatie tot betaalbaar, sociaal) van de woongebieden en/of de herstructurerings- en uitbreidingslocaties. Een overall visie op deze onderdelen lijkt ons wenselijk. De visie blijft hiernaast abstract over de aantallen en typen woningen die nodig zijn. Hoeveel sociale huurwoningen zijn er voorzien in de verschillende kernen? En hoe wordt de betaalbaarheid geborgd voor starters, ouderen en andere aandachtsgroepen? In het licht van de Woningwet en onze prestatieafspraken vragen wij ons af: hoe wordt in de ruimtelijke keuzes geborgd dat er voldoende ruimte is voor sociale woningbouw? Wordt dit ook expliciet meegenomen in omgevingsplannen?
De differentiatie in woningbouwtypen is “geborgd” in de SRBTwoondeal en ons programma Wonen. Bij nieuwbouwprojecten is het streven om de verdeling 30% sociaal, 40% middenduur en 30% duur toe te passen. In de omgevingsvisie nemen we de algemene ambitie op dat we een gemeente willen zijn waar genoeg variatie aan woningen is en voldoende woningen voor alle levensfasen. In het programma Wonen hebben we deze ambitie doorontwikkeld en daarin zijn aantallen opgenomen. Het totaal aan beleid zal zijn uitwerking moeten krijgen in concrete woningbouwprojecten. In omgevingsplannen worden de verschillende typen woningen dan geborgd.
3.2 Kern Rijen Het stationsgebied wordt benoemd, welke gebied wordt hiermee bedoeld (op de kaart)?
De omgevingsvisie is in principe beleidsarm. Bestaand beleid is voor een groot deel overgenomen in de omgevingsvisie. Ter voorbereiding op de ontwikkelingen bij het station en de spoortunnel is een gebiedsvisie op het stationsomgeving vastgesteld. Dit heeft geleid tot het bestemmingsplan stationsomgeving. De termen stationsgebied en spoorzone worden door elkaar gebruikt in de tekst. Dat kan verwarrend zijn. De spoorzone is de bredere zone langs het spoor in de gehele bebouwde kom. Die zone biedt kansen voor stedelijke ontwikkelingen. Daarnaast is er de directe omgeving van het station waar het betreffende bestemmingsplan betrekking op heeft.
Onder het kopje " centrum van Rijen" wordt gesproken over oude De potentiële herstructureringslocaties die op de tekening staan fabrieksterreinen in en rond het centrum. Worden hier de aangegevenkunnen de oude fabrieksterreinen achter het lint potentiele herstructureringslocaties die zijn aangegeven op de betreffen, maar dat is niet alle gevallen zo. kaart mee bedoeld? Dit is waardevol om te vermelden. Onder uitgangspunten voor het centrum van Rijen staat vermeld dat winkels en andere voorzieningen vooral rond o.a. de Margrietstraat komen. Is het juist dat deze straat wordt vernoemd, deze heeft nu namelijk enkel een functie met wonen en aanpassing hiervan lijkt niet logisch?