CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Visie Ulvenhoutse Bos en omgeving

Raadscommissie Ruimte 23 maart 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Update-informatie piekbelasters (D66-GGR) Prioriteiten Gebiedsvisie Ulvenhoutse Bos (D66)9.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Visie Ulvenhoutse Bos en omgeving

Bestuurlijk overleg 9 december 2022

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1.

Omgeving – Ulvenhoutse Bos onderdeel van groter geheel. ......................................................... 7 1.1

2

GGA Ulvenhoutse Bos en e.o. – gebiedsopgaven ......................................................................... 16 2.1

3

Opgaven vanuit dat grotere geheel ........................................................................................ 8 Natuurdoelen ........................................................................................................................ 16

2.1.1

Hydrologisch kwelherstel .............................................................................................. 17

2.1.2

Vermindering van de stikstofdepositie ......................................................................... 18

2.2

De land- en tuinbouw houdt perspectief .............................................................................. 19

2.3

Ruimtelijke ontwikkelingen worden, indien mogelijk, ingepast ........................................... 20

2.4

Recreatief medegebruik wordt afgezet tegen wat het gebied aankan................................. 20

2.5

Meekoppelkansen ................................................................................................................. 21

Participatie en communicatie ....................................................................................................... 22

Bijlagen

2

Inleiding

Figuur 1 Grenzen GGA Ulvenhoutse Bos

Gebiedsgerichte Aanpak Ulvenhoutse Bos Met de gebiedsgerichte Aanpak (GGA) van de groenblauwe opgaven streeft de provincie in Noord Brabant samen met partners naar het in goede staat brengen en houden van de Natura 2000gebieden. Deze Natura 2000-gebieden kennen vaak een groot aantal vraagstukken, zoals verdroging, uitputting bodem, teveel stikstofneerslag, de land- en tuinbouwtransitie en de noodzaak tot energietransitie. In de gebiedsgerichte aanpak wil de provincie samen met partners meerdere vraagstukken integraal, op de Brabantse wijze, tegelijkertijd oppakken. Het Ulvenhoutse Bos (112 ha) is een van die Natura 2000-gebieden die we willen behouden en waar een gebiedsgerichte aanpak loopt. We werken er naar toe om te voldoen aan de Europese normen voor Natura 2000-gebieden. Het bos heeft drie habitattypen die onder druk staan: 1. ca. 31 ha H9120: Beuken-eikenbossen met hulst; 2. ca. 6,5 ha H9160A: Eiken-haagbeukenbossen; 3. en ca. 5 h H91E0C: Vochtige Alluviale Bossen (beekbegeleidend). Alle drie de habitattypen zijn in slechte staat door onder andere een te hoge stikstofdepositie en een verslechterde hydrologische situatie (te weinig kwalitatief goede kwel). Voorafgaand aan de start van de GGA Ulvenhoutse Bos en omgeving zijn er de afgelopen jaren diverse plannen gerealiseerd om de kwaliteit van het Ulvenhoutse Bos te verbeteren. Dit betreft 3

plannen in het kader van het Natura 2000-beheerplan en de PAS. Ook liggen er nog diverse plannen op de plank. Daarmee zijn de eerste stappen voor herstel gezet. We weten nu al dat er meer nodig is. Verkenningsfase In november 2021 is de verkenningsfase voor de GGA Ulvenhoutse Bos afgerond met de vaststelling van de gebiedsintentieverklaring door het Bestuurlijk overleg GGA Ulvenhoutse Bos om de kwaliteit van de habitattypen verder te verbeteren.

Figuur 2 Fasering Gebiedsgerichte Aanpak Noord-Brabant

De volgende partijen werken vanuit volledige gelijkwaardigheid samen binnen de gebiedsgerichte aanpak Ulvenhoutse Bos:  Gemeente Alphen-Chaam;  Gemeente Breda;  Provincie Noord-Brabant;  Rijkswaterstaat;  Staatsbosbeheer;  Waterschap Brabantse Delta;  ZLTO;  Brabant Water. Deze samenwerkingspartners spraken in de gebiedsintentieverklaring af om zich met de Gebiedsgerichte Aanpak te richten op: 1. het versterken en intensiveren van natuurherstel en: 2. verlagen van de milieudruk in en rond de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Deze doelen zijn verbonden aan de andere opgaven in en om het gebied voor de land- en tuinbouw en gebiedsontwikkelingen zoals woningbouw, recreatie en mobiliteit en economie. Met het vaststellen van de gebiedsintentieverklaring (zie citaat in oranje kader hieronder) is afgesproken dat de volgende vier samenhangende en gelijkwaardige doelen worden nagestreefd: 1. Het Ulvenhoutse Bos wordt er beter van 2. De agrariërs perspectief bieden. 3. Ruimtelijke ontwikkelprojecten mogelijk maken 4. Kansen meekoppelen

4

Citaat uit de Intentieverklaring: “Het Ulvenhoutse Bos is één van de oudste bossen in Nederland. Het is van oorsprong een vochtig bos dat bekend is om zijn rijke flora, zoals witte rapunzel en slanke sleutelbloem. Er is een grote diversiteit in het bos als gevolg van het reliëf en toestroom van grondwater tot in en op het maaiveld. Vanwege de bijzondere natuurwaarden is het Ulvenhoutse Bos aangewezen als Europees beschermd gebied (Natura 2000-gebied). De kritische depositiewaarde stikstof is gemiddeld voor 100% overschreden op de drie stikstofgevoelige Habitats in het Ulvenhoutse Bos. De Natura 2000 doelen voor het Ulvenhoutse Bos voor deze drie Habitats betreffen: • Voor (1) de vochtige alluviale bossen (H91E0_C) en voor (2) de eiken-haagbeukenbossen (H9160_A): herstel van kwaliteit en een vergroting van het areaal. •

Voor (3) de beuken-eikenbossen met hulst (H9120): het behoud van huidige kwaliteit en areaal.

Voor realiseren van de doelstellingen is een herstel van kwel nodig. Daarbij gaat het met name om acute overleving en instandhouding van sterk bedreigde relictpopulaties van typische soorten, vochtvoorziening en basen- en nutriëntenhuishouding in de wortelzone en lichttoetreding op de bosbodem. Het vergroten van het areaal kan binnen dan wel buiten de bestaande begrenzing van het Ulvenhoutse Bos worden gerealiseerd. In de omgeving van het Ulvenhoutse Bos is het druk met de Rijkswegen A58 en A27 (inclusief de wens van uitbreiding in kader van InnovA58). De stad Breda groeit met meer woningen en bedrijvenlocaties. De land- en tuinbouw is in transitie. De energietransitie vergt ruimte met in dit gebied kansen voor met name zonnedaken en -parken. En er is tot slot sprake van een forse recreatiedruk op het Ulvenhoutse Bos. Veel uitbreidingen zijn alleen mogelijk als de extra stikstofdepositie als gevolg daarvan wordt gecompenseerd en als de ontwikkelingen bijdragen aan de kwaliteiten van het Ulvenhoutse Bos. De land- en tuinbouw in de directe omgeving rond het Ulvenhoutse Bos is zeer gevarieerd. Er komt zowel veeteelt als tuinbouw voor in het gebied . Hoewel er ondernemers zijn die hun bedrijf op korte termijn zullen beëindigen blijft de land- en tuinbouw het buitengebied beheren waarbij er een verschuiving plaatsvindt naar intensievere teelten en boomteelt.

In het Markdal zit een actieve agrarische vereniging onder de naam ‘Markdal “

Van verkenning naar visie De gebiedsintentieverklaring die door de partners is opgesteld, geldt als basis voor de voorliggende visie. Status van de visie en samen werken aan opgaven Deze visie heeft geen juridische status en dient als vertrekpunt voor de volgende fase1. Op basis van deze visie werken de samenwerkende partijen toe naar een plan met concrete projecten en maatregelen. Hierbij vinden zij het belangrijk om dat samen te doen met de omgeving (inwoners, organisaties, bedrijven in het gebied). Daarom verbinden zij aan de GGA Ulvenhoutse Bos een zorgvuldig participatieproces dat bovendien voldoet aan de eisen vanuit de Omgevingswet. Dat begint met het delen van de gebiedsopgaven, zodat iedereen vanuit dezelfde informatie en doelen vertrekt en het draagvlak om aan de slag te gaan zo groot mogelijk is. Daarna wordt samen met de omgeving gezocht naar kansrijke oplossingen voor de opgaven. De gekozen alternatieven worden vervolgens nader onderzocht en uitgewerkt. Hierbij is het mogelijk dat stakeholders uit de omgeving ook maatregelen en/of projecten gaan uitvoeren.

1

Voor de habitattypen H9120: beuken-eikenbossen met hulst en H9160A: Eiken-haagbeukenbossen zijn Kritische Depositie-Waarden bepaald 1429 mol/ha/jr en voor de vochtige alluviale bossen H91E0C: 1857 mol/ha/jr. Huidige stikstofdepositie is gemiddeld ca. 2100 mol/ha. Een overschrijding van circa 47%. En geen 100% zoals in de gebiedsintentieverklaring staat.

5

Het is daarom belangrijk dat alle eerder genoemde gebiedspartners zowel gezamenlijk als individueel dit document vaststellen als gezamenlijke visie voor het herstel van het Natura 2000-gebied het Ulvenhoutse Bos en omgeving. Het is de basis voor de participatie. Nadat de visie door alle samenwerkende partijen is vastgesteld, wordt een passende uitvoeringsorganisatie opgezet. Deze visie geeft kaders en uitgangspunten mee voor de ontwikkelingen op deze terreinen en voor bouw- en recreatie-ambities van de partijen in het gebied. Leeswijzer Met de gebiedsgerichte aanpak groenblauw zetten samenwerkende partners in NoordBrabant in op het verbeteren van de condities in en rondom Natura 2000-gebieden. Deze gebiedsopgave geldt ook voor de GGA Ulvenhoutse Bos e.o. Het Ulvenhoutse Bos is onderdeel van een groter geheel, met vele in elkaar grijpende opgaven. Hoofstuk 1 gaat daar op in. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de gebiedsopgaven. Uitgangspunt is dat de partners zich samen gaan inzetten om de natuurdoelen en de daaraan gekoppelde Figuur 3 Ulvenhoutse Bos verplichtingen te realiseren. Zij gaan samen op zoek naar de mogelijkheden en kansen om gebiedsopgaven te realiseren: perspectief voor de agrariërs, (economische) ontwikkelingen, recreatie en meekoppelkansen. Hoofdstuk 3 gaat in op de uitgangspunten voor participatie en communicatie bij de GGA Ulvenhoutse Bos.

6

1. Omgeving – Ulvenhoutse Bos onderdeel van groter geheel. De GGA Ulvenhoutse Bos is een proces dat niet op zichzelf staat. Het is onderdeel van een bredere benadering die ook past in een bredere context. Dit hoofdstuk gaat in op die context.

Figuur 4: Ulvenhoutse Bos, onderdeel van een groter geheel

De provincie Noord-Brabant streeft naar een samenhangende aanpak van natuur, landschap en water die de omgevingskwaliteit en recreatiemogelijkheden versterkt. Alleen vanuit deze benadering kunnen onder andere de gevolgen van klimaatveranderingen voor de natuur en het watersysteem zo goed mogelijk opgevangen. De ontwikkelingsvisie voor het Ulvenhoutse Bos strekt zich verder uit dan alleen het Natura 2000-gebied. Het Ulvenhoutse Bos ligt in een complex systeem van beekdalen, oude boscomplexen en cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Figuur 4 laat dat zien. De eiken-haagbeukenbossen en alluviale bossen zijn grondwaterafhankelijk. Veel maatregelen voor deze habitattypen zijn gericht op hydrologisch herstel van de groeiplaatsen. De beperking van de invloed van de stikstofdepositie op dit bos blijft daarom een punt van aandacht.

7

De drager van de ontwikkelingsvisie is het “verbindende landschap” van beekdalen. Vanuit de brongebieden slingeren de Bavelse Leij en Chaamse Beek zich door het landschap richting het beekdal van de Mark. Soms zichtbaar, maar nog belangrijker, onzichtbaar als diepe kwel. De kalkrijke kwel zorgt ervoor dat het unieke Ulvenhoutse Bos als alluviaal bos haar voeding krijgt.

Omgevingsvisie Noord-Brabant over beekdallandschappen. “Het toekomstbeeld omvat stromende en slingerende niet te diepe beken, zodat ze zomers niet diep ontwateren en geen droogteschade voor land- en tuinbouw en natuur veroorzaken. Dit vraagt niet alleen iets van de inrichting van de beek zelf, maar juist ook van de aanliggende gronden. Hierdoor ontstaan ook kansen voor het ecologische netwerk en wordt water dat o.a. door de land- en tuinbouw gebruikt wordt langer in het gebied vastgehouden. Hiervoor is ook de sponswerking van de bodem van groot belang”.

1.1 Opgaven vanuit dat grotere geheel Robuuste klimaatvallei realiseren In de omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant is klimaatadaptatie als urgent genoemd. De inzet van klimaatrobuuste beeklandschappen is één van de speerpunten om de komende periode

Figuur 5 Klimaatonderlegger in de omgeving van Ulvenhout

8

hiermee aan de slag te gaan. Voor Noord-Brabant is een klimaatonderlegger gemaakt (zie figuur 5) met daarin een analyse op systeemniveau en denkrichtingen2. Met het herstellen/inrichten van beeklandschappen worden de kwaliteiten van het Ulvenhoutse Bos als alluviaal bos hersteld en waar mogelijk uitgebreid. Hiermee kan het gebied óók gaan fungeren als een “spons” voor de regio Breda – Ulvenhout – Bavel. Bij hevige regenbuien wordt het water opgeslagen en vastgehouden voor droge periodes. Daarnaast kan het gebied fungeren als groenblauwe koeltezone. Klimaatadaptatie behoort in Breda tot de een vanzelfsprekende opgave bij haar streven naar een toekomstbestendige stad.

Versterken Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland en draagt bij aan een goed leef- en vestigingsklimaat en de gezondheid van de Brabanders. In een groene provincie is het immers beter wonen, werken, leven en verdienen. Het netwerk is nog niet compleet. De komende jaren wordt door Staatsbosbeheer met de gebiedspartners verder gewerkt aan de realisatie van het Natuurnetwerk Brabant binnen de GGA.

2

https://www.brabantsedelta.nl/_flysystem/media/210114_-ind_poster-klimaatonderlegger.jpg

9

Figuur 6: Ulvenhoutse Bos – Versterken NNB

Groenblauwe mantel Om de robuustheid van natuursystemen te bevorderen (minder kwetsbaar te maken), zijn verbindende gebieden opgenomen tussen het Natuurnetwerk Brabant en het landelijk gebied; dit heet ‘de groenblauwe mantel’. Dit zijn doorgaans agrarische gebieden. De natuurgebieden van en in de nabijheid van het Ulvenhoutse Bos bezitten belangrijke kwaliteiten. Een verdere ontwikkeling versterking en verbinding hiervan (figuur 6) vergroot de impact op het NNB en aantrekkelijkheid ervan. Terughoudendheid met het toevoegen van nieuwe recreatieve voorzieningen is geboden bij gebieden met grote ecologische waarden zoals het Ulvenhoutse Bos.

10

Verduurzaming land- en tuinbouw, vernieuwend boeren én perspectief.

Figuur 7 Verduurzaming land- en tuinbouw

De land- en tuinbouwsector zit midden in een transitie. De provincie heeft recent het “Beleidskader Landbouw en Voedsel” vastgesteld. Een uitgangspunt hierbij is dat landbouw wordt bedreven die goed past bij de randzones van Natura 2000-gebieden. Bij al het hierboven toegelichte, spelen land- en tuinbouw en de diverse landgoederen een cruciale rol. Zij kunnen water vasthouden en de nodige kweldruk opvoeren door bijvoorbeeld waterbuffers te creëren die gebruikt kunnen worden in droge periodes maar die ook ten goede komen van de natuur. Daarnaast kunnen de waterbuffers ook zorgen voor verkoeling bij hitte-perioden. Verduurzaming van de land- en tuinbouw en bodemverbetering kunnen hier een bijdrage aan leveren. De land- en tuinbouw kan de brug vormen tussen de beekdalen In het beekdal is ruimte voor (extensieve) land- en tuinbouw. Hierbij wordt rekening gehouden met de kaders die de beekdalen en de natuur daaraan meegeeft: duurzaam en van meerwaarde voor het landschap. De land- en tuinbouw heeft ruimte om hier zelf 11

invulling aan te geven bijvoorbeeld omdat ze een rol heeft bij het natuurbeheer, door het ontwikkelen van “extensievere“ land- en tuinbouw op de flanken of door het rechtstreeks leveren van verse producten voor de stad en door het opwekken van duurzame energie. Van groot belang is hierbij dat de agrarische sector in het gebied een zo aantrekkelijk mogelijk toekomstperspectief behoudt of ontwikkelt.

Aanpassingen in recreatieve mogelijkheden Het Ulvenhoutse Bos en omgeving omvat een uniek gebied met afwisselende beekdalen en bijzondere bos- en natuurgebieden met een grote recreatieve aantrekkelijkheid. Het gebied, een klimaatvallei, is een plek vol (verborgen) schatten waar altijd iets te beleven is. Aan natuurschoon is geen gebrek: het gebied heeft het Mastbos en het beekdal van de Boven Mark, diverse landgoederen en uitgestrekte bosgebieden. Door deze met elkaar te verbinden, waar mogelijk recreatieve routes en recreatieve mogelijkheden aan te passen én door het gebied op een natuurlijke manier aan te sluiten bij de stad, ontstaat één aantrekkelijk recreatiegebied. Zonering van recreatie moet helpen om de natuurwaarden te beschermen.

Verbeteren waterkwantiteit en waterkwaliteit3 en drinkwatervoorziening Het Ulvenhoutse Bos en omgeving ligt in drie deelstroomgebieden; de Boven Mark, Bavelse Leij en de Chaamse beken. Voor alle drie de gebieden moeten nog inrichtingsmaatregelen worden genomen. Die zijn in de maatwerkovereenkomst met Waterschap Brabantse Delta geprogrammeerd. Geohydrologisch herstel en de waterkwaliteit in de beeksystemen van met name de Boven Mark en de Chaamse beken verdienen nog aandacht. In het deelstroomgebied van de Boven Mark worden de waterkwaliteitsnormen meer dan 5 maal overschreden. De belangrijkste oorzaak hiervoor is dat water dat vanuit België naar Nederland stroomt verontreinigd is met onder andere nitraat en fosfaat. Hierover moeten afspraken gemaakt worden met België. Dit is geen onderdeel van de Gebiedsgerichte Aanpak Ulvenhoutse Bos en omgeving4. Voor het deelstroomgebied van de Chaamse beken geldt dat de waterkwaliteitsnormen 2 tot 3 maal worden overschreden. De belangrijkste oorzaak is te veel afstroom van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen vanuit de land- en tuinbouw. Voor de Chaamse Beken wordt een Bekenvisie opgesteld. Voor het deelstroomgebied van de Bavelse Leij geldt dat de waterkwaliteit redelijk goed op orde is en zijn op dit moment geen aanvullende maatregelen voorzien.

Het verbeteren van de waterkwantiteit een waterkwaliteit is ook van belang voor de drinkwatervoorziening. Een goede drinkwatervoorziening blijft essentieel. Borging van de drinkwatervoorziening zal bij alle ontwikkelingen in het gebied nadrukkelijk als volwaardig belang meegenomen worden. Verminderen van stikstofdepositie 3

Kaderrichtlijn Water en Omgevingsvisie Noord-Brabant. De Kaderrichtlijn Water vraagt dat de waterkwaliteit uiterlijk in 2027 in orde moet zijn. Het waterschap Brabantse Delta, eventueel samen met het Ministerie I&W, kan verdergaand initiatief nemen om met Belgische instanties, ervoor te zorgen dat de verontreiniging in Nederland niet verder toeneemt. 4

12

Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Het stikstofvraagstuk is ingrijpend en complex en er zijn veel belangen mee gemoeid. De richtinggevende stikstofreductiedoelen, die het kabinet in juni 2022 bekend maakte als onderdeel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied, hebben grote impact. Voor Brabant bestaat reeds een pakket aan bronmaatregelen, de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS)5. In de BOS zijn bronmaatregelen opgenomen, waarbij alle sectoren een bijdrage leveren aan de reductieopgave. Hoeveel dit precies is en wat de restantopgave is voor het Ulvenhoutse Bos wordt nader bekeken. Daarnaast levert deze gebiedsgerichte aanpak net als de bronmaatregelen uit de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof een bijdrage aan het behalen van de richtinggevende doelen. In het najaar van 2022 publiceert het Rijk richtinggevende reductiedoelen op het gebied van stikstofoxiden, water en klimaat. Voor 1 juli 2023 moet de provincie een provincie breed plan klaar hebben waarin is opgenomen hoe te voldoen aan de landelijke doelen (natuur, water, en klimaat) conform het Nationaal Programma Landelijk Gebied. De reductieopgave voor Brabant is 6.957 ton ammoniak in 2030 ten opzichte van 2018. Samen met de emissiereductie van alle provincies tezamen zorgt dit ervoor dat in 2030 in Nederland 39% van het areaal onder de kritische depositiewaarde (KDW) kan komen.

De huidige prognose voor 2030 is dat 31% van het totale Brabantse areaal onder de KDW kan komen door het generieke beleid. Dit is niet verder gespecifieerd voor het Ulvenhoutse Bos. Overigens is het goed dat we ons bewust zijn van de enorme uitdaging die er op dit gebied voor het Ulvenhoutse Bos ligt. De grootste reductie van de stikstofdepositie valt echter buiten de directe invloed en reikwijdte van het gebiedsproces Ulvenhoutse Bos. Zo komt er stikstof uit een ruime zone rondom Breda en komt een aanzienlijk deel uit het buitenland. De achtergronden over de belasting van het Ulvenhoutse Bos en de bronnen vindt u op het Brabantse overzicht stikstofdata5. Voor de habitattypen H9120: beuken-eikenbossen met hulst en H9160A: Eiken-haagbeukenbossen zijn de Kritische Depositie-Waarden bepaald van 1429 mol/ha/jr en voor de vochtige alluviale bossen H91E0C: 1857 mol/ha/jr. De huidige stikstofdepositie is gemiddeld ca. 2100 mol/ha (peiljaar 2022). Dat is een overschrijding van circa 47%.

5

https://www.brabant.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof/brabantse-ontwikkelaanpak-stikstof

13

Tabel 1 Stikstof, herkomst stikstofdepositie Ulvenhoutse Bos (peiljaar 2022)

Herkomst depositie Stikstof

Buitenland Landbouw Consumenten Wegverkeer Scheepvaart Industrie e.a. Ammoniak uit zee Verkeer overige Handel, diensten en bouw

Herkomst %6

ca. 2100 mol/ha 43% 32% 9% 9% 3% 2% 2% 1% 1%

De vermindering van de stikstofneerslag moet dus deels worden bereikt door generieke maatregelen op Rijks- en provinciaal niveau. Deels kan het door de gebiedspartners bereikt worden met maatregelen in de directe zone van het Ulvenhoutse Bos. Binnen de gebiedsgrenzen zijn zeker mogelijkheden om winst te behalen en de aanwezige stikstofemissie te verminderen of weg te nemen. We gaan hierin hoofdstuk 2 verder op in. Ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken vanuit de Omgevingsvisie Breda De gemeente Breda kiest met de Omgevingsvisie7 voor een toekomstbestendige stad waar wordt geïnvesteerd in natuur en het watersysteem. Een gemeente die bestand is tegen de toenemende uitersten die het gevolg zijn van de verandering van het klimaat, zoals periodes van hitte en droogte of juist hevige regenval. Breda ambieert een stad te zijn met een vitaal buitengebied en genoeg ruimte voor parken, natuur en water. Bij het Ulvenhoutse bos worden maatregelen genomen om de stikstofemissie zoveel mogelijk weg te nemen, het bos uit te breiden en de waterhuishouding te herstellen. Ook wordt ingezet op ecologische verbindingen via de beekdalen en bossen aan de Westzijde van Breda. Met bosuitbreidingen van onder andere het Mastbos en het Ulvenhoutse bos worden bossen robuuster en veerkrachtiger gemaakt en kan de recreatiedruk worden gespreid.

Tegelijkertijd heeft Breda een hoog-stedelijke ambitie met verdichting in de bestaande stad en zoekgebieden voor woningen en bedrijven in de omgeving van het Ulvenhoutse bos met als uitgangspunten:  Zorgen voor een goede landschappelijke inpassing in de omgeving.  Inspelen op de aanpassingen aan de A58.  Bestaande natuurwaarden en ecologische hoofdstructuur behouden en beschermen of kwalitatief compenseren.  Aandacht voor recreatieve functies  Versterken en realiseren natuurwaarden en hydrologische kansen 6 7

https://www.brabant.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof/brabants-overzicht-stikstofdata, 2022. https://gemeente.breda.nl/file/2681/download, pagina 77.

14

Daarnaast wil de gemeente Breda de agrarische en landschappelijke structuur versterken met ontwikkelingsmogelijkheden voor de land- en tuinbouw die bijdragen aan de groene dooradering van het land- en tuinbouwlandschap.

15

2 GGA Ulvenhoutse Bos en e.o. – gebiedsopgaven Bij de GGA Ulvenhoutse Bos wordt met samenwerkende partners ingezet op een integrale, Brabantse aanpak van samenhangende vraagstukken rondom Natura 2000-gebieden. Met de partners is afgesproken dat we er samen voor gaan om de natuurdoelstellingen te behalen (zie paragraaf 2.1). Binnen dit kader zoeken de partners én inwoners, bedrijven en organisaties in het gebied samen naar wat er mogelijk is op het gebied van: 1.

Het bieden van perspectief voor de agrarische sector (zie paragraaf 2.2);

2.

Het mogelijk maken van Ruimtelijke ontwikkelprojecten (zie paragraaf 2.3);

3.

Recreatief medegebruik (zie paragraaf 2.4);

3.

Meekoppelkansen (zie paragraaf 2.5). Deze visie geeft hiermee richting aan het herstel en de ontwikkeling van het Ulvenhoutse Bos en de directe omgeving ervan. Bij de uitwerking van de visie in de volgende fase wordt waar mogelijk aansluiting gezocht bij andere maatschappelijke vraagstukken en lopende processen zoals energie en circulariteit. Uiteindelijk moet er harmonie ontstaan tussen natuur, wonen, land- en tuinbouw en recreatie.

2.1

Natuurdoelen

De belangrijkste knoppen waar aan gedraaid kan worden om de natuurwaarde te herstellen zijn hydrologische kwelherstel (zie paragraaf 2.1.1) en beperking van stikstofdepositie (zie paragraaf 2.1.2).

Figuur 8 Gebiedsgerichte Aanpak Ulvenhoutse Bos

16

2.1.1 Hydrologisch kwelherstel

Figuur 9 Hydrologisch kwelherstel

Van cruciaal belang voor de natuuropgave is het herstel van de kwelstroom richting het Ulvenhoutse Bos (zie figuur 9) Het grondwater stroomt in noordwestelijke richting en neemt vanuit de leemlagen kalk mee. Dit kalkrijke kwelwater komt in de laagte van het Ulvenhoutse Bos tot uitstroming. Dit is nodig om eiken-haagbeukenbossen en beekbegeleidende bossen te behouden. Hier groeien zeldzame plantensoorten zoals witte rapunzel en knikkend nagelkruid. Om kwelherstel te realiseren wordt in de volgende fase van de gebiedsgerichte aanpak samen met de omgeving gezocht naar mogelijke maatregelen. Vanuit de samenwerkende partijen worden de maatregelen die zijn genoemd in tabel als kansrijke mogelijkheden ingebracht. Deze zijn gebaseerd op hydrologisch onderzoek. Er is echter wel meer helderheid gewenst over de haalbaarheid van de maatregelen en het effect op de gebruiksfuncties en de mogelijkheden tot mitigatie. Hiervoor wordt nader onderzoek uitgevoerd. Tabel 2: Mogelijke maatregelen kwelherstel GGA Ulvenhoutse Bos

1.

Infiltratie bevorderen tussen winlocatie en Natura 2000

2.

Opheffen bemaling Deken Dr. Dirckxweg

3.

Peilopzet zandwinplas met aanvoer van hemel-/regenwater

4.

Verhogen peil en dempen sloten tussen begraafplaats en A27

5.

Peilverhoging Chaamse Beek

17

6.

Verondiepen/dempen huidige Leeuwerikloop zuidkant A58

7.

Omleiding afwatering Leeuwerikloop, benedenstrooms door huidige land- en tuinbouwpercelen in combi met mogelijke maatregel 6.

8.

Boven Mark inclusief dempen sloten aan oostzijde van de Boven Mark binnen NNBbegrenzing.

2.1.2 Vermindering van de stikstofdepositie Binnen de Gebiedsgerichte Aanpak wordt nader bekeken wat de generieke maatregelen opleveren en wat de restopgave is. De stikstofopgave ligt niet alleen bij de Gebiedsgerichte Aanpak Ulvenhoutse Bos maar zij kan wel een bijdrage leveren. Daarom hebben de gebiedspartners een inspanningsverplichting afgesproken om stikstofemissie te verminderen. Om een indruk te krijgen van de inspanning die gerealiseerd kan worden door gebiedspartners is nader onderzoek nodig. Binnen de gebiedsgrenzen zijn zeker mogelijkheden om winst te halen om stikstofuitstoot te verminderen of weg te nemen. Hierbij valt te denken aan het aanpassen van de verkeers- en vervoerstructuur in het Ulvenhoutse bos, inzet van andere teelten om CO2 en stikstof uit de lucht te halen, versnellen van de energietransitie van huizen aan de zuidzijde van de gemeente Breda en afvangen van stikstof door bomen/groen zones rondom emissiebronnen (erfbeplanting) en/of kwetsbare habitattypen. Dat laatste is een mooie koppelkans met de ambitie om meer bomen aan te planten. Daarnaast zal stikstof verminderen als agrariërs vrijwillig gebruik maken van de stoppersregelingen of op een andere manier stoppen of omschakelen naar een andere manier van land- en tuinbouw bedrijven en landgebruik.

Tevens is bij realisatie van het natuurnetwerk (paragraaf 1.1) sprake van een ander grondgebruik waarbij minder stikstof zal worden uitgestoten. In tabel 3 zijn maatregelen opgenomen die de samenwerkende partijen kansrijk achten. Partijen zullen nader onderzoek doen naar deze mogelijke maatregelen en input uit de participatierondes meenemen.

18

Tabel 3 Mogelijke 'stikstof-maatregelen'

Mogelijke maatregelen Vermindering, verbeteren verkeersdoorstroming rondom Ulvenhoutse Bos Versnelde elektrificatie wagenpark/OV Emissie eisen mobiele werktuigen in aanbestedingen voor wegwerkzaamheden Energietransitie/verduurzamen industrie Ander landbouwkundiggebruik land- en tuinbouw waardoor CO2 en NOx worden vastgelegd. Erfbeplanting Glastuinbouw op het warmtenet Energietransitie woningbouw aan de zuid kant van Breda voorrang geven Realiseren NNB Beëindiging en/of omschakeling veehouderij bedrijven (Vooralsnog gaan we er vanuit dat dit plaatsvindt op vrijwillige basis.) Verschuiven Knooppunt Annabosch /A58

De stikstofopgave is op dit moment volop in ontwikkeling. Het is nog onzeker hoe een en ander zich verder ontwikkelt qua regelgeving en jurisprudentie. Met de gebiedspartners is afgesproken dat we niet wachten totdat er meer duidelijkheid bestaat over de stikstofopgave en de hierbij horende verplichtingen. De samenwerkende partijen spreken af dat ze zich allemaal gaan inspannen om daar waar mogelijk stikstof emissie te verminderen. Om ervoor te zorgen dat we binnen het GGA Ulvenhoutse Bos op een constructieve wijze blijven samenwerken aan de opgave is het van belang dat we elkaar op het stikstofonderwerp zowel ambtelijk als bestuurlijk tijdig betrekken en informeren.

2.2 De land- en tuinbouw houdt perspectief De omgeving van het Ulvenhoutse Bos en het St Annabosch kenmerkt zich door een grote diversiteit aan agrarische bedrijven. Het aantal bedrijven met vee en het aantal plantaardige bedrijven in het gebied is verdeeld over een groot aantal sectoren: vleesvee, paardenhouderij, melkvee, jongveeopfok komt voor, maar ook akkerbouw, tuinbouw, paddenstoelen, vaste planten- en boomteelt en zacht fruit. Bij elkaar zijn de bedrijven goed voor ruim 900 hectare productieareaal. De drie bedrijven met het grootste productieareaal beschikken samen over ca. 50% van het productieareaal. 13 ondernemers (57%) verrichten de werkzaamheden op het bedrijf zelfstandig uit. De overige ondernemers werken met personeel. Het gaat om zowel vast personeel, flexibele arbeid als seizoensarbeid. Gemiddeld genomen zijn er ruim 600 personen werkzaam bij de bedrijven. De drie bedrijven met de grootste arbeidsbehoefte hebben hier het grootste aandeel in. Voor de land- en tuinbouw en landgoederen wordt nagegaan wat de maatregelen voor behoud van de habitattypen betekent voor hun huidige bedrijfsvoering. De mate van vernatting wordt met het gebied bepaald waarbij het behoud van het Ulvenhoutse Bos voorop staat, maar wel met oog voor de bestaande situatie en de ambities van de partners en de samenleving.

Het is hierbij van cruciaal belang dat blijvend perspectief geboden blijft worden aan de agrarische sector en de landgoederen. Samen met de desbetreffende agrariërs wordt gezocht naar een passend toekomstperspectief. 19

De uitdagingen die daarbij het hoofd moeten worden geboden zijn per sector verschillend. Voor de melkveehouderij zal in de toekomst de eis van grondgebondenheid een grote rol gaan spelen. Gezien de huidige veebezetting per hectare betekent dit een extensivering van de huidige bedrijven. Hiervoor dient er voldoende land- en tuinbouwgrond beschikbaar te blijven. Een aantal ondernemers maakt gebruik van containervelden (boomteelt) of stellingen (aardbeienteelt) en heeft daarbij het watersysteem zodanig geoptimaliseerd dat het nagenoeg gesloten is. Deze bedrijven en de overige bedrijven met boomteelt, vaste planten en tuinbouw zijn zeer gevoelig voor vernatting. Uiteindelijk zal maatwerk nodig zijn om in het gebied de opgaven voor kwelherstel samen te laten gaan met het intact houden en zo mogelijk versterken van de agrarische structuur. In het gebied zijn diverse solitaire- en teeltondersteunende kassen aanwezig. Deze worden met name ingezet voor de boomteelt, plantenopkweek en zachtfruitteelt. Ook hier spelen richting de toekomst diverse vragen om het perspectief op de locatie helder te krijgen. Het gaat hier afhankelijk van het energieverbruik over hoe men in de toekomst aardgasvrij kan gaan telen en hoe men afhankelijk van de aanwezige stookinstallaties de uitstoot van NOx (stikstofoxiden) kan verminderen.

Met name op de solitaire locaties is aardgasvrij telen momenteel nog een grotere uitdaging dan in de glastuinbouwclusters. De sector zoekt in de energietransitie naar mogelijkheden voor samenwerking met andere initiatieven en nodigt overheid en andere potentiële partners uit om hier in samen te werken. Een aantal ondernemers heeft de wens om de kas uit te breiden of te verplaatsen. Met de door de provincie Noord-Brabant vastgestelde nieuwe omgevingsverordening ontstaan hieromtrent nieuwe mogelijkheden voor solitaire- en teeltondersteunende kassen i.c.m. de door de provincie nog uit te werken Glas-voor-glas-regeling. In bijlage 1 is een nadere toelichting van de agrarische sector bij het Ulvenhoutse Bos opgenomen waarmee het belang voor een één op één benadering van de boeren wordt onderstreept. Het bieden van een duurzaam en langjarig perspectief voor de land- en tuinbouwsector is een verantwoordelijkheid voor de ondernemers zelf, de ketenpartners en gebiedspartners.

2.3 Ruimtelijke ontwikkelingen worden, indien mogelijk, ingepast Bij het opstellen van de visie zijn er door de gemeente Breda en Rijkswaterstaat ontwikkelwensen aangegeven die op gespannen voet staan met de noodzakelijke vernatting van het gebied en de reductie van de stikstofdepositie. De gemeente Breda heeft de wens om woningen te bouwen om de woningnood op te lossen en om industriegebied in te richtingen ten zuidwesten van Bavel. Zie bijlage 2. Rijkwaterstaat heeft de wens om de A58 te verbeteren om de mobiliteitsproblemen op te lossen. Zie bijlage 3. De planvorming hiervan is voorlopig stopgezet vanwege tekort aan rekencapaciteit voor stikstof (zie de brief van Minister Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) aan de Tweede Kamer van 23 juni 2022). Bij alle ontwikkelwensen wordt het herstel van de habitattypen als randvoorwaarde gesteld. Ontwikkelingen blijven mogelijk via mitigerende maatregelen.

2.4 Recreatief medegebruik wordt afgezet tegen wat het gebied aankan De aantrekkingskracht van het Ulvenhoutse Bos om te wandelen, fietsen, de hond uit te laten of te verblijven is groot. De recreatie in en rondom het Ulvenhoutse Bos wordt afgestemd op wat het 20

gebied aankan. Er loopt een onderzoek wat deze recreatieve belasting betekent voor de vitaliteit van het bos. Het onderzoek moet uitwijzen of en welke maatregelen genomen moeten worden. Dit onderzoek moet uitgevoerd worden voor de start van de participatie. Indien nodig dient hierover nog aparte besluitvorming plaats te vinden.

2.5 Meekoppelkansen Tijdens het participatieproces gaan we samen met de omgeving op zoek naar wat mogelijk is op het gebied van ontwikkelingen en perspectief voor de land- en tuinbouw. Het Ulvenhoutse Bos is onderdeel van een groter geheel. Het is denkbaar (waarschijnlijk) dat tijdens het participatieproces thema’s aangeboord worden die in dit hoofdstuk niet zijn beschreven maar die wel een positieve bijdrage kunnen leveren aan het gebied én aan een van de landelijke opgaven. Het streven is om dan te onderzoeken of het mogelijk is om deze thema’s en opgaven over te nemen (meekoppelkansen). Een aantal van deze thema’s8 zijn:    

8

Energietransitie; Deltaplan Ruimtelijk Adaptie (klimaatadaptatie); Bosuitbreiding; Goede drinkwatervoorziening en goede waterkwaliteit.

Zie ook hoofdstuk 1.

21

3 Participatie en communicatie Participatie: Omgevingswet en maatschappelijke ontwikkeling De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie, zodat overheden op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen. De wet zegt over participatie: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Met belanghebbenden worden bedoeld burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. Deze benadering past in of is een uitvloeisel van de maatschappelijke ontwikkeling dat spelers in ‘de omgeving’ van projecten hierbij ook nadrukkelijk betrokken willen zijn. Verantwoording participatie Overheden moeten aangeven hoe de belanghebbenden betrokken worden bij de totstandkoming van omgevingsvisie, programma, omgevingsplan, omgevingsverordening, waterschapsverordening, projectbesluit of en/omgevingsvergunning. En welke resultaten dat heeft opgeleverd. Gemeenten, provincies en waterschappen moeten ook aangeven hoe ze hun eigen participatiebeleid hebben ingevuld. Participatie is vormvrij De wet schrijft niet voor welke vorm participatie moet hebben. Daar zijn het bevoegd gezag en de initiatiefnemer vrij in. Ze kunnen eigen keuzes maken voor de inrichting van een participatieproces.

Logisch, want de locatie, het soort besluit, de omgeving en de betrokkenen zijn elke keer anders. En ook het moment waarop de participatie start, verschilt per situatie. Participatie: vijf criteria Transparantie, kwaliteit, gelijkheid, inclusiviteit en passendheid zijn succesfactoren voor geslaagde participatie waarbij de mate van tevredenheid het succes aangeeft. In deze Denkwijzer staan onder meer deze succesfactoren uitgewerkt. In het plan van aanpak dat volgt op deze visie wordt het participatie- en communicatieproces verder uitgewerkt. Visie m.b.t. participatie en communicatie Ulvenhoutse Bos Ambitie (why, waar gaan we voor en waar staan we voor in participatie & communicatie): Als gebiedsteam zorgen we samen met de gebiedspartners ervoor dat er voldoende begrip (kennis), draagvlak (positieve houding) en samenwerking/meedoen/initiatief (gedrag) ontstaat t.a.v. de opgaven van het Ulvenhoutse Bos om een gezond, robuust en toekomstbestendig Ulvenhouts Bos met duurzame land- en tuinbouw en ruimte voor ontwikkelingen te creëren. dat doen we door …. het formuleren van een gedragen, gezamenlijke participatie-en communicatieaanpak, waarbij a. heldere, gecoördineerde communicatie en persoonlijke relaties de basis zijn van een constructief en succesvol proces. Dat werkt het best als we inzetten op de beleving van wat er speelt in het projectgebied op de hoofdthema’s.

In gesprek met elkaar, luisteren, oprechte interesse, belangen, zorgen en toekomstwensen ontdekken en met elkaar verenigen, zoeken naar wat wél kan, 22

leren & experimenteren, innovatief, open, onzekerheid accepteren. We sluiten aan bij de participatierichtlijnen van de Omgevingswet en de lokale participatieverordeningen, en: b. we maken gebruik van de communicatiekracht, expertise en doelgroepkennis van elk van de partners in de GGA. zodat … organisaties, ondernemers en inwoners in het gebied tijdig, voldoende en regelmatig geïnformeerd worden over en mee (willen) -denken en -werken aan de oplossingen voor de opgaven waar we allen voor staan in het Ulvenhoutse Bos en omgeving. Zo ontstaan draagvlak, enthousiasme en ambities om er samen de schouders onder te zetten.

23

Bijlagen

24

Bijlage 1 Toelichting van de agrarische sector bij het Ulvenhoutse Bos De omgeving van het Ulvenhoutse Bos en het Sint Annabosch kenmerkt zich door een grote diversiteit aan agrarische bedrijven. Het aantal bedrijven met vee en het aantal plantaardige bedrijven in het gebied is gelijk verdeeld over een groot aantal sectoren: vleesvee, paardenhouderij, melkvee, jongveeopfok komt voor, maar ook akkerbouw, tuinbouw, paddestoelen, vaste planten- en boomteelt en zachtfruit. Bij elkaar zijn de bedrijven goed voor ruim 900 hectare productieareaal. Een aantal bedrijven heeft een verbrede activiteit of is zich daar op aan het oriënteren. Het relatieve hoge aandeel aan tuinbouw, boomteelt en zachtfruit bedrijven komt door de hiervoor zeer geschikte grond. Hierdoor is de omgeving van Breda van oudsher een gebied waar boomteelt en zachtfruit bedrijven voorkomen. Door de vesting van een van de grotere veilingen in Nederland heeft de regio Breda zich in het verleden ontwikkeld tot het centrum van de aardbeienteelt in Nederland, maar ook vollegrondsgroenten kwamen vanuit de streek naar de veiling. In het gebied zorgen met name de bedrijven in de plantaardige sectoren voor een flinke werkgelegenheid: de agrarische bedrijven in het gebied zijn samen goed voor een werkgelegenheid (vast en tijdelijk en seizoenswerk) van 600 werknemers.

Een aantal plantaardige bedrijven heeft meerdere locaties en zoekt mogelijkheden om locaties te concentreren door samenvoeging van de locaties. De verwachting is dat de veelkleurigheid aan agrarische bedrijven het Bredase buitengebied zal blijven stofferen, al speelt het probleem van bedrijfsopvolging hier wel degelijk ook een rol. Diverse bedrijven verwachten in de toekomst hun bedrijf nog verder te ontwikkelen, op de bedrijfslocatie of een andere locatie, door een grotere omvang, of door het efficiënter maken van het productieproces of juist door het bedrijf te extensiveren waarbij een aantal ondernemers interesse heeft in (agrarisch) natuurbeheer. Kavelruil kan voor deze bedrijven kansen bieden om de structuur van hun bedrijf te versterken. Voor de melkveehouderij blijft het cruciaal om voldoende land- en tuinbouwgrond beschikbaar te houden gezien de opgave om binnen nu en 10 jaar grondgebonden te zijn. Als het gaat om de gevolgen van de klimaatverandering dan zijn deze juist in de agrarische sector direct voelbaar. De beschikbaarheid van voldoende water is daarvoor cruciaal. Binnen de sector is er een steeds groter besef dat duurzaam bodem- en waterbeheer cruciaal is om de klimaatveranderingen het hoofd te bieden: een gezonde bodem is weerbaarder en houdt langer water vast. Daarom maken veel ondernemers werk van het vasthouden van water en het slim infiltreren van water.

Er liggen kansen om op gebiedsniveau te bekijken hoe nog slimmer water vast gehouden kan worden. Ondernemers willen hiermee aan de slag. Een aantal ondernemers maakt gebruik van containervelden (boomteelt) of stellingen (aardbeienteelt) en heeft daarbij het watersysteem zodanig geoptimaliseerd dat het nagenoeg gesloten is. Deze bedrijven en de overige bedrijven met boomteelt, vaste planten en tuinbouw zijn zeer gevoelig voor vernatting. Uiteindelijk zal maatwerk nodig zijn om in het gebied de opgaven voor kwelherstel samen te laten gaan met het intact houden en zo mogelijk versterken van de agrarische structuur. In het gebied zijn diverse solitaire- en teeltondersteunende kassen aanwezig. Deze worden met name ingezet voor de boomteelt, plantenopkweek en zachtfruitteelt. Ook hier spelen richting de toekomst diverse vragen om het perspectief op de locatie helder te krijgen. Het gaat hier afhankelijk van het energieverbruik over hoe men in de toekomst aardgasvrij kan gaan telen en afhankelijk van de aanwezige stookinstallaties over uitstoot NOx. Met name op de solitaire locaties is aardgasvrij telen momenteel nog een grotere uitdaging dan in de glastuinbouwclusters. De sector zoekt in de 25

energietransitie naar mogelijkheden voor samenwerking met andere initiatieven en nodigt overheid en andere potentiële partners uit om hier in samen te werken. Een aantal ondernemers heeft de wens om de kas uit te breiden of te verplaatsen. Met de door de provincie Noord-Brabant vastgestelde nieuwe omgevingsverordening ontstaan hieromtrent nieuwe mogelijkheden voor solitaire- en teeltondersteunende kassen i.c.m. de door de provincie nog uit te werken Glas-voorglas-regeling. Daarbij loopt elke ondernemer, samen met zijn gezin, zijn eigen pad. Centraal staan daarbij de vragen: ‘wat wil ik, wat zijn mijn mogelijkheden, en waar word ik gelukkig van?’ Deze ontwikkelrichtingen zijn aan de keukentafel verkend om uiteindelijk de juiste keuzes te kunnen maken. Op het erf komen veel vraagstukken samen, denk aan het reduceren van emissies, bodemen waterbeheer, dierenwelzijn en diergezondheid, arbeidsinvulling, vragen vanuit de markt en de afnemer, etc. Dat betekent dat ondernemers integraal moeten denken en vooruit moeten kijken. Zij zijn op zoek naar totaaloplossingen. Vaak heeft de ondernemer daar andere partijen voor nodig.

Addendum De aanleiding voor de gebiedsgerichte aanpak Ulvenhoutse Bos is de N2000 opgave voor het gebied. In de gezamenlijke visie voor het Ulvenhoutse Bos en omgeving hebben we als partners afgesproken dat we deze opgave realiseren door deze integraal te koppelen aan vier samenhangende en gelijkwaardige doelen waarvan het bieden van perspectief voor de agrarische sector er één is. Immers: een sterke, toekomstgerichte en innovatieve landbouwsector is essentieel voor behoud van de ruimtelijke kwaliteit in het gebied. Alleen zo kunnen de meervoudige groenblauwe en stikstofopgaven in samenhang worden opgepakt en tot een goed einde worden gebracht. Bij alle stappen in het vervolgproces dient dit principe leidend te blijven. Boeren en tuinders bewegen mee met de gewenste ontwikkeling van het gebied. Andersom blijft de gebiedsontwikkeling recht doen aan blijvende agrarisch ondernemers om hun belangrijke rol te kunnen blijven vervullen: de productie van vers, gezond voedsel en fijn groen in balans met milieu, water en natuur. Als agrarische bedrijven investeren om zich aan te passen aan de nieuwe situatie zullen overheden adviseren of de investering voldoende bijdraagt aan de toe behalen doelen (water, natuur en klimaat) met een vooruitblik naar 20-25 jaar.

De partners spannen zich maximaal in om maatwerk te leveren, waar mogelijk bij te dragen aan de financiering van de te nemen maatregelen en met een eerlijk advies te komen over de toekomstbestendigheid van het bedrijf na de investering. Daarbij houden we rekening met het totaal van ontwikkelingen in het gebied voor het halen van de natuur, water of klimaatdoelstellingen. We (overheden en sector) kunnen niet voorzien welke bijsturing van wettelijke afspraken op water, natuur en klimaat in het verschiet liggen. Daarom kunnen overheden geen vrijwaringstermijn geven voor nieuwe investeringen. We blijven met elkaar in overleg, zodat mocht het komen tot nieuwe kaders we samen zoeken naar oplossingen.

26

Bijlage 2 Ontwikkelambities van Breda

Omgevingsvisie Breda 2040, Breda sterk en veerkrachtig Algemeen. Grenzeloos, gastvrij en groen. Daar staat Breda voor, dat is Breda. In 2040 zijn er in Breda meer woningen en genoeg banen. In 2040 is Breda met zijn wijken en dorpen Prinsenbeek, Bavel, Ginneken, Princenhage, Teteringen, Effen en Ulvenhout al jaren de eerste stad van Nederland in een Park. Breda is een gemeente die bestand is tegen de toenemende uitersten die het gevolg zijn van de verandering van het klimaat, zoals periodes van hitte en droogte of juist hevige regenval. Breda is een stad die open staat voor iedereen, waar iedereen kan meedoen en waar winkels, werk, onderwijs, zorg, sport en cultuur bereikbaar zijn voor elke Bredanaar, ongeacht zijn of haar achtergrond, seksuele voorkeur of lichamelijke beperking. We maken Breda sterk en veerkrachtig. Dat doen we door ons op drie manieren te ontwikkelen. 1. We gebruiken onze centrale ligging en goede verbindingen om Breda nog meer een plek te maken die voor internationale bedrijven aantrekkelijk is. We zijn een aantrekkelijke stad in een sterke regio. Onze voorzieningen en ontwikkelingen dragen daaraan bij. We zijn het Internationale knooppunt. 2. We zijn een Ongedeeld Breda. Dit betekent dat Breda een gemeente is waar iedereen kan meedoen, of je nu arm of rijk bent, jong of oud, dorps of stads. Waar je gezond kunt leven en werk kunt vinden.

Met bijvoorbeeld winkels, scholen en sportlocaties om de hoek in een herkenbare omgeving. Zo bieden we ruimte aan een sterke gemeenschap met veel energie. 3. We zorgen voor een groene en gezonde stad die klaar is voor toekomstige veranderingen, zoals het klimaat en de woonwensen. Maar ook hoe we stroom opwekken en onze huizen verwarmen. We zijn de eerste Stad in een park. Met een vitaal buitengebied. Met genoeg ruimte voor parken, natuur en water. En een gezonde omgeving. Zo verbinden we met groen. Voor de visie Ulvenhoutse Bos zijn met name delen van Ongedeeld Breda en Stad in een park van belang. Deze zijn in onderstaande opgenomen. Ongedeeld Breda Algemeen In Breda worden je mogelijkheden niet bepaald door de plek waar je leeft. We vinden dat iedereen recht heeft op een gezonde omgeving waar je je thuis voelt, met werk en dagelijkse voorzieningen nabij en met toegang tot groen. Ongedeeld Breda is een opgave voor heel de gemeente. We gaan concentratie van kwetsbare bewoners in wijken en buurten voorkomen en verkleinen. Daarom benutten we ontwikkelingen in kwetsbare wijken en buurten om deze te versterken. We ontwikkelen woningen en voorzieningen voor kwetsbare bewoners buiten de kwetsbare wijken en buurten. Daarom zetten we wijkgerichte aanpak én gebiedsontwikkelingen in voor verbeteropgaven.

Vitaal lint De bebouwingslinten in de bebouwde kom zijn karakteristieke routes met een menging van functies, zoals wonen, werken en voorzieningen. Ze verbinden de wijken en dorpen met elkaar, maar ook met het buitengebied. Ze zijn dragers van de historie van de stad en de dorpen. In de bebouwde kom houden we de ruimtelijke karakteristiek en de menging van functies in stand. Nieuwe ontwikkelingen 27

zijn erop gericht om het karakter van de linten te versterken. We zetten in op een aantrekkelijke openbare ruimte met voldoende ruimte voor langzaam verkeer. Wijk-wijk verbinding Wijk-wijk verbindingen zetten in op het opheffen van de grootste infrastructuur barrières zoals de noordelijke rondweg, het spoor en de Mark. Samen met de landschapsverbindingen uit Verbind met Groen verbinden we zo de wijken met elkaar en met het omliggende landschap en maken we voorzieningen beter bereikbaar, stimuleren we gezonde mobiliteit. Dorpen In en rond de dorpen staan we voor verschillende opgaven in de fysieke leef- omgeving. We willen inspelen op de groeiende en veranderende woonbehoefte in de dorpen. Daarom bieden we ruimte voor een gefaseerde groei van de woning- voorraad middels in- en uitbreiding in Bavel, Effen, Princenhage, Prinsenbeek, Teteringen, Ginneken en Ulvenhout. Dit draagt bij aan het in stand houden van een goed voorzieningenniveau. We behouden wijkwerkterreinen gezien het sociaal-economisch belang hiervan voor het dorp. Daarnaast compenseren we de transformatie van bedrijventerreinen in de stad aan de randen van ons stedelijk gebied, nabij knooppunten van snelwegen. We zetten in op een woningbouwprogrammering die aanvullend is op de bestaande woningvoorraad. De bestaande woningvoorraad bestaat overwegend uit (grote) grondgebonden woningen.

Hiermee spelen we in op de veranderende woonbehoefte, die met name het gevolg is van vergrijzing en individualisering. We bouwen vooral (betaalbare) woningen voor starters en woningen die doorstroming mogelijk maken. Met een gedifferentieerde woningvoorraad in wijken en dorpen zorgen we voor een evenwichtige spreiding van bewoners en dragen we bij aan een ongedeeld Breda. Zo zorgen we samen voor krachtige en karakteristieke wijken en dorpen. In Bavel, Prinsenbeek en Teteringen kiezen we ook voor een aantal grootschalige gebiedsontwikkelingen met een lange termijn ontwikkelperspectief. Door deze schaalgrootte kunnen we investeringen doen in het casco van de gemeente. Bijvoorbeeld op het vlak van mobiliteit in Prinsenbeek en Teteringen en ten aanzien van de water- en groenopgave in Bavel. Dit lukt onvoldoende met alleen maar kleinschalige projecten. Nadat deze gebiedsontwikkelingen planologisch mogelijk gemaakt zijn, kiezen we voor een gefaseerde realisatie hiervan. Bavel In en rond Bavel is de opgave met name gericht op het realiseren van woningen en een bedrijventerrein. Op de Omgevingsvisiekaart is het gebied tussen de Gilzerwouwerbeek en de Woestenbergseweg opgenomen als zoekgebied voor bedrijventerrein (Bavel-Zuid). Het gaat hier om het realiseren van 33-40 ha. In de planuitwerking worden de uiteindelijke contouren van het nieuwe bedrijventerrein bepaald.

Uitgangspunten hierbij zijn: •

Zorgen voor een goede landschappelijke inpassing in de omgeving.

•

Behouden van de ecologische hoofdstructuur tussen Molenschotse Heide en Princenbosch.

•

Inspelen op de eventuele aanpassingen aan de A58.

•

Bestaande natuurwaarden beschermen of kwalitatief compenseren. 28

Het gebied tussen knooppunt Sint Annabosch, Woestenbergseweg, Roosbergseweg en Deken Dr. Dirckxweg is een zoekgebied voor wonen, recreatie en natuur. Het realiseren van een nieuw park voor Bavel maakt onderdeel uit van de recreatieopgave. Het gaat hierbij om een samenhangende ontwikkeling die rekening houdt met: •

De aanwezige en te ontwikkelen recreatieve functies, inclusief een nieuw park voor Bavel.

•

De te versterken en realiseren natuurwaarden en hydrologische kansen.

•

De mogelijkheden en doelen voor wonen.

•

De eventuele aanpassingen aan de A58.

Het gebied tussen Vennekes, A27 en Deken Dr. Dirckxweg (Bavel-West) is opgenomen als te ontwikkelen woonlocatie. Hiermee sluiten we aan op het hier gevestigde voorkeursrecht en maken we duidelijk dat deze locatie als eerste in beeld is als uitbreidingslocatie voor woningbouw in Bavel. Tussen de Dorstseweg, Lange Bunder, A27 en de Kluisstraat is een gebied opgenomen als zoekgebied voor wonen. Het gaat hierbij om een samenhangende ontwikkeling die rekening houdt met: • De te versterken en realiseren natuurwaarden en hydrologische kansen. • De mogelijkheden en doelen voor wonen. • De eventuele aanpassingen aan de A58. Samen met het dorp en betrokken partijen stellen we een gebiedsvisie op die ingaat op de ontwikkeling van Bavel. Hierin worden bovenstaande opgaven en uitgangspunten meegenomen en uitgewerkt. Ook voor de verschillende deeluitwerkingen van de gebiedsvisie wordt een participatietraject met het dorp doorlopen. Stad in een park Algemeen Met het bouwen aan de stad en de dorpen, bouwen we tegelijkertijd aan het landschap en de groene openbare ruimte. Verbinden met groen zorgt voor een sterker groenblauw raamwerk waarmee bewoners, eigenaren en ondernemers zowel fysiek als emotioneel verbonden zijn. Een raamwerk dat natuurwaarden in stand houdt en verbindt, zowel in het buitengebied als in de bebouwde kom.

Een raamwerk dat de identiteit van Breda, gelegen in de regionale landschappen van Zuiderwaterlinie en Van Gogh Nationaal Park i.o. (in ontwikkeling), versterkt. Zo zijn we in 2030 een stad in een park. Buitengebied We zetten in op een groen, aantrekkelijk en vitaal buitengebied, met behoud en versterking van natuur, landschap en cultuurhistorie, waar de boer op duurzame wijze zijn boterham kan verdienen. We zetten daarbij in op behoud van de economische vitaliteit van de agrarische sector. We richten ons in het gehele buitengebied op het voorkomen van leegstand, het stimuleren van kringloop- landen tuinbouw en andere duurzame vormen van land- en tuinbouw, op verbrede land- en tuinbouw, natuurontwikkeling en versterking van het (historische) cultuurlandschap. Ook dragen we bij aan regionale, provinciale en (inter)nationale opgaven, zoals klimaatadaptatie en Natura 2000. Naast deze algemene opgave kennen de verschillende deelgebieden ieder nog een specifieke opgave:

29

Natura 2000-gebied – beschermingsmaatregelen Bij het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos nemen we maatregelen om in de directe nabijheid stikstofemissie weg te nemen, het bos uit te breiden en de waterhuishouding te herstellen. Ook zetten we in op ecologische verbindingen met andere Natura 2000-gebieden via de beekdalen en – op termijn – via de bossen aan de westzijde van Breda. Bos – zoekgebied De gemeentelijke bomen- en bossenstrategie richt zich met name op het uitbreiden van de bestaande bossen, herstel van kleinschalig cultuurlandschap en versterking van het historische landgoederenlandschap. Uitbreiding van het Mastbos, Liesbos, Ulvenhoutse Bos, Trippelenberg, Hooiberg, Vloeiweide, Krabbebossen, het Molenschotse Broekleijbosje en de Vrachelse en Teteringse Heide zorgt ervoor dat deze robuuster en veerkrachtiger worden en het spreidt de betredingsdruk van deze bossen. Kleinschalig cultuurlandschap – versterken Het (van oorsprong) kleinschalige cultuurlandschap in De Rith, Lies, Overa, rondom Ulvenhout, het Hoeveneind en Klein-Overveld versterken we. Dit doen we door de aanleg van houtwallen en het stimuleren van landschaps- en/of natuur- inclusieve land- en tuinbouw, waaronder voedselbossen en bosland- en tuinbouw. De gemeente gaat graag in gesprek met de agrariërs over kavelruil om zodoende zowel de agrarische als de landschappelijke structuur te kunnen versterken.

Daarnaast zien we kansen voor (verblijfs)recreatie, mits dergelijke initiatieven bijdragen aan de vitaliteit van het buitengebied, aan de groenblauwe waarden (natuur, landschap, cultuurhistorie etc.) en passen in de agrarische structuur. Beekdalenlandschap – herstellen In de beekdalen van de Mark, Aa of Weerijs, Bijloop, Chaamse beek, Gilzewou- werbeek en Molenleij richten we ons op natuurontwikkeling, klimaatadaptatie, herstel van het oude bekenlandschap en extensieve recreatie (wandel- en fietsroutes). Beken krijgen de ruimte om te meanderen en te overstromen waarbij het water zo lang mogelijk wordt vastgehouden. Land- en tuinbouwlandschap – groen dooraderen Ten noordwesten van Prinsenbeek en ten oosten van Bavel zien wij diverse ontwikkelingsmogelijkheden voor de land- en tuinbouw, mits deze passen in de reeds aanwezige agrarische structuur en bijdragen aan de groene dooradering van het land- en tuinbouw- landschap. Het buitengebied bij Prinsenbeek betreft in hoofdzaak een tuinbouwgebied, waarbij Groot Overveld specifiek is aangeduid als glastuinbouwgebied. De landschappelijke inpassing van nieuwe kassen, schuren en teeltondersteunende voorzieningen draagt bij aan de groene dooradering. In het buitengebied van Bavel ligt het accent op dit moment op veeteelt en akkerbouw.

De veeteelt kent relatief weinig uitbreidingsmogelijkheden doordat de provincie Noord-Brabant stuurt op inkrimping van de veestapel vanwege de hieraan gerelateerde problemen (milieu, volksgezondheid). Er worden echter wel mogelijkheden geboden om een veehouderij of ander agrarisch bedrijf om te schakelen naar tuinbouw of boomteelt. De boom- en plantenteelt is in dit gebied in opkomst. Ook hier draagt de landschappelijke inpassing van nieuwe schuren en teeltondersteunende voorzieningen bij aan de groene dooradering van het land- en tuinbouwgebied. Samengevat op kaart: 30

31

Bijlage 3 Ambities van Rijkswaterstaat Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, vertegenwoordigd door Rijkswaterstaat is betrokken bij de Gebiedsgerichte Aanpak om op termijn een aantal projecten mogelijk te maken. Daarmee is Rijkswaterstaat in het gebied een vragende partij op het gebied van stikstof en ruimte, en daarmee ‘in concurrentie’ met andere functies en voorgenomen ontwikkelingen in het gebied. Rijkswaterstaat werkt op drie trajecten van de A58 aan verbetering van de doorstroming van verkeer. De A58 projecten dragen bij aan de (internationale) bereikbaarheid van de regio. De A58 verbindt de grootse Brabantse steden onderling, maar ook de mainport Rotterdam met het Duitse achterland en is een belangrijke route voor goederenvervoer verder Europa in. De projecten leveren een bijdrage aan het oplossen van de knelpunten 17, 25 en 36 uit de file top 50. A58 Tilburg-Breda In de periode 2019-2021 liep een verkenning naar de oplossingsmogelijkheden voor de doorstromingsproblemen (zie https://www.a58tilburgbreda.nl ). Het is de bedoeling om in 2022 een Voorkeursbeslissing te nemen.

Figuur Een van de oplossingen voor de verkeersafwikkeling rondom aansluiting Bavel

A58 Sint Annabosch-Galder (InnovA58) Voor dit traject is in 2015 een Voorkeursbeslissing genomen om dit met een rijstrook per rijrichting te verbreden. Ook is voorzien in de grootschalige ombouw van de knooppunten, waaronder knooppunt Annabosch. In de periode 2017-2019 is gewerkt aan een Ontwerp Tracébesluit. Een lastige opgave hierbij was het ontwerp voor knooppunt Annabosch. Hierover is veel met de omgeving gecommuniceerd. Het project is doorgerekend op haar stikstofeffecten op het Ulvenhoutse Bos. Deze bleken zo groot dat het project in de huidige situatie niet door kan gaan. Er is verkennend gekeken naar de invloed van aangepaste ontwerpen op de stikstofsituatie. Die kunnen een bijdrage leveren tegen hoge kosten, maar bieden nog niet direct soelaas. Het project ligt stil totdat er voldoende zicht is op een kansrijke doorstart.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12458994/1