CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Toelichting bestemmingsplan Altenaweg 13-18 Gilze

Gemeenteraad 24 maart 2025, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan 'Altenaweg 13-18, Gilze'14.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Altenaweg 13-18, Gilze

Gemeente Gilze en Rijen

Colofon

Gemeente

Gilze en Rijen

Planlocatie

Altenaweg 13-18, Gilze

Datum

05-12-2022 (aangepast 03-02-2025)

IMRO-code

NL.IMRO.0784.BPAltenaweg1318-VG01

Opgesteld door

Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@vandunadvies.nl I. www.vandunadvies.nl

Auteur

FvH/MLe

Projectleider

PM

Projectnummer

99040.009

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel ........................................................................................ 5

1.2

Vigerend planologisch regime ..................................................................... 5

1.3

Procedure ..................................................................................................... 5

1.4

Leeswijzer..................................................................................................... 6

2. Planbeschrijving ............................................................................................... 7 2.1

Bestaande situatie........................................................................................ 7

2.2

Beoogde situatie........................................................................................... 8

3. Beleidskader ................................................................................................... 10 3.1

3.1.1 3.1.2 3.2

Provinciaal beleid ....................................................................................... 10

Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................... 10 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ............................................. 10 Gemeentelijk beleid ................................................................................... 15

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten ................................................ 19 4.1

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ......................... 19

4.2

Waterhuishouding ...................................................................................... 19

4.2.1 4.2.2 4.2.3

Waterrelevant beleid ................................................................................... 20 Bestaande waterhuishoudkundige situatie..................................................... 22 Beoogde waterhuishoudkundige situatie ....................................................... 22

4.3

Bodemkwaliteit .......................................................................................... 23

4.4

Natuur ......................................................................................................... 24

4.4.1 4.4.2 4.5

4.5.1 4.5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) ................................................................. 24 Wet natuurbescherming (stikstof) ................................................................ 26 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie ............................................... 29

Cultuurhistorie en aardkunde ....................................................................... 29 Archeologie ................................................................................................ 29

4.6

Bedrijven en milieuzonering ...................................................................... 32

4.7

Geur ............................................................................................................ 33

4.7.1

Individuele hinder ....................................................................................... 33

4.8

Luchtkwaliteit............................................................................................. 33

4.9

Landschappelijke inpassing ....................................................................... 34

4.10

Geluid .......................................................................................................... 36

4.11

Verkeer en parkeren................................................................................... 37

4.12

Externe veiligheid ...................................................................................... 38

4.13

Technische infrastructuur .......................................................................... 38

5. Juridische planbeschrijving ............................................................................ 39 5.1

Juridische achtergrond .............................................................................. 39

5.2

Toelichting verbeelding.............................................................................. 39

5.3

Toelichting regels ....................................................................................... 40

6. Uitvoerbaarheid .............................................................................................. 41 6.1

Financiële uitvoerbaarheid ........................................................................ 41

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................ 41

6.2.1

Zienswijzen en beroep ................................................................................ 41

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, het vigerend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1 Aanleiding en doel Aan de Altenaweg 13 en de Altenaweg 18 zijn momenteel varkenshouderijen gevestigd. De initiatiefnemer is voornemens om de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ te verwijderen omdat het bedrijf is beëindigd met toepassing van de Saneringsregeling varkenshouderij. Aan de Altenaweg 18 te Gilze werd voorheen een varkenshouderij geëxploiteerd. Op de locatie waren hiervoor een varkensstal en een loods aanwezig. Daarnaast was er een bedrijfsgebouw en een schoonheidssalon aanwezig. Rondom deze panden was erfverharding aanwezig om de gebouwen te bereiken. De initiatiefnemer, welke woonachtig is op de locatie aan de Altenaweg 18, is voornemens om de varkenshouderij ook planologisch te saneren en daarmee gebruik te maken van de saneringsregeling varkenshouderij (Srv). Tevens wenst de initiatiefnemer om ter plaatse van de gesloopte stallen een paardenfokkerij en Horse, Bed & breakfast te realiseren. De woning aan de Altenaweg 13 is niet in eigendom van de initiatiefnemer. De bewoner en tevens eigenaar van de het bedrijf aan de Altenaweg 13 betreft de broer van initiatiefnemer. De broer van initiatiefnemer zal eigenaar worden van de paardenfokkerij aan de Altenaweg 13.

De planlocatie is gelegen in een natuurrijk gebied, wat geschikt is voor verschillende recreatieve functies. Zoals bovenstaand beschreven is initiatiefnemer voornemens om met de beoogde ontwikkeling een bed & breakfast te realiseren. Gasten kunnen verblijven op de bed & breakfast en kunnen hun eigen paard meenemen. Op deze manier kunnen gasten in de natuurrijke omgeving met hun eigen paard recreëren. Dit betreft een uniek initiatief binnen de omgeving. Achter het bouwvlak aan de Altenaweg 13 is een rijbak gevestigd. Deze is echter niet specifiek aangeduid met de bestemming ‘specifieke vorm van agrarisch – paardenbak’ of gelegen binnen een bouwvlak. Daarmee ontbreekt een planologische basis voor deze rijbak. Om deze reden wordt het bouwvlak van de Altenaweg vergroot tot 5.829m2 zodat de paardenbak binnen het bouwvlak kan worden gerealiseerd. In verband met de saneringsregeling is een wijziging in het bestemmingsplan nodig, waarbij de aanduidingen ‘intensieve veehouderij’ worden verwijderd van beide bouwvlakken. Middels deze toelichting wordt het beoogde initiatief getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid en komen diverse planologische en milieukundige aspecten aan bod. Deze toelichting maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan voor de beoogde ontwikkeling. Voor dit plan is een principeverzoek ingediend.

Op 02 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen in principe besloten om planologische medewerking te verlenen aan dit plan. Om de beoogde functies mogelijk te maken en op een juiste wijze te borgen is dit bestemmingsplan opgesteld. 1.2 Vigerend planologisch regime Het huidige bestemmingsplan op deze locatie is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ uit 2013. In dit bestemmingsplan is ter plaatste de enkelbestemming ‘agrarisch’ met bijbehorend bouwvlak opgenomen. Tevens is de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ aanwezig. 1.3 Procedure Voor het beoogde initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Volgens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Voor de terinzagelegging van het plan dient er vooroverleg plaats te vinden met alle betrokken partners. Hierna gaat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor iedereen ter

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

5

inzage. Tijdens deze periode van 6 weken kunnen belanghebbende hun zienswijzen kenbaar maken. Gedurende de inzagetermijn ligt het bestemmingsplan (verbeelding, regels en toelichting, inclusief bijbehorende bijlagen) ter inzage. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kunnen belanghebbenden die tijdig zienswijzen kenbaar hebben gemaakt bij het ontwerp en belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest om tijdig zienswijzen kenbaar te maken, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. 1.4 Leeswijzer In deze toelichting is in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 2 worden de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3.

Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven in hoofdstuk 5. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in hoofdstuk 6.

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

6

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen de planlocatie. 2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen in de gemeente Gilze-Rijen, ten zuiden van Gilze en ten westen van de N260. Aan de westzijde, vrijwel direct tegen het plangebied is een bos aanwezig. Ten zuiden van het plangebied is recreatiepark ’t Zand gelegen. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de omgeving weergegeven.

Afbeelding 1: Luchtfoto omgeving plangebied (aangeduid met rode marker)

Ter plaatse van de Altenaweg 18 zijn momenteel een bedrijfswoning, loods, stal en schoonheidssalon aanwezig. Achter de bedrijfsbebouwing is ook een rijbak gelegen. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 1 hectare. Binnen het bouwvlak van de Altenaweg 18 is circa 2.090m2 aan bedrijfsgebouwen aanwezig. Aan de Altenaweg 13 is een bouwvlak van circa 3.200m2 aanwezig. Hierbinnen zijn een woning, een loods en een stal aanwezig. Binnen het bouwvlak van de Altenaweg 13 is circa 935m2 aan bedrijfsgebouwen aanwezig. Aan de achterzijde van de woning, buiten het bouwvlak, is een longeercirkel en rijbak aanwezig.

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

7

Afbeelding 2: Luchtfoto plangebied huidige locatie

2.2 Beoogde situatie Initiatiefnemer is voornemens om de varkensstallen aan de Altenaweg 13 en 18 te saneren (circa 1.600m2) en hiervoor in de plaats paardenstallen te realiseren ten behoeve van een paardenfokkerij. De varkenshouderijen zijn in de huidige situatie (planologisch gezien) twee aparte bedrijven. In de beoogde situatie worden de twee bedrijven dan ook twee aparte paardenfokkerijen. De paardenfokkerij aan de Altenaweg 18 wordt eigendom van initiatiefnemer (tevens bewoner van de woning aan de Altenaweg 18) en de paardenfokkerij aan de Altenaweg 13 zal het eigendom worden van de broer van initiatiefnemer (tevens bewoner van de woning aan de Altenaweg 13). Aan de Altenaweg 18 heeft de initiatiefnemer het voornemen om ook een nevenactiviteit toe te voegen in de vorm van een Horse & breakfast in een van de bestaande gebouwen. Zie bijlage 1 voor de exacte situering van de Horse & breakfast. De Horse & breakfast is voor maximaal twee gezelschappen (max 100m2). De planlocatie is gelegen in een natuurrijk gebied, wat geschikt is voor verschillende recreatieve functies. Gasten kunnen verblijven op de bed & breakfast en kunnen hun eigen paard meenemen. Op deze manier kunnen gasten in de natuurrijke omgeving met hun eigen paard recreëren. Dit betreft een uniek initiatief binnen de omgeving en dit maakt de omgeving ook geschikt voor de beoogde ontwikkeling.

Naast de Horse & breakfast blijft de bestaande schoonheidssalon aanwezig binnen de planlocatie. Dit vindt plaats in het bijgebouw aan de Altenaweg 18 welke is aangegeven in bijlage 1. Ter plaatse van de Altenaweg 13 wordt de varkensstal gesloopt en wordt een nieuw gebouw gerealiseerd ten behoeve van een paardenfokkerij. Het bouwvlak wordt uitgebreid en de paardenbak zal in noordelijke richting worden verplaatst zodat deze binnen het bouwvlak komt te liggen. De varkenshouderij wordt gesaneerd wat gepaard gaat met een aanzienlijke reductie van ammoniak- geur en fijnstofemissie. Er wordt een opzichzelfstaande paardenfokkerij gerealiseerd die zich specialiseert op het gebied van springpaarden. Dit betreft een volledig ander type bedrijfsvoering dan aan de Altenaweg 18 waar de specialisatie is gericht op menpaarden.

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

8

Daarnaast wordt met de beoogde ontwikkeling het gedeelte waar in de huidige situatie de paardenbak is gesitueerd gewijzigd van agrarisch naar natuur. Dit gebied betreft namelijk (grotendeels) NNB en wordt met de beoogde ontwikkeling ook als zodanig bestemd in het bestemmingsplan. In onderstaande tabel wordt de oppervlakte gebouwen in de huidige en de beoogde situatie weergeven. In onderstaande afbeelding wordt de gebouwnummering weergeven. Er ligt verder geen bebouwing binnen het plangebied. Bebouwing buiten het plangebied is niet relevant voor onderhavige ontwikkeling. Tabel 1: Oppervlakte bebouwing vergund en beoogd

Gebouwen situatie Altenaweg 13 gebouw 1 gebouw 2 gebouw 3 Totaal Altenaweg 18 gebouw 4 gebouw 5 gebouw 6 gebouw 7 Totaal

huidige

Oppervlakte (m2)

137m2 540m2 258m2 935m2

Gebouwen beoogde situatie Altenaweg 13 gebouw 1 gebouw 2 gebouw 3 Totaal

180m2 100m2 750m2 1.060m2 2.090m2

Altenaweg 18 gebouw 4 gebouw 5 gebouw 6 gebouw 7 Totaal

Oppervlakte (m2)

137m2 570m2 258m2 965m2

180m2 100m2 750m2 650m2 1.680m2

Afbeelding 3: Huidige en beoogde situatie

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

9

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het initiatief wordt getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Gezien het initiatief dusdanig klein van aard is dat het geen invloed heeft op nationaal beleid, wordt dit beleidskader niet beschreven. 3.1 Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.1.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is:

‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is:

‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. De saneringsregeling voor varkenshouderijen heeft tot doel om mogelijke geuroverlast te verminderen. Het bestaande bedrijf komt in aanmerking voor deze regeling, waardoor de beoogde ontwikkeling een positief effect heeft op het leefklimaat in de omgeving. Middels de herbestemming wordt ook een nieuwe functie gegeven aan de locaties.

3.1.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

10

waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveaus zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een plangebied in ligt. In dit geval ligt de planlocatie binnen de aanduidingen ‘Landelijk gebied’, ‘Gemengd landelijk gebied’, ‘Stalderingsgebied’ en ‘Beperking grootschalige logistiek’. Het gedeelte dat een natuurbestemming krijgt is gelegen in ‘Attentiezone waterhuishouding’, ‘Natuur Netwerk Brabant’, Beperkingen veehouderij’, ‘Stalderingsgebied’ en ‘Beperking grootschalige logistiek’. Op de laatste 2 aanduidingen heeft de beoogde ontwikkeling geen betrekking.

Afbeelding 4: Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - zorgvuldig ruimtegebruik; - de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; - meerwaardecreatie.

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

11

Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht.

Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6)

Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Conform de Iov betreft een bouwperceel:

‘Een aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan’. Een bouwperceel is dus groter dan een bouwvlak. Met de beoogde ontwikkeling worden de bestaande rijbak en de bestaande longeercirkel verplaatst. Op deze locatie wordt het bouwvlak vergroot. Er sprake van een afname van het bebouwd oppervlak. De rijbak en longeercirkel bestaan ook al in de huidige situatie. De oppervlakte van de beoogde paardenfokkerijen met bijbehorende bebouwing is kleiner dan de huidige oppervlakte van de stallen.

Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7)

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - de ondergrond - de netwerklaag - de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting.

Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9)

Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Gilze-Rijen is de kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant van toepassing. Hierin is de ontwikkeling aangemerkt als een categorie 2ontwikkeling. Hieronder wordt per locatie een nadere motivering gegeven.

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

12

Voor de locatie aan de Altenaweg 18 is subsidie verkregen voor de sanering van de varkensstallen. Voor de ontwikkeling aan deze locatie zal een kwaliteitsverbetering plaatsvinden in de vorm van een landschappelijke inpassing. Ook aan de Altenaweg 13 wordt de varkenshouderij beëindigd. Het bouwvlak wordt vergroot en de paardenbak en longgeercirkel worden gesloopt. Deze worden opnieuw gerealiseerd binnen het bouwvlak. In Afbeelding 3 is te zien welke bebouwing er nog meer wordt gerealiseerd. In Tabel 1 is te zien dat er in totaal een afname van het oppervlak bebouwing is. Er is dan ook geen sprake van een verslechtering van de omgevingskwaliteit. Ook deze locatie zal meegenomen worden in de landschappelijke inpassing (zie bijlage 1). Voor beide locaties geldt dat er sprake is van een omschakeling van het agrarisch bedrijf van de ene agrarische bedrijfsvorm naar een andere agrarische bedrijfsvorm. Dit is expliciet benoemd in de ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant’ als een categorie 2 ontwikkeling. Hierbij geldt wel dat het agrarische bouwvlak onveranderd dient te blijven. Met de beoogde ontwikkeling wordt het bouwvlak van de Altenaweg 13 vergroot tot 5.829 m2.

Volgens de ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant’ is het vergroten van het agrarisch bouwvlak tot 1,5 hectare aan te merken als een categorie 2 ontwikkeling voor zover de locatie gelegen is binnen agrarisch gebied. Het bouwvlak van de Altenaweg 13 wordt met de beoogde ontwikkeling (in agrarisch gebied) vergroot tot 5.829 m2. Dus blijft de beoogde ontwikkeling nog steeds een categorie 2 ontwikkeling. Er wordt ook nog een horse and breakfast gerealiseerd. Het realiseren van een bed & breakfast en kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten binnen de geldende bouwregels is opgenomen als een categorie 1 ontwikkeling binnen de werkafspraken. Het gaat hierbij vooral om ontwikkelingen die een relatief beperkte invloed op de omgeving hebben en (traditioneel) als passend binnen en eigen aan het landelijk gebied worden beschouwd. Enkele voorbeelden van veel voorkomende ruimtelijke ontwikkelingen die tot deze categorie behoren, zijn vormverandering van agrarische bouwvlakken, aanleg van minicampings (kleinschalig kamperen) en paardenbakken, omschakeling van de ene agrarische bedrijfsvorm naar een andere en nevenactiviteiten die passen binnen de vigerende bouwmogelijkheden. In deze categorie van ontwikkelingen wordt het accent gelegd op een goede landschappelijke inpassing van het initiatief. Er is daarom enkel een landschappelijke inpassing vereist.

Er is een landschappelijk inpassingsplan toegevoegd in de bijlage. Ondanks dat de ontwikkeling valt aan te merken als categorie 2 ontwikkeling is er toch een berekening van de kwaliteitsverbetering gemaakt. Deze is toegevoegd in bijlage 3. Uit deze berekening blijkt dat de beoogde ontwikkeling in zijn geheel tot een waardedaling van de gronden leidt van €2.387,80.

Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken;

De beoogde ontwikkeling vindt gedeeltelijk plaats binnen Natuur Netwerk Brabant (NNB). Met de beoogde ontwikkeling wordt het gedeelte NNB voorzien van een enkelbestemming ‘Natuur’ en wordt de paardenbak binnen NNB verwijderd. Hiermee worden de ecologische waarden herstelt er een natuurbestemming vastgelegd in het bestemmingsplan.

b. bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; Op het gedeelte NNB zijn de regels voor de enkelbestemming ‘Natuur’ van toepassing. Deze regels zijn gericht op de aanwezige waarden en kenmerken.

c. staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe. N.v.t.

Lid 2 Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan.

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

13

Het NNB binnen de planlocatie is gelegen binnen de aanduiding ‘N16.04 Vochtig bos met productie’. Dit gebied bestaat uit een vochtig bos met productie die bestaat uit loofbossen die gedomineerd worden door diverse boomsoorten zoals de populier, es, esdoorn, beuk, haagbeuk, eik, iep en els. Het is een grotendeels gesloten bos met een weelderige ondergroei. Dit bostype is de productievariant van delen van het haagbeuken- en essenbos en beek- en rivierbegeleidend bos. Dit bostype levert een belangrijke bijdrage aan de houtvoorziening door de goede groei van diverse gewilde (hardhout) loofboomsoorten. Doordat er nu een paardenbak is gelegen wordt er weinig invulling gegeven aan bovenstaande. Door het verwijderen van de paardenbak en het toevoegen van landschappelijke inpassing (de aanplant van bomen) en een enkelbestemming ‘Natuur’ kan er invulling worden gegeven aan de toegekende waarden binnen het NNB.

N.v.t.

Lid 3 Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid.

Artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding Lid 1: Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Met de beoogde ontwikkeling wordt binnen de attentiezone waterhuishouding enkel een paardenbak verwijderd en een enkelbestemming ‘Natuur’ toegevoegd. De bijbehorende regels strekken mede tot de bescherming van de waterhuishoudkundige functie en sluiten activiteiten met een negatief effect op de hydrologische instandhoudingsdoelstellingen uit.

Lid 2: Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. Lid 3: Het tweede lid is niet van toepassing op werkzaamheden die behoren tot het normale beheer en onderhoud.

Er zijn regels opgenomen m.b.t. bovenstaande

Overig agrarisch bedrijf in gemengd landelijk gebied (art 3.58) Voor de oprichting van een paardenfokkerij zijn in de Iov regels opgenomen in artikel 3.58. Een paardenfokkerij is namelijk volgens de definities van de verordening aan te merken als een overig agrarisch bedrijf. In gemengd gebied is een overig agrarisch bedrijf tot een oppervlakte van maximaal 1,5 hectare mogelijk mits er sprake is van noodzaak voor omschakeling of uitbreiding. Voor beide locaties geldt dat het bouwperceel niet meer zal bedragen dan 1,5 hectare. Beide bouwvlakken zijn kleiner dan 1,5 hectare. Aan de Altenaweg 13 wordt het bouwvlak wel vergroot (tot 5.829 m2) zodat de rijbak en de longeercirkel worden weggehaald uit het NNB en binnen het bouwvlak kunnen worden gelegd. De noodzaak voor de gewenste omschakeling is het feit dat de varkenshouderij is beëindigd en de paardenfokkerij wordt voortgezet (aan de Altenaweg 18). Voor de locatie Altenaweg 13 is een paardenfokkerij een gewenste en passende vervolgfunctie voor het bouwperceel. Los van bovenstaande toetsing is het voor de beoogde ontwikkeling ook van belang om te kijken of de beoogde ontwikkeling passend is binnen de omgeving waarbinnen de planlocatie is gelegen. Zoals eerder beschreven is de planlocatie volgens de kaart van de Iov gelegen in gemengd landelijk gebied.

De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Gilze en is voornamelijk omgeven door landbouwgronden en natuur. Daarnaast zijn er enkele woningen en (recreatieve en agrarische)

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

14

bedrijven gelegen in de directe omgeving. Onderstaand is het gemeentelijk beleid beschreven waarin nader wordt ingegaan op de gemeentelijke structuurvisie. Op basis hiervan blijkt dat kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden op grond van artikel 3.58. Conclusie In deze paragraaf is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels zoals gesteld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zoals blijkt uit deze toelichting kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een bestemmingplan en wordt een zorgvuldige veehouderij verzekerd door opname van voorwaarden in de regels bij dit bestemmingsplan. 3.2 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid staat beschreven in de structuurvisie van de gemeente Gilze en Rijen en het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Gilze en Rijen.

Gemeentelijk beleid structuurvisie

De planlocatie is gelegen binnen één van de vier agrarische balansgebieden van de gemeente Gilze en Rijen. Met het oog op het toekomstperspectief gelden in de zones, aangeduid als agrarisch balansgebied, de volgende beleidslijnen: - behoud en ontwikkeling van de duurzame, grondgebonden landbouw, voor zover passend binnen het landschap; - realisatie van de ecologische verbindingszones in combinatie met beekherstel; - behoud en ontwikkeling van de verschillende karakteristieke landschappen; - behoud en beperkte ontwikkeling van de duurzame intensieve veehouderij, waarbij op duurzame locaties meer ontwikkelingsruimte wordt geboden; - het onder voorwaarden bieden van agrarische neven- en vervolgfuncties, zoals kleinschalige dag- en verblijfsrecreatie (in het kader van verbrede landbouw en in vrijkomende agrarische bebouwing). De beoogde ontwikkeling betreft het saneren van twee intensieve veehouderijen. Hierbij blijft de agrarische functie behouden en worden er twee paardenfokkerijen gerealiseerd. Beide paardenfokkerijen zijn actief in een verschillende tak van sport. De paardenfokkerij aan de Altenaweg 13 richt zich voornamelijk op het fokken van springpaarden en de paardenfokkerij aan de Altenaweg 18 richt zich voornamelijk op het fokken van paarden voor de mensport.

Ook wordt bij de paardenfokkerij aan de Altenaweg 18 een bed & breakfast gerealiseerd waar bezoekers kunnen overnachten en hun paard mee kunnen nemen. In de natuurrijke omgeving kunnen bezoekers van de bed & breakfast dan recreëren met hun eigen paard in de omgeving van de planlocatie. Dit is een uniek concept binnen de omgeving en levert een bijdrage aan het recreatieve aanbod in de omgeving. Daarbij blijven de bestaande karakteristieken behouden met de beoogde ontwikkeling en worden deze zelfs planologisch vastgelegd met de bestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’. Door de intensieve veehouderijen te saneren wordt een duurzamere bedrijfsvoering gerealiseerd. Daarbij is sprake van een agrarische vervolgfunctie op beide locaties waarbij op de Altenaweg 18 een kleinschalige recreatieve verblijfsfunctie wordt gerealiseerd. Door het realiseren van een landschappelijk inpassingsplan, en dit inpassingsplan planologisch vast te leggen, wordt er ook een bijdrage geleverd aan het behoud en de ontwikkeling van het karakteristieke landschap. De ontwikkeling is daarom passend binnen het gemengd landelijk gebied en het agrarisch balansgebied.

bestemmingsplan

Zoals al in de inleiding van deze toelichting beschreven is voor de planlocatie het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van toepassing. Dit bestemmingsplan is op 1 juni 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. Ter plaatse van het plangebied zijn in het vigerende bestemmingsplan de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming: Agrarisch - Dubbelbestemming: Waarde - Landschap – 5 - Bouwvlak (2x) - Functieaanduiding: intensieve veehouderij (2x) - Gebiedsaanduiding: ihcs – 5 (gedeeltelijk)

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

15

-

Gebiedsaanduiding: ihcs – 6 (gedeeltelijk) Gebiedsaanduiding: ihcs – 7 (gedeeltelijk) Gebiedsaanduiding: ihcs – 8 (gedeeltelijk) Gebiedsaanduiding: overig – agrarisch balansgebied

Afbeelding 5: huidige bestemmingsplan ‘buitengebied’ Gilze-Rijen (plangebied rood omkaderd)

In het bestemmingsplan is de ontwikkeling naar een paardenfokkerij rechtstreeks mogelijk binnen het bestemmingsplan. In het kader van de saneringsregeling varkenshouderij dient echter de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ te worden verwijderd. Daarnaast is voor de locatie aan de Altenaweg 13 vergroting van het bouwvlak noodzakelijk zodat de aanwezige rijbak en longeercirkel binnen het bouwvlak worden gesitueerd. Voor het vergroten van het bouwvlak is in artikel 42.12.3 onder a een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Onderstaand wordt getoetst aan de wijzigingsbevoegdheid.

Burgemeester en wethouders kunnen het plan ter plaatse van de gronden 'overig - agrarisch balansgebied' zodanig wijzigen dat agrarische bouwvlakken mogen worden vergroot, met inachtneming van het volgende: 1. wijziging van de begrenzing van het bouwvlak is alleen toelaatbaar, voor zover een doelmatige bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt;

Het bouwvlak wordt vergroot zodat de aanwezige rijbak en longeercirkel binnen het bouwvlak kunnen worden gesitueerd.

2. vergroting van het bouwvlak is niet toelaatbaar ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - ves'; Er is geen sprake van deze aanduiding.

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

16

3. een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan een agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder 1 van deze regel wordt voldaan; De vergroting van het bouwvlak is benodigd om de aanwezige voorzieningen (rijbak en longeercirkel) binnen het bouwvlak te brengen.

4. bouwvlakken zonder aanduiding alsmede bouwvlakken met de aanduiding 'fruitteelt', 'sierteelt' en 'bomenteelt' mogen worden vergroot tot ten hoogste 2,5 ha, met dien verstande dat: - agrarische bouwvlakken zonder aanduiding waar tevens de dubbelbestemming Waarde - Landschap - 2 of Waarde - Landschap - 3 van toepassing is, vergroot mogen worden tot ten hoogste 1,5 ha; - agrarische bouwvlakken met de aanduiding 'fruitteelt', 'sierteelt' of 'bomenteelt' waar tevens de dubbelbestemming Waarde - Landschap - 1, Waarde - landschap - 2, Waarde - Landschap - 3, Waarde - Landschap - 4, Waarde - Landschap - 5 of Waarde Landschap - 6 van toepassing is, vergroot mogen worden tot ten hoogste 1,5 ha; Het bouwvlak heeft geen van deze aanduidingen.

5. bouwvlakken met de aanduiding 'intensieve veehouderij mogen worden vergroot tot ten hoogste 1,5 ha, met dien verstande dat: - uitbreiding alleen is toegestaan indien het een duurzame locatie betreft. - ten minste 10% van het bouwblok wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing. Indien uitbreiding noodzakelijk is om aan de wettelijke eisen van dierenwelzijn te kunnen voldoen geldt de eis van een duurzame locatie alsmede het maximum van 1,5 ha niet;

De aanduiding ‘intensieve veehouderij’ wordt verwijderd met de beoogde ontwikkeling. De intensieve veehouderij wordt beëindigd. Het bouwvlak wordt vergroot tot 5.829 m2.

6. bouwvlakken met de aanduiding 'glastuinbouw' mogen worden vergroot tot ten hoogste 3 ha ten behoeve van glas en tot ten hoogste 0,5 ha ten behoeve van bedrijfsgebouwen met dien verstande dat: - agrarische bouwvlakken met de aanduiding 'glastuinbouw' waar tevens de dubbelbestemming Waarde - Landschap - 2, Waarde - Landschap - 3 of Waarde Landschap - 6 van toepassing is, niet mogen worden vergroot; Er is geen sprake van deze aanduiding

7. bouwvlakken met de aanduiding 'intensieve kwekerij' mogen worden vergoot tot ten hoogste 1,5 ha met dien verstande dat: - agrarische bouwvlakken met de aanduiding 'intensieve kwekerij' waar tevens de dubbelbestemming Waarde - Landschap - 2, Waarde - Landschap - 3 of Waarde Landschap - 6 van toepassing is, niet mogen worden vergroot; Er is geen sprake van deze aanduiding

8. als het bouwvlak ten tijde van tervisielegging al de maximaal uit te breiden omvang heeft bereikt, mag het bouwvlak met 15% worden vergroot;

Het beoogde bouwvlak is passend binnen de voorwaarde zoals opgenomen onder 5. Er is geen sprake van vergroting boven de maximale oppervlakte.

9. het bepaalde in sub 8 is niet van toepassing indien het een bouwvlak ten behoeve van de intensieve veehouderij betreft; Niet van toepassing

10. er dient voorzien te worden in een adequate landschappelijke inpassing binnen het bouwvlak, waarvoor het volgende geldt: - de bestemming van de gronden die worden ingezet ten behoeve van de landschappelijke inpassing dienen te worden gewijzigd in de bestemming Groen zodat de groene inpassing planologisch wordt beschermd;

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

17

De locatie wordt landschappelijk ingepast. Op de verbeelding is de enkelbestemming ‘Groen – landschappelijke inpassing’ toegevoegd.

11. de uitbreiding dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.

In hoofdstuk 4 is de beschrijving voor de milieuhygiënische aanvaardbaarheid opgenomen. Het vergroten van het bouwvlak voor de bestaande voorzieningen is passend binnen deze wijzigingsbevoegdheid. Verwijdering van de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ is niet mogelijk binnen een wijzigingsplan. Hiervoor wordt een bestemmingsplan, incl. verbeelding en regels opgesteld.

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

18

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder bestemmingsplannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In 4.2.3 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden.

Op basis van deze paragraaf kan worden geconcludeerd dat er geen passende beoordeling nodig is om het gewenste initiatief mogelijk te maken. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Voor paardenfokkerijen geldt dat bij uitbreidingen van bedrijven met meer dan 50 dieren sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. De beoogde ontwikkeling ziet op de uitbreiding van een paardenfokkerij met 34 paarden (locatie Altenaweg 18) en oprichting van een paardenfokkerij met 14 paarden (locatie Altenaweg 13). Omdat de totale uitbreiding in paarden niet meer dan 50 bedraagt is het opstellen van een MER-beoordelingsnotitie niet noodzakelijk. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt sinds 7 juli 2017 echter ook een m.e.r.beoordelingsplicht. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen.

Artikel 7.17, tweede en vierde lid, van de Wet milieubeheer geeft aan op basis van welke informatie het bevoegd gezag, in dit geval het college van Burgemeester en Wethouders, een besluit moet nemen op een MER-beoordeling. Door middel van deze toelichting op het bestemmingsplan heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden, waarbij alle relevante planologische en milieuhygiënische aspecten zijn getoetst. Deze toelichting kan dan ook worden beschouwd als vormvrije MER-beoordelingsnotitie. 4.2 Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: - Beschrijving waterrelevant beleid; - Bestaande waterhuishoudkundige situatie; - Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

19

4.2.1

Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Omgevingsvisie en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

De belangrijkste aspecten zijn: - Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; - Een betere waterveiligheid door preventie; - Koppeling van waterberging en droogtebestrijding; In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn ook instructieregels opgenomen voor waterschappen. Op de kaart behorende bij deze instructieregels ligt de planlocatie niet in en relevant gebied. Zoals reeds uiteengezet in paragraaf 3.1.3 wordt er voldaan aan de instructieregels grondwaterbescherming zoals opgenomen in de Iov. De planlocatie is gelegen in de attentiezone waterhuishouding. Hier is eerder deze toelichting al op ingegaan.

Afbeelding 6: Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging

De wijze waarop de provincie omgaat met water is beschreven in het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027). Provinciale Staten hebben op 3 december 2021 het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027) vastgesteld (RWP). Hiermee is de RWP de opvolger van het Provinciaal Milieu en waterplan (PMWP). Het RWP is op 22 december 2021 inwerking getreden. Door middel van het RWP wordt beleid vastgesteld om te komen tot een klimaat robuust water en bodemsysteem in 2050 en zorg te dragen voor veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem in de provincie

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

20

Noord-Brabant. Belangrijk uitgangspunt van het RWP is de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) als een mijlpaal op weg naar een klimaatrobuust en veerkrachtig water- en bodemsysteem in 2050. In dit programma ligt de focus op zuinig zijn op water en de bodem, en het water- en bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden (systeemgericht). Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we dat het moet worden gewijzigd; we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem. Doel van RWP: ▪ Voldoende water ▪ Schoon water ▪ Veilig water ▪ Vitale bodem ▪ Klimaatadaptatie Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in haar RWP stelt. De RWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend Waterschap Waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. De doelstelling van het waterprogramma luidt als volgt; Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer.

Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. In 2050 is Nederland aangepast om de negatieve gevolgen van klimaatverandering op te vangen. De ambitie van het waterschap is samen met de omgeving te werken aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap voor de regio Midden- en West-Brabant. Het realiseren van deze ambitie wordt bereikt aan de had van zes beleidskeuzes; 1. Water als drager voor een vitale regio 2. Evenwicht in het water- en bodemsysteem 3. We werken samen 4. We werken duurzaam 5. We werken veerkrachtig en vernieuwend 6. We prioriteren op basis van verplichtingen en mogelijkheden Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’.

Door middel van de Keur van Waterschap Brabantse Delta, die in werking is getreden op 1 maart 2015, kan worden bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Deze mitigerende maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het realiseren van een retentievoorziening. De Keur van Waterschap Brabantse Delta schrijft per 1 april 2021 voor dat voor een toename van minder dan 500 m2 verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn.

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

21

Afbeelding 7: legger oppervlaktewater lichamen, Waterschap Brabantse Delta

4.2.2

Bestaande waterhuishoudkundige situatie

4.2.3

Beoogde waterhuishoudkundige situatie

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelsloten. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelsloten. Met de bestemmingsplanwijziging is er sprake van wijziging van de functie van het bedrijf. Er is geen sprake van een uitbreiding aan bedrijfsbebouwing. Het huishoudelijk afvalwater blijft op dezelfde wijze afgevoerd als in de huidige situatie (afvoer naar gemeentelijk riool).

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

22

Afbeelding 8: Uitsnede keurkaart beschermde gebieden, Brabantse Delta (plangebied rood omkaderd)

De planlocatie ligt gedeeltelijk binnen de aanduiding ‘beschermd gebied’, zie bovenstaande kaart. In dit gebied wordt enkel de paardenbak verwijderd en wordt er landschappelijke inpassing gerealiseerd. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de waarden binnen het beschermde gebied. De beoogde ontwikkeling zal zelfs een bijdrage leveren. Bij de bouw van de nieuwe bebouwing op de planlocatie zal geen gebruik worden gemaakt van zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. 4.3 Bodemkwaliteit In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient de aanwezige bodemkwaliteit te passen bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren. Indien de bodemkwaliteit (humane) risico’s met zich meebrengt of er sprake is van een spoedeisend geval van bodemverontreiniging kan de ontwikkeling voor bepaalde nieuwe functies geen doorgang vinden tot de risico’s zijn beheerst of weggenomen door sanering.

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

23

Een historisch en verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 dient te worden uitgevoerd wanneer de bestemming en/of gebruik wordt gewijzigd én wanneer een gebouw of gebruik wordt gerealiseerd waarin mensen 2 uur of langer gaan verblijven. Binnen de bedrijfsvoering vinden enkele bodembedreigende activiteiten plaats. Deze activiteiten hebben betrekking op het onderhoud aan de werktuigen en de opslag van mest en voer ten behoeve van de paardenfokkerij. Op het bedrijf zullen bovendien kleine gebruikshoeveelheden medicijnen, reinigingsen ontsmettingsmiddelen aanwezig zijn. Deze worden opgeslagen in afsluitbare (koel)kasten. Door gebruik te maken van zeer reguliere voorzieningen, zoals vloeistofkerende vloeren, lekbakken en afgesloten kasten wordt het bodembedreigende risico verwaarloosbaar gemaakt. Door visuele controle, de aanwezigheid van absorptiemiddelen en de aanwezigheid van de bodembeschermende voorzieningen wordt het bodemrisico nog verder teruggebracht. In het Activiteitenbesluit zijn regels opgenomen voor de bescherming van de bodemkwaliteit. Middels het treffen van de beschreven technische maatregelen en voorzieningen is er sprake van een verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging. De beoogde ontwikkeling, het realiseren van nieuwe stallen binnen de planlocatie, voorziet niet in een nieuwe bodembedreigende activiteit. Op locatie worden immers al dieren gehuisvest.

De agrarische veehouderij blijft in de beoogde situatie bestaan. Er worden enkel paarden gehouden in plaats van varkens. In de nieuwe stallen worden geen reinigings- en ontsmettingsmiddelen en/of medicatie opgeslagen. Bovendien wijzigt de bestemming niet, deze blijft namelijk bestemd voor agrarisch gebruik. Aangezien de bestemming en het gebruik niet wijzigen en er geen gebouw wordt gerealiseerd waar mensen langer dan 2 uur gaan verblijven, is er geen sprake van onaanvaardbare risico’s voor de huidige en toekomstige gebruikers van de bodem. Ten aanzien van het aspect bodem zijn er derhalve geen bezwaren voor de gewenste ontwikkeling. Een nader onderzoek naar de bodemgesteldheid is dan ook niet noodzakelijk. 4.4 Natuur Voorafgaand aan de beoogde wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.

4.4.1

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruitgaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. De Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: - Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; - Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; - Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; - Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan.

Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel

Bestemmingsplan Altenaweg 13 en 18, Gilze

24

beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNB. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Interim omgevingsverordening (Iov) de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De begrenzing van het netwerk is opgenomen in de Interim Omgevingsverordening. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. De bestaande longeercirkel en paardenbak liggen aan de Altenaweg deels binnen het NNB, zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding 9: Uitsnede kaart NNB (planlocatie rood omkaderd)

In de huidige situatie is er een paardenbak gelegen binnen het NNB. Zoals bovenstaand is beschreven is NNB bestemd voor bestaande natuurgebieden en de verbinding tussen bestaande natuurgebieden. Het gedeelte NNB dat tegen het bestemmingsplangebied is aangelegen betreft een losse snipper NNB, zie onderstaande afbeelding, dat niet valt aan te merken als een natuurgebied of een verbindingszone tussen natuurgebieden. Een paardenbak is ondanks dit echter niet wenselijk binnen NNB. Om deze reden wordt de paardenbak met de beoogde ontwikkeling verplaatst buiten het NNB. De paardenbak inclusief verlichting wordt dus verplaatst uit de NNB waardoor er enkel een verbetering van de huidige

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15148429/1