CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Strategie-duurzaamheid Gilze-en-Rijen

Raadscommissie Ruimte 23 april 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Strategie Duurzaamheid12.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De indicatoren en daarmee de monitoring zitten op het niveau van de doelstellingen en actielijnen. Het is belangrijk om regelmatig de voortgang van het uitvoeringsprogramma te evalueren, zodat eventuele knelpunten of uitdagingen tijdig kunnen worden geïdentificeerd en aangepakt. Door flexibel te blijven en ons aan te passen aan de eventueel veranderende omstandigheden, kunnen we ervoor zorgen dat onze inspanningen effectief blijven en blijvende impact hebben.

40 Strategie duurzaamheid

Bijlagen

Bijlage 1: Kaders Internationaal In 2015 zijn in het klimaatakkoord van Parijs internationale afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen (waaronder CO2) te reduceren en de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot maximaal 2°C. Het streven is om de stijging nog verder te beperken tot maximaal 1,5°C. De meest recente rapporten van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change, dit is het klimaatpanel van de Verenigde Naties) laten zien dat met het bestaande internationale klimaatbeleid de ambities niet zullen worden gehaald. In verband hiermee zijn de Europese klimaatdoelstellingen aangescherpt. In 2030 moeten de broeikasgasemissies in de EU met 55% zijn gedaald ten opzichte van de emissie in 1990. Dit was eerder 49%. Om de versnelling te realiseren heeft de Europese Commissie een pakket maatregelen vastgesteld onder de noemer ‘Fit for 55’. De maatregelen zijn gebaseerd op een aantal kernpunten zoals: • In 2030 moet zowel het energieverbruik gedaald zijn met 36%; • In 2030 moet 40% van de energie uit hernieuwbare bronnen komen. De internationale ambities en doelstellingen werken indirect door in het gemeentelijke beleid en vragen om inzet op energiebesparing en de duurzame opwek van energie.

Nationaal In lijn met de Europese afspraken heeft het kabinet de nationale doelstelling voor 2030 aangescherpt tot een CO2-reductie van tenminste 55%. Om er zeker van te zijn dat dit doel wordt behaald, richt het kabinet het beleid op een ambitie van 60% reductie in 2030. Hiervoor heeft het kabinet in 2023 een klimaatpakket gepresenteerd dat aanvullend is op de eerdere afspraken in het Klimaatakkoord. In het landelijke Klimaatakkoord hebben overheden en maatschappelijke partners afspraken gemaakt om de ambities ook daadwerkelijk te

42 Strategie duurzaamheid

realiseren. De afspraken hebben betrekking op de duurzame opwek van elektriciteit, de verduurzaming van de gebouwde omgeving, industrie, landbouw, landgebruik en mobiliteit.

Regionaal Een deel van de afspraken die in het landelijke klimaatakkoord zijn gemaakt worden op regionaal niveau uitgewerkt en vastgelegd in de Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS) en de bijbehorende Regionale Structuur Warmte (RSW). Hierbij gaat het vooral om het duurzaam opwekken van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen zoals wind en zon, en om het verduurzamen van de gebouwde omgeving. De gemeente Gilze en Rijen is onderdeel van de REKS-regio Hart van Brabant. In 2021 is de REKS 1.0 vastgesteld door de gemeenteraden, de Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het Waterschap. Hierin is onder andere vastgelegd dat: • In 2030 ligt er in de Regio Hart van Brabant 300 hectare zon op bedrijfsdaken; • Voor de gemeente Gilze en Rijen vertaalt dit zich naar ca. 22.75 ha bedrijfsdaken (46.252 MWh). • In 2030 wordt 20% energiebesparing gerealiseerd t.o.v. 1990, en richting 2050 50%.

Transitievisie warmte Een groot deel van het energiegebruik gaat nu naar het verwarmen van woningen en andere gebouwen. Dit wordt nu grotendeels met aardgas gedaan, maar in 2050 willen in Nederland aardgasvrij zijn. In 2021 is de Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld door de raad. Hierin staan de kansen beschreven om naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050 te gaan in Gilze en Rijen. In 2026 willen we een verschuiving van 10% hebben gerealiseerd in het energielabel van woningen.

Bijlage 2: Overzichtstabellen Waar willen we heen?

Waar staan we nu? (zie bijlage 3)

Hoe monitoren we dit?

We dringen onze CO2emissie terug

We sluiten in Gilze en Rijen aan bij de landelijke doelstelling uit het klimaatakkoord om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. In 2050 willen we CO2-neutraal zijn.

We stoten momenteel ca. 16% minder CO2 uit dan in 19901. De grootste CO2-uitstoot komt vanuit de gebouwde omgeving (41%) en verkeer en vervoer (43%).

• Totale CO2-uitstoot per sector (kton/jaar) • Totale CO2-uitstoot per inwoner (kton/jaar)

We gebruiken minder energie

We sluiten aan bij de doelstelling uit de REKS 1.0 om in Hart van Brabant in 2030 20% te besparen op het gebruik van energie t.o.v. 1990 en in 2050 50%.

We gaan de stand van zaken in beeld brengen over welk percentage energiebesparing t.o.v. 1990 we behaald hebben.

• Totaal energiegebruik per sector (TJ/jaar) • Energielabels woningen (percentage labels C of hoger)

We stappen over op duurzame warmte

In de Transitievisie Warmte (TVW) hebben we afgesproken dat we in 2026 een verschuiving van 10% willen realiseren in het energielabel van woningen.

Het aardgasgebruik is tussen 2015-2021 licht afgenomen met ca. 6%. Het overgrote deel van het aardgasgebruik vindt plaats in woningen (82%). In 2022 waren 4,4% 3 van de woningen aardgasvrij, dit zijn ca. 200 woningen.

• Aantal aardgasvrije bestaande woningen • Aardgasgebruik gebouwde omgeving (m3/jaar)

We wekken duurzame elektriciteit op

We sluiten aan bij de doelstelling uit de REKS 1.0 om in de Regio Hart van Brabant 300 ha zon op bedrijfsdaken te realiseren. Voor de gemeente Gilze en Rijen vertaalt dit zich naar ca. 22,75 ha bedrijfsdaken (46.252 MWh).

Van de REKS doelstelling voor zon op bedrijfsdaken was in april 2022 15.579 MWh gerealiseerd.

• Hernieuwbare energie opwek per soort (TJ/jaar) • Zon op bedrijfsdaken (GWh/jaar) • Zon op woningen (percentage en TJ/jaar)

Eigen organisatie

In 2030 willen we dat (bijna) alle gemeentelijke gebouwen zijn voorzien van het energielabel A en dat de energie die we gebruiken duurzaam wordt opgewekt.

Momenteel hebben 7 van de 16 gemeentelijke gebouwen een label A(+++). 4 gebouwen hebben een label D of lager.

• Energielabels gemeentelijke gebouwen • Energiegebruik gemeentelijke gebouwen (TJ/jaar) • Hernieuwbare energie opwek op gemeentelijke gebouwen (TJ/jaar)

Voor het basisjaar 1990 zijn geen gegevens over de CO2 -uitstoot op gemeenteniveau bekend, daarom wordt uitgegaan van de CO2 -uitstoot in 2017.

1

Landelijk lag in 2017 de CO2 -uitstoot namelijk op het niveau van 1990 (https://www.clo.nl/indicatoren/nl0165-broeikasgasemissies-in-nederland). 2

Dit is met name gehaald door hoge gasprijzen en een zachte winter. En kan van tijdelijke aard zijn. Bron: Voortgangsrapportage Regionale Energie Strategie West-Brabant 2023

3

Voorlopige cijfers CBS.

43 Strategie duurzaamheid

Waar willen we heen?

Waar staan we nu?

Hoe monitoren we dit?

We zijn beter voorbereid op perioden van extreme weersomstandigheden

Het doel is om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn. We sluiten in Gilze en Rijen aan bij deze landelijke ambitie en willen in 2030 beter voorbereid zijn op extremer weer.

• In 2020 is er een stresstest ligt uitgevoerd; • Koppelkansen worden vaak benut in projecten;

• Elke zes jaar de klimaatstresstesten herhalen; • Aansluiten bij landelijke en regionale initiatieven om klimaatadaptatie te monitoren.

We nemen samen met bewoners en ondernemers maatregelen

De inwoners en ondernemers zijn en handelen klimaatbewust. De inrichting van de openbare ruimte is klimaatbestendig ingericht.

• We zijn plannen aan het opstellen voor het vergroenen van bedrijventerrein Broekakkers; • De inwoners worden betrokken bij klimaatadaptatie d.m.v. acties en via communicatiekanalen

• De verhouding groen/grijs op het bedrijventerrein Broekakkers; • Het aantal aangevraagde klimaatsubsidies.

We zijn een biodiverse gemeente

We streven naar meer en betere kwaliteit groen binnen de kernen We streven naar meer en een hogere kwaliteit van natuur in het buitengebied.

• We zijn een bij-vriendelijke gemeente door zelf ecologisch verantwoord te werken in (her)inrichtings-projecten, beheer en onderhoud; • We zijn aangesloten bij Bijenlandschap West-Brabant.

We monitoren de biodiversiteit met de Nationale Databank Flora en Fauna.

We zorgen voor klimaatrobuuste natuur en landschap in het buitengebied

•W  e streven naar klimaatrobuuste ingerichte beekdalen; •W  e streven naar een betere sponswerking van de bodem; •W  e hebben het risico van o.a. natuurbranden in beeld.

• We participeren bij de Visie Weerbare Beekdalen van Waterschap Brabantse Delta; • We gaan de sponswerking van de bodem en het risico op natuurbranden in beeld brengen.

De monitoring is mogelijk nadat de risico’s en kansen in beeld zijn gebracht.

We vertalen landelijke richtlijnen naar lokaal beleid

We geven als gemeente zelf het goede voorbeeld door klimaatbestendige ontwikkelingen in ons beleid te borgen en als organisatie zelf klimaatadaptief te handelen.

We hebben de grote lijnen beeld om de vertaalslag naar lokaal beleid te kunnen maken.

Het vastgestelde beleid omvat aanpassingen gericht op klimaatadaptatie.

44 Strategie duurzaamheid

Waar willen we heen?

Waar staan we nu?

Hoe monitoren we dit?

We verminderen het gebruik van primaire grondstoffen

In 2030 willen we 50% minder primaire grondstoffen gebruiken en in 2050 is onze economie volledig circulair.

We hebben meer inzicht in het primaire grondstoffen gebruik in onze gemeente nodig.

• Er wordt een grondstoffenmonitor opgesteld

We voeren ons afvalbeheer duurzaam uit

We streven de VANG-doelstellingen na dragen hiermee bij aan de doelstelling om in 2025 een maximale scheiding van restafval te hebben.

We meten de kg restafval per inwoners per jaar. Momenteel ligt dit rond de 62 kg. Het landelijk gemiddelde ligt rond de 100 kg per inwoner per jaar.

• Scheidingspercentage huishoudelijk afval • Kg restafval per inwoner • Percentage hergebruik

We verminderen het gebruik van primaire grondstoffen in onze eigen organisatie

In 2030 zijn 50% van onze inkopen en aanbestedingen circulair en in 2050 zijn onze inkopen en aanbestedingen volledig circulair.

We gaan de stand van zaken in beeld brengen over welk percentage van onze inkopen en aanbestedingen circulair is.

• Percentage circulaire inkopen en aanbestedingen

We stimuleren biobased grondstoffen

Voor 2030 zijn de volgende doelen omschreven: Minstens 30% van de nieuwbouwwoningen is gerealiseerd met 30% biobased materialen of meer. Minstens 30% van de isolatie voor verduurzaming is uitgevoerd met biobased materialen. Minstens 30% van de gebruikte materialen voor utiliteitsbouw is biobased.

Op dit moment zijn worden biobased grondstoffen alleen toegepast wanneer een huiseigenaren, ondernemers of projectontwikkelaars hier intrinsiek mee bezig zijn.

• De doelen worden opgenomen in de handreiking duurzaam bouwen • Monitor BBE van WUR

45 Strategie duurzaamheid

Waar willen we heen?

5

Waar staan we nu?

Hoe monitoren we dit?

We sluiten aan bij de landelijke doelstelling uit het klimaatakkoord om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. In 2050 willen we CO2-neutraal zijn.

We stoten momenteel ca. 16% minder CO2 uit dan in 19904. In 2021 was verkeer en vervoer verantwoordelijk voor 43% van de totale CO2uitstoot (zie figuren in bijlage 3).

• Totale CO2-uitstoot per sector (kton/jaar) • Totale CO2-uitstoot per inwoner (kton/jaar)

Uitbreiding van de openbare laadinfrastructuur

We sluiten aan bij de NAL doelstelling door te zorgen dat laadinfrastructuur in de publieke ruimte geen obstakel is voor de uitrol van elektrisch rijden. Volgens de prognoses van ElaadNL zijn er in 2030 in Gilze en Rijen 518 publieke laadpunten benodigd. In 2050 zijn dit 2043 publieke laadpunten5. De invulling hiervan wordt uitgewerkt in een integrale laadvisie.

Er waren in 2023 in de gemeente Gilze en Rijen 501 volledig elektrische voertuigen en 217 plug-in hybride voertuigen geregistreerd . In september 2023 waren er in totaal in de gemeente Gilze en Rijen 130 publieke laadpunten8.

• Aantal publieke laadpunten • Aantal geregistreerde elektrische voertuigen

Stimuleren van alternatieve vormen van mobiliteit

We bevorderen schone en duurzame mobiliteitsvormen met als doel het verminderen van het vervoer op de wegen.

Op dit moment ontbreekt de mogelijkheid tot deelmobiliteit in de gemeente. Dit wordt verder in beeld gebracht in de Mobiliteitsvisie.

• Aantal deelauto’s en -tweewielers • Modal split

Eigen organisatie

Als gemeente spannen we ons in om onze eigen mobiliteit te verduurzamen.

We brengen de huidige stand van zaken in beeld.

• Totaal aantal gereisde kilometers (per vervoersmiddel en gebruikte brandstof)

Voor het basisjaar 1990 zijn geen gegevens over de CO2 -uitstoot op gemeenteniveau bekend, daarom wordt uitgegaan van de CO2 -uitstoot in 2017.

Landelijk lag in 2017 de CO2 -uitstoot namelijk op het niveau van 1990 (https://www.clo.nl/indicatoren/nl0165-broeikasgasemissies-in-nederland). 6

Bron: ElaadNL Outlook 2021Q3

7

Bron: regionale klimaatmonitor d.d. 18-10-2023

8

Bron: NAL Aantallen Datasheet 2023-09

46 Strategie duurzaamheid

Bijlage 3: Waar staan we nu? De afgelopen periode hebben we in Gilze en Rijen onze CO2-uitstoot verminderd met ongeveer 43 kiloton (kton), van 196 kton CO2 in 2015 naar 153 kton CO2 in 2021. De grootste CO2-uitstoot komt vanuit de gebouwde omgeving (43%) en verkeer en vervoer (41%). Zoals te zien in onderstaande figuur1 moeten er nog grote stappen worden gezet om in 2050 volledig CO2neutraal te zijn. We stoten momenteel ca. 16% minder CO2 uit dan in 19902.

Ook in het aardgasgebruik is de afgelopen jaren (2015-2021) lichtelijk afgenomen met ca. 7%. Het overgrote deel van het aardgasgebruik vindt plaats in woningen (66%). Om in 2050 volledige aardgasvrij te zijn moeten ook nog grote stappen worden gezet (zie onderstaande figuur). In 2022 waren 2,8%3 van de woningen aardgasvrij, deze woningen worden elektrisch verwarmd. Naast aardgasvrij maken moeten we onze woningen ook verduurzamen. In 2022 had 76% van de gelabelde woningen4 een label C of hoger.

De afname bij verkeer en vervoer in 2020 en 2021 is zeer waarschijnlijk (deels) te wijten aan de coronamaatregelen en de daarmee samenhangende verminderde reisbewegingen. Volgens cijfers van het CBS lag de verkeersintensiteit van

1

personenvervoer landelijk gezien over 2020 doordeweeks op 82% van die in 2019 en in het weekend op 75%. Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/welvaart-in-coronatijd/mobiliteit/ Voor het basisjaar 1990 zijn geen gegevens over de CO2 -uitstoot op gemeenteniveau bekend, daarom wordt uitgegaan van de CO2 -uitstoot in 2017. Landelijk lag in 2017 de CO2 -uitstoot namelijk op het niveau van 1990

2

(https://www.clo.nl/indicatoren/nl0165-broeikasgasemissies-in-nederland). 3

Voorlopige cijfers CBS.

4

32,5% van de woningen in Baarle-Nassau is voor zien van een geldig energielabel.

47 Strategie duurzaamheid

De hoeveelheid hernieuwbare energie opwek neemt de afgelopen jaren sterk toe, met name zonnestroom (71 TJ in 2021). Inmiddels is 15.579 MWh zon op bedrijfsdaken gerealiseerd. Op ca. 28% van de woningen in Gilze en Rijen liggen zonnepanelen.

48 Strategie duurzaamheid

Bijlage 4: Netcongestie en de rol van de gemeente Momenteel is het elektriciteitsnetwerk op verschillende plekken in Nederland overbelast. Er is sprake van ‘netcongestie’ of ‘transportschaarste’. Dit betekent dat er niet genoeg netcapaciteit beschikbaar is om aan de groeiende vraag aan elektriciteit en de teruglevering van duurzaam opgewekte elektriciteit te voldoen. De netcapaciteit geeft aan hoeveel elektriciteit er over het elektriciteitsnet getransporteerd kan worden. Dit brengt flinke problemen met zich mee. Nieuwe bedrijven die een grootverbruikersaansluiting willen, komen op een wachtlijst terecht en grootschalige teruglevering van elektriciteit aan het net is niet mogelijk. In eerste instantie is het oplossen van de problemen een opgave voor de netbeheerders, die hierbij gebonden zijn aan strenge regels. TenneT richt zich op het hoogspanningsnet in Nederland en regionale netbeheerders zoals Enexis zijn verantwoordelijk voor de andere netvlakken. De netbeheerders werken hard aan het uitbreiden en versterken van het netwerk, maar dit kost veel tijd. Overheden, waaronder gemeenten, spelen vooral een indirecte rol bij het oplossen van de problematiek. Daarbij gaat het onder meer om het: • meewerken aan het versneld realiseren van netuitbreidingen bv.

door het versnellen van de procedures die hiervoor moeten worden gevolgd; • stimuleren van het slimmer benutten van het huidige netwerk; • meedenken over maatschappelijke prioritering (wat moet voorrang krijgen); • rekening houden met het netwerk bij ruimtelijke en economische plannen.

49 Strategie duurzaamheid

Bijlage 5: Resultaten ‘toekomstbus’ De inwoners van Gilze en Rijen hebben tijdens verschillende participatiemomenten o.a. met de Toekomstbus hun opvattingen kunnen uiten over verschillende duurzaamheidsthema's en de gewenste rol van de gemeente. Uit de verzamelde gegevens blijkt dat de ondervraagde inwoners de volgende prioriteiten en standpunten belangrijk vinden:

Circulariteit Als we ambacht goedkoper maken en producten duurder geef dat medeinwoners van de gemeente een grotere drive om producten te laten repareren. Toch gaf een groot aandeel van de ondervraagde inwoners aan circulariteit minder belangrijk te vinden dan de andere duurzaamheidsthema’s.

Duurzame mobiliteit Een aantal inwoners pleiten ervoor om de voetgangers en fietsers een groter aandeel te geven in het straatbeeld. Denk hierbij bijvoorbeeld aan fietscentrische wegen of een autovrij centrum. Daarnaast vond iemand de fietspaden te smal, waardoor ze onveilig worden. Het dorp heeft op dit moment in het centrum een 30 zone en éénrichtingsverkeer, echter hebben een aantal ondervraagden het gevoel dat de verkeersdeelnemers zich er niet aan houden. Dit draagt volgens hun niet bij aan de veiligheid van het centrum voor fietsers en wandelaars, waardoor mensen meer geneigd zouden zijn de auto te pakken. Op dit moment vindt een deel van de ondervraagde inwoners dat de laadinfrastructuur te wensen over laat. De kans bestaat dat inwoners hierdoor niet genoeg aangemoedigd worden om over te stappen naar elektrische auto’s. Een ander frustratiepunt van een aantal inwoners is de busverbinding naar de grote steden in de buurt. Hierdoor waren zij minder geneigd de bus als alternatief vervoermiddel te kiezen. Duurzame mobiliteit staat bij veel ondervraagde inwoners hoog op het lijstje van belangrijkste transities binnen de gemeente op dit moment.

Energietransitie Een deel van de ondervraagde inwoners beargumenteert dat in de energietransitie de grootste kansen liggen voor verduurzaming van het dorp. Bij sommige van deze inwoners heerst er ook verwarring over het systeem

50 Strategie duurzaamheid

en de stappen voorgesteld door de overheid. Er zijn veel vragen over subsidiering van zonnepanelen en andere verduurzamende maatregelen. De aantal van de ondervraagde inwoners vinden dat de gemeente qua informatieverstrekking een zichtbaardere rol moet spelen. ‘De gemeente moet een rol pakken in informatie voorziening. Welke stappen moeten er genomen worden, welke partijen kan je vragen en van welke subsidie kunnen we gebruik maken. Een overzicht van zulke dingen zou helpen.’ Alhoewel de energietransitie volgens de ondervraagde inwoners van Gilze en Rijen qua verduurzaming van de gemeente het meeste potentie heeft, moet dit niet ten koste gaan van duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit.

Klimaatadaptatie & biodiversiteit De ondervraagde inwoners van Gilze en Rijen pleitten voor meer groen en minder steen in het dorp. Zij vinden groen een mooier aanzicht hebben en beargumenteren terecht dat dit hittestress en wateroverlast tegengaat. Er zijn vanuit de gemeente beloftes gedaan om de openbare ruimte groener te maken, echter zien de ondervraagde inwoners dit nog niet in het straatbeeld. Daartegenover is er de laatste jaren veel groen in het buitengebied verloren gegaan aan nieuwe wijken, waarin de openbare ruimte gedomineerd wordt door verstening. Een aantal van de ondervraagde inwoners zien graag dat in nieuwe wijken het groen een groter aandeel krijgt en onaangetaste delen van het buitengebied ook zo behouden blijft.

Rol gemeente Tijdens de participatie werd de vraag gesteld bij wie de verantwoordelijkheid voor het behalen van deze transities ligt. 100% van de ondervraagde inwoners vindt dat de gemeente het voortouw moet nemen en en dat de gemeente de verantwoordelijkheid moet nemen.

Samen duurzaam doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13997556/1