CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwerpbestemmingsplan Raadhuisstraat 4 en 6 Gilze

Gemeenteraad 19 februari 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Intern30.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

5.

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 13 5.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 13

5.2

Grondmengmonsters ................................................................................................................................................................................. 13

5.3

Grondwatermonster ................................................................................................................................................................................... 15

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 16

6.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 17

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6a 6b 7 8

Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten en fotostandplaatsen Boorprofielen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grondmengmonsters Toetsingstabellen en analyserapport uitsplitsing grondmengmonster Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster Omgevingsrapportage omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Pagina | 3

AM22112

1.

INLEIDING

In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Raadhuisstraat 4-6 Gilze

Gemeente

: Gilze en Rijen

Kadastrale registratie

: Gilze en Rijen, sectie L, nr. 3846

Oppervlakte

: circa 521 m2

Huidig gebruik van de locatie

: braakliggend

Toekomstig gebruik

: appartementen

Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend onderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is een voorgenomen nieuwbouw van appartementen op de onderzoekslocatie.

Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-

en

grondwateronderzoek)

beschreven.

Hoofdstuk

5

beschrijft

de

laboratoriumwerkzaamheden

en

de

onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in maart en april 2022. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).

Pagina | 4

AM22112

2. VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •

de opdrachtgever;

•

het kadaster;

•

topotijdreis.nl;

•

het dinoloket;

•

gemeente Gilze en Rijen;

•

omgevingsdienst Midden- en West-Brabant;

•

provincie Noord-Brabant;

•

terreininspectie.

In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.

2.2

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt aan de Raadhuisstraat 4-6 Gilze. Kadastraal is de locatie bekend als Gilze en Rijen, sectie L, nr. 3846. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 124.251 / Y = 394.870. Zie bijlage 1 voor een topografische kaart en kadastrale situatie. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto en kadastrale ondergrond: PDOK-Viewer)

Pagina | 5

AM22112

2.3

Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis

In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie in 1900 reeds bebouwd was. Op de kaart uit 1938 is te zien dat de woning aan de Raadhuisstraat nummer 2 is afgebroken. Op de kaart uit 1980 is zichtbaar dat op de onderzoekslocatie twee gebouwen aanwezig zijn. In 2015 is deze bebouwing niet meer aanwezig.

1900

1938

1967

1980 2010 2015 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten en luchtfoto (bron kaarten en luchtfoto: topotijdreis.nl)

2.4

Dossieronderzoek

Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 25 februari 2022 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Gilze en Rijen. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX. In het gemeentelijk archief waren echter geen, voor het verkennend bodemonderzoek relevante, bouw-, sloop en milieuvergunnings-dossiers beschikbaar. Via de website van de omgevingsdienst Midden- en West-Brabant is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8.

Ter plaatse van het plangebied is een verkennend

bodemonderzoek opgenomen dat in tabel 2.1 opgenomen is. Pagina | 6

AM22112

Kenmerk

Bijzonderheden

Verkennend

Aanleiding voor het onderzoek vormde de voorgenomen nieuwbouw op de locatie, alsmede een

bodemonderzoek

bestemmingsplanwijziging. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht:

Raadhuisstraat 4-6 te Gilze,

A: pad met koolassen:

Econsultancy bv,

De bovenste meter van de bodem is licht verontreinigd met PAK. Het gehalte aan PAK ligt boven de in de

Kenmerk: 14013022,

directe omgeving voorkomende waarden. Deze lichte verontreiniging is te relateren aan de waargenomen

d.d.: 20 maart 2014

bijmengingen met koolassen en baksteen in de bodem. De vooraf gestelde hypothese, dat deellocatie A als "verdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw en de bestemmingsplanwijziging. B: overige terreindelen: De bovengrond is licht verontreinigd met koper, kwik, lood, zink en PAK. Het gehalte aan zink en PAK ligt hoger dan de in de directe omgeving voorkomende waarden. Deze lichte verontreinigingen zijn waarschijnlijk te relateren aan de eeuwenlange bewoning van het perceel en de aangetroffen zintuiglijke bijmengingen in de bodem. Het grondwater is licht verontreinigd met molybdeen. De vooraf gestelde hypothese, dat deellocatie B als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van de verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de nieuwbouw en de bestemmingsplanwijziging. Zie afbeelding 3 voor een situatietekening met de uitgevoerde boringen uit het verkennend bodemonderzoek.

Tabel 2.1: Uitgevoerd bodemonderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie Pagina | 7

AM22112

Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor een verhoogd voorkomen van PFAS en/of GenX anders dan landelijk diffuus voorkomend (AW2000). Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de provincie Noord-Brabant blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

Het plangebied ligt centraal in het stedelijk gebied van Gilze. De verwachte bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]

Lithostratigrafie

Lithologie

0,0 – 1,4

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

1,4 – 5,1

Formatie van Stramproy

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool

5,1 – 10,7

Formatie van Waalre

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind

10,7 – 23,0

Formatie van Peize

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B50E0385)

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 16,3 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordoostelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 14,2 meter +NAP of ca. 2,1 m-mv. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 31 maart 2022 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2 en een situatietekening met de fotostandplaatsen is opgenomen in bijlage 3. De onderzoekslocatie ligt aan de Raadhuisstraat. Het perceel is braakliggend (lage begroeiing). Er zijn geen sporen van bodemverontreiniging, ophogingen, afgravingen of (ondergrondse) tanks. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door een muur en achtergelegen parkeerplaatsen, aan de oostzijde door een woning met tuin en deels de Heuvelstraat, aan de zuidzijde door de Raadhuisstraat en aan de westzijde door een woning met tuin.

Pagina | 8

AM22112

Er zijn ter plaatse geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van ophogingen, afgravingen, bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

2.7

Asbest

Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.

2.8

Bodemkwaliteitskaart Midden- & West-Brabant

Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Midden- & West-Brabant blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘AW2000’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Wonen’.

2.9

Onderzoekshypothese

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht).

Pagina | 9

AM22112

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1

Inleiding

Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.

3.2

Onderzoeksstrategie NEN 5740

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen

Aantal te onderzoeken (meng)monsters

oppervlakte (m²)

tot 0,5 m

èn tot 2 m

èn met peilbuis

bovengrond

ondergrond

grondwater

521

4

1

1

2

1

1

NEN-grond incl. lutos

NEN-grond incl. lutos

NEN-grondwater

Analysepakket

Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.

Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie

Pagina | 10

AM22112

4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.

4.2

Grondbemonstering

Op 31 maart 2022 zijn de boringen geplaatst conform protocol 2001. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.

Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis, zie tabel 4.2. Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst ter plaatse van boorpunt 01. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt.

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen en opgenomen in bijlage 4. De boorpuntlocaties zijn opgenomen op de situatietekening in bijlage 3. In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring

Traject (m -mv) 0,00 - 1,25

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

01

Diepte boring (m -mv) 3,80

Zand

matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend

02

2,00

0,25 - 1,20

Zand

sporen baksteen

03

1,00

0,20 - 0,50

Zand

sporen baksteen, sporen kooldeeltjes

04

1,40

0,20 - 0,90

Zand

sporen baksteen, sporen kooldeeltjes

05

1,75

0,00 - 1,25

Zand

zwak baksteenhoudend, sporen kooldeeltjes

06

1,00

0,00 - 0,50

Zand

sporen baksteen

Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen

In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek conform NEN 5707 verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De in de uitkomende bodem aangetroffen bijmengingen met baksteen-, beton- en kooldeeltjes zijn als niet asbesthoudend beschouwd. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Pagina | 11

AM22112

4.3

Grondwatermonstername

De peilbuis is een week na plaatsing op 7 april 2022 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer L. Koomen. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 1

Filterdiepte (m-mv.) 2,80 – 3,80

Grondwaterstand (m-mv.) 2,10

pH (-) 6,67

Ec (µS/cm) 430

Troebelheid (NTU) 230

Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername

De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.

In het grondwater in de peilbuis is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is geen enkele organische parameter verhoogd aangetroffen, zie 5.3 grondwateranalyse. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft derhalve geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.

Pagina | 12

AM22112

5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1

Algemeen

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.

5.2

Grondmengmonsters

In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Vanwege de aangetroffen visuele bijmengingen is in overleg met de opdrachtgever besloten om een aanvullend bovengrondmengmonster te analyseren op het NEN5740 standaardpakket. Analysemonster MM1

Traject (m -mv) 0,00 – 0,50

Deelmonsters 3-2, 4-2, 5-1

Analysepakket Standaardpakket incl. lu/os

MM2

0,00 – 0,50

1-1, 2-2, 6-1

Standaardpakket incl. lu/os

MM3

0,50 – 1,75

1-4, 4-4, 5-4, 6-2

Standaardpakket incl. lu/os

Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *

Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6a voor de toetsingstabellen en het analyserapport.

Pagina | 13

AM22112

(Meng)monster

Traject (m -mv)

Zintuiglijke waarnemingen

Verhoogde component

MM1

0,00 – 0,50

Sporen baksteen, zwak

Koper

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing (indicatie bodemkwaliteitsklasse) 60 * (industrie)

baksteenhoudend, sporen

Lood

135

* (wonen)

kooldeeltjes

Zink

228

* (industrie)

PAK (10-VROM)

10,0

* (industrie)

Matig baksteenhoudend, sporen

Koper

51

* (wonen)

baksteen, zwak betonhoudend

Kwik

0,17

* (wonen)

Lood

585

*** (NT)

Zink

258

* (industrie)

PAK (10-VROM)

6,1

* (wonen)

Minerale olie

200

* (industrie)

MM2

MM3

0,00 – 0,50

0,50 – 1,75

Geen bijmengingen/bijzonderheden

Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0,00 – 0,50 m-mv.) licht verhoogd is met koper, lood, zink en PAK. Grondmengmonster MM2 (dieptetraject 0,00 – 0,50 m-mv.) is licht verhoogd met koper, kwik, zink, PAK en sterk verhoogd met lood. Ondergrondmengmonster MM3 (dieptetraject 0,50 – 1,75 m-mv.) is licht verhoogd met minerale olie. Naar aanleiding van het gemeten sterk verhoogde gehalte aan lood in MM2 is in overleg met de opdrachtgever besloten om de deelmonsters (drie monsters) waaruit het bovengrondmengmonster is samengesteld separaat te analyseren op lood. De analyseresultaten van de grondmonsters worden in de volgende tabel samengevat. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6b voor de toetsingstabellen en het analyserapport. Monster 01-1

Traject (m -mv) 0,00 – 0,50

Zintuiglijke waarnemingen Matig baksteen- en zwak

Verhoogde component Lood

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing (indicatie bodemkwaliteitsklasse) 91,07 * (wonen)

betonhoudend 02-2

0,25 – 0,50

Sporen baksteen

Lood

126,5

* (wonen)

06-1

0,00 – 0,50

Sporen baksteen

Lood

136,5

* (wonen)

Tabel 5.3: Toetsingsresultaten uitsplitsing grondmengmonster MM2

Uit de analyseresultaten van de uitsplitsing van bovengrondmengmonster MM2 blijkt dat alle deelmonsters 01-1, 02-2 en 061 licht verhoogd zijn met lood. Het eerder aangetroffen sterk verhoogde gehalte aan lood in grondmengmonster MM2 wordt niet bevestigd bij de uitsplitsing.

De verhoogde gehalten zijn waarschijnlijk te relateren aan de aangetroffen zintuiglijk heterogene bijmengingen in de bovengrond en het langdurig menselijk gebruik van de locatie.

Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Pagina | 14

AM22112

Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.

De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).

5.3

Grondwatermonster

De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.

*

Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor de toetsingstabellen en het analyserapport.

Peilbuis 1

Filtertraject [m-mv] 2,80 – 3,80

Grondwaterstand [m-mv.]

Verhoogde component

2,10

Barium

Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 170 *

Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 licht verhoogd is met barium. De andere gehalten zijn niet verhoogd ten opzichte van de streefwaarde gemeten.

Het licht verhoogde gehalte met barium wordt waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Verhoogde gehalten aan barium zijn vaak ook van natuurlijke oorsprong en fluctueren met de tijd.

Pagina | 15

AM22112

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese

Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de grond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. In de bovengrond zijn na uitsplitsing van mengmonster MM2 lichte verhogingen met koper, lood, zink, kwik en PAK aangetoond. De ondergrond is licht verhoogd met minerale olie. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). Het grondwater blijkt licht verhoogd met barium tegenover de streefwaarde. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk geacht.

Pagina | 16

AM22112

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn verspreid over de locatie bijmengingen met baksteen en kooldeeltjes waargenomen. In boring 01 zijn tevens bijmengingen met beton waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met koper, lood, zink, kwik en PAK. De ondergrond is licht verhoogd met minerale olie. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling en nieuwbouw van appartementen. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt van de onderzoekslocatie, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast gezien de aangetroffen lichte verhogingen. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Handelingskader PFAS van toepassing. In het kader van dit onderzoek is geen asbest in bodem onderzoek conform de NEN 5707 verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. De voormalige woning is in 2015 gesloopt.

Bij het dossieronderzoek, bij de maaiveldinspectie en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen of activiteiten waargenomen. De onderzoekslocatie is derhalve als onverdacht op het voorkomen van asbest in de bodem beschouwd. Het voorliggende onderzoek doet geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.

Pagina | 17

AM22112

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart

AM22112

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13664190/1