CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwerpbestemmingsplan Raadhuisstraat 4 en 6 Gilze

Gemeenteraad 19 februari 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Intern30.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6, Gilze

|45

6. JURIDISCHE REGELGEVING 6.1.

Inleiding

Dit bestemmingsplan sluit wat betreft de juridische regelgeving aan op de regeling van het bestemmingsplan Woongebied Gilze. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de kaart aangegeven bestemmingen en de daarop betrekking hebbende regels, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden.

6.2.

Systematiek van de regels

De gemeente Gilze en Rijen hanteert een bestek waar een bestemmingsplan aan dient te voldoen. Een hulpmiddel wat de gemeente daarbij gebruikt is een standaard opzet voor het maken van regels bij bestemmingsplannen. Elk bestemmingsplan blijft echter maatwerk. De opzet van de regels is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Uiteraard is de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk opgenomen, om de specifieke eisen die een gebied stelt aan de bestemmingsplanregeling te kunnen verwerken. Daarnaast is in landelijke standaarden (SVBP2012 en IMRO 2012) vastgelegd welke kleuren, lijnen, symbolen e.d. toegepast worden bij het opstellen van de verbeelding. In de volgende paragraaf worden de gebruikte bestemmingen nader toegelicht. Hieronder wordt een toelichting gegeven op welke wijze een en ander in de regels is vastgelegd. De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen, het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen.

Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels voor gebouwen; • Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen; • Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde; • Eventuele nadere eisen; • Eventuele afwijkingen van de bouwregels; • Eventuele specifieke gebruiksregels; • Eventuele afwijkingen van de gebruiksregels. In dit hoofdstuk worden de bestemmingen van gronden als eerste beschreven en daarna gevolgd door de eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen, waarden en waterstaatsdoelen. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Anti-dubbeltelregel: met deze bepaling wordt beoogd misbruik van de regels door middel van (privaatrechtelijke) wijzigingen in de eigendomsverhoudingen van gronden te voorkomen; • Algemene bouwregels: dit artikel bevat de bouwregels van algemene bouwwerken die binnen het gehele plangebied kunnen worden opgericht; bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6, Gilze

|46

•

• • •

Algemene afwijkingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten en percentages met betrekking tot het bouwen, het oprichten van gebouwen van openbaar nut en het in beperkte mate verschuiven van bestemmingsgrenzen; Algemene gebruiksregels; Algemene wijzigingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingsgrenzen. Algemene procedureregels.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Overgangsregeling: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven; • Titel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.

6.3.

Beschrijving van de bestemmingen

Artikel 3 Wonen In artikel 3 staan de regels voor de bestemming ‘Wonen’. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor de afzonderlijke huisvesting van huishoudens of daarmee vergelijkbare economische eenheden van een of meer personen, alsmede voor tuinen en erven en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en uitritten. In de regels zijn nadere bebouwingsregels opgenomen voor de hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 4 Waarde Archeologie 2 De mogelijk aanwezige archeologische waarden zijn beschermd door middel van de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2.

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6, Gilze

|47

7. UITVOERBAARHEID 7.1

Economische haalbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen voor gronden waarop een aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In artikel 6.2.1. Bro staat aangegeven wat onder een aangewezen bouwplan wordt verstaan. Het bestemmingsplan betreft een particulier initiatief op particulier terrein. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt ten behoeve van de kosten een overeenkomst gesloten. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog Door de initiatiefnemer is in april 2023 een omgevingsdialoog gevoerd met de omwonenden in de vorm van een informatieavond. Het verslag van de omgevingsdialoog is als bijlage bij de toelichting gevoegd. Als vervolg op de omgevingsdialoog heeft nader overleg met de directe buren plaats gevonden. In dat kader is een bezonningstudie uitgevoerd en is het bouwplan op onderdelen aangepast. De balkons aan de achterzijde zijn naar aanleiding van het overleg inpandig geplaatst. Tevens is de inrichting van het parkeerterrein aangepast, zodat de buren via het recht van overpad toegang behouden tot hun achtererf. Vooroverleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het voorontwerp-bestemmingsplan voorgelegd aan de vooroverleg partners: de Provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta. Ontwerp Na de instemming van het college van burgemeester en wethouders op het ontwerpbestemmingsplan is het ontwerp 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft eenieder de mogelijkheid gehad zienswijze in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. PM Vaststelling Na vaststelling wordt het plan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd.

Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. PM

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6, Gilze

REGELS

|3

1 Inleidende regels

5

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

5 10

2 Bestemmingsregels

12

Artikel 3 Wonen Artikel 4 Waarde Archeologie 2

12 15

3 Algemene regels

19

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene gebruiksregels Artikel 8 Algemene aanduidingsregels Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Artikel 11 Algemene procedureregels Artikel 12 Overige regels

19 20 21 22 23 24 25 26

4 Overgangs- en slotregels

27

Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel

27 28

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|4

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|5

1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan "Raadhuisstraat 4-6 Gilze " van de gemeente Gilze en Rijen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01 met bijbehorende regels (en eventuele bijlagen). 1.3 aan huis gebonden bedrijf het beroepsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk met ondergeschikte functies. Het bedrijf dient qua omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij bijbehorende bijgebouwen te passen en de woonfunctie dient als primaire functie behouden en herkenbaar te blijven. 1.4 aan huis gebonden beroep een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroep met ondergeschikte functies zoals vermeld in Bijlage 1. Het beroep dient qua omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij bijbehorende bijgebouwen te passen en de woonfunctie dient als primaire functie behouden en herkenbaar te blijven. Hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van ambachtelijke bedrijven. 1.5 aan-/uitbouw een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt, deel van een hoofdgebouw dat door zijn indeling en inrichting is bestemd om hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van de hoofdfunctie.

1.6 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.7 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.8 aaneengebouwde woning een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen. 1.9 archeologisch deskundige een door het college van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria VTH en adviseert en beoordeelt conform de ten tijde van het advies of beoordeling geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.10 archeologisch onderzoek onderzoek naar de (aanwezigheid en/of waarde van) archeologische relicten door een gecertificeerde instantie werkend volgens de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Plan van Aanpak (PvA) (bij booronderzoek) of Programma van Eisen (PvE) (bij gravend onderzoek). 1.11 archeologisch rapport rapport waarin de resultaten van archeologisch onderzoek zijn vastgelegd en dat is opgesteld conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

1.12 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische sporen en relicten. 1.13 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten. NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|6 1.14 balkon Een balkon is een open platform dat niet gelijkvloers voor een muur is aangebracht, en is voorzien van een balustrade of borstwering en toegankelijk vanuit de daaraan grenzende binnenruimte door middel van een of twee deuren. 1.15 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.16 bebouwingspercentage een aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel of bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.17 begane grond bouwlaag waarvan het vloerpeil ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een onderbouw. 1.18 behoudsmaatregelenplan document waarin maatregelen zijn geformuleerd die getroffen worden om archeologische resten in de bodem te behouden en te beschermen tijdens de uitvoering van werkzaamheden en het gebruik van de gronden nadien. 1.19 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.20 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.22 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.23 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.24 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder. 1.25 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.27 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.28 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.29 bouwwerk, geen gebouwen zijnde een bouwwerk voorzien van maximaal één gesloten wand.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|7 1.30 dakopbouw bouwlaag welke maximaal 70% van het bebouwde oppervlak van de daaronder gelegen bouwlaag van het hoofdgebouw omvat. 1.31 eengezinswoning een gebouw dat uitsluitend één woning omvat. 1.32 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met twee of meer wanden omsloten ruimte vormt. 1.33 gecertificeerde instantie instantie die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet. 1.34 gestapelde woning een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat en/of woningen boven een andere functie op de begane grond en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd. 1.35 gevellijn denkbeeldige lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen, dan wel de aangeduide lijn. 1.36 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht. 1.37 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen.

1.38 inwoning het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat dit slechts toegestaan is in het hoofdgebouw, dan wel in met het hoofdgebouw verbonden aangebouwd bijgebouwen en dat woningsplitsing en/of kamerverhuur niet toegestaan is. 1.39 kamerverhuur en/of logies de verhuur van een deel van een al dan niet zelfstandige woonruimte ten behoeve van bewoning aan personen. 1.40 kwetsbare objecten een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Staatsblad 2004, nr. 250) een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden. 1.41 mantelzorg het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband. 1.42 mantelzorgbehoevende eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak. 1.43 mantelzorgverlener diegene die (deels) in een behoefte van een mantelzorgbehoevende voorziet. 1.44 meergeneratiewoning één woning die krachtens een omgevingsvergunning geschikt is gemaakt voor bewoning door twee huishoudens met een familierelatie en met een fysieke koppeling, waarbij sprake is van inwoning gerelateerd aan de familierelatie. 1.45 NAP Nieuw Amsterdams Peil.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|8 1.46 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, milieuvoorzieningen, e.d. 1.47 ondergeschikte functies functies waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de bebouwing als zodanig mag worden gebruikt. 1.48 overkapping/carport een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één gesloten wand. 1.49 perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling en tussen bouwpercelen en openbaar gebied. 1.50 Plan van Aanpak (PvA) document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van booronderzoek (verkennende of karterende boringen) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvA door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd. 1.51 Programma van Eisen (PvE) document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van gravend onderzoek (proefsleuven, opgraving of archeologische begeleiding) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd.

1.52 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.53 risicovolle inrichting een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.54 ruimtelijke plannen alle bestemmingsplannen, inpassingsplannen, uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen binnen het plangebied die vastgesteld zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. 1.55 seks- en/of pornobedrijf een voor het publiek toegankelijk gebouw of gedeelte van een gebouw, in welk gebouw of welk gedeelte, handelingen, vertoningen en/of voorstellingen van erotische en/of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt mede begrepen een sekswinkel zijnde een gebouw of een gedeelte van een gebouw, welk gebouw of welk gedeelte is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen uitstalling, verkopen, verhuren en/of leveren van seksartikelen. Een prostitutiebedrijf is hieronder begrepen.

1.56 stedenbouwkundige samenhang het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n). 1.57 vloeroppervlakte de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen; a.

bruto vloeroppervlak: de totale vloeroppervlakte van functies, gerekend op alle bouwlagen, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|9 b.

netto vloeroppervlak: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) ruimtes, alleen op de begane grond, ten behoeve van de detailhandel.

1.58 voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van het hoofdgebouw en wordt doorgetrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen. 1.59 vrijstaand bijgebouw een bij een woning behorend gebouw, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte, of hobbyruimte, dat niet in directe verbinding staat met de woning en dat niet voor bewoning is bestemd. 1.60 weg een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen, bermsloten en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende bushaltes, parkeerplaatsen en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 1.61 woning een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, of voor de huisvesting buiten het verband van een huishouden tot en met maximaal vier personen. 1.62 zijdelingse en achterste perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|10

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens wordt gemeten tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.2 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein de buitenwerks gemeten oppervlakte van het op een bouwperceel aanwezige c.q. op te richten gebouw, bouwwerken geen gebouwen zijnde of gebouwencomplex, gemeten op één meter boven het gemiddelde maaiveld van het aansluitende afgewerkte terrein. 2.3 bebouwingspercentage een aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel of bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 2.4 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6 de breedte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat.

2.7 de diepte van een gebouw horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels gemeten van de voorgevel tot de achtergevel en 1 m boven peil en waarbij de grootste maat (gemeten evenwijdig aan één van de zijgevels ) bepalend is. 2.8 de verticale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten vanaf peil. 2.9 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.10 mansardedak een dakvorm met gebroken, naar buiten geknikte vlakken. 2.11 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.12 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.13 de lengte en de breedte van een bouwwerk horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren), met dien verstande dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.

2.14 de vloeroppervlakte van een bouwwerk horizontaal tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren over alle bouwlagen. NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|11 2.15 peil a. b.

voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang. in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftopbouwen, lichtkoepels, antennes, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1,0 meter wordt overschreden.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|12

2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Wonen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b. c. d.

de afzonderlijke huisvesting van huishoudens of daarmee vergelijkbare economische eenheden van een of meer personen in aaneen gebouwde en gestapelde woningen al dan niet in samenhang daarmee aan huis gebonden beroepen. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein', uitsluitend een parkeerterrein. tuinen en erven. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en uitritten.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen a. b. c. d. e. f. g. h.

hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan. de voorgevel van het gebouw dient in of maximaal 2 meter achter de voorgevellijn te worden gebouwd. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduidingen 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is weergegeven. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' zijn aan- en uitbouwen en (vrijstaande) bijgebouwen toegestaan. per gestapelde woning dient een onbebouwde buitenruimte aanwezig te zijn van minimaal 4 m2. Aan en uitbouwen dienen op een afstand van ten minste 1.00 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de hoofdgebouwen te worden gebouwd.

3.2.2 Gestapelde woningen a.

b.

de goot- dan wel bouwhoogte van aan-, uit- en vrijstaande bijgebouwen mag ten hoogste respectievelijk 3 en 5,5 meter bedragen, met dien verstande dat de absolute hoogte in elk geval moet zijn gelegen binnen een denkbeeldig vlak onder 60º gaande door de goothoogtelijn op de zijdelingse perceelsgrens. het bouwvlak mag voor 100% bebouwd worden.

3.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c.

erfafscheidingen, waarbij de bouwhoogte vóór de voorgevellijn maximaal 1 m mag bedragen en achter de voorgevellijn maximaal 2 m. carports en overkappingen dienen achter de voorgevellijn te worden gebouwd en uitsluitend binnen het bouwvlak. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbij de bouwhoogte vóór de voorgevellijn maximaal 1 m mag bedragen en achter de voorgevellijn maximaal 3 m.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|13 3.3 Nadere eisen 3.3.1 Eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering, de bebouwingsdiepte, hoogte en de dakvorm van hoofd- en bijgebouwen en van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.3.2 Voorwaarden a.

b.

De onder artikel 3 lid 3.1 genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bebouwingsregels: 1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, het stedenbouwkundig beeld en handhaving van het historisch beeld dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing. 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Van een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige samenhang is sprake als door een bebouwings- of gebruiksinitiatief: 1. de bebouwingskarakteristiek (open, half-open of gesloten) wordt aangetast. 2. de karakteristiek van de openbare ruimte wordt aangetast. 3. de diversiteit (qua verschijning, functie of tijdsbeeld) en de historische of stedenbouwkundige betekenis van de bebouwing wordt aangetast.

3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Erfafscheiding Het bevoegd gezag is bevoegd bij omgevingsvergunning voor het bouwen af te wijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.3 sub a ten behoeve van de hoogte van erfafscheidingen voor de voorgevellijn met dien verstande dat deze maximaal 2 meter mag bedragen en indien het straatbeeld daardoor ruimtelijk niet meer wordt aangetast, de verkeerssituatie zich daartegen niet verzet. 3.4.2 Aan-, uitbouwen en bijgebouwen Het bevoegd gezag kan bij omgevinsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.3 sub a dat de absolute hoogte binnen een denkbeeldig vlak onder 60 graden gaande door de goothoogtelijn op de zijdelingseperceelsgrens, zulks ten behoeve van de bouw van bijgebouwen waarvan de nok (bij benadering) loodrecht op de zijdelingse perceelsgrens staat, mits het planologisch en stedenbouwkundig aanvaardbaar is. 3.4.3 Overschrijding voorgevellijn Het bevoegd gezag is bevoegd bij omgevingsvergunning voor het bouwen af te wijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.1 sub c ten behoeve van realisatie van een aanbouw tot een diepte van 1,5 meter voor de voorgevellijn. De goot- en bouwhoogte van de aanbouw mag ten hoogste respectievelijk 3 en 5,5 meter bedragen. 3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Verboden gebruik Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor: a. b.

c. d.

groothandels- en detailhandelsbedrijven; het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte; seks- en/of pornobedrijf en prostitutie; tuin als parkeerplaats met uitzondering van in- /uitritten behorende bij een woning.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|14 3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Aan huis gebonden beroep of bedrijf Het bevoegd gezag is bevoegd bij omgevingsvergunning voor gebruik ten behoeve van een aan huis gebonden bedrijfsactiviteiten af te wijken van het bepaalde in artikel 3 lid 1 mits: a.

b. c. d. e. f.

de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij maximaal 25% van het bebouwd oppervlak van de aanwezige bebouwing met een maximum van 60 m² ten behoeve van aan huis gebonden bedrijf als zodanig mag worden gebruikt. de parkeerbalans in de directe woonomgeving niet onevenredig nadelig wordt of kan worden beïnvloed. het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer. de acticiteit milieuhygiënisch inpasbaar is in de woonomgeving waarbij geldt dat deze past in milieucategorie 1 en 2 van de staat van bedrijfsactiviteiten. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. door de uitoefening van de activiteiten het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig verandert, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest.

3.6.2 Mantelzorg Het bevoegd gezag is bevoegd bij omgevingsvergunning voor gebruik af te wijken van het bepaalde in artikel 3 lid 5.1 sub b en toestaan dat een vrijstaand bijgebouw tijdelijk wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte met inachtneming van het volgende: a.

b. c. d. e.

f. g. h. i. j. k.

een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen vragen burgemeester en wethouders hieromtrent een ter zake deskundige om advies. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden. de ontwikkeling dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. de maximale oppervlakte welke wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte mag niet meer bedragen dan 80 m². de afhankelijke woonruimte dient te worden bewoond door degene die de zorg nodig heeft, en in voorkomend geval, zijn/haar partner zoals bepaald bij huwelijk, geregistreerd partnerschap of notariële samenlevingsovereenkomst. de oorspronkelijke woning dient bewoond te worden door de zorgverlener/-verleenster. de afhankelijke woonruimte dient te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. de afhankelijke woonruimte dient te voldoen aan de specifieke zorgbehoefte, zoals gebleken uit het advies van een ter zake deskundige. aan de afhankelijke woonruimte mag geen eigen ontsluiting worden toegevoegd. parkeren dient op eigen erf plaats te vinden. de omgevingsvergunning vervalt indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.

Binnen één jaar na het vervallen van de omgevingsvergunning dienen alle aanpassingen welke gedaan zijn uit een oogpunt van mantelzorg verwijderd te zijn.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|15

Artikel 4 Waarde Archeologie 2 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 4.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde- Archeologie 2' mede bestemde gronden. 4.2.2 Uitzonderingen Het in artikel 4 lid 2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.

b.

c.

d.

bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 100 m² en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen, of; bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in artikel 4 lid 2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|16 3.

een verplichting de uitvoering van de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

4.3.2 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 4.3.3 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in lid 4.3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag: a.

b. c. d. e. f.

het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd.

4.4.2 Uitzonderingen Het in lid 4.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b. c.

d. e. f.

g. h.

het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m², of; het werken of werkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werkingtreding van het bestemmingsplan, of; de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|17 beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 4.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 wordt slechts verleend indien: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; of één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

4.4.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 4.4.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 4.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 4.5.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag. 4.5.2 Uitzonderingen Het in lid 4.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b. c. d. e.

het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m², of; het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werkingtreding van het bestemmingsplan, of; de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|18 archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 4.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.5.1 wordt slechts verleend indien: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; of één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

4.5.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 4.5.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 4.6 Wijzigingsbevoegdheid 4.6.1 Wijziging op basis van archeologisch onderzoek Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 4.6.2 Advies Alvorens de in lid 4.6.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|19

3 ALGEMENE REGELS Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|20

Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 6.2 Bestaande maten en afstanden 6.2.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 zijn voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 6.2.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 zijn voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

6.2.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in artikel 6 lid 2.1 en artikel 6 lid 2.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|21

Artikel 7 Algemene gebruiksregels Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d. e. f.

het gebruik van de gronden en/of gebouwen als seksinrichting; gebouwen te gebruiken als zelfstandige bewoning, met uitzondering van de gebouwen die zijn aangeduid dan wel bestemd als (bedrijfs)woning; uitstallings- of opslagplaats voor al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; uitstallings- of opslagplaats, dan wel als stand- of ligplaats voor kampeerwagens, woonwagens, woonboten, tenten en andere onderkomens; het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte; kamerverhuur aan vijf of meer personen, met uitzondering van de gebouwen die zijn aangeduid dan wel bestemd als kamerverhuur en/of logies ter plaatse van de aanduiding 'kamerverhuur'.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|22

Artikel 8 Algemene aanduidingsregels 8.1 overig - IHCS -1 In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'overig - IHCS - 1' (met nummer) ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, met een hogere bouwhoogte dan: a.

56 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'overig - IHCS - 1';

in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|23

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag is bevoegd, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van: a. b.

de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; het bouwvlak mag worden overschreden ten behoeve van de bouw van galerijen, balkons, erkers, luifels en reclamevoorzieningen waarbij aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: 1. de diepte uit de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1,5 meter, met dien verstande dat de afstand tot de voorste perceelsgrens niet minder dan 2 meter mag bedragen; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter, met dien verstande dat voor balkons geldt dat de hoogte van de balustrade niet meer mag bedragen dan 1,5 meter gemeten vanaf de bovenzijde van de grondvloer van het balkon.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|24

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Het bevoegd gezag is bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|25

Artikel 11 Algemene procedureregels Op de voorbereiding van een wijziging is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|26

Artikel 12 Overige regels 12.1 Parkeren Tenzij in Hoofdstuk 2 expliciet is voorzien in een andere regel ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid, geldt de volgende regeling: a.

b.

c.

d.

bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen ten behoeve van het bouwen van een gebouw; of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017; het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a. indien: 1. het voldoen aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. op andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, met dien verstande dat wordt voldaan aan de regels voor maatwerk (ontheffing) zoals neergelegd in de onder a. bedoelde nota parkeernormen; indien het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a. of de regels voor maatwerk (ontheffing) als bedoeld onder b. gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan worden gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging; parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient aldus in stand te worden gehouden.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|27

4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

13.2 Afwijking omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van artikel 13 lid 1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 13 lid 1 met maximaal 10%. 13.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het bepaalde in artikel 13 lid 1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 13.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 13 lid 4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.6 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 13 lid 4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

13.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Het bepaalde in artikel 13 lid 4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

|28

Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Raadhuisstraat 4-6 Gilze ".

NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

bestemmingsplan Raadhuisstraat 4-6 Gilze

VERBEELDING

W (p)

[bg]

WR-A2 [bg]

5 4,5 [gs]

9,25

LEGENDA plangebied

Enkelbestemmingen W

Bouwaanduidingen

Wonen

Dubbelbestemmingen WR-A2

Waarde - Archeologie 2

Gebiedsaanduidingen overige zone - ihcs-1

Functieaanduidingen (p)

[bg]

bijgebouwen

[gs]

gestapeld

[sba-ba]

specifieke bouwaanduiding - balkon

Maatvoeringen 5

maximum aantal wooneenheden

4,5

maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

9,25

parkeerterrein ondergrond

Bouwvlakken bouwvlak

Verbeelding Bestemmingsplan "Raadhuisstraat 4-6 Gilze"

Gemeente: IMRO-code: Tekening nr:

Gilze en Rijen NL.IMRO.0784.BPRaadhuisstr4en6-ON01

1-A

..-..-....

datum:

30-11-2023

ontwerp:

..-..-....

getekend:

FH

vastgesteld:

..-..-....

schaal:

1:500

onherroepelijk:

..-..-....

formaat:

A4

voorontwerp:

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BIJLAGE 1: VERKENNEND BODEMONDERZOEK

Verkennend bodemonderzoek Raadhuisstraat 4-6 Gilze

Verkennend bodemonderzoek Raadhuisstraat 4-6 Gilze Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM22112 : Definitief (versie 1) : 16 mei 2022

Opdrachtgever

: Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze

Opgesteld door Paraaf

: L. Koomen :

Gecontroleerd door Paraaf

: M. Vrolix, bc :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

2001 + 2002

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2

AM22112

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................4

2.

VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5

2.3

Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ............................................................................................................................................6

2.4

Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................8

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................8

2.7

Asbest ................................................................................................................................................................................................................9

2.8

Bodemkwaliteitskaart Midden- & West-Brabant ...............................................................................................................................9

2.9

Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................9

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................................................................ 10 3.1

Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 10

3.2

Onderzoeksstrategie NEN 5740 ............................................................................................................................................................ 10

4.

VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................................................................................. 11 4.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 11

4.2

Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 11

4.3

Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13664190/1