CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwerpbestemmingsplan Broekdijk 10, Hulten

Gemeenteraad 25 maart 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Broekdijk 10, Hulten28.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate (Besluit NIBM)' en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. De definitie NIBM is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Op grond van de regeling NIBM zijn onder andere woningenbouwprojecten met minder dan 1.500 woning vrijgesteld van toetsing.

Onderzoek Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu - RIVM) is de concentratie PM2,5 in 2025 (gegevens 2021) ter plaatse gelegen onder de 10 ug/m3, is de concentratie PM10 in 2025 (gegevens 2021) ter plaatse gelegen onder de 18 ug/m3 en de concentratie NO2 in 2025 (gegevens 2021) ter plaatse gelegen tussen de 10 en 15 pg/m3. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren. Luchtkwaliteit t.b.v. aantal verkeersbewegingen Onderhavig planvoornemen betreft het omzetten van een bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta' naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

128

Met onderhavig planvoornemen blijven het aantal verkeersbewegingen gelijk. Derhalve kan gesteld worden dat door onderhavig planvoornemen de luchtkwaliteit ter plaatse niet verslechterd.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.8

Natuurwetgeving

Beleid Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings-)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten ofte beperken.

In de nieuwe Wet natuurbescherming vervalt de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk. In het natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

129

Beschermde planten en dieren Met de nieuwe wet wijzigt de lijst van beschermde soorten. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en met de komst van de Wnb niet meer en andersom. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2. Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; 3. Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.

Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wn worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken.

Quickscan natuurwetgeving Natura 2000-gebied Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is de Regte Heide & Riels Laag. De afstand tot het Natura 2000-gebied bedraagt circa 7,8 kilometer. De Regte Heide & Riels Laag heeft ten minste één stikstofgevoelige habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. Andere Natura 2000-gebieden zijn op een afstand van meer dan 9 kilometer gelegen. Gezien de relatief grote afstand van het plangebied, het gebruik van tussenliggende gebieden en de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling, zijn geen negatieve effecten te verwachten op het Natura 2000-gebied.

Natuurnetwerk Brabant Het plangebied maakt deels onderdeel uit van het Natuur Netwerk Brabant en Natuurnetwerk Brabant - ecologische verbindingszone, zie onderstaand figuur. Natuur Netwerk Brabant Thema: natuur Gebiedsbegrenzing: exact Verwijzing 1 Verwijzing 2

Natuur Netwerk Brabant ecologische verbindingszone Thema: natuur Gebiedsbegrenzing: exact

* 1

t Uitsnede kaart 4: natuur en stiltegebieden, provincie Noord-Brabant

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

130

Aangezien het planvoornemen enkel een functiewijziging betreft naar een bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2, waarbij het plangebied al de bestemming 'Bedrijf met functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta' kent en er geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden, kan gesteld worden dat door onderhavig planvoornemen geen negatieve effecten zijn te verwachten op het Natuurnetwerk Brabant. Tevens wordt het NNB in het bestemmingsplan beschermd door de bestemming 'Natuur' en wordt de ecologische verbindingszone beschermd door de gebiedsaanduiding 'overig - ecologische verbindingszone', waardoor de ecologische waarden en kenmerken worden beschermd.

Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemene voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van een ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden geplaatst. Algemeen voorkomende vogels: Verwijderen van vegetatie en slopen van bebouwing buiten het broedseizoen In de opgaande vegetaties en in de bebouwing komen in het broedseizoen mogelijk beschermde vogelnesten voor. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd en waarvoor geen omgevingscheck nodig is. Doden en vernielen van broedvogels/dieren/jongen kan worden voorkomen door het kappen van bomen buiten het broedseizoen uit te voeren (buiten de periode 15 maart - 15 juli).

Door naleving van deze aangepaste werkwijze worden ten aanzien van vogels geen overtredingen van de Wnb begaan.

Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.9

Water

Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang.

Nationaal Water programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en vaarwegen. Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Dit doet het Rijk voor de periode 2022-2027, maar men kijkt ook verder vooruit. Men werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

|31

Regionaal Water en Bodemprogramma Op 22 december 2021 is het nieuwe Regionaal Water en Bodemprogramma (RWP) van de provincie Noord-Brabant in werking getreden. Veilig, schoon en voldoende water en een gezonde bodem zijn de streefdoelen van het programma. Door middel van het RWP wordt beleid vastgesteld om te komen tot een klimaatrobuust water- en bodemsysteem in 2050, en zorg te dragen voor veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem in de provincie Noord-Brabant. Het RWP is de opvolger van het Provinciaal Milieu- en Waterplan en onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland.

Waterbeheerprogramma 2021-2027 (Waterschap Brabantse Delta) In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in die periode uitvoert. Het waterschap bepaalt hiermee de koers voor de komende zes jaar. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in de periode 2022-2027 uitvoert. Er staan doelstellingen en ambities in. Het Waterbeheerprogramma komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Bij het opstellen van het Waterbeheerprogramma hebben we aan organisaties en andere belanghebbenden om hun inbreng gevraagd. Maar ook met trends en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaat, de inrichting van de ruimte en economische activiteiten is rekening gehouden in het Waterbeheerprogramma. Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en de Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak. Hieromtrent is bij de Algemene regelgeving van de Keur (gewijzigd per 1 april 2021) het volgende opgenomen: • Bij een toename van het verhard oppervlak van minder dan 500 m2 stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijk beleid.

• Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m2 maar minder dan 10.000 m 2 moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m2).

Uitgangspunten gemeente Gilze en Rijen Op basis van de voorgeschreven wettelijke taken, de regionale en gemeentelijke visie in de afvalwaterketen en de gemeentelijke ambitie zijn drie hoofddoelen omschreven. • Het duurzaam beschermen van de volksgezondheid;

•

Het op peil houden van de kwaliteit van de leefomgeving;

•

Het duurzaam beschermen van natuur en milieu (bodem, grond- en oppervlaktewater).

De drie algemene hoofddoelen zijn verder uitgewerkt in zeven thematische doelen: 1. Doelmatig inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater;

2.

Doelmatig inzamelen en verwerken van hemelwater (daar waar de perceelseigenaar redelijkerwijs niet in staat is dit zelf te doen);

3.

Voorkomen dat grondwater de bestemming van een gebied structureel nadelig beïnvloedt;

4. 5. 6. 7.

Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken (in de breedste zin van het woord); Doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering;

Zo mogelijk infiltratie van regenwater in de bodem; Ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater zoveel mogelijk

voorkomen.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

132

Het beleid is erop gericht een versnelde of vergrote afvoer van hemelwater zoveel mogelijk te voorkomen door infiltratie of retentie. Het beleid richt zich vooral op de perceeleigenaar of ontwikkelaar, daar ligt immers de verantwoordelijkheid voor de verwerking van hemelwater. Voor nieuwbouw is het uitgangspunt hydrologisch neutraal ontwikkelen tot t=100 (een bui die eens in de 100 jaar voorkomt). Dat komt overeen met retentie van 60 mm. Voor verbouwingen zonder vergroting van het verhard oppervlak eist de gemeente een retentie van 7 mm per vierkante meter.

Situatie____________________________ Bestaande situaties___________________ Verbouwing zonder vergroting van verhard oppervlak Verbouwing met vergroting van verhard oppervlak Nieuwbouw

Retentie/infiltratie_________________________ Geen aanvullende retentie van hemelwater______ Retentie van 7 mm hemelwater, van toepassing op het gehele perceel Retentie van 60 mm hemelwater, enkel van toepassing op het extra verhard oppervlak Retentie van 60 mm hemelwater, van toepassing op het gehele perceel

Het uitgangspunt is dat perceeleigenaren redelijkerwijs trachten te voldoen aan de retentienormen voor hemelwater. Als dat niet eenvoudig lukt, wordt samen met de gemeente gezocht naar de meest geschikte oplossing, conform de voorkeursvolgorde (infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied, berging in bestaand watersysteem).

Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening, een watertoets te verrichten. Onderhavig planvoornemen betreft het omzetten van een bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta' naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden.

Bestaande situatie Het plangebied ligt in het buitengebied van Hulten, gemeente Gilze en Rijen. In het plangebied is een bedrijfsgebouw en een nishut aanwezig. Het terrein heeft een verhard erf met rondom groen. Het plangebied heeft een oppervlakte van 4.200 m2. Hemelwater Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een verhard erf met bestaande gebouwen en groen rondom het erf. In de bestaande situatie wordt de neerslag via inzijging, afroming naar lagere terreindelen en verdamping afgevoerd.

Afvalwater De bestaande bebouwing is aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. Oppervlakte Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het waterschap Brabantse Delta. Langs de Broekdijk loopt een B-watergang en de Grote Leij (die langs het plangebied loopt) is aangewezen als een A-watergang.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

133

895

991

149

147 148

48,

1027

{

49

396

8 (D

Uitsnede legger waterschap Brabantse Delta

Bodem en grondwater De ondergrond van midden Noord-Brabant is opgebouwd uit afzettingen, die geohydrologisch kunnen worden onderverdeeld in relatief goed en slecht waterdoorlatende lagen. In de ondergrond van midden Noord-Brabant komen twee waterafvoerende pakketten voor, min of meer gescheiden door een slecht doorlatende laag.

Toekomstige situatie Onderhavig planvoornemen betreft het omzetten van een bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta' naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Ten behoeve van het planvoornemen worden geen oppervlakteverhardingen aangelegd. Hemelwater Onderhavig planvoornemen betreft enkel een functiewijzing, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Derhalve kan gesteld worden dat het aandeel verhard oppervlak gelijk blijft. Compenserende maatregelen op basis van het beleid van het waterschap en de gemeente is daarmee niet noodzakelijk. Afvalwater De bebouwing blijft aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. Oppervlaktewater Langs de A-watergang wordt een strook van 5 meter, vanuit de insteek van de watergang, vrijgehouden van obstakels ten behoeve van onderhoud. Deze zone blijft vrij van bebouwing, beplanting en andere obstakels. Bij B-watergangen dient alleen het gedeelte van insteek tot insteek vrij gehouden te worden. Deze zone blijft vrij van bebouwing, beplanting en andere obstakels.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

|34

Milieuvriendelijke bouwmaterialen Bij de bouwwerkzaamheden zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke Bouwmaterialen. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.10

Vliegbasis Gilze-Rijen

Milieuzone - geluidgevoelige functie - 2 en 3 Milieuzone - geluidgevoelige functie - 2 Het initiatief is (deels) gelegen binnen een milieuzone van de vliegbasis Gilze-Rijen, waardoor geen nieuwe woningen mogen worden toegevoegd. Milieuzone - geluidgevoelige functie - 3 Het initiatief is gelegen binnen een milieuzone van de vliegbasis Gilze-Rijen, waardoor geen nieuwe woningen mogen worden toegevoegd. In afwijking hiervan is het wel toegestaan indien kan worden aangetoond dat de wettelijk bepaalde uiterste grenswaarde ten aanzien van de geluidsbelasting op de gevel niet wordt overschreden.

Toetsing Onderhavig planvoornemen maakt geen nieuwe woningen mogelijk. Het bouwverbod brengt geen beperkingen met zich mee voor de beoogde ontwikkeling op de planlocatie.

Ihcs - 1 Het initiatief is gelegen binnen een luchtvaartverkeerszone van de vliegbasis Gilze-Rijen, waardoor een hoogtebeperking is opgelegd.

In het bestemmingsplan "Buitengebied" van de gemeente Gilze en Rijen is op de locatie Broekdijk 10, Hulten de gebiedsaanduiding 'ihcs - 1' opgenomen. Binnen de aanduiding 'ihcs - 1' is de hoogte vastgesteld op 56 meter boven NAP. Deze hoogte is opgelegd in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen. Toetsing De hoogte beperking welke geldt op de planlocatie brengt geen beperkingen met zich mee voor de beoogde ontwikkeling op de planlocatie. De bouwregels maken geen bebouwing hoger dan 12 meter mogelijk.

Vrijwaringszone - ils Het initiatief is gelegen binnen een verstoringsgebied rondom de start- en landingsbaan van de vliegbasis Gilze-Rijen, waardoor een hoogtebeperking is opgelegd.

In het bestemmingsplan "Buitengebied" van de gemeente Gilze en Rijen is op de locatie Broekdijk 10, Hulten de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - ils - 9' opgenomen. Binnen de aanduiding 'vrijwaringszone - ils - 9' is de hoogte vastgesteld op 30,6 meter boven NAP. Toetsing De hoogte beperking welke geldt op de planlocatie brengt geen beperkingen met zich mee voor de beoogde ontwikkeling op de planlocatie. De bouwregels maken geen bebouwing hoger dan 12 meter mogelijk.

Conclusie Vliegbasis Gilze-Rijen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

4.11

135

M.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarde in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarde ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteiten voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig.

In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies komen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectrapportage.

Beoordeling Drempelwaarde D-lijst In D.ll.2 bijlage II van het Besluit m.e.r. is de activiteit 'stedelijke ontwikkeling' opgenomen. Dit betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit van D.ll.2 in bijlage II van het Besluit m.e.r. bedragen: • Een oppervlakte van 100 hectare of meer; • Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen; • Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Onderhavig planvoornemen betreft het omzetten van een bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta' naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. De bedrijfslocatie heeft een oppervlakte van 4.200 m2. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van 200.000 m2 bvo zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Beoogde ontwikkeling is gezien de aard en omvang van het plan niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Derhalve is een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk.

Gevoelige gebieden In onderdeel A van de Bijlage bij het besluit m.e.r. is bepaald wat wordt verstaan onder een gevoelig gebied: een aangewezen gebied die beschermd wordt op basis van natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.

Het plangebied is deels binnen een ecologische verbindingszone gelegen. Deze zone wordt echter in het bestemmingsplan beschermd door de gebiedsaanduiding 'overig - ecologische verbindingszone', waardoor het niet mogelijk is om hier te bouwen. Derhalve kan worden gesteld dat onderhavig planvoornemen de natuurwaarden niet aantast.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

136

Milieugevolgen In de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid, luchtkwaliteit, etc. Hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling geen sprake is van nadelige milieugevolgen.

Conclusie Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

|37

5.

JURIDISCHE REGELGEVING

5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe de juridische regeling is vormgegeven.

5.2

Systematiek van de regels

Voor wat betreft de regels wordt voor het onderhavige bestemmingsplan 'Broekdijk 10 Hulten' aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Gilze en Rijen. Hier is voor gekozen, omdat het plangebied gelegen is binnen de plangrenzen van dit bestemmingsplan. De opzet van de regels is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012).

Uiteraard is de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk opgenomen, om de specifieke eisen die een gebied stelt aan de bestemmingsregeling te kunnen verwerken. Daarnaast is in landelijke standaarden (SVBP 2012 en IMRO 2012) vastgesteld welke kleuren, lijnen, symbolen, e.d. toegepast worden bij het opstellen van de verbeelding. In de volgende paragraaf worden de gebruikte bestemmingen nader toegelicht. Hieronder wordt een toelichting gegeven op welke wijze een en ander in de regels is vastgelegd. De regels zijn als volgt ingedeeld:

Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen, het tweede artikel bevat de wijze van meten.

Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemming. Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels voor gebouwen; • Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen; • Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde; • Eventuele nadere eisen; • Eventuele afwijkingen van de bouwregels; • Eventuele specifieke gebruiksregels; • Eventuele afwijking van de gebruiksregels.

In dit hoofdstuk worden de bestemming van de gronden als eerste beschreven, gevolgd door de eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen, waarden en waterstaatsdoelen.

Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Anti-dubbeltelregel; • Algemene bouwregels; • Algemene gebruiksregels; • Algemene aanduidingsregels; • Algemene wijzigingsregels; • Overige regels.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

138

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Overgangsregeling: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven staan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en het opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven; • Titel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.

5.3

Beschrijving van de bestemmingen

Artikel 3 Bedrijf De voor 'Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage bij de regels 1) onder de categorieën 1 en 2 en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bedrijven, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water en nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en (ontsluitings)wegen.

Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd en overigens geldt het volgende: max. max. max. max. max. dakhel­ min. afstand min. afstand aantal opper­ inhoud gootbouw­ ling tot tot voorste per vlakte hoogte hoogte (min./ zijdelingse perceelsgrens bouwvlak max.) perceels­ grens bedrijfsgebouwen 475 m25m 11 m 20°/ 55° 5 m 6m erf- of 1m terreinafscheidingen voor de voorgevel erf- of 2m terreinafscheidingen overige plaatsen antennes/windturbine 1 12 m 5m 6m overige bouwwerken, 6m geen gebouwen zijnde - = niet van toepassing.

Artikel 4 Natuur De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor bos en natuurgebieden, behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, recreatief medegebruik, extensief agrarisch gebruik ten behoeve van de bestemming, bij deze doeleinden behorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen, wandel- en fietspaden en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer en waterberging met daaraan ondergeschikt de productie van hout en ecologische verbindingszones. Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter.

Artikel 5 Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden.

Artikel 5 Waarde - Landschap - 1 De voor 'Waarde - Landschap -1' aangewezen gronden zijn -behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en)- tevens bestemd voor behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het open karakteristiek landschap te weten: de openheid.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

139

Gebiedsaanduidingen Milieuzone - geluidgevoelige functie - 2 In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone geluidgevoelige functie - 2' dat het niet is toegestaan om woningen toe te voegen. Milieuzone - geluidgevoelige functie - 3 In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone geluidgevoelige functie - 3' dat het niet is toegestaan om woningen toe te voegen. In afwijking hiervan kan ontheffing worden verleend door het bevoegd gezag. Ihcs-1 In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'ihcs - 1' dat ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voorgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hogere bouwhoogte dan 56 meter geldt in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen.

Vrijwaringszone - ils - 9 In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - ils - 9' dat ten behoeve van het verstoringsgebied rondom de start- en landingsbaan de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan 12,6 meter boven NAP.

Overig - ecologische verbindingszone Op de gronden met de gebiedsaanduiding 'overig- ecologische verbindingszone' is het niet toegestaan om te bouwen.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

OOOO ORDITO OOOO

|40

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Economische haalbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De ontwikkelingen betreffen een particulier initiatief en bevinden zich op particulier terrein. Er wordt een overeenkomst opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente ten behoeve van de kosten. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform de Wro te worden opgesteld. Daarnaast wordt een planschadeovereenkomst vóór de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan afgesloten met de initiatiefnemer.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog Op basis van de gemeentelijke beleidsnota "Omgevingsdialoog bij Ruimtelijke plannen" is door de initiatiefnemer een omgevingsdialoog uitgevoerd.

Vooroverleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het voorontwerp-bestemmingsplan voorgelegd aan de vooroverleg partners: de Provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta. Van de Provincie Noord-Brabant is op 7 juli 2023 een vooroverlegreactie ontvangen. De provincie is positief over de beoogde ontwikkeling en heeft slechts één opmerking over de planregels: binnen de bestemming 'natuur' zijn ook voorzieningen zoals groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen en wandel- en fietspaden toegestaan. Deze voorzieningen doen afbreuk aan de natuurbestemming. De planregels zijn hierop aangepast, waarbij de genoemde voorzieningen zijn verwijderd. .

Ontwerp Na de instemming van het college van burgemeester en wethouders op het ontwerpbestemmingsplan is het ontwerp 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft eenieder de mogelijkheid gehad zienswijze in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders.

PM

Vaststelling Na vaststelling wordt het plan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

REGELS

oooo

ORDITO OOOO

|3

1 Inleidende regels

4

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

4 8

2 Bestemmingsregels

9

Artikel 3 Bedrijf Artikel 4 Natuur Artikel 5 Waarde - Archeologie Artikel 6 Waarde - Landschap -1

9 11 13 17

3 Algemene regels

19

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene gebruiksregels

19 20 21 22

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Artikel 12 Overige regels

23

4 Overgangs- en slotregels

25

Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel

25 26

NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

24

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

14

11NLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten met identificatienummer NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0ON01 van de Gemeente Gilze en Rijen;

1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/ of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 aan- en uitbouw/ aangebouwd bijgebouw: een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw;

1.6 afhankelijke woonruimte: een bijgebouw dat een ruimtelijke en planologische eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest;

1.7 agrarisch-technisch hulpbedrijf: een bedrijf dat is gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren, of de toepassing van andere landbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; voorbeelden van agrarisch-technische hulpbedrijven zijn: grootveeklinieken, Kl-stations, mestopslag- en mesthandelsbedrijven, agrarische loonwerkbedrijven (inclusief verhuurbedrijven voor landbouwwerktuigen), veetransportbedrijven, veehandelsbedrijven;

1.8 agrarisch verwant bedrijf: een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige methoden; voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn: dierenasiels, dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, stalhouderijen, instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs, proefbedrijven en volkstuinen;

1.9 archeologisch deskundige: een door het college van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria VTH en adviseert en beoordeelt conform de ten tijde van het advies of beoordeling geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

1.10 archeologisch onderzoek: onderzoek naar de (aanwezigheid en/of waarde van) archeologische relicten door een gecertificeerde instantie werkend volgens de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Plan van Aanpak (PvA) (bij booronderzoek) of Programma van Eisen (PvE) (bij gravend onderzoek).

1.11 archeologisch rapport: rapport waarin de resultaten van archeologisch onderzoek zijn vastgelegd en dat is opgesteld conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

1.12 archeologische verwachting: de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische sporen en relicten.

NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

15

1.13 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten.

1.14 bebouwing: een of meer gebouwen en/ of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.15 bedrijf: een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen;

1.16 bedrijfsgebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of twee of meer met wanden omsloten ruimte vormt en in gebruik is ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten;

1.17 behoudsmaatregelenplan: document waarin maatregelen zijn geformuleerd die getroffen worden om archeologische resten in de bodem te behouden en te beschermen tijdens de uitvoering van werkzaamheden en het gebruik van de gronden nadien.

1.18 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen: afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wabo;

1.19 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

1.20 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; bestemmingsvlakken ten behoeve van bestemmingen die verbonden zijn door middel van de aanduiding 'relatie', worden geacht één bestemming te vormen;

1.21 Bevi-inrichtingen: bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

1.22 boomteelthekken: permanente teeltondersteunende voorziening om schade aan gewassen door dieren te voorkomen;

1.23 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.24 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

1.25 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.26 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.27 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.28 bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat in functioneel en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en ten dienste staat van het woongenot;

1.29 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/ of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

16

7.30 ecologische verbindingszones: natuurlijke elementen die als verbindingsweg fungeren tussen verschillende leefgebieden.

7.37 erf- en terreinafscheidingen: een bouwwerk dat dient ter scheiding van het erf of een terrein;

7.32 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.33 gecertificeerde instantie: instantie die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet.

7.34 geluidhinderlijke inrichtingen/ Wgh-inrichting: bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken;

1.35 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.36 kantoor: voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;

1.37 landschappelijke inpassing: een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestande dan wel nog te ontwikkelen landschappelijke (ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische) landschapskwaliteiten; dit kan door middel van architectuur (vormgeving, situering, bebouwing en materiaalgebruik), aanleg van landschappelijke en/ of natuurlijke elementen al dan niet in combinatie met sloop;

1.38 landschapswaarde: de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur;

1.39 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie;

7.40 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

7.47 peil: a. b.

voor bouwwerken die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogt van die weg, ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;

7.42 permanente teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die langer dan 6 maanden, worden gebruikt zoals bakken op stellingen, regenkappen en containervelden; hieronder worden niet verstaan teeltondersteunende kassen en boomteelthekken;

7.43 plangebied: het gebied waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft.

7.44 Plan van Aanpak (PvA): document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van booronderzoek (verkennende of karterende boringen) staan NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

17

geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvA door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd.

1.45 Programma van Eisen (PvE): document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van gravend onderzoek (proefsleuven, opgraving of archeologische begeleiding) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd.

1.46 ruimtelijke plannen: alle bestemmingsplannen, inpassingsplannen, uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen binnen het plangebied die vastgesteld zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

1.47 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen (niet zijnde teeltondersteunende kassen of boomteelthekken) die maximaal 6 maanden op dezelfde locatie gebruikt mogen worden waaronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, vraatnetten, boogkassen tot 1,5 m, hagelnetten, wandelkappen en schaduwhallen;

1.48 verbeelding: de digitale weergave van het bestemmingsplan;

1.49 voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelgrenzen;

1.50 zijdelingse perceelsgrenzen: de zijdelingse grens tussen twee (of meerdere) percelen.

NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

|8

Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar de afstand het kortste is;

2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.3 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.5 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;

2.6 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de beganegrondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

19

2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Bedrijf 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. b.

c.

bedrijven zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 1) onder de categorieën 1 en 2 en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bedrijven; gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water en nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en (ontsluitings)wegen;

met dien verstande dat: d.

tevens het bepaalde in de artikelen 4, 5 en 9 van toepassing is als de gronden zijn voorzien van een dubbelbestemming of een gebiedsaanduiding.

3.2 Bouwrege/s

3.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a.

b.

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; overigens geldt het volgende:

bedrijfsgebouwen erf- of terreinafscheidingen voor de voorgevel

max. max. max. max. max. dakhellin min. afstand min. afstand aantal oppervlakt inhou goothoogt bouwhoogt g (min./ tot tot voorste per e d e e max.) zijdelingse perceelsgren bouwvla perceelsgren s k s 2 475 m 5m 11 m 20°/ 55° 5 m 6m

erf- of

lm

2m

terreinafscheidingen overige plaatsen antennes/windturbi 1 ne overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde - = niet van toepassing.

12 m

5m

6m

6m

3.3 Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Ten behoeve van afstand tot de zijdelingse perceelsgrens Bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 sub b ten behoeve van de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits de voorgenomen afstand nooit minder dan 3 meter bedraagt en stedenbouwkundig aanvaardbaar is.

3.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:

NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO a. b. c. d. e. f.

g.

110 buitenopslag voor de voorgevellijn is niet toegestaan; nieuwe Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan; nieuwe Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan; detailhandel is niet toegestaan; zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan; per bedrijf mag de oppervlakte kantoor niet meer bedragen dan 50% van het totale vloeroppervlak met een maximum van 400 m2 per bedrijf; activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage.

3.5 Wijzigingsbevoegdheid

3.5.1 Ten behoeve van het maximaal te bebouwen oppervlak Bevoegd gezag kan de maximumoppervlaktemaat ten behoeve van het bebouwd oppervlak wijzigen, met inachtneming van het volgende:

a. b. c. d.

het bestaande bebouwde oppervlak mag met ten hoogste 15% worden vergroot; de verkeersaantrekkende werking mag niet toenemen; er mag geen sprake zijn van een vergroting van de milieubelasting op de omgeving; er dient voorzien te worden in een adequate landschappelijke inpassing binnen het bouwvlak, waarvoor het volgende geldt: 1. de bestemming van de gronden die worden ingezet ten behoeve van de landschappelijke inpassing dienen te worden gewijzigd in de bestemming 'Groen' zodat dat de groene inpassing planologisch wordt beschermd.

NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

111

Artikel 4 Natuur 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. b. c. d. e.

bos en natuurgebieden; behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; recreatief medegebruik; extensief agrarisch gebruik ten behoeve van de bestemming; bij deze doeleinden behorende voorzieningen, zoals water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer en waterberging;

met daaraan ondergeschikt:

f. g.

de productie van hout; ecologische verbindingszones.

4.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter.

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.3.1 Verbod Het is verboden op of in gronden met de bestemming 'Natuur' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden buiten het bouwvlak uit te voeren:

a. b.

c. d.

e. f. g.

egaliseren, ophogen, afgraven, grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm (zoals diepploegen) en ontginnen; graven en dempen van sloten, afdammen, herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater, aanleggen van drainage, uitgezonderd het vervangen van bestaande drainage; blijvend omzetten van grasland naar bouwland; aanbrengen van opgaande beplanting; verwijderen, vellen of rooien van houtopstanden; aanleggen van verhardingen (aanleg verharde wandel- of fietspaden en overige verhardingen > 50 m2 en kavelpaden); aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

4.3.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 4.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.

e.

normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; het verwijderen, vellen of rooien van houtopstanden betreffen die worden uitgevoerd in het kader van (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer; passen binnen de bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Natuur' of worden genoemd in een beheersplan voor de betreffende natuurgebieden.

NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

112

4.3.3 Voorwaarde voor omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur- en landschapswaarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

4.3.4 Strafbaar feit Overtreding van het verbod in lid 4.3.1 is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel la van de Wet op de economische delicten.

NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

113

Artikel 5 Waarde - Archeologie 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en).

5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 5.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen ofte laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie' mede bestemde gronden.

5.2.2 Uitzonderingen Het in lid 5.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.

b.

c.

d.

bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 500 m2 en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen, of; bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologische deskundige.

5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 5.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of;

NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

114 3.

een verplichting de uitvoering van de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

5.3.2 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.

5.3.3 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in lid 5.3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a.

b.

c. d.

e.

f.

het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd.

5.4.2 Uitzonderingen Het verbod, zoals bedoeld in lid 5.4.1 is niet van toepassing, indien: a. b.

c.

d.

e.

f.

g.

het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m2, of; het werken of werkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; de werken en/of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen, waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de

NL.IMRO.0784.BPBroekdijkl0-ON01

bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten

oooo

ORDITO OOOO

115 beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

5.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 wordt slechts verleend, indien:

a.

b.

c.

d.

het is verboden voor de 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een vergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen als de oppervlakte en diepte meer bedraagt dan 500 m2 en dieper gaat dan 0,4 meter onder maaiveld; aan de sloopvergunning kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleidt door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf dat daarvoor gecertificeerd is); hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA); bevoegd gezag laat zich voor de beoordeling adviseren door een door deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA en de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH, bijvoorbeeld door de Regioarcheologie; indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de sloopvergunning; de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.

5.4.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13915798/1