Bijlage 1 - Ontwerpbestemmingsplan Broekdijk 10, Hulten
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN BROEKDIJK 10 HULTEN
a
E
-An
oooo ORDITO.NL
ORDITO OOOO
OOOO ORDITO OOOO
BESTEMMINGSPLAN BROEKDIJK 10 HULTEN GEMEENTE GILZE EN RIJEN Planstatus
Ontwerp
Datum
22 - 08 - 2023
Plan identificatie
N L. IM RO.0784. B P Broekd ij k10-0 N 01
Auteur(s)
10.2.e
Ordito b.v.
E
Postbus 94
T
5126ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
10.2.e
oooo
ORDITO OOOO
TOELICHTING
oooo
5.
Juridische regelgeving
5.1 5.2 5.3
Inleiding Systematiek van de regels Beschrijving van de bestemmingen
6.
Uitvoerbaarheid
6.1 6.2
Economische haalbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen: Bijlage 1. Bijlage 2.
O e6N N CD
4.10 4.11
Archeologie, cultuurhistorie en aardkunde Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Externe veiligheid Geluid Geurhinder Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water Vliegbasis Gilze-Rijen M.e.r.-beoordeling
4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
o O
4.1
C
Randvoorwaarden
00
4.
00
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
CD
3.2 3.3
-S
Beleidskader
3.1
P P co co co co
3.
co co co co
Bestaande situatie Toekomstige situatie
CXJCXJCXJCXJCXJCXJCXJCOCOCO
Planbeschrijving
co
2. 2.1 2.2
C
Aanleiding Ligging en begrenzing Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
w
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
o
Inleiding
o o
1.
N
ORDITO OOOO
Standaardadvies veiligheidsregio Omgevingsdialoog
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
12
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om op de locatie Broekdijk 10 Hulten, gemeente Gilze en Rijen, de bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-werkplaats voor brabantse delta' om te zetten naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2.
Het perceel heeft in het vigerend bestemmingsplan "Buitengebied" de bestemming 'Bedrijf met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta'. Hierdoor is uitsluitend de werkplaats voor het waterschap op het perceel toegestaan.
In eerste instantie heeft het waterschap Brabantse Delta het perceel verkocht om een woonbestemming te realiseren. Vanwege de beperkingen door de luchtmachtbasis Gilze en Rijen is een woonbestemming echter niet mogelijk. Het waterschap Brabantse Delta heeft in overleg met de gemeente Gilze en Rijen besloten om in te zetten op het wijzigen van de bestemming naar een bredere bedrijfsbestemming voor bedrijven met milieucategorie 1 en 2.
Middels dit bestemmingsplan wordt de beoogde planontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing
Het plangebied is gelegen aan de Broekdijk ten noordwesten van de kern Hulten en ten oosten van het industrieterrein De Haansberg, in het buitengebied van de gemeente Gilze en Rijen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Gilze en Rijen, sectie N, perceelnummer 149 en heeft een oppervlakte van 4.200 m2. Het plangebied wordt aan de noordoost- en zuidoostzijde begrensd door de Grote Leij met daarachter akkerland, aan de zuidzijde door de woning Oude Baan 58 en aan de westzijde door de Broekdijk met daarachter akkerland.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
|3
M 5
C
-
-
F
-ë
00
•63002
3
/t; 9
g.
f
De Haansberg
g
}
3
67,55/2
Hulten
1
Reeshof
•I
I
ai
-8
e t Vliegbasis Gilze en Rijen
149)
A Ligging en begrenzing plangebied
7
a.
» 4 1a7,1 ,
1.3
1
1
)
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan "Buitengebied", vastgesteld op 1 juli 2013, van de gemeente Gilze en Rijen. Op basis van dit bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming 'Bedrijf met bouwvlak en specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf — werkplaats voor brabantse delta' en maatvoeringsaanduidingen 'maximaal aantal wooneenheden: 0' en 'maximum bebouwd oppervlak: 350 m2'. Tevens kent het perceel de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' en 'Waarde - Landschap - 1' en gebiedsaanduidingen (deels) 'milieuzone geluidgevoelige functie - 2', 'milieuzone - geluidgevoelige functie - 3', 'ihcs - 1', 'overig - agrarisch verbredingsgebied', (deels) 'overig - ecologische verbindingszone' en 'vrijwaringszone - ils - 9'.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
oooo
14
ORDITO OOOO
4+
+ + + +\+ + + +
+/+++++++++++++++++++
+
4 +1 + +/ + y+ + + 44 + + + +44 + + + + 44 + +
+ + +
4 4 4 +4 4 4 4
+ + + ♦ ♦ + ♦
+ + + + +
+ +
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 +
+ + + + + + + + + + + + + + + + + 4 + ♦ + + + + + + + + + 4 + + + + + + + +
+1+
+ ++ + ++ + +
+
♦
+\+ ** +++++++++++ ++++ + + + +
++ 444444444444444444
+ ++++
+
+ + + + + + +++ + +/+ + + + + +
444444444444444444 ♦\ 444444444444444444
+
+ + ♦ +
+ + ++++ + 4+ + 4 +
+ + ♦/♦♦ +
4 + 44 + 4
4 4 4 4 4 4
4444444444444444
+ +/♦ ♦ +
4 4 4 1419 4 4 4 4 4 4 4 4 ■+ 4 4
4 "4 4444444
4 4 4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4 \+ 4 4 4 4 4 4 4
l + + * +
♦ ♦ 4 4 + ♦ ♦/+ 4 147 4 + 4 4 f + + 4 4
Enkelbestemming Bedrijf
4 f
Functieaanduiding 1__ i specifieke vorm van bedrijf werkplaats voor brabantse delta
Dubbel bestemming Waarde - Archeologie
Dubbelbestemming Waarde - Landschap -1
350 m2
4 4 4
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 4. +. A 4. 4. 44"-4 + + 44444
4
+ +/+ + ++ +++++++ + ++++++ ++++ + +
+v
4/+ + 44--4 + + + 444 +
Gebiedsaanduiding g2 milieuzone - geluidsgevoelige functie - 2
Gebiedsaanduiding 62 milieuzone - geluidsgevoelige ।-------. Maatvoering 1----- 1 maximaal aantal wooneenheden: 0 functie - 3
Maatvoering ।___ । maximum bebouwd oppervlak:
4 4 4 4 4 4 4
++ + +f
444444+-44 4444444 + 4 +\+
4 4
+ 4
+++++++++++ + + + ++ +
±+ + + + + + + + + + + + + + + + +
4 4 4 + 4 4 4
4ƒ 4 4 +/+ ♦ +
t
*4444444444444444 +
4 4
4
+ + + + + ♦ + + + + + + ♦ + + + + •»• + + + + + ♦ + + + + + ♦ + + + + + +
Gebiedsaanduiding 62 ihcs-1
Gebiedsaanduiding
gz overig - agrarisch
verbredingsgebied
Gebiedsaanduiding g:2 overig - ecologische verbindingszone
Gebiedsaanduiding
€z22 vrijwaringszone - i Is - 9
— Bouwvlak
Uitsnede vigerend bestemmingsplan "Buitengebied" Enkelbestemmingen Bedrijf De voor 'Bedrijf aangewezen gronden zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta' uitsluitend bedoeld als werkplaats voor Brabantse Delta, evenementen, gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en (ontsluitings)wegen.
Ter plaatse van de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden: 0' mogen geen bedrijfswoningen worden gebouwd en ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak: 350 m2'mag niet meer dan 350 m2 aan gebouwen worden gebouwd. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd.
Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn -behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en)- mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
15
Waarde - Landschap -1 De voor 'Waarde - Landschap - 1' aangewezen gronden zijn -behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en)- tevens bestemd voor behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het open karakteristiek landschap te weten: • Openheid.
Gebiedsaanduidingen Milieuzone - geluidgevoelige functie - 2 In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone geluidgevoelige functie - 2' dat het niet is toegestaan om woningen toe te voegen. Milieuzone - geluidgevoelige functie - 3 In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone geluidgevoelige functie - 3' dat het niet is toegestaan om woningen toe te voegen. In afwijking hiervan kan ontheffing worden verleend door het bevoegd gezag. Ihcs -1 In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'ihcs - 1' dat ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voorgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hogere bouwhoogte dan 56 meter geldt in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen.
Overig - agrarisch verbredingsgebied Ter plaatse van de aanduiding 'overig - agrarisch verbredingsgebied' zijn een aantal activiteiten met betrekking tot de agrarische bedrijfsvoering bij recht, na ontheffing en na planwijziging toegestaan. Vrijwaringszone - ils - 9 In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - ils - 9' dat ten behoeve van het verstoringsgebied rondom de start- en landingsbaan de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan 12,6 meter boven NAP.
Overig - ecologische verbindingszone Op de gronden met de gebiedsaanduiding 'overig- ecologische verbindingszone' is het niet toegestaan om te bouwen.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Verbeelding: op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. • Planregels: in de planregels is het gebruik van binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat er binnen de bestemmingen mogelijk en/of toegestaan is. • Toelichting: in de toelichting zijn de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
1.5
16
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt allereerst ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, en wordt het planvoornemen toegelicht. Een beschrijving van het relevante beleidskader op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
oooo
17
ORDITO OOOO
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1
Bestaande situatie
Het plangebied is gelegen aan de Broekdijk 10 te Hulten, in de gemeente Gilze en Rijen, en heeft een oppervlakte van 4.200 m2. In het plangebied bevindt zich de werkplaats van Brabantse Delta. Ten behoeve van de werkplaats zijn vergund een bedrijfsgebouw en een nishut aanwezig. Rondom de bebouwing ligt een verhard erf en het perceel is omheind door groen. Het plangebied is te bereiken via twee inritten.
In onderstaande afbeelding is de bestaande situatie (en het aantal vierkante meter per gebouw) weergegeven.
Nishut, 166 m2
149
Bedrijfsgebouw, 308 m2
R
3
A
-
/
■■
Bestaande situatie
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
|8
Aanzicht vanaf de Broekdijk
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
2.2
19
Toekomstige situatie
Het planvoornemen is om op de locatie Broekdijk 10 Hulten, gemeente Gilze en Rijen, de bedrijfsbestemming met aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta'
om te zetten naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2. Ten behoeve van het planvoornemen vinden geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaats. Oppervlakte bedrijfsbebouwing In het vigerend bestemmingsplan is 350 m2 aan bedrijfsbebouwing toegestaan. Binnen het
plangebied is momenteel echter 474 m2 aan vergunde bedrijfsbebouwing aanwezig. Voor de
gebouwen zijn rond 1977-1981 diverse (aangepaste) vergunningen verleend en is de bebouwing gerealiseerd. De aanbouw aan de oostzijde is begin jaren negentig vergund en gebouwd. De
gebouwen staan er dus al ruim 30 tot 40 jaar, en zijn door het waterschap als overheidsorganisatie op een legale wijze gebouwd zijn. Om met onderhavig bestemmingsplan aan te sluiten op de bestaande en vergunde situatie, is in de regels opgenomen dat afgerond 475 m2 aan
bedrijfsbebouwing is toegestaan. Bestemming Natuur
Het oostelijke deel van het plangebied langs de Grote Leij is in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant aangewezen als Natuur Netwerk Brabant (herziening van de Interim Omgevingsverordening van maart 2022). Deze strook heeft een breedte van ca. 13 meter. Dit deel krijgt de bestemming 'Natuur', zodat de ecologische waarden en kenmerken behouden
blijven en hersteld kunnen worden. Deze strook blijft in eigendom van het waterschap. Bij de rest
van het perceel blijft de bedrijfsbestemming gehandhaafd. De overblijvende bestemming Bedrijf heeft een oppervlakte van ca. 2.620 m2.
’—7/ / i // / /I
LEGENDA plangebied
Enkelbestemmingen
r
I Bedrif
B
J
Natuur L Dubbelbestemmingen
N
2 ■
//T ; 48
\\
/ l
FwFL-1
Waarde - Landschep - 1
Gebiedsaanduidingen | milieuzone - geluidsgevoelige functie - 2 [
] milieuzone - geluidsgevoel ige functie - 3
[
4
I overige zone - agrarisch verbredingsgebied ] overige zone - ecologische verbind ingszone
/gF
--
J overige zone - ihcs-1
/
•g /5-
/7
Waarde ' Archeologie
/
ƒ ƒ j
///
£
/-
4-
\
N
LLiTLiT
vnjwaringszone - ils-9
Bouwvlakken B
WR-A \
bouwvlak
ondergrond
/ /
ƒ // I1
U
(-e 'A
-1
'ó
Nieuwe situatie bestemmingsplan
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
110
3.
BELEIDSKADER
3.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Conclusie Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale karakter. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening stelt het Rijk een aantal regels die zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging doormiddel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in de zin dat van provincies en gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Conclusie Door het nationale karakter van het Barro en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plan relevante bepalingen.
Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) -de Ladder voor duurzame verstedelijking- geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
111
Toetsing ladder voor duurzame verstedelijking Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder met worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de ontwikkeling 'nieuw' is.
Het begrip "stedelijke ontwikkeling" is in artikel 1.1.1, lid 1 sub i van de Bro gedefinieerd als: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen".
In de 'overzichtenuitspraak van de Raad van State is gedetailleerd uiteengezet wanneer een stedelijke ontwikkeling vervolgens als 'nieuw' is aan te merken en aldus sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit de uitspraak volgt dat een voorziene ontwikkeling voldoende 'substantieel' moet zijn om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te classificeren. Om te bepalen of een voorziene ontwikkeling voldoende 'substantieel' is, wordt in onderlinge samenhang bezien of sprake is van een substantiële toename van het ruimtebeslag en/of een substantiële functiewijziging. Uit de rechtspraak volgt dat voor de realisatie van een nieuw gebouw met een bruto vloeroppervlak kleiner dan 500 m2 er in beginsel geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voor bestaande gebouwen kan naar de toename in bruto vloeroppervlakte ten opzichte van de bestaande bruto vloeroppervlakte worden gekeken.
Onderhavig planvoornemen betreft een functiewijziging van een bedrijfsbestemming, uitsluitend voor de werkplaats van waterschap Brabantse Delta, naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2. Er vinden geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaats.
Aangezien er geen uitbreiding van bebouwing plaatsvindt, wordt de ontwikkeling niet gezien als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', welke ladderplichtig is. Verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet noodzakelijk.
Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur, erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt. Volgens de laatste informatie treedt de nieuwe Omgevingswet in 2022 in werking.
In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijke ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort vanuit de basisopgave. Het gaat om de volgende hoofdopgave: • De basisopgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit; • Werken aan Brabantse energietransitie; • Werken aan een klimaatproef Brabant; • Werken aan de slimme netwerkstad; • Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
112
Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers.
De beleidsmatige uitgangspunten van de Omgevingsvisie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte. De Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve Omgevingsverordening vastgesteld. De definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen.
Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening binnen de onderstaande gebieden. Vervolgens zijn de voor het plangebied eventueel relevante gebieden nader uitgewerkt: • Diep grondwaterlichaam (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen) • Geen Attentiezone waterhuishouding (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen) • Bescherming Natura-2000 (Rechtstreeks werkende regels: landbouw) • Stalderingsgebied (Rechtstreeks werkende regels: landbouw & Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen) • Verbod uitbreiding veehouderij (Rechtstreeks werkende regels: landbouw) • Concentratiegebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed) • Stedelijk gebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed) • Behoud en herstel van watersystemen (Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden) • Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone (Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden) • Natuur Netwerk Brabant (Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden) • Norm wateroverlast Stedelijk gebied (Instructieregels voor waterschappen, watersystemen, -veiligheid, en -berging) • Norm wateroverlast (Instructieregels voor waterschappen, watersystemen, -veiligheid, en -berging) Diep grondwaterlichaam (art.
2.20) Boven, in of onder een diep grondwaterlichaam is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden. Dit is niet aan de orde bij het planvoornemen en vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
oooo
113
ORDITO OOOO
Geen Attentiezone waterhuishouding (art. 2.21) Een vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem is niet vereist voor een onttrekking binnen deze zone als de te onttrekken hoeveelheid grondwater ten hoogste 10 m3 per uur bedraagt en de onttrekkingsput niet dieper is dan 30 meter minus maaiveld. Voor het planvoornemen hoeft deze vergunning niet aangevraagd te worden en vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.
Concentratiegebied Thema: verstedelijking Gebiedsbegrenzing: exact
Stede lijk gebied Thema: verstedelijking Gebiedsbegrenzing: exact Verwijzing 1 Verwijzing 2 Verwijzing 3 Verwijzing 4
Uitsnede kaart 3: stedelijke ontwikkeling en erfgoed, provincie Noord-Brabant Stedelijk gebied (art. 3.42) Voor het onderwerp duurzame stedelijke ontwikkeling zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. Hierin is opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen 'Stedelijk gebied' een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Het plangebied behoort bij de regio Midden-Brabant. Binnen deze regio wordt voornamelijk gestuurd op inbreiding en gebruik van bestaand (leegstaand of leegkomend) vastgoed. Het planvoornemen sluit hierbij aan. Daarnaast moet onderbouwd worden dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Dit is nader onderbouwd in de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' in paragraaf 3.1 Rijksbeleid.
Concentratiegebied (art. 5.18) Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio's ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Deze prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie van verstedelijking. Onderhavig planvoornemen betreft enkel een functiewijziging van een bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2. Door onderhavig planvoornemen blijft de huidige situatie gehandhaafd. Gesteld kan worden dat onderhavig planvoornemen passend is binnen het concentratiegebied.
Natuur Netwerk Brabant (art. 3.15) Een deel van het plangebied is aangewezen als Natuur Netwerk Brabant. Een bestemmingsplan van toepassing op NNB strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken. De voor Natuur Netwerk Brabant aangewezen gronden krijgen in het bestemmingsplan de bestemming 'Natuur' om de ecologische waarde ter plaatse te behouden.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
114
Natuur Netwerk Brabant Thema: natuur Gebiedsbegrenzing: exact Verwijzing 1 Verwijzing 2
Natuur Netwerk Brabant ecologische verbindingszone Thema: natuur Gebiedsbegrenzing: exact
1 i Uitsnede kaart 4: natuur en stiltegebieden, provincie Noord-Brabant
Overige gebieden De overige gebieden waar het plangebied onder valt, zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen en vormen daarmee geen beperking op het planvoornemen. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (art. 3.5) Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven van de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2, artikelen 3.6 t/m 3.8 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiertoe dient rekening gehouden te worden met: • Zorgvuldig ruimtegebruik; • De waarde in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; • Meerwaardecreatie. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Een bestaand ruimtebeslag is gelegen binnen het werkingsgebied 'Stedelijk gebied' of een bestaand bouwperceel.
Toetsing Onderhavig planvoornemen betreft het omzetten van een bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta' naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Met onderhavig planvoornemen wordt gebruik gemaakt van een bestaande bedrijfslocatie, derhalve kan gesteld worden dat met het planvoornemen gebruik wordt gemaakt van bestaand ruimtebeslag.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
115
Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: • De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; • De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen, waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; • De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.
Toetsing Door actief de factor tijd te benutten, wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van de optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in deze toelichting. Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling betrokken zijn, waaronder: • De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; • De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
Toetsing Door het wijzigen van de bestemming 'Bedrijf' met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats brabantse delta' naar een reguliere bedrijfsbestemming met categorie 1 en 2, wordt de bestaande bedrijfslocatie duurzaam in stand gehouden en wordt verpaupering van de bebouwing binnen het bouwperceel tegengegaan.
Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Stedelijk Gebied De gemeente Gilze en Rijen heeft de Structuurvisie Stedelijk Gebied vastgesteld op 21 december 2015. De basis voor de structuurvisie wordt gevormd door zowel de toekomstvisie 'Wij zijn Gilze en Rijen' als het ambitiedocument 'Ambities Gilze en Rijen - Nieuwe Kansen!'. De hoofdambities zijn bepaald en hierin vastgelegd. Met het opstellen van de structuurvisie zet de gemeente een belangrijke stap in de concretisering van de ruimtelijke ambities. De structuurvisie is daarmee een uitvoeringsdocument dat als onderlegger dient om aan de slag te gaan met de ambities en de hoofdkeuzes, bij toekomstige projecten en bestemmingsplannen.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
116
De rol van de structuurvisie is veelzijdig: • De structuurvisie concretiseert de toekomstvisie en het ambitiedocument, voor het ruimtelijke domein. De structuurvisie draagt daardoor bij aan het vormgeven van de lokale en regionale ambities; • Met de structuurvisie laat de gemeente zien hoe zij aansluiten bij de lokale en regionale kracht en hoe de gemeente zich onderscheidt. Zo kan de gemeente de structuurvisie strategisch inzetten tijdens overleg met bovengemeentelijke partners; • De structuurvisie zorgt vanuit de integraliteit ook voor overzicht. Het is het instrument bij uitstek om dwarsbanden te leggen tussen de verschillende lokale en regionale beleidsvelden; • Ook geeft de structuurvisie de mogelijkheid om projecten voor de komende jaren te prioriteren.
In samenspraak met burgers en belanghebbenden heeft de gemeente Gilze en Rijen vier ruimtelijke hoofdkeuzes geformuleerd: 1. Nieuwe Noodzakelijkheid "Een nieuwe manier van denken over wonen" Dit betekent dat de gemeente kiest voor: • Het verbinden van architectuur, duurzaamheid en landschap • Het verbinden van duurzame woonkwaliteit en sociale betrokkenheid 2. Sterke Schakels "Bereikbaar voor iedereen" Dit betekent dat de gemeente kiest voor: • Goede bereikbaarheid voor alle doelgroepen (snel- en langzaamverkeer) van de kernen en hun specifieke functies • Onderdeel zijn van een stedelijk netwerk 3. Levendige Centra "Sterke en vitale dorpsharten" Dit betekent dat de gemeente kiest voor: • Herkenbare en levendige dorpsharten • Goed functionerende winkelconcentratiegebieden 4. Karakteristieke Bedrijvigheid "Bedrijventerreinen met een duidelijk profiel" Dit betekent dat de gemeente kiest voor: • Een meer herkenbaar profiel voor (nieuwe) bedrijvigheid • Duurzame investeringen voor (bestaande) karakteristieke bedrijvigheid
A
V
Uitsnede Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze-Rijen Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
117
Herinrichting voormalig tracé van de N282 De omlegging van de N282 biedt kansen voor Hulten. Het huidige beeld van de weg (een enorme barrière die nauwelijks oversteekbaar is) draait hierdoor 180 graden. De weg vormt geen belemmering meer, maar biedt juist kansen voor Hulten. Het Blok wil de gemeente Gilze en Rijen beter toegankelijk maken. Bovendien streeft de gemeente ernaar om de relatie tussen het zuidelijk en noordelijk gedeelte van het Blok te herstellen, nu de N282 verplaatst wordt. Het voormalige wegtracé ziet de gemeente als nieuwe verblijfsruimte, waar enkel bestemmingsverkeer en langzaamverkeer rijdt. Vanwege de breedte van het profiel (tot wel 40 meter) ontstaat er een nieuwe openbare ruimte aan de voorzijde van Hulten. De gemeente benut deze ruimte om er een prettige plek van te maken, waar de aangrenzende woningen graag op uitkijken. Het dorpshart, de kerk en het voormalig parochiehuis geeft de gemeente een gezicht naar de voormalige N282. Het historische karakter van de route wil de gemeente benadrukken. De geschiedenis gaat terug naar de tijd van Napoleon. De gemeente vindt het belangrijk om het tracé van deze route te behouden en zichtbaar te maken. Dit kan door het aanleggen van een statige bomenlaan over de gehele lengte van het tracé.
Versterking relatie met het landschap Hulten heeft van oudsher een sterke relatie met het landschap ten noorden van de Oude Baan. Vanuit de Oude Baan zijn er talrijke doorzichten en routes dit buitengebied in. De sanering van de N282 maakt het mogelijk om ook de relatie met het landschap ten zuiden van Hulten te versterken. Hier wil de gemeente zich voor inzetten. De bedoeling van de gemeente is om dit landschap zo ver mogelijk door te trekken, tot aan de bebouwde kom van Hulten. Het contrast tussen de hoge gronden nieuwe noodzakelijkheid rondom bosgebied het Blok en de lage natte gronden rondom de Grote Lei willen we behouden. Om dit te bewerkstelligen, streeft de gemeente naar verplaatsing of beëindiging van de bedrijven ten zuiden van de N282. De gemeente wil graag meedenken op het moment waarop hier kansen voor ontstaan. Toetsing Onderhavig planvoornemen betreft het omzetten van een bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta' naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Voor het plangebied zijn geen specifieke ambities in de structuurvisie genoemd. Gesteld kan worden dat onderhavig planvoornemen niet in strijd is met de uitgangspunten uit de structuurvisie van de gemeente Gilze en Rijen.
Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
118
4.
RANDVOORWAARDEN
4.1
Archeologie, cultuurhistorie en aardkunde
Archeologie Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (ofwel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet.
Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijk archeologiebeleid Op 19 december 2022 heeft de gemeenteraad de Archeologische verwachtings- en beleidskaart vastgesteld. Beleidskaart De archeologische beleidskaart is in een aantal fases tot stand gekomen. Allereerst is gestart met een inventarisatie van de reeds bekende archeologische waarden, historische relicten, landschappelijke en geomorfologische opbouw, alsook bodem. Dit heeft geresulteerd in een archeologische informatiekaart, historische relictenkaart, archeolandschappelijke eenhedenkaart en een bodemkaart. Op basis van de inventarisatiekaarten zijn twee verwachtingskaarten vervaardigd: 'Jagers en Verzamelaars' en 'Boeren- en Staatse samenlevingen'. Ten slotte is aan de verschillende verwachtingseenheden beleid gekoppeld, waarmee de archeologische beleidskaart is ontstaan.
De kaart houdt rekening met de specifieke context van de gemeente Gilze en Rijen. De bepaling van verwachtingen is zowel gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten, als op een studie van technische gegevens. De beleidskaart wordt vertaald in de bestemmingsplannen
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
119
$
b Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Gilze en Rijen
Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Gilze en Rijen ligt het plangebied voor een groot gedeelte in categorie 2: bij ingrepen groter dan 100 m en dieper dan 40 cm beneden maaiveld dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd
In het vigerend bestemmingsplan is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' opgenomen. Ter bescherming van de archeologische waarden wordt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' overgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Wel wordt de onderzoeksgrens conform het advies van de regioarcheoloog gewijzigd naar 500 m2 en 40 cm -mv. Het planvoornemen betreft uitsluitend een functiewijziging en er vinden geen bodemingrepen plaats die de gestelde onderzoeksgrens overschrijden. Een archeologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
Cultuurhistorie De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één wet. Een groot deel van de bestaande wet en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor eht eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
120
Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.
Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen, te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende
cultuurhistorische elementen aangegeven.
v
4
7
Historische geografie ■ Zeer hoog
8/ / De Leer
e
4 o
Hoog O
Redelijk hoog
4 ' ‘8,
Overige bouwkunst
' > . ‘•t >
/
O
Rijks monumenten
“Xe, 0
o
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant
Toetsing Cultuurhistorische Waardenkaart Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt binnen de regio 'Baronie'. In onderstaande tekst is dit cultuurhistorisch gebied nader uitgewerkt. Baronie De Baronie is onderdeel van het dekzandplateau dat doorsneden wordt door beken. Het
zandlandschap bestaat uit een grofmazige mozaïek van oude en jonge zandontginningen en bossen.
Kenmerkend voor de oude zandontginningen zijn dorpen en buurtschappen zonder open akkercomplexen en bijhorende groenstructuren. Op enkele plaatsen komen open akkercomplexen
voor. De bebouwing en de akkers liggen vaak op de rand van de beekdalen, de graslanden (beemden) in het beekdal en de (voormalige) heidevelden op de hogere zandgronden. De jongere
ontginningen hebben vaak een open karakter met een rationeel patroon van wegen, waterlopen en
percelen. De openheid wordt onderbroken door erfbeplanting en wegbeplanting. Daarnaast komen ook meer besloten jonge zandontginningen voor, met bebouwing langs oude wegen,
kleinschaligheid door de afwisseling van akkers en weiden met bosjes en losstaande bomen. Op de overgang van bos naar beekdal is een coulisselandschap ontstaan met transparante bomenrijen, gericht op de beek.
De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is:
1.
Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio;
2.
De cultuurhistorische waarden van de Baronie in hun samenhang verder ontwikkelen,
beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de
cultuurhistorische landschappen;
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
3.
|21
Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: "Beekdal van de Mark" en "Dekzandeiland Alphen-Baarle".
Onderhavig planvoornemen betreft het omzetten van een bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta' naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Er vinden geen ontwikkelingen plaats welke in strijd zijn met de ontwikkelingsstrategieën behorende bij de Cultuurhistorische Waardenkaart.
Aardkundig waardevolle gebieden Aardkundige waarden zijn onderdelen van het landschap die iets vertellen over de oorsprong van het gebied. Het landschap in Noord-Brabant is honderden tot honderdduizenden of zelfs miljoenen jaren terug ontstaan. Deze dekzandruggen, stuifduinen en meanderende beeklopen zijn gezichtsbepalend voor het Brabants landschap. De provincie wil deze onvervangbare gebieden behouden vanwege de ecologische en cultuurhistorische betekenis. De provincie heeft de 'Aardkundige waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant' ontwikkeld, welke is opgenomen in kaart 3: 'Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkelingen en erfgoed' van de Interim Omgevingsverordening. De kaart geeft aan op welke gebieden de bestaande beleidsregels betrekking heeft. In de regels is extra ruimtelijke bescherming voor het beheer en onderhoud van die gebieden geregeld.
Toetsing Op de kaart 'Aardkundig waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant' is te zien dat het gebied niet in een aardkundig waardevol gebied ligt. Met het planvoornemen vinden geen ontwikkelingen plaats welke in strijd zijn met de ontwikkelingsstrategieën behorende bij de Aardkundig Waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant.
Conclusie De aspecten archeologie, cultuurhistorie en aardkunde vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Ter bescherming van de archeologische waarden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie', uit het vigerend bestemmingsplan, opgenomen in de regels van onderliggend bestemmingsplan.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer.
In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
122
toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend".
Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen. Milieucategorie
1 2
3.1 3.2
4.1 4.2
5.1 5.2 5.3 6
t.o.v. rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m_____________ 300 m 500 m 700 m_____________ 1.000 m 1.500 m
t.o.v. gemengd gebied 0 m_______________ 10 m______________ 30 m 50 m 100 m 200 m_____________ 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Onderzoek Onderhavig planvoornemen betreft het omzetten van een bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta' naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden.
Het plangebied kent reeds al de bestemming 'Bedrijf' met functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta'. De werkplaats is reeds al een milieucategorie 2 bedrijf met een bijbehorende richtafstand van 30 meter.
Aangezien het plangebied al de bestemming 'Bedrijf kent en ter plaatse al een milieucategorie 2 bedrijf is gevestigd, kan gesteld worden dat het omzetten naar een reguliere bedrijfsbestemming, met milieucategorie 1 en 2, het woon- en leefklimaat van de omliggende woningen niet verslechterd. Een nieuw bedrijf zal daarnaast moeten voldoen aan de eisen vanuit het Activiteitenbesluit. Op de locatie Oude Baan 48 is een bestemmingsplan vastgesteld, waarbij twee nieuwe woningen mogen worden gebouwd. De afstand van het plangebied tot de beoogde woning bedraagt minimaal 43 meter. Hiermee ligt de woning buiten de richtafstand van 30 meter van de bedrijfsbestemming.
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
4.3
123
Bodemkwaliteit
Beleidskader Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkeling zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer.
Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden.
Onderzoek Onderhavig planvoornemen betreft het omzetten van een bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-werkplaats voor brabantse delta' naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Doordat het enkel een functiewijziging betreft, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden, wordt een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht.
Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen.
Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Het groepsrisico (GR) is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10,100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare.
Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
|24
Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad
verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming.
Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs). Voor ruimtelijke
ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm).
Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte
van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht.
Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke
reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel.
Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van Nederland.
1 pee!b^
O
9
De Leemanshoeve
3,,' ‘94
B,
~e2sca
A O,
“Bo% 3
Hulten
"N2821Le
Gerardus
Maje/a
1Miegve
Terrein defensie
Q 0
E
/
e Drie sketiers
8 8
Eikerve
Uitsnede Risicokaart Nederland
Inrichtingen
Binnen of direct grenzend aan het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. De dichtstbijzijnde inrichting bevindt zich op een
afstand van 630 meter van het plangebied.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
|25
Transport over wegen In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen wegen aanwezig die een beperking vormen in het kader van externe veiligheid. Transport over water In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen vaarwegen aanwezig die een beperking vormen in het kader van externe veiligheid. Transport over het spoor De spoorlijn Breda-Tilburg bevindt zich op circa 500 meter afstand van het plangebied. Over deze spoorlijn vindt, conform de Regeling basisnet, transport van gevaarlijke stoffen plaats. Plaatsgebonden risico Voor de spoorlijn geldt een PR 10-6 contour van maximaal 6 meter. Hierbinnen zijn geen kwetsbare objecten toegestaan en beperkt kwetsbare objecten alleen onder zwaarwegende belangen. Het plangebied ligt hier ver buiten.
Plasbrandaandachtsgebied (PAG) De spoorlijn Breda-Tilburg heeft op basis van deze beleidsvisie een PAG gekregen. Nieuwe kwetsbare objecten binnen 30 meter van de spoorlijn dienen na vaststelling van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) te voldoen aan aanvullende bouwkundige veiligheidseisen. Het PAG heeft geen consequenties voor beperkt kwetsbare objecten of bestaande situaties. Derhalve heeft PAG geen consequenties voor het planvoornemen.
Groepsrisico Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk, die een vergroting van het groepsrisico met zich meebrengen. Onderstaand wordt het groepsrisico verantwoord. Transport per buisleiding Op circa 1,1 kilometer afstand van het plangebied ligt een aardgasleiding van de Gasunie. Op grond van de circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen kunnen transportroutes op meer dan 200 meter van het plangebied buiten beschouwing blijven. Binnen een afstand van 200 meter van het plangebied vindt geen transport van gevaarlijke stoffen per buis plaats.
Groepsrisico Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant heeft voor de gemeente Gilze-Rijen een standaardadvies opgesteld ten behoeve van kleine bestemmingsplannen die geen bijzondere of zeer kwetsbare objecten mogelijk maken, dan wel op voldoende afstand van een risicovolle inrichting of transportroute/ buisleiding zijn gelegen. Zeer kwetsbare gebouwen hebben volgens het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Omgevingswet) een: • Gezondheidsfunctie met bed-gebied; • Woonfunctie voor zorg; • Onderwijsfunctie (basisschool); • Onderwijsfunctie (minderjarigen met lichamelijk of geestelijke beperking); • Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang; • Celfunctie. Met de ontwikkeling wordt geen zeer kwetsbaar object opgericht. De afstand tot het dichtstbijzijnde risicovolle transportroute en buisleidingen is circa 500 meter en er worden met het ruimtelijk plan geen grote groepen personen (>50 personen) aan het plangebied toegevoegd.
Voor wat betreft de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van de spoorlijn BredaTilburg, kan derhalve gebruik worden gemaakt van het standaardadvies. Het standaardadvies van de Veiligheidsregio is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.
Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
|26
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.5
Geluid
Wet geluidhinder Bij het opstellen of herzien van een bestemmingsplan worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. De Wgh kent drie soorten geluidsbronnen: industrie, wegverkeer en spoorwegen.
De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveau als gevolg van deze bronnen. Indien het bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. Bij het vaststellen van geluidbelasting voor geluidsgevoelige functies zoals 'Wonen' dient op grond van de Wgh iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij de weg binnen een woonerf is gelegen of voor de weg een maximum snelheidsregime geldt van 30 km/ uur. Op basis van de Wro is het noodzakelijk om aan te tonen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er moet voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Onderzoek Met onderhavig planvoornemen worden geen geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Een akoestisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6
Geurhinder
Wet geurhinder en veehouderij In het kader van de ruimtelijke procedure dient enerzijds nagegaan te worden of er ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (milieu hygiënische toets) en anderzijds of het planvoornemen leidt tot een belemmering van vergunden rechten van bedrijven in de omgeving. Voor veehouderijen is het geurbeleid vastgesteld in de op 1 januari 2007 inwerking getreden Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag maken op een geurgevoelig object (zoals een woning). Daarbij wordt onderscheidt gemaakt tussen de ligging binnen en buiten de bebouwde kom. De Wgv bevat afstandsnormen die in acht moeten worden genomen. In artikel 3 van de wet zijn de ten hoogste toegestane geurbelastingen bepaald. Locatie geurgevoelig object Concentratiegebied, binnen bebouwde kom Concentratiegebied, buiten bebouwde kom Niet-concentratiegebied, binnen bebouwde kom Niet-concentratiegebied, buiten bebouwde kom
Ten hoogste toegestane geurbelasting 3,0 OUe/ m3 14,0 OUe/ m3 2,0 OUe/ m,3 8,0 OUe/ m,3
Op basis van artikel 3.2 Wgv geldt dat de minimum afstand van een veehouderij tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom tenminste 100 meter dient te zijn. Wanneer het geurgevoelig object buitende bebouwde kom is gelegen dient deze afstand minimaal 50 meter te zijn. Bestemmingsplan Broekdijk 10 Hulten
OOOO ORDITO OOOO
|27
Onderzoek Onderhavig planvoornemen betreft het omzetten van een bedrijfsbestemming met specifieke aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - werkplaats voor brabantse delta' naar een reguliere bedrijfsbestemming met milieucategorie 1 en 2, waarbij geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Met het planvoornemen wordt geen geurgevoelig object mogelijk gemaakt. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.7
Luchtkwaliteit
Beleid De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit in het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. De Wet luchtkwaliteit bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood en koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10) van belang. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijn stof (PM10) Fijn stof (PM2,5)
Toetsing van_____________ Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde
40 ug/m,3 40 ug/m,3 20 ug/m,3
Daarnaast voorziet de Wet luchtkwaliteit in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het 'Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)'. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate (NIBM)' bijdragen aan de luchtverontreiniging.