CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Ontwerp-Gebiedsvisie Rimpelaar 2025 Gilze en Rijen

Gemeenteraad 15 december 2025, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel ter inzage leggen ontwerp gebiedsvisie Rimpelaar Gilze en Rijen16.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerp-Gebiedsvisie Rimpelaar Samen naar een duurzame toekomst

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doel

5

1.3

Beleidskader

7

1.4

Leeswijzer

10

2

Visie op hoofdlijnen

11

3

Doelen en keuzes per thema

13

3.1 3.1.1 3.1.2

Ondergrond Geomorfologie en bodem Grond- en oppervlaktewater

13 13 15

3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.2.8 3.2.9

Occupatiepatroon Cultuurhistorie Landschap Landbouw Natuur Wonen Recreatie Overige bedrijven Aan-huis-gebonden beroepen/bedrijven en nevenactiviteiten Evenementen

22 22 30 34 47 50 54 57 60 61

2 – Gemeente Gilze en Rijen

3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5

Netwerk Auto- en vrachtwagenverkeer Openbaar vervoer Fietsverkeer Energietransitie Sociale samenhang

62 62 64 66 68 69

4

Integrale gebiedsvisie

71

5

Uitvoeringskader

80

5.1 5.1.1 5.1.2

Groenblauwe dooradering Tegenprestatie Subsidie

80 80 83

5.2 5.2.1 5.2.2

Woning buiten een bebouwingsconcentratie Splitsing karakteristiek pand Mantelzorgwoningen

84 84 85

5.3

Vertaling in omgevingsplan

86

5.4

Verkeersveiligheid

88

5.5

Samenwerking

93

6

Participatieproces

94

7

Bijlagen

97

7.1

Mogelijke inrichtingsmaatregelen doelsoorten

97

3 – Gemeente Gilze en Rijen

1 Inleiding Voor u ligt de Ontwerp-Gebiedsvisie voor het gebied Rimpelaar in de gemeenten Gilze en Rijen en AlphenChaam. Het gebied Rimpelaar is een agrarisch gebied dat ligt tussen de A58 en een aaneengesloten bosgebied (Sint Annabosch en Prinsenbosch), “onder de rook van” Breda en Tilburg. De inwoners van dit gebied wonen in Bavel AC, Molenschot of Gilze en zijn qua dagelijkse voorzieningen met name aangewezen op de nabijgelegen kernen Bavel en Gilze.

1.1 Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van een gebiedsvisie was de vraag vanuit verschillende boeren en tuinders aan de gemeente Gilze en Rijen om mee te denken over wat er in de toekomst mogelijk is op het bedrijf. Zij staan voor de opgave om duurzamer te gaan werken en hebben behoefte aan een ontwikkelingsperspectief voor het gebied om hun plannen voor verduurzaming uit te kunnen werken. De eerste 3 bedrijven die hun toekomstplannen op papier hebben gezet, zijn alle drie gevestigd aan de

4 – Gemeente Gilze en Rijen

Figuur 1: Ligging gebied Rimpelaar (Bron: Topotijdreis.nl)

weg Rimpelaar in Molenschot. Vandaar dat de op te stellen gebiedsvisie de titel Gebiedsvisie Rimpelaar heeft gekregen. Een aantal agrariërs uit Molenschot heeft ook gronden en/of vestigingen in Bavel AC. De gemeente Gilze en Rijen heeft de gemeente Alphen-Chaam gevraagd om

gezamenlijk een gebiedsvisie op te stellen, zodat ontwikkelingen die spelen in samenhang kunnen worden bezien. Ook diverse bewoners in het gebied denken na over de toekomst van hun leefomgeving. Het Burgerinitiatief Wouwervallei heeft in samenwerking met verschillende boeren en overheden al diverse stappen gezet om van de Gilzewouwerbeek een klimaatadaptieve natuurverbinding te maken. En ook de Bee Deal Gilze is tot stand gebracht door een groep bewoners en ondernemers. Zij richten zich op het verbeteren van de leefomgeving voor wilde bijen, honingbijen en andere nuttige insecten, door het inzaaien van bloemenmengsels, het planten van bomen en struiken en door het creëren van nestelgelegenheid. Beide gemeenten willen doelen halen op het gebied van duurzaamheid, klimaat, biodiversiteit en inclusie. Naast het op weg helpen van (agrarische) ondernemers naar een meer duurzame toekomst voor hun bedrijf, richt deze visie zich ook op natuur en biodiversiteit, het landschap, het klimaat en de leefbaarheid en sociale samenhang in het gebied.

5 – Gemeente Gilze en Rijen

1.2 Doel Het doel van deze gebiedsvisie is het bieden van een ontwikkelingsrichting voor (individuele) initiatieven van bewoners en ondernemers, die de omgevingskwaliteit en leefbaarheid kunnen versterken. Wij nodigen initiatiefnemers met plannen voor de toekomstige invulling van hun erf of bedrijf uit om een conceptverzoek in te dienen, wanneer hun initiatief niet in het vigerende omgevingsplan (bestemmingsplan) past. Op die manier kan de gemeente toetsen of het initiatief in deze gebiedsvisie past en aangeven of er medewerking wordt verleend aan de benodigde procedure. De gebiedsvisie is bedoeld als stip op de horizon, de visie laat zien waar we in de verre toekomst heen willen. In de dagelijkse praktijk is niet elk initiatief dat in de visie past, ook meteen uitvoerbaar. Dit komt bijvoorbeeld door actuele autonome ontwikkelingen zoals de stikstofproblematiek, watertekort, grondstoffentekort, hoge bouwkosten, netcongestie, milieucontouren etc. Problemen die we mogelijk lokaal (deels) op kunnen lossen, worden meegenomen in deze visie.

een toetsingskader voor initiatieven, is de visie tevens

Figuur 2: Plangebied Gebiedsvisie Rimpelaar (Bron: Bureau LOS)

6 – Gemeente Gilze en Rijen

Naast een toetsingskader voor initiatieven, is de visie tevens een onderbouwing voor de benodigde verkeersmaatregelen, vooruitlopend op en bijdragend aan de beleidsdoelen vanuit het Programma Mobiliteit. In paragraaf 3.3.1 en 5.4 wordt dit nader toegelicht.

1.3 Beleidskader Rijksbeleid Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) is een beleidsprogramma onder de Nationale Omgevingsvisie. Met het NPLG wordt gewerkt aan het verbeteren van natuurkwaliteit, een robuuster en gezonder watersysteem en een klimaatneutraal landelijk gebied. Van 16 januari tot en met 26 februari 2024 heeft het ontwerp-NPLG ter inzage gelegen. Het toenmalige kabinet had € 24,3 miljard gereserveerd om uitvoering te geven aan de plannen (Transitiefonds NPLG). Door het veranderde politieke klimaat is het Transitiefonds opgeheven, maar de doelen blijven wel staan. Vertaling in gebiedsvisie Voor de gebiedsvisie Rimpelaar betekent dit dat we de omgevingskwaliteit (waaronder natuur, water en milieu) willen versterken door ook andere doelen (kostendragers) te realiseren, gekoppeld aan een

7 – Gemeente Gilze en Rijen

passende tegenprestatie (voor-wat-hoort-wat), met daarbij de draagkracht van het gebied als uitgangspunt. Provinciaal beleid

Na het wegvallen van het nationale Transitiefonds heeft de provincie de Aanpak Landelijk Gebied (ALG) opgestart. Hiermee beoogt de provincie de (wettelijke) doelen te behalen, onder andere in en rondom de Natura 2000-gebieden. Zowel de gemeente Gilze en Rijen als de gemeente Alphen-Chaam is gebiedspartner bij de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos. De GGA richt zich op het verbeteren van de waterhuishoudkundige situatie in en rondom het bos, het verminderen van de stikstofdepositie en andere maatregelen ten gunste van het natuurgebied. Een deel van het hydrologische beïnvloedingsgebied van het Ulvenhoutse Bos ligt in het plangebied van de gebiedsvisie Rimpelaar. De waarden die vanuit de provincie van belang zijn om te beschermen en te versterken in Rimpelaar en omgeving, zijn weergegeven in Figuur 3. Hierbij valt op dat het plangebied voor wat betreft provinciaal beleid, relatief weinig waarden kent ten opzichte van de rest van het buitengebied in AlphenChaam en Gilze en Rijen.

Figuur 3: Provinciale waarden in Rimpelaar en omstreken (Bron: Omgevingsverordening Noord-Brabant)

8 – Gemeente Gilze en Rijen

De waarden en beschermingszones die de provincie heeft aangeduid binnen het plangebied, liggen aan de rand van het bos en betreffen Groenblauwe waarden, Grondwaterbeschermingsgebied (rond Waterwingebied) en Attentiezone Stiltegebied (rond Stiltegebied). Daarnaast is ter hoogte van de Gilzewouwerbeek een reserveringsgebied voor waterberging aangeduid.

Vertaling in gebiedsvisie Voor de gebiedsvisie Rimpelaar betekent dit dat er in de zone aangrenzend aan het (Ulvenhoutse) bos terughoudend wordt omgegaan met ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast worden in de visie de kansen voor waterberging belicht. LEGENDA

Figuur 4: Provinciale waarden in Rimpelaar (Bron: Omgevingsverordening Noord-Brabant)

9 – Gemeente Gilze en Rijen

1.4 Leeswijzer In paragraaf 1.3 is kort het beleid vanuit het rijk en de provincie toegelicht. Na een schets van de gebiedsvisie op hoofdlijnen in hoofdstuk 2, wordt in hoofdstuk 3 dieper ingegaan op het vigerende (provinciale) beleid, de bestaande situatie en de keuzes die in de gebiedsvisie worden gemaakt. Per ruimtelijk thema wordt beschreven welke doelen worden nagestreefd. In hoofdstuk 4 komen de verschillende thematische keuzes bij elkaar in de integrale beschrijving van de gebiedsvisie. In dit hoofdstuk wordt de onderlinge samenhang tussen de thematische doelen en keuzes duidelijk. Hoofdstuk 3 en 4 vormen tezamen het toetsingskader voor initiatieven vanuit het gebied. In hoofdstuk 5 komt het uitvoeringskader aan de orde: hoe gaan we als gemeente bepaalde doelen verwezenlijken. In hoofdstuk 6 wordt het participatieproces dat doorlopen is beschreven. De bijlagen zijn opgenomen in Hoofdstuk 7.

10 – Gemeente Gilze en Rijen

Foto 1 Golfterrein Princenbosch

2 Visie op hoofdlijnen Zonering In Rimpelaar willen we ruimte bieden aan ondernemers om op duurzame wijze verder te ontwikkelen. Dit doen we door een zonering aan te brengen in het gebied die stuurt op verschillende vormen van landbouw. Extensief langs de bosrand en naarmate een agrarisch bedrijf dichter bij de snelweg is gelegen, worden er meer mogelijkheden geboden. Assen Naast deze zonering werken we met verschillende ontwikkelingsassen. Langs de weg Rimpelaar ligt het accent op innovatie. Dit wordt de drager van een bredere Innovatieve as. Langs de Gilzeweg/Bavelseweg ligt het accent op ontmoeting, recreatie en zorg. Deze Boerenwinkelstraat wordt de drager van de Maatschappelijke as. In het beekdal van de Gilzewouwerbeek ligt het accent op waterberging en (boeren)natuur. De Wouwervallei wordt de Groenblauwe as van het gebied. Landschap & Biodiversiteit De ruimte voor ondernemers wordt gekoppeld aan een tegenprestatie op het gebied van biodiversiteit, landschap, klimaatadaptatie en/of het water- en

11 – Gemeente Gilze en Rijen

bodemsysteem. Naast de ontwikkeling van de Wouwervallei als Groenblauwe as, zien we mogelijkheden voor een extra natuurverbinding voor de boomkikker. Dit is een aanvulling op de bestaande EVZ (Ecologiche Verbindingszone) Boomkikker. Deze EVZ en de nieuwe natuurverbinding kunnen tezamen een soort van Boomkikkerrotonde vormen die de uitwissing van tal van diersoorten versterkt. Samenwerking Reeds op dit moment wordt er al veel samengewerkt in het gebied. Het Burgerinitiatief Wouwervallei, de Bee Deal Gilze en de onderlinge uitwisseling van reststromen door ondernemers, zijn hier mooie voorbeelden van. We willen de sociale samenhang verder stimuleren met de doorontwikkeling van de Maatschappelijke as/Boerenwinkelstraat, maar ook door de kansen voor een ‘gebiedsbreed gemengd bedrijf’ te benutten. Door de mogelijke uitwisselingen van reststromen (water, mest, groenafval, grond, warmte, kennis, etc.) nader te onderzoeken en te faciliteren, kunnen lokale kringlopen worden gesloten en komen we gezamenlijk een stap dichter bij een circulaire economie. Kortom, samen naar een duurzame toekomst. In hoofdstuk 3 worden bovenstaande hoofdlijnen op thematische wijze verder uitgewerkt.

Figuur 5: Gebiedsvisie Rimpelaar op hoofdlijnen (Bron: bureau LOS)

12 – Gemeente Gilze en Rijen

3 Doelen en keuzes per thema In dit hoofdstuk worden op thematische wijze de huidige situatie en de na te streven doelen toegelicht. Dit gebeurt op basis van ‘De Lagenbenadering’. Bij de lagenbenadering worden de ondergrond (bodem en water), het occupatiepatroon (ontginnings- en bewoningsgeschiedenis) en het netwerk (infrastructuur) beschreven en per thema wordt toegelicht hoe deze van invloed zijn op de keuzes die we maken ten aanzien van de doelen. Bij elk thema wordt eerst de huidige situatie beschreven. Dit is een analyse van het gebied voor wat betreft dat specifieke thema. Vervolgens komt het actuele beleid aan bod. Het betreft zowel het vigerende beleid vanuit de provincie, als het geldende beleid vanuit de gemeente (aangaande het thema dat beschreven wordt). Tot slot komen bij elk thema de doelen en keuzes aan bod. Hierin wordt beschreven wat we op basis van deze gebiedsvisie anders zouden willen ten opzichte van het huidige beleid (of wat we juist voort willen zetten). Tezamen met hoofdstuk 4 vormt dit hoofdstuk het toetsingskader voor initiatieven in het gebied.

13 – Gemeente Gilze en Rijen

3.1 Ondergrond De thema’s die in deze paragraaf nader worden uitgewerkt betreffen: • Geomorfologie en bodem • Grond- en oppervlaktewater

3.1.1 Geomorfologie en bodem Huidige situatie Het gebied loopt van oost naar west in hoogte af. Het bestaat voornamelijk uit dekzand met enkele glooiingen en ruggen. Het beekdal van de Gilzewouwerbeek en enkele zijtakken (met oude overstromingsgebieden) bestaan uit natte voedselrijke beekeerdgronden (groen in Figuur 6). Doordat deze gronden in het verre verleden regelmatig overstroomden, zijn er nutriënten opgebracht, die bijdragen aan een voedselrijke bodem. De oude bewoningsplekken Hoge Aard en ‘t Raakeind bestaan uit droge voedselrijke enkeergronden (bruin in Figuur 6). Ter hoogte van deze oude bewoningsplekken is eeuwenlang organische stalmest opgebracht, waardoor ook dit een voedselrijke bodem betreft.

Figuur 6: Bodemkaart (Bron: bureau LOS)

14 – Gemeente Gilze en Rijen

Het overige deel van het gebied betreft droge voedselarme podzolgrond (roze in Figuur 6). Dit betreft voormalige heide, die in de jaren ’30 van de vorige eeuw ontgonnen is. In het zuidoosten van het plangebied liggen gooreerdgronden (geel in Figuur 6). Deze vormen een overgang van de beekeerdgronden naar de hoger gelegen podzolgronden. Op verschillende plekken in het gebied zitten leemlagen. Beleid In provinciaal beleid zijn geen aardkundige waarden aangeduid in en direct rondom het plangebied. Doelen en keuzes Bodem als basis voor zonering in de landbouw In de gebiedsvisie wordt ervoor gekozen om de voedselrijke bodems (enkeerd- en beekeerdgronden) zoveel mogelijk in te zetten voor vollegrondslandbouw. De niet-grondgebonden landbouw wordt zoveel mogelijk op de droge voedselarme gronden (podzolgronden) gesitueerd. Bodemverbetering

15 – Gemeente Gilze en Rijen

Eén van de doelen in de gebiedsvisie is bodemverbetering. Bij vollegrondslandbouw wordt natuuradaptieve en natuurinclusieve landbouw gestimuleerd, bij niet-grondgebonden landbouw komt bodemverbetering terug bij de tegenprestatie voor ontwikkelmogelijkheden. Dit wordt verder uitgewerkt bij het thema Landbouw (paragraaf 3.2.3).

3.1.2 Grond- en oppervlaktewater Huidige situatie De Gilzewouwerbeek is de hoofdwaterloop in het gebied. De beek kent enkele zijtakken die bij de ruilverkaveling in de jaren ’70 en begin jaren ‘80 zijn rechtgetrokken, verlegd en/verlengd. In die tijd was het doel om het regenwater dat viel, snel af te voeren via een fijnmazig systeem van enkele A-watergangen (beken en waterlopen) en heel veel B-watergangen (kavelsloten). De A- en B-watergangen zijn weergegeven in Figuur 7. Door dit fijnmazige systeem dat het water versneld afvoert en door het veranderende klimaat, heeft het gebied op dit moment vaak te kampen met droogte. Over het algemeen loopt het organisch stofgehalte van de bodem steeds verder terug (klapzand). Dit zorgt

Figuur 7: Oppervlaktewater (Bron: Legger Waterschap Brabantse Delta/Bureau LOS)

16 – Gemeente Gilze en Rijen

Figuur 8: Locaties waar eens in de zoveel tijd wateroverlast optreedt (Bron: Waterschap Brabantse Delta)

17 – Gemeente Gilze en Rijen

ervoor dat de bodem het regenwater steeds minder goed vasthoudt. Bij hevige regenval heeft het gebied te maken met wateroverlast. Dit doet zich met name voor in de wat lager gelegen gebieden langs de Gilzewouwerbeek. Gebieden waar zich eens in de zoveel tijd wateroverlast voordoet zijn weergegeven in Figuur 8 (links in lichtblauw, rechts in donkerblauw). Om wateroverlast te voorkomen en de natuurwaarden in het gebied te verhogen, is het Burgerinitiatief Wouwervallei actief in dit gebied. Fase 1 van de Wouwervallei is in 2025 tot uitvoering gekomen. Ter hoogte van de Langereit en Klein Heike worden langs de Gilzewouwerbeek klimaatbuffers en boerennatuur aangelegd (zie Figuur 24 in paragraaf 3.2.4). De bosrand langs Golfterrein Princenbosch betreft waterwingebied. Hier bevindt zich een locatie van Brabant Water die water wint voor menselijke consumptie. Het golfterrein kent een natuurlijke inrichting met poelen en opgaand groen rondom de fairways (gebied tussen afslagplek en hole). Het overgebleven spoelingswater van Brabant Water gaat naar het golfterrein waardoor de poelen niet verdrogen. Beleid De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn uit 2000 die tot doel heeft de kwaliteit van al het

18 – Gemeente Gilze en Rijen

oppervlaktewater en grondwater te beschermen en te verbeteren, met als einddoel een goede ecologische en chemische toestand in 2027. Dit wil men bereiken door maatregelen te nemen tegen vervuiling, door duurzaam watergebruik te bevorderen en door de effecten van overstromingen en droogte te beperken. De provincie werkt momenteel aan een Actieplan Gewasbeschermingsmiddelen, dat inzet op een gerichte aanpak van knelpunten op het vlak van water, gezondheid en natuur. Het actieplan betreft onder andere onderzoek naar welke gemeentelijke instrumenten ingezet kunnen worden. Om de effecten van overstromingen te beperken is een deel van het beekdal van de Gilzewouwerbeek in de provinciale Omgevingsverordening aangeduid als Reservering waterberging (zie Figuur 9). Deze aanduiding is gericht op het beperken van functies en activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. Rondom het waterwingebied van Brabant Water aan de bosrand, is een grondwaterbeschermingsgebied aangeduid. Hier mogen geen activiteiten plaats vinden, die een risico kunnen geven op verontreiniging van de bodem en het zich daarin bevindende grondwater.

Figuur 9: Reservering waterberging en grondwaterbeschermingsgebied (Bron: Omgevingsverordening Noord-Brabant)

19 – Gemeente Gilze en Rijen

Het beschermingsgebied betreft met name het golfterrein en enkele landbouwgronden langs de bosrand en de Gilzewouwerbeek.

bodemverbetering bijdraagt aan vermindering van uitspoeling van nutriënten).

Doelen en keuzes

Watersysteem inrichten op infiltreren Door in afstemming met het waterschap de watergangen in het gebied te verontdiepen of te dempen, wordt het water langer vastgehouden in het gebied en kan het infiltreren in de bodem. Alleen bij pieksituaties wordt het water dan nog versneld afgevoerd.

Waterkwaliteit verbeteren Om uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het (grond)water te voorkomen, willen we onder andere de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs A- en B-watergangen stimuleren. De natuurlijke oever dient als buffer tussen het water en de naastgelegen functies, hetgeen de waterkwaliteit ten goede komt. Ook gaan we onderzoeken of het mogelijk is om in het omgevingsplan bufferstroken langs categorie A en B waterlopen in te stellen, die niet bemest worden en waar geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Vanuit de Stimuleringsregeling landschap zijn er subsidiemogelijkheden voor het inrichten van de bufferstroken als natuurvriendelijke oever, kruidenrijke graslandrand, wilde bijenrand of wintervoedselrand. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 5.1.2. Naast het instellen en/of inrichten van bufferstroken, dragen ook waterneutrale teelten (in kassen) en bodemverbetering bij aan de waterkwaliteit (doordat

20 – Gemeente Gilze en Rijen

Voor de A-watergangen geldt als algemene aanpak het ophogen van de bodem in combinatie met de aanleg van (een) natuurvriendelijke oever(s). Het ophogen van de bodem gaat verdroging tegen doordat de drainerende werking vermindert. De natuurlijke oever zorgt ervoor dat er meer ruimte voor water komt dat langer kan worden vastgehouden, zodat er meer tijd is om te infiltreren (naar het grondwater). Voor de B-watergangen geldt als algemene aanpak het ophogen van de bodem (in combinatie met de aanleg van een natuurvriendelijke oever) of dempen. Daarnaast is peil-gestuurde drainage een mogelijke oplossingsrichting. Wateroverlast voorkomen Het bergen van water in de lagergelegen gebieden langs de Gilzewouwerbeek kan wateroverlast in

pieksituaties voorkomen. De gemeente Gilze en Rijen wil in 2026 de planvorming rondom Fase 2 van de Wouwervallei oppakken om dit te realiseren. Fase 2 betreft het tracé tussen de Hoogstraat en de A58. In paragraaf 5.1.2 wordt hier nader op ingegaan. Tevens kunnen lokale laagtes in het gebied gaan fungeren als waterberging, door de aanleg van poelen. Extensief gebruik in grondwaterbeschermingsgebied In het grondwaterbeschermingsgebied willen we – in aansluiting op het natuurlijk ingerichte golfterrein - op de landbouwpercelen vormen van landbouw stimuleren, die gebaseerd zijn op natuurlijke principes die de bodem beschermen en de biodiversiteit stimuleren (natuuradaptief en natuurinclusief). Ook natuurontwikkeling in het grondwaterbeschermingsgebied wordt gestimuleerd. De genoemde maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren, om droogte en wateroverlast te voorkomen en eventuele natuurontwikkeling in het grondwaterbeschermingsgebied, gelden als tegenprestatie bij ontwikkelingen door ondernemers en particulieren. Foto 2 Voorbeeld van natuuradaptieve landbouw: boomteelt met bloemenstroken

21 – Gemeente Gilze en Rijen

3.2 Occupatiepatroon De thema’s die in deze paragraaf nader worden uitgewerkt betreffen: • Cultuurhistorie • Landschap • Landbouw • Natuur • Wonen • Recreatie • Overige bedrijven • Aan-huis-gebonden beroepen • Evenementen

3.2.1 Cultuurhistorie Huidige situatie De Gilzeweg/Bavelseweg is een historische doorgaande weg tussen Breda en Gilze via (Ginneken en) Bavel. Op de kaart van 1815 is deze duidelijk zichtbaar (zie Figuur 10). Ook het Burgtsebaantje, de laan naar Landgoed Valkenberg, is zichtbaar op deze kaart. Deze laan is rond 1781 aangelegd vanuit het landhuis naar de Bavelsweg (bron: Cultuurhistorisch overzicht van het landinrichtingsgebied Ulvenhout-Galder, dr. K.A.H.W.

22 – Gemeente Gilze en Rijen

Leenders). De Gilzewouwerbeek heette indertijd nog De Leij. Er zijn op de kaart van 1900 (zie Figuur 11) kleine nederzettingen zichtbaar ter hoogte van De Leeuwerik, de Hoge Aard, de Lange Reit, ’t Raakeind en Driehoek (en Verhoven). De gronden direct rondom de nederzettingen zijn in gebruik als akker (wit), de aangrenzende - iets lager gelegen - gronden, zijn in gebruik als weiland (lichtgroen). De aangrenzende bosjes (donkergroen) zijn aangeplant ten behoeve van geriefhout (hoofdzakelijk op de beek- en gooreerdgronden). Op de achterliggende heide liet men dieren grazen. De Lange Reit, ’t Raakeind en Driekhoek/Verhoven zijn ontstaan op een hoge dekzandrug (een hoger gelegen deel in het landschap) nabij een beekdal. De (Hoge) Aard betreft een stuk ontgonnen heide langs de Gilzeweg/Bavelseweg. De Leeuwerik was de naam van een hoeve die halverwege de 16e eeuw is gebouwd op de Bavelse Heide langs de Oude Maastrichtse Baan (bron: Cultuurhistorisch overzicht landinrichtingsgebied Ulvenhout-Galder, dr. K.A.H.W. Leenders).

Figuur 10: Plangebied omstreeks 1815 (Bron: Topotijdreis.nl)

23 – Gemeente Gilze en Rijen

Figuur 11: Plangebied omstreeks 1900 (Bron: Topotijdreis.nl)

24 – Gemeente Gilze en Rijen

Figuur 12: Plangebied omstreeks 1925 (Bron: Topotijdreis.nl)

De leemlagen in het gebied zijn op de topografische kaart van omstreeks 1900 terug te zien als vochtige laagtes (zie Figuur 11). In de jaren ’20 van de vorige eeuw is de Oude Dijk van Bavel naar Gilze bestraat (zie Figuur 12). Ook zijn toen twee delen van de Valkenburgsche Heide ontgonnen (zie Figuur 13) met ieder een ontginningsboerderij: Erica en Calluna (Heidesoorten). In de jaren ‘30 is het hele plangebied ontgonnen en zijn de kleinere bossen voor het overgrote deel verdwenen.

25 – Gemeente Gilze en Rijen

Figuur 13: Ontginningsboerderijen Erica en Calluna (Bron: Topotijdreis.nl)

Alleen een klein bosje ten noordwesten van De Scheel en een klein bosje nabij de Lange Reit is bewaard gebleven (dit laatste bosje is in latere perioden weer vergroot). Op dat moment was er nog sprake van een kleinschalig landschap met afwisselend akkers en weilanden (zie Figuur 14).

Figuur 14: Plangebied omstreeks 1940 (Bron: Topotijdreis.nl)

26 – Gemeente Gilze en Rijen

Figuur 15: Plangebied omstreeks 1990 (Bron: Topotijdreis.nl)

27 – Gemeente Gilze en Rijen

Van 1971 tot en met 1984 heeft de ruilverkaveling Gilze-Bavel-Rijens Broek plaatsgevonden. Dit heeft tot een schaalsprong in het landschap geleid (zie Figuur 15). De gemiddelde grootte van de percelen was gestegen van 0,9 naar 2,4 hectare. (bron: tijdmachinegilzerijen.nl). Bij de ruilverkaveling verdween de perceelrandbeplanting grotendeels. Onder andere vanwege de aanleg van de A58 ging het wegenpatroon op de schop. Er zijn diverse wegen verhard, er werden nieuwe wegen aangelegd en er verdwenen veel zandwegen. De weg Rimpelaar werd westwaarts verlengd en (over de Gilzewouwerbeek) doorgetrokken naar de weg die de Hoge Aard met de Lage Aard (Bavel) verbond. Daarnaast werd de afwatering verbeterd, door watergangen recht te trekken en nieuwe te graven.

Beleid In de provinciale omgevingsverordening zijn geen cultuurhistorische waarden aangeduid in het plangebied, maar wel direct aangrenzend aan het plangebied: het Sint Annabosch en het Nieuw Bosch. Het Sint Annabosch is één van de oudste bossen in Nederland. Het is aangelegd tussen 1550 en 1564 en zou vernoemd zijn naar Anna van Egmond, de eerste vrouw van Willem van Oranje. Het heeft een centrale laan, de brede Royaal Dreef, en een aantal diagonale lanen (Valkenburgse Dreef en Chaamse Dreef). In het Nieuw Bosch ligt een ganzenvoet met drie wegen, aangelegd in de tweede helft van de 19e eeuw. De gemeentelijke cultuurhistorische waarden zijn weergegeven in Figuur 16. Doelen en keuzes

Vanaf omstreeks 2000 vindt er een wisseling plaats van melkveehouders naar telers. In het gebied zitten op dit moment enkele grote innovatieve bedrijven die profiteren van de goede bereikbaarheid van het gebied via afrit 13 (Bavel) van de A58. Door de voortdurende schaalvergroting in de landbouw is de gemiddelde kavelgrootte in het plangebied intussen circa 7 ha.

28 – Gemeente Gilze en Rijen

Cultuurhistorische relicten behouden en herstellen De ruilverkaveling is zeer ingrijpend geweest. Het doel is om relicten uit de periode van voor de ruilverkaveling te behouden en waar mogelijk te herstellen. Herstel van relicten geldt als tegenprestatie bij ontwikkelingen door ondernemers en particulieren.

Figuur 16: (Relicten van) historische lanen, wegen en bosjes in het plangebied (Bron: Erfgoedkaarten gemeenten)

29 – Gemeente Gilze en Rijen

3.2.2 Landschap Huidige situatie Het huidige landschapsbeeld wordt voor het overgrote deel bepaald door het agrarische gebruik. Het kent een afwisseling van open gebieden, die met name worden gevormd door weilanden, en meer besloten gebieden die met name worden gevormd door boom- en plantenteelt. Aan de zuidzijde is het bos op de achtergrond duidelijk zichtbaar, evenals het golfterrein. Aan de noordzijde vormt de snelweg (met flankerende beplanting) een ruimtelijke grens. Het oostelijke deel van het plangebied, tussen Raakeind en Biestraat, is nog zeer open en bestaat met name uit weiland. Het landschap kent een relatief grote maat en schaal. De gemiddelde perceelsgrootte bedraagt op dit moment circa 7 ha. Het landschap kent amper perceelsrandbeplanting en relatief weinig opgaande beplanting langs wegen en op erven. De Gilzeweg/Bavelseweg, de Hoogstraat en Korte Hoogstraat en de Rimpelaar vormen door de flankerende (agrarische) bebouwing duidelijk herkenbare ruimtelijke structuren in het gebied. De Rimpelaar kent een ruimtelijke concentratie van (teeltondersteunende) kassen en permanente teeltondersteunende voorzieningen (zoals een schaduwhal en containervelden). In de zone nabij de snelweg is het agrarische grondgebruik redelijk

30 – Gemeente Gilze en Rijen

intensief, in de zone nabij het bos is het agrarische grondgebruik redelijk extensief (zie Figuur 17). Beleid De landschappelijke waarden die de provincie heeft aangeduid in de provinciale omgevingsverordening liggen met name aan de zuidrand van het plangebied en betreffen Groenblauwe waarden (zie Figuur 4 in paragraaf 1.3). Deze zone grenst aan het Sint Annabosch, Nieuw Bosch en Prinsenbosch. Deze bossen maken deel uit van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Om de robuustheid van het natuur- en het watersysteem te bevorderen zijn gebieden die grenzen aan NNB aangeduid als gebied met Groenblauwe waarden. De aanduiding Groenblauwe waarden ligt ook ter hoogte van het viaduct Lijndonk/Molenschotsedijk (ten oosten van het plangebied), als verbinding tussen Prinsenbosch/Chaamse Bossen en de bossen van de Vliegbasis Gilze en Rijen. In de gebieden die zijn aangeduid als Groenblauwe waarden liggen belangrijke nevenfuncties voor natuur en water, waaronder de buffering van omgevings- en klimaatinvloeden op de natuurgebieden.

Figuur 17: Landschap (Bron: Bureau LOS)

31 – Gemeente Gilze en Rijen

Er ligt een wens en een beleidsopgave vanuit Rijk en Provincie om te komen tot 10% groenblauwe dooradering van het landelijk gebied (natuurgebieden niet meegerekend). Met groenblauwe dooradering worden landschapselementen zoals hagen, houtwallen, poelen en bloemenranden en waterlopen bedoeld.

Landschappelijk open bufferzone In het gebied tussen Raakeind en Biestraat wordt behoud van de landschappelijke openheid nagestreefd, door geen nieuwe bebouwing en boomteelt toe te staan.

Doelen en keuzes

Wouwervallei als groenblauwe as Bij de 10% groenblauwe dooradering wordt de Wouwervallei beschouwd als de centrale drager. Daarnaast streven we een extra natuurverbinding voor de boomkikker na. Dit wordt nader toegelicht bij het thema Natuur. Het overige deel van de groenblauwe dooradering komt tot stand door de aanleg van houtsingels, struweelhagen, poelen, bloemrijke akkerranden, natuurvriendelijke oevers etc. Deze landschapselementen vormen de tegenprestatie bij ontwikkelingen door ondernemers en particulieren of worden aangelegd met behulp van subsidie (zie paragraaf 5.1).

Minimaal 10% groenblauwe dooradering Het huidige agrarische landschap vormt de basis voor een doorontwikkeling naar een eigentijds en toekomstbestendig landschap, dat is gericht op duurzame vormen van landbouw met minimaal 10% groenblauwe dooradering ten behoeve van klimaatadaptatie, biodiversiteit en recreatieve aantrekkingskracht. Landschappelijke zonering De doorontwikkeling naar een eigentijds en toekomstbestendig landschap gebeurt op basis van een landschappelijke zonering. Het uitgangspunt hierbij is extensief gebruik langs de bosrand (natuur, extensieve recreatie en extensieve landbouw) ten behoeve van de buffering van omgevings- en klimaatinvloeden op de natuurgebieden. En naarmate men dichter bij de snelweg komt meer intensief gebruik, zoals hoogproductieve innovatieve vormen van landbouw (klimaatneutraal, waterneutraal, vertical farming e.d.).

32 – Gemeente Gilze en Rijen

Figuur 18: Landschappelijke zonering (agrarisch gebruik) (Bron: Bureau LOS)

33 – Gemeente Gilze en Rijen

3.2.3 Landbouw Huidige situatie Sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw hebben de boeren in het plangebied zich steeds meer toegespitst op de (intensieve) veehouderij. Hierdoor ontstond een open landschap met voornamelijk weilanden en hier en daar (maïs)akkers. Rond de eeuwwisseling kwam hier verandering in en deden plantenteelt en boomteelt hun intrede. Op dit moment wordt ongeveer een kwart tot een derde van de gronden in het plangebied aangewend voor boom- of plantenteelt. Er resteren nog enkele melkveehouderijen in het gebied. Voor (voormalige) intensieve veehouderijen wordt naar een passende vervolgfunctie gezocht. De gronddruk in het gebied is zeer hoog, mede vanwege de goede bereikbaarheid. De ondernemers in het gebied hebben hun bedrijfsvoering hierop aangepast. Een aantal melkveehouders heeft ingezet op verbrede landbouw (zorg, recreatie, verkoop). Eén van de plantentelers past vertical farming toe, waarbij de opbrengst 240 keer hoger is dan wanneer de teelt in de vollegrond zou plaatsvinden (door jaarronde teelt in meerdere lagen). En er wordt onderling veel samengewerkt. Verschillende samenwerkingsvormen bestaan uit de uitwisseling van reststromen. Een boomteler herbruikt –

34 – Gemeente Gilze en Rijen

als pilot - bijvoorbeeld potgrond van een plantenteler voor bodemverbetering, het overgebleven spoelingswater van Brabant Water gaat naar de natuurlijk ingerichte golfbaan en aardbeien uit een experimentele energiearme plantenkas gaan naar een ijsboerderij (en de voedselbank). Daarnaast vindt er onderling kennisuitwisseling plaats, bijvoorbeeld over het gebruik van kruiden bij natuuradaptieve landbouw en (golfbaan)beheer.

Foto 3 Vertical farming in Rimpelaar Een nieuwe teelt die in opkomst is, betreft het verbouwen van gewassen voor biobased materialen, zoals vezels voor isolatie of hout voor bouwtoepassingen. Voorbeelden van vezelgewassen zijn vlas, olifantsgras (miscanthus), hennep, en

sorghum. Bij houtteelt worden vaak Paulowniabomen gebruikt. Bij de teelt van deze gewassen wordt veel CO2 opgeslagen en zijn geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. De gewassen met een korte teeltcyclus kunnen bijdragen aan gewasrotatie, de gewassen met een lange teeltduur zijn geschikt als pensioengewas voor boeren die afbouwen. Bij gewassen voor biobased materialen wordt gewerkt met steriele en gecontroleerde cultivars, zodat er geen risico is op ongewenste verspreiding en verwildering. De ondernemers hanteren verschillende manieren om zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Dit varieert van het zaaien van bloemstroken tussen de gewassen, tot het inzetten van nuttige microben (bacteriën, schimmels e.d.), tot het telen in een gesloten systeem (kas). Momenteel hebben de gewenste ontwikkelmogelijkheden in de diverse landbouwsectoren met name betrekking op extra bebouwing op het erf. Bij de (melk)veehouderijen is extra bebouwing gewenst om de zorg- en/of recreatietak voort te kunnen zetten. De plantentelers hebben behoefte aan uitbreiding van (teeltondersteunende) kassen en/of de aanleg van containervelden voor potplanten (aangrenzend aan het erf).

35 – Gemeente Gilze en Rijen

Foto 4 Inzet van nuttige microben

Beleid Op basis van provinciaal beleid is nieuwvestiging en splitsing van agrarische bedrijven niet toegestaan. In de provinciale omgevingsverordening is voor het gebied tussen de bosrand, de Gilzeweg/Bavelseweg en ’t Raakeind de aanduiding Beperkingen veehouderij opgenomen (zie Figuur 19). Dit betekent dat in dit gebied veehouderijen niet uit mogen breiden. Hierop zijn enkele uitzonderingen van toepassing, zoals bijvoorbeeld een lage veebezetting of natuurbeheer door de dieren.

Figuur 19: Beperkingen veehouderij (Bron: Omgevingsverordening Noord-Brabant)

36 – Gemeente Gilze en Rijen

Voor de veehouderijen (buiten de bovengenoemde aanduiding) geldt een maximum bouwvlak van 1,5 ha. Er zijn op basis van provinciaal beleid mogelijkheden voor vergroting onder bepaalde voorwaarden: een veebezetting van maximaal 2 GVE per ha, of het oplossen van een knelpunt/overbelaste situatie, of de ontwikkeling van een vernieuwend bedrijfsconcept, of biologische veehouderij, of een voorloperbedrijf. Of een combinatie hiervan. Voor glastuinbouw geldt een netto omvang van maximaal 3 ha. Voor een teeltondersteunende kas geldt een maximum omvang van 0,5 ha. Bestaande (teeltondersteunende) kassen, die de maximale omvang hebben bereikt, kunnen uitbreiden op basis van de provinciale glas-voor-glas-regeling, mits dit past in de ontwikkelingsrichting van een gebied. Hierbij moeten kassen op een andere locatie in de provincie worden gesloopt. Op basis van de glas-voor-glasregeling geldt voor teeltondersteunende kassen een maximum oppervlak van 1,5 ha. Voor permanente teeltondersteunende voorzieningen (anders dan kassen), zoals bijvoorbeeld trayvelden/containervelden voor potplanten, geldt een maximum oppervlak van 3 ha. Onder voorwaarden is een groter oppervlak toegestaan, mits dit past in de ontwikkelingsrichting van een gebied en de

37 – Gemeente Gilze en Rijen

ontwikkeling onder andere bijdraagt aan een waterrobuuste inrichting van het gebied. Het gemeentelijke beleid ten aanzien van landbouw is ruim 10 jaar geleden opgenomen in Bestemmingsplan buitengebied Gilze en Rijen 2013 en Bestemmingsplan buitengebied Alphen-Chaam 2010. In de gemeente Gilze en Rijen werd onderscheid gemaakt in Agrarisch ontwikkelingsgebied, Agrarisch balansgebied en Agrarisch verbredingsgebied (zie Figuur 20). In Agrarisch ontwikkelingsgebied is omschakeling naar intensieve veehouderij, intensieve kwekerij, fruitteelt-, sierteelt- en boomteelt toegestaan. In Agrarisch balansgebied zijn de omschakelingsmogelijkheden wat meer beperkt en zijn wat meer nevenfuncties toegestaan. Het Agrarisch verbredingsgebied is bedoeld als buffer tussen landbouw en natuur (of woonkern) en kent extra veel mogelijkheden voor nevenfuncties. Het bestemmingsplan voor Bavel AC sluit qua gebiedsindeling aan op het balansgebied en verbredingsgebied.

Figuur 20: Bestemmingsplan Buitengebied Gilze en Rijen 2013 met een uitsnede van het Agrarisch ontwikkelingsgebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

38 – Gemeente Gilze en Rijen

Doelen en keuzes • Zonering voor verschillende vormen van landbouw We willen ruimte bieden aan agrariërs om op duurzame wijze verder te ontwikkelen. Dit doen we door een zonering aan te brengen in het gebied die stuurt op verschillende vormen van duurzame landbouw, intensief nabij de snelweg en in de richting van het bos steeds extensiever (zie Figuur 21): • Agrarisch Transformatiegebied • Agrarisch Ontwikkelgebied • Agrarisch Verbredingsgebied • Agrarisch Extensief gebied Bodem en water als basis Deze zonering is hoofdzakelijk afgestemd op de bodemgesteldheid en de waterhuishouding: • Agrarisch Transformatiegebied: mogelijkheden voor niet-grondgebonden landbouw op de voedselarme, hoge en droge zandgronden (podzolgronden) • Agrarisch Ontwikkelgebied: vollegrondslandbouw op de voedselrijke gronden (beekeerd- en enkeergronden) • Agrarisch Verbredingsgebied: extensieve en verbrede landbouw op de voedselarme, hoge en

39 – Gemeente Gilze en Rijen

droge zandgronden (podzolgronden) aan de rand van natuurgebieden Agrarisch Extensief gebied: Natuurinclusieve landbouw op de voedselrijke beekeerdgronden in het hydrologisch beïnvloedingsgebied van het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos

Aanpassing gebiedsindeling bestemmingsplan De zonering betreft een gedeeltelijke aanpassing van de gebiedsindeling zoals deze is opgenomen in de bestemmingsplannen. Het gebied waar omschakeling naar intensieve kwekerij, fruitteelt-, sierteelt- en boomteelt is toegestaan, wordt verkleind en iets anders gesitueerd. Dit gebied krijgt de naam Agrarisch Transformatiegebied omdat (omschakeling naar of uitbreiding van) plantenteelt in kassen en op containervelden een transformatie van het landschapsbeeld tot gevolg heeft. Het Transformatiegebied komt op afstand van de Bavelseweg (Boerenwinkelstraat) te liggen, wordt aan de oostkant verkleind ten behoeve van de landschappelijk open te houden bufferzone en wordt aan de westkant meer aan de snelweg gekoppeld. De contouren van het Agrarisch Transformatiegebied zijn deels gebaseerd op de bestaande contouren (van het huidige Ontwikkelgebied in het bestemmingsplan), deels op historische structuren (zoals de inmiddels

grotendeels verdwenen Raakeindsche Laagstraat) en deels op bestaande perceelsgrenzen en bouwvlakken. Het Agrarisch Verbredingsgebied wordt verruimd, de (deels nieuwe) contouren komen grotendeels overeen met de contouren van de aanduiding Groenblauwe Waarden in de provinciale Omgevingsverordening (zie Figuur 4 in paragraaf 1.3). De term Agrarisch Balansgebied komt te vervallen. Het gebied tussen het Agrarisch Transformatiegebied en het Agrarisch Verbredingsgebied krijgt de aanduiding Agrarisch Ontwikkelgebied, die specifiek is bedoeld voor duurzame vollegrondslandbouw op goede landbouwgronden. De aanduidingen Ontwikkelgebied en Transformatiegebied liggen op de zone waar geen provinciale waarden en beschermingszones zijn aangeduid. De term Agrarisch Extensief gebied is toegevoegd ter bescherming van het hydrologische beïnvloedingsgebied van het Ulvenhoutse Bos.

40 – Gemeente Gilze en Rijen

Figuur 21: Zonering landbouw (Bron: Bureau LOS)

41 – Gemeente Gilze en Rijen

Behoud van weilanden Ter behoud van de open gebieden in het landschap en omdat goed weidebeheer (evenwichtige begrazing, dierlijke mest, inzaaien groenbemesters zoals klaver) bijdraagt aan een gezonde bodem, willen we inzetten op behoud van de weilanden in het gebied. We zien binnen het Agrarisch Ontwikkel- en Transformatiegebied niet langer ontwikkelingsmogelijkheden voor intensieve veehouderij, maar wel voor de melkveehouderij en biologische veehouderij. We willen inzetten op behoud van weilanden in het gebied, door de resterende melkveehouders extra mogelijkheden te bieden op het gebied van verbreding, omschakeling naar natuurinclusief, vernieuwende bedrijfsconcepten, biologische veehouderij, e.d. (maatwerk per bedrijf) We denken constructief mee bij aanvragen voor bouwvlakvergroting (op basis van de provinciale regels) in het kader van innovatie, verbreding (zorg en/of recreatie) en omschakeling naar een biologische of natuurinclusieve bedrijfsvoering.

Binnen het Agrarisch Transformatiegebied zien we mogelijkheden om de provinciale Glas-voorglasregeling toe te passen en een groter oppervlak voor containervelden toe te staan (mits de ontwikkeling onder andere bijdraagt aan een waterrobuuste inrichting van het gebied).

Innovatief Agrarisch Transformatiegebied In het Agrarisch Transformatiegebied ligt het accent op innovatie. Hier kunnen hightech gesloten systemen zich doorontwikkelen op het gebied van minimale emissies, waterneutrale teelten en hergebruik van stromen (hoogproductief en een hoge efficiency).

Uitgangspunt is dat eventuele nieuwe kassen zo duurzaam mogelijk worden gebouwd en gebruikt (energiearm, duurzame warmtebronnen, waterneutraal, hergebruik van stromen, etc).

42 – Gemeente Gilze en Rijen

Op basis van de aanwezige landschappelijke maat en schaal in het plangebied, is het voor glastuinbouw in het Agrarisch Transformatiegebied landschappelijk aanvaardbaar om uit te breiden tot een maximum netto omvang van 5 ha. Voor teeltondersteunende kassen geldt in principe het provinciale maximum van 1,5 ha. Als de ontwikkeling een verplaatsing van kassen betreft (dat een algemeen belang dient), dan geldt het oppervlak van de te slopen kassen als maximum oppervlak voor de nieuw te bouwen kassen. Het heeft de voorkeur (maar het is geen verplichting!) dat de te saneren kassen elders in het plangebied of in de (aangrenzende) gemeente(n) liggen.

De tegenprestatie voor de uitbreiding van (teeltondersteunende) kassen dient een kwaliteitsverbetering van het landschap te betreffen. Deze kan bestaan uit het verontdiepen van Awatergangen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers, het dempen en beplanten van B-watergangen (alles in overleg met het waterschap) en de aanleg van landschapselementen. Hierbij is de omgevingskwaliteit voor omwonenden een belangrijk uitgangspunt. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 5.1. Voor uitbreiding van containervelden willen we in het Agrarisch transformatiegebied onder voorwaarden een maximaal oppervlak van 10 ha per bedrijf toestaan, waarbij het containerveld dient te worden opgesplitst in verschillende eenheden van maximaal 5 ha. Tussen de verschillende eenheden dient een landschapselement te worden gesitueerd. Elke uitbreiding dient bij te dragen aan een waterrobuuste inrichting van het gebied. Ook hier is het verontdiepen van A-watergangen, natuurvriendelijke oevers en het dempen en beplanten van Bwatergangen (alles in overleg met het waterschap) een passende tegenprestatie. Daarnaast geldt als voorwaarde dat de containervelden volledig moeten worden omzoomd met een 2 meter brede bloemenrand (als natuurlijke plaagbestrijding) en

43 – Gemeente Gilze en Rijen

dat er aan minimaal één zijde van het containerveld een natuurstrook dient te worden aangelegd van minimaal 15 meter breed met daarop o.a. een (struweel)haag van minimaal 2 meter hoog met diepwortelende inheemse soorten geflankeerd door bloemenranden. De inheemse struiken die passen bij de bodemgesteldheid, vergroten het bodemleven terplekke aanzienlijk en dragen bij aan een betere sponswerking van de bodem vergeleken met de huidige situatie (zie Figuur 22). De haag kan tevens als windscherm fungeren en als buffer tussen de ontwikkeling en omwonenden. Daarnaast gaan we voor het gehele plangebied onderzoeken of het mogelijk is een vergunningplicht op te nemen in het omgevingsplan voor de zone rondom woningen ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, om zodoende gezondheidsrisico’s te voorkomen. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 5.3.

Figuur 22: Verplichte kwaliteitsverbetering bij uitbreiding containervelden

44 – Gemeente Gilze en Rijen

Natuuradaptief in het Agrarisch Verbredingsgebied In het Agrarisch Verbredingsgebied willen we sturen op natuuradaptieve grondgebonden landbouw, eventueel in combinatie met verbreding door verschillende nevenactiviteiten mogelijk te maken, zoals zorg, recreatie en/of educatie. Bij natuuradaptieve landbouw wordt geteeld volgens natuurlijke principes die de bodem beschermen en biodiversiteit stimuleren (bloemstroken, kruidenrijk grasland, jaarrond telen, gewasrotatie, niet-kerendegrondbewerking en recycling van natuurlijke grondstoffen) Voorbeelden hiervan zijn biologische landbouw, strokenteelt, biobased vezelteelt en boomteelt (uitgezonderd de landschappelijk open te houden buffer). Natuurinclusief in het Agrarisch Extensief gebied In het Agrarisch Extensief gebied willen we sturen op natuurinclusieve landbouw. Dat is landbouw in harmonie met de natuur. Natuurlijke processen worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering en zorgen voor een gezond bodem- en watersysteem en meer biodiversiteit. Dit gebied maakt deel uit van het hydrologisch beïnvloedingsgebied van Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos. De Gebiedsgerichte Aanpak (GGA)

45 – Gemeente Gilze en Rijen

richt zich op het verbeteren van de waterhuishoudkundige situatie in en rondom het bos. In het kader van de provinciale Aanpak Landelijk Gebied (ALG) is een projectplan ingediend bij de provincie, waarin extensievere melkveehouderij / omschakeling naar natuurinclusief en kavelruil een belangrijk onderdeel vormt. In de appreciatiebrief van de provincie (d.d. 3-7-2025) is het beoordeeld als “kansrijk projectvoorstel met (groot) doelbereik, dat (grotendeels) lijkt te passen binnen de ALGfinancieringscriteria”. De komende periode moeten haalbaarheid en uitvoerbaarheid nader worden onderzocht. Duurzame grondgebonden landbouw in het Agrarisch Ontwikkelgebied In het Agrarisch Ontwikkelgebied is ruimte voor alle vormen van duurzame grondgebonden landbouw. Zowel voor hightech teelten waarbij precisietechnieken worden ingezet en plaats/tijd/gewas-specifieke bemesting en gewasbescherming wordt toegepast, als voor verbrede landbouw (met nevenactiviteiten), als voor natuuradaptieve en natuurinclusieve landbouw. Landschappelijk open bufferzone In het gebied tussen Raakeind en Biestraat (deels Ontwikkelgebied, deels Verbredingsgebied) wordt

behoud van de landschappelijke openheid nagestreefd en is (biobased) boomteelt ongewenst. Zorg als nevenfunctie Zowel vanwege de goede bereikbaarheid van het plangebied, als vanwege de nabije ligging van Breda en Tilburg en de zorgvraag die deze steden kennen, zijn Zorgboerderijen passende functies in het gehele gebied. Dit geldt ook voor zorgboerderijen die niet direct aan de Maatschappelijke as (Gilzeweg/Bavelseweg) liggen. Recreatie als nevenfunctie in het Verbredingsgebied en langs de Boerenwinkelstraat Aan weerszijden van de Gilzeweg/Bavelseweg (Boerenwinkelstraat) en in het Agrarisch Verbredingsgebied zien we mogelijkheden voor recreatie als nevenfunctie. In het verbredingsgebied gaat het om extensieve vormen van (verblijfs)recreatie. Zonering leidend bij omschakeling Er zijn enkele ondernemers in het gebied die hun (intensieve) veehouderij willen beëindigen. Naast omschakeling naar duurzame(re) vormen van landbouw (passend binnen de zonering) zijn er ook mogelijkheden voor omschakeling naar een ander bedrijf of naar wonen (de mogelijkheden hiervoor verschillen per locatie!). Bij de thema’s Wonen en Overige bedrijven

46 – Gemeente Gilze en Rijen

worden de omschakelings-mogelijkheden naar deze functies beschreven.

3.2.4 Natuur Huidige situatie Het gebied kent momenteel relatief weinig natuurwaarden.

bosrand. Ter hoogte van de Woestenbergseweg wordt een faunapassage over de A58 aangelegd. In het verleden is er tevens een faunapassage aangelegd op het viaduct van de Raakeindse Kerkweg, gecombineerd met een tunnel onder de snelweg door. Doordat de EVZ-status voor deze beoogde verbinding kwam te vervallen is deze nooit afgemaakt (zie Figuur 23). Vanuit het gebied zelf zijn diverse initiatieven op het gebied van natuur en biodiversiteit. Op initiatief van boeren en burgers in het gebied, is op een traject langs de Gilzewouwerbeek in 2025 gestart met de aanleg van klimaatbuffers (nevengeul en overstromingsgebiedjes) en boerennatuur: Wouwervallei Fase 1 (zie Figuur 24). Daarnaast hebben diverse boeren en burgers in het kader van de Bee Deal Gilze-Molenschot, de Stimuleringsregeling Landschap en/of Plan Boom op diverse plekken landschapselementen zoals struweel, poelen, bloemenranden en wandelpaden aangelegd.

Figuur 23: Ecologische verbindingszone Boomkikker

Aan de westrand is de EVZ Boomkikker gerealiseerd, een ecologische verbindingszone tussen het Sint Annabosch en de bossen van de Vliegbasis Gilze-Rijen, via Bavel en Molenschot. De EVZ bestaat binnen het plangebied uit diverse poelen en ruigtestroken aan de

47 – Gemeente Gilze en Rijen

Op dit moment kent het totale landelijk gebied van Alphen-Chaam en Gilze en Rijen een groenblauwe dooradering van circa 5 tot 6 % (bron: geoportaal.brabant.nl Nulmeting groenblauwe dooradering Brabant, hier zijn bermen en onverharde wegen in meegerekend). Het percentage groenblauwe dooradering in het plangebied zit ook rond de 5 tot 6%.

bestaat uit het Ulvenhoutse Bos, Sint Annabosch, Nieuw Bosch, Prinsenbosch en de Chaamse Bosschen aangeduid als Natuur Netwerk Brabant (NNB). Dit is een samenhangend netwerk van natuurgebieden. Daarnaast zijn voor het Ulvenhoutse Bos, dat is aangewezen als Natura 2000-gebied, op Europees niveau natuurdoelen geformuleerd (om de aantasting van de biodiversiteit te keren). In het kader van de (nationale en) provinciale Bossenstrategie, zoekt Staatsbosbeheer in de nabijheid van de bestaande bossen, nieuw areaal voor bosaanplant. Het Prinsenbosch en de Chaamse Bossen zijn in de provinciale omgevingsverordening aangeduid als Figuur 24: Wouwervallei Fase 1 (Bron: Brabants Landschap)

Beleid Er zijn weinig natuurambities vanuit beleid voor het plangebied. Er ligt wel een wens en een beleidsopgave vanuit Rijk en Provincie om te komen tot 10% groenblauwe dooradering van het landelijk gebied (natuurgebieden niet meegerekend). Met groenblauwe dooradering worden landschapselementen zoals hagen, houtwallen, poelen en bloemenranden en waterlopen bedoeld. Het natuurbeleid richt zich met name op de bossen aan de zuidwestrand van het plangebied. In de Provinciale omgevingsverordening is het aaneengesloten bosgebied dat

48 – Gemeente Gilze en Rijen

Figuur 25: Stiltegebied en Attentiezone Stiltegebied (Bron: Omgevingsverordening Noord-Brabant)

Stiltegebied (zie Figuur 25). In een Stiltegebied zijn alleen omgevingseigen bronnen hoorbaar (ruisen van bladeren enz.) en zijn luidruchtige activiteiten verboden (streefwaarde na te streven geluidsniveau 40 dB(A) LAeq, 24u). Ook het verrichten van een activiteit buiten het Stiltegebied kan van invloed zijn. Daarom is er om het Stiltegebied heen een attentiezone opgenomen. Doelen en keuzes Bufferzone tussen natuur en Boerenwinkelstraat Het gebied langs de bosrand zien we als bufferzone tussen de natuurgebieden en de Boerenwinkelstraat. In deze zone is ruimte voor nieuwe natuur, nieuw bos, extensieve landbouw en extensieve recreatie. We gaan onderzoeken of het mogelijk is een vergunningplicht op te nemen in het omgevingsplan voor de zone langs het bos ten aanzien het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, om zodoende natuurwaarden te beschermen. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 5.3. Minimaal 10% groenblauwe dooradering Om de beleidsopgave van 10% groenblauwe dooradering te realiseren, worden in het gehele gebied initiatieven op het gebied van natuur en biodiversiteit gestimuleerd en waar mogelijk meegefinancierd door de gemeenten. Zowel de gemeente AlphenChaam als Gilze en Rijen dragen financieel bij aan de Stimuleringsregeling Landschap

49 – Gemeente Gilze en Rijen

(https://www.brabantslandschap.nl/help-mee-op-eigen-erf-ofland). Daarnaast heeft de gemeenteraad van Gilze en Rijen vanuit de Ruimte voor Ruimte-gelden een bedrag gereserveerd voor de uitvoering van Fase 2 van de Wouwervallei, om zodoende de Groenblauwe as verder tot ontwikkeling te brengen. Fase 2 zal enerzijds tot stand komen door het verlenen van subsidie aan grondeigenaren met gronden langs de Gilzewouwerbeek. Anderzijds geldt het ontwikkelen van natte natuur langs de beek als tegenprestatie voor ontwikkelingen op en rondom het erf. In paragraaf 5.1 wordt hier nader op ingegaan. De planvorming voor Fase 2 zal in 2026 worden opgestart. Een onderzoek naar een faunapassage onder de A58 door, zal onderdeel uitmaken van het plan. Een andere mogelijke tegenprestatie is het aanleggen van landschapselementen voor de Boomkikker. Door vanuit de bestaande EVZ Boomkikker een natuurverbinding te realiseren naar de faunapassages ter hoogte van de Raakeindse Kerkweg, kunnen deze voorzieningen alsnog worden benut. Wanneer de natuurverbinding aan de noordkant van de A58 op dezelfde wijze wordt doorgetrokken, ontstaat er als het ware een Boomkikkerrotonde (zie Figuur 26).

3.2.5 Wonen Huidige situatie Het woningbestand in het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande woningen. Dit heeft tot gevolg dat er weinig doorstroom- en instroommogelijkheden zijn. Tijdens participatiemomenten (zie Hoofdstuk 6) hebben bewoners aangegeven dat hier wel behoefte aan is vanuit leefbaarheid en sociale samenhang. Hierbij werd gedacht aan starterswoningen, “knarrenhofjes” en bungalows voor senioren.

Figuur 26: Boomkikkerrotonde

Het verloop van de Boomkikkerrotonde is flexibel, het is net zoals de Wouwervallei geen officiële EVZ. Gedacht wordt aan extra poelen langs de bosrand en deze via de natuurlijk ingerichte golfbaan te verbinden met de bestaande faunapassages, met behulp van ruigtestroken en poelen langs de akkers en weilanden.

50 – Gemeente Gilze en Rijen

Beleid Op basis van provinciaal beleid is het toevoegen van woningen in het buitengebied niet toegestaan. De enige uitzondering hierop vormt de Beleidsregel Omgevingsrecht (‘Maatwerkregeling Omgevingskwaliteit’) die onder voorwaarden de bouw van een woning toestaat, mits het een planologisch aanvaardbare locatie betreft en mits een voldoende fysieke tegenprestatie tot versterking van de omgevingskwaliteit wordt geleverd. Eén van de voorwaarden is dat de locatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie, die als zodanig is aangewezen in gemeentelijk beleid. Bebouwingsconcentraties zijn gebieden in het landschap met een relatief hoge

bebouwingsdichtheid. Het kan bijvoorbeeld een bebouwingslint, een buurtschap, een uitloper van de kern of een cluster van agrarische bedrijven zijn. De tegenprestatie voor het bouwen van een (vrijstaande) woning in het buitengebied, die moet worden geïnvesteerd in het versterken van de omgevingskwaliteit, heeft de provincie vastgesteld op een vast bedrag (zie paragraaf 5.1 voor nadere toelichting). Daarnaast is inpandige splitsing van cultuurhistorisch waardevolle of karakteristieke bebouwing mogelijk onder bepaalde randvoorwaarden (zie paragraaf 5.2.1 voor nadere toelichting). Voor een (pré-)mantelzorgwoning is een zorgindicatie en een omgevingsvergunning benodigd. Een (vergunning voor een) mantelzorgwoning is van tijdelijke aard (zie paragraaf 5.2.2 voor een nadere toelichting). Doelen en keuzes Twee bebouwingsconcentraties We zien in het gebied 2 bebouwingsconcentraties waar op zeer beperkte schaal het toevoegen van woningen mogelijk is (op basis van de Beleidsregel Omgevingsrecht), mits milieucontouren en andere omgevingsfactoren dit toelaten. De eerste

51 – Gemeente Gilze en Rijen

bebouwingsconcentratie betreft het westelijke deel van de Gilzeweg/Bavelseweg. De andere bebouwingsconcentratie is het buurtschap Raakeind (zie Figuur 27). We hebben bij het aanduiden van de bebouwingsconcentraties onderstaande criteria gehanteerd: o De bebouwing staat op relatief geringe afstand van elkaar (in vergelijking tot de bebouwing in de wijde omgeving); o De bebouwing kent -vanuit de historie - een duidelijke ruimtelijke samenhang; o De concentratie bevat minimaal 15 bestaande woningen en/of erven. Maatschappelijke as versterken door beperkte toevoeging van woningen Door op kleinschalige wijze een beperkt aantal startersen seniorenwoningen (met eventueel een zorgcomponent) toe te voegen langs de Gilzeweg/Bavelseweg, wordt de leefbaarheid en sociale samenhang rondom deze centraal gelegen Maatschappelijke as versterkt. Bij herontwikkeling van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB-locatie) zien we kansen voor een kleinschalig wooncluster van enkele starters- en/of seniorenwoningen met de uitstraling van een boerenerf.

Figuur 27: Bebouwingsconcentraties (Bron: Bureau LOS)

52 – Gemeente Gilze en Rijen

Op VAB-locaties zijn reeds meerdere gebouwen aanwezig (boerderij/stal/schuur, hoofd- en bijgebouwen) en we zetten bij herontwikkeling bewust in op kleinschalige woningen, zodat zowel starters als senioren bediend kunnen worden. Eén van de voorwaarden is dat er bij herontwikkeling aanzienlijk minder bebouwing terugkomt. Dit wordt meegerekend bij de verplichte tegenprestatie. De karakteristieke clustering van bebouwing op een (historisch) boerenerf geldt als referentie bij de herontwikkeling. Daarnaast zien we in de bebouwingsconcentratie Gilzeweg/Bavelseweg ruimte om een nieuwe woning te realiseren tussen bestaande erven in, met uitzondering van de locaties waar we het zicht op het achterliggende landschap willen behouden. De zichtlijnen die we open willen houden zijn weergegeven in Figuur 27, evenals de open te houden ruimte rondom de erven die wat dieper in het landschap liggen. Leefbaarheid buurtschap Raakeind versterken In het buurtschap Raakeind, dat op enige afstand van de centrale ontsluitingsweg ligt en een kleinere concentratie betreft, zien we alleen kansen voor herontwikkeling van vrijkomende agrarische bebouwing

53 – Gemeente Gilze en Rijen

(VAB-locatie) tot een kleinschalig wooncluster. De open ruimte tussen de huidige erven dient open te blijven. Landschappelijke inpassing van nieuwe woningen De ontwikkeling van een nieuwe woning dient (naast de verplichte fysieke tegenprestatie), landschappelijk te worden ingepast met ruim opgaand groen om zodoende de belevingswaarde van de bebouwingsconcentratie (Boerenwinkelstraat) te verhogen. Uitgangspunt hierbij is dat het nieuwe erf zodanig wordt ingericht, dat er een substantiële bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit. Ook bij de herontwikkeling van een VAB-locatie tot een kleinschalige wooncluster dienen kenmerkende landschapselementen zoals houtsingels, hakhoutbosjes, gemengde (struweel)hagen, boomgaarden of bomenweides en poelen een plek te krijgen op en rond het erf. Uitgangspunt is dat ‘rood’ altijd in samenhang met ‘groen’ moet worden ontwikkeld. De inrichting en landschappelijke aankleding van een nieuw erf moeten met elkaar in balans zijn. Aantal woningen afstemmen op draagkracht Het maximum aantal te realiseren woningen in het gebied, wordt afgestemd op de ruimtelijke draagkracht. Er mag geen sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, de uitstraling van het gebied moet landelijk blijven. De inschatting is dat vanuit de

ruimtelijke draagkracht van de twee bebouwingsconcentraties tezamen, een maximum aantal van 15 woningen passend is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16229997/1