CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Nota van zienswijze

Raadscommissie Ruimte 19 september 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Spoorzone29.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Belanghebbenden die van mening zijn dat de waarde van hun woning (onroerend goed) vermindert door de wijziging van een bestemmingsplan kunnen op het moment dat dit plan onherroepelijk is een verzoek om planschade indienen. De behandeling hiervan is een afzonderlijke procedure die losstaat van de vaststelling van een bestemmingsplan. Het indienen van een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan, de inhoud van deze zienswijze en eventueel beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geen invloed op de behandeling van een verzoek om planschade en de uitkomst hiervan. Een eventuele waardevermindering van de woning is echter geen aanleiding om medewerking aan een gewenste ontwikkeling te weigeren. In het stikstofdepositieonderzoek zijn alleen de effecten inzichtelijk gemaakt van de planologische wijzigingen. Het uitgevoerde onderzoek is in lijn uitgevoerd met de handreiking van BIJ12. In hoofdstuk 3 van het onderzoek zijn de uitganspunten van het stikstofdepositieonderzoek opgenomen. Het uitgevoerde onderzoek sluit aan op de uitgangspunten van het voornemen. De onderzoeken die in het kader van het bestemmingsplan zijn uitgevoerd zijn uitgevoerd ten aanzien van de beoogde planologische wijzigingen.

Op basis van deze uitgevoerde onderzoeken kan worden geconcludeerd dat de planologische wijzigingen uitvoerbaar zijn, dat er geen belangrijke nadelige milieueffecten te verwachten zijn en het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet noodzakelijk is. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunningen worden de uitvoeringsaspecten getoetst. Op basis van de quickscan is voor een aantal soorten een aanvullend onderzoek uitgevoerd, waarbij per soort gehandeld is conform de daarvoor geldende protocollen en kennisdocumenten. Dit nader onderzoek is opgenomen als bijlage 16 bij de toelichting. Uit dit nader onderzoek blijkt dat ontheffingen noodzakelijk zijn. Voor een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is een aparte procedure nodig. Voor het bestemmingsplan is het van belang of, op grond van de onderzoeksrapporten, de conclusie gerechtvaardigd is dat een ontheffing uiteindelijk verkregen kan worden. Met de onderzoeksrapporten kan geconcludeerd worden dat, door het nemen van

74

m. Reclamant wil de financiële haalbaarheid van het plan kunnen toetsen, maar mist hier de benodigde gegevens voor.

mitigerende- en compenserende maatregelen, de benodigde ontheffingen kunnen worden verleend. Op basis hiervan is het bestemmingsplan uitvoerbaar. De te nemen mitigerende- en compenserende maatregelen maken onderdeel uit van de ontheffingsaanvraag. Mede naar aanleiding van de financiële uitvoerbaarheid van het project is het ontwerp van de onderdoorgang aangepast. Doordat de onderdoorgang niet meer toegankelijk wordt voor autoverkeer kan de onderdoorgang minder diep en minder breed worden uitgevoerd. Hierdoor worden de kosten voor de realisatie van het project aanzienlijk verminderd. Ten aanzien van de economische uitvoerbaarheid staan de gemeente Gilze en Rijen, het Rijk en de Provincie Noord-Brabant garant voor de uitvoering van het project. Het bestemmingsplan is hiermee economisch uitvoerbaar. De bestuursovereenkomst is een openbaar stuk en kan door eenieder worden gevonden.

Conclusie: Deze zienswijze leidt, naast het aanpassen van het ontwerp van de onderdoorgang, vanwege onderdeel b tot aanpassing van het bestemmingsplan, zie onderdeel C van deze Nota.

18. Indiener onder 18 a. Reclamant stelt dat door de tunnel de wijk onbereikbaarder wordt en hierdoor minder mensen door de Julianastraat heen rijden. Reclamant stelt dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en sociale veiligheid.

Met de onderdoorgang ontstaat er voor de wijk geen verminderde bereikbaarheid. De Wijk/straten blijven bereikbaar. Door het afsluiten van de onderdoorgang voor autoverkeer zal het aantal autoverkeersbewegingen op de Julianastraat/Stationsstraat afnemen. Er is geen sprake meer van doorgaand noord-zuid verkeer. Dit gaat niet ten koste van de leefbaarheid en sociale veiligheid. De nieuwe aanleg van de onderdoorgang en de herinrichting van het stationsgebied gaat niet ten koste van de leefbaarheid en sociale veiligheid.

75

b. Reclamant stelt dat de tunnel te diep wordt ten koste van het fietscomfort van fietsers c. Reclamant stelt dat er een voetpad in de onderdoorgang ontbreekt, waardoor mensen die een rollator of een kinderwagen hebben, ingeval de lift het niet doet, over de weg moeten lopen.

Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect hellingspercentage, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota.

d. Reclamant stelt dat alleen de direct omwonenden van de stationsomgeving op de hoogte zijn gesteld van de plannen en dat de rest van de wijk nog niets van de plannen weet.

Voor het bestemmingsplan ‘Stationsomgeving Rijen’ geldt, dat de omgeving volgens de wettelijk voorgeschreven wijze is betrokken bij de planvorming. In de Nota van inspraak en vooroverleg is beschreven hoe de gemeente alle bewoners en overige betrokkenen bij het project Stationsomgeving Rijen heeft betrokken en heeft geïnformeerd.

Voetgangers die de onderdoorgang gebruiken maar niet met de trap kunnen, maken gebruik van de liften. Voor een andere oplossing (hellingbaan) is fysiek geen ruimte. Het beheer van de liften ligt bij ProRail. Bij het bouwen van liftinstallaties voor stations contracteert ProRail 20 jaar volledig onderhoud mee. In het contract is een uitgebreide eisenset aan hersteltijden en beschikbaarheid, deze is afhankelijk van de aard van de storing en het belang van het functioneren van de lift. Bij de keuze voor de lift wordt gelet op een zo laag mogelijke storingsgevoeligheid en een grote mate van standaardisering zodat herstel vlot mogelijk is.

Conclusie: Deze zienswijze leidt, naast het aanpassen van het ontwerp van de onderdoorgang, niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

76

C. Lijst van (ambtshalve) wijzigingen De volgende wijzigingen worden bij vaststelling doorgevoerd, ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: o

Naar aanleiding van zienswijzen: o De ingediende zienswijzen hebben, samen met de financiële haalbaarheid van het project, ertoe geleidt dat het ontwerp van de onderdoorgang is aangepast, waarbij uitsluitend langzaam verkeer gebruik kan maken van de onderdoorgang. Dit besluit heeft onder andere een positief effect op de verkeersveiligheid, het fietscomfort, de ambitie van een gedeeltelijk autoluw Rijen en het woon- en leefklimaat rondom het stationsgebied. o

Naar aanleiding van zienswijzen van indiener 1 onder d, 6 onder x, 9 onder t en 10 onder b wordt de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ verwijderd uit de planregels en de verbeelding.

o

Naar aanleiding van zienswijzen van indiener 2 onder b en indiener 6 onder d wordt in de toelichting in paragraaf 2.3 ‘Beschrijving ontwikkeling' onder ‘tijdelijke situatie’ de volgende tekst toegevoegd: In het raadsbesluit van 17 juni 2021 is de tijdelijke route van de brandweer geschetst. Tijdens de uitvoering van het project (als de doorgang Julianastraat-Stationsstraat gestremd is voor een periode van circa 2 jaar) maakt de brandweer gebruik van een tijdelijke route om Rijen-Zuid te bereiken: via de spoorwegovergang Vincent van Goghstraat en door de wijk Atalanta. Deze tijdelijke route dient functioneel geschikt te worden gemaakt, zodat de brandweer vrij van obstakels toegang krijgt tot het beoogde gebied. Rekening dient te worden gehouden met een tijdelijk langere aanrijtijd voor de brandweer om een calamiteit in Rijen-Zuid te bereiken tijdens de uitvoering van het project.

o

Naar aanleiding van zienswijze van indiener 2 onder d en 6 onder f worden de volgende planregels toegevoegd om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen: Geluidluwe gevel een gevel waarop de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai en de geluidbelasting vanwege spoorweglawaai de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder juncto het Besluit geluidhinder niet overschrijdt. Onder 15.2.2 wordt de volgende planregel toegevoegd: Woningen waarvoor een hogere waarde vanwege spoorweglawaai is vastgesteld en woningen die op grond van het bepaalde onder g worden uitgevoerd met een dove gevel, een geluidwerende vliesgevel of een daarmee vergelijkbare constructie mogen uitsluitend worden gebouwd als deze woningen, al dan niet na het treffen van geluidwerende maatregelen, beschikken over ten minste één geluidluwe gevel;

77

o

Naar aanleiding van zienswijzen van indiener 2 onder c en indiener 6 onder e wordt de notitie “Rijen, Julianastraat 97;99: cultuurhistorisch belang’” als bijlage van de toelichting het bestemmingsplan toegevoegd en wordt in de toelichting in paragraaf 4.8 Cultuurhistorie onder ‘toetsing’ het volgende tekstueel toegevoegd: Er is een notitie opgesteld met een inventarisatie en analyse van het cultuurhistorisch belang van de panden Julianastraat 97-99, deze notitie is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Beide panden hebben in het huidige bestemmingsplan de aanduiding ‘cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’. Uit de beoordeling in de notitie volgt dat het bij deze panden gaat om een goed maar niet gaaf, uitzonderlijk of cruciaal voorbeeld van een eenvoudige dubbele dorpswoning uit 1925 naar ontwerp van het architectenbureau Beysterveldt. De aanduiding ‘cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’ op de verbeelding van het vigerende plan maakt hierin geen kwalitatief onderscheid. Julianastraat 9799 behoort op basis van de notitie tot de categorie ‘goede middelmaat’. De panden maken weliswaar onderdeel uit van een historisch gegroeid straatbeeld, maar dat straatbeeld mist ter plaatse een ruimtelijke en/of architectonische samenhang van bovengemiddelde kwaliteit waardoor er geen sprake is van ensemblewaarden.

Gelet op deze analyse prevaleert voor de gemeente het belang dat gemoeid is met de voorgestane ontwikkeling boven het cultuurhistorische belang van deze panden.

o

Naar aanleiding van zienswijzen van indiener 2 onder n, 6 onder p en 16 onder d worden de planregels als volgt aangepast: In artikel 2 ‘Wijze van meten’ wordt het begrip ‘Het gemiddelde hellingspercentage’ als volgt toegevoegd: Het gemiddeld hellingspercentage Een percentage dat wordt bepaald door het hoogteverschil tussen het begin en het eindpunt van een helling (inclusief overgangsbogen) te delen door de horizontale afstand tussen het begin en eindpunt van dezelfde helling, vermenigvuldigd met 100; onder artikel 8.2.2 wordt het volgende lid toegevoegd: Het gemiddelde hellingspercentage van het wegdek van de tunnel mag niet meer dan 4% bedragen.

o

Naar aanleiding van zienswijze van indiener 6 onder l, wordt in paragraaf 1.2 ‘Ligging en begrenzing plangebied’ de tweede zin over de begrenzing van het plangebied als volgt aangepast: Hierbij gaat het om het grootste deel van het goederenwachtspoor, in het westen tot aan de Vincent van Goghstraat en in het oosten tot iets voorbij de Nijverheidslaan, de ten noorden van het spoor liggende infrastructuur en de omgeving van de Stationsstraat en de Julianastraat tussen de Constance Gerlingsstraat in het noorden tot net voorbij de Karel Doormanstraat in het zuiden.

o

Naar aanleiding van zienswijze van indiener 9 onder n wordt in de paragraaf 3.1.1 ‘Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte’ van de toelichting de volgende tekst toegevoegd:

78

De nationale belangen 5, 6 en 7 in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte zien op het verbeteren van de bereikbaarheid: slim investeren, innoveren en in stand houden. De beoogde planologische wijzigingen betreffen geen wijzigingen van de hoofdspoorlijn (hoofdnetwerk), maar zien onder andere in het mogelijk maken van een spoorwegonderdoorgang, de herinrichting van de stationsomgeving en woningbouw. Hierdoor zijn deze nationale belangen niet relevant. Een gelijkvloerse overgang wordt ongelijkvloers gemaakt. Nationaal belang 8 luidt ‘verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s’. In het kader van dit bestemmingsplan zijn alle relevante milieuaspecten, waaronder luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, water, geluid en externe veiligheid, zorgvuldig onderzocht. In hoofdstuk 4 van de toelichting worden deze onderzoeken nader toegelicht en worden de effecten van de ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Nationaal belang 11 luidt ‘ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten’, dit is decentraal geborgd in de Interim omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant. Het plangebied is niet gelegen binnen het Nationaal Natuurnetwerk (NNN)/Natuur Netwerk Brabant (NNB). o

Naar aanleiding van zienswijze van indiener 16 onder j wordt in de toelichting in paragraaf 2.3 onder ‘kansen voor herstructurering’ en ‘Noordoost kwadrant’ de volgende tekst toegevoegd: De bouwmogelijkheid die wordt mogelijk gemaakt in het nieuwe bestemmingsplan voor deze locatie maakt de stedenbouwkundige structuur van het Anne-Frankplein, Constance Gerlingstraat en de Laagstraat compleet. In volume zorgt het bouwplan voor een goede overgang tussen de 4laagse bestaande woningbouw aan het Anne-Frankplein en de grondgebonden woningen aan het Stationsplein-Laagstraat. Om de stedenbouwkundige structuur aan de noordzijde van het station te vervolmaken, wordt (woon)bebouwing mogelijk gemaakt als overgang tussen de grondgebonden woningen aan het Stationsplein/Laagstraat en de lintbebouwing aan de Stationsstraat. Dit bouwvolume zal in omvang aansluiten bij de naastgelegen (grondgebonden) woningen die allen uit drie woonlagen bestaan. Op deze locatie kunnen maximaal twee (grondgebonden) woningen worden gerealiseerd. Deze woningen zorgen er tevens voor dat een doorkijk naar de achterliggende tuinmuren, schuttingen en een parkeergarage wordt weggenomen. De woningen zullen aan de spoorzijde tevens een geluidswerende functie vervullen wat ten goede komt aan de bestaande woonmilieus.

o

Naar aanleiding van zienswijze van indiener 17 onder b wordt in de toelichting in paragraaf 4.5 ‘Externe veiligheid' de volgende tekst toegevoegd: In het standaardadvies staan criteria genoemd waaraan een weg moet voldoen om recht te doen aan specifieke afmetingen van hulpverleningsvoertuigen. Hier wordt een criterium genoemd van een minimale doorgangshoogte van 4,2 m1. Voor de onderdoorgang heeft de Veiligheidsregio echter reeds ingestemd met een lagere doorrijhoogte.

De toevoeging aan de toelichting is formeel geen wijziging bij vaststelling, aangezien het geen aanpassing van de regels of verbeelding betreft.

79

Naar aanleiding van ambtshalve wijzigingen: Planregels o Vanwege het hogere maaiveld aan de zuidkant komt het ontwerp van de onderdoorgang aan deze zijde al op een bouwdiepte van 6.1 meter uit. Op basis van dit ontwerp zijn ook de noodzakelijke onderzoeken uitgevoerd. Het is daarom noodzakelijk om de voorgeschreven minimale bouwdiepte uit het ontwerpbestemmingsplan te verhogen naar 7 meter. In de planregels wordt artikel 8.2.2 onder f en g als volgt aangepast: f. de ondergrondse (verticale) bouwdiepte van spoorwegvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 7 meter. g. ter plaatse van de functieaanduiding 'tunnel' mag een tunnel worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de ondergrondse (verticale) bouwdiepte van de tunnel niet meer mag bedragen dan 7 meter 2. Het gemiddelde hellingspercentage van het wegdek van de tunnel niet meer dan 4% mag bedragen. Al hoewel door de aanpassingen van het ontwerp van de onderdoorgang (het uitstuitend toegankelijk maken voor langzaam verkeer) er toe leidt dat de onderdoorgang minder diept kan worden gebouwd, wordt in de regels van het bestemmingsplan wel een maximale ondergrondse (verticale) bouwdiepte van 7 meter aangehouden. o

Tijdens de bouw van de nieuwe onderdoorgang wordt een voorziening aangebracht om tijdens de bouw het spoor te kunnen blijven passeren. Deze spoorovergang voor voetgangers (of ‘passerelle) dient ruim over de bestaande sporen en spoorportalen te worden aangelegd. In de planregels is hiervoor ruimte opgenomen door binnen de bestemmings ‘Verkeer – Railverkeer’ voor bouwwerken geen gebouw zijnde een bouwhoogte op te nemen van maximaal 10 meter. Dit is afdoende om deze voorziening te kunnen bouwen. De exacte locatie van deze passerelle is nog niet bepaald. Het is daarbij mogelijk dat de trappen naar de passerelle (gedeeltelijk) buiten de bestemming ‘Verkeer – Railverkeer’ en in de bestemming ‘Verkeer’ komen te liggen. Binnen deze bestemming is de bouw van bouwwerken geen gebouwen zijnde echter beperkt tot maximaal 6 meter. De bouw van de pasarelle en de daarbij horende trappen zijn noodzaklelijk om tijdens de bouw het spoor te voet over te kunnen steken. Hiervoor is het noodzakelijk om de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde in de bestemming ‘Verkeer’ gelijk te trekken met de bouwhoogte hiervan in de bestemming ‘Verkeer – Railverkeer’. In de planregels wordt artikel 7.2.2 onder b als volgt wordt aangepast: b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 10 meter bedragen;

Toelichting o Naar aanleiding van de financiële haalbaarheid van het project (en mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen) is het ontwerp van de onderdoorgang aangepast. Het nieuwe ontwerp gaat uit van een onderdoorgang die uitsluitend toegankelijk is voor langzaam verkeer. Door deze aanpassing van het ontwerp van de onderdoorgang, wordt de onderdoorgang niet meer bereikbaar voor autoverkeer. Doordat de onderdoorgang niet meer toegankelijk wordt voor autoverkeer kan de onderdoorgang minder diep en minder breed worden uitgevoerd. Hierdoor worden de kosten voor de realisatie van het project aanzienlijk verminderd en wordt daarnaast een bijdrage geleverd aan de ambitie om een gedeelte van Rijen autoluw te maken. Deze nieuwe toekomstige situatie is beschreven in paragraaf 2.3 van de toelichting.

80

o

Door de keuze om de onderdoorgang niet toegankelijk te maken voor autoverkeer, worden er andere verkeersbewegingen verwacht. Vanwege de aangepaste verkeerseffecten is het verkeersonderzoek aangepast. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in paragraaf 4.2 van de toelichting. Daarnaast zijn ook de onderzoeken die afhankelijk zijn van verkeer (zoals het luchtkwaliteitsonderzoek, het stikstofdepositie onderzoek en het akoestisch onderzoek). Ook deze onderzoeken zijn verwerkt in de toelichting.

o <PM. Het akoestisch onderzoek wordt nog geactualiseerd. Onderstaande tekst wordt te zijner tijd aangepast> Naar aanleiding van een zienswijze tegen het ontwerpbesluit hogere waarden is het akoestische onderzoek aangepast. Deze aanvulling bestaat uit een beschouwing van de effecten die de nieuwbouw aan de Julianastraat heeft op de geluidbelasting bij de bestaande woningen aan de Spoorlaan Zuid. Dit houdt concreet in dat de reflectie en afschermende werking van de nieuwbouw berekend is in relatie tot de geluidbelasting op de bestaande woningen. Het aangevulde akoestisch onderzoek wordt bijgevoegd als bijlage bij de toelichting en vervangt het huidige akoestisch onderzoek. Tevens wordt dit in de toelichting in paragraaf 4.3 Geluid verwerkt. o

In paragraaf 6.3 van de plantoelichting wordt de tekst: De kosten van de ontwikkeling worden gedragen door de gemeente Gilze en Rijen, de provincie, ProRail, het Ministerie van I&M. Tussen ProRail en de gemeente Gilze en Rijen zal een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten waarin de bijdrage van ProRail wordt vastgelegd. In november 2020 is een bestuursovereenkomst getekend tussen Rijk, Provincie en de gemeente Gilze-Rijen. In de overeenkomst staan onder andere de financiële afspraken voor de realisatie van de spoorzoneplannen. Voor de bijdrage van de gemeente is door de raad al een krediet gevoteerd ter dekking van kosten die gemaakt zijn c.q. gemaakt gaan worden in de voorbereidings- en planuitwerkingsfase. In de gemeentebegroting zijn daarnaast voldoende middelen gereserveerd. Daarmee is het plan economisch uitvoerbaar. vervangen door: In 2019 zijn reeds kredieten beschikbaar gesteld voor de voorbereidingsfase en de planuitwerkingsfase, en voor de verwerving van benodigde gronden in de Stationsomgeving. De gemeente staat samen met het ministerie van I&M en de provincie Noord-Brabant garant voor de ontwikkeling van het project.

De gemaakte afspraken omtrent de financiering, risicoverdeling en onvoorziene omstandigheden zijn vastgelegd in de “Bestuursovereenkomst (BOK) overwegproject onderdoorgangen Julianastraat en Oosterhoutseweg te Gilze en Rijen” (Staatscourant 18-032021, 13785). De samenwerkende partijen hebben in december 2021 uitvoering gegeven aan de overlegverplichting zoals overeengekomen in de BOK. De BOK voorziet in deze verplichting ingeval de kostenraming afwijkt van het beschikbare budget. Partijen, aangevuld met ProRail, hebben zich gecommitteerd tot aanvullende afspraken over de kosten- en risicoverdeling van het project zoals voortschrijdende planvorming van het project inzichtelijk heeft gemaakt in de hernieuwde kostenraming 2021. Bedoelde afspraken leiden tot door alle partijen toegezegde extra financiële

81

bijdragen waarmee het geraamde tekort wordt gedicht. In de gemeentebegroting zijn voldoende middelen gereserveerd. Daarmee is het plan economisch uitvoerbaar. o

Naar aanleiding van de aanpassingen in het ontwerp van de onderdoorgang en de nieuwe versie van de AERIUS Calculator (versie 2022) is het project opnieuw doorgerekend. De memo over de update van de AERIUS Calculator, de geactualiseerde stikstofberekeningen en de bijbehorende rapportage zijn bijgevoegd als bijlage bij de toelichting. Tevens wordt deze rapportage in de toelichting in paragraaf 4.7 Ecologie verwerkt.

82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13088903/2