Bijlage 1- Nota van zienswijze
Tekst van het document
51
onderdoorgang heeft op deze trillingen bij bestaande woningen en anderzijds welke impact de trillingen hebben op de nieuw te realiseren woningen. Uit het door Level acoustiscs & vibrations uitgevoerde nader onderzoek naar het aspect trillingshinder (rapport 'Detailberekening Spoorzone Rijen' (kenmerk: LA.200507.R02) d.d. 2 september 2021) is gebleken dat bij nagenoeg alle woningen, waaronder de woning van reclamant, als gevolg van de onderdoorgang sprak is van een afname van het trillingsniveau. b. De woning is aangekocht vanwege de diepe tuin, wanneer Ter plaatse van de woning van reclamant is een bouwhoogte van 8,5 meter toegestaan. er hoogbouw wordt gerealiseerd is de privacy volledig Aan de achterzijde van deze woning is in dit bestemmingsplan een bouwhoogte van 9 weg. meter toegestaan. Een maximum bouwhoogte van 9 meter kwalificeert niet als hoogbouw en met deze maximum bouwhoogte is juist rekening gehouden met de bestaande omgeving. Met privacy is rekening gehouden door een brede verkeersbestemming van circa 7 meter tussen het perceel van reclamant en het perceel waar nieuwbouw mogelijk wordt. c. Reclamant stelt dat de woning ten onrechte niet in het <PM. Het akoestisch onderzoek wordt nog geactualiseerd. Onderstaande tekst wordt te plangebied is meegenomen. Er wordt in de onderzoeken zijner tijd aangepast> nu geen rekening gehouden met de woning.
Het effect op Dat de woning van reclamant niet onderdeel uitmaakt van het plangebied, betekent het woon- en leefklimaat dient volgens reclamant ook niet dat er geen rekening wordt gehouden met het woon- en leefklimaat ter plaatse, voor hun woning inzichtelijk te worden gemaakt. maar houdt in dat ter plaatse geen bestemmingswijziging plaatsvindt. In de milieuonderzoeken is per milieu- en omgevingsaspect een afweging gemaakt welke woningen relevant zijn om te onderzoeken ten aanzien van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Naar aanleiding van ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbesluit Hogere Waarden Spoorweglawaai is het akoestisch onderzoek aangevuld. Deze aanvulling bestaat uit een beschouwing van de effecten die de nieuwbouw aan de Julianastraat heeft op de geluidbelasting bij de bestaande woningen aan de Spoorlaan Zuid. Dit houdt concreet in dat de reflectie en afschermende werking van de nieuwbouw berekend is in relatie tot de geluidbelasting op de bestaande woningen. Het aangevulde akoestisch onderzoek is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting. d. Volgens reclamant is er geen sprake van goede De omgeving is volgens de wettelijk voorgeschreven wijze betrokken bij de participatie. Het college handelt volgens hen in strijd met planvorming.
In de Nota van inspraak en vooroverleg bij het ontwerpbestemmingsplan artikel 3:2, 3:4 en 3:6 Awb. is beschreven hoe de gemeente alle bewoners en overige betrokkenen bij het project
52
Met reclamant is niet besproken of er bereidheid is de woning aan de gemeente te verkopen nu het woon- en leefklimaat ter plaatse voor reclamant niet meer aanvaardbaar is.
e. Reclamant stelt dat het onduidelijk is welke geluidsmaatregelen planologisch zijn toegestaan binnen de bestemming Verkeer-Railverkeer. In paragraaf 4.3 van de toelichting staat volgens reclamant ten onrechte dat het bestemmingsplan zorgt dat de realisatie van de maatregelen mogelijk blijft.
f.
Volgens reclamant is er ten onrechte niet gekeken naar hun woning in het akoestisch onderzoek.
Stationsomgeving Rijen heeft betrokken en heeft geïnformeerd. Van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is geen sprake. Dat er sprake zou zijn van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van reclamant als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan wordt door reclamant niet nader onderbouwd. Uit de verrichte onderzoeken is voor deze veronderstelling geen grondslag te vinden. De bouwmogelijkheden voor geluidschermen van het huidige bestemmingsplan zijn één op één overgenomen in het nu voorliggende bestemmingsplan. Geluidschermen kunnen worden geschaard onder spoorwegvoorzieningen (artikel 8.1 onder b). Binnen de bestemming ‘Verkeer – Railverkeer’ zijn geluidschermen met een maximum bouwhoogte van 1,5 meter rechtstreeks toegestaan, hogere schermen zijn mogelijk met een binnenplanse afwijkingsvergunning. Deze bepaling ten aanzien van geluidschermen is overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan ‘Woongebied Rijen’. Met de zin ‘dat de realisatie van de maatregelen mogelijk blijft’ is bedoeld dat de geluidschermen die in de huidige situatie geplaatst mogen worden, ook in de toekomst zijn toegestaan. Er is geen sprake van een planologische wijziging. <PM. Het akoestisch onderzoek wordt nog geactualiseerd.
Onderstaande tekst wordt te zijner tijd aangepast> Inzicht in de uitgevoerde akoestische onderzoeken is gegeven in de algemene beschrijving van het aspect geluid , zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Hierin wordt onder andere ingaan op de relevantie van de onderzochte woningen. Naar aanleiding van ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbesluit Hogere Waarden Spoorweglawaai is het akoestisch onderzoek aangevuld. Deze aanvulling bestaat uit een beschouwing van de effecten die de nieuwbouw aan de Julianastraat heeft op de geluidbelasting bij de bestaande woningen aan de Spoorlaan Zuid. Dit houdt concreet in dat de reflectie en afschermende werking van de nieuwbouw berekend is in relatie tot de geluidbelasting op de bestaande woningen. Het aangevulde akoestisch onderzoek wordt bijgevoegd als bijlage bij de toelichting en vervangt het huidige akoestisch onderzoek.
53
g. Reclamant maakt zich zorgen over de bereikbaarheid wanneer de werkzaamheden worden verricht. Het bestemmingsplan is volgens hen onuitvoerbaar.
h. Ook bij het besluit hogere waarden is de woning van reclamant ten onrechte niet meegenomen. De woning is niet gebouwd op de hoge intensiteit en snelheid van het daartegenover gelegen spoor volgens reclamant.
De bereikbaarheid tijdens de realisatiefase betreft een uitvoeringsaspect. Uitvoeringsaspecten komen over het algemeen niet aan bod in bestemmingsplannen. In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning(en) wordt ingegaan op/getoetst aan de uitvoeringsaspecten, waaronder de bereikbaarheid tijdens de realisatiefase. Tijdens de uitvoering wordt er naar gestreefd om alle woningen zo veel mogelijk bereikbaar te houden. In de uitvoering zal bereikbaarheid van de woning met de auto niet altijd mogelijk zijn. Op die momenten zal een passende oplossing in de directe nabijheid worden gezocht. Deze reactie betreft een zienswijze tegen het ontwerpbesluit Hogere Waarden Spoorweglawaai. De ingediende zienswijzen tegen dit ontwerpbesluit worden in een separate Nota van Zienswijzen ontwerpbesluit Hogere Waarde Spoorweglawaai Stationsomgeving Rijen samengevat en voorzien van een reactie.
Conclusie: Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
13. Indiener onder 13 a. Reclamant stelt dat de gemeente het streven naar meer fietsen in het groen niet nakomt. Bovendien acht reclamant de tunnel voor fietsverkeer gecombineerd met auto’s in een te smalle tunnel gevaarlijk.
Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. De ambitie van de herontwikkeling is onder andere het versterken van de ruimtelijke kwaliteit, waaronder de vergroening van de openbare ruimte. De beoogde groene inpassingen zijn opgenomen in figuur 2.20 (de inrichtingsschets) van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan vormt het kader waarbinnen de bouwaanvraag van de ontwikkelingen worden getoetst. Groenvoorzieningen zijn op gronden van alle bestemmingen toegestaan. In het ontwerpbestemmingsplan is uitgegaan van een ontwerp van de onderdoorgang die toegankelijkheid was voor autoverkeer. Naar aanleiding van de financiële haalbaarheid van het project en mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is
54
het ontwerp van de onderdoorgang aangepast. Het nieuwe ontwerp gaat uit van een onderdoorgang die uitsluitend toegankelijk is voor langzaam verkeer. Door deze aanpassing van het ontwerp van de onderdoorgang, wordt de onderdoorgang niet meer bereikbaar voor autoverkeer. Dit komt ten goede van de verkeersveiligheid. Bij de uitwerking wordt ervoor zorg gedragen dat de inrichting zo optimaal mogelijk is, meerdere detailuitwerkingen dragen daaraan bij, deze zijn op dit moment in het proces nog niet bekend. In de uitwerking wordt ook een veiligheidsaudit uitgevoerd. b. Reclamant geeft aan dat de perrons van het station moeilijk bereikbaar zullen worden voor minder mobiele mensen. c. Reclamant vindt dat het autoverkeer in de Stations- en Hoofdstraat verminderd moet worden. Door de tunnel zal dit alleen maar toenemen.
d. De alternatieve route voor de brandweer tijdens de realisatiefase wordt als betere route aangekaart. Dit zou ook de definitieve keuze moeten worden.
e. Reclamant stelt dat het draagvlak voor de tunnel mist. In de Toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 wordt dit als een belangrijk punt aangekaart.
Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect Intensiteiten autoverkeer, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Naar aanleiding van de financiële haalbaarheid van het project en mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het ontwerp van de onderdoorgang aangepast. Het nieuwe ontwerp gaat uit van een onderdoorgang die uitsluitend toegankelijk is voor langzaam verkeer. Door deze aanpassing van het ontwerp van de onderdoorgang, wordt de onderdoorgang niet meer bereikbaar voor autoverkeer. Hiermee zal het autoverkeer in de Stationsstraat en Hoofdstraat aanzienlijk verminderen. In het kader van het ontwerpbestemmingsplan is overleg geweest met de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Na de terinzagelegging is het ontwerp van de onderdoorgang, naar aanleiding van de financiële uitvoerbaarheid, aangepast. In de toekomstige situatie wordt de onderdoorgang niet meer toegankelijk voor autoverkeer en hulpdiensten. Dat draagvlak voor de onderdoorgang mist, wordt door reclamant niet onderbouwd.
Aan dit punt in de Toekomstvisie is uitvoering gegeven door de grote inspanning die is geleverd om zoveel mogelijk eenieder te betrekken bij het proces, zoals beschreven in de nota vooroverleg en inspraak, maar ook door actief wensen en eisen vanuit de omgeving op te halen om deze zoveel mogelijk in de uitwerking van het ontwerp van de stationsomgeving te betrekken.
55
f.
De financiële onderbouwing wordt door reclamant in twijfel getrokken. De vraag wordt gesteld wie er gaat opdraaien voor de extra kosten.
Met een eventuele saneringsopgave, de duurdere bouwmethodes, de verlengde onderdoorgang en extra voetgangersbrug is rekening gehouden in de exploitatie. Mede naar aanleiding van de financiële uitvoerbaarheid van het project is het ontwerp van de onderdoorgang aangepast. Doordat de onderdoorgang niet meer toegankelijk wordt voor autoverkeer kan de onderdoorgang minder diep en minder breed worden uitgevoerd. Hierdoor worden de kosten voor de realisatie van het project aanzienlijk verminderd. Ten aanzien van de economische uitvoerbaarheid staan de gemeente Gilze en Rijen, het Rijk en de Provincie Noord-Brabant garant voor de uitvoering van het project. Het bestemmingsplan is hiermee economisch uitvoerbaar.
Conclusie: Deze zienswijze leidt, naast het aanpassen van het ontwerp van de onderdoorgang, niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
14. Indiener onder 14 a. Reclamant stelt dat 9 meter voor een 2-laags huis en 11,5 meter voor een 3 laags huis te hoog is voor de nieuwbouw aan de Julianastraat. Er wordt gevreesd voor bederf van het zicht en een negatieve invloed op het ‘lint’.
Ten behoeve van de herontwikkelingen is een gebiedsvisie opgesteld en vastgesteld door de raad op 4 juni 2020. Voor de invulling van het zuidwest kwadrant, de ontwikkeling aan de Julianastraat, wordt gesteld dat in aansluiting op het beeld van het lint de bouwhoogte maximaal 2 bouwlagen met (bewoonbare) kap is toegestaan. In figuur 2.19 van de toelichting is een mogelijke invulling van de zuidwest kwadrant opgenomen. Hierin is te zien dat de bebouwing parallel langs de Julianastraat bestaat uit twee lagen met een kap en de andere bebouwing uit één laag met een kap. Hiermee wordt dus aangesloten op het bepaalde in de gebiedsvisie d.d. 6 april 2020. Ook is de regels van het bestemmingsplan is rekening gehouden met maximaal twee bouwlagen met een kap. In de regels is opgenomen dat het betreffend woonblok parallel langs de Julianastraat een maximum bouwhoogte van 11,5 meter mag hebben. In artikel 15.2.2, lid i is de bepaling opgenomen dat ieder hoofdgebouw afgedekt dient te worden door een dakvlak met een helling tussen de 48° en 55°. Dit houdt in dat de maximale invulling van het zuidwest kwadrant bestaat uit twee bouwlagen met een
56
b. Reclamant geeft aan dat de ambitie van de gemeente om het spoor veiliger te maken niet gehaald kan worden omdat het voor vooral fietsers niet veiliger wordt. Reclamant vreest voor ernstige ongelukken.
c. Reclamant wijst op tegenstrijdigheid in het plan. De barrière werking van het spoor wegnemen en gemotoriseerd verkeer ontmoedigen om via de Julianastraat te rijden is volgens reclamant in tegenspraak met elkaar. Er wordt gevreesd dat met het openlaten van de N282 door de tunnel naar het centrum het verkeer niet ontmoedigd wordt en dat dit tot onveilige situaties voor met name fietsers zal leiden.
d. Reclamant vraagt zich af waarom er niet nu al is begonnen met maatregelen tot verminderen van de snelheid in de Julianastraat, bijvoorbeeld door het plaatsen van een 30 km bord.
kap. Dit komt overeen met wat is opgenomen in de gebiedsvisie. Een hoofdgebouw met drie bouwlagen en een plat dak is op grond van het bestemmingsplan niet toegestaan. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect Inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Door de aanleg van de onderdoorgang heeft het fietsverkeer geen hinder vanwege oplopende dichtligtijden vanwege de autonome ontwikkeling van hoogfrequenter spoorverkeer. Bovendien is ongelijkvloers kruisen van een overweg veiliger dan gelijkvloers. Vanwege de wijzigingen in het ontwerp van de onderdoorgang is de onderdoorgang in de toekomstige situatie niet meer toegankelijk voor autoverkeer. Dit komt ten goede van de verkeersveiligheid voor fietsers. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid en Intensiteiten autoverkeer, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. In het ontwerpbestemmingsplan is uitgegaan van een ontwerp van de onderdoorgang die toegankelijkheid was voor autoverkeer. In dit ontwerp van de onderdoorgang werd, in combinatie van andere maatregelen in en rondom het stationsgebied, uitgegaan van het verlagen van de snelheid van autoverkeer en het ontmoedigen van autogebruik.
Naar aanleiding van de financiële haalbaarheid van het project en mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het ontwerp van de onderdoorgang aangepast. Het nieuwe ontwerp gaat uit van een onderdoorgang die uitsluitend toegankelijk is voor langzaam verkeer. Door deze aanpassing van het ontwerp van de onderdoorgang, wordt de onderdoorgang niet meer bereikbaar voor autoverkeer. Dit komt ten goede van de verkeersveiligheid. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Het bestemmingsplan vormt het kader waaraan omgevingsvergunningen getoetst dienen te worden. De definitieve verkeerskundige inrichting, waaronder het plaatsen van de benodigde verkeersborden, worden in het vervolg van het traject nader
57
e. Reclamant stelt dat de parkeernormen te summier benoemd worden. Ook zal volgens reclamant de parkeerbehoefte aan de zuidkant van het spoor toenemen middels dit plan. f.
Verder worden er door reclamant een aantal persoonlijke punten benoemd: - De sloop van de woningen tussen het spoor en de woning van de reclamant zal het spoorweglawaai verhogen. - De aanleg van de weg direct achter de woning verhoogt het spoorweglawaai. - De aanleg van de tunnel verhoogt het spoorweglawaai. - De aanleg van de tunnel geeft scheurvorming/verzakking van de woning. - De aanleg van de weg achter de woning verlaagt het woongenot.
uitgewerkt. Na de wijzigingen van het ontwerp van de onderdoorgang, wordt de onderdoorgang in de toekomstige situatie afgesloten voor autoverkeer. Het nemen van maatregelen ten aanzien van het verlagen van de maximum snelheid is hiermee niet meer aan de orde. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect Parkeren en fietsparkeren, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Voor wat betreft het parkeren ten behoeve van het station is gekozen voor parkeren aan de noordkant. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect geluid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden zal door de aannemer die de werkzaamheden gaat uitvoeren een nulmeting uitgevoerd worden in verband met het na uitvoering van de werkzaamheden kunnen vaststellen van eventuele schade als gevolg van de werkzaamheden. Dit betreft verder een uitvoeringsaspect. Uitvoeringsaspecten komen over het algemeen niet aan bod in bestemmingsplannen. Toetsing van de uitvoeringsaspecten gebeurt in het kader van de omgevingsvergunning. De weg waarnaar reclamant verwijst, betreft de toegangsweg om de parkeerplaatsen ter plaatse van de ontwikkellocatie aan de Julianastraat te ontsluiten. Het betreft hier geen doorgaande weg, maar een weg waar uitsluitend bestemmingsverkeer zal komen.
Deze ontsluiting en de parkeerplaatsen worden op een kwalitatieve manier ingericht en er wordt voor een duidelijke afbakening gezorgd. Bij de definitieve inrichting wordt voldoende rekening gehouden met het woongenot. Van een aantasting van het woongenot zal geen sprake zijn.
Conclusie: Deze zienswijze leidt, naast het aanpassen van het ontwerp van de onderdoorgang, niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
58
15. Indiener onder 15 a. Reclamant geeft aan dat er veel gebruik wordt gemaakt van de loop- en fietsroute die haaks op de geplande tunnel loopt. In het plan is een ongelijkvloerse voetgangersbrug gepland aan de zuidzijde. Voorstel is om dit ook voor voetgangers en fietsers te doen. Het verschil tussen noord en zuid is nu te groot volgens reclamant. Noord wordt juist opgewaardeerd. b. Reclamant geeft aan dat de voetgangers ondergeschikt worden gesteld in het plan. Zij moeten omlopen of gebruik maken van liften wat volgens reclamant ten koste gaat van de bereikbaarheid. Reclamant pleit voor een plan waarin voetgangers zonder obstakels naar de overkant kunnen. c. Reclamant wil graag weten hoe de oversteek gegarandeerd kan worden. Er is onduidelijkheid over het beheer van de liften. Zowel treinreizigers als lokale bevolking zal een beroep doen op de liften, ook de locatie tussen twee kroegen zal volgens reclamant leiden tot oneigenlijk gebruik. Het bestemmingsplan zou en alternatief voor voetgangers kunnen faciliteren.
Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota.
d. Reclamant stelt het op prijs dat er vooroverleg is gevoerd met verschillende partijen, maar mist de bredere kijk naar mobiliteit, zoals ov-vervoerders. Ook wordt voorgesteld meer te kijken naar deelauto’s, deelfietsen ect.
Het bestemmingsplan vormt het kader waarbinnen de nadere uitwerking van het ontwerp en de inrichting plaats zal vinden. Vervoerder Arriva is ook geïnformeerd over het bestemmingsplan.
e. Reclamant mist informatie over een mogelijke uitbreiding van het spoor. De opties dienen opengehouden te worden. Er is volgens reclamant sprake van
Ten aanzien van het railverkeer zijn geen wijzigingen beoogd, waarvoor planologische wijzigingen noodzakelijk zijn. Daarbij is het plan in nauwe samenwerking met ProRail tot stand gekomen en zijn hun eisen en wensen in het plan verwerkt.
Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota.
Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Het beheer van de liften ligt bij ProRail. Bij het bouwen van liftinstallaties voor stations contracteert ProRail altijd 20 jaar volledig onderhoud mee. In het contract is een uitgebreide eisenset aan hersteltijden en beschikbaarheid, deze is afhankelijk van de aard van de storing en het belang van het functioneren van de lift.
59
f.
kapitaalvernietiging wanneer er later pas naar gekeken wordt. Het hellingspercentage van de tunnel is te heftig stelt reclamant. Een gemiddelde van 4% wordt nog steeds als te steil gezien. Er wordt een oplossing aangedragen om de diepte maximaal 2,5 meter te maken, in combinatie met lange hellingbanen.
g. Reclamant prijst het idee om de Julianastraat af te waarderen. h. Reclamant stelt dat de wijze waarop de gemeente de Julianastraat wil afwaarderen ontoereikend is. In de berekening in het plan daalt het aantal verkeersvoertuigen op de Julianastraat met 42%. Reclamant geeft aan dat het onderzoek door Accent adviseurs zonder de reistijdwinsten door de aanleg van de tunnel rekent, maar met snelheidsreducties. Ook wordt het effect van het weghalen van de spoorweg barrière niet meegenomen in de modelberekeningen. Dit wordt vreemd gevonden aangezien dit de hele reden lijkt om de tunnel te realiseren. Er wordt niet toegelicht wat de gevolgen hiervan zijn. Het weghalen van de spoorweg barrière verkort de reistijd op het traject Stationsstraat – Julianstraat. In de nieuwe situatie, met tunnel van 25 km/h, rijden er 4.000 voertuigen per dag over de Julianstraat volgens reclamant. Dit is een kritische grens, waarboven het mengen van fietsers en gemotoriseerd verkeer afgeraden wordt.
Inzicht in de hellingspercentages is gegeven in de algemene beschrijving van het aspect hellingspercentage, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Het bepaalde maximum gemiddelde hellingspercentage van 4% is het resultaat van de belangenafweging door de gemeenteraad van gewenste functionaliteiten van de onderdoorgang en een zo groot mogelijk fietscomfort. Doordat in de toekomstige situatie de onderdoorgang uitsluitend voor langzaam verkeer gaat worden gebruikt, kan de onderdoorgang minder diep worden uitgevoerd. Dit komt ten goede van het fietscomfort. Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van de aspecten Inrichting gebied en verkeersveiligheid en Intensiteiten autoverkeer, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Door Antea Group is, in het kader van het ontwerpbestemmingsplan, een berekening uitgevoerd van de verkeersintensiteiten in de toekomstige situatie. De verschillende ontwikkelingen die in de komende jaren gaan plaatsvinden waren in deze berekening meegenomen. De berekende verkeersintensiteiten waren een representatieve weergave van de toekomstige situatie. Naar aanleiding van de financiële haalbaarheid van het project en mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het ontwerp van de onderdoorgang aangepast.
De onderdoorgang wordt in de toekomstige situatie niet toegankelijk voor autoverkeer, met als gevolg dat minder autoverkeer over de Stationsstraat/Julianastraat rijdt. Dit komt ten goede van de verkeersveiligheid voor langzaam verkeer. Op basis van de gewijzigde uitgangspunten is een nieuw verkeersonderzoek uitgevoerd.
60
i.
j.
Volgens reclamant is een snelheid van 25 km/h niet realistisch. Dit wordt onderbouwd met de volgende punten: - Het gebied ligt ingeklemd tussen twee 50 km/h zones. - Er bestaat geen wettelijk kader voor 25 km/h. - Er wordt in de praktijk standaard harder gereden, op 30 km/h wegen in Zuid-Holland was de gemiddelde snelheid 36 km/h. - Er is door reclamant slechts één straat in alle onderzoeken waar de snelheid gemiddeld 25 km/h was. - Uit onderzoek naar snelheidsverschillen in 30 km/h zones blijkt dat er gemiddeld genomen harder gereden wordt wanneer er geen of weinig kruisend verkeer is. Dit is het geval in de tunnelbak. Dit is ook het geval wanneer de weg een laanachtig karakter heeft, sprake is van weinig winkels, lage bebouwing in verhouding tot de openbare ruimte. Dit is het geval in het plan. - Reclamant is het eens met het voornemen om geen snelheid remmende maatregelen te nemen. Echter, dit zorgt voor een lang stuk tunnel (250 meter) waarin waarschijnlijk harder gereden gaat worden. Om uit te komen onder de 3000 voertuigen per etmaal op de Julianastraat dienen volgens reclamant meer aanvullende ingrepen te doen in de verkeersstructuur. Er worden een aantal oplossingen aangedragen door reclamant: - Een knip ter hoogte van het Wilhelminaplein, waardoor er geen sprake is van doorgaand verkeer in de hoofdstraat. - De tunnel niet toegankelijk maken voor mensen uit Rijen-Noord.
In het ontwerpbestemmingsplan is uitgegaan van een ontwerp van de onderdoorgang die toegankelijkheid was voor autoverkeer. In dit ontwerp van de onderdoorgang werd, in combinatie van andere maatregelen in en rondom het stationsgebied, uitgegaan van het verlagen van de snelheid van autoverkeer en het ontmoedigen van autogebruik. Naar aanleiding van de financiële haalbaarheid van het project en mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het ontwerp van de onderdoorgang aangepast. Het nieuwe ontwerp gaat uit van een onderdoorgang die uitsluitend toegankelijk is voor langzaam verkeer. Door deze aanpassing van het ontwerp van de onderdoorgang, wordt de onderdoorgang niet meer bereikbaar voor autoverkeer.
Door het aanpassen van het ontwerp van de onderdoorgang, is er geen sprake meer van doorgaand verkeer door de onderdoorgang. Hiermee zal het aantal verkeersbewegingen op de Julianastraat drastisch afnemen.
61
- Enkel eenrichtingsverkeer toestaan in de tunnel. - Betaald parkeren invoeren. k. Reclamant stelt dat de groene inpassing mist, waardoor er geen sprake is van een aangename verblijfsomgeving. Reclamant wil graag een plan voor een ‘warm kloppend hart’.
l.
Reclamant vindt het parkeerbeleid van Gemeente GilzeRijen onderontwikkeld. Het gehele gebied rondom het station bestaat naar aanleiding van dit beleid uit auto parkeren. Het overgrote deel wordt enkelvoudig gebruikt, door de slagbomen, bordjes of locatie. Reclamant vindt dit niet in lijn met de hoofdambitie van de gebiedsvisie van de stationsomgeving Rijen. Het plan gaat ten koste van de verblijfskwaliteit.
m. Het parkeerprobleem wordt door de gemeente te eenzijdig geïnterpreteerd volgens reclamant. Met betrekking tot absolute aantallen worden geen knelpunten verwacht. Volgens reclamant kan de gemeente er ook voor kiezen autogebruik te ontmoedigen voor treinreizigers die te voet of met de fiets kunnen gaan, door het heffen van een minimale vergoeding voor parkeren op een P+R. n. Reclamant gelooft niet in de focus voor het parkeren op het noorden, wat wordt onderstreept door de
Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. De ambitie van de herontwikkeling is onder andere het versterken van de ruimtelijke kwaliteit, waaronder de vergroening van de openbare ruimte. De beoogde groene inpassingen zijn opgenomen in figuur 2.20 (de inrichtingsschets). Dit bestemmingsplan vormt het kader waarbinnen de bouwaanvraag van de ontwikkelingen worden getoetst. Groenvoorzieningen zijn op gronden van alle bestemmingen toegestaan. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect Parkeren en fietsparkeren, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan het gemeentelijk beleid, waaronder het parkeerbeleid. In dit kader komen gemeentelijke beleidsstukken aan bod in de toelichting en/of regels van het bestemmingsplan. In het kader van het voorliggend bestemmingsplan staat het parkeerbeleid niet ter discussie. Voor het aspect parkeren geldt dat het moment van toetsing, ten aanzien van het gemeentelijk beleid, plaatsvindt bij de aanvraag van de omgevingsvergunningen. In de regels van het bestemmingsplan (artikel 26.1) is tevens opgenomen dat rekening moet worden gehouden met het op dat moment (op het moment van het indienen van de omgevingsvergunning) geldend beleid.
Reclamant stelt een principieel punt met betrekking tot het parkeerbeleid ter sprake. In het kader van het voorliggend bestemmingsplan staat het parkeerbeleid niet ter discussie.
De gemeente neemt deze stelling ter kennisname aan. De gemeente deelt dit standpunt overigens niet. Door de focus voor het parkeren aan de noordkant van het
62
verkeersstructuur. Het verbreden van de N282 en het splitsen van de perrons in een noord- en zuidzijde maakt de route vanuit het zuiden enkel aantrekkelijker. Reclamant vraagt om parkeerregulering voor het gebied rondom het station. o. Reclamant stelt een andere locatie voor de tunnel voor, namelijk de Rembrandtlaan naar het gebied tussen de Generaal van Geenstraat, Atalanta en Landkaartje.
station te leggen, waar hiervoor voldoende ruimte is, ontstaat duidelijkheid voor alle treinreizigers, ook de treinreizigers die vanuit het zuiden van Rijen afkomstig zijn.
Het besluit voor de gekozen locatie voor de onderdoorgang is genomen na een zorgvuldige afweging. De raad heeft op 9 juli 2018 een besluit genomen voor de onderdoorgang in de Julianastraat-Stationsstraat als voorkeursalternatief, naar aanleiding van een integrale planstudie die in 2017 is gestart samen met het ministerie, de provincie en ProRail. Eerder was al de inpassing onderzocht van een onderdoorgang in het verlengde van de Haansbergseweg, deze was op die locatie niet inpasbaar. Met de voorkeursvariant op de huidige locatie kan het beste tegemoet worden gekomen aan de verschillende samenkomende aspecten en belangen waaronder de ambities van de gemeente Gilze en Rijen ten aanzien van het gebied rondom het station en het spoor, het instandhouden van de Rijense as in zowel stedenbouwkundig, ruimtelijk en verkeerskundig opzicht, de effecten voor dichtligtijden vanwege het Programma Hoogfrequent Spoor, het aspect veiligheid vanuit het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen en te treffen geluidmaatregelen langs het spoor vanuit het MJPG.
Conclusie: Deze zienswijze leidt, naast het aanpassen van het ontwerp van de onderdoorgang, niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
63
16. Indiener onder 16 a. Gezien de beschikbare ruimte voor een tunnel op deze locatie en de wens van de gemeente om een autoluw centrum te creëren is dit een onlogische keuze. Reclamant stelt dat er geen gedegen onderzoek heeft plaatsgevonden naar mogelijke alternatieven voor een autotunnel. Wel zijn er locaties onderzocht voor een langzaam verkeertunnel.
b. Reclamant stelt dat de tunnel onveilig wordt voor langzaam verkeer. Dit wordt gesteld omdat in eerste instantie het plan was om een auto te gast tunnel te realiseren. Dit bleek te onveilig. Reclamant onderstreept dat een erftoegangsweg voor fietsers dan zeker te onveilig zal zijn.
Er zijn wel degelijk alternatieven overwogen. De raad heeft op 9 juli 2018 een besluit genomen voor de onderdoorgang in de Julianastraat-Stationsstraat als voorkeursalternatief, naar aanleiding van een integrale planstudie die in 2017 is gestart samen met het ministerie, de provincie en ProRail. Eerder was al de inpassing onderzocht van een onderdoorgang in het verlengde van de Haansbergseweg, deze was op die locatie niet inpasbaar. Met de voorkeursvariant op de huidige locatie kan het beste tegemoet worden gekomen aan de verschillende samenkomende aspecten en belangen waaronder de ambities van de gemeente Gilze en Rijen ten aanzien van het gebied rondom het station en het spoor, het in stand houden van de Rijense as in zowel stedenbouwkundig, ruimtelijk en verkeerskundig opzicht, de effecten voor dichtligtijden vanwege het Programma Hoogfrequent Spoor, het aspect veiligheid vanuit het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen en te treffen geluidmaatregelen langs het spoor vanuit het MJPG. In het ontwerpbestemmingsplan is uitgegaan van een ontwerp van de onderdoorgang die toegankelijkheid was voor autoverkeer. In dit ontwerp van de onderdoorgang werd, in combinatie van andere maatregelen in en rondom het stationsgebied, uitgegaan van het verlagen van de snelheid van autoverkeer en het ontmoedigen van autogebruik.
Hiermee werd gedeeltelijk bijgedragen aan de ambitie om een gedeelte van Rijen autoluw te maken. Naar aanleiding van de financiële haalbaarheid van het project en mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het ontwerp van de onderdoorgang aangepast. Het nieuwe ontwerp gaat uit van een onderdoorgang die uitsluitend toegankelijk is voor langzaam verkeer. Door deze aanpassing van het ontwerp van de onderdoorgang, wordt de onderdoorgang niet meer bereikbaar voor autoverkeer. Hiermee wordt nog meer bijgedragen aan de ambitie om een gedeelte van Rijen autoluw te maken. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Naar aanleiding van de financiële haalbaarheid van het project en mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het ontwerp van de onderdoorgang aangepast. Het nieuwe ontwerp gaat uit van een onderdoorgang die uitsluitend toegankelijk is voor
64
langzaam verkeer. Vanwege de wijzigingen in het ontwerp van de onderdoorgang is de onderdoorgang niet meer toegankelijk voor autoverkeer. Dit komt ten goede van de verkeersveiligheid voor voornamelijk de fietsers. c. Aan de noordzijde zijn aan weerszijden van de tunnel parallelwegen gepland. Deze zullen worden gebruikt door fietsers, auto’s en voetgangers omdat er geen ruimte is voor gescheiden rijbanen. Dit is onveilig: - De wegen zijn te smal. - De groepen kunnen elkaar niet passeren. - Haaks op de weg parkeren in niet mogelijk, de weg is te smal. - De parallelwegen verlaten en inrijden is volgens Veilig Verkeer Nederland onveilig. - De in en uitritten van de parallelwegen zijn te dicht gesitueerd bij de Constance Gerlingstraat – Stationsstraat. d. Volgens reclamant worden de hellingshoeken dusdanig hoog dat de tunnel niet gebruikt kan worden door fietsers. Over de hellingshoek aan de noordzijde wordt niets gezegd in het bestemmingsplan. De tunnel is volgens reclamant te smal voor auto, brandweer en fietsverkeer in twee richtingen.
Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Het kruisingsvlak Stationsstraat/Constance Gerlingsstraat wordt in de uitwerkingsfase nader gedetailleerd, niet in het bestemmingsplan. Binnen de ruimte die is opgenomen in het bestemmingsplan is een verkeersveilige oplossing te realiseren. In de uitwerking wordt ook een integrale veiligheidsaudit uitgevoerd. Vanwege de wijzigingen in het ontwerp van de onderdoorgang is de onderdoorgang niet meer toegankelijk voor autoverkeer. Doordat er geen doorgaand autoverkeer in de toekomst plaats gaat vinden door de onderdoorgang, ontstaat er meer ruimte voor langzaam verkeer. Dit komt ten goede van de verkeersveiligheid.
Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect hellingspercentage, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Hierin is onderbouwd op basis van welke gegevens de opgenomen hellingspercentages zijn gebaseerd. Hieruit blijkt dat het hellingspercentage gemiddeld 4% bedraagt. Dit gemiddelde hellingspercentage van 4% is als ontwerpeis opgenomen. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning dient het ontwerp van de onderdoorgang aan deze ontwerpeis te worden getoetst. In de regels van het bestemmingsplan wordt opgenomen dat het hellingspercentage van de onderdoorgang gemiddeld maximaal 4% mag bedragen. In de planregels worden hiervoor: In artikel 2 ‘Wijze van meten’ het begrip ‘Het gemiddelde hellingspercentage’ als volgt toegevoegd: Het gemiddeld hellingspercentage
65
Een percentage dat wordt bepaald door het hoogteverschil tussen het begin en het eindpunt van een helling (inclusief overgangsbogen) te delen door de horizontale afstand tussen het begin en eindpunt van dezelfde helling, vermenigvuldigd met 100;
e. Reclamant stelt dat de verschillende verkeersveiligheidsonderzoeken zijn uitgevoerd, maar dat de Constance Gerlingstraat - Stationsstraat ten onrechte niet is meegenomen. Deze kruising is in de huidige situatie al onveilig en wordt volgens reclamant alleen maar onveiliger. Verkeersstromen naderen straks de kruising en nu maken alle vormen van verkeer nog gebruik van gescheiden wegvlakken. f.
De verkeersveiligheid van het stationsplein is ten onrechte niet uitgewerkt. Er zullen verschillende verkeersstromen gebruik maken van dit plein en dient daarom onderzocht te worden volgens reclamant.
g. In de spoorzone komt niet alleen een tunnel, maar ook liften. Hier is geen personeel aanwezig, hierdoor is er een kans dat er dingen gaan gebeuren die niet mogen. De spoorzone wordt sociaal onveilig volgens reclamant.
h. Reclamant stelt dat het plan voor een minder gunstige situatie zorgt voor gehandicapten en slecht ter been zijnde burgers. Er is een kans dat de liften uitvallen en er zijn geen goede alternatieven. Voor minder validen wordt
onder artikel 8.2.2 wordt het volgende toegevoegd. Het gemiddelde hellingspercentage van het wegdek van de tunnel mag niet meer dan 4% bedragen. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Het kruisingsvlak Stationsstraat/Constance Gerlingsstraat wordt in de uitwerkingsfase nader gedetailleerd, niet in het bestemmingsplan. Binnen de ruimte die is opgenomen in het bestemmingsplan is een verkeersveilige oplossing te realiseren. In de uitwerking wordt ook een integrale veiligheidsaudit uitgevoerd. Vanwege de wijzigingen in het ontwerp van de onderdoorgang is de onderdoorgang niet meer toegankelijk voor autoverkeer. Dit komt ten goede van de verkeersveiligheid. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Ook hiervoor geldt dat door de onderdoorgang uitsluitend toegankelijk te maken voor langzaam verkeer een positief effect ten aanzien van de verkeersveiligheid wordt bereikt. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Bij de uitwerking van de inrichting is aandacht voor het aspect sociale veiligheid.
In algemeenheid legt het bestemmingsplan geen detailniveau qua uitwerking vast. Het bestemmingsplan biedt binnen de bestemmingen, mogelijkheden om tot een optimale inrichting te komen. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota.
66
i.
j.
de spoorzone onveilig en onbruikbaar om het spoor te passeren volgens reclamant.
Het beheer van de liften ligt bij ProRail. Bij het bouwen van liftinstallaties voor stations contracteert ProRail 20 jaar volledig onderhoud mee. In het contract is een uitgebreide eisenset aan hersteltijden en beschikbaarheid, deze is afhankelijk van de aard van de storing en het belang van het functioneren van de lift. Bij de keuze voor de lift wordt gelet op een zo laag mogelijke storingsgevoeligheid en een grote mate van standaardisering zodat herstel vlot mogelijk is.
Volgens reclamant kan de brandweer geen gebruik maken van de tunnel, door de levensduur van de tunnel. De tunnel voldoet niet aan de eisen die de brandweer stelt aan een route en wegdek. Volgens reclamant brengt dit plan daarmee de veiligheid van de Zuid Rijenaren in gevaar. In het verleden zijn de plannen om een gebouw op de hoek Stationsstraat-Stationsplein geannuleerd door een uitspraak van de Raad van State. Het woongebouw op deze hoek in dit plan is volgens reclamant niet toegestaan.
In het kader van het ontwerpbestemmingsplan is overleg geweest met de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Na de terinzagelegging is het ontwerp van de onderdoorgang, naar aanleiding van de financiële uitvoerbaarheid, aangepast. In de toekomstige situatie wordt de onderdoorgang niet meer toegankelijk voor autoverkeer en hulpdiensten. Voor hulpdiensten wordt een alternatief plan opgesteld. De Raad van State heeft zich nog nooit over een plan voor deze locatie uitgesproken. Wel heeft op 23 mei 2000 het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant (GS) goedkeuring onthouden aan een plan voor dit perceel grond. Daarna is echter wel een bouwmogelijkheid voor woningen opgenomen in het huidige bestemmingsplan ‘Woongebied Rijen’ dat is vastgesteld in 2013. De bouwmogelijkheid die wordt mogelijk gemaakt in het nieuwe bestemmingsplan voor deze locatie maakt de stedenbouwkundige structuur van het Anne-Frankplein, Constance Gerlingstraat en de Laagstraat compleet. In volume zorgt het bouwplan voor een goede overgang tussen de 4-laagse bestaande woningbouw aan het AnneFrankplein en de grondgebonden woningen aan het Stationsplein-Laagstraat.
Om de stedenbouwkundige structuur aan de noordzijde van het station te vervolmaken, wordt (woon)bebouwing mogelijk gemaakt als overgang tussen de grondgebonden woningen aan het Stationsplein/Laagstraat en de lintbebouwing aan de Stationsstraat. Dit bouwvolume zal in omvang aansluiten bij de naastgelegen (grondgebonden) woningen die allen uit drie woonlagen bestaan. Op deze locatie kunnen maximaal twee (grondgebonden) woningen worden gerealiseerd. Deze woningen zorgen er tevens voor dat een doorkijk naar de achterliggende tuinmuren, schuttingen en een parkeergarage wordt weggenomen. De woningen zullen aan de
67
spoorzijde tevens een geluidswerende functie vervullen wat ten goede komt aan de bestaande woonmilieus.
k. Reclamant stelt dat de informatie met betrekking tot de inrichting van de Julianastraat onjuist is. Deze staat namelijk nog niet vast. Dit is niet juist opgenomen in het bestemmingsplan.
De hierboven opgenomen onderbouwing van het betreffende bouwplan wordt toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Reclamant verwijst in de zienswijze naar een bijeenkomst van 3 november 2021. Dit betrof een bijeenkomst – ‘werkatelier’ – met de bewonerswerkgroep Rijen Zuid/ Militaire wijk over de in- en uitrit van de Militaire wijk en de aansluiting op de Julianastraat, waarbij een afvaardiging van twee bewoners uit de Julianastraat Oostzijde aansloten om alvast mee te kijken en input te geven vanuit de oostzijde.
Volgens het plan wordt het geluidsniveau rondom de tunnel verdubbeld en er worden geen geluidsschermen geplaatst. Reclamant stelt dat het geluidsniveau in de spoorzone enorm stijgt.
Het klopt dat de definitieve inrichting van de Julianastraat nog niet vast staat. In het bestemmingsplan worden geen definitieve ontwerpen (van bijvoorbeeld de onderdoorgang) of definitieve inrichtingen (van wegen of de openbare ruimte) vastgelegd. Het bestemmingsplan legt de kaders vast waarbinnen de nadere uitwerking plaats kan vinden. <PM. Het akoestisch onderzoek wordt nog geactualiseerd. Onderstaande tekst wordt te zijner tijd aangepast> Inzicht in de uitgevoerde akoestische onderzoeken is gegeven in de algemene beschrijving van het aspect geluid , zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota.
m. Reclamant stelt dat er geen sprake is van een goede groene inrichting. Het wordt een grote betonnen vlakte.
Er is geen sprake van verdubbeling van het geluidniveau of een hinderlijke geluidtoename. Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota.
l.
De ambitie van de herontwikkeling is onder andere het versterken van de ruimtelijke kwaliteit, waaronder de vergroening van de openbare ruimte. De beoogde groene inpassingen zijn opgenomen in figuur 2.20 (de inrichtingsschets). Dit bestemmingsplan vormt het kader waarbinnen de bouwaanvraag van de ontwikkelingen worden getoetst.
68
Groenvoorzieningen zijn op gronden van alle bestemmingen toegestaan. n. Reclamant mist informatie over hoe omgegaan wordt met Belanghebbenden die van mening zijn dat de waarde van hun woning (onroerend goed) plan- en bouwschade. vermindert door de wijziging van een bestemmingsplan kunnen op het moment dat dit plan onherroepelijk is een verzoek om planschade indienen. De behandeling hiervan is een afzonderlijke procedure die losstaat van de vaststelling van een bestemmingsplan. Het indienen van een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan, de inhoud van deze zienswijze en eventueel beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geen invloed op de behandeling van een verzoek om planschade en de uitkomst hiervan. Een eventuele waardevermindering van de woning is echter geen aanleiding om medewerking aan een gewenste ontwikkeling te weigeren. o. Reclamant betwist de financiële haalbaarheid en wil Mede naar aanleiding van de financiële uitvoerbaarheid van het project is het ontwerp inzicht in de financiële stukken. van de onderdoorgang aangepast. Doordat de onderdoorgang niet meer toegankelijk wordt voor autoverkeer kan de onderdoorgang minder diep en minder breed worden uitgevoerd. Hierdoor worden de kosten voor de realisatie van het project aanzienlijk verminderd.
Ten aanzien van de economische uitvoerbaarheid staan de gemeente Gilze en Rijen, het Rijk en de Provincie Noord-Brabant garant voor de uitvoering van het project. Het bestemmingsplan is hiermee economisch uitvoerbaar. p. Reclamant geeft aan dat het plaatsen van damwanden geen oplossing biedt voor het vermijden van schade aan omliggende panden. De vraag wordt gesteld of dit is afgestemd met ProRail. Door de Rijense breuk is de locatie niet geschikt voor een tunnel.
In de notitie over de Gilze-Rijenbreuk wordt geconcludeerd dat door enkele relatief eenvoudige maatregelen te treffen, kan worden voorkomen dat de waterkerende werking van de breuk wordt weggenomen. In het kader van de realisatie van de onderdoorgang dient nog nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de exacte aard van de te nemen maatregelen in relatie tot de Gilze-Rijen breuk. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om te bepalen welke maatregelen er exact bij de realisatie moeten worden genomen en heeft geen invloed op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Uitvoeringsaspecten komen over het algemeen niet aan bod in bestemmingsplannen. Toetsing van de uitvoeringsaspecten gebeurt in het kader van de omgevingsvergunning. Daarnaast doet de partij die de werkzaamheden gaat uitvoeren (aannemer) er alles aan om overlast en schade te voorkomen.
Conclusie: Deze zienswijze leidt, naast het aanpassen van het ontwerp van de onderdoorgang, vanwege onderdelen d en j tot aanpassing van het bestemmingsplan, zie verder onderdeel C van deze Nota.
69
17. Indiener onder 17 a. Reclamant stelt dat er geen goede participatie is geweest en dat de wethouder het participatie proces dat er was eenzijdig heeft beëindigd. Dit is in strijd met het formele zorgvuldigheidsbeginsel. b. Reclamant benoemt dat een tunnel met een hoogteverschil van 6 meter en een hellingspercentage van meer dan 4,5% bij een breedte van 6 meter tussen steile wanden ongeschikt is voor een mix van verkeersdeelnemers. Volgens reclamant kan het bestemmingsplan niet in deze vorm vastgesteld worden omdat het niet veilig en niet sociaal aanvaardbaar is. De hulpdiensten kunnen niet of slechts tijdelijk gebruik maken van de tunnel als aanrijdroute daar deze niet voldoet aan de MWB gestelde eisen voor een aanrijdroute, reclamant verwijst hierbij naar gebruikseisen die worden genoemd in bijlage 8 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan.
c. Reclamant benoemt dat het creëren van een onderdoorgang enkel voor auto’s een verbetering is, maar dat dit haaks staat op het streven om het centrum autoluw te maken. De verbinding tussen noord en zuid Rijen is voor zowel fietsers als voetgangers een verslechtering, dit is tegen het recht waar een openbaar ontwerp inclusiviteit moet waarborgen voor alle mensen. Volgens reclamant is het tevens strijdig met de
Voor het bestemmingsplan ‘Stationsomgeving Rijen’ geldt, dat de omgeving volgens de wettelijk voorgeschreven wijze is betrokken bij de planvorming. In de Nota van inspraak en vooroverleg is beschreven hoe de gemeente alle bewoners en overige betrokkenen bij het project Stationsomgeving Rijen heeft betrokken en heeft geïnformeerd. Er is geen sprake van dat de wethouder het participatieproces heeft beëindigd. Inzicht in de hellingspercentages is gegeven in de algemene beschrijving van het aspect hellingspercentage, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Het bepaalde maximum gemiddelde hellingspercentage van 4% is het resultaat van de belangenafweging door de gemeenteraad van gewenste functionaliteiten van de onderdoorgang en een zo groot mogelijk fietscomfort. Doordat in de toekomstige situatie de onderdoorgang uitsluitend voor langzaam verkeer gaat worden gebruikt, kan de onderdoorgang minder diep worden uitgevoerd. Dit komt ten goede van het fietscomfort. In het kader van het ontwerpbestemmingsplan is overleg geweest met de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Na de terinzagelegging is het ontwerp van de onderdoorgang, naar aanleiding van de financiële uitvoerbaarheid, aangepast. In de toekomstige situatie wordt de onderdoorgang niet meer toegankelijk voor autoverkeer en hulpdiensten. Voor hulpdiensten wordt een alternatief plan opgesteld.
Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect inrichting gebied en verkeersveiligheid, zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. In het ontwerpbestemmingsplan is uitgegaan van een ontwerp van de onderdoorgang die toegankelijkheid was voor autoverkeer. In dit ontwerp van de onderdoorgang werd, in combinatie van andere maatregelen in en rondom het stationsgebied, uitgegaan van het verlagen van de snelheid van autoverkeer en het ontmoedigen van autogebruik. Hiermee werd gedeeltelijk bijgedragen aan de ambitie om een gedeelte van Rijen autoluw te maken.
70
omgevingsvisie waar een ontwikkeling een bijdrage moet leveren aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
d. Volgens reclamant is het akoestisch onderzoek aantoonbaar onvolledig en zal opnieuw uitgevoerd moeten worden. Het plan voorziet in een significante toename van het spoorweglawaai (78 dB) boven de voorkeurswaarde van 55dB en boven de ontheffingswaarde van 68 dB. Geluidreducerende maatregelen worden bij dit geringe aantal nieuwe woningen financieel niet doelmatig beschouwd. Wanneer men de bestaande woningen in ogenschouw neemt zijn maatregelen waarschijnlijk wel doelmatig. Harde toezeggingen ontbreken in dit plan volgens reclamant. De geluid reducerende maatregelen dienen voorafgaand of ten tijde van het project gerealiseerd te worden volgens reclamant. Dit, om te voorkomen dat financiële middelen na uitvoering tekort schieten.
Naar aanleiding van de financiële haalbaarheid van het project en mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het ontwerp van de onderdoorgang aangepast. Het nieuwe ontwerp gaat uit van een onderdoorgang die uitsluitend toegankelijk is voor langzaam verkeer. Door deze aanpassing van het ontwerp van de onderdoorgang, wordt de onderdoorgang niet meer bereikbaar voor autoverkeer. Hiermee wordt nog meer bijgedragen aan de ambitie om een gedeelte van Rijen autoluw te maken. Doordat in de toekomstige situatie de onderdoorgang uitsluitend voor langzaam verkeer gaat worden gebruikt, kan de onderdoorgang minder diep worden uitgevoerd. Dit komt ten goede van het fietscomfort. Daarnaast komt het weren van autoverkeer ten goede van de verkeersveiligheid. <PM. Het akoestisch onderzoek wordt nog geactualiseerd. Onderstaande tekst wordt te zijner tijd aangepast> Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect geluid , zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Het akoestisch onderzoek, welke opgenomen is als bijlage 4 bij de toelichting, is uitgevoerd ten aanzien van het mogelijk maken van de nieuwbouwwoningen. In dit onderzoek worden onder andere de geluideffecten op de gevels van de nieuwbouwwoningen inzichtelijk gemaakt, onder andere van spoorweglawaai.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet geen wijzigingen in de intensiteit en snelheid van railverkeer. Het is niet zo dat door een hogere waardenbesluit ruimte wordt gemaakt voor toename in geluidproductie ten opzichte van de bestaande geluidsituatie. Er is geen sprake van verhoging van een norm, en evenmin van overschrijding van de maximale grenswaarden. Het Hogere Waardenbesluit Spoorweglawaai wordt opgesteld voor nieuwe woningen. Dit is een mogelijkheid die in de Wet geluidhinder wordt geboden, en de Wet geluidhinder ziet hier enkel toe in de geluidbelasting ten gevolge van (spoor)wegen voor nieuwbouwwoningen. De afweging van de kosten van raildempers wordt dan ook enkel gedaan voor de nieuwe woningen en niet voor bestaande woningen.
71
Voor de bestaande woningen is het Meerjarenprogramma Geluidsanering Spoor (MJPG) van toepassing. In dit programma worden maatregelen, waaronder ook de raildempers afgewogen ten opzichte van de bestaande woningen. Het MJPG staat echter los van dit bestemmingsplan, daarom is bij de bepaling van de doelmatigheid van de maatregelen in het bestemmingsplan enkel gekeken naar de nieuw te realiseren woningen. In de bestemmingsplanregels zijn voorwaarden opgenomen om een goed woon en leefklimaat voor de nieuwe woningen te waarborgen. Indien de noodzakelijke maatregelen niet worden getroffen dan mogen de woningen niet worden gebouwd door de toekomstige ontwikkelaar. e. Volgens reclamant is de geluid belasting bij de bestaande woningen reeds onacceptabel en zal door het plan nog meer verslechteren. Er is onduidelijkheid over het plaatsen van geluidsschermen of individuele maatregelen. Dit maakt het plan volgens reclamant onvolledig. f. Reclamant wil graag inzicht in de toename aan trillingen voor de woning van reclamant. De wens is om de voorspellingen die in het plan gedaan zijn met daadwerkelijke metingen voor en na de bouw te laten bevestigen.
<PM. Het akoestisch onderzoek wordt nog geactualiseerd. Onderstaande tekst wordt te zijner tijd aangepast> Op dit punt wordt nader ingegaan in de algemene beschrijving van het aspect geluid , zoals opgenomen in onderdeel A van deze nota. Voor het bestemmingsplan zijn trillingsonderzoeken uitgevoerd. In de onderzoeken zijn de effecten inzichtelijk gemaakt die de planologische wijzigingen hebben ten opzichte van de huidige situatie. De ontwikkelingen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, voorzien onder andere in een spoorwegonderdoorgang, de herinrichting van de stationsomgeving en woningbouw. Er is, als gevolg van de beoogde planologische wijzigingen, geen sprake van een toename aan railverkeer. De problematiek rondom de trillingen van het spoor heeft de uitdrukkelijke aandacht van de gemeente. In dit bestemmingsplan is enerzijds gekeken welke impact een onderdoorgang heeft op deze trillingen voor bestaande woningen en anderzijds welke impact de trillingen hebben op de nieuw te realiseren woningen. Uit het door Level acoustiscs & vibrations uitgevoerde nader onderzoek naar het aspect trillingshinder (rapport 'Detailberekening Spoorzone Rijen' (kenmerk: LA.200507.R02) d.d. 2 september 2021) is gebleken dat bij nagenoeg alle woningen, waaronder de woning van reclamant, als gevolg van de onderdoorgang sprake is van een afname van
72
g. Reclamant noemt dat voorspelbare schade preventief voorkomen dient te worden. Dit moet een integraal onderdeel van het plan zijn. Voorgesteld wordt om de impact van de bouwmethodologie beoordeeld te laten worden op zowel schade risico’s bij bestaande bebouwing en onvermijdbaar langere treinverkeer verstoringen.
h. Reclamant benoemt dat inkomensverliezen tijdens de bouw door slechte bereikbaarheid voor invalide mensen voor bijvoorbeeld de schoonheidssalon niet worden besproken. Het bestemmingsplan dient volgens reclamant te beschrijven hoe toegankelijkheid van aanliggende panden gegarandeerd kan worden alsmede welke criteria gebruikt worden voor schadeloosstelling bij verlies van inkomen. Ook na de bouw zullen deze risico’s inzichtelijk te moeten worden gemaakt. Het plan is in deze staat volgens reclamant onvolledig, voorziet niet in voorspelbare risico’s en belast bewoners onevenredig met risico’s voortvloeiend uit dit plan.
i.
Het SAOZ rapport dient volgens reclamant volledig te worden gemaakt. Ook de planschade regeling dient inzichtelijk te worden gemaakt.
het trillingsniveau. Deze onderzoeken zijn als bijlage 17 en 18 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van trillingen/hinder in het kader van de uitvoering geldt, dat voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden door de aannemer die de werkzaamheden gaat uitvoeren een nulmeting uitgevoerd zal worden in verband met het na uitvoering van de werkzaamheden kunnen vaststellen van eventuele schade als gevolg van de werkzaamheden. Schade aan woningen en/of hinder als gevolg van de werkzaamheden wordt zoveel mogelijk voorkomen. Dit wordt gemonitord door de aannemer tijdens de werkzaamheden. Dit betreft verder een uitvoeringsaspect. Uitvoeringsaspecten komen over het algemeen niet aan bod in bestemmingsplannen. Degenen die van mening zijn dat zij schade of nadeel lijden in de vorm van inkomensderving vanwege het bestemmingsplan kunnen hiervoor een verzoek om planschade (binnen 5 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan) of nadeelcompensatie (na uitvoering van de werkzaamheden) indienen bij de gemeente. De behandeling hiervan is een afzonderlijke procedure die losstaat van de vaststelling van een bestemmingsplan en komt daarom daarin verder niet aan bod. De bereikbaarheid van panden en percelen tijdens de realisatiefase betreft een uitvoeringsaspect. Uitvoeringsaspecten komen over het algemeen niet aan bod in bestemmingsplannen.
In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning(en) wordt ingegaan op/getoetst aan de uitvoeringsaspecten, waaronder de bereikbaarheid tijdens de realisatiefase. Tijdens de uitvoering wordt er naar gestreefd om alle panden en percelen zo veel mogelijk bereikbaar te houden. In de uitvoering zal bereikbaarheid van sommige percelen met de auto niet altijd mogelijk zijn. Op die momenten zal een passende oplossing in de directe nabijheid worden gezocht. In opdracht van de gemeente is door SAOZ een risicoanalyse planschade en nadeelcompensatie, op basis van het voorontwerpbestemmingsplan, gemaakt. Deze risicoanalyse is openbaar gemaakt, maar is geen onderzoek dat als bijlage aan het bestemmingsplan wordt toegevoegd. De risicoanalyse is bedoeld om de gemeente
73
globaal inzicht te geven in de bandbreedte van eventuele planschade en/of nadeelcompensatie, waarmee in financiële zin rekening gehouden dient te worden.
j.
Reclamant stelt dat de conclusie met betrekking tot het aspect stikstof te vaag is en wil deze aanvechten.
k. Reclamant stelt dat de argumentatie waarom geen m.e.r. beoordeling opgesteld hoeft te worden oneigenlijk is. De wens is om deze alsnog op te stellen voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld.
l.
Reclamant benoemt dat uit het rapport van Id Verde Advies blijkt dat de Quickscan Flora en Fauna mogelijk niet representatief is. Ontheffing en aanvullend onderzoek is noodzakelijk, daarom kan het plan volgens reclamant niet vastgesteld worden.