CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Bestemmingsplan Horst 28 Gilze - Toelichting

Raadscommissie Samenleving 20 september 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Horst 28, Gilze18.406 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting Bestemmingsplan

Horst 28 Gilze

Colofon

Gemeente:

Gilze en Rijen

Projectlocatie:

Horst 28 te Gilze

Datum:

04 november 2021

Gewijzigd: 05 juli 2022 Gewijzigd: 06-09-2022 Gewijzigd: 21-02-2023 Gewijzigd: 06-06-2023

Status:

Vastgesteld

IMRO-Code:

NL.IMRO.0784.BPHorst28.VA01

Opgesteld door:

Van Dun Ontwerp & Planologie Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@ontwerp-planologie.nl I. www.ontwerp-planologie.nl

Projectnummer:

01022.004V / MR

Pagina 2 van 51

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1.

Aanleiding en doel ........................................................................................... 5

1.2.

Geldend planologisch regime ............................................................................ 5

1.3.

Procedure ....................................................................................................... 6

1.4.

Leeswijzer ....................................................................................................... 6

2. Planbeschrijving............................................................................................... 7 2.1.

Bestaande situatie............................................................................................ 7

2.2.

Beoogde situatie .............................................................................................. 8

3. Beleidskader................................................................................................... 10 3.1.

Rijksbeleid...................................................................................................... 10

3.1.1. 3.2.

Provinciaal beleid ............................................................................................ 10

3.2.1. 3.2.2. 3.2.3. 3.3.

Ladder duurzame verstedelijking ............................................................... 10 Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................. 10 Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 ............................................ 11 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................... 12

Gemeentelijk beleid......................................................................................... 17

3.3.1. 3.3.2. 3.3.3. 3.3.4. 3.3.5.

Structuurvisie gemeente Gilze en Rijen ....................................................... 17 Toekomstvisie gemeente Gilze en Rijen ...................................................... 19 Woonvisie gemeente Gilze en Rijen ............................................................ 19 Sloopkwaliteitsregeling.............................................................................. 20 Bestemmingsplan ..................................................................................... 20

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten ................................................ 22 4.1.

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ...................................... 22

4.2.

Waterhuishouding ........................................................................................... 22

4.2.1. 4.2.2. 4.2.3. 4.3.

Natuur ........................................................................................................... 26

4.3.1. 4.3.2. 4.4.

Waterrelevant beleid................................................................................. 22 Bestaande waterhuishoudkundige situatie .................................................. 25 Beoogde waterhuishoudkundige situatie ..................................................... 25 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................... 26 Wet natuurbescherming ............................................................................ 27

Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie......................................................... 29

4.4.1. 4.4.2. 4.4.3.

Aardkundig waardevolle gebieden .............................................................. 30 Cultuurhistorie ......................................................................................... 30 Archeologie .............................................................................................. 32

4.5.

Landschappelijke inpassing .............................................................................. 33

4.6.

Bodemkwaliteit ............................................................................................... 35

4.7.

Spuitzones ..................................................................................................... 36

4.8.

Gezondheid .................................................................................................... 36

Pagina 3 van 51

4.9.

Bedrijven en milieuzonering ............................................................................. 37

4.10.

Geur ........................................................................................................... 38

4.10.1. 4.11.

Geurgebiedsvisie ABG-gemeenten .............................................................. 40 Luchtkwaliteit .............................................................................................. 41

4.11.1. 4.11.2.

Niet in betekenende mate ......................................................................... 41 Woon- en leefklimaat ................................................................................ 41

4.12.

Geluid ......................................................................................................... 42

4.13.

Verkeer en parkeren .................................................................................... 43

4.14.

Externe veiligheid ........................................................................................ 43

4.14.1. 4.14.2. 4.15.

Regelgeving ............................................................................................. 43 Toetsing aan beleid .................................................................................. 44 Technische infrastructuur ............................................................................. 46

5. Juridische planbeschrijving ............................................................................ 47 5.1.

Juridische achtergrond .................................................................................... 47

5.2.

Toelichting verbeelding.................................................................................... 47

5.3.

Toelichting regels............................................................................................ 47

6. Uitvoerbaarheid ............................................................................................. 49 6.1.

Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................... 49

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 49

6.2.1. 6.2.2.

Vooroverleg en omgevingsdialoog .............................................................. 49 Zienswijzen en beroep .............................................................................. 49

7. Bijlagen .......................................................................................................... 50

Pagina 4 van 51

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, de ligging van de planlocatie, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1. Aanleiding en doel Initiatiefnemer is voornemens om zijn huidige agrarische bedrijfswoning te laten herstemmen naar een woonbestemming. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens twee Ruimte-voor-ruimtekavels te ontwikkelen. De agrarische bedrijfsvoering zal niet worden voortgezet en daarom dient de agrarische bestemming te worden gewijzigd in een woonbestemming. Op de planlocatie zijn conform de milieuvergunning d.d. 03-06-2008 34 vleesstieren en overig vleesvee van 6 tot 24 maanden, 43 fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar en 36 volwassen paarden (3 jaar en ouder), vergund. 1.2. Geldend planologisch regime Het vigerend planologisch regime ter plaatse van het plangebied is vervat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, aldus vastgesteld d.d. 1 juli 2013. Binnen het plangebied zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming: ‘Agrarisch’ - Dubbelbestemming: ‘Waarde - Archeologie’ - Dubbelbestemming: ‘Waarde – Landschap – 4’ - Bouwvlak: ‘Bouwvlak’ - Gebiedsaanduiding: ‘ihcs – 1’ - Gebiedsaanduiding: ‘overig – kernrandzone’

Afbeelding 1: Uitsnede bestemmingsplan

Pagina 5 van 51

Conform het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Gilze en Rijen, is op de locatie Horst 28 een bouwvlak aanwezig voor een agrarisch bedrijf. De locatie heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch’. De omliggende gronden zijn ook bestemd als ‘Agrarisch’. Het omzetten van de bestaande bedrijfswoning en het toevoegen van 2 Ruimte-voor-ruimtekavels is niet mogelijk binnen de vigerende bestemming. Er is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken. Derhalve dient er een partiële herziening van het bestemmingsplan te worden gerealiseerd. 1.3. Procedure Voor het beoogde initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het plan doorloopt als volgt de procedure. Allereerst wordt er een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld waarin onderbouwd wordt dat het initiatief voldoet aan het gemeentelijk en provinciaal beleid en aan alle relevante milieu- en ruimtelijke ordeningsaspecten. In deze fase wordt overleg gevoerd met de gebruikelijke overlegpartners zoals gemeente, provincie en waterschap. Eventuele opmerkingen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Volgens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.

Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kan een ieder zienswijzen kenbaar maken. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kan een ieder die tijdig een zienswijze kenbaar heeft gemaakt bij het ontwerp en belanghebbenden beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd. 1.4. Leeswijzer In deze toelichting zijn in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, de ligging van de planlocatie, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 2 worden de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3.

Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieu-hygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven in hoofdstuk 5. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in hoofdstuk 6.

Pagina 6 van 51

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen de planlocatie. 2.1. Bestaande situatie Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Gilze en Rijen. Op circa 390 meter ten noordoosten van de planlocatie is de bebouwde kom van Gilze, gemeente Gilze en Rijen, gelegen (zie afbeelding 1). De landelijke omgeving van het plangebied kent een gemengde gebruiksstructuur waar diverse voormalige agrarische bedrijfslocaties, landbouwgronden en burgerwoningen zijn gevestigd. De agrarische functies in de omgeving zijn de laatste jaren aanzienlijk afgenomen, op diverse locaties worden voormalige agrarische bedrijfsgebouwen gebruikt ten behoeve van andere activiteiten dan agrarische activiteiten.

Afbeelding 2: Ligging plangebied in de omgeving (rode druppel geeft het plangebied aan) Op de planlocatie bevinden zich een agrarische bedrijfswoning, een melkveestal, een opslagloods en sleufsilo’s. Verder liggen er landbouwgronden om de planlocatie heen (zie afbeelding 2). De kadastrale percelen staan bekend als gemeente Gilze en Rijen, sectie O, nummers 1200 en 984. De percelen hebben een oppervlakte van 7523 vierkante meter en 40.000 vierkante meter.

Pagina 7 van 51

Afbeelding 3: Plangebied 2.2. Beoogde situatie De initiatiefnemer is voornemens om de agrarische bedrijfsvoering te beëindigen en te herbestemmen naar een woonbestemming. De bestaande opslagloods heeft reeds een oppervlakte van 453,7 m2 en de garage van 36,9 m2 deze worden behouden middels toepassing van de sloopkwaliteitsregeling voor het handhaven van een bijgebouw. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van basisprincipe variant 1 van de sloopkwaliteitsregeling Buitengebied fase 1 van de ABG-gemeenten. Conform deze variant mag er 400 m2 blijven staan aan bijgebouwen wanneer er gebouwen gesloopt worden. De opslagloods zal worden verkleind naar 363 m2 zodat er in totaal 400 m2 aan bijgebouwen aanwezig is. Verder worden de overige bedrijfsgebouwen, waaronder de melkveestal en de sleufsilo’s, gesloopt om het bijgebouw te compenseren met sloopmeters. Op de locatie waar deze bedrijfsgebouwen staan, wenst initiatiefnemer twee Ruimte-voor-ruimtekavels te ontwikkelen. Voor de ontwikkeling van deze twee Ruimte-voorruimtekavels heeft initiatiefnemer twee Ruimte-voor-ruimtetitels aangekocht, zie bijlage. Als laatste wordt de bebouwingsconcentratie van de planlocatie afgerond met een boerenerf. Op afbeelding 4 is de beoogde situatie uitgewerkt in een situatieschets, waarbij de huidige oprit van het agrarisch bedrijf wordt behouden.

De bebouwingsconcentratie van de planlocatie wordt in deze situatie afgerond middels een boerenerf. Het boerenerf wordt vorm gegeven door een gezamenlijk erf in het midden van de 3 woningen. Hier kijken de beoogde woningen op uit en wordt de landschappelijke inpassing omheen gerealiseerd. Dit is terug te zien in het landschappelijk inpassingsplan. Hierbij is een Ruimte-voor-ruimtekavel ingetekend naast de huidige boerderij en een Ruimte-voor-ruimtekavel aan het einde van de oprit. Tussen beide Ruimte-voor-ruimtekavels in zal een doorgang worden gecreëerd zodat het achterliggende grasland, wat wordt verpacht aan derden, toegankelijk blijft voor de bewerking ervan.

Pagina 8 van 51

Afbeelding 4: Situatieschets beoogde situatie met boerenerf

Pagina 9 van 51

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het initiatief wordt getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.1. Rijksbeleid

3.1.1. Ladder duurzame verstedelijking

In geval van stedelijke ontwikkeling moet de Ladder voor duurzame verstedelijking worden toegepast. Deze is wettelijk vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toepassing van de ladder is verplicht voor opgaven die nieuwe stedelijke ontwikkelingen, gebaseerd op een regionale behoefte, mogelijk moeten maken. In het Bro wordt een stedelijke ontwikkeling als volgt gedefinieerd:

‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’ Het initiatief betreft het omzetten van een (voormalige) bedrijfswoning naar een burgerwoning. Voor een stedelijke ontwikkeling met betrekking tot wonen geldt dat deze pas ladderplichtig is wanneer in de woningbouwlocatie 12 woningen worden gerealiseerd. In de beoogde situatie wordt de bestaande bedrijfswoning herbestemd naar een burgerwoning en worden 2 Ruimte-voor-ruimtekavels bijgevoegd. Toepassing van de ladder is daarom niet nodig. 3.2. Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie, Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.2.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is: ‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald.

Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is: ‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’

Pagina 10 van 51

Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan. Door een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de planlocatie wordt ook een positieve bijdrage geleverd aan de leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting het einddoel van 2050. Het initiatief past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.

3.2.2. Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014

De Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie ruimtelijke ordening. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en in werking getreden op 19 maart 2014. De Structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie is vertaald in de regels van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Volgens de structurenkaart, zie Afbeelding 5, ligt de planlocatie in het gemengd landelijk gebied en is aangeduid alszijnde ‘zoekgebied verstedelijking’. In het gemengde landelijke gebied vindt een vermenging van functies plaats. Naast het gebruik van de gronden ten behoeve van de land- en tuinbouw, is er ook plaats voor natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Omdat de locatie in het gemengde landelijk gebied ligt, hanteert de provincie het multifunctionele gebruik als uitgangspunt.

Deze beoogde ontwikkeling, namelijk een woonfunctie, is dus onderdeel van een multifunctioneel gebied. Er vinden naast de bestaande woonfunctie, kleinschalige stedelijke functies, waterfuncties en natuur plaats Het initiatief past daarom binnen de uitgangspunten van de Sv 2014. De ontwikkeling gaat gepaard met een landschappelijke inpassing waardoor de bestaande landschappelijke kwaliteiten van het gemengd landelijk gebied in de omgeving behouden en versterkt worden. Ook worden de belangrijke natuur-, bodem- en waterfuncties gerespecteerd, denk hierbij aan waterbehoud door gebruik te maken van een retentievoorziening. Daarom sluit het initiatief aan bij de ambitie van de provincie voor het gemengd landelijk gebied.

Afbeelding 6: Uitsnede structurenkaart

Pagina 11 van 51

3.2.3. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De laatste versie van de Iov is op 15 april 2022 door Provinciale Staten vastgesteld. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveau’s zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2.

Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waarin de planlocatie ligt. In dit geval ligt de planlocatie in de werkingsgebieden ‘Verstedelijking afweegbaar’ en ‘(Gemengd) landelijk gebied’ en heeft het de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’ (zie afbeelding 7).

Afbeelding 7: Uitsnede integrale plankaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

De regels omtrent ‘stalderen’ en ‘beperkingen veehouderij’ zijn voor de beoogde ontwikkeling niet van toepassing, omdat het in de gewenste situatie geen (uitbreiding van een) veehouderij betreft. Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: ▪ zorgvuldig ruimtegebruik; ▪ de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; ▪ meerwaardecreatie.

Pagina 12 van 51

Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De beoogde ontwikkeling vindt grotendeels plaats binnen bestaand ruimtebeslag. Enerzijds wordt de bestaande agrarische bedrijfswoning met bijgebouw omgezet naar een woonbestemming. Anderzijds vindt de ontwikkeling plaats binnen een gebied dat is aangeduid als een kernrandzone oftewel een bebouwingsconcentratie, zoals opgenomen in de structuurvisie van de gemeente Gilze en Rijen. Hier zijn de nieuwe (Ruimte-voor-Ruimte) woningen gepland.

Binnen een bebouwingsconcentratie/kernrandzone is het toevoegen van twee Ruimte-voor-Ruimte woningen onder voorwaarden toegestaan. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: ▪ de ondergrond ▪ de netwerklaag ▪ de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting.

Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door de herbestemming van een agrarisch bedrijf naar een woonbestemming die landschappelijk wordt ingepast en waarbij overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Hierdoor wordt leegstand en verval van deze bebouwing voorkomen. Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud

Pagina 13 van 51

of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Gilze en Rijen is het afsprakenkader van de regio hart van Brabant van toepassing. Hierin is de ontwikkeling aangemerkt als een categorie 2 ontwikkeling aangezien er in de beoogde situatie circa maximaal 500 m 2 bebouwing resteert (bestaande woonhuis en bijgebouw van 400 m2 middels toepassing van de sloopkwaliteitsregeling voor het handhaven van een bijgebouw). Hierbij volstaat een goede landschappelijke inpassing. Voor de realisatie van de Ruimte-voor Ruimte woningen wordt voldoende kwaliteitswinst behaald en deze ontwikkeling valt dan ook niet binnen een categorie. Hierbij volstaat ook enkel een goede landschappelijke inpassing. Hiervoor is een stedenbouwkundige- en landschappelijke inpassingsschets opgesteld welke is opgenomen in de bijlage. De aanleg en instandhouding van deze landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd door de opname van een bepaling in de regels van het bestemmingsplan.

De beoogde ontwikkeling is derhalve in overeenstemming met artikel 3.9 van de Iov.

Wonen (artikel 3.69 lid d)

Voor de bestaande bedrijfswoning betekend de ontwikkeling dat deze wordt herbestemd als burgerwoning. Hiervoor is in de Iov in artikel 3.69 lid d het volgende opgenomen. Een bestemmingsplan gelegen in het landelijk gebied kan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, indien verzekerd is dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. In de beoogde situatie vindt er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaats, aangezien de huidige agrarische bedrijfswoning enkel wordt omgezet in een burgerwoning. Verder wordt de overtollige bebouwing gesloopt en wordt enkel de opslagloods behouden middels de sloopkwaliteitsregeling voor het handhaven van een bijgebouw. Het initiatief past dus binnen de regelgeving omtrent wonen in het buitengebied.

Ruimte-voor-ruimte (artikel 3.79)

Ten behoeve van de ontwikkeling van een nieuwe woning in het buitengebied middels Ruimte-voorruimte zijn in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regels opgenomen. De regels voor de te ontwikkelen Ruimte-voor-Ruimte kavels zijn te vinden onder artikel 3.79. Lid 1: Een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling:

a. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit ;

er wordt gebruikt gemaakt van de ontwikkelingsmaatschappij, er zijn een ruimte voor ruimte titels aangekocht zodat de nieuwe woningen gebouwd kunnen worden.

b. op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit , derde Lid

er is sprake van een aanvaardbare locatie als de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt. De locatie in de structuurvisie van de gemeente Gilze en Rijen opgenomen als onderdeel van een buurtschap in Gilze-zuid. Dit valt onder een bebouwingsconcentratie.

c. past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77.

in artikel 3.77 van de Iov zijn regels opgenomen om aan te geven wanneer iets binnen de ontwikkelingsrichting van een gebied past. Deze regels worden hieronder verder toegelicht.

a. welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; b. welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in

Pagina 14 van 51

Afdeling 3.2 Basis op orde , mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; c. op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap ; en d. op welke wijze de sloop van overtollige bebouwing wordt gerealiseerd.

De gemeente heeft een gebiedsgerichte benadering opgesteld, deze is hieronder opgenomen en aan getoetst.

De Horst 28 in Gilze is gelegen in de kernrandzone van de kern Gilze. Op dit adres speelt een ontwikkeling, waarbij de agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming en twee ruimte-voor-ruimte woningen worden gerealiseerd. Om de ontwikkeling integraal te benaderen en te voldoen aan provinciaal beleid (art. 3.77 lid 1 onder a) heeft gemeente Gilze en Rijen, in het kader van het bestemmingsplan Horst 28, Gilze een eerste aanzet gemaakt tot een gebiedsgerichte benadering. De gemeente Gilze en Rijen heeft de kernrandzone in Gilze in zowel haar structuurvisie van het buitengebied als het stedelijk gebied beschreven. In deze gebiedsgerichte benadering wordt het beleid van deze twee structuurvisies voor de kernrandzone opgesomd en geactualiseerd welke activiteiten en functies passen in de omgeving.

Figuur 1: Uitsnede visiekaart Gilze zuid (Structuurvisie stedelijk gebied Gilze en Rijen, 2015)

Structuurvisie In de structuurvisie Gilze en Rijen Buitengebied (2008) wordt deze zone aangeduid als kernrandzone die in agrarisch verbredingsgebied ligt. Het agrarisch verbredingsgebied vormt de buffer tussen het agrarische gebied aan de ene kant en aan de andere kant de kernen. De beleidslijnen zijn in deze zone als volgt uiteengezet: behoud en ontwikkeling van verschillende karakteristieke landschappen; verplaatsen dan wel reduceren van het aantal intensieve veehouderijbedrijven; behoud en ontwikkeling van de duurzame, grondgebonden landbouw, binnen de context van natuur en landschap; onder voorwaarden bieden van agrarische neven- en vervolgfuncties, zoals kleinschalige dagen verblijfsrecreatie, waarbij een genuanceerd beleid wordt gevoerd; realisatie van de ecologische verbindingszones in combinatie met beekherstel.

Pagina 15 van 51

Vanuit de structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen (2019) zijn de volgende aanvullingen op bovenstaande beleidslijnen: dat de radiale wegenstructuur vanuit de kern niet volgroeit met bebouwing. Zo wordt voorkomen dat het buitengebied dichtslibt met bebouwing; dat het kleinschalige karakter van het landschap behouden blijft. De vele bomenrijen en andere landschapselementen maken Gilze-Zuid tot een kleinschalig landschap met zijn eigen landschappelijke kwaliteiten; dat het snoer van buurtschappen, dat als het ware in een kring rondom Gilze ligt, intact blijft en de kenmerken ruimtelijke structuur van buurtschappen en erven behouden blijft. Belangrijk hierbij is dat we het kleinschalige karakter van de buurtschappen, erven en landschap behouden. We willen dat de buurtschappen en erven ruimtelijk zelfstandig blijven liggen en niet vastgroeien aan andere buurtschappen, erven, bebouwingslinten, bebouwingsclusters of de bebouwde kom; dat de buurtschappen, erven en nieuwe woningbouwontwikkelingen worden ontsloten door middel van een ontsluiting langs de zuidrand van Gilze. Belangrijk hierbij is dat de verkeersontsluiting zorgvuldig wordt ingepast in het kleinschalige karakter van het landschap en de bestaande wegenstructuur. Middels bovengenoemde beleidslijnen voor de kernrandzone Gilze zuidwest beschikt de gemeente Gilze en Rijen over een gebiedsgerichte visie.

Daarnaast werken de visies ook met thematische benaderingen zoals wonen, werken, recreatie en het landschapstype. Thema wonen Algemene nieuwbouw van woningen is in het buitengebied uitgesloten. Hierbij zijn wel twee uitzonderingen opgenomen, namelijk op basis van extra woningen in cultuurhistorische panden en extra woningen middels rood-voor-rood/groen regeling. De rood-voor-rood/rood-voor-groen regeling zijn instrumenten die beogen de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te vergroten. De instrumenten bieden in ruil voor kwaliteitsverbetering een tegenprestatie in de vorm van het toestaan van woningbouw. Wanneer initiatieven woningen willen toevoegen in het buitengebied moeten ze in ieder geval gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering. Naast deze regelingen is er in de structuurvisie ook een tabel opgenomen waarin staan welke vervolgfuncties bij agrarische bedrijven zijn toegestaan. De vervolgfunctie wonen is bij een agrarisch bedrijf in de kernrandzone na planwijziging toegestaan, hierbij is de maximale oppervlakte de bestaande bebouwing. In de kernrandzone ligt ook de uitbreidingswijk het Laarspad. In deze wijk komen 64 nieuwbouwwoningen. Hoevelandschap Het gebied rond de kern van Gilze met uitzondering van de noordzijde wordt aangemerkt als hoevelandschap.

Het gebied betreft clusters van boerderijen en bebouwing met daartussen open en soms bol gelegen weide- en akkercomplexen, een waaiervormig wegenpatroon en verspreid staande bomen of boomgroepen. Het landschap heeft hierdoor een meer besloten karakter, waardoor het zich onderscheidt van de overige delen van Gilze en Rijen. Om de kenmerken van het hoevenlandschap te beschermen gelden in dit gebied de volgende aanvullende beleidslijnen: -

behoud van het reliëf in het landschap (bolle weide- akkercomplexen); behoud en herstel van bestaande structuur in het landschap gevormd door de wegen- en beplantingsstructuur.

Niet-agrarische vervolgfuncties bij voormalige agrarische bedrijven (VAB) Vanwege de ontwikkelingen die spelen in de agrarische sector, is het waarschijnlijk dat ook in de komende periode een aantal agrarische bedrijven wordt beëindigd. De vrijkomende bedrijfsgebouwen zijn onder andere gewild voor bewoning en niet-agrarische bedrijfsactiviteiten. De vervolgfuncties die onder voorwaarden toelaatbaar zijn, zijn de volgende: wonen/hobbyfuncties; inpandige opslag en stalling van agrarische producten in de bestaande bebouwing; paardenafrichtingsbedrijf; paardenstalling/pensionstalling/stalhouderij

Pagina 16 van 51

-

veearts/hoefsmederij/KI-station ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten; recreatief nachtverblijf/kampeerboerderij/trekkershutten manege/paardrijschool; kleinschalige horecagelegenheid/dagrecreatie; sociale functie; kinderopvang; museum/tentoonstelling inpandige statische voluminieuze opslag en stalling van niet agrarische producten/werktuigen/voertuigen in bestaande bebouwing; opslag en stalling van recreatieve vervoermiddelen; overige niet-agrarische bedrijven (categorie 1 en 2) met uitzondering van horecabedrijven.

Conclusie gebiedsgerichte benadering Horst 28 In het principebesluit Horst 28 is op 21 september 2021 door het college van Gilze en Rijen besloten dat ze onder voorwaarden willen meewerken aan het initiatief om aan de Horst 28 de bestaande agrarische bedrijfswoning te herbestemmen naar een burgerwoning en twee ruimte-voor-ruimte woningen te realiseren. Dit past in de gebiedsgerichte benadering, omdat: De vervolgfunctie wonen is passend bij een voormalig agrarisch bedrijf; De ruimte-voor-ruimte woningen kunnen door middel van de rood-voor-roodregeling gerealiseerd worden en middels een kwaliteitsverbetering wordt hier meerwaarde door gecreëerd; Middels een landschappelijke inpassing waarbij bomenrijen worden gerealiseerd, wordt aangesloten op de bestaande structuur van het landschap en wordt deze verbeterd. Op deze manier wordt namelijk de zelfstandige structuur van het buurtschap behouden; Daarnaast zorgt de landschappelijke inpassing en het besloten boerenerf opzet dat de ontwikkelingen aan de Horst 28 niet aaneengesloten raken met de nieuwbouwwijk het Laarspad en dat hier een buffer wordt gecreëerd tussen de kern Gilze en de kernrandzone Gilze zuidwest. Zoals in de conclusie al is opgenomen voldoet de ontwikkeling aan de gebiedsgerichte benadering.

Dit om dat er in de beoogde situatie ruimte-voor-ruimte woningen geplaatst op het perceel van initiatiefnemer, hierbij wordt een oude stal gesloopt om ruimte te creëren voor de woningen. De effecten die de ontwikkeling zal hebben op de omgeving worden in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. Om de omgevingskwaliteit te versterken wordt de locatie landschappelijk ingepast, zo vindt er een verbetering van het landschap en de omgeving plaats. Dit houdt in dat de typerende kenmerken uit het gebied terug zullen komen in de ontwerpen en dat de kwaliteiten van het landschap terug zullen keren door middel van architectuur van het gebouw en/of aanplant van het gebiedseigen beplanting. De ontwikkeling van twee Ruimte-voor-ruimtekavels kan worden toegestaan middels aankoop van twee bouwtitels. De Ruimte-voor-ruimtetitels zijn aangekocht bij de ontwikkelingsmaatschappij Ruimte-voorruimte. Conclusie Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisie, de gemeentelijke toekomstvisie en het bestemmingsplan.

3.3.1. Structuurvisie gemeente Gilze en Rijen

In de Structuurvisie Stedelijk gebied Gilze en Rijen, opgesteld in juni 2015, is het huidige buitengebied van Gilze-Zuid en Gilze-West gekarakteriseerd als een “hoevenlandschap”. In het westelijk deel van Gilze is sprake van grootschaligere openheid van het bouwlandcomplex, bebouwing aan de linten (Biestraat en noordelijke deel van Horst) en beplantingen aan de randen en op de erven. De planlocatie

Pagina 17 van 51

(Horst 28 te Gilze) is ten zuidwesten gelegen van Gilze. In de Structuurvisie is omschreven dat de gemeente Gilze en Rijen zuinig is op het landschap ten zuiden en westen van Gilze. Daarbij wil de gemeente de karakteristiek van het landschap overeind houden en een zachte, geleidelijke overgang creëren tussen de bebouwde kom en het buitengebied. De planlocatie grenst echter aan een nieuw te bouwen Ruimte-voor-ruimtewoonwijk. Hierdoor dient de planlocatie rekening te houden met het landschap, aangezien de planlocatie niet als een geheel moet worden gezien met de nieuw te bouwen Ruimte-voor-ruimtewoonwijk. De planlocatie is gelegen in het karakteristieke landschap van Gilze en is dichtbij de bebouwde kom gelegen maar ligt nog in het buitengebied. De planlocatie is daarom geschikt om de gemeente te helpen bij het creëren van een zachte en geleidelijke overgang tussen de bebouwde kom en het buitengebied. Daarnaast beschrijft de gemeente in de genoemde Structuurvisie dat zij het belangrijk vinden om te voorzien in de woonbehoefte en dat zij willen in zetten op kleinschalige, organische ontwikkelingen die aansluiten op het landelijke karakteristiek. Op deze behoefte van de gemeente sluit de ontwikkeling op de planlocatie aan. Omdat er met de beoogde ontwikkeling twee nieuwe woningen worden gerealiseerd, hiermee wordt bijgedragen aan de groeiende woonbehoefte.

Hierbij worden de woningen landschappelijk ingepast zodat de planlocatie passend blijft binnen het landelijke karakteristiek. Ook zorgt de ontwikkeling van de twee Ruimte-voor-ruimtekavels voor een zachte, geleidelijke overgang tussen de bebouwde kom en het buitengebied. Verder zorgt het boerenerf voor een afscheiding van de nieuw te realiseren Ruimte-voor-ruimtewoonwijk en de planlocatie, zo wordt er een zachte overgang gecreëerd tussen de woonwijk en het landschap. Doordat de huizen niet aan elkaar zijn gelegen ontstaat er geen strakke grens tussen de woningen en het karakteristieke landschap, met behulp van de landschappelijke inpassing wordt gezorgd voor een geleidelijke overgang tussen de woonwijk en het landschap tussen de bebouwde kom en het buitengebied.

Afbeelding 8: Kaart Structuurvisie gemeente Gilze en Rijen Verder is te zien op bovenstaande kaart (zie afbeelding 8) dat de planlocatie is aangeduid met een rood vlakje, wat wil zeggen de gemeente het van belang vindt dat het buurtschap waarin de planlocatie is gelegen behouden blijft en ook ruimtelijk zelfstandig wordt gehouden. De nieuw te ontwikkelen Ruimtevoor-ruimtewijk (in het bestemmingsplan bekend als ‘Ruimte voor Ruimte Laarspad’) ontwikkelt een groene buffer tussen de wijk en de bebouwingsconcentratie. De ontwikkeling van de twee Ruimte-voorruimtewoningen op de planlocatie zorgen voor een zachte, geleidelijke overgang van de bebouwde kom en het buitengebied. De woningen liggen aan de grens van het buurtschap en liggen lichtjes uit elkaar. Hierdoor is er geen harde grens tussen het buurtschap en de natuur. Middels de ontwikkeling van de twee Ruimte-voor-Ruimtekavels en het boerenerf wordt de nieuwe woonwijk afgebakend van de planlocatie, dit doordat er een soort grensgebied wordt gemaakt tussen het buurtschap en de nieuwe

Pagina 18 van 51

woningen. Het boerenerf aan de Horst ligt buiten de groene buffer van het Laarspad en zorgt voort een zachte overgang tussen bebouwing en omgeving. Dit is ook te zien op de situatieschets (zie afbeelding 4). Zoals hiervoor omschreven hecht de gemeente belang aan het behoud van de buurtschappen. Er staan op de planlocatie al sinds 1928 gebouwen. Omdat er al die jaren al gebouwen hebben gestaan op de planlocatie zorgen de Ruimte-voor-ruimtekavels niet voor het verminderen van het landschap. De ruimte-voor-ruimte woningen zullen deel uit maken van het buurtschap, echter zijn ze aan de rand van dit buurtschap gelegen waardoor ze zorgen voor de overgang naar het buitengebied. Het initiatief betreft een herbestemming van een agrarisch bedrijf naar een woonbestemming en het ontwikkelen van twee Ruimte-voor-ruimtekavels. Gezien voorgaande is het initiatief passend binnen de Structuurvisie van de gemeente Gilze en Rijen.

3.3.2. Toekomstvisie gemeente Gilze en Rijen

In maart 2012 heeft de gemeente Gilze en Rijen een toekomstvisie opgesteld waarmee zij richting willen geven aan het beleid van de gemeente in de periode tot 2025. In deze toekomstvisie geeft de gemeente aan dat zij het mooie landschap, met zijn authentieke boerderijen en de aanwezige natuurwaarden willen waarborgen. De gemeente geeft tevens aan dat zij verrommeling van het landschap wil voorkomen. Landschappelijke inpassing van bouwwerken en (nieuwe) bedrijfsactiviteiten heeft hoge prioriteit. Het omzetten van de agrarische bedrijfslocatie in een woonbestemming zorgt ervoor dat verrommeling van het landschap wordt tegengegaan. Daarnaast zorgt deze herbestemming ervoor dat de huidige boerderij als woning wordt behouden. Verder geeft de gemeente Gilze en Rijen in de toekomstvisie aan dat zij willen inspelen op een behoefte van veel mensen. Daarom moet het woningaanbod gevarieerd zijn: van betaalbare woningen en appartementen voor jonge gezinnen en ouderen tot exclusieve woonvormen. Aangezien de gemeente bezig is met het ontwikkelen van een nieuwe woonwijk, nabij de planlocatie, past de ontwikkeling van twee Ruimte-voor-ruimtekavels goed bij de toekomstvisie van de gemeente. In de nieuw te bouwen woonwijk worden volgens het bestemmingsplan ‘Ruimte voor Ruimte Laarspad’ maximaal 57 woonkavels gerealiseerd, waarvan 34 Ruimte-voor-ruimtekavels.

De ontwikkeling zorgt voor het realiseren van twee nieuwe woonkavels. Deze zijn passend binnen de maximale hoeveelheid te realiseren woonkavels en sluit dus aan bij de toekomstvisie. Bovendien wordt met dit initiatief het agrarisch bedrijf opgeheven en wordt de huidige boerderij behouden. Hierbij wordt een stal gesloopt waardoor verrommeling van het landschap wordt voorkomen. Het initiatief sluit aan bij de toekomstvisie omdat er wordt gezorgd voor een vergroting van de hoeveelheid beschikbare woningen in het buurtschap, hierdoor wordt er ingespeeld op de woningbehoefte. Verder blijft de originele boerderij aanwezig en zal tevens gebruikt worden als normale woning. Met behulp van de sloop van de stal en de landschappelijke inpassing wordt er gezorgd dat de natuurwaarden behouden worden. Gezien voorgaande sluit het initiatief aan bij de Toekomstvisie van de gemeente Gilze en Rijen.

3.3.3. Woonvisie gemeente Gilze en Rijen

Op 7 november 2019 is de eindversie van de woonvisie van de gemeente Gilze en Rijen vastgesteld. De rode draad van de visie is dat de inwoners van de gemeente zich welkom en fijn voelen in de wijk en in hun eigen huis. Om dit te bereiken wordt er door de gemeente ingezet op vitaliteit en leefbaarheid van de kernen, het betaalbaar houden van woningen, het aanpakken van de verduurzamingsopgave en wordt er samengewerkt aan de uitvoering tussen wonen, zorg en welzijn. In de komende jaren wil de gemeente een inhaalslag doen in de nieuwbouw om te voorzien in de woningbehoefte van de gemeente. Er staat druk op de woningmarkt waardoor het nodig is om de woningproductie te versnellen. Dit houdt in dat er de komende 5 jaar circa 125 tot 150 woningen per jaar gebouwd zullen worden.

Pagina 19 van 51

De beoogde ontwikkeling voor het realiseren van twee nieuwbouwwoningen past dus binnen de woonvisie van de gemeente Gilze en Rijen.

3.3.4. Sloopkwaliteitsregeling

De gemeente Gilze en Rijen heeft een sloopkwaliteitsregeling opgesteld waardoor het mogelijk is om als burger, wonende in een burgerwoning, een groter bijgebouw te kunnen bouwen, dan mogelijk is volgens het bestemmingsplan. Deze sloopkwaliteitsregeling is vastgesteld door de ABG-gemeenten in februari 2021. Voor de gemeente Gilze en Rijen geldt dat op basis van het bestemmingsplan in beginsel het maximum oppervlak aan bijgebouwen is gesteld op 100 m2. Voor de ABG-gemeenten geldt dat deze oppervlaktemaat aan bijgebouwen met een sloopkwaliteitsregeling kan oplopen tot maximaal 400 m². Ook bevatten deze bestemmingsplannen wijzigingsbevoegdheden die eveneens een maximum stellen aan bijgebouwen bij woningen. De gemeente Gilze en Rijen werkt met een basis oppervlaktemaat aan bijgebouwen die toegestaan is bij woningen. Deze basismaat betreft 200 m2. Indien men een totaal oppervlak aan bijgebouwen wil hebben dat hoger is dan deze basis oppervlaktemaat dan dienen deze ‘extra meters’ via de sloopbank gecompenseerd te worden. Om te voorkomen dat per saldo net zo veel teruggebouwd wordt als dat er gesloopt wordt, wordt een ratofactor van 2 ingevoerd. Er moet dus twee keer zo veel meters gesloopt worden dan men aan ‘extra meters’ wil realiseren/laten staan. De bovengrens voor het maximum aantal bijgebouwen bij woningen is gesteld op 400 m².

Initiatiefnemer is voornemens zijn agrarische bedrijfsactiviteiten te beëindigen en zijn locatie te herbestemmen naar ‘wonen’. Daarbij moet overtollige bebouwing worden gesloopt. Initiatiefnemer zal de huidige opslagloods en garage behouden, deze zijn in totaal 400 m2. De overige bebouwing wordt gesloopt. Voor het behoud van de extra 200 m2 aan bijgebouwen brengt initiatiefnemer 400 m2 (200m2 x ratofactor 2) in uit zijn eigen sloopmeters. De overige meters zal initiatiefnemer inbrengen in de sloopbank om zo de sloopkosten te kunnen terugverdienen. Hieronder is een overzicht weergegeven van de overige bebouwing die gesloopt wordt met de bijbehorende meters. Gebouw

Oppervlakte

Gesloopte meters

Melkstal 1973 Melkstal 1990 Opslagloods Garage Totaal

576,5 406,8 456,3 36,9

576,5 406,8 93,2 0 1076,5 m2

Behouden meters 0 0 363,1 36,9 400 m2

De opslagloods heeft een oppervlakte van 363 m2, in onderstaande tabel wordt weergegeven waar deze ruimte voor gebruikt wordt. Gebouw Opslagloods Opslagloods Opslagloods

Functie Werktuigen, tractoren, gereedschap ten behoeve van bewerking overige gronden Zithoek Privéopslag maaier en tuingereedschap

Oppervlakte 303 m2 35 m2 25 m2

3.3.5. Bestemmingsplan

Zoals al in de inleiding van deze toelichting beschreven is voor de planlocatie het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, aldus vastgesteld d.d. 1 juli 2013. Binnen het plangebied zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming: ‘Agrarisch’ - Dubbelbestemming: ‘Waarde - Archeologie’ - Dubbelbestemming: ‘Waarde – Landschap – 4’ - Bouwvlak: ‘Bouwvlak’ - Gebiedsaanduiding: ‘ihcs – 1’

Pagina 20 van 51

-

Gebiedsaanduiding:

‘overig – kernrandzone’

Afbeelding 10: Uitsnede bestemmingsplan Conform het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Gilze en Rijen, is op de locatie Horst 28 een bouwvlak aanwezig voor een agrarisch bedrijf. De locatie heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch’. De omliggende gronden zijn ook bestemd als ‘Agrarisch’. Tevens rust op de planlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde-landschap-4’. Deze dubbelbestemming ziet op het behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het hoevenlandschap te weten: - Het besloten karakter; - De clusters van bebouwing met daartussen open, soms bol gelegen weide – en akkercomplexen; - Het waaiervorming wegenpatroon; - De verspreid staande bomen en boomgroepen; - Het reliëf. Deze dubbelbestemming sluit aan op de planlocatie. De locatie is reeds gelegen binnen het hoevenlandschap, hierdoor zijn er al typerende landschapswaarden aanwezig. Verder wordt de planlocatie landschappelijk ingepast zodat er bij het hoevenlandschap en de dubbelbestemming wordt aangesloten. Dit is op de situatieschetsen (afbeelding 4) te zien, rondom de planlocatie worden bomen aangeplant die verspreid zijn ingetekend. De beoogde ontwikkeling is niet passend binnen het huidige bestemmingsplan. Binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan zijn tevens geen mogelijkheden om de agrarische bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning.

Ook is er geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de beoogde situatie te kunnen realiseren. Om deze reden wordt een herziening van het bestemmingsplan voorbereid. De regels van deze herziening zullen zo veel mogelijk aansluiten bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, aldus vastgesteld d.d. 1 juli 2013.

Pagina 21 van 51

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1. Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder wijzigingsplannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: • Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden; • Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten. Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.3 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden.

Op basis van deze paragraaf kan worden geconcludeerd dat onderhavige ontwikkeling, de herbestemming van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming, geen nadelige effecten heeft op Natura 2000- gebieden. Ten aanzien van het tweede criterium is een plan kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.(beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de Cof D-lijst van het Besluit m.e.r. Onderhavig initiatief, het herbestemmen van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming is niet opgenomen in de C- of D-lijst, er is geen sprake van een toekomstige m.e.r. plichtige activiteit. Dus is er geen plicht tot een milieueffectrapportage of tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling. 4.2. Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen.

In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: ▪ Beschrijving waterrelevant beleid; ▪ Bestaande waterhuishoudkundige situatie; ▪ Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

4.2.1. Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van

Pagina 22 van 51

een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Omgevingsvisie en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De belangrijkste aspecten zijn: Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; Een betere waterveiligheid door preventie; Koppeling van waterberging en droogtebestrijding. Zoals te zien in afbeelding 11 en reeds uiteen is gezet in paragraaf 3.2.3, liggen er binnen de Iov geen werkingsgebieden voor wat betreft het aspect water op de planlocatie. Er zijn derhalve geen voorwaarden waar in het kader van de Iov aan getoetst dient te worden.

Afbeelding 11: Uitsnede kaart Iov 'grondwaterbescherming en waterveiligheid en -berging'

De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat, is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieuen Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige ‘PWP 2010-2015’ en het ‘Provinciale Milieuplan 2012-2015’. Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd gaat het PMWP voor: ▪ Voldoende water voor mens, plant en dier; ▪ Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); ▪ Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; ▪ Verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend. Zoals weergegeven is in afbeelding 12 heeft de planlocatie in het PMWP de waterhuishoudkundige functie ‘Water voor het gemengd landelijk gebied’ toegekend gekregen.

Deze aanduiding komt overeen met de aanduiding ‘gemengd landelijk gebied’ uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het waterbeheer richt zich op een goede waterhuishouding voor een duurzame en concurrerende landbouw. Randvoorwaarden zijn de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en afstemming met de maatregelen voor de Natura 2000-gebieden en de Natte natuurparels. Voor het overige geldt geen specifiek beschermingsbeleid.

Pagina 23 van 51

Afbeelding 12: Uitsnede PMWP kaart 1 gezondheid

Op de kaart 2 en 3 behorende bij de PMWP heeft de planlocatie geen aanduiding gekregen. Volgens het beleidskader van de PMWP is dus geen specifiek beschermingsregime van toepassing binnen de planlocatie. Hiermee past het initiatief binnen het beleidskader van de PMWP. Waterschap De doelstelling van het waterbeheerplan Brabantse Delta (2022-2027): Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. In 2050 is Nederland aangepast om de negatieve gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Ambitie: Samen werken met de omgeving aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap voor de regio Midden- en West-Brabant. Belangrijke onderwerpen waarvoor het Brabantse Delta doelen voor opgesteld heeft: Water voor duurzame ontwikkeling; Het realiseren van de ambities wordt bereikt aan de hand van zes beleidskeuzes: 1. Water als drager voor een vitale regio 2. Evenwicht in het water- en bodemsysteem 3. We werken samen 4. We werken duurzaam 5. We werken veerkrachtig en vernieuwend 6. We prioriteren op basis van verplichtingen en mogelijkheden Waterveiligheid; De waterveiligheid wordt verbeterd door het verkleinen van de kans op overstroming én het verkleinen van de mogelijke gevolgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13078695/1