Bijlage 1 Ambitiedocument (her)programmering bedrijventerreinen in lijn met economisch toekomstbeeld HvB (1137330)
Tekst van het document
Effecten van inzet op toekomstbeeld De aanpassing van de werkgelenheidscijfers is tweeledig: 1. Aanpassing door productiviteitsgroei met human centered innovation: De kwaliteitsimpuls van de voedingsmiddelenindustrie zit voornamelijk in het verhogen van de toegevoegde waarde per baan. De sector is nu nog voor een groot deel afhankelijk van relatief goedkope (veelal laaggeschoolde en vaak internationale) arbeidskrachten. Door groei van de arbeidsproductiviteit door robotisering/automatisering neemt de toegevoegde waarde van per baan toe. Dit zal een matigend effect hebben op de werkgelegenheidsgroei. Opgemerkt wordt wel dat in de beleidsneutrale banenprognose de groei al aanzienlijk lager ligt dan in de voorbijgaande jaren. 2. Aanpassing door inzet op partijen die bijdrage leveren aan brede welvaart: De inzet op versterken van de sector kan ook een positief effect hebben op de bedrijvigheid en werkgelegenheid van de sector. De sector biedt volop kansen voor innovatie en verduurzaming, met name op het gebied van circulaire processen, het hergebruik van reststromen en het terugdringen van energieen waterverbruik. Gezien de geraamde afname (en het afnemend belang) van de sector in de beleidsneutrale raming is een versterking van de werkgelegenheid kansrijk/mogelijk.
25
Tabel b1.3: Voorstel aanpassing werkgelegenheidsprognose in voedingsmiddelenindustrie (groei/jaar) Feitelijke ontwikkeling 2,3% 2014-2023:
Beleidsneutrale raming
5.000
Raming Laag
Raming Hoog
4.000
t/m 2030
2031 t/m 2040
t/m 2030
2031 t/m 2040
3.000
-0,7%
-0,6%
-0,7%
2.000
-0,7%
Aanpassing door productiviteitsgroei met human centered innovation18
-0,3%
Aanpassing door inzet op partijen die bijdrage leveren aan brede welvaart
0,5%
Herijkte raming
Figuur b1.4: Voedingsmiddelenindustrie in Hart van Brabant: feitelijke ontwikkeling werkgelegenheid, beleidsneutrale banenprognose en beleidsrijke banenprognose
-0,3%
0 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040
1%
Feitelijke ontwikkeling
Beleidsneutrale lage prognose
Beleidsneutrale hoge prognose
Beleidsrijke lage prognose
Beleidsrijke hoge prognose
-0,7
-0,5%
-0,6%
-0,0%
Terreinquotiënt Huidige situatie Het terreinquotiënt van de sector bedraagt 267 m² per baan. Daarmee ligt het terreinquotiënt op het (ongewogen) gemiddelde terreinquotiënt voor deze sector van de vier Brabantse regio. Uitgangspunten in de beleidsneutrale raming Tot en met 2040 wordt een toename van het terreinquotiënt verwacht van gemiddeld 0,8% per jaar. Een sterk positieve invloed van digitalisering (robotisering / automatisering) is daarin meegenomen. Ook is rekening gehouden met sterk positieve invloed van de transitie naar een circulaire economie. 18
1.000
Effecten van inzet op toekomstbeeld Evenals bij de sector logistiek en groothandel kent de voedingsmiddelenindustrie in het toekomstbeeld twee tegengestelde ontwikkelingen voor het terreinquotiënt: 1. inzet op ruimte-intensivering door bijvoorbeeld verticale productie leidt tot een lager terreinquotiënt. De mogelijkheid tot intensivering door middel van stapeling is echter beperkter dan in de sector logistiek en groothandel doordat deze sector vaak complexe, kapitaalintensieve productieprocessen kent die hier minder geschikt voor zijn. De kansen liggen vooral in de ondersteunende functies, zoals kantoren, opslag en parkeren.
Cellen voor 2030 zijn leeg ivm de beperkte mogelijkheid voor beleidsinzet
26
2. inzet op innovatie/stijging arbeidsproductiviteit heft dit deels op (met minder mensen produceren we nog evenveel, met hetzelfde totale ruimtegebruik, dus meer ruimte per persoon) Stec gaat per saldo uit van een stijgend terreinquotiënt. Voor de periode na 2030 wordt een kleinere toename voorzien dan voor de periode daarvoor (door effectief grondgebruik). Met beleidsinzet is een lagere groei ook op termijn wel mogelijk. Er is daarom een kleine aanpassing doorgevoerd. Tabel b1.4: Voorstel aanpassing terreinquotiënt in voedingsmiddelenindustrie (groei/jaar) T/m 2030 Beleidsneutrale raming
2031 t/m 2040
1,1%
0,5%
Aanpassing door inzet groei arbeidsproductiviteit
0%
0%
Aanpassing door inzet op stapeling
0%
-0,3%
1,1%
0,2%
Herijkte raming
27
1.3 Overige maak- en procesindustrie Werkgelegenheid Historische ontwikkeling en huidige situatie In 2023 telt de overige maak- en procesindustrie 11.150 banen. Bekende grote bedrijven zijn bijvoorbeeld Ardagh Glass, Tarkett, Ecco Tannery en Elho. Tussen 2014 en 2023 groeide de werkgelegenheid in deze sector (0,7%/jaar), aanzienlijk minder sterk dan de gemiddelde groei van de totale werkgelegenheid in de regio (2,1%/jaar). In dezelfde periode is op landelijk niveau de totale werkgelegenheid afgenomen in deze sector met 0,2%/jaar. De sector groeit in Hart van Brabant in nationaal perspectief dus relatief sterk. Uitgangspunten in de beleidsneutrale raming De beleidsneutrale raming gaat uit van een afname van de werkgelegenheid tot 2040 (met 1% en 0,7% per jaar). Deze afname komt door grenzen aan de groei door beperkte groei van de potentiële beroepsbevolking. Ook door digitalisering en automatisering (met groei van de arbeidsproductiviteit tot gevolg) zal de werkgelegenheid in deze sector afnemen. Evenals in het recente verleden zal de sector binnen de regio in de beleidsneutrale prognose minder positief ontwikkelen dan de volledige regionale werkgelegenheid. Effecten van inzet op toekomstbeeld De aanpassing van de werkgelenheidscijfers is tweeledig: 1.
Aanpassing door productiviteitsgroei met human centered innovation: De groei van de arbeidsproductiviteit zal beperkter zijn dan in de andere sectoren. De bedrijfsprocessen zijn vaak al vergaand geautomatiseerd, worden met sensoren gemonitord en verdere arbeidsbesparing is maar beperkt mogelijk (er moeten bijvoorbeeld tenminste twee mensen in de nachtdienst werken en dat is nu ook al zo). De beleidsneutrale raming houdt ook al rekening met een groei van de productiviteit; het voorstel is daarom een kleine afname door te voeren.
2. Aanpassing door inzet op partijen die bijdrage leveren aan brede welvaart: De overige maak- en procesindustrie is een van de sterke, dragende sectoren van de regionale economie. Er liggen kansen voor deze sector om bij te dragen aan de grote transities van deze tijd, zoals de energietransitie en transitie naar de circulaire economie. Voor de toekomstbestendigheid van deze sector is een kwaliteitsimpuls nodig. De inzet op het versterken van deze sector zal een minder grote afname van de werkgelegenheid betekenen dan in de beleidsneutrale raming opgenomen. Tabel b1.5: Voorstel aanpassing werkgelegenheidsprognose in overige maak- en procesindustrie (groei/jaar) Feitelijke ontwikkeling 2014-2023:
Beleidsneutrale raming
Raming Laag
Raming Hoog
t/m 2030
2031 t/m 2040
t/m 2030
2031 t/m 2040
-1,0%
-1,0%
-0,6%
-0,7%
Aanpassing door productiviteitsgroei met human centered innovation
-0,3%
-0,3%
Aanpassing door inzet op partijen die bijdrage leveren aan brede welvaart
0,5%
0,8%
Herijkte raming
-1,0%
-0,8%
-0,6%
-0,2%
28
Figuur b1.5: Overige maak- en procesindustrie in Hart van Brabant: feitelijke ontwikkeling werkgelegenheid, beleidsneutrale banenprognose en beleidsrijke banenprognose 12.000 11.000 10.000 9.000 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 Feitelijke ontwikkeling
Beleidsneutrale lage prognose
Beleidsneutrale hoge prognose
Beleidsrijke lage prognose
Beleidsrijke hoge prognose
Terreinquotiënt Huidige situatie Het terreinquotiënt van de sector bedraagt 245 m²per baan. Daarmee ligt het terreinquotiënt op een gemiddelde terreinquotiënt van de vier Brabantse regio. Uitgangspunten in de beleidsneutrale raming In de beleidsneutrale raming wordt uitgegaan van een groei van 1,2%/jaar tot 2040. In deze prognose is rekening gehouden met groei van de ruimtebehoefte per baan door digitalisering/robotisering. Stec benoemt dat er op langere termijn wel kansen zijn voor efficiënter grondgebruik waardoor het terreinquotiënt na 2030 minder sterk zal toenemen.
Effecten van inzet op toekomstbeeld Evenals bij de sector logistiek en groothandel en de voedingsmiddelenindustrie zijn in het toekomstbeeld twee tegengestelde ontwikkelen voor het terreinquotiënt 1. inzet op ruimte-intensivering door bijvoorbeeld verticale productie leidt tot een lager terreinquotiënt. Overigens is dit minder gemakkelijk dan bij bijvoorbeeld logistiek en groothandel doordat de proces- en maakindustrie vaak werkt met vaste installaties, zware machines of productielijnen die moeilijk te verplaatsen of te stapelen zijn. 2. inzet op innovatie/stijging arbeidsproductiviteit heft dit deels op (met minder mensen produceren we nog evenveel, met hetzelfde totale ruimtegebruik, dus meer ruimte per persoon) In de beleidsneutrale raming wordt er per saldo een positief effect op het terreinquotiënt verwacht; er zijn in de toekomst dus meer vierkante meters per werknemer nodig. In de periode na 2030 neemt de groei wel af doordat er de grond op termijn effectiever gebruikt kan worden. Met beleidsinzet is een lagere groei ook op termijn wel mogelijk. Er is daarom een kleine aanpassing doorgevoerd. Tabel b1.6: Voorstel aanpassing terreinquotiënt in overige proces- en maakindustrie (groei/jaar) T/m 2030 2031 t/m 2040 Beleidsneutrale raming Aanpassing door inzet groei arbeidsproductiviteit
1,6%
1,0%
0%
0%
Aanpassing door inzet op stapeling/verticale productie Herijkte raming
-0,3% 1,6%
0,7%
29
1.4 High Tech Systems and Materials (HTSM) Werkgelegenheid Historische ontwikkeling en huidige situatie Hart van Brabant telt bijna 9.500 banen in de HTSM, bijna allemaal gevestigd op bedrijventerreinen. De werkgelegenheid in de sector laat in Hart van Brabant een sterk stijgende lijn zien. De sector groeit in de regio sterker dan in Nederland. Binnen de regio Hart van Brabant groeit HTSM met bedrijven als Bosch en EQUANS - sterker dan de totale werkgelegenheid; er is dus sprake van specialisatie. Uitgangspunten in de beleidsneutrale raming Met een geprognotiseerde werkgelegenheidsafname t/m 2040 van -0,7%/jaar (zowel in scenario laag als hoog) gaan de beleidsneutrale prognoses uit van duidelijke trendbreuk ten opzichte van het recente verleden (met banengroei). De afname van de banengroei is in de prognoses economie breed terug te zien (o.a. door de teruglopende omvang van de potentiële beroepsbevolking). De afname van HTSM is echter relatief sterk: de sector groeit in de prognoses minder sterk dan de volledige regionale werkgelegenheid. Ook dat is een trendbreuk ten opzichte van recente ontwikkelingen.
De beleidsneutrale raming sluit niet aan bij de recente banenontwikkeling van de sector. Daarmee doet de beleidsneutrale banenprognose geen recht aan de economische ambitie in het toekomstbeeld. Het te voeren beleid is erop gericht om HTSM te laten doorgroeien met een verdere toename van de werkgelegenheid. Met de inzet op het economisch toekomstbeeld gaan we uit van een werkgelegenheidsgroei in de sector die gelijke trend houdt met de banenprognose van de hele regionale economie. Tabel b1.7: Voorstel aanpassing werkgelegenheidsprognose in HTSM (groei/jaar) Feitelijke ontwikkeling 2,5% 2014-2023: Raming Laag t/m 2030
Raming Hoog 2031 t/m t/m 2030 2040
2031 t/m 2040
Beleidsneutrale raming
-0,7%
-0,7%
-0,7%
-0,8%
Aanpassing door inzet op groei sector
0,5%
0,5%
1,2%
1,3%
Herijkte raming
-0,2%
-0,2%
0,5%
0,5%
Effecten van inzet op toekomstbeeld Het economische toekomstbeeld zet in op een groei van HTSM. Dat kan zijn door banentoename bij gevestigde bedrijven, bij spin-offs daarvan of nieuwe start ups/scale ups (bijvoorbeeld vanuit de Universiteit Tilburg). Er liggen ook kansen voor de aantrekking van nieuwe bedrijven door de groei van de sector in (en nabijheid van) Brainport.
30
Figuur b1.6: HTSM in Hart van Brabant: feitelijke ontwikkeling werkgelegenheid, beleidsneutrale banenprognose en beleidsrijke banenprognose 12.000 10.000
en een lagere toename in de periode daarna. Daarin is rekening gehouden met kleine plus door de transitie naar een circulaire economie. Opvallend is dat voor Zuidoost-Brabant een afname (-0,5%/jaar) van het terrein quotiënt wordt voorzien. Voor West Brabant, waar de sector al een hoog terreinquotiënt kent, wordt een sterkere groei voorzien (1,0%/jaar). Effecten van inzet op toekomstbeeld In het toekomstbeeld worden geen specifieke inzet genoemd die van invloed is op de ontwikkeling van het terreinquotiënt.
8.000
6.000
Tabel b1.8: Voorstel aanpassing terreinquotiënt in HTSM (groei/jaar) T/m 2030 2031 t/m 2040
4.000 2.000
Beleidsneutrale raming
1,1%
0,5%
Herijkte raming
1,1%
0,5%
0
2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 Feitelijke ontwikkeling Beleidsneutrale lage prognose Beleidsneutrale hoge prognose
Beleidsrijke lage prognose
Beleidsrijke hoge prognose
Terreinquotiënt Huidige situatie Het terreinquotiënt van HTSM bedraagt in Hart van Brabant 176 m²per baan. Dit is een vergelijkbaar niveau als in de regio’s Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant. In West-Brabant ligt het terreinquotiënt aanzienlijk hoger. Uitgangspunten in de beleidsneutrale raming Voor de periode t/m 2040 wordt een toename van het terreinquotiënt verwacht van 0,8%/jaar met een sterkere toename in de periode t/m 2030
31
Uitkomsten Tabel b1.9: effecten van economisch toekomstbeeld op sectoren in scenario laag en hoog Effect toekomstbeeld op ruimtebehoefte
Beleidsneutraal Laag
Hoog
Laag
Hoog
Verschil Laag
Hoog
A
B
C
D
E=C-A
F=D-B
Landbouw
1
2
1
2
0
0
Afval, energie en water
8
13
8
13
0
0
Voedingsmiddelenindustrie
1
2
0
6
-1
4
Chemische industrie
6
9
6
9
0
0
HTSM
2
0
15
36
13
36
Overige maak- en procesindustrie
12
29
10
34
-2
6
Bouw, handel en reparatie
52
77
52
77
0
0
Logistiek en groothandel
120
173
51
99
-69
-73
Consumentendiensten
15
23
15
23
0
0
Dienstverlening & ICT
14
23
14
23
0
0
Overheid, zorg en onderwijs
1
3
1
3
0
0
Totaal
234
354
175
327
-59
-27
32
Tabel b1.10: Verdeling over milieus Campus/ Gemengd innovatiedistrict stedelijk Voedingsmiddelenindustrie HTSM Overige maak- en procesindustrie
10% 25% 10%
Regulier
Grootschalige productie
40% 50% 20%
20%
Logistiek en groothandel
Grootschalige distributie (XXL > 3 ha)
Totaal
50% 25% 50%
100% 100% 100%
20%
80%
100%
Tabel b1.11: Verdeling extra/vermindering ruimtevraag over werkmilieus (absoluut) Campus/ innovatiedistrict
Gemengd stedelijk Regulier
Laag
Laag
Hoog
Hoog
Laag
Hoog
Grootschalige productie
Grootschalige distributie (XXL > 3 ha)
Totaal
Laag
Laag
Laag
Hoog
Hoog
Hoog
Voedingsmiddelenindustrie
0
0
0
0
0
2
-0
2
0
0
-1
4
HTSM
3
9
0
0
7
18
3
9
0
0
13
36
Overige maak- en procesindustrie
0
1
0
1
0
1
-1
3
0
0
-2
6
Logistiek en groothandel
0
0
0
0
-14
-15
0
0
-55
-59
-69
-73
Dienstverlening & ICT
5
5
0
0
-5
-5
0
0
0
0
0
0
Totaal
8
15
0
1
-13
1
2
14
-55
-59
-59
-27
33
Bijlage 2: Samenvatting economisch toekomstbeeld uit afsprakenkader Hart van Brabant Het economisch toekomstbeeld van Hart van Brabant gaat uit van het verder versterken, uitbouwen en benutten van de regionale kennis van Human Centered Innovation om een kwaliteitsimpuls van de economie te bereiken. Dit gebeurt via twee parallelle sporen: 1. Ten eerste door een kwaliteitsimpuls te realiseren in het bestaande bedrijfsleven – de logistiek, maakindustrie, agrifood, leisure en meer. De regionale kennis op het snijvlak van technologie en gedrag is een belangrijke kracht van de regio. Door deze kennis in te zetten en te Figuur b2.1: Schematische weergave van economische toekomstbeeld Hart van Brabant
koppelen aan de verschillende economische sectoren, kunnen de benodigde transities gerealiseerd worden in de regionale economie van Hart van Brabant. Human Centered Innovation kan bijvoorbeeld gebruikt worden in de industrie. Hier vergen onderhoudsprocessen technische kennis maar ook van interactie met mensen op de werkvloer. Ook zijn er bijvoorbeeld kansen om met serieus gaming de arbeidsproductiviteit in de logistiek te vergroten door werknemers te laten oefenen (spelen) met specifieke werkzaamheden. 2. Ten tweede beoogt de regio ook een groei van kennisintensieve sectoren als HTSM, ICT en data-economie in de regio, zowel door de groei van ‘HCI’-bedrijven, instellingen en initiatieven die nu al in de regio aanwezig zijn door het aantrekken van nieuwe bedrijven en talent van buitenaf. Hiermee wordt diversificatie van de regionale economie bereikt, hetgeen de nu relatief sterk van logistiek en industrie afhankelijke economie sterker en weerbaarder maakt.
34
Bijlage 3: Omschrijving kwaliteiten per werkmilieu
35
Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Noord-Brabant. Stec, 2022
36
Bijlage 4: Verdiepende analyse (plan)ontwikkelingen In deze bijlage is de analyse van de kansen, mogelijkheden en belemmeringen op de terreinen uit hoofdstuk drie te vinden. Ambitie 1: Vergroten aanbod campus/innovatiedistricten Bedrijventerrein Aeroparc Kerngegevens Gemeente
Gilze en Rijen
Werkmilieu in afsprakenkader
Regulier19
Uitgegeven voorraad in netto ha
14
Hard planaanbod in netto ha Zacht planaanbod in netto ha
3 (op het bedrijventerrein Aeroparc, direct naast Gate2)
Marktsituatie in werkmilieu
Uit de beleidsrijke behoefteraming blijkt dat er een overschot is in het werkmilieu regulier in scenario laag (30 ha).
Mogelijke volume ontwikkeling naar campus/innovatiedistrict
19
Door intensivering en beter benutten kan er mogelijk nog 3 hectare worden toegevoegd op het terrein
Feitelijk het terrein fungeert al als campus op het gebied van Smart Industry.
Analyse kwaliteiten als campus/innovatiedistricten Hoewel Aeroparc in de programmeringstabel is aangemerkt als regulier terrein is met de aanwezigheid van Gate2 als een centrum voor onderwijs en innovatie ook te classificeren als een campus/innovatiedistrict. Gate2 is de Smart Industry hub in Midden-Brabant en richt zich op de ontwikkeling en realisatie van innovatieprojecten op het gebied van productietechnieken, simulatie en digitalisering. Ook worden opleidingen en trainings- programma’s voor productietechnieken en onderzoek voor regulier onderwijs en bedrijfsleven ontwikkeld en uitgevoerd. Daarnaast is Aeroparc het ook een internationale locatie voor simulatietrainingen voor de luchtvaart en industriële innovatietrajecten. Het terrein biedt een gunstige combinatie van bereikbaarheid, milieucategorieën (t/m 4) en diverse kavelgroottes. Aeroparc is gunstig gelegen aan de N282 die Tilburg en Breda verbindt. Met de trein zijn omliggende kennisinstellingen ook goed bereikbaar. Het NS station ligt halverwege Breda (BUAS) en Tilburg (universiteit). Met de inzet op Human Centered Innovation sluit de regio Hart van Brabant aan op het gezamenlijke economisch profiel van de SRBT (inclusief de Baronie van Breda). De centrale positie, zowel ten opzicht van Breda, Den Bosch, Eindhoven en Tilburg is een belangrijke kracht van het terrein om in te zetten op campus/innovatiedistrict.
Er zijn verschillende faciliteiten die het aantrekkelijk maken om te vestigen zoals het Crown Business Center. Hier zijn verschillende groottes kantoorruimtes en vergaderfaciliteiten. Daarnaast is er ook het Smart Up Business Center wat zich richt op startups en kleine bedrijven, met flexibele kantoor- en opslagruimtes.
Figuur b4.2: Smart Up Bron: Aeroparc 37
Mogelijke obstakels Hoewel er bestuurlijk draagvlak is voor de ontwikkeling – mede omdat het gebied feitelijk al jaren als campus functioneert – zijn er toch enkele mogelijke obstakels te benoemen. Juridisch gezien kunnen de planprocedure en eventuele bezwaarmakers tot vertraging leiden. Planologisch vormt het huidige vigerende omgevingsplan een belemmering, aangezien dit nog uitgaat van de bestemming 'luchtvaart en onderhoud'. Het omgevingsplan zal daarom aangepast moeten worden om de gewenste campusontwikkeling formeel mogelijk te maken. Bedrijventerrein Kerkhoven Kerngegevens Gemeente
Oisterwijk
Werkmilieu in afsprakenkader
Grootschalige productie
Uitgegeven voorraad in netto ha
57
Hard planaanbod in netto ha
2
Zacht planaanbod in netto ha Marktsituatie in werkmilieu
Tekort in scenario laag
Mogelijke hersegmentering naar campus/innovatiedistrict
Nog onbekend
Analyse kwaliteiten als campus/innovatiedistricten Kerkhoven heeft een groot aandeel banen in HTSM met verschillende prominente bedrijven zoals Tobroco en EQUANS. Het terrein ligt direct aan het station, gelegen halverwege Brainport en Tilburg. Naast het station is een bedrijfsverzamelgebouw aanwezig, wat de aantrekkelijkheid van het terrein vergroot als campus/innovatiedistrict. De kwaliteit van de openbare ruimte en de voorzieningen op het terrein zijn op dit moment echter onvoldoende om het terrein te typeren als campus/innovatiedistrict. Ook is
er nog geen commitment van een kennisintensief bedrijf of onderwijsinstelling bij de realisatie van de een campus/innovatiedistricten. Mogelijke obstakels De gemeente werkt momenteel aan een integrale aanpak bedrijventerreinen. Momenteel is er onderlinge overlast tussen de ondernemers op Kerkhoven en de omwonenden. Om deze overlast te verkleinen is een gedeeltelijke herontwikkeling van het terrein tot campus en innovatiedistrict een van de mogelijke opties. De mogelijke plannen (inclusief volume) zijn nog niet uitgewerkt. Er lijkt bestuurlijke draagvlak voor deze ontwikkeling maar deze mogelijke ontwikkeling bevind zich verder in een eerste verkennende fase. Daarbij wil de gemeente ook ruimte beschikbaar houden voor lokaal MKB.
Bedrijventerrein Oisterwijk-Noord Kerngegevens Gemeente
Oisterwijk
Werkmilieu in afsprakenkader
Regulier
Uitgegeven voorraad in netto ha
0
Hard planaanbod in netto ha
0
Zacht planaanbod in netto ha
7
Marktsituatie in werkmilieu
Er is een overschot in werkmilieu regulier in scenario laag (30 ha).
Mogelijke hersegmentering naar campus/innovatiedistrict
7
Analyse kwaliteiten als campus/innovatiedistricten Voor de ontwikkeling van een campus/innovatiedistrict heeft het terrein Oisterwijk-Noord verschillende aandachtspunten. Het terrein is met het OV
38
matig bereikbaar, wat een belangrijke voorwaarde is voor een campus/innovatiedistrict. Over de weg is de bereikbaarheid beter, via de N65, een provinciale weg tussen Tilburg en Den Bosch. Wel zijn er bedrijven toegestaan tot milieucategorie 4.1, wat ruimte biedt voor research and development activiteiten en zijn er overwegend kleine kavels wat goed past bij de vereisten van een campus/innovatiedistrict. Grootste aandachtpunt is dat op deze locatie nog geen onderwijsinstellingen, voorzieningen en bedrijven zijn gevestigd waar vanuit het campus zich kan ontwikkelen. De kansen daarvoor op deze locatie worden, met name vanwege de locatie, als klein gezien; de regio kent bedrijventerreinen die beter voorzien in de locatiewensen van deze partijen. Mogelijke obstakels Deze mogelijke ontwikkeling bevindt zich in een eerste verkennende fase. De gemeente geeft in ieder geval aan ook lokaal MKB te willen faciliteren op deze locatie bij de ontwikkeling van dit terrein. Bedrijventerrein Wijkevoort Kerngegevens Gemeente
Tilburg
Werkmilieu in afsprakenkader
Grootschalige distributie/ grootschalige productie
Uitgegeven voorraad in netto ha Hard planaanbod in netto ha
42
Zacht planaanbod in netto ha
38
Marktsituatie in werkmilieu
Uit de beleidsrijke behoefteraming blijkt dat er een overschot is in het werkmilieu grootschalige distributie in scenario laag (76 ha).
Mogelijke invulling voor campus/innovatiedistrict
2,3 ha tussen Hultenseweg en Wijckermeer (onderdeel van hard planaanbod). Rechstreekse mogelijkheid voor campusmilieu.
Analyse kwaliteiten als campus/innovatiedistricten Om op Wijkevoort een campus/innovatiedistrict te ontwikkelen zijn er verschillende aandachtspunten. Gezien het terrein nog ontwikkeld moet worden, zijn er cruciale investeringen nodig om de juiste randvoorwaarden voor een aantrekkelijk campus/innovatiedistrict te creëren. Het gaat bijvoorbeeld om de bereikbaarheid met het openbaar vervoer, de kwaliteit van de openbare ruimte en de (gedeelde) voorzieningen in het gebied. Campussen en innovatiedistricten vragen op deze onderwerpen een hoge kwaliteit. Ook is het wenselijk een onderwijsinstelling of kennisintensief bedrijf zich te laten verbinden aan de campus om (andere) innovatieve bedrijven aan te trekken. Bij voldoende beleidsinzet kan het Wijkevoort een succesvol campus worden. Mogelijke obstakels De gronden in het gebied gelegen ten noorden van het Wijckermeer en begrensd door de Hultenseweg en het Wijckermeer zijn bestemd voor kennisinstellingen, onderzoekscentra en onderwijsvoorzieningen. Dit betreft circa 2,3 ha (hard planaanbod). Het omgevingsplan is vastgesteld maar op dit moment zijn enkele bezwaren nog in behandeling bij de Raad van State, waardoor de definitieve uitvoerbaarheid afhankelijk is van de uitkomst van die procedure. Een mogelijke verdere uitbreiding van het zachte aanbod naar campusmilieu is kansrijk.
De mogelijke omvorming van een grootschalig functioneel werkmilieu naar een campusmilieu kan gevoelig liggen. Maatschappelijk is er echter relatief weinig weerstand tegen kleinschalige campusontwikkelingen.
39
Ambitie 2: Vergroten aanbod grootschalige productie Bedrijventerrein Midden-Brabant Poort uitbreiding Kerngegevens Gemeente
Gilze en Rijen
Huidig segment
Regulier
Uitgegeven voorraad in netto ha
0
Hard planaanbod in netto ha Zacht planaanbod in netto ha
13
Marktsituatie in werkmilieu
Er is een overschot in werkmilieu regulier in scenario laag (30 ha).
Mogelijke hersegmentering naar grootschalige productie
8 hectare, de rest zal regulier blijven i.v.m. de kleinere kavelgroottes.
Mogelijke obstakels Het draagvlak voor grootschalige productie op Midden-Brabant Poort is nog niet onderzocht. De gemeente zet primair in op de huisvesting van lokale bedrijven. Juridisch is de voornaamste hobbel de nog te doorlopen planologische procedure. De procedure is nog niet gestart, wat enerzijds het voordeel biedt dat het gewenste profiel nog volledig kan worden meegenomen, maar anderzijds ook betekent dat er nog geen zekerheid bestaat over de uiteindelijke bestemming van het terrein – en dat ook het bestuurlijke draagvlak daarvoor nog verder moet worden ontwikkeld en geborgd.
Analyse kwaliteiten als grootschalige productie Bedrijventerrein Midden-Brabant Poort (uitbreiding) voldoet aan de meeste locatiekenmerken die gewenst zijn voor de ontwikkeling van een grootschalige productie-werkomgeving. Het terrein heeft een goede bereikbaarheid over de weg met de ligging aan de A58, de mogelijkheid voor zwaardere milieucategorieën (max. 4) en de beschikbare kavelgroottes maken het terrein geschikt voor grootschalige productieactiviteiten. De beperkte directe aansluiting op water- of spoorterminals kan voor bepaalde bedrijven een aandachtspunt zijn, maar de nabijheid van Railport Brabant biedt alsnog mogelijkheden voor multimodaal transport.
40
Bedrijventerrein Wijkevoort Kerngegevens Gemeente
Tilburg
Huidig segment
Grootschalige distributie/ grootschalige productie
Uitgegeven voorraad in netto ha Hard planaanbod in netto ha
42
Zacht planaanbod in netto ha
38
Marktsituatie in werkmilieu
Uit de beleidsrijke behoefteraming blijkt dat er een overschot is in het werkmilieu grootschalige distributie in scenario laag (76 ha).
Mogelijke invulling voor grootschalige productie
Tot maximaal 42 ha hard planaanbod en 38 ha zacht planaanbod, minus de campus/innovatiedistrict ontwikkeling.
Analyse kwaliteiten als grootschalige productie Om op Wijkevoort grootschalige productie werkomgeving te ontwikkelen zijn er verschillende aandachtspunten. Er is een goede bereikbaarheid over de weg en de minimale kavelgrootte (5 ha) zijn gewenste locatiekenmerken die het terrein geschikt maken voor grootschalige productieactiviteiten. In principe is milieucategorie 3.1 en 3.2 toegestaan, maar is er een afwijkingsmogelijkheid naar 4.1 en 4.2. Een hogere milieucategorie kan wenselijk zijn voor bepaalde bedrijven in de maakindustrie. De beperkte directe aansluiting op water- of spoorterminals kan voor bepaalde bedrijven een aandachtspunt zijn, maar de nabijheid van Railport Brabant biedt alsnog mogelijkheden voor multimodaal transport. Mogelijke obstakels Het omgevingsplan is vastgesteld voor het harde planaanbod, maar ligt nu bij de Raad van State in afwachting van een uitspraak. Voor het zachte planaanbod moet het proces tot vaststelling in omgevingsplannen nog worden doorlopen.
41
Bijlage 5: Programmeringstabel planaanbod en transformatieplannen (ambtelijk overzicht per 12-11-2025) De lijst hieronder geeft een overzicht van de het harde en zachte planaanbod per bedrijventerreinen. Ook de verwachte vervangingsvraag tot 2030 en 2030-2040 is opgenomen. Alle gegevens zijn in het kader van dit project opgehaald bij gemeenten met peildatum 12-11-2025. Op basis van uitvoering van afspraak 7 uit het afsprakenkader bedrijventerreinen: beleidsrijke herijking prognose conform economisch toekomstbeeld is de programmeringstabel voor bedrijventerrein Wijkevoort gespecificeerd.
Gemeente
Plannaam
Werkmilieu
Oppervlakte reeds uitgegeven (netto ha)
Hard planaanbod (netto ha)
Dongen
De Wildert
Grootschalige distributie
Dongen
Kanaalstraat/Pr. Magrietstraat
Regulier
Dongen
Tichelrijt I
Regulier
68
Dongen
Tichelrijt II
Regulier
15
1
Dongen
Tichelrijt III
Regulier
0
1
Dongen
Tichelrijt Zuid
Regulier
1
1
Gilze en Rijen
Aeroparc
Regulier
14
Gilze en Rijen
Berkhaan
Regulier
6
Gilze en Rijen
Broekakkers
Grootschalige distributie
39
Gilze en Rijen
Broekakkers Zuid
Regulier
5
Zacht planaanbod (netto ha)
Verwachte vervangingsvraag tot 2030 (netto ha)
Verwachte vervangingsvraag 2030-2040 (netto ha)
40 7
13 3
42
Gemeente
Plannaam
Werkmilieu
Oppervlakte reeds uitgegeven (netto ha)
Hard planaanbod (netto ha)
Gilze en Rijen
Haansberg
Grootschalige productie
63
1
Gilze en Rijen
Midden-Brabant Poort
Regulier
16
Gilze en Rijen
Midden-Brabant Poort uitbreiding
Regulier
Gilze en Rijen
Midden-Brabant Poort uitwerkingsbevoegdheid
Regulier
Gilze en Rijen
Nerhoven
Gemengd stedelijk
Gilze en Rijen
Uitbreiding Haansberg
Regulier
Gilze en Rijen
Van Ghertstraat
Regulier
5
Goirle
BT Riel
Regulier
8
Goirle
Tijvoort
Regulier
60
Goirle
Uitbreiding Tijvoort
Gemengd stedelijk
0
Hilvarenbeek
Beekseweg
Regulier
2
Hilvarenbeek
Bukkumweg
Regulier
9
Hilvarenbeek
Julianastraat
Regulier
2
Hilvarenbeek
Mierbeek
Regulier
18
Hilvarenbeek
Mierbeek-Noord
Regulier
0
Hilvarenbeek
Nieuwe Erven
Regulier
1
Hilvarenbeek
Slibbroek
Regulier
8
Zacht planaanbod (netto ha)
0
13
0
7
0
3
Verwachte vervangingsvraag tot 2030 (netto ha)
Verwachte vervangingsvraag 2030-2040 (netto ha)
3
2
1
3
43
Gemeente
Plannaam
Werkmilieu
Oppervlakte reeds uitgegeven (netto ha)
Hilvarenbeek
Slibbroek-Noord
Regulier
0
Hilvarenbeek
Wilhelminadijk
Regulier
3
Loon op Zand
Bedrijvenpark Kaatsheuvel
Regulier
Loon op Zand
Bedrijvenpark Kaatsheuvel deel 2
Regulier
Loon op Zand
De Hoogt
Regulier
7
Loon op Zand
De Kets West III
Regulier
0
5
Oisterwijk
Bedrijfsweg
Regulier
0
520
Oisterwijk
De Sonman
Regulier
7
Oisterwijk
Uitbreiding De Sonman
Gemengd stedelijk
Oisterwijk
Hopveld
Regulier
2
Oisterwijk
Hopveld II
Regulier
3
1
Oisterwijk
Kerkhoven
Grootschalige productie
57
2
Oisterwijk
Laarakkers
Regulier
13
Oisterwijk
Stokeind
Regulier
7
20
Hard planaanbod (netto ha)
Zacht planaanbod (netto ha)
Verwachte vervangingsvraag tot 2030 (netto ha)
Verwachte vervangingsvraag 2030-2040 (netto ha)
3 3
34 6
0
421
3
Motie zorgt waarschijnlijk voor een andere invulling.
21
Het terrein Uitbreiding De Sonman in Oisterwijk is als zoeklocatie benoemd in het koersdocument Oostflank en de economische visie Oisterwijk. Het areaal van de uitbreiding (voorlopig geschat op 4 ha) is nog nader definitief te bepalen en is vooralsnog niet in de plantotalen meegenomen in dit rapport. Op dit bedrijventerrein zijn de afspraken voor de ontwikkeling van zachte planlocaties opgenomen in de programmeringstabel van toepassing.
44
Gemeente
Plannaam
Werkmilieu
Oppervlakte reeds uitgegeven (netto ha)
Oisterwijk
Oisterwijk-Noord
Regulier
Tilburg
AaBe Ringbaan Zuid
Grootschalige productie
Tilburg
Afronding Kraaiven
Gemengd stedelijk
Tilburg
Albion
Regulier
Tilburg
Bedrijvenpark Broekhoven
Gemengd stedelijk
Tilburg
Bedrijvenpark Enschot
Gemengd stedelijk
Tilburg
Bedrijvenpark Schepersven
Regulier
Tilburg
Bedrijvenpark Willem II
Gemengd stedelijk
1
Tilburg
Beneluxterrein
Gemengd stedelijk
2
Tilburg
Dalem Stadsrand Zuid
Regulier
3
Tilburg
Heikant
Regulier
8
Tilburg
Het Laar
Regulier
36
Tilburg
Kanaalzone
Gemengd stedelijk
60
Tilburg
Kapelmeesterlaan
Regulier
2
Tilburg
Katsbogten
Regulier
71
Tilburg
Koningshoeven
Gemengd stedelijk
7
Tilburg
Kraaiven
Grootschalige productie
173
Tilburg
Kreitenmolen
Grootschalige productie
32
Hard planaanbod (netto ha)
Zacht planaanbod (netto ha)
Verwachte vervangingsvraag tot 2030 (netto ha)
Verwachte vervangingsvraag 20302040 (netto ha)
7 (zoeklocatie) 3 3 13 3 6
4
0
15
1
45
Gemeente
Plannaam
Werkmilieu
Oppervlakte reeds uitgegeven (netto ha)
Hard planaanbod (netto ha)
Tilburg
Loven
Regulier
159
Tilburg
Lovensestraat
Regulier
2
Tilburg
Middenbrabantweg
Regulier
11
Tilburg
Paletplein
Regulier
1
Tilburg
Piushaven
Gemengd stedelijk
4
Tilburg
Quirijnstok
Grootschalige productie
2
Tilburg
Reitse Hoevenstraat
Regulier
5
Tilburg
Rhijnkant + uitbreiding
Regulier
5
Tilburg
Tradepark 58
Regulier
16
Tilburg
Voltcomplex
Gemengd stedelijk
5
Tilburg
Vossenberg
Grootschalige distributie
215
3
Tilburg
Vossenberg West II
Grootschalige productie
79
0
Tilburg
Vossenberg-West I
Grootschalige productie
91
Tilburg
Wijkevoort fase I
Grootschalige distributie / grootschalige productie/campus en innovatiedistrict22
0
Zacht planaanbod (netto ha)
Verwachte vervangingsvraag tot 2030 (netto ha)
Verwachte vervangingsvraag 2030-2040 (netto ha)
2
3
42
22
De gemeente Tilburg laat een onderzoek uitvoeren om met de beleidsrijke prognosecijfers voor Wijkevoort fase 1 te bekijken of meer dan 2,3 hectare ontwikkeld kan worden voor campus/innovatiemilieu om aan de toekomstige beleidsrijke vraag te voldoen.
46
Gemeente
Plannaam
Werkmilieu
Oppervlakte reeds uitgegeven (netto ha)
Hard planaanbod (netto ha)
Zacht planaanbod (netto ha)
Tilburg
Wijkevoort fase II
Grootschalige distributie23 / grootschalige productie/campus en innovatiedistrict
Waalwijk
Afbouw Haven I t/m VI
Grootschalige distributie
27
Waalwijk
Berkhaag
Regulier
17
Waalwijk
Besoyen Noord
Regulier
4
Waalwijk
Besoyen West
Gemengd stedelijk
3
Waalwijk
Eerste Zeine
Regulier
5
Waalwijk
Haven
Grootschalige productie
214
Waalwijk
Haven VII
Grootschalige distributie
76
Waalwijk
Haven VIII fase 1 En 2
Grootschalige productie
35
Waalwijk
Haven VIII Oost
Grootschalige distributie
13
22
Waalwijk
Haven VIII Oost fase 2
Grootschalige distributie
0
35
Waalwijk
Kerkvaartsche Haven
Regulier
0
11
Verwachte vervangingsvraag tot 2030 (netto ha)
Verwachte vervangingsvraag 2030-2040 (netto ha)
38
5
23
(grootschalige) distributie uitsluitend voorstelbaar als dit bijdraagt aan het economisch toekomstbeeld, de economische strategie van de gemeente Tilburg en het economisch profiel voor Wijkevoort. Daaronder zijn mogelijk (maar niet uitsluitend) te verstaan bedrijven die verbonden zijn aan de HTSM-sector, (hoogwaardige) maak- en voedingsindustrie en bedrijven die bijdragen aan en randvoorwaardelijk zijn voor de circulaire economie en energietransitie. De adviescommissie Wijkevoort adviseert het college van Tilburg hierover.
47
Waalwijk
Laag Einde
Regulier
6
Waalwijk
Maasoever
Grootschalige productie
31
Waalwijk
Nederveenweg
Regulier
5
Waalwijk
Waalwijk Insteekhaven
Grootschalige distributie
0
Waalwijk
Zanddonk
Grootschalige productie
42
Waalwijk
Zanddonk NW
Regulier
10
0
0 8
12
48
o
Bijlage 6: Definities en bronnen De volgende definities en bronnen zijn gehanteerd: • Regionale afbakening: De kwantitatieve analyse heeft betrekking op alle bedrijventerreinen in de gemeenten in de regio Hart van Brabant, bestaande uit de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk. De gemeente Heusden is niet meegenomen in de kwantitatieve opgaven; deze gemeenten maakt kwantitatieve afspraken in het verband van de regio Noordoost-Noord-Brabant. • Locatievoorkeur (voor bedrijventerreinen): Aandeel banen in regio (op bedrijventerreinen) • Terreinquotiënt: Gemiddelde ruimtegebruik per baan in m² (kaveloppervlakte) op bedrijventerreinen • Definitie bedrijventerrein: de afspraken betreffen de bedrijventerreinen die gemeenten bij IBIS Bedrijventerreinen hebben geregistreerd en die vallen binnen de scope van de provinciale behoefteraming bedrijventerreinen van 2022. Daarbij wordt de volgende definitie voor bedrijventerreinen gehanteerd: “een werklocatie van minimaal 1 ha bruto bestemd en geschikt voor gebruik door handel, nijverheid en industrie. Op deze terreinen kan ook enige commerciële en niet-commerciële dienstverlening (zoals kantoorgebouwen, detailhandel) aanwezig zijn, maar deze hebben samen een minderheidsaandeel in de terreinoppervlakte” (IBIS Bedrijventerreinen, 2019).
• Definitie werkmilieus: In de provinciale behoefteraming en in de inventarisatie van het aanbod aan bedrijventerreinen wordt onderscheid gemaakt naar verschillende kwalitatieve werkmilieus. Deze zijn als volgt gedefinieerd, volgend uit de provinciale behoefteraming (Stec, 2022): o Gemengd stedelijk: lichte bedrijvigheid, stadsverzorgend, klein tot middelgroot. o Campus/innovatiedistrict: locaties primair gericht op onderzoeks, innovatie-, onderwijs- en ontwikkelingsactiviteiten.
• • • •
Regulier: reguliere bedrijventerrein voor activiteiten als handel, bouw, productie, logistiek en transport (denk aan stadsdistributie, PostNL en DHL hubs). Overwegend (boven)lokale bedrijvigheid van kleine tot middelgrote omvang. o Grootschalige distributie: grootschalige distributie en warehousing (kavels vanaf 3 ha), van (boven)regionale betekenis. o Grootschalige productie: grootschalige (overwegend vanaf 1 ha) productie, assemblage, recycling, et cetera. In toenemende mate circulair, veelal regionaal georiënteerd, maar gaat ook om hoogwaardige bedrijven die internationale oriëntatie hebben. Deze ruimtevraag bestaat voor een groot deel uit Hoge Milieucategorie (HMC) bedrijven De categorisering van alle bedrijventerreinen in verschillende kwalitatieve werkmilieus is door de deelnemende gemeenten aangeleverd. De kwantitatieve ruimtebehoefte wordt gedefinieerd als het totale planaanbod minus het totaal van de geraamde uitbreidings- & vervangingsvraag. Eenheden: in alle gevallen worden de ruimtebehoefte en het planaanbod in dit rapport gerapporteerd in netto hectaren. Vraagraming: o Bron: voor dit afsprakenkader vormt de Behoefteraming Bedrijventerreinen Noord-Brabant (2022, Stec Groep in opdracht van de provincie Noord-Brabant) het kwantitatieve uitgangspunt.
Dit rapport raamt de behoefte aan bedrijventerreinen in de regio (totaal en per werkmilieu) in twee scenario’s (hoog en laag) tot aan 2030 en 2040. o De uitbreidingsvraag (in netto ha) voor Hart van Brabant tot aan 2030 zoals geraamd in de provinciale behoefteraming had een looptijd van 9 jaar (vanaf peildatum 1-1-2022 tot aan einde 2030). Deze is ten behoeve van het afsprakenkader geactualiseerd door Bureau BUITEN, door 7/9 van de geraamde vraag voor de periode 2022-2030 te nemen. Immers wordt al
49
•
peildatum voor het afsprakenkader 1-1-2024 genomen i.p.v. 11-2022 (dus een looptijd van 7 jaar). o Vervangingsvraag: De verwachte vervangingsvraag (in netto ha) door de transformatie van bedrijventerreinen is ten behoeve van het afsprakenkader door Bureau BUITEN uitgevraagd onder de regiogemeenten. Een overzicht hiervan is opgenomen in het Afsprakenkader Hart van Branbant. Planaanbod: o Bron: de programmeringstabel opgenomen in het Afsprakenkader Hart van Brabant is opgesteld o.b.v. een inventarisatie onder gemeenten door Bureau BUITEN van het planaanbod op bedrijventerreinen, met als peildatum 1 juli 2024. Het betreft de terreinen die gemeenten bij IBIS Bedrijventerreinen hebben geregistreerd en die vallen binnen de scope van de provinciale behoefteraming bedrijventerreinen van 2022. o Hard planaanbod wordt gedefinieerd als planlocaties voor bedrijventerreinen die zijn vastgelegd in omgevingsplannen conform de definitie van IBIS. o Zacht planaanbod wordt gedefinieerd als planlocaties die nog niet zijn vastgelegd in omgevingsplannen conform definitie IBIS, maar die door de gemeente en/of provincie al wel in beleidsplannen (bv. economisch beleid, werklocatiebeleid, omgevingsvisie, of ander beleid) zijn aangewezen als (mogelijke) locaties voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen.
Binnen het totale aanbod aan zachte plannen kan de mate waarin de planvorming in voorbereiding is, verschillen.
Wittevrouwensingel 100 3514 AM Utrecht +31 (0) 30 2318945 info@bureaubuiten.nl www.bureaubuiten.nl
50