Bijlage 1.1 Rapport Gemeente Gilze en Rijen, Archeologische verwachtings- en beleidskaart, een actualisatie
Tekst van het document
Op basis van de in hoofdstuk 5 besproken modellen hebben deze gebieden een grote kans op het aantreffen van archeologische waarden vanaf het neolithicum toegekend gekregen.
Regime Het uitgangspunt voor de zones behorende tot categorie 3 is om behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven en bodemverstoringen (inclusief sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld) dieper dan 40 cm te vermijden. Bodemverstorende activiteiten, grootschalige dan wel langdurige grondwaterpeilverlagingen en sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld (bv. sloop van funderingen, kelders, putten) worden niet toegestaan in plangebieden van 500 m2 of groter, tenzij met behulp van een waardestellend archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat er geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling.
Archeologische Beleidskaart Gemeente Gilze en Rijen
88
6.4.6 Categorie 4 De gebieden behorende tot categorie 4 betreffen evenals de zones behorende tot categorie 3 gebieden waaraan een verwachting is toegekend op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden vanaf het neolithicum. Het verschil met de gebieden uit categorie 3 is dat de zones uit categorie 4 zijn afgedekt met een in dikte variërend pakket stuifzand. Hier is het oorspronkelijke maaiveld gedurende de (late) middeleeuwen bedekt geraakt met stuifzand. Het stuifzand zelf heeft geen archeologische waarde. Eventuele begraven bodemniveaus kunnen dat wel hebben. Hier dient derhalve rekening mee te worden gehouden.
Regime Het uitgangspunt voor de zones behorende tot categorie 4 is om behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven. Bodemverstorende activiteiten, grootschalige dan wel langdurige grondwaterpeilverlagingen en sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld (bv. sloop van funderingen, kelders, putten) worden niet toegestaan in plangebieden van 500 m2 of groter, tenzij met behulp van een waardestellend archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat er geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling. Vanwege het feit dat de archeologisch relevante bodemlaag in deze gebieden begraven is onder een in dikte variërend pakket stuifzand, is de vrijstellingsgrens voor wat betreft de verstoringsdiepte opgerekt naar 50 cm beneden maaiveld. Aangezien onbekend is hoe dik het afdekkende pakket stuifzand is, wordt aanbevolen het onderzoek in eerste instantie te laten bestaan uit een verkennend booronderzoek. 6.4.7 Categorie 5 De gebieden behorende tot categorie 5 betreffen zones die op de beide verwachtingskaarten staan weergegeven als zones met een verwachting op bijzondere, aan water gerelateerde datasets. Het betreft hier de in kaart gebrachte beekdalen en vennen.
Qua archeologie moet hierbij gedacht worden aan resten van rituele offers, (resten van) visvijvers en jachtattributen zoals fuiken, strikken, netten, pijlpunten en/of harpoenen. Ook voor resten van transport via water (boot/kano/aanlegsteigers) moet men in de natte gebieden zijn. Ook kunnen hier afvaldumps worden aangetroffen, alsmede resten van bouwwerken die in verband kunnen worden gebracht met het controleren van de waterhuishouding (stuwen, dijken, duikers en oeverbeschoeiing).
Regime Voor de zones behorende tot categorie 5 geldt dat behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) dient te worden nagestreefd. Bodemverstoringen (inclusief sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld) dieper dan 30 cm dienen te worden vermeden. Bodemverstorende activiteiten, grootschalige dan wel langdurige grondwaterpeilverlagingen en sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld (bv. sloop van funderingen, kelders, putten) worden niet toegestaan in plangebieden van 1000 m2 of groter, tenzij met behulp van een waardestellend archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat er geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling. 6.4.8 Categorie 6 De gebieden behorende tot categorie 6 betreffen zones die op de verwachtingskaarten staan weergegeven als zones zonder archeologische verwachting. Op basis van de in hoofdstuk 5 besproken modellen hebben deze gebieden een relatief lage kans op het aantreffen van archeologische waarden toegekend gekregen.
Regime
89
Een actualisatie, 2022
Evenals in zones met een archeologische verwachting moet het uitgangspunt voor zones zonder archeologische verwachting zijn om behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven en bodemverstoringen (inclusief sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld) dieper dan 40 cm te vermijden.118 Bodemverstorende activiteiten of grootschalige dan wel langdurige grondwaterpeilverlagingen worden zonder waardestellend archeologisch onderzoek voorafgaand aan de bodemverstorende activiteiten niet toegestaan. De vrijstellingsgrens van de oppervlakte van het te verstoren terrein voor gebieden zonder verwachting is verruimd tot 25.000 m2. Dit vanwege de verwachting dat het risico op het verstoren van archeologische resten beduidend geringer wordt geacht dan in gebieden met een verwachting. Bij ingrepen groter dan 25.000 m2 is een waardestellend archeologisch onderzoek vereist. 6.4.9 Categorie 7 Binnen de gemeente bevinden zich zones waar geen kans op het aantreffen van archeologische waarden bestaat, aangezien de bodem ter plaatse tot onder het archeologisch niveau is verstoord.
Regime Voor deze gebieden gelden geen restricties met betrekking tot de archeologie. Een algehele vrijstelling geldt ook voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden voor nutsvoorzieningen tot een sleufbreedte van 1,50 meter aan het maaiveld en een diepte van 40 cm. Op de beleidskaart is ook een signalerende laag met mogelijke bodemverstoringen weergegeven.119 Het betreft hier gebieden waar de bodem mogelijk tot in het archeologisch relevante niveau is verstoord. Deze terreinen worden niet vrijgesteld van toekomstig onderzoek; archeologische waarden kunnen nog in de bodem worden aangetroffen in relatief onverstoorde delen. Archeologisch vooronderzoek kan daarom, ook binnen deze verstoringen, noodzakelijk worden geacht in relatie met toekomstige voorgenomen ingrepen. Het onderliggende regime is hier van toepassing. 6.4.10 Categorie 8a De gebieden binnen categorie 9a betreffen gebieden waar in het (recente) verleden al onderzoek heeft plaatsgevonden en die basis van dat de resultaten van het betreffende onderzoek zijn vrijgegeven. Dit laatste kan bijvoorbeeld zijn omdat het terrein geheel verstoord bleek te zijn, maar ook omdat het een opgraving betrof. De reeds onderzochte terreinen die op de eerdere beleidskaarten zijn vrijgegeven, behoren ook tot deze categorie.
Regime Voor deze gebieden gelden geen restricties met betrekking tot de archeologie. 6.4.11 Categorie 8b De gebieden binnen categorie 9b betreffen gebieden waar in het (recente) verleden al onderzoek heeft plaatsgevonden, maar die op basis van dat onderzoek niet of slechts ten dele zijn vrijgegeven, of waarvan het selectiebesluit onbekend is.
Regime Voor deze gebieden geldt dat het betreffende selectiebesluit dient te worden ingezien om te achterhalen wat destijds is besloten. Al naar gelang het
118 De betreffende dieptes zijn gerekend vanaf maaiveld, niet vanaf keldervloeren of
souterrains. 119 Deze laag is ook op de verwachtingskaarten weergegeven.
Archeologische Beleidskaart Gemeente Gilze en Rijen
90
selectiebesluit kan het terrein worden vrijgegeven of dient vervolgonderzoek te worden uitgevoerd.
6.5 Toevalsvondsten Ook als geen (nader) archeologisch onderzoek noodzakelijk is, hetzij bij vrijstelling, hetzij bij vergunningverlening, geldt dat de Erfgoedwet van kracht blijft. Volgens de Erfgoedwet bestaat een meldingsplicht indien waardevolle archeologische resten worden aangetroffen. Artikel 5.10: “Degene die anders dan bij het doen van
opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister.” In de praktijk betekent dit dat eventuele vondsten gemeld dienen te worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De RCE heeft echter met de provincie afgesproken dat de melding bij de provinciaal archeoloog dient plaats te vinden. Bij gemeenten met een eigen archeologisch depot vindt de melding plaats bij de gemeentelijke archeoloog. In tegenstelling tot vondsten die worden aangetroffen bij archeologisch onderzoek, hoeven toevalsvondsten niet te worden gedeponeerd bij het provinciaal depot. De waarde van een toevalsvondst komt in gelijke delen toe aan de vinder én de eigenaar van de roerende of onroerende zaak waarin deze is aangetroffen.120
6.6 Vergunningen en vrijstellingen Indien bij de gemeente een vergunningaanvraag binnenkomt of indien de gemeente zelf plannen wil initiëren, dient het betreffende bestemmingsplan/omgevingsplan te worden geraadpleegd om na te gaan of de aanvrager verplicht is om archeologisch onderzoek te laten verrichten of dat het betreffende terrein vrijgesteld is van archeologisch onderzoek. Om dit goed te kunnen beoordelen, zijn in deze paragraaf enkele nadere bepalingen uiteen gezet. •
•
•
•
Bij het toetsen van omgevingsvergunningen op onderzoeksplicht is naast de verstoringsdiepte de oppervlakte waarbinnen bodemingrepen gaan plaatsvinden van belang. Met de oppervlakte wordt de som van de oppervlakten bedoeld waarbinnen bodemingrepen gaan plaatsvinden dieper dan de vrijstellingsgrenzen van 30 of 50 cm beneden maaiveld. In het geval een ingreep niet onderzoeksplichtig is, geldt deze vrijstelling alleen voor de oppervlakte van de ingreep en de bijbehorende verstoringsdiepte van de betreffende ingreep. Dit dient als voorwaarde in de omgevingsvergunning te worden opgenomen. In het geval dat na inventariserend onderzoek is gebleken dat binnen de contouren van het onderzoek geen vervolgonderzoek noodzakelijk is, geldt de vrijgave alleen voor de exacte oppervlakte en diepte van het uitgevoerde onderzoek. Voor het deel van het perceel dat niet tot het onderzoek behoort (niet alleen qua oppervlak maar ook qua diepte) blijven de categorie en het bijbehorend regime gelden. Indien binnen een gebied waarvoor een vergunning is aangevraagd meerdere archeologische waarden aanwezig zijn, geldt die vrijstellingsgrens
120 artikel 13 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. In het Burgerlijk Wetboek wordt
overigens niet van een monument, maar van een schat gesproken. Het overigens nog de vraag in hoeverre metaaldetectorvondsten “toevalsvondsten” zijn, omdat deze met dat oogmerk worden opgespoord. Het verdient daarom aanbeveling in de APV een metaaldetectieverbod op te nemen voor archeologische monumenten, teneinde aantasting van deze terreinen te voorkomen.
91
Een actualisatie, 2022
•
•
behorend tot de hoogste waarde. Het gehele plangebied dient te worden onderzocht. In de vergunning wordt naast de verplichting tot onderzoek tevens de voorwaarde gesteld dat de vergunde werkzaamheden pas mogen worden gestart nadat het betreffende terrein door het bevoegd gezag is vrijgegeven.121 In het geval van een (definitieve) opgraving of archeologische begeleiding mogen de vergunde werkzaamheden van start gaan op het moment dat aan de voorwaarde voldaan is dat het veldwerk conform het PvE is afgesloten en een bewijs van opdracht voor het vervaardigen van een rapport aan een erkend opgravingsbedrijf bij de gemeente is ingediend. Wanneer in de vergunning de voorwaarde is opgenomen dat technische maatregelen getroffen moeten worden om archeologische waarde ‘in situ’ te kunnen behouden, dient door specificatie van deze technische maatregelen te worden aangetoond dat sprake is van duurzaam behoud. Deze specificatie van de technische maatregelen dient te worden opgenomen in een behoudsmaatregelenplan. Daarin dient tevens te worden vermeld wat er beschermd wordt en wie hiervoor verantwoordelijk is. Het behoudsmaatregelenplan dient bij de gemeente ingediend te worden en door de gemeente goedgekeurd te worden.
6.7 Conclusie De gemeente Gilze en Rijen heeft de bestaande archeologische verwachtings- en beleidskaart laten actualiseren. Middels deze geactualiseerde kaart heeft de gemeente een goed overzicht verkregen van alle bekende archeologische waarden en de aantoonbaar te verwachten archeologische resten binnen haar grondgebied.
121
De vrijgave geldt voor de voorgenomen bodemverstoringen.
Archeologische Beleidskaart Gemeente Gilze en Rijen
92
Tabel 6.1
Samenvatting van de beleidsregels per categorie
Soort terrein
Diepte voorgenomen verstoring
Vrijstellingsgrens oppervlakte
Regime
Categorie 1
Archeologische rijks- en gemeentelijke monumenten
Geen vrijstelling
Geen vrijstelling
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Bij ontwikkelingsplannen ter plaatse van een rijksmonument dient het RCE te worden benaderd. De RCE is in deze het bevoegd gezag.
Categorie 2
Terreinen met een verwachting op resten van jagers en verzamelaars, terreinen met een bufferzone rond historische elementen, de AMK-terreinen en de historische kernen
Vrijstelling voor diepte < 40 cm
Vrijstelling voor oppervlakte < 100 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie 2a
Zones met een archeologische verwachting gelijk aan categorie 2, afgedekt met een stuifzandpakket
Vrijstelling voor diepte < 50 cm
Vrijstelling voor oppervlakte < 100 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie 3
Zones met een archeologische verwachting op Vrijstelling voor resten van nederzettingen van boeren- of diepte < 40 cm staatse samenlevingen
Vrijstelling voor oppervlakte < 500 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie 4
Zones met een archeologische verwachting gelijk aan categorie 3, afgedekt met een stuifzandpakket
Vrijstelling voor diepte < 50 cm
Vrijstelling voor oppervlakte < 500 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie 5
Zones met een archeologische verwachting op Vrijstelling voor een bijzondere dataset (beekdalen en diepte < 30 cm vennen)
Vrijstelling voor oppervlakte < 1000 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie
Archeologische Beleidsadvieskaart Gilze en Rijen
93
Vrijstellingsgrens oppervlakte
Regime
Zones zonder een archeologische verwachting Vrijstelling voor (gebaseerd op de modellen) diepte < 40 cm
Vrijstelling voor oppervlakte < 25.000 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie 7
Zones zonder een archeologische verwachting Algehele vrijstelling (verstoord)
Algehele vrijstelling
Bij ingrepen binnen deze zones is geen archeologisch onderzoek nodig.
Categorie 8a
Reeds onderzochte en geheel vrijgegeven gebieden
Algehele vrijstelling
Bij ingrepen binnen deze zones is geen archeologisch onderzoek nodig.
Categorie 8b
Reeds onderzochte gebieden die niet of slechts gedeeltelijk zijn vrijgegeven
Categorie
Soort terrein
Categorie 6
Archeologische Beleidskaart Gemeente Gilze en Rijen
Diepte voorgenomen verstoring
Algehele vrijstelling
Voor deze gebieden geldt dat het betreffende selectiebesluit dient te worden ingezien. Al naar gelang het selectiebesluit kan het terrein worden vrijgegeven of dient vervolgonderzoek te worden uitgevoerd.
94
Bovendien heeft de gemeente middels deze kaarten een goed instrument in handen om passend beleid te kunnen voeren, waarbij in een vroeg stadium de archeologische waarden in acht worden genomen. De (archeologische) kaarten die deel uitmaken van onderhavige rapportage, zijn een momentopname. Om te voorkomen dat het beleid achterblijft op de actuele situatie, is het verstandig om het kaartmateriaal en mogelijk ook bijbehorend rapport, regelmatig te actualiseren door nieuw beschikbaar gekomen informatie op de kaarten te verwerken. Een goede manier om dit te bereiken is om het project eens in de zoveel jaar aan te passen aan de hand van nieuw beschikbaar gekomen gegevens bij de RCE en de gemeente.
Archeologische Beleidsadvieskaart Gilze en Rijen
95
Archeologische Beleidskaart Gemeente Gilze en Rijen
96
7
Geraadpleegde bronnen Berkvens, R., 2010. Gilze-Rijen, van onderaf bekeken. Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, Gemeente Gilze-Rijen. SRE Milieudienst, Eindhoven. Berkvens, R. & J. Bosman, 2010. Gilze-Rijen, van onderaf bekeken. Toelichting op de archeologiekaart, Gemeente Gilze-Rijen. SRE Milieudienst, Eindhoven. Boer, E.A.M. de, in prep. Gemeente Gilze en Rijen. Cultuurhistorische Waardenkaart. Toelichting. BAAC rapport V-20.0260. BAAC, ‘s-Hertogenbosch. Boschloe, B. Sc. H. J., 2014. Rapport Archeologisch Bureauonderzoek. Flaassendijk te Rijen, gemeente Gilze en Rijen. Sagro Milieu Advies Zeeland B.V., ’sHeerenhoek. Breimer, J., 2018. Handleiding opstellen gemeentelijke archeologische inventarisatiekaarten. Een normstellend kader. Ministerie van OCW, Den Haag. CCvD, 2016. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Ellenkamp, G.R., 2020. Begraven op een eiland. Archeologische waarden- en
verwachtingskaart en archeologische beleidskaart; gemeente Alphen-Chaam. RAAP-rapport 4651, Weesp. Gemeente Gilze en Rijen, 2010. Archeologieverordening Gemeente Gilze en Rijen 2010. Gemeente Gilze en Rijen. Rijen. Goudriaan, R., L. Hopstake, A. Swami-Persaud en T. Zijlker, 2021. Inventarisatie publieksbereik archeologie in Nederland. DSP, SiRM. Utrecht Kamermans, H, M. van Leusen & Ph. Verhagen, 2009. Archaeological Prediction and Risk Management. Alternatives to Current Practice. Archaeological Studies Leiden University 17, Leiden. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2009: De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, derde generatie, Amersfoort (RAM rapportage 155). Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2016. Q&A’s over de Erfgoedwet voor gemeente en provincie. RCE, Amersfoort. Roymans, J., 2020. Militair kamp Willem I en oefenbaan. Waardestellend onderzoek. RAAP Adviesdocument 1120. RAAP. Weesp. Spek, T., 2004. Het Drentse esdorpenlandschap. Een historisch geografische studie. Utrecht. Waldus, W.B. en H. M. van der Velde, 2006. Archeologie in vogelvlucht. Toepassingsmogelijkheden van het AHN in de archeologie. Amsterdam.
97
Een actualisatie, 2022
Wheatley, D. & M. Gillings, 2002. Spatial Technology and Archeaeology. The Archaeological Applications of GIS. Taylor & francis, New York. Geraadpleegde kaarten Deeben, J.H.C., 2008. De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, derde generatie. Rapportage Archeologische Monumentenzorg 155. Amersfoort. Berkvens, R. & J. Bosman, 2010. Gilze-Rijen, van onderaf bekeken. Toelichting op de archeologiekaart, Gemeente Gilze-Rijen. SRE Milieudienst, Eindhoven. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), 1964. Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000; 50 West Breda. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), 1966. Bodemkundige overzichtskaart Ruilverkaveling Bavel-Rijensbroek schaal 1:25.000. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), 1968. Bodemkaart Boswachterij Ulvenhouts Bos schaal 1:25.000. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), 1969. Bodemkaart Boswachterij Chaam schaal 1:25.000. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), 1984. Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000; 50 Oost Tilburg. Wageningen. Stiboka / Rijks Geologische Dienst (RGD), 1981. Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. Blad 50 Tilburg. Wageningen/Haarlem. Vos, P. en S. de Vries, 2013. 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht.
Geraadpleegde websites AHN, Actueel Hoogtebestand Nederland, online geraadpleegd via http://www.ahn.geodan.nl. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), 2021. Kadastrale kaarten 1811-1832. Online geraadpleegd via http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ Rijksoverheid, 2021. Omgevingswet. Online geraadpleegd via http://www.rijksoverheid.nl/ Topotijdreis, Site met topografische kaarten vanaf de 18e eeuw tot heden. Geraadpleegd via www.topotijdreis.nl.
Archeologische Beleidskaart Gemeente Gilze en Rijen
98