CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

archeologie concept begeleidend en onderbouwdend rapport

Raadscommissie Samenleving 3 november 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Presentatie erfgoedbeleid38.233 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

2.5

Verstoringen en gebieden met geringe informatie

De verwachtingskaarten geven de archeologische verwachting weer in de situatie waarbij de oorspronkelijke ondergrond niet is aangetast. Door allerlei graafwerkzaamheden in het recente verleden zoals ontgrondingen, egalisatie en bebouwing is de oorspronkelijke ondergrond, en daarmee de mogelijk aanwezige archeologische resten, plaatselijk verstoord. Om die reden zijn de terreinen waarvan bekend is dat in het recente verleden substantiële graafwerken hebben plaatsgevonden waardoor de ondergrond mogelijk verstoord is, op de verwachtingskaarten weergegeven. Hiertoe zijn de volgende gegevens gebruikt; -

ontgrondingsgegevens op de ontgrondingenkaart van de provincie NoordBrabant. Actueel Hoogtebestand Nederland: Op het AHN-3 zijn terreinen met onnatuurlijke lineaire of rechthoekige structuren zichtbaar die lager liggen dan omringende terreinen. Dit betekent dat de bodem in dergelijke percelen afgegraven of geëgaliseerd is.

27

Deze gebieden zijn met behulp van een analyse van de kadastrale kaart uit 1832 en de topografische kaart uit circa 1850 zo klein mogelijk gehouden.

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

28

-

Geverifieerde verstoringen zoals weergegeven op de bestaande verwachtingskaart van de gemeente Gilze-Rijen. gegevens die staan aangegeven op de bodem- en geomorfologische kaart.

Van veel van de getraceerde verstoringen is duidelijk dat ter plaatse geen archeologische resten meer te hoeven worden verwacht. Hier is de bodem dermate diep verstoord dat eventuele archeologische vindplaatsen niet meer aanwezig zijn. In sommige gevallen is het echter niet mogelijk om op basis van de beschikbare gegevens na te gaan in welke mate de graafwerkzaamheden invloed hebben gehad op de eventuele archeologische resten. Ook deze informatie is wel verwerkt op de archeologische verwachtingskaarten. Deze terreinen of percelen worden echter niet direct vrijgesteld van archeologisch onderzoek. De bodemverstoringen zijn als ‘signalerende kaartlaag’ opgenomen en dienen nog te worden getoetst aan de hand van de voorgenomen ingrepen. Het is namelijk mogelijk dat archeologische waarden nog onder de verstoorde grond aanwezig zijn.

2.6 De archeologische beleidskaart Aan zowel de bekende archeologische waarden als de gebieden waar op basis van de modellen archeologie wordt verwacht, is in fase 4 een beleid gekoppeld, resulterend in een beleidskaart (bijlage 8). Middels deze beleidskaart kan worden nagegaan hoe om te gaan met terreinen met een archeologische waarde of terreinen waar archeologische resten verwacht worden in het ruimtelijk beleid Op deze wijze worden eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem op een juiste en zorgvuldige manier behandeld. De archeologische beleidskaart moet gebruikt worden als dubbelbestemming op de bestemmingsplankaart/ omgevingsplankaart. De beleidskaart is grotendeels een rechtstreekse afgeleide van de beide archeologische verwachtingskaarten, waarbij de beide verwachtingskaarten zijn geïntegreerd tot één kaart. De verschillende landschappelijke eenheden van de verwachtingskaart voor Jagers en Verzamelaars en de verschillende bodemkundige eenheden van de verwachtingskaart voor Boeren- en Staats samenlevingen zijn op basis van hun gemeenschappelijke verwachting samengevoegd tot een aantal categorieën waaraan beleid is gekoppeld. Er is echter een aantal categorieën toegevoegd. Het betreft hier uiteraard de gebieden met een bekende archeologische waarde (AMK-terreinen en het toekomstige gemeentelijke monument).

Maar ook zijn enkele historische elementen aan deze kaart toegevoegd. Sommige cultuurhistorische waarden (zoals bijvoorbeeld de historische kern, maar ook puntlocaties als kerken) zijn (potentiële) archeologische vindplaatsen. Vandaar dat cultuurhistorie en archeologie niet los van elkaar kunnen worden gezien. Zo zijn op de beleidskaart zones gemarkeerd met een bepaalde archeologische verwachting, gebaseerd op de aanwezigheid van een cultuurhistorisch element. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan een zone rond een kerk of een oud erf waarvan vermoed wordt dat deze een middeleeuwse oorsprong heeft. Binnen de gemeente Gilze-Rijen bevinden zich enkele stuifduinen. De dikte hiervan varieert sterk. In het beleid is hier rekening mee gehouden door een extra categorie toe te voegen. Op deze wijze is de beleidskaart onderverdeeld in een tiental categorieën waaraan beleid is gekoppeld. Het betreft de volgende categorieën, geprojecteerd op de topografische ondergrond: -

29

Categorie 1; deze categorie betreft eventuele toekomstige archeologische rijks- of gemeentelijke monumenten. In het geval van een rijksmonument is de RCE is het bevoegd gezag.

Een actualisatie, 2021

-

-

-

-

-

-

-

-

Categorie 2; deze categorie bestaat uit de AMK-terreinen en een bufferzone rond alle bekende relevante historische elementen, zoals historische erven, kerken, kapellen, etc. Categorie 3; deze categorie bestaat uit de historische dorpskernen van Gilze, Rijen, Molenschot, Nerhoven, De Hooge Vossenberg, De Lage Vossenberg, De Biestraat, De Horst, Verhoven, De Aalstraat, De Hoek, Het Laareind, De Vijf Eiken, De Haanberg, De Lage Haansberg, Het Wellenseind, De Logt, De Braken en Het Raakeind en zijn gebaseerd op de Eerste 28 Kadastrale Kaarten van rond 1830. Categorie 4; deze categorie bestaat uit de (geïntegreerde) gebieden waaraan op basis van de verschillende modellen een verwachting is toegekend op het voorkomen van archeologische resten zoals weergegeven op beide verwachtingskaarten. Categorie 5; deze categorie bestaat uit gebieden met eenzelfde verwachting als de gebieden van categorie 4, maar dan afgedekt met een in dikte variërend pakket stuifzand. Categorie 6; deze categorie bestaat uit gebieden waaraan een verwachting is toegekend op het voorkomen van bijzondere natte context resten zoals weergegeven op de verwachtingskaarten. Categorie 7; deze categorie bestaat uit (de geïntegreerde) gebieden waaraan op basis van de verschillende modellen geen archeologische verwachting is toegekend op de verwachtingskaarten.

Categorie 8; deze categorie betreft de gebieden met een vooralsnog onbekende verwachting, aangezien de bodem op de geraadpleegde bodemkaarten ter plaatse niet is gekarteerd. 29 Categorie 9; deze categorie bestaat uit gebieden zonder verwachting omdat de bodem ter plaatse is verstoord. Categorie 10a; deze categorie bestaat uit reeds onderzochte en geheel vrijgegeven gebieden. Categorie 10b; deze categorie bestaat uit reeds onderzochte gebieden die niet of slechts ten dele zijn vrijgegeven.

Per bovenstaande eenheid is het betreffende beleid beknopt op de kaart weergegeven.

2.7 Beperkingen van een verwachtingskaart De in onderhavig rapport beschreven archeologische verwachtingskaarten en de hiervan afgeleide beleidskaart zijn met de grootst mogelijke zorgvuldigheid tot stand gekomen en zijn gebaseerd op de huidige archeologische kennis. Zo is bijvoorbeeld veel moeite gedaan om de ARCHIS-gegevens aan te vullen met vindplaatsen die (nog) niet waren geregistreerd, met name door archiefonderzoek en met behulp van lokale amateur-archeologen. Dit wil echter niet zeggen dat hiermee alle bekende vindplaatsen ook daadwerkelijk zijn gelokaliseerd. Mogelijk zijn in het verleden amateur-archeologen actief geweest die inmiddels zijn overleden en waarvan de collecties in de vergetelheid zijn geraakt. Mogelijk is tijdens ploegwerkzaamheden een vindplaats opgeploegd, zonder dat de boer dit heeft doorgegeven aan de lokaal geïnteresseerden, dan wel het bevoegd gezag. Dit soort eventueel verlies aan data is niet te voorkomen, ook al gezien de beperkte hoeveelheid tijd die beschikbaar is voor een dergelijk onderzoek. Dit houdt impliciet in dat de verwachtingskaart ook niet 100% betrouwbaar kan zijn. Het woord 28

AMK-terrein 16837 is niet opgenomen op de beleidskaart. Het betreft hier de historische dorpskern van Gilze, gebaseerd op de bonnekaarten. De begrenzing van de historische op de beleidskaart gebaseerd op de eerste Kadastrale kaarten en daarmee accurater. 29 Deze gebieden zijn met behulp van een analyse van de kadastrale kaart uit 1832 en de topografische kaart uit circa 1850 zo klein mogelijk gehouden.

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

30

verwachting zegt het ook al, het betreft een zo goed mogelijk onderbouwde verwachting. Zonder een archeologisch veldonderzoek kan niet met zekerheid worden vastgesteld of er wel of geen archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. De verwachtingskaart is een instrument om eventuele archeologische waarden zo goed mogelijk te beschermen. Het kan echter voorkomen dat in een gebied waaraan om allerlei beargumenteerde redenen geen verwachting is gekoppeld, tijdens bouwwerkzaamheden toch belangrijke archeologische waarden aanwezig blijken te zijn. Bijvoorbeeld omdat er sprake is van kennislacunes, als gevolg waarvan de huidige theorieën niet altijd volledig genoeg zijn om tot de juiste verwachting te kunnen komen. Ook de aanwezigheid van bebouwing in dorpen en steden maken het ‘voorspellen’ van de aanwezigheid van archeologische resten erg moeilijk. Dit geldt eveneens voor het voorspellen van de gaafheid van een eventuele archeologische vindplaats. In de bewoningskernen kan namelijk sprake zijn van verstoring vanwege de aanwezige bebouwing. De aanwezigheid van archeologische resten en de gaafheid hiervan kan alleen op basis van veldonderzoek worden vastgesteld. Het is goed om hiervan bewust te zijn bij het gebruik van een archeologische beleidskaart.

Planontwikkelingen waarbij bodemverstorende activiteiten zullen plaatsvinden, dienen vanuit archeologisch oogpunt bij voorkeur voornamelijk in gebieden zonder verwachting te worden gepland. Zoals hierboven is uiteengezet betekent dit echter niet dat op dergelijke locaties geen archeologische resten aanwezig zijn. De verwachting is dat de kans op archeologie hier echter significant lager is dan in zones met een archeologische verwachting.

31

Een actualisatie, 2021

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

32

3

Landschappelijke ontwikkeling en ondergrond In het begeleidende rapport behorend tot de verwachtingskaart van de gemeente Gilze-Rijen uit 2010 is zowel de landschappelijke ontwikkeling als de 30 bewoningsgeschiedenis (uitgebreid) behandeld. Dit zal derhalve in dit rapport niet nog eens herhaald worden. Voor meer informatie aangaande de landschappelijke ontwikkeling als de bewoningsgeschiedenis binnen de gemeente Gilze-Rijen wordt verwezen naar het betreffende rapport.

30

33

Berkvens en Bosman 2010.

Een actualisatie, 2021

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

34

4

Archeologische informatiekaart

4.1 Inleiding De archeologische verwachtingskaart vormt een instrument voor het archeologiebeleid ten aanzien van de planvorming binnen de gemeente. De eerste stap om te kunnen komen tot een archeologische verwachtingskaart is een inventarisatie van de op dit moment bekende vindplaatsen binnen de gemeente Gilze-Rijen. Middels een archeologische informatiekaart (bijlage 2) kan een goed beeld verkregen worden van de hoeveelheid bekende archeologische vindplaatsen, de verspreiding ervan en de verdeling over de verschillende perioden. Ook staan de belangrijkste historische elementen en structuren op deze kaart weergegeven. Deze zijn overgenomen van de tevens door BAAC vervaardigde Cultuurhistorische Waardenkaart.31 Dergelijke informatie is essentieel in het opstellen van een verwachtingsmodel. Zo kan middels analyses worden nagegaan of de vondsten zijn gebonden aan bepaalde geomorfologische of bodemkundige eenheden. Een dergelijke analyse leidt vervolgens tot een verwachtingsmodel. Echter, de archeologische informatiekaart vertelt primair de bewoningsgeschiedenis van de gemeente.

4.2 Inventarisatie van de bekende vindplaatsen de

ste

Al vanaf eind 19 , begin 20 eeuw is in Nederland op zowel professionele wijze als door amateur-archeologen archeologisch onderzoek gedaan. Men vond wat bijzonders en bracht het naar iemand binnen de gemeente waarvan men wist dat deze persoon hier interesse voor had. De vondsten werden soms voorzien van een beschrijving van het soort vondst en de locatie waar het was aangetroffen en 32 verdwenen vervolgens vaak in de privé-collectie . Pas na de oprichting van de Rijksdienst van het Oudheidkundig Bodemonderzoek in 1947, de voorloper van de huidige Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, werd de registratie van vondsten landelijk verwerkt in een database. Eerst op papier, later ook digitaal (ARCHIS). Dit systeem is afhankelijk van de bereidwilligheid van de vinder van een archeologische vondst om de vondst ook daadwerkelijk te melden bij de RCE. Ondanks de wettelijke verplichting dit te doen, gebeurt dit niet altijd. Derhalve bestaat de kans dat het raadplegen van ARCHIS niet alle bekende vindplaatsen zal opleveren. Om zoveel mogelijk bekende waarnemingen te traceren is tijdens dit en voorgaand onderzoek een archief onderzoek uitgevoerd en is tevens een beroep gedaan op lokale amateur-archeologen en heemkundeverenigingen.

4.2.1 Waarnemingen in Archis In totaal waren op de peildatum van 4 maart 2021 63 in ARCHIS geregistreerde waarnemingslocaties binnen de gemeente Gilze-Rijen bekend. In 2010 betrof dit 31

De Boer in prep. Soms werden de vondsten echter gemeld bij het RMO te Leiden alwaar het werd geregistreerd. Dit ‘oude’ register is bij de ontwikkeling van ARCHIS opgenomen in het digitale bestand. 32

35

Een actualisatie, 2021

aantal nog 37. Er zijn tijdens de inventarisatie geen aanvullende waarnemingen door de binnen de gemeente actieve amateur-archeologen/ heemkundeverenigingen aangedragen. Ook zijn geen aanvullende waarnemingen gebaseerd op oude topografische kaarten toegevoegd. Er is voor gekozen deze puntlocaties apart op de historische relictenkaart te plaatsen, maar dan als historische punten. Deze punten zijn derhalve niet opgenomen in de vindplaatsen catalogus. Hierbij moet gedacht worden aan locaties die middels aanvullend onderzoek naar oud topografisch kaartmateriaal zijn achterhaald (rosmolens, molens, watermolens, bruggen, kerken, kapellen, voorden etc.) Ook zijn op deze kaart vlakken weergegeven met betrekking tot landgoederen, maar ook het militaire kamp van Willem I. Hiervoor is een aparte kaart vervaardigd, voorzien van een eigen catalogus. Om alle bekende waarnemingen om te kunnen zetten in een archeologische informatiekaart zijn de betreffende waarnemingen geanalyseerd waarbij onderscheid is gemaakt in waarnemingslocaties en de waarnemingen op die locaties. Een waarnemingslocatie betreft de in ARCHIS opgegeven puntlocatie waar vondsten zijn gedaan. Een dergelijke waarnemingslocatie heeft een uniek catalogusnummer met een x- en y-coördinaat. Een waarnemingslocatie kan in ARCHIS echter uit meerdere vondsten (waarnemingen) bestaan.

Voor onderhavig onderzoek zijn de waarnemingen zoals in ARCHIS weergegeven in vindplaatsen omgezet. Een vindplaats vertegenwoordigt een locatie waar één of meerdere vondsten zijn aangetroffen uit één of meerdere aaneengesloten archeologische perioden. Indien duidelijk was dat aangrenzende waarnemingen uit dezelfde periode dan wel een opeenvolgende periode tot dezelfde vindplaats behoren, zijn ze geclusterd tot één vindplaats.33 In het geval dat op dezelfde locatie twee (of meer ) waarnemingen aanwezig zijn uit verschillende, niet aaneengesloten perioden, is de waarneming opgesplitst in twee vindplaatsen. Een vindplaats zoals op de archeologische informatiekaart weergegeven betreft eveneens een puntlocatie met een x- en y-coördinaat. Het verschil met een waarnemingslocatie uit ARCHIS is echter dat een vindplaats kan bestaan uit meerdere (ARCHIS-) waarnemingslocaties uit dezelfde (of opeenvolgende) periode(s) als deze laatste zich op geringe afstand van elkaar bevinden en duidelijk is dat het dezelfde vindplaats betreft. 34

Tabel 4.1 Waarnemingslocaties in de gemeente Gilze-Rijen. Omschrijving Aantal waarnemingslocaties ARCHIS 63 waarnemingen ARCHIS 496 waarnemingen amateur-archeologen vervallen waarnemingen 12 totaal aantal waarnemingen 484 totaal aantal vindplaatsen na analyse waarnemingen 56 Uit tabel 4.1 blijkt dat het aantal waarnemingslocaties, het aantal daadwerkelijke waarnemingen en het aantal vindplaatsen dat na analyse van de waarnemingen overblijft, niet met elkaar overeen komt. Dit is onder andere het gevolg van de opzet van ARCHIS. De waarneming vormt de basis binnen dit systeem. Hierbij komt het echter regelmatig voor dat binnen één waarneming meerdere vondsten zijn gedaan uit dezelfde archeologische periode. Op deze wijze loopt het aantal waarnemingen in ARCHIS al snel op. Dit betreft overigens niet alleen maar ‘dubbele’ waarnemingsnummers. Het komt namelijk ook regelmatig voor dat binnen één waarneming meerdere vondsten zijn gedaan uit verschillende archeologische 33

Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan waarnemingen op hetzelfde adres, of gerelateerd aan dezelfde locatie (bijvoorbeeld een kerk). 34 Peildatum: 4 maart 2021.

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

36

perioden. Een dergelijke locatie kan derhalve gedurende meerdere perioden bewoond zijn geweest (bijvoorbeeld gedurende de bronstijd en de Romeinse tijd). In ARCHIS krijgt een dergelijke waarneming één waarnemingsnummer terwijl hier in principe sprake is van meer dan één waarneming. Al met al betekent het voor het geval van de gemeente Gilze-Rijen dat de 63 waarnemingslocaties feitelijk 496 waarnemingen vertegenwoordigen, al dan niet daterend uit verschillende perioden. Niet al deze waarnemingen zijn betrouwbaar. Een aantal is door derden vaak vele jaren na de vondst in het Archis bestand geplaatst. Aangezien de exacte locatie van de vondst niet meer was te achterhalen zijn dergelijke administratief geplaatste waarnemingen op afgeronde coördinaten geplaats. Derhalve zijn alle waarnemingen met coördinaten afgerond op 100 en 1000 m uit de database gefilterd. Ook komt het voor dat ergens onderzoek is gedaan zonder dat er vondstmateriaal is aangetroffen, terwijl hieraan wel een waarnemingsnummer is gekoppeld. Ook dergelijke waarnemingen zijn uit de database gefilterd. Dit komt voor de gemeente Gilze-Rijen neer op 12 waarnemingen. Een ander gevolg van de opzet van ARCHIS is dat de mogelijkheid bestaat dat zich in ARCHIS ter plaatse van één feitelijke vindplaats meerdere waarnemingslocaties bevinden.

Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het feit dat vondsten behorende tot één vindplaats onafhankelijk van elkaar zijn aangemeld door verschillende personen over verschillende jaren. Ondanks dat het eigenlijk één vindplaats betreft krijgt iedere melding in ARCHIS een uniek eigen waarnemingslocatienummer. In de analyse zijn alle waarnemingslocaties die in feite één vindplaats representeren echter samengevoegd. Al met al is op deze wijze het aantal waarnemingen gereduceerd tot in totaal 56 vindplaatsen. In de catalogus (bijlage 9B) wordt per vindplaats een overzicht gegeven van de afzonderlijke waarnemingen waaruit de vindplaats bestaat, inclusief ARCHIS-waarnemingsnummer en archeologische hoofdperiode(n). In tabel 4.2 zijn de vindplaatsen per archeologische periode weergegeven. Hierbij valt op dat het totaal aantal vindplaatsen (126) niet overeenkomt met het totaal van 56 vindplaatslocaties. Dit is het gevolg van het feit dat voor veel waarnemingen geldt dat de betreffende vondst niet specifiek aan één periode kan worden toegekend. Dit houdt impliciet in dat dezelfde vondst in meerdere perioden meegeteld wordt. Tabel 4.2

Waarnemingen verdeeld naar archeologische periode.

Periode Laat-Paleolithicum Mesolithicum Neolithicum Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Middeleeuwen Nieuwe tijd

Aantal waarnemingen totaal (N=126) 8 11 13 11 12 7 37 27

% 6,3 8,7 10,3 8,7 9,5 5,6 29,4 21,5

Een vergelijking van de waarnemingen per periode levert een goed beeld op van de bewoningslocaties door de tijd heen. Binnen de grenzen van het plangebied komen waarnemingen uit alle archeologische perioden voor. De verdeling van de waarnemingen over de verschillende perioden is echter niet gelijkmatig. Zo blijkt dat de steentijd vrij goed vertegenwoordigd is met in totaal 25,3 % van de waarnemingen. Het gaat hierbij om vondstmateriaal uit zowel het paleolithicum, het mesolithicum als het neolithicum, waarbij de meeste waarnemingen uit het neolithicum dateren. Ook de metaaltijden zijn vrij goed vertegenwoordigd (18,2 %).

37

Een actualisatie, 2021

Voor de metaaltijden dient echter te worden opgemerkt dat het aantal waarnemingen waarschijnlijk is overschat, aangezien een deel van de waarnemingen bewerkt vuursteen betreft dat waarschijnlijk ouder is. De Romeinse tijd is relatief slecht vertegenwoordigd met 5,6 %, terwijl de middeleeuwen juist zeer goed zijn vertegenwoordigd (29,4 %). Ook de nieuwe tijd is goed vertegenwoordigd met 21,5 %. Gezien de aanwezigheid van tal van dorpen binnen de gemeentegrenzen gedurende de middeleeuwen en de nieuwe tijd is een oververtegenwoordiging van waarnemingen uit deze perioden niet verwonderlijk. 4.2.2 Archeologische monumentenkaart De archeologische monumentenkaart (AMK) is een product van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in samenwerking met de provincie Noord-Brabant. Op de kaart staan terreinen weergegeven waarvan de archeologische waarde is vastgesteld. De AMK-terreinen zijn onder te verdelen in twee groepen;  

Terreinen met de status van Rijksmonument. Deze terreinen zijn beschermd op basis van de Erfgoedwet (2016). Terreinen van archeologische waarde. Deze terreinen hebben geen wettelijke bescherming. Deze terreinen zijn onder te verdelen in terreinen van archeologische waarde, terreinen van hoge archeologische waarde en terreinen van zeer hoge archeologische waarde.35

Van enkele terreinen in de categorie ‘archeologische waarde’ is de waarde nog niet vastgesteld. Deze terreinen zijn zonder toetsing opgewaardeerd vanuit de voormalige categorie ‘archeologische betekenis’. Voor de archeologische informatiekaart zijn de contouren van de AMK-terreinen als GIS-bestand verkregen van de RCE. Binnen de gemeente Gilze-Rijen zijn drie AMKterreinen aanwezig. Geen van deze terreinen betreft een beschermd rijksmonument. Het betreft allen terreinen van hoge archeologische waarde. Eén van deze drie 36 terreinen betreft de historische kern van Gilze. AMK-terrein 2076 betreft een terrein met sporen van bewoning uit het mesolithicum. Het derde terrein (AMKterrein 2099) betreft een terrein waar sporen van bewoning uit de vroege middeleeuwen zijn aangetroffen. Dit terrein bevindt zich echter grotendeels binnen de gemeente Tilburg. De actualisatie van de verwachtingskaart heeft niet geresulteerd in een verandering van het aantal AMK-terreinen binnen de gemeente Gilze-Rijen. Dit is ten dele het gevolg van het feit dat er sinds 2010 geen vindplaatsen zijn aangetroffen die AMKwaardig zijn. Het huidige AMK-bestand wordt sinds 2014 echter niet meer door de RCE bijgehouden.

Een eventueel AMK-waardige vindplaats (zoals bijvoorbeeld het militaire kamp van Koning Willem I) maakt sinds 2014 derhalve geen kans om tot AMK-terrein te worden benoemd.37 Naast de drie AMK-terreinen die de gemeente Gilze-Rijen rijk is, heeft de gemeente zelf geen gemeentelijke monumenten aangewezen. De gemeente is momenteel echter bezig hier verandering in aan te brengen. Op basis van een waardestellend onderzoek naar het ‘Militair kamp Willem I en oefenbaan’, een militair kampement aangelegd ten tijde van de Belgische opstand in de jaren 1831-1839, is geconcludeerd dat een deel van het terrein monumentwaardig is.38 Vooruitlopend op het besluit dit terrein aan te wijzen als gemeentelijk monument, is dit terrein als zodanig op de beleidskaart geplaatst. 35

De RCE houdt de AMK sinds 2014 niet meer bij. Het huidige AMK-bestand betreft derhalve een statisch bestand. 36 AMK-terrein 16837. 37 De RCE is houdt de beschermde archeologische rijksmonumenten overigens nog wel bij. 38 Roymans 2020.

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

38

4.3 Inventarisatie van overige bronnen 4.3.1 Archeologische onderzoeken Een belangrijke bron van informatie vormen de resultaten van archeologische onderzoeken die in het gebied hebben plaatsgevonden. In ARCHIS staan de locaties van dergelijke onderzoeken geregistreerd. Op de archeologische informatiekaart zijn de contouren van deze onderzoeken uit ARCHIS gebruikt. 39 In totaal waren op de peildatum 157 onderzoeken uitgevoerd binnen de gemeente Gilze-Rijen. Dat zijn er 97 meer dan in 2010, toen de teller nog op 60 stond.40 In de meeste gevallen betreft het een bureauonderzoek in combinatie met een booronderzoek (82 van de 157 binnen de gemeentegrenzen uitgevoerde onderzoeken). In 26 gevallen betreft het een proefsleuvenonderzoek. In slechts drie gevallen betreft het een opgraving. In bijlage 9D is een catalogus weergegeven van alle binnen ARCHIS bekende onderzoeken binnen de gemeente Gilze-Rijen. 4.3.2 Historische bronnen Historische topografische kaarten vormen een belangrijke bron in verband met de verwachte archeologische resten van de op dit kaartmateriaal afgebeelde gebouwen en structuren. Zo zijn veel gegevens van de eerste kadastrale kaarten uit de periode 1817-1832 gebruikt. Deze kaarten zijn voor het gehele gebied gegeorefereerd en vervolgens zijn diverse elementen als puntobject dan wel als lijn- of vlakelement gedigitaliseerd.

De begrenzing van de historische kernen zijn gebaseerd op de eerste kadastrale kaarten. Daarnaast zijn historische elementen zoals kerken, kapellen, buitenplaatsen, bruggen, molens en boerenerven gedigitaliseerd. De ligging van het militaire kamp van Koning Willem I is gebaseerd op in 2020 uitgevoerd onderzoek.41 Deze data is weergegeven op de historische relictenkaart (bijlage 3). Naast de eerste kadastrale kaarten zijn verscheidene andere historische kaarten geraadpleegd. Zo is 42 ook de site van Topotijdreis ingezien. Daarnaast is uiteraard gebruik gemaakt van 43 de bestaande kaart uit 2010. De historische elementen zoals weergegeven op de historische relictenkaart zijn van nummers voorzien. Deze corresponderen met de nummers in bijbehorende catalogus (bijlage 9C).

39

9 februari 2021. Berkvens en Bosman 2010. 41 Roymans 2020. 42 topotijdreis.nl 43 Berkvens en Bosman 2010. 40

39

Een actualisatie, 2021

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

40

5

De totstandkoming van de Archeologische verwachtingskaarten

5.1 Inleiding De archeologische informatiekaart (bijlage 2) zoals besproken in het vorige hoofdstuk, geeft een goed beeld van de locaties van de binnen de gemeente bekende archeologische vindplaatsen. Een dergelijke kaart toont echter slechts puntlocaties en is niet vlakdekkend omdat hij geen uitspraken doet over de te verwachten archeologische waarden in die delen waar (nog) geen archeologische resten zijn waargenomen. Dit is echter wel noodzakelijk om nog onontdekte archeologische vindplaatsen te kunnen beschermen. Hét instrument om de nog niet ontdekte archeologie binnen de gemeente Gilze-Rijen niet verloren te laten gaan, is een archeologische verwachtingskaart, gekoppeld aan beleid. Een dergelijke kaart geeft door middel van vlakken (verwachtingszones, archeologische monumenten) en symbolen (vindplaatsen) een vlakdekkend beeld van de bekende en de verwachte archeologische waarden binnen de gemeente. Voor de totstandkoming van een dergelijke verwachtingskaart is gebruik gemaakt van een verwachtingsmodel. Er bestaan drie typen modellen. Een model dat is gebaseerd op kwantitatieve gegevens wordt een inductief model genoemd. Er bestaan ook modellen waarbij gebruik gemaakt wordt van een hypothetische benadering (een zogenaamd deductief model). Het derde type model betreft het hybride-model. Een dergelijk model maakt gebruik van zowel inductieve als 44 deductieve data.

In de praktijk wordt bij veel archeologische verwachtingsmodellen gebruik gemaakt van een hybride-model. Zo ook de modellen waarop de twee verwachtingskaarten (Jagers en Verzamelaars en Boerenen Staatse samenleving) voor de gemeente Gilze-Rijen zijn gebaseerd. In dit hoofdstuk zullen de modellen zoals deze gebruikt zijn voor de twee verwachtingskaarten worden behandeld. Aangezien de archeolandschappelijke eenhedenkaart en de bodemkaart belangrijk zijn voor de gebruikte modellen, zal ook hier kort op worden ingegaan. Ook zal het eindresultaat, namelijk de beide verwachtingskaarten, kort worden besproken. Tot slot zullen de beperkingen van een archeologische inventarisatiekaart worden besproken.

5.2 De Archeolandschappelijke eenhedenkaart Het landschap was vroeger in veel grotere mate van invloed op het bewoningspatroon van de mens dan tegenwoordig. Het vormde een belangrijke factor in de keuze voor een vestigingsplaats. De ligging van archeologische vindplaatsen is dan ook in hoge mate gecorreleerd aan het landschap. Voor onze nomadische voorouders die leefden van de jacht, was de geomorfologie van het landschap bepalend. Vanaf de introductie van de landbouw werd de bodemvruchtbaarheid van groot belang. Om uitspraken te kunnen doen over de archeologische verwachting in een bepaald gebied is het dan ook noodzakelijk een 44

41

Wheatley & Gillings 2002.

Een actualisatie, 2021

goed beeld te hebben van het ontstaan van het landschap en de bodemvruchtbaarheid. Het gebruikte model voor de verwachtingskaart voor de Jagers en Verzamelaars is dan ook gebaseerd op de archeolandschappelijke eenhedenkaart. De archeolandschappelijke eenhedenkaart is het resultaat van een landschapsanalyse op schaal 1:10.000. In de hier volgende paragrafen zullen eerst de gebruikte bronnen met betrekking tot de archeolandschappelijke eenhedenkaart kort worden besproken waarna de verschillende eenheden aan bod zullen komen. 5.2.1 Bestaande landschappelijke eenhedenkaarten Bij de totstandkoming van de bestaande archeologische verwachtingskaart van de gemeente Gilze-Rijen is destijds gebruik gemaakt van een zogenaamde basiskaart waarop de gemeente is verdeeld in 15 landschappelijke eenheden.45 Deze kaart is deels gebaseerd op de landelijke geomorfologische kaart (schaal 1:50:000), deels op de bodemkaart van Nederland (schaal 1:50:000) en in beperkte mate ook op het AHN. Men is echter afgeweken van de op de geomorfologische kaart weergegeven eenheden en heeft gebruik gemaakt van eigen eenheden. In 2020 is een archeologische verwachtingskaart voor de gemeente Alphen-Chaam opgesteld.46 Voor deze kaart is een archeolandschappelijke eenhedenkaart vervaardigd, de zogenaamde landschappelijke basiskaart.

De op deze kaart weergegeven eenheden wijken sterk af van de eenheden zoals weergegeven op de bestaande basiskaart van de gemeente Gilze-Rijen. Ook sluiten de verschillende eenheden langs de gemeentegrenzen niet (goed) op elkaar aan. Gezien het samenwerkingsverband tussen de ABG-gemeenten (Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze-Rijen) ligt het voor de hand om het kaartmateriaal goed op elkaar te laten aansluiten. Derhalve is op verzoek van de gemeente Gilze-Rijen een nieuwe archeolandschappelijke eenhedenkaart vervaardigd, waarbij zoveel mogelijk is aangesloten op de landschappelijke basiskaart van de gemeente Alphen-Chaam.47 Hierbij is waar mogelijk gebruikt gemaakt van de al bestaande basiskaart uit 2010, de landelijke geomorfologische kaart 1:50.000, het AHN en verscheidene bodemkaarten. 5.2.2 Geomorfologische kaart Voor de gemeente Gilze-Rijen is een geomorfologische kaart beschikbaar. Het betreft de geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. 48 De geomorfologische kaart geeft de landschapsvormen weer die aan het maaiveld zichtbaar zijn. Op basis van deze landschapsvormen in combinatie met de geologie is de vorming van het landschap te reconstrueren. Daar waar nodig is de geomorfologische kaart gebruikt als basis voor de archeolandschappelijke eenhedenkaart. Op basis van de landschapsanalyse kan achterhaald worden welke locaties geschikt waren voor bewoning.

De landschapsbenamingen zoals weergegeven op de archeolandschappelijke eenhedenkaart sluiten zoveel mogelijk aan op de landschappelijke basiskaart van de aangrenzende gemeente Alphen-Chaam. De geomorfologische kaart van Nederland is voor het maken van een landschaps- en archeologische verwachtingskaart te grootschalig. Eenheden die voor de archeologie zeer belangrijk zijn, zoals kleine dekzandkoppen en -welvingen, landduinen en kleine vennetjes, zijn vanwege de grotere schaal nauwelijks aangegeven. Daarnaast is de begrenzing van enkele eenheden, zoals de beekdalen, op meerdere plaatsen ruim genomen. Vandaar dat voor de vervaardiging van de landschappelijke eenhedenkaart op een schaalniveau van circa 1:10.000 is gewerkt. De Archeolandschappelijke eenhedenkaart van de gemeente Gilze-Rijen is gebaseerd op de combinatie van alle landschappelijke bronnen inclusief het AHN-3.

45

Berkvens en Bosman 2010. Ellenkamp 2020. 47 Ellenkamp 2020. 48 Stiboka 1981. 46

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

42

5.2.3 Bodemkaarten Voor het plangebied is een aantal bodemkaarten beschikbaar. Het gaat hierbij om de bodemkaart van Nederland 1:50.000, 49 maar ook om enkele gedetailleerdere bodemkaarten welke in het kader van de binnen de gemeentegrenzen uitgevoerde ruilverkavelingen zijn vervaardigd. Met behulp van deze kaarten zijn enkele details ingetekend, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van enkele (lage) stuifduinen. In paragraaf 5.3 1 zal nader worden ingegaan op de verschillende bodemkaarten. 5.2.4 Actueel Hoogtebestand Nederland Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) vormt een belangrijke bron voor de landschapsanalyse. Het kan ook zeer geschikt zijn om bepaalde historische dan wel archeologische sporen in het landschap mee te traceren. Het Actueel Hoogtebestand is een rasterkaart met rasters van 0,5 bij 0,5 m die de hoogte van het maaiveld met een nauwkeurigheid van ± 5 cm weergeeft. Op het 50 AHN is hellingcompensatie uitgevoerd. Hierdoor worden lokale reliëfverschillen 51 duidelijker zichtbaar. De hoogte kan in GIS relatief worden ingesteld, waardoor per gebied de hoogteverschillen zeer nauwkeurig te zien zijn (zie figuur 5.1).

Sinds 2015 is een verbeterede versie van het AHN beschikbaar (AHN-3), waarmee microreliëf nog beter zichtbaar kan worden gemaakt.52 Deze verbeterde versie is bij onderhavig onderzoek gebruikt om tot de archeolandschappelijke eenhedenkaart te kunnen komen.

Figuur 5.1. De hoogtekaart voor de gemeente Gilze-Rijen op basis van het AHN-3. Met bruin, oranje en geel zijn de hoger gelegen gebieden aangegeven, met groen en blauw de lager gelegen gebieden.

De archeolandschappelijke eenheden op onderhavige kaart zijn deels bepaald aan de hand van de bestaande basiskaart53 en de geomorfologische kaart.54 De 49

Stiboka 1964; Stiboka 1984. Waldus en van der Velde 2006. 51 Geografisch Informatie Systeem. 52 Het AHN-3 werkt zoals vermeld met rasters van 0,5 bij 0,5 m. Het AHN-1 werkte met rasters van 5 bij 5 m. 53 Berkvens en Bosman 2010. 54 Stiboka 1981. 50

43

Een actualisatie, 2021

begrenzing van de eenheden is echter bepaald aan de hand van het AHN, omdat dit de meest nauwkeurige bron is. Dit houdt tevens in dat op verschillende locaties binnen de gemeente op de archeolandschappelijke eenhedenkaart eenheden voorkomen die niet op het bestaande kaartmateriaal zijn aangeven. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om lokale dekzandruggen- en welvingen, landduinen en aanpassingen aan de beekdalen die op basis van het AHN zijn gedaan. Het AHN is ook gebruikt om na te gaan of op alle terreinen waarvoor de provincie een ontgravingsvergunning heeft verleend ook daadwerkelijk afgravingen hebben plaatsgevonden. Dit blijkt namelijk niet altijd het geval. Alleen afgaan op verleende ontgrondingsvergunningen is derhalve niet afdoende om een terrein als verstoord te markeren. Daarnaast is het AHN ook gebruikt om niet geregistreerde ontgravingen te lokaliseren en de op de al bestaande kaart aangegeven ontgravingen te controleren. 5.2.5 Landschappelijke gegevens uit archeologische rapporten Bij archeologische onderzoeken wordt soms een landschapsreconstructie vervaardigd, gebaseerd op de uitkomsten van het onderzoek. Dergelijke reconstructies kunnen een aanvulling zijn op de archeolandschappelijke eenhedenkaart.

Daarbij moet de kanttekening worden geplaatst dat dergelijke reconstructies bij kleine onderzoeken niet bruikbaar zijn, omdat de omvang te beperkt is om de data te extrapoleren naar een groter gebied. Er is derhalve voor gekozen om voor alle onderzoeken van 1 hectare en groter na te gaan of er een landschapsreconstructie is uitgevoerd. Van de 82 onderzoeken met een oppervlakte van 1 ha of groter bleek in slechts één geval bruikbare kaarten aanwezig te zijn. Deze zijn overgenomen op de archeolandschappelijke eenhedenkaart.55 5.2.6 Bodemverstoringen Voor het vervaardigen van een goede verwachtingskaart is het uiteraard van belang om een inventarisatie te maken van bekende bodemverstoringen. Op dergelijke plekken kan het bodemarchief dermate verstoord zijn geraakt dat eventuele archeologische vindplaatsen geheel of gedeeltelijk zijn verstoord. Dergelijke locaties dienen op de verwachtingskaart te worden weergegeven aangezien de verwachting op vindplaatsen hier gering is. Om na te gaan of, en zo ja waar, bodemverstoringen binnen de gemeente GilzeRijen aanwezig zijn, is gebruik gemaakt van de volgende bronnen;      

Bestaande verstoringenkaart gemeente Gilze-Rijen het Actueel Hoogtebestand Nederland. Ontgrondingsvergunningen. Bestaande archeologische onderzoeken Gedetailleerde bodemkaarten Geomorfologische kaart van Nederland

De bestaande verstoringenkaart van de gemeente Gilze-Rijen Voor de totstandkoming van de bestaande verwachtingskaart van de gemeente Gilze-Rijen is in 2010 ook een verstoringenkaart gemaakt.56 De data uit deze kaart is na controle grotendeels overgenomen. Enkele op deze kaart weergegeven verstoringen zijn echter niet overgenomen omdat niet duidelijk is wat de bron is en ze niet geverifieerd kunnen worden middels het AHN. Ook de bebouwing na 1980 is niet overgenomen.57 55

Boschloe 2014. Berkvens en Bosman 2010. 57 Dergelijke verstoringen zijn te kleinschalig voor een dergelijke kaart en zullen bij bureauonderzoek in kaart moeten worden gebracht. 56

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

44

Het Actueel Hoogtebestand Nederland. Middels deze kaart is het mogelijk om opvallende laagtes met scherpe begrenzingen en lineaire structuren in het landschap te traceren. Hierbij moet echter rekening gehouden worden met het feit dat natuurlijke en door menselijk handelen veroorzaakte laagtes niet altijd van elkaar te onderscheiden zijn.

Provinciaal archief aangaande verleende ontginningsvergunningen. De provincie is de vergunningverlenende instantie met betrekking tot (grootschalige) ontgrondingen. De terreinen waarvoor ontgrondingvergunningen zijn verleend, zijn voor de gemeente Gilze-Rijen bij de provincie opgevraagd en, na controle middels het AHN, op de kaart ingetekend.58

Bestaande archeologische onderzoeken. Uit enkele archeologische onderzoeken zoals uitgevoerd binnen de gemeente is bekend dat de bodem lokaal is afgegraven/vergraven. Daar waar het grootschalige verstoringen betreft, zijn deze ingetekend. In totaal zijn middels deze bronnen 171 terreinen onderscheiden. De diepte van deze vergravingen en/of afgravingen is echter niet in alle gevallen bekend, alsmede de gevolgen voor mogelijke archeologische resten. Van 16 terrein is derhalve aangegeven dat het attentiezones betreft. Hier is mogelijke sprake van verstoring van het archeologisch niveau. Van de overige 155 verstoringen is (vrijwel) zeker dat deze een negatieve invloed hebben gehad op het archeologische bodemarchief. Een goede methode om meer bodemverstoringen in kaart te kunnen brengen zou een archiefonderzoek naar (grote) bodemsaneringen en bodemverstoringen als gevolg van grootschalige nieuwbouw kunnen zijn. Dit is echter zeer arbeidsintensief. Het zou te veel tijd kosten om voor onderhavig project alle bodemverstoringen voor recente grootschalige bouwplannen te achterhalen en op de kaart te zetten. Dergelijk onderzoek dient dan ook deel uit te maken van het archeologisch bureauonderzoek voor toekomstige bouwplannen. De gemeente kan overwegen om (grootschalige) bodemverstoringen als gevolg van nieuwbouwplannen en saneringen structureel bij te houden in een database.

Het gaat hierbij dan om dermate diepe verstoringen dat geen sprake meer kan zijn van begraven archeologische niveaus. Een dergelijke database kan dan meegenomen worden bij een volgende update van de archeologische verwachtingskaart. 5.2.7 De Archeolandschappelijke eenheden De gemeente Gilze-Rijen is op basis van geogenese, geomorfologie en bodemgesteldheid in twee typen landschap onder te verdelen. Het betreft het dekzandlandschap zoals dat in veel gemeenten in Noord-Brabant aanwezig is en, specifiek voor deze regio, het pleistocene terrassenlandschap. Beide typen landschap hebben hun eigen karakter en ontstaansgeschiedenis. Elk landschapstype is vervolgens opgedeeld in verschillende landschappelijke eenheden. In totaal zijn zo 14 landschappelijke eenheden onderscheiden. In de nu volgende paragrafen zullen de landschappen kort worden besproken.

Het pleistocene terrassenlandschap De gemeente Gilze-Rijen bevindt zich grotendeels op het Kempisch hoog, een gebied dat door tektonische activiteit een relatief hoge ligging heeft gekregen. Gedurende het Vroeg- en Midden-Pleistoceen zijn door de Maas en Rijn grove zanden en grinden afgezet (Formatie van Sterksel), die op het Kempisch Hoog vrij 59 ondiep voorkomen. Nadat de rivieren het gebied hadden verlaten, heeft op het Kempisch Hoog gedurende het midden- en laat-pleistoceen periglaciale erosie

58

Een dergelijke controlestap is noodzakelijk aangezien niet alle verleende ontgrondingsvergunningen ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd. 59 De Formatie van Sterksel komt in het terrassenlandschap ondieper voor dan 1,5 m.

45

Een actualisatie, 2021

plaatsgevonden, waardoor het fijnere materiaal van de Formatie van Sterksel werd geërodeerd en het oorspronkelijke fluviatiele reliëf is afgevlakt. Deze erosieve processen, die lange tijd hebben plaatsgevonden, hebben geresulteerd in de huidige vorm van het landschap. Er is een golvend terrein ontstaan, dat op de geomorfologische kaart van Nederland wordt aangeduid als terrasafzettingswelvingen en vlaktes, doorsneden door een stelstel van kleine en grotere (beek)dalen. Gedurende de ijstijden (glacialen) van met name het Weichselien is het terrassenlandschap grotendeels afgedekt met een dun pakket sediment van meer lokale oorsprong, het zogenaamde dekzand (Formatie van Boxtel). Dit dekzandpakket is, in tegenstelling tot het hieronder besproken dekzandlandschap op het terrassenlandschap echter dun (minder dan 1,5 meter) of niet aanwezig. De terraswelvingen hebben veelal een gunstige waterhuishouding als gevolg van de relatief hoge ligging. Daarmee vormden de terraswelvingen, afhankelijk van de afstand tot stromend water, gunstige vestigingsplaatsen. De terrasvlaktes zijn minder gunstig gelegen, voornamelijk omdat de waterhuishouding in dergelijke gebieden minder gunstig is. Als gevolg daarvan raakten de meest laag gelegen terrasvlakten tussen 1500 en 500 voor Chr. bedekt met veen 60 en vormden daardoor minder gunstige bewoningslocaties.

Binnen het pleistocene terrassenlandschap zijn de volgende eenheden onderscheiden;  Terrasvlakte (al dan niet bedekt met een dun pakket dekzand)  Terraswelvingen (al dan niet bedekt met een dun pakket dekzand)

Het dekzandlandschap Het dekzandplateau zoals dat rond Gilze aanwezig is en de verspreid liggende dekzandruggen zijn relatief hoog gelegen en hebben veelal een gunstige waterhuishouding. De flanken van dit plateau en deze ruggen vormden een gunstige vestigingsplaats. De dekzandwelvingen zijn lagere dekzandruggen en dekzandverhogingen met welvingen. Ook deze locaties vormden een gunstige vestigingsplaats. De dekzandvlaktes zijn, evenals de laagtes, het minst gunstig gelegen, voornamelijk omdat de waterhuishouding in dergelijke gebieden minder gunstig is. De meest laaggelegen dekzandvlakten zijn die vlakten welke tussen 1500 en 500 voor Chr. bedekt waren met veen61 of die regelmatig vanuit beken werden overstroomd. Deze gebieden kenden vochtige omstandigheden en vormden daardoor minder gunstige bewoningslocaties. Het landschap wordt doorkruist door enkele beekdalen. De opvallendste betreffen de beekdalen van de Chaamse, de Grootte Heikantse en de Broeksche Beek in het zuidwesten van de gemeente. De loop van de Bavelsche Leij maakt ook onderdeel uit van dit beekstelsel. In het westen van de gemeente Gilze-Rijen bevindt zich het dal van de nog steeds watervoerende Gilzewouwerbeek, terwijl hier ook het nu droge dal van de Zuurbroek gelegen is.

In het oosten wordt de gemeente doorsneden door een zeer oud, groot dal dat loopt vanaf het dal van de Donge in het noorden tot aan de Chaamse Bosschen in het zuiden. Dit dal is volgens de Vos en de Vries een relict van een beek uit het begin van het holoceen.62 Momenteel lopen hier de gegraven waterlopen van de Straatse, de Tweede en de Grote Lei. In het noordoosten bevindt zich een deel van het dal van de Donge binnen de gemeentegrenzen. Het dekzand- en terrassenlandschap grenzend aan de beekdalen in met name het zuidelijke deel van de gemeente, lagen relatief hoog en er was water in de directe nabijheid. Dergelijke hooggelegen gebieden nabij water vormden zeer gunstige vestigingslocaties. De beekdalen zelf vormden minder gunstige vestigingslocaties vanwege de slechte waterhuishouding. Dit betekent

60

Vos & de Vries 2013. Vos & de Vries 2013. 62 Vos & de Vries 2013. 61

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

46

echter niet dat de beekdalen niet werden gebruikt. Het is mogelijk dat in het natte gebied knuppelpaden lagen die de verschillende hogere gebieden met elkaar verbonden. Ook kunnen rituele deposities en losse vondsten gerelateerd aan de jacht, visvangst en houtkap aanwezig zijn. Hierbij moet men denken aan bijlen, muntschatten, fuiken, boten en dergelijke, maar ook aan mensenoffers. Ook de natte laagtes en de (uitblazings)vennen vormden geen gunstige vestigingslocaties. Van dergelijke locaties is echter wel bekend dat ze wel degelijk gebruikt werden. Hierbij moet, net als bij de beekdalen, worden gedacht aan bijvoorbeeld rituele deposities. Maar ook losse vondsten gerelateerd aan de jacht, visvangst en houtkap kunnen hier aanwezig zijn. Het kan hierbij gaan om bijlen, muntschatten, fuiken en dergelijke, maar ook aan mensenoffers. Binnen het dekzandlandschap is ook stuifzand aanwezig. Stuifzand is lokaal herverstoven dekzand. Sommige van deze verstuivingen zijn al gedurende de laatste ijstijd ontstaan en zijn derhalve zeer oud. Deze zijn op de archeolandschappelijke eenhedenkaart aangeduid als landduinen. Deze landduinen vormden gedurende het holoceen, en dan met name gedurende het mesolithicum, gunstige vestigingslocaties, vergelijkbaar met de dekzandruggen. De meeste verstuivingen binnen de gemeente Gilze-Rijen zijn echter betrekkelijk jong (middeleeuws).

Dit droge, arme mobiele zand vormde geen gunstige vestigingslocatie. Oudere archeologische resten in het oorspronkelijke dekzandgebied kunnen echter door stuifzand zijn afgedekt en daardoor extra goed geconserveerd worden. Het is ook mogelijk dat de resten worden uitgeblazen en daardoor zijn verstoord (deflatievlakte). Binnen de gemeente Gilze-Rijen zijn enkele van dergelijke jonge stuifzandgebieden aanwezig. Het betreft het gebied ten zuiden van de vliegbasis Gilze-Rijen ter plaatse van het Moleneind en de Nerhovensche Bosschen en het bosrijke gebied ten westen van de vliegbasis (Molenschotsche Heide, het militair oefenterrein De Heiningen en het golfterrein van Golfclub Toxandria). Ook in het Prinsenbos en de Chaamse Bosschen in het zuiden van de gemeente bevinden zich enkele lage stuifduinen.

Figuur 5.2. De archeolandschappelijke eenhedenkaart van de gemeente Gilze-Rijen. Voor de duiding van de verschillende eenheden wordt verwezen naar bijlage 4.

Binnen het dekzandlandschap zijn de volgende eenheden onderscheiden;  laagte

47

Een actualisatie, 2021

          

natte laagte uitblazingsven uitblazingsven begraven onder stuifzand beekdal dekzandvlakte dekzandwelving dekzandrug landduin dekzandplateau stuifzand deflatievlakte

5.3 De Bodemkaart Zoals in paragraaf 5.2 reeds is vermeld, was het landschap vroeger in veel grotere mate van invloed op het bewoningspatroon van de mens dan tegenwoordig. Vanaf de introductie van de landbouw gedurende het neolithicum vormde de bodemvruchtbaarheid een belangrijke factor in de keuze voor een vestigingsplaats. De bodemvruchtbaarheid hangt deels weer samen met het landschap en met de waterhuishouding. De ligging van archeologische vindplaatsen uit de landbouwsamenlevingen is dan ook in hoge mate gecorreleerd aan het bodemtype. Om uitspraken te kunnen doen over de archeologische verwachting in een bepaald gebied is het dan ook noodzakelijk een goed beeld te hebben van de bodemvruchtbaarheid. Het gebruikte model voor de verwachtingskaart voor de landbouwsamenlevingen en de Staatssamenleving is dan ook voornamelijk gebaseerd op de bodemkaart. De bodemkaart betreft een bewerking van de bestaande 1:50.000 bodemkaart van Nederland, aangevuld met bestaande gedetailleerdere kaarten. In de hier volgende paragrafen zullen eerst de gebruikte bronnen kort worden besproken waarna een overzicht zal worden gegeven van de verschillende onderscheiden bodemtypes. 5.3.1 Bodemkaarten Voor het plangebied is een aantal bodemkaarten beschikbaar.

Het gaat hierbij om de bodemkaart van Nederland 1:50.000, 63 maar ook om enkele gedetailleerdere bodemkaarten welke in het kader van de binnen de gemeentegrenzen uitgevoerde ruilverkavelingen zijn vervaardigd. Deze kaarten zijn van belang, aangezien het landschap destijds nog niet was aangetast als gevolg van egalisatie in het kader van de ruilverkavelingen. Bodemprocessen zijn onder andere afhankelijk van de fysieke ondergrond en de waterhuishouding. De begrenzing van landschappelijke eenheden en bodemtypen komt dikwijls overeen. Op deze wijze kan op basis van het bodemtype vaak nog een landschappelijke eenheid achterhaald worden. De voor het vervaardigen van de bodemkaart van de gemeente Gilze-Rijen gebruikte bodemkaarten betreffen de bodemkaarten van de ruilverkavelingsgebieden ‘Bavel-Rijensbroek’ (1:25.000),64 ‘Boswachterij Ulvenhouts Bos’ (1:25.000)65 en ‘Boswachterij Chaam’ (1:25.000).66 Enkele bodemtypen, zoals bijvoorbeeld laarpodzolen en (hoge) enkeergronden wijzen op historische menselijke activiteit. Ter plaatse van deze bodems is namelijk een esdek aanwezig. Esdekken zijn gevormd door het jarenlang bemesten van de bodem met mest doordrenkte plaggen. Met het opbrengen van een esdek is men in

63

Stiboka 1964 en Stiboka 1984. Stiboka 1966. 65 Stiboka 1968. 66 Stiboka 1969. 64

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

48

67

de (late) middeleeuwen begonnen. Nabij een esdek kunnen daarom sporen van middeleeuwse bewoning aanwezig zijn, terwijl in of net onder het esdek middeleeuwse sporen van het gebruik als akker aanwezig kunnen zijn (greppels, ploegsporen etc.). Daarnaast zijn dergelijke locaties dikwijls gedurende langere perioden in gebruik geweest, waardoor onder een esdek vaak oudere sporen aanwezig zijn, welke door het esdek tevens goed geconserveerd blijven. Bovenstaande geldt echter niet voor de zogenaamde lage enkeerdgronden. Ook in het geval van dit type bodem is sprake van een door de mens opgebracht humeus dek. Het verschil met de hoge enkeerdgronden is echter dat het hier niet gaat om een esdek dat in de loop van vele jaren is opgebracht, maar om een humeus dek dat veelal in één keer is opgebracht. Dit is overwegend in de ‘recente’ geschiedenis de de gebeurd (18 en 19 eeuw). Om aan de stijgende vraag naar voedsel te kunnen voldoen, werd het landbouwareaal vanaf die periode uitgebreid met minder geschikte gronden. Om de gronden toch geschikt te maken voor landbouw, werden de terreinen in één keer opgehoogd met een humeus dek. Wanneer op de bodemkaart gekeken wordt naar de locatie van de lage enkeerdgronden, dan valt op dat ze veelal grenzen aan gebieden met hoge enkeerdgronden, maar gelegen zijn in beekdalen of terrasvlaktes.

Hier is derhalve bewust humeus, zandig materiaal aangevoerd om de natte dalen op te vullen en zo een groot aaneengesloten landbouwareaal te creëren.68 Veengronden en vaaggronden wijzen op locaties die in het (recente) verleden te nat dan wel te droog waren en daardoor minder geschikt waren voor bewoning. Ter plaatse van dergelijke gronden is veelal een gelaagd landschap aanwezig. In de steentijd waren bepaalde nu met veen bedekte locaties mogelijk wel geschikt voor bewoning, totdat de grondwaterstand zodanig steeg dat ze werden afgedekt met veen. De binnen de gemeente aanwezige stuifduinen zijn in de loop van de middeleeuwen ontstaan als gevolg van overbeweiding en houtkap. Ter plaatse van die gebieden zullen geen middeleeuwse vindplaatsen aanwezig zijn, maar de stuifduinen kunnen wel prehistorische vindplaatsen afdekken. Tot slot geeft de bodemkaart locaties aan waar de bodem vergraven, afgegraven of opgehoogd is. De bodemkaart is voor het gebruikte model waar mogelijk aangepast op basis van de archeolandschappelijke eenhedenkaart zoals deze voor onderhavig onderzoek is vervaardigd. Dit is voornamelijk ter plaatse van de stuifduinen het geval. 5.3.2 Historische kaarten De huidige bebouwde kom is op veel kaartmateriaal niet gekarteerd. Als gevolg hiervan is voor dergelijke gebieden geen informatie beschikbaar over de (oorspronkelijke) landschappelijke en bodemkundige situatie.

Om toch informatie te krijgen over de oorspronkelijke situatie ter plaatse van de bebouwde kom is gebruik gemaakt van historische kaarten, waaronder de kadastrale kaart uit 1832 en de topografische kaart uit circa 1850. Aan de hand van onder andere de beeklopen en grondgebruik (grasland in lage, natte terreinen en akkerland op hoger gelegen, droge terreinen) kan een globale reconstructie worden gemaakt van het landschap en het bodemtype. Dergelijke informatie is echter minder nauwkeurig dan de gedetailleerde bodemkaarten. 5.3.3 De bodemeenheden Zoals hierboven al kort is vermeld, speelt de bodemvruchtbaarheid vanaf het moment dat de landbouw haar intrede deed een steeds grotere rol in de vestigingslocatie keuze. Er is vanaf het neolithicum dan ook sprake van een sterke relatie tussen landschappelijke ligging van archeologische sites en het aanwezige bodemtype. In het verleden is gebleken dat bepaalde bodemtypen een goede indicatie zijn voor het voorspellen van de aanwezige (tot nu toe niet ontdekte)

67 68

49

Spek 2004. Ellenkamp 2020.

Een actualisatie, 2021

archeologische waarden. Vandaar dat de bodemvruchtbaarheid de basis vormt voor het model zoals dat is gebruikt voor de verwachtingskaart voor de landbouwsamenlevingen en de Staatssamenleving. De bodemopbouw binnen de gemeente staat in direct verband met de geologische en geomorfologische opbouw ter plaatse. Een plek waar leem en kleiafzettingen van bijvoorbeeld de Donge dagzomen heeft een andere bodem dan waar zich dekzand of duinen aan het oppervlak bevinden. Op de bodemkaart zijn binnen de gemeente Gilze-Rijen in totaal 30 bodemtypen onderscheiden. In bijlage 5 is de Tabel 5.1 Bodemtypes binnen het plangebied bodemtype tZga55 (Beekeerdgronden met dunne eerdlaag (15-30 cm), gevormd in sterk lemig, matig fijn zand in nat gebied) tZga35 (Beekeerdgronden met dunne eerdlaag (15-30 cm), gevormd in sterk lemig, zeer fijn zand in nat gebied) cZga55 (Beekeerdgronden met matig dik humeus dek (30-50 cm), gevormd in sterk lemig, matig fijn zand in nat gebied) hWz (Broekeerdgrond met een kleiige moerige bovengrond) vWz (Broekeerdgrond.

Ondergrond bestaat uit zand zonder duidelijke humuspodzol-B) pzWz (Broekeerdgronden (aard bovenste 15 à 40 cm), zanddek met minerale eerdlaag) Zd21 (Duinvaaggrond (eerdlaag < 15 cm), gevormd in leemarm, matig fijn zand) EZ55 (Enkeerdgrond (humeus dek > 50 cm), gevormd in (sterk) lemig, matig fijn zand) EZ53 (Enkeerdgrond (humeus dek > 50 cm), gevormd in zwak lemig, matig fijn zand) tZn34 (Gooreerdgronden met dunne eerdlaag (15-30 cm), gevormd in leemarm en zwak lemig, matig fijn zand) pZn21 (Gooreerdgronden met dunne eerdlaag (15-30 cm), gevormd in sterk lemig, matig fijn zand) tZna55 (Gooreerdgronden met dunne eerdlaag (15-30 cm), gevormd in zwak tot sterk lemig, zeer fijn zand in nat gebied) cZna53 (Gooreerdgronden met matig dik humeus dek (30-50 cm), gevormd in zwak lemig, matig fijn zand in nat gebied) Hd42 (Haarpodzol met dunne eerdlaag (< 30 cm), gevormd in leemarm en zwak lemig, zeer tot matig fijn zand) cHn53 (Laarpodzol met matig dik humeus dek (30-50 cm), gevormd in zwak lemig, matig fijn zand) cHna53 (Laarpodzol met matig dik humeus dek (30-50 cm), gevormd in zwak lemig, matig fijn zand in nat gebied) EZa55 (Lage enkeerdgrond (humeusdek > 50 cm), gevormd in (sterk) lemig, matig fijn zand in nat gebied) EZa53 (Lage enkeerdgrond (humeusdek > 50 cm), gevormd in zwak lemig, matig fijn zand in nat gebied) L (Leemgronden met een humushoudende bovenlaag) aVz/zVz

(Madeveengronden (moerige eerdlaag) in associatie met meerveengronden beide met een zandondergrond beginnend tussen 40 en 80 cm) cY55 (Moderpodzol met matig dik humeusdek (30-50 cm), gevormd in sterk lemig, matig fijn zand) zWz (Moerige eerdgronden met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand) Wp (Moerpodzolgronden (humuspodzolgronden met een moerige boven- of tussenlaag)) X (niet gekarteerd) Hna55 (Veldpodzol met dunne eerdlaag (< 30 cm), gevormd in sterk lemig, matig fijn zand. GLG ondieper dan 40 cm-maaiveld)

Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen

% opp.

Bodemvruchtbaarheid

6,4

slecht

3,2

slecht

0,7

matig

0,6

slecht

0,2

slecht

0,9

slecht

5,9

slecht

3,5

goed

15,7

goed

0,1

matig/slecht

0,2

slecht

0,6

slecht

0,01

slecht

1,4

matig/slecht

3,4

goed

0,8

matig

2,7

slecht

0,5

slecht

0,03

matig

0,1

slecht

1,1

goed

0,05

slecht

0,04

slecht

0,5 4,2

slecht

50

Tabel 5.1 Bodemtypes binnen het plangebied (vervolg) bodemtype Hna75 (Veldpodzol met dunne eerdlaag (< 30 cm), gevormd in sterk lemig, matig grof zand. GLG ondieper dan 40 cm-maaiveld) Hn53 (Veldpodzol met dunne eerdlaag (< 30 cm), gevormd in zwak lemig, matig fijn zand) Hna53 (Veldpodzolgrond met dunne eerdlaag (< 30 cm), gevormd in zwak lemig, matig fijn zand. GLG ondieper dan 40 cm-maaiveld) Hn73 (Veldpodzolgrond met dunne eerdlaag (< 30 cm), gevormd in zwak lemig, matig grof zand) Hn34 (Veldpodzolgrond met dunne eerdlaag (< 30 cm), gevormd in zwak tot sterk lemig, zeer fijn zand. vVz (Vlierveengronden; rauwveengronden zonder zand- of kleidek; zandondergrond beginnend tussen 40 en 80 cm) W (water)

% opp.

Bodemvruchtbaarheid

0,7

slecht

25,7

matig

14,1

slecht

4,2

slecht

2,7

matig

0,04

slecht

0,00

bodemkaart weergegeven., inclusief legenda. In figuur 5.3 is de bodemkaart zonder legenda weergegeven. Vanwege het grote aantal van dertig bodemeenheden zullen deze niet uitgebreid in dit rapport beschreven worden. Echter, omdat deze kaart gebruikt is in het model om tot een verwachting voor de landbouwsamenlevingen te kunnen komen, zijn de verschillende eenheden in tabel 5.1 kort beschreven. De bepaling van de bodemvruchtbaarheid is hierbij gebaseerd op expert judgement.

Figuur 5.3. De bodemkaart van de gemeente Gilze-Rijen.

5.4 De verwachtingsmodellen 5.4.1 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden 69 De landelijk vervaardigde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden laat op basis van een statistische relatie de kans op het aantreffen van archeologische waarden binnen een bepaalde bodemeenheid van de archeoregio zien. Voor grote 69

51

RCE 2009; versie 3.1.

Een actualisatie, 2021

delen van Nederland, zoals de pleistocene zandgronden met een betrekkelijk eenvoudige geologische, geomorfologische en bodemkundige structuur, waartoe ook het grondgebied van de gemeente Gilze-Rijen behoort, levert een dergelijke 70 relatie een vrij goed beeld op, al bestaat hier enige discussie over . Een groot nadeel van deze IKAW is echter dat deze gebaseerd is op de bodemkaart met een schaal van 1:50.000. Dit betekent dat de IKAW op gemeentelijk niveau een te generaliserend karakter heeft. Immers, op de bodemkaart zijn kleine landschapselementen ofwel weggelaten op de kaart ofwel met een aantal andere elementen gegroepeerd. Dieper liggende archeologische niveaus en historische elementen en objecten zijn op de IKAW niet meegenomen. Bovendien is in de toelichting van de IKAW opgenomen dat ook bij een lage archeologische indicatieve 71 waarde archeologisch onderzoek noodzakelijk is om het kaartbeeld te verfijnen. Het geadviseerde onderzoek betreft in eerste instantie een bureauonderzoek, waarbij de, bij het vervaardigen van de IKAW, ontbrekende bronnen worden geraadpleegd, zoals historische kaarten, vondstwaarnemingen en hoogtegegevens. Vanuit de RCE wordt daarom geadviseerd om de landelijk vervaardigde IKAW alleen 72 te gebruiken bij een kaartschaal kleiner of gelijk aan 1:50.000.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10663952/1