ap 7 jaarstukken 2020 gemeente Gilze en Rijen
Tekst van het document
Kwijtscheldingen Zoals binnen onze gemeente gebruikelijk bestaat de mogelijkheid om voor de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffingen jaarlijks een verzoek om kwijtschelding in te dienen. Personen die aan de voorwaarden voldoen (betrokkenen hebben geen vermogen en de betalingscapaciteit is te laag om de aanslag te betalen), kunnen door het indienen van een dergelijk verzoek voor één of beide heffingen kwijtschelding ontvangen. In de tariefberekeningen voor de afvalstoffen- en rioolheffing is rekening gehouden met de inkomstenderving door kwijtschelding. In 2020 is voor een bedrag van € 95.000 aan kwijtscheldingen verleend. Dit bedrag is € 12.000 hoger dan begroot (€ 83.000).
96
Jaarstukken 2020 Gilze en Rijen
Paragraaf B: Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Inleiding De gemeenteraad heeft in juli 2010 de beleidsnota “Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2010” vastgesteld. Daarnaast heeft de gemeenteraad in december 2013 een nieuwe systematiek vastgesteld voor het bepalen van het weerstandsvermogen. Deze systematiek wordt sinds de perspectiefnota 2015 gehanteerd. De jaarstukken 2020 zijn het laatste P&C document waarbij we deze “oude” beleidslijn uit 2010 en systematiek uit 2013 hanteren. Op 11 februari 2021 is namelijk de nieuwe beleidsnota “Weerstandsvermogen en Risicobeheersing” vastgesteld. Dit in lijn met de financiële verordening 2017. De nieuwe beleidsnota is van kracht per 01-01-2021. De 1e turap 2021 en de perspectiefnota 2022 zijn de eerste P&C documenten waarin deze nieuwe beleidslijn en systematiek toegepast worden. In deze paragraaf proberen we een antwoord te geven op de vraag hoe groot het “weerstandsvermogen” (weerstandscapaciteit minus totaal van alle risico’s) van onze gemeente is. Hiervoor geldt een drietal invalshoeken: 1. Wat zijn de (stille) reserves van de gemeente? 2. Welke verplichtingen staan hiertegenover en welke risico's loopt de gemeente? 3. Wat is de vrije capaciteit? Daarnaast gaan we in op enkele financiële indicatoren die conform de BBV-voorschriften met ingang van de begroting 2016 moeten worden opgenomen.
Reserves en voorzieningen Om inzicht in de reserves en voorzieningen te krijgen is in de voorschriften een onderscheid gemaakt tussen de reserves (algemene reserve en bestemmingsreserves) en voorzieningen. Reserves zijn middelen waaraan de gemeente een bestemming kan geven. Bij bestemmingsreserves heeft de gemeenteraad een besluit genomen over de aanwending. Een algemene reserve heeft, behoudens claims op basis van besluitvorming, geen bestemming en dient als buffer voor algemene, niet kwantificeerbare risico's. Voorzieningen zijn middelen die gereserveerd zijn voor verplichtingen waarvan de omvang onzeker is, maar die redelijkerwijs te verwachten zijn. Voorzieningen dienen naar beste schatting dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen (bijvoorbeeld onderhoudsplannen gebouwen). In deze jaarrekening, in de staat van reserves en voorzieningen, is een cijfermatig overzicht opgenomen van alle reserves en voorzieningen, met hun omvang en de (geraamde) mutaties.
Weerstandsvermogen en - capaciteit Als uitgangspunt geldt dat er sprake is van een financieel risico als in de gevolgen niet kan worden voorzien door verzekeringen, specifiek in de balans opgenomen voorzieningen en de lopende
Jaarstukken 2020 Gilze en Rijen
97
begroting / exploitatie. Voor de gemeente betreft het risico’s in de sfeer van calamiteiten, bovenmatige kostenontwikkelingen en mogelijk nadeliger inkomsten, wat een beslag betekent op de algemene- en bestemmingsreserves. Hiertoe dient dan een minimale buffer (weerstandscapaciteit) aanwezig te zijn om financiële gevolgen op te kunnen vangen. De berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit voor de jaarstukken 2020: Berekening weerstandscapaciteit Algemene reserve Algemene reserve grondexploitatie Totaal reserves
Jaarstukken 2020 € 845.901 € 3.982.784 € 4.828.685
Bij: stille reserves (marktwaarden > boekwaarden) Totaal reserves na correctie
€ 1.508.446 € 6.337.131
Bij: Onbenutte belastingcapaciteit (t.o.v. art 12 status) WEERSTANDSCAPACITEIT
€ 1.173.915 € 7.511.046
Op grond van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) brengt de gemeente op basis van een risicoprofiel het financiële weerstandsvermogen in beeld. Hier gaan we in het vervolg van deze paragraaf op in.
Risico-inventarisatie Bij de samenstelling van de beleidsnota “Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2010” heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de mogelijke risico’s die de gemeente in algemene zin kan lopen. De cijfers worden meerdere malen per jaar geactualiseerd. Ook voor de jaarstukken 2020 is hier opnieuw kritisch naar gekeken. De doorkijk op het totaal van alle risico’s geeft een objectief beeld voor een minimaal aan te houden buffer. We merken op dat de gevolgde methode van inschatting (kansberekening) van risico’s, inhoudt dat deze risico’s feitelijk niet te kwantificeren zijn. Zodra de risico’s reëel te kwantificeren zijn, is er sprake van een verplichting en moet een toereikende voorziening worden gevormd. Wij hebben de inschatting van de risico’s niet jaarlijks gelijk gehouden. Door actieve risicobeheersing kunnen wij het risicobedrag verlagen. Daarnaast verlagen grondverkopen ook het risicobedrag. Wij komen hierop terug in de meerjarige doorkijk, die later in deze paragraaf wordt gepresenteerd. Jaarstukken 2020 Max.
risico Kans % Uitkomst Programma 0 Bestuur en ondersteuning 2.108.580 14,85% 313.216 Programma 1 Veiligheid 10.100.000 5,15% 520.000 Programma 2 Verkeer en vervoer 550.000 10,45% 57.500 Programma 3 Economie 500.000 10,00% 50.000 Programma 4 Onderwijs 250.000 20,00% 50.000 Programma 5 Sport, cultuur en recreatie 550.000 14,55% 80.000 Programma 6 Sociaal domein 600.000 11,67% 70.000 Programma 7 Volksgezondheid en milieu 500.000 5,00% 25.000 Programma 8 Volkshuisv., ruimt. ord. en stadsvern. (VHROSV) 800.000 10,00% 80.000 Programma 9A Algemene dekkingsmiddelen 3.943.217 4,95% 195.311 Programma 9B Overhead 1.963.700 13,70% 269.000 Grondexploitatie (als aanvulling op programma's 3 en 8) 7.477.654 49,20% 3.678.827 Totaal programma's (incl. GREX) 30.045.151 18,53% 5.568.354 98
Jaarstukken 2020 Gilze en Rijen
Het "gemiddelde" kans percentage per programma / paragraaf is het resultaat van de kansberekeningen van alle risico's per (deel)product. Het totaal gemiddelde kans percentage is 18,53%. Wanneer we hierin een splitsing aanbrengen tussen grondexploitatie en algemene dienst, dan bedraagt het gemiddelde kans percentage, respectievelijk 49,20% en 8,37%. Ten opzichte van de risico’s zoals ingeschat bij de begroting 2021 (€ 5.596.342) is de totale uitkomst van geschatte risico’s afgenomen met ca. € 28.000. Gezien de geringe afwijking lichten we dit niet verder toe.
Risico's per programma Binnen dit onderdeel gaan we per programma in op de belangrijkste geïnventariseerde risico’s: Programma 0 Bestuur en ondersteuning Binnen dit programma hebben we de risico’s die betrekking hebben op de bedrijfsvoering (ABG) apart in beeld gebracht. Dit sluit aan bij het risicoprofiel genoemd in de P&C documenten van de ABG. Ook is er een risico meegenomen voor extra kosten op het gebied van externe advisering en juridische aangelegenheden. Daarnaast staan op dit programma de bestuurlijke risico’s verantwoord (Raad en College van B&W), welke vooral van politiek, juridische en rechtspositionele aard zijn. Tot slot is het risico voor hypothecaire geldleningen verwerkt in dit programma. Programma 1 Veiligheid Hier zijn risico’s opgenomen in de sfeer van mogelijke calamiteiten (waarbij aansluiting is gezocht bij het rampenplan). Voorbeelden hiervan zijn een situatie waarin een vliegtuig neerstort of wanneer er een goederentrein met gevaarlijke stoffen ontspoord. Programma 2 Verkeer en vervoer Belangrijke risico’s binnen dit programma hebben te maken met het dagelijks en geprogrammeerd onderhoud en grote werken op het gebied van bestratingen, asfalt en zandwegen. Het kan hier gaan om bovenmatige kosten, faillissementen van bedrijven of onvoorziene kosten als gevolg van de werkzaamheden, zoals verzakkingen, schades en dergelijke.
Programma 3 Economie Hier worden de risico’s van recessie en mogelijke bedrijfssluitingen benoemd. Programma 4 Onderwijs Belangrijkste risico is bovenmatige kosten voor leerlingenvervoer, mede omdat dit in principe een openeindregeling is. Programma 5 Sport, cultuur en recreatie Bij dit programma is er voor diverse instellingen en verenigingen rekening gehouden met het risico van aanvullende subsidies, liquidaties en faillissementen en/of privatiseringen. Programma 6 Sociaal domein Risico’s in de sfeer van de bijstandsuitkeringen zijn opgenomen binnen dit programma. Fluctuaties zijn mogelijk in aantallen bijstandsgerechtigden met daarnaast consequenties voor de Wet Werk en Bijstand (WWB). Tot slot is ook voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), een openeindregeling, de bovenmatige kostenontwikkeling onvoorspelbaar en dus opgenomen als risico. Programma 7 Volksgezondheid en milieu Opruimingskosten voor oliesporen, asbestverwijdering en drugsdumpingen zij verantwoord binnen dit programma. Ook is bodemverontreiniging meegenomen als belangrijk risico, inclusief de vondst van eventuele explosieven.
Jaarstukken 2020 Gilze en Rijen
99
Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing (VHROSV) De risico’s binnen dit programma zijn hoofdzakelijk gelegen in de sfeer van mogelijk lagere opbrengst vanuit bouwleges. Daarnaast zijn er risico’s opgenomen voor aansprakelijkheidstellingen in ruimtelijke procedures (o.a. planschades). Grondexploitatie (als aanvulling op programma’s 3 en 8) Voor de grondexploitatie zijn de risico’s eveneens in beeld gebracht. Per complex is beoordeeld welke mogelijke risico’s er zijn met bovenmatige kosten of minder opbrengsten tot gevolg. Hierbij kan men denken aan tegenvallende kosten in de eindfase van een complex, subsidies, stagnerende verkopen, renteverliezen, afwikkeling van planschades, tegenvallende aanbestedingen, langere doorlooptijden, afwaarderingen, etc.
Risicoprofiel Het totaal van de geïnventariseerde risico’s na kansberekening bedraagt € 5.568.354. Hiervan heeft € 3.678.827 (66%) betrekking op de grondexploitatie en € 1.889.527 (34%) op de algemene dienst. Wanneer we de risico’s binnen de algemene dienst nader onder de loep nemen, dan blijkt dat het grootste deel van deze risico’s van incidentele aard is, te weten € 1.174.811 (62 %). Er resteert dus een bedrag van € 714.716 (38 %) aan structurele risico’s. Ook kunnen we de risico’s qua omvang verdelen in risico’s onder de € 100.000 en gelijk aan of boven de € 100.000. Hieruit blijkt dat de risico’s onder de € 100.000 gezamenlijk een bedrag vertegenwoordigen van € 957.700 (51 %). Hiermee resteert € 931.827 (49 %) aan risico’s gelijk aan of boven de € 100.000. Wanneer we de reeks risico’s binnen de algemene dienst schikken op kans percentage, omvang (< € 100.000 / ≥ € 100.000) en aard (incidenteel/structureel), dan ontstaat het volgende beeld:
100
Jaarstukken 2020 Gilze en Rijen