ap 7.c ONBP Hengelstraat 50-52 Gilze (2021 10 08)
Tekst van het document
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|29 Overige cultuurhistorische informatie Cultuurhistorische Waardenkaart 2006 De boerderij Hengelstraat 50-52 is aangeduid als ‘overige bouwkunst’. Vanwege deze aanduiding kent de langgevelboerderij de bouwaanduiding ‘karakteristiek’. De boerderij is geen gemeentelijk of rijksmonument, maar wordt door deze aanduiding wel beschermd. In onderstaande paragraaf wordt hier verder op ingegaan. Verder valt het plangebied onder het historische zichtrelatievlak ‘Molenbiotoop’. Deze molen is echter niet meer aanwezig.
Figuur 12 Overige cultuurhistorische informatie CHW 2006
Beleid gemeente Gilze en Rijen Conform geldend bestemming heeft een deel van het projectgebied de bouwaanduiding ‘karakteristiek’. De voormalige langgevelboerderij is gebouwd in 1905, maar al in 1915 gewijzigd door de toevoeging van een aanbouw. In 1937 en 1959 wordt het object ingrijpend verbouwd: de zuidzijde, tot dan toe bestaande uit een stal/schuurgedeelte met geklampte deur met links en rechts een smal staand venster, wordt vervangen en uitgebreid met een idem (tweede) woongedeelte als het oorspronkelijke woonhuis ernaast, nu met aan de zuidzijde een klein stalgedeelte. In 1959 is het object aan de achterzijde uitgebreid met een stal/schuurgedeelte. Door de verschillende verbouwingen heeft het object een zeer beperkte cultuurhistorische waarde, maar door zijn ligging met de lange zijde aan de straat heeft het wel een groot beeldbepalend karakter.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|30 Om de cultuurhistorische waarde van het pand te accentueren en het beeldbepalende karakter te versterken, is gekozen voor de herbouw van het object. Daarbij wordt de karakteristieke beeldbepalende frontgevel nauwgezet herbouwd en worden oorspronkelijk details uit 1905 teruggebracht in de gevels. Het uitgebreide advies van een bouw- en kunsthistorisch met betrekking tot de verbouw en herbouwmogelijkheden van het object is opgenomen in de bijlagen. De aanduiding ‘karakteristiek’ blijft gehandhaafd. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.5
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren voor de directe omgeving in het geval dat er iets mis gaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De verbonden risico’s moeten binnen de perken blijven. Hiervoor worden normstellingen gehanteerd: •
Het plaatsgebonden risico is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor burgers;
•
Het groepsrisico stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. In het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is vastgelegd dat voor iedere toename in het groepsrisico een verantwoordingsplicht geldt, ongeacht of er door de wijziging een norm wordt overschreden.
Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichting (Bevi) in werking getreden. In het Bevi zijn grenswaarden en oriënterende richtwaarden opgenomen voor het plaatsgebonden risico. Voor het groepsrisico is een verantwoordingsplicht opgenomen. Hiermee worden de aan te houden afstanden tussen inrichtingen (bedrijven) waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn en kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gewaarborgd. Naast het Bevi is de bijbehorende ministeriële Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) van belang. Het externe veilheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs). Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wro en Wm. Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht.
Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het plaatsgebonden risico: rond inrichtingen waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleidingen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Onderzoek Risicokaart Brabant De provinciale Risicokaart geeft een beeld van de risico’s in de woon- en leefomgeving. Via de kaart wordt informatie gegeven over de risicobronnen en de kwetsbare objecten. In onderstaande uitsnede van de risicokaart is de omgeving van het plangebied weergegeven. NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|31
Figuur 13 Uitsnede Risicokaart Brabant
Inrichtingen Binnen of direct aangrenzend aan het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die vallen onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI). Vervoer gevaarlijke stoffen Conform het gestelde in de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, paragraaf 5.52.3, hoeven er geen beperking aan het ruimtegebruik worden gesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. De dichtstbijzijnde routes voor vervoer van gevaarlijke stoffen bevinden zich op een groteren afstand dan 200 meter. Het gaat daarbij om de Rijksweg A58 (>1 kilometer), de spoorlijn TilburgBreda (> 3 kilometer). Militair vliegveld Gilze-Rijen Op de risicokaart worden alleen de defensie-inrichtingen getoond waar buiten het hek beperkingen gelden aan het ruimtegebruik. Deze beperkingen gelden binnen een bepaalde veiligheidszone: er mogen daarbinnen bijvoorbeeld geen woningen gebouwd of wegen aangelegd worden. Om elk terrein zijn drie zones (A, B en C) vastgesteld: hoe dichter bij het militair terrein, hoe strenger de regels. Het plangebied is niet gelegen in één van deze zones. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|32
5.6
Natuurwetgeving
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wn) in werking getreden. De Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet. Deze nieuwe wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie voorgaande wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. In de nieuwe Wet natuurbescherming vervalt de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd.
De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzonder provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelingen die met ingang van de Wn niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: •
Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken;
•
Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;
•
Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;
•
Ruimt 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;
• Alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan-Europese Ecologische Netwerk (PEEN) vormen.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|33 Beschermde planten en dieren Met de nieuwe wet wijzigt de lijst van beschermde soorten. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en met de komst van de Wn niet meer en andersom. De Wn kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten Vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijnlijn); 2. Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlage van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; 3. Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wn. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlage van de Wn worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wn) als vangnet.
Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Onderzoek Voor het plangebied is een quickscan natuurwetgeving (bijlage, Aeres Milieu, AM18431, 3 september 2018) uitgevoerd. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken. Natura 2000 Omdat de plannen waarschijnlijke geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden zullen hebben, is er geen vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming. Natuurnetwerk Brabant (NNB) Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid. Beschermde planten en dieren. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wn zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wn).
Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|34 Algemeen voorkomende vogels: verwijderen van vegetatie buiten het broedseizoen In de opgaande vegetaties komen in het broedseizoen mogelijk beschermde vogelnesten voor. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd en waarvoor geen omgevingscheck nodig is. Doden en vernielen van broedvogels/eieren/jongen moet worden voorkomen door het verwijderen van opgaande vegetaties buiten het broedseizoen uit te voeren (buiten de periode 15 maart – 15 juli). Ook buiten het broedseizoen dient gelet te worden op de eventuele aanwezigheid van vogels, eieren en vliegvlugge jongen. Door de aangepast werkwijze na te leven worden ten aanzien van vogels geen overtredingen van de Wn begaan. Stikstof Met de uitspraak van de Raad van State (29 mei 2019) is het Programma Aanpak Stikstof komen te vervallen. Ieder plan en project zal daarom moeten aantonen dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige delen in de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Voor het planvoornemen is een berekening gemaakt met behulp van de Aerius calculator 2020 (bijlage, Ordito BV, 04-02-2021). Deze berekening maakt inzichtelijk wat de stikstofdepositie is gedurende de aanleg- en gebruiksfase.
Bij de bouwperiode van het planvoornemen worden enkele mobiele werktuigen (en de daarbij behorende verkeersgeneratie) ingezet welke stikstofuitstoten. Bij de gebruiksfase wordt afhankelijk van de functie, oppervlakte en verkeersgeneratie ook een bepaalde hoeveelheid stikstof uitgestoten. Uit de rekenresultaten blijkt dat bij een overschatting van de in te vullen gegevens geen rekenresultaat hoger is dan 0,00 mol/ha/j. Gezien de relatief grote afstand tot het plangebied, het gebruik van de tussenliggende gebieden, aard en omvang van de beoogde ontwikkeling en de uitkomst van de Aerius berekening, zijn geen negatieve effecten te verwachten op de flora en fauna in Natura 2000-gebieden Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.7
Geluid
Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen. In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt tussen verkeers‐, industrie‐ en spoorweglawaai. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van de wet iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij de weg binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. De grootte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Op grond van wet bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevels van geluidsgevoelige bestemming.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|35 In artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal type objecten aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit zijn: woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen (o.a. onderwijsgebouwen, ziekenhuishuizen en verpleeghuizen). Objecten die niet onder deze categorieën zijn te scharen zijn op basis van de wet niet beschermd tegen geluidshinder. Onderzoek Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (bijlage, K+ Adviesgroep, M17 488.401, 27 november 2017) om de geluidbelasting op de gevels te bepalen ten gevolge van de N260. Daarnaast zijn de niet gezoneerde wegen nabij het bouwplan beschouwd; de Hengelstraat, de Schaapsdijk en de Lochtstraat. Wet geluidhinder De voorkeursgrenswaarde wordt als gevolg van de N260 niet overschreden. De Wet geluidhinder legt geen restricties op aan het bouwplan. Goede ruimtelijke ordening De omliggende wegen met een snelheid van 30 km/uur zijn niet gezoneerd volgens de Wet geluidhinder, maar zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel beschouwd. Ten gevolge van de Hengelstraat wordt in twee waarneempunten een geluidbelasting berekend hoger dan 53 dB. De geluidbelasting is maximaal 55 dB. Zou aan de Wet geluidhinder worden getoetst, dan wordt de voorkeursgrenswaarde met 2 dB overschreden. Het terugbrengen van de geluidbelasting tot onder de voorkeursgrenswaarde is praktisch mogelijk.
Door het aanbrengen van een stiller wegdek is een reductie van maximaal 5 dB te behalen, zodat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. De kosten hiervoor worden geraamd op 200 m x 7 m x € 50,- = € 70.000, - en stuiten op bezwaren van financiële aard. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting ten gevolge van de relevante wegen gecumuleerd. De geluidbelasting is maximaal 55 dB, zonder aftrek, op de voorgevel van de woningen direct aan de Hengelstraat. De zij- en achtergevel van deze woning kennen een geluidbelasting van minder dan 53 dB, zodat daar sprake is van een geluidluwe gevel. Omdat de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van de gezoneerde weg niet wordt overschreden, kan voor de gevelgeluidwering conform Bouwbesluit worden voldaan aan de minimale waarde van 20 dB. Omdat de geluidbelasting ten gevolge van de Hengelstraat hoger is dan 53 dB (zonder aftrek) kan een binnenniveau van 33 dB ten gevolge van die weg niet worden gegarandeerd. Ook al worden formeel geen eisen gesteld, zou kunnen worden overwogen om voor de gevelgeluidwering op de voorgevel van die woning uit te gaan van een waarde van 22 dB in plaats van 20. Wordt gekozen voor een gebalanceerd ventilatiesysteem, dan wordt ook in basis al aan die 22 dB voldaan.
De geluidsbelasting ten gevolge van de Schaapsdijk en de Lochstraat ligt lager dan 53 dB, zodat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|36 Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.
5.8
Luchtkwaliteit
De Wet Luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet Luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Voor verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintiguur gemiddelde). De Wet Luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Onderzoek Het onderhavig planvoornemen ligt ver benende de grens van 1.500 woningen en draagt daarmee niet in betekenende maten bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Vanaf het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.
5.9
Vliegbasis Gilze-Rijen
IHCS Gilze ligt geheel binnen het horizontale obstakelvrije vlak van vliegbasis Gilze-Rijen (onderdeel van de Inner Horizontal en Conical Surface (IHCS)). Voor dit vlak geldt een bouwhoogtebeperking van 56 meter boven NAP. Ervan uit gaande dat het maaiveld ter hoogte van het plangebied maximaal 18 meter boven NAP ligt, betekent dit dat nergens in het plangebied hoger dan 38 meter mag worden gebouwd. Daarnaast ligt Gilze deels in de funnel van de vliegbasis. De funnel is een obstakelvrije start- en landingsvlak waarvan de bouwhoogtebeperking binnen het vlak oploopt van circa 30 meter boven NAP tot 56 meter boven NAP. Dit kan worden vertaald in maximale bouwhoogtes van 25 tot 115 meter ten opzichte van het maaiveld. Munitiezone Luchtvaart is te beschouwen als een risicovolle activiteit. Het huidige externe veiligheidsbeleid is met name gericht op ‘stationaire bronnen’ (fabrieken, opslagplaatsen, e.d.) en op het vervoer van gevaarlijke stoffen. NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|37 In de luchtvaart gaat het om ‘bewegende bronnen’, die een ander risicobeeld met zich meebrengen. Daarom wordt voor de luchtvaart specifieke extern veiligheidsbeleid ontwikkeld, dat zal worden geïmplementeerd in de Wet Luchtvaart. Het beleid beperkt zich op dit moment nog tot Schiphol. Voor militaire vliegvelden blijft het Ministerie van Defensie verantwoordelijk. Het huidige toetsingskader legt geen beperkingen op aan de ontwikkeling van het plangebied. Verder is er op vliegbasis Gilze-Rijen een munitiecomplex aanwezig. Het plangebied ligt buiten de beschermingszone van dit complex. Geluid Over de gemeente Gilze en Rijen vallen twee zoneringen die verband houden met het aspect geluid. Enerzijds gelden voor een gedeelte van de gemeente beperkingen vanwege luchtverkeerslawaai. Anderzijds ligt de gemeente deels binnen de zone industrielawaai van de proefdraai installatie op de vliegbasis. 50 dB(A)-zone Op de vliegbasis Gilze-Rijen is een proefdraai installatie toegestaan. Een dergelijke installatie moet worden aangemerkt als geluidzoneringsplichtige inrichting (een zogenaamde ‘grote lawaaimaker’) en is zodanig voorzien van een 50 dB(A)-contour. Buiten deze contour mag de geluidsbelasting vanwege de proefdraai installatie niet meer bedragen dan 50 dB(A). Binnen de 50 dB(A)-contour mogen niet zonder meer nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden geprojecteerd.
Voor nieuwe geluidsgevoelige bestemming geldt dat door het College van Burgemeester en Wethouders een ontheffing voor een hogere waarde tot maximaal 55 dB(A) kan worden verleend. Het plangebied ligt buiten de 50 dB(A)-contour rond de proefdraai installatie. De ligging van de 50 dB(A)-contour levert derhalve geen belemmering op. Ke-zonering Luchtverkeerslawaai De maximaal toelaatbare geluidbelasting wordt in het kader van het Besluit geluidbelasting van grote luchtvaar gemeten in kosteneenheid (Ke). De grens voor de maximaal toelaatbare geluidbelasting voor nieuwe geluidsgevoelige objecten bedraagt in principe 35 Ke. Voor nieuwe woningen die een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing opvullen en voor herbouw van bestaande woningen geldt een grenswaarde van 40 Ke. Voor woningen die noodzakelijk zijn uit oogpunt van bedrijfs- of grondgebondenheid en voor reeds geprojecteerde woningen geldt een grenswaarde van 45 Ke. Voor bestaande geluidsgevoelige objecten geldt in principe een grenswaarde van 40 Ke. Als gevelmaatregelen zijn getroffen, zijn voor bestaande geluidgevoelige objecten hogere grenswaarde (tot 65 Ke) toegestaan.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|38
Figuur 14 Ke –zonering
Het plangebied ligt buiten de 40 Ke-contour van vliegbasis Gilze-Rijen. De ligging van de Kecontouren levert derhalve geenbelemmering op voor het planvoornemen. Conclusie De vliegbasis Gilze-Rijen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.10
Water
Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationaal waterbeleid in planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|39 Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in het Ne-42 bestemmingsplan Herziening Landgoederen en Groene Gebieden derland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: •
Heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte;
•
Beheersbaar programma voor de waterkeringen;
•
Doelmatig beheer van de waterketen;
•
Werkzaamheden slim combineren;
•
Het waterschapsbestuur.
Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Doelen van het Provinciaal Milieu- en Waterplan: •
Voldoende water voor mens, plant en dier;
•
Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht);
•
Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s;
•
Verduurzaming van onze grondstoffen, energie- en voedselvoorzieningen.
Waterbeheerplan 2016-2021 (Waterschap Brabantse Delta) Het Waterbeheerplan ‘Grenzeloos verbindend’ beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van wateren zuiveringssystemen voor de periode 2016-2021. Het is een inhoudelijk vernieuwend plan, wat in dialoog met partners is opgesteld. In de uitvoering van het werk wordt rekening gehouden met de toekomst: klimaatadaptie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: •
Het Nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren;
•
Het optimaliseren van de zoetwatervoorzieningen met het oog op de toenemende droogte;
•
Inzet op de bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen;
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|40 •
Helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem;
•
Het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen);
•
Afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater;
•
Een duurzame energie.
Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en de Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlakte. Hieromtrent is bij de Algemene regels van de keur het volgende opgenomen: •
Bij een toename van het verhard oppervlak van minder dan 500 m2 stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijk beleid;
•
Bij een toename van het verharde oppervlakte van meer dan 500 m2 maar minder dan 10.000 m2 moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m2);
•
Bij een toename van het verhard oppervlakte van meer dan 10.000 m 2 is een watervergunning nodig.
Uitgangspunten gemeente Gilze en Rijen Maatregelen met als doel inzamelen afvalwater en transport van afvalwater: •
Uitwerking in waterhuishoudings- en rioleringsplan in samenhang met opstellen stedenbouwkundig plan. Hierbij aandacht voor vloerpeilen van minimaal 0,15-0,30 m boven de weghoogte.
Maatregelen met als doel inzamelen hemelwater, verwerken hemelwater, voorkomen belemmering door grondwater: •
Systeemkeuze in de watertoets: Alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten worden in principe waterneutraal uitgevoerd. In eerste instantie wordt geprobeerd te voorkomen dat er negatieve effecten op grond- en oppervlaktewater zijn. Dit wil zeggen: Hemelwater zo mogelijk bovengronds te bergen en te infiltreren om verdroging te voorkomen; Hemelwater eventueel te bergen en vertraagd af te voeren naar oppervlaktewater; In inbreidingsgebieden is een infiltratievoorziening van 20-40 mm vereist door de gemeente. Een infiltratievoorziening van 20 mm raakt ongeveer eens per 2 jaar vol en zodoende neemt de kans op water op straat in de benedenstroomse riolering niet toe bij een toetsing van eens per 2 jaar. In gebieden waar wateroverlast wordt geconstateerd kan door de gemeente worden afgeweken en een grotere berging worden gevraagd. Het waterschap vraagt bij watertoets procedures geen compensatie in de berging indien de toename van het oppervlak minder dan 500 m2 bedraagt. Bij een grotere toename worden ook door het waterschap eisen gesteld;
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|41 -
-
-
In uitbreidingsgebieden dient waterneutraal gebouwd te worden en wordt dus 40 mm berging in een infiltratie of in oppervlaktewater geëist. Als dit binnen het plangebied niet mogelijk is, wordt er pas buiten het plangebied gecompenseerd. Eventueel zou de berging ook kunnen worden gerealiseerd in de vorm van een waterbergingsbank, (uitruil van waterberging tussen verschillende plannen) als de nieuwbouw niet leidt tot wateroverlast; Bij nieuwbouw waarbij de keur niet van toepassing is, dient in principe 20 mm neerslag op eigen terrein of binnen het plangebied te worden geborgen in een infiltratievoorziening die ongeveer eens per 2 jaar vol mag raken. In gebieden waar wateroverlast wordt geconstateerd kan door de gemeente worden afgeweken en een grotere berging worden gevraagd; Ter bescherming van bodem en grondwater dient infiltratie van water vanaf wegen een zuiverende stap te ondergaan (b.v. zandfilter of lavakoffer). Bij lozing op oppervlakte water gelden de lozingseisen van Waterschap Brabantse Delta.
Bestaande situatie Het plangebied ligt ten zuid oosten van de bebouwde kom van Gilze. Ten behoeve van het garagebedrijf is een groot deel van het perceel Hengelstraat 52 verhard met gebouwen en terreinverharding. Op het perceel Hengelstraat 50 zijn naast de woning in het zuidelijke deel van de langgevelboerderij twee bijgebouwen en terreinverharding aanwezig. In totaal is er ca. 741 m 2 aan bebouwing aanwezig en 725 m2 aan terreinverharding. In totaal bedraagt de verharding in de bestaande situatie ca. 1.466 m2. Hemelwater Het plangebied bestaat in de huidige situatie deels uit verharding en deels uit tuin. In de huidig situatie wordt de neerslag die in het plangebied valt, via inzijging, afroming naar lagere terreindelen en verdamping afgevoerd. Daarnaast is er vanaf het perceel een afvoerleiding aanwezig onder de Schaapsdijk door richting de B-watergang aan de overzijde van de Schaapsdijk. Oppervlaktewater Het plangebied valt binnen het beheergebied van het waterschap Brabantse Delta. Aan de overzijde van de Schaapsdijk ligt een B-Watergang. Op de legger van het waterschap is tevens een Bwatergang aangeven langs de randen van het perceel zelf. Deze watergang is echter fysiek niet aanwezig, ook niet in de vorm van een duiker.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|42
Figuur 15 Legger Brabantse Delta
Toekomstige situatie Hemelwater In onderstaande tabel is voor de huidige en toekomstige situatie de oppervlakteverharding inzichtelijk gemaakt. Bruto (verhard) oppervlakten
Huidige situatie (m2)
Totaal oppervlakte plangebied
2.625
Verhard oppervlakte infrastructuur
725
Verhard oppervlakte bebouwing
741
456
Totaal verhard oppervlakte
1.466
456
Totaal onverhard oppervlakte
1.159
2.169
Afname verhard oppervlakte
Toekomstige situatie (m2) 2.625
1.010
Het totaal verhard oppervlakte in de toekomstige situatie bedraagt 456 m2. Ten opzichte van de bestaande situatie neemt het verhard oppervlak af met 1.010 m2. Er zijn daarom geen compenserende maatregelen noodzakelijk. Het hemelwater wordt conform de huidige situatie afgevoerd naar de B-watergang aan de overzijde van de Schaapsdijk. Een andere optie is om het hemelwater gescheiden aan te bieden op het bestaande rioleringsstelsel. Afvalwater De bebouwing wordt aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. Bij de uitwerking van de ontwikkeling wordt ook de afvalwaterriolering, zoals de ligging van het afvoerpunt gedetailleerd uitgewerkt. NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|43 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.
5.11
Mer-beoordeling
Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moeten worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrij m.e.r.beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies komen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.
In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig in het andere geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Beoordeling Drempelwaarde D-lijst In D.11.2. in bijlage II van het Besluit m.e.r. is de activiteit ‘stedelijke ontwikkeling’ opgenomen. Dit betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit van D.11.2. in bijlage II van het Besluit bedragen: •
Een oppervlakte van 100 ha of meer;
•
Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen;
Onderhavig planvoornemen valt daarmee niet onder de definitie van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een nadere toetsing aan de m.e.r.- regelgeving is hierdoor niet aan de orde.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|44 Gevoelige gebieden In onderdeel A van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaand wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied is in geen van dergelijk gevoelige gebieden gelegen. Er is dus geen sprake van significante nadelige effecten voor het milieu. Milieugevolgen In de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid, luchtkwaliteit, etc. hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling geen sprake is van nadelige milieugevolgen. Conclusie Het uitvoeren van een (vorm-vrije) m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|45
6.
JURIDISCHE REGELGEVING
6.1
Inleiding
Dit bestemmingsplan sluit wat betreft de juridische regelgeving aan op de regelingen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Gilze en Rijen. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de daarop betrekking hebbende regels, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden.
6.2
Systematiek van de regels
De gemeente Gilze en Rijen hanteert een bestek waar een bestemmingsplan aan dient te voldoen. een hulpmiddel dat de gemeente daarbij gebruikt, is een standaard opzet voor het maken van de regels bij bestemmingsplannen. Elk bestemmingsplan blijft echter maatwerk. De opzet van de regels is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Uiteraard is de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk opgenomen om de specifieke eisen die een gebied stelt aan de bestemmingsplanregeling te kunnen verwerken. Daarnaast is in landelijke staarden (SVBP 2012 eb IMRO 2012) vastgelegd welke kleuren, lijnen, symbolen e.d. toegepast dienen te worden bij het opstellen van de verbeelding. In de volgende paragraaf worden de gebruikte bestemmingen nader toegelicht. Hieronder wordt een toelichting gegeven op welke wijze een ander in de regels is vastgelegd. De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen, het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: •
Bestemmingsomschrijving;
•
Bouwregels voor gebouwen;
•
Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen;
•
Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
•
Eventuele nadere eisen;
•
Eventuele afwijkingen van de bouwregels;
•
Eventuele specifieke gebruiksregels;
•
Eventuele afwijkingen van de gebruiksregels.
In dit hoofdstuk worden de bestemmingen van de gronden als eerst beschreven en worden daarna gevolgd door eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen, waarden en waterstaatsdoelen. NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|46 Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: •
Anti-dubbelteregel: met deze bepaling wordt beoogd misbruik van de regels door middel van (privaatrechtelijke) wijzigingen in de eigendomsverhoudingen van gronden voorkomen;
•
Algemene bouwregels: dit artikel bevat de bouwregels van algemene bouwwerken die binnen het gehele plangebied kunnen worden opgericht;
•
Algemene gebruiksregels: in dit artikel staat opgenomen wat op basis van artikel 2.1 lid 1 van de Wabo in ieder geval onder verboden gebruik wordt verstaan;
•
Algemene aanduidingsregels: in dit artikel is een regeling opgenomen met een hoogtebeperking voor gebouwen van 56 meter ten behoeve van de bescherming van het nabijgelegen vliegveld.
•
Algemene afwijkingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten en percentages met betrekking tot het bouwen, het oprichten van gebouwen van openbaar nut en het in beperkte mate verschuiven van bestemmingsgrenzen;
•
Algemene procedure regels.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: •
Overgangsregeling: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven;
•
Titel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.
6.3
Beschrijving van de bestemmingen
Artikel 3 Wonen De op de verbeelding voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en een beroep aan huis waaraan bepaalde voorwaarden zijn verbonden. Daarnaast zijn bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven en parkeervoorzieningen toegestaan. Voor de herbouw van de langgevelboerderij is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, dat voldaan moet worden aan het advies van de bouw- en kunsthistoricus. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het landschappelijke inrichtingsplan. Dubbelbestemmingen Artikel 4 bevat de regels voor de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie.” Gebiedsaanduidingen In artikel 9 is de aanduiding ‘overige – IHCS -1’ opgenomen. Deze zone beschermt de belangen van de aanwezige luchtmacht basis ‘Vliegbasis Gilze-Rijen’.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|47
7.
UITVOERBAARHEID
7.1
Economische haalbaarheid
Het plan betreft een particulier initiatief op eigen gronden. Ten behoeve van het plan hoeven door de gemeente voorzieningen, noch aan- of verkopen te worden gedaan. Er is bij dit plan sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. De gemeenteraad moet hiervoor op basis van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening in principe een exploitatieplan vaststellen. Er hoeft geen exploitatieplan vastgesteld te worden als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. Er is een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Tevens komen de kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en de bijbehorende onderzoeken voor rekening van de initiatiefnemer. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog In juni 2021 heeft de initiatiefnemer een omgevingsdialoog gehouden. Hiervoor zijn de bewoners van de volgende adressen bezocht, en in staat gesteld een schriftelijke reactie in te dienen bij de initiatiefnemer: Bezochte adressen: •
Schaapsdijk 2 en 6;
•
Hengelstraat 44, 46, 54, 61, 63, 65, 67;
•
Eikhof 1
•
Lochtstraat 60 en 62
Van de gevoerde omgevingsdialoog is een verslag gemaakt. Dit verslag is bekend bij de gemeente Gilze en Rijen. Voorontwerp bestemmingsplan Het bestemmingsplan is in het kader van het zogenoemde vooroverleg, ex artikel 3.1.1. Bro toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid is geboden om een reactie te geven op het plan. Het Waterschap Brabantse Delta heeft op 29 september 2021 een positief wateradvies afgegeven. Het door de gemeente ingevulde formulier over de in het voorontwerp betrokken ruimtelijke aspecten geeft de Provincie Noord Brabant geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Het wettelijk vooroverleg vanuit de provincie kan dan ook als afgerond beschouwd worden. Beide vooroverlegreacties zijn opgenomen als bijlagen bij deze toelichting.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
|48 Tevens zijn vanuit de brandweer Midden en West Brabant geen aanvullende opmerkingen gekomen ten aanzien van de externe veiligheid. Ontwerp Na de instemming van het college van burgemeester en wethouders op het ontwerpbestemmingsplan is het ontwerp 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft eenieder de mogelijkheid gehad zienswijze in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. PM Vaststelling Na vaststelling wordt het plan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan beroep worden ingesteld tegen de eventuele gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. PM
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
Bestemmingsplan Hengelstraat 50-52 Gilze
REGELS
|1
1 Inleidende regels
2
Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
2 6
2 Bestemmingsregels
8
Artikel 3 Wonen Artikel 4 Waarde - Archeologie
8 13
3 Algemene regels
14
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene gebruiksregels Artikel 8 Algemene aanduidingsregels Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Artikel 11 Algemene procedureregels
14 15 17 18 19 20 21
4 Overgangs- en slotregels
22
Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel
22 23
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
bestemmingsplan Hengelstraat 50-52, Gilze
|2
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan het bestemmingsplan 'Hengelstraat 50-52, Gilze' met identificatienummer NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01 van de Gemeente Gilze en Rijen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aan huis gebonden beroep een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroep met ondergeschikte functies zoals vermeld in Bijlage 2. Het beroep dient qua omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij bijbehorende bijgebouwen te passen en de woonfunctie dient als primaire functie behouden en herkenbaar te blijven. Hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van ambachtelijke bedrijven. 1.4 aan huis gebonden bedrijf: het beroepsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk met ondergeschikte functies. Het bedrijf dient qua omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij bijbehorende bijgebouwen te passen en de woonfunctie dient als primaire functie behouden en herkenbaar te blijven.
1.5 aan- / uitbouw: een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt, deel van een hoofdgebouw dat door zijn indeling en inrichting is bestemd om hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van de hoofdfunctie; 1.6 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8 afhankelijke woonruimte: een tijdelijke zelfstandige woonvorm ten behoeve van mantelzorg, waarbij bewoning van een (bij)gebouw tijdelijk is toegestaan en er sprake is van de huisvesting van één huishouden; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.11 bedrijfsvloeroppervlak: de totale vloeroppervlakte van kantoren, detailhandel, dienstverlening, horeca of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten; 1.12 begane grond: bouwlaag waarvan het vloerpeil ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een onderbouw; 1.13
bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
bestemmingsplan Hengelstraat 50-52, Gilze
|3 1.15 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.16 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder; 1.19 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.23 bouwwerk, geen gebouw zijnde: een bouwwerk voorzien van maximaal één gesloten wand; 1.24 dakopbouw: bouwlaag welke maximaal 70% van het bebouwde oppervlak van de daaronder gelegen bouwlaag van het hoofdgebouw omvat; 1.25 detailhandel: het
bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.26 dienstverlening: het bedrijfsmatig verrichten van diensten van of ten behoeve van het publiek al dan niet met baliefunctie, zoals een uitzendbureau, bank, stomerij, wasserette, apotheek, kapsalon, schoonheidssalon, schoenmaker of reisbureau; 1.27 eengezinswoning: een gebouw dat uitsluitend één woning omvat; 1.28 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met twee of meer wanden omsloten ruimte vormt; 1.29 gevellijn: denkbeeldige lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen, dan wel de aangeduide lijn; 1.30 hoofdgebouw: Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
bestemmingsplan Hengelstraat 50-52, Gilze
|4 1.31 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.32 inwoning: het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat dit slechts toegestaan is in het hoofdgebouw, dan wel in met het hoofdgebouw verbonden aangebouwd bijgebouwen en dat woningsplitsing en/of kamerverhuur niet toegestaan is; 1.33 kamerverhuur en/of logies: de verhuur van een deel van een al dan niet zelfstandige woonruimte ten behoeve van bewoning aan personen; 1.34 kamerverhuur- en/of logiespand: gebouw of een deel van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan vier of meer personen; 1.35 kantoor: een gebouw, gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch, ontwerp technisch of daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan of geholpen; 1.36 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de
gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.37 mantelzorgbehoevende: eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak; 1.38 mantelzorgverlener: diegene die (deels) in een behoefte van een mantelzorgbehoevende voorziet; 1.39 meergeneratiewoning: één woning die krachtens een omgevingsvergunning geschikt is gemaakt voor bewoning door twee huishoudens met een familierelatie en met een fysieke koppeling, waarbij sprake is van inwoning gerelateerd aan de familierelatie; 1.40 NAP: Nieuw Amsterdams Peil; 1.41 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, milieuvoorzieningen, e.d.; 1.42 overkapping/ carport: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één gesloten wand; 1.43 perceelsgrens: een grenslijn tussen bouwpercelen onderling en tussen bouwpercelen en openbaar gebied; 1.44 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.45 publieksverzorgend ambacht een bedrijf dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen en/of het leveren van diensten aan personen, die deze goederen of diensten aanwenden anders dan in de uitoefening van
een beroep of bedrijf;
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
bestemmingsplan Hengelstraat 50-52, Gilze
|5 1.46 seks- en /of pornobedrijf: een voor het publiek toegankelijk gebouw of gedeelte van een gebouw, in welk gebouw of welk gedeelte, handelingen, vertoningen en/of voorstellingen van erotische en/of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt mede begrepen een sekswinkel zijnde een gebouw of een gedeelte van een gebouw, welk gebouw of welk gedeelte is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen uitstalling, verkopen, verhuren en/of leveren van seksartikelen. Een prostitutiebedrijf is hieronder begrepen; 1.47 twee-aaneengebouwde woningen: blokken van twee vrijstaande eengezinswoningen welke aan maximaal één zijde in de zijdelingse perceelsgrens zijn gebouwd en door een gemeenschappelijke scheidingsmuur met elkaar zijn verbonden; 1.48 vloeroppervlakte: de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen; a. b.
bruto vloeroppervlak: de totale vloeroppervlakte van functies, gerekend op alle bouwlagen, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten; netto vloeroppervlak: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) ruimtes, alleen op de begane grond, ten behoeve van de detailhandel;
1.49 voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van het hoofdgebouw en wordt doorgetrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen; 1.50 vrijstaand bijgebouw: een bij een woning behorend gebouw, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte, of hobbyruimte, dat niet in directe verbinding staat met de woning en dat niet voor bewoning is bestemd; 1.51 vrijstaande woning: eengezinswoning welke aan beide zijden van de woning niet in de zijdelingse perceelsgrens is gebouwd; 1.52 weg: een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen, bermsloten en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende bushaltes, parkeerplaatsen en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.53 woning: een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, of voor de huisvesting buiten het verband van een huishouden tot en met maximaal vier personen; 1.54 zijdelingse en achterste perceelsgrens: een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 1.55 zorgwoning een gebouw in gebruik als zelfstandige woning gericht op het verlenen van zorg.
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
bestemmingsplan Hengelstraat 50-52, Gilze
|6
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: wordt gemeten tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein: de buitenwerks gemeten oppervlakte van het op een bouwperceel aanwezige c.q. op te richten gebouw, bouwwerken geen gebouwen zijnde of gebouwencomplex, gemeten op één meter boven het gemiddelde maaiveld van het aansluitende afgewerkte terrein; 2.3 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de breedte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.6 de diepte van een gebouw: horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels gemeten van de voorgevel tot de achtergevel en 1 m boven peil en waarbij de grootste
maat (gemeten evenwijdig aan één van de zijgevels ) bepalend is; 2.7 de verticale diepte van een gebouw: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf peil; 2.8 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.9 lessenaarsdak: een dakvorm die bestaat uit slechts één dakvlak of dakschild, dat onder een zekere helling is aangebracht. Hierbij betreft de goothoogte de laagste zijde en de bouwhoogte de hoogste zijde. 2.10 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.11 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.12 de lengte en breedte van een bouwwerk: horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren), met dien verstande dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte; 2.13 de vloeroppervlakte van een bouwwerk: horizontaal tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke
scheidingsmuren over alle bouwlagen;
NL.IMRO.0784.BPHengelstraat5052-ON01
bestemmingsplan Hengelstraat 50-52, Gilze
|7 2.14 peil: a. b.
voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
2.15 ondergeschikte bouwdelen: Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftopbouwen, lichtkoepels, antennes, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1,0 meter wordt overschreden.