ap 5 toelichting bp Alphenseweg ong. te Gilze
Tekst van het document
23
In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van het initiatief aan de Alphenseweg tussen nummer 10 en 12, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de nieuw te realiseren woning beschermde natuurwaarden bevinden, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen desondanks zoveel mogelijk te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding.
Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten dient zo veel mogelijk voorkomen te worden. Gezien het huidige gebruik (weilandje) van de onbebouwde percelen zonder bomen, struwelen, kruidenrijke vegetatie of andere waardevolle elementen, is de aanwezigheid van beschermde en bijzondere soorten echter niet te verwachten. Daarbij kan door middel van de Effectenindicator soorten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gekeken worden of de werkzaamheden voor het realiseren van de beoogde situatie een bedreiging vormen voor de beschermde soorten. De ruimtelijke ingreep betreft het bouwen van een woning en het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening. Uit de scan volgt dat in het plangebied, in combinatie met de geselecteerde activiteit(en), geen Wettelijk beschermde soorten voorkomen waarbij schadelijke effecten worden verwacht. Zie Afbeelding 13 op de volgende pagina. In aanvulling op de Effectenindicator is door het onderzoeksbureau IJzerman Advies B.V. een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd door middel van bureauonderzoek en een veldonderzoek. Uit het onderzoek is gebleken dat verdiepend onderzoek en het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk is. Het onderzoeksrapport is toegevoegd in Bijlage 3 bij deze toelichting.
Hieronder worden het eindadvies uit de rapportage opgenomen: • Vrijgestelde soorten kunnen mogelijkerwijs worden aangetroffen. Hiervoor hoeft in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het voorkomen van deze soorten wordt door de geplande ontwikkelingen niet in gevaar gebracht. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. • Voor overige beschermde soorten is nader onderzoek niet noodzakelijk door het ontbreken van geschikte biotopen en vaste verblijfslocaties. • Op de planlocatie zelf ontbreken geschikte structuren voor broedvogels om als nestlocatie te fungeren (struiken/bomen). Initiatiefnemers dienen zorg te dragen dat in de omliggende groenstructuren geen fysieke verstoring van in gebruik zijnde nestlocaties plaatsvindt. Doorgaans vindt het broedseizoen plaats tussen half maart en half juli. Buiten deze periode is de kans op aanwezigheid van broedgevallen klein.
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
24
Afbeelding 13: Uitsnede Effectenindicator Soorten
Conclusie
Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied van het plangebied betreft Regte Heide & Riels Laag, welke is gelegen op een afstand van circa 5,75 kilometer. Gezien de aard van het initiatief en de afstand tot de gebieden zijn negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden uitgesloten. Met de Effectenindicator en de Quickscan Flora en Fauna is uitgevoerd door IJzerman Advies B.V. is anagetoon dat er geen beschermde soorten op locatie voorkomen. Geconcludeerd kan worden dat er geen ontheffing noodzakelijk is in het kader van de Wet natuurbescherming.
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
25
4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.
4.4.1
Cultuurhistorie en aardkunde
De cultuurhistorie en aardkunde binnen het plangebied wordt beschouwd aan de hand van het wettelijk toetsingskader en het daaruit volgende provinciaal beleid. Wettelijk toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw project een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en verlening van een omgevingsvergunning. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een omgevingsvergunning moet voldoen.
Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het proces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Uit de cultuurhistoriekaart van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een cultuurhistorisch vlak of een aardkundig waardevol gebied. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.
De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2019 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
26
Beleid provincie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant ziet het ruimtelijke erfgoed als een belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Het Brabantse erfgoed is daarom opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Prominent onderdeel van deze kaart is het provinciaal cultuurhistorisch belang, met name erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit. Het provinciaal belang is beperkt tot het landelijk gebied, waar de provincie haar belangrijkste taak heeft. De kaartlagen ‘cultuurhistorische vlakken’ en ‘complexen van cultuurhistorisch belang’ zijn dan ook overgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord- Brabant. Uit de cultuurhistoriekaart van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een cultuurhistorisch vlak of een aardkundig waardevol gebied, zie Afbeelding 14. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.
Afbeelding 14: Uitsnede themakaart 'cultuurhistorie' Vr
De CHW bevat tevens de meest recente erfgoedinformatie van het Rijk inclusief archeologische en bouwkundige monumenten, archeologische verwachtingswaarden en beschermde stads- en dorpsgezichten. Ook alle informatie die op de CHW 2006 te vinden was is opgenomen op de nieuwe CHW, zie Afbeelding 15. Hieruit blijkt dat het plangebied is in de regio van provinciaal cultuurhistorisch belang Baronie. Voor deze regio gelden de volgende strategieën: • Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio. De dragende structuren uit de regio betreffen o.a. oude dropen en buurtschappen met akkercomplexen, groenstructuren, heidevelden, landgoederen, heideontginningen en verdedigingswerken. Het plangebied is gelegen in een buurtschap ten zuiden van Gilze. In samenhang met het gemeentelijk beleid wordt er met dit plan gezorgd voor een verdere versterking van de buurtschap. De woning wordt op een open ruimte in het buurtschap ontwikkeld, waardoor de buurtschap ruimtelijk zelfstandig blijft en het karakteristiek wordt behouden. Met het plan blijven de waardevolle zichtlijnen naar het achtergebied gewaarborgd, in combinatie met het verder verdichten van de buurtschap. Er is dus sprake van behoudt en versterking van de waardevolle buurtschappen van de Baronie, waardoor wordt aangesloten bij de ontwikkelingsstrategie van de Baronie.
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
27
•
De cultuurhistorische waarden van de Baronie in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen. Het plangebied is niet gelegen in een cultuurhistorisch landschap of complex van cultuurhistorisch belang. Deze ontwikkelingsstrategie is dan ook niet van toepassing en het planvoornemen beïnvloedt de ontwikkelingsstrategie dan ook niet. •
Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Beekdal van de Mark” en Dekzandeiland Alphen-Baarle”. Het plangebied is niet gelegen in de archeologische landschappen zoals bovengenoemd. Deze ontwikkelingsstrategie is dan ook niet van toepassing en het planvoornemen beïnvloedt dit planvoornemen dan ook niet. Het planvoornemen sluit oftewel aan bij de strategische uitgangspunten van het landschap van de Baronie, of is niet relevant aan de uitgangspunten waardoor het de ontwikkelingsstrategie ook niet beïnvloedt.
Afbeelding 15: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart, plangebied met rood omcirkeld.
4.4.2
Archeologie
Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: ‘Verdrag van Malta’) regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op deze wijze is de zorg voor archeologische monumenten geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden.
Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is het plangebied aangeduid met ‘Waarde – Archeologie’. Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
28
Volgens de regels conform artikel 32 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ mag voor overige gronden (dus buiten bouwvlakken) gebouwd worden wanneer aangetoond is dat de mogelijk aanwezige archeologische waarden niet worden geschaad en of de oppervlakte van de bouwwerken niet groter is dan 100 m2 of dieper zijn dan 40 cm. In dit geval wordt één woning gerealiseerd waarbij de oppervlakte groter is dan 100 m2 en de werkzaamheden dieper zijn dan 40 cm onder maaiveld. Derhalve moet worden aangetoond dat mogelijke archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. In het kader van het bestemmingsplan is er een archeologisch vooronderzoek en proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door het onderzoeksbureau Transect. Het vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek. Bij het proefonderzoek zijn 3 proefsleuven gegraven waar op basis daarvan een de archeologische verwachtingswaarde al dan niet kan worden bevestigd. Daar het proefsleuvenonderzoek een vervolgonderzoek is van het vooronderzoek, worden hieronder kort de conclusies toegelicht van het proefsleuvenonderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de bevoegde overheid en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Het volledige rapport is toegevoegd aan Bijlage 4 van deze toelichting.
Op basis van de bestudeerde profielen is in het plangebied vooral sprake van een AC-profiel, waarbij de C-horizont (natuurlijke ondergrond van matig fijn en matig siltig dekzand) met gleyverschijnselen (licht) is afgetopt door verploeging. Restanten B-horizont her en der in het plangebied en een Cghorizont geven aan dat de bodemopbouw in delen van het plangebied nog intact is en niet verstoord is door moderne / recente verstoringen. Aan de hand van de gegevens uit het proefsleuvenonderzoek wordt een waardestelling (waardering van vindplaatsen) vervaardigd, zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1; VS06 Waarderen), indien een vindplaats wordt aangetroffen. In het plangebied is geen sprake van een vindplaats, waarmee geen waardestelling gemaakt kan worden. De archeologische verwachting uit het vooronderzoek is met de resultaten van het proefsleuvenonderzoek niet bevestigd. Voor het Laat-Paleolithicum t/m de Late-Middeleeuwen kan de verwachting binnen het plangebied worden bijgesteld naar laag. Voor de Nieuwe tijd kan de lage verwachting gehandhaafd blijven. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek is geen sprake van een (behoudenswaardige) archeologische vindplaats in het plangebied. Daarom wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling.
Van belang om te melden is dat bij het aantreffen van archeologische waarden in het plangebied de bevoegde overheid moet inlichten volgens de Erfgoedwet. In Bijlage 5 is het selectiebesluit van de gemeente Gilze en Rijen opgenomen. De gemeente Gilze en Rijen stemt in met het rapport en de conclusie dat er geen vervolgonderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt vrijgegeven voor de geplande bouwactiviteiten. De dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie’ kan met dit bestemmingsplan voor het plangebied verwijderd worden. 4.5 Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: - Het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen;
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
29
-
Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.
De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: - Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. - Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden direct naast de hoofdinfrastructuur gelegen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Onderhavige locatie is gelegen in omgevingstype ‘rustig buitengebied’. In de directe omgeving vindt geringe functiemening plaats. In de omgeving bevinden zich direct naast de beoogde woning enkele andere woningen en andere functies zoals agrarische percelen, een bedrijf en een (sport) golfbaan.
Qua aanvaardbare milieubelasting is dit omgevingstype dus vergelijkbaar met een rustige woonwijk. In Tabel 1 zijn de meest nabij gelegen bedrijven weergegeven en de afstand tot de beoogde woning. Tabel 1: Nabijgelegen bedrijven beoogde woning Soort bedrijf
Locatie bedrijf
Schildersbedrijf Golfclub/Golfbaan
Alphenseweg 29 Alphenseweg 14 A (maar in de directe omgeving golfbaan).
Afstand van bestemmingsvlak tot beoogd bouwvlak Circa 55 meter Circa 30 meter
Richtafstand (rustig gebied)
Milieucategorie
50 meter 10 meter
3.1 1
Wat betreft veehouderijen word in de volgende paragraaf getoetst aan de wetgeving die specifiek van toepassing is voor veehouderijen met betrekking tot het aspect geur. De dichtstbijzijnde nietagrarische bedrijvigheid is gelegen aan de Alphenseweg 29, wat behoort tot milieucategorie 3.1. Dit betreft een schildersbedrijf (bouwbedrijf/bouwnijverheid) met een bedrijfsoppervlak kleiner of gelijk aan 2.000 m2. Conform de handreiking geldt voor een bedrijf in deze milieucategorie, gelegen in ‘rustig buitengebied’, een richtafstand van 50 meter. Het bedrijf is gelegen op een afstand van minimaal 55 meter van het beoogde bouwvlak. Er wordt dus voldaan aan de richtafstanden voor een verantwoorde afstand tussen bedrijvigheid en woningen. De gevoelige functie van de nieuwe woning zal de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende bedrijven dus niet onevenredig beperken. Tevens zijn er in de bestaande situatie reeds woningen dichter gelegen bij deze bedrijfslocaties. Op grond van bovenstaande onderbouwing kan worden gesteld wordt voldaan aan de richtafstanden zoals opgenomen in de VNG-publicatie voor bedrijven en milieuzonering. 4.6 Geur De Wet geurhinder en veehouderij betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan.
De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt ‘omgekeerde werking’ genoemd. De reden hiervoor is duidelijk: een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder, omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichzelf blootstellen aan die overmatige hinder. Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
30
Onderhavig initiatief betreft de oprichting van één ruimte-voor-ruimte woning aan de Alphenseweg op het perceel (met nummer 1383) tussen de nummers 10 en 12, wat een toevoeging van een nieuw geurgevoelig object betreft. Voor onderhavig nieuw bestemmingsplan dient bepaald te worden of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en of het plan niet is strijd is met het recht. Tevens moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. De rechtspositie van betrokkenen dient hierbij gehandhaafd te worden. Hierbij dienen de volgende aspecten in ogenschouw te worden genomen: Wordt er een onevenredige inbreuk gemaakt op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van omliggende veehouderijen? Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd?
4.6.1
Omgekeerde werking
4.6.2
Woon- en leefklimaat
De nieuwe woning mag niet belemmerend zijn in de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. In deze kan de beoogde nieuwe woning nooit belemmerd zijn voor de veehouderijen daar andere geurgevoelige objecten (woningen) dichterbij zijn gelegen. De dichtstbijzijnde veehouderij is gelegen aan de Alphenseweg 31 te Gilze. Er zijn meerdere geurgevoelige objecten in de nabijheid van de dichtstbijzijnde veehouderij gelegen. Tussen het plangebied en de veehouderij betreft dit de huisnummers Alphenseweg 12, 12a, 14a, 27a en nummer 27. Derhalve is aangetoond dat met de nieuwe woning geen inbreuk wordt gemaakt aan de ontwikkelingsmogelijkheden voor de bedrijfsvoering van de veehouderij aan de Alphenseweg 31. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ten aanzien van het nieuw te realiseren geurgevoelige object. De meest nabij gelegen veehouderij is gelegen aan de Alphenseweg 31 te Gilze. Op deze locatie worden in totaal 63 stuks melk- en kalfkoeien, 60 stuks vrouwelijk jongvee en 1 fokstier gehouden. Deze veehouderij is gelegen op een afstand van circa 255 meter van de beoogde ruimte-voor-ruimte woning. Voor rundveehouderijen zoals opgenomen binnen het plangebied zijn geen emissiefactoren voor geur vastgesteld.
In de Wet geurhinder en veehouderij zijn voor bedrijven zonder emissiefactoren vaste afstanden opgenomen tussen de veehouderij en geurgevoelige objecten. Het is mogelijk dat gemeenteraad afwijkende normen vaststelt in een gemeentelijke geurverordening. Op 25 december 2008 is de ‘Geurverordening Gilze en Rijen 2008’ in werking getreden. In deze geurverordening is voor artikel 4 lid 1 van de Wet geurhinder en veehouderij een afwijking opgenomen. Hierin is opgenomen dat de minimale afstand van een dierenverblijf behorende bij een veehouderij tot een geurgevoelig object in de gemeente Gilze en Rijen binnen de bebouwde kom 50 meter bedraagt en buiten de bebouwde kom 25 meter bedraagt. Op grond van artikel 5.1 van de Wet geurhinder en veehouderij dient binnen de bebouwde kom de afstand tenminste 50 meter van de gevel van het dierenverblijf tot het geurgevoelig object te bedragen, buiten de bebouwde kom is deze afstand minimaal 25 meter. Zoals hierboven is beschreven is de meest nabij gelegen gevel van een dierenverblijf (Alphenseweg 31 te Gilze) gelegen op een afstand van circa 255 meter van de beoogde ruimte-voor-ruimte woning. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de afstanden van zowel de Wet geurhinder en veehouderij als de afstanden zoals opgenomen in de ‘Geurverordening Gilze en Rijen 2008’.
Onderhavige ruimte-voor-ruimte woning betreft een geurgevoelig object, aangezien de woning niet voldoet aan de voorwaarden voor niet-geurgevoelige ruimte-voor-ruimte woningen. Er is immers geen sprake van o.a. een kavel dat in gebruik was van een veehouderij, een veehouderij waarbij stallen zijn gesloopt of een veehouderij buiten werking is gebracht. Daarom is het van belang dat er naast de vaste afstanden getoetst wordt aan de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn een aantal varkenshouderijen gelegen. De dichtstbijzijnde varkenshouderij is gelegen aan de Alphensebaan 54 te Gilze, op een afstand van meer dan 300 meter van het plangebied. Voor het bepalen van de achtergrondbelasting wordt gebruik gemaakt van de kaart ‘Achtergrondbelasting Gilze-Rijen 2016’ uit de QuickScan van de ABG-Gemeenten. Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
31
Plangebied
Afbeelding 16: Achtergrondbelasting 2016 Gilze-Rijen, plangebied aangegeven met pijl
Uit de kaart blijkt dat de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 3 tot 6 OUE/m3, zie Afbeelding 16. Het plangebied ligt in een concentratiegebied. Het percentage geurhinderden ligt tussen de 5 en 8%. De kwaliteit van het woon- en leefklimaat ten aanzien van de milieukwaliteit is conform Tabel 2 ‘goed’. Tabel 2: Relatie percentage geurgehinderden en milieukwaliteit (bron: GGD-richtlijn geurhinder, 2002)
Gezien hetgeen hierboven beschreven, is aangetoond dat ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is. Daarnaast is aangetoond dat omgekeerd de beoogde nieuwe woning niet belemmerend werkt voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de in de nabijheid gelegen veehouderij. 4.7 Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. Gezien er ter plaatse van een nieuwe gevoelige bestemming wordt gerealiseerd, namelijk één vrijstaande woning, dient getoetst te worden aan de aspecten van geluidhinder. Het plangebied is niet gelegen in de invloedzone van een spoorweg, toetsing voor dit
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
32
aspect is derhalve niet nodig. Ook is het plangebied niet gelegen binnen de 35 Ke-zone van de vliegbasis Gilze-Rijen.
4.7.1
Wegverkeerslawaai
In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat voor locaties in een bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting wordt onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. Indien de maximale snelheid op een weg maximaal 30 km/h bedraagt hoeft de akoestische situatie niet onderzocht te worden. In dat geval gaat de Wgh er van uit dat gezien een lage verkeersintensiteit en lage verkeerssnelheid altijd voldaan wordt aan de normen. Binnen de geluidszones is aandacht vereist voor de geluidsbelasting op de gevel van woningen. Met betrekking tot wegverkeerslawaai dient de gevelbelasting derhalve in beeld gebracht te worden. Er wordt getoetst aan de normstelling van de Wgh, rekening houdend met 5 dB aftrek op grond van artikel 110g van de Wgh. De hoogst toelaatbare geluidbelasting wordt gesteld op 48 dB. Eventueel kan een hogere grenswaarde worden afgegeven van maximaal 53 dB, indien voldaan wordt aan de criteria voor een hogere grenswaarde. De nieuwe ruimte-voor-ruimte woning is gelegen binnen de geluidzone van de Alphenseweg, de Rendout en de Weilenseind, dit betreffen 60 km/u wegen. Er is daarom een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai uitgevoerd door K+ Adviesgroep B.V., zie Bijlage 6.
Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege verkeerslawaai van de Alphenseweg de maximale ontheffingswaarde van 53 dB op de voorgevel zal worden overschreden. Om het voorliggende plan te kunnen realiseren dient de voorgevel te worden uitgevoerd als een “dove-gevel”. Ter plaatse van de zijgevel wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden, de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden, hier kan de gemeente een hogere waarde vaststellen. Met een besluit op dit bestemmingsplan wordt dan ook gevraagd aan het bevoegd gezag om een hogere grenswaarde vast te stellen. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het uitvoeren en in stand houden van de “dove-gevel”, behorende bij de realisatie en het gebruik van de vrijstaande ruimte voor-ruimte woning. Een optie is om de woning verder naar achteren te situeren, zodanig dat de gevelbelasting ter plaatse van de voorgevel voldoet aan de maximale grenswaarde van 53 dB. Dit zou betekenen dat de afstand tussen de voorgevel en de as van de weg tenminste 14m dient te bedragen. Deze maatregel is echter niet wenselijk, aangezien de voorgevelrooilijn dan niet meer in lijn loopt met de naastgelegen woning aan de Alphenseweg 10. In het kader van stedenbouwkundige inpassing is dit dus niet wenselijk.
Ten aanzien van de Rendout en de Weilenseind ligt de projectlocatie op een dusdanige afstand dat het buiten de geluidscontour valt en dat er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Er worden ten aanzien van deze wegen geen restricties aan het bouwplan opgelegd. In Bijlage 6 is het rapport van het akoestisch onderzoek toegevoegd.
4.7.2
Industrielawaai
Er zijn in de omgeving van het plangebied geen industriële bedrijfsgebouwen gevestigd, enkel een schildersbedrijf en een golfclub/golfbaan. In paragraaf 4.5 Bedrijven en milieuzonering is eerder aangegeven dat er voldaan wordt aan de maximale richtafstanden van de VNG tussen de nieuwe beoogde woning en deze nabijgelegen bedrijven. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de bedrijfsactiviteiten in de omgeving geen geluidhinder veroorzaken op de nieuw te realiseren woning.
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
33
4.8 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NO x als NO2) zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. Er dient daarnaast te worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat ten aanzien van deze stoffen te plaatse aanvaardbaar is.
4.8.1
Niet in Betekenende Mate
Indien ontwikkelingen binnen het plangebied gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit moet aandacht worden besteed aan de gevolgen voor de milieukwaliteitseisen. Onderzoek moet worden verricht naar de gevolgen voor de in bijlage 2 van de Wet milieubeheer genoemde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht. Volgens de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 moeten de concentraties worden bepaald vanaf de grens van het terrein van de inrichting. Dit onderzoek kan echter achterwege blijven indien de nieuwe bestemming betrekking heeft op één of meer categorieën van gevallen als genoemd in de Regeling niet in betekende mate bijdragen. In die gevallen wordt aangenomen dat de toename van de concentratie in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide de 3% grens van de jaargemiddelde concentratie niet overschrijdt. Als sprake is van een beperkte toename van de luchtverontreiniging die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie PM10 in de buitenlucht, hoeft een plan niet langer meer getoetst te worden. Dit volgt uit artikel 5.16, lid 1, sub c, van de Wet milieubeheer. Het Besluit NIBM legt vast wat geldt als niet in betekenende mate bijdragen.
Voor woningbouwlocaties geldt dat deze NIBM zijn wanneer het netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, in geval van één ontsluitingsweg (bijlage 3A, Regeling niet in betekende mate bijdragen). Onderhavig initiatief betreft de bouw van één woning welke is gelegen aan een ontsluitingsweg. Derhalve kan geconcludeerd worden dat deze NIBM is. Gezien het hier bovenstaande is een verder onderzoek naar de luchtkwaliteit niet noodzakelijk.
4.8.2
Woon- en leefklimaat
Op grond van de Wet zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt een grenswaarde voor PM 2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland waarop de achtergrondconcentratie van fijnstof PM10, PM2,5 en NO2 ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat geraadpleegd kan worden. De jaargemiddelde fijnstofconcentratie op ter plaatse van het plangebied is conform de GCN-kaart voor fijnstof PM10 18,32 μg/m3, voor PM2,5 11,23 μg/m3 en voor NO2 14,44 μg/m3, zie Afbeelding 17, Afbeelding 18 en Afbeelding 19.
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
34
Afbeelding 17: Uitsnede GCN-kaart NO2. Plangebied met rood omcirkeld. (bron: RIVM)
Afbeelding 18: Uitsnede GCN-kaart fijnstof PM10. Plangebied met rood omcirkeld. (bron: RIVM)
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
35
Afbeelding 19: Uitsnede GCN-kaart fijnstof PM2,5. Plangebied met rood omcirkeld. (bron: RIVM)
Ten aanzien van de luchtkwaliteit zijn er dus geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. 4.9 Gezondheid In deze paragraaf wordt getoetst aan het onderdeel endotoxine en geitenmoratorium in het kader van volksgezondheid.
4.9.1
Endotoxinen
Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bij blootstelling wordt er gekeken hoeveel ziekteverwerkers een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken). Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt. Iedere veehouderij moet voldoen aan diverse wet- en regelgeving voor diverse milieuaspecten, zoals ammoniakuitstoot, geur, fijnstof, aanwezigheid en gebruik van gevaarlijke stoffen, aan- en afvoer van meststoffen, geluid, brandveiligheid, etc. Indien een veehouderij niet voldoet, zal een vergunning dus niet verleend worden. Er mag vanuit worden gegaan dat de grenswaarden die in de wet zijn opgenomen de volksgezondheid in voldoende mate beschermen. Momenteel wordt door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, een landelijk toetsingskader ontwikkeld voor endotoxine. In afwachting hierop is door het ondersteuningsteam van bestuurders van gemeenten in Brabant in 2016 de notitie ‘Handelingsperspectieven veehouderij en volksgezondheid: endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld.
Aan de hand van deze notitie kan het risico van de verspreiding van endotoxinen van uitbreidende veehouderijen beoordeeld worden. Gemeenten en provincie willen uit voorzorg voorkomen dat door lopende en nieuwe aanvragen de endotoxine advieswaarde van de Gezondheidsraad wordt overschreden. Daar waar de advieswaarde al wordt overschreden willen ze voorkomen dat de overschrijding toeneemt. Een standstil van de emissie fijnstof-endotoxine is dus gewenst. Bij voorkeur wordt er een reductie van de emissie bereikt. Om de relatie bronsterkte fijnstof en aan te houden afstand om te voldoen aan de door de Gezondheidsraad geadviseerde endotoxinegrenswaarde van 30 EU/m 3 te kunnen berekenen zijn voor vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens formules afgeleid uit het rapport van Erbrink (2016).
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
36
Omgekeerd kan met deze formules voor de ontwikkeling van een gevoelig object worden berekend of ter plaatse voldaan wordt aan de adviesgrenswaarde van 30 EU/m 3. Het VGO onderzoek gaat uit van een endotoxine risicogebied indien 15 veehouderijen (of meer) zijn gelegen binnen een kilometer van een gevoelig object. In de praktijk blijkt dit dat dit aantal echter niet hanteerbaar is. In de notitie wordt derhalve een locatiegerichte specifieke benadering voorgesteld, omdat blijkt dat ook bij kleinere clusters (binnen 250 meter) cumulatie speelt vanwege de grote omvang van de veehouderijen, de hiermee gepaard gaande emissie van fijnstof-endotoxine en de geringe afstanden naar te beschermen objecten. De cumulatie van endotoxinen is echter (nog niet) kwantitatief te bepalen. In de omgeving van het plangebied zijn enkele veehouderijen gelegen, te weten aan de Alphenseweg en de Alphensebaan. Aan de Alphensebaan 54 is een varkenshouderij gelegen, op een afstand van meer dan 300 meter van het plangebied. Aan de Alphenseweg 31, op een afstand van circa 255 meter van het plangebied, is een melkveehouderij gelegen. Binnen 250 meter van het plangebied zijn dus geen bedrijven gelegen met een hogere fijnstofemissie dan 500 kg PM 10 per jaar, aangezien de bedrijven op een afstand van minimaal 255 meter van het plangebied zijn gelegen.
Hierbij worden zelfs bedrijven in beschouwing genomen anders dan de diercategorieën varkens of kippen. Er kan dus worden geconcludeerd dat er in de omgeving geen veehouderijen met een hoge fijnstof-endotoxine emissie zijn gelegen. De beoogde ruimte-voor-ruimte woning blijft derhalve buiten de endotoxinerisicocontouren van de omliggende agrarische bedrijven. Het aspect endotoxinen in het kader van volksgezondheid vormt geen belemmering voor het initiatief.
4.9.2
Geitenmoratorium
Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 1,5 kilometer van de geitenhouderij aan de Spoelstraat 3 te Gilze, zie Afbeelding 20.
Afbeelding 20: Locatie geitenhouderij Spoelstraat 3
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
37
Op 22 oktober 2018 is een deelonderzoek van het onderzoeksprogramma Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III (VGO-3) bekend gemaakt. Dit deelonderzoek is gericht op longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen. De resultaten van het deelonderzoek wijzen, net als voorgaand onderzoek, op een associatie tussen het wonen in de nabijheid van een geitenhouderij en een verhoogd risico op longontsteking. Omdat het geitenmoratorium na het VGO-III blijft gelden voor geitenhouderijen, kan er ook voor wat betreft de omgekeerde werking geredeneerd worden dat gevoelige objecten niet zondermeer kunnen toegelaten worden. Gemeente Gilze en Rijen is reeds bezig met het opstellen van een aanpak over hoe om te gaan met het geitenmoratorium wat betreft ruimtelijke ontwikkelingen. Het volgende zal hier o.a. in worden opgenomen: − Voor de ontwikkeling van gevoelige groepen / objecten, te weten kinderen, kwetsbare mensen en ouderen maatwerk toe te passen door het in kaart brengen van de gezondheidslast (risico op longontsteking). Op basis hiervan kan beoordeeld worden of de gezondheidslast door deze ontwikkeling significant toeneemt. Bij een toename is het voorstel om in overleg met de GGD te komen tot een juist advies over de ontwikkeling. Bij een gelijkblijvende of afnemende gezondheidslast is het advies om wel medewerking te verlenen aan de ontwikkeling.
Dit scenario kan zich zeker voordoen (als voorbeeld: bij een kinder- of gastouderopvang aangezien de meeste kinderen ook wonen binnen een straal van 2 km van de opvanglocatie). Het ‘tegenhouden’ van een gastouder is lastig, aangezien deze vaak rechtstreeks binnen het bestemmingsplan passen als ‘aan huis gebonden beroep’; −
Bij ontwikkelingen voor ‘grote’ woningbouwlocaties ook de gezondheidslast in kaart te brengen, zodat bepaald kan worden of als gevolg van deze ontwikkeling het percentage longontstekingen toeneemt. Het betreffen in dit kader wel grootschalige ontwikkelingen waar de procedure voor het bestemmingsplan nog doorlopen moeten worden. Woningbouwontwikkeling die met een vergunning rechtstreeks passend zijn in het bestemmingsplan, zijn op basis van de huidige onderzoeken niet tegen te houden.
Het betreft het realiseren van een één ruimte-voor-ruimte woning. De ontwikkeling voldoet niet aan de bovengenoemde criteria. Derhalve zal het geitenmoratorium geen belemmering vormen voor de gewenste planontwikkeling. 4.10 Landschappelijke inpassing Met realisatie van de woning wordt een landschappelijk inpassingsplan/beplantingsplan opgesteld, zie Afbeelding 21 en Bijlage 1. Aangezien het een ruimte-voor-ruimte woning betreft is toetsing aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening niet noodzakelijk. Wel geldt er een basisplicht voor landschappelijke inpassing. De aanwezige kenmerken en waarden van de omgeving worden middels dit inpassingsplan versterkt. Het landschappelijk inpassingsplan/beplantingsplan voldoet aan de regels die zijn opgesteld door de provincie Noord-Brabant. De ruimte-voor-ruimte woning en bijbehorend bijgebouw worden landschappelijk ingepast met een bomenrij en bossingel. De bomenrij is gesitueerd achter het huis en bijgebouw, aan de oostelijke zijde van het perceel en parallel aan de laanbeplanting van de Alphenseweg. De bomenrij bestaat uit vier inheemse boomsoorten. Ten noorden van het perceel zal een gemengde bossingel worden aangelegd van 3 meter breed en een lengte van 27 meter. Tussen het woonhuis en de bossingel in is een open zone gesitueerd over een lengte van 25 meter.
Dit in verband met het behouden van de waardevolle zichtrelatie met het landschap. Een landschappelijke inpassing met veel beplanting is dus niet wenselijk in onderhavige situatie. De open zone wordt vastgelegd in de regels en de verbeelding van onderhavig bestemmingsplan.
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
38
De volledige inrichtingsschets met beplantingsplan is opgenomen in Bijlage 1 van voorliggende toelichting.
Afbeelding 21: Inrichtingsschets beplantingsplan
4.11 Bodemkwaliteit De bodemkwaliteit vormt een belangrijk aspect bij bouwontwikkelingen. In het kader van functiewijziging en herinrichting vormt de bodemkwaliteit bij ontwikkeling van ruimtelijke functies een belangrijke afweging. De beoogde ruimte-voor-ruimte woning wordt opgericht ter plaatse van gronden die tot op heden in gebruik zijn als agrarische landbouwgrond, er is nog niet eerder op deze locatie een woning aanwezig geweest. Met de geplande bestemmingsplanwijziging wordt dus een gebouw opgericht waarin mensen 2 uur of langer gaan verblijven. Om inzicht te krijgen in de actuele milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigde stoffen in de grond en grondwater aanwezig zijn, is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Lycens B.V. Dit rapport is bijgevoegd in Bijlage 7 van voorliggende toelichting. Het gehele plangebied waarop de beoogde nieuwbouw van de woning is beoogd, is onderzocht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond op het zuidelijk deel van de locatie een zeer licht verhoogd gehalte aan lood bevat. In de het mengmonster van de bovengrond op het noordelijk deel Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
39
en de mengmonsters van de ondergrond zijn geen stoffen boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Op basis van de historische gegevens en de visuele waarnemingen is niet direct een verklaring te geven voor het licht verhoogde gehalte aan lood in de bovengrond. Het gemeten gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde in geringe mate en vormt geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging en herontwikkeling van de locatie. Het uitvoeren van een nader onderzoek is niet noodzakelijk. Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor de geplande nieuwbouw van de woning. 4.12 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute. De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen.
Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd, voor de Alphenseweg tussen 10 en 12 kunnen zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten (bouw van een vrijstaande woning) binnen het plangebied is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart, zie Afbeelding 22, blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij het plangebied.
Er ontstaan daardoor geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen op het plangebied. Onderhavig plan voorziet wel in de realisatie van nieuwe beperkt kwetsbare objecten. Aangezien onderhavige plangebied niet is gelegen binnen een risicoaanduiding of binnen veiligheidsafstanden zijn geen risico’s aanwezig voor de voorgenomen ontwikkelingen. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling is gelegen buiten de invloedsfeer van zowel een spoortraject als een Rijksweg. Derhalve is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is in de nabijheid geen dubbelbestemming ‘Leiding’ opgenomen. De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze dubbelbestemming en de voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op het bepaalde in de bijbehorende regels.
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
40
Derhalve hebben de ontwikkeling is gelegen buiten de invloedsfeer van de in het Bevb opgenomen buisleidingen Derhalve is verdere beoordeling aan het Bevb niet van toepassing.
Plangebied
Afbeelding 22: Uitsnede risicokaart
Conclusie
Er kan geconcludeerd worden dat er ten aanzien van het aspect externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. 4.13 Verkeer en parkeren Er dient binnen het plangebied een adequate afwikkeling van personen- en goederenvervoer verzekerd te zijn, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor. Het plangebied is gelegen aan de Alphenseweg. De Alphenseweg is gelegen aan de zuidelijke rand van de kern van Gilze. De Alphenseweg splitst zich af van de provinciale weg N260, welke is gelegen tussen de kernen van Alphen en Gilze. De Alphenseweg beschikt over voldoende capaciteit om personenvervoer af te wikkelen. De woonfunctie heeft een kleine toename van verkeersbewegingen tot gevolg ten opzichte van het huidig agrarisch gebruik. Met het plan neemt de verkeersintensiteit van de weg niet buitenproportioneel toe. De Alphenseweg beschikt over voldoende capaciteit om het personenvervoer van de nieuwe woning te kunnen afwikkelen. De beoogde woning mag geen hinder veroorzaken door langsparkeren van auto’s. Derhalve wordt parkeren volledig op eigen terrein gerealiseerd. In de gemeente Gilze en Rijen is de Nota Parkeernormen 2017 opgesteld. Hierin zijn planontwikkelingen ten aanzien van parkeren beschreven. Hierin is opgenomen dat voor woningen met een oppervlakte groter dan 90 m 2 de parkeernorm 2 bedraagt.
Een ontwikkeling moet in de basis voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
41
terrein. Bij realisatie van de woning wordt voldoende parkeergelegenheid aangebracht binnen het eigen terrein. In de inrichtingsschets is te zien dat er voldoende ruimte is om te parkeren naast de woning en voor het bijgebouw. De in- en uitrit van het erf mag niet leiden tot het kappen van bomen. Met de beoogde situering zullen geen bomen gekapt worden. Derhalve voldoet onderhavig initiatief aan de gemeentelijke parkeernormen en is een goede ontsluiting van het plan gewaarborgd. 4.14 Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in Afbeelding 22). Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
42
5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan (ook: wijzigingsplan) in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen, zoals voorliggend plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd.
Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: • Enkelbestemming ‘Wonen’; • Enkelbestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’; • Dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap – 4’; • Bouwvlak; • Functieaanduiding ‘landschapswaarden’; • Functieaanduiding ‘tuin’; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’; • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – vrijstaand’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – ihcs – 1’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – kernrandzone’. Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Gilze en Rijen . Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. De huidige enkelbestemming ‘Agrarisch’ verdwijnt met onderhavig bestemmingsplan. Na aanleiding van het archeologisch proefsleuvenonderzoek (inclusief het selectiebesluit) verdwijnt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ uit het plangebied. De dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap – 4’ blijft gehandhaafd. Hetzelfde geldt voor de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – ihcs 1’ en ‘overige zone – kernrandzone’. Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
43
5.3 Toelichting regels De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels bij voorliggend bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen.
‘Tuin / landschapswaarden’ – regeling
Ter plaatse van de aanduiding ‘landschapswaarden’ mogen geen bouwwerken worden opgericht. Middels opname van deze aanduiding worden deze gronden niet langer begrepen in het achtererfgebied waardoor tevens vergunningsvrij bouwen op deze gronden niet mogelijk is. Het opnemen van deze aanduiding dient mede tot het voorkomen dat de waardevolle zichtrelatie met het landschap verloren gaat. De aanduiding heeft tot doel de betrokken gronden niet aan te merken als zijnde een ‘erf’. Doordat deze gronden geen deel uitmaken van het ‘erf’, maken ze eveneens geen deel uit van het ‘achtererfgebied’ en kunnen om die reden geen vergunningsvrije bouwwerken worden opgericht. Om nogmaals vergunningsvrije bouwwerken uit te sluiten is binnen de regels de planregel opgenomen dat de gronden niet mogen worden aangemerkt als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. De gronden die zijn aangeduid met de aanduiding ‘landschapswaarden’ mogen uitsluitend worden gebruikt als ‘tuin’. Om die reden is een overlappende aanduiding ‘tuin’ opgenomen. Gelet op de gerechtelijke uitspraken van 15 mei 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:CA0146) is het niet mogelijk om deze gronden, met het oog op het tegengaan van vergunningsvrije bebouwing, in een separate bestemming ‘Tuin’ op te nemen, ook al is hierin expliciet bepaald dat bebouwing niet is toegestaan.
Om (vergunningsvrije) bebouwing tegen te gaan dient binnen de ‘hoofdbestemming’ een ‘dubbelbestemming’ of ‘aanduiding’ te worden opgenomen waarin expliciet wordt aangegeven dat niet (vergunningsvrij) mag worden gebouwd en dient tevens te worden aangegeven waarom niet mag worden gebouwd. Uit de gerechtelijke uitspraak van 10 juli 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:228) blijkt dat een aanduiding ‘landschapswaarden’ de beoogde werking heeft.
“Dove gevel”
De ruimte-voor-ruimte woning zal in lijn met de voorgevelrooilijn van naastgelegen woning aan de Alphenseweg 10 en evenwijdig aan de weg worden gerealiseerd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege verkeerslawaai van de Alphenseweg de maximale ontheffingswaarde van 53 dB zal worden overschreden op de voorgevel van de nieuwe ruimte-voor-ruimte woning. Om het voorliggende plan te kunnen realiseren dient de woning te worden uitgevoerd met een “dove-gevel”. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het uitvoeren en in stand houden van de “dove-gevel”, behorende bij de realisatie en het gebruik van de vrijstaande ruimte-voor-ruimte woning.
Parkeren
Een ontwikkeling moet in de basis voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Bij realisatie van de ruimte-voor-ruimte woning moet voldoende parkeergelegenheid aangebracht worden binnen het eigen terrein. In onderhavige situatie betekend dat dat er minimaal 2 parkeerplaatsen binnen eigen terrein moeten worden aangebracht. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het uitvoeren en in stand houden van minimaal 2 parkeerplaatsen, behorende bij de realisatie en het gebruik van de vrijstaande ruimte-voor-ruimte woning.
Bestemmingsplan - Ruimte-voor-ruimte woning Alphenseweg ongenummerd te Gilze
44
6. Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Alphenseweg ongenummerd betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het voorontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties.
6.2.1
Vooroverleg
In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap Brabantse Delta en provincie Noord-Brabant. Eventueel gemaakte opmerkingen zullen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Vooroverlegreactie Waterschap Brabantse Delta In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft het Waterschap Brabantse Delta een wateradvies gegeven op basis van het voorontwerp-bestemmingsplan. Hieruit zijn drie op- en aanmerkingen naar voren gekomen: - In het voorontwerp-bestemmingsplan is een regel opgenomen waarin onderscheid wordt gemaakt voor wat betreft compenserende maatregelen in keurwaterbeschermingsgebied of attentiegebied. Deze regel moet verwijderd worden. In het ontwerp-bestemmingsplan is deze zin dan ook verwijderd. Dit heeft verder geen gevolgen voor het plan. - Het Waterschap geeft aan dat op basis van het beleid uit de Keur geen compenserende maatregelen hoeven genomen te worden ten aanzien van de opvang van hemelwater door verharding. Ze merken daarbij wel op dat het niet duidelijk is hoe het hemelwater dan wel wordt afgevoerd, daar afvoer naar het riool niet is toegestaan en naar het oppervlaktewater niet gewenst is. Ze verzoeken een voorwaarde op te nemen, waaruit blijkt dat het hemelwater geïnfiltreerd zal worden op het perceel.