CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 14 bestemmingsplan Oranjestraat 39a, Gilze

Gemeenteraad 11 februari 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake het vaststellen van het bestemmingsplan "Oranjestraat 39a, Gilze".30.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

»

Duurzaam en functioneel bouwen in vorm, gebruik, constructie, beheer en schoonheid;

»

Helderheid in complexiteit door duurzame en functionele balans tussen maat, schaal, materiaal, kleur en duurzame omgevingsfactoren.

Toetsing De vorm van het hoofdgebouw blijft ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. Daarbij worden enkele overtallige opstallen gesloopt, waardoor rekening wordt gehouden met de duurzame functionaliteit. Eventuele bijgebouwen worden mogelijk gemaakt achter de voorgevelrooilijn en dus zoveel mogelijk uit het zicht. Met het planvoornemen is zodoende rekening gehouden met het functioneel ordenen van ruimten in en rondom bouwwerken in relatie tot openbare ruimte. NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

|26

Klimaatkaart Gilze Rijen Het klimaat verandert: de gemiddelde wereldtemperatuur stijgt en daarmee worden de gevolgen merkbaar. Het regent meer en harder, er komen meer dagen waarop het warmer is dan 30 graden. De bodem wordt op de ene plaats natter en op een andere plaats droogt deze uit.

Vanuit het Deltaplan zijn gemeenten verplicht om een stresstest light te maken. Dat is voor Gilze en Rijen de klimaatonderlegger in de vorm van een kaart. Een kaart is een middel om de effecten die we kunnen verwachten inzichtelijk te maken. Voor de Klimaatkaart Gilze en Rijen is een aantal gegevens uit bronnen zoals de bodemkaart, hoogte, zonneatlas en de Klimaateffectatlas gecombineerd en grafisch weergegeven. Op deze kaart staan de gevolgen die we kunnen verwachten en de kansen om hiermee om te gaan. Het zijn globale gegevens dus we kunnen niet op perceel niveau bepalen welke effecten daar optreden.

Aan de hand van de Klimaatkaart heeft de gemeente Gilze en Rijen de Klimaatgids opgesteld. In deze gids wordt informatie gegeven over de klimaatgevolgen, wordt de klimaatkaart toegelicht en worden tips gegeven aan wat inwoners en planmakers kunnen doen.

Een ontwikkeling biedt kansen om aandachtspunten aan te pakken. Bij dit project is de voornaamste kans het voorkomen van problemen op het gebied van wateroverlast en hittestress. Klimaatgids In de Klimaatgids zijn verschillende maatregelen voor het tegengaan van hittestress opgenomen. Ook geeft de gemeente in de Klimaatgids adviezen aan haar inwoners over hoe zij zelf een bijdrage kunnen leveren.

Welke adviezen geeft de gemeente aan haar inwoners? »

Het vervangen van de verharding in de tuin door planten of gras.

»

De gevels van de woning of schuur vergroenen door het planten van een geveltuin.

»

Het aanbrengen van groen op de daken van schuren en woningen.

»

Bedrijven kunnen ook bijdragen door parkeerplaatsen, erfafscheiding en het dak te vergoenen. Dit kan gecombineerd worden met zonnepanelen waarmee bijdragen wordt geleverd voor het opwekken van duurzame energie.

Toetsing Het plan biedt de kans om een duurzame en klimaatadaptieve ontwikkeling mogelijk te maken door middel van een afname van het verhard oppervlak en het verduurzamen van de bestaande bebouwing.

VGRP gemeente Gilze en Rijen Riolering is in onze samenleving een onmisbare voorziening voor het verwijderen van afvalwater uit de woonomgeving. Deze voorziening beoogt de volksgezondheid en het milieu te beschermen. De inzameling en het transport van afvalwater is een gemeentelijke taak die zijn wettelijke basis vindt in de Wet Milieubeheer. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan is weergegeven hoe de gemeente Gilze en Rijen haar rioleringstaak de komende planperiode vorm wil geven. Een van de uitgangspunten is dat alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten in principe waterneutraal dienen te zijn. De uitbreiding van het verhard oppervlakte mag niet leiden tot verhoging of verlaging van de grondwaterstand en de afvoer naar het oppervlaktewater, ook niet bij extremere omstandigheden. Hiertoe dient een compensatie voor het plangebied te worden gerealiseerd, welke bij verschillende omstandigheden moet worden getoetst. Voor compenserende maatregelen ten aanzien van afvoer naar oppervlaktewater, word de afstroming vergeleken met de

NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

|27

landbouwkundige afvoer. Het verschil tussen de afstroming en de landbouwkundige afvoer wordt gecompenseerd in een voorziening met voldoende retentie.

De voorkeur voor hemelwater gaat uit naar, indien mogelijk, bergen en/of infiltreren om verdroging te voorkomen.

Zorgplicht afvalwater, hemelwater en grondwater Maatregelen met als doel inzamelen afvalwater (1a) en transport van afvalwater (2a,d,e): »

Uitwerking in waterhuishoudings- en rioleringsplan in samenhang met opstellen stedenbouwkundig plan. Hierbij aandacht voor vloerpeilen van minimaal 0,15 - 0,30 m boven de weghoogte.

Maatregelen met als doel inzamelen hemelwater (5a,e), verwerken hemelwater (6a,b,c,d,e) en voorkomen belemmering bestemming door grondwater (7a,b): »

Systeemkeuze in de watertoets: alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten worden in principe waterneutraal uitgevoerd. In eerste instantie wordt geprobeerd te voorkomen dat er negatieve effecten op grond- en oppervlaktewater zijn;

»

Bij nieuwbouw waarbij de Keur niet van toepassing is, dient in principe 20 mm neerslag op eigen terrein of binnen het plangebied te worden geborgen in een infiltratievoorziening die ongeveer eens per 2 jaar vol mag raken. In gebieden waar wateroverlast wordt geconstateerd kan door de gemeente worden afgeweken en een grotere berging van 40 mm worden gevraagd;

»

Ter bescherming van bodem en grondwater dient infiltratie van water vanaf wegen een zuiverende stap te ondergaan (bijv. zandfilter of lavakoffer). Bij lozing op oppervlaktewater gelden de lozingseisen van Waterschap Brabantse Delta;

»

Controle gescheiden aanlevering van hemelwater en afvalwater en het vloerpeil bij het verlenen van bouwvergunningen.

Kosten van onderzoek en maatregelen komen ten laste van de exploitatie van deze ontwikkelingen. De toetsing van onderhavig beleidsstuk vindt plaats in paragraaf 5.2 Water.

Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.

NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

128

5. RANDVOORWAARDEN 5.1

Bodemkwaliteit

Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer.

Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden.

Verkennend bodemonderzoek In 2015 heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek1 uitgevoerd op de locatie Oranjestaat 39a te Gilze. Het doel van dit verkennend bodemonderzoek is om de bodemkwaliteit ter plaatse te bepalen en mogelijke verontreinigingen in de grond en het grondwater te signaleren.

In de bovengrond ter plaatse van enkele boringen zijn sterk verhoogde gehalten aan chroom aangetroffen. De omvang van de grondwaterverontreiniging is nagenoeg in kaart gebracht. Het totale volume sterk verontreinigde grond met chroom bedraagt minimaal (500 m1 2 x 0,5 meter ^ 250 m3. Tevens zijn op de locatie nog 3 spots aanwezig van elk circa 10 m3 sterk verontreinigde grond met koper, zink en PAK.

De chroomverontreiniging is waarschijnlijk veroorzaakt door de activiteiten van de voormalige leerlooierij. De oorzaak van de overige verontreinigingen (waaronder de spots) zijn vooralsnog onbekend. Redelijkerwijs kan gesteld worden dat de verontreinigingen voor 1987 veroorzaakt zijn. Op basis van de aangetroffen mate en omvang van de grondverontreiniging kan worden gesteld dat er sprake is van een 'ernstig geval van bodemverontreiniging' (het geval indien een interventiewaarde overschreden wordt in minimaal 25 m3 grond). Derhalve is er sprake van saneringsplicht.

Geadviseerd wordt om een nader onderzoek te verrichten zodra de aangebouwde loods is gesloopt, dit om de exacte omvang van de grond- en grondwaterverontreiniging vast te stellen.

Nader bodemonderzoek Het benodigde nader bodemonderzoek en sanering zullen na de sloop van de aangebouwde loods worden uitgevoerd. Het uitvoeren van het nader bodemonderzoek en sanering worden als voorwaarden in de omgevingsvergunning opgenomen.

Verkennend asbestonderzoek (bodem) Op 17 februari 2020 heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een verkennend asbestonderzoek2 uitgevoerd op de locatie Oranjestraat 39a te Gilze. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn 12 proefgaten tot 0,5 meter beneden maaiveld gegraven, waarvan 2 proefgaten zijn doorgezet tot 2,0

1 Moerdijk Bodemsanering B.V., Verkennend en nader bodemonderzoek, 2014.01.151.r1, 24 november 2015 2 Moerdijk Bodemsanering B.V., Verkennend asbestonderzoek, 2014.01.202.r1, 20 februari 2020 NL.IMRO.0784.BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

129

meter onder maaiveld. Op de locatie is geen maaiveldinspectie verricht aangezien de gehele locatie volledig verhard is middels klinkers, tegels en beton. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond ter plaatse van de proefgaten geen verhoogd gehalte aan asbest is aangetroffen in de fijne fractie. Gesteld kan worden dat ter plaatse van de onderzoekslocatie visueel en analytisch geen asbest is aangetroffen in de bodem. Nader onderzoek of nadere maatregelen worden ten aanzien van het asbestonderzoek in de ondergrond niet noodzakelijk geacht.

Asbestinventarisatie (bebouwing) Op 17 februari heeft GSAudits een asbestinventarisatie3 uitgevoerd in de woning/bedrijfspand en nishut aan de Oranjestraat 39a te Gilze. Het onderzoek is een visueel onderzoek met beperkt destructieve handelingen. Alle ruimten binnen het onderzoeksgebied zijn tijdens het onderzoek gecontroleerd. Het betreft een asbestinventarisatie waarbij alle direct waarneembare asbesthoudende toepassingen en asbestverdachte toepassingen in het onderzochte object in kaart worden gebracht.

Tijdens het onderzoek is asbesthoudend materiaal aangetroffen. Er zijn locaties aangetroffen die zonder destructieve handelingen niet te onderzoeken zijn en waar mogelijk asbesthoudende materialen verborgen zijn. De verborgen asbestverdachte toepassingen dienen voorafgaand aan/of tijdens de daadwerkelijke sloop van deze locatie(s) middels uitgebreid destructief onderzoek opgespoord te worden. De daadwerkelijk aangetroffen asbesthoudende bronnen dienen verwijderd te worden door een hiertoe geclassificeerd bedrijf.

Conclusie Een nader bodemonderzoek is noodzakelijk om de exacte omvang van de grond- en grondwaterverontreiniging vast te stellen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd zodra de overtollige bebouwing aan de zuidzijde van het plangebied is gesloopt. In artikel 3.2.5 borgt het bestemmingsplan dat deze bebouwing wordt gesloopt. Dit gebeurt binnen twee jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Het uitvoeren van het nader bodemonderzoek en de sanering zullen in de omgevingsvergunningsfase worden uitgevoerd.

5.2

Water

Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang.

Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009 - 2015. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en

3 GSAudits, Rapportage asbestinventarisatie, GS-A-3494, 17februari 2020 NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

130

richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050.

Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland.

Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Ne- 42 bestemmingsplan Herziening Landgoederen en Groene Gebieden derland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen.

Bestuurakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: -

heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte;

-

beheersbaar programma voor de waterkeringen;

-

doelmatig beheer van de waterketen,

-

Werkzaamheden slim combineren;

-

het waterschapsbestuur.

De doelstellingen van het 'oude' Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht.

Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving.

Doelen van het PMWP: »

voldoende water voor mens, plant en dier;

»

schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht)

»

bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico's;

»

verduurzaming van onze grondstoffen, energie- en voedselvoorzieningen.

Waterbeheerplan 2016-2021 (waterschap Brabantse Delta) Het Waterbeheerplan 'Grenzeloos verbindend' beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van water­ en zuiveringssystemen voor de periode 2016-2021. Het is een inhoudelijk vernieuwend plan, wat in dialoog met partners is opgesteld. In de uitvoering van ons werk houden wij rekening met de toekomst: klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

|31

»

het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de

»

het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte;

»

inzet op de bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan

Rijkswateren en de regionale rivieren;

waterbeheer kunnen bijdragen; »

helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem;

»

het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen);

»

afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater;

»

een duurzame energiewinning.

Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en de Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlakte. Hieromtrent is bij de Algemene regels van de keur het volgende opgenomen: »

Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 2.000 m2 stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid;

»

Bij een toename van het verharde oppervlakte van meer dan 2.000 m2 maar minder dan 10.000 m2 moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m2);

Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m2 is een watervergunning nodig.

Uitgangspunten gemeente Gilze en Rijen Maatregelen met als doel inzamelen afvalwater (1a) en transport van afvalwater: »

Uitwerking in waterhuishoudings- en rioleringsplan in samenhang met opstellen stedenbouwkundig plan. Hierbij aandacht voor vloerpeilen van minimaal 0,15 -0,30 m boven de weghoogte.

Maatregelen met als doel inzamelen hemelwater, verwerken hemelwater, voorkomen belemmering bestemming door grondwater: »

Systeemkeuze in de watertoets: Alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten worden in principe waterneutraal uitgevoerd. In eerste instantie wordt geprobeerd te voorkomen dat er negatieve effecten op grond- en oppervlaktewater zijn. Dit wil zeggen: o

hemelwater zo mogelijk bovengronds te bergen en te infiltreren om verdroging te voorkomen;

o

hemelwater eventueel te bergen en vertraagd af te voeren naar oppervlaktewater.

o

In inbreidingsgebieden is een infiltratievoorziening van 20-40 mm vereist door de gemeente. Een infiltratievoorziening van 20 mm raakt ongeveer eens per 2 jaar vol en zodoende neemt de kans op water op straat in de benedenstroomse riolering niet toe bij een toetsing van eens per 2 jaar. In gebieden waar wateroverlast wordt geconstateerd kan door de gemeente worden afgeweken en een grotere berging worden gevraagd. Het waterschap vraagt bij watertoetsprocedures geen compensatie

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

OOOO ORDITO

132

OOOO

in de berging indien de toename van het verhard oppervlak minder dan 2000 m2 bedraagt. Bij een grotere toename worden ook door het waterschap eisen gesteld. o

In uitbreidingsgebieden dient waterneutraal gebouwd te worden en wordt dus 40 mm

o

Als dit binnen het plangebied niet mogelijk is, wordt er pas buiten het plangebied

berging in een infiltratievoorziening of in oppervlaktewater geëist.

gecompenseerd. Eventueel zou de berging ook kunnen worden gerealiseerd in de vorm van een waterbergingsbank, (uitruil van waterberging tussen verschillende plannen) als de nieuwbouw niet leidt tot wateroverlast. o

Bij nieuwbouw waarbij de Keur niet van toepassing is, dient in principe 20 mm neerslag op eigen terrein of binnen het plangebied te worden geborgen in een infiltratievoorziening die ongeveer eens per 2 jaar vol mag raken. In gebieden waar wateroverlast wordt geconstateerd kan door de gemeente worden afgeweken en een grotere berging worden gevraagd. In het geval van bestemmingsplan "Den Door Gilze" houdt de gemeente vast aan 40 mm berging i.v.m. wateroverlast in het bemalingsgebied.

o

Ter bescherming van bodem en grondwater dient infiltratie van water vanaf wegen een zuiverende stap te ondergaan (b.v. zandfilter of lavakoffer). Bij lozing op oppervlaktewater gelden de lozingseisen van Waterschap Brabante Delta.

Controle gescheiden aanlevering van hemelwater en afvalwater en het vloerpeil bij het verlenen van bouwvergunningen.

Bestaande situatie Het plangebied ligt in het zuidwesten van de bebouwde kom van Gilze, in één van de vele bebouwingslinten. Het plangebied heeft bestaat uit een geheel verhard bedrijfsterrein met een oppervlakte van circa 2.100 m2. Vanwege de voormalige functie als leerfabriek is het volledige terrein verhard.

Hemelwater Het plangebied bestaat in de huidige situatie volledig uit verharding. In de bestaande situatie wordt de neerslag via inzijging, afroming naar lagere terreindelen en verdamping afgevoerd. De afvoer van neerslag, afkomstig van de huidige daken verloopt op traditionele wijze door lozing op het rioolstelsel.

Oppervlaktewater Het plangebied valt binnen het beheergebied van het waterschap Brabantse Delta. Binnen of nabij het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

Afvalwater In de huidige situatie is het afvalwater aangesloten op de riolering langs de Oranjestraat.

Bodem en grondwater De ondergrond in midden Noord-Brabant is opgebouwd uit afzettingen, die geohydrologisch kunnen worden onderverdeeld in relatief goed en slecht waterdoorlatende lagen. In de ondergrond van midden Noord-Brabant komen twee watervoerende pakketten voor, min of meer gescheiden door een slechte doorlatende laag.

NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

133

Toekomstige situatie Afkoppelen hemelwater In onderstaande tabel is voor de huidige en toekomstige situatie de oppervlakteverharding inzichtelijk gemaakt bij het maximale planologische gebruik van de locatie. Bruto (verharde) oppervlakten

Huidige situatie (m2)

Toekomstige situatie (m2)

Totaal oppervlakte plangebied

Ca. 2.100

Ca. 2.100

Bebouwing

Ca. 1.160

Ca. 600

Verharding perceel

Ca. 750

Ca. 440

Half verhard perceel (kiezel)

Ca. 140

Ca. 60

Totaal verhard oppervlak

Ca. 2.020

Ca. 1.086

Totaal onverhard oppervlak

Ca. 50

Ca. 1.000

Afname verhard oppervlak

Ca.950 m2

Het totaal verhard oppervlak neemt in de toekomstige situatie af met circa 950 m2. Op basis van het beleid van het waterschap dient voor de toename van het verhard oppervlak tussen de 2.000 m2 en 10.000 m2 compenserende maatregelen te worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. Het verhard oppervlak neemt af, een compenserende maatregel op basis van het beleid van het waterschap is daarmee niet noodzakelijk.

De gemeente eist echter bij inbreidingsgebieden een infiltratievoorziening van 20-40 mm. Een infiltratievoorziening van 20 mm raakt ongeveer eens per 2 jaar vol en zodoende neemt de kans op water op straat in de benedenstroomse riolering niet toe bij een toetsing eens in de 2 jaar.

In dit geval is echter sprake van een nieuwe invulling van de bestaande bebouwing, waarbij het verhard oppervlak zal af nemen. Er is geen sprake van een inbreidingslocatie. Het planvoornemen zal conform de huidige situatie aangesloten blijven op het bestaande rioolstelsel.

Afvalwater De bebouwing blijft aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel.

Wateradvies De uitwerking van het voorliggende plan in deze waterparagraaf wordt in het kader van het wettelijk vooroverleg aan het waterschap Brabantse Delta toegezonden. Op PM is van het waterschap een wateradvies ontvangen. Het advies is verwerkt in voorliggende waterparagraaf.

Conclusie Door het nemen van de juiste maatregelen levert het planvoornemen geen knelpunten op voor de waterhuishouding.

5.3

Luchtkwaliteit

De Wet Luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet Luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Voor de verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintiguur gemiddelde).

De Wet Luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het 'Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)'. Van bepaalde projecten met NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

|34

getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate (NIBM)' bijdrage aan de luchtverontreiniging.

In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling 'Niet in betekenende mate'(regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Voor de periode tussen het in werking treden van de Wet Luchtkwaliteit en het verlenen van derogatie door de EU is het begrip 'Niet in betekenende mate' gedefinieerd als ^ van de grenswaarde voor NO2 en PM10. Inmiddels is derogatie verleend en het NSL in werking getreden. De definitie NIBM is daardoor verschoven naar 3% van de grenswaarde. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen, die niet in betekenende mate bijdrage aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven.

Onderzoek NIBM Het onderhavige planvoornemen betreft de realisatie van maximaal 2 wooneenheden en dit aantal ligt ver onder de grens van 1.500 woningen die in de lijst van categorieën van gevallen is opgenomen. De realisatie van 2 wooneenheden draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

NSL-monitoringstool In de NSL-monitoringstool is de huidige en toekomstige luchtkwaliteit weer gegeven. Op de kaarten van de NSL-monitoringstool zijn rekenpunten langs de Oranjestraat aanwezig. Uit de resultaten blijkt dat zowel in 2017, 2020 en 2030 voor de stoffen stikstofdioxide en fijnstof geen sprake is van overschrijdingen van concentraties en aantal overschrijdingsdagen. Er kan geconcludeerd worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit.

Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.

5.4

Geluid

Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen.

In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt tussen verkeerslawaai en industrielawaai. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van de Wet geluidhinder iedere weg in beschouwing te worden genomen tenzij de weg binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. De grootte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Op grond van de Wet geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen.

NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

135

In artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal type objecten aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit zijn: woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidgevoelige gebouwen (onder andere onderwijsgebouwen, ziekenhuishuizen en verpleeghuizen). Objecten die niet onder deze categorieën zijn te scharen zijn op basis van de Wgh niet beschermd tegen geluidshinder.

Onderzoek Ten behoeve van onderliggend planvoornemen heeft K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek4 uitgevoerd naar de te verwachten optredende geluidbelastingen ter plaatse van de bebouwing in de nieuwe situatie. Dit onderzoek is uitgevoerd om te toetsen of er sprake is van overtreding van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Oranjestraat. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Versterstraat en Kruijsenstraat opgenomen in het akoestisch onderzoek.

De Wet geluidhinder geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen.

De geluidbelasting ten gevolge van de Oranjestraat is maximaal 50 dB (incl. aftrek artikel 110g). De voorkeurswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Bij de gemeente Gilze en Rijen kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het planvoornemen vervangende bebouwing betreft.

Bij de Versterstraat en Kruijsenstraat is sprake van een 30 km/zone, waardoor deze wegen niet getoetst hoeven te worden aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting van deze (niet gezoneerde) wegen meegenomen in het akoestisch onderzoek. De geluidbelasting ten gevolge van de Versterstraat en Kruijsenstraat is respectievelijk ten hoogste 29 en 30 dB (excl. Art. 110g Wgh). De voorkeurswaarde wordt niet overschreden, waardoor sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Conclusie Met de geluidbelasting ten gevolge van de Oranjestraat wordt wel de voorkeurswaarde, maar niet de maximale ontheffingswaarde overschreden. Bij de gemeente Gilze en Rijen is een verzoek ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. De overige getoetste wegen liggen onder de voorkeurswaarde en vormen zodoende geen belemmering voor het planvoornemen.

5.5

Bedrijven en milieuzonering

De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer.

In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen

4 K+ Adviesgroep, Akoestisch onderzoek optredende geluidbelastingen, Rm200063aaA0, 13 maart 2020 NL.IMRO.Q784.BPOranjestraat39A-ONQ1

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

136

bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/rustig buitengebied gegeven.

Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend".

Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.

Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen.

De minimale afstand per categorie is als volgt: Milieucategorie

1

Richtafstand tot omgevingstype

Richtafstand tot omgevingstype

rustige woonwijk

gemengd gebied

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Onderzoek Met het planvoornemen wordt de realisatie van 2 wooneenheden mogelijk gemaakt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de bedrijvigheid in de nabije omgeving in beeld gebracht. De bebouwing binnen de woonbestemming moet voldoen aan de vereiste richtafstanden met betrekking tot de omliggende bedrijven en inrichtingen.

Het plangebied ligt binnen aan één van de bebouwingslinten binnen de bebouwde kom van Gilze. De nabije omgeving van het plangebied bestaat in het vigerend bestemmingsplan voornamelijk uit gronden met de bestemming 'Wonen'. Hierdoor is het gebied te kwalificeren als omgevingstype 'rustige woonwijk'. NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

|37

In de directe omgeving van het plangebied zijn alleen woningen aanwezig. Het plangebied ligt tussen woningen en in de nabije omgeving is geen bedrijvigheid aanwezig. Hierdoor kan gesteld worden dat (eventuele) bedrijven in de omgeving niet in hun mogelijkheden beperkt worden en er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Daarnaast voorziet het planvoornemen in de omzetting van een hinderlijke bedrijfsbestemming naar Wonen. Door de voorgenomen ontwikkeling wordt het woon- en leefklimaat in de omgeving verbeterd.

Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.

5.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn: »

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);

»

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt);

»

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. De risico's dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve. Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers.

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10"6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10-6. Het plaatsgebonden risico 10"6 is voor ruimtelijke besluiten vertaald naar grenswaarden en richtwaarden.

De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoren) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10"6 per jaar. Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10"6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

138

toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken.

Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van: - de kans op een ongeval; - het effect van het ongeval; - het aantal personen dat in de omgeving van de bron(inrichting of transportroute) verblijft; - de mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeval.

Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico. Bij het opstellen van een bestemmingsplan, waarvan het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron, geldt een verantwoordingsplicht.

Onderzoek De provinciale Risicokaart geeft een beeld van de risico's in de woon- en leefomgeving. Via de kaart wordt informatie gegeven over de risicobronnen en de kwetsbare objecten. In de onderstaande uitsnede van de risicokaart wordt de omgeving van het plangebied weergegeven.

Achter de Tuintjes

Oranjestraat

August

Afbeelding 11: Uitsnede Risicokaart Noord-Brabant

NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

139

Inrichtingen De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting die valt onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is het LPG-tankstation aan de Oranjestraat. Deze ligt echter op meer dan 330 meter van het plangebied, het plangebied bevindt zich buiten de veiligheidszone.

Vervoer gevaarlijke stoffen Conform het gestelde in de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, paragraaf 5.2.3 hoeven er geen beperkingen aan het ruimtegebruik te worden gesteld in gebied dat op meer dat 200 meter van een route of tracé ligt.

De dichtstbijzijnde routes voor vervoer van gevaarlijke stoffen bevinden zich op een grotere afstand dan 200 meter van het plangebied. Het gaat daarbij om de Rijksweg A58 (circa 1.100 m), de spoorlijn Tilburg-Breda (circa 4.400 m) en een gasleiding (circa 800 m).

Militair vliegveld Gilze-Rijen Op de risicokaart worden alleen die defensie-inrichtingen getoond waar buiten het hek beperkingen gelden aan het ruimtegebruik. Deze beperkingen gelden binnen bepaalde veiligheidszones: er mogen daarbinnen bijvoorbeeld geen woningen worden gebouwd of wegen aangelegd. Om elk terrein zijn drie zones (A, B en C) vastgesteld; hoe dichterbij het militaire terrein, hoe strenger de regels. Rondom Defensie-inrichtingen gelden 3 zones, het plangebied is niet gelegen in één van deze zones.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.

5.7

Natuurwetgeving

Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wn) in werking getreden. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland.

Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken.

In de nieuwe Wet natuurbescherming vervalt de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden.

NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

140

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wn niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: »

Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken;

»

Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;

»

Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

»

Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;

»

Alle Natura 2000-gebieden.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk.

In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aangesloten Pan Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.

Beschermde planten en dieren De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wet natuurwetbescherming (Wn) niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wn kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming:

»

Vogels o

alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wn). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken.

»

Internationaal beschermde soorten o

alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wn).

»

Overige beschermde soorten o

soorten genoemd in de bijlage bij de Wn, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wn). Hieronder vallen onder meer de 'algemene' soorten die onder de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wn niet meer is beschermd).

NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

141

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden.

Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wn worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wn) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Onderzoek Voor het plangebied heeft Aeres Milieu een quickscan natuurwetgeving5 uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie. Uit het onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken.

Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebied 'Regte Heide & Riels Laag' is het meest nabijgelegen gebied, op een afstand van circa 6,6 kilometer van het plangebied. Natura 2000-gebied 'Ulvenhoutse bos' ligt circa 7,9 kilometer van het plangebied. De effecten van de werkzaamheden voor dit planvoornemen zijn zeer lokaal. Bovendien ligt tussen het gebied 'Regte Heide & Riels Laag' en het plangebied een gedeelte van de bebouwde kom van Gilze, de provinciale weg N260, diverse agrarische bedrijven en een oefenterrein van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie. Tussen het plangebied en Natura 2000gebied 'Ulvenhoutse Bos' ligt de snelweg A58, een gedeelte van de dorpskern van Gilze en diverse agrarische bedrijven. Hierdoor worden geen effecten op bovengenoemde Natura 2000-gebieden verwacht ten aanzien van de voorgenomen werkzaamheden. Het stikstofonderzoek in deze paragraaf moet uitsluiten dat het planvoornemen nadelige gevolgen heeft op omliggende Natura 2000-gebieden.

Natuurnetwerk Brabant Het plangebied ligt op circa 1,3 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), bestaande uit het beheertype 'Beek en Bron'. Vanwege de afstand is het onwaarschijnlijk dat de plannen een negatief effect hebben op het NBB.

Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën: In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvan in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

5

Aeres Milieu, Quickscan natuurwetgeving Oranjestraat 39a, Projectnummer AM20044, 26februari 2020

NL.IMRO.0784.BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

|42

Algemeen voorkomende vogels: In de opgaande vegetaties komen in het broedseizoen mogelijk beschermde vogelnesten voor. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd en waarvoor geen omgevingscheck nodig is. Doden en vernielen van broedvogels/eieren/jongen moet worden voorkomen door het verwijderen van opgaande vegetaties buiten het broedseizoen uit te voeren (buiten de periode 15 maart - 15 juli). Door naleving van deze mitigerende maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen van de Wnb begaan.

Beschermde planten De Oranjestraat is onderdeel van een groenstructuur (eenzijdige structuur van lindes). Deze structuur sluit uitstekend aan bij de bebouwing. Naarmate het profiel ruimer is, zijn meer bomen en uiteindelijk een tweezijdige structuur toegepast. De uitwaaierende, stervormige wegenstructuur is bepalend voor de eigenheid van Gilze. De boomstructuren langs deze wegen verbinden de kern met het buitengebied. Ook het groen in de ruime particuliere tuinen achter deze linten draagt hieraan bij en moet daarom behouden blijven. Bestaande bomen langs de Oranjestraat mogen niet zomaar gekapt worden en er moet voldoende afstand worden gehouden. Het planvoornemen voorziet niet in het verwijderen van bomen of het belemmeren van de ruimte hiervan.

Stikstof Met de uitspraak van de Raad van State is het Programma Aanpak Stikstof komen te vervallen. Ieder plan en project zal daarom moeten aantonen dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige delen in de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Voor het project wordt met Aerius Calculator 2019 een berekening6 uitgevoerd voor zowel de aanlegfase als de nieuwe gebruiksfase van het project. Uit de berekeningen blijkt dat met betrekking tot de nieuwbouw van woningen zowel in de gebruiksfase als de bouwfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden worden berekend. Een natuurvergunning is niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.8

Cultuurhistorie

Wettelijk toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken.

Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een

6 Ordito B. V., Stikstofdepositie realisatie twee woningen en sloop loods Oranjestraat 39A, Gilze, 19 maart 2020 NL.IMRO.0784.BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

|43

wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald.

In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2019 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.

Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven.

NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

144

'Aćhtef ďé juínt arîŵ,

Rij ksm on urne nten

H i ĽJ

C Archeologische monumenten

m Overige bouwkunst

•naar

« Historische stedenbouw

n Afbeelding 12: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW)

Toetsing Cultuurhistorische Waardenkaart Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt in de regio 'Baronie'. De Baronie is onderdeel van het dekzandplateau dat doorsneden wordt door beken. Het zandlandschap bestaat uit een grofmazige mozaïek van oude en jonge zandontginningen en bossen. Kenmerkend voor de oude zandontginningen zijn dorpen en buurtschappen zonder open akkercomplexen en bijhorende groenstructuren. Op enkele plaatsen komen open akkercomplexen voor. De bebouwing en de akkers liggen vaak op de rand van de beekdalen, de graslanden (beemden) in het beekdal en de (voormalige) heidevelden op de hogere zandgronden. De jongere ontginningen hebben vaak een open karakter met een rationeel patroon van wegen, waterlopen en percelen. De openheid wordt onderbroken door erfbeplanting en wegbeplanting. Daarnaast komen ook meer besloten jonge zandontginningen voor, met bebouwing langs oude wegen, kleinschaligheid door de afwisseling van akkers en weiden met bosjes en losstaande bomen. Op de overgang van bos naar beekdal is een coulisselandschap ontstaan met transparante bomenrijen, gericht op de beek.

De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: 1.

Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio;

2.

De cultuurhistorische waarden van de Baronie in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen;

3.

Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: "Beekdal van de Mark" en "Dekzandeiland Alphen-Baarle".

Overige cultuurhistorische informatie Rijksinformatie Op de CHW zijn ook de indicatieve Archeologische waarden (Erfgoedinformatie van het Rijk) af te lezen. Het plangebied valt (voor een klein deel) binnen het vlak 'Archeologische monumenten'. Dit gebied wordt aangewezen als terrein van hoge archeologische waarde.

In paragraaf 5.8 (archeologie) is hier verder op ingegaan.

NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

|45

Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen. De originele fabriekspand aan de Oranjestraat 39a heeft geen aanduiding 'cultuurhistorisch waardevol' en eveneens geen monumentale status. Wel is, gelet op de vormgeving en geschiedenis van Gilze, het pand aan te merken als behoudenswaardig. Zodoende wordt gewenst het pand in originele staat te herstellen. Het planvoornemen sluit aan bij de wens om het pand in originele staat te herstellen.

5.9

Archeologie

Beleid Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet.

Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming.

Op deze wijze is de zorg voor archeologische monumenten geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is onder andere bepaald dat gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Derhalve heeft de raad van de gemeente Gilze en Rijen op 26 april 2011 het 'Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, gemeente Gilze en Rijen' vastgesteld. In het beleidsplan onderscheidt de gemeente een 7-tal verwachtingen, variërend van een zeer hoge tot een verwaarloosbare archeologische verwachting. Per verwachtingswaarde heeft de gemeente bepaald wat de vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek.

Onderzoek Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Gilze en Rijen ligt het plangebied grotendeels in de beleidscategorie 4: Gebied met een hoge archeologische verwachting. Ter plaatse van de hoge verwachting geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en met een diepte dan 40 cm -mv. Het noordoostelijke deel van het plangebied ligt in de beleidscategorie 2: Gebied van archeologische waarde. Ter plaatse van de hoge verwachting geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en met een diepte dan 40 cm -mv. Het planvoornemen voorziet in de sloop van de huidige bebouwing in het zuidelijk deel van het plangebied. De diepte van de toekomstige verstoring is niet bekend maar zal, uitgaande van een standaard funderingsdiepte, naar verwachting tot tenminste

NL.IMRO.0784. BPOranjestraat39A-ON01

bestemmingsplan Oranjestraat 39A, Gilze

oooo ORDITO OOOO

146

0,8-1,0 m -mv reiken. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

Ten behoeve van onderliggend bestemmingsplan heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek7 uitgevoerd aan de Oranjestraat 39a te Gilze.

Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen kan worden gesteld dat het plangebied in enige mate is aangetast door (sub)recente verstoringen. Onder deze verstoringen ligt echter een restant van het verwachte eerddek. Onder dit eerddek kunnen nog sporen uit de periode neolithicum tot en met nieuwe tijd worden aangetroffen. Vanwege het ontbreken van een podzolprofiel onder het eerddek zullen resten uit de periode jagers - verzamelaars niet langer in situ aanwezig zijn, wel kan er sprake zijn van eventueel aanwezige archeologische resten uit de daarop volgende meer sedentaire periode.

Dit leidt tot het advies dat binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht.

Echter dient hier een nuancering te worden aangebracht. Met uitzondering van boring 1 ligt het niveau waarop archeologische resten aangetroffen kunnen worden op minimaal 85 cm -mv. Ter plaatse van boring 1 is dit 65 cm -mv. Indien de voorgenomen ontwikkeling, welke vooralsnog voornamelijk bestaat uit renovatie van de bestaande opbouw, niet dieper reikt dan 65 cm -mv (archeologische niveau en 20 cm veiligheidsbuffer) en op het achter terrein (ter hoogte van boring 1) 45 cm -mv kan ook worden volstaan met een beleidsmatige bescherming van het plangebied in het bestemmingsplan middels een dubbelbestemming archeologie met de bovengenoemde grenzen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9720453/1