ap 11d memo inzake uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving 2021
Tekst van het document
. .
,,-
Controlefrequentie Gemiddeld 1x 2.5 uur Gemiddeld 4x 2.5 uur
ategorie : ou koste t/ € . categorie : ou koste a € . buitencategorie (grote complexen).
,- (dakkapellen, carport, erkers, woninguitbreiding, garages, stallen, loodsen ed.); ,- en hoger (woningenbouw, kantoren, grote (bedrijfsmatige) stallen en loodsen,
17
Type controles Tijdens de realisatiefase zijn de volgende drie type controles te onderscheiden: administratieve controle, reguliere controle en de eindcontrole. Type controle Reguliere controle
Administratieve controle Eindcontrole
Toelichting Controles ter plekke tijdens de uitvoering. Het kan hier gaan om controles met en zonder wachtmoment (waarbij de uitvoerder niet verder kan nadat de controle is uitgevoerd). Controle op de naleving van regels / voorschriften zonder fysiek bezoek. Bijvoorbeeld op asis a gege e s aa gele erd door de ergu i ghouder e /of lu ht foto s. Controle ter plekke of op basis van gegevens aangeleverd door de uitvoerder of ergu i ghouder / lu ht foto s, ter gereed eldi g a de realisatiefase.
Tijdens de controles zal nadruk worden gelegd op de aspecten constructieve veiligheid, brandveiligheid, gezondheid, asbest (bij particulieren) en maatvoering. Een aantal (eind)controles wordt door onze toezichthouder integraal uitgevoerd samen met/ door de brandweer. Taakstelling toezicht realisatiefase Taakstelling Aantal vergunningen Aantal Toezichtfrequentie categorie 1 categorie 2 slopen
84 41 60
1 x 2,5 uur 4 x 2,5 uur 1 x 2,5 uur
Handhavings controles Bouwen en slopen
40
1 x 4 uur Totaal
Periodieke controles Aantal Totaal controles aantal uren 84 210 164 410 60 150 232 770 40 160 252
930
Taakstelling juridische ondersteuning Met betrekking tot de juridische ondersteuning voor wat betreft zaken die betrekking hebben op de bouwregelgeving, worden naast advies en begeleiding in het voortraject jaarlijks 25 zaken geraamd die zullen leiden tot bestuursrechtelijke handhaving. Het betreft hier het opstarten en doorlopen van handhavingsprocedures en ondersteuning in en/of behandeling van bezwaar- en beroepsprocedures. Taakstelling Bestuursrechtelijke handhaving Ten aanzien van de taakstelling betekent dit dat 500 uur worden begroot voor de juridische begeleiding en afhandeling van handhavingszaken (gemiddeld 20 uur per dossier).
4.6
Gebruiksfase
Toezicht tijdens de gebruiksfase bestaat uit het toezicht op gerealiseerde bouwwerken met of zonder omgevingsvergunning, het gebruik daarvan en het gebruik van open erven en/of terreinen. De mate van toezicht wordt gekoppeld aan de prioriteit die aan de activiteit wordt toegekend. In het VTH beleidsplan zijn de prioriteiten per wabo-activiteit bepaald. De toegekende prioriteit is bepalend voor de mate waarin wij toezicht uitvoeren. Bij een (heel) hoge prioriteit voeren wij actief toezicht uit en krijgt de afhandeling van signalen voorrang op andere werkzaamheden. Bij een gemiddelde prioriteit handelen wij signalen af afhankelijk van de aard en omvang van de klacht (denk aan beschikbare capaciteit en op dat moment bestaande werkdruk) en kunnen wij via het uitvoeringsprogramma planmatig toezicht uitvoeren. Bij een lage prioriteit voeren wij passief toezicht uit. Dit betekent dat wij primair alleen reageren op verzoeken om handhaving en signalen waarbij acuut ingrijpen is vereist. Mocht dat niet het geval zijn informeren wij betrokkenen daarover. Signalen en meldingen kunnen wel worden gebruikt om de informatiepositie over de problematiek op te bouwen. Deze informatie kan (op termijn) alsnog aanleiding zijn om handhavend op te treden.
Signalen met een lage prioriteit kunnen ook worden gebundeld en tijdens specifiek geplande thema-, doelgroep- of gebiedsgericht toezicht worden opgepakt. Conform de geldende wet- en regelgeving pakken wij handhavingsverzoeken altijd op.
18
Prioriteit HEEL HOOG
HOOG
MIDDEN
LAAG
Hoe houden we toezicht? Het toezicht op het naleven van de regels vindt proactief plaats op basis van het jaarlijks uitvoeringsprogramma. Er wordt actief gezocht naar overtredingen met prioriteit heel hoog, via waarnemingen ter plaatse e ureau o troles ad erte ties, lu htfoto s e.d. . Meldingen en klachten krijgen voorrang op andere werkzaamheden. Het toezicht op het naleven van de regels vindt actief plaats op basis van het jaarlijks uitvoeringsprogramma. Meldingen en klachten krijgen voorrang op andere werkzaamheden. Het toezicht is of actief of passief. Het toezicht vindt planmatig op/in een specifiek thema, doelgroep of gebied plaats (uitvoeringsprogramma). Meldingen en klachten worden afhankelijk van aard en omvang afgehandeld. Er is sprake van passief toezicht. Meldingen, klachten en overtredingen met lage prioriteit worden in beginsel niet opgepakt en afgehandeld. Daarvan kan gemotiveerd van worden afgeweken. Meldingen, klachten en overtredingen worden wel geregistreerd en kunnen eventueel aanleiding vormen om planmatig op/in een specifiek thema, doelgroep of gebied toezicht te houden (uitvoeringsprogramma).
Het toezicht en handhaving op en van bestemmingsplannen zal net als voorgaande jaren voornamelijk gericht zijn op illegale bewoning (door arbeidsmigranten). De ervaring leert dat de kans op het aantreffen van een onveilige en/of ongezonde situatie bij illegale bewoning groot is. Voor 2020 is bovendien bestuurlijk de wens uitgesproken hier nadrukkelijk op toe te zien en waar nodig te handhaven. Doelstelling Doelen
Indicatoren
Inzicht in mate van permanente bewoning van recreatiewoningen op de recreatieparken, waarvan het vermoeden bestaat dat veel woningen permanent worden bewoond Het uitvoeren van (integrale) controles om illegale woonsituaties waarbij sprake is van een onveilige en/of ongezonde situatie tegen te gaan. Aantal geconstateerde en afgehandelde zaken Aantal vooraankondigingen, vooraanschrijvingen, aanschrijvingen van handhaving
Projectmatige aanpak recreatieterreinen In 2021 gaan we bekijken of er een projectmatige aanpak voor de recreatieterreinen gestart kan worden. Daarbij zal dan worden bekeken of deze terreinen integraal aangepakt kunnen worden zodat een kwaliteitsverbetering van de parken bereikt kan worden op het gebied van veiligheid en legitimiteit. Handhaving permanente bewoning recreatiewoningen Niet alleen arbeidsmigranten maar ook personen met problemen vestigen zich nogal eens op een camping of recreatiepark, waar bewoning sowieso niet is toegestaan. In 2017 hebben wij een nieuwe werkwijze ontwikkeld voor de aanpak van permanente bewoning op recreatieparken. Op nieuwe inschrijvingen wordt meteen een handhavingstraject toegepast. Voor het bestrijden van bewoning op recreatieterreinen is er sinds 2018 gemiddeld 4 uur per week specifieke capaciteit voor ingezet. In 2019 is dit verhoogd naar 12 uur in de week. In 2021 blijft deze capaciteit gelijk. Handhaving op huisvesting arbeidsmigranten Door de (tijdelijke) inzet van werknemers uit andere EU-landen, arbeidsmigranten genaamd, komen er meer problemen met de huisvesting van deze werknemers. Vaak worden zij door de werkgever in een eengezinswoning gehuisvest, waarbij er soms sprake is van overbewoning (meer dan 4 personen in 1 woning). Dat zorgt nogal eens voor overlast in de omgeving.
Ook vestigen zij zich nogal eens op een camping of recreatiepark, waar bewoning sowieso niet is toegestaan. Voor 2020 was toezicht en handhaving op dit onderdeel als speerpunt aangewezen. Het gaat dan om onrechtmatige bewoning. Voor 2021 is de capaciteit op dit onderdeel verhoogd naar aanleiding van het in november 2021 vastgestelde beleid hierop. Er worden hiervoor 200 uren extra ingezet. Deze uren zijn meegenomen in de begroting voor 2021. 19
Taakstelling toezicht gebruiksfase Taakstelling Buitengebied en kernen
Recreatieterrein
Problematiek Strijdig gebruik / bouwen zonder of in afwijking van vergunning Permanente bewoning recreatiewoningen
Gebieden Handhavingscontroles gebruiksfase Handhavingscontroles permanente bewoning Handhavingsdagen (BIT-acties)
Tijdsbesteding Doorlopend tijdens reguliere controles Projectmatig
Tijdsbesteding toezicht 400 uur (100 x 4 uur) 200 uur 350 uur
Taakstelling juridische ondersteuning Verwacht wordt dat jaarlijks 30 handhavingszaken (750 uur) behandeld zullen worden. Handhavingszaken in het kader van de ruimtelijke ordening in combinatie met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de Wabo) zijn vaak wat complexer en vergen in de praktijk meestal veel tijd. Er is daarom uitgegaan van gemiddeld 25 uur per handhavingszaak in plaats van 20 uur.
4.7
APV en bijzondere wetten
Doelstelling Doelen
Indicatoren
Inzicht in de veiligheid bij horecabedrijven Borging van de veiligheid van evenementen Voorkomen van parkeeroverlast Zorgdragen voor een goede verkeersveiligheid Terugdringen overlast hondenpoep Actieve handhaving afval en zwerfvuil Aantal geplande en uitgevoerde controles Aantal en aard van sancties (bestuurlijk/ strafrechtelijk) Aard van en aantal geconstateerde overtredingen per taakveld
De APV bevat verbodsbepalingen, al dan niet met de mogelijkheid tot vergunning of ontheffing. De hoogste prioriteit hebben de evenementen, foutief parkeren en verkeersveiligheid. Voor wat betreft de horeca zal het accent liggen op de actualiteit van de drank- en horecavergunning en de leeftijdsgrenzen alcoholgebruik. Tijdens evenementen zal primair worden gecontroleerd op veiligheid door de brandweer. De handhaving van overige APV-voorschriften vindt voor het overgrote deel plaats na klachten en meldingen. De BOA behandelt deze en controleert verder actief op foutief parkeren, het illegaal dumpen van afval, evenementen, overhangend groen en hondenpoep. Verder zal in 2020 ook het aspect verkeersveiligheid onderdeel blijven van de werkzaamheden van de BOA. Voor wat betreft de snelheid is dit dan wel hoofdzakelijk een signaalfunctie, de handhaving van snelheidsovertredingen is namelijk in handen van de politie. De BOA kan natuurlijk wel handhaven op bijvoorbeeld fout parkeren en verkeersgedrag niet gemotoriseerd verkeer. Taakstelling BOA en BRP-controleur Taakstelling Horeca APV/Evenementen Verkeer(s-veiligheid)/ parkeren Landelijk onderzoek adreskwaliteit (BRPonderzoek) Ordeverstorende jeugd Hondenoverlast Zwerafval/inzameling afval Illegaal plakken en graffiti Kappen en inritten en rioolaansluitingen
Periodieke controles Aantal Uren 30 90 50 200 60 250 125 1388 200 60 300 40 25
800 200 600 80 75 20
Algemene werkzaamheden waaronder overleg, afstemming, voorlichting Klachten en meldingen Overige verzoektaken (o.a. corona) Totaal
110
550
210 onbekend
420 135 4788
Opiumwet Dan zijn er nog wat ontwikkelingen op het gebied van het Damocles-beleid. Het Damocles beleid is in 2019 opnieuw aangescherpt. Uit recente uitspraken van de rechtbank blijkt echter dat er steeds meer aan motivatie en onderbouwing wordt gevraagd in sluitingsbesluiten. Dergelijke zaken vergen dus meer tijd qua voorbereiding en uitvoering. Daarnaast worden steeds vaker hennepkwekerijen en/of harddrugs in woningen of loodsen ontdekt. Wet aanpak woonoverlast Op 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden. Met deze wet hebben gemeenten een aanvullend instrument gekregen om woonoverlast effectiever aan te pakken. Burgemeesters hebben namelijk de bevoegdheid gekregen om aan veroorzakers van woonoverlast in het uiterste geval een specifieke gedragsaanwijzing op te leggen. De gedragsaanwijzing kan bijvoorbeeld inhouden dat een hond moet worden gemuilkorfd of geen luide muziek mag worden gedraaid. De burgemeester beschikt pas over de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing te geven als dit in een gemeentelijke verordening (APV) mogelijk wordt gemaakt. Het is de bedoeling om in 2020 nader te onderzoeken of we van dit instrument gebruik willen gaan maken. Taakstelling juridische ondersteuning Verwacht wordt dat wat betreft APV en bijzondere wetten jaarlijks 30 handhavingszaken behandeld zullen worden.
Dit aantal is inclusief de handhaving op grond van de Opiumwet (Damoclesbeleid). Dit betekent dat we ook in 2020 handhavend optreden wanneer er in een pand sprake is van hennepteelt of andere vormen van drugsproductie en/of verkoop. Taakstelling Bestuursrechtelijke handhaving Ten aanzien van de taakstelling betekent dit dat jaarlijks 600 uur wordt begroot voor de juridische afhandeling van handhavingszaken (gemiddeld ongeveer 20 uur per dossier).
4.8
Klachten
De gemeente Gilze en Rijen streeft er naar om alle klachten en meldingen doelmatig te behandelen. Om de klacht/meldingsbereidheid zo hoog mogelijk te maken zijn er diverse manieren om een klacht/melding in te kunnen dienen. Klachten van burgers kunnen worden ingediend via info@gilzerijen.nl) of in de BuitenBeter app. Daarnaast is het ook ogelijk ia het t ittera ou t a de Boa s ee kla ht of eldi g te doe . Alle ge oe de syste e worden dagelijks geraadpleegd. De binnengekomen klachten/meldingen worden doorgezet naar de behandelende afdeling. De klachten gaan onder andere over zwerfafval, verkeerd geparkeerde auto s en strijdige situaties. De meeste klachten en meldingen orde door de BOA s afgeha deld. De Boa s zij ook i de avonden en weekenden werkzaam, zodat ook dan klachten en meldingen kunnen worden afgehandeld. Voor calamiteiten buiten de werktijden is een storingsnummer beschikbaar. De klachten en meldingen worden geregistreerd in het zaaksysteem (Green Valley) van de gemeente.
21
4.9
Urenraming werkzaamheden
De gemeente Gilze en Rijen beschikt voor toezicht en handhaving over een uitvoeringscapaciteit van 12525 uur (9 fte s oor de realisatie a het erkprogra a. Voor de uit oeri g a het erkprogra a ordt gekoze voor een combinatie van uitvoering binnen de eigen organisatie en het inhuren van externe ondersteuning. Inhuur van externen is voor wat betreft het cluster handhaving beperkt tot inhuur voor omvangrijke handhavingszaken en op het cluster toezicht is dit beperkt tot inhuur voor controles die de toezichthouder zelf niet kan verrichten. Verder doet de OMWB de toezicht en handhaving voor wat betreft milieukwesties. Door middel van onderstaande planningen per soort medewerker wordt inzicht gegeven in de wijze van realisatie van het werkprogramma. Taakstelling Coördinator
Interne uren
Coördinator toezicht en handhaving Totaal
672 672
Taakstelling Overlastregisseur
Interne uren
Overlastregisseur Totaal
1388 1388
Taakstelling Toezichthoudend medewerker Bouwen en Wonen
Interne uren
Controles bouwen (inclusief handhavingscontroles bouwen) Handhavingscontroles gebruiksfase Handhavingscontroles permanente bewoning Handhavingsdagen (op thema) Algemene werkzaamheden (incl. invoering Omgevingswet) Totaal
930 400 200 350 896 2776
Taakstelling Juridisch beleidsmedewerker
Interne uren
Juridische werkzaamheden milieu Juridische werkzaamheden realisatiefase Juridische werkzaamheden gebruiksfase APV en bijzondere wetten Procesgerichte activiteiten (o.a. uitvoeringsprogramma, jaarverslag, beleid, invoering Omgevingswet) Interne afstemming, voorlichting burgers en regionale samenwerking Subtotaal Permanente bewoning recreatiewoningen Totaal
28 500 750 600 320
Taakstelling BOA en BRP controleur
Interne uren
Toezicht en klachten van evenementen, verkeer, groen en APV/milieu BRP-controles Totaal
3400
245 2443 458 2901
1388 4788
Borging van middelen In artikel 7.5 van de BOR wordt aangegeven dat de middelen van de uitvoering inzichtelijk moeten worden gemaakt en geborgd moeten worden. Alle activiteiten die wij het komende jaar gaan uitvoeren zoals beschreven in dit uitvoeringsprogramma om de doelstellingen uit het beleidsplan VTH 2020-2024 te behalen, vallen binnen de middelen die zijn opgenomen in de begroting van 2021. Als blijkt dat de middelen niet toereikend zijn kunnen ze in de 1e of 2e tussentijdse rapportage bijgesteld worden of wordt het uitvoeringsprogramma aangepast.
22
5 Procesgerichte taken Ook in de komende jaren wordt kwaliteitsmanagement één van de belangrijkste pijlers in het kader van de uitvoering van vergunningverlening en handhaving.
5.1
Borging van kwaliteit en voortgang uitvoeringsprogramma
Kwaliteitsmanagement is een middel om constante verbetering van handhavings-, toezichts- en vergunningverleningsactiviteiten te bereiken. Hiermee zullen de prestaties en het vermogen van de organisatie over de gehele linie in stand gehouden en verbeterd worden. Kwaliteitsmanagement heeft de volgende doelstellingen: Uniformiteit in de uitvoering van activiteiten op gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hierdoor wordt eenzelfde hoge kwaliteit gewaarborgd. Een betere controle op de uitvoering van taken. Efficiënte en effectieve overdracht tussen de medewerkers onderling. Het duidelijk in kaart brengen en vastleggen van de werkprocessen en verantwoordelijkheden in de bedrijfsvoering. Activiteiten Opstellen beleidsplan, uitvoeringsprogramma, jaarverslag Monitoring handhaving en Omgevingswet Totaal
5.2
Begrote uren 120 200 320
Afstemming/Voorlichting/Regionale samenwerking
Interne afstemming Interne afstemming binnen de eigen organisatie is van wezenlijk belang. De handhavingsjuristen hebben regelmatig overleg met verschillende toezi hthouders i e de ers hille de lusters, de ollega s a Ruimtelijke Ordening en de algemene juristen. Tussen vergunningverleners en toezichthouders vindt regelmatig overleg plaats, vooral in gevallen waar sprake is van een vergunningaanvraag. Daarnaast vindt in bijzondere gevallen, informatie-uitwisseling plaats, ter voorbereiding van een controle. Voor specifieke controles, zoals recreatie, wordt overleg gepleegd met andere domeinen (met name sociaal domein) en/of clusters (bijv. financiën en GEO). Via onder andere portefeuillehoudersoverleggen vindt er natuurlijk ook regelmatig overleg/afstemming plaats met de burgemeester als verantwoordelijk portefeuillehouder. Externe afstemming In het VTH beleidsplan 2020-2024 komt de afstemming met externe partijen ruimschoots aan bod. Wij verwijzen dan ook naar het VTH beleidsplan. Afstemming met deze partners is opgenomen in de urenplanning onder algemeen. Hier worden geen aparte uren voor geraamd. Communicatie Belangrijk speerpunt voor de komende jaren is om handhaving te voorkomen en te bevorderen dat burgers en bedrijven uit zichzelf de regels naleven. Burgers moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen.
Om ze bewust te maken van deze verantwoordelijkheid en ze te bewegen de regels na te leven (preventieve handhaving) is het onder andere van belang dat er goede voorlichting wordt gegeven, we goed bereikbaar zijn voor vragen, regels duidelijkheid en uitlegbaar zijn en deze ook zo uitleggen. Ook wanneer het toch tot een formeel handhavingstraject (repressieve handhaving) komt is communicatie met de burger van belang. Zo zal er na het constateren van een overtreding, door de toezichthouder en/of juridisch medewerker inzicht moeten worden gegeven in de aard van de overtreding(en) en het eventueel te volgen handhavingstraject. Het is daarvoor van belang om voor het starten van het formele handhavingstraject eerst contact te leggen met de overtreder. Na dit contactmoment zal het handhavingstraject veelal aanvangen met een vooraankondiging of vooraanschrijving van handhaving waarin de mogelijkheid wordt geboden de overtreding te beëindigen voordat er een formeel besluit (last onder dwangsom of last onder bestuursdwang) volgt en hopelijk door onder andere de goede communicatie niet nodig is. Dit geldt niet wanneer er sprake is van spoedeisendheid of zwaarwegende belangen waar een meer voortvarende manier van handhaven op zijn 23
plaats is (bijvoorbeeld het toepassen van spoedeisende bestuursdwang). Echter ook in deze gevallen is goede communicatie essentieel. Steeds meer wordt getracht via overleg of (pre)mediation een handhavingszaak op te lossen. Soort overleggen Interne afstemming en overleg Handhaving Afstemming/ voorlichting en advies burgers Externe overleggen/regionale samenwerking Totaal
Begrote uren 150 70 25 245
24
6 Borging k aliteit In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze de kwaliteit van de handhavingsactiviteiten zal worden gewaarborgd. Voor strategie en werkwijze wordt verwezen naar de Beleidsplan VTH 2020-2024.
6.1
Uitvoering, monitoring en verantwoording
De resultaten van de uitvoering worden jaarlijks gemonitord, geëvalueerd en gerapporteerd. Als er significante afwijkingen zijn tussen planning en realisatie dan worden deze verklaard in het jaarverslag. Indien nodig wordt vervolgens ook de planning weer bijgesteld. Een van de kwaliteitscriteria betreft de monitoring. Het bestuursorgaan dient met behulp van een geautomatiseerd systeem de resultaten en de voortgang te bewaken van: 1. a. de uitvoering van het uitvoeringsprogramma; en b. het bereiken van de in het handhavingsbeleid gestelde doelen. 2. In het systeem worden voorts in het kader van de handhaving verkregen gegevens geregistreerd. Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving beschikken over enkele geautomatiseerde systemen waarin elke verleende vergunning en strijdige situatie, op het gebied van Milieu, Ruimtelijke Ordening, Bouwen, APV en bijzondere wetten, Recreatie en toerisme, waartegen wordt gehandhaafd, wordt ingevoerd, bijgehouden en gemonitord. Door de registratie op het netwerk van de ABG-organisatie kan iedere werknemer op de hoogte zijn tegen welke situaties wordt gehandhaafd, wie de behandelend ambtenaar is, hoever de handhavingsprocedure is gevorderd en of de handhavingsprocedure al dan niet is afgehandeld. Dit bevordert een integrale werkwijze.
6.2
Kwaliteit van de capaciteit
Voor een adequate uitvoering van de taken is naast voldoende personele capaciteit ook de kwaliteit van de personele capaciteit van belang. De afdeling dient over voldoende deskundigheid en/of financiële middelen voor het inhuren van deskundigheid te beschikken voor een goede taakuitvoering en het ontwikkelen van kennis en vaardigheden.
6.3
Werkprocessen
Op 1 januari 2016 is de ABG-organisatie van start gegaan. Dit betekent o.a. dat de processen zijn aangepast aan de nieuwe ambtelijke organisatie. 2021 is alweer het zesde jaar dat deze organisatie werkzaam is. Hoewel er altijd sprake zal zijn van een erfenis uit het verleden, zijn de hedendaagse werkprocessen universeel voor alle drie de ge ee te . Ook het opstelle a eleids ota s e erorde i ge ordt u zo eel ogelijk u i erseel gedaan, uiteraard daar waar nodig en wenselijk aangepast aan de plaatselijke situatie.
25
7 Ontwikkelingen Hieronder volgt een overzicht van de plaatselijke, regionale en landelijke ontwikkelingen.
7.1
Omgevingswet
Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De wet bundelt bijvoorbeeld 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Daardoor moet het straks makkelijker zijn om bijvoorbeeld een bouwproject te starten, zoals woningbouw op voormalige bedrijventerreinen. Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat er meer algemene regels gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen. De houding bij het beoordelen van plannen is ja its i plaats a ee te zij . )o o tstaat rui te oor edrij e e orga isaties o et ideeë te komen. Door de corona perikelen is de inwerkingtreding van de Omgevingswet uitgesteld met een jaar tot 1 januari 2022. Of deze nieuwe datum ook haalbaar is, zal afhangen van de ontwikkelingen in 2021. Intern wordt inmiddels druk gewerkt aan de gevolgen van invoering van de deze wet. Daarvoor is ook een budget beschikbaar gesteld. Dit budget wordt benut voor het inhuren van externe deskundigheid, het organiseren van bijeenkomsten voor medewerkers, bestuurders, raadsleden en bewoners en organisaties. Daarnaast zijn er uren geraamd per betrokken medewerker. Deze zijn opgenomen onder procesgerichte taken of algemene werkzaamheden.
7.2
Private kwaliteitsborging in de bouw
Als het gaat om Wabo vergunningverlening en toezicht staat er een stapsgewijze invoering van de Wet Private kwaliteitsborging op stapel. Hiermee worden de verantwoordelijkheden in de bouw anders neergelegd en wordt de markt primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bouw. In plaats van de gemeente controleert een (private) kwaliteitsborger gedurende het ontwerp- en uitvoeringsproces of er gebouwd wordt volgens het Bouwbesluit. Voor de gemeente vervalt dan grotendeels de technisch-inhoudelijke toetsing aan het Bouwbesluit. Hiervoor in de plaatst komt er een aantal, voornamelijk administratieve, taken bij. Zoals de controle of het juiste instrument van kwaliteitsborging is toegepast en een controle of er sprake is geweest van een erkende kwaliteitsborger. In de vergunning fase toetsen we in het voorgenomen stelsel dus niet langer aan bouwtechnische voorschriften. Gemeenten houden bij vergunningverlening wel hun taken in het kader van de toetsing aan bestemmingplannen, bouwverordening, welstand en omgevingsveiligheid. Een groot deel van de werkzaamheden in het kader van de vergunningverlening voor het bouwen zal dus blijven bestaan. Wij besteden wij de bouwbesluit- en constructieve toets voor een groot deel uit aan een externa partij. Dit hoeft dan niet meer. Hierdoor heeft deze wetwijziging nauwelijks gevolgen voor de formatie bij vergunningverlening.
Voor wat betreft de toezicht; onze taak om tijdens de bouw te controleren of conform Bouwbesluit wordt gebouwd, vervalt. In plaats daarvan toetsen wij of toegelaten instrumenten voor kwaliteitsborging worden toegepast die geschikt zijn voor de risicoklasse van het bouwwerk en of de gekozen kwaliteitsborger gerechtigd is om het instrument toe te passen. Wel houden wij het toezicht en de handhaving voor de bestaande voorraad bouwwerken. De Wet kwaliteitsborging borging voor het bouwen zal bij inwerkingtreding alleen gelden voor bouwwerken vallend onder Gevolgklasse 1. Welke bouwwerken hieronder vallen is vastgelegd in het (concept) Besluit kwaliteitsborging (zie afbeelding hierna). Het gaat samengevat om de volgende bouwwerken:
Grondgebonden woningen Woonboten Vakantiewoningen Bedrijfspanden van maximaal 2 bouwlagen, inclusief een klein kantoor / kantine Fiets- en voetgangersbruggen Overige bouwwerken geen gebouw zijnde tot maximaal 20 meter hoog
Bovenstaande bouwwerken vallen niet onder gevolgklasse 1 indien het monumenten zijn, indien er sprake is van een gelijkwaardige oplossing voor brand- of constructieve veiligheid, indien een melding of vergunning brandveilig gebruik nodig is of indien er een milieuvergunning nodig is. In dat geval vallen de bouwwerken – net als andere bouwwerken – vooralsnog onder het bestaande regime van de gemeentelijke toetsing.
26
In de eerste 3 jaar na invoering van de Wkb wordt geëvalueerd of en zo ja met welke eventuele aanpassingen ook de rest van de bouwwerken onder de Wkb gaan vallen. De wet treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking.
7.3
Programma Aanpak Stikstof (PAS)
De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State vergunningen het Programma Aanpak Stikstof ongeldig verklaard. De uitspraak van de Raad van State heeft verschillende gevolgen. Zowel voor toestemmingverlening en vergunningen, als voor activiteiten die met het PAS waren vrijgesteld van de vergunningplicht. De vergunningverlening voor, en de bouw van, nieuwe huizen, wegen, industrie en agrarische bedrijven is hierdoor in 2020 deels stil komen te liggen of liep vertraging op. Inmiddels is er een nieuwe versie beschikbaar van het nationale instrumentarium voor stikstofdepositie (Aerius) waardoor vergunningaanvragenweer door kunnen gaan. Aanbesteding nieuwe VTH-applicatie Het huidige VTH- orkflo systee GI“VG gaat er a ge orde . GI“VG is iet O ge i gs etproef e de leverancier heeft aangegeven dit systeem niet verder te ontwikkelen. We zijn daarom in 2020 op zoek geweest naar een nieuw systeem. Dat hebben we samen met andere Equalit-gemeenten gedaan. De aanbesteding hiervan heeft plaatsgevonden. Va af half gaa e erke et het pakket Leefo ge i g a Ce tri .
Voordat we met het pakket kunnen werken moet het pakket ingericht worden. Ook moeten er diverse koppelingen met andere pakketten en sjablonen gemaakt worden. Dit doen we samen met Equalit en deelnemende gemeenten. Uitgangspunt voor de inrichting van de processen zijn de door de VNG opgestelde GEMMA werkprocessen.
7.4
BENG
Vanaf 1 januari 2021 gelden er nieuwe energieprestatie-eisen voor nieuwbouw. Na twintig jaar nemen we afscheid van de energieprestatie coëfficiënt (EPC). Daarvoor in de plaats komen nieuwe eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (Beng). Hierbij wordt er onder meer gekeken naar de energiebehoefte van een gebouw. De EPC geeft één waarde voor de energieprestatie van een gebouw. Binnen die waarde kan een matige score op het ene aspect worden goedgemaakt door een extra hoge score op een ander aspect. Bijvoorbeeld slechte isolatie compenseren door zonnepanelen. Dat is in BENG niet meer mogelijk. Een gebouw moet namelijk gelijktijdig aan de drie BENG-indicatoren voldoen. Het is niet mogelijk een onvoldoende op de ene indicator te compenseren met een ruime voldoende op een andere. Maar er zijn wel relaties tussen de drie indicatoren. Voor elke indicator geldt straks een eis die varieert voor woningen, utiliteitsgebouwen, onderwijsgebouwen en gezondheidszorggebouwen. Zo mag het primair energiegebruik van nieuwe woningen straks niet hoger zijn dan 25 kWh per m2 per jaar. Ter vergelijking: dit komt ongeveer overeen met een EPC van 0,2. Voor alle soorten gebouwen geldt dat minimaal 50 procent van het gebouwgebonden energiegebruik afkomstig moet zijn van duurzame bronnen. De drie indicatoren zijn: - Energiebehoefte: hoeveel energie heeft een gebouw nodig voor verwarming en koeling.
- primair energieverbruik: de hoeveelheid fossiele brandstof die per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warm water en installaties - aandeel hernieuwbare energie: het percentage hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. Zoals toepassing van PV, zonneboiler, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa en externe warmtelevering (mits hernieuwbaar).
27
Bijlage 1: Werkprogramma OMWB
28
Bijlage 2: Risicomatrix
29
Risicomatrix Vergunningen 2020-2024
Leefbaarheid
Financiële gevolgen
Duurzaamheid
Bestuurlijk imago
Effectscore
Kans op overtreding
Risicogetal
Risicowaardering / prioriteit
>6.1 prioriteit zeer hoog (ZH)
Categorie : < € 5 .
,-
5
2
2
1
3
1
2,3
2,0
4,7
H
Categorie : > € 5 .
,-
5
3
3
2
4
3
3,3
2,0
6,7
ZH
Aanvraag omgevingsvergunning
1,0
1,0
2,0
2,0
2,0
1,0
1,5
2,0
3,0
L
Aanvraag omgevingsvergunning
2,0
1,0
5,0
4,0
3,0
3,0
3,0
2,0
6,0
H
Effect overtreding 4.1-6.0 prioriteit hoog (H)
Veiligheid
3.1-4.0 prioriteit midden (M)
0-3.0 prioriteit laag (L)
Gezondheid
Wabo activiteiten / vergunningen
Aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen bouwwerken met een bouwsom van: a ti iteit ou e bouwsom
a ee
a ti iteit uit oere erkzaa hede
ou
a ee
erk per
erk of
a ti iteit ge ruik / ou e i strijd este i gspla
et
Aanvraag omgevingsvergunning a ti iteit
ra d eilig ge ruik
conform beleidsplan VRMWB Meldi g
ra d eilig ge ruik
a ti iteit het opri hte , het era dere of veranderen van de werking of het in werking he e a ee i ri hti g of ij ou erk
Aanvraag omgevingsvergunning
a ti iteit
Aanvraag omgevingsvergunning
2,0
2,0
4,0
3,0
5,0
5,0
3,5
2,0
7,0
ZH
Melding slopen met asbest
5,0
5,0
4,0
3,0
5,0
3,0
4,2
2,0
8,3
ZH
Aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen bouwwerken op grond van bestemmingsplan of erfgoedverordening
5,0
4,0
5,0
4,0
4,0
3,0
4,2
1,0
4,2
H
Melding slopen (sloop>10m3)
4,0
3,0
3,0
2,0
3,0
2,0
2,8
1,0
2,8
L
Aanvraag omgevingsvergunning
3,0
1,0
2,0
2,0
1,0
2,0
1,8
1,0
1,8
L
Aanvraag omgevingsvergunning
4,0
1,0
2,0
2,0
1,0
2,0
2,0
1,0
2,0
L
Aanvraag omgevingsvergunning
1,0
1,0
4,0
2,0
4,0
2,0
2,3
1,0
2,3
H
Aanvraag omgevingsvergunning
1,0
1,0
3,0
1,0
3,0
2,0
1,8
2,0
3,7
M
es her de rijks o u e te
a ti iteit slope
a ti iteit
ijzige
aa leg eg
a ti iteit ee uit eg te ake , te he veranderen of het gebruik daarvan te era dere a ti iteit doe
elle
conform het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader OMWB Meldi g A ti iteite
esluit
e of te
a ee houtopsta d
a ti iteit op of aa ee o roere de zaak ha delsre la e te ake
Risicomatrix Toezicht en Handhaving 2020-2024 Wabo activiteiten / vergunningen Effect overtreding
>6.1 prioriteit zeer hoog (ZH)
Effectscore
Bestuurlijk imago
Duurzaamheid
Financiële gevolgen
0-3.0 prioriteit laag (L)
Leefbaarheid
Veiligheid
3.1-4.0 prioriteit midden (M)
Gezondheid
4.1-6.0 prioriteit hoog (H)
Met omgevingsvergunning (OV) bouwen/ verbouwen van bouwwerken met een bouwsom van (toezicht op verleende vergunningen):
a ti iteit
ou e a ee ou bouwsom
erk per
Categorie : < € 5 .
,-
5
2
2
1
3
1
2,3
Categorie : > € 5 .
,-
5
3
3
2
4
3
3,3
Zonder omgevingsvergunning (OV) bouw of verbouw van bouwwerken met een bouwsom van:
a ti iteit uit oere a ee erkzaa hede
erk of
a ti iteit ge ruik / ou e i strijd este i gspla
a ti iteit
et
ra d eilig ge ruik
Categorie : < € 5 .
,-
5
2
2
2
3
2
2,7
Categorie : > € 5 .
,-
5
3
3
3
4
4
3,7
Realisatie / uitvoering landschappelijke inpassingen met omgevingsvergunning
1
0
1
4
3
3
2,0
Andere aanlegactiviteiten met omgevingsvergunning
1
0
1
2
3
2
1,5
Realisatie / uitvoering landschappelijke inpassingen zonder omgevingsvergunning
1
0
1
4
2
3
1,8
Bouwen of in gebruik hebben van een bouwwerk of gronden met omgevingsvergunning
4
4
4
3
3
4
3,7
(onrechtmatige) bewoning of woningsplitsing in strijd met bestemmingsplan zonder omgevingsvergunning
5
4
3
3
3
5
3,8
Afloop instandhoudingstermijn en termijn tijdelijke ontheffing / beschikking / (vergunningsvrije) mantelzorgwoningen
1
1
2
4
3
3
2,3
Bedrijfsmatige activiteiten op een perceel in strijd met ruimtelijke regels zonder omgevingsvergunning
3
2
3
1
1
2
2,0
Gebruik gronden/bouwwerken in strijd met voorbereidingsbesluit/ verklaring van Minister of Provinciale Staten
0
1
2
2
1
3
1,5
Realisatiefase / opleveringsfase / gebruiken (tijdelijk) bouwwerk of perceel met of zonder omgevingsvergunning conform beleidsplan VRMWB Realisatiefase / opleveringsfase / gebruiken (tijdelijk) bouwwerk of perceel met of zonder melding brandveilig gebruik
a ti iteit het opri hte , het era dere of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting of ij ou erk a ti iteit es her de rijks o u e te e es her de ge ee telijke o u e te
Aanvraag omgevingsvergunning conform het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader Melding "Activiteitenbesluit" Wijzigen, slopen of in afwijking verbouwen beschermd monument met omgevingsvergunning of instandhoudingsplicht
2
2
3
3
4
4
3,0
Wijzigen, slopen of in afwijking verbouwen beschermd monument zonder omgevingsvergunning of instandhoudingsplicht
3
2
3
3
4
4
3,2
conform het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader
Bedrijfsmatig slopen met asbest met sloopmelding
a ti iteit slope
Particuliere sloop met asbest met sloopmelding
2
4
2
2
4
3
2,8
Slopen bouwwerken (bestemmingsplan / voorbereidingsbesluit / erfgoedverordening) met omgevingsvergunning
5
4
5
4
4
3
4,2
Sloopactiviteiten met sloopmelding
2
1
2
1
1
2
1,5
conform het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader
Bedrijfsmatig slopen met asbest zonder sloopmelding
a ti iteit ee uit eg te ake , te he e of te veranderen of het gebruik daarvan te era dere
a ti iteit doe elle houtopsta d
a ee
a ti iteit op of aa ee o roere de zaak ha delsre la e te ake
Particuliere sloop met asbest zonder sloopmelding
2
5
3
1
3
3
2,8
Slopen in strijd met Bouwbesluit, bestemmingsplan
2
1
3
1
1
3
1,8
Realisatie met omgevingsvergunning
3
1
2
2
1
2
1,8
Realisatie zonder omgevingsvergunning
3
1
2
2
1
3
2,3
Kappen bomen / houtopstand met omgevingsvergunning
1
1
4
2
4
2
2,3
Kappen bomen / houtopstand zonder omgevingsvergunning
1
1
4
2
4
2
1,8
Uitvoeren of aanbrengen handelsreclame met omgevingsvergunning
1
1
3
1
3
2
1,8
Kans op overtreding
Risicogetal
Risicowaardering / prioriteit
2,0
4,7
H
2,0
6,7
ZH
3,0
8,0
ZH
2,0
7,3
ZH
2,0
4,0
M
2,0
3,0
L
3,0
5,5
H
1,0
3,7
M
4,0
15,3
ZH
3,0
7,0
ZH
3,0
6,0
H
1,0
1,5
L
2,0
6,0
H
2,0
6,3
ZH
4,0
11,3
ZH
1,0
4,2
H
1,0
1,5
L
3,0
8,5
ZH
2,0
3,7
M
1,0
1,8
L
1,0
2,3
L
1,0
2,3
L
3,0
5,5
H
2,0
3,7
M
kader OMWB
kader OMWB
kader OMWB
tSmgevings dienst į MiddenMidden- en West-Brabant ■Brabant
H
Gemeente Gilze en Rijen t.a.v. het College Burgemeester en Wethouders Postbus 3 5130 AA Alphen NB
zaaknummer
Geachte college, De afgelopen periode hebben wij samen met de ambtelijke vertegenwoordiger(s) van uw gemeente gewerkt aan het opstellen van een werkprogramma voor 2021. Met genoegen bieden wij u het hierbij aan.
uw kenmerk
onderwerp
In deze brief zullen wij kort ingaan op het doorlopen proces, de onderbouwing van het werkprogramma en zal een korte toelichting gegeven worden op een enkele belangrijke thema's in het werkprogramma.
Werkprogramma 201 behandeld door De heer M. Langenhuijsen 013-20 60 162 m.langenhuijsen
Het doorlopen proces
@omwb.nl
Naar aanleiding van de evaluatie van het werkprogramma van 2020, is er door een werkgroep bestaande uit een vertegenwoordiging van deelnemers en de OMWB, een nieuwe tijdslijn geschetst voor het proces voor de totstandkoming van het werkprogramma 2021. Deze tijdlijn heeft als doel beter aan te sluiten bij de gemeentelijke planning en controlcyclus en meer tijd te nemen voor de inhoudelijke afstemming met uw ambtelijke vertegenwoordigers. Op diverse momenten is er binnen dit traject contact geweest met de ambtelijke vertegenwoordigers van uw gemeente. Door de inzet en medewerking van allen die bij het opstellen van het werkprogramma betrokken zijn geweest kan het werkprogramma nu aan uw college ter vaststelling worden aangeboden. Wij zijn de ambtelijke medewerkers van de deelnemers erkentelijk voor hun positieve bijdrage.
plaats I datum Tilburg, 27 november 2020 bijlage(n)
1
Belangrijke thema's in het werkplan 2021 Omgevingswet Nu er meer bekend is over het nieuwe stelsel, wordt duidelijk dat een Omgevingsdienst feitelijk twee opgaven heeft waar aan gewerkt moet worden. De OMWB heeft enerzijds de opgave om samen met deelnemers de nieuwe categorie-indeling van het basistakenpakket te verkennen en de werkprocessen daartoe in te richten. Het basistakenpakket gaat overigens beleidsneutraal over naar het nieuwe stelsel. Anderzijds is duidelijk gemaakt worden dat een Omgevingsdienst een andere rol krijgt in het nieuwe stelsel. De koers naar meer samenhang en integraler werken Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg
pagina 1 van 3
Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 0100 info@omwb.nl
Zichtbaar samen werken aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving
www.omwb.nl
betekent ook dat een Omgevingsdienst zich bredere advisering ten aanzien van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving eigen moet maken. Binnen het collectieve taken programma en samen met individuele deelnemers in projecten wordt in 2021 gewerkt aan deze twee opgaven. In het werkplan 2021 is hiervoor overigens een zeer bescheiden budget opgenomen. In 2021 zal veel aandacht aan en energie gestoken (moeten) worden in de start van het omzetten van inrichtingen naar milieu belastende activiteiten (mba's). In de loop van 2021 zullen we hierover nader spreken met de deelnemers, omdat deze verplichte activiteit voor deelnemers en dienst zowel inhoudelijke als procesmatige en financiële gevolgen heeft. In dit werkplan lopen we nu hierop nog niet vooruit, omdat thans nog onvoldoende bekend is wat die gevolgen zijn. Met de ambtelijke deelnemers hebben we recentelijk overeenstemming bereikt om, samen met de deelnemers, het voorstel over de zogenoemde bruidsschat in het kader van de Omgevingswet in 2021 uit te werken. Energie en klimaat De effecten van klimaatverandering manifesteren zich mondiaal, zowel in de gebouwde omgeving als in landelijk gebied en natuurgebieden.
In samenwerking met de deelnemers en andere partners wil de OMWB bijdragen aan een duurzame leefomgeving door deskundig advies bij ruimtelijke ontwikkelingen en door het opstellen en uitvoeren van (lokale of regionale) visies duurzaamheid, uitvoeringsprogramma's en projecten. Op energiegebied vervult de OMWB al een stevige rol. Dit met name in relatie tot de expertise op het gebied van bodem, water en natuur die de OMWB in huis heeft. Verheugend is dat de rijksoverheid voor de regio MWB voor het tweede opvolgende jaar opnieuw een bedrag van 375.000 euro beschikbaar stelt voor het stimuleren van verduurzaming energie door bedrijven. De eerste tranche voor het jaar 2020 is dankzij de medewerking van de deelnemers op uitstekende wijze uitgevoerd. De rijksbijdrage ontlast overigens de begroting van zowel de deelnemers als de OMWB. Branche- en ketenaanpak In 2020 zijn wij in overleg getreden met de deelnemers over het verder noodzakelijkerwijze professionaliseren van de branche- en ketenaanpak in onze regio. Samen met de deelnemers hebben we op basis van de voor de regio MWB geldende risicomatrix een keuze gemaakt voor de nieuwe thema's van de branche-aanpak in 2021 en volgende járen. Dat zijn: glastuinbouw, transport en distributie, metaal-elektro en rubber- en kunststoffen.
Met betrekking tot de integrale ketenaanpak gaat het om de thema's asbest, bodem, grondstoffen, afvalstromen. Wat dit laatste betreft de aspecten: kunstgrasvelden, e-waste en co-vergisting.
pagina 2 van 3
tSmgevings dienst Midden- en West-Brabant
Slot Door middel van deze aanbiedingsbrief heb ik u beeld gegeven van de wijze waarop het werkprogramma tot stand is gekomen, wat de onderbouwing hiervan is en welke thema's in 2021 een belangrijke rol spelen binnen het werkprogramma. Ik verzoek u uiterliik 24 december 2020 met dit programma in te stemmen, zodat wij in de gelegenheid zijn om de uitvoering c.q. implementatie van het programma nog tijdig te kunnen inrichten in onze werkprocessen voor 2021. Als u nog vragen hebt verzoek ik u contact op te nemen met de u bekende accountmanager van onze dienst. U vindt de contactgegevens in de rechterkolom van deze brief. In het vertrouwen dat u en wij vanuit een gedeelde visie en verantwoordelijkheid ook in 2021 ons gezamenlijk inspannen voor een veilige, gezonde en duurzame samenleving, zowel lokaal als regionaal. Met hartelijke groet,
De directeur van Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant,
N. van Mourik
Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 pagina 3 van 3
5000 AB Tilburg 013 206 0100 info@omwb.nl
Zichtbaar samen werken aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving
www.omwb.nl
törngevĩngSí/ú’/Lsf ļ Mklik-is- tíi Wcst-Urtt&Ant
Werkprogramma
11
lįbVdll
—
OMWB WERKPROGRAMMA 2021 Gemeente Gilze en Rijen November 2020
Inhoudsopgave 1.
Inleiding......................................................................................................................... 3
2.
Uitwerking thema's en activiteiten 2021............................................................................ 4 2.1
Omgevingswet......................................................................................................... 4
2.2
Overdracht bodem taken...........................................................................................5
2.3
Transitie veehouderij................................................................................................ 5
2.4
Branches in toezicht 2021 .........................................................................................7
2.5
Energie.................................................................................................................. 12
2.6
Externe veiligheid....................................................................................................13
3.
Werkprogramma 2021 .................................................................................................... 14 3.1
Programma 1 .......................................................................................................... 14
3.2
Programma 2 .......................................................................................................... 14
3.3
Programma 3 .......................................................................................................... 16
4. Totaaloverzicht werkprogramma 2021...................................................................................16
2
1.
Inleiding
Voor u ligt het werkprogramma (WP) 2021 van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) voor uw gemeente. De afgelopen periode hebben wij samen met de ambtelijke vertegenwoordiger(s) van uw gemeente gewerkt aan het opstellen van een werkprogramma voor 2021. In de basis bestaat het WP 2021 uit dezelfde producten en diensten als het WP 2020. We willen eind van dit jaar een digitale PDC beschikbaar stellen waar u op detail exact kan inzien welke pro ducten er onder welk taakveld vallen. In hoofdstuk twee worden de thema's en activiteiten beschreven die specifiek zijn voor het WP 2021. In hoofdstuk drie vindt u de met u afgestemde budgetten voor uw gemeente van het WP 2021 verdeeld over programma 1,2 en 3.
3
2.
Uitwerking thema's en activiteiten 2021
2.1
Omgevingswet
De Omgevingswet (Ow) komt eraan. Alle regelgeving ruimtelijke ordening, bouwen en milieu wordt gebundeld in deze nieuwe wet. Instrumenten en werkwijzen veranderen. Integratie van beleid en uitvoering worden in toenemende mate belangrijk. Deze opgave heeft een grote impact op alle overheden en ook op het VTH-takenpakket van de OMWB. Het Rijk heeft aangegeven dat de Ow beleidsneutraal zal verlopen. Dit betekent echter niet dat er binnen het VTH-pakket mogelijk ver schuivingen plaats kunnen vinden. Een mogelijk verschuiving kan van invloed zijn op het werkpro gramma voor de komend jaren. Het zal naar verwachting een aantal jaren duren voordat er een uitgebalanceerd werkprogramma kan worden opgesteld voor zowel de VTH-taken en de verzoektaken. De OMWB zit echter niet stil. De komende maanden zal de OMWB zich op een projectmatige manier richten op de impact van de Ow op het producten en dienstenpalet van de OMWB. 2.1.1
Inhoudelijke ontwikkelingen
Gemeenten hebben nog één jaar de tijd om zich voor te bereiden op de komst van de Omgevingswet. Elke gemeente heeft een Omgevingswet-programma opgesteld en is bezig met de implemen tatie. De aanpak van de voorbereiding is een vrije keuze, wel maken de volgende (roadmap VNG-) onderwerpen altijd deel uit van het implementatieprogramma: ^ Ambitie, strategie en beleid ^ Omgevingsvisie en programma ^ Omgevingsplan • Initiatievendienstverlening en behandelproces • Monitoring, toezicht en handhaving 2.1.2
Wat betekent dit voor het WP 2021?
Implementatie van de Omgevingswet door gemeenten kan niet zonder input van en afstemming met ketenpartners. De OMWB stelt voor om volgend jaar per gemeente C 10.000 op te nemen in het werkprogramma. Met dit budget kunnen essentiële zaken met de gemeenten worden afge stemd. Aanvullende taken kan de OMWB alleen met aanvullend budget initiëren. In onderstaande tabel staan de verschillende onderwerpen, (potentiele) werkzaamheden en budgetten vermeld. Het vermelde budget is hierbij uitsluitend gebaseerd op de vetgedrukte werkzaamheden. Component Ambitie, strategie en beleid
Omgevingsvisie en pro gramma
Omgevingsplan
Werkzaamheden ^ Advies over voorstellen ambities op gebied van milieu ^ Verzamelen van beleidstukken die ge bruikt kunnen worden (opnieuw vast stellen) ^ Vertalen van beleid ^ Afstemmen bodemtaken ^ Advies over omgevingsvisie ^ Advies over het opstellen van een pro gramma (incl. financiële) impact ^ Opstellen van nulmeting voor milieu thema's ^ Opstellen themakaarten ^ Verzorgen van data t.b.v. nulme ting ^ Uitwerken van omgevingsprogramma voor milieu en duurzaamheid ^ Advies over Omgevingsplan ^ Bespreken van de bruidsschat om aan te geven waar gemeenten keu zes kan maken. ^ Aanpassen van bruidsschat Z tijdelijk omgevingsplan (niet urgente zaken).
Budget in C 0
1.500
500
4
Initiatieven dienstverlening en behandelproces
^ ^ ^ ^ ^
Monitoring, toezicht en hand having
^ ^ ^ ^
2.2
Overdracht bodem taken
2.2.1
Inhoudelijke ontwikkelingen
De urgente zaken worden via collectief programma uitgewerkt Inregelen proces vergunningen verlening Inregelen omgevingstafel Afstemmen mandaat Opstellen van toepasbare regels Inregelen samenwerkingsruimte in DSO Inregelen toezicht en handhavingsproces Afstemmen mandaat 10 dossier omzetten naar MBA's (lopende dossiers) Advies over monitoring
2.000
6.000
Samenhangend met het uitstel van invoering van de Omgevingswet wordt ook de overgang van het bevoegd gezag, voor bodem en ondergrond voor een groot deel van provincie naar gemeenten, uitgesteld. Naast de zogenoemde B5 gemeenten worden dan alle Brabantse gemeenten bevoegd gezag voor bodem en ondergrond. 2.1.2
Wat betekent dit voor het WP 2021?
Onderstaande punten zijn zaken waar de OMWB voor 2021 op gaat insteken voor het budget van advies bodem. Hiervoor wordt per gemeente C 2.500 aan budget gevraagd bovenop de overige ad viestaken die qua impact vergelijkbaar zullen zijn met 2020. ^ ^ ^ ^ ^ ^
Ondersteuning gemeenten bij screening lijsten over te dragen verontreinigde locaties van provincie. Afspraken met gemeenten over overdrachten van dossiers Afspraken met gemeenten over digitalisering dossiers en BIS (denk aan AVG) Advies gemeenten actualiseren Nota's bodembeheer Vertaling producten Samen de diepte in en Bodembeheer van de Toekomst naar concrete al te regelen zaken in omgevingsplannen (wat moet/wat kan/welke wensen) Implementatie en uitwerking regels bodem van Bodembeheer van de Toekomst in omge vingsplannen. Mogelijk start pilot met programma Bodembeheer van de Toekomst in 2021.
2.3
Transitie veehouderij
2.3.1
Brabantse aanpak
Door wijziging van landelijke regelgeving en provinciaal beleid komen de komende jaren veel extra zaken op de Brabantse veehouders af. Veehouders maken een keuze over hun toekomst en voor vervolgstappen krijgt de veehouder altijd met de lokale overheden te maken. Voor de jaren 2021 2024 heeft dit ook aanzienlijke gevolgen voor gemeenten, provincie en omgevingsdiensten, zowel wat betreft capaciteitsinzet als kosten. De verwachting is dat in met name de agrarische gemeenten in onze regio een groot aantal bedrij ven vergunningen of meldingen, met daarbij vaak M.E.R.-aanmeldingsnotities, zal indienen. Om een beeld te krijgen van de omvang van de extra taken en hoe deze te kunnen uitvoeren, is in 2019 een Brabant brede ambtelijke en bestuurlijke taskforce gevormd. Eind 2019 hebben zij het rapport ’Meer dan de som der delen' opgeleverd. Hierin staat hoeveel extra personele inzet nodig is om de piek aan werkzaamheden op te vangen, maar ook een pakket van 8 maatregelen welke de omgevingsdiensten gaan doorvoeren op gebied van efficiëntie, risico-gerichte aanpak en keuzes in werkzaamheden.
5
Op 7 mei 2020 heeft de provincie een nieuw coalitieakkoord gepresenteerd: Samen, Slagvaardig en Slim: Ons Brabant 2020 - 2023. Een belangrijke wijziging in het akkoord is de nieuwe, latere datum van 1 januari 2024 voor het gemiddeld voldoen aan de emissie-eisen van de Interim Omgevingsverordening (IOV) terwijl er voor het indienen van een aanvraag om vergunning voor een nieuwe stalaanpassing geen deadline is genoemd. De Taskforce heeft nu de eerste (mogelijke) consequenties hiervan in beeld gebracht. 2.3.2
Impact op vergunningverlening in 2021
Verwacht wordt dat de eerder verwachte piek aan aanvragen en meldingen van 2020 gaat ver schuiven naar 2022/2023. Voor 2021 wordt een normaal jaar verwacht voor wat betreft het aantal aanvragen en meldingen. Weliswaar zal een deel van de ondernemers hun aanvraag (of melding) doorschuiven naar 2023, maar we zien daarnaast een aantal ontwikkelingen die dit qua aantallen aanvragen en meldingen compenseren: ^ Er komen al ondernemers met een aanvraag waarin volledig voldaan wordt aan de eisen uit de IOV. Zij zijn al langere tijd bezig met bedrijfsontwikkeling, willen verder en wachten dus niet langer af. ^ Er worden meer intrekkingen verwacht door o.a. de Warme Sanering Varkenshouderij en maatregelen om de stikstofproblematiek aan te pakken (Brabantse aanpak stikstof en lan delijke beëindigingsmaatregel stikstof). • De eerder gemelde stoppers uit het Actieplan ammoniak en veehouderij blijken niet alle maal daadwerkelijk te stoppen of in een aantal gevallen bedrijfsmatig door te gaan met een andere bedrijfsvoering dan veehouderij. Dit leidt tot extra aanvragen en meldingen. ^ Eén van de maatregelen uit het pakket van de Taskforce betrof het niet uitvoeren van het implementeren van BBT-maatregelen in de vergunningen van IPPC-veehouderijen. Dit be treft een Europese verplichting die voor veehouderijen voor 21 februari 2021 moet zijn uit gevoerd.
Door het uitblijven van de piek aan werkzaamheden in 2020 en 2021 ontstaat er ruimte alsnog aan deze verplichting te voldoen, bij voorkeur via een projectmatige aanpak. ^ Half september 2020 heeft de provincie haar beleidsregel natuurbescherming gewijzigd. Hiermee is het mogelijk geworden om stikstofdepositie rechten extern te salderen en te verleasen. De verwachting is dat dit met name bij veehouderijen een rol gaat spelen: intrekkingsverzoeken van vergunningen of verzoeken om deze tijdelijk buiten gebruik te stel len. Voor andere bedrijven biedt dit juist mogelijkheden om uit te breiden, waardoor er meer vergunningaanvragen zullen komen. Begin 2020 heeft de provincie Noord-Brabant toegezegd om de extra kosten voor gemeentelijke vergunningverlening die voortvloeien uit het provinciale beleid voor de transitie naar een duurzame veehouderij, onder voorwaarden, te vergoeden aan gemeenten à C 400 per procedure. Deze toe zegging blijft overeind, ook na het nieuwe coalitieakkoord. In het najaar van 2020 zal de provincie dit verder afstemmen met de gemeenten. De komende periode willen wij graag met alle individuele gemeenten in beeld brengen welke be drijven welke acties gaan ondernemen en hoe de gemeenten zich voorbereiden op de gevolgen van deze acties [wijzigingen bestemmingsplan e.d.] en wat hun verwachtingen zijn m.b.t. de gevolgen voor de uitvoering van de VTH-taken. 2.3.3
Impact op Toezicht in 2021
Naast de effecten op vergunningverlening heeft de transitie naar een zorgvuldige veehouderij ook zijn effecten op het houden van toezicht. Het alom wisselend beleid, nieuwe coalitie, aanpassingen in de rekenmodule Aerius, stikstofcrisis etc. drukt in zijn geheel op het uitvoeren van toezicht. Dit gezien toezicht ook constant zich aan dient te passen aan de nieuwe omstandigheden, nieuw beleid, nieuwe data en termijnstellingen in een sector die al ver onder druk staat. Stoppers In het eerste kwartaal van 2020 heeft de OMWB het overgrote deel van de stoppers gecontroleerd of zij ook daadwerkelijk zijn gestopt. De resultaten hiervan zijn met alle gemeenten gedeeld in in dividuele gesprekken, waarbij de resultaten via de power-BI tool zijn getoond. De OMWB heeft een advies gegeven over de mogelijke opvolging van het project op bedrijfsniveau. Dit advies kan be tekenen dat er overgegaan kan worden tot ambtshalve intrekking, in die gevallen waar dit direct mogelijk is. Een anders advies kan ook zijn dat er nog twee opvolgende jaren een constatering no dig is, om zo drie opeenvolgende jaren aan constateringen te hebben dat een vergunning (of OBM) niet meer wordt gebruikt, waarop overgegaan kan worden tot intrekking.
6
Deze controles kunnen verkorte flitscontroles zijn. Een korte check of er dieren aanwezig zijn, be wijsmateriaal in de vorm van foto's en verklaring ondernemer en daarop vastleggen in een rappor tage. Het conceptadvies wordt verwerkt in het toezichtprogramma 2021. ITv Het project Intensivering Toezicht en veehouderij loopt in het eerste kwartaal 2021 ten einde. Van wege COVID-19 heeft betreffend project in 2020 vertraging opgelopen. De vrijgekomen data uit betreffend project wordt door de omgevingsdiensten gebruikt om te komen tot een risicoprioriteringsmodel, per individuele inrichting op basis van risico's voor de leefomgeving. Hiervoor is een web-based portal in ontwikkeling welke de diensten kunnen gebruiken in het beter kunnen catego riseren van risico's door data uit verschillende bronnen te combineren (zaaksystemen, ITv-data (beleidsvraagstukken en naleving), web-BvB, KIWA, SKAL etc.). Met het einde van ITv loopt ook het project ten einde en daarmee zijn organisatiestructuur. De drie Brabantse omgevingsdiensten zijn bezig om de werkwijze van ITv te verwerken in het reguliere toezicht om deze effectieve manier van werken te behouden. Hiervoor worden afspraken gemaakt hoe de verschillende tools voort te zetten, de benodigde licenties te behouden, de portal in de lucht te houden en ook het datawarehouse en data-analisten.
De ervaringen van drie jaar werken con form ITv worden hierin meegenomen. Zo zal worden beoordeeld hoe de datakwaliteit beter te borgen is en hoe het werk te vergemakke lijken in de uitvoering om zo een efficiencyslag door te voeren. In beginsel leidt het werken con form ITv tot een verhoging in het kengetal vanwege het verplicht vullen van meerdere tools door de toezichthouder voor de dataontsluiting (naast vulling zaaksysteem ook vullen ITv-app en een digitale checklist). Dit betekent extra handelingen door de toezichthouder waar tijd voor nodig is. Op termijn zal dit echter resulteren in een meer effectieve inzet van de toezichthouder gezien de opgeleverde data gebruikt kan worden voor de risicoprioritering. De toezichthouder kan dan inge zet worden daar waar de grootste dreigingen voor de leefomgeving gelden. Beleidsregel natuurbescherming Half september 2020 heeft de provincie haar beleidsregel natuurbescherming gewijzigd waarmee het mogelijk is geworden om stikstofdepositie rechten extern te salderen en te verleasen. Omdat veel natuurtoestemmingen zijn opgenomen in de omgevingsvergunning via een VVGB zullen ge meenten toezicht moeten uitvoeren op het geheel of gedeeltelijk stoppen van bedrijven na intrek ken van de vergunning en vooral ook het tijdelijk geheel of gedeeltelijk stopzetten van bedrijfsacti viteiten als gevolg van leaseconstructies.
De OMWB adviseert voor 2021 voor het ad hoc budget hierin ruimte te reserveren.
2.4
Branches in toezicht 2021
2.4.1
Inhoudelijke ontwikkelingen
Met de brancheaanpak en ketenaanpak wordt invulling gegeven aan het GUK en tegelijkertijd ook aan de in het GUK geformuleerde uitgangspunten van informatie gestuurd en risicogericht werken. Door een goede analyse van risico's en effecten van uitgevoerd werk kunnen de juiste inhoudelijke keuzes gemaakt worden voor de inzet van middelen en het te kiezen instrumentarium voor het vervolg. Deze aanpak zorgt er tevens voor dat we meer maatwerk kunnen leveren en de beleidscy clus gesloten kan worden. Hierbij nemen we de aandachtspunten die we hebben meegekregen uit de evaluatie over 2019 mee. Brancheaanpak In het GUK is een risicomatrix opgenomen waarin voor alle branches is bepaald of het een hoge, middel of lage risicobranche betreft. Een verdere verdieping van de risico's vindt plaats in een brancheplan. Om overall informatie gestuurd en risicogericht te kunnen werken is het noodzakelijk dat voor elke branche een brancheplan wordt opgesteld. Voor het opstellen van een brancheplan wordt een methodiek ontwikkeld in een cyclus met de stappen weten, kiezen, uitvoeren en evalue ren (PDCA). Aan de voorkant wordt nagedacht over de problematiek binnen de branche, de ver schillende doelgroepen en de te bereiken doelen. Een goede analyse en het gebruik van data kan tot nieuwe inzichten leiden waardoor instrumenten doelmatiger kunnen worden ingezet.
Het gaat uiteindelijk om de voor die (doelgroep binnen de) branche ideale mix van in te zetten instrumen ten. Dit kan veel breder zijn dan de integrale controle, daarbij kun je denken aan een themacontrole, een zelfcontrole of self-assessment, administratief toezicht of een informatiebijeenkomst voor
7
de branche. Bij de uitvoering van de VTH-werkzaamheden wordt deze data op een uniforme wijze geregistreerd, waarna de resultaten geanalyseerd kunnen worden. Bij een deel van de groep Risicorelevante Bedrijven wordt dit al toegepast door de uitvoering van het zogenaamde "Interventietoezicht". Bij deze bedrijven wordt voorts gestuurd op een omslag van regelgericht naar risicoge richt toezicht waarbij eigen verantwoordelijkheid, bewustwording bijbrengen en toetsen op de bor ging van de naleving centraal staan. Uiteindelijk is de kern dat op basis van verkregen data en in zichten (outcome) een vervolgaanpak verder ingevuld kan worden. In 2019 en 2020 is een aantal branches middels een brancheaanpak benaderd. Een aantal van deze branches zullen in 2021 niet meer branchegericht worden benaderd. Wel zal op basis van de resultaten een voorstel worden gedaan voor het toezichtprogramma voor 2021.