CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Bouwhistorische verkenning

Gemeenteraad 28 oktober 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel advies aanvraag BOPA Tuinstraat 33 Rijen12.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.4 De tweede verdieping Van oudsher is de ruimte op de tweede verdieping onverdeeld. Hier werd ten tijden van de lederfabriek het leer gedroogd. Deze ruimte is het meest intact gelaten sinds de bouwtijd. De inbreng van de lift in 2003 is een redelijke ingreep geweest, daarnaast zijn ook op deze verdieping alle oorspronkelijke ramen verdwenen. Veel vensters zijn dichtgemetseld en de overgebleven getoogde ramen zijn in de periode 1971 tot 1994 vervangen door eenvoudige rechte ramen.

Bouwhistorische verkenning

38

De tweede verdieping, tegenwoordig in gebruik als opslagplaats, gezien richting de voorzijde.

De aangepaste ramen in de verkleinde vensteropeningen. Het raam op de linker foto met enkel glas dateert vermoedelijk uit 1971, het raam in de voorgevel met dubbelglas dateert uit 1994.

39

6

Exterieur

6.1 De voorgevel De voorgevel van het hoofdgebouw uit 1928 is symmetrisch van opzet en opgetrokken in schoonmetselwerk. De vormgeving vertoont kenmerken van de Amsterdamse school. Op de verdieping zijn drie terugliggende gevelvlakken te zien, die geflankeerd worden door metselwerk in de vorm van pilasters. Het gevelvlak in de top, waar vroeger N.V. lederfabriek Excelsior te lezen was, wordt omkaderd door getrapt metselwerk met een decoratief element in de top. De hoeken worden bekroond met een piramidevormig accent. Op de foto die genomen zou zijn ná 1930, is te zien dat oorspronkelijke alle negen vensteropening getoogd waren. Op de begane grond waren hier een deur, een dubbele deur naar de werkplaats en een raam te vinden. In 1972 zijn de vensteropeningen aangepast, te zien op de bestaande bouwtekening uit 1994. De deur links is in 1971 een raam geworden, de getoogde bovenlichten zijn dichtgemetseld en het raam rechts werd vervangen door een eenvoudiger exemplaar. De zes gietijzeren, getoogde ramen op de bovenverdieping werden gehandhaafd. In 1994 wordt de entreedeur verbouwd naar de huidige situatie en worden de ramen op de bovenverdieping vervangen.

Foto van de voorgevel van het hoofdgebouw. Links 2024, rechts periode 1930-1936.

De zijvleugel is vermoedelijk vlak na de bouw opgehoogd, maar dit is niet zeker. De uitbouw is duidelijk tegen het hoofdgebouw aangebouwd. Op de eerste en tweede verdieping bevinden zich dichtgemetselde vensteropeningen direct naast of achter de uitbouw. Op de foto die tussen 1930 en 1936 gemaakt is, bestaat de uitbouw al uit twee lagen. Omdat de dakconstructie uit dezelfde constructie bestaat als de dakconstructie uit 1948, is het dak van de uitbouw dat jaar vervangen. Op de foto zijn er twee grote, getoogde vensters te zien op de begane grond. Deze zijn in 1972

Bouwhistorische verkenning

40

dichtgemetseld en vervangen door een kleiner raam links en een deur aan de rechterkant. De twee getoogde ramen op de verdieping zijn in dat jaar vervangen door eenvoudige rechte ramen.

De voorgevel van de zijvleugel. De schoorsteen is al enige tijd gesloopt (datum onbekend).

6.2 De rechter zijgevel De gemetselde rechter zijgevel van het hoofdgebouw dateert uit 1928. Het is niet helemaal duidelijk wanneer de uitbouw tot stand is gekomen. De uitbouw komt overeen met de plattegrondvorm op de kadastrale tekeningen, waardoor het aannemelijk is dat de uitbouw er sinds 1928 staat. De bouwnaad en het feit dat de uitbouw ter hoogte van de tweede verdieping tegen vensteropeningen is aangezet, wijst echter anders uit. Een mogelijkheid is dat de uitbouw ooit is opgehoogd, of na de bouw is aangepast. Op de foto die genomen ná 1930 is de tweelaagse uitbouw te zien. Na de uitbouw volgt een fase uit 1971, de kantine en een werkruimte, waarna de loods uit 1997 volgt.

41

Overzicht van de rechter zijgevel. Het hoofdgebouw dateert uit 1928, de uitbouw vermoedelijk uit 1928 met een ophoging uit 1948. Daarachter bevindt zich de gevel uit 1971.

Op de begane grond was oorspronkelijk één venster in het midden gesitueerd. In 1994 is er aan de linkerzijde een raam bij gecreëerd en is het oorspronkelijke raam met roedeveredeling vervangen. De vensters op de bovenverdieping zijn in 1994 dichtgemetseld en twee zijn er vervangen. De voorgevel van de uitbouw wringt duidelijk met de positie van de vensters in de gevel van het hoofdgebouw, waardoor het vermoeden bestaat dat de uitbouw later is opgehoogd. Vermoedelijk in 1948, gezien de dakconstructie, die overeenkomt met de constructie van het voormalige huidenmagazijn, is het dak vervangen.

Bouwhistorische verkenning

42

De uitbouw waarin tegenwoordig een kantoor en daarboven een naaikamer zijn gesitueerd kende oorspronkelijk twee getoogde vensters op de begane grond en één op de verdieping. Op de bouwtekeningen zijn de gevelopeningen niet ingetekend, dus kunnen we niets zeggen over de datering van de ingrepen. Daarachter bevindt zich de bouw uit 1971 met de huidige kantine en werkplaats. In 1971 zat er alleen een deur ter hoogte van de garagedeuren. In 1994 zijn de deur en het venster aangebracht ter hoogte van de kantine. In 1994 is de enkele deur uit 1971 vervangen door een roldeur, die in 2003 weer vervangen is door de huidige garagedeuren. De overkapping is van recente datum.

Op het plat dak kon de zijgevel ter hoogte van de eerste en tweede verdieping gefotografeerd en onderzocht worden. De deur stamt uit 1971 en is geplaatst in een, van oorsprong, grotere gevelopening. De ramen zijn, volgens de bouwtekening, allemaal dichtgemetseld in de periode 1971 tot 1994. Rechts: de aangebouwde liftschacht uit 1971.

43

De achtergevel van de uitbouw is opgemetseld in staand verband. Vanuit dit perspectief is goed te zien dat de uitbouw tegen een vensteropening op de tweede verdieping aan is gezet. De uitbouw staat op dit niveau koud tegen het hoofdgebouw aan. Onderin zijn sporen te zien van dichtgemetselde gaten, waar de balkkoppen van de oorspronkelijke bouw erachter gezeten hebben. Het metselwerk aan de bovenzijde lijkt inderdaad aangepast te zijn voor een nieuwe dakconstructie.

De loods uit 1997.

6.3 De achtergevel Op het plat dak aan de achterzijde kon de oorspronkelijke achtergevel uit 1928 geïnspecteerd worden.

Bouwhistorische verkenning

44

De achtergevel ter hoogte van de eerste en tweede verdieping dateert uit 1928. Oorspronkelijk bevonden zich hier zes getoogde vensters. In 1971 zijn de ramen op de eerste verdieping vervangen. Volgens de tekeningen zijn de overige ramen tussen 1994 en 1997 dichtgemetseld en heeft men de deur ingebracht.

De loods aan de achterzijde uit 1997.

6.4 De linker zijgevel De linker zijgevel dateert grotendeels uit het bouwjaar 1928. Aan de achterzijde bevindt zich de eenlaagse aanbouw uit 1948 waar het huidenmagazijn gelegen was. Daarachter bevindt zich de Lvormige loods uit 1997. Net als de rest van het metselwerk uit 1928 is ook deze gevel vormgegeven

45

met terugliggende muurvlakken ter hoogte van de eerste en tweede verdieping waarin de raamvensters gelegen zijn. De getoogde rollagen zijn tijdens de verbouwingen gehandhaafd, waardoor de oorspronkelijke gevelindeling te achterhalen is. Per travee bevonden zich één of twee vensters. De meeste van deze ramen (op de tweede verdieping alle ramen) zijn in tussen 1971 en 1994 dichtgemetseld. In 1994 zijn de overige ramen dichtgemetseld, zodat er op de eerste en tweede verdieping geen vensteropeningen meer te vinden zijn. Op de begane grond dateren de eerste vier ramen en de daaropvolgende deur uit 1994. Tussen 1994 en 1997 zijn er elf ramen en een deur bijgekomen. Recentelijk zijn het zesde en zevende raam vervangen door een pui.

De linker zijgevel vanaf de voorzijde gezien en het achterste gedeelte van de zijgevel. Het fotograferen werd bemoeilijkt door het gebrek aan ruimte, vanwege de geringe afstand tot het buurpand en een aantal voertuigen dat aan deze zijde opgesteld was.

Ter hoogte van de deur bevond zich de hoogspanningsruimte uit 1948, die tussen 1972 en 1994 gesloopt is. De borstwering is duidelijk opnieuw gemetseld.

Bouwhistorische verkenning

46

De oorspronkelijke vensterindeling is grotendeels gevolgd in 1994 bij het inbrengen van de nieuwe ramen. Rechts: de recent geplaatste pui.

Links: de bouwnaad tussen het gedeelte uit 1928 (rechts) en 1948 (links). Oorspronkelijke had het huidenmagazijn aan deze zijde geen vensters. Het huidige raam is in 1994 ingebracht. Rechts: een tweede venster ingebracht in 1994 ter hoogte van het oorspronkelijke huidenmagazijn is recent dichtgezet. Ook de overkapping is recent. Links op de foto is een stukje te zien van de bouwnaad tussen 1948 en de loods uit 1997.

47

7 7.1

Waardering Algemene historische waarde

In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de algemene historische waarde van een object inzicht moet worden verkregen in verbondenheid met maatschappelijke ontwikkelingen. Concreet wordt de bouwhistoricus gevraagd te toetsen of in het gebouw één of meerdere maatschappelijke ontwikkelingen tot uitdrukking komen, en zo ja, in welke mate en hoedanigheid. Dit is geen eenvoudige opgave, mede omdat concrete definities van de gehanteerde begrippen ontbreken. In deze rapportage worden alleen die begrippen gedefinieerd waarover binnen de kaders van het onderzoek uitspraken mogelijk zijn. Onder culturele ontwikkeling wordt in dit kader verstaan de ontwikkeling van veronderstellingen, opvattingen, waarden, normen en de materiële uitdrukking daarvan door een samenleving of een groep daarbinnen. De ontwikkeling van menselijke activiteit op tastbare wijze tot uiting gebracht. Het gebouw is een herinnering aan de ontwikkeling van de leerlooierijen in Rijen, die belangrijk zijn geweest voor de groei en ontwikkeling van het dorp. Onder sociaaleconomische ontwikkeling wordt in deze rapportage gerekend de ontwikkeling die betrekking heeft op algemene welvaart/vooruitgang. De leerfabrieken in Rijen zorgden voor de groeiende welvaart van het dorp. De fabrieken waren van groot belang voor de werkgelegenheid en de handel in de regio.

Onder religieuze ontwikkeling wordt in deze rapportage gerekend de ontwikkeling die betrekking heeft op het spirituele en geloofsovertuiging. Hiervan is geen sprake. De geografische ontwikkeling kan worden gedefinieerd als de betekenis die het gebied heeft voor de door de mens gecreëerde leefomgeving; de wijze waarop het natuurlandschap in cultuurlandschap werd getransformeerd en aan ontwikkelingen in gebruik werd aangepast, zowel in materiële als immateriële zin. De ligging van de voormalige fabriek ten opzichte van het dorp is door de jaren sterk veranderd. Rijen bestond oorspronkelijk uit een zuid-noord georiënteerde lintbebouwing, voornamelijk bestaande uit boerderijen. Vanaf eind negentiende eeuw verschenen er leerfabrieken aan de rand van deze lintbebouwing. De geur van deze grote fabrieken was erg hinderlijk, waardoor een vrijstaande ligging een eind van de woonbebouwing af erg wenselijk was. In de jaren ’50 groeide het dorp en kwamen de fabrieken centraler te liggen. Zeker na de stop op productie in de jaren ’70, konden de gebouwen geïntegreerd worden in de dorpsbebouwing. Inmiddels ligt de voormalige fabriek bijna centraal in Rijen. Het pand is een herinnering aan de oorspronkelijke ligging in de omgeving, namelijk een landschappelijke ligging. Onder bestuurlijke ontwikkeling wordt verstaan de ontwikkeling van zeggenschap over een maatschappelijk afgebakend gebied.

In dit geval is hier geen sprake van.

Bouwhistorische verkenning

48

7.2

Ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden

In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden inzicht moet worden verkregen in de status van vijf te onderscheiden componenten, waarvan hieronder enkele worden gecombineerd. - Belang van het complex als essentieel onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig van (inter)nationale betekenis is. Het pand is niet gelegen binnen de grenzen van een beschermd dorpsgezicht en heeft geen monumentenstatus. Toch is het pand wel degelijk van belang voor de cultuurhistorische en stedenbouwkundige geschiedenis en ontwikkeling van Rijen. Dit wordt onderkend door de benoeming in het MIP-rapport uit 1993 van de gemeente Gilze-Rijen. - Belang van het complex wegens de situering, verbondenheid met de ontwikkeling/uitbreiding van een streek, stad of wijk. Dit belang is aangetast. De leerfabriek was oorspronkelijk gelegen in een landschappelijk gebied. Het pand is nog steeds vrijstaand, maar door de omliggende bebouwing is het beeld van de omgeving sterk veranderd en ligt het pand als het ware verstopt achter bebouwing en komt de ligging alles behalve ruimtelijk over. In dit opzicht is de voormalige fabriek een herinnering aan de landelijke omgeving. - Belang van het complex wegens de wijze van verkaveling / inrichting / voorzieningen.

Dit belang is aangetast. Oorspronkelijk werd de fabriek gebouwd op drie samengevoegde percelen, twee smalle, diepe percelen en één wat breder perceel. Van 1928 tot 2003 is het perceel een aantal keer verkaveld, waardoor het oorspronkelijke terrein en de omgeving zijn aangetast. De ligging ten opzichte van de weg, ver teruggelegen op het terrein, is oorspronkelijk. 7.3 Architectonische waarden In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de architectonische waarden inzicht moet worden verkregen in de status van vijf te onderscheiden componenten, waarvan er hieronder enkele worden gecombineerd. - Belang van het complex voor de geschiedenis van de architectuur en het oeuvre van de architect(en). Dit belang is aangetast. Het is onbekend wie de architect is, aangezien informatie ouder dan 1948 verloren is gegaan. Wat betreft de architectuur is het pand een voorbeeld van een eenvoudige leerfabriek uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Hierbij is de gevelindeling bepalend. Het siermetselwerk geeft het pand de karakteriserende uitstraling, passend in de stijl van de Amsterdamse School. De symmetrische opbouw is van belang, waarbij de grotere opening in het midden op de begane grond herinnert aan een dubbele fabrieksdeur.

Door de veranderingen van de vensteropeningen en het vervangen van de oorspronkelijke gietijzeren ramen met roedeverdeling door eenvoudige, moderne ramen of het dichtmetselen van de gevelopeningen, is de identiteit en de oorspronkelijke architectonische vormgeving van het pand sterk aangetast. De vervanging van de bouw aan de achter- en rechterzijde door de loods uit 1997 draagt bij aan de aantasting van de oorspronkelijke fabriek. - Belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp en de ornamentiek. Dit belang is redelijk. Er is eenvoudige ornamentiek aanwezig, wat passend is bij de oorspronkelijke functie van het pand. Deze ornamentiek is, wat betreft het hoofdgebouw, rondom vormgegeven en draagt bij aan de herkenbaarheid van de oorspronkelijke functie als fabriek.

49

7.4

Bouwhistorische waarden

In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de bouwhistorische waarden van het gebouw onderscheid wordt gemaakt in drie componenten. Concreet wordt de bouwhistoricus gevraagd te toetsen of het gebouw van belang is vanwege één of meerdere van deze componenten en hoe groot dit belang is, waarbij authenticiteit en zeldzaamheid de belangrijkste toetsingscriteria zijn. - Het belang van het object voor de geschiedenis van de bouwtechniek. Dit belang is niet heel groot. Er is geen sprake van bijzondere constructies. - Het belang van het object vanwege de historische gelaagdheid. Dit belang is nauwelijks aanwezig. Door de verbouwingen is de voormalige fabriek flink wat geweld aangedaan. 7.5 Waarden vanuit de gebruikshistorie In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de waarden vanuit de gebruikshistorie van het gebouw onderscheid wordt gemaakt in drie componenten. Concreet wordt de bouwhistoricus gevraagd te toetsen of het gebouw van belang is vanwege één of meerdere van deze componenten en hoe groot dit belang is, waarbij authenticiteit en zeldzaamheid de belangrijkste toetsingscriteria zijn. - Het belang vanwege de ordening, samenhang of inrichting van gebouwen of ruimten, passend bij een historische functie, gebruik of productie in het object/complex. Dit belang is flink aangetast.

De begane grond was oorspronkelijk verdeeld in verschillende ruimten. De binnenmuren zijn vrijwel allemaal verwijderd, waardoor de oorspronkelijke structuur vrijwel geheel verloren is gegaan. De fabrieksschoorsteen is vermoedelijk in de jaren ’70 gesloopt. Verder waren er geen bijgebouwen. - Het belang van het object/complex als herinnering aan een historische gebeurtenis of prominente bewoner/gebruiker/opdrachtgever. Dit belang is niet aanwezig. 7.6

Waardestellingen

De waardenstellingen zijn gebaseerd op de in deze rapportage verzamelde gegevens en inzichten. Tijdens een bouwhistorische verkenning blijft veel van de geschiedenis van een gebouw voor de onderzoeker onbekend, omdat er niet achter afwerkingen kan worden gekeken (pleisterwerk, vloerbedekkingen, verflagen etc.). Soms is de opgedane kennis eenvoudigweg te beperkt om tot een deugdelijke onderbouwing van de monumentwaarde te komen. Er wordt in deze paragraaf getoetst aan de mate van authenticiteit en de mate van zeldzaamheid. 7.6.1 Het exterieur Stelling 01: Op basis van de gegevens en interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de oorspronkelijke buitengevels en architectuur hiervan uit 1928 vanwege authenticiteit en de karaktervorming van het pand, waarbij de uiting in de stijl van de Amsterdamse School een grote rol speelt. Stelling 02: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de oorspronkelijke (verdeling van) vensteropeningen. De positie van de voormalige vensteropeningen geeft de functie weer van het pand. Hierbij gaat het om de vele raamopeningen, één of twee per travee, en de oorspronkelijke indeling van de voorgevel met de brede fabrieksdeuren in het midden.

Bouwhistorische verkenning

50

Stelling 03: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan uitbouw aan de rechterzijde. Vermoedelijk dateert deze niet geheel uit de bouwtijd, maar is deze vlak na de bouwtijd opgehoogd. Stelling 04: Op basis van de gegevens en interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de uitbouw uit 1948. De fase hoort bij de lederfabriek en geeft een ontwikkeling van het pand weer. Stelling 05: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de gevels van de aanbouwen uit 1971 en later. Deze zijn ondergeschikt aan het pand en hebben de waarde van de voormalige fabriek zelfs aangetast. Stelling 06: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan alle ramen en deuren. Ramen en deuren uit de bouwtijd zijn niet meer aanwezig. Alle ramen en deuren passen niet in het tijdsbeeld van het oorspronkelijke pand en doen eerder afbreuk aan het geheel dan dat zij iets versterken. 7.6.2 De interieurindeling Stelling 01: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de vermoedelijk overgebleven (resten van) binnenmuren uit de bouwtijd (1928).

De achterste muur uit 1928 op de begane grond zou de oorspronkelijke achtergevel moeten zijn. Door moderne afwerkingen is de constructiewijze en materiaal niet gezien. We spreken hier dus van een verwachtingswaarde. Stelling 02: Op basis van de gegevens en interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de oorspronkelijke achtermuur uit 1948. Deze hoort bij de ontwikkeling van de leerfabriek. Stelling 03: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de binnenmuren uit 1971 en later, die niets met de oorspronkelijke structuur van het pand te maken hebben. 7.6.3 De interieurelementen en afwerkingen Stelling 01: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de oorspronkelijke vloeren uit 1928 op de eerste en tweede verdieping vanwege authenticiteit. Stelling 02: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan alle afwerkingen en toevoegingen vanaf 1971. Deze zijn niet van belang voor het pand of van zeldzame waarde.

7.6.4 De constructies Stelling 01: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er hoge monumentwaarde toegekend aan de oorspronkelijke constructies van de verdiepingsvloeren uit 1928, die (hoogstwaarschijnlijk) nog aanwezig zijn. De constructie kon niet overal worden gezien door de systeemplafonds maar het vermoeden is dat de constructies gehandhaafd zijn bij de verbouwingen. Het gaat ook hier dus om een verwachtingswaarde. De constructie die waargenomen kon worden is typerend voor het begin van de twintigste eeuw. Hiertoe behoren ook zeker de gietijzeren kolommen (twaalf in totaal) uit de bouwtijd. Stelling 02: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er positieve monumentwaarde toegekend aan de dakconstructies uit 1948. Deze horen bij de ontwikkelingsfase van de leerfabriek en zijn typerend voor de constructiemethoden van halverwege de twintigste eeuw. Stelling 04: Op basis van de gegevens en de interpretaties in deze rapportage wordt er indifferente monumentwaarde toegekend aan de constructies uit 1971 en later. Ze zijn niet bijzonder en ondergeschikt aan het monument.

51

Begane grond

Eerste verdieping

Tweede verdieping

De waarderingskaart, kelder, begane grond, eerste en tweede verdieping en kap. De kaart is indicatief! De teksten en waardenstellingen zijn leidend. Met stippellijn zijn structuurwaarden aangegeven.

Waarderende bouwhistorische inventarisatie

52

Over BAAC - Het bedrijf BAAC is een onafhankelijk onderzoeksbureau dat zich sinds de oprichting in 2000 bezig houdt met cultuurhistorie in de breedste zin van het woord. BAAC voert alle mogelijke facetten van archeologisch en bouwhistorisch onderzoek uit en beschikt over een groot aantal specialisten. Het bedrijf heeft ongeveer 80 werknemers in dienst, verdeeld over vestigingen in Nederland en Vlaanderen. Bouwhistorie is van begin af aan één van de pijlers van het bedrijf. De afdeling bouwhistorie bestaat uit: De afdeling bouwhistorie bestaat uit: - ir. Rob Gruben - drs. ing. Geert Oldenmenger - drs. Lammert van Hemert - Sanja Veldhuis - drs. Hans Willems - De onderzoeker(s) en auteur(s) Sanja Veldhuis (1984) groeide op in een klein dorp in Limburg, maar is sinds 2007 woonachtig in NoorBrabant. In 2009 studeerde ze af aan het Sint Lucas te Boxtel als Schilderspecialist Decoratie en Restauratie en werkt sinds 2014 onder de naam DecoResto aan verschillende restauratieprojecten. Als kind was de interesse in oude panden, geschiedenis en kunst al groot, maar tijdens het werken in historische panden werd de interesse in het historische bouwwerken verder aangewakkerd. In 2019 behaalde ze haar diploma aan de Hogeschool Utrecht in de richting Monumentenzorg. In 2023 is de post-HBO studie Bouwhistorie afgerond aan dezelfde hogeschool.

Sinds september 2022 is Sanja werkzaam bij BAAC als bouwhistoricus en zal zich, dankzij haar achtergrond, onder andere toeleggen op kleurhistorisch onderzoek.

1

BRONNEN - Richtlijnen voor Bouwhistorisch onderzoek 2009. - Kadaster.nl - Kadastralekaart.nl - beeldbank RAT - tijdmachinegilzerijen.nl - delpher.nl - MIP rapport gemeente Gilze-Rijen 1993 - heemkring Molenheide

Bouwhistorische verkenning

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14653786/2