CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

3. regels TAM-IMRO Schoolstraat 62 Molenschot (15-04-2026) (1139525)

Gemeenteraad 15 juni 2026, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen omgevingsplan Schoolstraat 62 Molenschot15.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; 4. de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, of; 5. de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; 6. de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 7. het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige, of; 8. het werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 11.5.1 onder 7 betreft, waarbij: a. de bodem als gevolg van het ophogen niet meer wordt belast dan 0,8 ton/m²; b.

het ophogen plaatsvindt op gronden die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet zettingsgevoelig zijn; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

11.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 11.5.1 wordt verleend als: 1. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; 2. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; 3. één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: a. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; b. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; c.

een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). 11.5.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 11.5.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

11.6

Vergunningplichtige sloopactiviteiten

11.6.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag. 11.6.2 Uitzonderingen op het verbod Het in artikel 11.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: 1. het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25.000 m², of; 2. het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; 3. de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, of; 4. de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; 5. het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag, bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 11.6.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.6.1 wordt slechts verleend indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; 2.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of;

3. één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: a. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; b. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; c. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). 11.6.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.

11.6.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

11.7

Nadere eisen

11.7.1 Behoud archeologische waarden in situ Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.

Artikel 12 12.1

Gebruik

Verboden gebruiksactiviteiten

1. Het verbod omvat in ieder geval het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor nietbestaande activiteiten die voldoen aan de omschrijvingen in kolom 1 (type projecten) en aan de bijbehorende omschrijvingen in kolom 2 (mer-plicht) van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. 2. Het is ter plaatse van de gronden met aan aanduiding ‘overige zone – spuitvrije zone’ verboden om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, voor zover er sprake is van teelt in de open lucht.

12.2

Uitzonderingen

Het in artikel 12.1 lid 2 genoemde verbod geldt niet voor: 1. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen dat plaatsvindt in overeenstemming met een driftreductieplan dat is goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. het gebruik van biologische gewasbeschermingsmiddelen die zijn vrijgesteld van het verbod overeenkomstig de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

Artikel 13 13.1

Bouwen

Algemene bepalingen

13.1.1 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 13.1.2 Bestaande maatvoering toegestaan 1. Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken meer bedragen dan ingevolge dit artikel danwel hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toegestaan worden aangehouden. 2. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, minder bedragen dan ingevolge dit artikel danwel hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toegestaan worden aangehouden. 3. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is dit uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 4. Het bepaalde 13.1.2. onder 1 en 2 is niet van toepassing op oppervlakte bijbehorende bouwwerken bij de functie 'Wonen', waarop meer dan 200 m² bijbehorende bouwwerken aanwezig is, voor zover in overeenstemming met verleende vergunning(en) tot stand gekomen.

13.2

Vergunningplichtige bouwactiviteiten

13.2.1 Algemene beoordelingsregels vergunningplichtige bouwactiviteiten 1. In afwijking van de bouwregels in hoofdstuk 2 wordt de omgevingsvergunning voor het verrichten van bouwactiviteiten ook verleend als de daar voorgeschreven maatvoerings- en situeringseisen met ten hoogste 10% worden overschreden mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 2. Onverminderd de bouwregels in hoofdstuk 2 wordt de omgevingsvergunning voor het verrichten van ondergrondse bouwwerken verleend als: a. onder bovengrondse bebouwing, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen en direct aansluitende inritconstructies; b. met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 3,5 meter onder peil. 5.

Bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van bouwactiviteiten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatie- en rookkanalen, voorzieningen voor (hemel)waterafvoer, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, galerijen, reclamevoorzieningen, schoorstenen, balkons en overstekende daken, te realiseren, in stand te houden en te gebruiken buiten beschouwing gelaten mits de overschrijding van maatvoeringsnormen niet meer dan 1 meter bedraagt en plaatsvindt binnen het bouwperceel. 13.2.2 Inwinning advies welstand Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit over de welstandsaspecten.

13.3

Verboden bouwactiviteiten

Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, anders dan de toegelaten en vergunningplichtige bouwactiviteiten bedoeld in hoofdstuk 2 en 3.

Artikel 14

Milieuzone - geluidsgevoelige functie - 1 (35-45 Ke-lijn)

In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - geluidsgevoelige functie - 1' de volgende regels: 1. het is niet toegestaan woningen toe te voegen binnen de gebiedsaanduiding 'milieuzone geluidsgevoelige functie - 1'; 2. burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in sub a teneinde het toevoegen van woningen toe te staan met dien verstande dat uitsluitend woningbouw kan worden toegestaan indien er sprake is van een grondgebonden karakter van de woning.

Artikel 15

Overig – IHCS

In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'Overig IHCS' (met nummer) ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, met een hogere bouwhoogte dan: 1. 56 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 1'; 2. 60 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 2'; 3. 65 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 3'; 4. 70 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 4'; 5. 75 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 5'; 6. 80 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 6'; 7. 85 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 7'; 8. 90 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 8'; 9. 95 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 9'; 10. 100 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 10'; 11. 105 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 11'; 12. 110 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 12'; 13. 115 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 13'; 14. 120 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 14'; 15. 125 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 15'; 16. 130 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 16'; 17.

135 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 17'; 18. 140 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 18'; 19. 145 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 19'; 20. 150 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 20'; 21. 155 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 21'; in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen.

Artikel 16 16.1

Vrijwaringszone - ILS

Bouwhoogtebeperkingen

In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - ILS' (met nummer) ten behoeve van het verstoringsgebied rondom de start en landingsbaan dat: 1. de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan de hoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van: 2. binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 1' de hoogtematen van 72,6 m en 82,6 m boven NAP; 3. binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 2' de hoogtematen van 62,6 m en 72,6 m boven NAP; 4. binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 3' de hoogtematen van 52,6 m en 62,6 m boven NAP; 5. binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 4' de hoogtematen van 42,6 m en 52,6 m boven NAP; 6. binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 5' de hoogtematen van 32,6 m en 42,6 m boven NAP; 7. binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 6' de hoogtematen van 22,6 m en 32,6 m boven NAP; 8. binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 7' de hoogtematen van 12,6 m en 22,6 m boven NAP; 9. binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 11' de hoogtematen van 10,6 m en 20,6 m boven NAP; 10. binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 12' de hoogtematen van 20,6 m en 30,6 m boven NAP; 11. binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 13' de hoogtematen van 30,6 m en 40,6 m boven NAP; 12.

binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 14' de hoogtematen van 40,6 m en 50,6 m boven NAP; 13. de bouwhoogte van een bouwwerk binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 8' in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan 12,6 m boven NAP; 14. de bouwhoogte van een bouwwerk binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 9' in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan 30,6 m boven NAP; 15. de bouwhoogte van een bouwwerk binnen de aanduiding 'Vrijwaringszone - ILS - 10' in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan 10,6 m boven NAP.

16.2

Ontheffing hogere bouwhoogte

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde onder a t/m d teneinde een hogere bouwhoogte toe te staan met dien verstande dat de werking van het Instrument Landing System niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed. Alvorens ontheffing te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de beheerder van de betrokken Instrument Landing System.

Artikel 17

Kernrandzone

In aanvulling op hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'kernrandzone' de volgende regels:

17.1

Ontwikkelingen bij recht toegestaan

1. Op deze gronden is ter plaatse van de functie ‘Agrarisch’ tevens het gebruik als sierteelt, fruitteelt en boomkwekerij toegestaan, mits de gronden niet zijn gelegen binnen de functies ‘Waarde – Landschap – 1’, Waarde – Landschap – 2’, Waarde – Landschap 3’, ‘Waarde – Landschap 4’, ‘Waarde – Landschap – 5’ of ‘Waarde – Landschap – 6’. 2. Op deze gronden ter plaatse van de functie ‘Agrarisch’ en ‘Wonen’ met de specifieke functieaanduiding 'vab', tevens de in Tabel 1 genoemde nevenfuncties toegestaan, met inachtneming van het volgende: a. bij een combinatie van nevenfuncties is ten hoogste 500 m² bebouwing toegestaan en mag ten hoogste 4.000 m² aan gronden in gebruik worden genomen ten behoeve van de nevenfuncties; b. de nevenfunctie dient te worden uitgeoefend door degene die ter plaatse het agrarisch bedrijf uitoefent; c. er dient op het eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. de opslag van goederen anders dan in gebouwen is niet toegestaan, tenzij anders in Tabel 1 is aangegeven. Tabel 1 Nevenfuncties, rechtstreeks toegestaan Nevenfunctie Max. opp.

gronden in gebruik voor nevenfunctie (m2) Verkoop aan huis van streekeigen agrarische producten Inpandige opslag en stalling van agrarische producten (meer dan reguliere opslag ten behoeve van eigen bedrijfsvoering) veearts/hoefsmederij/ KI-station ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, riet- en vlechtwerk, klompenmakerij) paardenafrichtingsbedrijf/paardenstal 800 ling (inclusief exploitatie paardenkoets)/paardenpension/stal houderij kano-, boot- of fietsenverhuur bed & breakfast recreatief nachtverblijf, kampeerboerderij, trekkershutten met uitzondering van kleinschalig kamperen rondleidingen op het agrarische Niet van toepassing (hele bedrijf (voorzieningen hiertoe als bedrijf) ontvangstruimte) inpandige statische volumineuze opslag en stalling van niet-agrarische producten/werktuigen/voertuigen in bestaande gebouwen behorende tot de categorie A en B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, geen detailhandel opslag en stalling van recreatieve vervoermiddelen (caravans, boten, oldtimers)

Max. opp. bebouwing in gebruik voor nevenfunctie (m2) 100 500

200 200

200

100 100 200

100 500

1.000

17.2

Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten

17.2.1 Aanwijzing vergunningplichtige gebruiksactiviteiten Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: 1. het uitvoeren van nevenactiviteiten zoals genoemd in Tabel 2. 17.2.2 Aanvraagvereisten en beoordelingsregels nevenfuncties 1. De omgevingsvergunning voor een nevenfunctie wordt verleend als: a. de nevenfunctie milieuhygiënisch inpasbaar is; b. er geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden); c. de nevenfunctie wordt uitgeoefend door degene die ter plaatse het agrarisch bedrijf uitoefent; d. de waarden, zoals aangegeven in de functieomschrijving niet in onevenredige mate worden geschaad; e. er geen sprake is van een onevenredige vergroting van de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking; f. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing binnen het bouwvlak; g. er op het eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; h. er geen sprake is van opslag van goederen anders dan in gebouwen, tenzij anders in Tabel 2 is aangegeven; i.

bij een combinatie van nevenfuncties ten hoogste 500 m² bebouwing wordt gebruikt en ten hoogste 4.000 m² aan gronden in gebruik worden genomen ten behoeve van de nevenfuncties; j. er geen sprake is van de nevenfunctie agrarisch georiënteerde dagrecreatie (zoals poldersport en boerengolf) ter plaatse van de functie ‘Waarde - Landschap – 2’ of ‘Waarde - Landschap – 3’. Voor gronden zonder de functie ‘Waarde - Landschap – 2’ of ‘Waarde - Landschap – 3’ geldt dat het gebruik van gronden buiten het bouwvlak voor de nevenfunctie is toegestaan, mits: i. het recreatief medegebruik betreft van tijdelijke aard en het gebruik niet onomkeerbaar is; ii. de agrarische hoofdfunctie in stand blijft; iii. het gebruik plaatsvindt op ten hoogste 5 ha; k. voor de nevenfunctie kleinschalig kamperen rekening wordt gehouden met het volgende: i. kleinschalig kamperen is alleen toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; Tabel 2 Nevenfuncties, na ontheffing toegestaan Nevenfunctie Max. opp. gronden in gebruik voor nevenfunctie (m2) manege/paard rijschool 800 kleinschalige 500 horecagelegenheid/dagrecreatie (theeschenkerij, restaurant, boerderijcafé, wijnproeverij, speelboerderij categorie 1a en 1b) agrarisch georiënteerde dagrecreatie (poldersport, boerengolf)

Max. opp. bebouwing in gebruik voor nevenfunctie (m2) 200 100

100

Kleinschalig kamperen (maximaal 25 standplaatsen) agrarisch verwante sociale functie (resocialisatie, therapie, zorgboerderij) kinderdagopvang museum/tentoonstellingsruimte overige niet agrarische bedrijven (categorie A en B1) met uitzondering van horecabedrijven met uitzondering van detailhandel en horecabedrijven aan-huis-gebonden beroepen

3.000 m² binnen of aansluitend op het bouwvlak niet van toepassing (gehele bedrijf)

100

500 500 -

200 200 200

-

60

200

Artikel 18

Luchtvaartverkeerszone

In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerszone' (met nummer) dat ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan de hoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van: a. binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 1' de hoogtematen van 0 m en 15 m boven NAP; b. binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 2' de hoogtematen van 15 m en 20 m boven NAP; c. binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 3' de hoogtematen van 20 m en 25 m boven NAP; d. binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 4' de hoogtematen van 25 m en 30 m boven NAP; e. binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 5' de hoogtematen van 30 m en 35 m boven NAP; f. binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 6' de hoogtematen van 35 m en 40 m boven NAP; g. binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 7' de hoogtematen van 40 m en 45 m boven NAP; h. binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 8' de hoogtematen van 45 m en 50 m boven NAP ; i. binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 9' de hoogtematen van 50 m en 55 m boven NAP; j. binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 10' de hoogtematen van 55 m en 56 m boven NAP; k.

binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 11' de hoogtematen van 56 m en 115 m boven NAP; in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen.

Artikel 19

Milieuzone - geluidsgevoelige functie - 1

In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - geluidsgevoelige functie - 1' de volgende regels: a. het is niet toegestaan woningen toe te voegen binnen de gebiedsaanduiding 'milieuzone geluidsgevoelige functie - 1'; b. burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in sub a teneinde het toevoegen van woningen toe te staan met dien verstande dat uitsluitend woningbouw kan worden toegestaan indien er sprake is van een grondgebonden karakter van de woning.

Artikel 20

Milieuzone - geluidsgevoelige functie - 2

In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - geluidsgevoelige functie - 2' de volgende regel: a. het is niet toegestaan woningen toe te voegen binnen de gebiedsaanduiding 'milieuzone geluidsgevoelige functie - 2'.

Artikel 21

Overige zone - agrarisch verbredingsgebied

In aanvulling op hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - agrarisch verbredingsgebied’ de volgende regels:

21.1

Ontwikkelingen bij recht toegestaan

1. Op deze gronden is ter plaatse van de functie ‘Agrarisch’ tevens het gebruik als sierteelt, fruitteelt en boomkwekerij toegestaan, mits de gronden niet zijn gelegen binnen de functies ‘Waarde – Landschap – 1’, Waarde – Landschap – 2’, Waarde – Landschap 3’, ‘Waarde – Landschap 4’, ‘Waarde – Landschap – 5’ of ‘Waarde – Landschap – 6’. 2. Op deze gronden ter plaatse van de functie ‘Agrarisch’ tevens het gebruik het gebruik als intensieve kwekerij toegestaan mits de gronden niet gelegen zijn binnen de functie Waarde Landschap - 2, Waarde - Landschap - 3 of Waarde - Landschap - 6. 3. Op deze gronden ter plaatse van de functie ‘Agrarisch’ en ‘Wonen’ met de specifieke functieaanduiding 'vab', tevens de in Tabel 3 genoemde nevenfuncties toegestaan, met inachtneming van het volgende: a. bij een combinatie van nevenfuncties is ten hoogste 500 m² bebouwing toegestaan en mag ten hoogste 4.000 m² aan gronden in gebruik worden genomen ten behoeve van de nevenfuncties; b. de nevenfunctie dient te worden uitgeoefend door degene die ter plaatse het agrarisch bedrijf uitoefent; c. er dient op het eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. de opslag van goederen anders dan in gebouwen is niet toegestaan, tenzij anders in Tabel 1 is aangegeven. Tabel 3 Nevenfuncties, rechtstreeks toegestaan Nevenfunctie Max. opp.

gronden in gebruik voor nevenfunctie (m2) Verkoop aan huis van streekeigen agrarische producten Inpandige opslag en stalling van agrarische producten (meer dan reguliere opslag ten behoeve van eigen bedrijfsvoering) Agrarisch loonwerkbedrijf behorende 100* tot de categorieën A en B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten veearts/hoefsmederij/ KI-station ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, riet- en vlechtwerk, klompenmakerij) hoveniersbedrijf behorende tot de 100* categorieën A en B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten paardenafrichtingsbedrijf/paardenstal 800 ling (inclusief exploitatie paardenkoets)/paardenpension/stal houderij kano-, boot- of fietsenverhuur bed & breakfast recreatief nachtverblijf, kampeerboerderij, trekkershutten met uitzondering van kleinschalig kamperen rondleidingen op het agrarische Niet van toepassing (hele bedrijf (voorzieningen hiertoe als bedrijf) ontvangstruimte)

Max. opp. bebouwing in gebruik voor nevenfunctie (m2) 100 500

400 200 200

400 200

100 100 200

100

inpandige statische volumineuze opslag en stalling van niet-agrarische producten/werktuigen/voertuigen in bestaande gebouwen behorende tot de categorie A en B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, geen detailhandel opslag en stalling van recreatieve vervoermiddelen (caravans, boten, oldtimers) * hieronder valt tevens buitenopslag

21.2

500

1.000

Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten

21.2.1 Aanwijzing vergunningplichtige gebruiksactiviteiten Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: 1. het uitvoeren van nevenactiviteiten zoals genoemd in Tabel 4. 21.2.2 Aanvraagvereisten en beoordelingsregels nevenfuncties 1. De omgevingsvergunning voor een nevenfunctie wordt verleend als: a. de nevenfunctie milieuhygiënisch inpasbaar is; b. er geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden); c. de nevenfunctie wordt uitgeoefend door degene die ter plaatse het agrarisch bedrijf uitoefent; d. de waarden, zoals aangegeven in de functieomschrijving niet in onevenredige mate worden geschaad; e. er geen sprake is van een onevenredige vergroting van de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking; f. er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing binnen het bouwvlak; g. er op het eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; h. er geen sprake is van opslag van goederen anders dan in gebouwen, tenzij anders in Tabel 2 is aangegeven; i.

bij een combinatie van nevenfuncties ten hoogste 500 m² bebouwing wordt gebruikt en ten hoogste 4.000 m² aan gronden in gebruik worden genomen ten behoeve van de nevenfuncties; j. er geen sprake is van de nevenfunctie agrarisch georiënteerde dagrecreatie (zoals poldersport en boerengolf) ter plaatse van de functie ‘Waarde - Landschap – 2’ of ‘Waarde - Landschap – 3’. Voor gronden zonder de functie ‘Waarde - Landschap – 2’ of ‘Waarde - Landschap – 3’ geldt dat het gebruik van gronden buiten het bouwvlak voor de nevenfunctie is toegestaan, mits: i. het recreatief medegebruik betreft van tijdelijke aard en het gebruik niet onomkeerbaar is; ii. de agrarische hoofdfunctie in stand blijft; iii. het gebruik plaatsvindt op ten hoogste 5 ha; k. voor de nevenfunctie kleinschalig kamperen rekening wordt gehouden met het volgende: i. kleinschalig kamperen is alleen toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober;

Tabel 4 Nevenfuncties, na ontheffing toegestaan Nevenfunctie Max. opp. gronden in gebruik voor nevenfunctie (m2) agrarisch handels- en exportbedrijf 100* (transport- en opslagbedrijven, koelhuizen, veehandelsbedrijf, foeragehandel, paardenhandel) huisdierenpension/hondenfokkerij 500 kleinschalige 500 horecagelegenheid/dagrecreatie (theeschenkerij, restaurant, boerderijcafé, wijnproeverij, speelboerderij categorie 1a en 1b) agrarisch georiënteerde dagrecreatie (poldersport, boerengolf) Kleinschalig kamperen (maximaal 25 3.000 m² binnen of standplaatsen) aansluitend op het bouwvlak agrarisch verwante sociale functie niet van toepassing (gehele (resocialisatie, therapie, bedrijf) zorgboerderij) kinderdagopvang 100 overige niet agrarische bedrijven (categorie A en B1) met uitzondering van horecabedrijven met uitzondering van detailhandel en horecabedrijven aan-huis-gebonden beroepen * hieronder valt tevens buitenopslag

Max. opp. bebouwing in gebruik voor nevenfunctie (m2) 400

200 100

100 100 200 200 200

60

Hoofdstuk 4 Artikel 22 22.1

Procesregels

Algemene bepalingen

Algemene indienings- en aanvraagvereisten melding en omgevingsvergunning

1. De aanvrager van een omgevingsvergunning draagt er zorg voor dat de aanvraag betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het betrokken project. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of een melding op grond van dit plan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 3. het e-mailadres (voor zover beschikbaar) van de melder of aanvrager; en, 4. de verwachte datum van het begin van de activiteit ingeval van een melding.

Hoofdstuk 5 Artikel 23 23.1

Overgangsrecht en slotbepalingen

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan op de betreffende locatie aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM- omgevingsplan mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.

23.2

Overgangsrecht gebruik ten dienste van functie

1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAMomgevingsplan op de betreffende locatie en dat als gevolg van dit TAM-omgevingsplan in strijd is met de gebruiksregels in hoofdstuk 2 ten 3, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAMomgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met de voorheen geldende gebruiksregels voor die locatie in het omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.

23.3 1.

2. 3.

Eerbiedigende werking overige activiteiten

Zodra een regeling in dit TAM-omgevingsplan een activiteit als vergunning- of meldingsplichtig aanwijst, dan geldt een onherroepelijke ontheffing of vergunning zoals die luidde direct voor die regeling als een omgevingsvergunning respectievelijk melding voor die activiteit. Zodra een regeling in dit TAM-omgevingsplan een activiteit als meldingsplichtig aanwijst, dan geldt een melding of kennisgeving zoals ingediend voor die regeling als een melding voor die activiteit. Op activiteiten anders dan bedoeld in de artikelen 15.1 en 15.2 die op het moment van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften plaatsvinden, zijn de bepalingen van dit TAM-omgevingsplan direct van toepassing.

Bijlagen bij regels Bijlage 1 Bij artikel 1 (Begripsbepalingen) In dit 'TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22b, Schoolstraat 62 Molenschot' wordt verstaan onder: - achtererfgebied: gebouwerf zoals bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van het Bbl, uitgaande van de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 3 m achter de voorkant; - afhankelijke woonruimte: een bijgebouw/bedrijfsgebouw dat een ruimtelijke en planologische eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; - agrarisch bedrijf: een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: • akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, waaronder bollenteelt, daaronder niet begrepen sier- en fruitteelt, boomkwekerij en bosbouw; • boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan; • bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie; • grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder tevens wordt verstaan een paardenfokkerij; • intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-,

vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; • glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; • sierteelt: de teelt van tuin- en potplanten en/of bomen; • fruitteelt: de teelt van fruit; • bollenteelt: de teelt van bloembollen in samenhang met de teelt van bolbloemen; • intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht; • paardenfokkerij: het houden van paarden ten behoeve van de fokkerij waarbij het africhten van en de handel in paarden in ondergeschikte mate plaatsvindt; onder paardenfokkerij wordt niet verstaan paardenstalling en manege.

- bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; - bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel/bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; - bed and breakfast: recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf, binnen de bestaande (bedrijfs)woning of bijgebouw dat door de beperkte omvang in een woning, met behoud van de woonfunctie, door de bewoner van de woning wordt uitgeoefend; - bedrijfsactiviteiten aan huis: het door een bewoner van een woning: 1. het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten; 2. bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk; waarbij de woning in een overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een internethandel. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel en sexinrichtingen; - begane grond: bouwlaag waarvan bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een onderbouw; - bestaand:

-

-

-

-

-

-

-

a. het gebruik op een locatie dat op het tijdstip van vaststelling van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan op de betreffende locatie aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; b. het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met de voorheen geldende gebruiks- en/of bouwregels voor die locatie in het omgevingsplan, daaronder mede begrepen de overgangsbepalingen, of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; bouwlaag: een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; bouwvlak: een

geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; dakopbouw: een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst; detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen; dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; eerste bouwlaag: de eerste volledige bouwlaag boven het peil; eenmanszaak: onderneming die door één persoon wordt geëxploiteerd, maar wel personeel in dienst kan hebben druiplijn: de lijn die van

onderen het dak begrenst; erker: een aan nader bepaalde maatvoeringeisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte (aanbouw) van een woning aan een gevel in één bouwlaag, eventueel met een schuin kapje; extensief recreatief verblijven: een extensieve recreatieve niet-bedrijfsmatige gebruiksvorm, welke zich beperkt tot bijvoorbeeld wandelen, paardrijden, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie en de daarbij behorende extensieve recreatieve voorzieningen zoals banken, bewegwijzering en picknicktafels, ondergeschikt aan de overige ingevolge de functie toegestane gebruiksactiviteiten, en dientengevolge niet het primaire c.q. hoofdgebruik betreffende; gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; gevellijn: de als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd; bewoner: iemand die officieel als bewoner van een woning of ander gebouw geregistreerd is en daarmee onder andere verantwoordelijk is voor het betalen van bepaalde lasten; hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.

Kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen;

- internethandel: verkoop via internet aan particulieren, zonder showroom en waarvan de bestelling en betaling voornamelijk via internet verloopt en bezorging per post, alsmede opslag zonder dat producten ter plaatse worden afgehaald, bekeken of betaald; - kap: een constructie van één of meer dakvlakken; - kamerverhuur: gebouw en/of gedeelte van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan personen die geen huishouden vormen; - kampeermiddelen: niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagens, campers, tenten, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief dag- en/of nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; - mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussenpersonen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring (zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; - ondergeschikt bouwdeel: • een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter

uitbreiding van het oppervlak en/of; • ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die zichtbaar zijn boven peil; - ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil; - ondergrondse werken: werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; - Open constructie erf- en terreinafscheiding: constructie met een doorkijk, voor minimaal 80 % voorzien van open delen, zoals een constructie als een hekwerk. - overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één gesloten wand; - peil: • voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; • voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; - pré-mantelzorg: mantelzorg waarbij de behoefte met een verklaring (zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaal-medisch adviseur nog niet kan worden aangetoond maar deze gezien de gevorderde leeftijd, een progressieve ziekte en/of een psychische beperking mogelijk wel op termijn te verwachten is; - schuilhut: een bouwwerk dat uitsluitend dient als schuilgelegenheid voor het houden van dieren en het toebehorende dierenvoer; -

stedenbouwkundige samenhang: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n); - stedenbouwkundige waarde/kwaliteit: de waarde die een gebied heeft in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals de stedenbouwkundige situatie en infrastructuur, alsmede de ligging en hoogte van bouwwerken in dat gebied; - straatmeubilair: verkeersgeleiders, rampalen/amsterdammertjes, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glasen andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, telefooncellen, abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen en daarmee vergelijkbare objecten; - Teeltondersteunende voorziening: (teelt)ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boom- of vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden,

teeltvervroeging of -verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik.

1.

-

-

-

-

Permanentate teeltondersteunende voorziening: teeltondersteunende voorzieningen die voor een periode langer dan 6 maanden worden gebruikt. 2. Tijdelijke teeltondersteunende voorziening; teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een minimum van 1 maand en een maximum van 6 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten, stellingen met eventueel regenkappen; 3. overige (teelt)ondersteunende voorzieningen: permanente (teelt)ondersteunende voorzieningen in de vorm van een afscheiding, eventueel in de vorm van een hek , met een hoogte van niet meer dan 2,5 m, op boomteeltpercelen waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen worden.

twee-aaneen woningen: een woning, die deel uitmaakt van een blok van twee als woning aan elkaar gebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-één-kap); voorgevel: een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw; voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de grenzen van het bouwperceel; openbare nutsvoorzieningen: op het openbare net aangesloten werken en/of bouwwerken ten behoeve van het openbaar nut, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; water, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlakte water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit.

Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; werken en werkzaamheden: alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies, geen bouwwerken zijnde, en inrichtingen en de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om deze te realiseren; woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, of voor de huisvesting buiten het verband van een huishouden tot en met maximaal vier personen.

Bijlage 2 Bij artikel 4 (Landschappelijk inpassingsplan)

Bijlage 3 Bij artikel 4 (Kaart te slopen opstallen)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16924886/1