CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan van Aanpak Volkshuisvestingsfonds v1.0

Raadsvergadering (Dantumadiel) 28 oktober 2025, gemeente DantumadielBij agendapunt: Aanpak Volkshuisvestingsfonds14.704 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tijdens de werkzaamheden blijft de casemanager het aanspreekpunt voor vragen, onvoorziene omstandigheden of overleg met de uitvoerder. Waar nodig worden aanvullende partijen betrokken, bijvoorbeeld bij asbestverwijdering of herstel van bouwkundige gebreken. Om de kwaliteit van de uitvoering te waarborgen, worden technische controles toegepast. Dit gebeurt bijvoorbeeld door middel van steekproeven uitgevoerd door (bouwkundig) adviseurs, of via fotodocumentatie en rapportages opgesteld door de uitvoerder. De casemanager bespreekt samen met de deelnemer op welke wijze het verloop van de uitvoering kan worden vastgelegd, zoals het maken van foto's vóór en na de werkzaamheden. Deze combinatie van persoonlijke begeleiding, keuzevrijheid voor bewoners en duidelijke kwaliteitsborging draagt bij aan een betrouwbaar en zorgvuldig proces, waarin bewoners centraal staan en vakmanschap wordt gewaarborgd. 22

5.6 NAZORG: MONITORING EN BEWONERSFEEDBACK Nazorg vormt het sluitstuk van het ondersteuningstraject en is essentieel om de kwaliteit van het traject te waarborgen, leeropbrengsten op te halen en bewoners langdurig het vertrouwen te geven dat ze er niet alleen voor staan. Direct na de uitvoering van de maatregelen neemt de casemanager contact op met de bewoner om het traject af te ronden en eventuele resterende vragen te bespreken. Er wordt gecontroleerd of alle werkzaamheden naar tevredenheid zijn uitgevoerd, of er nazorg nodig is (bijvoorbeeld kleine reparaties of extra uitleg over het gebruik van nieuwe installaties), en of de energierekening of het comfort daadwerkelijk zijn verbeterd. Daarnaast wordt via een korte evaluatie of klanttevredenheidsmeting feedback opgehaald over de begeleiding, communicatie, uitvoering en ervaren impact. Deze feedback wordt geanalyseerd en meegenomen in de jaarlijkse bijstelling van de aanpak. Ook op langere termijn blijft monitoring van belang. Bij een deel van de woningen zal na één of twee jaar opnieuw contact worden opgenomen, bijvoorbeeld om de werking van maatregelen na te gaan of om bewoners te informeren over vervolgstappen richting aardgasvrij. Hierdoor ontstaat ook waardevolle inzicht van de resultaten op langer termijn. Tot slot wordt onderzocht hoe bewoners kunnen worden gestimuleerd om ambassadeur te worden in hun straat of dorp.

Positieve ervaringen kunnen een belangrijke rol spelen in het enthousiasmeren van andere woningeigenaren binnen de bredere doelgroep van 621 huishoudens. 5.7 ROL VAN WELZIJNSORGANISATIES BIJ KWETSBARE HUISHOUDENS Voor een effectieve en inclusieve uitvoering van het ondersteuningstraject is de samenwerking met welzijnsorganisaties essentieel. Kwetsbare huishoudens – bijvoorbeeld mensen met een verstandelijke beperking, beperkte taalvaardigheid, psychosociale problemen of sociaal isolement – hebben vaak extra ondersteuning nodig om mee te kunnen doen aan het VHF-traject. De gemeente werkt samen met welzijnsorganisaties zoals Stichting Yfke en andere partners uit het sociaal domein. Deze organisaties hebben inzicht in de leefwereld van bewoners en kunnen signalen opvangen, ondersteuning bieden en vertrouwen opbouwen. Ze leveren diensten waar inwoners gebruik van kunnen maken en vormen een aanvulling op het VFH-project, zoals ondersteuning door buurtwerkers, maatschappelijk werk, formulierenbrigade of buurtbemiddeling. De samenwerking verloopt via korte communicatielijnen, waarbij de casemanager zorgdraagt voor een goede afstemming met de welzijnsorganisaties. Casemanagers en energiecoaches kunnen advies inwinnen over het omgaan met bijzondere situaties of bij signalen van zorg over het welzijn van inwoners.

Indien nodig wordt ondersteuning geboden door vrijwilligers die, via welzijnsorganisaties, specifiek zijn getraind in het begeleiden van kwetsbare doelgroepen. Door welzijnsorganisaties structureel te betrekken in het ondersteuningstraject wordt voorkomen dat kwetsbare bewoners afhaken of buiten de boot vallen. Deze integrale aanpak maakt het mogelijk om ook deze groep succesvol mee te nemen in de verduurzamingsopgave en draagt bij aan sociale samenhang en vertrouwen in de lokale overheid.

23

HOOFDSTUK 6: HET SECUNDAIRE SPOOR – MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN EN OPENBARE RUIMTE 6.1 DOEL EN FUNCTIE VAN HET SECUNDAIRE SPOOR Het secundaire spoor binnen het VHF-project richt zich op het verbeteren van maatschappelijke voorzieningen en de openbare ruimte in dorpen met een verhoogde kwetsbaarheid. Het vormt een aanvulling op de woninggerichte aanpak in het primaire spoor en draagt bij aan de bredere leefbaarheidsdoelen van de gemeente Dantumadiel. In veel dorpen spelen naast energiearmoede en fysieke woningachterstand ook bredere problemen zoals sociale isolatie, beperkte ontmoetingsplekken en een verouderde publieke ruimte. Het secundaire spoor biedt hierop een antwoord met gerichte investeringen in dorpshuizen en speeltuinen. Het doel is om de sociale infrastructuur te versterken, ontmoetingsplekken toekomstbestendig te maken en de leefomgeving aantrekkelijker te maken voor jonge gezinnen, ouderen en mensen met een beperking. Daarmee draagt dit spoor niet alleen bij aan sociale samenhang, maar ook aan behoud van leefbare dorpen in een krimpregio. Het secundaire spoor is nadrukkelijk afgestemd op de behoeften en ideeën van dorpsbewoners zelf en wordt in samenwerking met lokale verenigingen, dorpsbelangen en vrijwilligers uitgevoerd. De investeringen sluiten aan bij de visie van de gemeente op vitale dorpen, participatie en brede welvaart.

6.2 VERDUURZAMING EN RENOVATIE VAN DORPSHUIZEN Binnen het secundaire spoor van het VHF-project vormt de verduurzaming en renovatie van dorpshuizen een belangrijk onderdeel. Deze gebouwen vervullen een centrale rol in het sociale leven van de dorpen en zijn van groot belang voor de leefbaarheid, ontmoeting en het organiseren van activiteiten. In de aanvraag zijn de dorpshuizen in Rinsumageast, Broeksterwâld en Driezum/Wâlterswâld specifiek benoemd. Daarnaast zouden ook andere dorpshuizen zoals het Badhûs in De Westereen mogelijk geholpen zijn met een bijdrage uit VHF. Doel is om snel een kader op te stellen hoe het budget voor dorpshuizen eerlijk verdeeld kan worden en welke recht doet aan de voorwaarden en de aanvraag bij het VHF. De dorpshuizen kampen met hoge energielasten, achterstallig onderhoud en een sterk verouderde energieprestatie. Door te investeren in verduurzamingsmaatregelen – zoals isolatie, zonnepanelen, ventilatie en efficiënte verwarming – worden deze kosten structureel verlaagd en wordt de toekomstbestendigheid van de gebouwen verbeterd. Naast technische verbeteringen krijgt ook de fysieke staat van de gebouwen de nodige aandacht. 6.3 VERBETERING VAN TWAALF SPEELTUINEN IN ZEVEN DORPEN Een tweede pijler binnen het secundaire spoor van het VHF-project is het verbeteren van de speelvoorzieningen in zeven dorpen.

In totaal worden twaalf speeltuinen opgeknapt, verspreid over de dorpen De Westereen, Damwâld, Feanwâlden, Driezum, Broeksterwâld, Rinsumageast en Wâlterswâld. Deze speeltuinen vervullen een belangrijke functie in de leefomgeving van gezinnen en dragen bij aan het welzijn en de ontwikkeling van kinderen. In het Speel- en beweegvoorzieningenbeleid is uitgewerkt hoe de bijdrage vanuit het VHF wordt ingezet.

24

6.4 BETROKKENHEID VAN DORPSBELANGEN, VERENIGINGEN EN INWONERS De uitvoering van het secundaire spoor binnen het VHF-project is nadrukkelijk afgestemd op de wensen en behoeften van de dorpen zelf. Dorpsbelangen, stichtingen en lokale verenigingen zijn vanaf het begin actief betrokken bij het signaleren van knelpunten, het formuleren van prioriteiten en het gezamenlijk ontwikkelen van plannen voor dorpshuizen en speeltuinen. Bij de uitwerking van plannen worden bewoners actief betrokken en uitgenodigd om mee te denken over de vormgeving, indeling en functies van de voorzieningen. Op deze manier ontstaat een proces van gezamenlijke verantwoordelijkheid en herkenning. Lokale vrijwilligersverenigingen en stichtingen zijn vaak eigenaar van de dorpshuizen of speeltuinen en dragen de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud. Vanuit het Volkshuisvestingsfonds zijn er nu mogelijkheden voor deze organisaties om budget aan te vragen voor het opknappen van dorpshuizen en speeltuinen. De gemeente kan hierbij ondersteuning bieden bij het opstellen en uitvoeren van de plannen. Een belangrijke schakel in het proces is de dorpencoördinator van de gemeente Dantumadiel. Deze functionaris onderhoudt intensief contact met de dorpen, begeleidt het proces van planvorming en uitvoering, en zorgt voor afstemming tussen de gemeentelijke organisatie en lokale initiatiefnemers.

De dorpencoördinator speelt daarmee een cruciale rol in het creëren van verbinding, het wegnemen van knelpunten en het aanjagen van realisatie. Deze vorm van dorpsgerichte samenwerking sluit aan bij de gemeentelijke visie op vitale dorpen en participatief beleid, en draagt bij aan een grotere verbondenheid tussen inwoners onderling én tussen dorp en gemeente. 6.5 SAMENHANG MET WONINGAANPAK EN BREDERE LEEFBAARHEIDSOPGAVE Het secundaire spoor binnen dit project staat niet los van de woningaanpak, maar vormt hier juist een waardevolle aanvulling op. Waar het primaire spoor zich richt op fysieke woningverbetering en het terugdringen van energiearmoede, richt het secundaire spoor zich op het versterken van de leefomgeving en de sociale infrastructuur. Samendragen deze sporen bij aan het verhogen van de kwaliteit van leven in de dorpen van Dantumadiel. In veel dorpen waar energiearmoede een probleem is, spelen ook andere leefbaarheidsvraagstukken: beperkte ontmoetingsplekken, vergrijzing, vertrek van jongeren, en het wegvallen van voorzieningen. Door te investeren in dorpshuizen en speeltuinen wordt deze negatieve spiraal doorbroken. Deze investeringen versterken de aantrekkelijkheid van dorpen, bevorderen ontmoeting tussen generaties en ondersteunen het blijven wonen in de eigen omgeving.

25

HOOFDSTUK 7: PROJECTORGANISATIE EN GOVERNANCE 7.1 OPBOUW VAN DE PROJECTORGANISATIE De projectorganisatie voor de uitvoering van het VHF-programma in Dantumadiel is ingericht als een samenwerkingsverband tussen de gemeente, uitvoerende partners en maatschappelijke organisaties. De projectorganisatie is onderverdeeld in een gemeentelijke werkgroep, een projectteam en overlegstructuren met de belangrijkste samenwerkingspartijen. Deze structuur waarborgt zowel slagkracht in de uitvoering als verbinding met de lokale samenleving. De gemeentelijke werkgroep bestaat uit een projectleider, dorpencoördinator, accounthouder sport & speeltuinen, een beleidsadviseur duurzaamheid, een communicatieadviseur en een financieel adviseur. Dit team stuurt de uitvoering aan, bewaakt de voortgang en zorgt voor verantwoording richting bestuur en Rijk. Daarnaast zal een projectteam worden opgezet die verantwoordelijk is voor de uitvoering van primaire spoor het verduurzamen van de particuliere woningen. Daarnaast zijn er overlegstructuren ingericht met vertegenwoordigers van Stichting Elkenien Grien, welzijnsorganisatie Yfke, de Energiebank Fryslân, woningcorporatie Thús Wonen en besturen van dorpshuizen, speeltuinen en dorpsbelangen. Deze organisaties fungeren als denktank, adviesorgaan en samenwerkingspartners. Hiermee versterken we de aansluiting van de aanpak bij de praktijk in de dorpen.

Voor de uitvoering van het primaire spoor, het verduurzamen van de particuliere woningen, is projectteam opgezet bestaande uit casemanager(s), energiecoaches, energieadviseurs, vrijwilligers en andere uitvoerende partijen. Zij werken nauw samen met welzijnsorganisaties en lokale aannemers. Door deze opzet ontstaat een robuuste en flexibele organisatie waarin bestuurlijke verantwoordelijkheid, inhoudelijke expertise en lokale betrokkenheid samenkomen om het VHF-project op succesvolle wijze te realiseren. 7.2 TAKEN EN ROLLEN: PROJECTLEIDER, CASEMANAGERS, ADVISEURS, VRIJWILLIGERS Binnen de projectorganisatie zijn de rollen en taken zorgvuldig verdeeld om een efficiënte en zorgvuldige uitvoering van het VHF-project te waarborgen: •

•

•

•

Projectleider: heeft de dagelijkse leiding over het project, bewaakt de voortgang, stuurt het gemeentelijke werkgroep en projectteam aan en is het eerste aanspreekpunt richting bestuur, ministerie en externe partners. De projectleider is verantwoordelijk voor de rapportage, de afstemming van beleidslijnen en het oplossen van knelpunten. Casemanager(s): begeleiden de individuele woningeigenaren in het primaire spoor van A tot Z. Zij zijn het vaste aanspreekpunt voor deelnemers, voeren intakegesprekken, begeleiden het aanvraagproces van subsidies en offertes, en monitoren de uitvoering en nazorg. Ook signaleren zij bredere hulpvragen die kunnen worden opgepakt met het sociaal domein. Subsidie- en leningsadviseur: ondersteunt bewoners bij het inzichtelijk maken van financiële regelingen en helpt bij het aanvragen van subsidies en leningen. Deze functionaris is met name van grote waarde voor bewoners met beperkte digitale vaardigheden of administratieve ondersteuning. Onafhankelijk energieadviseur: voert de eerste technische opname van de woning uit en stelt een onafhankelijk energieadviesrapport op. Dit rapport vormt de basis voor het kiezen van passende maatregelen en het aanvragen van financiering. De energieadviseur speelt een cruciale rol in het objectief en begrijpelijk vertalen van technische mogelijkheden naar praktische keuzes voor de bewoner.

26

•

•

•

•

Dorpencoördinator: heeft een centrale rol in het secundaire spoor en onderhoudt structureel contact met dorpsbelangen en dorpshuisbesturen. De dorpencoördinator begeleidt lokale trajecten, verbindt ambities van bewoners met het gemeentelijk beleid en stimuleert actieve participatie. Accounthouder sport en speeltuinen: is verantwoordelijk voor afstemming, begeleiding en technische uitvoering van het traject rondom speeltuinen. Zorgt voor verbinding met de betrokken verenigingen en borging van beheer en onderhoud na afloop. Energiecoaches en vrijwilligers: voeren huisbezoeken uit bij bewoners, geven informatie over energiebesparing en ondersteunen bij het eerste contact en het treffen van eenvoudige maatregelen. Zij spelen een sleutelrol in het opbouwen van vertrouwen en kunnen worden ingezet om vragen van bewoners te beantwoorden, eventueel via een aanvullend huisbezoek. Welzijnspartners: ondersteunen kwetsbare bewoners en zijn betrokken bij situaties waarin sprake is van multiproblematiek of lage zelfredzaamheid. Zij zorgen voor signalering, ondersteuning bij participatie en nazorg.

7.3 AANSLUITING OP GEMEENTELIJKE ORGANISATIE EN ENERGIELOKET De uitvoering van het VHF-programma sluit nauw aan op de bestaande structuur van de gemeentelijke organisatie. De medewerkers van duurzaamheid werkt hierbij samen met collega’s van het sociaal domein, de communicatieafdeling, wonen en Ruimtelijke Ontwikkeling (RO). Door deze integrale samenwerking kan kennis worden gedeeld, kunnen hulpvragen tijdig gesignaleerd worden en ontstaat er een sluitende aanpak die recht doet aan zowel de fysieke als de sociale dimensie van de opgave. Een belangrijke schakel in de uitvoering is het energieloket van de gemeente Dantumadiel, dat onder andere wordt uitgevoerd in samenwerking met Elkenien Grien. Het energieloket fungeert als voorportaal voor bewoners met vragen over energiebesparing en verduurzaming. Via het loket kunnen bewoners zich oriënteren, een gebruik maken van verschillende diensten zoals het aanvragen van een energiecoach- of energieadviesgesprek of worden doorverwezen naar het VHF-traject. Het loket speelt ook een rol in het verwerken van aanmeldingen, het registreren van voortgang en het doorverwijzen naar de juiste contactpersonen binnen de projectorganisatie. In nauwe samenwerking met de casemanager(s) en subsidieadviseur ontstaat zo een klantgerichte en efficiënte toegang voor bewoners.

De combinatie van gemeentelijke regie, uitvoeringskracht binnen het energieloket en nauwe samenwerking met lokale netwerken zorgt voor een effectieve uitvoering en borgt dat het VHF-programma stevig is ingebed in het lokale duurzaamheids- en armoedebeleid. Het ondersteuningstraject binnen de VHF-aanpak vormt daarbij een stevig fundament waarop het energieloket de komende jaren verder kan bouwen. De opgedane ervaringen, werkwijzen en samenwerkingsvormen bieden structuur en schaalbaarheid om ook na afloop van het VHF-programma meer inwoners effectief te blijven helpen bij hun verduurzamingsvraagstukken. 7.4 STURING, OVERLEGSTRUCTUREN EN BESLUITVORMING De aansturing van het VHF-project is toegewezen aan de gemeentelijke projectleider, die eindverantwoordelijk is voor het realiseren van de projectdoelstellingen, de coördinatie met samenwerkingspartners en de afstemming met zowel het bestuur als het Rijk. De projectleider houdt op regelmatige basis overleg met de werkgroep, bestaande uit de dorpencoördinator, de accounthouder sport & speeltuinen, een beleidsadviseur duurzaamheid, een communicatieadviseur en een financieel adviseur. Daarnaast wordt het projectteam betrokken, waarin onder andere casemanagers, een adviseur subsidies en leningen, energiecoaches en uitvoeringspartners zoals Stichting Elkenien Grien en de Energiebank Fryslân participeren.

Voor afstemming op strategisch niveau is er een periodiek overleg met de portefeuillehouder duurzaamheid en de directeur van de organisatie. Hierin worden voortgang, knelpunten en bestuurlijke keuzes besproken. 27

Daarnaast worden college en gemeenteraad minimaal jaarlijks geïnformeerd via voortgangsrapportages en raadsinformatiebrieven. De besluitvorming over majeure bijstellingen in beleid, inzet van middelen of uitbreiding van het project wordt voorbereid door de werkgroep VHF en voorgelegd aan het college van B&W. Indien nodig wordt ook de gemeenteraad betrokken bij de besluitvorming, bijvoorbeeld via een raadsvoorstel of themabijeenkomst. Door deze meerlaagse overlegstructuur ontstaat een balans tussen bestuurlijke sturing, inhoudelijke afstemming en uitvoeringskracht. De werkwijze sluit aan op bestaande gemeentelijke werkprocessen, met voldoende ruimte voor flexibiliteit en participatie vanuit het veld. 7.5 BETROKKEN STAKEHOLDERS EN PARTNERS (INCLUSIEF ONDERWIJS EN BEDRIJVEN) Voor het welslagen van het VHF-project in Dantumadiel is brede samenwerking met externe stakeholders van groot belang. De aanpak is niet alleen een gemeentelijke opgave, maar een gezamenlijke inspanning van organisaties, bewoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen die ieder een eigen rol vervullen in het geheel. Onderwijs: Via Klyster en Kennislab NOF kunnen scholen deelnemen aan projecten rond duurzaamheid en energie. Dit kan bijvoorbeeld door lessen over energieverbruik thuis of het aanpassen van speeltuinen.

Hiermee vergroten zij het bewustzijn bij leerlingen én creëren ze verbinding met jonge gezinnen. Lokale bedrijven en aannemers: Bij de uitvoering van de woningverbeteringen, het verduurzamen van dorpshuizen en het opknappen van speeltuinen worden zoveel mogelijk regionale bedrijven betrokken. Dit stimuleert de lokale economie en zorgt voor korte lijnen in de uitvoering. Via een bedrijvenpool wordt gewerkt met partijen die bekend zijn met de doelgroep en de lokale context. Netwerkorganisaties en maatschappelijke instellingen: Denk hierbij aan woningcorporatie Thús Wonen, Elkenien Grien, de Energiebank, welzijnsorganisatie Yfke, dorpsbelangen, stichtingen dorpshuizen en speeltuinverenigingen. Zij leveren kennis, voorstellen, capaciteit, vertrouwen in de wijken en signaleren knelpunten uit de praktijk. Provinciale en landelijke partners: Voor de verbinding met bredere programma’s wordt afgestemd met de provincie Fryslân, het Warmtefonds, SvN, het Nationaal Isolatieprogramma (NIP), RVO en het Ministerie van BZK. Met andere gemeentes uit de regio, die ook middelen van VHF hebben ontvangen, kan ervaring worden uitgewisseld en mogelijk samengewerkt in het betrekken van lokale stakeholders. Door dit brede netwerk van partners ontstaat een solide basis voor uitvoering, innovatie en versterkt het project in de lokale gemeenschap en bij de beleidsmakers & bestuurders.

De betrokkenheid van onderwijs en bedrijven draagt bovendien bij aan de maatschappelijke en economische impact van het project.

28

HOOFDSTUK 8: FINANCIËLE PARAGRAAF 8.1 TOTALE BEGROTING: KOSTEN WONINGVERBETERING, ADVIES, COÖRDINATIE, COMMUNICATIE De totale begroting voor het VHF-project in de gemeente Dantumadiel bedraagt € 7.659.500. Hiervan wordt € 5.361.650 aangevraagd bij het Volkshuisvestingsfonds (VHF), en € 2.297.850 wordt als cofinanciering ingebracht door gemeente. De begroting bestaat uit vier hoofdonderdelen, zie ook tabel 1: 1.

2. 3. 4.

Woningaanpak (primair spoor): Voor 186 particuliere woningen met energiearmoede is tussen de € 25.000 en € 30.000 per woning beschikbaar. Dit bedrag dekt de kosten voor isolatie, ventilatie, verwarming, en bouwtechnische maatregelen, inclusief btw en indien nodig aanvullend advies. Projectorganisatie en uitvoering: De kosten voor energieadvies, subsidieadvies, casemanagement, projectleiding, administratie, verantwoording, en monitoring Maatschappelijke voorzieningen en openbare ruimte): De renovatie en verduurzaming van dorpshuizen. Openbare ruimte: De verbetering van twaalf speeltuinen in zeven dorpen.

Actielijn

Volkshuisvestingsfonds Tekort voor VHF VHF-subsidie (70 %)

cofinanciering (30 %)

Primaire activiteiten Particuliere woningen Secundaire activiteiten Maatschappelijke voorzieningen Openbaar gebied Projectorganisatie

€ € € € € €

5.368.230,35 5.368.230,35 2.291.270,52 853.050,00 435.600,00 1.002.620,52

€ € € € € €

3.757.761,25 3.757.761,25 1.603.889,36 597.135,00 304.920,00 701.834,36

€ € € € € €

1.610.469,11 1.610.469,11 687.381,16 255.915,00 130.680,00 300.786,16

11,1% 5,7% 13,1%

Totaal

€ 7.659.500,87

€

5.361.650,61

€

2.297.850,26

100%

%. subsidie 70%

Tabel 1. Begroting VHF-project per actielijn. De totale begroting is nauwkeurig onderbouwd en vormt een solide financiële basis voor het realiseren van de doelen van het VHF-programma: het tegengaan van energiearmoede, het verbeteren van de woonkwaliteit en het versterken van de leefbaarheid in de dorpen van Dantumadiel. 8.2 COFINANCIERING: INZICHT IN BIJDRAGEN GEMEENTE Voor de uitvoering van het VHF-project in Dantumadiel wordt naast de bijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds ook ingezet gevraagd van de gemeente in de vorm van cofinanciering van 30%. In totaal bedraagt de cofinanciering €2.297.850,26, waarmee 30% van de totale projectkosten wordt gedekt. De cofinanciering is als volgt opgebouwd: •

•

Energieloket en VHF: de gemeente Dantumadiel stelt gedurende de periode 2026-2034 jaarlijks voor €100.000 euro beschikbaar voor het VHF-project, wat resulteert in een totale investering van €900.o00. Een voorwaarde voor deze financiering is dat het VHF-project tevens een fundament legt voor een goed functionerend energieloket, waar ook andere inwoners ondersteuning kunnen ontvangen voor het verduurzamen van hun woning. Projectorganisatie: de gemeente stelt 0,67 fte vanuit de formatie van het team Omgeving en Economie beschikbaar voor het VHF-project. Dit overeen met € 63.932 per jaar met een totaal van afgerond 575.000 euro over negen jaar. 29

•

• •

Nationaal Isolatieprogramma (NIP) en Klimaatakkoord: gemeente heeft in het verleden €200.00o beschikbaar gesteld voor het Nationaal Isolatieprogramma. Wij stellen voor deze middelen vrij te maken voor het VHF-project. Daarnaast zijn er nog 168.000 euro aan algemene middelen toegewezen als klimaatmiddelen die wij eveneens willen inzetten voor het VHF-project. Speeltuinbeleid: de gemeente heeft geld beschikbaar gesteld voor het speeltuinbeleid waarmee ook de cofinanciering van 130.680 gedekt kan worden. Reservering: De resterende benodigde cofinanciering van € 323.422 zal als reservering in de begroting worden vastgelegd voor het VHF. De verwachting is dat de gemeente in de komende negen jaar via verschillende projecten wil bijdragen aan maatschappelijke voorzieningen. Deze bedragen kunnen dan uit deze reservering worden betaald, mits ze voldoen aan de bestedingseisen vanuit het Volkshuisvestingsfonds. De uitgaven worden jaarlijks zorgvuldig gemonitord, intern besproken en indien nodig bijgesteld.

8.3 RAMING PER WONING EN DOELSTELLING KOSTENBEHEERSING Voor de verbetering van 186 particuliere woningen wordt binnen het VHF-project uitgegaan van een investering tussen € 25.000 en € 30.000 per woning, inclusief btw. Dit bedrag dekt zowel de technische maatregelen, zoals isolatie, ventilatie en verwarming, als eventuele bijkomende advieskosten. De totale investering voor het VHF-project is afhankelijk van de specifieke situatie van een woning. Zowel het type woning als de bestaande energetische staat spelen hierbij een bepalende rol. Reeds geïsoleerde bouwdelen kunnen de kosten verlagen, terwijl afwijkend onderhoud het budget zowel positief als negatief kan beïnvloeden. Vanwege deze praktijkverschillen is een flexibele subsidieregeling noodzakelijk om maatwerk te bieden dat aansluit bij de behoeften van bewoners. Daarbij is het belangrijk dat de subsidieregeling juridisch goed geborgd wordt. Daarom zullen de voorwaarden van de regeling verder worden uitgewerkt. In plaats van een standaard maximaal subsidiebedrag, heeft het de voorkeur om bewoners een vast subsidiepercentage per getroffen maatregel te bieden. Vanuit het Volkshuisvestingsfonds kan 80% van het totale bedrag worden gefinancierd, tot een maximum van €30.000. Dit betekent dat huishoudens voor iedere isolatie- of onderhoudsmaatregel aanspraak kunnen maken op 80% dekking uit het Volkshuisvestingsfonds.

Voor de resterende 20% kunnen zij in eerste instantie een lening afsluiten via het Warmtefonds. Door daarnaast gebruik te maken van aanvullende subsidies, zoals de ISDE en gemeentelijke of provinciale isolatiesubsidies, kan de noodzaak om een lening af te sluiten worden beperkt of zelfs geheel komen te vervallen.Het maximale subsidiebedrag van €30.000 geldt alleen voor inkomens tot 130% van het sociaal minimum. Zoals in hoofdstuk 3 is vermeld, stellen we voor om inkomens die daar net boven zitten in aanmerking te laten komen voor de VHF-subsidie. Aan de ene kant is het hoofddoel van dit project om energiearmoede te bestrijden en daar te ondersteunen waar de nood het hoogste ligt, namelijk bij de laagste inkomens. In de communicatieaanpak houden we daar ook rekening mee. Aan de andere kant willen we geen subgroep energiearmoede creëren bij de inkomens die daar net boven zitten en niet in aanmerking komen voor verschillende regelingen. Met een harde grens bestaat dat risico wel. Dat kan tot negatieve respons en minder draagvlak voor deze regeling leiden. Wellicht dat de laagste inkomens vanwege het stigma zich dan ook niet melden. Om die reden stellen we voor om met de volgende gestaffelde subsidie te werken: • Inkomens tot 130% van het sociaal minimum: 80% subsidie vanuit dit project met maximum van €30.000.

• Inkomens van 130% tot 140% van het sociaal minimum: 80% subsidie met maximum van €27.500 • Inkomens van 140% tot 150% van het sociaal minimum: 80% subsidie met maximum van €25.000 Doordat we werken met subsidiepercentage is het totale bedrag aan subsidie ook hoger bij woningen die meer isolatie en onderhoud nodig hebben. Op die manier bieden we maatwerk aan de verschillen in de praktijk.

30

Deze aanpak zorgt ervoor dat de beschikbare middelen doelgericht worden ingezet, risico’s worden beperkt en het programma voor de gehele doelgroep van 186 woningen binnen het gestelde budget uitgevoerd kan worden. 8.4 COULANCEREGELING VOOR SCHRAPPEN VAN DE EIGEN BIJDRAGE In het VHF-project wordt uitgegaan van een eigen bijdrage van circa 20% voor particuliere woningeigenaren. Deze bijdrage kan worden gefinancierd via een lening (bijvoorbeeld via het Volkshuisvestingsfonds of het Warmtefonds), of worden verlaagd door gebruik te maken van aanvullende subsidies, zoals de ISDE of de NIPregeling. Hoewel deze eigen bijdrage belangrijk is voor draagvlak en eigenaarschap, kan zij voor kwetsbare huishoudens een drempel vormen om deel te nemen aan het traject. Om ervoor te zorgen dat ook deze huishoudens toegang houden tot verduurzaming en ondersteuning, is binnen het project een coulanceregeling opgenomen. Op basis van deze regeling kan de eigen bijdrage in uitzonderlijke gevallen komen te vervallen. De coulanceregeling fungeert als vangnet voor inwoners bij wie de eigen bijdrage financieel of sociaal onhaalbaar blijkt, ondanks ondersteuning en alternatieve financieringsopties. Wel moet worden benadrukt dat deze regeling in de op te stellen subsidieregeling juridisch goed onderbouwd en uitgewerkt moet worden, zodat zij binnen de geldende kaders toepasbaar en houdbaar is.

Werkwijze en volgorde Bij elke deelnemer wordt eerst, samen met de casemanager, onderzocht in hoeverre de vereiste 20% eigen bijdrage volledig of grotendeels gedekt kan worden via aanvullende subsidies (zoals ISDE, NIP of gemeentelijke regelingen). In veel gevallen zal dit voldoende zijn. Pas wanneer blijkt dat deze subsidieopties onvoldoende dekking bieden én er geen passende lening mogelijk is, wordt de coulanceregeling overwogen als laatste redmiddel. Situaties waarin coulance mogelijk is De coulanceregeling kan worden toegepast in de volgende situaties: • Ernstige schuldenproblematiek of budgetbeheer: het huishouden staat onder bewind, heeft problematische schulden of zit in een schuldhulpverleningstraject. • Zeer lage inkomenspositie: het huishouden leeft van alleen AOW, bijstand, Wajong of andere inkomensvormen die (structureel) onder het sociaal minimum liggen. • Beperkte financiële draagkracht: het huishouden is afgewezen voor een lening bij het Warmtefonds of SvN én komt niet in aanmerking voor aanvullende subsidies, of de woonlasten zijn al te hoog ten opzichte van het inkomen. • Gezondheidssituatie of beperkte zelfredzaamheid: de bewoner kampt met ernstige fysieke of mentale beperkingen waardoor het zelfstandig regelen van financiering niet haalbaar is.

• Zorgsituatie: alleenstaande oudergezinnen of mantelzorgers zonder netwerk of ruimte om een eigen bijdrage te dragen. • Leeftijd en levensfase: 80-plussers zonder erfgenamen of plannen voor verkoop, waarbij de investering weinig perspectief op terugverdientijd biedt.

31

Uitvoering en beoordeling De beoordeling van een coulanceverzoek vindt plaats door de casemanager in overleg met de projectleiding. Hiervoor wordt een vast aanvraagformulier gehanteerd. Bij twijfel wordt advies gevraagd aan het sociaal domein of de betrokken welzijnsorganisatie. De coulanceregeling wordt zorgvuldig toegepast om de financiële draagkracht van het project te waarborgen. Daarom is afgesproken dat maximaal 25% van het totaal aantal deelnemers in aanmerking kan komen voor volledige kwijtschelding van de eigen bijdrage. Door deze regeling te hanteren, blijft het project toegankelijk voor álle inwoners – ook voor degenen die anders buiten de boot zouden vallen – zonder af te doen aan het uitgangspunt van eigen verantwoordelijkheid.

8.5 TOELICHTING OP BEREKENING PROJECTTEKORT EN DEKKING De begroting van het VHF-project is opgesteld op basis van een sluitende financiering, waarbij de gevraagde bijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds (VHF) en de gemeentelijke cofinanciering gezamenlijk alle noodzakelijke projectonderdelen dekken. In het rekenmodel is echter bewust rekening gehouden met een mogelijke marge in het projecttekort, bijvoorbeeld als gevolg van tegenvallende deelname of hogere uitvoeringskosten. Een belangrijk uitgangspunt is de balans tussen de primaire activiteiten (woningverbeteringen) en de secundaire activiteiten, zoals investeringen in dorpshuizen, speeltuinen en de projectorganisatie. Voor de secundaire activiteiten geldt een maximum van 30% van de totale projectkosten. In de praktijk betekent dit dat eerst voldoende voortgang moet worden geboekt op het gebied van woningverbetering, voordat er substantiele uitgaven aan secundaire onderdelen gedaan kunnen worden. Een voordeel hierbij is dat deze balans over de volledige looptijd van tien jaar mag worden gerealiseerd. Om het risico op toekomstige tekorten te beheersen, zijn de volgende beheersmaatregelen opgenomen: • • • •

Regie op kosten per woning via standaardoffertes en een bedrijvenpool; Actieve monitoring van deelname, voortgang en werkelijke uitgaven; Flexibiliteit in fasering en uitvoering op basis van actuele inzichten; Actieve inzet op aanvullende financieringsbronnen, zoals het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) en de CDOKE-regeling.

Mocht zich ondanks deze maatregelen toch een onvoorzien tekort voordoen, dan wordt dit tijdig besproken met het college en de gemeenteraad. Deze aanpak waarborgt dat het project financieel beheersbaar en uitvoerbaar blijft, met voldoende zekerheid voor het behalen van de beoogde maatschappelijke impact. 8.6 INZET VAN BESTAANDE MIDDELEN (NIP, KLIMAATMIDDELEN, FORMATIE, ETC.) Voor de uitvoering van het VHF-project in Dantumadiel wordt actief gebruikgemaakt van bestaande regelingen, budgetten en instrumenten die beschikbaar zijn vanuit het Rijk en de provincie. Deze middelen dragen bij aan het vergroten van de impact, het beperken van het gevraagde subsidiebedrag uit het VHF en het versterken van de uitvoeringscapaciteit. Nationaal Isolatieprogramma (NIP): Voor woningen in de doelgroep waarvoor isolatiemaatregelen worden getroffen, wordt waar mogelijk gebruikgemaakt van middelen uit het NIP. Dit verlaagt de netto kosten voor het project en vergroot de haalbaarheid van maatregelen per woning. ISDE-regeling: De Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) wordt ingezet voor woning gebonden maatregelen zoals warmtepompen, zonneboilers en isolatie. De subsidieadviseur ondersteunt bewoners bij het aanvragen van deze regelingen, zodat de VHF-middelen maximaal worden aangevuld.

32

Warmtefonds en SvN: Voor bewoners die aanvullende financiering nodig hebben, wordt verwezen naar het Warmtefonds (zonder inkomenstoets voor lage inkomens) en het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SvN). Dit maakt het mogelijk om met beperkte VHF-middelen een groter effect te bereiken. Formatie en capaciteit: Binnen de gemeentelijke organisatie worden bestaande formatie-uren voor duurzaamheid, armoedebestrijding, communicatie en sociaal beleid benut voor het project. Waar nodig wordt dit aangevuld met tijdelijke inhuur, gefinancierd uit de VHF-bijdrage of andere beschikbare middelen. Overige bronnen: Isolatiesubsidie van de provincie Fryslân, via een bijdragen vanuit Windpark Fryslân. Energiebank Fryslân kan kosteloos een energieadviseur inzetten voor ongeveer 5 uur per woning. Mogelijk komen er nog meer toekomstige subsidies en regelingen beschikbaar.

33

HOOFDSTUK 9: PLANNING EN FASERING 9.1 LOOPTIJD VAN HET PROJECT: 2026 –2034 Het VHF-project in de gemeente Dantumadiel wordt uitgevoerd over een periode van tien jaar, van eind 2024 tot eind 2034. Deze lange looptijd is noodzakelijk om recht te doen aan het gefaseerd benaderen en begeleiden van de doelgroep, de intensieve ondersteuning die nodig is per huishouden, en de samenhang met andere beleidsdoelen zoals armoedebestrijding, leefbaarheid en de warmtetransitie. De projectstructuur maakt het mogelijk om jaarlijks voortgang te boeken in clusters van woningen en dorpen. In de eerste jaren ligt de focus op het werven van deelnemers met de laagste inkomens, het opbouwen van het team en het implementeren van werkprocessen. In de middenfase (2027–2030) wordt de uitvoering opgeschaald en worden ook mensen met 140% en 150% van het sociaal minimum ook actief benaderd. In de laatste jaren (2031–2034) ligt de nadruk op afronding, nazorg, monitoring en borging. De looptijd van tien jaar biedt ruimte voor maatwerk, leren en bijsturen. De gemeente Dantumadiel bewaakt de voortgang via jaarlijkse plannings- en verantwoordingsmomenten, gekoppeld aan de monitoring zoals beschreven in hoofdstuk 10.

9.2 FASEN IN DE UITVOERING: WERVING, INTAKE, ADVIES, UITVOERING, NAZORG De uitvoering van het VHF-project in Dantumadiel verloopt in vijf samenhangende fasen die afgestemd zijn op de behoeften van de doelgroep en de praktische uitvoerbaarheid: 1.

2.

3.

4.

5.

Werving: In deze fase worden de woningeigenaren in de doelgroep benaderd via brieven, huis-aanhuisacties, inloopmomenten en communicatie via dorpsnetwerken. Persoonlijke benadering en het opbouwen van vertrouwen staan hierin centraal. In de eerste fase worden vooral inwoners met inkomen tot 130% van sociaal minimum benaderd. Zodat ze inwoners met het laagste inkomen als eerste de kans geven om mee te doen VHF-project. Intake: Wanneer een bewoner zich aanmeldt, volgt een intakegesprek met de casemanager of energiecoach. Hierbij wordt de persoonlijke situatie in kaart gebracht en wordt de bewoner meegenomen in het verdere traject. Advies: Vervolgens wordt een onafhankelijk energieadviseur ingeschakeld die de woning opneemt en een maatwerkadvies opstelt. De casemanager bespreekt dit advies met de bewoner en helpt bij het maken van keuzes. Uitvoering: In overleg met de bewoner worden offertes aangevraagd en wordt de uitvoering van de maatregelen ingepland. De casemanager begeleidt het proces en bewaakt de voortgang. Indien nodig wordt aanvullende ondersteuning geregeld. Nazorg: Na afronding van de maatregelen vindt een evaluatie plaats met de bewoner. Eventuele restpunten worden opgepakt en bewoners geven feedback op het proces. De casemanager blijft aanspreekpunt voor vragen en eventuele vervolgacties.

Deze fasering maakt het mogelijk om bewoners goed te begeleiden en het project beheersbaar en gefaseerd uit te voeren. Voor de het doorlopen van de fasen worden bepaalde termijn gehanteerd, maar is ook afhankelijk van de behoefte van de bewoner. Door per fase duidelijke verantwoordelijkheden en tijdlijnen te hanteren, ontstaat er rust en overzicht in het traject voor zowel bewoners als uitvoerende partijen.

34

9.3 JAARPLANNING EN OPLEVERMOMENTEN De uitvoering van het VHF-project wordt per kalenderjaar gepland en geëvalueerd. Aan het begin van elk jaar stelt het projectteam een werkplan op met concrete doelen, te benaderen adressen, geplande uitvoering en communicatieacties. De jaarplanning is flexibel, zodat deze aangepast kan worden aan actuele ontwikkelingen, zoals de beschikbaarheid van uitvoerende partijen, aanmeldingen van bewoners en subsidieregelingen. Voor elk uitvoeringsjaar worden de volgende mijlpalen vastgelegd: • Aantal te benaderen woningen en geplande huisbezoeken; • Aantal te realiseren woningverbeteringen (uitvoering); • Beoogde voortgang in het secundaire spoor (speeltuinen, dorpshuizen); • Monitoring- en rapportagemomenten (voorjaar en najaar); • Evaluatie- en leerbijeenkomsten met stakeholders. Daarnaast worden jaarlijks de resultaten gedeeld met college en raad via een voortgangsrapportage. Hierin worden ook eventuele bijstellingen in planning of inzet onderbouwd. De jaarplanning vormt zo een dynamisch sturingsinstrument waarmee op basis van ervaringen en data wordt bijgestuurd. De oplevermomenten zijn gekoppeld aan het ritme van de monitoring zoals uitgewerkt in hoofdstuk 10. Hierin wordt ook de koppeling gemaakt met de bredere warmtetransitie en gemeentelijke doelen rondom armoedebestrijding en leefbaarheid.

9.4 KRITIEKE SUCCESFACTOREN EN RISICOBEHEERSING Voor een succesvolle uitvoering van het VHF-project in Dantumadiel zijn verschillende randvoorwaarden en kritieke succesfactoren van belang. Daarnaast is het belangrijk om mogelijke risico’s vroegtijdig te signaleren en hier passende beheersmaatregelen voor in te richten. Belangrijke succesfactoren zijn: • Een goed functionerende en toegankelijke projectorganisatie met duidelijke aanspreekpunten voor bewoners; • De inzet van casemanagers, energiecoaches en adviseurs die aansluiten bij de doelgroep; • Voldoende capaciteit in de uitvoering bij aannemers, installateurs en adviesbureaus; • Vertrouwen en actieve betrokkenheid van vrijwilligers en maatschappelijke partners; • Heldere communicatie en toegankelijke informatievoorziening in begrijpelijke taal; • Een stabiele en flexibele projectfinanciering, inclusief benutting van bestaande regelingen zoals ISDE, NIP en Warmtefonds. Belangrijke risico’s en beheersmaatregelen zijn: • Laag bereik of beperkte deelname van bewoners: persoonlijke benadering, inzet van lokale netwerken en extra aanbelacties. • Tekort aan uitvoeringscapaciteit of prijsstijgingen: werken met een bedrijvenpool, standaardoffertes en jaarlijkse evaluatie van kosten. • Financiële risico’s door wijzigingen in regelingen of subsidies: inzet subsidieadviseur, jaarlijkse bijstelling van de begroting.

• Complexe individuele situaties bij bewoners: inzet van welzijnsorganisaties en vrijwilligersnetwerken voor aanvullende begeleiding. • Voorwaarden vanuit VHF: projectleiding dat de voorwaarden vanuit VHF goed worden uitgevoerd. Uitgave in lijn met kader VHF uitvoeren. Door deze risico’s structureel te monitoren en flexibel te sturen op de uitvoeringspraktijk, blijft het project beheersbaar en kunnen ook kwetsbare huishoudens succesvol worden bereikt en ondersteund.

35

HOOFDSTUK 10: MONITORING EN EVALUATIE 10.1 DOELEN EN INDICATOREN De monitoring van het VHF-project in Dantumadiel richt zich op het meten van de voortgang, effectiviteit en impact van de uitgevoerde activiteiten. Hierbij wordt gewerkt met een set van concrete, meetbare indicatoren die aansluiten bij de doelstellingen van het project, zoals het terugdringen van energiearmoede, het verbeteren van de woningkwaliteit en het versterken van de leefbaarheid in de dorpen. De monitoring kent zowel kwantitatieve als kwalitatieve componenten. Belangrijke indicatoren zijn onder andere: • • • • • • • • •

Aantal bereikte huishoudens (werving); Aantal uitgevoerde energieadviezen en intakegesprekken; Aantal woningen waarin maatregelen zijn uitgevoerd; Gemiddelde energiebesparing per woning (in euro's en kWh); Verdeling naar dorpen, inkomensgroepen en woningtypen; Mate van tevredenheid onder bewoners (evaluatie); Aantal dorpshuizen en speeltuinen dat is opgeknapt; Beleving van leefbaarheid en sociale cohesie (kwalitatieve feedback); Gebruik van aanvullende regelingen zoals ISDE of NIP.

De gegevens worden verzameld door de casemanagers, energieadviseurs en uitvoerende partijen, en worden centraal geregistreerd binnen de gemeentelijke projectadministratie. Jaarlijks worden de resultaten geanalyseerd en vergeleken met de oorspronkelijke planning en doelen. De inzet op monitoring zorgt ervoor dat het project transparant, leergericht en sturend wordt uitgevoerd. Bovendien vormt het de basis voor de verantwoording richting het rijk, gemeenteraad en partners. 10.2 NULMETING, VOORTGANGSCONTROLE EN EINDEVALUATIE Om de effecten van het VHF-project goed te kunnen meten, wordt gewerkt met een nulmeting, periodieke voortgangsmetingen en een eindevaluatie. Deze drie meetmomenten vormen samen een lerende cyclus waarmee de impact van het programma zichtbaar wordt gemaakt en bijsturing mogelijk is. Nulmeting: Aan het begin van het project wordt per deelnemend huishouden een nulmeting uitgevoerd. Deze omvat gegevens over de energieprestatie van de woning, de energielasten, het inkomen van het huishouden, het comfortniveau en eventuele bredere problematiek (zoals schulden of taalvaardigheid). Ook worden gegevens verzameld over de staat van dorpshuizen en speeltuinen voorafgaand aan de investering. Voortgangscontrole: Gedurende het project worden jaarlijks voortgangsmetingen uitgevoerd.

Deze zijn gericht op het aantal uitgevoerde maatregelen, het gerealiseerde bereik, de benutting van regelingen (zoals ISDE en NIP), en tussentijdse inzichten vanuit de praktijk. De voortgang wordt besproken met het projectteam, gedeeld met betrokken partners en opgenomen in de rapportage aan college en raad. Eindevaluatie: Aan het einde van de looptijd (2034) vindt een eindevaluatie plaats, waarin de bereikte resultaten worden afgezet tegen de oorspronkelijke doelstellingen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van herhaalde metingen bij een steekproef van deelnemers, evenals van interviews en casusanalyses. De eindevaluatie levert waardevolle lessen op voor de verdere verduurzamingsaanpak binnen de gemeente. Tijdens de looptijd van VHF-project zal deze input al gebruikt worden om het energieloket voor alle inwoners verder te verbeteren. Daarnaast wordt jaarlijks SiSa-verantwoording afgelegd richting het Rijk (Ministerie van BZK). Deze verantwoording is verplicht en bevat financiële en inhoudelijke gegevens over de voortgang van het project. De SiSa36

verantwoording wordt opgesteld in samenwerking met de financiële administratie van de gemeente en sluit aan op de monitoringstructuur zoals hierboven beschreven. Door deze gestructureerde meetmomenten wordt geborgd dat het project niet alleen uitvoerbaar is, maar ook aantoonbaar effectief bijdraagt aan het verminderen van energiearmoede en het versterken van de leefbaarheid in Dantumadiel. 10.3 SYSTEMATIEK EN GEBRUIK VAN DIGITALE TOOLS Voor het structureren, volgen en evalueren van het VHF-project wordt gebruikgemaakt van digitale tools waarover de gemeente al beschikt. Daarnaast wordt er nog gekeken naar alternatieven, zo gebruikt Energiebank Fryslân een ander systeem waar we mogelijk ook gebruik van kunnen maken. Op dit moment gebruikt de gemeente Rex voor het registeren van contact met inwoners. Vanuit team Duurzaamheid wordt op adres niveau de Assist tool van het Duurzaam Bouwloket gebruikt. Deze partij verzorgt ook ons digitale energieloket met daarbij een telefonische helpdesk. De gekozen tool ondersteunt de volgende functies: • • • • •

Registratie van deelnemers, intakegegevens en voortgang per woning; Koppeling van energieadvies, subsidieaanvragen en uitvoeringsstatus; Rapportagemogelijkheden op individueel, dorps- en projectniveau; Invoer van monitoringgegevens gekoppeld aan de indicatoren zoals benoemd in paragraaf 10.1; Beveiligde toegang voor casemanagers, energieadviseurs en projectleiding.

De data-invoer gebeurt grotendeels via de casemanager, energiecoach en de adviseur subsidies en leningen op basis van vaste formulieren en checklists. Ook worden rapportages van externe adviseurs digitaal gekoppeld aan het systeem. De projectleider bewaakt de datakwaliteit en zorgt voor jaarlijkse export van gegevens ten behoeve van voortgangsrapportages en verantwoording richting het Rijk. Door gebruik te maken van zoveel mogelijk bestaande systemen wordt voorkomen dat het project te administratief belastend wordt voor uitvoerende partijen, terwijl de transparantie en sturingsinformatie op orde blijft. 10.4 JAARLIJKSE RAPPORTAGE AAN COLLEGE EN RAAD Om de voortgang en effecten van het VHF-project transparant en bestuurlijk verankerd te houden, wordt jaarlijks gerapporteerd aan het college van burgemeester en wethouders én aan de gemeenteraad van Dantumadiel. Deze rapportage vindt plaats in de vorm van een voortgangsrapportage die aansluit bij de cyclus van monitoring en evaluatie, zoals beschreven in de voorgaande paragrafen. De rapportage bevat ten minste: • • • • • • •

Het aantal bereikte en geholpen huishoudens; De stand van zaken per fase (advies, uitvoering, nazorg); De voortgang in het secundaire spoor (dorpshuizen en speeltuinen); Gegevens over benutting van regelingen (VHF, ISDE, NIP); Bewonersfeedback en klanttevredenheid; Financieel overzicht inclusief cofinanciering gemeente; Signalering van knelpunten en bijsturingsmaatregelen.

De voortgangsrapportages worden besproken in het projectteam, afgestemd met betrokken partners, portefeuille overleg en via een raadsinformatiebrief gedeeld met de raad. Waar nodig wordt een formeel raadsvoorstel opgesteld, bijvoorbeeld bij wijzigingen in de begroting, scope of fasering. 37

Deze rapportagecyclus zorgt voor betrokkenheid van het lokaal bestuur, bevordert het lerend vermogen van het project en biedt zicht op de maatschappelijke opbrengst van de inzet vanuit het Volkshuisvestingsfonds. 10.5 KOPPELING MET BREDERE MONITORING WARMTETRANSITIE EN ARMOEDE De monitoring van het VHF-project wordt expliciet gekoppeld aan bredere gemeentelijke opgaven, zoals de warmtetransitie en de aanpak van armoede. Door integrale monitoring ontstaat inzicht in de samenhang tussen fysieke woningverbetering, sociale ondersteuning en duurzaamheidsdoelen. In het kader van de warmtetransitie sluit de monitoring van het VHF-project aan op de Warmtetransitievisie en het op te stellen Warmteprogramma. De gegevens uit het woningverbeteringstraject geven waardevolle informatie over de staat van de particuliere woningvoorraad, het tempo van verduurzaming en het draagvlak onder bewoners. Deze inzichten worden gebruikt bij de communicatiestrategie in het Warmteprogramma. Daarnaast levert het project data op over inkomens, energiearmoede en ondersteuningsbehoeften van huishoudens. In bepaalde situaties kan het goed zijn om deze gegevens te delen met het sociaal domein en ingezet worden om gerichter beleid te voeren op het gebied van armoedebestrijding en bestaanszekerheid.

Waar nodig worden koppelingen gelegd met gemeentelijke regelingen voor bijzondere bijstand, energietoeslagen of schuldhulpverlening. Door deze koppeling ontstaat een integrale monitoringsstructuur die niet alleen de voortgang van het VHFproject zichtbaar maakt, maar ook bijdraagt aan bredere beleidsontwikkeling en effectmeting op gemeentelijk niveau.

38

BRONVERMELDING Centraal Bureau voor de Statistiek. (2023). Energiearmoede in Nederland. Den Haag/Heerlen: CBS. CE Delft & Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. (2021). Standaard en streefwaarden woningisolatie. Delft/Den Haag: CE Delft/RVO. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2023). Meerjarige regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting 2023. Den Haag: Ministerie van BZK. TNO. (2021). Energiearmoede in kaart 2021. Delft: TNO. TNO. (2024). Energiearmoede en woningverbetering (Rapport R11715). Delft: TNO. Gemeente Dantumadiel. (2021). Warmtetransitievisie Dantumadiel. Data Fryslân. (2020). Regionale data energiearmoede en woningvoorraad. Leeuwarden: Data Fryslân. Stichting Elkenien Grien. www.elkeniengrien.nl. Energiebank Fryslân. Eigen Woningen Plan. energiebank.frl. Yfke. wijzijnyfke.nl

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=6f9ef9a6-df34-4bae-bbd4-d3632fc324a4