CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan van Aanpak Volkshuisvestingsfonds v1.0

Raadsvergadering (Dantumadiel) 28 oktober 2025, gemeente DantumadielBij agendapunt: Aanpak Volkshuisvestingsfonds14.704 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Plan van Aanpak Volkshuisvestingsfonds

Colofon Opdrachtgever:

College van Burgemeester en Wethouders Dantumadiel

Projectleiding:

Werkgroep Volkshuisvestingsfond Gemeente Dantumadiel

Contactpersoon:

Haaije Koenders, Projectleider

Partners:

Stichting Elkenien Grien, Energiebank Fryslân, welzijnsorganisatie Yfke, lokale ondernemers

Datum

September 2025

Versie

1.0

Status

Definitief

Auteurs

Haaije Koenders, Meindert Pander en Wianka Bosch

Dank aan

Sander Elverdink, Theo Nieuwhuizen en Bart Gorter.

Gemeente Dantumadiel Hynsteblom 4 9104 BR Damwâld info@dantumadiel.frl https://www.dantumadiel.frl 1

INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave ................................................................................................................................................. 2 Voorwoord ....................................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 1: Inleiding en Aanleiding ................................................................................................................ 5 1.1 Nationale beleidskaders en het Volkshuisvestingsfonds .......................................................................... 5 1.2 Context van energiearmoede in Dantumadiel ......................................................................................... 6 1.3 Doelstelling van deze aanvraag ............................................................................................................... 7 1.4 Beleidskaders en verbinding met bredere maatschappelijke opgaven ..................................................... 7 Hoofdstuk 2: De aanvraag binnen de VHF-regeling .......................................................................................... 9 2.1 Doel en scope van de aanvraag ...............................................................................................................

9 2.2 Primaire herstructureringsactiviteiten (woningverbetering) .................................................................... 9 2.3 Secundaire activiteiten (maatschappelijke voorzieningen, openbare ruimte) ........................................ 10 2.4 Geografische afbakening van het projectgebied ................................................................................... 10 2.5 Verwachte impact en resultaten ............................................................................................................ 12 Hoofdstuk 3: Doelgroep en woningselectie ......................................................................................................13 3.1 Definitie doelgroep: particuliere woningeigenaren met laag inkomen ....................................................13 3.2 Selectiecriteria .......................................................................................................................................13 3.4 Samenwerking met woningcorporaties en welzijns- en bewonersorganisaties ...................................... 14 Hoofdstuk 4: Bereik en communicatie ............................................................................................................ 15 4.1 Strategie voor doelgroepbenadering .....................................................................................................

15 4.2 Participatie-aanpak: bewoners betrekken en ondersteunen .................................................................. 16 4.3 Samenwerking met Elkenien Grien, Energiebank en vrijwilligers ............................................................ 17 4.4 Communicatiemiddelen en -kanalen ...................................................................................................... 17 4.5 Monitoring van bereik ........................................................................................................................... 18 Hoofdstuk 5: Het ondersteuningstraject voor woningeigenaren ..................................................................... 19 5.1 Algemene opzet en uitgangspunten ...................................................................................................... 19 5.2 Casemanagement: persoonlijke begeleiding van A tot Z ....................................................................... 20 5.3 Onafhankelijk energieadvies: inhoud en vorm ....................................................................................... 20 5.4 Financieel advies: subsidies, leningen en doorverwijzingen ................................................................... 22 5.5 Uitvoering: offertes, begeleiding en kwaliteitsborging ..........................................................................

22 5.6 Nazorg: monitoring en bewonersfeedback............................................................................................ 23 5.7 Rol van welzijnsorganisaties bij kwetsbare huishoudens ........................................................................ 23 Hoofdstuk 6: Het secundaire spoor – maatschappelijke voorzieningen en openbare ruimte ........................... 24 6.1 Doel en functie van het secundaire spoor .............................................................................................. 24 6.2 Verduurzaming en renovatie van dorpshuizen ...................................................................................... 24 6.3 Verbetering van twaalf speeltuinen in zeven dorpen ............................................................................. 24

2

6.4 Betrokkenheid van dorpsbelangen, verenigingen en inwoners .............................................................. 25 6.5 Samenhang met woningaanpak en bredere leefbaarheidsopgave......................................................... 25 Hoofdstuk 7: Projectorganisatie en governance .............................................................................................. 26 7.1 Opbouw van de projectorganisatie ........................................................................................................ 26 7.2 Taken en rollen: projectleider, casemanagers, adviseurs, vrijwilligers .................................................... 26 7.3 Aansluiting op gemeentelijke organisatie en energieloket ..................................................................... 27 7.4 Sturing, overlegstructuren en besluitvorming ....................................................................................... 27 7.5 Betrokken stakeholders en partners (inclusief onderwijs en bedrijven) .................................................. 28 Hoofdstuk 8: Financiële paragraaf .................................................................................................................. 29 8.1 Totale begroting: kosten woningverbetering, advies, coördinatie, communicatie .................................

29 8.2 Cofinanciering: inzicht in bijdragen gemeente ...................................................................................... 29 8.3 Raming per woning en doelstelling kostenbeheersing ........................................................................... 30 8.4 Coulanceregeling voor schrappen van de eigen bijdrage ........................................................................31 8.5 Toelichting op berekening projecttekort en dekking ............................................................................. 32 8.6 Inzet van bestaande middelen (NIP, klimaatmiddelen, formatie, etc.) .................................................. 32 Hoofdstuk 9: Planning en fasering .................................................................................................................. 34 9.1 Looptijd van het project: 2026–2034 ..................................................................................................... 34 9.2 Fasen in de uitvoering: werving, intake, advies, uitvoering, nazorg ....................................................... 34 9.3 Jaarplanning en oplevermomenten ....................................................................................................... 35 9.4 Kritieke succesfactoren en risicobeheersing ..........................................................................................

35 Hoofdstuk 10: Monitoring en evaluatie ........................................................................................................... 36 10.1 Doelen en indicatoren ......................................................................................................................... 36 10.2 Nulmeting, voortgangscontrole en eindevaluatie ................................................................................ 36 10.3 Systematiek en gebruik van digitale tools ............................................................................................. 37 10.4 Jaarlijkse rapportage aan college en raad ............................................................................................. 37 10.5 Koppeling met bredere monitoring warmtetransitie en armoede ........................................................ 38 Bronvermelding ............................................................................................................................................. 39

3

VOORWOORD Stijgende energieprijzen raken ons allemaal, maar vooral inwoners met een kleinere portemonnee. Voor hen betekent een slecht geïsoleerd huis niet alleen een hoge rekening, maar ook een dagelijks voelbare druk. Juist daarom zijn we blij dat we met het Volkshuisvestingsfonds samen deze uitdaging te lijf kunnen gaan. Dit fonds helpt gemeenten niet alleen om particuliere woningen te verduurzamen en energieverlies tegen te gaan, maar ook om direct de leefbaarheid in wijken en dorpen te versterken. Voor onze gemeente betekent dit dat we 186 particuliere koopwoningen met een laag energielabel kunnen aanpakken, terwijl we tegelijkertijd investeren in een fijnere woonomgeving met betere voorzieningen, zoals speeltuinen en dorpshuizen. Zo dragen we bij aan een duurzamere toekomst én zorgen we dat energiearmoede vermindert. Ons plan met het Volkshuisvestingsfonds laat zien dat we de transitie samen kunnen maken: met oog voor duurzaamheid én voor bestaanszekerheid. In dit plan van aanpak kunt u lezen hoe we dat gaan doen. Wiebe Strikwerda Wethouder Duurzaamheidrd

4

HOOFDSTUK 1: INLEIDING EN AANLEIDING 1.1 NATIONALE BELEIDSKADERS EN HET VOLKSHUISVESTINGSFONDS De nationale overheid heeft de afgelopen jaren verschillende beleidsinstrumenten ontwikkeld om de energietransitie te versnellen, de woningvoorraad te verduurzamen en de leefbaarheid in kwetsbare wijken te verbeteren. Eén van deze instrumenten is het Volkshuisvestingsfonds (VHF), dat in het leven is geroepen door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Het Volkshuisvestingsfonds is bedoeld om gemeenten te ondersteunen bij de herstructurering en kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad in kwetsbare gebieden. Het fonds is gericht op het aanpakken van energiearmoede, het verbeteren van woonkwaliteit, het vergroten van de leefbaarheid en het bevorderen van duurzaamheid. Gemeenten kunnen via het VHF een bijdrage aanvragen voor investeringen in woningen en de directe woonomgeving. Belangrijke randvoorwaarden van het VHF zijn: • • •

Gemeenten dienen minimaal 30% van het projecttekort zelf te cofinancieren. De projecten moeten bijdragen aan één of meerdere doelen: fysieke herstructurering, verbetering van energieprestaties, leefbaarheid en het verminderen van sociale problematiek. Er moet sprake zijn van een integrale aanpak waarin bewonersparticipatie, samenwerking met maatschappelijke partners en monitoring zijn geborgd.

De inzet van het VHF sluit aan op andere nationale programma's, zoals het Nationaal Isolatieprogramma (NIP), de Regio Deals en het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Deze samenhangende inzet moet zorgen voor versnelling en impact in gebieden waar de noodzaak groot is. Voor Dantumadiel betekent dit concreet dat de VHF-aanvraag gericht is op het verduurzamen van 186 particuliere koopwoningen met een laag energielabel in combinatie met het verbeteren van de leefomgeving via de opknap van speeltuinen en dorpshuizen. Door deze aanpak draagt het project bij aan meerdere beleidsdoelen op rijksniveau: het tegengaan van energiearmoede, het verbeteren van bestaanszekerheid en het versterken van krimpregio’s. In de vierde aanvraagronde is voor deze aanpak een bedrag van € 5.361.651,00 toegekend.

5

1.2 CONTEXT VAN ENERGIEARMOEDE IN DANTUMADIEL De gemeente Dantumadiel kent een relatief groot aandeel oudere, vrijstaande woningen met lage energieprestaties. In combinatie met een bovengemiddeld aantal huishoudens met een laag inkomen, leidt dit tot een verhoogd risico op energiearmoede. Energiearmoede houdt in dat huishoudens een onevenredig groot deel van hun inkomen besteden aan energiekosten, waardoor zij minder financiële ruimte overhouden voor andere levensbehoeften. In de gemeente Dantumadiel is het aantal huishoudens met een laag inkomen in combinatie met hoge energierekening of een slecht geïsoleerde woning hoog. Al schommelen deze cijfers de afgelopen jaren wel. In 2019 had Dantumadiel met 14,2% het hoogste percentage van Friesland, zie figuur 1. In 2023 zitten we met 5,3% nog een stuk boven het landelijk gemiddelde, maar scoren we in verhouding met andere Friese gemeenten niet uitzonderlijk hoog. Dat is een gunstige ontwikkeling. Een deel van deze daling komt echter door compensatie vanuit het Rijk via de energietoeslag.

Figuur 1

Een recente studie van het Centraal Bureau voor de Statistiek becijferde zelfs dat de energiearmoede in het jaar 2023 op landelijk niveau lager was dan voor de energiecrisis (zie Figuur2). Door de verschillende compensatiemaatregelen betrof dit nog maar circa 5% van de huishoudens. Zonder maatregelen was dit zo’n 11% geweest. Deze daling heeft ook alles te maken met de prijzen voor elektra en gas, die inmiddels weer met een factor 2 á 3 zijn gedaald. Echter, decompensatiemaatregelen hebben het effect van de hogere prijzen niet zozeer weggenomen, maar eerder gedempt. Maatregelen zoals de energietoeslag waren namelijk maar van incidentele aard. Hoewel het hoogtepunt van de energiecrisis inmiddels achter ons ligt, blijven huishoudens in energiearmoede daarom vatbaar voor prijsschommelingen van energie. Die vatbaarheid kan alleen verlaagd worden met structurele oplossingen, namelijk door de energievraag van woningen terug te dringen Figuur 2 via verduurzaming. 6

De aanpak van energiearmoede is voor Dantumadiel daarom urgent. Tegelijk biedt het ook kansen: het verbeteren van de energieprestatie van woningen levert niet alleen lagere energielasten op, maar draagt ook bij aan het wooncomfort, de gezondheid en de waardevermeerdering van woningen [TNO 2024 R11715]. Dit plan van aanpak richt zich specifiek op het ondersteunen van 186 particuliere huishoudens in energiearmoede bij het verduurzamen van hun woning, met inzet van middelen uit het Volkshuisvestingsfonds. 1.3 DOELSTELLING VAN DEZE AANVRAAG De gemeente Dantumadiel heeft als doel met deze aanvraag bij het Volkshuisvestingsfonds (VHF) de structurele verbetering van de woon- en leefomgeving in kwetsbare delen van de gemeente te realiseren. Centraal hierin staat de aanpak van energiearmoede onder particuliere woningeigenaren met een laag inkomen. Door middel van een integrale benadering wordt ingezet op het verbeteren van de energieprestatie van 186 particuliere koopwoningen, het herstellen van achterstallig onderhoud en het verhogen van het wooncomfort en de gezondheidssituatie van bewoners. Daarnaast omvat het project secundaire actielijnen gericht op het versterken van maatschappelijke voorzieningen en het verbeteren van de openbare ruimte in dorpen en kernen waar deze voorzieningen onder druk staan.

Door ook te investeren in bijvoorbeeld de verduurzaming van dorpshuizen en het verbeteren van speelvoorzieningen, wordt actief gewerkt aan het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid. Deze aanvraag is daarmee onderdeel van een bredere inzet op de leefbaarheidsproblematiek. De doelstellingen sluiten aan op gemeentelijke ambities rond armoedebestrijding, gezondheid en participatie. De doelstellingen van deze aanvraag zijn: • • • • •

Het verduurzamen en verbeteren van 186 particuliere woningen met een slecht energielabel en een eigenaar met een laag inkomen; Het verminderen van energiearmoede in Dantumadiel, met het streven om in 2026 op het provinciaal gemiddelde te zitten Het verbeteren van de leefomgeving door investeringen in dorpshuizen en speeltuinen; Het opzetten van een robuuste uitvoeringsstructuur die ook in bredere zin bruikbaar is voor de gemeentelijke warmtetransitie; Het realiseren van een integrale aanpak die fysieke woningverbetering combineert met sociale ondersteuning en participatie van bewoners.

De inzet van de VHF-middelen is hierbij onmisbaar om deze opgaven te realiseren en de vicieuze cirkel van achterstand, vergrijzing en vertrek van jongeren te doorbreken. Dit project levert daarmee een directe bijdrage aan de transitie naar een meer toekomstbestendige, leefbare en inclusieve gemeente Dantumadiel. 1.4 BELEIDSKADERS EN VERBINDING MET BREDERE MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN Onze aanpak voor VHF staat niet op zichzelf, maar bouwt voort op bestaande beleidskaders en sluit aan bij bredere gemeentelijke en nationale doelstellingen. In 2021 stelde gemeente Dantumadiel haar Warmtetransitievisie vast, met als ambitie om uiterlijk in 2050 aardgasvrij te zijn. De uitvoering van deze visie zal plaats vinden langs twee sporen: een dorpenaanpak (gericht op warmteoplossingen per dorp) en een brede aanpak (gericht op individuele ondersteuning op natuurlijke momenten, zoals bij verbouwing of verhuizing). Deze twee sporen worden momenteel uitgewerkt in het Warmteprogramma, dat uiterlijk in 2026 vastgesteld moet zijn.

7

Het energieloket speelt hierbij een sleutelrol. Als centraal aanspreekpunt voor woningeigenaren biedt het onafhankelijk advies, begeleiding en toegang tot subsidies. De doorontwikkeling van dit loket wordt nauw verbonden met de VHF-aanpak. Beide trajecten versterken elkaar: het energieloket biedt structuur en continuïteit, het VHF-project levert inhoud en middelen. Deze aanvraag is daarnaast nadrukkelijk gekoppeld aan bredere opgaven binnen het sociaal en ruimtelijk domein. De focus op energiearmoede raakt direct aan armoedebestrijding: lagere energielasten verhogen de financiële draagkracht van huishoudens. Investeringen in dorpshuizen en speeltuinen dragen bij aan leefbaarheid en sociale cohesie, wat essentieel is in een krimpregio als Dantumadiel. Tegelijkertijd levert het project een concrete bijdrage aan de klimaatdoelen: isolatiemaatregelen, duurzame installaties en energiebewustzijn zorgen voor CO₂-reductie en maken de gebouwde omgeving toekomstbestendig. De integrale uitvoering via een ketenaanpak – met inzet van casemanagers, energiecoaches en energieadviseurs, welzijnswerk en lokale ondernemers – maakt het mogelijk om al deze doelen in samenhang en effectief te realiseren.

8

HOOFDSTUK 2: DE AANVRAAG BINNEN DE VHF-REGELING 2.1 DOEL EN SCOPE VAN DE AANVRAAG De aanvraag van de gemeente Dantumadiel binnen de vierde tranche van het Volkshuisvestingsfonds heeft als hoofddoel het verbeteren van de leefbaarheid en het terugdringen van energiearmoede in de gemeente. Door in te zetten op het verduurzamen van 186 particuliere koopwoningen van huishoudens met een laag inkomen en een laag energielabel (D, E, F of G), wil de gemeente een directe bijdrage leveren aan de kwaliteit van wonen, het verminderen van energielasten en het verbeteren van de gezondheid en het comfort van bewoners. De aanvraag omvat daarnaast secundaire activiteiten zoals het verduurzamen van dorpshuizen en het opknappen van 12 speeltuinen in 7 dorpen. Deze aanpak draagt bij aan sociale cohesie, waarmee de aanvraag verder reikt dan fysieke woningverbetering alleen. De scope van deze aanvraag bestaat uit vier actielijnen: 1. 2. 3. 4.

Particuliere woningverbetering – Het aanpakken van energiearmoede door middel van isolatie, achterstallig onderhoud en verduurzamingsmaatregelen. Maatschappelijke voorzieningen – Het energetisch verbeteren en renoveren van dorpshuizen. Openbare ruimte – Investeringen in 12 speeltuinen in 7 dorpen Projectorganisatie – Het opzetten van een ondersteuningstraject om tot woningverbetering te komen, dit is inclusief casemanagement, energieadvies, subsidie-ondersteuning en monitoring.

De aanvraag is integraal van opzet en sluit aan op gemeentelijke beleidsambities rond duurzaamheid, armoedebestrijding en leefomgeving. De inzet van het Volkshuisvestingsfonds is essentieel om deze ambities te realiseren binnen de context van beperkte lokale financiële middelen en een kwetsbare woningvoorraad. 2.2 PRIMAIRE HERSTRUCTURERINGSACTIVITEITEN (WONINGVERBETERING) De primaire herstructureringsactiviteiten van deze aanvraag richten zich op het verbeteren van 186 particuliere koopwoningen met een slecht energielabel (D, E, F of G), bewoond door huishoudens met een laag inkomen. In de aanvraag is ervan uitgegaan dat het om een doelgroep van 621 woningen gaat. Deze woningen zijn verspreid over de gemeente Dantumadiel. De nadruk ligt op isolatiemaatregelen zoals dakisolatie, gevelisolatie, vloerisolatie, spouwmuurisolatie en de vervanging van enkel glas door HR++ glas. Daarnaast wordt waar nodig achterstallig onderhoud aangepakt, zoals het herstellen van kozijnen, aanpakken van vochtproblemen en verbeteren van ventilatievoorzieningen. De inzet van de gemeente is gericht op het substantieel verbeteren van de energieprestatie van deze woningen en het daarmee verlagen van de energielasten. Hiermee wordt de bestaanszekerheid van bewoners vergroot en wordt ook een bijdrage geleverd aan de klimaatdoelen van de gemeente.

De communicatie, werving en energiecoaching richt zich op álle particuliere woningen binnen de gemeente waar sprake is van energiearmoede. Op basis van een geschatte deelname van circa 30% wordt verwacht dat daadwerkelijk bij 186 woningen ondersteuning zal worden geboden via het VHF-traject. Een belangrijk uitgangspunt is het benutten van natuurlijke verandermomenten, zoals verhuizing of verbouwing, om bewoners te stimuleren tot deelname. De aanpak wordt ondersteund via casemanagement, waarbij woningeigenaren worden ontzorgd en begeleid in het gehele proces: van intake en advies tot uitvoering en nazorg. Hierbij wordt intensief samengewerkt met energiecoaches, financieel adviseurs en lokale bouwbedrijven.

9

2.3 SECUNDAIRE ACTIVITEITEN (MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN, OPENBARE RUIMTE) De secundaire activiteiten in deze aanvraag zijn gericht op het versterken van de leefbaarheid en sociale infrastructuur in dorpen met een verhoogde mate van kwetsbaarheid. Deze activiteiten vormen een aanvulling op de primaire woningverbetering en dragen bij aan het creëren van een aantrekkelijker en toekomstbestendiger woonklimaat in Dantumadiel. Maatschappelijke voorzieningen In de aanvraag voor het Volkshuisvestingsfonds is ingezet op de verduurzaming en renovatie van dorpshuizen. Deze gebouwen vervullen een essentiële rol in de sociale cohesie van de dorpen, maar kampen met hoge energielasten en achterstallig onderhoud. Met steun uit het Volkshuisvestingsfonds wordt niet alleen ingezet op energiebesparing en verbetering van de exploitatie, maar wordt ook het voortbestaan van deze belangrijke ontmoetingsplekken veiliggesteld. Hoe het budget op een eerlijke manier verdeeld zal worden over de dorpshuizen, zal nader worden uitgewerkt door het college. Openbare ruimte In zeven dorpen worden in totaal twaalf speeltuinen opgeknapt. De speeltuinverenigingen die deze plekken beheren beschikken vaak over beperkte middelen en worden daarom actief ondersteund vanuit het VHF-project.

De investeringen in speelvoorzieningen zijn belangrijk voor het behoud van een kindvriendelijke leefomgeving en het aantrekken en behouden van jonge gezinnen in de dorpen. De speeltuinverbeteringen sluiten aan bij gemeentelijke investeringen in de openbare ruimte, gericht op vergroening, verlichting, sociale veiligheid en klimaatadaptatie. Door in te zetten op deze secundaire actielijnen wordt de leefomgeving fysiek en sociaal versterkt en sluiten de inspanningen naadloos aan op de woningverbetering in dezelfde gebieden. 2.4 GEOGRAFISCHE AFBAKENING VAN HET PROJECTGEBIED De interventies binnen deze aanvraag richten zich op gebieden binnen de gemeente Dantumadiel waar sprake is van verhoogde energiearmoede, fysieke achterstand en sociale kwetsbaarheid. Voor de selectie van het projectgebied is gebruik gemaakt van een combinatie van data uit het CBS-dashboard energiearmoede, de Energiearmoede Risico Index (ERI) van TNO, gemeentelijke woningdata en inzichten uit het sociaal domein. Vanuit deze data wordt uitgegaan van 621 particuliere koopwoningen met lage energielabels en huishoudens met een laag inkomen, verspreid over de gemeente. Bij nadere analyse van de data blijkt dat de omvang van deze doelgroep sterk afhankelijk is van de gehanteerde inkomensgrens.

Wanneer het maximaal inkomen op 130% van het sociaal minimum wordt gesteld, lijkt de doelgroep kleiner te zijn en ongeveer 100 particuliere woningen te omvatten. Bij de uitvoering van het VHF zal de doelgroep gefaseerd worden uitgebreid tot huishoudens met een inkomen van 140% en 150% van het sociaal minimum. De totale doelgroep particuliere woningen in Dantumadiel waarvoor op basis van energiearmoede-indicatoren mogelijk ondersteuning nodig is, kan met openbare data niet exact worden vastgesteld. Vanwege de vrijwillige aard van deelname wordt rekening gehouden met de bereidheid en het vermogen van woningeigenaren om eventuele maatregelen te treffen. Naar verwachting zal ongeveer 30% van deze doelgroep deelnemen aan de VHF-aanpak. De eerste benadering richt zich op woningeigenaren die energietoeslag hebben ontvangen; dit betreft huishoudens met een inkomen tot maximaal 130% van het sociaal minimum. Deze woningen vormen de kern van het VHF-traject, waarin bewoners ondersteuning krijgen op het gebied van energieadvies, subsidieaanvragen en uitvoering.

10

Hoewel de woningen geografisch verspreid zijn over verschillende dorpen, is de focus van de aanpak primair gericht op drie grotere kernen: Damwâld, De Westereen en Feanwâlden (zie figuur 3). Deze keuze is hoofdzakelijk gebaseerd op de omvang van deze dorpen. In de gehele gemeente worden relatief hoge concentraties energiearmoede, een verouderde particuliere woningvoorraad en een aanzienlijk aandeel huishoudens met een laag inkomen aangetroffen. Daarnaast bevinden zich in deze kernen ook de meeste speeltuinen en dorpshuizen die tot de secundaire actielijnen behoren.

Figuur 3: Percentage energiearmoede 2020 per buurt gemeente Dantumadiel (bron: Data Fryslân)

De aanpak wordt hiermee gebiedsgericht én huishoudspecifiek uitgevoerd. Door te kiezen voor een brede benadering binnen meerdere dorpen, kan recht worden gedaan aan de spreiding van kwetsbaarheid binnen de gemeente en kunnen bewoners in verschillende kernen profiteren van de inzet van het Volkshuisvestingsfonds. Binnen het projectgebied wordt daarnaast nadrukkelijk de samenwerking gezocht met lokale netwerken, dorpsbelangen, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers om de uitvoering lokaal te verankeren.

11

2.5 VERWACHTE IMPACT EN RESULTATEN De inzet van het Volkshuisvestingsfonds in Dantumadiel zal op verschillende fronten een zichtbare en meetbare impact hebben. De meest directe effecten worden gerealiseerd bij de doelgroep van 186 particuliere huishoudens met energiearmoede. Door de uitvoering van isolatiemaatregelen, bouwkundige verbeteringen en begeleiding bij de aanvraag van subsidies en leningen, worden deze woningen energiezuiniger, comfortabeler en gezonder. Tegelijkertijd daalt de energierekening voor deze huishoudens structureel, wat hun bestaanszekerheid en financiële ruimte vergroot. Daarnaast wordt door de secundaire actielijnen ook geïnvesteerd in de leefomgeving van zeven dorpen. De renovatie van drie dorpshuizen en het opknappen van twaalf speeltuinen dragen bij aan een aantrekkelijker, veiliger en socialer woonklimaat. Deze investeringen versterken de sociale cohesie, ondersteunen participatie en maken dorpen aantrekkelijker voor jonge gezinnen en nieuwe inwoners. Op gemeentelijk niveau draagt het project bij aan de doelstellingen van de Warmtetransitievisie, het Warmteprogramma (in ontwikkeling), het armoedebeleid en de duurzaamheidsambities. Door een robuuste uitvoeringsstructuur met casemanagement, energieadvies en lokale samenwerking op te zetten, ontstaat bovendien een duurzame werkwijze die ook in toekomstige programma's inzetbaar is.

De verwachte resultaten in cijfers: • •

• • • •

186 woningen substantieel verbeterd qua energieprestatie (naar minimaal label B of C); Ca. 25–40% besparing op energielasten per huishouden (o.a. TNO 2021; RVO 2022; CE Delft 2020) met verbetering van woningen met energielabel D-G naar minimaal label B of beter (aansluitend bij de Standaard Woningisolatie). Dorpshuizen verduurzaamd en behouden voor de gemeenschap; 12 speeltuinen fysiek verbeterd en toegankelijker gemaakt; Ruim 600 huishoudens bereikt met informatie en advies over verduurzaming; Structurele samenwerking tussen gemeente, energiecoaches, welzijnswerk en lokale bouwpartners geborgd.

Naast deze directe resultaten wordt ook een indirecte impact verwacht: meer bewustwording onder inwoners over energiebesparing, toegenomen bereidheid tot verduurzaming buiten het project, en versterking van de leefbaarheid in brede zin. Het project draagt zo bij aan een vitaler, duurzamer en socialer Dantumadiel.

12

HOOFDSTUK 3: DOELGROEP EN WONINGSELECTIE 3.1 DEFINITIE DOELGROEP: PARTICULIERE WONINGEIGENAREN MET LAAG INKOMEN De primaire doelgroep van dit project bestaat uit particuliere woningeigenaren in de gemeente Dantumadiel die zowel beschikken over een woning met een lage energieprestatie (energielabel D tot en met G) als over een laag huishoudinkomen. Deze combinatie maakt hen kwetsbaar voor energiearmoede: een situatie waarin een onevenredig groot deel van het inkomen opgaat aan energiekosten, ten koste van andere basisbehoeften. Het gaat om huishoudens die vaak wonen in oudere, slecht geïsoleerde woningen met achterstallig onderhoud, en voor wie het ontbreekt aan financiële middelen en kennis om de woning zelfstandig te verbeteren. De doelgroep bestaat grotendeels uit mensen met een minimuminkomen, AOW zonder aanvullend pensioen, of inkomens tot 130% van het sociaal minimum. Uit de data-analyse voor de aanvraag blijkt dat in totaal 621 particuliere woningen in Dantumadiel voldoen aan de kenmerken van energiearmoede. Een nadere uitwerking van het projectplan laat echter zien dat de daadwerkelijke doelgroep aanzienlijk kleiner is. In de oorspronkelijke berekening is uitgegaan van het gemiddelde percentage energiearmoede in de gemeente. Daarbij is echter onvoldoende rekening gehouden met het feit dat het merendeel van de betreffende huishoudens in een sociale huurwoning woont.

Onder particuliere woningeigenaren ligt het aandeel huishoudens met een laag inkomen (tot 130% van het sociaal minimum) en een slecht geïsoleerde woning naar schatting op circa 2%. Op basis van deze inkomensgrens komt de totale doelgroep uit op ongeveer 100 particuliere woningen. Dat betekent dat het beoogde aantal van 186 woningen dat we in dit project willen verduurzamen, met deze strikte afbakening waarschijnlijk niet haalbaar is. De benadering van de doelgroep richt zich in eerste instantie op de inkomensgroep tot 130% van het sociaal minimum. Dit gebeurt onder andere door het benaderen van woningeigenaren die eerder energietoeslag hebben ontvangen. Om het beoogde aantal te realiseren, overwegen wij de doelgroep gefaseerd uit te breiden en ook huishoudens met inkomens tot 140% en 150% van het sociaal minimum te benaderen. De doelgroep bevat een diverse samenstelling verdeeld over de gehele gemeente: alleenstaanden, ouderen, huishoudens met kinderen en mensen met beperkte digitale vaardigheden. Daarom is binnen het project ook specifieke aandacht voor laagdrempelige communicatie, persoonlijke benadering en aanvullende ondersteuning via adviseurs, energiecoaches en vrijwilligers. Via een casemanager krijgen deelnemers een vast aanspreekpunt, op deze manier zorgen we voor de persoonlijke benadering en bewaken we de voortgang van het proces.

3.2 SELECTIECRITERIA Voor de selectie van de doelgroep zijn duidelijke en navolgbare criteria gehanteerd. De woningen die in aanmerking komen voor ondersteuning binnen het VHF-traject voldoen aan een combinatie van energetische, financiële en fysieke kenmerken. Deze selectie is afgestemd op de doelen van het Volkshuisvestingsfonds én de lokale situatie in Dantumadiel. De gehanteerde selectiecriteria zijn: •

•

Energielabel: de woning heeft een energielabel D, E, F of G, of voldoet aantoonbaar aan de kenmerken van deze labels wanneer geen officieel label aanwezig is. De nadruk ligt op woningen met de slechtste energieprestaties en waar meerdere -2 of meer- bouwdelen nog slecht geïsoleerd zijn. Inkomen: het huishouden heeft een verzamelinkomen van maximaal 130% van het sociaal minimum (circa € 1.800 netto per maand voor een alleenstaande of € 2.500 voor een gezin). Binnen deze groep 13

•

is ruimte voor maatwerk in bijzondere situaties, zoals bij schuldenproblematiek, alleenstaande ouderen of inwoners met een Wajong-uitkering. Deze doelgroep zal vanuit het VHF-project als eerste worden benaderd. De regeling wordt wel opengesteld voor huishoudens met een inkomen tot maximaal 150% van het sociaal minimum. Dit deel van de doelgroep krijgt echter iets minder subsidie en zullen pas vanaf 2027 actief benaderd worden. Op deze manier worden meest kwetsbare huishoudens als eerste benaderd en ondersteund. Woningtype: het gaat om particulier eigendom, dit wil zeggen koopwoningen die door de eigenaar zelf bewoond worden. Uitgesloten zijn vakantiewoningen, beleggingsobjecten en panden in transformatie.

Bij de selectie is nadrukkelijk ook gekeken naar spreiding over de gemeente, de technische staat van de woning en de uitvoerbaarheid van maatregelen. Het uitgangspunt is een haalbare en efficiënte uitvoering met maximale impact op energiearmoede en leefbaarheid. De energiecoach(es) en casemanager(s) spelen een actieve rol in dit proces. Zij proberen afspraken te maken met de doelgroep om via huisbezoeken een goed beeld te krijgen van de persoonlijke situatie en de staat van de woningen. Op basis van deze bezoeken kunnen gerichte keuzes worden gemaakt en kan gestuurd worden op het meenemen van woningen binnen de VHF-aanpak. Zo wordt maximaal recht gedaan aan de doelstelling om de meest kwetsbare huishoudens te bereiken en effectief te ondersteunen. 3.4 SAMENWERKING MET WONINGCORPORATIES EN WELZIJNS - EN BEWONERSORGANISATIES Hoewel de focus van het VHF-project ligt op particuliere koopwoningen, is samenwerking met woningcorporaties en welzijnsorganisaties essentieel voor het succes van de integrale aanpak. De woningcorporatie Thús Wonen is betrokken bij het delen van kennis over wijkaanpak, bewonerscommunicatie en technische uitvoering. Daarnaast speelt het sociaal domein een belangrijke rol.

Via de lokale welzijnsorganisaties zoals Stichting Yfke, gebiedsteams en het netwerk van energiecoaches en vrijwilligers, wordt verbinding gelegd met bewoners die extra ondersteuning nodig hebben. Denk hierbij aan inwoners met beperkte gezondheidsvaardigheden, lage digitale geletterdheid of een klein sociaal netwerk. Deze partners signaleren hulpvragen, ondersteunen bij communicatie en participatie, en dragen bij aan vertrouwen in het project. Er is ook nauwe samenwerking met Stichting Elkenien Grien en de Energiebank Fryslân, die als operationele partners bijdragen aan de uitvoering, begeleiding en monitoring. Beide (bewoners)organisaties ondersteunen inwoners bij het verduurzamen van hun woning door middel van onafhankelijk energieadvies, begeleiding bij het aanvragen van subsidies en de inzet van vrijwilligers, zoals energiecoaches. De activiteiten van de Energiebank richten zich met name op huishoudens met een laag inkomen. Zij hebben in Friesland veel ervaring opgedaan met het ondersteunen van deze doelgroep. Via hun Eigen Woningen Plan zij kunnen helpen in het ondersteuningstraject, zoals de inzet van energieadviseurs die woningeigenaren (kosteloos) ondersteunen en ontzorgen in het proces. Door deze samenwerking ontstaat een breed netwerk waarin zowel sociaal-maatschappelijke ondersteuning als technische woningverbetering plaatsvinden.

De verwachting is dat de activatie en begeleiding van deze doelgroep veel tijd zal kosten. Door de samenwerking hopen we voldoende capaciteit te hebben om deelnemers goed te kunnen ondersteunen.

14

HOOFDSTUK 4: BEREIK EN COMMUNICATIE 4.1 STRATEGIE VOOR DOELGROEPBENADERING De eerste stap binnen dit project bestaat uit het benaderen van de doelgroep die in het verleden energietoeslag heeft ontvangen. Deze regeling was bestemd voor huishoudens met een inkomen tot maximaal 130% van het sociaal minimum. De gemeente beschikt over een adressenlijst van deze betreffende huishoudens. Binnen de kaders van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is het toegestaan deze huishoudens rechtstreeks te benaderen, vanwege het publieke belang bij het bestrijden van energiearmoede. Daarom worden deze adressen als eerste aangeschreven en actief geïnformeerd over de subsidiemogelijkheden vanuit het Volkshuisvestingsfonds. De communicatiestrategie richt zich daarmee primair op huishoudens met de laagste inkomens. De focus ligt in de eerste fase dus op huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Huishoudens met een inkomen tot 140% of 150% kunnen ook deelnemen aan het traject, maar ontvangen in eerste instantie geen actieve werving. Zij kunnen zich op eigen initiatief melden via de algemene communicatiekanalen. Een belangrijk voordeel van deze aanpak is dat veel huishoudens binnen deze doelgroep al bekend zijn bij de gemeente.

De energietoeslag heeft tijdens de energiecrisis veel aandacht gekregen, waardoor een groot deel van de doelgroep zich al eerder bij de gemeente heeft gemeld. Zonder deze regeling zouden zij mogelijk minder snel in beeld zijn gekomen. Wel is het belangrijk om te realiseren dat de situatie inmiddels veranderd kan zijn: de inkomenstoets waarop de adressenlijst is gebaseerd, dateert van (minstens) twee jaar geleden. Huishoudens kunnen inmiddels verhuisd zijn of een ander inkomen hebben. Omdat het project meerdere jaren loopt, wordt bij iedere aanmelding opnieuw een actuele inkomenstoets uitgevoerd. We verwachten dat het gericht aanschrijven van deze bekende adressen in de eerste fase al een goede respons zal opleveren. Omdat een brief vaak niet voldoende is, wordt snel daarna een huis-aan-huisactie georganiseerd. De energiecoach en casemanager worden hierbij ingezet om persoonlijk toelichting te geven. Ervaringen uit eerdere isolatieacties laten zien dat de combinatie van een brief en een huisbezoek de hoogste respons oplevert. Naast de deelname van 186 particuliere woningeigenaren is het doel om ook een bredere groep inwoners te bereiken met een energiecoachgesprek. Daarom wordt actief promotie gemaakt voor de gemeentelijke isolatiesubsidie. Via het Nationaal Isolatieprogramma kunnen inwoners met een woning onder een bepaalde WOZwaarde tot € 2.500 subsidie ontvangen.

In buurten waar relatief veel lage inkomens worden verwacht, worden brieven verstuurd en houden we aanbelacties. Het doel van deze aanpak is om een informatiegesprek te voeren met de energiecoach. Tijdens dit gesprek wordt ook besproken wat het inkomen is en of de bewoner in aanmerking komt voor extra ondersteuning en subsidie via het Volkshuisvestingsfonds. Op deze manier komen we ook in contact met andere huishoudens die mogelijk in aanmerking komen voor het ondersteuningstraject. De verdere aanpak van de doelgroep bestaat uit een combinatie van datagestuurde werving, persoonlijke benadering en buurtgerichte communicatie. Particuliere huishoudens met een verhoogd risico op energiearmoede worden in meerdere rondes benaderd, met als doel hen te informeren, motiveren en begeleiden naar deelname aan het traject.

15

De kern van de strategie is het creëren van vertrouwen en overzicht voor de woningeigenaar. Veel mensen in de doelgroep ervaren stress, financiële druk of wantrouwen richting instanties. Daarom staat persoonlijke begeleiding, duidelijkheid en laagdrempelige communicatie centraal. Uitgangspunten in de uitvoering: •

•

•

• •

Datagestuurde benadering: Op basis data van CBS, TNO en DataFryslân brengen we de doelgroep op adres- en buurtniveau in beeld. Daarmee kunnen communicatieacties gericht en gefaseerd worden ingezet. Persoonlijk contact: Via aanbelacties, telefonische benadering en huisbezoeken door energiecoaches wordt gewerkt aan persoonlijk contact. De energiecoach vormt het eerste aanspreekpunt; de casemanager blijft gedurende het hele traject betrokken. Duidelijke communicatie: De boodschap richt zich op ontzorging, veiligheid, energiebesparing en gezondheid. We gebruiken begrijpelijke taal en visuele middelen, geen technische of beleidsmatige termen. Samenwerking met lokale partners: Vertrouwde gezichten zoals vrijwilligers, Energiebank, Elkenien Grien en welzijnsorganisaties worden actief betrokken. Dit verlaagt de drempel voor deelname. Gefaseerde aanpak: De doelgroep wordt stapsgewijs benaderd. Na het eerste contact volgen intakegesprekken, adviezen en indien passend deelname aan het VHF-traject.

Elke deelnemer krijgt een vaste casemanager toegewezen die het aanspreekpunt is tijdens het hele traject – van intake en advies tot uitvoering en nazorg. De casemanager stemt af met betrokken partijen, bewaakt de voortgang en ondersteunt bewoners bij vragen of knelpunten. Deze aanpak maakt het mogelijk om de juiste huishoudens op het juiste moment te bereiken en tegelijk recht te doen aan hun situatie en behoeften. 4.2 PARTICIPATIE-AANPAK: BEWONERS BETREKKEN EN ONDERSTEUNEN Een belangrijke pijler binnen het VHF-project in Dantumadiel is de actieve betrokkenheid van bewoners bij alle fasen van het project. Participatie wordt niet gezien als een losse activiteit, maar als een integraal onderdeel van de aanpak. De persoonlijke situatie, kennis en wensen van bewoners vormen het vertrekpunt voor maatwerk in advies, begeleiding en uitvoering. De participatie-aanpak kent verschillende lagen: •

•

•

•

•

Persoonlijke intake en keuzebegeleiding: Tijdens het huisbezoek van de energiecoach en in het vervolgtraject met de casemanager wordt met bewoners besproken welke maatregelen passen bij hun woning, wensen en financiële situatie. Daarbij wordt toegelicht welke ondersteuning mogelijk is en welke keuzes bewoners zelf kunnen maken. Versterken van zeggenschap: Bewoners worden actief betrokken bij het selecteren van maatregelen, het aanvragen van offertes en het plannen van de werkzaamheden. Waar nodig worden zij ondersteund bij communicatie met uitvoerende partijen. Tijd en ruimte voor besluitvorming: Er wordt bewust gewerkt met voldoende tussenstappen en herhaalcontact, zodat bewoners niet overvallen worden met informatie en in eigen tempo kunnen beslissen. Toegankelijke communicatie en ondersteuning: Deelnemers krijgen uitleg in begrijpelijke taal, ondersteund met beeldmateriaal. Waar nodig is er ondersteuning via welzijnswerk, taalvrijwilligers of familieleden. Bewonersfeedback en leeropbrengsten: Via klanttevredenheidsonderzoeken, gesprekken en informele terugkoppeling wordt actief geluisterd naar de ervaringen van bewoners. Deze input wordt gebruikt voor de bijsturing van de aanpak en het vergroten van het draagvlak. 16

De ondersteuning is georganiseerd als een samenhangend traject waarin bewoners stap voor stap worden begeleid. Het begint met de benadering van de doelgroep, gevolgd door een intakegesprek en persoonlijk contact met de casemanager. Vervolgens ontvangt de bewoner een onafhankelijk energieadvies en ondersteuning bij de aanvraag van subsidies en leningen. De casemanager begeleidt de bewoner bij het aanvragen van offertes, de uitvoering van de werkzaamheden en de nazorg. Tijdens het hele traject is er ruimte voor maatwerk, laagdrempelig contact en aanvullende ondersteuning via welzijnsorganisaties of vrijwilligers. Door op deze manier te investeren in participatie én ondersteuning, wordt het project niet alleen effectiever en mensgerichter, maar ontstaan er ook duurzame relaties tussen gemeente, bewoners en lokale netwerken. Dit draagt bij aan vertrouwen, samenwerking en gedeeld eigenaarschap van de leefomgeving. 4.3 SAMENWERKING MET ELKENIEN GRIEN, ENERGIEBANK EN VRIJWILLIGERS Een effectieve uitvoering van het VHF-project in Dantumadiel is alleen mogelijk door nauwe samenwerking met lokale partners die dicht bij de inwoners staan. In het bijzonder spelen Elkenien Grien, de Energiebank Fryslân en een netwerk van lokale vrijwilligers een cruciale rol in het bereiken, activeren en ondersteunen van de doelgroep.

Elkenien Grien is de uitvoerende partner binnen het energiecoachprogramma. De organisatie zet vrijwilligers in die getraind zijn om bewoners op een toegankelijke en persoonlijke manier te benaderen. Deze vrijwilligers kunnen huisbezoeken uitvoeren, waarbij zij aanvullende informatie en praktisch advies verstrekken. Dit vormt een aanvulling op het advies van bijvoorbeeld een energieadviseur of adviseur subsidies en leningen. Op deze manier kan worden voorkomen dat deelnemers vastlopen tijdens het traject. De Energiebank Fryslân helpt via hun Eigen Woningen Plan kwetsbare huishoudens om hun huis grootschalig te verduurzamen. Ze richten zich op mensen met een laag inkomen, werken samen met lokale organisaties en hebben in de afgelopen jaren honderden woningen in Friesland geholpen bij energiebesparing. Door haar expertise en dienstverlening is Energiebank Fryslân in staat om op diverse momenten binnen het ondersteuningstraject een bijdrage te leveren. In het VHF-project van gemeente Dantumadiel zou Energiebank Fryslân een rol kunnen vervullen bij het uitvoeren van energieadviesgesprekken. De precieze invulling van deze rol wordt momenteel gezamenlijk nader uitgewerkt. Vrijwilligersnetwerken in dorpen ondersteunen bij het uitvoeren van aanbelacties, het opbouwen van vertrouwen en het overbruggen van taal- of cultuurbarrières.

Dorpsbelangen, buurtverenigingen en lokale sleutelfiguren worden actief betrokken bij de communicatie en de sociale begeleiding van bewoners die extra ondersteuning nodig hebben. Als gemeente beschikken we bovendien al over een aantal vrijwilligers die actief zijn als energiecoach. Zij zullen ook worden ingezet binnen het ondersteuningstraject. Deze samenwerking maakt het mogelijk om inwoners te benaderen op een manier die past bij hun belevingswereld en omstandigheden. Door professionele inzet te combineren met lokale kracht, ontstaat een inclusieve en mensgerichte uitvoering van het project. 4.4 COMMUNICATIEMIDDELEN EN -KANALEN Voor de communicatie met bewoners en andere betrokkenen wordt gebruikgemaakt van een mix aan middelen en kanalen, afgestemd op de diversiteit binnen de doelgroep. Omdat een aanzienlijk deel van de bewoners moeite heeft met complexe informatie of minder digitaal vaardig is, is gekozen voor communicatie die eenvoudig, visueel ondersteund en makkelijk toegankelijk is.

17

De belangrijkste middelen zijn: •

•

•

• •

Brieven en flyers: Fysieke brieven worden in eenvoudige taal opgesteld en bevatten pictogrammen en afbeeldingen om de boodschap te verduidelijken. Waar nodig wordt gebruikgemaakt van meertaligheid. Flyers worden verspreid via dorpshuizen, bibliotheken en buurtinitiatieven. Website en online informatie: Informatie over het project wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en het Duurzaam Bouwloket. Hier staan ook veelgestelde vragen, contactgegevens en een aanmeldformulier. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van sociale media om updates en successen te delen. Persoonlijke communicatie: De casemanager blijft het primaire aanspreekpunt voor bewoners. Hij/zij geeft mondeling toelichting tijdens huisbezoeken, telefonisch of tijdens lokale inloopmomenten. Hierbij worden hulpmiddelen ingezet zoals praatplaten of voorbeeldadviezen. Daarnaast is er altijd een adviseur of vrijwilliger beschikbaar om bewoners te helpen bij vragen. Indien gewenst kunnen zij ook bij mensen thuis langskomen om extra uitleg te geven of te ondersteunen bij vervolgstappen. Lokale kranten en dorpsbladen: Voor bredere zichtbaarheid wordt gecommuniceerd via lokale media zoals het gemeentenieuws, dorpskranten en huis-aan-huisbladen. Spreekuren: In de 6 grotere dorpen in Dantumadiel zijn regelmatige spreekuren voor het verduurzamen van je woning.

Hier kunnen bewoners vragen stellen, ervaringen delen en zich aanmelden voor het traject.

Deze communicatiemix zorgt ervoor dat het project zichtbaar, begrijpelijk en toegankelijk is voor alle doelgroepen, ongeacht taalniveau, leeftijd of digitale vaardigheden. 4.5 MONITORING VAN BEREIK De monitoring van het bereik van de doelgroep vormt een belangrijk onderdeel van het project. Omdat de uitvoering loopt over een periode van tien jaar (van eind 2024 tot eind 2034), is gekozen voor een gestructureerde, langlopende aanpak met tussentijdse evaluaties. Tijdens elke fase van het project – van werving tot nazorg – worden data verzameld over het bereik, de respons en het verloop van de trajecten. Voorbeelden van te monitoren onderdelen zijn: • • • •

Aantal verzonden brieven, gevoerde gesprekken en uitgevoerde huisbezoeken; Aantal huishoudens dat start met intake of energieadvies; Aantal daadwerkelijk gerealiseerde woningverbeteringen en vervolgacties; Spreiding van deelname over dorpen en doelgroep kenmerken (inkomen, leeftijd, type woning).

De casemanager(s) en adviseurs registreren alle contactmomenten en resultaten in een centrale projectadministratie. Jaarlijks wordt de voortgang geanalyseerd en gerapporteerd aan de projectorganisatie en het college van B&W. Op basis hiervan kan de strategie worden bijgestuurd, bijvoorbeeld als blijkt dat bepaalde groepen of gebieden ondervertegenwoordigd zijn. De monitoring is afgestemd op de looptijd van tien jaar en wordt gekoppeld aan de bredere monitoring van de warmtetransitie, energiearmoede en gemeentelijke beleidsdoelen. Hierdoor ontstaat inzicht in zowel de korte termijn impact als de lange termijn opbrengsten van het VHF-project.

18

HOOFDSTUK 5: HET ONDERSTEUNINGSTRAJECT VOOR WONINGEIGENAREN 5.1 ALGEMENE OPZET EN UITGANGSPUNTEN Het ondersteuningstraject voor particuliere woningeigenaren in het kader van dit VHF-project is ontworpen als een volledig ontzorgtraject waarin bewoners stap voor stap worden begeleid. De opzet is afgestemd op de kenmerken van de doelgroep: mensen met beperkte middelen, uiteenlopende hulpvragen en vaak beperkte ervaring met verduurzaming of subsidieregelingen. Daarom is gekozen voor een aanpak die rust geeft, vertrouwen opbouwt en aansluit bij het tempo van de bewoners. Het traject begint met een persoonlijke benadering via de energiecoach, gevolgd door een intake en verdere begeleiding door een vaste casemanager. Deze vormt het centrale aanspreekpunt voor de deelnemer en bewaakt de voortgang van het hele proces. De belangrijkste uitgangspunten van het ondersteuningstraject zijn: • • • • •

Laagdrempelig en mensgericht: bewoners hoeven niet zelf alles uit te zoeken, maar worden actief ondersteund. Integrale begeleiding: het traject omvat advies, subsidies, offertes, uitvoering én nazorg. Samenwerking in de keten: met inzet van energiecoaches, adviseurs, bouwbedrijven en welzijnspartners. Stapsgewijze benadering: zodat bewoners in hun eigen tempo mee kunnen doen, zonder druk. Toepasbaar op schaal: de aanpak is herbruikbaar in toekomstige trajecten binnen de warmtetransitie.

Deze opzet zorgt ervoor dat bewoners niet alleen fysiek geholpen worden met verduurzaming, maar zich ook ondersteund voelen in het proces. Het uitgangspunt is: het lukt pas als het voor de bewoner werkt.

Figuur 4

19

5.2 CASEMANAGEMENT: PERSOONLIJKE BEGELEIDING VAN A TOT Z Een cruciaal onderdeel van het ondersteuningstraject is het casemanagement. Elke deelnemende woningeigenaar krijgt een vaste casemanager toegewezen die gedurende het hele proces fungeert als persoonlijk aanspreekpunt. Deze aanpak zorgt voor continuïteit, vertrouwen en duidelijke coördinatie tussen bewoners en betrokken partijen. De casemanager begeleidt bewoners vanaf het eerste contactmoment tot en met de afronding van de werkzaamheden en de nazorg. Dit betekent dat zij verantwoordelijk zijn voor: • • • • • •

het voeren van intakegesprekken; het toelichten van het energieadvies en het bespreken van opties; het begeleiden bij de keuze voor maatregelen en uitvoerende partijen; het ondersteunen bij subsidieaanvragen, financieringsregelingen of andere praktische vragen; het monitoren van de voortgang van de werkzaamheden; het organiseren van nazorg en evaluatiegesprekken.

De casemanager stemt regelmatig af met energiecoaches, energieadviseurs, aannemers, welzijnswerk, de gemeente en betrokken vrijwilligers(organisaties). Waar nodig coördineert zij aanvullende hulp of verwijst zij door. De intensieve begeleiding is afgestemd op het tempo en de draagkracht van de bewoners en maakt het mogelijk om ook kwetsbare huishoudens succesvol te ondersteunen. Deze persoonlijke aanpak verlaagt drempels en maakt de complexe verduurzamingsopgave behapbaar voor bewoners. Het casemanagement vormt daarmee de spil van het ondersteuningstraject. 5.3 ONAFHANKELIJK ENERGIEADVIES: INHOUD EN VORM Een belangrijk onderdeel van het ondersteuningstraject is het onafhankelijk energieadvies dat iedere deelnemer ontvangt. Dit advies vormt de basis voor het vervolgtraject en helpt bewoners om weloverwogen keuzes te maken over het verduurzamen en verbetering van hun woning. Na het intakegesprek schakelt de casemanager een onafhankelijke energieadviseur in. De eerste jaren van het VHF-project kan hiervoor gebruik worden gemaakt van een energieadvies vanuit de Energiebank Fryslân. Deze voert een bezoek uit aan de woning en maakt een analyse van de huidige energieprestatie, de bouwkundige staat en mogelijke verbetermaatregelen.

Doel van deze maatregelen is dat bewoners blijvend betaalbaar in hun energiebehoefte kunnen voorzien en gezonder en prettiger in hun woning kunnen blijven wonen. De uitkomsten worden samengevat in een helder en visueel adviesrapport, dat afgestemd is op de situatie en het begripsniveau van de bewoner. Het energieadvies bevat onder andere: • • • • • •

een overzicht van de huidige isolatiegraad en installaties; een set van haalbare maatregelen met prioritering en verwachte effecten (energiebesparing, comfort, kosten); een inschatting van de kosten en mogelijke subsidies; advies over ventilatiemaatregelen; advies rond aanvullende onderhoudswerkzaamheden; een planning en stappenplan op maat.

20

De energieadviseur focust dus op benodigde isolatiemaatregelen, waarbij geadviseerd wordt richting de Standaard voor woningisolatie. Naast het treffen van isolatiemaatregelen moet er ook aandacht zijn voor ventilatiemaatregelen en combinatie van eventuele aanvullende onderhoudswerkzaamheden, zoals het vervangen van kozijnen indien noodzakelijk. Het advies is ook maatwerk er wordt per woning altijd bekeken of isolatiemaatregelen en rendabele investering is. Daarom gaan we uit van een minimale isolatiewaarde. Daarbij hanteren we echter niet 100% van de eis van de Standaard. In de praktijk blijkt namelijk dat de Standaard soms strenger is dan nodig. In veel gevallen kan de woning ook met lage temperatuurverwarming verwarmd worden bij een iets mindere isolatiewaarde. Bovendien zijn de laatste puntjes op de ‘i’ vaak het duurste, terwijl de reductie in de energievraag gering is. Daarom gaan wij in dit project uit van de eis dat bewoners uiteindelijk aan minimaal 75% van de Standaard moeten voldoen. De energieadviseur kan daarbij voor de bewoner vaststellen welke isolatiemaatregelen nodig zijn om daaraan te voldoen. Indien bewoners hun woning reeds in vergaande mate hebben geïsoleerd met het oog op een aardgasvrije toekomst, komen zij niet in aanmerking voor subsidie vanuit dit project.

Het is immers niet de bedoeling dat er slechts één enkele maatregel wordt getroffen, aangezien hiermee energiearmoede slechts in beperkte mate wordt aangepakt. Bewoners kunnen desgewenst wel gebruikmaken van andere subsidieregelingen, zoals de gemeentelijke isolatiesubsidie of de ISDE. De casemanager bespreekt het rapport gezamenlijk met de bewoner, geeft hierbij een toelichting en beantwoordt eventuele vragen. Indien nodig kan een van de vrijwilligers – die beschikken over relevante kennis of een opleiding als energieadviseur – worden ingezet voor een vervolgafspraak. Op basis van het gesprek kan de bewoner besluiten over te gaan tot uitvoering van de adviezen, eventueel met aanpassingen of in fasen. De Energiebank Fryslân kan in de beginjaren verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van deze energieadviesgesprekken. De organisatie heeft ervaring met de doelgroep en beschikt via het project Eigen Woningen Plan over de mogelijkheid om per woning vijf uur energieadvies te bieden. Deze onafhankelijke en toegankelijke advisering zorgt ervoor dat bewoners vertrouwen krijgen in het proces en dat het vervolg van het traject op feiten is gebaseerd. Ook vormt het rapport een bruikbaar document voor subsidieaanvragen en offertetrajecten.

Standaard voor woningisolatie De Standaard voor woningisolatie komt voort uit het Klimaatakkoord. Het doel van de Standaard is om bewoners meer inzicht te geven in de isolatiewaarde van hun woning. Uitgangspunt daarbij is dat als een woning voldoet aan de Standaard, dat deze dan met lage-temperatuurverwarming kan worden verwarmd. Dat wil zeggen, dat de woning voldoende geïsoleerd is om op termijn van aardgas over te stappen naar duurzame warmte. Want de meeste duurzame technieken, bijvoorbeeld een elektrische warmtepomp, hebben een lagere aanlevertemperatuur dan aardgas. De Standaard is daarmee toekomst vast: de woning hoeft in een later stadium niet nog een keer te worden geïsoleerd om deze aardgasvrij te maken. De Standaard wordt uitgedrukt in de energie die je per vierkante meter nodig hebt om de woning te verwarmen. Want hoe beter je de woning isoleert, hoe minder energie je nodig hebt om het comfortabel warm te krijgen. De Standaard betreft dus een maximumwaarde. De warmtevraag per vierkante meter mag hier niet bovenuit komen.

21

5.4 FINANCIEEL ADVIES: SUBSIDIES, LENINGEN EN DOORVERWIJZINGEN Een belangrijk onderdeel van de ondersteuning aan bewoners is het bieden van laagdrempelig en onafhankelijk financieel advies. Veel huishoudens binnen de doelgroep zijn onvoldoende op de hoogte van bestaande regelingen of ervaren drempels bij het aanvragen van subsidies of leningen. Om die reden wordt actief ondersteuning geboden bij het benutten van de beschikbare financieringsmogelijkheden. De gemeente Dantumadiel heeft een speciale adviseur die gespecialiseerd is in subsidies en leningen. Deze adviseur ondersteunt bewoners bij het kiezen van de juiste regelingen en helpt, indien nodig, bij het volledig invullen en digitaal indienen van de aanvragen. Dit is met name van grote waarde voor bewoners die digitaal minder vaardig zijn of moeite hebben met administratieve handelingen. Beschikbare subsidies en leningen zijn: • • •

Subsidieregels die de gemeente vanuit het VHF-project beschikbaar heeft gesteld. Subsidies zoals de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE), de Nationale Isolatie Programmaregeling (NIP) of bijdragen vanuit Windpark Fryslân; het benutten van leningen via het Warmtefonds (zonder toets op inkomen) of het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SvN);

Indien nodig kan de deelnemer een financieel adviseur inschakelen voor een uitgebreider advies. De casemanager regelt de intake, kosten voor de adviseur kunnen betaald worden vanuit de subsidieregeling van VHFproject. Bewoners met schuldenproblematiek of complexe situaties worden – indien zij dat wensen – doorverwezen naar schuldhulpverlening. De inzet is erop gericht om financiële drempels weg te nemen en bewoners handelingsperspectief te geven. Door de begeleiding onderdeel te maken van het complete traject, kunnen ook bewoners met weinig administratieve vaardigheden of beperkte digitale vaardigheid meedoen. 5.5 UITVOERING: OFFERTES, BEGELEIDING EN KWALITEITSBORGING Na het opstellen van het energieadvies en het bepalen van de financieringsmogelijkheden, begeleidt de casemanager de bewoner bij het aanvragen van offertes en het selecteren van uitvoerende partijen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een bedrijvenpool met betrouwbare regionale aannemers, installateurs en isolatiespecialisten, maar bewoners kunnen ook kiezen voor een eigen partij. De casemanager of energiecoach helpt bij het opvragen en beoordelen van offertes, en geeft uitleg over de inhoud, kosten en planning. Ook wordt bekeken of de gekozen maatregelen passen binnen de gestelde subsidievoorwaarden. Na akkoord van de bewoner wordt de uitvoering ingepland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=6f9ef9a6-df34-4bae-bbd4-d3632fc324a4