BP Feanwâlden - De Bosk fase II
Tekst van het document
31/382
De destijds gehanteerde methodologie verschilt niet van de huidige methodes van archeologisch onderzoek. Er is in 2007 geboord met een relatief dikke boorkop (12 cm) en de opgeboorde grond is daarnaast ook gezeefd. De bodem bleek regelmatig zeer verstoord. Boringen in niet-verstoorde locaties hebben bij het zeven geen archeologische indicatoren opgeleverd. Bij een archeologisch onderzoek uit 2023 zouden dezelfde conclusies naar voren komen. Het aspect archeologie is daarmee voldoende onderzocht. Conclusie Het aspect archeologie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.7
Cultuurhistorie
Toetsingskader Het Rijk heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in artikel 3.1.6 lid 5 sub a vastgelegd dat gemeenten bij ruimtelijke plannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Naast wetgeving op Rijksniveau is ook in de 'Verordening Romte Fryslân 2014' in artikel 2.1.1 vastgelegd dat gemeenten in een ruimtelijk plan moeten aangeven op welke wijze het plan rekening houdt met cultuurhistorische elementen en structuren zoals opgenomen in de provinciale structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte'. Toetsing Om de cultuurhistorische waarden vast te stellen is de cultuurhistorische kaart van de provincie Fryslân geraadpleegd. Aan de hand van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie is gekeken naar de cultuurhistorische elementen in en nabij het plangebied. Volgens de Cultuurhistorische Kaart Fryslân zijn er binnen het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig. Rondom het plangebied zijn wel een aantal oude en nieuwe paden aangegeven. Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling worden geen cultuurhistorische waardevolle elementen direct of indirect beschadigd. De bebouwing wordt aansluitend op eerdere bebouwing, binnen de opstrekkende verkaveling met bestaande elzensingels gerealiseerd; deze zijn kenmerkend voor het landschap.
4.8
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.
32/382
Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter.
Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toetsing Het project maakt de realisatie van maximaal 31 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Tevens worden de woningen niet aangemerkt als gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.9
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde
33/382
omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als in nieuwe situaties. Besluit externe veiligheid buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden.
Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering. Toetsing Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Er zijn meerdere risicobronnen waarvan de risicocontouren of het invloedsgebied zijn gelegen binnen het plangebied. De relevante risicobronnen voor het plangebied zijn: transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; transport van gevaarlijke stoffen over wegen; transport van gevaarlijke stoffen over spoorwegen. Buisleidingen In de nabijheid van het plangebied loopt een hogedruk aardgastransportleiding van de Gasunie. Het gedeelte van het plangebied dat binnen het invloedsgebied van aardgastransportleiding N-505-30 ligt heeft de bestemming 'Agrarisch'. Het plangebied valt deels binnen de 1 % letaliteitszone, maar buiten de 100 % letaliteitszone van de leiding. Dit houdt in dat een beperkte verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden.
Bij een beperkte verantwoording dienen de volgende elementen betrokken te worden: de personendichtheid binnen het invloedsgebied, de hoogte van het groepsrisico, de bestrijdbaarheid/beperking van een incident en de zelfredzaamheid. In 2014 heeft de FUMO een advies externe veiligheid gemaakt voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling van de Bosk. Voor dit bestemmingsplan voor de tweede fase van de Bosk heeft de FUMO het eerdere advies uit 2014 geactualiseerd. Het volledige advies is te vinden in bijlage 10. Advies FUMO
34/382
In het advies van de FUMO worden de volgende onderwerpen besproken relevant voor de buisleiding: Belemmeringenstrook In artikel 5 lid b van de regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen dat voor buisleidingen voor aardgas met een druk van 16 tot en met 40 bar, in afwijking van artikel 14 lid 1 van het Bevb de belemmeringenstrook ten minste 4 meter aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van die buisleiding, bedraagt. Dit houdt in dat voor de aardgastransportleidingen van Gasunie een belemmeringenstrook geldt van 4 meter, aangezien de buisleiding een druk van 40 bar heeft. Het plangebied bevindt zich buiten de belemmeringenstrook en levert geen belemmering op voor de ontwikkeling. Plaatsgebonden risico (PR) buisleiding Het Bevb stelt dat geen kwetsbare objecten mogen voorkomen binnen de 10-6 contouren van leidingen waarin gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Uit zowel het rekenprogramma CAROLA als uit de EV-signaleringskaart is gebleken dat geen PR 10-6 contour aanwezig is. Groepsrisico (GR) buisleiding N-505-30 Met behulp van het rekenprogramma CAROLA kan worden bepaald of voldaan wordt aan de risiconormen voor de externe veiligheid, zoals die zijn vastgelegd in het Bevb. Het resultaat van een berekening bestaat uit de PR-contouren en de FN-curve voor het GR.
Uit de FN-curve kan worden opgemaakt dat het huidige GR binnen het invloedsgebied van de transportleiding zo laag is dat deze niet gepresenteerd kan worden. De wetgeving verbindt geen harde normen aan de toelaatbaarheid van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen een invloedsgebied, zoals dat wel het geval is bij een PR-contour. Wel bestaat voor het bevoegd gezag bij het vaststellen van ruimtelijke plannen de wettelijke verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht is van toepassing voor ruimtelijke plannen binnen een invloedsgebied in de gevallen dat het Bevb dat voorschrijft. Uit het voorgaande is gebleken dat de hogedruk aardgastransportleiding een risicobron is. De FUMO adviseert om geen bebouwing binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding te realiseren zodat het aantal personen binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding als gevolg van dit plan niet toeneemt. Dit betekent dat ook in de toekomstige situatie het GR binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding zo laag blijft dat deze niet als zodanig gepresenteerd kan worden. De hogedruk aardgastransportleiding vormt geen belemmering voor het GR van onderhavig plan, mits geen bebouwing wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding.
De te realiseren woningen blijven volledig buiten het invloedsgebied van de aardgastransportleiding (de 1% letaliteitszone). Deze zone strekt zich uit tot 95 meter van de hogedruk aardgasleiding, waar de woonbestemming op minimaal ca. 102 meter van deze leiding verwijderd zal zijn. Transport van gevaarlijke stoffen over wegen Op ongeveer 400 meter van het plangebied ligt de Sintrale As (N356). Deze weg is geen onderdeel van het Basisnet weg, maar hierover worden wel (incidenteel) gevaarlijke stoffen vervoerd. Externe veiligheid moet
35/382
worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) als de ontwikkeling binnen het invloedsgebied van 355 meter van deze weg ligt. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de Sintrale As en hoeft daarom niet te worden beoordeeld. Het transport over de Sintrale As vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. Spoorwegen Ten zuiden van het plangebied loopt de spoorlijn Groningen-Leeuwarden. Over deze spoorlijn vindt in principe geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Wel kan er zeer incidenteel transport plaatsvinden ingeval er geen transporten van gevaarlijke stoffen kunnen plaatsvinden over het traject Groningen-Meppel. Volgens het Basisnet zijn er voor zowel het PR als het GR geen knelpunten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over dit spoor. Er dient in het kader van rampenbestrijding wel rekening mee gehouden te worden dat transport van gevaarlijke stoffen over het spoor zou kunnen plaatsvinden. Geconcludeerd wordt dat de spoorweg geen belemmering vormt voor het onderhavige plan. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het voorliggend plan.
De FUMO adviseert om Brandweer Fryslân in de gelegenheid te stellen om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting. Brandweer Fryslân zal hier tijdens het wettelijk vooroverleg mogelijkheid voor krijgen.
4.10 Kabels en leidingen Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Toetsing Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig die nog niet zijn onderzocht. De gasleiding aan de zuidkant van het plangebied wordt besproken in paragraaf 4.9. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling
4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling/Milieueffectrapportage Toetsingskader
36/382
Bij elk ruimtelijk plan moet worden overwogen of een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. In dat kader moet het bevoegd gezag nagaan of er activiteiten plaatsvinden die belangrijke negatieve effecten op het milieu kunnen hebben en die van een zodanige omvang kunnen zijn dat er aanleiding bestaat om de (uitgebreide) m.e.r.-procedure te doorlopen. De grondslag hiervoor bestaat enerzijds uit het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds uit de hiervoor beschreven onderzoeken. Als sprake is van een activiteit zoals genoemd in kolom 1 van de C-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) dient het bevoegd gezag de uitgebreide m.e.r.-procedure te doorlopen. Als sprake is van een activiteit in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) dient het bevoegd gezag te toetsen of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Toetsing Op voorliggende bestemmingsplan is categorie D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., van toepassing, te weten: "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen". De ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, betreft het realiseren van maximaal 31 woningen en de bijbehorende infrastructuur.
Hiermee vindt bij lange niet een overschrijding van de drempelwaarde van 2.000 woningen plaats. Daarmee is uitgesloten dat er sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor alle andere gevallen waarvan de activiteit wel past binnen de beschrijving van kolom 1 uit de D-lijst, moet het bevoegd gezag (weliswaar vormvrij) beoordelen of desalniettemin de uitgebreide m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Op basis van de uitkomsten van het omgevingsonderzoek zoals dat hiervoor in hoofdstuk 4 is toegelicht, kan worden geconcludeerd dat de effecten op het milieu beperkt zijn. Op grond hiervan kan het bevoegd gezag het besluit nemen dat er geen aanleiding is voor het doorlopen van de uitgebreide m.e.r.-procedure.
37/382
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Het juridisch systeem
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied heeft in dit plan vier bestemmingen en één functieaanduiding gekregen. Groen De gronden met de bestemming 'Groen' zijn bedoeld voor openbaar groen in de vorm van opgaand groen en grasperken. Binnen de bestemming zijn de houtsingels aangeduid ter bescherming van deze houtwallen. Hiervoor is in de regels een vergunningenstelsel opgenomen. Verkeer - Verblijf De woonstraten, paden, parkeervoorzieningen en dergelijke zijn bestemd als ‘Verkeer - Verblijf’. Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor waterberging, waterhuishouding, waterlopen, waterpartijen en nutsvoorzieningen; Woongebied De bestemming 'Wonen' geldt voor de te realiseren woningen binnen het plangebied. Hier zijn ook aan huis verbonden beroepen en bedrijven mogelijk. Voor de woningen zijn regels met betrekking tot bouw- en goothoogte opgenomen. Het aantal woningen bedraagt ten hoogste 31. De goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 5,5 meter. De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 11 meter. Tevens worden binnen deze bestemming regels opgenomen voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken
38/382
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Omdat de gemeente de belanghebbenden wil betrekken bij de planvorming, wordt op basis van het wettelijk vooroverleg het plan in deze periode aangeboden aan verschillende overlegpartners. Zienswijzen Vervolgens zal het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage liggen. Tijdens deze periode zal eenieder in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze in te dienden. Vaststelling Het bestemmingsplan zal naar aanleiding van eventuele zienswijzen gewijzigd of ongewijzigd worden vastgesteld. Uiteindelijk is tegen het vaststellingsbesluit beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Met de uitvoering van dit plan wordt de bouw van maximaal 31 woningen mogelijk gemaakt. De gronden waarop deze woningen worden gebouwd, zijn gemeentelijk eigendom. De opbrengsten worden gegenereerd uit de uitgifte van de gronden. De kosten die uit het plan (kunnen) voortvloeien zijn onder andere planschadekosten, plankosten, kosten voor bouw- en woonrijp maken, kosten voor voorbereiding en toezicht. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.
Er wordt geen exploitatieplan conform artikel 6.12 Wro opgesteld, omdat het kostenverhaal is geregeld door opbrengsten uit uitgifte van gronden.
39/382
40/382
Bijlagen
41/382
42/382
Bijlage 1
43/382
Stedenbouwkundig plan De Bosk fase II
bosk feanwâlden fase 2 06 februari 2023
PRODUCTIE: Witpaard BV ADRESGEGEVENS: Witpaard BV Dorpsweg 103 8271 BL IJsselmuiden T: +31 (0)38 - 421 68 00 E: info@witpaard.nl
PRODUCTIE: Van den Berg Architecten BV ADRESGEGEVENS: Van den Berg Architecten BV Dorpsweg 103 8271 BL IJsselmuiden T: +31 (0)38 - 421 68 00 E: info@vandenbergarchitecten.nl
INHOUDSOPGAVE 01. 02. 03. 04. 05. 06. 07. 08. 09.
Locatie Welstandstoets en bestemmingsplan Verkavelingsplan Situering Goothoogte + kapvorm Ontsluiting De neerslag Landschap Profielen
p.1 p.3 p.5 p.7 p.9 p.11 p.13 p.15 p.17
3
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
01 LOCATIE Het plangebied ligt ten oosten van Feanwâlden in een klassiek Woudenlandschap.Het karakteristieke slagenlandschap wordt hier gekenmerkt door de smalle percelen grasland, omzoomd door elzensingels. Een plek die rust en ruimte biedt. Aan de noordzijde wordt het plangebied aangesloten op het bestaande nieuwbouwplan fase 1 De Bosk. Aan de oost- en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door open weilanden en agrarische bebouwing. Aan de westzijde liggen de sporthal en de sportvelden van o.a. de korfbalvereniging.
1
woningen De Bosk fase 1 , Feanwâlden
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
2
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
02
Welstandstoets en bestemmingsplan Welstand heeft betrekking op de mate waarin een bouwplan architectonisch past in de omgeving. Bouwplannen worden hierop getoetst door de welstandscommissie. De criteria waarop wordt getoetst zijn vastgelegd in de welstandsnota. In 2014 zijn de ‘Welstandscriteria Feanwâlden – De Bosk’ vastgesteld waarin specifiek de welstandscriteria voor dit gebied zijn opgenomen. In De Bosk is er gekozen voor ruime mogelijkheden voor de vormgeving van bouwwerken, oftewel, De Bosk is welstandsluw. In de welstandnota staat beschreven wat welstandsluw is en hoe bouwwerken in een welstandsluwe situatie worden getoetst. Zo staat er dat in principe het bestemmingsplan de basis vormt voor toetsing van de bouwplannen. Op twee onderdelen zijn aanvullende criteria, namelijk ten aanzien van de dakhelling en de nokrichting. In dit stedenbouwkundig plan zijn de ‘Welstandscriteria Feanwâlden – De Bosk’ van toepassing. Er wordt daarmee aangesloten op de ruime mogelijkheden voor de vormgeving van bouwwerken die al bestaat in het gerealiseerde gedeelte van De Bosk. Daarmee ontstaat er een éénduidig karakter van de wijk.
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
3
4
Berm/groen Bouwkavel Agrarisch Verkeer Plangebied
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
03
verkavelingsplan
Dit verkavelingsplan bevat 31 variabele kavels. Variabel zijn de kavelbreedtes, de enige voorwaarde is dat er geen incourante reststroken overblijven. In het oosten van het plangebied zijn er maximaal 11 kavels van ongeveer 700 m2 voor specifiek vrijstaande woningen. In het westen zijn er maximaal 20 kavels met een variatie van vrijstaande woningen en tweeonderéénkap woningen. Zoals het is aangeven op de stedenbouwkundige kaart, zijn er ook kavels voor starterswoningen in de rij gereserveerd.
5
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
6
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
05 Situering Er is zowel voor de westzijde als voor de oostzijde een flexibele rooilijn. Deze voorgevelzone ligt de tussen 5 en 7 meter vanuit de kant van de verharding. Deze maatregelen bewerkstelligen een informeel en dorps beeld Vanwege het Sportcomplex aan de westzijde van het plangebied wordt rekening gehouden met de VNG handreiking ‘bedrijven en milieuzonering’. Deze handreiking beschermd milieugevoelige functies (zoals woningen) zo veel mogelijk tegen overlast van omliggende bedrijven bijvoorbeeld een sportcomplex. De VNG richtafstand is minimaal 30 meter vanaf de grens van de bestemming, die een milieubelastende functie toelaat, tot de uiterste situering van de gevel van de woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is.
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
7
Voorgevelzône tussen 5 en 7 m vanuit de kant van de verharding”. Voorgevelzône tussen 5 en 7 m vanuit de kant van de verharding”. Bebouwingszone
8
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
differentiatie in kapvormen en hellingshoeken Bouwhoogte max 11 meter Goothoogte 5,5 meter bij platdak Goothoogte 3 meter bij het bij gebouw
06 Goothoogte + Kapvorm In het inrichtingsplan van Feanwalden – de Bosk speelt de relatie tussen de straatrichting en de nokrichting van het hoofdgebouw een belangrijke rol. Daarom is in de verkavelingsstudie rekening gehouden met de volgende criteria: - Nokrichting hoofdgebouw overwegend evenwijdig aan de weg op percelen die met hun langste zijde aan de weg zijn gelegen (uitgangspunt). - Nokrichting van het hoofdgebouw staat haaks op de weg indien de smalste zijde van het gebouw aan de weg ligt (uitgangspunt). Verder word er in het bestemmingsplan aangegeven dat de bouwhoogte maximaal 11 meter mag bedragen en er minimale dakhelling van 30 graden is. Er is echter wel een uitzondering, het is ook mogelijk om een platdak te realiseren.
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
9
10
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
07 Ontsluiting
fietsroute
Verkeer De ontsluitingsstructuur die is vastgelegd in het geldende bestemmingsplan is gebaseerd op de historische landschapskenmerken van grillig verlopende hoofdwegen op de zandruggen en in de lengterichting langs de percelen, rechte zijwegen. Op de oude bestaande hoofdroute aan de noordkant van het plangebied, het Oastein, zijn twee nieuwe wegen aangelegd. In fase 1 was er het plan om de twee wegen aan de zuidzijde met elkaar te verbinden door een smalle weg, voornamelijk bestaande uit open-verharding. Hierdoor wordt ontmoedigd dat er doorgaand autoverkeer langsgaat. Fietsers en wandelaars zouden makkelijk gebruik kunnen maken van deze route.
‘‘De ontsluiting van de Bosk II, het verlengde van Bosksingel en Boskrâne, is via de Oasterein. Dit geldt voor zowel het auto- als fietsverkeer. Om voorzieningen, zoals sport, school, treinstation en winkels, te bereiken moet veelal een flink eind worden omgereden. Voor autoverkeer is dit geen probleem. Maar fietsrs zijn gebaat bij een directe verbinding zonder omrijden. Directe fietsverbindingen naar voorzieningen stimuleert ook nog eens het fietsgebruik en verbindt buurten en straten. Door de Bosk II middels een fietsverbinding te verbinden met de bestaande bebouwing van de Fûgelbuurt worden directe routes naar de verschillende voorzieningen gemaakt.’’ (memo projectteam Dantumadiel 22 nov 2022)
Er is onderzocht of een andere ontsluiting aan de zuidzijde van het plangebied op de Rûnwei wenselijk is, maar dat lijkt niet wenselijk omdat: • Er is geen reden om aan te nemen dat de bedachte verkeersontsluiting het wegverkeer afkomstig van de nieuwbouw niet aankan; • De ontsluiting op de Rûnwei zal dan gesitueerd moeten worden net voor/na een bocht van deze weg, wat de verkeersveiligheid niet ten goede komt; • Dan een bestemmingsplanherziening noodzakelijk is.
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
11
12
Eigen terrein parkeren Autoverkeer / gemotoriseerd verkeer Langzaam verkeer (fietsers / voetgangers)
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
08 De neerslag In de eerste fase is een stuw gerealiseerd. Deze functioneert ook voor het watersysteem van fase 2. De rest van het watersysteem zal een afstemming worden van de huidige situatie en het nieuw te realiseren plan van fase 2. De gemeente zal dit civieltechnisch uitwerken.
13
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
14
bestaande sloten Afwatering stuw greppel voor afwatering
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
09 Landschap Elzensingels zijn deel van de Noardlike Wâlden. Compensatie is mogelijk maar in dit geval kiezen we, in overleg met de gemeente, duidelijk voor behoud van deze singels. De Elzensingels mogen niet gekapt worden. Tenzij dit echt niet anders kan vanwege inrichtingselementen die noodzakelijk zijn (verkeersontsluiting of een functionerend watersysteem). Als dat het geval is, dan zullen deze Elzen gecompenseerd worden waarbij geprobeerd moet worden om de huidige singels te verbeteren en de singelstructuur te versterken. Aan de oostzijde is er een groenstrook om de Elzensingels en de sloten te kunnen onderhouden. Dit is echter niet van toepassing voor de westzijde, hier zullen de grondeigenaren de sloten moeten onderhouden.
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
15
16
Agrarisch Groenstrook Bestaande singels Nieuwe singels
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
profiel overgang straat
17
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
profiel overgang landschap
18
verkavelingsstudie de bosk fase 2 - feanwÂlden
Bijlage 2
65/382
Akoestisch onderzoek sportcomplex Feanwâlden
Adviesbureau VOBRU ®
Sterk in akoestiek en ruimte • Verkeerslawaai • Industrielawaai • Bouwakoestiek • Planologische akoestiek
Opdrachtgever:
Witpaard Ir. B.P.G. van Diggelenkade 11 8267 AC Kampen
Contactpersoon: Dhr. J. Drenth
Behandel door: J. Vos T.A. Bruggeman
Adviesbureau VOBRU. Middeldijk 12 7711 CB NIEUWLEUSEN Tel : 0529 - 483858 Mob : 06 - 51497528
Rapport 48/IL27022012.v1
Akoestisch onderzoek Sportpark Feanwâlden De Bosk Gemeente Dantumadiel
Inhoud
Blz.
1 1.1
Inleiding Aanleiding en doel
2 2
2 2.1 2.2 2.3
Wetgeving Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer Geluidaspecten planologische procedure VNG publicatie “Bedrijven en Milieuzonering”
4 4 5 5
3 3.1 3.2 3.3
Representatieve bedrijfssituatie Algemeen Sportactiviteiten Uitgangspunten bronvermogens stemgeluid NAG
8 8 8 9
4
Rekenmethode
11
5 5.1 5.2 5.3
Onderzoeksresultaten Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr.LT) Maximale geluidsniveaus (LAmax) Bespreking rekenresultaten
12 12 12 13
6
Conclusies
14
Bijlage 1
Figuren
15
Bijlage 2
Invoergegevens
16
Bijlage 3
Rekenresultaten
17
Bijlage 1
Figuur 1 situatie sportcomplex Figuur 2 rekenpunten Figuur 3 bronnen LAR,LT _ LAmax Figuur 4 mobiele bronnen Figuur 5 50 dB(A) contour
Bijlage 2
Invoergegevens
Bijlage 3
Rekenresultaten LAR,LT _ LAmax
1
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel Het voorliggende akoestisch onderzoek is uitgevoerd in opdracht van adviesbureau Witpaard te Kampen. Het onderzoek omvat een nieuwbouwplan (De Bosk) gelegen aan de oostzijde van Feanwâlden, gemeente Dantumadiel. Het plangebied ligt ingesloten tussen de verkeerswegen Oastein en de Rûnwei. Aan de westzijde van het plangebied De Bosk is een sportcomplex gesitueerd, met voetbalvelden en een sporthal. In kader van de bestemmingsplanwijziging en goede ruimtelijke ordening is het voorliggend onderzoek opgesteld voor het inzichtelijk maken van de geluidbelasting ten gevolge van het sportcomplex ter plaatse van de rooilijn (bouwlijn woningen) binnen het plangebied De Bosk. Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven. De toelaatbare afstand tussen het sportcomplex en milieugevoelige functies, in dit geval woningen, is daarbij afhankelijk van de hindercategorie waarbinnen het sportcomplex valt. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing wordt het instrument milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering is in dit geval bedoeld om de gelande woningen binnen het plangebied De Bosk te toetsen op het naastgelegen sportcomplex. Door middel van milieuvergunningen of activiteitenbesluit en de daarbij behorende voorschriften wordt de gewenste milieukwaliteit gerealiseerd.
De basiszoneringslijst (Bedrijven en Milieuzonering, VNG ) relateert milieuhindersoorten aan een minimale afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen. In afbeelding 1 is het plangebied Feanwâlden De Bosk weergegeven.
2
Afbeelding 1 plangebied Feanwâlden De Bosk
Het voorliggend akoestisch onderzoek geeft inzicht in de optredende geluidsbelasting ten gevolge van het sportcomplex. De op de rooilijn (bouwlijn woningen) vastgestelde geluidsbelasting wordt vervolgens getoetst aan de in het activiteitenbesluit gestelde normering. Een overzicht van het gebied is opgenomen in figuur 1, bijlage 1.
3
2
Wetgeving In het kader van de beoordeling op basis van de milieuwetgeving is bepalend de geluidnormering uit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (zie paragraaf 1.3). In het kader van ruimtelijke onderbouwing zijn geen wettelijke normeringen vastgesteld. Bij een planologische procedure is het van belang dat een nabijgelegen milieubelastende activiteit door de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling niet onnodig beperkt mag worden in haar activiteiten en ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast dient ter plaatse van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Voor de beoordeling hiervan wordt in de praktijk vaak gebruik gemaakt van de richtwaarden genoemd in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening dan wel het toetsingskader uit de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering. In paragraaf 2.2 en 2.3 zal hier nader op ingegaan worden.
2.1
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) is op 1 januari 2008 in werking getreden. Sportvelden vallen onder dit besluit. Onderstaand is een overzicht gegeven van de geluidsvoorschriften uit het activiteitenbesluit. In artikel 2.17 van dit besluit worden de in tabel 1.1 weergegeven grenswaarden gesteld. Tabel 1.1 grenswaarden geluid activiteitenbesluit 07.00 – 19.00 uur
19.00 – 23.00 uur
23.00 – 07.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
Het besluit geeft aan dat bij het bepalen van de in tabel 1.1 genoemde langtijdgemiddelde beoordelingniveaus en maximale geluidsniveaus buiten beschouwing blijven (artikel 2.18): • Het stemgeluid van personen op een onverwarmd terras en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van een inrichting, tenzij dat terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein. • Het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- en recreatieactiviteiten.
4
Bij het bepalen van maximale geluidsniveaus worden het komen en gaan van bezoekers, het in de openlucht verrichten van sportactiviteiten en het in de dagperiode ten behoeve van de inrichting laden en lossen van goederen buiten beschouwing gelaten. De grenswaarden in tabel 1.1 zijn, voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of delen van dagen in verband met de viering van: • Festiviteiten die bij of krachtens een gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden waarvoor de gemeentelijke verordening geldt. • Andere festiviteiten of activiteiten die plaatsvinden binnen de inrichting, waarbij het aantal bij of krachtens een gemeentelijke verordening aan te wijzen dagen of delen van dagen niet meer mag bedragen dan twaalf per kalenderjaar. In kader van een goede ruimtelijke ordening wordt in het voorliggend onderzoek de optredende geluidbelasting van de sportactiviteiten inclusief stemgeluid wel inzichtelijk gemaakt.
2.2
Geluidaspecten planologische procedure In de planologische procedure dient stemgeluid van bezoekers wel mee te worden genomen in het afwegingsproces. De mogelijke hinder, of het te verwachten leefklimaat dient inzichtelijk te worden gemaakt. In de handreiking industrielawaai en vergunningverlening staan richtwaarden voor de woonomgeving beschreven. De richtwaarden zijn aangegeven in tabel 1.2. Tabel 1.2 richtwaarden voor woonomgeving Aard van de woonomgeving
Aanbevolen richtwaarden in woonomgevingen in dB(A) Dag
Avond
Nacht
Landelijke omgeving
40 dB(A)
35 dB(A)
30 dB(A)
Rustige woonwijk, weinig verkeer
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
Woonwijk in de stad
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
Gelet op het feit dat het plangebied gelegen is tussen de verkeerswegen Oastein en de Rûnwei provinciale verkeersweg N356 en binnen de zone van het spoortraject 32 (lijn Leeuwarden - Groningen) kan de omgeving getypeerd worden als een “ woonwijk in de stad”.
2.3
VNG publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” De VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering” gaat uit van een aantal omgevingstypen. Het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied en het omgevingstype gemengd gebied.
5
Het omgevingstype rustige woonwijk dient aangemerkt te worden als een locatie waar uitsluitend sprake is van een woonfunctie met uitsluitend een wegenstructuur ten dienste van het plangebied en geen verstorende invloed heeft vanwege wegverkeer van nabijgelegen wegen. Bij een gemengd gebied is sprake van vermenging van de functie wonen en andere gebruiksfuncties zoals o.a. voorzieningen, kantoren en bedrijven. Daarnaast worden woongebieden direct gelegen langs hoofdontsluitingswegen aangemerkt als gemengd gebied. Voor gemengd gebied1 kunnen de richtafstanden een stap worden verlaagd. Verdere reductie van de afstand is niet wenselijk. 1
Citaat gemengd gebied: Een gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct
naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleinere bedrijven. gebieden die direct langs de hoofdstructuur liggen behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.
Het plangebied is aan de zuidzijde gelegen binnen de invloedsfeer van de provinciale weg N356 en het spoortraject 32 (lijn Leeuwarden - Groningen). Aan de noordzijde is de verkeersweg Oastein gelegen. De omgeving van het plangebied is derhalve te typeren al een gemengd gebied. In tabel 3.2 zijn de richtwaarden voor geluid voor beide omgevingstype weergegeven. Deze richtwaarden zijn gebaseerd op het toetsingskader geluid zoals omschreven in voornoemde publicatie. Tabel 3.2 richtwaarden omgevingstype VNG publicatie Richtwaarde in dB(A) (etmaal) Rustige woonwijk
Gemengd gebied
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
45 dB(A)
50 dB(A)
Maximaal geluidniveau (piekgeluiden)
65 dB(A)
70 dB(A)
Gezien de omgeving en de drukke verkeerswegen is het acceptabel geluidniveuas ter plaatse van de geplande woningen binnen het plan Feanwâlden De Bosk toe te laten van 50 dB(A) etmaalwaarde, dit komt overeen met de normering van het activiteitenbesluit, welke van toepassing is op het sportcomplex. Samenvattend zal er worden getoetst aan de volgende normen voor een gemengd gebied: • Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt getoetst aan een etmaalwaarde van 50 dB(A). • Voor het maximaal geluidniveau wordt getoetst aan een waarde van 70 dB(A).
6
Het bouwplan De Bosk kan mogelijk belemmerend werken voor het naastgelegen sportpark. In de publicatie "Bedrijven en Milieuzonering", uitgegeven door de VNG, zijn richtafstanden tussen gevoelige bestemmingen (zoals woningen) en milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) geformuleerd die in het kader van planontwikkeling worden aanbevolen om de hinder en risico's vanwege deze bedrijven zoveel mogelijk te beperken. In de publicatie worden richtafstanden genoemd van 10 t/m 1500 meter ten aanzien van de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie (categorie 1 t/m 6). De richtafstanden tussen het sportcomplex en het bouwplan De Bosk is een eerste maat om de eventuele gevolgen van de planvorming te toetsen (milieuruimte). Om een indruk te verkrijgen van mogelijke hinder (bijvoorbeeld door geur, stof of geluid) vanwege de planvorming De Bosk ten opzichte van het sportcomplex, is gebruik gemaakt van de aanbevolen afstanden tussen woningen en bedrijven zoals vermeld in de publicatie "Bedrijven en Milieuzonering" (2009) uitgegeven door VNG. Aan de hand van de adviesafstanden is bekeken op welke afstand de realisatie van de planvorming De Bosk (woningbouw) ten opzichte van het sportcomplex mogelijk is.
In de tabel 3.3 zijn de richtafstanden tot milieucategorie 3.1 opgenomen. Tabel 3.3 richtafstanden per milieucategorie Richtafstand
Milieucategorie
10 m
1
30 m
2
50 m
3.1
Volgens de genoemde publicatie bedraagt de richtafstand voor een sportcomplex met verlichting 50 meter. De voorziene planvorming De Bosk (woningbouw) vindt plaats binnen het afstandscriterium van 50 meter. Het onderhavig onderzoek geeft inzicht in hoeverre van de richtafstand kan worden afgeweken m.b.t. de daadwerkelijk optredende hinder ten gevolge van de activiteiten (stemgeluid etc.) binnen de perceelsgrens van het sportcomplex. De buitenactiviteiten op de voetbalvelden (stemgeluid) en de vervoersbewegingen zijn hierbij maatgevend voor de optredende geluidbelasting.
7
3
Representatieve bedrijfssituatie
3.1
Algemeen Op basis van de activiteiten is voor de bepaling van de representatieve bedrijfssituatie overleg gepleegd met de contactpersoon van het sportcomplex (dhr. G. Procee). De representatieve bedrijfssituatie bestaat uit sportactiviteiten die zijn te onderverdelen in trainingen en wedstrijden. Uit de aangeleverde gegevens blijkt dat in de dagperiode de voetbalwedstrijden (twee velden) maatgevend zijn. Voor de avondperiode zijn de trainingsactiviteiten op de donderdagavond van 19.00 uur tot 21.45 uur maatgevend. Het aantal bezoekers is ingeschat op basis van eerdere onderzoeken bij gelijksoortige sportactiviteiten. De voornoemde activiteiten zijn in het rekenmodel geconcentreerd op veld 1 en 2 (zie afbeelding 1). Deze benadering kan gezien worden als een worst-case ter bepaling van de optredende geluidbelasting en de benodigde afstand tot de rooilijn (bouwlijn woningen) binnen het plangebied Feanwâlden De Bosk. De sportactiviteiten op de oefenvelden zijn ondergeschikt aan die op veld 1 en 2. Voor het muziekgeluid wordt een toeslag op het langtijddeelgeluidniveau toegepast, waarbij geen sprake is van een samenhangende bedrijfssituatie.
3.2
Sportactiviteiten Wedstrijddag (zaterdag) Volgens opgaaf wordt tijdens de wedstrijddag (zaterdag) veld 1 en 2 van 09.00 uur tot 16.30 uur gelijktijdig gebruikt. Uitgaande van 90 minuten per wedstrijd is in het rekenmodel uitgegaan van 4 wedstrijden op veld 1 en veld 2. Het aantal bezoekers tijdens de wedstrijddag bedraagt 60 personen (30 per veld, 2 per geluidbron). Percentage stemgeluid bezoekers is gesteld op 10% van de gebruikstijd 360 minuten. Gebruik fluitsignaal 4% van de gebruikstijd van 360 minuten (2 bronnen, geen toeslag tonaal geluid + 5 dB(A) i.v.m. muziektoeslag 10 dB(A)). Percentage stemgeluid spelers is gesteld op 5% van de gebruikstijd 360 minuten. Trainingsavond (donderdagavond) Het aantal bezoekers tijdens de training is eveneens gesteld op 60 personen (30 per veld). Percentage stemgeluid bezoekers is gesteld op 10% van de gebruikstijd 180 minuten per voetbalveld. Gebruik fluitsignaal 4% van de gebruikstijd van 180 minuten (2 bronnen, geen toeslag tonaal geluid + 5 dB(A) i.v.m. muziektoeslag 10 dB(A)). Percentage stemgeluid spelers is gesteld op 5% van de gebruikstijd 180 minuten per voetbalveld.
8
Parkeerplaats Tijdens de wedstrijddag en trainingsavond komen de spelers en bezoekers per auto of fiets naar het sportcomplex. De voertuigen worden geparkeerd op de gezamenlijke parkeerplaats van het sportcomplex. Volgens opgaaf heeft de parkeerplaats een capaciteit voor 120 voertuigen met een bezetting van: dagperiode 100% en avondperiode 75%. Voor het manoeuvreren van de voertuigen is gerekend met een bedrijfstijd van 20 seconden per bron (twee voertuigen) op basis van 100% en 75% bezettingsgraad van de parkeerplaats. Voor een personenauto is ene bronvermogen gehanteerd van 90 dB(A). Voor berekening van het maximaal geluidsniveau t.g.v. het starten en dichtslaan van de portieren is een toeslag van 8 dB(A) gehanteerd. Omroepinstallatie Voor het omroepen en ten gehore brengen van muziek tijdens de wedstrijddag wordt gebruik gemaakt van een op het kassahok opgestelde speaker. Volgens opgaaf wordt de omroepinstallatie gebruikt op de wedstrijddag met een gebruiksduur van 30 minuten, waarbij muziek maatgevend is voor de optredende geluidbelasting (geen bedrijfsduurcorrectie, muziekstraffactor +10 dB(A)). Voor de trainingsavond is eveneens gerekend met een bedrijfsduur van 30 minuten.
Sporthal In de sporthal vinden diverse inpandige activiteiten plaats, waarbij wordt aangenomen dat deze ten opzichte van de parkeerbewegingen en activiteiten op de voetbalvelden akoestisch niet relevant zijn. In het rekenmodel is een geluidbron met een geluidsvermogenniveau van 83 dB(A) ingevoerd voor de op het dak geplaatste technische installaties, met een bedrijfstijd van 6 uur en 2 uur voor respectievelijk de dag- en avondperiode.
3.3
Uitgangspunten bronvermogens stemgeluid NAG De maatgevende geluiduitstraling vanuit het sportpark is het stemgeluid van de aanwezige sporters en bezoekers, het fluitsignaal van de scheidsrechter of trainer en het gebruik van de omroep - muziekinstallatie. Voor het fluitsignaal is uitgegaan van een bronvermogen van 102 dB(A) en voor de omroep - muziekinstallatie van 92 dB(A). Bij gebruik van de muziekinstallatie wordt in verband met het tonale karakter een straffactor op het langtijddeelgeluidniveau toegepast van 10 dB(A). Het gebruik van de muziekinstallatie is maatgevend voor berekening van de geluidsbelasting. Voor berekening van het maximaal optredend geluidsniveau is een toeslag van 8 dB(A) op het bronvermogen van het fluitsignaal gehanteerd. Voor stemgeluid van de bezoekers is uitgegaan van een gemiddeld stemgeluid van 80 dB(A) van de bezoekers en de spelers. Dit is gebaseerd op een publicatie van het Nederlands Akoestisch genootschap (NAG). In tabel 2.2 is een overzicht gegeven van bronvermogens voor menselijk stemgeluid. Voor het piekgeluid is uitgegaan van de worst case situatie met een bronvermogen van 105 dB(A) gebaseerd op het schreeuwen (max. volume) van bezoekers.
9
Tabel 2.2 geluidproductie menselijke stem (NAG-journaal 123, mei 1994) Stemvolume Minimaal
Gemiddeld
Maximaal
Rustig
40
60
75
Normaal
45
65
80
Verheven
50
70
85
Zeer luid
55
75
90
60
80
Schreeuwen 1
Max. volume 1
95 105
Deze volumes kunnen alleen kortstondig voorkomen.
10
4
Rekenmethode De geluidsbelasting ten gevolge van het sportcomplex is berekend met het softwarepakket Geomilieu versie 1.91, waarbij de Grootschalige Basis Kaart Nederland (GBKN) als onderlegger is gehanteerd. Dit model is gehanteerd voor verdere modellering van het sportcomplex. Bij de berekening is gebruik gemaakt van een overdrachtsmodel gebaseerd op de methode C8 van de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (HMRI, 1999). Bij de overdrachtsberekening is rekening gehouden met de afstand (geometrische uitbreiding), luchtdemping en bodemeffect. Voor de bodemabsorptie is voor de wegenstructuur en verharde oppervlakten gerekend met een harde bodem (B=0). Voor grote groenstroken/agrarische gebieden en dergelijke is uitgegaan van een absorberende bodem (B=1.0). De beoordelingspunten zijn gelegen op de rooilijn (bouwlijn woningen) binnen het plangebied Feanwâlden De Bosk. Voor de beoordeling van de dag- en avondperiode is uitgegaan van een beoordelingshoogte van 1,5 en 5,0 meter.
11
5
Onderzoeksresultaten 5.1
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr.LT) In tabel 5.1 zijn de rekenresultaten weergegeven. De rekenresultaten zijn in bijlage 3 opgenomen. Tabel 5.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau sportcomplex Sportcomplex Dagperiode Rekenpunt
1
Avondperiode 1
Berekend
Toetsing
Berekend
001
32
50
37
002
36
50
003
38
004 005
Toetsing
Nachtperiode 1
Berekend
Toetsing
45
--
40
42
45
--
40
50
44
45
--
40
37
50
42
45
--
40
37
50
43
45
--
40
006
38
50
43
45
--
40
007
37
50
42
45
--
40
008
36
50
41
45
--
40
1
Op bestaande situatie is de in het activiteitenbesluit gestelde normering (..) van toepassing,
overeenkomstig de planologische toetsing VNG normering gemengd gebied.
5.2
Maximale geluidsniveaus (LAmax) In tabel 5.2 zijn de rekenresultaten weergegeven. De rekenresultaten zijn in bijlage 3 opgenomen. Tabel 5.2 maximaal optredende geluidsniveaus sportcomplex Sportcomplex Dagperiode Rekenpunt
1
Avondperiode 1
Berekend
Toetsing
Nachtperiode 1
Berekend
Toetsing
Berekend
Toetsing
001
56
70
59
65
--
60
002
59
70
62
65
--
60
003
63
70
60
65
--
60
004
60
70
63
65
--
60
005
60
70
63
65
--
60
006
61
70
63
65
--
60
007
61
70
64
65
--
60
008
61
70
63
65
--
60
Op bestaande situatie is de in het activiteitenbesluit gestelde normering (..) van toepassing,
overeenkomstig de planologische toetsing VNG normering gemengd gebied.
12
1
5.3
Bespreking rekenresultaten Uit de rekenresultaten (tabel 5.1) blijkt dat de optredende geluidbelasting ten gevolge van de sportactiviteiten op de rekenpunten ter plaatse van de rooilijn (gevels woningen) binnen het plan Feanwâlden De Bosk lager is dan de in het activiteitenbesluit gestelde normering. De geluidbelasting is eveneens lager dan de richtwaarden voor een gemengd gebied, zoals aangegeven in de VNG publicatie. Ten opzichte van de normering is nog enige geluidsruimte voor het sportpark aanwezig. De maximaal optredende geluidniveaus (tabel 5.2) voldoen eveneens aan de in het activiteitenbesluit gestelde normering en zijn lager dan de richtwaarden voor een gemengd gebied, zoals aangegeven in de VNG publicatie. De rekenresultaten geven aan dat in afwijking van de richtafstand, zoals aangegeven in de VNG publicatie, de geluidbelasting lager is dan de richtwaarden voor het type gemengd gebied. Dit betekend concreet dat van de aanbevolen richtafstanden kan worden afgeweken zoals aangegeven in de planvorming van Feanwâlden De Bosk. Opgemerkt wordt dat de geluidbelasting is bepaald op de rooilijn (gevels bouwlijn woningen) en niet ter plaatse van buitenruimten (tuinen).
13
6
Conclusies Sportcomplex
Aan de oostzijde van het sportcomplex wordt i.v.m. de planvorming Feanwâlden De Bosk gevoelige bestemmingen (woningen) gebouwd binnen de richtafstand van 50 meter, zoals aangegeven in de VNG publicatie "Bedrijven en Milieuzonering". De binnen het plan Feanwâlden De Bosk aangegeven rooilijn (gevels woningen) ligt op een afstand van circa 30 meter vanaf het dichtstbijzijnd gelegen sportveld (veld 1). Het onderhavig onderzoek geeft inzicht of kan worden afgeweken van de richtafstand m.b.t. de daadwerkelijk optredende hinder ten gevolge van de activiteiten (stemgeluid etc.) binnen de perceelsgrens van het sportcomplex. Voor toetsing van de optredende geluidbelasting is in verband met de ligging van het plan binnen de zone van de N356 en spoortraject 32 (lijn Groningen - Leeuwarden) uitgegaan van een gemengd gebied, zoals aangegeven in de VNG publicatie "Bedrijven en Milieuzonering" . In kader van een goede ruimtelijke ordening is in het onderzoek rekening gehouden met het stemgeluid van de bezoekers, welk in het activiteitenbesluit van toetsing is uitgezonderd.
Uit het onderzoeksresultaat blijkt dat het sportcomplex bij de aangegeven representatieve bedrijfssituatie voldoet aan de in het activiteitenbesluit gestelde grenswaarde ter plaatse van de binnen het plan Feanwâlden De Bosk aangegeven rooilijn (gevels woningen) en eveneens voldoet aan de richtwaarden voor een gemengd gebied, zoals aangegeven in de VNG publicatie "Bedrijven en Milieuzonering". Hierbij kan gesteld worden dat de richtafstand kan worden gehanteerd zoals in de planvorming is voorzien en de representatieve bedrijfssituatie van het sportcomplex niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Adviesbureau VOBRU Nieuwleusen, 22 juni 2012.
14
Bijlage 1
Figuren Figuur 1 situatie sportcomplex Figuur 2 rekenpunten Figuur 3 bronnen LAR,LT _ LAmax Figuur 4 mobiele bronnen
15
Sportcomplex
Figuur 1 situatie sportcomplex
Gebouw GPS punt
0m
100 m schaal = 1 : 4000
bos
bos
GEM
012 011
007 009
006 005
sportveld
008
Oefenveld sportveld
010
sportveld
004
Oefenveld
bos
001
sporthal
004
014
sportveld
003
Veld 1
002 sportveld
bos
Veld 2
013
bos
bos
tennisbaan
school
bos
Industrielawaai - IL, [versie van Gebied - Lar,LT Sportvelden] , Geomilieu V1.91
Adviesbureau VOBRU Nieuwleusen
bos
Lar,LT Sportvelden
Figuur 2 rekenpunten 029
038
Bodemgebied Gebouw GPS punt Toetspunt
013
030 GEM
010 027 0m
100 m
014
032
schaal = 1 : 2500
026
015
024
016
023
037 022
017
033
025
031 sportveld
08 Oefenveld sportveld
018
001
sportveld
Oefenveld
036 002
bos
003 001
04
014
039
019
004
sporthal
021
001
005
034
002 035
006
003
sportveld
003
007 Veld 1 002
sportveld
bos
Veld 2
013
bos
bos
tennisbaan
bos
Industrielawaai - IL, [versie van Gebied - Lar,LT Sportvelden] , Geomilieu V1.91
Adviesbureau VOBRU Nieuwleusen
008
020
Lar,LT-LAmax Sportvelden
Figuur bronnen LAr,LT en LAmax
Bodemgebied Detail puntbron 031 Gebouw GPS punt Grid Gridpunt Mobiele bron Puntbron Toetspunt
025
sportveld
Oefenveld 0m sportveld
60 m
001
schaal = 1 : 1400
portveld
Oefenveld 002
003
001 sporthal
006
007
7 00
014
063 062
064
118
119
3
133
139(s)
120
097
099
116
094
Veld 2
093
090
091
140(s)
087 127
124
086 bos
bos
125 126
tennisbaan
bos
Industrielawaai - IL, [versie van Gebied - Lar,LT Sportvelden] , Geomilieu V1.91
080 083
082 081
123
110
138(s)
076
078
114 084
085
075
079
089 088
128
073
077
122
092
Nieuwleusen
Veld 1
074
121
129
Adviesbureau VOBRU
071
115 sportveld
096
007
072
095 130
109
069
070
098
006
068
117
100 101
005
108
065
066
067
105 104
102
bos
137(s)
021
sportveld
0030
007007
131
034
136
106
132 103
004
134 135
0404 00
36 00
1 00
107
039
45 00
6 00
020 019 018 0 017 05 053 054 016 05 01575 0 045 055 01400 037 056 013 046 057 001 038 029 002 021 047 058 003 030 039 022031 048 059 004 040 023 060 049 005 032 041 024 061 050 006 003 033 042 025 051 007 043 034 052 026035 008 027 044 009 2 4 036 0 028 0 010 011 12 0 0120
001
113
112
111
Lar,LT Sportvelden
Figuur 4 mobiele bronnen
sportveld
Bodemgebied Detail puntbron Gebouw GPS punt Grid Gridpunt Mobiele bron Puntbron Toetspunt
Oefenveld
0m
20 m schaal = 1 : 500
020 019 018 5 00
017 016 015
75 00
029
057
007
047
022
030
023
039 048
031
005
033
035
044
027
009
028
133 003
010
036
24 00
007
011
061
004
034 026
008
060
4 00
025
049 003 050 042 051 043 052
041
63 00
024
007
059
040
032
006
058
45 00
004
046 038
021
7 00
003
001
056
003
002
055
037 6 00
013
054
045
006
014
053
005
12 00
007
012
104
132 1 00
103 139(s) 131 Industrielawaai - IL, [versie van Gebied - Lar,LT Sportvelden] , Geomilieu V1.91
Adviesbureau VOBRU Nieuwleusen
1
Lar,LT Sportvelden
Figuur 5 50 dB(A) contour H= 5 meter
Bodemgebied Detail puntbron Gebouw GPS punt Grid Gridpunt Mobiele bron Puntbron Toetspunt periode:
Etmaalwaarde Inclusief groepsreducties 50 - 50 dB(A)
018
50 - 50 dB(A)
001 0m
40 m schaal = 1 : 1000
002
50
003
107
50
004 034
134 135 062
137(s)
005
50
063
021 108
065
006
068
066 d
50
109 069
067
50
007
072 070
Veld 1
071
073
075 138(s)
074
076
50
080
077
083
079
115 078
122
082 081
114
113
123
Industrielawaai - IL, [versie van Gebied - Lar,LT Sportvelden] , Geomilieu V1.91
Adviesbureau VOBRU Nieuwleusen
008
110
112
111 50
Bijlage 2
Invoergegevens
16
Gemeente Dantumadiel Model: Groep:
Feanwalden Bijlage 2 bodemgebieden
Lar,LT Sportvelden (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Industrielawaai - IL
Naam 038 002 010 011 012
Omschr. oosteinde Rondweg Harde bodem Harde bodem Harde bodem
Bf 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
013 014 015 016 017
Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem
0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
018 019 020 021 022
Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem
0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
023 024 025 026 027
Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem
0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
028 029 030 031 032
Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem
0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
033 034 035 036 037
Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem
0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
039 001 003 004 005
Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem Harde bodem
0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
006 007 008
Harde bodem Harde bodem Harde bodem
0.00 0.00 0.00
Geomilieu V1.91
6/22/2012 7:01:44 PM
Feanwalden Bijlage 2 gebouwen
Gemeente Dantumadiel Model: Groep:
Lar,LT Sportvelden (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL
Naam 014 002 003 004 004
Omschr. Kantine-sporthal Woningen 01 t-m 07 Woningen 09 t-m 15 Woningen 17 t-m 23 Woningen 25 t-m 31
Hoogte 8.00 7.00 7.00 7.00 7.00
Maaiveld 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
HDef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
Refl. 31 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 63 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 125 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 250 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 500 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
005 006 007 008 009
Woning 01 Woning 14 Woning 13 Woning 02 t-m 12 Woning 45 t-m 51
7.00 7.00 7.00 7.00 7.00
0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
010 011 012 001 013
Woning 33 t-m 43 Woning 46 t-m 48 Woning 02 Kantine-sporthal Woningen 25 t-m 35
7.00 7.00 7.00 12.00 7.00
0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Geomilieu V1.91
6/22/2012 7:02:51 PM
Feanwalden Bijlage 2 gebouwen
Gemeente Dantumadiel Model: Groep:
Lar,LT Sportvelden (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL
Naam 014 002 003 004 004
Refl. 1k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 2k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 4k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 8k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
005 006 007 008 009
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
010 011 012 001 013
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Geomilieu V1.91
6/22/2012 7:02:51 PM
Feanwalden Bijlage 2 mobiele bronnen
Gemeente Dantumadiel Model: Groep:
Lar,LT Sportvelden (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - IL
Naam 001 006 007 004 005
Omschr. Route parkeren Route parkeren Route parkeren Route parkeren Route parkeren
ISO H 0.75 0.75 0.75 0.75 0.75
ISO M 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
HDef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Aantal(D) 240 16 38 104 70
Aantal(A) 180 12 29 78 53
Aantal(N) ------
Cb(D) 13.32 25.81 22.36 18.22 20.19
Cb(A) 9.80 22.29 18.76 14.70 16.62
Cb(N) ------
002 003
Route parkeren Route parkeren
0.75 0.75
0.00 0.00
Relatief Relatief
168 48
126 36
---
16.76 20.81
13.23 17.29
---
Geomilieu V1.91
6/22/2012 7:03:23 PM
Feanwalden Bijlage 2 mobiele bronnen
Gemeente Dantumadiel Model: Groep:
Lar,LT Sportvelden (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - IL
Naam 001 006 007 004 005
Gem.snelheid 10 10 10 10 10
Max.afst. 25.00 25.00 25.00 25.00 25.00
Lw. 31 ------
Lw. 63 ------
Lw. 125 ------
Lw. 250 ------
Lw. 500 ------
Lw. 1k ------
Lw. 2k ------
Lw. 4k ------
Lw. 8k ------
D 31 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
002 003
10 10
25.00 25.00
---
---
---
---
---
---
---
---
---
0.00 0.00
Geomilieu V1.91
6/22/2012 7:03:23 PM
Feanwalden Bijlage 2 mobiele bronnen
Gemeente Dantumadiel Model: Groep:
Lar,LT Sportvelden (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - IL
Naam 001 006 007 004 005
D 63 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
D 125 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
D 250 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
D 500 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
D 1k 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00