CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Ontwerp en ETFAL Foarstrjitte 7C de Westereen GEANONIMISEERD

Raadsvergadering (Dantumadiel) 27 mei 2025, gemeente DantumadielBij agendapunt: RV Bindend advies Foarstrjitte 7C te De Westereen23.001 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

omgevingsvergunning

De Westereen - Foarstrjitte 7C Dantumadiel

DATUM IMRO IDN

30-10-2024 NL.IMRO.1891.20231335-0001

PROJECT PROJECTLEIDER

De Westereen - Foarstrjitte 7C G. van Halteren

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20231335

AUTEUR STATUS

ontwerp

Inhoudsopgave

Ruimtelijke motivering BOPA

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging projectgebied

6

1.3

Procedure

8

1.4

Leeswijzer

9

Beschrijving van het project en de omgeving

10

2.1

Huidige situatie

10

2.2

Toekomstige situatie

12

2.3

Omgevingsplan - mogelijkheden en strijdigheden

14

Participatie

16

3.1

Afstemming andere besturen

16

3.2

Participatie omwonenden

17

Hoofdstuk 4

Beleidskader

18

4.1

Rijksbeleid

18

4.2

Waterschapsbeleid

19

4.3

Provinciaal beleid

20

4.4

Gemeentelijk beleid

22

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

24

5.1

M.e.r.-beoordeling

24

5.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

25

5.3

Duurzaamheid

25

5.4

Gezondheid

26

5.5

Verkeer en parkeren

26

5.6

Ecologie: soortenbescherming

27

5.7

Ecologie: gebiedsbescherming

28

5.8

Luchtkwaliteit

29

5.9

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

31

5.10

Geluid door activiteiten

32

5.11

Geur

33

5.12

Omgevingsveiligheid

33

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 5

3/134

5.13

Trilling

34

5.14

Slagschaduw en windhinder

35

5.15

Welstand

35

5.16

Cultureel erfgoed

36

5.17

Bodem

39

5.18

Water

40

5.19

Spuitzones

41

Hoofdstuk 6

Financiële haalbaarheid

42

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

43

Bijlagen

45

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

47

Bijlage 2

Quickscan Flora & Fauna

75

Bijlage 3

Stikstofberekening

99

Bijlage 4

Onderzoek wegverkeersgeluid

113

Bijlage 5

Digitale watertoets

129

4/134

Ruimtelijke motivering BOPA

5/134

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In De Westereen (gemeente Dantumadiel), ligt ten oosten van het adres Foarstrjitte 7b een perceel, kadastraal bekend als Veenwouden sectie L nr. 209, dat momenteel een agrarische functie heeft. Initiatiefnemer is voornemens om op dit perceel een nieuwe woning te realiseren. De locatie, het projectgebied, is planologisch geregeld in het bestemmingsplan Bûtengebiet Dantumadiel. Ook is de Herziening bestemmingsplan Bûtengebiet Dantumadiel 2016 van toepassing. Deze bestemmingsplannen maken deel uit van het (tijdelijke deel van het) Omgevingsplan Dantumadiel. De beoogde ontwikkeling is in strijd met het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Dantumadiel. Binnen de planologische regeling van het bestemmingsplan 'Butengebiet Dantumadiel' heeft het perceel een agrarische bestemming. Binnen de bestemming 'Agrarisch - Veenlandschap' zijn geen woningen toegestaan. De gemeente Dantumadiel heeft aangegeven positief te staan tegenover de beoogde ontwikkeling. Om medewerking te kunnen verlenen aan het initiatief, moet een planologische procedure worden doorlopen. De ontwikkeling kan middels een omgevingsvergunning voor een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) worden vergund. Hiervoor kan de reguliere procedure van 8 weken met maximaal 6 weken verlenging worden gevolgd.

De omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die bestaat uit het toestaan van een woonfunctie op het perceel ten oosten van Foarstrjitte 7B in de Westereen. Ten behoeve van de bouw van de woning zal te zijner tijd een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit bouwen worden aangevraagd. De gewenste afwijking van het Omgevingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke motivering, waarin wordt aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Deze motivering voorziet hierin.

1.2

Ligging projectgebied

De locatie Foarstrjitte 7C Westereen ligt in aan de noordwestrand van de kern De Westereen. De locatie Foarstrjitte 7C ligt circa 200 meter ten oosten van de Nije Feart. Ten noorden van de locatie ligt de waterplas De Zwemmer. Ten westen van het projectgebied vormt de Miedloane de noordelijke uitvalsweg van De Westereen. De bebouwing aan de Foarstrjitte bestaat uit vrijstaande woningen, veelal van één laag met kap. De bebouwing staat over het algemeen haaks op de weg, met wisselende rooilijnen. De ligging van het projectgebied ten opzichte van de omgeving is weergegeven in figuur 1.1. Figuur 1.2 toont de begrenzing van het projectgebied.

6/134

Figuur 1.1

Ligging plangebied ten opzichte van de omgeving (Bron: PDOK)

Figuur 1.2

Begrenzing van het projectgebied (Bron: PDOK)

7/134

1.3

Procedure

De gemeente Dantumadiel is bereid om medewerking te verlenen aan het initiatief. De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt als buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiervoor moet een omgevingsvergunning voor een BOPA worden aangevraagd. Een BOPA is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het (tijdelijke) Omgevingsplan en die niet vergunningsvrij is. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor een BOPA verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies en er overeenstemming is met de instructieregels van het Rijk en de provincie. Bij de gemeente zijn burgemeester en wethouders (B&W) het bevoegd gezag bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een BOPA. Er kan advies of instemming van een ander bestuursorgaan nodig zijn. Bij de voorgenomen ontwikkeling gaat het om gebruiksactiviteiten in de vorm van het toewijzen van een woonfunctie aan een momenteel agrarisch perceel en het scheppen van de randvoorwaarden voor het bouwen van een woning. Reguliere procedure Op de aanvraag voor een BOPA is de reguliere procedure van toepassing en moet binnen 8 weken worden beslist door het college van burgemeester en wethouders. In het geval van advies met instemming van een ander bestuursorgaan wordt deze termijn met 4 weken verlengd (artikel 16.16 Omgevingswet). Een eenmalige verlenging van de termijn met 6 weken is mogelijk.

Bindend advies gemeenteraad De gemeenteraad kan vooraf gevallen aanwijzen waarin een bindend advies nodig is voordat een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt verleend (artikel 16.15a en artikel 16.15b, Omgevingswet). Voor niet-aangewezen gevallen heeft de gemeenteraad geen adviesrecht. Indien er sprake is van bindend adviesrecht van de raad wijzigt de beslistermijn niet. De gemeenteraad van Dantumadiel heeft op 31 oktober 2022 besloten gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarover het college de raad om bindend advies dient te vragen. Hieronder valt het bouwen van 1 of meer woningen buiten de bebouwde kom. De voorgenomen ontwikkeling valt binnen de lijst met aangewezen categorieën waarvoor de gemeenteraad advies afgeeft. Voor de ontwikkeling is dus een bindend advies nodig van de gemeenteraad. Gefaseerde BOPA De mogelijkheid om een BOPA in meerdere fasen aan te vragen volgt uit artikel 12.27a Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Hiermee kan in de eerste fase een vergunning voor afwijkend gebruik worden aangevraagd (zoals wonen) en in één of meerdere opvolgende fase(n) een vergunning voor de bouwactiviteiten. Daarbij vormt de eerste fase van de BOPA het planologisch basisbesluit en dit is het toetsingskader voor de volgende fase(n).

Net als bij een BOPA zonder fasen moet op grond van wat is aangeleverd bij de aanvraag ook beoordeeld kunnen worden of met het initiatief sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en of voldaan wordt aan de instructieregels van het Bkl. Dat de bouwactiviteiten nog niet volledig zijn uitgewerkt, betekent niet dat hierop niet al in de eerste fase hoeft te worden ingegaan. Bij de aanvraag voor afwijkend gebruik zal in elk geval al een globaal bouwplan moeten worden aangeleverd zodat dit onderdeel van het toetsingskader voor de volgende fase(n) wordt. Dit globale bouwplan zal enkele algemene kaders moeten bevatten zoals de bouwhoogte, het bouwvolume en het aantal

8/134

woningen. In een volgende fase kan de vergunning voor nader uitgewerkte bouwactiviteiten worden aangevraagd. In dit geval geldt als uitgangspunt dat wordt aangesloten bij de bouwmogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat in de bouw- en goothoogte wordt aangesloten op regels uit het omgevingsplan. Bij de gefaseerde BOPA geldt dat de activiteiten die bij het planologisch basisbesluit uitdrukkelijk zijn vergund, niet opnieuw hoeven te worden afgewogen in de opeenvolgende aanvragen. Voor die activiteiten hoeft dus geen nieuwe toets aan de ETFAL plaats te vinden. In dit geval wordt voor de eerste fase een vergunning aangevraagd voor de activiteit wonen. De vergunning voor het bouwen van de woning zal in een latere fase worden aangevraagd als de bouwplannen verder zijn uitgewerkt.

1.4

Leeswijzer

Deze ruimtelijke motivering is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning voor een BOPA voor de locatie Foarstrjitte 7C in De Westereen . De opbouw van deze motivering is als volgt: Hoofdstuk 2: Hier wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van het bestaande gebruik en aanwezige bebouwing in het projectgebied. De toekomstige situatie beschrijft het initiatief voor het projectgebied. Ook wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de strijdigheden met het Omgevingsplan. Hoofdstuk 3: Beschrijft hoe participatie heeft plaatsgevonden en hoe deze heeft bijgedragen aan het ontwerp. Hoofdstuk 4: In dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan de relevante beleidskaders. Hoofdstuk 5: In dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 6: De haalbaarheid van het project wordt besproken. Hoofdstuk 7: In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

9/134

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het project en de omgeving

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het project en de omgeving De voorgenomen ontwikkeling is aanleiding voor deze ruimtelijke motivering en wordt in dit hoofdstuk beschreven. De ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in de omgeving. Een beschrijving van de voormalige en huidige situatie is om die reden ook in dit hoofdstuk opgenomen.

2.1

Huidige situatie

Situatie projectgebied Het projectgebied is gesitueerd aan de noordkant van De Westereen. Het projectgebied is een agrarisch perceel aan de Foarstrjitte in de Westereen, sectie L kadastaal perceelsnummer 209, en heeft een oppervlakte van 7.251 m². Het perceel doet momenteel dienst als grasland. Het projectgebied ligt in het buitengebied, waar de regeling uit het bestemmingsplan 'herziening bestemmingsplan Butengebiet Dantumadiel' (2016) vigerend is. In figuur 2.1 is de ligging van het projectgebied weergeven en figuur 2.2 toont een uitsnede van het bestemmingsplan.

Figuur 2.1

10/134

Projectgebied met kadastrale percelen (Bron: Rho basisviewer)

Figuur 2.2

Fragment bestemmingsplan Butengebiet Dantumadiel (bron: Ruimtelijke plannen)

Omgeving projectgebied De locatie ten oosten van Foarstrjitte 7B ligt in aan de noordwestrand van de kern De Westereen. De Westereen is één is een van de elf dorpen van de gemeente Dantumadeel, provincie Fryslân. Het dorp ligt ongeveer 20 kilometer ten oosten van Leeuwarden, 25 kilometer ten noorden van Drachten en 15 kilometer ten zuiden van Dokkum. De Westereen telt ongeveer 5.000 inwoners en ligt aan de spoorlijn Groningen - Leeuwarden. De naam De Westereen betekent het westelijk einde (van Kollumerzwaag). De Westereen ligt in het gebied van de Fryske Wâlden (Friese Wouden), een gebied dat zich kenmerkt door de vele elzensingels, houtwallen en pingo's. Vroeger strekte zich hier een groot heidegebied uit op de arme zandgrond. De locatie naast Foarstrjitte 7B ligt circa 200 meter ten oosten van de Nije Feart. Ten noorden van de locatie ligt de waterplas De Zwemmer. Ten westen van het projectgebied is de MIedloane de noordelijke uitvalsweg van De Westereen. De noord-zuid lopende Miedloane is voorzien van laanbeplanting (eiken) en een struiklaag met onder andere elzen. De naam Miedloane verwijst naar de mieden, laaggelegen hooilanden. Deze voormalige hooilanden aan weerszijden van de weg hebben een vrij open karakter. Op de perceelsgrenzen zijn hier en daar plukken met elzen aanwezig.

De bebouwing aan de Foarstrjitte bestaat uit vrijstaande woningen, veelal van één laag met kap. De bebouwing staat over het algemeen haaks op de weg, met wisselende rooilijnen. Aan de Foarstrjitte zijn nog enkele kleine wâldhúskes te vinden evenals een fraai kerkje en het pand van Baarsma handelsvereniging.

11/134

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Ontwikkeling De eigenaar van deze gronden is voornemens om op dit agrarische perceel een woning te realiseren. De beoogde woning sluit aan bij de bestaande omliggende bebouwing langs de Foarstrjitte. Wat betreft de bouwen goothoogte zal worden aangesloten bij de bestaande bebouwing aan de Foarstrjitte. Door aan te sluiten bij de bestaande structuur, heeft deze ontwikkeling relatief beperkte invloed op de ruimte. Wel heeft de gemeente als voorwaarde voor haar medewerking gesteld dat het open zicht richting de woningen op Foarstrjitte 9 in stand moet blijven. Daarom wordt de nieuwe woonlocatie aansluitend aan de bestaande bebouwing gerealiseerd. De woning is zorgvuldig ingepast zodat deze aansluit bij de bestaande bebouwing en een natuurlijke afsluiting van het bebouwingslint vormt. Deze inpassing is vastgelegd in een erfinrichtingsplan, welke wordt toegelicht in de volgende paragraaf. 2.2.2 Erfinrichtingsplan De inpassing van de nieuwe woning op het perceel is vastgelegd in een erfinrichtingsplan. Deze is in zijn geheel opgenomen in bijlage 1 bij deze ruimtelijke motivering. Figuren 2.3 en 2.4 geven het voorgenomen erfinrichtingsplan weer.

Figuur 2.3

Erfinrichtingsplan en kadastrale percelen (bron: Rho adviseurs)

De nieuwe woning aan de Foarstrjitte zal een afronding vormen van het bebouwingslint aan de Foarstrjitte en sluit direct aan op de bestaande bebouwing aan dit lint. Om ervoor te zorgen dat de nieuwe woning zorgvuldig stedenbouwkundig en landschappelijk wordt ingepast, volgt het bouwvlak het landschap en de verkavelingsstructuur (zie figuur 2.3). De nieuwe kavel ontstaat ten oosten van het kadastrale perceel van

12/134

Foarstrjitte 7B. Aan de overzijde van de Foarstrjitte verspringen de rooilijnen continu (zie ook de wisselende rooilijnen op figuur hier schuin onder). De bebouwing ten westen van Foarstrjitte 7C echter is in lijn met elkaar gesitueerd, waarbij de woningen Foarstjitte 3 en 5 haaks op de weg staan. Er is voor gekozen de situering van de nieuwe woning in lijn met deze bestaande woningen te situeren. Hierdoor is de woning speels op de kavel, met een geringe draaiing ten opzichte van de kavel, gesitueerd. Het is van belang dat er voldoende ruimte in het lint blijft bestaan, en dat men vanaf de weg zicht op het achterliggende landschap, het bebouwingscluster en het natuurgebied de Zwemmer behoudt. De elzenopschot in de sloot naast de Foarstrjitte beperkt dit zicht. Daarom zal deze gesnoeid worden, maar niet geheel worden verwijderd. Tussen deze ‘plukken groen‘ door (en in de winter) blijft de relatie met het open polderlandschap aanwezig. Het perceel zal aan de oostzijde worden begrensd door een greppel en een aantal elzen. Hierdoor ontstaat een zachte overgang tussen de bebouwing en het landschap, en worden de oorspronkelijke lijnen in het landschap versterkt (zie figuur hiernaast). De elzen worden niet op een vaste afstand van elkaar geplaatst, maar op een onregelmatige afstand. Het dicht opeen plaatsen van elzen, of voor meerstammige els te kiezen, zal een fraai beeld geven.

Het terrein watert deels af op de greppel en deels op de sloot parallel aan de Foarstrjitte. De inrit naar de nieuwe woning is maximaal vier meter breed, waardoor het water zoveel mogelijk doorloopt. Net als bij de woningen 7a en 7b loopt het water via een duiker onder de oprit door.Het voorterrein zal niet volledig verhard worden, maar grotendeels bestaan uit gazon. In de voortuin wordt een solitaire boom geplant. Soorten die hiervoor in aanmerking komen zijn zomereik, veldesdoorn, (flapper)iep of haagbeuk. De nieuwe woning zal qua beeld aansluiten op de overheersende bebouwing die voorkomt aan de Foarstrjitte: het zal bestaan uit één laag met een kap. De gevel bestaat uit rode baksteen. Het dak uit gebakken zwarte dakpannen, eventueel met zonnepanelen. Een eventuele dakkapel is ondergeschikt aan de hoofdvorm. Het nieuwe perceel wordt op voldoende afstand (circa 60 meter) van het pad naar de (terug liggende) woningen aan de Foarstrjitte 9 en 9a aan de oostzijde gesitueerd. Deze ruimte tussen het nieuwe perceel en het pad (en bosje) zorgt voor zicht op het achterliggende landschap. Door het nieuweperceel op deze manier te positioneren wordt het ruimtebeslag op het buitengebied zo veel mogelijk beperkt. Deze manier van inpassing garandeert een verbinding vanaf de weg met het buitengebied, waarbij de woningen Foarstrjitte 9 en 9a een band houden met de weg.

13/134

Figuur 2.4

Maatvoering inrichtingsplan (bron: Rho Adviseurs)

De woning komt, evenals de woningen 7a en 7b, op afstand van de Foarstrjitte te staan. Figuur 2.4 geeft de maatvoering van de woning en afstand tot de perceelgrenzen weer. De maatvoering van hoofdvorm van de woning bedraag 15 bij 10 meter. Halverwege de hoofdvorm wordt een geschakelde vorm gekoppeld met een afmeting van 5 bij 10 meter. Dit bijgebouw is aan de noordoostzijde van de woning gesitueerd, vergelijkbaar met de andere woningen aan de Foarstrjitte en in de buurt. De woning krijgt een kap, welke haaks staat op de richting van de weg. Dit sluit aan bij het bestaande straatbeeld. Ook komt de uitrit wat verder van de andere, bestaande uitritten te liggen. Een verdere uitgebreide uitwerking van het landschappelijke inpassingsplan is te raadplegen in bijlage 1. De uitvoering van het erfinrichtingsplan wordt als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de omgevingsvergunning.

2.3

Omgevingsplan - mogelijkheden en strijdigheden

De gewenste ontwikkeling, zoals beschreven in voorgaande paragrafen, is in strijd met de juridisch-planologische mogelijkheden op basis van het Omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Dantumadiel. Het Omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke regels die nu zijn opgenomen in bestemmingsplannen, beheersverordeningen, inpassingsplannen, exploitatieplannen, voorbereidingsbesluiten, hogere waarde besluiten, vastgestelde veiligheidscontouren, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Tevens bevat het Omgevingsplan een aantal regels die voorheen geregeld waren op rijksniveau. Deze regels zijn voor een deel afkomstig uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Wabo. Deze regels vanuit het Rijk worden de

14/134

Bruidsschat genoemd. Daarnaast bestaat het Omgevingsplan uit een aantal verordeningen die binnen de gemeente gelden: de Erfgoedverordening en Geurverordening. Het projectgebied is planologisch geregeld in het bestemmingsplan 'herziening bestemmingsplan Butengebiet Dantumadiel' (2016). Dit bestemmingsplan maakt deel uit van het tijdelijke Omgevingsplan van de gemeente Dantumadiel. Het projectgebied zelf heeft de Bestemming 'Agrarisch - Veenlandschap'. De gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik, met uitzondering van boom-/sierteelt, houtteelt, bollenteelt en fruitteelt. Ook zijn de gronden bestemd en voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden. Op de voor 'Agrarisch - Veenlandschap' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Er mag geen gebouw worden gebouwd en dus ook geen woning. Verder is het projectgebied onderdeel van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar'. Daarvoor geldt dat die gronden - naast de aangewezen bestemming(en) - tevens bestemd zijn voor de bescherming van de functionele bruikbaarheid van het radarstation. Deze aanduiding in het bestemmingsplan regelt, in verband met het radarstation, dat de bouwhoogte van bouwwerken mag niet meer mag bedragen dan 75 m . Ten westen van het projectgebied heeft de grond ter hoogte van Foarstrjitte 7 een Natuurbestemming.

Ten noorden van de agrarische bestemming geldt een woonbestemming voor de bebouwing op Foarstrjitte 9, waar maximaal 2 woningen zijn toegestaan. Zoals eerder genoemd is de grond voor het projectgebied op dit moment bestemd als Agrarisch – Veenlandschap. Binnen deze bestemming is het bouwen en gebruiken van een woning niet toegestaan.

15/134

Hoofdstuk 3

Participatie

De Omgevingswet stimuleert participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de wet staat dat initiatiefnemers moeten aangeven of er geparticipeerd is en wat de resultaten hiervan zijn (artikel 7.4 van de Omgevingsregeling). Hoe zij dit vormgeven is door de wetgever bewust opengelaten. Dit om ruimte te laten voor vormen van participatie die aansluiten bij de aard van de opgave en bij de eigen visie van gemeenten op participatie. Artikel 7.4 van de Omgevingsregeling omvat geen verplichting voor de initiatiefnemer om aan participatie te doen. Daar is een uitzondering op. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 16.55, lid 7, Omgevingswet). Voor een aantal gevallen heeft de gemeenteraad van gemeente Dantumadiel bepaald dat het wel verplicht is om aan participatie te doen. Het gaat daarbij om plannen waarbij van de regels van het gemeentelijke omgevingsplan moet worden afgeweken. Daarvoor is een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig. Op de Lijst voor verplichte participatie van de gemeente Dantumadiel is "Het bouwen van 1 of meer woningen buiten de bebouwde kom" een aangewezen geval waarin participatie verplicht is (Raadsvergadering 31 oktober 2022).

Voor de gewenste ontwikkeling is het twijfelachtig of de ontwikkeling moet worden gezien als liggend buiten de bebouwde kom waarvoor participatie verplicht is. De bebouwde kom is het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijfsfunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven. De feitelijke situatie is bepalend voor de vraag of een perceel in de bebouwde kom ligt of niet. De plaats van het verkeersbord is hierbij niet van belang. Wat betreft het perceel Foarstrjitte 7c wordt aangesloten op het bebouwingslint van de Foarstrjitte. Het nieuwe perceel wordt op voldoende afstand (circa 60 meter) van het pad naar de (terugliggende) woningen aan de Foarstrjitte 9 en 9a aan de oostzijde gesitueerd. Deze ruimte tussen het nieuwe perceel en het pad (en bosje) zorgt voor zicht op het achterliggende landschap. Hierdoor blijft de landschappelijke impact voor de bewoners van Foarstrjitte 9 en 9a beperkt en is er in feite nog steeds sprake van een overgang tussen het bebouwingslint en het buitengebied en kan worden gesteld dat de ontwikkeling het realiseren van 1 woning binnen de bebouwde kom betreft. Conclusie Gezien de ligging van het projectgebied in het overgangsgebied tussen bebouwde kom en buitengebied, is participatie voor deze ontwikkeling wel wenselijk.

Daarom heeft initiatiefnemer de omwonenden per brief geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Hier is in paragraaf 3.2 nader op ingegaan.

3.1

Afstemming andere besturen

Afstemming provincie Gedeputeerde Staten hebben niet bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een BOPA het recht

16/134

van advies en instemming. Gedeputeerde Staten moeten vooraf aangeven in welke gevallen een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan hen voor advies en instemming moet worden voorgelegd. Ze mogen alleen gevallen aanwijzen waarbij sprake is van een provinciaal belang (Artikel 4.25, lid 1 onder g, en lid 3 van het Omgevingsbesluit). Deze zijn aangewezen bij besluit van 19 december 2023 en inwerking getreden op 1 januari 2024 (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-250.html). De gevallen die zijn aangewezen voor advies en instemming zijn de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarover instructieregels zijn gesteld in hoofdstuk 2 (ruimtelijk omgevingsbeleid) en hoofdstuk 6 (duurzame energie) van de Omgevingsverordening. Het projectgebied valt buiten de begrenzing 'bestaand stedelijk gebied', zoals opgenomen in de geldende Omgevingsverordening van de provincie Fryslân (2022) en te zien in figuur 3.1. Hierdoor maakt het dus geen deel uit van het bestaand stedelijk gebied en is het inwinnen van advies en afstemmen met de provincie verplicht. De ontwerp omgevingsvergunning zal aan de provincie worden voorgelegd.

Figuur 3.1 . Overheid.nl)

3.2

Begrenzing bestaand stedelijk gebied, Omgevingsverordening provincie Friesland. (Bron:

Participatie omwonenden

Ondanks dat niet helemaal duidelijk is of het initiatief een geval betreft waarvoor de gemeente Dantumadiel participatie verplicht, heeft initiatiefnemer wel aan participatie gedaan. De omwonenden zijn in juni 2024 per brief op de hoogte gesteld van de voorgenomen plannen.

17/134

Hoofdstuk 4

Beleidskader

In deze paragraaf wordt ingegaan op het Rijksbeleid (Nationale Omgevingsvisie- hierna NOVI), provinciaal beleid (Provinciale Omgevingsvisie - hierna POVI) en gemeentelijk beleid (Gemeentelijke Omgevingsvisie - hierna GOVI).

4.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Een goede omgevingskwaliteit wil zeggen dat plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vijf opgaven: a.

De bouw van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen; 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Momenteel wordt voor Noord-Nederland gewerkt aan een omgevingsagenda. Als voorloper is er gewerkt aan een Contour Omgevingsagenda waarin acht omgevingsopgaven zijn benoemd: a. Druk op de ruimte in het landelijk gebied vraagt om gezamenlijke keuzes; b. Benutten van de brede effecten van de energietransitie; c. Economisch perspectief ten aanzien van kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw; d. Toekomstgerichte bereikbaarheid van Noord-Nederland; e. Versterken Stedelijk Netwerk Noord-Nederland;

18/134

f. Toekomstkracht voor gebieden met bevolkingsdaling en sociaaleconomische achterstand; g. Water als verbindende schakel in klimaatadaptieve maatregelen; h. Waarborgen van de omgevingskwaliteit. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. De regio waarvan de gemeente Dantumadiel deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. Het beleid uit de NOVI is niet van invloed op de ontwikkeling in het plangebied. Toetsing De beoogde ontwikkeling past binnen de opgave om de economie van Nederland te verduurzamen en het groeipotentieel te behouden. Er is sprake van een perceelsgebonden ontwikkeling die, gezien de zeer kleine omvang, geen belangen raakt die zijn opgenomen in de NOVI. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de fysieke leefomgeving gekregen. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren.

Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het mogelijk maken van een woning waarin is aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties past in die lijn. Er is geen strijdigheid met de rijksbelangen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale belangen als opgenomen in de NOVI. Er is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling waar de beleidsvrijheid bij de gemeente en de provincie ligt. De ontwikkeling past binnen de kaders van het rijksbeleid.

4.2

Waterschapsbeleid

Wetterskip Fryslân is verantwoordelijk voor de veiligheid (sterke dijken), het bewaken van de waterkwaliteit, een goed waterpeil, voldoende water en het zuiveren van afvalwater. Hierbij wordt rekening gehouden met klimaatverandering. Het beheergebied omvat de provincie Fryslân en een deel van het Groninger Westerkwartier. In 2023 heeft het Wetterskip haar toekomstvisie vastgesteld. De visie geeft inhoud voor het Fries Programma Landelijk Gebied en de Provinciale Omgevingsvisie. Voor het ontwikkelen van beleid en plannen over water, bodem en ruimte is de visie de basis. Wetterskip Fryslân gebruikt de visie ook om bestaande plannen, zoals het Waterbeheerprogramma 2022-2027, te herzien. Dit Waterbeheerprogramma 2022-2027 is nu nog het geldende plan en geeft inzicht in de maatregelen en ruimtelijke keuzes om onder meer klimaatverandering op te kunnen vangen. Dit programma is in samenwerking met de Provincie Fryslân opgesteld. De provincie is verantwoordelijk voor het Regionaal Waterprogramma 2022/2027 dat het kader is voor het waterbeheerprogramma.

19/134

Het Regionaal Waterprogramma 2022/2027 is op 30 november 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. In dit programma legt de provincie het beleid voor waterbeheer vast voor deze planperiode. In de omgevingsverordening Fryslân zijn regels opgenomen die gaan over veiligheid en water. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.3. Het hoofddoel is dat de provincie Fryslân in 2050 zoveel mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. In het Waterprogramma zijn de doelen in programmalijnen opgenomen voor klimaatadaptatie, waterveiligheid, voldoende water en waterkwaliteit opgenomen. De uitwerking vindt plaats door de waterschappen. Waterschapsverordening De waterschapsverordening Wetterskip Fryslân bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die het Wetterskip stelt binnen haar beheersgebied.Wetterskip Fryslân heeft er voor gekozen om met de inwerktreding van de Omgevingswet beleidsluw over te gaan. Dit houdt in dat de waterschapsverordening qua vorm en opzet volledig voldoet aan de uitgangspunten van de Omgevingswet. In de Omgevingsverordening provincie Fryslân zijn in hoofdstuk 3 de instructieregels met betrekking tot water opgenomen. In paragraaf 5.18 wordt ingegaan op het wateraspect met betrekking tot de beoogde ontwikkeling.

4.3

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie De Romte Diele Fryslân 2020 Het ruimtelijk beleid van de provincie Friesland is vastgelegd in de omgevingsvisie De Romte Diele 2020. In de omgevingsvisie geeft de provincie een gewenst toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. De hoofdambitie voor de Friese leefomgeving is als volgt gedefinieerd: 'Brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân'. Om het geschetste toekomstbeeld ruimtelijk te realiseren, heeft de provincie provinciale opgaven benoemd. Hier is een onderscheid gemaakt tussen de doelen voor de bestaande kwaliteit van de leefomgeving en doelen voor de aanpak van vier nieuwe, urgente opgaven. De vier urgente opgaven (leefbaar vitaal en bereikbaar; energietransitie; klimaatadaptatie en versterken biodiversiteit) vormen gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de provincie. Toetsing Een van de doelstellingen is om het woningaanbod te laten aansluiten op de vraag van inwoners. Een eigenaar van een perceel die een woonfunctie mogelijk wil maken sluit hier naadloos op aan. Het beoogde initiatief sluit aan bij de ontwikkelmogelijkheden voor wonen in de provincie Fryslân. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de vier urgente opgaven uit de omgevingsvisie van de provincie Fryslân.

Er zijn geen nadelige gevolgen voor de bereikbaarheid van het projectgebied en de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving wordt door de gewenste ontwikkeling behouden. De ruimtelijke kwaliteit van het projectgebied is geborgd door de goede ruimtelijke inpassing zoals die is weergegeven in het erfinrichtingsplan (bijlage 1).

20/134

De provinciale Omgevingsvisie, De Romte Diele, is op 23 september 2020 door Provinciale Staten vastgesteld. Veel provinciaal beleid, programma's en projecten raken de Friese leefomgeving waarin mensen wonen, werken, zich verplaatsen, elkaar ontmoeten en recreëren. In de Omgevingsvisie staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. Het is geen blauwdruk voor hoe Fryslân er over 20 à 30 jaar bij ligt. Wel geeft de visie de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Samen met verschillende organisaties, inwoners en ondernemers in Fryslân geeft de provincie nu invulling aan deze visie. Dit gebeurt in programma's, concrete projecten en initiatieven en zo nodig ook in regels. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Hierbij wordt gewerkt met negen principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud.

Het mogelijk maken van een woning in het verlengde van het bestaande bebouwingslint speelt in op het zuinig ruimtegebruik en het koppelen van woningbouwambities. Omgevingsverordening provincie Fryslân 2022 De omgevingsverordening heeft betrekking op de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Op 8 februari 2024 is de Omgevingsverordening in werking getreden. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen voor ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied. Er is daarom een toetsing nodig aan de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân. Toetsing Het projectgebied valt buiten het bestaand stedelijk gebied. Met de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied wordt een stedelijke functie toegevoegd aan het bestaande bebouwingslint. In artikel 2.25 lid 1, sub a en b, van de provinciale verordening is opgenomen dat dit onder voorwaarden mogelijk is, namelijk: a. de nieuwe functie leidt tot een afronding of verdichting van een bebouwingslint of bebouwingscluster, en b.

de omvang van de stedelijke functie is afgestemd op de omgeving.

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt aan deze voorwaarden voldaan. De ontwikkeling leidt tot een afronding van het bebouwingslint. Ook is de ontwikkeling afgestemd op de omgeving, omdat aangesloten wordt bij de bouwmogelijkheden (goot- en bouwhoogte) uit het geldende bestemmingsplan. Conclusie Het project past binnen het provinciaal beleid.

21/134

4.4

Gemeentelijk beleid

Op 16 december 2008 is door de gemeenteraad de visie “Dantumadiel 2018, Dantumadiel Gewoan Bysûnder” vastgesteld. Hierin heeft de gemeente, op hoofdlijnen, haar visie op de ontwikkeling van de gemeente in de periode tot 2018 uiteengezet. De gemeente Dantumadiel is vooral een woongemeente. Er zijn elf dorpen in de gemeente, waarvan drie met een zogenoemde centrumfunctie: Damwâld, Feanwâlden en De Westereen. Dit betekent dat er in deze dorpen verschillende voorzieningen zijn. Omgevingsvisie gemeente Dantumadiel 2024 De omgevingsvisie van de gemeente Dantumadiel is momenteel in werking. Ondanks dat er hier sprake is van een ontwerp Omgevingsvisie geeft de gemeente al enige richting met betrekking tot haar bedrijventerrein en ondernemers. De gemeente wil zich inzetten op woningbouw om te kunnen voorzien in de vraag naar woningen. De gemeente wil graag dat in alle woonkernen altijd ruimte is voor nieuwbouw: op maat, betaalbaar, passend bij de schaal en behoefte in het dorp. De gemeente hecht veel waarde aan de beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief goede woningen. Het verbeteren van bestaande woningen is daarbij essentieel, naast het realiseren van nieuwe woningen. Omdat de exacte woonbehoeften van de inwoners in de toekomst niet te voorspellen zijn, hanteert de gemeente Dantumadiel een flexibele benadering.

Dit stelt de gemeente in staat om adequaat te reageren op de actuele ontwikkelingen in de woningmarkt. Het woonbeleid van de gemeente is primair gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad, om deze geschikt te maken voor diverse doelgroepen, zowel nu als in de toekomst. De gemeente streeft naar voldoende doorstroming binnen de bestaande woningvoorraad, zodat inwoners passende woningen kunnen vinden. Tevens zet de gemeente zich in om de kwaliteit van de woningvoorraad op peil te houden, zodat inwoners ook in de toekomst graag in de gemeente blijven wonen. Toetsing De gemeente zet zoveel mogelijk in op transformatie en herstructurering in de dorpen. Er wordt het liefst voor kleinschalige oplossingen (lokaal maatwerk) gekozen die passen bij de situatie ter plekke. Het initiatief betreft een kleinschalige ontwikkeling waarbij de wens is om een nieuwe woning mogelijk te maken, op een plek waar momenteel geen woning staat. Het uitgangspunt is dat de te bouwen woning voldoet aan recente bouweisen, waardoor de kwaliteit hoog zal zijn. Dit sluit aan bij de doelen van de gemeente om te zorgen voor een goede beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief goede woningen. De gemeente Dantumadiel heeft in de ontwerp omgevingsvisie (01-08-2023) gesteld is dat er behoefte is aan c.a. 330 woningen, verdeeld over de gemeente, waarvan 100 in de Westereen.

Door de realisatie van een woning aan de Foarstrjitte 7C wordt bijgedragen aan de behoefte aan nieuwe woningen.

Woonvisie 2020-2025 Op 26 januari 2021 is de Woonvisie 2020-2025 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie staan de volgende

22/134

zeven speerpunten uitgewerkt: 1. Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten; 2. Nieuwbouw in stad, dorpen en wijken, omgang met groei en krimp; 3. Ontwikkeling van de sociale huurvoorraad: betaalbaar, beschikbaar en met kwaliteit; 4. Wonen en zorg in dorpen en wijken; 5. Energietransitie en verduurzaming; 6. Leefbare dorpen: sociaal en veilig, met bereikbare voorzieningen; 7. Samenwerking gemeente, belanghebbenden en bewoners. Het nieuwe Woonprogramma is hierop gebaseerd Toetsing De visie beoogt dat de bestaande woningvoorraad voldoende kwaliteit biedt, om ervoor te zorgen dat er voldoende doorstroom van mensen is naar voor hen passende woningen zodat leegstand wordt voorkomen. Daarnaast ziet de gemeente kansen om transformatie binnen de bestaande woningvoorraad te faciliteren. Het perceel leent zich geschikt om nieuwbouw mogelijk te maken van een woning. Het woonbeleid van de gemeente Dantumadiel biedt ruimte voor nieuwbouw, omdat dit bijdraagt aan de woningbehoefte. De ontwikkeling draagt bij aan de vervulling van deze behoefte. Daarom sluit deze ontwikkeling aan bij de woonvisie 2020-2025 van de gemeente Dantumadiel. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het gemeentelijke beleid.

23/134

Hoofdstuk 5

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

De gevolgen voor de fysieke leefomgeving van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd (voor de voorgenomen ontwikkeling bouwactiviteiten en woonactiviteiten), moeten in beeld worden gebracht. De aard, omvang en locatie van de activiteit(en) waarvoor een BOPA- activiteit wordt aangevraagd zijn bepalend voor de omgevingsaspecten en andere thema's die onderzocht moeten worden, de toelichting op de geldende beoordelingskaders, de inhoudelijke vereisten voor toetsing en motivering en de eventuele voorschriften die mo eten worden verbonden aan de omgevingsvergunning. Dit alles is nodig met het oog op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zo moet in elk geval rekening worden gehouden met de instructieregels uit het Bkl en de provinciale verordeningen (zie artikel 8.0b Bkl). Daar waar een nieuwe activiteit milieuruimte inneemt, is aandacht nodig voor de gevolgen van deze activiteit op de omgeving maar ook welke gevolgen de omgeving heeft op deze nieuwe activiteit. De instructieregels uit het Bkl (en provinciale omgevingsverordening) kunnen verplichten tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning voor de BOPA. Hiervoor dient extra aandacht te zijn bij het onderzoek naar de gevolgen van een activiteit voor de fysieke leefomgeving.

5.1

M.e.r.-beoordeling

Toetsingskader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een BOPA project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn m.e.r-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de m.e.r.(beoordelings)-plicht geldt. Als hier het Omgevingsplan wordt genoemd, wordt hieronder ook de omgevingsvergunning voor een BOPA verstaan. Voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning.

Toetsing De beoogde ontwikkeling, namelijk het mogelijk maken van een woonfunctie en een woning in het buitengebied, waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, komt niet voor in Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob). Het project is niet project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig. De ontwikkeling heeft geen onaanvaardbaar effect op de onderliggende gronden of andere functies in de

24/134

omgeving. De landschappelijke elementen rondom het projectgebied worden behouden. Overigens blijkt uit de beoordeling van de milieu- en omgevingsaspecten uit de rest van dit hoofdstuk dat er geen belangrijke milieugevolgen zullen optreden. Conclusie Deze ontwikkeling is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Volgens de toetsing van de omgevingsaspecten in hoofdstuk 5 zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van het verlenen van de omgevingsvergunning.

5.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Toetsingskader De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand en is opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Artikel 5.129g lid 1 is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. In Lid 2 (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) is geregeld dat, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, met nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden wordt met: de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Toetsing De beoogde ontwikkeling aan Foarstrjitte vindt plaats buiten het bestaand stedelijk gebied. Maar gezien de aard en schaal is er geen sprake van verstedelijking. Er is op basis van jurisprudentie pas sprake van verstedelijking bij woningbouw vanaf 12 woningen.

De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van één woning. Daarom is het niet noodzakelijk om deze ruimtelijke ontwikkeling aan de ladder te toetsen. Als de Ladder niet van toepassing is, dan moet wel de evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden gemotiveerd. Zie hiervoor hoofdstuk 7. De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met duurzame verstedelijking, omdat er aangesloten wordt op het bestaande bebouwingslint en er dus zuinig met beschikbare ruimte wordt omgegaan. Conclusie Het voornemen hoeft niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking en is dus niet in strijd hiermee. De voorgenomen ontwikkeling wordt qua verstedelijking op een duurzame manier ontwikkeld.

5.3

Duurzaamheid

Toetsingskader Er is geen specifiek toetsingskader in de Omgevingswet voor het aspect duurzaamheid. Vanuit de doelen van de Omgevingswet is duurzaamheid een thema waarmee bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een BOPA rekening gehouden moet worden. Duurzaamheid is een veelomvattend begrip waar veel aspecten onder

25/134

vallen zoals onder andere de energietransitie, mobiliteit en herbruikbaarheid. De duurzaamheidsvisie van de gemeente Dantumadiel ligt momenteel in de ontwerpfase. Toetsing De gemeente stimuleert huiseigenaren om hun woning te verduurzamen. Het bouwen van een nieuwe woning als uitbreiding van het stedelijk lint draagt bij aan duurzaam gebruik van ruimte. De woning zal worden gebouwd volgens recente standaarden. Daarbij moet worden voldaan aan de eisen die gelden ten aanzien van duurzaamheid. Conclusie Er is rekening gehouden met het thema duurzaamheid.

5.4

Gezondheid

Een doel van de Omgevingswet is het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet wordt benadrukt dat het bevoegd gezag bij de beoordeling van een evenwichtige toedeling van functies in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Daarnaast heeft de gemeente aangegeven dat er dient te worden aangetoond dat er voor de woning sprake is van een acceptabel tot goed woon- en leefklimaat. Toetsing In een woonomgeving is het van belang dat er rekening gehouden wordt met de mensen die daar wonen en werken. Of mensen hun woonomgeving ervaren als een gezonde leefomgeving hangt af van bijvoorbeeld de mogelijkheden voor ontspanning, beweging en ontmoeting, maar ook ruimte en condities om te ondernemen, de kwaliteit van de woning en bescherming tegen water. Bij de beoogde ontwikkeling ontstaan kansen om de gezondheid van inwoners van het gebied te verbeteren menens het erfinrichtingsplan door bijvoorbeeld meer groen toe te voegen op het perceel zelf en de kwaliteit van de beoogde woning te verbeteren door bijvoorbeeld luchtfilters te plaatsen. Een deel van de beschreven milieu-, en omgevingsaspecten in hoofdstuk 5 heeft een gezondheidscomponent, waarbij het in de meeste gevallen gaat om gezondheidsbescherming.

Uit de toetsing van de verschillende aspecten blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen negatief effect heeft op de gezondheidssituatie. Conclusie Er is rekening gehouden met het thema gezondheid.

5.5

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Omgevingswet en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. Bij het toelaten van een nieuwe activiteiten moet aangetoond worden wat het effect is op de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en of er aan de parkeerbehoefte kan worden voorzien.

26/134

Toetsing parkeren De gemeente Dantumadiel heeft geen eigen parkeernormen. Daarom wordt uitgegaan van de CROW publicatie 381. Uitgaande van het gebiedstype niet stedelijk en rest bebouwde kom wordt voor koopwoningen (koop, huis, vrijstaand) een parkeernorm van 2,4 parkeerplaats per woning aangehouden. Er is binnen het projectgebied voldoende ruimte om deze parkeerplaatsen te realiseren. Daarmee kan dus worden voldaan aan de parkeernorm uit de CROW publicatie 381. Parkeren wordt op eigen erf gerealiseerd zodat wordt voorzien in de parkeerbehoefte. Conclusie Binnen het plangebied is voldoende ruimte voor het realiseren van het benodigde aantal parkeerplaatsen. Toetsing verkeer Met het realiseren van de woning neemt het aantal verkeersbewegingen beperkt toe. Op basis van de CROW publicatie 381 gaat het om een toename van maximaal 10 mvt per dag. De Foarstrjitte heeft voldoende capaciteit om deze extra verkeersbewegingen te verwerken zonder overlast te veroorzaken voor omwonenden. Conclusie Het aantal verkeersbewegingen neemt licht toe als gevolg van de gewenste ontwikkeling. De ontsluitingsweg Foarstrjitte heeft hiervoor voldoende capaciteit. Vanuit verkeer is er geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.

5.6

Ecologie: soortenbescherming

De Omgevingswet regelt activiteiten die met natuur te maken hebben. Deze natuuractiviteiten gaan over dieren en planten in het wild en gebieden waarin ze leven. Het doel van de regels is het beschermen van soorten en gebieden. De gebiedsbescherming komt in paragraaf 5.5 aan de orde. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft, zoals aangegeven, regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen. Toetsing Het projectgebied is momenteel in gebruik als grasland wat intensief wordt gemaaid. Voor het project is de sloop van bestaande bebouwing/het kappen van (grote) bomen en/of dempen van sloten niet aan de orde. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een woning op een agrarisch perceel. Hiervoor wordt een inrit gemaakt die aansluit op de Foarstrjitte. Hierdoor wordt een gedeelte van de sloot gedempt en worden er een aantal elzen gerooid. Om na te gaan of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden, is een 'ecologische quickscan flora & fauna' uitgevoerd door bureau Faunax. De resultaten van de quickscan zijn opgenomen in bijlage 2.

Hieruit volgt dat het planvoornemen zonder bezwaren doorgang kan vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits buiten het broedseizoen (grofweg tussen 15 maar en 15 juli) wordt gewerkt om broedvogels en weidevogels en het NNN

27/134

niet te verstoren. Voor overige soorten moet de algemene zorgplicht worden nageleefd. Algemene zorgplicht Onder de Omgevingswet geldt, net als voorheen onder de Wet natuurbescherming, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. Die zorgplicht houdt in dat de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten in redelijkheid zoveel mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Bij de uitvoering van de werkzaamheden moet rekening worden gehouden met deze zorgplicht. Conclusie Voor het aspect ecologie: soortenbescherming is aangetoond dat er geen sprake is van negatieve effecten op wettelijk beschermde soorten flora, fauna of natuurgebieden. De locatie ligt in weidevogelkansgebied, maar vanwege de al aanwezige bebouwing aan de Foarstrjitte is het agrarisch gebied al compleet verstoord.Er treedt met deze ontwikkeling dan ook geen extra verstoring op van het areaal wat vanwege haar openheid en rust geschikt is voor weidevogels. Met het oog op soortenbescherming is er geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.7

Ecologie: gebiedsbescherming

Toetsingskader Nederland kent 162 Natura 2000-gebieden. Dit Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle gebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. In Nederland bevindt zicht tevens het Natuur Netwerk Nederland. Toetsing Het projectgebied ligt op 6 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied de Groote Wielen, zie figuur 5.1. Verder ligt het projectgebied dichtbij NNN-gebied. In dit kader is het van belang om na te gaan of het project significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied. Om dit te kunnen bepalen, is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 3. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Voor de uitvoering van dit project geldt geen vergunningplicht op basis van de Omgevingswet en worden er geen belemmeringen verwacht.

28/134

Figuur 5.1

Het projectgebied t.o.v. Natura 2000-gebied en NNN (Bron: Rho Basisviewer)

Conclusie Voor het aspect gebiedsbescherming worden er geen belemmeringen verwacht voor de beoogde ontwikkeling.

5.8

Luchtkwaliteit

In het Bkl zijn per 1 januari 2024 de normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Voor de kwaliteit van de buitenlucht gelden de omgevingswaarden, bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.8a. Als de activiteiten leiden tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van een van de volgende stoffen in een daarbij aangegeven aandachtsgebied, worden in een omgevingsplan de daarbij aangegeven omgevingswaarden in acht genomen in een aandachtsgebied voor zowel stikstofdioxide als fijnstof: 1) de omgevingswaarde voor stikstofdioxide, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onder b; en 2) de omgevingswaarden voor PM10, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid. Toetsingskader Bij ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader wordt gevormd door de regels in het Bkl. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 ìg/m3 of minder. Daarnaast zijn in artikel 5.54 Bkl standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen. Als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering. Toetsing

29/134

Volgens de kaart 'RIVM Luchtkwaliteit' (2021) is er in de directe omgeving van het projectgebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Zoals weergegeven in figuur 5.2 is de concentratie fijnstof (PM10) tussen de 15 µg/m³/jr en 17 µg/m³/jr. Daarnaast laat de stikstofdepositiekaart in figuur 5.3 zien dat in het gebied van De Westereen de depositiewaarde minder dan 10 µg/m³/jr. Dit is relatief een lage concentratie. Bij de beoogde ontwikkeling wordt niet in betekende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Figuur 5.2

30/134

Projectgbied t.o.v. concentratie fijnstof (PM10) in De Westereen (Bron: Atlas leefomgeving)

Figuur 5 3.

Locatie projectgebied en gemeten concentratie stikstof (NO2) in De Westereen (Bron: RIVM)

Conclusie Vanuit het omgevingsaspect luchtkwaliteit is er geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.9

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

Algemeen In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied. Het omgevingsplan voorziet erin dat het geluid binnen het projectgebied aanvaardbaar is. Het geluid is aanvaardbaar als wordt voldaan aan de standaardwaarden per geluidbronsoort. Een overschrijding is mogelijk als er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarden te voldoen, de overschrijding zoveel mogelijk wordt beperkt en er wordt voldaan aan de grenswaarden. Het projectgebied ligt niet binnen een zone waarin sprake is van geluidhinder als gevolg van spoorwegen en industrieterreinen. De enige relevante weg voor het projectgebied betreft de Foarstrjitte (gemeenteweg). Toetsing gemeentewegen Voor gemeentewegen dient het geluidaandachtsgebied te worden berekend op basis van de uiterlijk in 2026 vast te stellen basisgeluidemissie (BGE). Op basis van artikel 17.5 van de Omgevingsregeling geldt er overgangsrecht en zijn aan gemeentewegen geluidaandachtsgebieden toegekend op basis van vaste afstanden. Voor de Foarstrjitte geldt een 50 km/h regime. Er is een akoestisch onderzoek gedaan voor de voorgenomen ontwikkeling. Hierin zijn de geluidsaspecten voor wegverkeersgeluid grondig onderzocht. Het hele onderzoek is te vinden in bijlage 4.

Vanwege de geringe bijdrage aan de totale verkeersintensiteit op de Foarstrjitte is de verkeersgeneratie van het plan niet

31/134

meegenomen in het akoestisch onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat de hoogst berekende geluidbelasting op de woning ten hoogste L- den = 59 dB bedraagt. De standaardwaarde van L- den = 53 dB wordt daarmee overschreden, de grenswaarde van L- den = 70 dB wordt niet overschreden. Op basis van de instructieregels van het Bkl is het geluid aanvaardbaar als wordt voldaan aan de standaardwaarde. Een overschrijding is mogelijk als er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarden te voldoen, de overschrijding zoveel mogelijk wordt beperkt en er wordt voldaan aan de grenswaarde. In een aantal gevallen kan een waarde hoger dan de grenswaarde aanvaardbaar worden geacht. Vanuit landschappelijke waarden en stedenbouwkundige inpasbaarheid volgt dat de woning niet verder naar achteren kan worden geplaatst. Verder zou het toepassen van geluidwerende maatregelen niet financieel doelmatig zijn voor één woning. Wel blijft sprake van een acceptabel binnenklimaat, omdat de geluidsbelasting slechts op de voorgevel wordt geprojecteerd en de gezamenlijke geluidsbelasting op de woning onder de grenswaarde blijft. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidskwaliteit volgens de 'Kwaliteitsindicatie gecumuleerde geluidbelasting' van het RIVM tevens de waarde 'zeer goed' heeft. Dit geeft aan dat er een goed akoestisch klimaat zal zijn.

Ook is de achterzijde van de woning geluidsluw, wat zorgt voor een aangenaam binnenklimaat. Omdat de berekende geluidbelasting 11 dB onder de grenswaarde ligt, kan dit als aanvaardbaar worden beoordeeld. Omdat er sprake is van uitsluitend wegverkeer, is de cumulatieve geluidbelasting gelijk aan het gezamenlijke geluid Lg. Deze waarde dient te worden vastgelegd in de vergunning en later opgenomen in het omgevingsplan. Uiteindelijk bepaalt het bevoegd gezag (gemeente Dantumadiel) of bij de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een aanvaardbare situatie. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat er niet kan worden voldaan aan de standaardwaardaarde, maar dat de grenswaarde niet wordt overschreden. De geluidskwaliteit is over het algemeen 'zeer goed' en er is sprake van een aangenaam binnenklimaat. Daarom kan de situatie als aanvaardbaar worden beschouwd. De gemeente bepaalt of er sprake is van een aanvaardbare situatie voor dit aspect.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=0f339cfc-a27b-4238-9c09-1f0f2bb7433c