Bijlage 2 - Gemeentefonds meicirculaire 2025
Tekst van het document
inburgeringsplichtig - Veilige steden - Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit - Slavernijverleden - Maatschappelijke begeleiding - Aanpak flakka problematiek - Verkeersveiligheid - Realisatie energietransitie - Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit - Totaal
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2.090.497 1.833.044
2.013.102 1.833.749
1.944.710 1.833.749
1.876.909 1.833.749
1.809.237 1.833.749
1.743.422 1.833.749
385.057 230.621 85.000
385.057 210.748 85.000
385.057 210.894 85.000
385.057 210.894 85.000
385.057 210.894 85.000
385.057 210.894 85.000
80.679 59.282 55.000 46.700 35.233 35.000 30.000 27.468 23.440 19.256 14.895 13.500 13.000 12.267 10.375 10.282 10.076 10.000 8.781 8.636 7.856 7.828 7.699 6.500 6.000 5.927 5.100 4.784 4.140 2.856 2.500 2.415 2.279 1.506 1.232 1.000 825 500 327 263 200 95 80 35 5.220.036
59.282 55.000 46.700 28.959 31.500 30.000
55.000 46.700 39.094 31.500 30.000
55.000 46.700 45.201 31.500 30.000
55.000 46.700
55.000 46.700
31.500 30.000
31.500 30.000
23.440 16.406
23.440 9.150
23.440 7.352
14.593 6.500
14.593 6.500
13.500 13.000
13.500 13.000
13.500 13.000
13.500 13.000
13.500 13.000
10.000 10.000 8.781 8.636 7.856
10.000 8.781 8.636 7.856
8.781 8.636 7.856
8.781 8.636 7.856
8.781 8.636 7.856
7.699 5.000 6.000 6.625 5.100
7.699 5.000 6.000
7.699
7.699
6.000
6.000
5.100
5.100
5.100
4.332
4.432
4.534
4.638
7.699 5.000 6.000 6.625 5.100 4.784 4.235 2.500 2.415
1.232 825 500
500
95
95
95
95
95
4.937.726
4.791.418
4.710.901
4.583.431
4.517.720
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Vindplaats mei 2025, § 3.2-28 & § 30 t/m 32 mei 2025, § 3.2-29 mei 2024, § 3.2-20 t/m 21 december 2022, § 3.2-21 en 23 september 2024, § 3.2-12 mei 2020, § 3.3.8 mei 2025, § 3.2-1 september 2024, § 3.2-13 mei 2024, § 3.2-2a mei 2017, § 4.2 mei 2025, § 3.2-2 mei 2025, § 3.2-3 september 2022, § 3.2-4 mei 2025, § 3.2-4 mei 2025, § 3.2-8 december 2024, § 3.2-12 mei 2025, § 3.2-5 september 2015, § 4.2-1 mei 2022, § 3.2-11 mei 2025, § 3.2-6 mei 2025, § 3.2-19 mei 2025, § 3.2-7 september 2022, § 3.2-3 mei 2023, § 3.2-19 september 2023, § 3.2-6 mei 2024, § 3.2-4 mei 2025, § 3.2-12 mei 2025, § 3.2-9 juni 2012, § 6.11 mei 2025, § 3.2-10 september 2022, § 3.2-6 mei 2025, § 3.2-11 december 2019, § 3.3.1 mei 2024, § 3.2-5 mei 2024, § 3.2-27 mei 2025, § 3.2-13 mei 2025, § 3.2-14 september 2023, § 3.2-9 mei 2025, § 3.2-15 mei 2025, § 3.2-16 mei 2025, § 3.2-26 mei 2025, § 3.2-17 mei 2025, § 3.2-23 mei 2025, § 3.2-18 mei 2025, § 3.2-20 mei 2025, § 3.2-21 mei 2025, § 3.2-22 september 2023, § 3.2-13 mei 2025, § 3.2-24 mei 2025, § 3.2-25
28
Toelichting decentralisatie-uitkeringen 1. Uitvoeringskosten Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet (zie ook paragraaf 3.2.1 van de meicirculaire 2024). Met het uitkeren van € 80,7 miljoen in 2025 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15 procent van het totaal), het aantal inwoners (60 procent) en landoppervlak (25 procent). Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-1. 2. Impulsbudget arbeidsmarktregio's De arbeidsmarktregio’s ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget. Deze middelen maken het mogelijk om gezamenlijke dienstverlening (bijvoorbeeld op het gebied van werk, scholingsinstrumenten of -trajecten) te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio. Hiermee kunnen de kaders ontwikkeld worden voor de regionale arbeidsmarktinfrastructuur en mogelijke knelpunten in de regionale samenwerking worden opgelost 7.
De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s. Het gaat om een totaalbedrag van € 148,5 miljoen, waarvan € 35,2 miljoen in 2025 wordt uitgekeerd. Als onderdeel van het budget voor 2025 is circa € 100.000 per arbeidsmarktregio beschikbaar om de uitgewerkte communicatiestrategie en uitingen te implementeren in de regio. Het budget wordt evenredig over de arbeidsmarktregio’s verdeeld. De effectiviteit van deze decentralisatieuitkering wordt in 2027 geëvalueerd. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2. 3. Impulsbudget sociale infrastructuur Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 tot en met 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken8. De inrichting van een toekomstbestendige sociale infrastructuur vereist vaak een regionale aanpak, daarom worden de middelen uitgekeerd aan samenwerkingsverbanden rondom sociaal ontwikkelbedrijven. Het impulsbudget betreft tijdelijke middelen voor een periode van
7 8
Gemeentenieuws van SZW 2024-4 Rijksoverheid.nl Impulsbudget
Meicirculaire gemeentefonds 2025
29
10 jaar. In 2025 is € 35 miljoen beschikbaar. In de periode 2026 – 2030 is jaarlijks € 31,5 miljoen beschikbaar. Daarna bouwt dit af naar € 19,8 miljoen in 2034. Het impulsbudget wordt verdeeld op basis van de maatstaf ‘inwoners in het gemeentelijke doelgroepenregister’. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-3. 4. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk. Er is voor de alleenverdienersproblematiek voor 2025 een bedrag van € 25,4 miljoen beschikbaar. Verder is er een nabetaling van € 2,1 miljoen voor 2023. Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienershuishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben. 9 Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van deze regeling middelen op basis van de hoogte van de tegemoetkoming voor dat jaar (inclusief verschuldigde eindheffing), het verwachte aantal rechthebbende huishoudens in de gemeente en uitvoeringskosten.
Het aantal verwachte rechthebbende huishoudens per gemeente is mede gebaseerd op een analyse door de Belastingdienst. Gemeenten ontvangen, indien nodig, twee jaar later een aanvullend budget als op basis van definitieve inkomensgegevens het aantal rechthebbende huishoudens hoger blijkt dan nu verwacht. Een nadere toelichting op de budgetten staat op rijksoverheid.nl. Voor 2025 wordt € 25,4 miljoen toegekend. Alleenverdienersproblematiek 2023 & 2024 (aanvulling voor 2023) Een aantal gemeenten ontvangt nog een aanvulling voor het jaar 2023. In de septembercirculaire 2024 (zie paragraaf 3.2.1) was het totaalbudget € 22,6 miljoen. Dit budget was gebaseerd op het verwachte aantal huishoudens dat in 2023 en 2024 compensatie nodig had. Gemeenten die op basis van de definitieve inkomensgegevens meer alleenverdienershuishoudens blijken te hebben gehad in 2023 ontvangen een aanvullend budget. In totaal wordt circa € 2,1 miljoen aanvullend toegekend voor 2023. Het budget 2024 wordt zo nodig bijgesteld wanneer definitieve gegevens beschikbaar zijn, naar verwachting bij de meicirculaire 2026. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-4. 9
Meer informatie en ondersteuning voor gemeenten is te vinden op: Inkomensondersteuning alleenverdieners | VNG
Meicirculaire gemeentefonds 2025
30
5. Begeleiding jongeren naar werk De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel van school naar duurzaam werk is verschoven van 1 augustus 2025 naar 1 januari 2026. Ter overbrugging van de inwerkingtreding wordt in 2025 de tijdelijke Aanpak Jeugdwerkloosheid voortgezet. Met de Aanpak Jeugdwerkloosheid zetten gemeenten, scholen en hun partners zich in om kwetsbare jongeren te ondersteunen naar vervolgonderwijs of werk. De jongeren op wie de aanpak zich primair richt hebben een structurele achterstand op de arbeidsmarkt. De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s. Het budget en de verdeling van het budget is identiek aan 2023 en 2024, voor een toelichting van de onderverdeling van het budget zie: paragraaf 3.2.8 van de septembercirculaire 2023. Het gaat om een totaalbedrag van € 14,9 miljoen in 2025. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-5. 6. Faciliteitenbesluit opvangcentra In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt (zie paragraaf 3.2.10 van de decembercirculaire 2024). Deze uitkering is bedoeld om de werkzaamheden in en voor de opvangcentra te kunnen vergoeden.
De uitkering wordt gebaseerd op het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen, verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de BRP ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. Gemeenten doen hiervan aan het begin van het jaar een opgave. Op basis van bovenstaande berekeningswijze is het bedrag over 2025 bepaald op € 11,4 miljoen. Daarnaast zijn er nabetalingen aan gemeenten die nog geen opgave voor 2023 of 2024 hadden aangeleverd. De gemeente Waterland ontvangt een betaling van € 30.593 voor het jaar 2023. De gemeenten: Oosterhout (€ 48.876), Utrechtse heuvelrug (€ 112.904) en Wassenaar (€ 646.946) ontvangen een betaling voor het jaar 2024. In totaal wordt er in deze circulaire € 12,3 miljoen voor deze decentralisatie-uitkering uitgekeerd. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-6. 7. Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties Sinds 3 juli 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee veehouders hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen (zie ook paragraaf 3.2.4 van de decembercirculaire 2024).
Er is voor de decentralisatieuitkering Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor beide fases in totaal € 10,3 miljoen beschikbaar.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
31
Decentralisatie-uitkering uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (fase 1) De bijdrage voor fase 1 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in de periode van 4 september 2024 t/m 23 januari 2025 verleende (positieve) beschikkingen. De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze (positieve) beschikking betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (€7.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds). Voor fase 1 van deze decentralisatie-uitkering is een bedrag van € 567.000 exclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds beschikbaar. Decentralisatie-uitkering uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (fase 2) De bijdrage voor fase 2 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de RVO in de periode van 4 september 2024 t/m 23 januari 2025 geregistreerde ondertekende overeenkomsten tot beëindiging van de veehouderijlocatie. De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze overeenkomst betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (€20.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds). Voor fase 2 van deze decentralisatie-uitkering is een bedrag van € 9,7 miljoen exclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds beschikbaar. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente en per fase is opgenomen in bijlage 3.2-7. 8.
Versterking arbeidsmarktregio’s Deze decentralisatie-uitkering heeft als doel om de regiefunctie die centrumgemeenten vervullen ten aanzien van de samenwerking en de gezamenlijke publieke werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s, structureel te ondersteunen en te versterken. Zie ook paragraaf 3.2.18 van de decembercirculaire 2024 en paragraaf 3.2.11 van de septembercirculaire 2023. Er worden twee wijzigingen gedaan in de bestaande decentralisatie-uitkering voor de periode 2025-2028 waarmee een bedrag gepaard gaat van in totaal € 8,8 miljoen. Regie- en gidsfunctie In het kader van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur ontvangen centrumgemeenten extra middelen om nieuwe activiteiten te kunnen organiseren voor het verankeren en versimpelen van de samenwerking in de arbeidsmarktregio’s, bijvoorbeeld voor het organiseren van het Regionaal Beraad, het Regionaal Werkcentrum (RWC) en de gidsfunctie in de arbeidsmarktregio (gezamenlijk met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)). Het gaat om een bedrag van jaarlijks € 8,7 miljoen dat evenredig over de 35 arbeidsmarktregio’s wordt verdeeld. Landelijke Werkgeversservicepunt Gemeenten Het bestaande budget dat gemeente ‘s-Hertogenbosch ontvangt voor het Landelijke Werkgeversservicepunt Gemeenten (LWSP) wordt structureel opgehoogd met jaarlijks € 151.131.
Hiermee kan het LWSP de verdere groei van het aantal arrangementen en
Meicirculaire gemeentefonds 2025
32
activiteiten faciliteren en zich extra inzetten om (nieuwe) SZW-instrumenten en -regelingen toegankelijk te maken voor arbeidsmarktregio’s, gemeenten, UWV en werkgevers en andere relevante partijen. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-8. 9. Natuur bij Energieprojecten In 2025 is er, net als in 2024, een budget voor gemeenten en provincies gereserveerd voor het versterken van ecologie en biodiversiteit rondom projecten voor hernieuwbare energie op land (zie ook paragraaf 3.2.5 van de decembercirculaire 2024). Dit budget kan door Regionale Energie Strategieën (RES)-regio’s worden gebruikt om energieprojecten in de regio te faciliteren en mogelijk te maken daarbij de lokale natuur te versterken. Het budget van € 7,8 miljoen voor gemeenten wordt evenredig over 24 RES-regio’s verdeeld via het gemeentefonds. Het budget wordt beschikbaar gesteld aan gemeenten die kashouder zijn. De overige 6 RES-regio’s ontvangen een budget vanuit het provinciefonds omdat enkele provincies kashouder zijn van deze RES-regio’s. Per RES-regio is € 326.166 beschikbaar. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-9. 10. Aanpak laaggeletterdheid Het actieprogramma "Tel mee met Taal" liep van 2020-2024 (zie ook paragraaf 3.2.7 van de septembercirculaire 2019).
In de Kamerbrief over het vervolg 10 is het voornemen aangekondigd om enkele concrete instrumenten, namelijk: de regionale aanpak, de opgebouwde infrastructuur en de ondersteuning die het Rijk biedt aan gemeenten te continueren. De middelen die nu beschikbaar worden gesteld, stellen gemeenten in staat om nieuwe regionale plannen te maken voor de periode 2025-2028 en dus de coördinatie van de regionale aanpak voort te zetten. Voor 2025 is er € 6,5 miljoen beschikbaar. In de periode 2026-2028 is er jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar. De centrumgemeente van elke arbeidsmarktregio ontvangt een bedrag van € 100.000 per jaar, plus een variabel budget dat wordt verdeeld op dezelfde wijze als het budget voor volwasseneneducatie, zoals vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs (Uitvoeringsbesluit WEB). Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-10. 11. Work in Nederland Om goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan Europese Unie (EU)arbeidsmigranten te bieden, worden gelden beschikbaar gesteld ten behoeve van de verschillende arbeidsmarktregio’s (zie ook paragraaf 3.2.11 van de decembercirculaire
10
Tweede Kamer, 2024-2025, 28 760, nr. 115
Meicirculaire gemeentefonds 2025
33
2024). Het gaat om een totaalbedrag van € 5,9 miljoen in 2025. In 2026 en 2027 gaat het om een bedrag van jaarlijks € 6,6 miljoen. De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van 33 arbeidsmarktregio’s. De deelnemende regio’s hebben hiervoor een aanvraag gedaan. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-11. 12. Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat (zie ook paragraaf 4.2.8 van de meicirculaire 2016). Vanwege de toename van het aantal inschrijvingen ten opzichte van de startsituatie en de gestegen kosten wordt er € 3,1 miljoen ten laste van de algemene uitkering toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering. Hierdoor is in 2025 een totaalbedrag van € 7,9 miljoen beschikbaar. Door een wijziging van de taakverdeling tussen de operationele BRP-straten wordt de verdeling van de decentralisatie-uitkering gewijzigd. De gemeente Westerwolde ontvangt daarnaast een bedrag voor landelijke coördinatietaken. De verdeling van het budget is in overleg tussen de betrokken gemeenten en het Rijk tot stand gekomen. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-12. 13.
Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) Op 15 mei 2023 is de wetswijziging van de Wet basisregistratie personen (Wbrp) in werking getreden waarbij wordt voorzien in een taak voor de minister van BZK om colleges van burgemeester en wethouders te ondersteunen bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de BRP op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven en bij het onderzoek naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de BRP. Deze aanpak staat bekend onder de naam Landelijke Aanpak Adreskwaliteit en beoogt de adreskwaliteit in de BRP te verbeteren, zie ook paragraaf 3.2.5 van de septembercirculaire 2024. Deze wetswijziging leidt tot meer werk bij gemeenten. Net als in 2024 wordt hiervoor in 2025 € 2,9 miljoen beschikbaar gesteld. Dit bedrag is gebaseerd op de impactanalyse van de VNG en de verwachting dat gemeenten ca. 22.000 signalen kunnen verwerken. De verdeelsleutel bestaat uit een startbedrag van € 1.500 per gemeente (waarmee het voor elke gemeente mogelijk is om kwaliteits-bevorderende maatregelen te nemen) en een vergoeding op basis van te verwachten signalen per gemeente (het zogenaamde potentieel). Deze verdelingssystematiek wordt over 1 jaar geëvalueerd. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-13.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
34
14. Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om de preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel geld via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Net als in 2024 (zie hiervoor paragraaf 3.2.6 van de meicirculaire 2024) krijgen gemeenten in 2025 en 2026 middelen om méér aan preventie te kunnen doen. Hiervoor is in 2025 en 2026 jaarlijks € 2,5 miljoen beschikbaar. De middelen worden verdeeld op basis van een vast bedrag per inwoner van € 0,14. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-14. 15. Natuurbrandpreventie en -mitigatie Nederland ziet steeds meer brandgevoelige dagen met mogelijke omstandigheden waarbij er sprake kan zijn van onbeheersbare natuurbranden. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) stelt daarom € 2,3 miljoen beschikbaar aan gemeenten waar een verhoogd risico op natuurbranden aan de orde is 11 (zie ook paragraaf 3.2.9 van de decembercirculaire 2024). De desbetreffende gemeenten worden via deze decentralisatie-uitkering in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om natuurbrandbeheersing te versterken.
De verdeling van het budget is gebaseerd op de ingediende aanvragen die door gemeenten zijn gedaan bij het ministerie van LVVN. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-15. 16. Behoud sociale voorzieningen Groningen Conform de kabinetsreactie op de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (‘Nij Begun’), is in 2024 de sociale agenda ontwikkeld (zie ook paragraaf 3.2.11 van de meicirculaire 2024). Doel van de sociale agenda is dat bewoners concreet perspectief krijgen op een meer welvarende toekomst in een regio die zijn eigen identiteit behoudt en waar het fijn wonen, werken en recreëren is. Dit jaar wordt gebruikt om programma’s van de wal te laten komen en allianties vorm te geven. Hiervoor worden middelen beschikbaar gesteld om bijvoorbeeld de organisatiekosten te financieren. Het totaalbedrag van deze decentralisatie-uitkering bedraagt € 1,5 miljoen voor 2025. De gemeente Groningen ontvangt deze middelen omdat zij binnen de regio een coördinerende rol vervult. 17. Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) In het bestuurlijk overleg van april 2020 zijn tussen de minister van SZW en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde ELIPs (zie ook paragraaf 3.2.7 van de septembercirculaire 2024).
Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn.
11
Kamerbrief over investeren in de preventie en mitigatie van natuurbranden
Meicirculaire gemeentefonds 2025
35
In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Via een decentralisatieuitkering worden hiertoe middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. Voor deze decentralisatie-uitkering is € 1 miljoen in 2025 beschikbaar. De middelen worden over de gemeenten verdeeld op basis van het aantal ELIPS per gemeente, gemeten op basis van de cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) per 1 januari 2025. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-17. 18. Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) stelt aan de gemeente Gorinchem een bijdrage ter beschikking voor de preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ten behoeve van het voorkómen van jonge aanwas en doorgroeiers in de ondermijnende en georganiseerde criminaliteit. De gemeente Gorinchem ontvangt in de periode 2025-2027 hiervoor een jaarlijkse bijdrage van € 500.000. 19.
Toekomstbestendig maken energiebeleid In het bestuurlijk overleg Klimaat en Energie van 28 november 2023 en 18 januari 2024 is gesproken over de bekostiging van extra taken bij provincies en gemeenten voor het toekomstbestendig maken van het energiesysteem. Specifiek gaat het om taken op het gebied van het voorkomen van netcongestie, zoals het versnellen van de aanleg van infrastructuur, het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van energie via een stimuleringsprogramma energiehubs en het ondersteunen van bedrijven bij hun verduurzaming. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) verstrekt aan de gemeente Almelo, die eerder geen aansluiting vond bij de decentralisatie-uitkering in september 2024, alsnog de financiële middelen om het energiebeleid toekomstbestendig te maken. Het gaat net als in 2024, in 2025 om een bedrag van € 371.000 (zie ook paragraaf 3.2.19 van de decembercirculaire 2024). 20. Slavernijverleden Zeven gemeenten ontvangen een bijdrage voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van (het tegengaan van) de doorwerking van het slavernijverleden (zie ook paragraaf 3.2.21 van de decembercirculaire 2024). Deze decentralisatie-uitkering past in de voorgenomen uitwerking van de kabinetsreactie slavernijverleden.
Deze inzet richt zich op het erkennen en herdenken van het slavernijverleden op lokaal niveau, maar kunnen ook in bredere zin gericht zijn op het voorkómen van anti-zwart racisme,
Meicirculaire gemeentefonds 2025
36
empowerment/emancipatie van Afro-Nederlandse gemeenschappen of uitwerking geven aan de doelstellingen van het Verenigde Naties (VN) Decennium voor Mensen van Afrikaanse afkomst in de eigen lokale context. Er is hiervoor een bedrag van € 327.000 beschikbaar in 2025. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-20. 21. Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet de gemeente in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Zie ook paragraaf 3.2.8 van de meicirculaire 2024 en paragraaf 3.2.10 van de septembercirculaire 2022. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2025 in totaal € 263.070 (111 personen * € 2.370). De peildatum voor het aantal personen is 6 februari 2025. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-21. 22. Aanpak flakka problematiek De gemeente Bergen op Zoom ontvangt middelen om met alle betrokken partijen tot een gezamenlijke aanpak van de flakka-problematiek te komen voor de regio De Markiezaten, om zo te voorkomen dat de problematiek structureel wordt en zich verspreid naar omliggende regio’s. Deze inzet draagt bij aan de verbetering van de openbare orde en veiligheid, de aanpak van complexe verslavingsproblematiek, en het tegengaan van ondermijnende criminaliteit.
Bergen op Zoom ontvangt hiervoor een bedrag van € 200.000 in 2025. 23. Veilige Steden De 25 gemeenten die participeren in het programma Veilige Steden van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) ontvangen voor de periode 2023-2026 hiervoor een bijdrage, zie ook paragraaf 3.2.14 van de meicirculaire 2024. Het programma heeft als doel de sociale veiligheid van vrouwen en meisjes in de publieke ruimte te vergroten. Er is een bedrag van € 150.000 aan deze decentralisatie-uitkering toegevoegd voor zowel 2025 als 2026. De gemeenten Alkmaar, Amersfoort, Apeldoorn, Deventer en Haarlem ontvangen elk € 30.000. 24. Realisatie energietransitie De Gemeente Moerdijk ontvangt aanvullend budget ten behoeve van het treffen van verduurzamingsmaatregelen bij enkele woningen in het buurtschap Kattenkraam, ter compensatie van overlast als gevolg van de nabij te realiseren 380 kVhoogspanningsverbinding. De gemeente Moerdijk ontvangt hiervoor eenmalig een bedrag van € 80.000.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
37
25. Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit Het ministerie van SZW acht het van belang om ondermijnende criminaliteit preventief tegen te gaan vanuit sociale en economische hoek (zie ook paragraaf 3.2.27 van de decembercirculaire 2024). De gemeente Arnhem spant zich hiervoor in en heeft verzocht om ondersteuning voor de voorgenomen interventies. De gemeente Arnhem ontvangt een bijdrage van € 35.000 voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van het weerbaar maken van moeilijk bereikbare gemeenschappen tegen ondermijning en het leggen van de verbinding tussen gemeente en deze gemeenschappen. 26. LHBTI beleid Regenboogsteden De gemeente Weert ontvangt een bijdrage van € 20.000 in 2025 en 2026 voor deelname aan het programma Regenboogsteden. Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI (Lesbische vrouwen, Homoseksuele mannen, Biseksuelen, Transgenderpersonen en Intersekse personen) verder te bevorderen. Zie ook paragraaf 3.2.12 van de meicirculaire 2024. 27. Knelpunten verdeelproblematiek Jaarlijks wordt de decentralisatie-uitkering: Knelpunten verdeelproblematiek ten laste van de algemene uitkering geactualiseerd voor het extra jaar dat in de desbetreffende circulaire zichtbaar wordt. In dit geval € 104.000 in 2030.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-27. Toelichting integratie-uitkeringen 28. Loon- en prijsbijstelling 2025 Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 102,4 miljoen in 2025, aflopend naar € 84,9 miljoen in 2030). Daarnaast zijn er twee beleidsmatige toevoegingen: een nieuw structureel budget voor de sociale infrastructuur en een incidentele compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel voor gedetacheerden in de Wsw. Zie ook de paragrafen 3.2.30 en 3.2.31. De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt doordat de verdeelsleutels worden bijgewerkt op basis van de meest recente cijfers. De Wsw-verdeling vanaf 2025 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal dienstbetrekkingen (gemeten in standaardeenheden (SE) per laatst betalende gemeente) in 2024 en de blijfkansen voor de jaren 2025 tot en met 2030. De beschut werk-verdeling wijzigt door aanpassing van de drempelbedragen. De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste het drempelbedrag. De drempelbedragen zijn in deze circulaire
Meicirculaire gemeentefonds 2025
38
aangepast vanwege de loon- en prijsbijstelling, en de beleidsmatige oploop. Het drempelbedrag voor 2025 is € 12.485. Door het gebruik van historische cijfers blijft het basisaandeel van individuele gemeenten in het verdeelmodel beschut werk ongewijzigd. De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor de jaren 2025 tot en met 2030 zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. 29. Loon- en prijsbijstelling 2025 Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 87,2 miljoen vanaf 2025). Dit bedrag is over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering. De actuele verdeling van de integratie-uitkering Beschermd wonen is opgenomen als internet bijlage bij deze circulaire. 30. Rijksbijdrage sociale infrastructuur Het Rijk stelt vanaf 2025 extra middelen beschikbaar aan gemeenten waarmee zij op termijn 10.000 werkplekken kunnen faciliteren, zie ook de Voorsjaarnota 2024 12 en paragraaf 4.4 van de septembercirculaire 2024. De werkplekken zijn bedoeld voor mensen die niet vallen onder beschut werk, maar wel zijn aangewezen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven voor hun ontwikkeling richting regulier werk of voor een tijdelijk vangnet., zie ook de Kamerbrief van 21 december 2023 13.
Gemeenten ontvangen dit extra budget, in lijn met de ophoging van de Rijksbijdrage Beschut Werk (per 2024), ten behoeve van het beschikbaar komen van de infrastructuur. Gemeenten ontvangen circa € 3.600 per plek. Dit komt neer op € 19,8 miljoen in 2025, met een oploop naar structureel € 35,9 miljoen. Dit structurele niveau wordt in 2035 bereikt. De middelen worden verdeeld over gemeenten op basis van de maatstaf ‘inwoners in het gemeentelijke doelgroepenregister’. 31. IU Participatie: Afschaffen lage-inkomensvoordeel Vanaf 2025 compenseert het Rijk gemeenten via de integratie-uitkering Participatie (IU Participatie) voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening. Zie voor meer informatie het Gemeentenieuws van SZW 2024-3 en paragraaf 3.2.14 van de septembercirculaire 2024. Voor gedetacheerde werknemers in de Wsw wordt het wegvallen van het lageinkomensvoordeel gecompenseerd door het loonkostenvoordeel banenafspraak structureel beschikbaar te stellen. De wet die dit regelt, de Wet vereenvoudiging banenafspraak, gaat later in dan bij de vaststelling van de compensatie werd verwacht. Naar verwachting treedt de wet in werking op 1 januari 2026. Daarom wordt voor 2025 eenmalig € 8,9 miljoen toegevoegd aan de Rijksbijdrage Wsw, bovenop de reeds aangekondigde compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel. 12 13
Voorjaarsnota 2024 Uitvoering en evaluatie Participatiewet | Tweede Kamer der Staten-Generaal
Meicirculaire gemeentefonds 2025
39
Dit bedrag is op dezelfde manier berekend en wordt op dezelfde manier verdeeld als de structurele LIV-compensatie voor Wsw-werknemers met een interne plaatsing. De compensatie betreft per volledige dienstbetrekking (standaardeenheid van 36 uur per week en gewogen naar arbeidsbeperking) op een detachering op basis van de Wsw een bedrag van € 400. Aangezien het Wsw-macrobudget binnen de IU Participatie over alle volledige dienstbetrekkingen wordt verdeeld, interne plaatsingen én detacheringen, is het bedrag per plek interne plaatsing (€ 400) omgerekend naar een bedrag per volledige dienstbetrekking. De omrekening komt uit op € 240 voor een volledige dienstbetrekking. 32. Wsw extrapolatie In de Voorjaarsnota 2025 is het jaar 2030 toegevoegd aan de begrotingshorizon. De middelen voor 2030 zijn via de extrapolatie aan de begroting toegevoegd. Daarbij worden de budgetten van 2029 in principe horizontaal doorgetrokken. Bij de Wsw is sprake van een aflopende reeks. Daarvoor wordt de extrapolatie gecorrigeerd met € 64,2 miljoen. De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor het jaar 2025 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. Zie ook de paragrafen 3.2.28, 3.2.30 en 3.2.31. 3.3
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen
Deze paragraaf licht de wijzigingen in de decentralisatie-en integratie-uitkeringen toe die niet gepaard gaan met een wijziging in het macrobudget van de betreffende uitkering. Daarnaast bevat de paragraaf overige mededelingen die betrekking hebben op de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.3.1
Armoedebestrijding kinderen
In paragraaf 4.2-1 van de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede 14. De verdeling over de gemeenten voor 2026 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2022 en is opgenomen in bijlage 3.3.1 van deze circulaire.
14
Zie voor gehanteerde CBS-gegevens: Kinderen in huishoudens met inkomen tot 120% van het sociaal minimum
Meicirculaire gemeentefonds 2025
40
3.3.2
Kinderen in een AZC
In paragraaf 2.2.6 van de septembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd dat zij vanaf 2019 volledig verantwoordelijk worden voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een asielzoekerscentrum (AZC). Hiervoor is structureel € 5,1 miljoen beschikbaar. Bijlage 3.3.2 bevat de definitieve verdeling voor 2024. Deze verdeling is gebaseerd op de cijfers van januari 2024 tot en met december 2024. Deze bedragen zijn voorlopig ook voor 2025 en verder gehanteerd. 3.3.3
Voorschoolse voorzieningen peuters
De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen peuters heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan. De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen is voor 2025 geactualiseerd met de voluminastanden van uitkeringsjaar 2024 (in de gemeentelijke indeling van 2025). De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.3.3 van deze circulaire. 3.3.4
Vrouwenopvang
De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is vanaf uitkeringsjaar 2025 aangepast door actualisatie van de maatstaven woonruimten, regionale centrumfunctie en omgevingsadressendichtheid. Een overzicht van de bedragen van deze uitkering voor 2025 en verder kunt u vinden in de gemeentefondsrubriek op internet. De bedragen van 2024 zijn ook in deze rubriek opgenomen. De bedragen zijn gewijzigd ten opzichte van de septembercirculaire 2024 door de actualisatie van de maatstaven woonruimten en omgevingsadressendichtheid. 3.3.5
Maatschappelijke opvang
De verdeling van deze decentralisatie-uitkering over 2023 is ten opzichte van de septembercirculaire 2024 geactualiseerd en definitief. De trimfactor stellen we vast op 1,13122. De trimfactor zorgt ervoor dat het totaal beschikbare bedrag exact wordt uitgekeerd. De verdeling van de middelen maatschappelijke opvang ten opzichte van de septembercirculaire 2024 is voor uitkeringsjaar 2024 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstafaantallen. De verdeling over de gemeenten is opgenomen in bijlage 3.3.5. De achterliggende berekeningswijze treft u aan in de gemeentefondsrubriek op internet.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
41
3.3.6
Nationaal Actieplan Dakloosheid
Voor de verdeling aan centrumgemeenten van de decentralisatie-uitkering Nationaal actieplan dakloosheid wordt het objectieve verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) gehanteerd. Zie ook paragraaf 3.2.2a van de meicirculaire 2024. De verdeling van de decentralisatie-uitkering Nationaal actieplan dakloosheid is geactualiseerd. De verdeling over de gemeenten is opgenomen in bijlage 3.3.6.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
42
4
Overige mededelingen
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat diverse mededelingen over de gemeentefinanciën. Paragraaf 4.2 bevat mededelingen over het gemeentefonds die zowel betrekking hebben op de algemene uitkering als op de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Vervolgd wordt met mededelingen op het terrein van de gemeentefinanciën. 4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen
Gemeentefondstotalen Tabel 4.2.1 bevat een overzicht van de gemeentefondstotalen 2025-2030. In de tabel zijn de bedragen uit de hoofdstukken 2 en 3 bij elkaar gebracht. Tabel 4.2.1 Gemeentefondstotalen 2025-2030 (in duizenden euro's) Algemene uitkering
2025
2026
2027
2028
2029
2030
40.898.452
41.889.943
43.374.270
43.785.630
45.719.390
47.904.210
DU/IU
5.220.036
4.937.726
4.791.418
4.710.901
4.583.431
4.517.720
Totaal
46.118.488
46.827.669
48.165.688
48.496.531
50.302.821
52.421.930
Bevoorschotting De bedragen 2025 uit de tabel zullen worden verwerkt in de bevoorschotting vanaf de eerste dinsdag in juli ofwel 1 juli 2025. Tot dat tijdstip is de bevoorschotting gebaseerd op de decembercirculaire 2024. Op de eerste dinsdag in juli zullen ook eventuele verrekeningen plaatsvinden als er eerder dit jaar te veel of juist te weinig voorschot is verstrekt. Verrekeningen over voorgaande uitkeringsjaren worden eveneens in juli uitgevoerd. Over de voorschotten voor het uitkeringsjaar 2026 volgt informatie in de septembercirculaire 2025. Voor de volledigheid: aan de berekening van de voorschotten kunnen geen rechten worden ontleend voor de definitieve vaststelling van de uitkeringen. Nominale ontwikkelingen De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van het bbp waarin rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering in de meerjarenraming uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. De decentralisatie-uitkeringen kennen geen correctie voor loon- en prijsontwikkelingen en betreffen nominale bedragen. De integratie-uitkeringen worden wel ieder jaar opnieuw geïndexeerd volgens de voor dat jaar van toepassing zijnde loon- en prijsontwikkeling (constante prijzen). Het is van belang dat gemeenten in hun ramingen rekening houden met de loon- en
Meicirculaire gemeentefonds 2025
43
prijsontwikkelingen. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te faciliteren bij het omgaan met nominale ontwikkelingen is in tabel 4.2.2 opgenomen. De tabel bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt voor de overheidssector. De cijfers zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het CPB. Voor nadere informatie verwijzen wij naar de regelmatig bijgestelde prognoses op de website van het CPB, met name de rubriek CEP 2025. Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB* CEP 2025 mutaties per jaar in % Prijs bruto binnenlands product (pbbp) Prijs nationale bestedingen (pnb) Nationale consumentenprijsindex (cpi) Loonvoet sector overheid Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi) Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
2025 3,6 3,3 3,2 6,0 6,2 3,3 2,9
2026 2,7 2,6 2,6 2,0 1,8 3,0 2,1
2027 2,5 2,5 2,3 5,1 5,7 2,5 2,2
2028 2,6 2,6 2,2 4,2 4,6 2,6 2,2
* toelichting/ verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** cijfers 2029 zijn doorgetrokken naar 2030
4.3
2029 2,5 2,5 2,2 4,5 4,3 2,4 2,3
2030** 2,5 2,5 2,2 4,5 4,3 2,4 2,3
Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit
In de meicirculaire wordt jaarlijks de benodigde informatie voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit opgenomen, zoals aangegeven in de ministeriele regeling over de berekeningswijze van de financiële kengetallen (Besluit Begroting en Verantwoording). Voor gemeenten gaat het om het landelijk gemiddelde voor de gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Het laatst bekende gemiddelde bedraagt voor 2025 € 1.052 (jaar t) 15. In de begroting en het jaarverslag 2025 (jaar t) kan dit gemiddelde worden gebruikt voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit in de verschillende jaren. De cijfers per gemeente zijn gepubliceerd in de Atlas van de lokale lasten 2025. 4.4 Advies raming ruimte onder het plafond BCF Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond van het BCF in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd (zie paragraaf 2.2.2 van de meicirculaire 2018). Dat was voor het ministerie van BZK de aanleiding om in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies op te stellen over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BCF door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte bate.
Dit advies luidt: Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, adviseren we om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF. Voor de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 is dit de realisatie 2024 zoals die in deze circulaire is opgenomen.
15 Huishoudens met een koopwoning betalen gemiddeld 6,1 procent meer aan gemeente, provincie en waterschap, Coelo.nl
Meicirculaire gemeentefonds 2025
44
4.5
Redelijk peil 2026
De Financiële-verhoudingswet (Fvw) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald ‘redelijk peil’ moeten hebben, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw. Voor het jaar 2026 is het redelijk peil OZB vastgesteld op 0,1648, zie bijlage 4.5 van deze circulaire voor de berekening. 4.6
Integraal overzicht financiën gemeenten
Net als vorig jaar zal het ministerie van BZK het jaarlijkse Integraal Overzicht Financiën Gemeenten naar beide Kamers sturen. Het overzicht zal ingaan op de financiële positie, omvang van de baten en lasten, getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de specifieke uitkeringen. 4.7
Analyse gemeentebegrotingen
De gemeente kan haar financiële situatie op verschillende manieren onderzoeken. Op verzoek kan bijvoorbeeld de Rijksoverheid, samen met de provincie, de financiën van de gemeente vergelijken met die van andere gemeenten, de zogenoemde begrotingsscan. Ook kunnen gemeenten met behulp van de provincie en de Rijksoverheid de financiële gevolgen van een herindeling (laten) onderzoeken door middel van een herindelingsscan. Voor meer informatie wordt verwezen naar de Rijksoverheid.nl. 4.8
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl
De gegevens in de online database met informatie over de financiën van decentrale overheden (www.findo.nl) worden op regelmatige basis geactualiseerd. De Iv3-data, zoals die door gemeenten en provincies zijn aangeleverd bij het CBS, zijn bijgewerkt tot en met de begroting van 2025 en de jaarrekeningen van 2023. Door deze informatie en openbare documenten op één plaats beschikbaar te stellen, wil het ministerie van BZK bijdragen aan de transparantie en openbaarheid van de financiën van decentrale overheden. De gegevens uit deze circulaire zullen zo spoedig mogelijk worden verwerkt, zodat u de meest actuele stand kunt raadplegen. 4.9
Aanleveren Iv3-gegevens in JSON-formaat
Zoals in de meicirculaire 2024 (paragraaf 4.11) en IBI-nieuwsbrief 131 is gemeld, is het vanaf boekjaar 2026 alleen mogelijk om Iv3-gegevens in JSON-formaat aan te leveren bij het CBS, en niet langer in Excel-formaat. Nu is het nog mogelijk om in beide bestandsformaten aan te leveren. Een tachtigtal decentrale overheden levert al in JSONformaat aan. De eerste aanlevering voor boekjaar 2026 is 14 november 2025. Dan moeten Iv3-gegevens over de begroting 2026 uiterlijk worden aangeleverd. Voor decentrale overheden waar overgang naar aanleveren in JSON-formaat niet per boekjaar 2026 lukt, heeft het CBS een tool waarmee decentrale overheden handmatig Excel-bestanden kunnen converteren naar JSON-bestanden. Deze is hier te vinden onder
Meicirculaire gemeentefonds 2025
45
“Procedure en middelen voor aanleveren Iv3 in JSON-formaat”. De vertaaltool wordt onderhouden tot en met boekjaar 2027. Het verdient dan ook aanbeveling om snel over te schakelen op JSON. Meer informatie over aanleveren in JSON-formaat is hier te vinden 16. 4.10
Iv3-informatievoorschrift 2025 1.2
Het Iv3-informatievoorschrift 2025 is bijgewerkt tot en met versie 1.2. Ten opzichte van versie 1.1, waarover in paragraaf 4.8 van de septembercirculaire 2024 is bericht, zijn de relevante productcodes iWmo en iJw-codes toegevoegd aan de Wmo- en Jeugdtaakvelden en is aan de inkomstentaakvelden toegevoegd op welke economische categorieën specifieke baten moeten worden geboekt. Ook zijn enkele correcties en verduidelijkingen toegevoegd. Het Iv3-informatievoorschrift 2025 versie 1.2 voor gemeenten is hier te downloaden. 4.11
Stopzetten EMU-enquête en verzamelen beleidsindicatoren bestuur en organisatie via Iv3
Het CBS zal met ingang van begrotingsjaar 2026 stoppen met de Economische en Monetaire Unie (EMU)-enquête onder decentrale overheden. Ook worden de beleidsindicatoren Bestuur en Organisatie (formatie, bezetting, apparaatskosten, externe inhuur en overhead) niet langer opgenomen in het Iv3-model. Hiermee wordt beoogd om de administratieve lasten van de aanlevering te verminderen. De verplichting voor het opnemen van de EMU-saldo in de begroting voor het begrotingsjaar 17 en de drie jaar van de meerjarenraming 18, vervalt hiermee niet. Dat geldt ook voor het opnemen van de beleidsindicatoren voor het toelichten van de maatschappelijke effecten in de programma’s en programmaverantwoording. De veranderingen zien dus uitsluitend op de aanlevering bij het CBS en niet op het opnemen van de informatie, in de hierboven genoemde documenten.
16 17 18
Vragen kunnen worden gesteld via kredo@cbs.nl Artikel 20 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Artikel 23 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
Meicirculaire gemeentefonds 2025
46
Bijlagen
Meicirculaire gemeentefonds 2025
47
Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 Verdeeltabel 2025 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en
b.p.e. 2025
w ijzigingen
b.p.e. 2025
uitkeringsfactor
stand
volgens
stand
deze circulaire
mei 2025
december 2024 bedrijven bew oonde oorden 1930 historische w oningen in bew oonde oorden 1930 bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep éénpersoonshuishoudens extra groei jongeren extra groei leerlingen voortgezet onderw ijs grote w oonkernen huishoudens met een laag inkomen met drempel inw oners inw oners 75+ met drempel inw oners w addengemeenten (<2500 inw oners) inw oners w addengemeenten (>7500 inw oners) inw oners w addengemeenten (2500 tot 7500 inw oners) jongeren kernen laag opleidingsniveau met drempel leerlingen (voortgezet) speciaal onderw ijs leerlingen voortgezet onderw ijs loonkostensubsidie migratieachtergrond landelijke centrumfunctie lokale centrumfunctie regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente omgevingsadressendichtheid onderw ijsachterstand oppervlak bebouw ing buitengebied oppervlak bebouw ing buitengebied bodemfactor buitengebied oppervlak bebouw ing w oonkern oppervlak bebouw ing w oonkern bodemfactor w oonkern oppervlak binnenw ater oppervlak buitenw ater oppervlak historische kern < 40 ha oppervlak historische kern > 65 ha oppervlak historische kern 40 tot 65 ha oppervlak land * bodemfactor gemeente oppervlak land ozb niet-w oningen eigenaren ozb niet-w oningen gebruikers ozb w oningen eigenaren vast bedrag vast bedrag Amsterdam verkiezingen Den Haag vast bedrag
Rotterdam w oonruimten w oonruimten bodemfactor w oonkern uitkeringsfactor
134,78 42,27 79,48 5.124,19 1.036,53 169,44 766,20 628,55 75.166,66 3.762,65 374,52 1.348,63 269,09 47,34 209,89 562,59 115.000,65 268,79 528,66 384,90 5.124,19 385,96 45,41 10,86 155,69 13,42 31,40 86,81 150,84 7.925,10 2.935,95 6.818,51 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00
23,10 4,67 137,79 -0,09 16,52 23,10 2,39 -1,38 -
134,78 42,27 79,48 5.147,29 1.041,20 169,44 766,20 628,55 75.166,66 3.900,44 374,43 1.348,63 269,09 47,34 209,89 579,11 115.000,65 268,79 528,66 384,90 5.147,29 385,96 45,41 10,86 158,08 13,42 31,40 85,43 150,84 7.925,10 2.935,95 6.818,51 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00
-0,3079% -0,2342% -0,0914%
-
-0,3079% -0,2342% -0,0914%
980.357,93 74.175.269,15 1.326.905,44 27.064.336,61 11,59 52,99
-1.127,81 160.979,25 -
979.230,12 74.175.269,15 1.487.884,69 27.064.336,61 11,59 52,99
1,460
0,012
1,472
Meicirculaire gemeentefonds 2025
48
Mutaties uitkeringsjaar 2025 ten opzichte van stand decembercirculaire 2024 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven
totaal
bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep huishoudens met een laag inkomen met drempel inwoners jongeren loonkostensubsidie regionale centrumfunctie omgevingsadressendichtheid vast bedrag verkiezingen Den Haag
23,10 4,67 137,79 -0,09 16,52 23,10 2,39 -1,38 -1.127,81 160.979,25
Participatie
Meicirculaire gemeentefonds 2025
23,10 4,67 1,59 23,10 -
Jeugd
136,20 16,52 2,39 -1,37 -
Bestuur en ondersteuning -0,09 -0,01 -1127,81 160.979,25
49
Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2025 per cluster
Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2025 uitkeringsjaar 2025 Totaal
7
Sociale basisvoorzieningen
Participatie
Wmo
Bestuur en Jeugd ondersteunin g
Orde en veiligheid
Onderwijs
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu
Overig
Overige Eigen Middelen
OZB
bedrijven
134,78
-
-
-
-
-
84,44
-
-
50,34
-
-
-
bewoonde oorden 1930
42,27
-
-
-
-
-
-
-
-
42,27
-
-
-
79,48
-
bijstandsontvangers
historische woningen in bewoonde oorden 1930
5.147,29
-
5.147,29
doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep
1.041,20
-
1.041,20
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
169,44
-
-
169,44
-
-
-
-
-
-
-
-
-
éénpersoonshuishoudens
-
-
-
-
-
-
79,48
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
extra groei jongeren
766,20
-
-
-
-
-
-
766,20
-
-
-
-
-
extra groei leerlingen voortgezet onderwijs
628,55
-
-
-
-
-
-
628,55
-
-
-
-
-
grote woonkernen
75.166,66
-
-
-
huishoudens met een laag inkomen met drempel
3.900,44
-
353,69
533,97
374,43
129,05
-
-
1.348,63
-
-
1.348,63
inwoners inwoners 75+ met drempel
-
-
75.166,66
-
-
-
-
-
-
-
128,93
176,88
-
-
-
-
-
-
205,58
11,53
-
146,16
-
-
-117,89
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2.706,97
inwoners waddengemeenten (<2500 inwoners)
269,09
-
-
-
-
-
-
-
-
-
269,09
-
-
inwoners waddengemeenten (>7500 inwoners) inwoners waddengemeenten (2500 tot 7500 inwoners) jongeren
47,34
-
-
-
-
-
-
-
-
-
47,34
-
-
kernen
209,89
-
-
-
-
-
-
-
-
-
209,89
-
-
579,11
-
-
-
318,76
-
-
260,35
-
-
-
-
-
115.000,65
laag opleidingsniveau met drempel
268,79
5.586,53
-
24.080,77
-
-
-
-
-
-
-
268,79
-
-
-
-
-
85.333,35 -
-
-
-
-
-
-
leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs
528,66
-
-
-
-
-
-
528,66
-
-
-
-
-
leerlingen voortgezet onderwijs
384,90
-
-
-
-
-
-
384,90
-
-
-
-
-
loonkostensubsidie
5.147,29
-
5.147,29
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
migratieachtergrond
385,96
151,37
-
-
-
-
150,18
84,41
-
-
-
-
-
landelijke centrumfunctie
45,41
-
-
-
-
-
-
-
45,41
-
-
-
-
lokale centrumfunctie
10,86
-
-
-
-
-
5,39
-
5,47
-
-
-
-
regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente
158,08
29,12
-
50,84
47,52
-
-
-
30,60
-
-
-
-
13,42
-
-
-
-
-
-
-
-
13,42
-
-
-
31,40
-
-
-
-
-
-
-
-
31,40
-
-
-
omgevingsadressendichtheid
85,43
17,57
-
-
-27,30
3,65
18,26
-
-
73,25
-
-
-
onderwijsachterstand
150,84
-
-
-
-
-
-
150,84
-
-
-
-
-
7.925,10
-
-
-
-
-
-
-
-
7.925,10
-
-
-
2.935,95
-
-
-
-
-
-
-
-
2.935,95
-
-
-
oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing buitengebied buitengebied
bodemfactor
(voortzetting op de volgende bladzijde)
Meicirculaire gemeentefonds 2025
50
Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2025 uitkeringsjaar 2025 Totaal oppervlak bebouwing woonkern oppervlak bebouwing woonkern woonkern oppervlak binnenwater
6.818,51 bodemfactor
oppervlak buitenwater oppervlak historische kern < 40 ha
Sociale basisvoorzieningen -
Participatie -
Wmo -
Bestuur en Jeugd ondersteunin g -
Orde en veiligheid
-
-
Onderwijs -
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu -
6.818,51
Overige Eigen Middelen
Overig -
-
OZB -
10.743,51
-
-
-
-
-
-
-
-
10.743,51
-
-
-
126,10
-
-
-
-
-
-
-
-
126,10
-
-
-
39,89
-
-
-
-
-
-
-
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
39,89
-
-
-
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern > 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern 40 tot 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak land * bodemfactor gemeente
25,72
-
-
-
-
-
-
-
-
25,72
-
-
-
oppervlak land
39,00
-
-
-
-
-
-
25,26
-
13,74
-
-
-
ozb niet-woningen eigenaren
-0,3079%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,3079%
ozb niet-woningen gebruikers
-0,2342%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,2342%
ozb woningen eigenaren
-0,0914%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,0914%
-
49.821,63
979.230,12
-
-
-
-
vast bedrag Amsterdam
vast bedrag
74.175.269,15
-
-
-
-
verkiezingen Den Haag
1.487.884,69
-
-
-
-
vast bedrag Rotterdam ∗
27.064.336,61
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
11,59
-
-
-
-
82,61
56,12
-
-
-65,05
-
-
-62,09
52,99
-
-
-
-
-
-
-
-
52,99
-
-
-
woonruimten
woonruimten
bodemfactor woonkern
528.072,21 1.487.884,69
Meicirculaire gemeentefonds 2025
-
-
-
-
-
-
401.336,28 -
-
-
-
-
74.175.269,15 27.064.336,61
51
-
-
-
-
Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026
Verdeeltabel 2026 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en
b.p.e. 2025
w ijzigingen
b.p.e. 2026
uitkeringsfactor
stand
volgens
stand
mei 2025
deze circulaire
mei 2025
bedrijven bew oonde oorden 1930 historische w oningen in bew oonde oorden 1930 bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep éénpersoonshuishoudens extra groei jongeren extra groei leerlingen voortgezet onderw ijs grote w oonkernen huishoudens met een laag inkomen met drempel inw oners inw oners 75+ met drempel inw oners w addengemeenten (<2500 inw oners) inw oners w addengemeenten (>7500 inw oners) inw oners w addengemeenten (2500 tot 7500 inw oners) jongeren kernen laag opleidingsniveau met drempel leerlingen (voortgezet) speciaal onderw ijs leerlingen voortgezet onderw ijs loonkostensubsidie migratieachtergrond landelijke centrumfunctie lokale centrumfunctie regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente omgevingsadressendichtheid onderw ijsachterstand oppervlak bebouw ing buitengebied oppervlak bebouw ing buitengebied bodemfactor buitengebied oppervlak bebouw ing w oonkern oppervlak bebouw ing w oonkern bodemfactor w oonkern oppervlak binnenw ater oppervlak buitenw ater oppervlak historische kern < 40 ha oppervlak historische kern > 65 ha oppervlak historische kern 40 tot 65 ha oppervlak land * bodemfactor gemeente oppervlak land ozb niet-w oningen eigenaren ozb niet-w oningen gebruikers ozb w oningen eigenaren vast bedrag vast bedrag Amsterdam verkiezingen Den Haag vast bedrag Rotterdam w
oonruimten w oonruimten bodemfactor w oonkern uitkeringsfactor
134,78 42,27 79,48 5.147,29 1.041,20 169,44 766,20 628,55 75.166,66 3.900,44 374,43 1.348,63 269,09 47,34 209,89 579,11 115.000,65 268,79 528,66 384,90 5.147,29 385,96 45,41 10,86 158,08 13,42 31,40 85,43 150,84 7.925,10 2.935,95 6.818,51 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00
-37,12 -7,51 1,73 67,57 0,30 13,57 7,61 249,90 2,74 -37,12 0,05 1,68 -0,63 -32,78 -10,69 -
134,78 42,27 79,48 5.110,17 1.033,69 171,17 766,20 628,55 75.166,66 3.968,01 374,73 1.362,20 269,09 47,34 209,89 586,72 115.250,55 271,53 528,66 384,90 5.110,17 386,01 45,41 10,86 159,76 13,42 31,40 84,80 150,84 7.892,32 2.935,95 6.807,82 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00
-0,3079% -0,2342% -0,0914%
-0,0066% -0,0051% 0,0052%
-0,3145% -0,2393% -0,0862%
979.230,12 74.175.269,15 1.487.884,69 27.064.336,61 11,59 52,99
-160.979,25 0,01 -
979.230,12 74.175.269,15 1.326.905,44 27.064.336,61 11,60 52,99
1,472
0,021
1,493
Meicirculaire gemeentefonds 2025
52
Mutaties uitkeringsjaar 2025 ten opzichte van uitkeringsjaar 2024 stand decembercirculaire 2024 (bedragen in euro's in basis)
Maatstaven bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep éénpersoonshuishoudens huishoudens met een laag inkomen met drempel inwoners inwoners 75+ met drempel jongeren kernen laag opleidingsniveau met drempel leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs loonkostensubsidie migratieachtergrond regionale centrumfunctie omgevingsadressendichtheid oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing woonkern ozb niet-woningen eigenaren ozb niet-woningen gebruikers ozb woningen eigenaren verkiezingen Den Haag woonruimten
Totaal -37,12 -7,51 1,73 67,57 0,30 13,57 7,61 249,90 2,74 -37,12 0,05 1,68 -0,63 -32,78 -10,69 -0,0066% -0,0051% 0,0052% -160.979,25 0,01
Sociale basisvoorzieningen 0,05 4,16 0,05 0,02 0,02 -
Participatie
-37,12 -7,51 -2,56 -37,12 -
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Wmo
1,73 5,46 13,57 245,74 2,74 0,53 -
Jeugd 64,67 7,61 1,13 -0,65 -
Infrastruc Bestuur en tuur, ondersteuning ruimte en milieu 0,25 -160.979,25 0,01
-32,78 -10,69 -
53
OZB
-0,0066% -0,0051% 0,0052% -
Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2026 per cluster Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2025 uitkeringsjaar 2026 Totaal
Sociale basisvoorzieningen
Participatie
Wmo
Jeugd
Bestuur en ondersteuning
Orde en veiligheid
Onderwijs
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu
Overig
Overige Eigen Middelen
OZB
bedrijven
134,78
-
-
-
-
-
84,44
-
-
50,34
-
-
-
bewoonde oorden 1930
42,27
-
-
-
-
-
-
-
-
42,27
-
-
-
79,48
-
bijstandsontvangers
5.110,17
-
5.110,17
doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep
1.033,69
-
1.033,69
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
171,17
-
-
171,17
-
-
-
-
-
-
-
-
-
historische woningen in bewoonde oorden 1930
éénpersoonshuishoudens
-
-
-
-
-
-
79,48
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
extra groei jongeren
766,20
-
-
-
-
-
-
766,20
-
-
-
-
-
extra groei leerlingen voortgezet onderwijs
628,55
-
-
-
-
-
-
628,55
-
-
-
-
-
grote woonkernen
75.166,66
-
-
-
huishoudens met een laag inkomen met drempel
3.968,01
-
351,13
539,43
-
75.166,66
-
-
-
-
-
-
-
128,93
176,88
-
-
-
-
-
-
205,83
11,53
-
146,16
-
-
-117,89
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
374,73
129,10
-
inwoners 75+ met drempel inwoners waddengemeenten (<2500 inwoners)
1.362,20
-
-
269,09
-
-
-
-
-
-
-
-
-
269,09
-
-
inwoners waddengemeenten (>7500 inwoners) inwoners waddengemeenten (2500 tot 7500 inwoners) jongeren
47,34
-
-
-
-
-
-
-
-
-
47,34
-
-
inwoners
kernen
209,89 586,72 115.250,55
laag opleidingsniveau met drempel
271,53
-
2.771,64
1.362,20
-
-
-
-
-
-
-
-
-
209,89
-
-
-
-
-
326,37
-
-
260,35
-
-
-
-
-
5.590,69
-
24.326,51
-
-
-
-
-
-
-
271,53
-
-
-
-
-
85.333,35 -
-
-
-
-
-
-
leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs
528,66
-
-
-
-
-
-
528,66
-
-
-
-
-
leerlingen voortgezet onderwijs
384,90
-
-
-
-
-
-
384,90
-
-
-
-
-
loonkostensubsidie
5.110,17
-
5.110,17
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
migratieachtergrond
386,01
151,42
-
-
-
-
150,18
84,41
-
-
-
-
-
landelijke centrumfunctie
45,41
-
-
-
-
-
-
-
45,41
-
-
-
-
lokale centrumfunctie
10,86
-
-
-
-
-
5,39
-
5,47
-
-
-
-
regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente
159,76
29,14
-
51,37
48,65
-
-
-
30,60
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
13,42
-
-
-
31,40
-
-
-
-
-
-
-
-
31,40
-
-
-
omgevingsadressendichtheid
84,80
17,59
-
-
-27,95
3,65
18,26
-
-
73,25
-
-
-
onderwijsachterstand oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing buitengebied buitengebied
bodemfactor
13,42
150,84
-
-
-
-
-
-
150,84
-
-
-
-
-
7.892,32
-
-
-
-
-
-
-
-
7.892,32
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2.935,95
-
-
-
2.935,95
(voortzetting op de volgende bladzijde)
Meicirculaire gemeentefonds 2025
54
Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2025 uitkeringsjaar 2026 Totaal oppervlak bebouwing woonkern oppervlak bebouwing woonkern woonkern oppervlak binnenwater
6.807,82 bodemfactor
oppervlak buitenwater oppervlak historische kern < 40 ha
10.743,51 126,10
Sociale basisvoorzieningen