Bijlage 2 - Gemeentefonds meicirculaire 2025
Tekst van het document
Gemeentefonds
Meicirculaire 2025
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 28 mei 2025 Kenmerk 2025-0000360402
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
meicirculaire gemeentefonds 2025 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2024 (2024-0000287430); septembercirculaire 2024 (2024-0000752157); decembercirculaire 2024 (2024-0000953334)
28 mei 2025 1 juli 2026
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Voorwoord
Voor u ligt de meicirculaire Gemeentefonds 2025. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De meicirculaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2025 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich vooral op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.J.M. Uitermark
Meicirculaire gemeentefonds 2025
1
Meicirculaire gemeentefonds 2025
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Hoofdpunten ............................................................................................................. 7 1.1
Inleiding............................................................................................................ 7
1.2
Algemene uitkering............................................................................................. 7
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen .............................................................. 8
Algemene uitkering .................................................................................................... 9 2.1
Inleiding............................................................................................................ 9
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ............................................. 9
1.
Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag ....................................... 10
2.
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024 ........................................................... 14
3.
Diversen .......................................................................................................... 15
4.
Extra middelen gemeenten en jeugd .................................................................... 15
5.
Hervormingsagenda Jeugd ................................................................................. 16
6.
Kinderopvang pleegouders ................................................................................. 16
7.
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo .......................................................... 16
8.
Wmo hulpmiddelen ............................................................................................ 16
9.
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis ........................................................ 17
10.
Overgangsrecht levenslang ............................................................................. 17
11.
IBO Problematische schulden .......................................................................... 17
12.
Correctie extrapolatie participatie .................................................................... 17
13.
Kiescollege niet ingezetenen ........................................................................... 18
14.
Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders ..... 18
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering................................................................ 18
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering .......................................................... 19
2.4.1
Bommenregeling .............................................................................................. 19
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel .................................................................... 21
2.5.1
Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ................................ 21
2.5.2
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ................ 21
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.................................................................... 26 3.1
Inleiding.......................................................................................................... 26
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................. 26
1.
Uitvoeringskosten Omgevingswet ........................................................................ 29
2.
Impulsbudget arbeidsmarktregio's ....................................................................... 29
3.
Impulsbudget sociale infrastructuur ..................................................................... 29
4.
Alleenverdienersproblematiek ............................................................................. 30
5.
Begeleiding jongeren naar werk .......................................................................... 31
6.
Faciliteitenbesluit opvangcentra ........................................................................... 31
7.
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties ............................................... 31
8.
Versterking arbeidsmarktregio’s .......................................................................... 32
9.
Natuur bij Energieprojecten ................................................................................ 33
10.
Aanpak laaggeletterdheid ............................................................................... 33
Meicirculaire gemeentefonds 2025
3
4
11.
Work in Nederland ......................................................................................... 33
12.
Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders ..... 34
13.
Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) ............................................................ 34
14.
Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen ................................................... 35
15.
Natuurbrandpreventie en -mitigatie ................................................................. 35
16.
Behoud sociale voorzieningen Groningen .......................................................... 35
17.
Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)............................................................ 35
18.
Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ........................................................... 36
19.
Toekomstbestendig maken energiebeleid .......................................................... 36
20.
Slavernijverleden........................................................................................... 36
21.
Maatschappelijke begeleiding .......................................................................... 37
22.
Aanpak flakka problematiek ............................................................................ 37
23.
Veilige Steden ............................................................................................... 37
24.
Realisatie energietransitie ............................................................................... 37
25.
Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit ............................ 38
26.
LHBTI beleid Regenboogsteden ....................................................................... 38
27.
Knelpunten verdeelproblematiek ..................................................................... 38
28.
Loon- en prijsbijstelling 2025 Participatie.......................................................... 38
29.
Loon- en prijsbijstelling 2025 Beschermd wonen ............................................... 39
30.
Rijksbijdrage sociale infrastructuur .................................................................. 39
31.
IU Participatie: Afschaffen lage-inkomensvoordeel ............................................. 39
32.
Wsw extrapolatie ........................................................................................... 40
3.3
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ...................................................................................................................... 40
3.3.1
Armoedebestrijding kinderen ............................................................................. 40
3.3.2
Kinderen in een AZC ......................................................................................... 41
3.3.3
Voorschoolse voorzieningen peuters ................................................................... 41
3.3.4
Vrouwenopvang ............................................................................................... 41
3.3.5
Maatschappelijke opvang................................................................................... 41
3.3.6
Nationaal Actieplan Dakloosheid ......................................................................... 42
Overige mededelingen .............................................................................................. 43 4.1
Inleiding.......................................................................................................... 43
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen...................... 43
4.3
Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit ................................................ 44
4.4
Advies raming ruimte onder het plafond BCF ....................................................... 44
4.5
Redelijk peil 2026 ............................................................................................. 45
4.6
Integraal overzicht financiën gemeenten ............................................................. 45
4.7
Analyse gemeentebegrotingen ........................................................................... 45
4.8
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ........................................................... 45
4.9
Aanleveren Iv3-gegevens in JSON-formaat .......................................................... 45
4.10
Iv3-informatievoorschrift 2025 1.2 ..................................................................... 46
Meicirculaire gemeentefonds 2025
4
4.11
Stopzetten EMU-enquête en verzamelen beleidsindicatoren bestuur en organisatie via Iv3 ................................................................................................................. 46
Bijlagen........................................................................................................................ 47 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ............................................ 48 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2025 per cluster ....................................................... 50 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026 ............................................ 52 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2026 per cluster ....................................................... 54 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2025-2030 ................................................... 56 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2024 BTW-compensatiefonds .......................................... 57 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling ........................................................... 58 Bijlage 2.5.2 Volumina maatstaven 2025-2030 ............................................................... 59 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet ............................ 62 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget arbeidsmarktregio’s........................... 66 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget sociale infrastructuur .........................
67 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek ................................. 70 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Begeleiding jongeren naar werk .............................. 74 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra .............................. 75 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus .......................... 76 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Versterken arbeidsmarkregio’s ................................ 80 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Natuur bij energieprojecten .................................... 81 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Aanpak laaggeletterdheid ..................................... 82 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Work in Nederland ............................................... 83 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering BRP centralisering inschrijving vergunninghouders .. 84 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Landelijke aanpak adreskwaliteit ........................... 85 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen ......... 89 Bijlage 3.2-15 Decentralisatie-uitkering Natuurbrandpreventie en -mitigatie ....................... 93 Bijlage 3.2-17 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplichtig ...........................
94 Bijlage 3.2-20 Decentralisatie-uitkering Slavernijverleden ................................................ 98 Bijlage 3.2-21 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding ................................ 99 Bijlage 3.2-27 Decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek ..........................100 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen .................................101 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Kinderen in een AZC .............................................105 Bijlage 3.3.3 Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters ...........................108 Bijlage 3.3.5 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang ......................................112 Bijlage 3.3.6 Decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid .............................113 Bijlage 4.5 Redelijk peil 2026 .......................................................................................114
Meicirculaire gemeentefonds 2025
5
Meicirculaire gemeentefonds 2025
6
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, gemeentelijke heffingen, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de inkomsten van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Voorjaarsnota 2025 en de bijbehorende Eerste Suppletoire Begroting 2025. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 1.2
Algemene uitkering
Accres Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2025 verwerkt. Het accres wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp). Plafond BTW-compensatiefonds Deze circulaire biedt informatie over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2024. Bij Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. De totale ruimte onder het plafond van 2024 is € 332 miljoen. Dit wordt verrekend met het gemeentefonds. Extra middelen gemeenten en jeugd Voor 2025 tot en met 2027 komt circa € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Zie ook paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota 2025. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt.
Hervormingsagenda Jeugd Deze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om een bedrag van € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
7
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2025 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen: -
De decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet. Bij deze circulaire wordt € 80,7 miljoen beschikbaar gesteld zodat de ontvangende partijen in hun transitie ervoor kunnen zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. De decentralisatie-uitkering Impulsbudget arbeidsmarktregio’s. De arbeidsregio’s ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget van in totaal € 148,5 miljoen. Deze middelen maken het mogelijk om samen slagkracht te bevorderen en gezamenlijke dienstverlening (bijvoorbeeld op het gebied van werk, scholingsinstrumenten of -trajecten) te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio.
-
De integratie-uitkeringen Participatie en Beschermd wonen zijn geïndexeerd. De uitgekeerde loon- en prijsbijstelling 2025 bedraagt € 102,4 miljoen voor Participatie en € 87,2 miljoen voor Beschermd wonen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
8
2 2.1
Algemene uitkering Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 bevat overige mededelingen over de algemene uitkering. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.
Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2025 tot en met 2030 ten opzichte van de decembercirculaire 2024. Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering kunnen het gevolg zijn van: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Met de clusterindeling wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te
omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
9
Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de decembercirculaire 2024 (in duizenden euro's)
stand decembercirculaire 2024 1) 1a) 1b) 2) 3)
algemene mutaties Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag Bijstelling accres-tranches Incidentele compensatie in grondslag Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024 Diversen
2025
2026
2027
2028
2029
2030
40.199.757
39.480.802
41.263.253
42.919.214
44.729.480
44.729.480
370.384
494.140
541.726
560.562
652.797
2.881.439 -63.150
-114.671
-144
taakmutaties cluster Individuele voorzieningen Jeugd 4) 4a) 4b) 4c) 4d) 4e) 4f) 5)
Extra middelen gemeenten en jeugd Demping terugval gemeentefonds 2026 Tekorten voor rekening Rijk Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Eigen bijdrage jeugdzorg Sturen op trajectduur jeugdzorg Indexeren opbrengst Hervormingsagenda Hervormingsagenda Jeugd
6)
Kinderopvang pleegouders
7)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
225.000
8)
Wmo hulpmiddelen
10.000
9)
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis
1.800
10)
Overgangsrecht levenslang
414.000
13.200
400.000 414.000 498.000
422.000 414.000 447.000
412.000 414.000
414.000 414.000
424.000 414.000
274.416
-260.000 -68.000 -507.000 313.079
-260.000 -68.000 -507.000 342.338
-260.000 -68.000 -507.000 342.338
356.126 13.200
13.200
3.100
3.100
3.100
1.800
1.800
1.800
1.800 1.157
cluster Participatie 11)
IBO Problematische schulden
12)
Correctie extrapolatie participatie
18.670 8.315
cluster Bestuur en ondersteuning 13)
Kiescollege niet ingezetenen
14)
BRP centralisering inschrijving vergunninghouders
stand deze circulaire
237 -3.125
-3.125
-3.125
-3.125
-3.125
-3.125
40.898.452
41.889.943
43.374.270
43.785.630
45.719.390
47.904.210
Toelichting 1.
Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag
1a. Accres tranches Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds en het provinciefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2025 verwerkt. Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. Conform Rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
10
Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht van een individuele gemeente kan worden ingezet. Het accres is voor het jaar 2025 bij Voorjaarsnota 2025 definitief vastgesteld en de raming voor de jaren 2026 en verder is geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het bbp van het Centraal Economisch Plan (CEP) door het Centraal Planbureau (CPB). In tabel 2.2.2 tabel zijn de actuele cijfers opgenomen. Tabel 2.2.2 Indices
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
2,16%
1,93%
1,82%
1,72%
1,61%
2,28%
Prijs bbp
3,63%
2,74%
2,52%
2,61%
2,50%
2,50%
Gecombineerde bbp index
5,87%
4,72%
4,39%
4,37%
4,15%
4,84%
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
2,16%
1,93%
1,77%
1,67%
1,56%
Prijs bbp
2,71%
2,65%
2,64%
2,42%
2,42%
Gecombineerde bbp index
4,93%
4,63%
4,46%
4,13%
4,02%
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
0,00%
0,00%
0,05%
0,05%
0,05%
Prijs bbp
0,92%
0,09%
-0,12%
0,19%
0,08%
Gecombineerde bbp index
0,94%
0,09%
-0,07% 0,24%
0,13%
Indices CPB bbp CEP 25
Indices CPB decembercirculaire 2024 (Miljoenennota 2025 inclusief revisie)
Verschil (nieuw-oud)
Tabel 2.2.3 bevat de grondslag en de huidige accres raming zoals opgenomen in de Voorjaarsnota 2025 op basis van de bbp cijfers uit het CEP 2025.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
11
Tabel 2.2.3 Grondslag en accres Voorjaarsnota 2025 (inclusief CBS-revisie) Bedragen in miljoenen euro
2025
Gemeentefonds (voor zover onderdeel van de accresgrondslag; grondslag tranche 2025)
2027
2028
2029
2030
39.307 36.831 36.675 36.530 36.515 36.460
tranche 2025 volume tranche 2025 Prijs
2026
849
796
792
789
789
788
1.458
1.366
1.360
1.355
1.354
1.352
718
2.002
1.659
400
372
383
Mutaties in grondslag VJN in prijspeil 2025 Gemeentefonds (voor zover onderdeel van de accresgrondslag; grondslag voor tranche 2026-2030)
40.995 40.487 39.073 39.030 38.983
tranche 2026 volume tranche 2026 prijs
791
781
754
753
752
1.145
1.131
1.091
1.090
1.089
772
745
744
743
1.088
1.050
1.049
1.047
735
734
733
1.134
1.133
1.131
717
716
1.131
1.130
tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs tranche 2029 volume tranche 2029 prijs tranche 2030 volume
1.056
tranche 2030 prijs
1.185
Cumulatief accres 2025-2030
2.307
4.098
5.924
7.652
9.494 11.722
Tabel 2.2.4 bevat het accres voor 2025 en verder zoals opgenomen in de decembercirculaire 2024. Tabel 2.2.5 bevat de mutaties in het accres tussen de stand decembercirculaire 2024 (inclusief Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)-revisie) en de stand Voorjaarsnota 2025. NB: De CBS-revisie is niet verwerkt in de stand Miljoenennota 2025, maar in de stand Voorjaarsnota 2025 1.
1
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 600, nr. 41
Meicirculaire gemeentefonds 2025
12
Tabel 2.2.4 Accres stand decembercirculaire 2024 (MJN 2025 inclusief revisie) Bedragen in miljoenen euro
2025
2026
2027
2028
2029
tranche 2025 volume
849
795
792
789
789
1.088
1.019
1.015
1.011
1.011
746
742
740
739
1.043
1.039
1.035
1.035
712
710
709
1.081
1.077
1.077
699
699
1.031
1.030
tranche 2025 prijs tranche 2026 volume tranche 2026 prijs tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs
680
tranche 2029 volume
1.072
tranche 2029 prijs 1.936
3.603
5.382
7.092
8.841
2025
2026
2027
2028
2029
0
0
0
0
0
370
347
345
344
343
tranche 2026 volume
46
39
14
14
tranche 2026 prijs
102
92
56
55
tranche 2027 volume
59
35
34
tranche 2027 prijs
6
-27
-28
tranche 2028 volume
35
35
tranche 2028 prijs
103
103
Totaal accres
Tabel 2.2.5 Mutatie sinds decembercirculaire 2024 Bedragen in miljoenen euro tranche 2025 volume tranche 2025 prijs
tranche 2029 volume
37
tranche 2029 prijs
60 370
Totaal accres
494
542
561
653
1b. Incidentele compensatie in grondslag De overgang van ‘trap-op trap-af’ systematiek naar de bbp-systematiek is grotendeels gecompenseerd voor de jaren 2024-2029. Het besluit tot het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek heeft invloed op de lopende begroting van gemeenten en provincies. Om die reden is besloten de impact hiervan volledig (2024) en deels (2025) te dempen. Ook voor 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats (zie paragraaf 2.2.1c van de meicirculaire 2024 en Voorjaarsnota 2024 2).
2
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 550, nr. 1, pg. 262
Meicirculaire gemeentefonds 2025
13
De compensatie voor het jaar 2029 (€ 63,2 miljoen) zit als gevolg van de extrapolatie van het budget van 2029 naar 2030 in de grondslag voor 2030. Middels deze mutatie wordt de grondslag gecorrigeerd. 2.
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024
De bijdrage van het Rijk aan het BCF is geplafonneerd. Het plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond van het BCF wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Hierdoor hebben decentralisaties geen effect op de ruimte onder het plafond van het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeente- en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeente- en provinciefonds. Bij Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. De totale ruimte onder het plafond van 2024 is € 332 miljoen. Dit wordt verrekend met het gemeentefonds.
Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BCF. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op 2024. Er is een ondergrens gehanteerd van € 100.000.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
14
3.
Diversen
Jaarlijks wordt de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek ten laste van de algemene uitkering geactualiseerd voor het extra jaar dat in de desbetreffende circulaire zichtbaar wordt. In dit geval gaat het om € 104.000 in 2030. Zie ook paragraaf 3.2.27 van deze circulaire. Daarnaast is er een negatieve bijstelling van € 40.000 vanwege de Wet visueel gehandicapten. Gelet op de geringe omvang van deze mutaties zijn deze verwerkt als algemene mutatie. 4.
Extra middelen gemeenten en jeugd
Voor 2025 tot en met 2027 komt circa € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Zie ook paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota 2025. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. De bijbehorende middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen jeugd. Hieronder een toelichting op de bijbehorende reeksen. 4a. Demping terugval gemeentefonds 2026 Er wordt structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. In 2026 is het een bedrag van € 400 miljoen en voor 2030 en verder een bedrag van € 424 miljoen. 4b. Tekorten voor rekening Rijk De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn € 414 miljoen. 4c. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 498 miljoen en in 2027 een bedrag van € 447 miljoen beschikbaar. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd. 4d. Eigen bijdrage jeugdzorg Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. 4e.
Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. 4f.
Indexeren opbrengst Hervormingsagenda
De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. De omvang van deze besparing is jaarlijks € 507 miljoen vanaf 2028.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
15
5.
Hervormingsagenda Jeugd
Deze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om een bedrag van € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030. Over de verdeling van een deel van deze middelen vindt nog gesprek plaats. In deze circulaire vindt de verdeling plaats van € 333 miljoen in 2026 tot € 320 miljoen in 2030. De te verdelen middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 6.
Kinderopvang pleegouders
Er wordt in 2025, 2026 en 2027 € 10,7 miljoen per jaar beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderenopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Hierbij is rekening gehouden met pleegouders in het gedwongen en het vrijwillig kader. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) werkt met de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen, Jeugdzorg Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) uit hoe deze middelen aan pleegouders worden uitgekeerd. In het najaar van 2025 zal dit nader worden gecommuniceerd. Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen de middelen worden verdeeld. Vanaf 2028 is € 600.000 structureel beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. De verdere uitwerking hiervan volgt in het licht van de stelstelherziening kinderopvang. Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen de middelen worden verdeeld. Daarnaast is per 2025 structureel € 2,5 miljoen beschikbaar voor de vergoeding van bijzondere kosten aan pleegouders in het vrijwillig kader. Dit zal ook gepaard gaan met een wijziging van de Regeling Jeugdwet. De € 2,5 miljoen wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 7.
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd, zie ook paragraaf 2.2.13 van de meicirculaire 2023. Hiervoor wordt het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 voorbereid. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van € 225 miljoen voor het jaar 2026, die in de Voorjaarsnota 2023 in het gemeentefonds is verwerkt vervalt. De € 225 miljoen wordt toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 8.
Wmo hulpmiddelen
Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De
Meicirculaire gemeentefonds 2025
16
meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Voor 2025 zijn er in de Voorjaarsnota 2024 reeds middelen overgeboekt naar het gemeentefonds (zie meicirculaire 2024 paragraaf 2.2.12). In 2026 gaat het om een totaalbedrag van € 10 miljoen. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 9.
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis
Vanaf 1 januari 2026 valt het persoonsgebonden budget (pgb) niet meer onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH). Dit betekent dat pgb-budgethouders, afhankelijk van het type arbeidscontract, zowel de premieafdrachten als de doorbetalingen bij ziekte binnen hun pgb-budget moeten bekostigen. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat het pgbbudget van de budgethouder niet toereikend is, en dat de budgethouder ook niet de ruimte ervaart om de zorgvraag aan te passen. Hiervoor is vanaf 2026 structureel € 1,8 miljoen beschikbaar. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 10. Overgangsrecht levenslang De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2030. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp ‘overgangsrecht levenslang’ in 2030 zichtbaar. Deze mutatie betreft een correctie op de extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo en/of Jeugdwet. Cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben een overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door dit overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wlz in plaats van ten laste van de Wmo of de Jeugdwet.
Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt voor 2030 een bedrag van € 1,2 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Zie ook paragraaf 2.2.13 van de meicirculaire 2024. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 11. IBO Problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden 3. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Het gaat om een totaalbedrag van € 18,7 miljoen. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 12. Correctie extrapolatie participatie In 2018 zijn door de betrokken departementen: het ministerie van Financiën, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), afspraken gemaakt over de overheveling van de onderdelen
3 Kabinetsreactie IBO Problematische schulden
Meicirculaire gemeentefonds 2025
17
Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong) en Wet sociale werkvoorziening (Wsw)-Regulier werk van de integratie-uitkering Participatie naar de algemene uitkering. Deze overheveling is in de meicirculaire met ingang van 2023 uitgevoerd (zie ook paragraaf 2.2.13 en 3.2.3 van de meicirculaire 2022). Bij de overheveling zijn de departementen overeengekomen om de meerjarige oploop van deze twee onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren, zoals ook te doen gebruikelijk was bij de integratie-uitkering Participatie. Deze oploop komt voort uit de invoering van de Participatiewet en de bijbehorende instroom van de nieuwe doelgroepen (voorheen Wajong en Wsw). In het extrapolatiejaar 2030 leidt dit tot een correctie van € 8,3 miljoen. Deze middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 13. Kiescollege niet ingezetenen De organisatie van de verkiezing van de leden van het kiescollege niet-ingezeten voor de Eerste Kamer en de ondersteuning ervan worden gedaan door de gemeente Den Haag. De gemeente wordt hiervoor gecompenseerd via een verhoging van de uitkering uit het gemeentefonds. De verkiezing is elke vier jaar, dus de gemeente Den Haag krijgt elk jaar een vierde deel van de totale kosten van een verkiezing als vergoeding. Deze bedraagt € 236.880. Zie ook paragraaf 2.2.15 van de meicirculaire 2024.
De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Bestuur en ondersteuning (via maatstaf Verkiezingen Den Haag). 14. Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat (zie ook paragraaf 4.2.8 van de meicirculaire 2016). Vanwege de toename van het aantal inschrijvingen ten opzichte van de startsituatie en de gestegen kosten wordt er € 3,1 miljoen ten laste van de algemene uitkering toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering. De middelen worden onttrokken aan het cluster Bestuur en ondersteuning. Zie ook paragraaf 3.2.12 van deze circulaire. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2.12.
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
18
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Mutatie
Verdeelwijze
taakmutaties cluster Individuele voorzieningen Jeugd Extra middelen gemeenten en jeugd
via maatstaven cluster
Hervormingsagenda Jeugd
via maatstaven cluster
Kinderopvang pleegouders
via maatstaf jongeren
cluster Individuele voorzieningen Wmo Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
via maatstaven cluster
Wmo hulpmiddelen
via maatstaven cluster
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis
via maatstaven cluster
Overgangsrecht levenslang
via maatstaven cluster
cluster Participatie IBO Problematische schulden
via maatstaven cluster
Correctie extrapolatie participatie
via maatstaven cluster
cluster Bestuur en ondersteuning Kiescollege niet ingezeten
via maatstaf verkiezingen Den Haag
BRP centralisering inschrijving vergunninghouders
via maatstaven cluster
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering
2.4.1
Bommenregeling
Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (WOII). De bommenregeling is geen Rijkssubsidie, maar een regeling die wordt gefinancierd uit het gemeentefonds. Het doel van het gemeentefonds is om iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat gemeenten een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijke belastingdruk: mensen moeten in principe toegang hebben tot hetzelfde voorzieningenniveau en dat mag niet afhankelijk zijn van de plek waar iemand woont. In dit kader moet ook de bommenregeling worden gezien. Het is een regeling ván gemeenten, vóór gemeenten: De idee achter de regeling is, conform de doelstelling van het gemeentefonds, dat gemeenten die veel kosten hebben op het gebied van het ruimen van ontplofbare oorlogsresten, hier beperkt financieel nadeel van ondervinden ten opzichte van andere gemeenten die hier niet mee te maken hebben. Alle uitkeringen in het kader van de bommenregeling worden door alle gemeenten gezamenlijk gedragen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
19
Bovenstaande maakt dat de bommenregeling alleen geldt voor de kosten van gemeenten en/of particuliere vondsten. Voor de kosten die door waterschappen of provincies worden gemaakt geldt dat deze niet worden vergoed. Deze organisaties hebben hun eigen inkomsten en vallen daarom niet onder deze regeling. Dit geldt ook voor (semi)-overheid en non-profit organisaties zoals het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer, drinkwaterbedrijven en netwerkbeheerders. Verder is het richtsnoer dat de bommenregeling in het gemeentefonds niet is bedoeld voor het compenseren van private partijen voor kosten die anders door de markt zouden worden gedragen. In het raadsbesluit moet expliciet worden verklaard dat de kosten alleen de kosten, exclusief btw, van gemeenten en/of particuliere vondsten betreffen. Er hoeft geen verdere onderbouwing te worden overlegd. Voor meer informatie over de bommenregeling zie, Bommenregeling gemeentefonds | Brochure | Rijksoverheid.nl. Bijlage 2.4.1 vermeldt de gemeenten die in 2025 op basis van de ingediende aanvraag een uitkering ontvangen, inclusief de bijbehorende bedragen. Het totaalbedrag van de bommenregeling 2025 bedraagt circa € 12,4 miljoen. Dit bedrag is exclusief het bedrag voor berging van vliegtuigwrakken van € 3,9 miljoen (zie hieronder).
Binnen het Nationaal Programma Berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog zijn locaties vastgesteld waar zich mogelijk te bergen vliegtuigwrakken met stoffelijke resten bevinden. De afgelopen jaren hebben in verschillende gemeenten bergingen plaatsgevonden. In 2024 heeft in dit kader de berging plaatsgevonden van een Britse Vickers Wellington bommenwerper in Holwerd en een Duits Messerschmitt Bf 109 jachtvliegtuig in de Noarderleech. Beide locaties bevinden zich in de gemeente Noardeast-Fryslân. In beide vliegtuigwrakken zijn stoffelijke resten gevonden. Voor bergingen die onderdeel uitmaken van het Nationaal Programma ontvangen de betreffende gemeenten via de bommenregeling een bijdrage van 100 procent voor de door hen gemaakte kosten. Op basis van het ingediende raadsbesluit met daarin de gemaakte kosten ontvangt de gemeente Noardeast-Fryslân in 2025 een bedrag van € 3,9 miljoen. In het najaar van 2025 staan de berging van een Messerschmitt Bf 109 in Heerde en een Lancaster bommenwerper in Dronten gepland.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
20
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel
2.5.1
Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven
De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf onroerendezaakbelasting (OZB) is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf OZB wordt bepaald door de omvang van de Waardering onroerende zaken (WOZ)-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet woningen en gebruikers nietwoningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZwaarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB. De correctie is op nationaal niveau. De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB is afgestemd op de WOZtijdvakken. Op 1 januari 2025 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2024. Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de OZB-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB).
De marktontwikkeling tussen 1 januari 2024 en 1 januari 2025 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 10,5%. Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op 2%. De inflatie (pNB) in die periode bedraagt volgens de ramingen van het CPB 4,2%. Het rekentarief voor eigenaren woningen komt na aanpassing op 0,0862%, voor eigenaren niet-woningen op 0,3145% en voor gebruikers niet-woningen op 0,2393%. De aangepaste rekentarieven zijn ook opgenomen in bijlage 2.1.3. 2.5.2
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
21
Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2025 is de definitie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen met drempel gewijzigd zoals aangekondigd in de septembercirculaire 2024 (paragraaf 2.5). Voor 2025 zal worden uitgegaan van een tweejarig gemiddelde van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel. Het tweejarig gemiddelde zal worden berekend op basis van de gegevens van t-2 en t-3. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering voor dat uitkeringsjaar kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2025 4. De maatstaven leerlingen voorgezet onderwijs, leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs en extra groei leerlingen voortgezet onderwijs zullen deze circulaire niet geactualiseerd worden. De actualisatie van deze maatstaven zal in de septembercirculaire plaatsvinden. Bedragen per eenheid •
De zogenaamde rekentarieven 2026 van de maatstaf OZB zijn ten opzichte van 2025 aangepast.
•
De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt.
Bijlagen 2.1.1 en 2.1.3 bevat het overzicht van bedragen per eenheid 2025 en 2026. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de OZB-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis. De – landelijke – uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang:
-
De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de algemene mutaties en taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.
-
De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina en geactualiseerde bedragen per eenheid (bpe). Bijlage 2.5.2 bevat informatie over de raming van de volumina van de maatstaven.
-
De belastingcapaciteit.
Ten opzichte van de decembercirculaire 2024 is de uitkeringsfactor voor het jaar 2023 ongewijzigd. De uitkeringsfactor voor 2024 daalt met 2 punten naar 1,418.
4
Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl
Meicirculaire gemeentefonds 2025
22
De daling wordt veroorzaakt door de actualisatie van de volumina van meerdere maatstaven, waaronder de actualisatie van de gegevens over bijstandontvangers (plus ca 1 punt) en huishoudens met een laag inkomen met drempel (- ca 2,5 punt). De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2025-2030 is vermeld in tabel 2.5.1. Tabel 2.5.1 Uitkeringsfactor 2025-2030
Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
1,472 30.574
1,493 30.928
1,539 31.006
1,582 30.462
1,629 30.808
1,686 31.100
De uitkeringsfactoren in tabel 2.5.1 zijn in lopende prijzen. 5 Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van het CEP 2025 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgt hieronder de tabel 2.5.2, waarin voor ieder afzonderlijk jaar de ontwikkeling is opgenomen ten opzichte van de decembercirculaire 2024 (verticale toelichting). Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Tabel 2.5.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2025-2030 2025 stand decembercirculaire 2024
mutaties deze circulaire mutaties uitkeringsbasis/OZB overig uitkeringsfactor stand deze circulaire
2026
2027
2028
2029
2030
1,460
1,463
1,509
1,552
1,595
-
0,008 0,004 0,000
0,017 0,013 0,000
0,016 0,014 0,000
0,015 0,015 0,000
0,018 0,016 0,000
1,472
1,493
1,539
1,582
1,629
1,686
De uitkeringsfactor valt voor de jaren 2025-2029 hoger uit ten opzichte van de stand decembercirculaire 2024. In 2025 gaat het om 12 punten en in de jaren 2026-2028 om ca. 30 punten. In 2029 is de uitkeringsfactor 34 punten hoger. De verwerking van de algemene mutaties en de taakmutaties heeft een opwaarts effect op de uitkeringsfactor. Met name de verwerking van de accrestranches en de taakmutaties in
5 De algemene uitkering wordt geïndexeerd op basis van de bbp-ontwikkeling. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
23
het cluster jeugd in de jaren 2025-2027 dragen hier aan bij, evenals de taakmutatie in verband met het uitstel van de vervanging abonnementstarief Wmo in 2026. In 2025 wordt het effect gedempt door de neerwaartse bijstelling van de ruimte onder het plafond van het BCF. De veranderingen in de uitkeringsbasis via wijzigingen in de volumina van de maatstaven hebben een opwaarts effect op de uitkeringsfactor. Dit opwaartse effect wordt vooral veroorzaakt door de maatstaf bijstandsontvangers, welk effect groter is dan het neerwaartse effect van met name de maatstaf huishoudens laag inkomen met drempel. De aanpassing van het landelijke rekentarief van de OZB maatstaven heeft een opwaarts effect van ca. 6 punten in 2026, oplopend naar 8 punten in 2029. Op basis van het CEP 2025 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. Hieronder staat in tabel 2.5.3 een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand septembercirculaire 2024 en de stand van deze circulaire. De neerwaartse bijstelling van de raming heeft via de uitkeringsbasis een positief effect op de uitkeringsfactor. De omvang van dit effect is ruim 2 punten in 2025, oplopend tot 7 punten in 2029 en dalend naar 5 punten in 2030. Tabel 2.5.3 Bijstandsontvangers Stand septembercirculaire 2024 Stand meicirculaire 2025
2025 2026 386.549 393.931 375.451 378.588
2027 2028 400.597 409.713 381.786 386.491
2029 2030 418.343 392.672 399.581
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: •
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.
•
Eveneens ontvangt een beperkt aantal gemeenten een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (zie paragraaf 2.4.1).
•
Een beperkt aantal gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en den Haag) ontvangt een suppletie-uitkering vanwege het ingroeipad als gevolg van de actualisatie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang naar de maatstaf van het nieuwe verdeelmodel (zie paragraaf 2.4.2 van de septembercirculaire 2024)
•
Vanaf 2023 geldt voor gemeenten een ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad wordt zoals gebruikelijk verwerkt in een suppletie‐uitkering (zie paragraaf 2.5.2 van de meicirculaire 2022). Voor 2026 gelden de bedragen van 2025. Per 1 januari 2027
Meicirculaire gemeentefonds 2025
24
zal een volgende stap worden gezet met betrekking tot het ingroeipad (voor een toelichting zie: paragraaf 3 van de Kamerbrief over het vervolgtraject verdeelmodel gemeentefonds “Het ingroeipad: eerste volgende stap per 2027”6), informatie hierover zal worden opgenomen in de meicirculaire 2026.
6
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025 36 600, B, nr. 24
Meicirculaire gemeentefonds 2025
25
3 3.1
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratieuitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de decembercirculaire 2024 over de periode 2025 tot en met 2030. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
26
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2025-2030 (bedragen in duizenden euro's) 2025 stand decembercirculaire 2024
2026
2027
2028
1
Uitvoeringskosten Omgevingswet
80.679
2
Impulsbudget arbeidsmarktregio's
35.233
28.959
39.094
45.201
3
Impulsbudget sociale infrastructuur
35.000
31.500
31.500
31.500
4
Alleenverdienersproblematiek
27.468
5
Begeleiding jongeren naar werk
14.895
6
Faciliteitenbesluit opvangcentra
12.267
7
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties
10.282
8
Versterken arbeidsmarktregio's
8.847
8.847
8.847
8.847
9
Natuur bij Energieprojecten
7.828
10
Aanpak laaggeletterdheid
6.500
5.000
5.000
5.000
11
Work in Nederland
5.927
6.625
6.625
12
BRP centralisering inschrijving vergunninghouders
3.125
3.125
3.125
13
Landelijke aanpak adreskwaliteit
2.856
14
Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen
2.500
15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32
Natuurbrandpreventie en -mitigatie Behoud sociale voorzieningen Groningen Einde lening inburgeringsplichtig Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit Toekomstbestendig maken energiebeleid Slavernijverleden Maatschappelijke begeleiding Aanpak flakka problematiek Veilige steden Realisatie energietransitie Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit LHBTI beleid Regenboogsteden Knelpunten verdeelproblematiek Loon- en prijsbijstelling 2025 Participatie (IU) Loon- en prijsbijtelling 2025 Beschermd wonen (IU) Rijksbijdrage sociale infrastructuur (IU) IU Participatie: Afschaffen lage-inkomensvoordeel (IU) Wsw extrapolatie (IU)
2.279 1.506 1.000 500 371 327 263 200 150 80 35 20
stand deze circulaire
2029
2030
4.741.593 4.643.046 4.491.183 4.413.563 4.347.011 4.347.011
102.376 87.194 19.800 8.935
31.500
31.500
3.125
3.125
3.125
91.784 87.194 24.687
88.280 87.194 26.321
104 84.855 87.194 28.097
2.500
500
500
150
20 98.833 87.194 21.427
95.294 87.194 23.056
-64.166
5.220.036 4.937.726 4.791.418 4.710.901 4.583.431 4.517.720
*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
27
Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2025-2030 (in duizenden euro's)* Uitkeringsjaar - IU Participatie - IU Beschermd wonen - IU Voogdij/18+ - Maatschappelijke opvang - Vrouwenopvang - Armoedebestrijding kinderen - Uitvoeringskosten Omgevingswet - Openbare bibliotheken - Nationaal Actieplan Dakloosheid - Vergunningverlening, toezicht en handhaving - Impulsbudget arbeidsmarktregio's - Impulsbudget sociale infrastructuur - Voorschoolse voorziening peuters - Alleenverdienersproblematiek - Versterking arbeidsmarktregio's - Wet betaalbare huur - Begeleiding jongeren naar werk - Beeldende kunst en vormgeving - Extra capaciteit BOA's - Faciliteitenbesluit opvangcentra - Toekomstbestendig maken energiebeleid - Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties - Wet kwaliteitsborging bouw g gg p - verward gedrag - RES regio's - Bodembescherming - BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders - Natuur bij Energieprojecten - Veiligheidshuizen - Aanpak laaggeletterdheid - Uitstapprogramma prostituees - Work in Nederland - Jeugdhulp aan kinderen in een AZC - Regionale doelgroepen specifieke aanpak - Knelpunten verdeelproblematiek - Landelijke aanpak adreskwaliteit - Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen - Veilig wonen - Natuurbrandpreventie en -mitigatie - Behoud sociale voorzieningen Groningen - LHBTI beleid Regenboogsteden - Einde lening