Bestemmingsplan Driezum [hernieuwde vaststelling, 21-05-2025]
Tekst van het document
bestemmingsplan Driezum vastgesteld
bestemmingsplan
Driezum vastgesteld
bestemmingsplan Driezum
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
7
Hoofdstuk 2 Fysieke omgeving 2.1 Ligging in de regio 2.2 Ontstaansgeschiedenis 2.3 Het huidige omgevingsbeeld
13 13 13 14
Hoofdstuk 3 Geografische schets 3.1 Bevolking en woningen 3.2 Voorzieningen en bedrijvigheid
17 17 17
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal / intergemeentelijk beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
19 19 19 22 23
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Ecologie 5.2 Externe veiligheid 5.3 Erfgoed 5.4 Bedrijven- en (milieu)hinder 5.5 Waterparagraaf 5.6 Bodem 5.7 Geluidhinder 5.8 Luchtkwaliteit 5.9 Overig
27 27 28 28 33 35 36 37 38 39
Hoofdstuk 6 Juridische toelichting 6.1 Algemeen 6.2 Opbouw van de regels 6.3 Toelichting op de bestemmingen 6.4 Overige aspecten 6.5 Bestemmingsplanprocedure
41 41 41 43 46 46
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49 49 49
Bijlagen bij de toelichting
51
Bijlage 1
Ecologische inventarisatie H.G. van der Veenstrjitte 22
53
Bijlage 2
Stikstofberekening Kolkensloane 1a-1b
65
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek Kolkensloane 1a-1b
75
Bijlage 4
Watertoets Kolkensloane 2 en 4
99
Bijlage 5
Watertoets H.G. van der Veenstrjitte 22
103
Bijlage 6
Watertoets Kolkensloane 1a-1b
107
3
bestemmingsplan Driezum
Bijlage 7
Bodemonderzoek H.G. van der Veenstrjitte 22
113
Bijlage 8
Nota overlegreacties
163
Bijlage 9
Zienswijzennota
173
Regels
197
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
199 199 205
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijf Bos Groen Maatschappelijk Recreatie Tuin Verkeer Verkeer - Verblijf Water Wonen Wonen - 1 Waarde - Archeologie
207 207 209 215 217 219 223 227 229 231 233 235 241 245
Hoofdstuk 3 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
247 247 249 251 253 255 257
Hoofdstuk 4 Artikel 22 Artikel 23
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
259 259 261
Bijlagen bij Regels
263
Bijlage 1
Lijst toegestane categorie 1 en 2 bedrijven
264
Bijlage 2
Staat van Bedrijven tot en met categorie 3.1
269
Bijlage 3
Lijst aan huis verbonden beroep
278
Bijlage 4
Lijst bestaande bedrijven
282
Bijlage 5
Lijst bestaande bedrijven bij woningen
284
Bijlage 6
Landschappelijke inpassing Kolkensloane 1a-1b
286
4
bestemmingsplan Driezum
Toelichting
5
bestemmingsplan Driezum
6
bestemmingsplan Driezum
Hoofdstuk 1
Inleiding
Actualisering Sinds de invoering van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 is de wettelijke verplichting voor gemeenten ingesteld om bestemmingsplannen actueel te houden. Op grond van de in deze wet opgenomen actualiseringsplicht mogen bestemmingsplannen vanaf 1 juli 2013 niet ouder dan tien jaar zijn. Het huidige bestemmingsplan voor het dorp Driezum dateert van 2007. Dit betekent dat de 'houdbaarheidstermijn' hiervan nu wettelijk gezien op zijn einde loopt. Een herziening is daarom nodig. Dit vindt met voorliggend bestemmingsplan plaats.
Figuur 1. Globale ligging plangrens Driezum
Met voorliggend bestemmingsplan worden de volgende juridisch-planologische regelingen herzien: 'Bestemmingsplan Driezum”, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 juni 2007 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 23 oktober 2007; 'Bestemmingsplan Van Sytzamawei 37 te Driezum”, vastgesteld door de gemeenteraad op 25 september 2012; Wijzigingsplan Nijewei 12, vastgesteld door de gemeenteraad op 23 februari 2015; Verder zijn diverse verleende omgevingsvergunningen in het bestemmingsplan verwerkt.
7
bestemmingsplan Driezum
Figuur 2. Kaartfragment van ruimtelijkeplannen.nl
Plangebied De ligging en begrenzing van het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is in figuur 1 weergegeven. De planbegrenzing komt tevens tot uitdrukking in de verbeelding bij dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan heeft betrekking op vrijwel alle gronden binnen de bebouwde kom van Driezum. De plangrens van dit bestemmingsplan is afgestemd op het huidige bestemmingsplan en wordt in belangrijke mate bepaald door de grenzen van het omringende landelijk gebied. Conserverend bestemmingsplan Omdat dit bestemmingsplan vanwege de wettelijke noodzaak tot actualisatie is opgesteld, betreft het een op beheer gericht plan dat grotendeels conserverend van aard is. Dit houdt in dat de actuele situatie in dit bestemmingsplan is vastgelegd en dat geen nieuwe grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Met het plan worden echter drie ontwikkelingen mogelijk gemaakt, namelijk: Uitbreiding van keukenbedrijf aan de H.G. van der Veenstrjitte 22; Uitbreiding bedrijf aan de Kolkensloane 2 en 4; Een bedrijf aan de Kolkensloane tussen 1a en 1b. Tevens is naar aanleiding van een handhavingsverzoek de regeling op de Van Sytzamawei 37 aangepast. In belangrijke mate zijn de planologisch-juridische regelingen uit de geldende bestemmingsplannen voortgezet. H.G. van der Veenstrjitte 22 Op het perceel H.G.
van der Veenstrjitte 22 in Driezum is het bedrijf JKD Keukens en Interieur gevestigd. Het bedrijf expandeert momenteel dusdanig met als gevolg dat de grootte van de huidige bedrijfsloods niet meer toereikend is. Met voorliggend plan wordt een nieuwe bedrijfsloods mogelijk gemaakt. De nieuwe loods dient als werkplaats en als opslag van materiaal. Daarnaast moet de nieuwe loods voldoende ruimte bieden voor machines en wordt in deze loods kantoorruimte geïntegreerd. Bij deze loods wordt een kapschuur gerealiseerd van 5 bij 8 meter voor opslag van materieel en materiaal. De nieuwe loods en schuur worden achter de huidige loods gerealiseerd aan de noordwestzijde van het perceel.
8
bestemmingsplan Driezum
Kolkensloane 2 en 4 Op het perceel aan de Kolkensloane 2 en 4 bevindt zich een installatietechniekbedrijf. Dit bedrijf is voornemens de bestaande loods uit te breiden. Met dit bestemmingsplan wordt het bouwvlak aangepast om deze uitbreiding mogelijk te maken. Daarnaast heeft het bedrijf een verzoek ingediend voor de realisatie van een parkeerterrein op de kavel achter de Kolkensloane 4 voor het parkeren van 38 personenauto's van personeel en bezoekers en 4 bedrijfsauto's. De gronden zijn nu nog bestemd als 'Agrarisch - Woudenlandschap' en liggen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Bûtengebiet'. De plangrens is aangepast en op de gronden is een bedrijfsbestemming met aanduiding 'parkeerterrein' opgenomen. Kolkensloane tussen 1a en 1b In 2020 is een verzoek ingediend om op het perceel tussen Kolkensloane 1a en 1b een kenniscentrum in duurzame energie te realiseren. Op het perceel lag een wijzigingsbevoegdheid om de bestemming 'Agrarisch' onder voorwaarden te kunnen wijzigen naar 'Bedrijf'. Met het verzoek is invulling gegeven aan deze wijzigingsbevoegdheid. De bestemming is gewijzigd naar 'Bedrijf' met aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kenniscentrum duurzame energie' waarbij overeenkomstig de beoogde bebouwing een bouwvlak is opgenomen.
Tevens geldt een voorwaardelijke verplichting voor de realisatie en instandhouding van de beoogde landschappelijke inpassing en het aanleggen van een sloot. Van Sytzamawei 37 Op het perceel aan de Van Sytzamawei 37 is een bedrijf in de 'opslag van hout en planken en voorbewerking van deze producten t.b.v bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, inclusief showroom' aanwezig. De bedrijvigheid geldt als ondergeschikte activiteit aan de woonbestemming. De huidige aanwezige bebouwing op het perceel is wat betreft oppervlakte in strijd met geldende regels. Een deel van de aanwezige bebouwing zal worden afgebroken. Met deze reden is de regeling op enkele onderdelen aangepast, dit ter verduidelijking voor de te hanteren oppervlaktes. Daarnaast is gelet op de tussenuitspraak/bestuurlijke lus van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) van 24-12-2024 er voor gekozen alleen de bestaande bedrijfsactiviteiten toe te laten, die onder een kleinschalig aannemersbedrijf kunnen worden geschaard (van ten hoogste milieucategorie 2). Hierop wordt in navolgende onder het kopje 'Tussenuitspraak / Bestuurlijke lus AbRvS (202200634/1/R3)' nader ingegaan. Voorliggend bestemmingsplan biedt de nieuwe planologisch-juridische basis voor de voortzetting van bestaande functies en bebouwing in het plangebied.
Dit betekent dat het plan rechtszekerheid dient te bieden aan belanghebbenden. Uitgangspunt daarbij is het bevorderen van een zo goed mogelijk woon- en leefklimaat, voortbouwend op de historisch gegroeide structuur en kwaliteiten, en daar waar mogelijk met perspectief op behoud van voorzieningen, detailhandel, dienstverlening en lokale bedrijvigheid. Ruimtelijke ontwikkelingen die reeds in de geldende bestemmingsplannen werden toegelaten, zijn met dit bestemmingsplan eveneens gecontinueerd. De in het plangebied aanwezige en vergunde bebouwing is positief bestemd. De in het bestemmingsplan opgenomen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn afgestemd op de huidige wet- en regelgeving. Hierdoor kan sprake zijn van perceelsgebonden wijzigingen ten opzichte van de hiervoor geldende juridisch-planologische regelingen. Juridische vormgeving Voorliggend bestemmingsplan is zodanig vormgegeven dat het voldoet aan de vereisten voortkomend uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij de vormgeving en de bijbehorende verbeelding is aangesloten op de regeling Ruimtelijke Standaarden ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan voldoet aan de digitale verplichting zoals deze per 1 januari 2010 van kracht is. Leeswijzer
9
bestemmingsplan Driezum
Deze toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na deze inleiding is in hoofdstuk 2 de fysieke omgeving in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 geeft een geografische schets van het plangebied. In hoofdstuk 4 komen de geldende beleidskaders aan de orde. Hoofdstuk 5 gaat in op de van toepassing zijnde milieukundige en planologische randvoorwaarden in het plangebied, ook wel omgevingsaspecten genoemd. Hoofdstuk 6 betreft de juridische toelichting op het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 is tot slot ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Tussenuitspraak / Bestuurlijke lus AbRvS (202200634/1/R3) Voorliggend bestemmingsplan werd door de raad van de gemeente Dantumadiel in eerste aanleg vastgesteld op 28 september 2021. Hiertegen werd door een belanghebbende [Appellante A] beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS). Op 24 december 2024 is hierin door de AbRvS een tussenuitspraak gedaan. De AbRvS stelt met een bestuurlijke lus de gemeente in de gelegenheid om een geconstateerd gebrek in het door belanghebbende bestreden besluit te herstellen. De AbRvS heeft de raad opgedragen de gebreken te herstellen met wat overwogen is onder rechtsoverweging 8.3, en daarbij acht slaan op wat overwogen is onder 8.6, met verwijzing naar 8.3.
Het gaat daarbij om het volgende: Rechtsoverweging 8.3 - Toegekende categorie bedrijven Op de zitting is besproken dat de raad beoogt bedrijven in ten hoogste milieucategorie 2 toe te staan op het perceel aan de [locatie 1]. Onweersproken is gesteld dat de functieaanduiding "bedrijf" op het perceel aan de [locatie 1] een oppervlakte heeft van 3.000 m2 . Onder verwijzing naar haar uitspraak van 10 februari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL3330, stelt de Afdeling echter vast dat ook de gronden buiten de bedrijfsgebouwen moeten worden meegerekend bij het bedrijfsoppervlak als bedoeld in de VNG-brochure. Hoewel de raad bedoeld heeft een met een aannemersbedrijf met een werkplaats van minder dan 1.000 m2 vergelijkbaar bedrijf mogelijk te maken op het perceel, staat het bestemmingsplan een groter bedrijfsoppervlakte dan 1.000 m2 toe. Het buitenterrein kan daardoor ook voor bedrijfsactiviteiten, waaronder buitenopslag, gebruikt worden. Hierdoor is naar het oordeel van de Afdeling in het bestemmingsplan onvoldoende begrensd dat sprake is van een bedrijf in milieucategorie 2, zoals de raad heeft beoogd en waar de raad bij zijn beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook van is uitgegaan. Daarbij is van belang dat het bestemmingsplan ook andere soorten bedrijven in categorie 1 en 2 op het perceel mogelijk maakt, gelet op bijlage 1 bij de planregels.
De raad heeft niet bezien waarom de aldus toegestane bedrijven toelaatbaar zijn gelet op de specifieke kenmerken van het gebied. Gelet op het voorgaande heeft de raad het bestemmingsplan in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet met de vereiste zorgvuldigheid vastgesteld. Het betoog van appelante slaagt. Rechtsoverweging 8.6 - Richtafstand uit VNG-brochure is aangehouden In de VNG-brochure wordt voor bedrijven in milieucategorie 2 voor het aspect geluid een richtafstand van 30 m aanbevolen voor een rustige woonwijk en rustig buitengebied. Omdat hier sprake is van gemengd gebied kan de afstand met 1 stap verminderd worden tot 10 m. De richtafstand volgens de VNG-brochure geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De afstand tussen de grens van de aanduiding "bedrijf" en het bouwvlak van de woning aan de [locatie 2] is ongeveer 14 m. De raad stelt dat voldaan kan worden aan de aanbevolen richtafstand. Uitgaande van de uiterste grens van de woning (vergunningvrij) is de afstand volgens de raad 10,5 m.
De raad heeft op de zitting naar voren gebracht ervan uit te gaan dat niet vergunningvrij binnen de afstand nog gebouwd kan worden, omdat er al veel bebouwing staat op het perceel aan de [locatie 2]. In reactie daarop heeft [appellante A] erop gewezen dat er ook ter plaatse van haar tuin een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moet zijn gegarandeerd. De Afdeling overweegt dat de raad heeft gekeken naar de gevolgen van de bestaande bedrijfsactiviteiten van [belanghebbende] voor het woon- en leefklimaat van [appellante A] en die aanvaardbaar heeft geacht
10
bestemmingsplan Driezum
in plaats te kijken naar de planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan. Maar gelet op wat hiervoor onder 8.3 is overwogen, heeft de raad als het gaat om de op het perceel toegestane bedrijfsactiviteiten het bestemmingsplan niet zorgvuldig voorbereid. De Afdeling kan daarom nog geen oordeel geven over of de raad zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de in het bestemmingsplan toegestane bedrijfsactiviteiten op het perceel geen onaanvaardbare gevolgen hebben voor het woon- en leefklimaat van [appellante A], waaronder ook ter plaatse van haar tuin. Op deze beroepsgrond zal de Afdeling in de einduitspraak ingaan. REPARATIE Gelet op voorgaande bestuurlijke lus is er voor gekozen om ter reparatie enkele correcties in de regels en op de verbeelding door te voeren die zien op het herstel van het door de AbRvS geconstateerde gebrek. Dit herziene ruimtelijk plan dat hierbij voorligt, wordt hierom opnieuw ter vaststelling aan de raad aangeboden. De herstelpunten uit de tussenuitspraak die in het nu voorliggende, herziene bestemmingsplan zijn betrokken, betreffen: Het toevoegen van een begripsbepaling in de regels met betrekking tot 'bedrijfsoppervlakte' in art. 1 onder 7 ("het oppervlak waarop de feitelijke bedrijfsactiviteiten plaatsvinden, zowel binnen als buiten"); Het als volgt wijzigen van art.
14 onder 1, sub c: "bedrijven die op het moment van de ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig zijn, dan wel bedrijven die zijn genoemd in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijven onder de milieucategorieën 1 en 2 (Bijlage 1) uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf'"; Het toevoegen van een specifieke gebruiksregel in art. 14, onder 5 sub j die de volgende strijdigheid met de bestemming aanmerkt: "het gebruiken of laten gebruiken van gronden en gebouwen voor bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 14.1 onder c met een bedrijfsoppervlakte gelijk aan of groter dan 1.000 m²." Het verwijderen van de eerder geboden afwijkingsregeling voor het gebruik ten aanzien van: "het bepaalde in lid 14.1 voor de vestiging van bedrijven die niet zijn genoemd in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijven (Bijlage 1), mits deze bedrijven naar aard en/of effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, voor wat betreft geur, stof, gevaar en geluid, kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven welke wel zijn genoemd". Het verkleinen van de aanduiding 'bedrijf' op de verbeelding op het perceel Van Sytzamawei 37 tot een omvang van minder dan 1.000 m2 .
Figuur 3. Kaartfragment van verbeelding ter plaatse van de Van Sytzamawei 37 in de nieuwe situatie bij hernieuwde vaststelling in 2025 (links) versus de oude situatie bij vaststelling in 2021 (rechts), met daarop zichtbaar de verkleining van de aanduiding "bedrijf" (b).
Motivering van gekozen oplossingsrichting
11
bestemmingsplan Driezum
Het geldende juridisch-planologisch kader op basis van het onherroepelijke postzegelbestemmingsplan Van Sytzamawei 37 te Driezum (als vastgesteld op 25-09-2012) is middels maatwerk verder ingeperkt. De wijzigingen aan de regels en verbeelding zien nu enkel nog op het toestaan en continueren van het huidige aannemersbedrijf ter plaatse. Op de gronden met de aanduiding 'bedrijf' is alleen het aanwezige bedrijf toegelaten en is de omvang van de bedrijfsactiviteiten zowel op de verbeelding als in de regels (onder art. 14.6, sub j) gemaximeerd op niet meer dan 1.000 m2 bedrijfsoppervlakte, zodat gesproken kan worden van een kleinschalig aannemersbedrijf met werkplaats, niet hoger dan van milieucategorie 2 (SBI-code 41, 42, 43 nummer 3). Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de ingebrachte bezwaarpunten van appelante. De huidige bedrijfsactiviteiten zijn namelijk bij recht opnieuw inbestemd, waarbij juridisch-planologisch geen andere bedrijfsactiviteiten meer zijn toegelaten en een aannemersbedrijf van groter schaal en omvang dan de huidige van milieucategorie 2 eveneens niet meer mogelijk is.
12
bestemmingsplan Driezum
Hoofdstuk 2 2.1
Fysieke omgeving
Ligging in de regio
Driezum is het meest oostelijke dorp van de gemeente Dantumadiel. Het ligt zuidoostelijk van Dokkum en is hiermee verbonden via de Trekwei langs de Strobosser Trekfeart. De hoofdverkeersontsluiting van het gebied is De Centrale As, de plattelandswegen rondom De Centrale As vormen de sleutel naar het platteland. Het meeste verkeer komt en gaat in westelijke richting. De Foarwei, die Driezum met Damwâld verbindt, geeft in deze richting aansluiting op de N356 (Dokkum - Quatrebras). Openbaar vervoer Openbaar vervoer is er in Driezum in de vorm van buslijn 61 van Arriva, die van Kollumerzwaag via Driezum naar Dokkum rijdt. Deze verbinding betreft een belbus.
2.2
Ontstaansgeschiedenis
In 1895 kwam bij het graven van een sloot dicht bij de Driezumer terp een muntschat aan het licht. Uit de aangetroffen munten viel af te leiden dat al in de eerste eeuwen van de jaartelling sprake was van permanente bewoning op het grondgebied van Driezum. Deze bewoning concentreerde zich in het vruchtbare kleigebied ten noorden van het huidige dorp, op de Driezumer terp. Terpen zijn door mensen opgeworpen verhogingen in het landschap, die noodzakelijk werden door bodemdaling en/of stijging van de zeespiegel. De Driezumer terp bestaat inmiddels niet meer, want hij is in de Tweede Wereldoorlog afgegraven. Ontginningsas De terpbewoners brachten in de 9de en 10de eeuw het moerasachtige landschap dat Driezum omzoomde in cultuur. Hiertoe werden lange sloten gegraven, haaks op een hoger gelegen ontginningsas (Achterwei/Van Sytzamawei). Op de ontginningsas bouwde men boerderijen. Buiten de Driezumer terp ontwikkelde zich zo een nieuwe nederzettingsstructuur. Nadat onder andere Bonifatius de bevolking had bekeerd tot het christendom werden er kerken gebouwd. In de directe omgeving van de kerk ontwikkelde zich een buurt en zo kreeg het streekdorp een echte 'buorren'. Middeleeuwse versterkte huizen In de Middeleeuwen bouwden hoofdelingen (van oorsprong adellijke boeren) versterkte huizen in Noord-Nederland. Daarvan hebben er vijf in Driezum gestaan.
Rinsma State is de enige die overbleef. Deze state is onlosmakelijk verbonden met de familie Van Sytzama, die tot 1931 hun domicilie in Driezum hadden. Wilhelmina Christina barones van Sytzama vermaakte ten slotte bij notariële akte Rinsma State aan de Van Sytzama stichting. Na de Tweede Wereldoorlog bood de state enige tijd onderdak aan het waterschap en van 1972 tot 1999 was het gemeentehuis erin ondergebracht. Door ruimtegebrek verhuisde het gemeentelijk apparaat uiteindelijk naar Damwâld. Inmiddels is Rinsma State verkocht aan een particulier. De state en de bijbehorende tuinaanleg maken overigens geen deel uit van het onderhavige bestemmingsplan.
13
bestemmingsplan Driezum
Figuur 3. Het lint van dorpen in het noorden van Dantumadiel (Bron: Grote Historische Provincie Atlas, Friesland 1853-1856)
Latere eeuwen Driezum groeide in de loop der eeuwen uit tot een agrarisch dorp, dat veel middenstanders herbergde en waar de tuin- en cichoreibouw floreerde. De bijnaam 'Woartelsted' is ontleend aan de verbouw van wortelen die veel Driezumers, in wijde omgeving, aan de man/vrouw probeerden te brengen. Aan het eind van de 19de eeuw en daarna heeft zich een dorpskom ontwikkeld rond de kerk en bij het kruispunt van de Tsjerkestrjitte en de Foarwei. Oostelijk en westelijk van de dorpskern is de dichtheid van de – deels nog agrarische – bebouwing beperkt gebleven. Daar is het karakteristieke streekdorpenlandschap met lintbebouwing en opstrekkende verkaveling nog heel herkenbaar. De opstrekkende verkaveling wordt vanouds benadrukt door de aanwezigheid van elzensingels op de perceelsranden.
2.3
Het huidige omgevingsbeeld
Naast de kerk draagt de bebouwing aan vooral de Van Sytzamawei en de Tsjerkestrjitte bij tot het karakteristieke beeld van de dorpskom. Driezum is weliswaar geen beschermd dorpsgezicht; wel behoort het tot de kenmerkende dorpen van Fryslân. Driezum is een fraai dorp met vele historische panden. Met name aan de Tsjerkestrjitte, de H.G. van der Veenstrjitte en de Van Sytzamawei staan veel karakteristieke huizen, waarvan sommige rijk gedecoreerd zijn. Van de centraal in het dorp gelegen middeleeuwse kerk zijn het schip in de 18de en de toren in de 19de eeuw vervangen. Rond de kerk bevindt zich het hoog gelegen kerkhof, dat met een hoge haag is omzoomd. Het merendeel van de huizen in de Tsjerkestrjitte en de H.G. van der Veenstrjitte heeft een schildkap, waarvan de nok parallel aan de straat is gericht. De Van Sytzamawei heeft een ander karakter. De bebouwing langs deze weg bestaat over het algemeen uit grotere panden en boerderijen, die vrijwel alle op ruime kavels zijn gesitueerd. Naast het feit dat de bebouwing fraai is, zijn de tuinen rondom van grote betekenis. Het beeld van de Foarwei wijkt ook af van dat van andere straten. Opvallend is de extensieve bebouwing aan het begin van deze weg bij de splitsing Van der Veenstrjitte/Tsjerkestrjitte.
Aan de Foarwei zijn een paar vrij omvangrijke bedrijven gevestigd: een tuincentrum, een autosloperij en een importbedrijf van kunststoffen tanks. Voor nieuwe bedrijvigheid is ruimte aan de oostzijde van de Kolkensloane gecreëerd. Inmiddels hebben twee bedrijven hier een loods gebouwd. Behalve het dorpshart met de hierboven beschreven straten, kent het dorp een gedeelte met nieuwbouw en een aantal korte zijstraten en stegen. Hoewel het hart van Driezum in tegenstelling tot veel andere
14
bestemmingsplan Driezum
dorpen in de omgeving geen lintstructuur heeft, zijn ook hier de bedrijven en de voorzieningen over het gehele dorp verspreid. De bestrating in Driezum is in het kader van dorpsvernieuwing aangepast. Op de hoeken van de belangrijkste splitsingen zijn leilinden geplant en rozenperken aangelegd. Met uitzondering van enkele bomen in particuliere tuinen kent het dorp geen grote, historische bomen.
15
bestemmingsplan Driezum
16
bestemmingsplan Driezum
Hoofdstuk 3 3.1
Geografische schets
Bevolking en woningen
Na een periode van groei is het inwonertal van Dantumadiel zich sinds 1998 in licht dalende lijn gaan begeven. Het inwonertal van Driezum is de laatste jaren stabiel. Het algehele beeld in de gemeente Dantumadiel laat wel een dalende trend zien ten opzichte van het inwonertal. Tabel 1. Inwonertal en woningvoorraad van Driezum en Dantumadiel
Jaar (per 1/1)
Driezum
Dantumadiel
Inwonertal
Inwonertal
2019
969
18.923
2020
935
18.921
2021
942
18.942
Bron: gemeente/CBS
In Driezum wonen momenteel relatief veel gezinnen met kinderen. Het aandeel van de leeftijdsgroepen beneden 45 jaar is dan ook relatief hoog. De leeftijdsgroepen boven 45 jaar zijn iets kleiner in omvang dan in de gemeente of Nederland.
3.2
Voorzieningen en bedrijvigheid
Driezum is een dorp met relatief weinig voorzieningen. Winkels in de dagelijkse sector zijn er niet meer. Wel zijn er nog enkele vestigingen in de niet-dagelijkse sector. Ook zijn er een café en een kapsalon. In Driezum is geen basisonderwijs meer aanwezig. Omgekeerd telt Wâlterswâld twee bijzondere basisscholen, die mede worden bezocht door leerlingen uit Driezum. Aan de Foarwei beschikt Driezum over een klein sportpark. Behalve twee voetbalvelden is er een trainingsveld en wordt er gekaatst. Ook zijn er een parkeerterrein en een kleedgebouw met kantine. Het voormalig agrarisch bedrijf tegenover Rinsma State heeft een fraai afgescheiden veld voor een minicamping. Op diverse locaties in het dorpsgebied zijn bedrijven gevestigd. De belangrijkste daarvan zijn een agrarisch bedrijf, een loonbedrijf, een importbedrijf voor kunststoffen tanks, een keuken- en badkamermontagebedrijf, een autosloperij en een bedrijf in installatietechniek. Aan de oostzijde van de Kolkensloane is ruimte gecreëerd voor de vestiging of verplaatsing van lokale bedrijven. De meeste grond is hier inmiddels aan bedrijven uitgegeven. Voor die locatie die nog tot ontwikkeling kan komen is een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming 'Bedrijf' opgenomen.
17
bestemmingsplan Driezum
18
bestemmingsplan Driezum
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)
Op 13 maart 2012 is de 'Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte” (SVIR) van kracht geworden. De SVIR heeft diverse nota's vervangen, zoals de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit. Ook zijn met de SVIR de ruimtelijke doelen en uitspraken vervallen die zijn benoemd in de Agenda Landschap, Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. In de SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een nieuw, integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: Vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. Verbeteren van de bereikbaarheid. Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met bovengenoemde rijksdoelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen.
Het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. 4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro, 7 december 2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd.
4.2
Provinciaal beleid
Streekplan 2007 Op 13 december 2006 is door Provinciale Staten het 'Streekplan Fryslân 2007: Om de kwaliteit fan de romte” vastgesteld. Het streekplan geeft de visie van Provinciale Staten op het ruimtelijk beleid van de provincie weer. Het streekplan vormt de basis van het provinciale beleid voor de periode 2006 tot 2016. Centraal in het streekplan staat het begrip 'ruimtelijke kwaliteit'. Hiermee bedoelt de provincie dat in ruimtelijke plannen, in ontwerpen en in de uitvoering expliciet gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde worden toegevoegd aan de omgeving. Deze drie waarden waarborgen op de langere termijn een doelmatig gebruik en herkenbaarheid van de ruimte. Het betekent ook een ruimtelijke inrichting die bijdraagt aan duurzame ontwikkeling. De provincie wil deze doelstellingen koppelen aan een krachtige sociaaleconomische ontwikkeling in een leefbare omgeving. Stedelijk bundelingsgebied De provincie kiest voor concentratie van wonen, werken en voorzieningen in stedelijke bundelingsgebieden. Met dit bundelingsbeleid wordt onder meer beoogd dat er voldoende schaal en massa is voor sterke steden en voldoende draagvlak voor (hoogwaardige) stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. Driezum wordt aangemerkt als een 'overige kern' en ligt binnen de in het streekplan aangegeven stedelijke
19
bestemmingsplan Driezum
bundelingsgebieden. Provinciaal uitgangspunt overige kernen Voor zogeheten overige kernen wordt een terughoudend woningbouwbeleid voorgestaan. Woningbouw op het platteland is primair gericht op de plaatselijke woningbehoefte. De verdeling van de beschikbare woningbouwruimte op het platteland is primair een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De gemeente moet de woningbehoefte van de overige kernen afstemmen op die van de omgeving. Daarnaast wordt beperkt ruimte geboden voor ontwikkeling voor lokale bedrijven in overige kernen. Dit draagt bij aan de levendigheid en de economische vitaliteit op het lokale schaalniveau. Belangrijk is dat deze ruimte alleen binnen bestaand bebouwd gebied en vervolgens voor nieuwe locaties aan de rand van de kern wordt geboden. Hierbij wordt gestreefd naar verhoging van de ruimtelijke kwaliteit en de beleving daarvan, waarbij maatwerk als begrip centraal staat. Grutsk op 'e Romte Provinciale Staten hebben op 26 maart 2014 het document 'Grutsk op 'e Romte” als thematische structuurvisie over landschap en cultuurhistorie vastgesteld. In deze thematische structuurvisie zijn landschappelijke en cultuur-historische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren.
Op deze wijze verwacht Provinsje Fryslân de doorwerking van provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten, rijk en provincie te borgen. Verordening Romte Fryslân Door Provinciale Staten is d.d. 25 juni 2014 een herziene versie van de 'Verordening Romte Fryslân 2014” vastgesteld die per 1 augustus 2014 in werking is getreden. In de verordening zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Als daaraan niet wordt voldaan, zal de provincie een zienswijze indienen en eventueel een aanwijzing geven als onvoldoende aan die zienswijze tegemoet wordt gekomen. Het streekplanbeleid is in het kader van de verordening voorzien van concrete beleidsregels. Deze beleidsregels zijn betrokken bij het opstellen van dit bestemmingsplan.
20
bestemmingsplan Driezum
Figuur 4. Begrenzing van bestaand stedelijk gebied in de Verordening Romte Fryslân 2014 (Bron: Provinsje Fryslân, 2015)
Bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied In de verordening is onderscheid gemaakt tussen de begrippen bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied. Voor bestaand stedelijk gebied geldt dat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening bestaat dan in het landelijk gebied. Onder bestaand stedelijk gebied wordt verstaan: “Het gebied dat de bestaande of bij bestemmingsplan toegelaten en voorziene woon- of bedrijfsbebouwing waaronder mede begrepen de daarbij behorende openbare voorzieningen en verkeersinfrastructuur van een kern bevat, zoals begrensd op de van de verordening deel uitmakende kaarten Begrenzing bestaand stedelijk gebied”. De definitie van landelijk gebied sluit daar op aan: “Het gebied buiten het bestaand stedelijk gebied”. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt grotendeels in het bestaand stedelijk gebied (zie figuur 4). Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (2011) Het hoofddoel van het van oorsprong uit 2007 daterende en in 2011 herziene 'Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan' (PVVP) is het realiseren van een duurzaam verkeer- en vervoersysteem in Fryslân: dat voldoet aan de verplaatsingsbehoefte van inwoners en bezoekers; dat voldoet aan de behoefte om goederen te transporteren; dat bijdraagt aan de versterking van de economie; dat veilig is, en dat schade aan natuur, landschap en milieu weet te beperken.
Met het PVVP wordt vorm gegeven aan de bereikbaarheid, mobiliteit en veiligheid van Fryslân. De Provinsje Fryslân doet dit onder meer met een ambitieus en realistisch investeringsprogramma voor wegen en vaarwegen. Het Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan is uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Verkeer en Vervoer 2021.
21
bestemmingsplan Driezum
Ontwerp Omgevingsvisie Provincie Fryslân ‘De romte diele’ In 2022 zal de Omgevingswet in werking treden die veel bestaande wetten op het gebied van de ruimtelijke ordening en milieu zal vervangen. Door de Provinsje Fryslân wordt hierop geanticipeerd door in een Omgevingsvisie Fryslân al het provinciale beleid voor de fysieke leefruimte te bundelen. Het gaat daarbij om de hoofdlijnen voor de ruimtelijke inrichting van Fryslân, provinciale waterhuishouding, infrastructuur, natuur, landschap en milieu. Diverse beleidsdocumenten zullen in de omgevingsvisie opgaan, te weten vorengenoemd Streekplan Fryslân 2007 en het Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan, alsmede het Provinciaal Waterhuishoudingsplan en Frysk Miljeuplan. In december 2018 is de Ontwerp-Omgevingsvisie Provincie Fryslân gepubliceerd.
4.3
Regionaal / intergemeentelijk beleid
Woonvisie 2020-2025 en het nieuwe Woonprogramma Op 26 januari 2021 is de Woonvisie 2020-2025 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie staan de volgende zeven speerpunten uitgewerkt: 1. Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten; 2. Nieuwbouw in stad, dorpen en wijken, omgang met groei en krimp; 3. Ontwikkeling van de sociale huurvoorraad: betaalbaar, beschikbaar en met kwaliteit; 4. Wonen en zorg in dorpen en wijken; 5. Energietransitie en verduurzaming; 6. Leefbare dorpen: sociaal en veilig, met bereikbare voorzieningen; 7. Samenwerking gemeente, belanghebbenden en bewoners. Het nieuwe Woonprogramma is hierop gebaseerd. Beleidsvisie Wonen 2016 – 2020 DDFK-gemeenten De beleidsvisie Wonen is op 5 april 2016 vastgesteld. Het doel van het gezamenlijke woonbeleid van de gemeenten Dantumadiel, Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland c.a. is om een toekomstbestendige gedifferentieerde woningvoorraad te ontwikkelen die is afgestemd op de woonwensen van de inwoners. Een prettige, aantrekkelijke en leefbare woonomgeving maakt daar deel van uit. Niet het realiseren van een woning maar het realiseren van een goed woon- en leefklimaat staat centraal. De woningvoorraad verversen door te verbouwen, te vervangen en te verdunnen en door nog nauwelijks toe te voegen, is de hoofdlijn van het beleid.
Hiermee wordt geanticipeerd op de meest fundamentele demografische ontwikkeling binnen de genoemde gemeenten: de krimp van het inwoneraantal in Noordoost en na 2020 ook afname van de huishoudens. Woonprogramma 2015 – 2020 DDFK-gemeenten Het woonprogramma 2015 – 2020 is op 24 mei 2016 vastgesteld. In dit woonprogramma is aangegeven hoeveel woningen na inbreiding en uitbreiding per kern, gefaseerd over de periode tot en met 2020 en na 2020 gerealiseerd worden in de gemeenten Dantumadiel, Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland. Het woningbouwprogramma geeft een overzicht van de voorgenomen herstructureringsplannen en woningbouwplannen, inclusief de fasering daarvan, met een duiding van de locaties als binnenstedelijk of buitenstedelijk. Regionaal waterplan (2009) Op 21 april 2009 is het Regionaal waterplan vastgesteld. Hierin werkt de gemeente Dantumadiel samen met de gemeenten Achtkarspelen en Kollumerland c.a. en het Wetterskip Fryslân. Thema's die in het waterplan aan de orde komen zijn veiligheid, voldoende en schoon water, beheer en onderhoud, gebruik en beleving en afvalwater en zuivering.
22
bestemmingsplan Driezum
De versterking van de belevingswaarde van schoon water in bebouwd gebied krijgt ook aandacht. Het afzonderlijke afvoeren van verhard oppervlaktewater dat nu nog in de riolering terecht komt, het tegengaan van grondwateroverlast en het aanleggen van extra wateropvangmogelijkheden zijn maatregelen die in stedelijk gebied kunnen worden genomen. Dat kan vooral bij het opstellen van uitbreidingsplannen, herinrichtingsplannen en bij rioolvervanging. Als het waterplan is uitgevoerd zal het resultaat zijn: Een goed waterbeheer: schoon en voldoende water, geen wateroverlast, nu niet en in de toekomst niet. Doelmatige en efficiënte uitvoering van alle bestaande en nieuwe watertaken van de gemeente en het waterschap. Draagvlak bij bestuurders, ambtenaren van gemeente en waterschap en ook bij de provincie, het drinkwaterbedrijf, belangenorganisaties en burgers. Er is zoveel mogelijk invulling gegeven aan wensen, kansen worden benut, knelpunten worden opgelost.
4.4
Gemeentelijk beleid
Toekomstvisie Dantumadiel 2018 Op 16 december 2008 is door de gemeenteraad de visie 'Dantumadiel 2018, Dantumadiel Gewoan Bysûnder' vastgesteld. Hierin heeft de gemeente, op hoofdlijnen, haar visie op de ontwikkeling van de gemeente in de periode tot 2018 uiteengezet. Wonen De gemeente Dantumadiel is vooral een woongemeente. Er zijn elf dorpen in de gemeente, waarvan drie met een zogenoemde centrumfunctie: Damwâld, Feanwâlden en De Westereen. Dit betekent dat er in deze dorpen verschillende voorzieningen zijn (zoals ook een bedrijventerrein). De gemeente streeft naar “Noflik Wenjen in de groene Wâlden”. Op basis van de visie zet de gemeente zich in voor de ontwikkeling van de gemeente als woongemeente. Hiervoor wil de gemeente samen met anderen waarborgen dat er voldoende woningen zijn voor onder andere ouderen. Door hierbij ook te waarborgen dat er voldoende voorzieningen in de omgeving zijn kunnen ouderen in hun eigen omgeving blijven wonen. Ook moet er ruimte zijn voor nieuwe woonmilieus. Werken De economie in de gemeente wordt sinds lang vooral gedragen door de agrarische bedrijven in het algemeen en de veehouderijbedrijven in het bijzonder. De betekenis van deze bedrijven voor de economie is echter wel afgenomen. Het grootste deel van de arbeidsplaatsen is, onderscheiden naar bedrijfstak, te vinden bij de bouw-, handels-, industrie- en gezondheidszorgbedrijven.
Het grootste deel van de arbeidsplaatsen is in de drie grootste kernen te vinden. Samen met de ondernemers zet de gemeente in op het versterken en vergroten van de bedrijventerreinen. Omdat de gemeente niet in een zogenoemde economische ontwikkelingszone ligt, zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen in de gemeente beperkt. Voor ondernemers is maatwerk mogelijk, dat past bij de aard en schaal van het dorp. Op basis van de visie zet de gemeente zich in voor het behouden en versterken van de bestaande bedrijven en arbeidsplaatsen. Hierbij vindt de gemeente vooral de vestiging van kleinschalige plaatselijke bedrijven wenselijk. Vervoeren Door de Centrale As is de ontsluiting van Noordoost-Fryslân over de weg versterkt. Hierdoor is ook de verkeersdruk op de bestaande wegen door de dorpen sterk afgenomen. De gemeente wordt ook over het spoor ontsloten door de spoorweg Groningen - Leeuwarden. In Feanwâlden is er, in het bestaande stationsgebied, een goede aansluiting op de verschillende vervoersvoorzieningen. Sletten romte belied (2009)
23
bestemmingsplan Driezum
Bij de gemeente komen regelmatig aanvragen binnen voor het bebouwen van open plekken binnen de dorpen. Dit heeft in 2006 geleid tot de beleidsnotitie 'Open Gaten' waarin beoordelingscriteria voor het bouwen op dergelijke gaten zijn geformuleerd. Evaluatie en actualisatie van dit beleid heeft plaatsgevonden in 2009 en heeft geresulteerd in het 'Sletten romte belied 2009', door de Raad vastgesteld op 21 april 2009. Het gaat hierbij om de volgende locaties: Foarwei tussen nummers 22 en 24. H.G. Van Der Veenstrjitte tussen nummers 8 en 10. Tsjerkestrjitte tussen nummers 28 en 30. Voor de genoemde locaties is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, zodat na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid een woning kan worden gebouwd. Verkeersstructuur Plan 2012 Het Verkeersstructuur Plan 2012 (VSP) geeft aan hoe de gemeente in de toekomst met haar wegen om wil gaan. Bereikbaarheid van alle bestemmingen is een eerste vereiste. Neveneffecten zijn de gevolgen voor het milieu en de verkeersveiligheid. Voor de verkeersveiligheid is het belangrijk de wegen in te richten naar de functie van de weg: een Duurzaam Veilig wegennet. Deze functie is gericht op verkeersruimte en/of verblijfsruimte. De wegen zijn in het VSP daarom onderverdeeld in categorieën. Er wordt onderscheid gemaakt tussen stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en wegen met een verblijfsfunctie (erfontsluitingswegen).
Stroomwegen zijn de auto(snel)wegen, gebiedsontsluitingswegen bijvoorbeeld de provinciale wegen in de gemeente, erftoegangswegen zijn alle overige wegen. Op deze laatste wegen zal het autoverkeer langzamer moeten rijden (30 en 60 kilometerzones). Omdat één van de belangrijkste uitgangspunten van Duurzaam Veilig is dat het wegbeeld in overeenstemming moet zijn met het gewenste verkeersgedrag, zal de status van 30 km/uur-gebied ondersteund moeten worden met inrichtingsmaatregelen. In het VSP is een hoofdthema voor de inrichting van de erftoegangswegen het gedachtengoed van Shared Space. Gemeentelijk rioleringsplan (2014) De gemeente Dantumadiel heeft samen met de gemeente Dongeradeel een vGRP (verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan) opgesteld. Dit plan heeft een geldigheidsduur van 4 jaar (2014-2017). In het vGRP wordt aangegeven hoe de gemeenten de zorgplichten voor afvalwater, grondwater en hemelwater invullen en financieren. In het kader van de klimaatveranderingen en waterkwaliteit zijn de Europese Kaderichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) vastgesteld en ondertekend. Vanuit het NBW is in Fryslân het Fries Bestuursakkoord Waterketen (FBWK) ondertekend. In het FBWK is afgesproken dat gemeenten zich zullen inspannen om een meer doelmatige en duurzame waterketen in Fryslân te realiseren. De burger wordt hier nauw bij betrokken.
Als uitwerking van het FBKW is besloten om de samenwerking met andere gemeenten en/of Wetterskip Fryslân te intensiveren om de doelen te realiseren. Deze samenwerking is opgenomen in het vGRP 2014-2017. Karakteristieke bebouwing De gemeente heeft in 1996 onderzoek laten verrichten naar de visueel-ruimtelijke waarde van de bebouwing in Dantumadiel, zowel in de kernen als het buitengebied. De oudere boerderijen die in de gemeente voorkomen zijn van het kop-hals-romp- en het kop-romp-type. Dit laatste is het op de zandgronden meest algemene type. Later zijn ook stelpboerderijen en varianten daarvan, zoals het Bergumermeer-type, in de gemeente gebouwd. Een woningtype dat vanaf de 19de eeuw karakteristiek is voor Dantumadiel en nog vrij veel voorkomt is de woning onder schilddak. Dit is een woning met een lage goot en een vrij steil dak. Zowel arbeiders- als voornamere woningen kregen vaak een schilddak.
24
bestemmingsplan Driezum
Doorgaans zijn deze woningen met de langste gevel naar de weg (of het water) gebouwd. Anno 2015/2016 wordt het beleid omtrent karakteristieke bebouwing door de gemeente geactualiseerd. Daarbij is ook een nieuwe lijst gemaakt van karakteristieke panden. Het voorliggende bestemmingsplan neemt dit nieuwe beleid al mee. De panden uit de inventarisatie zijn opgenomen met een aanduiding 'karakteristiek'. De nieuwe inventarisatie betekent, dat in een enkel geval panden van de lijst verwijderd zijn, terwijl in andere gevallen panden aan de lijst zijn toegevoegd. Het betreft voor de kern Driezum de volgende panden: Tabel 2. Karakteristieke panden in het plangebied
Adres
Type
H.G. v.d. Veenstrjitte 2
Woonhuis
Van Sytzamawei 5-7
Arbeiderswoningen
Van Sytzamawei 18
Woonboerderij
Van Sytzamawei 20
Boerderij / bedrijf
Van Sytzamawei 22
Boerderij / bedrijf
Van Sytzamawei 25
Rentenierswoning
Van Sytzamawei 33
Woonhuis
Van Sytzamawei 37
Tuinmanswoning
Van Sytzamawei 39
Boerderij
De Steech 4
Wâldhuske
Tsjerkestrjitte 7
Woning
Tsjerkestrjitte 9
Woning
Tsjerkestrjitte11
Woning
Tsjerkestrjitte 19
Woonhuis
H.G. v.d. Veenstrjitte 3
Rentenierswoning
H.G. v.d. Veenstrjitte 22
Woonboerderij, alleen voorhuis
H.G. v.d. Veenstrjitte 25
Woonhuis
Singel 7-9
Woonhuis
Welstandsnota Dantumadiel, herziening 2016 Op 4 juli 2016 is de nieuwe Welstandsnota van de gemeente Dantumadiel vastgesteld. Met dit welstandsbeleid wordt ingespeeld op de deregulering en een grotere vrijheid voor de burger. Het gemeentelijk grondgebied is welstandsvrij met uitzondering van: monumenten; bestemmingen, anders dan 'wonen' en gelegen in het buitengebied; bestemmingen, anders dan 'wonen' en 'centrumdoeleinden', niet gelegen in het buitengebied en gelegen op prominenten en/of zichtlocaties; locaties/gebieden die bouwhistorisch waardevol zijn. Het welstandsbeleid bestaat daarmee uit gebiedscriteria, objectgerichte, en algemene criteria. Aan deze criteria worden bouwplannen getoetst in het kader van de welstandsbeoordeling. Binnen het dorp Driezum worden verschillende welstandsgebieden onderscheiden. Het kaartfragment in onderstaande figuur geeft daarvan een indruk.
25
bestemmingsplan Driezum
Figuur 5. Uitsnede Welstandsnota Dantumadiel (2016)
26
bestemmingsplan Driezum
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsaspecten
Ecologie
Wet- en regelgeving In het kader van de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan is het van belang om aandacht te besteden aan effecten op natuurwaarden. De effecten dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. Deze beoordeling vindt plaats in relatie tot de Wet natuurbescherming (Wnb) die per 1 januari 2017 in werking is getreden en het provinciale gebiedsgerichte natuurbeleid. Voor wat betreft de effecten op natuurwaarden moet onder meer aangegeven worden of er als gevolg van het plan vergunningen of ontheffingen noodzakelijk zijn en, zo ja, of deze verkregen kunnen worden. Onderzoek Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van het planologisch-juridisch vastleggen van de bestaande situatie in het plangebied. Aanzienlijke veranderingen in de bestaande situatie worden met dit bestemmingsplan niet voorzien. Het planvoornemen maakt echter drie ontwikkelingen mogelijk: H.G. van der Veenstrjitte 22 De locatie waar de nieuwe loods en kapschuur gerealiseerd worden aan de H.G. van der Veenstrjitte 22 is in de huidige situatie in gebruik als opslagruimte. De gronden zijn deels verhard en deels in gebruik als grasland. Om de locatie heen bevinden zich bomen. Voor het planvoornemen is een ecologische quickscan uitgevoerd, zie Bijlage 1.
Hieruit blijkt dat: Uit de kaartgegevens over wettelijk beschermde gebieden blijkt dat het plangebied geen deel uitmaakt van de NNN, Natura 2000-gebieden of andere gebieden die zijn beschermd vanwege hun natuurwaarden. Het plangebied ligt aan de rand van het dorp. Om die reden is het onwaarschijnlijk dat de beoogde ingrepen van invloed zijn op beschermde gebieden in de omgeving en/of de daarbij behorende natuurwaarden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Lauwersmeer' ligt op circa 9 kilometer afstand van het plangebied. Om deze redenen wordt geconcludeerd dat de uitvoering van de beoogde ingrepen in het plangebied niet stuit op bezwaren vanuit de ecologische wet- en regelgeving ten aanzien van gebiedsbescherming. Wat betreft de soortenbescherming kan het volgende worden gezegd: De beoogde ingrepen veroorzaken geen knelpunt met de ecologische wet- en regelgeving, mits verstoring van broedende vogels en hun nesten en verstoring van vleermuizen door lichtuitstraling worden voorkomen. Kolkensloane 2 en 4 Net als bij de voorgaande locatie is het terrein aan de Kolkensloane 2 en 4 ook grotendeels verhard en worden geen beschermde soorten op deze locatie verwacht. Bij de realisatie van de loodsen en kapschuur op beide locaties dient logischerwijs rekening gehouden te worden met het broedseizoen van vogels.
In de nabijheid van het gehele plangebied en deze locaties in het bijzonder liggen geen wettelijk beschermde natuurgebieden die hinder zouden kunnen ondervinden van de activiteiten ter plaatse. Kolkensloane tussen 1a en 1b Voor de bouw van het kenniscentrum is een stikstofberekening uitgevoerd, zie Bijlage 2. Uit deze berekening blijkt dat de planontwikkeling niet van invloed is op de omliggende Natura 2000-gebieden.
27
bestemmingsplan Driezum
Voor het overige plangebied vinden door dit bestemmingsplan niet direct bouw- of sloopwerkzaamheden, werkzaamheden aan beplanting of aan watergangen plaats die gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten. Tegen deze achtergrond treden naar verwachting dan ook geen significant negatieve effecten van beschermde waarden op waarvoor nader ecologisch onderzoek noodzakelijk zou zijn. Bij een aanvraag om omgevingsvergunning dient in alle gevallen toetsing aan de Wnb plaats te vinden. Conclusie Dit bestemmingsplan mag wat betreft ecologie uitvoerbaar worden geacht.
5.2
Externe veiligheid
Algemeen kader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim: Activiteitenbesluit). Risicokaart In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een zogenoemde risicokaart ontwikkeld. Hierin is informatie opgenomen die met risico te maken heeft; zowel risicobronnen als kwetsbare objecten worden getoond die aandacht verdienen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Kwetsbare objecten zijn gebouwen waarin zich veel mensen kunnen bevinden en gebouwen waar niet-zelfredzame mensen aanwezig zijn (zieken, bejaarden, kinderen).
Onderzoek Om na te gaan of er voor dit bestemmingsplan ook aandachtspunten aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat wettelijk te beschouwen aspecten van externe veiligheid (risicobronnen) in het kader van vorengenoemde wet- en regelgeving in een ruime omgeving rondom het plangebied geen rol speelt (minimaal een straal van 2 km). Ook de ontwikkelingen aan de H.G. van der Veenstrjitte 22, de Kolkensloane 2 en 4 en Kolkensloane tussen 1a en 1b maken geen nieuwe risicobronnen of kwetsbare objecten mogelijk. Conclusie Omdat voorliggend bestemmingsplan, op de twee ontwikkelingen na, conserverend van aard is, bestaan er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid vanwege externe veiligheid. Wettelijke verplichtingen zijn voldoende geborgd in dit bestemmingsplan.
5.3
Erfgoed
Wet- en regelgeving De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet
28
bestemmingsplan Driezum
is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Voor het onderzoek naar erfgoed wordt uitgegaan van de Cultuurhistorische Kaart 2 (CHK2) van de Provinsje Fryslân, waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. 5.3.1
Archeologie
Onderzoek Op de FAMKE zijn voor het gemeentelijk grondgebied de bekende als wel de te verwachten archeologische waarden aangegeven. Daarbij worden twee verschillende onderzoeksperioden onderscheiden. Voor diverse gronden in het plangebied geldt voor de onderzoeksperiode steentijd-bronstijd (zie figuur 6) het advies van 'waarderend onderzoek (vuursteenvindplaats)', 'karterend onderzoek 1' en 'quickscan'. Dit houdt in dat er bij ingrepen groter dan 50 m2 , 500 m2 respectievelijk 5.000 m2 onderzoek naar archeologie dient te worden verricht.
Figuur 6. FAMKE, onderzoeksperiode steentijd-bronstijd (Bron: Provinsje Fryslân, 2017)
Voor de onderzoeksperiode ijzertijd-middeleeuwen (zie figuur 7) gelden de adviezen 'streven naar behoud' en 'karterend onderzoek 3'. In de gebieden die met een dergelijk onderzoeksregime zijn aangewezen, geldt
29
bestemmingsplan Driezum
het advies voor archeologisch onderzoek bij ingrepen groter dan 50 m2 respectievelijk 5.000 m2 .
Figuur 7. FAMKE, onderzoeksperiode ijzertijd-middeleeuwen (Bron: Provinsje Fryslân, 2017)
Regeling in dit bestemmingsplan In dit bestemmingsplan is een regeling opgenomen ten behoeve van de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Het gebied dat op de FAMKE kaart is aangeduid met 'streven naar behoud' is in het bestemmingsplan voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie'. Voor ingrepen met een oppervlakte groter dan 50 m² dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd en een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. H.G. van der Veenstrjitte 22 Voor de locatie van de nieuwe loods aan de H.G. van der Veenstrjitte geldt het advies voor de ijzertijd-middeleeuwen van karterend onderzoek 3 en voor de steentijd-bronstijd het advies quickscan. Hiervoor geldt dat bij ingrepen groter dan 5.000 m2 aanvullend archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. De oppervlakte van de loods en kapschuur is circa 700 m2 . De aanduiding 'bedrijf' die in de woonbestemming is opgenomen beslaat een oppervlakte van circa 1.000 m2 en blijft daarmee ruimschoots onder de 5.000 m2 . Kolkensloane 2 en 4 Voor de locatie van de nieuwe loods en kapschuur aan de Kolkensloane 2 en 4 geldt het advies karterend onderzoek 1 voor de periode steentijd-bronstijd en karterend onderzoek 3 voor de periode ijzertijd-middeleeuwen. Hiervoor geldt dat bij ingrepen groter dan 500 m2 respectievelijk 5.000 m2 aanvullend archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd.
De oppervlakte van de uitbreiding van de
30
bestemmingsplan Driezum
bestaande loods en hiermee de uitbreiding van het bouwvlak is circa 1.900 m2 en blijft daarmee niet onder de 500 m2 maar wel onder de 5.000 m2 . Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen dient door middel van archeologisch onderzoek aangetoond te worden dat eventueel archeologische waarden niet verstoord zullen worden. Dit is op de verbeelding en in de regels geborgd door middel van het opnemen van een aanduiding 'archeologie'. Kolkensloane tussen 1a en 1b Voor de locatie tussen Kolkensloane 1a en 1b geldt het advies karterend onderzoek 1 (steentijd-bronstijd) en karterend onderzoek 3 (ijzertijd-middeleeuwen). Hiervoor geldt dat bij ingrepen groter dan 500 m2 respectievelijk 5.000 m2 aanvullend archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. De werkzaamheden beslaan een oppervlakte groter dan 500 m2 met die reden is archeologisch onderzoek uitgevoerd op de locatie. In Bijlage 3 zijn hiervan de resultaten opgenomen. Uit het onderzoek blijkt in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. De ontwikkeling wordt dan ook niet door archeologische waarden binnen het plangebied belemmerd. Conclusie Met dit bestemmingsplan is een archeologische beschermingsregeling opgenomen.
Gelet hierop mag dit bestemmingsplan op het onderdeel archeologie uitvoerbaar worden geacht. Nota bene In alle gevallen blijft voor het plangebied evenwel de archeologische meldingsplicht van kracht. Dit ongeacht de grootte van de ingreep. Concreet houdt dit in dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan de vinder redelijkerwijs moet kunnen weten dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij de minister. 5.3.2
Cultuurhistorie
Onderzoek De CHK2 is geraadpleegd om informatie over cultuurhistorische waarden die in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Hieruit blijkt dat in het plangebied sprake is van verschillende cultuurhistorische waarden. Uit de CHK2 blijkt dat in het plangebied sprake is van verschillende cultuurhistorische elementen en structuren (zie figuur 8).
31
bestemmingsplan Driezum
Figuur 8. Kaartfragment CHK2 (Bron: Provinsje Fryslân, 2015)
Dit bestemmingsplan is gericht op het actualiseren en conserveren van de bestaande situatie in het plangebied. De historisch-geografische karakteristiek van het plangebied hangt nauw met de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van Driezum samen. De gemeente is zich bewust van de historische waarde van het plangebied. Mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen worden derhalve met zorg ingepast waarbij cultuurhistorische structuren en waarden niet of zo min mogelijk worden doorbroken en aangetast. Rijksmonumenten Beschermde rijksmonumenten (met monumentnummers) in het plangebied zijn de volgende: de kerk aan de Van Sytzamawei 8 (nr. 11684); woningen aan de Van Sytzamawei 31 (nr. 512861), Tsjerkestrjitte 2 (nr. 11682) en Foarwei 6 (nr. 11685). De rijksmonumenten zijn op de verbeelding aangeduid met een aparte aanduiding. Zij behoeven in dit bestemmingsplan geen verdere bescherming, aangezien dit al ondervangen is middels de Erfgoedwet. Karakteristiek De aanwijzing van de hiervoor genoemde rijksmonumenten heeft plaatsgevonden voor gebouwen uit de tijdsperiode tot circa 1850. Daarnaast heeft gemeente in 2015 de karakteristieke panden geïnventariseerd die een nadere bescherming behoeven. Voor zover deze binnen het plangebied van Driezum liggen, zijn ze opgenomen in tabel 2 in paragraaf 4.4. Deze panden zijn voorzien van een aanduiding op de plankaart. Conclusie