CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Ruimtelijke onderbouwing 'De Westereen Noarder Stasjonsstrjitte 81'_Zwartgemaakt

Raadsvergadering (Dantumadiel) 28 januari 2025, gemeente DantumadielBij agendapunt: Het realiseren van 24 appartementen aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81 te De Westereen34.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81

Ruimtelijke onderbouwing 3 oktober 2023

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 Ruimtelijke onderbouwing

COLOFON Opdrachtgever

: Bouwgroep Dijkstra Draisma

Auteur

:

Rapportnummer

: 23-829-1

Versie

: Definitief

Datum

: 3 oktober 2023

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Locatie Planologische regeling Leeswijzer

1 1 1 2 2

2 2.1 2.2 2.3

Projectbeschrijving Uitgangssituatie De projectdefinitie Ruimtelijke inpassing

3 3 4 5

3 3.1 3.2 3.3

Beleidsregels Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

7 7 7 9

4 Omgevingsaspecten 4.1 Mer-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geluid (Wet geluidhinder) 4.4 Trillingen 4.5 Water 4.6 Bodem 4.7 Archeologie 4.8 Cultuurhistorie 4.9 Ecologie 4.10 Externe veiligheid 4.11 Luchtkwaliteit 4.12 Kabels, leidingen en zoneringen

11 11 12 13 15 17 19 19 20 21 22 22 23

5 Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid

24 24 24

6 6.1 6.2 6.3

25 25 25 25

Afweging en conclusies Aanleiding Afweging Conclusie

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeer Watertoets Verkennend bodemonderzoek Ecologische beoordeling Stikstofberekening Informatiebrief omgeving

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Bij de spoorwegovergang in de Noarder Stasjonsstrjitte staat een voormalig winkelpand, waarvoor al enige tijd een nieuwe functie wordt gezocht. In het verleden zijn er initiatieven geweest in het pand, waaronder het vestigen van een supermarkt. Inmiddels staat het al lange tijd leeg. Ook het bijbehorende parkeerterrein aan de overkant van de Oastersingel is niet in gebruik. Het plan is opgevat om op de locatie twee appartementengebouwen te realiseren met in totaal 24 appartementen. Ook voor het parkeerterrein zijn plannen, maar die zijn nog onvoldoende uitgewerkt en worden buiten deze aanvraag gelaten. Het bouwplan is in strijd met het geldende bestemmingsplan. In de huidige situatie geldt het gebied rond de Ljurkstrjitte als centraal winkelgebied van De Westereen. Het streven is om de eenheid van dit winkelgebied te behouden en waar mogelijk te versterken. De bestemming detailhandel aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81 sluit niet geheel (meer) aan bij het doel om detailhandel te concentreren. Een woonfunctie op deze locatie draagt daar wel aan bij. Daarom wil de gemeente Dantumadiel in principe medewerking verlenen aan het voornemen. Hiervoor is een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk en aangevraagd.

Deze ruimtelijke onderbouwing vormt een toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning en toetst het bouwplan aan de geldende beleidskaders en de relevante omgevingsaspecten.

1.2

Locatie Het projectgebied betreft het perceel Noarder Stasjonsstrjitte 81, dat tussen de spoorlijn Leeuwarden – Groningen en de Oastersingel ligt. De ligging van het projectgebied is op een topografische kaart aangegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1

De ligging van het projectgebied

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

1

1.3

Planologische regeling Het projectgebied is geregeld in het bestemmingsplan De Westereen - east, dat is vastgesteld op 1 juli 2007. Het heeft hierin de bestemming ‘detailhandel’, met daarop een bouwvlak waarbinnen gebouwen met een goot- en bouwhoogte van 5 en 8 meter gebouwd mogen worden. Binnen de bestemming zijn woningen en woongebouwen niet mogelijk. Bovendien zijn de woongebouwen gedeeltelijk buiten het bouwvlak geprojecteerd en met drie bouwlagen te hoog. Daarom kan de nieuwbouw niet op basis van het geldende bestemmingsplan worden vergund. Daarom wordt een uitgebreide Wabo-procedure voorgesteld, waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Over het projectgebied ligt verder de dubbelbestemming ‘Straalpad’. In hoofdstuk 4 wordt hierop ingegaan. Een fragment van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2.

Figuur 1.2

1.4

Fragment geldend bestemmingsplan

Leeswijzer Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de uitgangspunten vanuit het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en de ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing.

2

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

2

Projectbeschrijving

2.1

Uitgangssituatie Het projectgebied ligt bij de spoorwegovergang van de Noarder Stasjonsstrjitte. Het betreft een wigvormig perceel dat tussen de Oastersingel en de spoorlijn ligt. Het project vindt plaats in een gemengde omgeving, waarin naast het wonen ook horeca en bedrijvigheid plaatsvinden. Aan de overzijde van de Noarder Stasjonsstrjitte het station van De Westereen en daarnaast een restaurant en partycentrum aanwezig. Aan de overzijde van de Oastersingel staan woningen. Hier is ook een parkeerterrein aanwezig, dat bij de onderhavige locatie hoort. Binnen het projectgebied staat een samengesteld gebouw. Het oudste deel dateert uit 1920. Aan de noord- en oostzijde zijn later winkelruimten aangebouwd. Een luchtfoto van de locatie is weergegeven in figuur 2.1. In figuur 2.2 is een aanzicht op de locatie weergegeven.

Figuur 2.1

Luchtfoto projectgebied

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

3

Figuur 2.2

2.2

Aanzicht op de projectlocatie

De projectdefinitie De aanvraag heeft betrekking op de nieuwbouw van twee woongebouwen binnen het projectgebied. De gebouwen bestaan uit drie bouwlagen en hebben een bouwhoogte van ongeveer 9,5 meter. In totaal worden 24 appartementen gerealiseerd, 12 per gebouw. De oriëntatie van de twee gebouwen is op de Noarder Stasjonsstrjitte én op de Oastersingel. De beoogde situatie in het projectgebied is weergegeven in figuur 2.2.

Figuur 2.2

4

Beoogde situatie projectgebied

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

Qua vormgeving refereert het gebouw aan het oude pand dat nu aan het spoor staat. Dit komt tot uiting in de kantige opzet, de opbouwen en de gevelinrichting. De appartementen krijgen een bergingsruimte bij het appartement. Op het buitenterrein komen twee fietsenstallingen. Langs de wegen en aan oostzijde van het terrein wordt voorzien in parkeergelegenheid. Enkele aanzichten op het gebouw zijn weergegeven in figuur 2.2.

Figuur 2.2

2.3

Gevelaanzichten nieuwbouw

Ruimtelijke inpassing Het straatbeeld van de Noarder Stasjonsstrjitte wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bouwvormen in een wisselende rooilijn langs de straat. De bouwwerken hebben verschillende bouwstijlen en bouwhoogten. Ook de functies zijn zeer divers: woningen, bedrijfsgebouwen, winkels en gebouwen met maatschappelijke functies zoals kerken. Het bouwvolume is iets forser dan de bestaande bebouwing in de omgeving, maar zal een landmark aan het spoor vormen. Het weerspiegelt bovendien de relatief forse hoofdgebouwen die aan de overzijde van het spoor worden gebouwd. Functionele inpassing Het gebouw wordt in een gemengd gebied gebouwd, waarin woningen in combinatie met horeca en lichte bedrijfsfuncties voorkomen. De ontwikkeling van appartementen in dit gebied past bij het karakter van het gebied. Er wordt voldoende afstand tot nabijgelegen bedrijven aangehouden. Bij de ontwikkeling moet nadrukkelijk rekening worden gehouden met geluid- en trillingshinder als gevolg van de spoorlijn. Het ontwerp houdt hier rekening mee door de balkons aan de geluidsluwe zijde te positioneren. In hoofdstuk 4 wordt aan de wettelijke normen getoetst.

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

5

Verkeer en parkeren In het gemeentelijk verkeer- en vervoersbeleid van Dantumadiel is vastgelegd dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein moet worden gerealiseerd. Om het aantal parkeerplaatsen te bepalen wordt gebruikgemaakt van de meest recente cijfers van de CROW publicatie 381 uit 2018. Uitgaande van woningen in het goedkope segment, in de schil rond het centrum, geldt een parkeernorm van 1,2 parkeerplaats per appartement. Dit resulteert in een parkeerbehoefte van 28,8 parkeerplaatsen. Gezien de locatie, zeer nabij het station, is enig maatwerk verantwoord en kan worden volstaan met de voorgestelde 28 parkeerplaatsen. De ontsluiting van het perceel is goed geregeld. De Noarder Stasjonsstjitte maakt deel uit van de belangrijkste ontsluitingsroute door het dorp en de ligging nabij het station biedt een uitstekende OV-verbinding met Leeuwarden en Groningen. De meeste parkeerplaatsen zijn ontsloten via de Oastersingel. Dit is een rustige straat, waarin veilig en overzichtelijk geparkeerd kan worden. De vier langsparkeerplaatsen aan de Noarder Stasjonsstrjitte zijn een voortzetting van de bestaande inrichting. Deze situatie heeft in het verleden niet tot problemen geleid.

6

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

3

Beleidsregels

3.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (2020) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft het Rijk de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving geformuleerd. De NOVI is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en sorteert voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De NOVI ziet op de inrichting en de kwaliteiten van Nederland en heeft daardoor een hoog abstractieniveau. Het bevat geen concreet beleid voor de beoogde herontwikkeling. Het project staat de nationale belangen en opgaven uit de NOVI niet in de weg. Ladder voor duurzame verstedelijking In het besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de “ladder voor duurzame verstedelijking”. De "treden van de ladder” houden in dat bij nieuwe verstedelijking een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling wordt beschreven en, indien een project die ontwikkeling voorstelt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het plan maakt een inbreiding binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk.

De realisatie van twee woongebouwen met 24 appartementen wordt aangemerkt als nieuwe verstedelijking. De behoefte aan betaalbare woningen blijkt uit de analyses die zijn gedaan in het kader van het gemeentelijk woonbeleid (zie paragraaf 3.3). Op basis hiervan geldt voor dit project dat er bij uitstek sprake is van duurzame verstedelijking. Er is behoefte aan nieuwe woningen in De Westeren, waarbij de focus onder andere ligt op woningen die geschikt zijn voor starters en/of ouderen. De woningen binnen het project zijn vooral gericht op starters. Voor ouderen zijn deze minder geschikt door het ontbreken van een lift. In deze behoefte wordt voorzien via inbreiding binnen stedelijk gebied. Bovendien is de locatie multimodaal ontsloten. Er wordt op deze manier voldaan aan de ladder.

3.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt onder andere voor leefbaarheid en voorkomt leegstand en verpaupering van bebouwing. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. Dit plan voorziet in de herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied.

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

7

De provincie bevordert verder het natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt onder andere ingezet op het versterken van de natuur in het stedelijk gebied. Natuurinclusief bouwen is een aspect dat niet in bestemmingsplan geregeld kan worden. Het gaat om uitvoeringszaken, zoals speciale stenen toe te passen met invliegmogelijkheden voor vleermuizen of een tuininrichting die biodiversiteit stimuleert. De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging heeft een checklist opgesteld met 40 punten waarmee bij stedelijke ontwikkeling rekening gehouden kan worden. Voor de ontwikkeling worden geen aanvullende eisen gesteld op dit vlak. Wel is de checklist bij de initiatiefnemer kenbaar gemaakt als inspiratiekader. Ook het rekening houden met een veranderend klimaat bij nieuwe ontwikkeling een provinciale ambitie. De Provincie streeft naar ‘waterrobuust bouwen’. Dit houdt in dat gebouwen en straten op voldoende hoogte worden aangelegd en dat er voldoende ruimte is voor water in het plan. Paragraaf 4.5 gaat hier verder op in. Verordening Romte 2014 Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Het provinciaal beleid is onder meer neergelegd in het Streekplan Fryslân 2007 'Om de kwaliteit fan de romte'.

In de Verordening Romte 2014 zijn de beleidsuitgangspunten van de provincie vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen. In de Verordening Romte Fryslân (vastgesteld op 25 juni 2014) stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Voor dit project zijn de volgende bepalingen relevant: Bundeling stedelijke functies In de verordening is geregeld dat in het landelijk gebied in principe geen bouwmogelijkheden voor stedelijke functies, zoals het wonen, geboden mogen worden (artikel 1.1.1). Op grond van de kaarten bij de verordening ligt het projectgebied in het bestaande stedelijk gebied. Wonen In hoofdstuk 3 van de verordening is specifiek aangegeven dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op het actuele woonbeleid en hoe het plan zich hiertoe verhoudt. Conclusie Het project is in overeenstemming met de regels van de Verordening Romte Fryslân.

8

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

3.3

Gemeentelijk beleid Woonvisie Dantumadiel 2025 De gemeente Dantumadiel heeft samen met bewoners, corporaties en belangenorganisaties de Woonvisie 2020-2025 gemaakt. De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid van de gemeente. In de visie wordt uitgelegd waar de gemeente in 2025 op het gebied van wonen wil staan. Ook wordt het gebruikt voor het maken van prestatieafspraken met de woningcorporaties en levert het belangrijke informatie op voor de Omgevingsvisie. De visie is op 21 januari 2021 door de raad vastgesteld. In de woonvisie staan 7 speerpunten uitgewerkt: 1. Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten; 2. Nieuwbouw in stad, dorpen en wijken, omgang met groei en krimp; 3. Ontwikkeling van de sociale huurvoorraad: betaalbaar, beschikbaar en met kwaliteit; 4. Wonen en zorg in dorpen en wijken; 5. Energietransitie en verduurzaming; 6. Leefbare dorpen: sociaal en veilig, met bereikbare voorzieningen; 7. Samenwerking gemeente, belanghebbenden en bewoners. In de woonvisie wordt belang gehecht aan het “op maat, passend bij de schaal en behoefte in het dorp” om zo mensen te binden aan het dorp en uitstroom naar andere dorpen en regio’s te voorkomen. De locatie nabij het treinstation aan de spoorlijn Groningen-Leeuwarden zou een gunstige optie zijn voor mensen die elders werkzaam zijn en zo toch in het dorp kunnen blijven wonen.

Daarnaast zou de compact en betaalbare aard van de appartementen een mogelijkheid zijn voor starters die daarmee ook een mogelijkheid krijgen om in het dorp te blijven. Ten tweede wordt in de woonvisie gestreefd naar het “Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten”. Hierbij wordt opgemerkt om preventief leegstand en verpaupering van leegstaande panden tegen te gaan. Ook hierin draagt het project bij aan het tegengaan van verpaupering van het pand dat al geruime tijd leegstaat. Ten slotte wordt in de visie de voorkeur gegeven aan inbreiding boven uitbreiding van dorpen. De volgende volgorde wordt hierbij aangehouden: transformatie, herstructurering, inbreiding en uitbreiding. In principe leent het pand zich niet voor een transformatie naar een woonbestemming aangezien er weinig mogelijkheden zijn voor het creëren van privéruimte zoals een tuin. Herstructurering is dan een goed alternatief waarbij er door sloop ruimte gemaakt wordt voor een andere invulling die een goede woonkwaliteit kan bieden. Flexibele woningbouwprogrammering In Dantumadeel zijn momenteel meer woningzoekenden dan woningen. Dat geldt voor zowel de koop- als de (sociale) huurmarkt. Dit zorgt voor veel druk op de woningmarkt. De gemeente heeft de ambitie om dit in balans te brengen. Om dit proces te versnellen is een flexibel woningbouwprogramma en daarbij behorende afstemming met de provincie nodig.

Om hierin te ondersteunen is de provincie in 2020 een experiment gestart met de regio Noordoost-Fryslân. Dit experiment loopt tot 2025. Dit houdt in dat de provincie niet actief stuurt op de verdeling van contingenten, maar de regie bij de regio legt. Gemeenten zijn binnen het experiment vrij in het programmeren van zowel binnen- als buitenstedelijke projecten, maar wel verantwoordelijk voor een onderbou-

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

9

wing van de programmering rekening houdend met de geprognosticeerde behoefte. Bij deze verantwoordelijkheid hoort ook de afweging van woningbouwplannen en de onderbouwing daarvan. Daarbij geldt duurzame verstedelijking als belangrijk vertrekpunt. De gemeente geeft deze onderbouwing vorm aan de hand van de woningmarktanalyse, Dorpenatlas en monitoring. De Westereen komt hier gunstig uit, als één van de dorpen met een goed voorzieningenpakket en een goede bereikbaarheid. Belangrijk is om producten toe te voegen die ook op de langere termijn toegevoegde waarde hebben voor het dorp, op de juiste plek (inbreiden) en passend bij de doelgroep die er woont. De Westereen wordt als voorbeeld genoemd, hier ligt het inkomensniveau iets lager, waardoor de nadruk op betaalbaarheid ligt. Overigens wordt niet zozeer ingezet op appartementen, aangezien de vraag en het aanbod in balans zijn. De unieke plek bij het station biedt echter wel extra ruimte voor dit type woningen. De compactere appartementen kunnen stedenbouwkundig goed ingepast worden en kunnen voldoen aan de vraagstelling naar kleinere appartementen. De vraag naar eenpersoonshuishoudens is in de afgelopen jaren steeds verder toegenomen. Jongeren willen onafhankelijk en zelfstandig wonen. In de huidige woningmarkt is dit voor veel jongeren onbereikbaar.

Hoge huizenprijzen en geringe doorstroming zorgen voor weinig keus in het woningaanbod. Daarnaast zorgen echtscheidingen en een langere levensduur voor een toename van eenpersoonshuishoudens. Naast de eenpersoonshuishoudens is in de regio een veranderende werkgelegenheid. De ontwikkeling kan voorzien in de huisvesting van ‘young professionals’, waarbij de directe treinverbinding met Leeuwarden en Groningen de locatie een sterke positie geeft en gelijktijdig jongeren naar De Westereen kan trekken. Het project is onderdeel van het flexibele woningbouwprogramma van de gemeente. In het kader van het experiment ‘woningmarkt in balans’ krijgt de gemeente van de provincie ruimte om plannen te faciliteren en te ontwikkelen die aansluiten bij de behoefte van de markt. Het plan is prioritair binnen het woningbouwprogramma van de gemeente op basis van het inspelen op de behoefte en de binnenstedelijke locatie.

10

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

4

Omgevingsaspecten

4.1

Mer-beoordeling Bij het doorlopen van een ruimtelijke procedure moet rekening worden gehouden met mogelijke verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is vastgelegd wanneer een milieueffectrapportage (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) moet plaatsvinden. Hierbij gelden drempelwaarden. In onderdeel D (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Qua oppervlakte ligt de drempelwaarde op 100 hectare. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 24 appartementen en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. In het Besluit m.e.r. is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Kenmerken van het project Het project voorziet in de herinrichting van een voormalige bedrijfs-/detailhandelslocatie. De herontwikkeling geeft een nieuwe invulling aan een bestaande stedelijke functie.

In die zin geldt de ontwikkeling niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Het project maakt de transformatie van circa 0,2 hectare terrein naar een woonlocatie mogelijk. Het project leidt tot een theoretisch minder belastende bestemming op het gebied dan in de referentiesituatie. Vanuit de kenmerken van het project worden geen belangrijke milieueffecten verwacht. Plaats van het project Het projectgebied ligt in binnenstedelijk gebied in een gemengde zone langs het spoor. Door de wijziging naar een woonactiviteit verdwijnt de detailhandelsbestemming. Dat heeft een positief effect op het woonmilieu, maar leidt wel tot een verschuiving van de milieuzonering. Het plan ligt niet nabij het Natura 2000 gebieden of andere gevoelige gebieden. In de directe omgeving zijn geen andere stedelijke ontwikkelingsprojecten voorzien die voorzienbare cumulatie met andere projecten veroorzaken. Kenmerken potentiële effecten De ontwikkeling van de woonlocatie heeft alleen lokale effecten. Anders dan de effecten die enkel optreden tijdens de realisatie van het plan, treedt er vooral een verschuiving in de milieuzonering op. Deze effecten zijn in paragraaf 4.2 beschreven. Verder heeft het project geen grote effecten op de omgeving, maar heeft de omgeving wel een effect op het project. Deze komen in de navolgende paragraven aan de orde.

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

11

Conclusie Uit bovenstaande vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een MER-procedure.

4.2

Milieuzonering Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. Het projectgebied ligt in een gemengde centrumomgeving waarin woningen en lichte vormen van bedrijvigheid, zoals horeca en bedrijven uit milieucategorie 2 voorkomen. Het is van belang dat er ook in de toekomst sprake is van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit ter plaatse van bestaande en nieuwe woningen. Daarbij geldt dat ondernemingen in de omgeving niet onevenredig beperkt moeten worden in de bedrijfsvoering. Meest relevant voor het project is de ligging direct tegenover het Restaurant en Partycentrum Old Dutch. Dit horecabedrijf heeft een terras aan de wegzijde en een parkeerterrein aan de noordzijde. Deze functie liggen op ongeveer 20 meter vanaf de geprojecteerde nieuwbouw.

Alle functies behorende bij Old Dutch vallen in milieucategorie 2. Daarbij wordt gerefereerd aan muziekcafés, theaters, evenementenhallen en parkeerterreinen. In gemengd gebieden geldt voor dergelijke functies een richtafstand van 10 meter tot woningen. Aan deze afstand wordt voldaan. Het deel aangrenzend aan het projectgebied is bovendien grotendeels in gebruik als restaurant, wat op zichzelf in milieucategorie 1 valt, waarbij geen afstanden aangehouden hoeven te worden tot woningen in een gemengd gebied. Gelet op het gebruik en de inrichting van het partycentrum mag veronderstelt worden dat dit qua milieu-uitstraling past bij een gemiddeld categorie 2 bedrijf. Aan de noordzijde van de Oastersingel staat bovendien ook een woning, die op vergelijkbare afstand vanaf het parkeerterrein staat. Het plan zal daarmee geen extra belemmering vormen voor wat betreft geluid op dat terrein. Ook aan de zuidzijde en aan de westzijde van Old Dutch zijn woningen aanwezig. Voor de melding Activiteitenbesluit, in het kader van de verbouwing en uitbreiding van de horeca en zalencentrum, is in 2001 een akoestisch onderzoek uitgevoerd, waaruit blijkt dat ter plaatse van deze woningen aan de normen wordt voldaan. Voor dit project is vooral direct ligging nabij het terras van het restaurant van belang.

Bij gebruik als restaurant zal dit geen geluidhinder veroorzaken, maar het restaurant wordt ook wel gebruik voor partijen. Voor terrassen aan de wegzijde geldt dat deze van toetsing zijn uitgesloten. Ook onder de Omgevingswet worden alle stemgeluiden uitgesloten van toetsing aan immissiewaarden.

12

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

Als de woningen worden bewoond, dan zal de Omgevingswet in werking zijn getreden en is toetsing van stemgeluid aan immissiewaarde niet meer toegestaan. In dat opzicht zullen de nieuwe woningen het gebruik van het terrein niet belemmeren. Voor de afweging in het ruimtelijk spoor is het wel van belang dit geluid te beschouwen, om de beoordelen of er ter plaatse van het woongebouw sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hierbij moet in acht worden genomen dat dit woonklimaat moet passen bij een gemengd gebied, waarin horecaterrassen en woningen vaak naast elkaar voorkomen. Voor deze functies geldt dat vooral ’s avonds geluidhinder kan optreden. Het is belangrijk dat de bewoners de ramen in die gevallen dicht kunnen doen, waarbij een aanvaardbaar binnenniveau van 35 dB(A) te garanderen is. Voor een terras kan op basis van vergelijkbare situaties worden uitgegaan van een bronvermogen van 70 dB(A) per persoon voor luid spreken. Worst-case wordt dat beschouwd als gemiddeld geluidsniveau, met enkele pieken tot roepen (100 dB(A)). Op het terras staan 8 maal 4 stoelen, maar is ruimte voor ongeveer 50 mensen (in een representatieve situatie). Als deze allemaal tegelijk luid spreken, dan is de totale geluidsemissie van het terras 70+10log(50)=86 dB(A) op de rand van het terras.

Over 20 meter zal de afstandsdemping ongeveer 34 dB bedragen, waarmee de geluidsbelasting op de gevel ongeveer 52 dB(A) bedragen op een moment dat er allemaal luid pratende mensen op het terras zitten. Met de standaard gevelwering op basis van het Bouwbesluit (20 dB) kan daarmee voldaan worden aan een aanvaardbaar binnenniveau. Met een gevelwering van 28 dB(A) wordt ook bij piekgeluid (100+10log(50)=117 dB(A)) voldaan aan het maximale binneniveau van 55 dB(A). Door acceptabele binnenniveau’s te waarborgen, kan ook worden gesproken van een acceptabel woon en leefklimaat. Temeer omdat de geluidsbelasting van het partycentrum in de regel beperkt zal zijn en geen enkele hinder zal vooroorzaken. Daarmee kunnen deze waarden onder voorwaarden en na afweging acceptabel zijn. Hierbij kan worden afgewogen dat de locatie in een gemengde omgeving ligt (waar horecaterrassen en woningen samen thuis horen), de genoemde geluiden beperkt optreden (het terras is alleen in de avond- en nacht volledig bezet tijdens mooi weer in bepaalde tijden van het jaar) het is niet doelmatig is om andere maatregelen te treffen zoals het plaatsen van hogere geluidschermen. Daarbij komt dat de inrichting van de woning is geoptimaliseerd. De slaapkamers bevinden zich achterin de woning, aan de luwe zijde.

Op basis van de VNG-brochure: ‘Bedrijven en Milieuzonering’ kan gesteld worden dat een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd, passend bij een woning in een gemengd gebied. In een dergelijke omgeving moeten bewoners rekening houden met enige reuring. De andere bedrijven liggen op enige afstand en worden al beperkt door de aanwezigheid van andere woningen, waaronder de bestaande woning op de verdieping.

4.3

Geluid (Wet geluidhinder) Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als er geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

13

worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Voor dit project zijn verschillende geluidsbronnen relevant, namelijk de Noarder Stasjonsstrjitte, de Oastersingel en de spoorlijn Leeuwarden – Groningen. Om de geluidsituatie te beoordelen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 1. Wegverkeerslawaai Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai ten hoogste 52 dB bedraagt. Deze is daarmee hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar fors lager dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Omdat de Wet geluidhinder niet van toepassing is hoeft er geen hoogst toelaatbare geluidbelasting te worden vastgesteld. Dit is het geval omdat zowel voor de Noarder Stasjonsstrjitte als de Oastersingel, sprake is van wegen/wegvakken die vallen onder het 30 km/uur regime. Conform het Bouwbesluit zijn er daardoor ook geen extra eisen aan de karakteristieke geluidwering. Formeel is dus alleen de basiseis van 20 dB betreffende de minimale karakteristieke geluidwering van toepassing. Spoorweglawaai Ten aanzien van spoorweglawaai blijkt uit het onderzoek dat de geluidbelasting op zowel de zuidals oostgevel van de woongebouwen de voorkeurswaarde van 55 dB overschrijdt. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde (68 dB).

Op de overige gevels wordt voldaan aan de voorkeurswaarde. Het treffen van maatregelen om de geluidbelasting te reduceren zijn niet mogelijk of stuiten op praktische bezwaren. Het bevoegd gezag wordt verzocht voor het westelijk woongebouw, voor zowel de zuid- als oostgevel, een hogere waarde van 60 dB vast te stellen. Voor het oostelijk woongebouw moet een hogere waarde van respectievelijk 61 en 59 dB op de zuid- en oostgevel vastgesteld worden. Cumulatie Op de Noarder Stasjonsstrjitte en de Oastersingel geldt een snelheidsregime van 30 km/uur waardoor er voor deze wegen geen sprake is van een wettelijke geluidzone. In deze situatie is daardoor alleen het spoortraject een wettelijk gezoneerde geluidbron. Er is daarom geen verplichting tot nader onderzoek naar de cumulatieve geluidbelasting. Beoordeling woon- en leefklimaat De geluidsbelasting als gevolg van spoorweglawaai is relatief hoog. Dat betekent dat aanvullende bouwtechnische maatregelen nodig zijn om een goed woonklimaat in de woningen te garanderen. Voor de maatgevende gevel is een karakteristieke geluidwering nodig van 28 dB. Dit is hoger dan de basiseis van 20 dB uit het Bouwbesluit 2012. Voor de berekening van de karakteristieke geluidwering zal een aanvullend bouwtechnisch rapport moeten worden opgesteld.

Verder is het plan zo ingericht dat de woningen de buitenruimten aan de meeste luwe zijden hebben, waarmee het woon- en leefklimaat is geoptimaliseerd.

14

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

4.4

Trillingen De nieuw te realiseren woongebouwen komen op ongeveer 20 meter afstand van de spoorlijn Leeuwarden-Groningen. Door het rijden van treinen over de spoorlijn worden trillingen opgewekt, welke zich voortplanten door de bodem en vervolgens gebouwfunderingen kunnen aanstoten en in trilling kunnen brengen. Deze trillingen planten zich voort in de gebouwconstructie. Eventuele (objectiveerbare) trillinghinder is afhankelijk van de optredende trillingssterkten en de mate van voorkomen (hoe vaak is een trilling voelbaar).

In Nederland bestaan op dit moment geen wettelijke regelingen en normen, die duidelijke grenswaarden met een beoordelingssysteem voor trillingen geven. Sinds 1993 is er wel de meet- en beoordelingsrichtlijn van de SBR “Trillingen deel B – Hinder voor personen in gebouwen”, waarin streefwaarden worden gegeven, waarbij redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er geen hinder optreedt. De SBR-publicatie is in 2002 geactualiseerd. Vanwege de toenemende aandacht voor trillingen en trillinghinder langs spoorlijnen (met name waar veelvuldig goederentreinen rijden) is er sinds mei 2019 de “Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen” (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat). Op basis van hoofdstuk 6 van bovengenoemde Handreiking is de situatie t.a.v. spoortrillingen beoordeeld op basis van een quickscan zoals beschreven in paragraaf 10.1 van de Handreiking, waarin tevens is aangegeven dat bij voorkeur ook aandacht wordt besteed aan eventuele ontwikkelingen aan de bron (wijzigingen aan het spoor, wijzigingen in treintypen, etc.). In de Handreiking staan de volgende informatiebronnen genoemd die gebruikt kunnen worden voor een quickscan. Verder wordt gesteld dat wanneer resultaten van een of meerdere trillingsonderzoeken voor projectlocaties nabij de te onderzoeken locatie beschikbaar zijn, deze gegevens meegenomen worden in de bepaling of vervolgonderzoek nodig is of niet.

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

15

In dit geval geldt dat in het kader van het project ESGl het aspect trillingen langs de spoorlijn Leeuwarden-Groningen uitgebreid is onderzocht en vastgelegd in rapport “RAPPORT Extra Sneltrein Groningen Leeuwarden ESGL Trillingsonderzoek”, d.d. 14 september 2016. Voor de beoordeling van de situatie in het cluster Veenwouden zijn metingen uitgevoerd binnen een bestaande (oudere) woning aan de Prysterikker 4 te Veenwouden. Op basis van het ESGL onderzoek kan worden gesteld dat binnen het cluster Veenwouden voor de plansituatie inclusief goederentreinen de maximale trillingssterkte Vmax = 0,37 bedraagt op 21 m van het spoor. De metingen/beoordeling o.b.v. de Prysterikker 4 is niet representatief voor de nieuw te realiseren woongebouwen in De Westereen, omdat het nieuwe, goed gefundeerde en veel zwaardere gebouwen worden. Ook is vanuit het ESGL-project het niet nodig geacht om deze woning/locatie te onderzoeken (er heeft een Bts-toets plaatsgevonden voor een meer trilling-gevoelige locatie) . Om deze reden mag worden verwacht dat de maximale trillingssterkte Vmax ter plaatse van de woongebouwen zal voldoen aan de grenswaarde van A1 = 0,1 voor nieuwe situaties. Ook in Leeuwarden zijn metingen uitgevoerd op twee locaties, waaronder aan de Spoorstraat 182 op 34 meter afstand van het spoor.

Op basis van het ESGL onderzoek kan worden gesteld dat binnen het cluster Leeuwarden-Oost voor de plansituatie inclusief goederentreinen de maximale trillingssterkte Vmax = 0,13 bedraagt op 28 m van het spoor. De in De Westereen beoogde woongebouwen komen dichterbij, waarmee dus niet overal op basis van de Barkan-formule/grafieken kan worden gesteld dat de maximale trillingssterkte Vmax voldoet aan de grenswaarde van A1 = 0,1 voor nieuwe situaties. Het ESGL-onderzoek is gebaseerd op trillingsmetingen, waarbij één meetlocatie representatief is geacht voor het westelijk deel van het ESGL-plangebied (Spoorstraat 182). Het aspect bodemgesteldheid, treinbeeld e.d. is daarmee automatisch meegenomen in de beoordeling. Verder geldt dat het ontstaan van trillingen samenhangt met wissels en/of voegovergangen. Ter hoogte van het projectgebied is sprake van een overgang. Daarbij geldt wel dat de rijsnelheid van de treinen relatief laag, waardoor minder snel trillingen worden veroorzaakt. Ten behoeve van het perceel Stationsweg 15 zijn in 2016 nog trillingmetingen uitgevoerd t.b.v. het perceel Stationsweg 15 (nieuwbouw). De trillingmetingen zijn vanwege de vergelijkbare constructie uitgevoerd in het UWV-gebouw vlak naast het station Leeuwarden. Zelfs daar is geconstateerd dat er geen trillinghinder is te verwachten vanwege spoortrillingen.

De bebouwing binnen het project in De Westereen zal constructief minimaal van een vergelijkbare opbouw zijn en waarschijnlijk zwaarder en daarmee gunstiger voor de trillingoverdracht van de bodem naar het gebouw. Concluderend wordt gesteld dat nader aanvullend onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht en dat in het kader van bovengenoemde Handreiking deze quickscan toereikend is. Op grond van vergelijkbare situaties in de omgeving en langs hetzelfde spoortracé, wordt geconcludeerd dat trillingshinder niet te verwachten is.

16

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

4.5

Water In deze paragraaf de waterbelangen behandeld en vastgesteld of het waterschap betrokken moet worden in het kader van een watervergunning. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. De watertoets is een procesvereiste in het kader van de ruimtelijke procedure. Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. In de Leidraad Watertoets staan de uitgangspunten waarmee bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon. Het project is kenbaar gemaakt bij het Wetterskip via de digitale watertoets. De uitkomsten zijn opgenomen in bijlage 2. Wetterskip Fryslân heeft op 26 juni 2023 per mail een aanvullend wateradvies gestuurd. Dit is verwerkt in deze waterparagraaf. Veilig Naast de verdedigingswerken moet worden ingezet op aanpassingen in de ruimtelijke ordening en calamiteitenbeheersing. Er is in dit verband sprake van meerlaagse veiligheid, dit staat voor Veiligheid in drie lagen. In het kader van ruimtelijke ordening is vooral laag 2 van belang. Het gaat er dan om dat de ruimte op een duurzame manier wordt ingericht.

Bijvoorbeeld door geen gevoelige functies te realiseren op plekken die kunnen overstromen. In dit project worden geen gevoelige functies zoals bedoeld door het waterschap voorgesteld. Bovendien ligt het maaiveld in het plangebied boven het maatgevend waterpeil. Voldoende Klimaatadaptie In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Hiermee wordt bij dit project rekening gehouden door een nu geheel verharde locatie groener in te richten. Compensatie Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. In dit geval neemt het verhardingsoppervlak af en is compensatie niet nodig. De locatie is in de huidige situatie namelijk geheel verhard. Schouwwater Aan de zuidzijde van de projectlocatie ligt een schouwwatergang naast het spoor, die geheel buiten de kadastrale grenzen valt.

Er hoeft daardoor ook niet vermeld worden in de toelichting en regels

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

17

Deze sloot kent een bepaalde gevoeligheid van wateroverlast, zoals weergegeven in figuur 4.1. Bij aanleghoogte die minimaal gelijk aan het vloerpeil van bestaande bebouwing zal dit geen problemen opleveren.

Figuur 4.1

Uitsnede Friese Klimaatatlas

Peilbeheer Er dient rekening gehouden te worden met voldoende drooglegging. Dit is de afstand tussen het waterpeil en de aanleghoogte van de bebouwing. Het vastgestelde waterpeil ligt op -1,2 m NAP. Het huidige maaiveld ligt op ongeveer +1 m NAP. De nieuwbouw wordt op hetzelfde peil aangelegd als de bestaande bebouwing. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de droogleggingsnorm van 1,10 m NAP voor gebouwen met kruipruimte en 0,70 m NAP voor verhardingen en overige gebouwen. Grondwateronttrekking Voor het (tijdelijk) onttrekken van grondwater is een vergunning of melding nodig. Ook op het lozen van onttrokken grondwater is de meldingsplicht van toepassing. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater gescheiden af te voeren. In dit geval wordt de nieuwbouw aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. Aangezien het plan niet is gericht op een intensivering van het systeem, kan ervan uitgegaan worden dat het systeem voldoende capaciteit heeft. Afstromend hemelwater vanaf de verhardingen wordt op dezelfde wijze als nu afgevoerd. Wetterskip Fryslân heeft in dit kader geadviseerd dat de grond is geschikt is voor infiltratie van regenwater en dat het, mede door de gevoeligheid van wateroverlast van de sloot, het is aan te raden hier gebruik van te maken voor de afvoer van regenwater.

Bijvoorbeeld in de vorm van een wadi (als daar ruimte voor is) of infiltratiekoffers.

18

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

Waterkwaliteit De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke (bouw)materialen. Vervolg Waterwet Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet tijdig een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet.

4.6

Bodem Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. In het kader van dit project is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 3. Uit dit onderzoek blijkt dat er enkele verhoogde gehalten van de onderzochte stoffen zijn aangetroffen in de bodem. De gehalten zijn dusdanig laag dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouwplannen.

4.7

Archeologie Archeologiebeleid provincie Fryslân (FAMKE) Een betere bescherming van het bodemarchief vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de provincie Fryslân het initiatief genomen om, zoveel mogelijk in samenwerking met het rijk en de gemeenten, het bodemarchief zo goed mogelijk in kaart te brengen. Dit gebeurt op de FAMKE: Friese Archeologische Monumentenkaart Extra. Toets project aan FAMKE Om de archeologische waarden voor het plangebied vast te stellen is de FAMKE geraadpleegd. Een fragment van deze kaarten is weergegeven in figuur 4.1. Hieruit blijkt dat er voor het plangebied geen specifieke verwachtingswaarden gelden, zoals een terp of dobbe.

Figuur 4.1

Fragment FAMKE

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

19

Voor de periode steentijd - bronstijd valt het projectgebied in het gebied waar het advies om bij ingrepen van meer dan 2.500 m² een onderzoek te verrichten. Voor de periode IJzertijd - middeleeuwen valt het projectgebied in een zone met een lage archeologische verwachting (groen). Het plangebied heeft een oppervlakte van minder dan 2.000 m2. Daarmee zijn ingrepen groter dan 2.500 m2 niet aan de orde en is archeologisch onderzoek op basis van FAMKE niet nodig. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dan moet hiervan direct melding worden gemaakt conform de Erfgoedwet.

4.8

Cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Om na te gaan of sprake is van cultuurhistorische waarden in de omgeving, is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Het projectgebied niet in een beschermd of cultuurhistorisch waardevol gebied. Wel zijn de omliggende wegen en de spoorweg als historische routes aangemerkt. Het project doet geen afbreuk aan de belevingswaarde van deze routes. Vanuit dit aspect bestaan dus geen belemmeringen voor het project. Een fragment van deze kaart is weergegeven in figuur 4.2.

Figuur 4.2

Fragment CHK

Verder is het te slopen pand gedeeltelijk aan te merken als karakteristiek gebouwd. De gemeentelijke welstandsnota vraagt in deze gevallen om dergelijke panden te respecteren. Hergebruik is niet mogelijk gebleken. Wel refereert het ontwerp aan het te slopen gebouwen.

20

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

4.9

Ecologie Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van gebieden en de bescherming van soorten en hun verblijfplaatsen is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Om de effecten van de ontwikkeling in beeld te brengen is een quickscan ecologie uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 4. De resultaten zijn hierna beschreven. Soortenbescherming Uit de quickscan blijkt dat het gebouw potenties heeft voor verblijfplaatsen van vleermuizen Nader onderzoek kan de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen uitsluiten dan wel bevestigen. Daarnaast bevinden zich in de directe omgeving meerdere gebouwen met daken waar invliegmogelijkheden aanwezig zijn. Lijnvormige straat/landschapselementen en luwteplaatsen rondom het plangebied kunnen worden gebruikt als foerageergebied en vliegroute. Om deze redenen moet lichtverstrooiing rondom het projectgebied zoveel mogelijk voorkomen worden. Tijdens het broedseizoen (grofweg 1 mrt. t/m aug.) kunnen broedvogels in het pand broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is.

Voor deze soorten dient men rekening te houden met het feit dat ieder nest, mits op dat moment in gebruik, beschermd is. Dit houdt in dat er geen wezenlijke verstoring mag plaatsvinden, waardoor de vogel het nest verlaat. Daarom wordt het aangeraden om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Verder dient men tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met de Zorgplicht (Artikel 1.11 wnb). De Zorgplicht geldt voor elke soort/individu in Nederland. Dit houdt in dat men tracht schade aan wilde planten en dieren zoveel mogelijk te voorkomen. Dit kan door een werkwijze te hanteren waarbij dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop. Vervolg Op basis van de resultaten van de quickscan is een nader onderzoek naar vleermuizen gestart. Dit onderzoek kan in het najaar van 2023 worden afgerond. Wanneer de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen wordt aangetoond, dan wordt hiervoor op basis van een Activiteitenplan een ontheffing aangevraagd. Gebiedsbescherming Het planvoornemen heeft door bijvoorbeeld trillingen, geluid en oppervlakteverlies geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Wel is nader onderzoek vereist naar paar- en winterverblijfplaatsen van de meervleermuis (instandhoudingsdoelstelling Groote Wielen).

Het planvoornemen heeft geen negatief effect op overige beschermde gebieden onder de Wet natuurbescherming en provinciaal beschermde gebieden. Wel wordt geadviseerd om in overleg met de gemeente een stikstofonderzoek uit te voeren.

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

21

Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Dit geldt niet voor de Groote Wielen. De dichtstbijzijnde (bijna) overbelaste stikstofgevoelige habitats liggen in de Alde Feanen, op 12 kilometer ten zuiden van het plangebied. Dit project heeft theoretisch een mogelijk effect op de stikstofdepositie op deze gebieden, als gevolg van verkeer in de gebruiksfase en (tijdelijk) door inzet van materieel in de aanlegfase. Voor de gebruiksfase kan op basis van de CROW kentallen uitgegaan worden van ongeveer 6 mvt/etmaal per woningen. Voor dit plan gaat het dan om 144 mvt/etmaal. Er is nog geen concrete machine-inzet in de aanlegfase bekend. Voor de aanlegfase is daarom uitgegaan dat gedurende 49 weken, 38 uur de week ongeveer 75% van de tijd machine-inzet plaatsvindt met een gemiddeld verbruik van 15 liter per uur. Dit komt neer op 1.400 uren inzet en een dieselverbruik van 21.000 liter. Hierbij is een gemiddeld AdBlue verbruik van 5% is op basis van verschillende bronnen representatief. Aanvullend wordt uitgegaan van 5 zware transporten (>7 ton) per week (=490). Het lichte verkeer van personeel en kleine leveringen altijd lager dan het verkeer in de gebruiksfase (144 mvt/etmaal). Door de aanlegfase en de gebruiksfase in één berekening te cumuleren zijn de effecten worst-case bepaald.

Op basis van voorgenoemde uitgangspunten is een stikstofberekening uitgevoerd met rekenprogramma AERIUS. Deze berekening is opgenomen in bijlage 5. Hieruit is naar voren gekomen dat er geen resultaten hoger dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar zijn. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat het plan niet leidt tot negatieve effecten door een potentiële toename van stikstof op daarvoor gevoelige gebieden. Gezien de relatief grote afstand tot stikstofgevoelige gebieden wordt op voorhand verwacht dat effect rondom stikstofdepositie, met betrekking tot de sloop-/realisatiefase, niet aan de orde is.

4.10

Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Nabij het projectgebied liggen geen risicobronnen. De spoorlijn wordt ten hoogste incidenteel gebruikt voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Vanuit dit aspect bestaan er geen belemmeringen voor het project.

4.11

Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd.

22

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

De huidige luchtkwaliteit is in heel Friesland zeer goed. De verkeersaantrekkende werking van dit project leidt op zichzelf en ten opzichte van de mogelijkheden uit het bestemmingsplan niet in betekende mate tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Vanuit de luchtkwaliteit bestaan dus geen belemmeringen voor het project.

4.12

Kabels, leidingen en zoneringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteits- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In het projectgebied liggen geen kabels of leidingen die een planologische zone hebben. Wel ligt over het projectgebied een straalpad. Op basis van het geldende bestemmingsplan mag hier niet hoger dan 15 meter gebouwd worden. Het beoogde woongebouw wordt 9 meter hoog en blijft daarmee ruim onder het straalpad.

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

23

5

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Het project raakt geen grote maatschappelijke belangen. Omwonenden en andere belanghebbenden worden door de ontwikkelaar schriftelijk op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen door middel van een brief. Deze brief is opgenomen in bijlage 6. In de brief wordt de mogelijkheid geboden hierover vragen te stellen of opmerkingen te maken. Deze worden waar mogelijk meegenomen bij de uitwerking van de plannen. Wettelijke procedure Eenieder wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze tegen de aanvraag in te dienen. Daarvoor wordt de ontwerpbeschikking van de vergunning, met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. De ingekomen zienswijzen en overlegreacties worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep.

5.2

Economische uitvoerbaarheid Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De kosten voor de uitvoering van het project worden gedragen door de aanvrager. De gemeente heeft hiermee geen financiële bemoeienis. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Omdat er met deze aanvraag een nieuw hoofdgebouw met woningen mogelijk wordt gemaakt, is de exploitatieregeling van toepassing. In dit geval wordt het kostenverhaal anderszins verzekerd via een privaatrechtelijke overeenkomst. De gemeentelijke kosten voor het verstrekken van de Wabo-omgevingsvergunning worden gedekt door de leges. Het verhaal van eventuele planschades is verzekerd doordat gemeente en initiatiefnemer een planschadeovereenkomst hebben getekend.

24

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

6

Afweging en conclusies

6.1

Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de realisatie van twee woongebouwen in afwijking van het bestemmingsplan wordt vergund.

6.2

Afweging Het project stelt een herontwikkeling van een locatie in een gemengd gebied, met wonen, werken en voorzieningen, bij het station voor. Het toevoegen van betaalbare woningen op deze plek sluit aan bij alle relevante beleidskeuzes. De ligging nabij het spoor resulteert wel in een relatief hoge geluidsbelasting op de woongebouwen. Met voldoende geluidwering van de gevels wordt een goed woon- en leefklimaat, passend bij het gemengde gebied, wel gewaarborgd. Daarnaast vindt tijdens de ruimtelijke procedure nog nader onderzoek naar de aan- danwel afwezigheid van vleermuizen in de te slopen gebouwen plaats. De milieu- en omgevingsaspecten die samenhangen met dit project zijn beoordeeld. Uit deze beoordeling blijkt dat er een goede omgevingssituatie ontstaat. Verder is het project in overeenstemming met de relevante beleidsregels.

6.3

Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

De Westereen, Noarder Stasjonsstrjitte 81 23-829-1 | Definitief

25

Bijlage 1

Titel:

Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai herontwikkeling Noarder Stasjonsstrjitte 81 in De Westereen

Kenmerk:

0616-R-23-A

Datum:

8 september 2023

Versie:

3

Adviseur: Opdrachtgever:

Dijkstra Plan- en Projectontwikkeling B.V. Postbus 200 9100 AE Dokkum

Inhoud 1

Inleiding ................................................................................................................................................. 3

2

Ontwerp ................................................................................................................................................. 4

3

Wegverkeerslawaai .............................................................................................................................. 5

4

3.1

Toetsingskader ............................................................................................................................. 5

3.2

Uitgangspunten ............................................................................................................................ 5

3.3

Resultaten en beoordeling ......................................................................................................... 6

Railverkeerslawaai ................................................................................................................................ 9 4.1

Toetsingskader ............................................................................................................................. 9

4.2

Uitgangspunten ............................................................................................................................ 9

4.3

Resultaten en beoordeling ......................................................................................................... 9

5

Cumulatie ............................................................................................................................................ 12

6

Conclusie ............................................................................................................................................. 13

Bijlagen 1) Wegverkeerslawaai 2) Railverkeerslawaai

Titel: Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai herontwikkeling Noarder Stasjonsstrjitte 81 in De Westereen Kenmerk: 0616-R-23-A Versie: 3 Bladzijde 2

1

Inleiding

In opdracht van Dijkstra Plan- en Projectontwikkeling B.V. is een akoestisch onderzoek naar wegen railverkeer uitgevoerd voor een ruimtelijke procedure. Aanleiding is het voornemen om het bedrijfspand aan de Noarder Stasjonsstrjitte 81 in De Westereen te slopen en daarvoor in de plaats twee woongebouwen te realiseren. Onderdeel bij de ruimtelijke procedure is een toets aan de milieuwetgeving. Voor deze beoordeling zijn, in voorliggend rapport, de volgende geluidaspecten beschouwd: 1) Wegverkeerslawaai: op de aangrenzende Noarder Stasjonsstrjitte en de Oastersingel geldt een snelheidsregime van 30 km/uur waarvoor in de Wet geluidhinder geen grenswaarden zijn opgenomen. In jurisprudentie is bepaald dat voor dergelijke wegen bij een ruimtelijke procedure wel een akoestische afweging noodzakelijk is. Daarom is de geluidbelasting van deze wegen inzichtelijk gemaakt. Voor de beoordeling is aansluiting worden gezocht bij de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. 2) Spoorweglawaai: de ontwikkelingslocatie is gelegen binnen de bebouwde kom en ligt binnen de wettelijke geluidzone van het spoortraject Buitenpost - Feanwâlden. Onderzocht is of de geluidbelasting als gevolg van dit spoortraject, ter plaatse van de te realiseren woningen, voldoet aan de wettelijke grenswaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=2faf7e95-5648-456c-9e0d-7ee1b92c8075