3. Geconsolideerde versie BP Feanwâlden-Súd -0403 [toe+rgls+blgn]
Tekst van het document
Be st emming s plan Fe anw â lde n - Sú d
VASTG EST EL D
Be st emming s plan Fe anw â lde n - Sú d
VASTG EST EL D
Inhoud
Toelichting + bijlagen Regels + bijlagen Verbeelding
8 augustus 2025 Projectnummer 040.00.07.35.00 Versie: NL.IMRO.1891.BPFeanwaldensud-0403
O v e r z i c h t s k a a r t
T o e l i c h t i n g
040.00.07.35.00.toe
I n h o u d s o p g a v e 1
Inleiding
2
Planomschrijving
11
2.1
Bedrijventerrein De Swette
11
2.1.1
Bestaande deel van het bedrijventerrein
11
2.1.2
Nieuwe deel van het bedrijventerrein
14
2.1.3
Ruimtelijke kwaliteit
14
2.2 3
5
Suderwei 2 te Feanwâlden
Beleid 3.1
3.2
3.3
19 Rijksbeleid
19
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
19
3.1.2
Ladder duurzame verstedelijking
20
Provinciaal beleid
20
3.2.1
Streekplan Fryslân 2007
20
3.2.2
Verordening Romte Fryslân
21
3.2.3
Grutsk op ‘e romte (2014)
24
3.2.4
Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan (2011)
24
3.2.5
Omgevingsvisie Fryslân
24
Regionaal / intergemeentelijk beleid 3.3.1 3.3.2
4
25
Convenant Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2018-2025
3.4
16
25
Woonvisie 2020-2025 en het nieuwe woonprogramma
27
3.3.3
Beleidsvisie Wonen 2016 – 2020 DDFK-gemeenten
27
3.3.4
Woonprogramma 2015 – 2020 DDFK-gemeenten
27
3.3.5
Regionaal waterplan
28
3.3.6
Waterakkoord
29
Gemeentelijk beleid
29
3.4.1
Dantumadiel 2018
29
3.4.2
Sletten romte belied 2009
30
3.4.3
Duurzaam bouwen
31
3.4.4
Duurzaam veilig
31
3.4.5
Gemeentelijk Rioleringsplan
31
3.4.6
Landschapsbeleidsplan 2003
32
3.4.7
Welstandsnota
33
3.4.8
Karakteristieke gebouwen
33
Milieu- en andere randvoorwaarden
35
4.1
Milieueffectrapportage
35
4.2
Geluid
36
4.2.1
Industrielawaai
36
4.2.2
Wegverkeerslawaai
38
040.00.07.35.00.toe
4.2.3
5
6
7
Spoorwegverkeerslawaai
38
4.3
Bedrijven en milieuhinder
40
4.4
Externe veiligheid
46
4.5
Verkeer en parkeren
52
4.5.1
Verkeer
52
4.5.2
Parkeren
53
4.6
Luchtkwaliteit
54
4.7
Water
57
4.8
Ecologie
58
4.8.1
Beschermde gebieden
59
4.8.2
Beschermde soorten
59
4.8.3
Uitvoerbaarheid
60
4.9
Cultuurhistorie
61
4.10
Bodem
64
4.11
Duurzaamheid
66
Juridische toelichting
69
5.1
Algemeen
69
5.2
Bestemmingsplanprocedure
69
5.3
Inhoud bestemmingsplan
71
5.4
Afzonderlijke bestemmingen
76
Maatschappelijke
uitvoerbaarheid
81
6.1
Overleg
81
6.2
Inspraak
85
6.3
Terinzagelegging
85
6.4
Vernietigde onderdelen 18-12-2024 bij einduitspraak AbRvS
86
6.5
Bestuurlijke lus bij uitspraak AbRvS 18-12-2024
86
Economische uitvoerbaarheid
Bijlagen
040.00.07.35.00.toe
87
1
I n l e i d i n g
In de achterliggende periode zijn door de gemeente Dantumadiel nieuwe be-
AANLEIDING
stemmingsplannen voor de gronden binnen de gemeente opgesteld. Dit was wenselijk omdat een groot deel van de oude bestemmingsplannen al voor 2000 zijn vastgesteld. Hierdoor was in een groot deel van de bestemmingsplannen niet de laatste wet- en regelgeving en het nieuwe beleid verwerkt. Het voorliggende bestemmingsplan Feanwâlden-Súd is één van de nieuwe bestemmingsplannen in de serie. De planvorming aan voorliggend bestemmingsplan is gestart in 2011, ten tijde van de destijds nog geldende actualisatieplicht onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) waarbij gemeenten verplicht waren om bestemmingsplannen en beheersverordeningen na 10 jaar opnieuw vast te stellen of te verlengen. Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan betreft in hoofdlijnen
BESTEMMINGSPLANGEBIED
het gebied: -
ten zuiden van de spoorweg Leeuwarden - Groningen;
-
ten westen van de weg de ‘Centrale As’;
-
ten noorden van de weg De Swette;
-
ten oosten van de weg De Prysterikker.
De ligging van het plangebied is in hoofdlijnen op de overzichtskaart in de figuur voorafgaand aan deze toelichting weergegeven. Het daadwerkelijke plangebied is af te leiden van de planbegrenzing van de verbeelding als getoond en gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl. Door het bestemmingsplan Feanwâlden-Súd worden verschillende bestem-
GELDENDE
mingsplannen (geheel of gedeeltelijk) vervangen:
BESTEMMINGSPLANNEN
-
Veenwouden-Zuid (vastgesteld door de gemeenteraad op 29 juni 1993 en gedeeltelijk goedgekeurd op 27 oktober 1993 door Gedeputeerde Staten van Fryslân);
-
Correctieve en partiële herziening van het bestemmingsplan Veenwouden – Zuid/Freia (vastgesteld door de gemeenteraad op 28 januari 1997 en goedgekeurd op 14 mei 1997 door Gedeputeerde Staten van Fryslân);
-
Kievitslaan (vastgesteld door de gemeenteraad op 31 maart 1998 en goedgekeurd op 2 juli 1998 door Gedeputeerde Staten van Fryslân);
-
Veenwouden-kom (vastgesteld door de gemeenteraad op 28 maart 1995 en goedgekeurd op 8 november 1995 door Gedeputeerde Staten van Fryslân);
-
Buitengebied 1998 (vastgesteld door de gemeenteraad op 14 juli 1998 en gedeeltelijk goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Fryslân op 25 februari 1999);
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
5
-
Herziening van het bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Buitengebied 1998 (vastgesteld door de gemeenteraad op 21 december 2004 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Fryslân op 6 april 2005).
LEESWIJZER
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 een omschrijving van het bestemmingsplan opgenomen. Hierna is in hoofdstuk 3 het ruimtelijk beleid uiteengezet waarin een samenvatting van het betreffende (ruimtelijk) beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente is opgenomen. In hoofdstuk 4 zijn de milieu- en overige randvoorwaarden uiteengezet. Hierin is ook een samenvatting van de hiervoor uitgevoerde onderzoeken opgenomen. In hoofdstuk 5 is een toelichting op de juridische onderdelen van het bestemmingsplan opgenomen. In hoofdstuk 6 is het onderdeel maatschappelijke uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan behandeld. Als laatste is in hoofdstuk 7 de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan uiteengezet. Uitspraak AbRvS (202106126/1/R3) Voorliggend bestemmingsplan werd door de raad van de gemeente Dantumadiel in eerste aanleg vastgesteld op 5 juli 2021. Hiertegen werd door verschillende belanghebbenden beroep ingesteld bij de AbRvS. Op 18 december 2024 is hierin door de AbRvS een einduitspraak (voor appellant sub 2) en een tussenuitspraak (voor appellanten sub 1, sub 5A en 5B) gedaan (202106126/1/R3). De gehele uitspraak is als bijlage 15 bij dit bestemmingsplan opgenomen.
EINDUITSPRAAK Het beroep van appellant sub 2 werd gegrond verklaard en het bestemmingsplan werd naar aanleiding daarvan op onderdelen vernietigd (verwijderen van de aanduiding en bijbehorende planregels in artikel 22 m.b.t. de “wetgevingszone – wijzigingsbevoegdheid” en laten vervallen van de bestemmingen ‘Verkeer’ en ‘Verkeer – Railverkeer’ op enige gronden voor buiten het Natuurnetwerk Nederland, NNN, aangewezen natuurgebied). Daarvoor was binnen 4 weken na uitspraak een eerste herstelactie van het bestemmingsplan nodig. Een aangepast bestemmingsplan is binnen de opgedragen herstelperiode tijdig op de landelijke voorziening (ruimtelijkeplannen) gepubliceerd. Daarbij zijn in paragraaf 4.8.2 ‘Beschermde soorten’ (van paragraaf 4.8 ‘Ecologie’ in ‘Hoofdstuk 4 – Milieu- en andere voorwaarden’) en in paragraaf 5.4 ‘Afzonderlijke bestemmingen’ (in ‘Hoofstuk 5 – Juridische toelichting’) tekstpassages weggehaald over de wijzigingsbevoegdheid. Daarnaast is in paragraaf 6.3 ‘Ter inzage legging’ (in ‘Hoofdstuk 6 – Maatschappelijke uitvoerbaarheid’) een alinea toegevoegd over de einduitspraak van de AbRvS. TUSSENUITSPRAAK / BESTUURLIJKE LUS Wat betreft het beroep van appellanten sub 1, sub 5A en 5B is door de AbRvS een tussenuitspraak gedaan.
De AbRvS heeft met een bestuurlijke lus en met het oog op een spoedige beslechting van het geschil de gemeente een termijn van 20 weken na verzending van de uitspraak gesteld als mogelijkheid voor
6
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd – 8 augustus 2025
herstel van het plan. De AbRvS heeft de raad opgedragen (in rechtsoverwegingen 34 en 34.1) met wat overwogen is onder rechtsoverwegingen 9.3 en 9.4 om de gebreken te herstellen. Het besluit voor vaststelling van het bestemmingsplan Feanwâlden-Súd op 5 juli 2021 is voor zover het betreft: •
de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.1" en het bij behorende artikel 6.1, onder a, van de planregels, voor zover het betreft de locatie De Swette 3C;
•
de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - mengvoederfabriek" op de [locatie 2] en het bijbehorende artikel 6.1, onder c, onder 1, van de planregels, en
•
artikel 6.1, onder b, van de planregels,
in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet deugdelijk gemotiveerd. De AbRvS heeft de raad opdragen om met inachtneming van wat is overwogen onder 9.3 en 9.4 de gebreken te herstellen door: •
alsnog te motiveren dat de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.1" op de locatie De Swette 3C en de aanduiding "specifieke vorm van bedrijventerrein - mengvoederfabriek" op de [locatie 2] gelet op de korte afstand tot (bedrijfs)woningen, vanwege de aspecten geur en stof ruimtelijk aanvaardbaar zijn, dan wel een nieuw of gewijzigd besluit te nemen; en,
•
alsnog te motiveren dat de mogelijkheid voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen binnen het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein Gezoneerd" zoals mogelijk gemaakt in artikel 6.1, onder b, van de planregels, gelet op de aanwezigheid van (bedrijfs)woningen op korte afstand, vanwege de aspecten geur en stof ruimtelijk aanvaardbaar is, dan wel een nieuw of gewijzigd besluit te nemen.
Over de tussenuitspraak van de AbRvS is met betrekking tot de thema’s luchtkwaliteit/stof en geur advies ingewonnen bij de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO). Dit ‘Advies luchtkwaliteit en geur herzien bestemmingsplan Feanwâlden-Súd’ van 27 maart 2025 met als kenmerk 2025-FUMO0100095 is als bijlage 16 bij dit bestemmingsplan gevoegd en is mede de basis voor de gekozen reparatie van het bestemmingsplan als omschreven in navolgende. Gelet op voorgaande bestuurlijke lus is er voor gekozen om ter reparatie enke-
REPARATIE
le correcties in de regels en op de verbeelding door te voeren die zien op de door de AbRvS gevraagde motivering en borging. Daarmee wordt voldaan aan het herstellen van de bij tussenuitspraak van de AbRvS geconstateerde omissies. Dit herziene ruimtelijk plan dat hierbij voorligt wordt hierom opnieuw ter vaststelling aan de raad aangeboden. De herstelpunten uit de tussenuitspraak die in het nu voorliggende, herziene bestemmingsplan zijn betrokken, betreffen:
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
7
1.
Het verwijderen van art. 6.1, onder c, sub 1 m.b.t. het toestaan van een mengvoederfabriek, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijventerrein – mengvoederfabriek”, en het verwijderen van deze aanduiding van de verbeelding.
2.
Het aanpassen van de als bijlage 1 van de regels behorende Staat van bedrijven m.b.t. de met het bestemmingsplan toegelaten bedrijvigheid, waarbij alle bedrijfsactiviteiten die zien op geur- en stofhinder met een aan te houden minimale richtafstand van meer dan 100 meter zijn verwijderd.
3.
Het samenvoegen van art. 6.1 onder b met art. 6.1 onder a waarmee de regeling in de bestemmingsomschrijving als volgt komt te luiden: “De voor ‘Bedrijventerrein – Gezoneerd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor a. gebouwen en overkappingen ten behoeve van al dan niet geluidzoneringsplichtige inrichtingen”, waarbij de daaropvolgende opsomming van de bestemmingsomschrijving is vernummerd.
MOTIVERING
De motivering van de gekozen oplossingsrichting is de volgende: Ad. 1. De aanduiding ten aanzien van “specifieke vorm van bedrijventerrein – mengvoederfabriek” is uit het bestemmingsplan verwijderd omdat deze bedrijfsactiviteiten ter plaatse inmiddels gestaakt zijn. De diervoederfabriek is sinds 2019 gesloten. Door het verwijderen van deze aanduiding is een veevoerfabriek ten aanzien van mengvoeder (productiecapaciteit van meer dan 100 ton per uur) van milieucategorie 4.2 op deze locatie niet meer mogelijk (SBI-code 1091-6 van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering van 2009). In het verlengde daarvan is een veevoerfabriek ten aanzien van mengvoeder (productiecapaciteit van minder dan 100 ton per uur) en milieucategorie 4.1 op deze locatie ook niet meer mogelijk (SBI-code 1091-5 van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering) door aanpassing van de opgenomen Staat van bedrijven bij de regels als in navolgende omschreven (omdat bij deze bedrijvigheid sprake is van een aan te houden minimale richtafstand van 200 m wat betreft het geurhinderaspect). Ad. 2. De Staat van bedrijven bij het bestemmingsplan is aangepast met betrekking tot alle bedrijvigheid die zou kunnen leiden tot een aan te houden minimale richtafstand ten aanzien van geur- en stofhinder van meer dan 100 m (bij functiescheiding).
Oftewel; alleen bedrijfsactiviteiten waar op basis van de standaard zoneringslijst van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (van 2009) van uitgegaan kan worden van een aan te houden minimale richtafstand van 10 m (milieucategorie 1), 30 m (milieucategorie 2), 50 m (milieucategorie 3.1) en 100 meter (milieucategorie 3.2) bij functiescheiding ten aanzien van de aspecten geur dan wel stof zijn nog toegelaten.
8
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd – 8 augustus 2025
Grotere aan te houden minimale richtafstanden vanwege de aspecten geluid en gevaar zijn bij de aanpassing van de Staat van Bedrijven buiten beschouwing gelaten. Reden daarvoor is dat het geluidhinderaspect door de voor het industrieterrein ingestelde geluidzonering reeds voldoende is onderzocht, gemotiveerd en geborgd, en de wet hiermee niet voorziet in geluidgrenswaarden voor bedrijfswoningen op een gezoneerd industrieterrein. Het aspect gevaar is reeds afdoende afgewogen door het “Advies Externe Veiligheid inzake ‘bestemmingsplan FeanwâldenSúd 2021’” dat aan het plan ten grondslag is gelegd, en door het uitsluiten van risicovolle inrichtingen in de planregels voor beide bedrijventerreinbestemmingen. Met deze aanpassing van de Staat van Bedrijven mag nu planologischjuridisch ook ten aanzien van de in meer of mindere mate te verwachten geur- en stofhinder bij bedrijfsactiviteiten worden uitgegaan van een voldoende aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de (bedrijfs)woningen op en rondom het bedrijventerrein. Ad.3. Door ‘geluidzoneringsplichtige inrichtingen’ specifiek samen te voegen met en te benoemen in de aanhef van de bestemmingsomschrijving van art.
6.1 onder a wordt geborgd dat enkel geluidzoneringsplichtige inrichtingen kunnen worden toegestaan betreffende bedrijvigheid tot en met milieucategorie 4.1 zoals opgenomen in de aangepaste Staat van Bedrijven in bijlage 1 behorende bij de regels.
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
9
2
P l a n o m s c h r i j v i n g
Het voorliggende bestemmingsplan is in hoofdzaak een conserverend plan gericht op actualisatie van het juridisch-planologisch kader in het plangebied. In het deel dat als conserverend plan kan worden aangeduid, worden in beginsel geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De bestaande situatie is hierbij het uitgangspunt. De gronden worden hier in overeenstemming met de bestaande situatie bestemd waarbij ten aanzien van de geluidscontour een actualisering is verwerkt. Voorwaarde hierbij is dat de bestaande situatie niet in strijd mag zijn met wet- en regelgeving. Hierna is een omschrijving opgenomen van de verschillende delen van het bestemmingsplangebied en de ontwikkelingen die hier zijn voorzien. Een onderbouwing van de uitvoerbaarheid van deze ontwikkelingen is opgenomen in hoofdstuk 3 (Beleid) en 4 (Milieu- en overige randvoorwaarden). 2.1
Bedrijventerrein De Swette 2 . 1 . 1
Bestaande
deel van het
bedrijventerrein
Het bestaande deel van het bedrijven- en industrieterrein De Swette ligt ten zuiden van het dorp Feanwâlden. Industrieterrein De grootte van het bedrijven- en industrieterrein is samen genomen ongeveer 20 hectare (bruto). Op het terrein zijn bedrijven in milieucategorie 1 tot en met 4.1 gevestigd. De bedrijven in een hoge milieucategorie zijn vooral gevestigd op het westelijke deel van het terrein. Op het westelijke deel van het bedrijventerrein is ook de vestiging van zogenoemde “grote lawaaimakers” mogelijk. Dit deel van het terrein is namelijk een industrieterrein op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) (hierna wordt dit deel van het bedrijventerrein dan ook specifiek benoemd als zijnde industrieterrein). Op het industrieterrein is in het verleden een aantal bedrijfswoningen ge-
BEDRIJFSWONINGEN
bouwd. Eén van de voorlopers van voorliggend bestemmingsplan betrof Bestemmingsplan Veenwouden-Zuid, als vastgesteld op 29 juni 1993 door de raad van de gemeente Dantumadeel en gedeeltelijk goedgekeurd op 27 oktober 1993 door Gedeputeerde Staten van Fryslân. In dit bestemmingsplan was ter plaatse van het industrieterrein in de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ in de voorschriften betreffende bebouwing geregeld dat er geen dienstwoningen mochten worden gebouwd. Evenwel kon daarvan vrijstelling van burgemeester
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
11
en wethouders worden verkregen om ten hoogste één dienstwoning per bedrijf te realiseren, met dien verstande dat de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting van de woning vanwege de weg 50 dB(A) en vanwege de spoorweg 60 dB(A) bedroeg. Van deze vrijstellingsregeling is gebruik gemaakt waardoor in de loop der jaren enkele bedrijfswoningen op het industrieterrein zijn gerealiseerd. Indertijd werd in de bij de voorschriften opgenomen Staat van Inrichtingen voor de categorale bedrijfsindeling enkel naar het hinderaspect geluid gekeken. In de daaropvolgende VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (het ‘Groene boekje’) in 2009 zijn echter ook hinderaspecten met betrekking tot geur, stof en gevaar toegevoegd voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van woonfuncties in relatie tot de inpasbaarheid van bedrijven en voorzieningen (zie verder paragraaf 4.3: Bedrijven- en milieuhinder).
Figuur 1. Kaartfragment van plankaart Bestemmingsplan Veenwouden-Zuid uit 1993
De situatie met betrekking tot de huidige bedrijfswoningen op het geluidgezoneerde industrieterrein betreft dus een historisch gegroeide situatie, waarbij enkel het thema geluidhinder met betrekking tot wegverkeers- en spoorweglawaai betrokken is geweest bij de inpassing daarvan bij de bedrijvigheid. Daarbij bestond reeds een externe zonering voor het bedrijfsterrein ten aanzien van een aanvaardbare afstand van bedrijven tot woningen, namelijk op de plankaart B-I (toelaatbare milieucategorie 1 en 2), B-II (milieucategorie 1, 2 en 3 tot afstand van 50 m), B-III (milieucategorie 1, 2 en 3 tot afstand van 100 m) en B-IV (milieucategorie 1, 2, 3 en 4 tot afstand van 200 m) op basis van alleen het hinderaspect geluid.
12
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd – 8 augustus 2025
Omdat er bedrijfswoningen op het geluidgezoneerde industrieterrein zijn gebouwd in het verleden, is de grenswaarde voor de ten hoogste toegestane geluidsbelasting op grond van de Wgh hierop niet van toepassing. Hierdoor kan de geluidsbelasting op deze woningen in beginsel onbeperkt toenemen. Op basis van een goede ruimtelijke ordening wordt de bouw van de bedrijfswoningen op een industrieterrein of nieuwe woningen binnen de geluidszone tegenwoordig niet (meer) wenselijk geacht. Omdat er sprake is van een bestaande situatie, is voor het voorliggende bestemmingsplan dan ook onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om het industrieterrein en de geluidszone bij dit terrein te verkleinen. De resultaten van het onderzoek zijn in hoofdstuk 4 uiteengezet. Op basis van de resultaten is de keuze gemaakt om het industrieterrein te gaan verkleinen tot alleen het westelijke deel van het terrein: het gebied ten westen van de weg Ambachtstrjitte waarbij ook de percelen direct ten oosten van deze weg nog onderdeel van het industrieterrein zijn. Dit gebied heeft in het voorliggende bestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijventerrein – Gezoneerd’ gekregen. Ook de geluidszone bij het industrieterrein is verkleind. De andere, oostelijk gelegen gronden met bedrijfsactiviteiten hebben de bestemming ‘Bedrijventerrein’ gekregen.
Milieuzone en bedrijven Om een goede woon- en leefomgeving op en in de omgeving van het bedrijventerrein en industrieterrein te waarborgen zijn verschillende milieuzones onderscheiden. Op basis hiervan is de vestiging van bedrijven in milieucategorie 1 tot en met 3.1 op het bedrijventerrein en milieucategorie 1 tot en met 4.1 op het industrieterrein mogelijk. Daarbij moet worden opgemerkt dat op het industrieterrein ook de vestiging van bedrijven in een milieucategorie hoger mogelijk is, als het bedrijf vanwege de geluidsbelasting, een bedrijf in een categorie hoger is. De vestiging van dergelijke bedrijven wordt mogelijk geacht omdat de geluidhinder van de bedrijven op het industrieterrein al door middel van de geluidszone wordt beperkt. Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek voor het voorliggende bestemmingsplan blijkt dat er in verschillende milieuzones ook bedrijven in een milieucategorie hoger dan de categorie van de milieuzone zijn gevestigd. Dit is in beginsel niet mogelijk. Omdat er sprake is van een bestaande situatie is de keuze gemaakt om de betreffende bedrijven in het bijzonder aan te duiden (dit betreft bijvoorbeeld een metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf en een specifieke detailhandel in volumineuze goederen) en daarmee bij recht toe te staan.
De milieuzones op het bedrijven- en industrieterrein zijn op basis van de (bedrijfs)woningen (en andere gevoelige gebruiksmogelijkheden) op en in de omgeving bepaald. De bedrijfswoningen op het industrieterrein zijn hierbij wat betreft geluid niet nader overwogen. Deze keuze is gemaakt omdat er sprake is van een bestaande, historisch zo gegroeide situatie, maar ook omdat de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het industrieterrein nogal beperkt zouden worden wanneer deze bedrijfswoningen wel waren overwogen. De vestiging van bedrijven in de hoogste milieucategorie 4.1 en “grote lawaaimakers” zou dan nog nauwelijks mogelijk zijn, waardoor ook de aangewezen functie als
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
13
industrieterrein nog nauwelijks zinvol zou zijn. Omdat op andere bedrijventerreinen in de gemeente vestiging van “grote lawaaimakers” niet mogelijk is, acht de gemeente het wenselijk om de vestigingsmogelijkheden voor deze bedrijven op het bedrijventerrein De Swette te behouden. Wel is in het kader van mogelijke geur- en stofhinder de meest overlast gevende bedrijvigheid hierin (leidend tot aan te houden afstanden van meer dan 100 m op basis van deze beide hinderaspecten) uit de Staat van Bedrijven verwijderd, en daarmee niet toegelaten. In paragraaf 4.3 is een aanvullende toelichting op de indeling van milieucategorieën op het bedrijventerrein opgenomen. Milieuzone en bedrijfswoningen Zoals hiervoor is opgemerkt wordt de bouw van bedrijfswoningen op een industrieterrein of binnen de geluidszone hierbij niet (meer) wenselijk geacht. Op grond van het voorliggende bestemmingsplan is de bouw van deze woningen op het industrieterrein en binnen de geluidszone dan ook niet (meer) mogelijk. Op het bestaande deel van het bedrijventerrein buiten het industrieterrein en de geluidszone wordt ruimte geboden voor wonen en werken. Met gebruikmaking van een afwijkingsmogelijkheid kan de bouw van bedrijfswoningen worden toegestaan. De vestiging van bedrijven in ten hoogste milieucategorie 3.1 is op basis van een goede ruimtelijke ordening toelaatbaar.
Voor een aanvullende toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.3. 2 . 1 . 2
Nieuwe deel
van het
bedrijventerrein
Met de provincie Fryslân en de andere gemeenten in Noordoost Fryslân is de afspraak gemaakt dat bij Feanwâlden ruimte is voor een uitbreiding van 5 hectare (netto) van het bedrijventerrein. Realisering van deze uitbreiding wordt op termijn voorzien maar nog niet bij recht (of wijzigingsbevoegdheid) mogelijk gemaakt met voorliggend bestemmingsplan. Bij einduitspraak van de AbRvS op 18 december 2024 is de eerder hiervoor opgenomen aanduiding “wetgevingszone – wijzigingsbevoegdheid” vernietigd. De uitbreiding van het bedrijventerrein vindt op termijn waarschijnlijk in delen plaats. Voor het eerste deel, van ongeveer 1,5 hectare (netto), bestaat al wel een planidee waarop in hiernavolgende paragraaf is ingegaan. Voor het tweede deel, van ongeveer 3,5 hectare (netto), bestaat nog geen verder planuitwerking. 2 . 1 . 3
Ruimtelijke kwaliteit
Ten zuidoosten van Feanwâlden is het tracé gelegen van De Centrale As (provinciale weg N361). De Centrale As begrenst het plangebied aan de oostzijde. De Centrale As gaat op deze plek onder het spoor Leeuwarden-Groningen door.
14
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd – 8 augustus 2025
Het bedrijventerrein krijgt een ontsluiting die aantakt op de huidige Rûnwei van Feanwâlden en met een tunnel onder het spoor doorgaat.
Figuur 2. Ontwikkelingsrichting bedrijventerrein en tracé De Centrale As in donkergrijs
Kenmerkend voor het gebied is de ligging tussen het spoor en de Kûkhernewei. In dat tussengebied wordt het huidige landschapsbeeld bepaald door relatief smalle kavels die in veel gevallen zijn begrensd met elzensingels. Voortbordurend op de bestaande elzensingelstructuur en het orthogonale karakter van de verkaveling vormt een robuust groen raamwerk van elzensingels de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein. Hiermee worden de ontstaansgeschiedenis van het landschap, bestaande ruimtelijke kwaliteiten en aandachtspunten behandeld. Het bedrijventerrein wordt aan de noordzijde begrensd door het spoor. Bedrijven kunnen zich, ingepast in de duidelijke elzensingelstructuur, oriënteren naar de buitenwereld. Deze oriëntatie wordt versterkt naast de bestaande spoorsloot een ondiepe oeverzone aan te leggen. Ten zuiden van dit water ligt een ondergrondse leiding waar bovenop openheid is gewenst maar een kleinschalige recreatieve (wandelpad) verbinding mogelijk is. Het bedrijventerrein wordt ontsloten aan de westzijde en de duidelijke herkenbare hoofdweg wordt begeleid met een bomenrij. Het orthogonale karakter van de verkaveling wordt hierdoor versterkt. Enkele groepsgewijs geplaatste bomen vormen de overgang en het schakelpunt tussen het bedrijventerrein en het kleinschalige bebouwingslint.
Aan de oostzijde wordt het bedrijventerrein ontsloten met een (lage) tunnel onder het spoor naar de kern Feanwâlden. Nieuwe bebouwing draagt door zijn rechthoekige vorm bij aan het orthogonale en ritmische karakter van het landschap. De ruimte tussen de elzensingels en nieuwe bebouwing versterkt deze structuur en het representatieve karakter als zichtlocatie.
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
15
Figuur 3. Inrichtingsschets van planidee nieuwe deel van het bedrijventerrein De Swette
2.2
Suderwei 2 te Feanwâlden Een specifieke situatie betreft Suderwei 2. Het perceel kan op grond van het huidige bestemmingsplan ‘Veenwouden-Zuid’ worden gebruikt als reguliere woning en ten behoeve van een kantoorfunctie. Dit komt voort uit bestaande rechten die worden gecontinueerd. Tijdens de terinzageperiode van het Ontwerp Tracébesluit Extra Sneltrein Groningen Leeuwarden/MER is door de DDFK-gemeenten een op een stedenbouwkundige visie gebaseerde zienswijze ingediend waarbij is aangegeven dat geluidsschermen ter plekke niet gewenst zijn vanwege de herstructurering van het gebied zoals omschreven in het Kansen in Kernen project te Feanwâlden. Dientengevolge is verondersteld dat de woonfunctie op deze locatie zou moeten worden weggehaald. Hiertoe is in juli 2017 ook een ontwerp bestemmingsplan opgesteld en in procedure gebracht. Mede op grond van een ingediende zienswijze is hier nogmaals naar gekeken en is uitvoerig overleg geweest met eigenaren van dit pand, adviserende en andere betrokken instanties. In het inmiddels onherroepelijk geworden Tracébesluit Extra Sneltrein Groningen Leeuwarden (hierna TB ESGL) is het perceel Suderwei 2 te Feanwalden beschouwd als een perceel met de bestemming ‘Kantoor’.
De reden hiervoor is dat ten tijde van het vaststellen van het TB ESGL het ontwerpbestemmingsplan “Veenwouden-Zuid” ter inzage lag waarin dit perceel enkel de bestemming ‘Kantoor’ kreeg. Nu in dit onderhavige bestemmingsplan het perceel de bestemming conform de huidige bestemming zal behouden, name-
16
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd – 8 augustus 2025
lijk voor de functies van zowel kantoor als wonen, moet worden beoordeeld of er gelet op de geluidproductie van het spoor als gevolg van de ontwikkelingen die met het TB ESGL mogelijk worden gemaakt, geluidmaatregelen nodig zijn. De woning aan de Suderwei 2 wordt genoemd op de zogenaamde Raillijst maar hoeft niet meer als saneringsobject te worden beoordeeld. Deze sanering is namelijk al opgelost doordat er in opdracht van de gemeente goede geluidwerende voorzieningen zijn aangebracht tegen wegverkeer- en railverkeerslawaai in 2003/2004. Verder wijst onderzoek van de FUMO uit dat er geen extra maatregelen meer nodig zijn. Mede van belang is dat de eigenaar heeft aangegeven graag de woonbestemming te willen behouden en geen hinder te ondervinden van het geluid. Derhalve zal er geen vervolg worden gemaakt op het ontwerp bestemmingsplan Suderwei 2 Feanwâlden. Voorliggend bestemmingsplan continueert de functie kantoor en wonen.
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
17
3
B e l e i d
3.1
Rijksbeleid 3 . 1 . 1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Op 13 maart 2012 is de “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte” (SVIR) van kracht geworden. De SVIR heeft diverse nota’s vervangen, zoals de Nota Ruimte en Nota Mobiliteit. Ook zijn met de SVIR de ruimtelijke doelen en uitspraken vervallen die zijn benoemd in de Agenda Landschap, Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. In de SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een nieuw, integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: -
Vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland.
-
Verbeteren van de bereikbaarheid.
-
Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.
Het Rijk zet in op topsectoren zoals logistiek, water, hightech, creatieve industrie, chemie en voedsel en tuinbouw, waar de kracht van Nederland ligt ten opzichte van internationale concurrenten. De bereikbaarheid en mobiliteit van personen en goederen is daarbij van groot belang. Ontwikkelingen in leefbaarheid en veiligheid hangen sterk samen met bevolkingsgroei en -krimp. De veranderende behoeften op het gebied van wonen en werken leggen daarbij een extra druk op een markt waar de totale vraag afneemt: kwaliteit gaat voor kwantiteit. De ambitie is dat in 2040 de woon-werklocaties in steden en dorpen aansluiten op de kwalitatieve vraag en dat locaties voor transformatie en herstructurering zoveel mogelijk worden benut. Met bovengenoemde rijksdoelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio’s. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewo-
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
19
ners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. 3 . 1 . 2
Ladder
duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Per 1 oktober 2012 is deze Ladder als motiveringseis in artikel 3.1.6 tweede en derde lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. De Ladder is een instrument waarmee vraag en aanbod van stedelijke functies goed op elkaar afgestemd worden om zo de ruimte in stedelijke gebieden optimaal te benutten. Per 1 juli 2017 is de Ladder aangepast. De Ladder moet worden doorlopen als sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die in het plan mogelijk wordt gemaakt. De aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving bepaalt of er sprake is van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. 3.2
Provinciaal beleid 3 . 2 . 1
Streekplan Fryslân 2007
Op 13 december 2006 heeft de provincie Fryslân het nieuwe Streekplan Fryslân “Om de kwaliteit fan de romte” vastgesteld. Dit integraal-ruimtelijke beleidsplan heeft betrekking op de periode 2006 tot 2016. Centraal in het streekplan staat het begrip ‘ruimtelijke kwaliteit’. Hiermee bedoelt de provincie dat in ruimtelijke plannen, in ontwerpen en in de uitvoering expliciet gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde worden toegevoegd aan de omgeving. Deze drie waarden waarborgen op de langere termijn een doelmatig gebruik en herkenbaarheid van de ruimte. Het betekent ook een ruimtelijke inrichting die bijdraagt aan duurzame ontwikkeling. Bij een duurzame ontwikkeling wordt voorzien in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarbij de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen. De provincie wil deze doelstellingen koppelen aan een krachtige sociaaleconomische ontwikkeling in een leefbare omgeving, waarbij tegelijkertijd wordt ingezet op het in stand houden en verder ontwikkelen van aanwezige bodem-, water-, landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Vanuit deze doelstellingen kiest de provincie voor concentratie van wonen, werken en voorzieningen in stedelijke bundelingsgebieden. In de bundelingsgebieden ligt de grootste woningbouwopgave bij de stedelijke centra zelf. De bijdrage van de overige kernen is beperkt.
Omdat Feanwâlden buiten een stedelijk bundelingsgebied ligt, zijn de ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. De
20
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd – 8 augustus 2025
verdeling van de beschikbare woningbouwruimte over de dorpen is overigens primair een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Feanwâlden staat in het Streekplan aangeduid als “bedrijfsconcentratiekern”. De provincie heeft, in aanvulling op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling in de stedelijke en regionale centra, voor de gemeenten die niet over een regionaal of stedelijk centrum beschikken één bedrijfsconcentratiekern aangewezen waar beperkte voorraadvorming van bedrijventerrein mogelijk is. Met het aanwijzen van bedrijfsconcentratiekernen wil de provincie investeren in zowel het economisch vitaal houden van het platteland als in het in stand houden van landschappelijke kwaliteiten. Bedrijfsconcentratiekernen hebben een functie voor de opvang van lokale bedrijven van enige schaal en omvang waarvoor de stap naar een regionaal centrum te groot is. Daarnaast kunnen ze tegemoet komen aan de behoefte van clustering van bedrijven die aan de landbouw gelieerd zijn, zoals landbouwmechanisatiebedrijven. 3 . 2 . 2
Verordening Romte Fryslân
Door Provinciale Staten is d.d. 25 juni 2014 een herziene versie van de “Verordening Romte Fryslân 2014” vastgesteld die per 1 augustus 2014 in werking is getreden. In de verordening zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Als daaraan niet wordt voldaan, zal de provincie een zienswijze indienen en eventueel een aanwijzing geven als onvoldoende aan die zienswijze tegemoet wordt gekomen. Het streekplanbeleid is in het kader van de verordening voorzien van concrete beleidsregels. Deze beleidsregels zijn betrokken bij het opstellen van dit bestemmingsplan. In de verordening is onderscheid gemaakt tussen de begrippen bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied. Voor bestaand stedelijk gebied geldt dat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening bestaat dan in het landelijk gebied. Onder bestaand stedelijk gebied wordt verstaan: “het gebied dat de bestaande of bij bestemmingsplan toegelaten en voorziene woon- of bedrijfsbebouwing waaronder mede begrepen de daarbij behorende openbare voorzieningen en verkeersinfrastructuur van een kern bevat, zoals begrensd op de van de verordening deel uitmakende kaarten Begrenzing bestaand stedelijk gebied”. De definitie van landelijk gebied sluit daar op aan: “het gebied buiten het bestaand stedelijk gebied”.
In de verordening is Feanwâlden aangeduid als “overige kern” en zogenoemde “bedrijfsconcentratiekern”. Bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied In de verordening zijn “bestaand stedelijk gebied” (BSG) en “landelijk gebied” (LG) onderscheiden. Op de kaart bij de verordening ligt het plangebied gedeel-
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
21
telijke binnen het bestaand bebouwd gebied en binnen het landelijk gebied. In figuur 4 is het “bestaand stedelijk gebied” van Feanwâlden weergegeven.
Figuur 4. Fragment van de kaart bij de verordening, bestaand stedelijk gebied (in rood) versus het landelijk gebied
In de verordening is bepaald dat in een bestemmingsplan voor het “landelijk gebied” geen bouw- en gebruiksmogelijkheden voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen opgenomen mogen worden (artikel 1.1.1, lid 1). Dit met uitzondering van uitbreidingen in aansluiting op het “bestaand stedelijk gebied” (artikel 1.1.1, lid 2). Hierbij is in de (toelichting van de) verordening bepaald dat de noodzaak, locatie en inpassing van de uitbreidingslocatie wordt afgewogen en onderbouwd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de voorwaarden voor nieuwe stedelijke functies, waaronder de criteria voor ruimtelijk beleid, inclusief zorgvuldig ruimtegebruik (hoofdstuk 2 van de verordening) en de afstemming met het woonplan, bedrijventerreinenplan en kantorenplan (hoofdstukken 3 en 4 van de verordening). Hierna is daarop ingegaan. In de verordening is bepaald dat in een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke functie in of aansluitend op een bestaand bebouwingslint of een bestaande bebouwingscluster worden toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden: -
de nieuwe stedelijke functie leidt tot een landschappelijk aanvaardbare afronding of verdichting van een bebouwingslint of bebouwingscluster en doet geen afbreuk aan de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten (artikel 1.3.1. onder a);
-
een nieuw bedrijf behoort tot de milieucategorieën 1 of 2, tenzij aangetoond kan worden dat het bedrijf wat betreft aard, schaal, milieuhinder, en fysieke uitstraling past in de omgeving (artikel 1.3.1. onder b).
22
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd – 8 augustus 2025
Verder is artikel 4.1 uit de verordening van belang: 1.
Een ruimtelijk plan kan een nieuw bedrijfsterrein of uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein bevatten, indien dit wat betreft oppervlakte en invulling van bedrijfstypen in overeenstemming is met een bedrijventerreinenplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft.
2.
In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan een nieuw bedrijfsterrein of uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein bevatten voor een of enkele bedrijven, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er is sprake van een directe, concrete behoefte van bedrijven die naar aard en schaal passen bij aard en schaal van de overige kern, de bedrijfsconcentratiekern, het regionaal centrum of het stedelijk centrum; b. aangetoond is dat de behoefte waarin wordt voorzien niet inpasbaar is op een bestaand bedrijfsterrein of een in ontwikkeling zijnde bedrijfsterrein in de regio; c. het totale ruimtebeslag van deze bedrijven staat in een redelijke verhouding tot de schaal van de kern; d. gewaarborgd is dat de bedrijven goed worden ingepast wat betreft milieu, ontsluiting en landschap.
Hiervoor moet in de toelichting bij een bestemmingsplan een onderbouwing worden opgenomen als sprake is van nieuwe ontwikkelingen. Door het vernietigen van de wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van uitbreiding van het bedrijventerrein De Swette door de AbRvS op 18 december 2024 is dat met voorliggend bestemmingsplan nu niet meer aan de orde. In een bestemmingsplan voor een “bedrijfsconcentratiekern” mogen geen bouw- en gebruiksmogelijkheden worden opgenomen voor: -
kantoren met een vloeroppervlakte van meer dan 600 m²;
-
bedrijven in milieucategorie 3.2, 4.1, 4.2, 5.1, 5.2, 5.3 of 6;
-
bedrijven met een perceelsoppervlakte van meer dan 5.000 m²;
-
voorzieningen met een regionaal of bovenregionaal verzorgingsgebied (artikel 4.2.2).
Ook is bepaald dat in de toelichting bij een bestemmingsplan voor een uitbreiding of voor het “landelijk gebied” een zogenoemde “ruimtelijke kwaliteitsparagraaf” opgenomen moet worden (artikel 2.1.1, lid 1). In de verordening is een overzicht gegeven van de onderdelen die in een dergelijke “ruimtelijke kwaliteitsparagraaf” opgenomen moeten worden. In een bestemmingsplan moeten wanneer nodig regels opgenomen worden, gericht op het behouden van de belangrijkste kwaliteiten per landschapstype (artikel 2.1.1, lid 2). Het bestemmingsplan moet voorzien in een goede landschappelijke inpassing van een uitbreiding binnen de belangrijkste kwaliteiten per landschapstype (artikel 2.1.1, lid 3).
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
23
3 . 2 . 3
Grutsk op ‘e romte (2014)
Provinciale Staten hebben op 26 maart 2014 het document ‘Grutsk op ‘e Romte’ als thematische structuurvisie over landschap en cultuurhistorie vastgesteld. In deze thematische structuurvisie zijn landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren. Op deze wijze verwacht Provinsje Fryslân de doorwerking van provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten, het Rijk en de provincie te borgen. In paragraaf 4.9 wordt op basis van deze informatie verder ingegaan op het aspect cultuurhistorie. 3 . 2 . 4
Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan (2011)
Het hoofddoel van het van oorsprong uit 2007 daterende en in 2011 herziene ‘Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan’ (PVVP) is het realiseren van een duurzaam verkeer- en vervoersysteem in Fryslân: -
dat voldoet aan de verplaatsingsbehoefte van inwoners en bezoekers;
-
dat voldoet aan de behoefte om goederen te transporteren;
-
dat bijdraagt aan de versterking van de economie;
-
dat veilig is; en,
-
dat schade aan natuur, landschap en milieu weet te beperken.
Met het PVVP wordt vorm gegeven aan de bereikbaarheid, mobiliteit en veiligheid van Fryslân. De Provinsje Fryslân doet dit onder meer met een ambitieus en realistisch investeringsprogramma voor wegen en vaarwegen. 3 . 2 . 5
Omgevingsvisie Fryslân
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen veel bestaande wetten op het gebied van de ruimtelijke ordening en milieu worden vervangen. De Provinsje Fryslân heeft hierop geanticipeerd door in een Omgevingsvisie Fryslân al het provinciale beleid voor de fysieke leefruimte te bundelen. Het gaat daarbij om de hoofdlijnen voor de ruimtelijke inrichting van Fryslân, provinciale waterhuishouding, infrastructuur, natuur, landschap en milieu. Diverse beleidsdocumenten gaan in de omgevingsvisie op, zoals vorengenoemd Streekplan Fryslân 2007 en het Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan, alsmede het Provinciaal Waterhuishoudingsplan en Frysk Miljeuplan.
24
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd – 8 augustus 2025
3.3
Regionaal / intergemeentelijk beleid 3 . 3 . 1
Convenant
Bedrijventerreinen Noordoost
Fryslân 2018-2025
Tussen de gemeenten in de regio Noordoost Fryslân en Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân is met de provinciale instemmingsbrief van 3 juli 2018 het “Convenant Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2018-2025” afgesloten. Hiermee is het regionale samenwerkingsverband voor de ontwikkeling en kwaliteit van de bedrijventerreinen in Noordoost Fryslân voortgezet. Dit convenant is een vervolg op het “Convenant bedrijventerreinen 2010-2020” dat is afgesloten tussen alle overheden. In het “Convenant Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2018-2025” zijn de afspraken over de samenwerking tussen de gemeenten voor wat betreft de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio opgenomen. Het convenant is er op gericht om de economische plaats van de regio te versterken en daarbij de waarden de behouden. Aanleiding voor het nieuwe convenant is de uitkomst van het door de provincie Fryslân uitgevoerde onderzoek ‘Bedrijventerreinen in Fryslân, vraagprognoses tot 2030’ van bureau Louter. Het rapport van Louter (2015) geeft een prognose voor de periode 2014 t/m 2029 per regio en gemeente. Geconstateerd werd dat, in Fryslân als geheel, het kwantitatieve aanbod aan ‘terstond uitgeefbare bedrijventerreinen’ ongeveer voldoende zou kunnen zijn om de vraag tot 2030 te kunnen bedienen.
Maar ook werd geconstateerd dat, om tot een goede afstemming te komen tussen vraag en aanbod, andere factoren van belang zijn, zoals de regionale spreiding van de terreinen, de schaal, de locatie en de kwaliteit van het aanbod, mede gelet op de beoogde bedrijfssegmenten. In lijn daarvan is een aantal maatregelen aanbevolen om te komen tot nieuwe, actuele regionale afspraken. Onder meer deze ingrediënten vormen de basis voor nieuwe afspraken tussen de gemeenten in de regio Noordoost Fryslân en de provincie Fryslân. Het “Convenant bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2018-2025” voorziet in een uitgifte over de periode 2018-2025 van 5 ha per jaar. Dat betekent dat er ontwikkelingsruimte ontstaat voor 17,9 ha bedrijventerrein in de regio. De focus ligt daarbij op de belangrijkste regionale kernen, conform de keuze uit het eerdere “Convenant Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2010-2020” zoals hierna toegelicht.
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
25
Beleidsnotitie Planvorming en Fasering Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2010-2020 Als uitwerking (en voorbereiding) van het convenant is in juni 2010 de beleidsnotitie
“Planvorming
en
Fasering
Bedrijventerreinen
Noordoost
Frys-
lân 2010-2020” opgesteld. Hierin is de (verwachte) vraag naar bedrijventerrein in de regio in de periode tot 2020 uiteengezet. In het rapport is opgemerkt dat in deze periode de vraag naar bedrijventerrein, ook na verschillende maatregelen, 45 hectare groter is dan het aanbod. De in de notitie opgenomen verdeling van het vergrote aanbod van de 45 hectare is in tabel 1 opgenomen. Tabel 1. Verdeling van het vergrote aanbod aan bedrijventerrein in de periode tot 2020 Plaats
Aanbod (hectare)
Dokkum
20
Burgum
10
Surhuisterveen
10
Kollum
5
Feanwâlden
5
Totaal
50
Overleg Naar aanleiding van de beleidsnotitie “Planvorming en Fasering Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2010-2020” heeft er op 27 mei 2010 tussen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadiel en Gedeputeerde Staten overleg plaatsgevonden over de ontwikkeling van het bedrijventerrein De Swette. De resultaten van het overleg zijn opgenomen in de brief van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 22 juni 2010 met als kenmerk 00897694. De brief is in bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. De gemeente acht een uitbreiding van 5 hectare van het bedrijventerrein De Swette onvoldoende om een goede ontsluiting van het terrein te kunnen ontwikkelen. Omdat de provincie deze overwegingen kan volgen, zijn bij het overleg de volgende afspraken gemaakt: -
De gemeente volgt de verdeling van het vergrote aanbod aan bedrijventerreinen in de periode tot 2020 zoals die in de notitie “Planvorming en Fasering Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2010-2020” is opgenomen (zie tabel 2 van de betreffende notitie).
-
De provincie en de gemeente zullen samen de mogelijkheden onderzoeken om, binnen de afspraken in de regio, het gebied tussen het bestaande bedrijventerrein en De Centrale As te bestemmen als bedrijventerrein. Hiervan mag maar een deel, 5 hectare, als bedrijventerrein zoals bedoeld in de notitie worden gebruikt. Het andere deel mag gebruikt worden voor het verplaatsen van bedrijven uit het landelijk gebied van de gemeente naar het bedrijventerrein. Hiermee streven de provincie en de gemeente naar een verdere bundeling van bedrijven op het bedrijventerrein.
CONCLUSIE
De uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijventerrein De Swette zijn bepaald in de beleidsnotitie “Planvorming en Fasering Bedrijventerreinen Noordoost
26
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd – 8 augustus 2025
Fryslân 2010-2020” en de aanvullende afspraken tussen de gemeente en de provincie naar aanleiding van deze notitie. Op grond hiervan zou ten noordoosten van het bestaande bedrijventerrein een uitbreiding van 5 hectare mogelijk kunnen zijn. Het eventueel verder bestemmen als bedrijventerrein van het hele gebied tussen het bestaande bedrijventerrein en De Centrale As dient nader te worden onderzocht. 3 . 3 . 2
Woonvisie 2020-2025 en het
nieuwe woon-
programma
Op 26 januari 2021 is de Woonvisie 2020-2025 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie staan de volgende zeven speerpunten uitgewerkt waar het nieuwe woonprogramma op gebaseerd is: 1.
Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten;
2.
Nieuwbouw in stad, dorpen en wijken, omgang met groei en krimp;
3.
Ontwikkeling van de sociale huurvoorraad: betaalbaar, beschikbaar en met kwaliteit;
4.
Wonen en zorg in dorpen en wijken;
5.
Energietransitie en verduurzaming;
6.
Leefbare dorpen: sociaal en veilig, met bereikbare voorzieningen;
7.
Samenwerking gemeente, belanghebbenden en bewoners.
3 . 3 . 3
Beleidsvisie Wonen 2016
–
2020 DDFK-
gemeenten
De "Beleidsvisie Wonen 2016 – 2020 DDFK-gemeenten” is op 5 april 2016 vastgesteld. Het doel van het gezamenlijke woonbeleid van de gemeenten Dantumadiel, Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland c.a. is om een toekomstbestendige gedifferentieerde woningvoorraad te ontwikkelen die is afgestemd op de woonwensen van de inwoners. Een prettige, aantrekkelijke en leefbare woonomgeving maakt daar deel van uit. Niet het realiseren van een woning maar het realiseren van een goed woon- en leefklimaat staat centraal. De woningvoorraad verversen door te verbouwen, te vervangen en te verdunnen en door nog nauwelijks toe te voegen, is de hoofdlijn van het beleid. Hiermee wordt geanticipeerd op de meest fundamentele demografische ontwikkeling binnen de genoemde gemeenten: de krimp van het inwoneraantal in Noordoost en na 2020 ook afname van de huishoudens. 3 . 3 . 4
Woonprogramma 2015
–
2020 DDFK-
gemeenten
Het “Woonprogramma 2015 – 2020 DDFK-gemeenten” is op 24 mei 2016 vastgesteld. In dit woonprogramma is aangegeven hoeveel woningen na inbreiding en uitbreiding per kern, gefaseerd over de periode tot en met 2020 en na 2020
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
27
gerealiseerd worden in de gemeenten Dantumadiel, Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland c.a. Het woningbouwprogramma geeft een overzicht van de voorgenomen herstructureringsplannen en woningbouwplannen, inclusief de fasering daarvan, met een duiding van de locaties als binnenstedelijk of buitenstedelijk. In het voorliggende bestemmingsplan is geen sprake van grootschalige herstructureringslocaties. De woningaantallen (10) voor bedrijfswoningen is geregeld via een aanvullend besluit d.d. 31 mei 2016 dat bekend staat als ‘Erratum Woonprogramma DDFK 2015-2020’. 3 . 3 . 5
Regionaal waterplan
Op 21 april 2009 is het Regionaal waterplan vastgesteld. Hierin werkt de gemeente Dantumadiel samen met de gemeenten Achtkarspelen en Kollumerland c.a. en het Wetterskip Fryslân. Thema’s die in het Waterplan aan de orde komen zijn: -
veiligheid;
-
voldoende water;
-
schoon water;
-
beheer en onderhoud;
-
gebruik en beleving;
-
afvalwater en zuivering.
De versterking van de belevingswaarde van schoon water in bebouwd gebied krijgt ook aandacht. Het afzonderlijk afvoeren van verhard oppervlaktewater dat nu nog in de riolering terecht komt, het tegengaan van grondwateroverlast en het aanleggen van extra wateropvangmogelijkheden zijn maatregelen die in stedelijk gebied kunnen worden genomen. Dat kan vooral bij het opstellen van uitbreidingsplannen, herinrichtingsplannen en bij rioolvervanging. Als het Regionaal waterplan is uitgevoerd, zal het resultaat zijn: -
Een goed waterbeheer: schoon en voldoende water, geen wateroverlast, nu niet en in de toekomst niet.
-
Doelmatige en efficiënte uitvoering van alle bestaande en nieuwe watertaken van de gemeente en het waterschap.
-
Draagvlak bij bestuurders, ambtenaren van gemeente en waterschap en ook bij de provincie, het drinkwaterbedrijf, belangenorganisaties en burgers.
-
Er is zoveel mogelijk invulling gegeven aan wensen, kansen worden benut, knelpunten worden opgelost.
28
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd – 8 augustus 2025
3 . 3 . 6
Waterakkoord
De gemeenten Dantumadiel en Kollumerland c.a. en het Wetterskip Fryslân hebben een waterakkoord gesloten. Het akkoord gaat in op een optimalisatie van het afvalwatersysteem. In het akkoord worden enkele specifieke maatregelen genoemd om te komen tot deze optimalisatie. Het gaat onder andere om afkoppeling van verhard oppervlak, aanpassing van pompcapaciteit en optimalisatie van de RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie). Ook zullen er nadere afspraken worden gemaakt over het waterkwaliteitsspoor, de afkoppelingsdoelstellingen, het beheer van gemalen en pompen en de monitoring. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over het proces en de financiering. 3.4
Gemeentelijk beleid 3 . 4 . 1
Dantumadiel 2018
Op 16 december 2008 is door de gemeenteraad de visie “Dantumadiel 2018, Dantumadiel Gewoan Bysûnder” vastgesteld. Hierin heeft de gemeente, op hoofdlijnen, haar visie op de ontwikkeling van de gemeente in de periode tot 2018 uiteengezet. Wonen De gemeente Dantumadiel is vooral een woongemeente. Er zijn elf dorpen in de gemeente, waarvan drie met een zogenoemde centrumfunctie: Damwâld, Feanwâlden en De Westereen. Dit betekent dat er in deze dorpen verschillende voorzieningen zijn (zoals ook een bedrijventerrein). De gemeente streeft naar “‘Noflik Wenjen’ in de groene Wâlden”. Op basis van de visie zet de gemeente zich in voor de ontwikkeling van de gemeente als woongemeente. Hiervoor wil de gemeente samen met anderen waarborgen dat er voldoende woningen zijn voor onder andere ouderen. Door hierbij ook te waarborgen dat er voldoende voorzieningen in de omgeving zijn kunnen ouderen in hun eigen omgeving blijven wonen. Ook moet er ruimte zijn voor nieuwe woonmilieus. Werken De economie in de gemeente wordt sinds lang vooral gedragen door de agrarische bedrijven in het algemeen en de veehouderijbedrijven in het bijzonder. De betekenis van deze bedrijven voor de economie is echter wel afgenomen. Het grootste deel van de arbeidsplaatsen is, onderscheiden naar bedrijfstak, te vinden bij de bouw-, handels-, industrie- en gezondheidszorgbedrijven.
Het grootste deel van de arbeidsplaatsen is in de drie grootste kernen te vinden.
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
29
Samen met de ondernemers zet de gemeente in op het versterken en vergroten van de bedrijventerreinen. Omdat de gemeente niet in een zogenoemde economische ontwikkelingszone ligt, zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen in de gemeente beperkt. Voor ondernemers is maatwerk mogelijk, dat past bij de aard en schaal van het dorp. Hierbij is Feanwâlden aangewezen als bundelingsgebied voor bedrijven. Op basis van de visie zet de gemeente zich in voor het behouden en versterken van de bestaande bedrijven en arbeidsplaatsen. Hierbij vindt de gemeente vooral de vestiging van kleinschalige plaatselijke bedrijven wenselijk. Vervoeren Door de aanleg van De Centrale As wordt de ontsluiting van Noordoost Fryslân over de weg versterkt. Hierdoor zal de verkeersdruk op de bestaande wegen door onder andere Feanwâlden sterk afnemen. De gemeente wordt ook over het spoor ontsloten door de spoorweg Groningen - Leeuwarden. In Feanwâlden is er, in het bestaande stationsgebied, een goede aansluiting op de verschillende vervoersvoorzieningen. Op basis van de visie zet de gemeente zich in voor het versterken van het stationsgebied van Feanwâlden als zogenoemd transferium. CONCLUSIE
Voorliggend bestemmingsplan sluit hierop aan waarbij geldt dat voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijventerrein binnen het plangebied, afspraken zijn gemaakt binnen het “Convenant Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2018-2025” waarop onder meer in paragraaf 3.3.1 is ingegaan. 3 . 4 . 2
Sletten romte belied
2009
Bij de gemeente komen regelmatig aanvragen binnen voor het bebouwen van open plekken binnen de dorpen. Dit heeft in 2006 geleid tot de beleidsnotitie “Open Gaten” waarin beoordelingscriteria voor het bouwen op dergelijke open plekken zijn geformuleerd. Evaluatie en actualisatie van dit beleid heeft plaatsgevonden in 2009 en heeft geresulteerd in het “Sletten romte belied 2009”, door de Raad vastgesteld op 21 april 2009. CONCLUSIE
In het bestemmingsplangebied zijn geen locaties opgenomen waar dit beleid op van toepassing is.
30
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd – 8 augustus 2025
3 . 4 . 3
Duurzaam bouwen
De gemeente bevordert al op bescheiden schaal de duurzaamheid van de gebouwde omgeving. Zo worden in uitbreidingsplannen bij voorkeur gescheiden rioleringsstelsels aangelegd, wordt het scheiden van bouw- en sloopafval en het gescheiden afvoeren daarvan bevorderd en worden nieuw te bouwen woningen en andere gebouwen getoetst op hun energiezuinigheid. 3 . 4 . 4
Duurzaam veilig
Het Verkeers Structuur Plan 2012 (VSP) geeft aan hoe de gemeente in de toekomst met haar wegen om wil gaan. Bereikbaarheid van alle bestemmingen is een eerste vereiste. Neveneffecten zijn de gevolgen voor het milieu en de verkeersveiligheid. Voor de verkeersveiligheid is het belangrijk de wegen in te richten naar de functie van de weg: een Duurzaam Veilig wegennet. Deze functie is gericht op verkeersruimte en/of verblijfsruimte. De wegen zijn in het VSP daarom onderverdeeld in categorieën. Er wordt onderscheid gemaakt tussen stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en wegen met een verblijfsfunctie (erfontsluitingswegen). Stroomwegen zijn de auto(snel)wegen, gebiedsontsluitingswegen bijvoorbeeld de provinciale wegen in de gemeente, erftoegangswegen zijn alle overige wegen. Op deze laatste wegen zal het autoverkeer langzamer moeten rijden (30 en 60 kilometerzones). Alle straten in Feanwâlden, behalve de Rûnwei en de Suderwei, worden aangewezen als erftoegangsweg. Omdat één van de belangrijkste uitgangspunten van Duurzaam Veilig is dat het wegbeeld in overeenstemming moet zijn met het gewenste verkeersgedrag, zal de status van 30 km/uur-gebied ondersteund moeten worden met inrichtingsmaatregelen. In het VSP is een hoofdthema voor de inrichting van de erftoegangswegen het gedachtengoed van Shared Space. 3 . 4 . 5
Gemeentelijk
Rioleringsplan
De gemeente Dantumadiel heeft samen met de gemeente Dongeradeel een vGRP (verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan) opgesteld. Dit plan heeft een geldigheidsduur van 4 jaar (2014-2017). In het vGRP wordt aangegeven hoe de gemeenten de zorgplichten voor afvalwater, grondwater en hemelwater invullen en financieren. In het kader van de klimaatveranderingen en waterkwaliteit zijn de Europese Kaderichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) vastgesteld en ondertekend. Vanuit het NBW is in Fryslân het Fries Bestuursakkoord Waterketen (FBWK) ondertekend. In het FBWK is afgesproken dat gemeenten zich zullen inspannen om een meer doelmatige en duurzame waterketen in Fryslân te realiseren. De burger wordt hier nauw bij betrokken. Als
040.00.07.35.00.toe - Bestemmingsplan Feanwâlden-Súd - 8 augustus 2025
31
uitwerking van het FBKW is besloten om de samenwerking met andere gemeenten en/of Wetterskip Fryslân te intensiveren om de doelen te realiseren. Deze samenwerking is opgenomen in het vGRP 2014-2017. Voor Feanwâlden worden de volgende punten onder de aandacht gebracht: -