3. Bestemmingsplan Wâlterswâld - Foarwei 14_14-09-2023 (1)
Tekst van het document
In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor de beoogde ontwikkeling zal de gemeente met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst sluiten.
34/151
Bijlagen toelichting
35/151
36/151
Bijlage 1
37/151
Stikstofdepositie berekening en memo
- MEMO Memo
DATUM KENMERK VAN
17 juli 2023 20230708 S. Lie M. Tajqurishi
PROJECT OPDRACHTGEVER ONDERWERP
Wálterswâld - Foarwei 14 rood voor rood De heer G. Broersma Berekening stikstofdepositie
AAN CC
MEMO STIKSTOFBEREKENING WÁLTERSWÂLD - FOARWEI 14 ROOD VOOR ROOD
1. INLEIDING Momenteel is aan de Foarwei 14 te Wâlterswâld een melkveebedrijf gevestigd. De bedrijfsactiviteiten worden verplaatst naar de Hoeksterloane in Damwâld. De initiatiefnemer is voornemens om de bedrijfsbebouwing aan de Foarwei 14 te slopen. De bestaande bedrijfswoning zal in gebruik worden genomen als burgerwoning en er wordt een extra woning gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied Groote Wielen. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het plangebied bedraagt 10,9 kilometer. De andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op (nog) grotere afstand.
Figuur 1 Ligging plangebied (gemarkeerd) ten opzichte van Natura 2000-gebied
Met het rekenmodel Aerius (versie 2022.2) zijn berekeningen uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatie- en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.
2. TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: ● verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; ● vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; ● legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. ● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.
● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.
3. UITGANGSPUNTEN Sloopwerkzaamheden Gedurende de sloopfase is er sprake van inzet van materieel (zoals graafmachines en kranen) en transporten. Op dit moment is er nog geen specifieke informatie bekend met betrekking tot deze werkzaamheden. Op basis van vergelijkbare projecten en kentallen wordt uitgegaan van de inzet van machines en verkeersbewegingen. Het brandstofverbruik (l/uur) is gebaseerd op is gebaseerd op de Excel-tabel behorende bij het TNO-rapport ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste worst-case schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’, gepubliceerd op 13 december 2021. De uitkomsten op jaarbasis zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De inzet van het overige materieel is ingevoerd als vlakbron aangezien dit materieel op het hele terrein werkzaam zal zijn.
2/4
Ten behoeve van het manoeuvreren en laden en lossen van vrachtwagens is een extra lijnbron ingetekend met 100% stagnatie. In de onderstaande tabel zijn de afzonderlijke emissiebronnen voor de sloopfase weergegeven. Tabel 1 Materieel inzet sloop
Materieel
Stage Klasse
Rupskraan 25 ton Rupskraan 40 ton Terreinkraan 60 ton Schranklader Totaal Aanvoer materialen Woon-werkverkeer Vrachtwagens
Stage IV, 75-560 kW, 2019 Stage IV, 75-560 kW, 2019 Stage IV, 75-560 kW, 2019 Stage IV, 75-560 kW, 2019
Vermogen 110 230 100 80
Totaal uren 240 320 220 220 1.000
Literverbruik/uur 11 22 10 8
Totaal liter verbruik 2.640 7.040 2.200 1.760 13.640 1.200 lichte bewegingen 540 zware bewegingen
Realisatiefase Ook gedurende de realisatiefase is er sprake van inzet van materieel en transporten. Er wordt uitgegaan van het kental van 3 kg NOx per woning. In zowel het rapport “Methode inschatting depositie woningbouwprojecten” van het RIVM (d.d. 14 november 2019) als in het rapport “Handreiking woningbouw en AERIUS” van de Rijksoverheid (d.d. januari 2020) is ditzelfde kengetal vastgesteld voor de aanleg van één woning. Binnen dit kengetal valt de inzet van mobiele werktuigen en het transport van zowel de bouwmaterialen als de werknemers van en naar de bouwlocatie (bij gebruik van lichte materialen - houtskeletbouw en modulair bouwen - kan de depositie lager zijn). Er wordt alsnog worst-case uitgegaan van 150 lichte bewegingen en 25 zware bewegingen per woning. Ten behoeve van het manoeuvreren en laden en lossen van vrachtwagens is een extra lijnbron ingetekend met 100% stagnatie. De bestaande bedrijfswoning wordt in gebruik genomen als woonboerderij. Het gaat om een planologische verandering, er zullen derhalve geen werkzaamheden plaatsvinden aan deze woning. Met de ontwikkeling wordt er wel een extra woning gerealiseerd. De totale emissies voor deze woning komen op 3 kg NOx, 150 lichte bewegingen en 25 zware bewegingen. Gebruiksfase De beoogde ontwikkeling bestaat uit 2 woningen.
De woningen krijgen geen gasaansluiting, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het plan. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. Met kencijfers van CROW publicatie 381 kan voor verschillende functies de verkeersgeneratie bepaald worden. De locatie is volgens het CROW gelegen in een niet stedelijk gebied. Er wordt uitgegaan van twee vrijstaande koopwoningen. Er is feitelijk gezien echter sprake van een verkeersafname. Momenteel is de huidige verkeersgeneratie van de bedrijfsactiviteiten hoger dan de toekomstige verkeersgeneratie. Worst-case is de verkeersgeneratie van de 2 toekomstige woningen alsnog meegenomen. De verkeersgeneratie is 8,6 mvt/etmaal per woning, wat het totaal op (afgerond) 18 mvt/etmaal brengt. Verkeersafwikkeling Voor de rijroutes en rijrichtingen is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld als het conform de Instructieregels voor Aerius, zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Op basis van de navigatietool van Google Maps is een inschatting gemaakt van hoe het verkeer vanaf het plangebied wordt ontsloten. Het verkeer wordt ontsloten op de Foarwei, Broekloane en Dwarsloane.
Gezien de verwachte verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling gaat het wegverkeer hier op in het heersende verkeersbeeld.
3/4
Rekenjaar Voor de berekening is worst-case het rekenjaar 2023 gebruikt voor beide fases. Omdat beide fases voor het jaar 2023 zijn berekend, zijn beide fases in één berekening uitgevoerd.
4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit de berekeningen met AERIUS Calculator (2022.2) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.
4/4
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Rho Adviseurs -, - Walterswald Walterswald - Foarwei 14 Realisatie- en gebruiksfase 2023 Walterswald - Foarwei 14
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Ry3H2G6fMusN 17 juli 2023, 14:52 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Ry3H2G6fMusN (17 juli 2023)
2023 -
3,9 kg/j
467,3 kg/j
2/8
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 3
Ry3H2G6fMusN (17 juli 2023)
Anders... | Anders... | Realisatie Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Sloop Verkeersnetwerk
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
3,3 kg/j 0,6 kg/j
3,0 kg/j 455,1 kg/j 9,2 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Ry3H2G6fMusN (17 juli 2023)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Ry3H2G6fMusN (17 juli 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/8
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2023 1
Anders... | Anders...
Naam Realisatie Uittreedhoogte Locatie X:198119,21 Warmteinhoud Y:589734,84 Spreiding Oppervlakte 0,27 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Ontsluiting N350 X:197690,33 Y:588804,2 2.483,65 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
3,0 kg/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
Sloop X:198080,64 Y:589734,12 0,46 ha
Naam
Stageklasse
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Totaal sloop
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
13640 l/j
Draaiuren AdBlue verbruik
1000 u/j 0 l/j
8,5 kg/j 2,2 kg/j 0,6 kg/j
In file
1.350,0 p/jaar 0,0 p/jaar 565,0 p/jaar 0,0 p/jaar 18,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Ry3H2G6fMusN (17 juli 2023)
NOₓ
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
3
0,0 m 0,000 MW 0m
455,1 kg/j 3,3 kg/j Stof Emissie
NOₓ
455,1 kg/j NH₃ 3,3 kg/j
6/8
Projectberekening
4
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeer X:198079,6 Y:589729,16 93,92 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5
Verkeer sloop stagnatie X:198080,72 Y:589731,31 89,20 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeer X:198121,79 Y:589709,9 135,61 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Ry3H2G6fMusN (17 juli 2023)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
6
Max. snelheid
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Type scherm - NO₂ 76,9 g/j Hoogte - NH₃ 10,7 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
1.200,0 p/jaar 0,0 p/jaar 540,0 p/jaar 0,0 p/jaar 9,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Type scherm - NO₂ 82,3 g/j Hoogte - NH₃ 3,6 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
0,0 p/jaar 0,0 p/jaar 540,0 p/jaar 0,0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - NO₂ 27,9 g/j Hoogte - NH₃ 7,9 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
150,0 p/jaar 0,0 p/jaar 25,0 p/jaar 0,0 p/jaar 9,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/8
Projectberekening
7
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeer realisatie stagnatie X:198118,65 Y:589732,41 89,71 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 14,8 g/j Type scherm - NO₂ 3,8 g/j Hoogte - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
0,0 p/jaar 0,0 p/jaar 25,0 p/jaar 0,0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.2_20230704_bb872f8ea4 Database versie 2022.2_bb872f8ea4 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Ry3H2G6fMusN (17 juli 2023)
8/8
50/151
Bijlage 2
51/151
Ecologische QuickScan
2023 Ecologische quickscan Ontwikkeling Foarwei 14 Wâlterswâld 1
++
COLOFON BUREAU FAUNAX B.V. Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden 0683772548 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus
Ecologische quickscan Ontwikkeling Foarwei 14 Wâlterswâld Leeuwarden, juli 2023 In opdracht van: Rho Adviseurs Uitvoering: Bureau FaunaX B.V. Veldwerk en rapportage: De heer J. Groen Autorisatie: De heer E.P. de Boer
Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied
© Bureau FaunaX B.V.. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX B.V. (2023). Ontwikkeling Foarwei 14 te Wâlterswâld. Rapport 23153. Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden. Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX B.V. heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX B.V., verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Gegevens die afkomstig zijn uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.
INHOUDSOPGAVE 1.
2
INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1
Aanleiding ..................................................................................................................... 1
1.2
Doel ...............................................................................................................................2
1.3
Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2
1.4
Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3
RESULTATEN QUICKSCAN ...........................................................................................4 2.1
Flora .............................................................................................................................. 4
2.2
Vogels ........................................................................................................................... 4 Jaarrond beschermde vogelnesten .............................................................................. 4
2.3
Zoogdieren ....................................................................................................................7 Vleermuizen ..................................................................................................................7 Overige zoogdieren ...................................................................................................... 8
2.4
Reptielen....................................................................................................................... 8
2.5
Amfibieën ..................................................................................................................... 8
2.6
Vissen ........................................................................................................................... 9
2.7
Ongewervelden ............................................................................................................ 9
2.8
Gebiedsbescherming .................................................................................................... 9 Stikstofgevoeligheid .................................................................................................... 10
2.9 3
Houtopstanden ........................................................................................................... 10
SAMENVATTING EN CONCLUSIES .............................................................................. 11 3.1
Overzicht beschermde soorten ................................................................................... 11
3.2
Effectbespreking en aanbevelingen ............................................................................. 11 Algemene broedvogels ................................................................................................. 11 Jaarrond beschermde nesten (huismus) ..................................................................... 11 Jaarrond beschermde nesten (boerenzwaluw) .......................................................... 12 Vleermuizen ................................................................................................................ 12 Zorgplicht .................................................................................................................... 12 Stikstof 13
3.3 4
Overzicht vervolgstappen ........................................................................................... 14
LITERATUUR EN BRONNEN ........................................................................................15
BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Wnb Soortbescherming ......................................................................................................- 1 Vogels en verstoring .................................................................................................- 1 Vrijgestelde soorten Provincie Fryslân.....................................................................- 1 Voorwaarden vrijstellingen ..................................................................................... - 2 Zorgplicht art 1.11 Wnb............................................................................................. - 3 -
Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 3 Natura 2000-gebieden ............................................................................................. - 3 Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 3 NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur ............................................. - 4 -
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Men is voornemens om een ruimtelijke ontwikkeling door te voeren aan de Foarwei 14 te Wâlterswâld. Ruimtelijke plannen zoals deze dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische Quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming (Wnb) en de handelswijze wordt verwezen naar Bijlage I.
Figuur 1.1. Het plangebied (rood omlijnd) te Wâlterswâld.
1
1.2 Doel Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.
Komen binnen het plangebied (biotopen van) onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze beschermde natuurwaarden en -gebieden, zowel tijdens de realisatie als na afloop hiervan? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?
Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.
1.3 Onderzoeksopzet Soorten In opdracht van Rho Adviseurs heeft Bureau FaunaX B.V. het planvoornemen door middel van een ecologische Quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze Quickscan heeft bestaan uit een bureaustudie en een veldbezoek gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische Quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze Quickscan is uitgevoerd op 22 juni 2023 en vond plaats onder zonnige weersomstandigheden (24°C, windkracht 2, licht bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.
Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantingsplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Wet natuurbescherming zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent het Natuurnetwerk Nederland, ganzenfoerageergebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief.
2
1.4 Karakteristiek plangebied en planvoornemen Het plangebied bestaat uit het erf aan de Foarwei 14 te Wâlterswâld. Op dit erf staat een halskop-romp boerderij, en een tweetal stallen. In één stal (de meest westelijke) wordt jongvee gehouden terwijl de ander stal (de meest oostelijke) dient als melkveestal. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Wâlterswâld en Driezum, natuurgebied de Zwagermieden en agrarisch gebied dat wordt doorspekt door sloten. Het planvoornemen bestaat uit de sloop van de twee stallen. De hals-kop-romp boerderij blijft behouden en ten oosten hiervan worden een nieuwe woning gerealiseerd.
Figuur 1.2.: een impressie van de te slopen bebouwing in het plangebied.
3
2 RESULTATEN QUICKSCAN 2.1 Flora Tijdens het veldbezoek werden in het plangebied plantensoorten aangetroffen als smalle weegbree en gewone melkdistel. Tijdens het veldwerk zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Ook biedt het plangebied voor dergelijke soorten geen geschikt habitat. Hiervoor zijn de omstandigheden te voedselrijk. Het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten. •
De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan uitgesloten worden op basis van habitateigenschappen.
2.2 Vogels Jaarrond beschermde vogelnesten Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten en horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels en uilen. In het plangebied zijn geen bomen met (potentiële) jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Het voorkomen hiervan kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Gebouwbroeders Naast op boomnesten is het plangebied onderzocht op de (mogelijke) aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van soorten die over het algemeen in gebouwen tot broeden komen, zoals de huismus, gierzwaluw en kerkuil. De huismus maakt voor nestgelegenheid graag gebruik van ruimtes onder dakpannen. De soort kan echter ook broeden in open schuren (op balkconstructies) of langs randen of goten van golfplaten daken. Dit doet de soort vooral op locaties waar veel voedsel aanwezig is. Vanwege de eigenschappen van de stallen in het plangebied en de ligging hiervan kan het voorkomen van nestplaatsen van huismussen hier niet op voorhand worden uitgesloten. De gierzwaluw broedt vooral op locaties waar relatief hoge bebouwing dicht op elkaar staat, vooral in steden, maar in mindere mate ook in dorpen. Daarbij broedt de soort vooral onder dakpannen, maar bijvoorbeeld ook achter dakgoten en in kieren en spleten.
Op basis van de manier waarop de te slopen stallen zijn opgebouwd, met golfplaten als dakbedekking en dakgoten op geringe hoogte, evenals de ligging van het plangebied in een dunbevolkte omgeving, achten we de kans dat de soort in deze bebouwing broedt dusdanig klein dat we het niet realistisch achten om hier rekening mee te houden. Voor de kerkuil geldt dat in de bebouwing in het plangebied geen nestgelegenheid is aangetroffen. Ook zijn er geen sporen aangetroffen, zoals braakballen. Op basis hiervan kan op voorhand worden uitgesloten dat deze soort verblijft in de te slopen stallen. In de stallen in het plangebied zijn nesten van de boerenzwaluw aangetroffen. Deze bevinden zich vooral in de jongveestal, waar zich drie nesten bevinden. De nesten van deze soort vallen onder categorie 5. Dit houdt in dat alleen sprake is van jaarronde bescherming als zwaarwegende ecologische argumenten dit rechtvaardigen. Hier is bijvoorbeeld sprake van als in de omgeving weinig alternatieve nestgelegenheid aanwezig is.
4
Figuur 1.3.: In het plangebied zijn potentiële nestplaatsen van huismus aanwezig.
5
Figuur 1.4.: In het plangebied zijn nesten van de boerenzwaluw aangetroffen.
• • •
Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de huismus in het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. In de te slopen stallen zijn nesten van de boerenzwaluw aanwezig. Het voorkomen van overige jaarrond beschermde nesten in het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten.
Overige (broed)vogelsoorten Naast op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook beoordeeld op waarden voor broedvogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. De nesten van deze soorten zijn uitsluitend beschermd tijdens het broedproces. Het plangebied en de directe omgeving hiervan biedt kansen voor diverse soorten broedvogels. Zo kunnen spreeuwen tot broeden komen in de daken van de te slopen stallen. •
6
Binnen en vlak buiten het plangebied (maar binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden) kunnen andere vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces (grofweg 15 maart - 15 juli).
2.3 Zoogdieren Vleermuizen Verblijfplaatsen Vleermuizen verblijven in Nederland over het algemeen in bomen, in gebouwen of in andere kunstmatige bouwwerken. In bomen verblijven vleermuizen vaak in oude spechtengaten of gaten die binnenin een boom zijn doorgerot als het gevolg van bijvoorbeeld het afbreken van takken. Het plangebied is tijdens het veldwerk gecontroleerd op de aanwezigheid van bomen met boomholtes. Deze zijn niet aangetroffen. Op basis hiervan kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen op voorhand worden uitgesloten. Verblijfplaatsen van vleermuizen in kunstmatige bouwwerken bestaan doorgaans uit ruimten onder (gegolfde) dakpannen en/of dakplaten, of in een eventuele spouwmuur wanneer deze bijvoorbeeld via de daklaag of door stootvoegen toegankelijk is voor vleermuizen. Ook kunnen vleermuizen bijvoorbeeld achter gevelbetimmering verblijven. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in bebouwing in het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Dit omdat aan de binnenkant van de melkveestal sprake is van betimmering waarachter vleermuizen kunnen verblijven. Deze ruimtes zijn via verschillende invliegopeningen voor vleermuizen bereikbaar.
Figuur 1.5.: In het plangebied zijn potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig.
Foerageergebieden en vliegroutes Ook foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd, indien deze van essentieel belang zijn voor de instandhouding van een populatie vleermuizen in de omgeving. Als vliegroutes worden doorgaans lijnvormige landschapselementen gebruikt, zoals bomenlanen, houtwallen, watergangen en gebouwenrijen. 7
Het plangebied heeft niet de eigenschappen van een essentiële foerageergebied. Hoogstens is het onderdeel van een foerageergebied. In de omgeving zijn echter veel en betere alternatieven aanwezig in de vorm van bijvoorbeeld houtwallen. Van essentieel foerageergebied is geen sprake. Ook van een essentiële vliegroute is geen sprake. Het planvoornemen heeft niet tot gevolg dat een vliegroute wordt doorbroken. Negatieve effecten op essentiële vliegroutes kunnen op voorhand worden uitgesloten. • • •
De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in bebouwing binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten op een essentieel foerageergebied, dan wel een essentiële vliegroute als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten.
Overige zoogdieren Het plangebied is tevens gecontroleerd op de aanwezigheid van (geschikt habitat van) overige beschermde soorten zoogdieren. Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van damhert, otter, waterspitsmuis en eekhoorn. Omdat het planvoornemen betrekking heeft op de sloop van twee stallen, kunnen negatieve effecten op deze soorten op voorhand worden uitgesloten. De stallen bieden geen geschikt habitat aan deze soorten. Binnen het plangebied kunnen wel andere soorten voorkomen die in de Provincie Fryslân zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen, zoals de steenmarter. Hoewel deze soorten zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen, dient men zich wel te houden aan de zorgplicht (zie bijlage I). • •
De aanwezigheid van primair leefgebied en verblijfplaatsen van overige beschermde zoogdiersoorten kan op voorhand worden uitgesloten. In het plangebied komen wellicht andere, al dan niet vrijgestelde soorten voor. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen, maar geldt wel de zorgplicht (zie Bijlage I).
2.4 Reptielen Het plangebied is tevens gecontroleerd op waarden voor beschermde reptielen. Uit de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde reptielen bekend (bron: NDFF). Ook biedt het plangebied geen geschikt habitat voor deze soorten. Negatieve effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. •
Negatieve effecten op beschermde reptielen kunnen op voorhand worden uitgesloten.
2.5 Amfibieën Het plangebied is gecontroleerd op waarden voor beschermde amfibieën. Uit de omgeving van Wouterswoude zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend. De dichtstbijzijnde waarnemingen (heikikker) zijn gedaan in de Zwagermieden (bron: NDFF).
8
Daarnaast bied het plangebied geen geschikt habitat voor dergelijke soorten. Hier is geen potentieel voortplantingswater aanwezig en het plangebied heeft niet de eigenschappen van geschikt landhabitat. Negatieve effecten op beschermde amfibieën kunnen op voorhand worden uitgesloten. Binnen het plangebied kunnen wel andere, lichter beschermde amfibieën voorkomen, zoals de bruine kikker. Hoewel deze soorten zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen, dient men zich wel te houden aan de zorgplicht (zie bijlage I). • •
Negatieve effecten op beschermde amfibieën kunnen op voorhand worden uitgesloten. Voor andere, licht beschermde, vrijgestelde soorten geldt de zorgplicht (zie Bijlage I).
2.6 Vissen Het plangebied is gecontroleerd op waarden voor de in Nederland voorkomende groep beschermde zoetwatervissen. Net als in het geval van amfibieën is de dichtstbijzijnde waarneming van een beschermde vis, de grote modderkruiper, gedaan in de Zwagermieden. In het plangebied zijn geen waterlichamen aanwezig die geschikt habitat bieden aan deze soort. Omdat het planvoornemen tevens geen betrekking heeft op waterlichamen kunnen negatieve effecten op vissen op voorhand worden uitgesloten. •
Negatieve effecten op beschermde vissen kunnen op voorhand worden uitgesloten.
2.7 Ongewervelden De meeste onder de Wnb beschermde soorten ongewervelden, zoals specifieke soorten dagvlinders, libellen, mollusken of (water)kevers hebben zeer specifieke habitateisen die in specifieke biotopen worden aangetroffen. Negatieve effecten op beschermde ongewervelden als gevolg van het planvoornemen kunnen op voorhand worden uitgesloten op basis van habitateigenschappen en/of verspreidingsgegevens. Zo is in het plangebied geen geschikt habitat voor waardplanten van beschermde vlinders aanwezig en zijn er geen waterlichamen aanwezig waarin bijvoorbeeld beschermde libellen zich voort kunnen planten. •
Negatieve effecten op leefgebied van beschermde ongewervelden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten.
2.8 Gebiedsbescherming Tijdens de bureaustudie is geen enkele vorm van gebiedsbescherming naar voren gekomen die betrekking heeft op het plangebied (bron: Kaartenkijkdoos provincie Fryslân). Het plangebied is niet aangewezen als ganzenfoerageergebied of weidevogelkansgebied. Ook is het plangebied geen onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS). Het plangebied is tevens geen onderdeel van een Natura2000-gebied. •
Er zijn geen vormen van gebiedsbescherming die gevolgen hebben voor de voortgang van het traject.
9
Stikstofgevoeligheid Het plangebied ligt op ongeveer negen kilometer afstand van Natura2000-gebied het Lauwersmeer. We adviseren te achterhalen of in het kader van het planvoornemen een AERIUS berekening dient te worden uitgevoerd. Hierover kan in contact worden getreden met het team Groene regelgeving van de Provincie Fryslân. •
We adviseren na te gaan of een AERIUS berekening dient te worden uitgevoerd.
2.9 Houtopstanden Als er een (deel van een) houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een (deel van een) bomenrij van minimaal twintig bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. De gemeente bepaalt de begrenzing van de bebouwde kom boswet. Er worden geen grote aantallen bomen gekapt. Van een meld- en/of herplantingsplicht is geen sprake. •
10
Er is geen sprake van een meld- en/of herplantingsplicht.
3 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 3.1 Overzicht beschermde soorten In onderstaand overzicht worden de aangetroffen en potentieel aanwezige beschermde soorten en hun beschermingsstatus binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden samengevat. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfsplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die vaste verblijfplaatsen in stand houdt. In dit overzicht zijn alleen die soorten opgenomen, waarvoor het plangebied onderdeel vormt van hun leefgebied en/of levenscyclus en waarop eventueel in de toekomst geplande werkzaamheden van negatieve invloed kunnen zijn. Tabel 3.1 Overzicht van aangetroffen en potentieel voorkomende beschermde flora en fauna in en rond het plangebied. Soortgroep
Soort
Aanwezigheid
Art. 3.1
Art. 3.5
Art. 3.10
Vrijgesteld
Vogels
Algemene broedvogels
Mogelijk
X
Werken buiten broedseizoen of op basis van een broedvogelcheck.
Vogels
Huismus
Mogelijk
X
Nader onderzoek
Vogels
Boerenzwaluw
Ja
X
Omgevingscheck
Zoogdieren
Vleermuizen
Mogelijk
Overige soortgroepen
Overige soorten
Ja
X
Advies
Nader onderzoek X
Zorgplicht.
Ga na of een AERIUS berekening dient te worden uitgevoerd.
Stikstof
3.2 Effectbespreking en aanbevelingen Algemene broedvogels Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces. We adviseren om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart-15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Wat voor deze soorten van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd. Indien tijdens het broedseizoen wordt gewerkt, adviseren we dit op basis van een broedvogelcheck te doen.
Jaarrond beschermde nesten (huismus) De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen in de te slopen bebouwing in het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Gezien de aard van de werkzaamheden kunnen negatieve effecten op nesten niet worden uitgesloten. We adviseren om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit dient uitgevoerd te worden aan de hand van een tweetal gerichte veldbezoeken in de periode 1 april – 15 mei, wanneer de trefkans het hoogst is. Indien er jaarrond beschermde nesten van huismussen worden aangetroffen, dient voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd aan de Wet natuurbescherming bij het
11
bevoegd gezag, de provincie Fryslân. Deze ontheffing wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd.
Jaarrond beschermde nesten (boerenzwaluw) In het plangebied bevinden zich nesten van de boerenzwaluw. We adviseren om een omgevingscheck uit te laten voeren zodat kan worden beredeneert of hier sprake is van zwaarwegende ecologische redenen die jaarronde bescherming van de nesten rechtvaardigen. Deze check kan worden uitgevoerd in de voortplantingsperiode van de boerenzwaluw. Deze loopt van mei-augustus, afhankelijk van het feit of er sprake is van tweede en misschien zelfs derde legsels. Indien sprake is van jaarronde bescherming, dient voor de desbetreffende soort(en) een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân. Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd.
Vleermuizen De aanwezigheid van zomer- en paarverblijfplaatsen van relatief algemene gebouw bewonende vleermuissoorten als de ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en laatvlieger in de bebouwing binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Een kraamverblijfplaats lijkt onwaarschijnlijk, evenals een winterverblijfplaats. Dit laatste vanwege de geringe buffering die in de stallen aanwezig is. Gezien de aard van de werkzaamheden kunnen negatieve effecten op verblijfplaatsen niet worden uitgesloten. We adviseren de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen vast te stellen, dan wel uit te sluiten doormiddel van nader onderzoek. Binnen dit onderzoek worden diverse bezoeken aan het plangebied gebracht, verdeeld over verschillende perioden van het jaar. Het aantal bezoeken en de perioden waarin deze worden uitgevoerd wordt bepaald aan de hand van het meest recente vleermuisprotocol (Vleermuisprotocol 2021). Indien er tijdens dit nader onderzoek verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetroffen, dient voor de desbetreffende soort(en) een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân. Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd.
Zorgplicht Er kunnen soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen (bijvoorbeeld de steenmarter). De zorgplicht van de Wnb (art. 1.11) schrijft echter voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld tot uiting worden gebracht door altijd zo te werken, dat dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop in de directe omgeving. Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland. Mits eventueel aangetroffen dieren de kans krijgen om te vluchten of eventueel aangetroffen dieren (bijvoorbeeld amfibieën) worden verplaatst naar een plek in de omgeving die niet onder invloed staat van werkzaamheden, wordt naar ons inzien voldaan aan de zorgplicht. Voor de voorwaarden waaraan de vrijstellingen moeten voldoen in het kader van de soorten waarvoor een vrijstelling geldt, wordt verwezen naar Bijlage I.
12
Stikstof Het plangebied ligt op negen kilometer afstand van Natura2000-gebied het Lauwersmeer. We adviseren te achterhalen of in het kader van het planvoornemen een AERIUS berekening dient te worden uitgevoerd. Hierover kan eventueel in contact worden getreden met het Team Groene Regelgeving van de Provincie Fryslân.
13
3.3 Overzicht vervolgstappen Het planvoornemen kan zonder bezwaren doorgang vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: • • • • • •
14
Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli) of op basis van een broedvogelcheck. Jaarrond beschermde nesten (huismus): Nader onderzoek. Jaarrond beschermde nesten (boerenzwaluw): Omgevingscheck. Vleermuizen (verblijfplaatsen): Nader onderzoek. Zorgplicht: Naleven van de zorgplicht. Stikstof: Ga na of een AERIUS berekening dient te worden uitgevoerd.
4 LITERATUUR EN BRONNEN Bronnen internet AERIUS calculator https://calculator.aerius.nl/wnb/ NDFF https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/ Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân https://www.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=14fdb7eae5844c479140f89c88abdd d3 Ravon http://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Sovon https://www.sovon.nl/nl Verspreidingsatlas planten FLORON http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Waarneming.nl https://waarneming.nl Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl Kennisdocument Buizerd. BIJ12-2017-002-Kennisdocument-Buizerd-1.0.pdf
15
BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.
Wnb Soortbescherming De Wet natuurbescherming draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art.3.10). Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.
Vogels en verstoring Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring. In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).
Vrijgestelde soorten Provincie Fryslân Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de Provincie Fryslân vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). De verordening van de Provinciale Staten van Fryslân is te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-6515.html.
-1-
Tabel 1. Vrijgestelde soorten Verordening Wet natuurbescherming Provincie Fryslân.
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat
Amfibieën Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker
Voorwaarden vrijstellingen Zoals gezegd zijn de vrijstellingen onder het bevoegd gezag van de Provincie Fryslân, en zijn hiermee geen onderdeel van de Wet natuurbescherming zelf. De provincie heeft de soorten zoals die genoemd zijn in bovenstaande tabel niet zonder meer vrijgesteld, hier zijn voorwaarden aan verbonden. Ten eerste is het van belang dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Ten tweede gelden de vrijstellingen niet in alle situaties. Deze zijn alleen van toepassing als de geplande werkzaamheden onder één van de volgende noemers vallen: a. In het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. In het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. In het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. In het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Ten derde is een aantal specifieke voorwaarden opgesteld (Bijlage I van de Verordening). Hierbij geldt dat indien sprake is van vangen of doden, alleen gebruik mag worden gemaakt van de in de verordening genoemde middelen en methoden.
Dit is vooral van toepassing bij de vrijgestelde zoogdieren. Indien deze in winterslaap zijn en ze worden gevangen, dan moet alles er aan gedaan worden om ervoor te zorgen dat de overlevingskansen niet worden verminderd als gevolg van het vangen en verplaatsen. Voor amfibieën is het belangrijk te vernemen dat indien deze in winterslaap zijn, het niet is toegestaan ze te vangen (en verplaatsen). Indien bovengenoemde soorten voorkomen binnen een plangebied, is een ontheffing voor deze soort dus niet nodig.
-2-
Zorgplicht art 1.11 Wnb Echter, dit is niet nodig omdat nog steeds een inspanning wordt geleverd om deze soorten zo min mogelijk schade te doen, zoals is omschreven in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, meer algemeen bekend als de zorgplicht. Hoewel overtredingen niet strafbaar zijn gesteld, kan het uitvoeren van de zorgplicht wel worden gehandhaafd door toepassing van een bestuursdwang. Dat betekent dat de uitvoerende gedwongen kan worden herstelacties uit te voeren.
Wnb Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en Natura 2000-gebieden.
Natura 2000-gebieden Projecten of activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor, of verband houden met, het beheer van de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) en mogelijk negatieve effecten hebben op deze waarden, dienen vanuit de Wet natuurbescherming getoetst te worden. Deze toetsing vindt enkel plaats in het geval de uitvoering van een project plaatsvindt binnen de invloedssfeer van een N2000-gebied en verwacht wordt dat deze uitvoering (mogelijk) negatieve effecten heeft op soorten of habitattypen waarvoor het N2000-gebied is aangewezen.
Wnb Houtopstanden De Boswet is in 2015 gewijzigd en per 1 januari 2017 opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming. Die wet zal op den duur weer (beleidsneutraal) in de Omgevingswet opgenomen worden. De, voor gemeenten, belangrijkste wijziging van de wet is de beperking in het stellen van regels ten aanzien van houtopstanden buiten de begrenzing zoals aangegeven op de kaart Begrenzing Bebouwde kom Boswet. Dit heeft effect op o.a. gemeentelijk kapbeleid. De provincie heeft, als bevoegd gezag, een provinciale verordening opgesteld voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming. Dat is in overleg met de Friese gemeenten gedaan. De APV, afd. 3 Het bewaren van houtopstanden, oftewel de kapverordening, vormt de basis voor het nader uitgewerkte kapbeleid. Tevens zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van de Bomenlijst. De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt dus onder de Wnb, mochten deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert soms voor ‘buiten de bebouwde kom’ een andere begrenzing dan voor de Weg- en verkeerswet. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente informatie worden aangevraagd.
Als de houtopstand groter dan 10 are is of bestaat uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom, dan is er een meld- en herplantingsplicht van hetzelfde areaal bos binnen drie jaar na het kappen hiervan. Niet alle boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd.
-3-
NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur Strikt genomen valt de EHS/NNN niet onder de Wet natuurbescherming aangezien dit bepaald wordt door de provincies en niet door het Rijk. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) maakt onderdeel uit van het rijksbeleid voor het creëren en vormgeven van een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De provincies krijgen echter zelf de gelegenheid om dit naar eigen inzicht zo goed mogelijk aan te wijzen, inrichten en beheren. Indien een ruimtelijke ingreep binnen de begrenzing van het NNN plaatsvindt moet een 'nee, tenzij' procedure worden doorlopen en zal bij doorgang van de ingreep in de regel compensatie en mitigatie noodzakelijk zijn.
-4-
76/151
Bijlage 3
77/151
Bodemonderzoek
Verkennend bodemonderzoek aan de Foarwei in Wâlterswâld (nieuwbouw woning)
Rapportnummer: Status: Datum:
230439/JvdM Definitief, versie 1 29 juni 2023
Opdrachtgever:
Rho Adviseurs Druifstreek 72-C 8911 LH LEEUWARDEN
Realisatie:
WMR Rinsumageest bv Van Aylvawei 40 9105 KT RINSUMAGEAST T 0511 - 425050 I www.wmr.nl E milieu@wmr.nl
COLOFON Project: Opdrachtgever: Rapportnummer: Auteur: Projectleider: Handtekening:
Verkennend bodemonderzoek Foarwei, Wâlterswâld Rho Adviseurs 230439/JvdM J.J. van der Mei D.T. van der Mei
Datum:
29 juni 2023
Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. De activiteiten van WMR Rinsumageest bv zijn gewaarborgd middels de volgende certificaten: NEN-EN-ISO 9001 Kwaliteitsmanagementsystemen VCA**: Veiligheids Checklijst Aannemers SC-530: SCA Procescertificaat Asbestverwijdering SVMS-007: Procescertificaat Slopen BRL SIKB 1000: Procescertificaat Monsterneming voor partijkeuringen BRL SIKB 2000: Procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 6000: Procescertificaat Milieukundige begeleiding van bodemsaneringen BRL SIKB 7000: Procescertificaat Uitvoering Bodemsaneringen en lidmaatschap van:
Vereniging Van Milieu Adviesbureaus Bouwend Nederland
BRL SIKB 2000
Rapportnummer : 230439/JvdM
Blad : III
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ..................................................................................................................................................................1 1.1 Algemeen ....................................................................................................................................................1 1.2 Aanleiding en doelstelling van het onderzoek............................................................................................1 1.3 Kwaliteitswaarborg .....................................................................................................................................1 1.4 Opbouw van het rapport ............................................................................................................................ 1
2
VOORONDERZOEK .....................................................................................................................................................2 2.1 Algemeen ....................................................................................................................................................2 2.2 Algemene locatiegegevens .........................................................................................................................2 2.3 Geraadpleegde bronnen.............................................................................................................................2 2.4 Actuele situatie en historische situatie ......................................................................................................2 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie onderzoekslocatie ................................................................................3 2.6 Voorgaande bodemonderzoeken ...............................................................................................................3 2.7 Conclusie vooronderzoek ........................................................................................................................... 3 2.8 Opstelling onderzoekshypothese ...............................................................................................................3