CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bestemmingsplan Wâlterswâld - Foarwei 14_14-09-2023 (1)

Raadsvergadering (Dantumadiel) 8 juli 2024, gemeente DantumadielBij agendapunt: RV Bestemmingsplan Wâlterswâld - Foarwei 1421.828 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Wâlterswâld - Foarwei 14 Dantumadeel

DATUM IMRO IDN

14-09-2023 NL.IMRO.0065.20230708-VO01

PROJECT PROJECTLEIDER

Wâlterswâld- Foarwei 14 Geke van Halteren

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

H. Kaspers 20230708

AUTEUR STATUS

Karina Tjepkema/ Denise Brugma voorontwerp

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

11

Planbeschrijving

12

2.1

De bestaande situatie

12

2.2

Voorgenomen situatie

13

2.3

Ruimtelijke inpassing

14

Hoofdstuk 3

Beleidskader

16

3.1

Rijksbeleid

16

3.2

Provinciaal beleid

17

3.3

Gemeentelijk beleid

19

Milieu- en omgevingsaspecten

22

4.1

Algemeen

22

4.2

Bedrijven en milieuzonering

22

4.3

Ecologie

23

4.4

Bodem

25

4.5

Geluid

25

4.6

Water

26

4.7

Luchtkwaliteit

27

4.8

Archeologie

29

4.9

Cultuurhistorie

30

4.10

Externe veiligheid

31

4.11

Kabels en leidingen

31

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

32

5.1

Het juridisch systeem

32

5.2

Toelichting op de bestemmingen

32

Uitvoerbaarheid

34

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 6

3/151

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

34

6.2

Economische uitvoerbaarheid

34

Bijlagen toelichting

35

Bijlage 1

Stikstofdepositie berekening en memo

37

Bijlage 2

Ecologische QuickScan

51

Bijlage 3

Bodemonderzoek

77

Bijlage 4

Watertoets

117

Regels Hoofdstuk 1

122 Inleidende regels

123

Artikel 1

Begrippen

123

Artikel 2

Wijze van meten

127

Bestemmingsregels

128

Artikel 3

Agrarisch

128

Artikel 4

Tuin

130

Artikel 5

Wonen

131

Artikel 6

Waarde - Archeologie

135

Hoofdstuk 3

Algemene regels

136

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

136

Artikel 8

Algemene bouwregels

137

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

138

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

139

Artikel 11

Overige regels

140

Overgangs- en slotregels

141

Artikel 12

Overgangsrecht

141

Artikel 13

Slotregel

142

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Bijlagen regels Bijlage 1 Verbeelding

4/151

143 Lijst aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven

145 149

5/151

Toelichting

6/151

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Foarwei 14 in Wâlterswâld is een melkveebedrijf gevestigd. De bedrijfsactiviteiten worden verplaatst naar de Hoeksterloane in Damwâld. De bedrijfswoning, een kop-hals-rompboerderij aan de Foarwei 14, zal als woonboerderij in gebruik worden genomen en de bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt. Initiatiefnemer maakt gebruik van de ruimte-voor-ruimte regeling. Op basis van deze regeling zal ten oosten van de woonboerderij een reguliere woning worden gerealiseerd. De gemeente Dantumadiel heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan de plannen. De gemeente heeft hierbij verschillende voorwaarden meegegeven. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is één van de voorwaarden dat een nieuw bestemmingsplan moet worden opgesteld. Daarbij hoort een onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening. Het voorliggende plan voorziet hierin. Bovendien gaat het plan ook in op de andere voorwaarden die de gemeente heeft gesteld.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen ten oosten van de kern Wâlterswâld aan de Foarwei, een verbindingsweg tussen Wâlterwâld en Driezum. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

7/151

Figuur 1.1

1.3

Ligging van het plangebied (Bron: pdok viewer)

Planologische regeling

Het plangebied is momenteel geregeld in het bestemmingsplan Wâlterwâld-Súd dat is vastgesteld op 2 juli 2013 door de gemeente Dantumadiel. Een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2.

8/151

Figuur 1.2

Uitsnede geldende bestemmingsplan Wâlterwâld-Súd (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

In het geldende bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Agrarisch'. Deze gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, al dan niet met nevenactiviteiten. Verder zijn de gronden bestemd voor agrarische cultuurgrond, fiets- en voetpaden, bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep en/of bedrijf, en voor ondergeschikte bebouwing bij bedrijfswoningen. De gronden zijn ook bestemd voor de daarbij behorende groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, erven en terreinen, waterlopen en waterpartijen, wegen, paden en bouwwerken die geen gebouw zijn. De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Daarom moet de agrarische bestemming worden gewijzigd in een woonbestemming.

9/151

1.3.1 Voorwaarden bestemmingsplan Op 17 mei 2023 heeft de gemeente Dantumadiel middels een principebesluit laten weten in principe medewerking te willen verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling aan de Foarwei 14 in Wâlterswâld. Het besluit is gekoppeld aan de volgende voorwaarden: 1. Er dient een bestemmingsplanprocedure doorlopen te worden. Hierbij zal onder andere een anterieure overeenkomst worden gesloten met de ontwikkelende partij; Voor de voorgenomen ontwikkeling aan de Foarwei 14 in Wâlterswâld wordt op dit moment een bestemmingsplanprocedure voorbereid. Zoals genoemd in paragraaf 6.2 wordt er met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. 2. Alle bijbehorende gebouwen, bouwwerken en erfverharding van het agrarische bedrijf dienen te worden verwijderd. De waardevolle kop-hals-rompboerderij dient nadrukkelijk te worden behouden; Om de kop-hals- rompboerderij een volwaardige woonbestemming te kunnen geven worden de bestaande gebouwen, bouwwerken en verharding behorend bij het voormalige agrarische bedrijf verwijderd. Dit zal worden gedaan voordat de woning in gebruik wordt genomen. 3.

In de plantoelichting dient te worden onderbouwd dat de ruimtelijke kwaliteit op en rond het perceel aanzienlijk zal verbeteren en dat geen beperkingen ontstaan voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de omgeving; Door middel van een ruimtelijke inpassingsparagraaf (2.3) wordt de bestaande ruimtelijke kwaliteit omschreven. Daarnaast wordt ingegaan op hoe de ruimtelijke kwaliteit van het perceel en de omgeving verbetert door de voorgenomen ontwikkeling. In paragraaf 4.2 over milieuzonering is gemotiveerd dat er geen onaanvaardbare situatie ontstaan voor omliggende agrarische bedrijven. De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor de omgeving. 4. Dat de oppervlakte van de nieuwe (compensatie)woning inclusief bijgebouwen niet meer bedraagt dan 300 m 2. Bovenstaande voorwaarden zijn opgenomen in de bouwregels van dit nieuwe bestemmingsplan. 5. De te realiseren woning wordt stedenbouwkundig en landschappelijk zorgvuldig ingepast; In paragraaf 2.3 wordt de ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een goede en zorgvuldige stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing geborgd. 6. Dat aangetoond dient te worden dat voor de nieuwe woonlocatie voldaan kan worden aan de eisen van de Wet geluidhinder.

10/151

In paragraaf 4.5 worden de uitgangspunten voor de Wet geluidhinder uitgelicht en blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan. Tenslotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

11/151

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Dit bestemmingsplan is opgesteld om de beoogde ontwikkeling (het initiatief) mogelijk te kunnen maken. In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. De ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in de omgeving. Daarom is in dit hoofdstuk ook een beschrijving van de huidige situatie opgenomen.

2.1

De bestaande situatie

Aan de Foarwei 14 in Wâlterswâld is een kop-hals-rompboerderij gesitueerd met agrarische bedrijfsbebouwing ten behoeve van een melkveebedrijf. Het bedrijf maakt deel uit van de lintbebouwing van de Foarwei tussen Wâlterswâld en Driezum. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven.

Figuur 2.1

Luchtfoto plangebied (Bron: pdok viewer)

De bedrijfsactiviteiten van het melkveebedrijf zijn verplaatst naar de Hoeksterloane 34 in Damwâld. De bouwkundige staat van de bedrijfsgebouwen aan de Foarwei 14 is dermate slecht dat een nieuwe agrarische

12/151

invulling niet wenselijk is.

2.2

Voorgenomen situatie

Het voornemen is om de kop-hals-rompboerderij in gebruik te nemen als woonboerderij. De kop-hals-rompboerderij is in figuur 2.2 afgebeeld. De woonboerderij is gelegen op het kadastraal perceel N320. Zie figuur 2.3. De bedrijfsgebouwen op dit perceel zullen worden afgebroken, omdat deze niet meer worden gebruikt voor de agrarische onderneming en omdat de sloop van alle bijbehorende gebouwen, bouwwerken en erfverharding van het agrarische bedrijf één van de voorwaarden is waaronder de gemeente meewerkt aan het voornemen. De werktuigenberging, een gedeelte van het westelijk gelegen bedrijfsgebouw, wordt niet gesloopt. Deze zal als garage in gebruik worden genomen.

Figuur 2.1 Kop-hals-rompboerderij Foarwei 14 Wâlterswâld

Figuur 2.3

Kadastrale percelen

Op perceel 667 zal een nieuwe woning worden gerealiseerd ter compensatie van de sloop van de bedrijfsgebouwen (ruimte-voor-ruimte regeling). Deze nieuwe woning zal deel gaan uitmaken van het bebouwingslint van de Foarwei. Perceel 668 zal als nieuwe ontsluiting fungeren voor de achterliggende

13/151

agrarische percelen. 2.2.1 Verkeer en parkeren Verkeersstructuur De verkeersstructuur wordt voor de woonboerderij en de nieuw te bouwen woning niet gewijzigd. Beide woningen worden ontsloten op de Foarwei. Door het staken van de bedrijfsactiviteiten aan de Foarwei 14 zullen er geen verkeersbewegingen meer zijn van landbouwverkeer en bestemmingsverkeer voor het bedrijf. Voor de bereikbaarheid van de agrarische percelen die achter de woonboerderij en de nieuw te bouwen woning liggen, kan het landbouwverkeer gebruik maken van het agrarisch perceel ten oosten van de nieuw te bouwen woning. Parkeren Het uitgangspunt is dat het parkeren op eigen terrein moet worden geregeld. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden om het parkeren op de erven van de woningen op te lossen.

2.3

Ruimtelijke inpassing

Wâlterswâld is onderdeel van de streekbebouwing in de gemeente Dantumadiel, die zich uitstrekt van Rinsumageast tot Driezum. Vanuit de streekdorpen werd het omliggende gebied in een opstrekkende verkaveling ontgonnen. Deze opstrekkende kavels zijn van oorsprong begrensd door houtwallen en elzensingels die nog vrijwel overal in het gebied terug zijn te vinden. Hierdoor overheerst deze opstrekkende verkaveling nu nog in het landschap. De oudere bebouwing, uit begin 20ste eeuw, is uitsluitend gesitueerd aan de Foarwei. Aan deze oudere panden is door de jaren heen nieuwe bebouwing toegevoegd. De bebouwing aan de Tsjerkeloane en de Broekloane, de belangrijkste as dwars op de Foarwei, is van latere datum en bestaat uit vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen. Een belangrijk uitgangspunt is dat er met het planvoornemen een verbetering van de omgevingskwaliteit wordt bereikt. De ruimtelijke kwaliteit van de gronden aan en rond de Foarwei 14 wordt verbeterd door het slopen van de bestaande bedrijfspanden op het perceel. Door meer openheid te creëren wordt de kenmerkende verkavelingsstructuur van de omgeving duidelijker zichtbaar. Ook worden de zichtlijnen naar het landelijk gebied versterkt. De nieuw te realiseren woning wordt stedenbouwkundig ingepast. De omgeving van het plangebied bestaat uit vrijstaande woningen met één bouwlaag met kap.

Qua dakvorm en materiaal van de nieuwe woning wordt aangesloten bij de omliggende bebouwing. In het huidige bestemmingsplan geldt voor woningen een maximale goothoogte van 3,5 meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter. De nieuwe vrijstaande woning aan de oostkant van de Foarwei 14 wordt ingepast binnen bovenstaande uitgangspunten. De toegestane bouw- en goothoogte van het geldende bestemmingsplan wordt aangehouden. De ontwikkeling is volledig perceelsgebonden en wordt ingepast in de bestaande verkaveling in het gebied. De nieuwe woning draagt daarmee bij aan de ruimtelijke kwaliteit. De voorgenomen woningen sluiten functioneel goed aan op de directe omgeving. Het complete planvoornemen is zorgvuldig landschappelijk ingepast in de bestaande landschappelijke structuren. De omgeving van het plangebied wordt omringd door de lintbebouwing van de Foarwei en daarnaast door agrarisch gebied, sloten, bomenrijen en bosschages. Zoals voorgenomen krijgt het plangebied door het

14/151

verwijderen van de bedrijfsgebouwen meer open elementen. Dit is passend bij het landelijk gebied en de overgangspositie tussen de lintbebouwing en het omringende landelijk gebied. Door de positionering van de woningen wordt de bestaande lintbebouwing versterkt. De zichtlijnen blijven hierbij bestaan en de openheid van het landschap wordt niet beïnvloed. Er wordt hiermee voldoende rekening gehouden met de landschappelijke waarden van het gebied. Door middel van bovenstaande uitgangspunten is sprake van een goede ruimtelijke inpassing.

15/151

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het is de bedoeling er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 7. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 8. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 9. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 10. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. De regio waarvan de gemeente Noardeast-Fryslân deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Ladder voor Duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. In de

16/151

Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Voor wonen geldt op basis van jurisprudentie dat een ontwikkeling vanaf 12 woningen wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking In het plangebied zal 1 woning buiten stedelijk gebied worden gerealiseerd. Gezien het feit dat er minder dan 11 woningen worden gerealiseerd is er qua omvang geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling vindt wel buiten bestaand stedelijk gebied plaats. Hierover heeft reeds afstemming met de gemeente plaatsgevonden. Door aansluiting te zoeken op het bestaande bebouwing aan de Foarwei wordt het landelijke karakter van het buitengebied niet aangetast. Bovendien heeft de gemeente aangegeven medewerking te willen verlenen aan deze ontwikkeling. In paragraaf 3.3 wordt zowel het woonbeleid als de visie beschreven.

Conclusie rijksbeleid De ontwikkeling in Wâlterswâld is niet in strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030-2050 is uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met 9 principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud. Als uitgangspunt geldt dat veranderingen niet tegen moeten worden gehouden, maar dat ambities worden gerealiseerd door gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. De planontwikkeling past binnen het principe van omgevingskwaliteit als ontwerpbasis. De locatiebepaling van de woning is gebaseerd op de elementen in en de situatie en kwaliteit van de omgeving. Het gaat hier om een inpassing binnen het bestaande bebouwingslint, waarbij de materiaal en bebouwingsmogelijkheden aansluiten op de omliggende woningen. Daarnaast worden zichtlijnen vanaf de Foarwei naar het landelijk gebied behouden. Bovendien wordt verouderde agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt, waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert.

Het principe van omgevingskwaliteit past binnen de kwaliteiten die de provincie Fryslân wil behouden en bevorderen. Verordening Romte 2014 Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld, deze is daarna een aantal keren partieel herzien. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen.

17/151

De volgende artikelen zijn van toepassing op de beoogde ontwikkeling in Wâlterswâld: Artikel 1.3.1 In dit artikel is aangegeven dat een nieuwe stedelijke functie in of aansluitend op een bestaand bebouwingslint kan worden gerealiseerd indien de nieuwe functie leidt tot een landschappelijk aanvaardbare afronding of verdichting van een bebouwingslint of bebouwingscluster en geen afbreuk doet aan de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Wâlterswâld is oorspronkelijk ontstaan langs twee veenontginningsassen, de Foarwei en de Achterwei. Deze zijn de basis van de kenmerkende wegenstructuur in het zandgebied; een centrale weg als occupatie-as door het streekdorp en een aantal dwarswegen evenwijdig aan de opstrekkende verkaveling naar de lager gelegen gebieden. Deze kenmerkende wegenstructuur is onderdeel van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten van de Foarwei. Naast de wegenstructuur van de Foarwei is er lintbebouwing ontstaan met woningen en enkele agrarische bedrijven. Daarnaast staat aan de Foarwei 55 een rijksmonument. Het betreft een klein voormalig agrarisch bedrijf dat haaks op de Foarwei gesitueerd is. Naast het rijksmonument zijn de panden aan de Foarwei 16 en Foarwei 71 als karakteristiek te kwalificeren. Ook wordt er waarde gehecht aan de kop-hals-rompboerderij aan de Foarwei 14.

De nieuw te bouwen woning wordt gebouwd in het bebouwingslint van de Foarwei, waardoor het bebouwingslint wordt verdicht. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten van de Foarwei in Wâlterswâld. De ontwikkeling wordt ingepast binnen de kenmerkende wegenstructuur, bestaande lintbebouwing en rijksmonumenten en karakteristieke panden. Artikel 1.6.1 In dit artikel is aangegeven dat er maximaal één nieuwe woning in het landelijk gebied wordt toegestaan op een bestaand solitair bouwperceel indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: minimaal 1.000 m2 aan beeldverstorende bebouwing van een voormalig agrarisch bedrijf in het landelijk gebied moet worden gesloopt; in de plantoelichting moet worden onderbouwd dat de ruimtelijke kwaliteit op en rond het perceel aanzienlijk zal verbeteren en dat geen beperkingen ontstaan voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de omgeving; de oppervlakte per woning inclusief bijgebouwen mag niet meer dan 300 m2 bedragen, of de de maat die het bestemmingsplan buitengebied als algemene regel hanteert voor bestaande burgerwoningen. In de toelichting van dit bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling toegelicht. Hieruit blijkt dat wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden uit artikel 1.6.1.

Artikel 2.1.1 In dit artikel is aangegeven dat de plantoelichting van een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf omvat waarin wordt aangegeven op welke wijze in het plan rekening wordt gehouden met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van

18/151

een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen. Bovendien moet worden aangegeven op welke wijze het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Met de beoogde ontwikkeling wordt de kwaliteit van het bebouwingslint verbeterd door de sloop van achterliggende agrarische bebouwing bij Foarwei 14 in Wâlterswâld. Hierdoor komt de kop-hals-rompboerderij beter tot zijn recht. Bovendien wordt het bebouwingslint versterkt door verdichting van het lint. In paragraaf 4.9 Cultuurhistorie wordt nader ingegaan op de cultuurhistorische situatie. Artikel 2.2.1 In dit artikel is aangegeven dat in de plantoelichting wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de wijze van onderzoek naar en bescherming van archeologische waarden en verwachtingswaarde zoals aangegeven op de Famke. Het aspect archeologie wordt beschreven in paragraaf 4.8. Artikel 3.1.1 In dit artikel is aangegeven dat een ruimtelijke plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. De provincie maakt met de woningbouwregio's bestuurlijke afspraken over de regionale woningbouwprogramma's. Dit wordt door de gemeenten vertaald in gemeentelijke woonplannen.

Dit betekent dat in principe alle woningbouwmogelijkheden in een ruimtelijk plan moeten passen in een woonplan. De gemeente heeft afspraken gemaakt met de provincie over de invulling van de woningbouwplannen. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op het gemeentelijk woonbeleid. Conclusie provinciaal beleid De beoogde ontwikkeling in Wâlterwâld is niet in strijd met het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

Woonvisie 2020-2025 De gemeente Dantumadiel heeft de Woonvisie 2020-2025 vastgesteld. Met de woonvisie geeft de gemeente richting aan ontwikkelingen in de gemeente. De woonvisie is de basis voor de uitvoeringsagenda, woningbouwprogrammering en de prestatieafspraken. Eén van de speerpunten in deze visie is nieuwbouw in dorpen en wijken. Regionale woningbouwafspraken en Woningbouwprogramma De provincie en de gemeenten Dantumadiel, Noardeast-Fryslân, Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel hebben afspraken met elkaar gemaakt over de woningbouw in de regio Noordoost-Friesland voor de komende 10 jaar. De woningbouwafspraken zijn vertaald in het Woningbouwprogramma 2021. Deze afspraken zijn door de provincie goedgekeurd.

19/151

Afwegingskader Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningbouwinitiatieven aansluiten bij de actuele, kwalitatieve woningbehoefte en de volkshuisvestelijke ambities van de gemeente, willen de regio Noordoost Friesland en de provincie de komende jaren sturen op basis van een gezamenlijke set van criteria. Hiervoor is in regionaal verband als werkdocument een Afwegingskader opgesteld waarmee nieuwe woningbouwinitiatieven op kwaliteit worden getoetst. Aan de hand van dit Afwegingskader wordt gekeken in hoeverre nieuwe plannen aantoonbaar inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte en of zij bijdragen aan andere kwalitatieve ambities, zoals langer zelfstandig wonen, verduurzamen of het oplossen van een ruimtelijk knelpunt (bijvoorbeeld transformatie van leegstaand vastgoed). Woningmarktanalyse Noordoost-Fryslân en Woningmarktmonitor In 2020 is een woningmarktanalyse opgesteld om op regionaal niveau inzicht te krijgen in de woningbouwbehoefte. Samenwerking binnen de regio, zowel tussen gemeenten als tussen dorpen, is van belang bij het vaststellen van de woonprogrammering. De woningmarktanalyse biedt een kwalitatief afwegingskader waar gemeenten gebruik van kunnen maken bij het ontwikkelen van woningbouwplannen. De provincie Fryslân vraagt de regio om een offensieve regionale visie te maken.

Dat betekent dat er geen dorp op slot wordt gezet en dat er ruimte is voor toekomstbestendig en zorgvuldig toevoegen van woningen. Daarbij houdt de provincie vast aan de lijn "binnendorps vrij, buitendorps beperkt". In de woningmarktanalyse is per dorp inzichtelijk gemaakt hoe de woningmarkt er nu voor staat en welke ontwikkelingen er te verwachten zijn. Op deze manier kan snel worden ingespeeld op ontwikkelingen. De kern Wâlterswâld is een dorp waarvoor maatwerk geldt. Het gaat hier om dorpen met minder dan 1.000 inwoners. Het toevoegen van extra woningen vraagt in deze dorpen altijd om maatwerk en gebeurt alleen bij een concrete behoefte. In de woningmarktanalyse is een programma-indicatie gedaan voor de koopsector. In de maatwerkdorpen moet het toevoegen van extra woningen gericht zijn op de concrete, lokale behoefte. Uit de woningmarktanalyse blijkt dat in Wâlterswâld behoefte is aan twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling in Wâlterswâld wordt één vrijstaande woning in de koopsector toegevoegd. Deze ontwikkeling voorziet in de behoefte en past binnen het gemeentelijk beleid. Welstandsnota Dantumadiel Het welstandsbeleid van de gemeente Dantumadiel is vastgelegd in de Welstandsnota Dantumadiel, waarvan de herziening is vastgesteld op 14 juli 2016.

De welstandsnota maakt onderscheid in gebiedsgerichte criteria, objectgerichte criteria en de algemene criteria. Binnen de gebiedsgerichte criteria worden vier gebieden onderscheiden, waaronder 'overig waardevolle lintbebouwing'. Het beleid in de linten is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Voor deze gebieden worden over het algemeen geen ingrijpende veranderingen verwacht. Incidentele nieuwbouw dient zich te voegen in de kwaliteit van de bestaande omliggende bebouwing. In de welstandsnota is aangegeven dat voor deze gebieden een aanduiding als regulier welstandsgebied geldt. De criteria zijn gericht op het handhaven en respecteren van de aanwezige basiskwaliteiten.

20/151

Voor de bouw van de nieuwe woning zal aansluiting worden gezocht bij de bestaande bebouwing van de lintbebouwing van de Foarwei. De bouwvergunning zal aan de Welstandsnota van de gemeente worden getoetst. Conclusie Gemeentelijk beleid Uit het bovenstaande blijkt dat de ontwikkeling van een vrijstaande woning in de koopsector bij het dorp Wâlterswâld past binnen het gemeentelijk woonbeleid. De ruimtelijke kwaliteit van de nieuw te bouwen woning wordt afgestemd op de reeds aanwezige basiskwaliteit.

21/151

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Algemeen

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van de invloeden vanuit het plangebied op de omgeving en omgekeerd. Dat zijn de milieu- en omgevingsaspecten geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid, water, ecologie, archeologie, cultuurhistorie, bedrijven en milieuhinder, en kabels en leidingen.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'gemengd gebied'. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Toetsing Het plangebied bevindt zich in het lint van de Foarwei tussen Wâlterswâld en Driezum. Ten zuiden van het plangebied liggen agrarische en maatschappelijke bestemmingen. Het agrarisch bedrijf dat ten zuiden van het plangebied ligt kent de aanduiding 'agrarisch kleinbedrijf'.

Dit betekent dat op deze locatie een agrarisch bedrijf met een omvang van minimaal 5 tot maximaal 15 hectare mogelijk is. Op dit bedrijf wordt hobbymatig vleesvee gehouden. De afstand van het plangebied tot de agrarische bestemming is circa 12 meter. Als richtafstand voor bedrijfsgebouwen in de landbouw wordt 30 meter gehanteerd. Gezien de ligging in een gemengd gebied kan de richtafstand met een stap worden verkleind naar 10 meter. Bovendien wordt door de ligging van de bedrijfsgebouwen achter de bedrijfswoning en de kleinschalige aard van het bedrijf, het bedrijf niet in de mogelijkheden beperkt. Binnen de maatschappelijke bestemming bevinden zich onder meer een kerkgebouw, een woning en een school. De richtafstand voor zowel een school als een kerk is 30 meter. Met een afstand van circa 40 meter tussen de kerk en het plangebied wordt voldaan aan deze richtafstand. Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor dit plan.

22/151

4.3

Ecologie

Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: • soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; • soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; • overige soorten. Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden als Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland (Voormalige EHS). De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn het Lauwersmeer op 9,5 kilometer afstand, Groote Wielen op 11 kilometer afstand en de Waddenzee op 12,0 kilometer afstand tot het plangebied. Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten.

Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Natura 2000-gebieden: stikstofdepositie De ontwikkeling van het plangebied zou wel kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. Om inzichtelijk te krijgen of er sprake is van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is een stikstofberekening voor zowel de realisatie- als de gebruiksfase uitgevoerd. De memo en de berekening zijn in bijlage 1 opgenomen. Hieruit blijkt dat er voor de realisatie- en gebruiksfase geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

23/151

Het plangebied ligt niet in, of direct naast het NNN. Gronden die tot het NNN behoren liggen op bijna 1 kilometer afstand van het plangebied. Gezien de afstand van het plangebied tot de NNN en de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN. Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Ten behoeve van de planontwikkeling is een ecologisch onderzoek uitgevoerd welke is opgenomen in bijlage 2. Uit dit onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan uitgesloten worden op basis van habitateigenschappen. Het plangebied is ook onderzocht op beschermde diersoorten. De resultaten hiervan zijn hieronder uitgewerkt. Vanwege de eigenschappen van de stallen in het plangebied en de ligging hiervan kan het voorkomen van nestplaatsen van huismussen hier niet op voorhand worden uitgesloten. In de stallen in het plangebied zijn ook nesten van de boerenzwaluw aangetroffen. Deze bevinden zich vooral in de jongveestal, waar zich drie nesten bevinden.

De nesten van deze soort vallen onder categorie 5. Dit houdt in dat alleen sprake is van jaarrond bescherming als zwaarwegende ecologische argumenten dit rechtvaardigen. Hier is bijvoorbeeld sprake van als in de omgeving weinig alternatieve nestgelegenheid aanwezig is. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in bebouwing in het plangebied kan ook niet op voorhand worden uitgesloten. Dit omdat aan de binnenkant van de melkveestal sprake is van betimmering waarachter vleermuizen kunnen verblijven. Deze ruimtes zijn via verschillende invliegopeningen voor vleermuizen bereikbaar. Negatieve effecten op andere soorten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Geadviseerd wordt om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Indien er jaarrond beschermde nesten van huismussen worden aangetroffen, dient voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd van de Wet natuurbescherming bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân. Ook wordt geadviseerd om een omgevingscheck uit te laten voeren voor de nesten van de boerenzwaluw zodat kan worden beredeneert of hier sprake is van zwaarwegende ecologische redenen die jaarrond bescherming van de nesten rechtvaardigen.

Daarnaast is nader onderzoek nodig om de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Algemene zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. Die zorgplicht houdt in dat de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Nader onderzoek Er zal nader onderzoek plaatsvinden naar de huismus, boerenzwaluw en vleermuizen.

24/151

Er is nader onderzoek nodig om uit te sluiten of beschermde soorten in het plangebied worden gehinderd en om te bepalen of er eventueel mitigerende maatregelen nodig zijn. Voordat er werkzaamheden plaatsvinden in het plangebied moet hier uitsluitsel over zijn. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden.

4.4

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Toetsing Om inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is ten behoeve van de ontwikkeling in het plangebied op locatie voor de nieuw te bouwen woning een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 3.

Hieruit blijkt dat in de mengmonsters van de grond geen verhoogde gehalten zijn gemeten. In het grondwater (peilbuis 1) zijn voor barium, nikkel en dichloormethaan licht verhoogde concentraties gemeten. Van zware metalen is het bekend dat deze in (sterk)verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat voor deze metalen verhoogde gehalten in de grond worden gemeten of er een andere directe verontreinigingsbron aanwezig is (verspreiding vanuit de omgeving). De gemeten concentraties aan de barium en nikkel hebben vermoedelijk dan ook een natuurlijke oorzaak. De oorzaak van de licht verhoogde concentratie aan dichloormethaan is onbekend. De gemeten concentraties zijn dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is. Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.5

Geluid

Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet

25/151

zijn vastgelegd. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Toetsing Het plangebied ligt aan de Foarwei waar een maximumsnelheid van 50 km/uur van toepassing is. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geldt voor een weg met ten hoogste twee rijstroken in stedelijk gebied een geluidzone van 250 meter. Indien binnen deze zone sprake is van een nieuwe ontwikkeling (een gevoelige functie zoals wonen), dan dient door middel van een akoestisch onderzoek aangetoond te worden dat de geluidbelasting op de gevel niet meer bedraagt dan 48 dB. Aan het bebouwingslint van de Foarwei zijn meerdere woningen gesitueerd. Ook de nieuw te realiseren woning komt aan dit lint. Vergeleken met de woning aan de Foarwei 14 ligt de nieuwe woning op een grotere afstand van de Foarwei. Omdat er op dit moment voor alle woningen een aanvaardbare geluidsbelasting op de gevels bestaat is de verwachting dat dit ook voor de nieuwe woning aan de Foarwei het geval is. Om een onaanvaardbare situatie daadwerkelijk uit te sluiten is een akoestisch onderzoek noodzakelijk Conclusie De verwachting is dat het aspect geluid geen invloed heeft op het planvoornemen.

4.6

Water

Toetsingskader Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Toetsing Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân. De uitkomst van deze toets is dat de normale procedure moet worden gevolgd. Het resultaat van de watertoets is opgenomen in bijlage 4. Waterkwantiteit In het wateradvies is aangegeven dat door ruimtelijke ontwikkelingen de hoeveelheid verhard oppervlak toeneemt met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.

Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Het waterschap heeft naar aanleiding van de watertoets aangegeven dat als de watergangen in het plangebied

26/151

worden gedempt, volledige compensatie van toepassing is. Hiervoor moet dan een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan. Het plangebied bestaat in de huidige situatie deels uit erfverharding met agrarische bebouwing en deels uit grasland. Door de bouw van een nieuwe woning zal de verharding toenemen, maar door de sloop van de voormalige bedrijfsgebouwen en het verwijderen van de erfverharding zal het verharde oppervlak in het plangebied per saldo afnemen. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. In dit geval wordt aangesloten op de bestaande riolering. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd. Het plangebied grenst aan een rioolpersleiding. De ligging van deze leiding heeft geen invloed op de beoogde planontwikkeling, omdat in de nabijheid van deze leiding geen ruimtelijke ingrepen zullen plaatsvinden.

Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Het waterschap heeft ook aangegeven dat aan de westzijde van de woonboerderij aan de Foarwei 14 een rioolgemaal van het waterschap is gelegen. Volgens Leidraad watertoets mogen hier binnen een straal van 30 meter geen nieuwe geurgevoelige ontwikkelingen plaatsvinden. Het waterschap geeft aan dat in zowel de regels, verbeelding en omschrijving van het ruimtelijk plan hiervoor aandacht moet zijn, het één en ander volgens de leidraad watertoets. In het plangebied worden aan de westzijde geen nieuwe geurgevoelige ontwikkeling gerealiseerd, waardoor dit niet hoeft te worden geborgd in dit bestemmingsplan. Vanuit het aspect water is er geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.

4.7

Luchtkwaliteit

Toetsingskader

27/151

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven.

28/151

Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Toetsing Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2022) is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

Op voorhand kan gesteld worden dat dit plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Bovendien valt het project, met de bouw van 1 woning, onder de NIBM-regeling.

4.8

Archeologie

Toetsingskader In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. FAMKE Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie Friesland de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.). Toetsing

29/151

Voor de planontwikkeling zijn de archeologische kaarten van FAMKE geraadpleegd. Deze kaarten geven de actuele status op het gebied van archeologie weer. Op basis van de advieskaart van FAMKE voor de periode ijzertijd-middeleeuwen is een karterend onderzoek 3 van toepassing. In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd - middeleeuwen. Het gaat hier dan met name om vroeg en vol-middeleeuwse veenontginningen. Daarbij bestaat de kans dat er zich huisterpjes uit deze tijd in het plangebied bevinden. Ook de wat oudere boerderijen kunnen archeologische sporen of resten afdekken, hoewel de veengronden eromheen al afgegraven zijn. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5.000 m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan eventuele Romeinse sporen en/of vroeg-middeleeuwse ontginningen. Op basis van de advieskaart van FAMKE voor de periode steentijd-bronstijd is een quickscan van toepassing. Van deze gebieden wordt vermoed dat eventuele aanwezige archeologische resten al ernstig verstoord zijn, maar dit is niet met zekerheid te zeggen. De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 5.000 m² een quickscan te verrichten. De oppervlakte van het plangebied bedraagt meer dan 5.000 m2. Dit zou betekenen dat een archeologisch onderzoek zou moeten plaatsvinden.

Het perceel waar de nieuw te bouwen woning zal worden gebouwd bedraagt 1.905 m2. De daadwerkelijke ingreep betreft maximaal 300 m2. Op het perceel met de voormalige bedrijfsbebouwing hebben reeds grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden. Op dit perceel zal ook niet worden gebouwd. Op basis hiervan is geen archeologisch onderzoek nodig. Om de archeologische situatie wel te kunnen borgen zal een archeologische dubbelbestemming op het plangebied worden gelegd. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.9

Cultuurhistorie

Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Toetsing Om te onderzoeken of sprake is van cultuurhistorische waarden is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Hieruit komt naar voren dat de beoogde ontwikkeling geen cultuurhistorische waarden aantast. Het plangebied bevindt zich aan de Foarwei. Deze weg wordt op de cultuurhistorische kaart benoemd als verharde weg op de kaart Oude Paden Nieuwe Wegen. Door de sloop van de oude bedrijfsbebouwing en de bouw van een woning in het bebouwingslint wordt de wegenstructuur niet aangetast. Het lint wordt wel versterkt. Op de de cultuurhistorische kaart wordt tevens aangegeven dat de kop-hals-rompboerderij aan de Foarwei 14 een boerderijplaats is. Door de sloop van de oude bedrijfsgebouwen komt deze boerderij beter tot zijn recht Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

30/151

4.10 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waarmee rekening moet worden gehouden. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.

4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

31/151

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Het juridisch systeem

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied in dit plan heeft drie bestemmingen gekregen. Deze is opgezet volgens het geldende bestemmingsplan en de recente standaarden van de gemeente Dantumadiel. Agrarisch De bestemming ‘Agrarisch’ is gericht op agrarische bedrijven met een grondgebonden bedrijfsvoering en agrarische cultuurgronden. Binnen de bestemming zijn wegen en paden toegestaan waarvan het gebruik ondergeschikt is aan de agrarische bestemming. Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. De noordzijde van het plangebied behoudt de agrarische functie in de vorm van cultuurgronden. Tuin De voortuinen bij de woningen zijn bestemd als ‘Tuin’. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Alleen erkers tot een breedte van ten hoogste 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw en tot een diepte van ten hoogste 1 meter en een bouwhoogte van ten hoogste de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw waaraan gebouwd wordt, zijn toegestaan. Op deze manier blijven de voortuinen van de woningen vrij van ondergeschikte bebouwing. En wordt de ligging van de woningen in het bebouwingslint en de bestaande afstand van de woningen tot de weg gehandhaafd. Wonen De bestemming ‘Wonen’ is gericht op woningen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep.

Het hoofdgebouw (de woning) mag alleen in het bouwvlak worden gebouwd. Bijbehorende bouwwerken mogen ook daarbuiten worden gebouwd. Het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal. Dit geldt voor de bestaande woning aan de Foarwei 14. Ter plaatse

32/151

van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' geldt het maximale aantal woning. Voor het bouwvlak van de nieuwe woning is in de verbeelding het aantal '1' aangegeven. De gezamenlijke oppervlakte van de ondergeschikte bebouwing per hoofdgebouw bedraagt bij percelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende oppervlakte ondergeschikte bebouwing' niet meer dan 220 m², met dien verstande dat niet meer dan 50% van het bouwperceel mag worden bebouwd, dan wel het bestaande percentage indien dit meer is. Deze specifieke bouwaanduiding is volledig over de woonbestemming heen gelegd. Dubbelbestemming Waarde- Archeologie Op de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' mogen bouwwerken of werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 5.000 m² slechts worden gebouwd of uitgevoerd, indien daar door het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning van afgeweken wordt. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. De dubbelbestemming met de grenswaarde van 5.000 m² is gebaseerd op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) van de provincie.

33/151

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Het concept-ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg ter beoordeling voorgelegd aan de overlegpartners. Eventuele overlegreacties kunnen leiden tot een wijziging van het bestemmingsplan. Zienswijzeperiode Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De overlegpartners worden geïnformeerd dat het bestemmingsplan ter inzage ligt. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, eventueel gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling in de gemeente Dantumadiel. Wat betreft de ontwikkeling aan de Foarwei 14 in Wâlterswâld is sprake van een particulier initiatief waaraan de gemeente haar medewerking verleent. Als uitgangspunt geldt dat initiatiefnemer beschikt over de benodigde financiële middelen. De kosten voor de aanlegfase wordt afgedekt via een anterieure overeenkomst welke zal worden toegevoegd aan de aanvraag omgevingsvergunning. Hiermee zijn de gemeentelijke kosten gedekt. De financiële haalbaarheid is niet in het geding. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=fe9b3e80-f143-4084-afde-fa0a2640f2a9