CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Motivering - Etfal woning naast Singel 7 Damwald_20251103_Zwart gemaakt

Raadsvergadering (Dantumadiel) 9 december 2025, gemeente DantumadielBij agendapunt: Bindend advies - woning naast Singel 7 Damwâld10.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

31

Conclusie Het project vormt geen aantasting van de hierboven genoemde cultuurhistorische waarde omdat er geen sporen meer aanwezig zijn van een voormalige boerderij.

5.15. Archeologie Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Het basisbeginsel van de archeologie is sinds 2007; behoud ‘in situ’ ofwel in de bodem op de plek zelf. Slechts bij hoge uitzondering worden nog archeologische opgravingen uitgevoerd. Voor gebieden in de provincie Fryslân is het noodzakelijk om de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) te raadplegen. Aan de hand van deze kaart kan men bepalen of het noodzakelijk is bij planologische ontwikkelingen archeologisch onderzoek te verrichten.

Op de FAMKE is het projectgebied wat betreft mogelijke archeologische waarden uit de steentijdbronstijd aangeduid als ‘karterend onderzoek 1’ (zie figuur 5.8). In deze gebieden kunnen zich archeologische resten uit de steentijd vlak onder de oppervlakte bevinden, die zijn afgedekt door een dun veen- of kleidek. De conservering van eventueel aanwezige resten in nu nog goed, maar de archeologische resten zijn wel zeer kwetsbaar. De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 500 m² een karterend (boor)onderzoek uit te laten voeren.

Figuur 5.8: Archeologisch verwachtingskaart steentijd – bronstijd.

Voor het projectgebied geldt voor de periode IJzertijd - Middeleeuwen een advies ‘karterend onderzoek 3 (zie figuur 5.9). In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de ETFAL WONING NAAST SINGEL 7 DAMWALD

32

periode ijzertijd - middeleeuwen. Het gaat hier dan met name om vroeg en vol-middeleeuwse veenontginningen. Daarbij bestaat de kans dat er zich huisterpjes uit deze tijd in het plangebied bevinden. Ook de wat oudere boerderijen kunnen archeologische sporen of resten afdekken, hoewel de veengronden eromheen al afgegraven zijn. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5000 m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten,

Figuur 5.9: Archeologisch verwachtingskaart ijzertijd - middeleeuwen.

In dit projectvoornemen wordt één woning met paardenschuur gebouwd. De oppervlakte van deze woning met schuur bedraagt 300 m2. Daarnaast zullen er nog leidingen worden gegraven binnen twee nieuw te vormen kadastraal percelen. Er zullen geen diepgewortelde bomen worden geplant. Omdat er geen sprake is van ingrepen in de bodem die ontwikkelingen mogelijk maken van meer dan 500 m², is voorgestelde karterend onderzoek 1 (steentijd - bronstijd) dan ook niet noodzakelijk. Conclusie De bouw van de woning wordt niet door archeologische waarden binnen het projectgebied belemmerd. Mocht de initiatiefnemer tijdens de bouw op archeologische resten vinden, dan geldt hiervoor een meldingsplicht. Deze plicht is vastgelegd in de Erfgoedwet en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

ETFAL WONING NAAST SINGEL 7 DAMWALD

33

5.16. Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: • beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. In opdracht van de initiatiefnemer heeft WMR uit Rinsumageast op de projectlocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3). Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of de milieuhygiënische bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de nieuwbouwplannen.

Zintuiglijke waarnemingen Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en asbestverdachte materialen. In de bovengrond van meerdere boringen zijn baksteenresten (zwak) aangetroffen. Het aangetroffen materiaal (baksteen) in de grond kan als niet asbestverdacht worden beschouwd. Een verkennend bodemonderzoek naar asbest (conform NEN 5707) is niet noodzakelijk. Analyseresultaten Van de grond zijn drie mengmonsters samengesteld. Van het grondwater is separaat een monster genomen. De monsters zijn geanalyseerd op de parameters uit het basispakket van de NEN 5740. De analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn als volgt: a. in een mengmonster van de bovengrond (MMbg1) is voor PAK een licht verhoogd gehalte gemeten; b. in de overige mengmonsters van de grond zijn geen verhoogde gehalten gemeten; c. in het grondwater (peilbuis 1) zijn voor barium en koper licht verhoogde concentraties gemeten. Ad A. De oorzaak van het verhoogd gemeten gehalte aan PAK in een mengmonster van de bovengrond is onbekend. Het verhoogd gemeten gehalten is dusdanig (alleen overschrijdingen van de achtergrondwaarde) dat een aanvullend onderzoek naar deze parameter niet noodzakelijk is.

Ad C Van zware metalen is het bekend dat deze in (sterk) verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat voor deze metalen verhoogde gehalten in de grond worden gemeten of er een andere directe verontreinigingsbron aanwezig is (verspreiding vanuit de omgeving). De gemeten concentraties aan barium en koper hebben vermoedelijk dan ook een natuurlijke oorzaak. De gemeten concentraties zijn dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is. ETFAL WONING NAAST SINGEL 7 DAMWALD

34

Afvoer van grond Bij afvoer van grond vanaf het perceel dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. De mengmonsters zijn indicatief getoetst aan de normen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mengmonsters van de grond worden beoordeeld als klasse Landbouw/natuur. Conclusie Op basis van de gemeten gehalten in de grond en het grondwater is de gestelde onderzoekshypothese, een onverdachte locatie, formeel gezien onjuist. De gehalten zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen bouw van een woning op de projectlocatie.

5.17. Water Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Voor het inventariseren van de wateraspecten van een plan wordt vaak een plan voor de waterhuishouding opgesteld of een plan met een andere benaming. In dit plan worden de wateraspecten niet alleen beschreven, maar ook wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het plan getroffen moeten worden. Hierbij vindt een toets plaats aan de waterkwaliteitsdoelstellingen uit de Kaderrichtlijn water. De beschrijving van wateraspecten kan onderverdeeld worden in verschillende subparagrafen. In deze paragrafen wordt achtereenvolgens een beschrijving gegeven van de relevante wetgeving en beleid, het opgestelde plan voor de waterhuishouding en volgens dat plan te treffen maatregelen. Hierbij worden de resultaten voorkomend uit het Wateradvies betrokken. In het kader van het Wateradvies wordt over het plan advies gevraagd bij de betrokken waterbeheerder. Hoe met dit advies is omgegaan wordt in deze paragraaf toegelicht. Als het advies niet wordt opgevolgd, dient de afwijking daarvan gemotiveerd te worden.

Bij de toetsing middels het Wateradvies is er rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. Het plan ligt in het beheergebied van wetterskip Fryslân. Via het digitale Wateradvies is het plan kenbaar gemaakt bij dit waterschap. Hieruit volgt dat er sprake is van de normale procedure (zie bijlage 5). Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee rekening moet worden gehouden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen.

ETFAL WONING NAAST SINGEL 7 DAMWALD

35

Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de belangrijkste wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen als daarbij meer dan 1500 m² onverharde grond in landelijk gebied wordt gebouwd of verhard. In deze situatie neemt de verharding met ongeveer 400 m² toe. Daarom is het niet noodzakelijk om compenserende maatregelen te treffen. Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Meer informatie hierover is te vinden op ‘De Friese klimaatatlas’: www.frieseklimaatatlas.nl. Met de gegevens die zijn opgegeven is bepaald dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelang worden gevolgd voor de watertoets.

Dit betekent dat er verder geen contact hoeft te worden opgenomen met Wetterskip Fryslân. Conclusie Omdat er geen aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan en er ook geen sprake is van toename van verharding met meer dan 1500 m2 is het aspect water geen belemmerende factor voor het voorliggende projectplan.

ETFAL WONING NAAST SINGEL 7 DAMWALD

36

5.18. Duurzaamheid Klimaatverandering brengt gemeenten de taak hun grondgebied klimaatbestendig in te richten. Gebodsbepalingen zullen daar een vast instrument in worden. In de Omgevingswet is duurzaamheid verankerd. Dat begint al bij de centrale doelstelling van de wet: ‘met het oog op duurzame ontwikkeling, zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit’. Hierbij staat een goede balans tussen de drie P’s centraal: People, Planet en Profit. In de omgevingsvisie van de gemeente staat over dit onderwerp het volgende: Energietransitie: we worden energieneutraal. Door energiebesparing wordt deze doelstelling gemakkelijker gehaald. De energie die we daarnaast nog nodig hebben, wekken we duurzaam op, zoals wind-, zonne-energie en groen gas. Hier is ruimte voor nodig. In dit projectplan wordt de nieuw te bouwen woning gasloos gebouwd en voorzien van duurzame installaties en materialen. Er wordt bij de landschappelijke inpassing van dit gebied gekozen voor resistente boomsoorten die geschikt zijn voor het klimaat en de bodem. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat bij dit plan voldoende rekening wordt gehouden met het aspect duurzaamheid.

5.19. Spuitzones Uit de wet volgt niet hoeveel afstand er moet worden aangehouden tussen een agrarische activiteit waar bestrijdingsmiddelen aan te pas komen en een gevoelige functie zoals wonen, onderwijs, zorg of recreatie. Spuitzones staan dus niet vaak aangeduid op de verbeeldingen bij omgevingsplannen. Projectontwikkelaars die dachten een volledige kavel te kunnen benutten, komen erachter dat dit niet het geval is als op een buurperceel spuitwerkzaamheden plaatsvinden of mogelijk zijn. Het is vaak een vervelende verrassing als men een strook van 50 meter van woon- of tuingebruik moeten uitsluiten. De afstand van 50 meter is ontstaan in relatie tot de fruitsector, maar is inmiddels gangbaar in relatie tot alle agrarische bedrijvigheid waarin bestrijdingsmiddelen kunnen worden toegepast. Conclusie De gronden binnen een afstand van 50 meter rondom de woning zijn in gebruik als grasland. Deze zijn in eigendom van de initiatiefnemer die instemt met een spuitvrije zone op de gronden met de agrarische functie.

5.20. Gezondheid Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet (artikel 1.3 sub a). De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet wordt dit aspect breed gemotiveerd. Van belang is dat de kwaliteit van de leefomgeving door de activiteit verbetert of in elk geval niet (onevenredig) verslechtert. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in deze Etfal nader gemotiveerd. Deze paragraaf beperkt zich tot het beschermen van gezondheid in algemene zin. Dus op de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. ETFAL WONING NAAST SINGEL 7 DAMWALD

37

Conclusie Met dit project hangen geen bijzondere omstandigheden samen, waardoor het verlenen van de omgevingsvergunning in potentie niet leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid.

5.21. Kabels en leidingen In (de omgeving van) het projectgebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het projectgebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Conclusie In of nabij het projectgebied liggen geen planologisch relevante kabels of leidingen.

ETFAL WONING NAAST SINGEL 7 DAMWALD

38

6. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Artikel 8.0a, tweede lid, Bkl bepaalt dat een omgevingsvergunning voor een Bopa alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is een taak die primair bij de gemeente ligt. De gemeente kan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan bereiken door: • •

regels aan activiteiten te stellen voor (een gedeelte van) het grondgebied. functieaanduidingen met de toegelaten activiteiten (met regels) te koppelen gekoppeld aan locaties

In dit hoofdstuk wordt een algehele conclusie getrokken. Gemotiveerd wordt of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 3, 4 en 5). Als het initiatief in strijd is met de omgevingsvisie, provinciale verordening of rijksbeleid is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functie aan de locatie en is het niet mogelijk om dit met een (B)OPA te vergunnen. In hoofdstuk 4 heeft de toets plaatsgevonden aan het gemeentelijk-, provinciaal- en rijksbeleid. Daarin is geconcludeerd dat er geen strijdigheden zijn vastgesteld m.b.t. het beleid van deze overheden. Hierdoor is er sprake van een evenwichtige toedeling van functie aan de locatie en kan het projectvoornemen worden vergund. De BOPA moet uiteindelijk opgenomen worden in het omgevingsplan. Er is sprake van de activiteiten ‘bouwen’, en ‘afwijken van regels in het omgevingsplan’. De activiteiten bestaan uit het realiseren van een woning op een perceel met een agrarische bestemming. De gemeente zorgt ervoor dat de onherroepelijke BOPA met een wijziging in het omgevingsplan wordt opgenomen.

Er is sprake bij het initiatief - om een woning te bouwen op een agrarisch perceel - van een evenwichtige toedeling van functie aan de locatie. Daarmee kan het projectvoornemen worden vergund.

ETFAL WONING NAAST SINGEL 7 DAMWALD

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=e17637fa-6560-4d26-bc9e-da5d74436c5a