CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

2. 250424 Concept-Energievisie NL

Raadsvergadering (Dantumadiel) 2 juli 2024, gemeente DantumadielBij agendapunt: Friese Energievisie17.954 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

CONCEPT

FRIESE ENERGIEVISIE

22 APRIL 2024

VOORWOORD Voor u ligt de eerste Energievisie Fryslân van de Friese Energietafel. De Friese overheden, elf (Friese) maatschappelijke organisaties, verenigd in de Friese Energie Alliantie, én de netbeheerders hebben hier hard aan gewerkt en presenteren hierin een gezamenlijk beeld van het energiesysteem van de toekomst. De Friese Energievisie beschrijft hoe we toewerken naar een schoon, toekomstbestendig en rechtvaardig energiesysteem in 2050.

Richting geven aan een grote opgave We hebben deze visie nodig, omdat we in Fryslân en in Nederland voor een grote opgave staan. We willen maatregelen nemen en een bijdrage leveren om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan en de nadelige gevolgen zoals langere periodes van droogte, overstromingen en heftige regenval te voorkomen. Daarnaast zien we ook dat het huidige energiesysteem tegen zijn grenzen aanloopt. De overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame bronnen vraagt om een flexibeler energiesysteem waar lokale energieproductie en -opslag beter kunnen worden ingepast. Niets doen is geen optie. Wanneer we geen richting geven voor de toekomst, neemt het probleem van netcongestie toe en wordt de leefbaarheid van onze provincie aangetast. In de visie zijn vijf leidende principes opgenomen voor het toekomstige energiesysteem van Fryslân: 1. Fryslân stimuleert energie voor en door de gemeenschap; 2. Fryslân zet maximaal in op energiebesparing; 3. Alle bronnen zijn nodig, naast kleinschalige is ook grootschalige productie nodig; 4. Fryslân past het energie-infrastructuur goed in, in het landschap en in het energiesysteem; 5. Fryslân versterkt de flexibiliteit van het energiesysteem.

Bouwsteen voor de Provinciale Omgevingsvisie De energietransitie staat niet op zichzelf, maar beïnvloedt en wordt beïnvloed door andere grote opgaven zoals woningbouw, mobiliteit, landbouw, water en natuur. Wij vinden de herkenbaarheid en de kwaliteit van het Friese landschap belangrijk. Het energiesysteem moet daar zo goed mogelijk in worden ingepast. We willen met nieuwe ingrepen ook zoveel mogelijk nieuwe kwaliteit(en) toevoegen aan het landschap. Vanwege deze samenhang en de ruimte die de verschillende opgaven vragen, fungeert deze Energievisie Fryslân ook als bouwsteen voor de Provinciale en Gemeentelijke Omgevingsvisies.

Samenwerken in de uitvoering Met alleen een visie worden de uitgangspunten niet gerealiseerd. En schets/stip op de horizon helpt om inzichtelijk te krijgen welke keuzes we in Fryslân moeten en kunnen maken en wanneer. Onderstations of energiehubs hebben een lange doorlooptijd. Dat betekent dat we nu al keuzes gaan maken/voorbereiden waarvan we het resultaat pas in 2040 gaan zien. 22 april 2024

2

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

3

Als vervolg op de visie gaan we een gezamenlijke uitvoeringsagenda maken. Hierin wordt vastgelegd wat er nodig is om het energiesysteem van de toekomst te bouwen en welke partij

SAMENVATTING

hiervoor aan de lat staat. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om acties en taken op het gebied van energiebesparing, warmtetransitie, opwek van duurzame energie, participatie en realisatie van de energie-infrastructuur. Een heldere taakverdeling helpt bij het zetten van de noodzakelijke stappen. Door middel van samenwerking gaan we de uitdagingen aan die voor ons liggen en pakken we de kansen die deze bieden. We willen investeren in innovatieve technologieën, het bevorderen van energie-efficiëntie en het stimuleren van hernieuwbare energieprojecten. Tegelijkertijd blijven we erop letten dat deze transitie inclusief is, waarbij niemand achterblijft. Ook in de uitvoering willen we samen optrekken met de Friese Energie Alliantie, de ondernemers en energie-coöperaties. Het stimuleren van lokaal eigendom en een eerlijke verdeling van lusten en lasten zijn voor ons belangrijke aspecten bij het realiseren van het toekomstige energiesysteem van Fryslân. Het realiseren van deze energievisie zal niet zonder obstakels zijn, maar met vastberadenheid, veerkracht en een gezamenlijke inspanning zijn we ervan overtuigd dat we onze doelen gaan bereiken. Laten we samen bouwen aan een Fryslân dat niet alleen welvarend is, maar ook duurzaam en veerkrachtig. Onze toekomst hangt ervan af.

Aanleiding Deze Energievisie Fryslân is opgesteld in het kader van het Integraal programmeren, een aanpak die landelijk in gang is gezet. Alle Provincies zijn gevraagd om regisseur te zijn van deze aanpak om het energiesysteem van de toekomst te ontwerpen én dit stapsgewijs te gaan realiseren. Gevraagd is om aan te sluiten bij het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), dat begin dit jaar is uitgekomen. Het NPE geeft ruimte voor decentrale keuzes, die recht doen aan de eigen rol van provincies, gemeenten en waterschappen. In 2023 zijn we met het Integraal programmeren in Fryslân gestart. Deze aanpak hebben we met de Friese Energietafel georganiseerd, waaraan alle Friese overheden, de netbeheerders en de Friese Energie Alliantie deelnemen.

Wat is de Energievisie De Friese Energievisie beschrijft hoe we toewerken naar een schoon, toekomstbestendig en rechtvaardig energiesysteem in 2030-2050. In de visie zijn de gezamenlijke ambitie, de leidende principes en het beoogd toekomstbeeld opgenomen en is beschreven hoe we deze visie met elkaar tot uitvoering gaan brengen. Status Energievisie

Sijbe Knol, covoorzitter Friese Energietafel Evert Stellingwerf, covoorzitter Friese Energietafel

De visie is een agenderende visie, dat wil zeggen dat, na de verwerking van de wensen en bedenkingen en na vaststelling door GS, de deelnemende partijen van de FET de visie benutten voor beleidsproducten van hun eigen organisatie, maar ook in die van de FET (zoals de Regionale Energie Strategie) en in een uitvoeringsagenda van de FET. Lerend op weg De visie is geen blauwdruk. Het idee is dat we met deze visie lerend op weg gaan en steeds weer nieuwe inzichten en kennis meenemen voor de volgende Energievisies. Elke vier jaar evalueert de FET de visie en stelt deze zo nodig en gewenst bij. Elke twee jaar maken we een meerjarenprogramma (het pMIEK) dat leidend is voor de volgorde van investeringen in het energiesysteem. Gezamenlijke ambitie De gezamenlijke ambitie is dat we voor 2050 volledig overgestapt zijn op schone energie en niet meer afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. En dat we een goed werkend systeem hebben, zonder netcongestie.

4

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

5

De vijf principes beschreven die leidend zijn voor de bouw van het energiesysteem van de toekomst in Fryslân zijn:

INHOUDSOPGAVE

• Fryslân stimuleert energie voor en door de gemeenschap; • Fryslân zet maximaal in op energiebesparing; • Alle bronnen zijn nodig, naast kleinschalige is ook grootschalige productie nodig; • Fryslân past het energie-infrastructuur goed in zowel in het landschap en in het energiesysteem; • Fryslân versterkt de flexibiliteit van het energiesysteem.

Borging en uitvoering

1. Inleiding en context

8

1.1 Klimaatdoelen, netcongestie en energievisie

8

1.2 Leeswijzer

11

2. Gezamenlijke ambitie en leidende principes

12

De borging en uitvoering van de Energievisie werkt de Friese Energietafel uit in de

2.1 Gezamenlijke ambitie

12

Uitvoeringsagenda na 2025, een actualisatie van de huidige uitvoeringsagenda. De uitwerking

2.2 Leidende principes

16

bevat voorstellen voor opstellen van nieuw beleid of het herzien van bestaand beleid, maar ook het uitvoeren van projecten of acties die door verschillende deelnemers van de FET opgepakt gaan

3. Toekomstbeeld en implicatie op de ruimte

30

3.1 Het Friese energiesysteem in 2050

31

3.2 Implicatie op de ruimte

34

omgevingsvisies en omgevingsplannen. Provinciale Staten werken in 2025 aan de Provinciale

4. Borging en uitvoering

36

Omgevingsvisie waar volgens besluit van GS in december 2024, de Energievisie als bouwsteen

4.1 Energievisie en pMIEK 2.0

37

4.2 Ruimtelijke ordening

39

De consequenties voor de inrichting van het nieuwe energiesysteem werken door in de

4.3 Doorwerking in andere, ook sectorale, beleidsplannen

40

prioritering van grote infrastructuurprojecten. Deze prioritering gaat met de opstelling van het

4.4 Uitvoeringsagenda Energievisie

41

worden. De ruimtelijke consequenties worden, na integrale afweging, geborgd in ruimtelijke plannen als

wordt meegenomen.

Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat (pMIEK 2.0) gemaakt worden, dat in 2025 wordt vastgesteld.

Bijlagen 1. Ontwikkelpaden

6

42 43

1.1 Methodiek ontwikkelpaden

44

1.2 Gemeente Noardeast-Fryslân

45

1.3 Regio Harlingen-Waadhoeke

48

1.4 Gemeente Leeuwarden

52

2. Friese energie-initiatieven

55

3. Begrippen en afkortingen

56

4. Kennisdocument

62

5. Voorbeelden van acties in de Uitvoeringsagenda

63

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

7

kunnen we de Friese brede welvaart behouden en verder ontwikkelen, kunnen initiatieven vanuit de gemeenschap gestimuleerd worden, kunnen problemen rondom netcongestie beperkt worden en kan Fryslân haar klimaatdoelen behalen. Een visie op het energiesysteem helpt om netcongestie tegen te gaan De overgang naar een nieuw energiesysteem gaat niet zonder slag of stoot. Binnen Fryslân wordt er veel geëlektrificeerd, wat een grote impact op het elektriciteitsnet met zich mee brengt. Dit zorgt voor netcongestie. Aansluiting op het elektriciteitsnet is daarom steeds minder vanzelfsprekend. Een bijkomend gevolg is dat plannen op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw, bedrijventerreinen en mobiliteit vastlopen. Netcongestie zorgt ervoor dat economische vooruitgang in Fryslân wordt belemmerd en dit vormt de komende jaren een blijvend probleem (zie voor toelichting het Kennisdocument, bijlage 4). In het Kennisdocument staat beschreven dat netcongestie tot ten minste 2050 een risico blijft. Het betekent ook dat initiatieven vanuit de gemeenschap niet door kunnen gaan. Om deze problemen op te lossen is uitbreiding van de energie-infrastructuur alleen niet voldoende. De infrastructuur is namelijk niet ingericht op een duurzaam energiesysteem waar we richting 2050 naartoe werken. Deze Energievisie helpt om keuzes te maken en toe te werken naar een robuust en betrouwbaar energiesysteem.

De Energievisie stelt een gezamenlijke ambitie en leidende principes vast voor de inrichting van het toekomstig energiesysteem.

1. INLEIDING EN CONTEXT

Elke provincie maakt in 2024 een Energievisie. Deze sluiten aan bij het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), dat door het Rijk is opgesteld, maar kennen tevens een eigen invulling die recht doet aan de eigen rol van gemeenten en provincies. In Fryslân hebben de deelnemers van de Friese Energietafel (provincie, gemeenten, het Wetterskip en de maatschappelijke

1.1 Klimaatdoelen, netcongestie en energievisie

organisaties binnen de Friese Energie Alliantie) gezamenlijk deze Friese Energievisie opgesteld.

Fryslân werkt toe naar een robuust en toekomstbestendig energiesysteem.

inrichting van het Friese energiesysteem op de langere termijn (2050). De visie schetst daarnaast

De transitie naar een duurzame energievoorziening is in volle gang. Bedrijven, woningeigenaren en vervoerders reduceren hun fossiel brandstofgebruik door te besparen of door over te stappen op duurzame warmte of andere duurzame bron. Om klimaatverandering tegen te gaan heeft Fryslân in 2019 het Klimaatakkoord ondertekend (klimaatdoelen: in 2030 55% minder broeikasgassen ten opzichte van 1990 en in 2050 95% minder) en in de Omgevingsvisie Fryslân vastgelegd om fossielvrij te zijn in 2050. Op kortere termijn draagt Fryslân bij aan deze doelstellingen onder meer met de uitvoering van de Regionale Energietransitie (RES) tot 2030. Tot 2050 resteert er een grote opgave om het huidige energiesysteem te transformeren naar een toekomstbestendig en fossielvrij energiesysteem, om de uitstoot van CO2, afkomstig van het energieverbruik, tot 95% teruggedrongen te hebben in 2050. Deze Energievisie geeft richting aan deze transformatie. Door toe te werken naar een robuust en toekomstbestendig energiesysteem,

8

Deze visie beschrijft de gezamenlijke ambitie en geeft de leidende principes die gelden voor de een toekomstbeeld waarin Fryslân onafhankelijk is van fossiele brandstoffen en de Friese energiebehoefte duurzaam wordt opgewekt. Status van de Energievisie: de visie agendeert nog te maken keuzes in andere plannen De Energievisie is géén blauwdruk van het toekomstige energiesysteem, maar geeft wel richting. De visie is daarmee geen vrijblijvend document. De Friese Energievisie is agenderend van aard; dat betekent dat er leidende principes worden vastgesteld voor een Fries toekomstig energiesysteem en dat er nog openstaande keuzes en nadere uitwerking geagendeerd wordt. Door de keuzes tijdig te maken en uitwerking te agenderen, kunnen we op tijd de nodige voorbereidingen treffen voor de uitrol van een volledig duurzaam energiesysteem. Acties en keuzes worden geagendeerd in een gezamenlijke uitvoeringsagenda die na de Energievisie wordt opgesteld door de deelnemende

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

9

organisaties aan de Friese Energietafel. De Energievisie zal een bouwsteen zijn voor de Provinciale en Gemeentelijke Omgevingsvisies. De visie werkt ook door in andere sectorale plannen, zoals deze op hun beurt doorwerken in de volgende Energievisies. Tenslotte is de Energievisie ook de basis voor de volgende versie van het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat (pMIEK) waarin de provincie Fryslân prioritering aan energie-infrastructuurprojecten geeft. Zo landen er geprioriteerde projecten in de investeringsplannen van de netbeheerders. De pMIEK krijgt elke twee jaar en update en ook de Energievisie wordt periodiek geactualiseerd (zie hoofdstuk 4 Borging en uitvoering). Meer hierover wordt toegelicht in hoofdstuk 4 Borging en uitvoering.

1.2 Leeswijzer Hoofdstuk 1 bevat een toelichting op de context, functie en status van deze energievisie en bevat een leeswijzer van dit stuk. Hoofdstuk 2 beschrijft een gezamenlijke ambitie en vijf leidende principes die richtinggevend zijn voor de inrichting van een toekomstbestendig Fries energiesysteem. Deze principes gaan over hoe we in Fryslân omgaan met energievraag-, -aanbod, flexibiliteit en -infrastructuur. In sommige hoofdstukken wordt er achtergrondinformatie toegelicht via ‘boxen’ in grijze kaders. Hoofdstuk 3 Vervolgens geven we een eerste schets van een toekomstig energiesysteem in Fryslân. Hierin worden nog geen definitieve keuzes gemaakt. Uit dit beeld blijkt onder andere hoeveel ruimte er in Fryslân nodig is voor opwek van duurzame elektriciteit. Hoofdstuk 4 In hoofdstuk 4 wordt beschreven hoe keuzes uit deze visie geagendeerd worden in de pMIEK 2.0, ruimtelijk beleid en de uitvoeringsagenda. Bijlage 1 schetst ten eerste drie voorbeeldontwikkelpaden: een overzicht van systeemkeuzes die gebiedsgericht in het energiesysteem gemaakt moeten worden tot 2050. Bijlage 2 geeft een overzicht van lopende energie-initiatieven. Bijlage 3 geeft de betekenis van de groen gemarkeerde begrippen en afkortingen. Bijlage 4 Kennisdocument.

Dit document beschrijft feiten en prognoses van energievraag en aanbod van de sectoren industrie, bedrijven, mobiliteit, landbouw en wonen van de jaren 2030, 2040 en 2050 en het effect daarop op de elektriciteitsstations. Bovendien geeft het antwoord op diverse vragen die leven over het Friese energiesysteem van de toekomst. Daarnaast biedt het zicht op welke keuzes er zijn voor de inrichting van het energiesysteem van de toekomst, ook wel genoemd de ‘knoppen’ waaraan men kan draaien. Dit document bevat geen keuzes, het is een feitenbasis waarop de Energievisie is gebaseerd. Het Kennisdocument beschrijft kortweg gezegd: ‘wat kan er en wat is nodig in Fryslân?’ en de Energievisie geeft aan ‘wat willen wij in Fryslân?’. Bijlage 5 Voorbeelden van acties in de Uitvoeringsagenda.

10

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

11

Fryslân wekt in 2050 evenveel duurzame energie op als er gebruikt wordt. Er ligt een grote opgave om de Friese energievraag duurzaam te produceren (figuur 2.1 en Box 2.1). Door evenveel energie op te wekken als te gebruiken kan Fryslân sturing geven aan de energietransitie. Fryslân maakt richting 2050 nog beter gebruik van lokale en duurzame energiebronnen. Fryslân kan met deze ambitie op drie manieren sturing geven aan de energietransitie: • Fryslân stuurt op het realiseren van een fossielvrij Fryslân; • Fryslân stuurt op het verkleinen van de problematiek van netcongestie; • Fryslân stuurt op het bij elkaar houden van lusten, lasten en zeggenschap. Door jaarlijks evenveel duurzame energie op te wekken als er gebruikt wordt, is Fryslân voor een belangrijk deel onafhankelijk van energie die van buiten de provincie komt. Hiermee houdt Fryslân grip op de uitrol en inrichting van het Friese energiesysteem en houden we ons aan de klimaatdoelstellingen die in het Klimaatakkoord en in de Omgevingsvisie Fryslân zijn vastgelegd. Fryslân is niet op elk moment (op een dag of in een jaar) energieneutraal. Daarom is en blijft de koppeling met het landelijke energienetwerk essentieel. Het hoogspanningsnet van TenneT en het gasnetwerk van de Gasunie worden daarop aangepast.

Friese opgave 2050 in TWh 18

2. G  EZAMENLIJKE AMBITIE EN LEIDENDE PRINCIPES

Figuur 2.1 Opgave om evenveel op te wekken als te gebruiken in Fryslân tot 2050 (zie toelichting in Box 2.1).

16,7

16 14 11,7

12

3

10

9,0

8

2.1 Gezamenlijke ambitie De Friese Energietafel werkt in gezamenlijkheid aan een toekomstbestendig en duurzaam

2

jaren duurzaamheidsambities opgenomen in beleid of plannen, bijvoorbeeld in de RES 1.0, in de

0

deze Energievisie een aanvullende gezamenlijke ambitie opgesteld voor 2050. Deze ambitie is

4,4

4

energiesysteem. De verschillende deelnemers van de Friese Energietafel hebben de afgelopen Transitievisies Warmte of in de Omgevingsvisie Fryslân. De deelnemers van de FET hebben voor

4,6

6

Huidige energievraag

Vraag in 2050 (na besparing)

RES 1.0

Opgave na RES 1.0

Potentie biogas en duurzame warmte

Opgave na max inzet alternatieven

tweeledig en wordt hieronder nader toegelicht.

12

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

13

Box 2.1: De Friese opgave De Friese opgave om evenveel energie op te wekken als te gebruiken in 2050 is erg groot en dit vraagt veel inzet van alle deelnemers van de Friese Energietafel en de gemeenschap. Waarom alle bronnen nodig zijn om deze opgave te behalen staat hieronder uitgelegd en wordt nader onderbouwd in het Kennisdocument (bijlage 4). Hiervoor gaan we uit van de huidige kennis en stand van de techniek. • Huidige situatie: Energievraag van 16,7 TWh. • Besparing: Volgens de Trias Energetica is energiebesparing altijd de eerste stap. Vanuit de Systeemstudie Fryslân zetten we in op besparing van 16,7 TWh tot 11,7 TWh in 2050 (zie voor onderbouwing hoofdstuk 2 van het Kennisdocument). Dit is een enorme besparingsopgave. Een deel van deze besparing gebeurt ‘automatisch’ vanwege de overstap van inefficiënte verbrandingsmotoren naar efficiëntere elektrische apparaten. • De RES 1.0: Het RES-bod van 3 TWh1. • Duurzame warmte: Op basis van de Systeemstudie Fryslân is het mogelijk om 2,5 TWh van de Friese energievraag te voorzien van duurzame warmte (zoals aquathermie of geothermie) dat met warmtenetten bijvoorbeeld door de gebouwde omgeving of de glastuinbouw wordt gebruikt. • Biogassen: Op basis van een onderzoek van New Energy Coalition, zoals nader toegelicht in het Kennisdocument, kan er in Fryslân ongeveer 2,1 TWh aan biogas opgewekt worden uit mest en

Fryslân maakt de overstap van centraal naar gecombineerd energiesysteem. Van oudsher heeft Nederland een centraal energiesysteem met een beperkt aantal kolen- en gascentrales, gekoppeld aan landelijke netwerken. De energietransitie gaat gepaard met steeds meer decentrale energiesystemen, zoals duurzame opwek van elektriciteit (zon en wind) en lokale warmtenetten. Het centrale karakter van het energiesysteem blijft echter bestaan: zoals wind op zee dat met grote kabels over Nederland wordt verdeeld en de nationale waterstofbackbone. Fryslân werkt toe naar een gecombineerd systeem van centrale en decentrale onderdelen. Centrale elementen, zoals het landelijke elektriciteitsnetwerk, zijn een cruciaal onderdeel van het Friese energiesysteem. Decentraal produceren we steeds meer duurzame energie, sluiten we gebouwen aan op warmtenetten, slaan we energie op en wisselen we energie uit. Hierdoor wordt het energiesysteem op meer plekken zichtbaar in de leefomgeving. Door decentrale opwek slim te koppelen met decentraal gebruik kan het centrale energiesysteem ontlast worden. Om het energiesysteem goed vorm te geven en te onderhouden passen we deze decentrale systemen goed in in de infrastructuur van TenneT, Gasunie, Liander en Stedin.

In de transitie naar een toekomstbestendig energiesysteem zijn de betrouwbaarheid en betaalbaarheid voor inwoners belangrijke waarden waar altijd rekening mee gehouden moet worden. De netbeheerders hebben een belangrijke rol te vervullen in het betrouwbaar houden van de energievoorziening.

voedselresten (praktische potentie). • Overige opgave: Tot slot blijft er een aanzienlijke opgave over van circa 4,4 TWh over, nadat er is bespaard en er is ingezet op andere energiedragers zoals warmte en biogas. Naast duurzame opwek met zon en wind zijn er geen andere duurzame bronnen in Fryslân beschikbaar die technisch volwassen zijn. Daarom zijn zonnepanelen op daken, zonnevelden en windturbines nodig om de restopgave in te vullen. Parallel kunnen innovatieve technieken mogelijk op termijn ook een deel van de Friese opgave invullen.

1. RES 1.0 Fryslân

14

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

15

2.2 Leidende principes

Box 2.2 Energiegemeenschappen

Ruimte, duurzame energie en infrastructuur zijn schaars. Om een toekomstbestendig

Zoals in Europese en nationale wetgeving worden gedefinieerd , hebben energiegemeenschappen

energiesysteem in te richten moeten daarom keuzes worden gemaakt. Niet elke energiebron

als doel het creëren van economische, sociale of milieuvoordelen binnen het werkzame gebied,

kan in elke sector gebruikt worden. Fryslân bouwt op basis van vijf leidende principes aan

en niet het maken van winst. Energiegemeenschappen – of warmtegemeenschappen wanneer

een toekomstbestendig energiesysteem. Deze principes kunnen rekenen op draagvlak bij alle

zij collectieve warmtevoorzieningen organiseren – kunnen bestaan uit lokale bedrijven,

deelnemers van de Friese Energietafel. We werken de leidende principes in deze paragraaf nader

groepen burgers en overheden. Door energiegemeenschappen te stimuleren kan Fryslân het

uit.

energiesysteem opbouwen vanuit de behoefte van Friese burgers en bedrijven en kan Fryslân erop sturen dat de inkomsten van energieproductie binnen de provincie blijven.

1. Fryslân stimuleert energie voor en door de gemeenschap. 2. Fryslân zet maximaal in op energiebesparing. De beschikbaarheid van energie is niet altijd van-zelfsprekend.

3. Alle duurzame bronnen zijn nodig. Naast kleinschalige productie van energie, is ook grootschalige productie nodig.

4. Fryslân past opwek en opslag van duurzame energie zo goed mogelijk in, in het landschap en in het energie-systeem.

5. Fryslân versterkt de flexibiliteit van het energiesysteem.

We bouwen het energiesysteem vanuit de behoefte van Friese burgers en bedrijven. Overheden hebben de regie bij de inrichting van het energiesysteem, maar starten het liefst bij initiatieven die vanuit de gemeenschap worden aangedragen. Deze initiatieven worden door de Friese overheden beoordeeld of deze waarde toevoegen aan Fryslân. Om congestieproblematiek op het elektriciteitsnet te verminderen, zal de combinatie van energieproductie, -opslag en -conversie zoveel mogelijk decentraal moeten plaatsvinden. Dit kan in samenspraak met netbeheerders in energiegemeenschappen georganiseerd worden. Een voorbeeld hiervan is het zelflevermodel van de OVEF. Het doel van dit model is om zoveel mogelijk lokaal opgewekte

1. Fryslân stimuleert energie voor en door de gemeenschap.

stroom zelf in te kopen, bijvoorbeeld van die van Súdwest-Fryslân en het Wetterskip.

In Fryslân bouwen burgers, bedrijven, overheden en netbeheerders samen aan het energiesysteem. Het toekomstig energiesysteem moet voor inwoners toegankelijk en betaalbaar2

Friese overheden stimuleren lokale initiatieven (productie, besparing, opslag, conversie)

blijven. Lokaal eigendom3 en zeggenschap van de omgeving staan centraal in de verdere inrichting

door de ondersteuning van een zorgvuldig draagvlakproces, snelle vergunningverlening en

van het Friese energiesysteem. Dit is in lijn van de gedachte van MienskipsEnergie. Duurzame

cofinanciering van duurzame projecten. Daarbij stimuleren we binnen Fryslân de uitwisseling

energie die binnen Fryslân wordt opgewekt en geleverd, is vooral bedoeld voor het invullen van

van kennis en ervaringen tussen dorpen, kernen en steden. Zo ontstaat er een netwerk van

de Friese energievraag, en dan liefst zo lokaal mogelijk. Om dit te organiseren zet Fryslân in op

energiegemeenschappen. Daarbij wordt gekeken naar de Friese bestaande en op te richten

het stimuleren van energiegemeenschappen (Box 2.2). De deelnemers van de Friese Energietafel

structuren. De Friese overheden blijven koploperprojecten ondersteunen.

werken gezamenlijk aan een lokale definitie voor energiegemeenschappen en hoe deze gestimuleerd kunnen worden.

Inkomsten van energieproductie blijven zo veel mogelijk binnen Fryslân. Er ontstaan verschillende lusten en lasten bij de ontwikkeling van duurzame energie. Door lusten, lasten en zeggenschap dicht bij elkaar te houden, blijven ook inkomsten uit energieproductie binnen Fryslân. Het stimuleren van energiegemeenschappen maakt een rechtvaardige verdeling van lusten en lasten op lokale schaal mogelijk. Binnen gemeenschappen kunnen inwoners, bedrijven en overheden profiteren van een draaglijke kostprijs voor de elektriciteit en warmte. Lokaal eigendom (minimaal 50%) van duurzame energievoorzieningen is daarbij een voorwaarde. Overheden (provincie, gemeenten en Wetterskip) kunnen ook het voortouw nemen in de ontwikkeling van duurzame projecten, zoals de productie, opslag, distributie en levering van energie. Het eigendom kan hierdoor ook (deels) in handen komen van gemeenten, die de

2. Definitie betaalbaarheid uit het Nationaal Plan Energiesysteem: Bij betaalbaarheid gaat het om draaglijke prijzen van energie voor gebruikers en om zo laag mogelijke maatschappelijke kosten voor het energiesysteem voor de samenleving als geheel. Energie is een basisvoorziening en een noodzakelijke voorwaarde voor economische en maatschappelijke activiteiten. Om die reden moeten huishoudens en bedrijven hun energiegebruik kunnen betalen. De stabiliteit van prijzen voor energiegebruik is belangrijk, in het bijzonder voor huishoudens, maatschappelijke instellingen en kleine bedrijven, omdat plotse heftige prijsstijgingen ontwrichtend kunnen werken. 3. Definitie participatie en lokaal eigendom

16

opbrengsten weer kan laten terugvloeien naar de gemeenschap. Bij de overstap naar nieuwe vormen van energie, blijven gemeenten aandacht geven aan huishoudens in energiearmoede, bijvoorbeeld via de SPUK-gelden. 4. Kenniscentrum Europa Decentraal

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

17

2. Fryslân zet maximaal in op energiebesparing. De beschikbaarheid van energie is niet altijd vanzelfsprekend. Fryslân zet maximaal in op energiebesparing. Alle energie die niet wordt gebruikt, hoeft niet te worden geproduceerd. Ook zorgt energiebesparing voor een afname van energiekosten, waarmee de oplopende lasten voor huishoudens teruggebracht kunnen worden. Fryslân zet daarom maximaal in op structurele energiebesparing op een aantal manieren. De provincie Fryslân geeft hier op korte termijn invulling aan door in 2030 25% energie te besparen ten opzichte van 2010, zoals vastgelegd in het provinciale Energieprogramma 2022-20255. In het kader van dit programma stimuleert de provincie energiebesparing met financiële regelingen (momenteel bijvoorbeeld het Fûns Skjinne Fryske Enerzjy). Gemeenten stimuleren huishoudens om energie te besparen. In uitvoeringsplannen behorend bij de gemeentelijke warmtetransitievisies is daarover veelal een aanpak opgenomen. De deelnemers van de FET verkennen de komende tijd een gezamenlijk besparingsdoel voor de langere termijn. In de uitvoeringsagenda wordt dit nader geconcretiseerd. Hierbij hoort een plan van aanpak om energiebesparing structureel te blijven stimuleren. Zij bepalen gezamenlijk hoe het bedrijfsleven, woningcorporaties en inwoners zo goed mogelijk gefaciliteerd en (financieel) gestimuleerd kunnen worden om energie te besparen.

Dit houdt ook in passende maatregelen voor het versterken van bewustzijn en gedragsverandering. Ook verduurzamen de gemeenten en de provincie het maatschappelijk vastgoed6 en promoten zij het gebruik maken van schone mobiliteit. Het Wetterskip maakt haar organisatie in 2030 klimaatneutraal en in 2050 klimaatbestendig.

De beschikbaarheid van energie is niet altijd vanzelfsprekend. Overheden, netbeheerders, energieproducenten, bedrijven, inwoners en overige energievragers hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid om energie op een efficiënte wijze op te wekken, op te slaan, te transporteren en te gebruiken. De aanwezigheid van het bedrijfsleven versterkt de Friese economie en dit vraagt energie, ruimte en infrastructuur. Vanwege netcongestie kunnen nieuwe bedrijven niet altijd aan worden gesloten op het net of kunnen bestaande bedrijven niet altijd verduurzamen. Dit heeft impact op het Friese vestigingsklimaat. Om de Friese economie te behouden en te versterken, verkennen overheden, netbeheerders en het bedrijfsleven hoe bestaande Friese bedrijven energieneutraal kunnen worden. Dit houdt in dat gezamenlijk onderzocht wordt hoe bedrijven meer kunnen besparen, hoe ze zoveel mogelijk hun eigen energie kunnen produceren of uitwisselen met andere bedrijven en hoe zij zo goed mogelijk kunnen bijdragen aan een gebalanceerd en flexibel energiesysteem. Dit laatste kan bijvoorbeeld door productieprocessen af te stemmen op het aanbod van duurzame energieproductie (vraagsturing) of door elektriciteit, gassen of warmte op te slaan. Het verduurzamingstraject voor grotere energieverbruikers wordt via het PCES-proces in kaart gebracht.

Overheden faciliteren het Friese bedrijfsleven om energieneutraal te worden. Hoe dit gefaciliteerd wordt, is maatwerk. Overheden kunnen bijv. faciliteren rondom de vergunningverlening, met financiële instrumenten (subsidies of leningen) of door ruimte beschikbaar te stellen. Fryslân vraagt hiervoor ook steun vanuit de Rijksoverheid voor middelen en benodigde wet- en regelgeving. Nieuwe bedrijven die veel energie gebruiken zijn niet altijd zonder voorwaarden welkom in Fryslân. De grote energiebehoefte die deze bedrijven (zoals datacenters) hebben, moet namelijk ook in Fryslân worden opgewekt. Dit is niet altijd wenselijk. De energiebehoefte van bedrijven wordt de komende jaren daarom een steeds belangrijkere factor in het Friese vestigingsbeleid.

Tot slot houden we ons binnen Fryslân aan landelijke afspraken over energiebesparing. Dit zijn bijvoorbeeld de energiebesparingsplicht voor bedrijven en instellingen7, het minimale energielabel C voor kantoren in 20238 of een verbod op label G voor gebouwen vanaf 2027 en label F in vanaf 20309. Er wordt zorgvuldige toezicht en handhaving hierop georganiseerd. De provincie (type C bedrijven), gemeenten (gebouwde omgeving) en de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (overig bedrijfsleven) zijn hiervoor verantwoordelijk. Om bij isolatie rekening te houden met kwetsbare soorten worden er landelijk zogenaamde ‘Soortenmanagementplannen’ (SMP’s) opgesteld. Via deze SMP’s wordt door gemeenten op gebiedsniveau een ontheffing van de wet natuurbescherming geregeld.

5. Energieprogramma 2022-2025 6. Maatschappelijk vastgoed 7. Energiebesparingsplicht voor bedrijven 8. Minimaal energielabel C voor kantoren 9. Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving

18

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

19

3. Alle duurzame energiebronnen- en dragers zijn nodig. Naast kleinschalige is ook grootschalige productie nodig. Om evenveel te produceren als er wordt gebruikt in Fryslân maken we zo goed mogelijk gebruik van de potentie van Friese duurzame energiebronnen. Ook ná energiebesparing en het behalen van het RES-bod in 2030 blijft er tot 2050 nog veel Friese energiebehoefte over die nog niet duurzaam wordt geproduceerd. Hiervoor zijn alle energiebronnen nodig en is ook naast kleinschalige, grootschalige productie van energie nodig. Waarom alle bronnen nodig zijn, staat uitgelegd in Box 2.1. Het toekomstige Friese energiesysteem bestaat uit een grote variatie aan energiebronnen en -dragers, waaronder zonne-energie, windenergie, groene waterstof, biogas en duurzame warmte. Ook zet Fryslân in op innovatieve technieken, zoals getijdenenergie of ‘Blue Energy’. De ruimtelijke plaatsing van de productie van energie komt in het volgende leidende principe aan bod. In dit leidend principe geven we per energiebron of -drager een toelichting hoe Fryslân hier de komende jaren op inzet. Duurzame warmte Fryslân zet maximaal in op lokale warmtenetten met duurzame warmtebronnen. In de Missy Wetterwaarmte is de ambitie uitgesproken om 60.000 Friese woningen en 10.000 bedrijfsgebouwen aan te sluiten op collectieve warmtesystemen in 2030.

Met name aquathermie (zowel TEO als TEA) krijgt een steeds belangrijkere rol in de energievoorziening, hoofdzakelijk

Gemeenten hebben de regierol in de warmtetransitie. Om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken voor 2050, moeten de komende jaren bestuurlijke keuzes worden gemaakt met betrekking tot energiebesparing en alternatieve warmtebronnen. Deze keuzes komen onder andere terug in de Omgevingsplannen, de Transitievisies Warmte, Warmteprogramma en het Wijkuitvoeringsplannen (Box 2.3). Met de Wet collectieve warmte (Wcw) krijgen gemeenten de regie in de ontwikkeling van warmtenetten. In de Wcw is opgenomen dat warmtebedrijven voor de levering van warmte een publiek meerderheidsbelang krijgen of in handen komen van een warmtegemeenschap. De prijs van warmte is door deze wet niet langer gekoppeld aan de gasprijs en de warmtebronnen voor een warmtenet moeten duurzaam zijn. Hiervoor dienen gemeenten aan bewoners en eigenaren een haalbaar en betaalbaar aanbod te doen, zodat iedereen mee kan met de warmtetransitie. Een groot deel van de gebouwen in Fryslân zullen de komende jaren de overstap maken van een cv-ketel naar een hybride of all-electric warmtepomp. Vanaf 2026 is de hybride warmtepomp de minimale norm wanneer een cv-ketel aan vervanging toe is11. Bij vervanging van de cv-installaties mensen moeten overstappen op een duurzamer alternatief. In veel gevallen is dit een hybride warmtepomp, maar ook alternatieven zoals de volledig elektrische warmtepomp.

De gemeente kan bewoners dus een beter handelingsperspectief bieden. Netbeheerders houden rekening met een grote elektriciteitsvraag die hierbij komt kijken. Hoe meer Friese overheden sturen op collectieve warmtenetten, hoe minder elektriciteit (en uitbreiding infrastructuur) er nodig zal zijn voor de verduurzaming in de gebouwde omgeving.

in de verwarming van gebouwen. Het Wetterskip heeft hiervoor warmte beschikbaar uit WKK’s en uit effluent van RWZI’s. Voor warmte uit water, bodem (bodemenergie) of lucht is er vaak ook elektriciteit nodig om de warmte naar een geschikte temperatuur op te waarderen. Fryslân faciliteert lokale initiatieven voor collectieve warmte (warmtegemeenschappen) en seizoensopslag. Binnen de Missy Wetterwaarmte wordt momenteel onderzoek gedaan naar kleinschalige warmtenetten (<1.500 WEQ). Gemeente Sùdwest-Fryslân onderzoekt de mogelijkheden van de toepassing van het Deense model10 voor kleinschalige netten. Naast collectieve systemen, blijven ook individuele oplossingen (in onderling verband afgestemd) in Fryslân actueel, en is een kans daar waar woningbouw niet geconcentreerd is en deze niet in de buurt van een centrale warmtebron ligt. Het Wetterskip ziet toe op het waterbeheer. Bij energiebronnen waarbij gebruik van water nodig is voor productie, koeling of lozing, mag de energieproductie het waterbeheer niet negatief beïnvloeden. Dit geldt voor de waterkwaliteit, - kwantiteit en -veiligheid.

Box 2.3 Transitievisie Warmte, Warmteprogramma en Wijkuitvoeringsplan In 2021 hebben de gemeenten een Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld. Een TVW geeft een eerste richting aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Hierin staat beschreven welke wijken een gemeente binnen 10 jaar van het aardgas afhaalt en hoe. Is de gemeente voornemens om een collectief warmtenet aan te leggen of is er voldoende netcapaciteit voor de realisatie van een wijk met volledig elektrische warmtepompen? Dit vraagt een bronnenstrategie. Woningcorporaties kunnen hier vervolgens hun renovatieplannen op afstemmen, netbeheerders geeft het informatie om prioriteiten te stellen bij het versterken van de infrastructuur, bewoners kunnen een betere afweging maken welke verduurzamingsmaatregelen zij zelf kunnen treffen. Op dit moment is de Transitievisie vormvrij en verschilt de inhoud en vaststelling per gemeente. Dit verandert met de ingang van de Wet gemeentelijke instrumenten Warmtetransitie (Wgiw) in 2025. De TVW wordt dan als warmteprogramma een verplicht onderdeel van de omgevingswet. Het is aan de gemeenten om de TVW vóór 2026 te herijken en vast te leggen onder de huidige voorwaarden van de omgevingswet zodat deze middels het overgangsrecht wordt meegenomen

10. Het Deens model voor warmtenetten

20

11. Hybride warmtepomp de standaard in 2026

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

21

als warmteprogramma. Doen gemeenten dat niet, dan moeten gemeenten in 2026 een

(Collectieve) mono-mestvergisters passen veelal in huidig provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk

warmteprogramma schrijven volgens de nieuwe, striktere, regels die in de Wgiw staan. Het

beleid. De mogelijkheden voor uitbreiding van bestaande en nieuwe (middel)grote covergisters

warmteprogramma moet minstens elke 5 jaar geactualiseerd worden. Dit programma vormt

worden momenteel zowel in Friesland als landelijk onderzocht (Scenariostudie Groen Gas). In

de basis voor de regierol van de gemeenten. Via de Wgiw krijgen gemeenten de namelijk de

de provinciale Omgevingsvisie wordt afgewogen of er ruimte aan nieuwe grotere vergistings- of

mogelijkheid om gebieden aan te wijzen die van het gas af moeten. Dit kan alleen als deze

wellicht vergassingsinstallaties wordt geboden. Gemeenten zijn bevoegd te besluiten of zij op

gebieden zijn genoemd in het warmteprogramma.

hun bedrijventerreinen ruimte willen bieden aan dit type initiatieven. Het Wetterskip Fryslân draagt met RWZI’s bij aan de productie van biogas voor eigen gebruik of het voeden van WKK’s

Als gemeenten aan de gang gaan met de uitvoering van het warmteprogramma, wordt er een

(biogasbatterij).

Wijkuitvoeringsplan (WUP) gemaakt. Een uitvoeringsplan is een gebiedsgebonden verdieping van de TVW/warmteprogramma om de gebouwde omgeving in een gebied aardgasvrij te maken, of

Groene waterstof

als tussenstap aardgasvrij-ready. In de WUP wordt o.a. gekeken naar de technische- en financiële

De landelijke transportleiding met waterstof (de waterstofbackbone12) loopt naar verwachting

haalbaarheid van de keuzes die gemaakt zijn in de TVW en wordt eventueel een kavelplan

door Fryslân. Waterstof uit de backbone zal vanuit landelijk beleid13 met name ingezet worden

vastgesteld en toegewezen aan een warmtebedrijf.

in de chemische en energie-intensieve industrie, zwaar wegtransport, binnen- en zeevaart en luchtvaart. Groene waterstof neemt in 2050 ook een belangrijke rol in het energiesysteem als bron voor regelbare CO2-vrije elektriciteitsproductie.

Biogas Gasvormige energiedragers houden ook in de toekomst een belangrijke rol in het Nederlandse

De provincie onderschrijft het landelijke beleid met de Friese waterstofladder uit de

energiesysteem. Ook bij een maximale energiebesparing, maximale benutting van schone

Waterstofagenda Provincie Fryslân. Fryslân zet in op een aftakking van de waterstofbackbone.

energiebronnen (zoals zon en wind), en maximale elektrificatie is de verwachting dat (groene)

De energiecentrale in Burgum ligt aan de backbone en er wordt onderzocht of deze kan worden

gassen noodzakelijk zijn om in de toekomstige energiebehoefte van Fryslân te kunnen voorzien.

omgebouwd tot waterstofcentrale. Wanneer er sprake is van een elektriciteitsoverschot, kan de centrale de elektriciteit omzetten in waterstof (conversie) die gemakkelijker kan worden

Groengasproductie via vergisting en vergassing kan al op korte termijn een wezenlijke bijdrage

opgeslagen. De centrale zal hierdoor ook flexibel vermogen kunnen leveren door opgeslagen

leveren aan een toekomstbestendig energiesysteem en draagt tevens bij aan andere urgente

waterstof om te zetten in elektriciteit. Dit draagt bij aan het in balans houden van het

maatschappelijke opgaven als de reductie van emissies in de landbouw en de ontwikkeling van

energiesysteem. Deze regelbare inzet van waterstof is in lijn met de provinciale waterstofladder.

een circulair grondstoffensysteem. Echter, spelen er momenteel diverse knelpunten rond met name covergisting, zoals zorgen over geur-, geluid- en verkeersoverlast, aangetroffen vervuilende

Daarnaast zet Fryslân in op lokale initiatieven met eigen productie van groene waterstof met

stoffen in restproducten en niet in de laatste plaats de beperkingen in vergunningverlening

elektrolysers. In Oosterwolde loopt momenteel een proefproject waarbij waterstof wordt

vanwege de stikstofproblematiek. Ook ontstaat er bij meer groengasinvoeders congestie op het

geproduceerd met elektriciteit opgewekt uit een groot zonnepark. Ook in Bolsward is een pilot in

gasnet.

ontwikkeling waarin de productie van waterstof de mogelijkheid bieden om het net te balanceren, de reststromen zuurstof en warmte goed te benutten en de bedrijven in de regio te voorzien

In Fryslân is er een hoge potentie voor groen gas op basis van mono-mestvergisting. Op dit

voor de verduurzaming. Een aandachtspunt voor de inzet van lokale elektrolysers is het voorzien

moment wordt slechts maximaal 5% van de hoeveelheid beschikbare (koeien)mest gebruikt voor

van de waterbehoefte die ontstaat en die circulair moet worden ingevuld (geen drinkwater of

mestvergisting/productie van groen gas. Fryslân kent nu een mestoverschot (circa 366 kton per

grondwater). Hiermee wordt een relatie gelegd met het feit dat zoet water ook een schaars goed is.

jaar, bron NEC 2021 en het Kennisdocument) dat voor een groot deel wordt ‘geëxporteerd’ naar buiten de provincie. Dit betekent dat óók met een mogelijke afname op termijn van de veestapel, het aantrekkelijk is al op korte termijn de groen gasproductie op basis van mono-mestvergisting in Fryslân te verhogen. Al of niet als onderdeel van een transitieperiode naar een situatie waarin warmtenetten zijn aangelegd (noodzakelijk voor bijvoorbeeld aquathermie of stadsverwarming), of een situatie waarin de veestapel in Fryslân daadwerkelijk minder wordt (en daarmee de hoeveelheid mest). 12. Waterstofbackbone 13. Het Nationaal Plan Energiesysteem

22

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

23

Duurzame elektriciteit Een deel van de toekomstige Friese energievraag kan worden ingevuld door energiebronnen met kleinere ecologische of landschappelijke impact, zoals met duurzame warmte. Opwek van duurzame elektriciteit is echter nodig in Fryslân om evenveel energie op te wekken als te gebruiken. Hiervoor is meer nodig dan zonnepanelen op daken. Grootschalige opwek van wind- en zonne-energie maken daarom onderdeel uit van het Friese energiesysteem. Een goede mix van zowel zon- en windenergie is essentieel voor een efficiënt energiesysteem vanwege de verschillende opwekprofielen (gedurende de dag en het jaar) en de mogelijkheid om één netaansluiting te combineren voor zowel zon als windenergie, ook wel ‘cablepooling’ genoemd. Opwek van duurzame elektriciteit moet goed worden ingepast in het landschap en in het energiesysteem (zie volgend leidend principe). Opwek van duurzame elektriciteit wordt in Fryslân tijdelijk vergund, zodat dat het landschap na het einde van de levensduur weer in oorspronkelijke staat kan worden teruggebracht. Kernenergie Kernenergie wordt in Fryslân niet als duurzaam gezien en krijgt daarom geen plek in het Friese energiesysteem. De inzet van kernenergie is onderdeel van landelijke aanpak en Fryslân volgt deze ontwikkelingen. Als gevolg van landelijke ontwikkelingen kan het zo zijn dat Fryslân verbonden is aan energie opgewekt door kernenergie.

Overige vormen van energie en innovaties Tot slot zetten we in op de (door)ontwikkeling van nieuwe vormen van duurzame energie. Hierdoor blijven we in Fryslân adaptief en innovatief. Momenteel wordt bijvoorbeeld bij Ameland geëxperimenteerd met een getijdenvlieger (getijdenenergie) en bij de Afsluitdijk met ‘Blue Energy’ (waarmee energie gehaald wordt uit het samenkomen van zoet en zout water). Voor de getijdenvlieger vindt er ook een ecologisch onderzoek plaats. Provincie Fryslân stimuleert deze productietechnieken met twee onderzoeksprojecten. Onlangs heeft TNO in opdracht van het Waddenfonds onderzoek gedaan naar het theoretische potentieel van energie uit water in en rondom het Waddengebied. Deze potentie is groot en wordt betrokken bij de verduurzaming van de energiesystemen van de Friese Waddeneilanden en de Friese kustgemeenten. Ook zal er een relatie gelegd worden met de schaarste van de zoetwatervoorraad. Binnen Fryslân blijven daarnaast ruimte bieden aan andere nieuwe ideeën en technieken die passen bij een toekomstig energiesysteem.

4. Fryslân past opwek en opslag van duurzame energie zo goed mogelijk in, in het landschap en in het energiesysteem. Het Friese landschap is karakteristiek en gevarieerd. Daarom moet wat er toegevoegd wordt aan het landschap, ook karakter hebben en waarde toevoegen aan Fryslân. Dit geldt ook voor de verschillende onderdelen van een duurzaam energiesysteem, zoals energieproductie of -opslag. Een duurzaam energiesysteem zorgt ervoor dat het Friese landschap verandert. Vanwege de variatie in Friese landschappen is de inpasbaarheid van grootschalige productie en opslag sterk locatieafhankelijk. Ook de ecologische impact van grootschalige productie en opslag varieert in Fryslân. Bij inpassing van energieproductie en -infrastructuur is niet alleen het landschap, maar ook in toenemende mate het water-en-bodem-sturend principe en waterrobuust bouwen uit de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân van belang. De plaatsing productie en opslag vraagt vanwege het bovenstaande telkens maatwerk. Productie, opslag en transport van energie moet niet alleen zorgvuldig worden geplaatst in de ruimte, maar ook in de energie-infrastructuur. Zo bouwt Fryslân aan een efficiënt en fossielvrij energiesysteem. Op de korte termijn gebruiken we het huidige energiesysteem zo optimaal mogelijk.

Op de langere termijn (na 2030) zijn er nieuwe mogelijkheden voor de plaatsing van grootschalige productie en opslag van duurzame energie. Hiermee maakt Fryslân goed gebruik van de Friese potentie van duurzame bronnen. De deelnemers van de Friese Energietafel starten na het vaststellen van de Energievisie met een verkenning over mogelijke locaties voor grootschalige productie en opslag van duurzame elektriciteit. We geven in deze verkenning extra aandacht aan plekken waar het elektriciteitsnet momenteel vol is of begint te raken vanwege grootschalige verduurzaming of uitbreiding van bedrijvigheid. Welke locaties uiteindelijk in aanmerking komen voor grootschalige productie en opslag, wordt in de Omgevingsvisie Fryslân integraal afgewogen. De onderstaande uitgangspunten vormen hiervoor een belangrijke bouwsteen. Naast productie en opslag zal ook energie-infrastructuur veel ruimte kosten de komende jaren (stations, (ondergrondse) kabels, trafohuisjes, etc.). Liever grootschalige opwek en opslag op een beperkt aantal plekken, dan overal verspreid door Fryslân. Grootschalige productie en opslag wordt op de langere termijn (na 2030) op een beperkt aantal plekken geclusterd in Fryslân. Clustering heeft twee voordelen. Ten eerste is grootschalige productie en opslag door te clusteren niet overal in Fryslân zichtbaar in het landschap.

We clusteren grootschalige productie en opslag in landschap dat ook grootschalig is. In de Fryske Energiewaaier heet dit principe ‘schaal bij schaal.’ Een ander voordeel is dat clustering van energieproductie en -opslag vaak goed is voor een efficiënt energiesysteem en zuinig omgaan met energie-infrastructuur. Dit geldt met name wanneer meerdere opwektechnieken geclusterd worden, zoals windturbines en zonnepanelen (‘cablepooling’). Zo ontstaan ook kansen voor meervoudig ruimtegebruik (in combinatie met bijvoorbeeld natuur of landbouw).

24

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

25

Energieproductie dicht bij energievraag plaatsen heeft vanuit het energiesysteem gezien de voorkeur. In een efficiënt energiesysteem wordt de productie van energie zo dicht mogelijk bij energievraag geplaatst. Dit betekent in Fryslân dat grootschalige productie het beste dicht bij de grote kernen (Leeuwarden, Drachten, Heerenveen, Harlingen, Sneek) geplaatst wordt. In deze kernen zorgen de gebouwde omgeving, de industrie en mobiliteit voor een geconcentreerde energievraag. Wanneer productie dicht bij deze vraag wordt geplaatst, hoeft er minder elektriciteit, warmte of gassen getransporteerd te worden en is er in het algemeen minder infrastructuur nodig wanneer dit in samenwerking met de netbeheerders goed ingepast wordt en gecombineerd wordt met opslag of conversie. De voordelen hiervan lichten we ook toe in het laatste leidende principe over een flexibel energiesysteem. De netbeheerders informeren en adviseren over de effecten op en de efficiëntie van het energiesysteem bij de plaatsing van productie of opslag. In welke mate grootschalige productie bij energievraag geclusterd kan worden bij de vier grote kernen wordt door de provincie en de F4-gemeenten de komende tijd onderzocht. De uitkomst hiervan leidt tot keuzes in de Omgevingsvisie Fryslân en in pMIEK-projecten.

Daarnaast liggen er andere kansen in Fryslân om (op kleinere schaal) productie bij vraag te clusteren, zoals in het Energielandschap bij Waadhoeke. Kleinschalige opwek en opslag worden gestimuleerd als dit inpasbaar is in het landschap. Naast grootschalige productie en opslag, blijft ook kleinschaligheid een onderdeel van het Friese energiesysteem. De Friese overheden stimuleren dat binnen energiegemeenschappen gewerkt kan worden aan kleinschalige energiehubs, waarin energievraag, productie, opslag en soms zelfs conversie onderdeel van zijn. Dorpskernen lenen zich hier goed voor, bijvoorbeeld op de eilanden. De Fryske Energiewaaier biedt handvatten om het energiesysteem goed in te passen in het landschap.

5. Fryslân versterkt de flexibiliteit van het energiesysteem. Het belang van een flexibel energiesysteem wordt steeds groter in Fryslân. Een flexibel energiesysteem houdt rekening met de pieken en dalen van energieproductie- en gebruik (Box 2.4). Fryslân zet stevig in op maatregelen die de flexibiliteit van het energiesysteem versterken. Hoe flexibeler het Friese energiesysteem, hoe efficiënter de infrastructuur wordt gebruikt en hoe minder uitbreiding er nodig zal zijn. Ook dragen flexibele maatregelen bij aan een betrouwbaarder energiesysteem dat pieken en dalen van energieproductie- en gebruik kan bufferen. Fryslân stimuleert opslag en overige flexibele maatregelen De Friese overheden voelen zich verantwoordelijk voor een betrouwbaar en flexibel energiesysteem. Daarom willen zij sterk investeren in flexibele maatregelen en slimme oplossingen en dit niet alleen overlaten aan de markt. Alle deelnemers van de FET ondersteunen netbeheerders bij het vinden en toepassen van innovatieve oplossingen voor netcongestie. Daarnaast is energieopslag en belangrijk onderdeel van een flexibel energiesysteem (Box 2.4). Aangezien (grootschalige) opslag van elektriciteit of andere energiedragers ook impact heeft op de leefomgeving en het energiesysteem, stellen de deelnemers van de Friese Energietafel de komende tijd een opslagstrategie op.

Ook de provincie werkt aan beleid voor batterijen, waar Liander en TenneT in adviseren. Nieuwe bedrijventerreinlocaties worden voorzien van EMS, elektriciteitsopslag en andere slimme oplossingen om de impact op het net te verkleinen. Slim laden helpt ook bij de flexibilisering van het elektriciteitsnet. Deze strategieën en beleid in ontwikkeling vormen bouwstenen voor de Omgevingsvisie Fryslân en de Gemeentelijke Omgevingsvisies. Daarnaast verkennen we in mogelijke energiehubs bij de vier grote kernen of conversie noodzakelijk is en hoe dit vorm gegeven kan worden (meer hierover bij energiehubs hieronder). Zoals eerder aangegeven, wordt bij Burgum onderzocht hoe waterstof uit het waterstofnetwerk kan worden ingezet voor piekvermogen. Wetterskip Fryslân kan tot slot vraaggestuurd warmte en elektriciteit produceren met WKK’s op de zuiveringsinstallaties. Gemeente Súdwest-Fryslân onderzoekt komend jaar hoe warmteopslag het beste ingezet kan worden.

Box 2.4 Wat is er nodig voor een flexibel energiesysteem? De flexibiliteit in het energiesysteem kan versterkt worden door verschuivingen in de tijd of naar andere energiedragers. Energieopslag, conversie, aanbodsturing (curtailment) versterken de flexibiliteit van het energiesysteem. Daarnaast kunnen maatregelen zoals cablepooling of ‘achter de meter’-aansluitingen de flexibiliteit van het energiesysteem verder versterken. • Opslag: Door elektriciteit, warmte, waterstof of biogassen op te slaan, kan ingespeeld worden op de profielen van vraag en aanbod van energie. Hiermee kan op een dag energie worden opgeslagen en gebruikt, maar ook op seizoensbasis. Brandstoffen en duurzame warmte lenen zich met name goed voor (seizoens)opslag. Batterijen voor opslag van elektriciteit worden ook steeds beter en worden steeds belangrijker voor een gebalanceerd elektriciteitsnet. De wijze

26

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

27

waarop batterijen worden ingezet is zeer bepalend voor het uiteindelijke (maatschappelijke) nut. • Conversie: Installaties die afhankelijk van aanbod en marktprijzen kunnen schakelen tussen elektriciteit, waterstof(dragers) of warmtebuffers (conversie), vergroten de robuustheid van het energiesysteem. Pieken van elektriciteit uit zonne- en windenergie kunnen bijvoorbeeld via elektrolyse worden omgezet in waterstof (power-to-gas). De geproduceerde waterstof kan vervolgens worden opgeslagen en op momenten dat er juist een tekort is aan elektriciteit weer reageren met zuurstof tot water, waarbij elektriciteit wordt gegenereerd. Het is ook een optie om de overschotten uit zon en wind middels warmtepompen en elektrische boilers om te zetten naar warmte (power-to-heat). De geproduceerde warmte kan bijvoorbeeld worden gebruikt als warmtebuffer voor bedrijven in de buurt. • Curtailment: Een maatregel die door de energiemarkt of een netbedrijf kan worden ingezet is aanbodsturing (curtailment). Dit houdt in dat de invoeding van hernieuwbare productie wordt ingeperkt op momenten dat er meer aanbod dan vraag is. Door het toepassen van deze maatregel kan het energienet beter in balans worden gebracht. Vraagsturing (demand side response) reguleert pieken aan de vraagzijde.

Box 2.5 Wat is een energiehub? In een energiehub wordt energievraag en –aanbod van gas, warmte en elektriciteit lokaal op elkaar afgestemd. Het streven binnen een energiehub is om de lokale productie en de energievraag zoveel mogelijk gelijktijdig te laten plaatsvinden. Hierdoor wordt het openbare net zo minimaal mogelijk belast en kan er zoveel mogelijk lokale energie worden uitgewisseld zonder afhankelijkheid van de externe energiemarkt. Een energiehub kan veel vormen aannemen, in grootte en organisatie. De vorm is afhankelijk van de lokale energievraag, de beschikbare energievoorzieningen en aanwezige energie-infrastructuur. Uitkomsten onderzoek energhubs In 2023 heeft o.a. de provincie Fryslân een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid en aanvaardbaarheid van energiehubs in Fryslân15. Het onderzoek focust op een ‘local4local energiehub’ op ‘mesoniveau’: • Een local4local energiehub: is een lokaal afgebakend energiesysteem dat is verbonden aan het openbare energienet. Door lokaal opgewekte energie zoveel mogelijk op hetzelfde moment lokaal te gebruiken wordt de impact op de openbare infrastructuur beperkt. • Mesoniveau: op dit niveau ligt de lokale energievraag en -productie tussen de 40 en 350 GWh

Fryslân stimuleert energiehubs. De voorgaande principes over energiebesparing, de noodzaak van meerdere energiebronnen en -dragers, energieaanbod bij vraag plaatsen en de versterking van een flexibel energiesysteem komen samen in een energiehub (box 2.5). Uit het onderzoek o.a. de provincie Fryslân naar de haalbaarheid en aanvaardbaarheid van energiehubs blijkt dat grotere energiehubs (op ‘mesoniveau’) in stedelijke of industriële gebieden kansrijk zijn (box 2.5). Daarom onderzoekt de provincie Fryslân samen met de F4-gemeenten de mogelijkheden voor het dichtbij brengen van energieproductie bij energievraag in de vier grote kernen. Daarnaast liggen er andere kansen in Fryslân om (op kleinere schaal) productie bij vraag te clusteren in energiehubs. Het Rijk heeft geld beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van energiehubs14. Op een aantal plekken in Fryslân worden al concrete stappen ondernomen in de ontwikkeling van energiehubs.

per jaar. Energiehubs op dit schaalniveau kunnen significant bijdragen aan de energieopgave en een flexibel energiesysteem en hebben ook een grotere kans op een positieve business case en daarmee eerlijke kostprijs van energie. Het onderzoek leidt tot een aantal uitkomsten en aanbevelingen: • Energiehubs kunnen een brede toegevoegde waarde bieden als zij goed worden vormgegeven, en worden benaderd vanuit de energievraag in een lokaal gebied. • Focus met energiehubs op geografische gebieden met significante energiebehoefte op gezamenlijk elektriciteitsnetvlak en bijbehorende netvlakken. In de stedelijke/industriële omgeving van Drachten, Heerenveen, Leeuwarden en Waadhoeke/Harlingen zullen veel ontwikkelingen in energievraag en –aanbod op elkaar afgestemd moeten worden om netcongestie te beperken. Energiehubs kunnen hieraan bijdragen. • Een energiehub is nergens hetzelfde. Maatwerk is belangrijk. Energiehubs kunnen congestie verlichten, maar niet geheel oplossen. Onstrategische keuzes op het gebied van locatie of nettechniek kunnen netcongestie juist verergeren. • Opwek en opslag als mogelijke componenten van een energiehub hebben vanwege hun omvang en zichtbaarheid ook een potentieel grote impact op een gebied, qua beleving, landschapswaarde en andere milieuaspecten.

Voorwaardelijk is dan ook dat de energiehub bijdraagt aan een kwaliteitsimpuls van een gebied en zo ruimtelijke meerwaarde levert.

14. Brief aan Tweede Kamer over energiehubs

28

15. Link naar onderzoek energiehub zodra beschikbaar

CONCEPT FRIESE ENERGIEVISIE

29

3.1 Het Friese energiesysteem in 2050 In 2050 wekt Fryslân evenveel duurzame energie op als er gebruikt wordt. Hierdoor heeft Fryslân een energieneutraal en fossielvrij energiesysteem. Het energiesysteem is afgelopen jaren omgetoverd van centraal naar gecombineerd systeem, compleet met productie van duurzame energie, opslag en conversie. Hieronder sommen we op hoe het Friese energiesysteem in 2050 is opgebouwd. Energie in Fryslân is van en voor ons allemaal. Friese energie is toegankelijk en betaalbaar voor iedereen in Fryslân. Productie, opslag en gebruik van energie wordt in dorpen lokaal vormgegeven vanuit energiegemeenschappen. Binnen een energiegemeenschap bepalen bewoners, bedrijven, netbeheerders en overheden gezamenlijk hoe het energiesysteem zich ontwikkelt en waar onderzoeken, ontwikkelingen of investeringen nodig zijn. Gemeenschappen houden zich in 2050 niet alleen meer bezig met energieneutraliteit, maar ook met het bouwen aan een circulaire gemeenschap. Materialen worden zo veel mogelijk gedeeld en hoogwaardig opnieuw ingezet of gerecycled. Gemeenschappen zijn onderling verbonden in kennisnetwerken. De energiegemeenschappen zijn zo veel mogelijk zelfvoorzienend, maar staan altijd nog in verbinding met het centrale energiesysteem. Het centrale systeem bestaat uit een aantal clusters met grootschalige opwek van duurzame elektriciteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=1702c0b6-d037-44c5-80cf-ddbf6b32e16f